Besluit van 13 augustus 1985, houdende voorschriften omtrent de bekostiging van scholen voor kinderen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, drs. G. van Leijenhorst, van 7 juni 1985, nr. 6359/2326, centrale directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Gelet op artikel 115 van de Wet op het basisonderwijs (Stb. 1984, 2);
Gehoord de Onderwijsraad (advies van 10 oktober 1984, nr. O.R. III/99815LO);
De Raad van State gehoord (advies van 23 juli 1985, nr. W05.85.0299/12.5.29);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, drs. G. van Leijenhorst, van 2 augustus 1985, nr. 6640/2326, centrale directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Titel A. Algemeen
Artikel A 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
wet: Wet op het primair onderwijs;
school: een basisschool als bedoeld in de titels B en C van dit besluit, tenzij het tegendeel blijkt;
schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend voor zover in dit besluit niet anders is bepaald.
leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond:
leerling:
- a. die behoort tot de Molukse bevolkingsgroep,
- b. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Griekenland, Italië, het voormalige Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije,
- c. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Suriname of een van de Caribische delen van het Koninkrijk,
- d. van wie ten minste een van de ouders of voogden als vreemdeling rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder c of d, van de Vreemdelingenwet 2000,
- e. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, echter met uitzondering van Indonesië;
Artikel A 2. Afwijking van bepalingen en van overeenkomstige toepassing zijnde bepalingen van de WPO
Artikel 4 van de wet is niet van toepassing op een school als bedoeld in dit besluit. Artikel 2 van de wet is niet van toepassing op de school, bedoeld in titel C van dit besluit.
De artikelen 8, 10 tot en met 16, behoudens de in artikel 13 bedoelde algemene maatregel van bestuur, 29 tot en met 37, 38a, 40, eerste, tweede en negende tot en met elfde lid, 44b, 41, 42, 44, 45a, 50 tot en met 64, 66, 67, 123, tweede lid, 126 tot en met 131, 138, 163a, 164, 171 tot en met 176j, 177, 178, 178a, 178e, 182 tot en met 184a, 186 en 187 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing. Voorts zijn het Kaderbesluit rechtspositie PO en het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO van overeenkomstige toepassing.
Artikel A 3. Van overeenkomstige toepassing zijnde bepaling van het Besluit bekostiging WPO
Artikel 3a, zesde lid, van het Besluit bekostiging WPO is van overeenkomstige toepassing.
Titel B. Rijdende scholen voor kinderen van kermisexploitanten of van circusmedewerkers
Afdeling 1. Algemeen
Artikel B 1. Standplaats scholen
Het onderwijs aan kinderen van wie de ouders in het kermisbedrijf, onderscheidenlijk het circusbedrijf werkzaam zijn, wordt gegeven in daartoe ingerichte voertuigen die in het kermisseizoen of circusseizoen standplaats kiezen bij daarvoor in aanmerking komende kermissen of circussen.
Gedurende de maanden november tot en met februari nemen de scholen een vaste standplaats in die wordt bepaald door het bevoegd gezag in overeenstemming met de inspecteur. Indien de inspecteur bedenkingen heeft tegen de standplaats en het bevoegd gezag weigert daaraan tegemoet te komen, besluit Onze Minister.
Afdeling 2. Onderwijs
Artikel B 2. Doelgroep
Het onderwijs aan kinderen van wie de ouders in het kermisbedrijf, onderscheidenlijk het circusbedrijf werkzaam zijn, wordt gegeven in scholen die bestemd zijn voor kinderen vanaf de leeftijd van 4 tot omstreeks 12 jaar. Het legt mede de grondslag voor het volgen van aansluitend basisonderwijs, onderscheidenlijk aansluitend voortgezet onderwijs.
Artikel B 3. Inhoud onderwijs
Artikel 9 , eerste tot en met derde lid, vijfde en zesde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel B 3a
Vervallen.
Artikel B 4
Vervallen.
Artikel B 5. Reisplan
Elk jaar in de maanden maart en mei zendt het bevoegd gezag van een bijzondere school aan de inspecteur een gedeelte van een reisplan, waarin is vermeld bij welke kermissen of circussen elke van dat bevoegd gezag uitgaande school gedurende de eerstkomende periode standplaats zal kiezen. Het reisplan bestaat uit twee gedeelten welke gezamenlijk het kermisseizoen dan wel het circusseizoen omvatten.
Indien van het reisplan wordt afgeweken, wordt de inspecteur daarvan tevoren in kennis gesteld.
Indien de inspecteur tegen het reisplan of tegen een voorgenomen afwijking daarvan bedenkingen heeft en het bevoegd gezag weigert daaraan tegemoet te komen, besluit Onze Minister.
Afdeling 3. Personeel
Artikel B 6
Vervallen
Artikel B 7. Directie, leraren en onderwijsondersteunend personeel
Vervallen
Artikel B 8
Vervallen
Artikel B 9
Vervallen
Afdeling 4. Leerlingen
Artikel B 10. Toelatingsleeftijd, duur onderwijs
Om als leerling tot een school voor kinderen als bedoeld in artikel B 2 te worden toegelaten, moet het kind de leeftijd van 4 jaar hebben bereikt.
De leerlingen verlaten de school, bedoeld in het eerste lid, in elk geval na afloop van het schooljaar waarin zij de leeftijd van 14 jaar hebben bereikt.
Afdeling 5. Overige bepalingen
Artikel B 10a. Godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs
Vervallen
Artikel B 11
Vervallen
Afdeling 6. Bekostiging
§ 1. Algemeen
Artikel B 12. Bekostigingsbesluit WPO
De artikelen 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8, 9, 34a, 34b en 34c van het Besluit bekostiging WPO zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat ten aanzien van artikel 7, eerste lid, onder b, de bepaling inzake de termijn van 6 maanden buiten toepassing blijft.
§ 2. Aanvang van de bekostiging
Artikel B 13. Verzoek om bekostiging
Het bevoegd gezag van een bijzondere school kan Onze Minister verzoeken de school voor bekostiging in aanmerking te brengen.
