← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 13 augustus 1985, houdende voorschriften omtrent de bekostiging van scholen voor kinderen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden

Geldende tekst a fecha 2020-07-01

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, drs. G. van Leijenhorst, van 7 juni 1985, nr. 6359/2326, centrale directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 115 van de Wet op het basisonderwijs (Stb. 1984, 2);

Gehoord de Onderwijsraad (advies van 10 oktober 1984, nr. O.R. III/99815LO);

De Raad van State gehoord (advies van 23 juli 1985, nr. W05.85.0299/12.5.29);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, drs. G. van Leijenhorst, van 2 augustus 1985, nr. 6640/2326, centrale directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Titel A. Algemeen

Artikel A 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

wet: Wet op het primair onderwijs;

school: een basisschool als bedoeld in de titels B en C van dit besluit, tenzij het tegendeel blijkt;

schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend voor zover in dit besluit niet anders is bepaald.

leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond:

leerling:

Artikel A 2. Afwijking van bepalingen en van overeenkomstige toepassing zijnde bepalingen van de WPO
1.

Artikel 4 van de wet is niet van toepassing op een school als bedoeld in dit besluit. Artikel 2 van de wet is niet van toepassing op de school, bedoeld in titel C van dit besluit.

2.

De artikelen 8, 10 tot en met 16, behoudens de in artikel 13 bedoelde algemene maatregel van bestuur, 29 tot en met 37, 38a, 40, eerste, tweede en negende tot en met elfde lid, 44b, 41, 42, 44, 45a, 50 tot en met 64, 66, 67, 123, tweede lid, 126 tot en met 131, 138, 163a, 164, 171 tot en met 176j, 177, 178, 178a, 178e, 182 tot en met 184a, 186 en 187 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing. Voorts zijn het Kaderbesluit rechtspositie PO en het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO van overeenkomstige toepassing.

Artikel A 3. Van overeenkomstige toepassing zijnde bepaling van het Besluit bekostiging WPO

Artikel 3a, zesde lid, van het Besluit bekostiging WPO is van overeenkomstige toepassing.

Titel B. Rijdende scholen voor kinderen van kermisexploitanten of van circusmedewerkers

Afdeling 1. Algemeen

Artikel B 1. Standplaats scholen
1.

Het onderwijs aan kinderen van wie de ouders in het kermisbedrijf, onderscheidenlijk het circusbedrijf werkzaam zijn, wordt gegeven in daartoe ingerichte voertuigen die in het kermisseizoen of circusseizoen standplaats kiezen bij daarvoor in aanmerking komende kermissen of circussen.

2.

Gedurende de maanden november tot en met februari nemen de scholen een vaste standplaats in die wordt bepaald door het bevoegd gezag in overeenstemming met de inspecteur. Indien de inspecteur bedenkingen heeft tegen de standplaats en het bevoegd gezag weigert daaraan tegemoet te komen, besluit Onze Minister.

Afdeling 2. Onderwijs

Artikel B 2. Doelgroep

Het onderwijs aan kinderen van wie de ouders in het kermisbedrijf, onderscheidenlijk het circusbedrijf werkzaam zijn, wordt gegeven in scholen die bestemd zijn voor kinderen vanaf de leeftijd van 4 tot omstreeks 12 jaar. Het legt mede de grondslag voor het volgen van aansluitend basisonderwijs, onderscheidenlijk aansluitend voortgezet onderwijs.

Artikel B 3. Inhoud onderwijs

Artikel 9 , eerste tot en met derde lid, vijfde en zesde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.

Artikel B 3a

Vervallen.

Artikel B 4

Vervallen.

Artikel B 5. Reisplan
1.

Elk jaar in de maanden maart en mei zendt het bevoegd gezag van een bijzondere school aan de inspecteur een gedeelte van een reisplan, waarin is vermeld bij welke kermissen of circussen elke van dat bevoegd gezag uitgaande school gedurende de eerstkomende periode standplaats zal kiezen. Het reisplan bestaat uit twee gedeelten welke gezamenlijk het kermisseizoen dan wel het circusseizoen omvatten.

2.

Indien van het reisplan wordt afgeweken, wordt de inspecteur daarvan tevoren in kennis gesteld.

3.

Indien de inspecteur tegen het reisplan of tegen een voorgenomen afwijking daarvan bedenkingen heeft en het bevoegd gezag weigert daaraan tegemoet te komen, besluit Onze Minister.

Afdeling 3. Personeel

Artikel B 6

Vervallen

Artikel B 7. Directie, leraren en onderwijsondersteunend personeel

Vervallen

Artikel B 8

Vervallen

Artikel B 9

Vervallen

Afdeling 4. Leerlingen

Artikel B 10. Toelatingsleeftijd, duur onderwijs
1.

Om als leerling tot een school voor kinderen als bedoeld in artikel B 2 te worden toegelaten, moet het kind de leeftijd van 4 jaar hebben bereikt.

2.

De leerlingen verlaten de school, bedoeld in het eerste lid, in elk geval na afloop van het schooljaar waarin zij de leeftijd van 14 jaar hebben bereikt.

