← Geldende tekst · Geschiedenis

Wet van 3 juli 1989, houdende administratiefrechtelijke afdoening van inbreuken op bepaalde verkeersvoorschriften

Geldende tekst a fecha 2024-03-01

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels vast te stellen om op zichzelf niet ernstige gedragingen in strijd met verkeersvoorschriften, gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet en enkele andere wetten, in plaats van op strafrechtelijke wijze op administratiefrechtelijke wijze af te kunnen doen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen

Artikel 1
1.

In deze wet wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;

aanhangwagen, motorrijtuig, kenteken en rijbewijs: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

bestuurder: alle weggebruikers behalve voetgangers;

kentekenregister: het register, bedoeld in artikel 42 van de Wegenverkeerswet 1994;

gedraging: een gedraging als bedoeld in artikel 2, eerste lid;

administratieve sanctie: de aan de Staat te betalen geldsom, bedoeld in artikel 2;

adres: aanduiding van straatnaam, huisnummer, plaatsnaam en postcode van het woonhuis van de betrokkene.

2.

In deze wet wordt mede verstaan onder:

bestuurder: degene die wordt geacht een motorrijtuig onder zijn onmiddellijk toezicht te doen besturen;

kenteken: het kenteken waaronder een motorrijtuig in het buitenland is geregistreerd, het registratienummer, vermeld op het registratiebewijs, afgegeven voor een motorrijtuig gebezigd ten behoeve van de strijdkrachten, alsmede enig ander registratienummer waaronder een motorrijtuig in Nederland mag worden geregistreerd;

kentekenregister: een buitenlands register betreffende aldaar geregistreerde motorrijtuigen, de registratie betreffende motorrijtuigen gebezigd ten behoeve van de strijdkrachten, bijgehouden door Onze Minister van Defensie, alsmede enig andere registratie betreffende motorrijtuigen, waarvan de houder gerechtigd is deze in Nederland te voeren;

rijbewijs: een door het bevoegde gezag in het buitenland afgegeven rijbewijs, alsmede een door het militaire gezag afgegeven rijbewijs.

Hoofdstuk II. Toepassingsgebied van de wet

Artikel 2
1.

Ter zake van de in de bijlage bij deze wet omschreven gedragingen die in strijd zijn met op het verkeer betrekking hebbende voorschriften gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, de Provinciewet of de Gemeentewet, kunnen op de wijze bij deze wet bepaald administratieve sancties worden opgelegd. Ingeval een administratiefrechtelijke sanctie wordt opgelegd zijn voorzieningen van strafrechtelijke of strafvorderlijke aard uitgesloten.

2.

Als gedragingen in de zin van het eerste lid worden niet beschouwd die gedragingen waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht.

3.

Voor elke gedraging bepaalt de in het eerste lid bedoelde bijlage de aan de Staat te betalen geldsom. Deze geldsom kan per gedraging niet meer zijn dan het bedrag van de geldboete van de eerste categorie.

4.

De in het derde lid bedoelde geldsom wordt voor personen die ten tijde van de gedraging nog geen zestien jaar oud waren, gehalveerd.

5.

De in het eerste lid bedoelde bijlage kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd. De voordracht van deze algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

6.

Een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in het vijfde lid, wordt vastgesteld op voordracht van Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

Hoofdstuk III. Administratieve sanctie

Artikel 3
1.

Met het toezicht op de naleving van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde voorschriften zijn belast de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen ambtenaren.

2.

De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opleggen van een administratieve sanctie ter zake van de door hen of op geautomatiseerde wijze vastgestelde gedragingen aan personen die de leeftijd van twaalf jaren hebben bereikt.

3.

De officier van justitie in het arrondissement waar de in het eerste lid bedoelde ambtenaren optreden, houdt toezicht op de wijze waarop zij van de hun verleende bevoegdheid gebruik maken. Hij kan daaromtrent beleidsregels vaststellen. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het toezicht op de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde ambtenaren van de hun verleende bevoegdheid gebruik maken en de intrekking van die bevoegdheid.

4.

Het College van procureurs-generaal houdt toezicht op de bij deze wet geregelde handhaving van verkeersvoorschriften. Het geeft daartoe bevelen aan de hoofden van de arrondissementsparketten.

Artikel 4
1.

De administratieve sanctie wordt opgelegd bij een gedagtekende beschikking. De beschikking bevat een korte omschrijving, onder verwijzing naar de aanduiding in de bijlage, van de gedraging ter zake waarvan zij is gegeven en het voor die gedraging bepaalde bedrag van de administratieve sanctie, de datum en het tijdstip waarop, alsmede de plaats waar de gedraging is geconstateerd. Bij ministeriële regeling worden het model van de beschikking en dat van de aankondiging van de beschikking vastgesteld, of de eisen waaraan het model moet voldoen.