Het verzoek gaat vergezeld van een opgave van het verwachte aantal leerlingen en de voorgestelde datum van aanvang van de bekostiging. Voorts vermeldt het bevoegd gezag naam en adres van het bevoegd gezag en de richting van de school.
Onze Minister willigt het verzoek in elk geval in, indien op grond van de bij het verzoek overgelegde gegevens aannemelijk is dat de school zal worden bezocht door ten minste 20 leerlingen.
Onze Minister besluit binnen 3 maanden na ontvangst van het verzoek. Indien Onze Minister niet binnen 3 maanden heeft besloten, is het verzoek ingewilligd.
§ 3. Voorziening in de huisvesting
Artikel B 14. Voertuigen bestemd voor de huisvesting
Het bevoegd gezag van een bijzondere school dat een voertuig bestemd voor de huisvesting wenst met inbegrip van ingrijpende voorzieningen aan een dergelijk voertuig, dient een daartoe strekkend verzoek in bij Onze Minister. Het bevoegd gezag vermeldt de reden en de omvang van de voorziening.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien het bevoegd gezag een andere voorziening wenst die niet het gewoon onderhoud betreft, alsmede indien het bevoegd gezag een aanschaffing wenst te doen waarmee bij de eerste inrichting van de school geen rekening was gehouden.
Onze Minister weigert inwilliging van het verzoek, indien hij van oordeel is dat:
- a. op andere wijze dan is gevraagd redelijkerwijs in de behoefte aan huisvesting van de school kan worden voorzien;
- b. de voorgenomen voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van de te verwachten ontwikkeling van het aantal leerlingen;
- c. de voorgenomen voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van onderwijskundige ontwikkelingen;
- d. de voorgenomen voorziening op grond van de hem ten dienste staande gegevens niet noodzakelijk is.
Alvorens Onze Minister een besluit neemt die afwijkt van hetgeen in het verzoek is aangegeven, pleegt hij overleg met het bevoegd gezag.
Artikel B 13, vierde lid, van dit besluit is van overeenkomstige toepassing.
Artikel B 15. Onderhoudsplicht
Vervallen
§ 4. Materiële instandhouding
Artikel B 16. Onderscheiding kosten materiële instandhouding
De kosten van materiële instandhouding die voor vergoeding uit 's Rijks kas in aanmerking kunnen komen, zijn:
- a. onderhoud,
- b. energie- en waterverbruik,
- c. publiekrechtelijke heffingen,
- d. middelen,
- e. administratie, beheer en bestuur,
- f. de kosten voor verplaatsing en inneming van standplaats,
- g. de kosten voor noodzakelijk vervoer van leerlingen ten behoeve van het schoolbezoek, en
- h. de reiskosten en andere noodzakelijke kosten verbonden aan het ononderbroken meerdaagse verblijf van het voor rekening van het Rijk komende personeel.
§ 4A. Bekostiging personeel
Artikel B 16a. Bekostiging
De bekostiging voor een school omvat de bekostiging
- a. voor de vervulling van reguliere taken van de school, en
- b. voor speciale doeleinden.
De bekostiging, bedoeld in onderdeel a, is redelijkerwijs voldoende voor het leiden en beheren van de school, voor het geven van onderwijs aan de school en voor de overige werkzaamheden die verband houden met het onderwijs aan de school.
Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag op grond van bijzondere omstandigheden meer bekostiging toekennen aan een school dan op grond van het eerste lid juncto de artikelen B 16b tot en met B 16l wordt vastgesteld.
Artikel B 16b. Vaststelling bekostiging personeel
Voor de bekostiging van personeel wordt per school een bedrag toegekend welk bedrag de uitkomst is van 3,4304 formatieplaats vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.
Artikel B 16c. Verstrekken gegevens aan Minister
Voor 15 oktober zendt het bevoegd gezag een opgave van het aantal leerlingen dat op 1 oktober op de school staat ingeschreven.
Artikel B 16d. Opbouw normatieve formatie
Vervallen
Artikel B 16e. Berekening basisformatie
Vervallen
Artikel B 16f. Berekening formatie vakonderwijs
Vervallen
Artikel B 16g. Aanvullende bekostiging voor de schoolleiding
De aanvullende bekostiging voor de schoolleiding bedraagt een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.
Artikel B 16h. Opslag i.v.m. formatieve fricties
Vervallen
Artikel B 16i. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. arbeidsduurverkorting
Vervallen
Artikel B 16i.1. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. uitbreiding arbeidsduurverkorting
Vervallen
Artikel B 16i.2. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. toepassing regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen
Vervallen
Artikel B 16i.3. Opslag t.b.v. schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor de schooljaren 1993-1994 en 1994-1995
Vervallen
Artikel B 16j. Opbouw formatie speciale doeleinden
Vervallen
Artikel B 16k. Berekening formatie onderwijs in eigen taal en cultuur
Vervallen
Artikel B 16k.1. Berekening formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie
Vervallen
Artikel B 16l. Budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid
Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid is een bij ministeriële regeling vast te stellen vast bedrag per school.
Artikel B 16m. Omrekening formatieplaatsen en uren in formatierekeneenheden
Vervallen
§ 5. Wijze van bekostiging
Artikel B 17. Vergoeding Rijk aan bevoegd gezag van een bijzondere school van kosten voor voertuigen bestemd voor de huisvesting
Het Rijk vergoedt aan het bevoegd gezag van een bijzondere school de kosten van de voorzieningen genoemd in artikel B 14.
Artikel B 18. Bekostiging voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding
Bij ministeriële regeling wordt per school een bedrag per formatieplaats, zoals bedoeld in artikel B 16b, vastgesteld voor de bekostiging van materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding.
Artikel 113, vierde tot en met zesde lid van de wet zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel B 19. Rekening en verantwoording
Vervallen
Artikel B 20. Vaststelling bekostiging en latere wijziging bekostiging
Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 15 april, de bekostigingsbedragen, bedoeld in de artikelen B 16b en B 16g vast. De bedragen hebben betrekking op een schooljaar.