Afdeling 5. Overige bepalingen

Artikel B 10a. Godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs

Vervallen

Artikel B 11

Vervallen

Afdeling 6. Bekostiging

§ 1. Algemeen

Artikel B 12. Bekostigingsbesluit WPO

De artikelen 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8, 9, 34a, 34b en 34c van het Besluit bekostiging WPO zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat ten aanzien van artikel 7, eerste lid, onder b, de bepaling inzake de termijn van 6 maanden buiten toepassing blijft.

§ 2. Aanvang van de bekostiging

Artikel B 13. Verzoek om bekostiging
1.

Het bevoegd gezag van een bijzondere school kan Onze Minister verzoeken de school voor bekostiging in aanmerking te brengen.

2.

Het verzoek gaat vergezeld van een opgave van het verwachte aantal leerlingen en de voorgestelde datum van aanvang van de bekostiging. Voorts vermeldt het bevoegd gezag naam en adres van het bevoegd gezag en de richting van de school.

3.

Onze Minister willigt het verzoek in elk geval in, indien op grond van de bij het verzoek overgelegde gegevens aannemelijk is dat de school zal worden bezocht door ten minste 20 leerlingen.

4.

Onze Minister besluit binnen 3 maanden na ontvangst van het verzoek. Indien Onze Minister niet binnen 3 maanden heeft besloten, is het verzoek ingewilligd.

§ 3. Voorziening in de huisvesting

Artikel B 14. Voertuigen bestemd voor de huisvesting
1.

Het bevoegd gezag van een bijzondere school dat een voertuig bestemd voor de huisvesting wenst met inbegrip van ingrijpende voorzieningen aan een dergelijk voertuig, dient een daartoe strekkend verzoek in bij Onze Minister. Het bevoegd gezag vermeldt de reden en de omvang van de voorziening.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien het bevoegd gezag een andere voorziening wenst die niet het gewoon onderhoud betreft, alsmede indien het bevoegd gezag een aanschaffing wenst te doen waarmee bij de eerste inrichting van de school geen rekening was gehouden.

3.

Onze Minister weigert inwilliging van het verzoek, indien hij van oordeel is dat:

4.

Alvorens Onze Minister een besluit neemt die afwijkt van hetgeen in het verzoek is aangegeven, pleegt hij overleg met het bevoegd gezag.

5.

Artikel B 13, vierde lid, van dit besluit is van overeenkomstige toepassing.

Artikel B 15. Onderhoudsplicht

Vervallen

§ 4. Materiële instandhouding

Artikel B 16. Onderscheiding kosten materiële instandhouding

De kosten van materiële instandhouding die voor vergoeding uit 's Rijks kas in aanmerking kunnen komen, zijn:

§ 4A. Bekostiging personeel

Artikel B 16a. Bekostiging
1.

De bekostiging voor een school omvat de bekostiging

De bekostiging, bedoeld in onderdeel a, is redelijkerwijs voldoende voor het leiden en beheren van de school, voor het geven van onderwijs aan de school en voor de overige werkzaamheden die verband houden met het onderwijs aan de school.

2.

Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag op grond van bijzondere omstandigheden meer bekostiging toekennen aan een school dan op grond van het eerste lid juncto de artikelen B 16b tot en met B 16l wordt vastgesteld.

Artikel B 16b. Vaststelling bekostiging personeel

Voor de bekostiging van personeel wordt per school een bedrag toegekend welk bedrag de uitkomst is van 3,4304 formatieplaats vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.

Artikel B 16c. Verstrekken gegevens aan Minister

Voor 15 oktober zendt het bevoegd gezag een opgave van het aantal leerlingen dat op 1 oktober op de school staat ingeschreven.

Artikel B 16d. Opbouw normatieve formatie

Vervallen

Artikel B 16e. Berekening basisformatie

Vervallen

Artikel B 16f. Berekening formatie vakonderwijs

Vervallen

Artikel B 16g. Aanvullende bekostiging voor de schoolleiding

De aanvullende bekostiging voor de schoolleiding bedraagt een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.

Artikel B 16h. Opslag i.v.m. formatieve fricties

Vervallen

Artikel B 16i. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. arbeidsduurverkorting

Vervallen

Artikel B 16i.1. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. uitbreiding arbeidsduurverkorting

Vervallen

Artikel B 16i.2. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. toepassing regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen

Vervallen

Artikel B 16i.3. Opslag t.b.v. schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor de schooljaren 1993-1994 en 1994-1995

Vervallen

Artikel B 16j. Opbouw formatie speciale doeleinden

Vervallen

Artikel B 16k. Berekening formatie onderwijs in eigen taal en cultuur

Vervallen

Artikel B 16k.1. Berekening formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie

Vervallen

Artikel B 16l. Budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid

Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid is een bij ministeriële regeling vast te stellen vast bedrag per school.

Artikel B 16m. Omrekening formatieplaatsen en uren in formatierekeneenheden

Vervallen

§ 5. Wijze van bekostiging

Artikel B 17. Vergoeding Rijk aan bevoegd gezag van een bijzondere school van kosten voor voertuigen bestemd voor de huisvesting

Het Rijk vergoedt aan het bevoegd gezag van een bijzondere school de kosten van de voorzieningen genoemd in artikel B 14.