De in het eerste lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen gedurende het schooljaar door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
Artikel B 20a. Besteding vergoeding personeel
De vergoeding, bedoeld in artikel B 20, eerste lid onderdeel a, wordt besteed aan de kosten van het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget.
De vergoeding, bedoeld in artikel B 20, eerste lid onderdeel b, wordt besteed aan personele uitgaven.
Artikel B 21. Betaalritme
De betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten vindt maandelijks plaats in een bij ministeriële regeling vast te stellen betaalritme dat voor verschillende delen van de bekostiging verschillend kan worden vastgesteld.
§ 6. Beëindiging van de bekostiging
Artikel B 22. Einde bekostiging
De bekostiging wordt beëindigd op 1 augustus indien het aantal leerlingen gedurende 3 achtereenvolgende schooljaren telkens minder heeft bedragen dan 10.
De bekostiging van een bijzondere school wordt niet beëindigd binnen de eerste 5 jaren van bekostiging van de school.
Artikel B 23. Overdracht van gebouwen, terreinen en roerende zaken
Indien gebouwen, terreinen of roerende zaken van scholen, ten behoeve waarvan een vergoeding is genoten, geheel of gedeeltelijk aan hun bestemming worden onttrokken of met toestemming van Onze Minister worden vervreemd, anders dan bedoeld in artikel 56 van de wet, dan wel indien de bekostiging wordt beëindigd, is het bevoegd gezag van een bijzondere school aan het Rijk een bedrag verschuldigd. Het bevoegd gezag kan, buiten het geval van vervreemding, in plaats van betaling van dit bedrag de eigendom van die gebouwen, terreinen of roerende zaken, binnen 4 maanden aan het Rijk overdragen.
Onze Minister stelt na overleg met het bevoegd gezag het bedrag bedoeld in het eerste lid, vast op de grondslag van de waarde van de gebouwen, terreinen of roerende zaken en de door het bevoegd gezag daarvoor ontvangen vergoedingen en uit eigen middelen bestede gelden.
Titel C. Het onderwijs aan varende kinderen
Afdeling 1. Algemeen
Artikel C 1. De school voor varende kinderen
Het onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd door de school voor varende kinderen.
Het bevoegd gezag van de school voor varende kinderen houdt een hoofdvestiging in stand en kan in een of meer andere gemeenten een vestiging in stand houden waar onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd.
Artikel C 2. Doelgroep
Het onderwijs aan varende kinderen is het onderwijs bestemd voor kinderen van 3,5 tot omstreeks 7 jaar die aan boord wonen bij hun ouders, die het schippersbedrijf uitoefenen.
De inspecteur kan toestemming verlenen dat andere kinderen dan bedoeld in het eerste lid, van wie de ouders een trekkend bestaan leiden, tot het onderwijs aan varende kinderen worden toegelaten.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op het verzoek om toestemming, bedoeld in het tweede lid.
Artikel C 2a. Onderwijs in allochtone levende talen
Vervallen
Artikel C 3. Inhoud onderwijs
Artikel 9 van de wet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verplichting tot het geven van onderwijs in de Engelse en Friese taal niet bestaat. Het onderwijs aan varende kinderen legt mede de grondslag voor het volgen van aansluitend basisonderwijs.
Het onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd:
- a. in onderwijsruimten op plaatsen waar de school voor varende kinderen of een vestiging van deze school in stand wordt gehouden;
- b. aan boord, door middel van:
-
- e boordbezoek,
-
- e afstandsonderwijs door middel van vormen van telecommunicatie, dan wel
-
- e speelwerkpakketten
Een leerling is gehouden het onderwijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, te volgen indien de afstand tussen de ligplaats van het schip waar de leerling aan boord woont en de school voor varende kinderen of een vestiging van deze school minder bedraagt dan 5 kilometer, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg.
Artikel C 4
Vervallen
Afdeling 2. Personeel
Artikel C 5. Directie, leraren en onderwijsondersteunend personeel
Vervallen
Artikel C 6
Vervallen
Artikel C 7
Vervallen
Artikel C 8
Vervallen
Afdeling 3. Leerlingen
Artikel C 9. Toelatingsleeftijd en duur onderwijs
Een kind kan als leerling tot de school voor varende kinderen worden toegelaten indien het de leeftijd van 3,5 jaar heeft bereikt.
Een leerling verlaat de school voor varende kinderen in elk geval na afloop van het schooljaar waarin deze de leeftijd van 7 jaar heeft bereikt.
Afdeling 4. Bekostiging
Artikel C 9a. Godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs
Vervallen
Artikel C 10
Vervallen
Afdeling 5. Bekostiging
§ 1. Algemeen
Artikel C 11. Vaststelling bekostiging personeel
Aan de school wordt voor de bekostiging van personeelskosten een vast bedrag per school toegekend. Het vaste bedrag per school is het bedrag dat de uitkomst is van de vermenigvuldiging van 4,1899 formatieplaats en een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.
Voor de bekostiging van personeel wordt tevens per leerling een bedrag toegekend welk bedrag de uitkomst is van 0,0545 formatieplaats vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.
Bij de toepassing van het tweede lid wordt uitgegaan van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel C 2, dat op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, aan de school voor varende kinderen is ingeschreven. Het bevoegd gezag van de school voor varende kinderen zendt de telling van het aantal leerlingen voor 15 oktober van het desbetreffende jaar aan Onze Minister.
Artikel C 12
Vervallen
§ 2. Aanvang van de bekostiging
Artikel C 13. Bekostiging van voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding
Het Rijk bekostigt ten behoeve van elk kalenderjaar de uitgaven voor voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding.
De bekostiging van voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding ten behoeve van een kalenderjaar, bestaat uit een vast bedrag, verhoogd met een bedrag voor elke leerling, bedoeld in artikel C 11, derde lid.
De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het kalenderjaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld en het prijsniveau in het daaraan voorafgaande jaar.
§ 3. Voorziening in de huisvesting
Artikel C 14. Verstrekken van gegevens in verband met bekostiging van voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding
Vervallen
Artikel C 14a. Weigeringsgronden
Onze Minister weigert inwilliging van het in artikel C 14, eerste lid, bedoelde verzoek, in voorkomende gevallen na overleg met de desbetreffende gemeente, indien hij van oordeel is dat:
- a. de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van artikel 92 van de wet,
- b. de gewenste voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van de aard en de omvang van de voorzieningen waarover de school reeds beschikt, voor zover deze uit de openbare kas zijn bekostigd,
- c. de gewenste voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van de te verwachten ontwikkeling van het aantal leerlingen of onderwijskundige ontwikkelingen,
- d. op andere wijze dan is gevraagd redelijkerwijs in de behoefte aan huisvesting van de school kan worden voorzien, of
- e. de gewenste voorziening op grond van de hem ten dienste staande gegevens niet noodzakelijk is.
Een voorziening in de huisvesting kan tevens worden geweigerd, indien de voorziening als gevolg van het verwijtbaar nalaten van noodzakelijk onderhoud in een slechte bouwkundige staat verkeert of indien de voorziening nodig is voor herstel van schade die is veroorzaakt door schuld of toedoen van het bevoegd gezag.
Alvorens Onze Minister een besluit neemt dat afwijkt van hetgeen in het verzoek is aangegeven, pleegt hij overleg met het bevoegd gezag.
Artikel C 13, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel C 14b. Onderhoudsplicht; verbod tot vervreemding en bezwaring
Artikel 106 van de wet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor vervreemding of bezwaring toestemming van Onze Minister is vereist.
§ 3A. Materiële instandhouding van een school gehuisvest in een gebouw.
Artikel C 15. Maandelijkse bekostiging
Artikel 13, eerste en derde lid, van het Besluit bekostiging WPO is van overeenkomstige toepassing op de bekostiging van voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding.
Artikel C 15a. Vergoeding materiële instandhouding van een school gehuisvest in een gebouw
De grondslag voor de vergoeding van de in artikel C 15 bedoelde kosten zijn:
- a. het normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen leerlingen dat gelijk wordt gesteld aan het aantal formatieplaatsen berekend overeenkomstig artikel C 15f, met dien verstande dat wordt gerekend met het aantal leerlingen bepaald overeenkomstig onderdeel b, en
- b. het rekenkundig afgeronde gemiddelde van de hoogste dagtellingen van het aantal leerlingen van de maand september van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt tot en metde maand april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt.
§ 4. Voorziening in de huisvesting en materiële instandhouding van een school gehuisvest op een vaartuig
Artikel C 15a.1. Vergoeding huisvesting en materiële instandhouding van een school gehuisvest op een vaartuig
Een school gehuisvest op een vaartuig ontvangt jaarlijks van het Rijk een vergoeding bestemd voor voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding.
De in het eerste lid bedoelde vergoeding voor een kalenderjaar wordt vastgesteld per formatieplaats, berekend overeenkomstig artikel C 15f, waarbij aan de eerste formatiepats f 50 000,– wordt toegekend en aan elke volgende formatieplaats f 30 000,–. Bij de berekening van het aantal formatieplaatsen op grond van de eerste volzin wordt uitgegaan van het rekenkundig afgeronde gemiddelde van de hoogste dagtellingen van het aantal leerlingen van de maand september van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt, tot en met de maand april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt.
De in het tweede lid bedoelde vergoeding wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het kalenderjaar waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld en het prijsniveau in het daaraan voorafgaande jaar.
Artikel C 14b is van overeenkomstige toepassing.
Artikel C 15, tweede lid, onderdelen a en b, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de vaststelling geschiedt op basis van het rekenkundig afgeronde gemiddelde van de hoogste dagtellingen van het aantal leerlingen van de maand september van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt tot en met de maand april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt.
§ 4A. Formatie personeel
Artikel C 15b. Formatie
De formatie voor een school omvat de formatie
- a. voor de vervulling van de reguliere taken van de school, en
- b. voor speciale doeleinden.
De formatie, bedoeld in onderdeel a, is redelijkerwijs voldoende voor het leiden en beheren van de school, voor het geven van onderwijs aan de school en voor de overige werkzaamheden die verband houden met het onderwijs aan de school.
Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag op grond van bijzondere omstandigheden meer formatie toekennen aan een school dan op grond van het eerste lid juncto de artikelen C 15c tot en met C 15m wordt vastgesteld.
Artikel C 15c. Formatiebudget; formatierekeneenheden
De totale omvang van de formatie, bedoeld in artikel C 15b, die voor een school wordt vastgesteld, is het formatiebudget. Indien op grond van artikel C 15j kan worden voorzien in formatie voor speciale doeleinden, maakt deze formatie uitsluitend deel uit van het formatiebudget indien de desbetreffende formatierekeneenheden worden besteed voor die speciale doeleinden. Het formatiebudget wordt in de vorm van formatierekeneenheden aan het bevoegd gezag van een school toegekend.
De omvang van het formatiebudget wordt bepaald door de som van de aantallen formatierekeneenheden zoals voor de school berekend op grond van de artikelen C 15e tot en met C 15m.
Artikel C 15d. Formatie reguliere taken van de school
De formatie voor de vervulling van reguliere taken van de school, bedoeld in artikel C 15b, eerste lid onderdeel a, bestaat uit:
- a. de normatieve formatie,
- b. een opslag in verband met formatieve fricties,
- c. een opslag vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting,
- d. een opslag vanwege herbezetting in verband met toepassing regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, en
- e. een opslag ten behoeve van schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor de schooljaren 1993-1994 en 1994-1995.
Artikel C 15e. Opbouw normatieve formatie
De normatieve formatie van een school, bedoeld in artikel C 15d onderdeel a, omvat de basisformatie en de formatie voor de schoolleiding.