Artikel B 18. Bekostiging voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding
1.

Bij ministeriële regeling wordt per school een bedrag per formatieplaats, zoals bedoeld in artikel B 16b, vastgesteld voor de bekostiging van materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding.

2.

Artikel 113, vierde tot en met zesde lid van de wet zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel B 19. Rekening en verantwoording

Vervallen

Artikel B 20. Vaststelling bekostiging en latere wijziging bekostiging
1.

Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 15 april, de bekostigingsbedragen, bedoeld in de artikelen B 16b en B 16g vast. De bedragen hebben betrekking op een schooljaar.

2.

De in het eerste lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen gedurende het schooljaar door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.

Artikel B 20a. Besteding vergoeding personeel
1.

De vergoeding, bedoeld in artikel B 20, eerste lid onderdeel a, wordt besteed aan de kosten van het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget.

2.

De vergoeding, bedoeld in artikel B 20, eerste lid onderdeel b, wordt besteed aan personele uitgaven.

Artikel B 21. Betaalritme

De betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten vindt maandelijks plaats in een bij ministeriële regeling vast te stellen betaalritme dat voor verschillende delen van de bekostiging verschillend kan worden vastgesteld.

§ 6. Beëindiging van de bekostiging

Artikel B 22. Einde bekostiging
1.

De bekostiging wordt beëindigd op 1 augustus indien het aantal leerlingen gedurende 3 achtereenvolgende schooljaren telkens minder heeft bedragen dan 10.

2.

De bekostiging van een bijzondere school wordt niet beëindigd binnen de eerste 5 jaren van bekostiging van de school.

Artikel B 23. Overdracht van gebouwen, terreinen en roerende zaken
1.

Indien gebouwen, terreinen of roerende zaken van scholen, ten behoeve waarvan een vergoeding is genoten, geheel of gedeeltelijk aan hun bestemming worden onttrokken of met toestemming van Onze Minister worden vervreemd, anders dan bedoeld in artikel 56 van de wet, dan wel indien de bekostiging wordt beëindigd, is het bevoegd gezag van een bijzondere school aan het Rijk een bedrag verschuldigd. Het bevoegd gezag kan, buiten het geval van vervreemding, in plaats van betaling van dit bedrag de eigendom van die gebouwen, terreinen of roerende zaken, binnen 4 maanden aan het Rijk overdragen.

2.

Onze Minister stelt na overleg met het bevoegd gezag het bedrag bedoeld in het eerste lid, vast op de grondslag van de waarde van de gebouwen, terreinen of roerende zaken en de door het bevoegd gezag daarvoor ontvangen vergoedingen en uit eigen middelen bestede gelden.

Titel C. Het onderwijs aan varende kinderen

Afdeling 1. Algemeen

Artikel C 1. De school voor varende kinderen
1.

Het onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd door de school voor varende kinderen.

2.

Het bevoegd gezag van de school voor varende kinderen houdt een hoofdvestiging in stand en kan in een of meer andere gemeenten een vestiging in stand houden waar onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd.

Artikel C 2. Doelgroep
1.

Het onderwijs aan varende kinderen is het onderwijs bestemd voor kinderen van 3,5 tot omstreeks 7 jaar die aan boord wonen bij hun ouders, die het schippersbedrijf uitoefenen.

2.

De inspecteur kan toestemming verlenen dat andere kinderen dan bedoeld in het eerste lid, van wie de ouders een trekkend bestaan leiden, tot het onderwijs aan varende kinderen worden toegelaten.

3.

Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op het verzoek om toestemming, bedoeld in het tweede lid.

Artikel C 2a. Onderwijs in allochtone levende talen

Vervallen

Artikel C 3. Inhoud onderwijs
1.

Artikel 9 van de wet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verplichting tot het geven van onderwijs in de Engelse en Friese taal niet bestaat. Het onderwijs aan varende kinderen legt mede de grondslag voor het volgen van aansluitend basisonderwijs.

2.

Het onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd:

3.

Een leerling is gehouden het onderwijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, te volgen indien de afstand tussen de ligplaats van het schip waar de leerling aan boord woont en de school voor varende kinderen of een vestiging van deze school minder bedraagt dan 5 kilometer, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg.

Artikel C 4

Vervallen

Afdeling 2. Personeel

Artikel C 5. Directie, leraren en onderwijsondersteunend personeel

Vervallen

Artikel C 6

Vervallen

Artikel C 7

Vervallen

Artikel C 8

Vervallen

Afdeling 3. Leerlingen

Artikel C 9. Toelatingsleeftijd en duur onderwijs
1.

Een kind kan als leerling tot de school voor varende kinderen worden toegelaten indien het de leeftijd van 3,5 jaar heeft bereikt.

2.

Een leerling verlaat de school voor varende kinderen in elk geval na afloop van het schooljaar waarin deze de leeftijd van 7 jaar heeft bereikt.

Afdeling 4. Bekostiging

Artikel C 9a. Godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs

Vervallen

Artikel C 10

Vervallen

Afdeling 5. Bekostiging

§ 1. Algemeen

Artikel C 11. Vaststelling bekostiging personeel
1.

Aan de school wordt voor de bekostiging van personeelskosten een vast bedrag per school toegekend. Het vaste bedrag per school is het bedrag dat de uitkomst is van de vermenigvuldiging van 4,1899 formatieplaats en een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.

2.

Voor de bekostiging van personeel wordt tevens per leerling een bedrag toegekend welk bedrag de uitkomst is van 0,0545 formatieplaats vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.

3.

Bij de toepassing van het tweede lid wordt uitgegaan van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel C 2, dat op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, aan de school voor varende kinderen is ingeschreven. Het bevoegd gezag van de school voor varende kinderen zendt de telling van het aantal leerlingen voor 15 oktober van het desbetreffende jaar aan Onze Minister.

Artikel C 12

Vervallen

§ 2. Aanvang van de bekostiging

Artikel C 13. Bekostiging van voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding
1.

Het Rijk bekostigt ten behoeve van elk kalenderjaar de uitgaven voor voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding.

2.

De bekostiging van voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding ten behoeve van een kalenderjaar, bestaat uit een vast bedrag, verhoogd met een bedrag voor elke leerling, bedoeld in artikel C 11, derde lid.

3.

De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het kalenderjaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld en het prijsniveau in het daaraan voorafgaande jaar.

§ 3. Voorziening in de huisvesting

Artikel C 14. Verstrekken van gegevens in verband met bekostiging van voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding

Vervallen

Artikel C 14a. Weigeringsgronden
1.

Onze Minister weigert inwilliging van het in artikel C 14, eerste lid, bedoelde verzoek, in voorkomende gevallen na overleg met de desbetreffende gemeente, indien hij van oordeel is dat:

2.

Een voorziening in de huisvesting kan tevens worden geweigerd, indien de voorziening als gevolg van het verwijtbaar nalaten van noodzakelijk onderhoud in een slechte bouwkundige staat verkeert of indien de voorziening nodig is voor herstel van schade die is veroorzaakt door schuld of toedoen van het bevoegd gezag.

3.

Alvorens Onze Minister een besluit neemt dat afwijkt van hetgeen in het verzoek is aangegeven, pleegt hij overleg met het bevoegd gezag.

4.

Artikel C 13, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel C 14b. Onderhoudsplicht; verbod tot vervreemding en bezwaring

Artikel 106 van de wet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor vervreemding of bezwaring toestemming van Onze Minister is vereist.

§ 3A. Materiële instandhouding van een school gehuisvest in een gebouw.

Artikel C 15. Maandelijkse bekostiging

Artikel 13, eerste en derde lid, van het Besluit bekostiging WPO is van overeenkomstige toepassing op de bekostiging van voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding.

Artikel C 15a. Vergoeding materiële instandhouding van een school gehuisvest in een gebouw

De grondslag voor de vergoeding van de in artikel C 15 bedoelde kosten zijn:

§ 4. Voorziening in de huisvesting en materiële instandhouding van een school gehuisvest op een vaartuig

Artikel C 15a.1. Vergoeding huisvesting en materiële instandhouding van een school gehuisvest op een vaartuig
1.

Een school gehuisvest op een vaartuig ontvangt jaarlijks van het Rijk een vergoeding bestemd voor voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding.

2.

De in het eerste lid bedoelde vergoeding voor een kalenderjaar wordt vastgesteld per formatieplaats, berekend overeenkomstig artikel C 15f, waarbij aan de eerste formatiepats f 50 000,– wordt toegekend en aan elke volgende formatieplaats f 30 000,–. Bij de berekening van het aantal formatieplaatsen op grond van de eerste volzin wordt uitgegaan van het rekenkundig afgeronde gemiddelde van de hoogste dagtellingen van het aantal leerlingen van de maand september van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt, tot en met de maand april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt.

3.

De in het tweede lid bedoelde vergoeding wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het kalenderjaar waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld en het prijsniveau in het daaraan voorafgaande jaar.

4.

Artikel C 14b is van overeenkomstige toepassing.

5.

Artikel C 15, tweede lid, onderdelen a en b, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de vaststelling geschiedt op basis van het rekenkundig afgeronde gemiddelde van de hoogste dagtellingen van het aantal leerlingen van de maand september van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt tot en met de maand april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt.

§ 4A. Formatie personeel

Artikel C 15b. Formatie
1.

De formatie voor een school omvat de formatie

De formatie, bedoeld in onderdeel a, is redelijkerwijs voldoende voor het leiden en beheren van de school, voor het geven van onderwijs aan de school en voor de overige werkzaamheden die verband houden met het onderwijs aan de school.

2.

Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag op grond van bijzondere omstandigheden meer formatie toekennen aan een school dan op grond van het eerste lid juncto de artikelen C 15c tot en met C 15m wordt vastgesteld.

Artikel C 15c. Formatiebudget; formatierekeneenheden
1.

De totale omvang van de formatie, bedoeld in artikel C 15b, die voor een school wordt vastgesteld, is het formatiebudget. Indien op grond van artikel C 15j kan worden voorzien in formatie voor speciale doeleinden, maakt deze formatie uitsluitend deel uit van het formatiebudget indien de desbetreffende formatierekeneenheden worden besteed voor die speciale doeleinden. Het formatiebudget wordt in de vorm van formatierekeneenheden aan het bevoegd gezag van een school toegekend.