Artikel C 15f. Berekening basisformatie
De basisformatie wordt berekend op 1 formatieplaats ingeval het aantal leerlingen 16 of minder bedraagt. Tot en met telkens 16 leerlingen boven het aantal van 16 wordt de basisformatie met 1 formatieplaats verhoogd.
Artikel C 15g. Berekening formatie schoolleiding
De formatie voor de schoolleiding wordt uitgedrukt in formatierekeneenheden. De berekening van de formatie vindt plaats aan de hand van onderstaand schema:
| Aantal leerlingen | Aantal formatierekeneenheden |
|---|---|
| tot en met 99 | 54 |
| 100 tot en met 199 | 86 |
Artikel C 15h. Opslag i.v.m. formatieve fricties
De opslag in verband met rechtspositionele aanspraken van personeel bij vermindering van de formatie bedraagt 12 formatierekeneenheden.
Artikel C 15i. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. arbeidsduurverkorting en i.v.m. toepassing regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen
De aantallen formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel C 15m, worden verhoogd met 8,11% vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting. De uitkomst wordt afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
Het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel C 15m en verhoogd op grond van het eerste lid, wordt tevens verhoogd met het aantal formatierekeneenheden dat behoort bij het gedeelte van de betrekkingsomvang dat kan worden herbezet in verband met toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, bedoeld in titel 16 van hoofdstuk 1 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC. Het eerste lid, tweede en derde volzin, is van toepassing.
Artikel C 15i.1. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. uitbreiding arbeidsduurverkorting
Vervallen
Artikel C 15i.2. 15i.2 Opslag vanwege herbezetting i.v.m. toepassing regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen
Vervallen
Artikel C 15i.3. Opslag t.b.v. schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor de schooljaren 1993-1994 en 1994-1995
Vervallen
Artikel C 15j. Opbouw formatie speciale doeleinden
De formatie voor speciale doeleinden, bedoeld in artikel C 15b, eerste lid onderdeel b, omvat de formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie.
Artikel C 15k. Berekening formatie onderwijs in eigen taal en cultuur
Vervallen
Artikel C 15k.1. Berekening formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie
De formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie wordt vastgesteld door het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel C 15f, te vermenigvuldigen:
- a. met 2,7% indien het aantal formatieplaatsen op de school, berekend op grond van artikel C 15f, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar kleiner is dan 7,4; of
- b. met 5,0% indien het aantal formatieplaatsen op de school, berekend op grond van artikel C 15f, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar gelijk is aan of groter is dan 7,4.
De uitkomst van de berekening op grond van het eerste lid wordt vervolgens afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
Artikel C 15l. Grondslag berekening aantal leerlingen
Grondslag voor de berekening van het aantal leerlingen, bedoeld in de artikelen C15f en C15g, is het gemiddelde van de hoogste dagtellingen van de maanden september tot en met april van het voorafgaande schooljaar.
Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend, geldt het gemiddeld aantal leerlingen van de hoogste dagtellingen van de maanden september tot en met november volgend op de aanvang van de bekostiging.
Artikel C 15m. Omrekening formatieplaatsen in formatierekeneenheden
Voor de omrekening in formatierekeneenheden wordt het aantal formatieplaatsen vermenigvuldigd met 179.
De berekening, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats op 4 decimalen nauwkeurig. De uitkomst van de som van het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van het eerste lid, wordt afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
§ 2
Artikel C 16. Vaststelling bekostiging en latere wijziging bekostiging
Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 15 april, de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel C 11 vast. De bedragen hebben betrekking op een schooljaar.
De in het eerste lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
Artikel C 16a. Verstrekken gegevens vergoeding materiële instandhouding
Artikel 15 van het Bekostigingsbesluit WPO is van overeenkomstige toepassing op de vergoeding voor de huisvesting en de materiële instandhouding van een school, gehuisvest in een gebouw of op een vaartuig.
Artikel C 16b. Maandelijkse vergoeding bij een school gehuisvest in een gebouw of op een vaartuig
Artikel 13, eerste en derde lid, van het Bekostigingsbesluit WPO is van overeenkomstige toepassing op de vergoeding voor de materiële instandhouding van een school, gehuisvest in een gebouw en op de vergoeding voor de huisvesting en de materiële instandhouding van een school, gehuisvest op een vaartuig.
Artikel C 16c. Rekening en verantwoording bij huisvesting op een vaartuig
Vervallen
Artikel C 16d. Voorschotten ten behoeve van scholen gevestigd op vaartuigen
Vervallen
Artikel C 17
Vervallen
Artikel C 18. Besteding bekostiging personeel en overschrijdingsbedragen
Vervallen
Artikel C 18a. Overschrijdingsregeling
De artikelen 140 tot en met 147 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
- a. in artikel 144, eerste lid onderdeel d 1° van de wet “artikel 137, derde lid" wordt gelezen als artikel C18, eerste lid, onderdeel a van het Besluit trekkende bevolking WPO, en
- b. in artikel 144, eerste lid onderdeel d 2° van de wet "artikel 104, eerste lid onder b" wordt gelezen als artikel C18, eerste lid, onderdeel b van het Besluit trekkende bevolking WPO.
Artikel C 18b. Besteding vergoeding personeel en overschrijdingsbedragen
De vergoeding, bedoeld in artikel C 18, eerste lid onderdeel a, wordt besteed aan de kosten van het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget.
De vergoeding, bedoeld in artikel C 18, eerste lid onderdeel b, wordt besteed aan personele uitgaven.
Artikel 150 van de wet is van overeenkomstige toepassing.
§ 6. Beëindiging van de bekostiging
Artikel C 19. Ondersteuning en vergoeding van onderwijs aan andere school voor basisonderwijs
Indien een andere school voor basisonderwijs tijdelijk het onderwijs verzorgt aan een of meer leerlingen die zijn ingeschreven bij de school voor varende kinderen, ontvangt die andere school voor basisonderwijs ondersteuning door de school voor varende kinderen en kan die andere school voor basisonderwijs een vergoeding ontvangen volgens een regeling die het bevoegd gezag van de school voor varende kinderen met het bevoegd gezag van die andere school voor basisonderwijs overeenkomt.