2.

De omvang van het formatiebudget wordt bepaald door de som van de aantallen formatierekeneenheden zoals voor de school berekend op grond van de artikelen C 15e tot en met C 15m.

Artikel C 15d. Formatie reguliere taken van de school

De formatie voor de vervulling van reguliere taken van de school, bedoeld in artikel C 15b, eerste lid onderdeel a, bestaat uit:

Artikel C 15e. Opbouw normatieve formatie

De normatieve formatie van een school, bedoeld in artikel C 15d onderdeel a, omvat de basisformatie en de formatie voor de schoolleiding.

Artikel C 15f. Berekening basisformatie

De basisformatie wordt berekend op 1 formatieplaats ingeval het aantal leerlingen 16 of minder bedraagt. Tot en met telkens 16 leerlingen boven het aantal van 16 wordt de basisformatie met 1 formatieplaats verhoogd.

Artikel C 15g. Berekening formatie schoolleiding

De formatie voor de schoolleiding wordt uitgedrukt in formatierekeneenheden. De berekening van de formatie vindt plaats aan de hand van onderstaand schema:

Aantal leerlingen Aantal formatierekeneenheden
tot en met 99 54
100 tot en met 199 86
Artikel C 15h. Opslag i.v.m. formatieve fricties

De opslag in verband met rechtspositionele aanspraken van personeel bij vermindering van de formatie bedraagt 12 formatierekeneenheden.

Artikel C 15i. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. arbeidsduurverkorting en i.v.m. toepassing regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen
1.

De aantallen formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel C 15m, worden verhoogd met 8,11% vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting. De uitkomst wordt afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.

2.

Het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel C 15m en verhoogd op grond van het eerste lid, wordt tevens verhoogd met het aantal formatierekeneenheden dat behoort bij het gedeelte van de betrekkingsomvang dat kan worden herbezet in verband met toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, bedoeld in titel 16 van hoofdstuk 1 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC. Het eerste lid, tweede en derde volzin, is van toepassing.

Artikel C 15i.1. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. uitbreiding arbeidsduurverkorting

Vervallen

Artikel C 15i.2. 15i.2 Opslag vanwege herbezetting i.v.m. toepassing regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen

Vervallen

Artikel C 15i.3. Opslag t.b.v. schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor de schooljaren 1993-1994 en 1994-1995

Vervallen

Artikel C 15j. Opbouw formatie speciale doeleinden

De formatie voor speciale doeleinden, bedoeld in artikel C 15b, eerste lid onderdeel b, omvat de formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie.

Artikel C 15k. Berekening formatie onderwijs in eigen taal en cultuur

Vervallen

Artikel C 15k.1. Berekening formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie
1.

De formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie wordt vastgesteld door het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel C 15f, te vermenigvuldigen:

2.

De uitkomst van de berekening op grond van het eerste lid wordt vervolgens afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.

Artikel C 15l. Grondslag berekening aantal leerlingen
1.

Grondslag voor de berekening van het aantal leerlingen, bedoeld in de artikelen C15f en C15g, is het gemiddelde van de hoogste dagtellingen van de maanden september tot en met april van het voorafgaande schooljaar.

2.

Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend, geldt het gemiddeld aantal leerlingen van de hoogste dagtellingen van de maanden september tot en met november volgend op de aanvang van de bekostiging.

Artikel C 15m. Omrekening formatieplaatsen in formatierekeneenheden
1.

Voor de omrekening in formatierekeneenheden wordt het aantal formatieplaatsen vermenigvuldigd met 179.

2.

De berekening, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats op 4 decimalen nauwkeurig. De uitkomst van de som van het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van het eerste lid, wordt afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.

§ 2

Artikel C 16. Vaststelling bekostiging en latere wijziging bekostiging
1.

Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 15 april, de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel C 11 vast. De bedragen hebben betrekking op een schooljaar.

2.

De in het eerste lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.

Artikel C 16a. Verstrekken gegevens vergoeding materiële instandhouding

Artikel 15 van het Bekostigingsbesluit WPO is van overeenkomstige toepassing op de vergoeding voor de huisvesting en de materiële instandhouding van een school, gehuisvest in een gebouw of op een vaartuig.

Artikel C 16b. Maandelijkse vergoeding bij een school gehuisvest in een gebouw of op een vaartuig

Artikel 13, eerste en derde lid, van het Bekostigingsbesluit WPO is van overeenkomstige toepassing op de vergoeding voor de materiële instandhouding van een school, gehuisvest in een gebouw en op de vergoeding voor de huisvesting en de materiële instandhouding van een school, gehuisvest op een vaartuig.

Artikel C 16c. Rekening en verantwoording bij huisvesting op een vaartuig

Vervallen

Artikel C 16d. Voorschotten ten behoeve van scholen gevestigd op vaartuigen

Vervallen

Artikel C 17

Vervallen

Artikel C 18. Besteding bekostiging personeel en overschrijdingsbedragen

Vervallen

Artikel C 18a. Overschrijdingsregeling

De artikelen 140 tot en met 147 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:

Artikel C 18b. Besteding vergoeding personeel en overschrijdingsbedragen
1.

De vergoeding, bedoeld in artikel C 18, eerste lid onderdeel a, wordt besteed aan de kosten van het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget.

2.

De vergoeding, bedoeld in artikel C 18, eerste lid onderdeel b, wordt besteed aan personele uitgaven.

3.

Artikel 150 van de wet is van overeenkomstige toepassing.

§ 6. Beëindiging van de bekostiging

Artikel C 19. Ondersteuning en vergoeding van onderwijs aan andere school voor basisonderwijs

Indien een andere school voor basisonderwijs tijdelijk het onderwijs verzorgt aan een of meer leerlingen die zijn ingeschreven bij de school voor varende kinderen, ontvangt die andere school voor basisonderwijs ondersteuning door de school voor varende kinderen en kan die andere school voor basisonderwijs een vergoeding ontvangen volgens een regeling die het bevoegd gezag van de school voor varende kinderen met het bevoegd gezag van die andere school voor basisonderwijs overeenkomt.

Artikel C 20. Beëindiging bekostiging

De bekostiging van de school voor varende kinderen wordt beëindigd indien het aantal ingeschreven leerlingen in het eerste en derde schooljaar van 3 achtereenvolgende schooljaren telkens minder heeft bedragen dan 50.

Artikel C 21. Overdracht van gebouwen, terreinen en roerende zaken
1.

Indien gebouwen, terreinen of roerende zaken van scholen, ten behoeve waarvan een vergoeding is genoten, geheel of gedeeltelijk aan hun bestemming worden onttrokken of met toestemming van Onze Minister worden vervreemd, anders dan bedoeld in artikel 56 van de wet, dan wel indien de bekostiging wordt beëindigd, is het bevoegd gezag aan het Rijk een bedrag verschuldigd. Het bevoegd gezag kan, buiten het geval van vervreemding, in plaats van betaling van dit bedrag de eigendom van die gebouwen, terreinen of roerende zaken, binnen 4 maanden aan het Rijk overdragen.

2.

Onze Minister stelt na overleg met het bevoegd gezag het bedrag bedoeld in het eerste lid, vast op de grondslag van de waarde van de gebouwen, terreinen of roerende zaken en de door het bevoegd gezag daarvoor ontvangen vergoedingen en uit eigen middelen bestede gelden.

Artikel C 21a. Overdracht van vaartuigen of andere roerende zaken van scholen gehuisvest op een vaartuig
1.

Indien vaartuigen of andere roerende zaken van scholen, ten behoeve waarvan een vergoeding is genoten, geheel of gedeeltelijk aan hun bestemming worden onttrokken of met toestemming van Onze Minister worden vervreemd, anders dan bedoeld in artikel 56 van de wet, dan wel indien de bekostiging wordt beëindigd, is het bevoegd gezag aan het Rijk een bedrag verschuldigd. Indien het andere roerende zaken betreft, kan het bevoegd gezag buiten het geval van vervreemding in plaats van betaling binnen 4 maanden de eigendom van die roerende zaken aan het Rijk overdragen.

2.

Onze Minister stelt na overleg met het bevoegd gezag het bedrag bedoeld in het eerste lid, vast op de grondslag van de waarde van de vaartuigen of andere roerende zaken en de door het bevoegd gezag daarvoor ontvangen vergoedingen en uit eigen middelen bestede gelden.

Titel D

Afdeling 1

Artikel D 1. Doelgroep

Vervallen

Artikel D 2

Vervallen

Artikel D 2a

Vervallen

Artikel D 2b

Vervallen

Afdeling 2

Artikel D 3

Vervallen

Artikel D 4

Vervallen

Artikel D 5

Vervallen

Afdeling 3

Artikel D 6

Vervallen

Afdeling 4

Artikel D 6a

Vervallen

Artikel D 7

Vervallen

Afdeling 5

§ 1

Artikel D 8

Vervallen

Artikel D 9

Vervallen

§ 2

Artikel D 10

Vervallen

§ 3

Artikel D 11

Vervallen

§ 4

Artikel D 12

Vervallen

§ 4A

Artikel D 12a. Formatie

Vervallen

Artikel D 12b. Formatiebudget; formatierekeneenheden

Vervallen

Artikel D 12c. Formatie reguliere taken van de school

Vervallen

Artikel D 12d. Opbouw normatieve formatie

Vervallen

Artikel D 12e. Berekening basisformatie

Vervallen

Artikel D 12f. Berekening formatie vakonderwijs

Vervallen

Artikel D 12g. Berekening formatie schoolleiding

Vervallen

Artikel D 12h. Opslag i.v.m. formatieve fricties

Vervallen

Artikel D 12i. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. arbeidsduurverkorting

Vervallen

Artikel D 12i.1. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. uitbreiding arbeidsduurverkorting

Vervallen

Artikel D 12i.2. 12i.2 Opslag vanwege herbezetting i.v.m. toepassing regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen

Vervallen

Artikel D 12i.3. Opslag t.b.v. schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor de schooljaren 1993-1994 en 1994-1995