Artikel C 20. Beëindiging bekostiging
De bekostiging van de school voor varende kinderen wordt beëindigd indien het aantal ingeschreven leerlingen in het eerste en derde schooljaar van 3 achtereenvolgende schooljaren telkens minder heeft bedragen dan 50.
Artikel C 21. Overdracht van gebouwen, terreinen en roerende zaken
Indien gebouwen, terreinen of roerende zaken van scholen, ten behoeve waarvan een vergoeding is genoten, geheel of gedeeltelijk aan hun bestemming worden onttrokken of met toestemming van Onze Minister worden vervreemd, anders dan bedoeld in artikel 56 van de wet, dan wel indien de bekostiging wordt beëindigd, is het bevoegd gezag aan het Rijk een bedrag verschuldigd. Het bevoegd gezag kan, buiten het geval van vervreemding, in plaats van betaling van dit bedrag de eigendom van die gebouwen, terreinen of roerende zaken, binnen 4 maanden aan het Rijk overdragen.
Onze Minister stelt na overleg met het bevoegd gezag het bedrag bedoeld in het eerste lid, vast op de grondslag van de waarde van de gebouwen, terreinen of roerende zaken en de door het bevoegd gezag daarvoor ontvangen vergoedingen en uit eigen middelen bestede gelden.
Artikel C 21a. Overdracht van vaartuigen of andere roerende zaken van scholen gehuisvest op een vaartuig
Indien vaartuigen of andere roerende zaken van scholen, ten behoeve waarvan een vergoeding is genoten, geheel of gedeeltelijk aan hun bestemming worden onttrokken of met toestemming van Onze Minister worden vervreemd, anders dan bedoeld in artikel 56 van de wet, dan wel indien de bekostiging wordt beëindigd, is het bevoegd gezag aan het Rijk een bedrag verschuldigd. Indien het andere roerende zaken betreft, kan het bevoegd gezag buiten het geval van vervreemding in plaats van betaling binnen 4 maanden de eigendom van die roerende zaken aan het Rijk overdragen.
Onze Minister stelt na overleg met het bevoegd gezag het bedrag bedoeld in het eerste lid, vast op de grondslag van de waarde van de vaartuigen of andere roerende zaken en de door het bevoegd gezag daarvoor ontvangen vergoedingen en uit eigen middelen bestede gelden.
Titel D
Afdeling 1
Artikel D 1. Doelgroep
Vervallen
Artikel D 2
Vervallen
Artikel D 2a
Vervallen
Artikel D 2b
Vervallen
Afdeling 2
Artikel D 3
Vervallen
Artikel D 4
Vervallen
Artikel D 5
Vervallen
Afdeling 3
Artikel D 6
Vervallen
Afdeling 4
Artikel D 6a
Vervallen
Artikel D 7
Vervallen
Afdeling 5
§ 1
Artikel D 8
Vervallen
Artikel D 9
Vervallen
§ 2
Artikel D 10
Vervallen
§ 3
Artikel D 11
Vervallen
§ 4
Artikel D 12
Vervallen
§ 4A
Artikel D 12a. Formatie
Vervallen
Artikel D 12b. Formatiebudget; formatierekeneenheden
Vervallen
Artikel D 12c. Formatie reguliere taken van de school
Vervallen
Artikel D 12d. Opbouw normatieve formatie
Vervallen
Artikel D 12e. Berekening basisformatie
Vervallen
Artikel D 12f. Berekening formatie vakonderwijs
Vervallen
Artikel D 12g. Berekening formatie schoolleiding
Vervallen
Artikel D 12h. Opslag i.v.m. formatieve fricties
Vervallen
Artikel D 12i. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. arbeidsduurverkorting
Vervallen
Artikel D 12i.1. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. uitbreiding arbeidsduurverkorting
Vervallen
Artikel D 12i.2. 12i.2 Opslag vanwege herbezetting i.v.m. toepassing regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen
Vervallen
Artikel D 12i.3. Opslag t.b.v. schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor de schooljaren 1993-1994 en 1994-1995
Vervallen
Artikel D 12j. Opbouw formatie speciale doeleinden
Vervallen
Artikel D 12k. Berekening formatie onderwijs in eigen taal en cultuur
Vervallen
Artikel D 12k.1. Berekening formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie voor de schooljaren 1994-1995 en 1995-1996
Vervallen
Artikel D 12l. Grondslag berekening aantal leerlingen
Vervallen
Artikel D 12m. Omrekening formatieplaatsen en uren in formatierekeneenheden
Vervallen
§ 4. Materiële instandhouding
Artikel D 13
Vervallen
Artikel D 13a
Vervallen
§ 6
Artikel D 14
Vervallen
Artikel D 15
Vervallen
Artikel D 16
Vervallen
Artikel D 17
Vervallen
Titel E. Afdelingen voor zeer jeugdige kinderen van woonwagenbewoners verbonden aan scholen voor basisonderwijs
Afdeling 1. Onderwijs
Artikel E 1
Vervallen
Artikel E 2
Vervallen
Artikel E 2a
Vervallen
Artikel E 3
Vervallen
Artikel E 4
Vervallen
Afdeling 2. Personeel
Artikel E 5
Vervallen
Artikel E 6
Vervallen
Artikel E 7
Vervallen
Afdeling 3. Leerlingen
Artikel E 8
Vervallen
Afdeling 4. Overige bepalingen
Artikel E 8a
Vervallen
Artikel E 9
Vervallen
Artikel E 10
Vervallen
Afdeling 1
§ 1. Algemeen
Artikel E 11
Vervallen
Artikel E 12
Vervallen
§ 2. Aanvang van de bekostiging
Artikel E 13
Vervallen
§ 3. Voorziening in de huisvesting
Artikel E 14
Vervallen
§ 4. Materiële instandhouding
Artikel E 15
Vervallen
§ 4A. Formatie personeel
Artikel E 15a
Vervallen
Artikel E 15b
Vervallen
Artikel E 15c
Vervallen
Artikel E 15d
Vervallen
Artikel E 15e
Vervallen