Vervallen

Artikel D 12j. Opbouw formatie speciale doeleinden

Vervallen

Artikel D 12k. Berekening formatie onderwijs in eigen taal en cultuur

Vervallen

Artikel D 12k.1. Berekening formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie voor de schooljaren 1994-1995 en 1995-1996

Vervallen

Artikel D 12l. Grondslag berekening aantal leerlingen

Vervallen

Artikel D 12m. Omrekening formatieplaatsen en uren in formatierekeneenheden

Vervallen

§ 4. Materiële instandhouding

Artikel D 13

Vervallen

Artikel D 13a

Vervallen

§ 6

Artikel D 14

Vervallen

Artikel D 15

Vervallen

Artikel D 16

Vervallen

Artikel D 17

Vervallen

Titel E. Afdelingen voor zeer jeugdige kinderen van woonwagenbewoners verbonden aan scholen voor basisonderwijs

Afdeling 1. Onderwijs

Artikel E 1

Vervallen

Artikel E 2

Vervallen

Artikel E 2a

Vervallen

Artikel E 3

Vervallen

Artikel E 4

Vervallen

Afdeling 2. Personeel

Artikel E 5

Vervallen

Artikel E 6

Vervallen

Artikel E 7

Vervallen

Afdeling 3. Leerlingen

Artikel E 8

Vervallen

Afdeling 4. Overige bepalingen

Artikel E 8a

Vervallen

Artikel E 9

Vervallen

Artikel E 10

Vervallen

Afdeling 1

§ 1. Algemeen

Artikel E 11

Vervallen

Artikel E 12

Vervallen

§ 2. Aanvang van de bekostiging

Artikel E 13

Vervallen

§ 3. Voorziening in de huisvesting

Artikel E 14

Vervallen

§ 4. Materiële instandhouding

Artikel E 15

Vervallen

§ 4A. Formatie personeel

Artikel E 15a

Vervallen

Artikel E 15b

Vervallen

Artikel E 15c

Vervallen

Artikel E 15d

Vervallen

Artikel E 15e

Vervallen

Artikel E 15f

Vervallen

Artikel E 15g

Vervallen

Artikel E 15h

Vervallen

Artikel E 15h.1

Vervallen

Artikel E 15i

Vervallen

Artikel E 15j

Vervallen

Artikel E 15k

Vervallen

Artikel E 15l

Vervallen

§ 4A. Formatie personeel

Artikel E 16

Vervallen

Artikel E 16a

Vervallen

§ 6. Beëindiging van de bekostiging

Artikel E 17

Vervallen

Artikel E 18

Vervallen

Artikel E 19

Vervallen

Artikel E 20

Vervallen

Titel F

Afdeling 1

Artikel F 1. Doelgroep

Vervallen

Artikel F 2

Vervallen

Artikel F 2a

Vervallen

Artikel F 2b

Vervallen

Afdeling 2. Personeel

Artikel F 3

Vervallen

Artikel F 4

Vervallen

Artikel F 5

Vervallen

Artikel F 6

Vervallen

Afdeling 4. Overige bepalingen

Artikel F 6a

Vervallen

Artikel F 7

Vervallen

Artikel F 8

Vervallen

Afdeling 5. Bekostiging

§ 1. Algemeen

Artikel F 9

Vervallen

Artikel F 10

Vervallen

§ 2. Aanvang van de bekostiging

Artikel F 11

Vervallen

§ 3. Voorziening in de huisvesting

Artikel F 12

Vervallen

§ 4. Materiële instandhouding

Artikel F 13

Vervallen

§ 4A. Formatie personeel

Artikel F 13a. Formatie

Vervallen

Artikel F 13b. Formatiebudget; formatierekeneenheden

Vervallen

Artikel F 13c. Formatie reguliere taken van de school

Vervallen

Artikel F 13d. Opbouw normatieve formatie

Vervallen

Artikel F 13e. Berekening basisformatie

Vervallen

Artikel F 13f. Berekening formatie vakonderwijs

Vervallen

Artikel F 13g. Berekening formatie schoolleiding

Vervallen

Artikel F 13h. Opslag i.v.m. formatieve fricties

Vervallen

Artikel F 13i. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. arbeidsduurverkorting

Vervallen

Artikel F 13i.1. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. uitbreiding arbeidsduurverkorting

Vervallen

Artikel F 13i.2. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. toepassing regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen

Vervallen

Artikel F 13i.3. Opslag t.b.v. schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor de schooljaren 1993-1994 en 1994-1995

Vervallen

Artikel F 13j. Opbouw formatie speciale doeleinden

Vervallen

Artikel F 13k. Berekening formatie onderwijs in eigen taal en cultuur

Vervallen

Artikel F 13k.1. Berekening formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie voor de schooljaren 1994-1995 en 1995-1996

Vervallen

Artikel F 13l. Grondslag berekening aantal leerlingen

Vervallen

Artikel F 13m. Omrekening formatieplaatsen en uren in formatierekeneenheden

Vervallen

§ 5. Wijze van bekostiging

Artikel F 14

Vervallen

Artikel F 14a

Vervallen

§ 6

Artikel F 15

Vervallen

Artikel F 16

Vervallen

Artikel F 17

Vervallen

Artikel F 18

Vervallen

Titel G. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel G 1. Verplichte formatie schooljaar 1985-1986