Artikel E 15f
Vervallen
Artikel E 15g
Vervallen
Artikel E 15h
Vervallen
Artikel E 15h.1
Vervallen
Artikel E 15i
Vervallen
Artikel E 15j
Vervallen
Artikel E 15k
Vervallen
Artikel E 15l
Vervallen
§ 4A. Formatie personeel
Artikel E 16
Vervallen
Artikel E 16a
Vervallen
§ 6. Beëindiging van de bekostiging
Artikel E 17
Vervallen
Artikel E 18
Vervallen
Artikel E 19
Vervallen
Artikel E 20
Vervallen
Titel F
Afdeling 1
Artikel F 1. Doelgroep
Vervallen
Artikel F 2
Vervallen
Artikel F 2a
Vervallen
Artikel F 2b
Vervallen
Afdeling 2. Personeel
Artikel F 3
Vervallen
Artikel F 4
Vervallen
Artikel F 5
Vervallen
Artikel F 6
Vervallen
Afdeling 4. Overige bepalingen
Artikel F 6a
Vervallen
Artikel F 7
Vervallen
Artikel F 8
Vervallen
Afdeling 5. Bekostiging
§ 1. Algemeen
Artikel F 9
Vervallen
Artikel F 10
Vervallen
§ 2. Aanvang van de bekostiging
Artikel F 11
Vervallen
§ 3. Voorziening in de huisvesting
Artikel F 12
Vervallen
§ 4. Materiële instandhouding
Artikel F 13
Vervallen
§ 4A. Formatie personeel
Artikel F 13a. Formatie
Vervallen
Artikel F 13b. Formatiebudget; formatierekeneenheden
Vervallen
Artikel F 13c. Formatie reguliere taken van de school
Vervallen
Artikel F 13d. Opbouw normatieve formatie
Vervallen
Artikel F 13e. Berekening basisformatie
Vervallen
Artikel F 13f. Berekening formatie vakonderwijs
Vervallen
Artikel F 13g. Berekening formatie schoolleiding
Vervallen
Artikel F 13h. Opslag i.v.m. formatieve fricties
Vervallen
Artikel F 13i. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. arbeidsduurverkorting
Vervallen
Artikel F 13i.1. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. uitbreiding arbeidsduurverkorting
Vervallen
Artikel F 13i.2. Opslag vanwege herbezetting i.v.m. toepassing regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen
Vervallen
Artikel F 13i.3. Opslag t.b.v. schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor de schooljaren 1993-1994 en 1994-1995
Vervallen
Artikel F 13j. Opbouw formatie speciale doeleinden
Vervallen
Artikel F 13k. Berekening formatie onderwijs in eigen taal en cultuur
Vervallen
Artikel F 13k.1. Berekening formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie voor de schooljaren 1994-1995 en 1995-1996
Vervallen
Artikel F 13l. Grondslag berekening aantal leerlingen
Vervallen
Artikel F 13m. Omrekening formatieplaatsen en uren in formatierekeneenheden
Vervallen
§ 5. Wijze van bekostiging
Artikel F 14
Vervallen
Artikel F 14a
Vervallen
§ 6
Artikel F 15
Vervallen
Artikel F 16
Vervallen
Artikel F 17
Vervallen
Artikel F 18
Vervallen
Titel G. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel G 1. Verplichte formatie schooljaar 1985-1986
De verplichte formatie voor het schooljaar 1985-1986 wordt vastgesteld aan de hand van:
- a. het gemiddeld aantal leerlingen van de hoogste dagtellingen van de maanden september 1984 tot en met april 1985 voor scholen als bedoeld in titel B en titel C;
- b. de som van het gemiddeld aantal leerlingen van de hoogste dagtellingen van de maanden september 1984 tot en met april 1985 van de kernafdeling en de afdeling zeer jeugdigen bedoeld in het Besluit buitengewoon onderwijs 1967 (Stb. 1978, 582) voor scholen als bedoeld in titel D, en afdelingen als bedoeld in titel E;
- c. het aantal leerlingen op 16 april 1985 voor scholen als bedoeld in titel F.
Artikel G 1.a. Berekening formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie voor de schooljaren 1994-1995, 1995-1996 en 1996-1997 voor scholen als bedoeld in titel B
In afwijking van artikel B 16k.1, eerste lid, geldt:
- a. indien de som van de aantallen formatieplaatsen op de school berekend op grond van artikel B 16e en artikel B 16k, zoals dat artikel luidde tot 1 augustus 1998, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar kleiner is dan 7,4:
- 1°. voor het schooljaar 1994-1995 een percentage van 1,5%, met dien verstande dat na de afronding op grond van artikel B 16k.1, tweede lid, de uitkomst van deze berekening wordt verminderd met de opslag ten behoeve van schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor het schooljaar 1994-1995 als bedoeld in artikel B 16i.3,
- 2°. voor het schooljaar 1995-1996 een percentage van 2,0%,
- 3°. voor het schooljaar 1996-1997 een percentage van 2,6%, of
- b. indien de som van de aantallen formatieplaatsen op de school berekend op grond van artikel B 16e en artikel B 16k, zoals dat artikel luidde tot 1 augustus 1998, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar gelijk is aan of groter is dan 7,4:
- 1°. voor het schooljaar 1994-1995 een percentage van 2,5%, met dien verstande dat na de afronding op grond van artikel B 16k.1, tweede lid, de uitkomst van deze berekening wordt verminderd met de opslag ten behoeve van schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor het schooljaar 1994-1995 als bedoeld in artikel B 16i.3,
- 2°. voor het schooljaar 1995-1996 een percentage van 3,8%,
- 3°. voor het schooljaar 1996-1997 een percentage van 4,9%.