De verplichte formatie voor het schooljaar 1985-1986 wordt vastgesteld aan de hand van:

Artikel G 1.a. Berekening formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie voor de schooljaren 1994-1995, 1995-1996 en 1996-1997 voor scholen als bedoeld in titel B

In afwijking van artikel B 16k.1, eerste lid, geldt:

Artikel G 1.b. Berekening formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie voor de schooljaren 1994-1995, 1995-1996 en 1996-1997 voor scholen als bedoeld in titel C

In afwijking van artikel C 15k.1, eerste lid, geldt:

Artikel G 2. Inwerkingtreding

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 185, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs treedt dit besluit in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen datum. Het koninklijk besluit kan er in voorzien dat het besluit terugwerkende kracht heeft tot en met 1 augustus 1985.

Artikel G 3. Citeertitel

Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit trekkende bevolking WPO".

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en de Algemene Rekenkamer.

Afdeling 2. Onderwijs

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel C 10. Besluit bekostiging WPO

De artikelen 6, 7, 8, 9 en 10, vierde lid, van het Besluit bekostiging WPO zijn van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 2. Formatie personeel

Artikel C 12. Formatiebudget

Vervallen

Paragraaf 3. Wijze van bekostiging

Artikel C 17. Overschrijdingsregeling

De artikelen 140 tot en met 147 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

Paragraaf 4. Beëindiging van de bekostiging

Titel D

Afdeling 1

Afdeling 2

Afdeling 3

Afdeling 4

Afdeling 5

§ 1

§ 3

§ 4

§ 4A

§ 5

§ 6

Titel E. Afdelingen voor zeer jeugdige kinderen van woonwagenbewoners verbonden aan scholen voor basisonderwijs

Afdeling 1. Onderwijs

Afdeling 2. Personeel

Afdeling 3. Leerlingen

Afdeling 4. Overige bepalingen

Afdeling 5. Bekostiging

§ 1. Algemeen

§ 2. Aanvang van de bekostiging

§ 3. Voorziening in de huisvesting

§ 4. Materiële instandhouding

§ 4A. Formatie personeel

§ 5. Wijze van bekostiging

§ 6. Beëindiging van de bekostiging

Titel F

Afdeling 1

Afdeling 2. Personeel

Afdeling 4. Overige bepalingen

Afdeling 5. Bekostiging

§ 1. Algemeen

§ 2. Aanvang van de bekostiging

§ 3. Voorziening in de huisvesting

§ 4. Materiële instandhouding

§ 4A. Formatie personeel

§ 5. Wijze van bekostiging

§ 6

Titel G. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en de Algemene Rekenkamer.

Artikel C 16.1. Betaalritme

De betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten vindt maandelijks plaats in een bij ministeriële regeling vast te stellen betaalritme dat voor verschillende delen van de bekostiging verschillend kan worden vastgesteld.

Paragraaf 4. Beëindiging van de bekostiging

Titel D

Afdeling 1

Afdeling 2

Afdeling 3

Afdeling 4

Afdeling 5

§ 1

§ 2

§ 3

§ 4

§ 4A

§ 5

§ 6

Titel E. Afdelingen voor zeer jeugdige kinderen van woonwagenbewoners verbonden aan scholen voor basisonderwijs

Afdeling 1. Onderwijs

Afdeling 2. Personeel

Afdeling 3. Leerlingen

Afdeling 4. Overige bepalingen

Afdeling 5. Bekostiging

§ 1. Algemeen

§ 2. Aanvang van de bekostiging

§ 3. Voorziening in de huisvesting

§ 4A. Formatie personeel

§ 5. Wijze van bekostiging

§ 6. Beëindiging van de bekostiging

Titel F

Afdeling 2. Personeel

Afdeling 4. Overige bepalingen

Afdeling 5. Bekostiging

§ 1. Algemeen

§ 2. Aanvang van de bekostiging

§ 3. Voorziening in de huisvesting

§ 4. Materiële instandhouding

§ 5. Wijze van bekostiging

§ 6

Titel G. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en de Algemene Rekenkamer.

§ 6. Beëindiging van de bekostiging

Titel C. Het onderwijs aan varende kinderen

Afdeling 1. Algemeen

Afdeling 2. Onderwijs

Afdeling 3. Leerlingen

Afdeling 4. Bekostiging

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2. Formatie personeel

Paragraaf 3. Wijze van bekostiging

Artikel A 4. Van overeenkomstige toepassing zijnde bepalingen van de Wet register onderwijsdeelnemers

De artikelen 12 en 20 van de Wet register onderwijsdeelnemers zijn van overeenkomstige toepassing.

Titel B. Rijdende scholen voor kinderen van kermisexploitanten of van circusmedewerkers

Afdeling 1. Algemeen

Afdeling 2. Onderwijs

Afdeling 3. Personeel

Afdeling 4. Leerlingen

Afdeling 5. Overige bepalingen

Afdeling 6. Bekostiging

§ 1. Algemeen

§ 2. Aanvang van de bekostiging

§ 3. Voorziening in de huisvesting

§ 4. Materiële instandhouding

§ 4A. Bekostiging personeel

§ 5. Wijze van bekostiging