Artikel G 1.b. Berekening formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie voor de schooljaren 1994-1995, 1995-1996 en 1996-1997 voor scholen als bedoeld in titel C
In afwijking van artikel C 15k.1, eerste lid, geldt:
- a. indien de som van de aantallen formatieplaatsen op de school berekend op grond van artikel C 15f en artikel C 15k, zoals dat artikel luidde tot 1 augustus 1998, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar kleiner is dan 7,4:
- 1°. voor het schooljaar 1994-1995 een percentage van 1,5%, met dien verstande dat na de afronding op grond van artikel C 15k.1, tweede lid, de uitkomst van deze berekening wordt verminderd met de opslag ten behoeve van schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor het schooljaar 1994-1995 als bedoeld in artikel C 15i.3,
- 2°. voor het schooljaar 1995-1996 een percentage van 2,0%,
- 3°. voor het schooljaar 1996-1997 een percentage van 2,6%, of
- b. indien de som van de aantallen formatieplaatsen op de school berekend op grond van artikel C 15f en artikel C 15k, zoals dat artikel luidde tot 1 augustus 1998, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar gelijk is aan of groter is dan 7,4:
- 1°. voor het schooljaar 1994-1995 een percentage van 2,5%, met dien verstande dat na de afronding op grond van artikel C 15k.1, tweede lid, de uitkomst van deze berekening wordt verminderd met de opslag ten behoeve van schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor het schooljaar 1994-1995 als bedoeld in artikel C 15i.3,
- 2°. voor het schooljaar 1995-1996 een percentage van 3,8%,
- 3°. voor het schooljaar 1996-1997 een percentage van 4,9%.
Artikel G 2. Inwerkingtreding
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 185, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs treedt dit besluit in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen datum. Het koninklijk besluit kan er in voorzien dat het besluit terugwerkende kracht heeft tot en met 1 augustus 1985.
Artikel G 3. Citeertitel
Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit trekkende bevolking WPO".
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en de Algemene Rekenkamer.
Afdeling 2. Onderwijs
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel C 10. Besluit bekostiging WPO
De artikelen 6, 7, 8, 9 en 10, vierde lid, van het Besluit bekostiging WPO zijn van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 2. Formatie personeel
Artikel C 12. Formatiebudget
Vervallen
Paragraaf 3. Wijze van bekostiging
Artikel C 17. Overschrijdingsregeling
De artikelen 140 tot en met 147 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
- a. in artikel 142, tweede en derde lid, «nevenvestiging» wordt gelezen als: vestiging, bedoeld in artikel C 1, tweede lid, van het Besluit trekkende bevolking WPO;
- b. in artikel 144, eerste lid onder d1e, «artikel 137, derde lid» wordt gelezen als: artikel C 16, eerste lid onder a, van het Besluit trekkende bevolking WPO, en
- c. in artikel 144, eerste lid onder d2e, «artikel 137, eerste lid onder b» wordt gelezen als: artikel C 16, eerste lid onder b, van het Besluit trekkende bevolking WPO.
Paragraaf 4. Beëindiging van de bekostiging
Titel D
Afdeling 1
Afdeling 2
Afdeling 3
Afdeling 4
Afdeling 5
§ 1
§ 3
§ 4
§ 4A
§ 5
§ 6
Titel E. Afdelingen voor zeer jeugdige kinderen van woonwagenbewoners verbonden aan scholen voor basisonderwijs
Afdeling 1. Onderwijs
Afdeling 2. Personeel
Afdeling 3. Leerlingen
Afdeling 4. Overige bepalingen
Afdeling 5. Bekostiging
§ 1. Algemeen
§ 2. Aanvang van de bekostiging
§ 3. Voorziening in de huisvesting
§ 4. Materiële instandhouding
§ 4A. Formatie personeel
§ 5. Wijze van bekostiging
§ 6. Beëindiging van de bekostiging
Titel F
Afdeling 1
Afdeling 2. Personeel
Afdeling 4. Overige bepalingen
Afdeling 5. Bekostiging
§ 1. Algemeen
§ 2. Aanvang van de bekostiging
§ 3. Voorziening in de huisvesting
§ 4. Materiële instandhouding
§ 4A. Formatie personeel
§ 5. Wijze van bekostiging
§ 6
Titel G. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en de Algemene Rekenkamer.
Artikel C 16.1. Betaalritme
De betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten vindt maandelijks plaats in een bij ministeriële regeling vast te stellen betaalritme dat voor verschillende delen van de bekostiging verschillend kan worden vastgesteld.
Paragraaf 4. Beëindiging van de bekostiging
Titel D
Afdeling 1
Afdeling 2
Afdeling 3
Afdeling 4
Afdeling 5
§ 1
§ 2
§ 3
§ 4
§ 4A
§ 5
§ 6
Titel E. Afdelingen voor zeer jeugdige kinderen van woonwagenbewoners verbonden aan scholen voor basisonderwijs
Afdeling 1. Onderwijs
Afdeling 2. Personeel
Afdeling 3. Leerlingen
Afdeling 4. Overige bepalingen
Afdeling 5. Bekostiging
§ 1. Algemeen
§ 2. Aanvang van de bekostiging
§ 3. Voorziening in de huisvesting
§ 4A. Formatie personeel
§ 5. Wijze van bekostiging
§ 6. Beëindiging van de bekostiging
Titel F
Afdeling 2. Personeel
Afdeling 4. Overige bepalingen
Afdeling 5. Bekostiging
§ 1. Algemeen
§ 2. Aanvang van de bekostiging
§ 3. Voorziening in de huisvesting
§ 4. Materiële instandhouding
§ 5. Wijze van bekostiging
§ 6
Titel G. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en de Algemene Rekenkamer.
§ 6. Beëindiging van de bekostiging
Titel C. Het onderwijs aan varende kinderen
Afdeling 1. Algemeen
Afdeling 2. Onderwijs
Afdeling 3. Leerlingen
Afdeling 4. Bekostiging
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 2. Formatie personeel
Paragraaf 3. Wijze van bekostiging
Artikel A 4. Van overeenkomstige toepassing zijnde bepalingen van de Wet register onderwijsdeelnemers
De artikelen 12 en 20 van de Wet register onderwijsdeelnemers zijn van overeenkomstige toepassing.