2.

De bekendmaking van de beschikking geschiedt binnen vier maanden nadat de gedraging heeft plaatsgevonden, door toezending van de beschikking aan het adres dat betrokkene heeft opgegeven. Indien dat niet mogelijk is en de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, dient de bekendmaking van de beschikking binnen vier maanden nadat de naam en het adres van de kentekenhouder van dat motorrijtuig bekend zijn te geschieden, door toezending van de beschikking aan dat adres, met dien verstande dat de bekendmaking van de beschikking geschiedt uiterlijk binnen vijf jaar nadat de gedraging heeft plaatsgevonden. Indien de brief onbestelbaar blijkt te zijn, wordt de beschikking gezonden naar het in de basisregistratie personen vermelde adres, tenzij dit hetzelfde is als hetgeen is opgenomen in het kentekenregister. Indien de brief ook op het in de basisregistratie personen opgenomen adres onbestelbaar blijkt te zijn, wordt de beschikking geacht aan de betrokkene bekend te zijn.

3.

Een aankondiging van de beschikking kan worden uitgereikt aan degene tot wie zij zich richt of kan worden achtergelaten in of aan het motorrijtuig.

4.

In een geval als bedoeld in artikel 31, eerste lid, geschiedt de bekendmaking door uitreiking van de beschikking aan betrokkene. De weigering de beschikking in ontvangst te nemen, schort de bekendmaking daarvan niet op.

5.

De beschikking vermeldt de dag waarop krachtens artikel 23 de sanctie en de administratiekosten uiterlijk moet zijn voldaan. Tevens vermeldt de beschikking een beschikkingsnummer en de door Onze Minister bepaalde wijze waarop de sanctie, alsmede de verhogingen die krachtens artikel 23, derde lid, en artikel 25 op de administratieve sanctie vallen, indien deze niet tijdig wordt voldaan, dient te worden voldaan.

Artikel 5

Indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Daarbij wordt hij gewezen op het bepaalde in artikel 8.

Artikel 5a

Indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig, waarmee een aanhangwagen waarvoor een kenteken is vereist, wordt voortbewogen, dan wel waaraan een aanhangwagen waarvoor een kenteken is vereist, is gekoppeld, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken van het motorrijtuig ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Indien het kenteken van het motorrijtuig niet is vastgesteld, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken van de aanhangwagen ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. In beide gevallen wordt hij gewezen op het bepaalde in artikel 8.

Hoofdstuk IV. Administratief beroep en bezwaar bij de officier van justitie

Artikel 6
1.

Tegen de oplegging van de administratieve sanctie kan degene tot wie de beschikking is gericht, beroep instellen bij de officier van justitie.

2.

Onverminderd artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt het beroepschrift de geboortedatum, de geboorteplaats en het geboortejaar van degene die het beroep heeft ingesteld, het nummer van zijn bankrekening, indien degene die heeft, en het nummer van de beschikking, bedoeld in artikel 4, vierde lid.

Artikel 7
2.

In afwijking van artikel 7:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht stelt de officier van justitie slechts de indiener van het beroepschrift in de gelegenheid te worden gehoord.

Artikel 8

De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven:

In de onder a, b en c bedoelde gevallen is de officier van justitie bevoegd tot het opleggen van een administratieve sanctie aan degene die de gedraging heeft verricht of aan degene die de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was, dan wel aan degene aan wie het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen werd overgedragen. De artikelen 4, 6 en 7 zijn alsdan van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beschikking uiterlijk binnen acht maanden nadat de gedraging heeft plaatsgevonden wordt bekendgemaakt.

Hoofdstuk V. Beroep bij de kantonrechter van de rechtbank

Artikel 9
1.

Tegen de beslissing van de officier van justitie kan degene die administratief beroep heeft ingesteld, beroep instellen bij de rechtbank; het beroep wordt behandeld en beslist door de kantonrechter. In afwijking van artikel 6:4, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt het beroepschrift ingediend bij de officier van justitie die ingevolge artikel 6, eerste lid, op het administratief beroep heeft beslist. Hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

2.

Het beroep kan worden ingesteld ter zake dat:

3.

Artikel 6, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10

De officier van justitie brengt het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken ter kennis van de rechtbank van het arrondissement waarin de gedraging is verricht, dan wel bij de rechtbank van het arrondissement waarin de woonplaats van de betrokkene is gelegen.

Artikel 11
1.

Het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken worden door de officier van justitie aan de rechtbank ter kennis gebracht binnen zes weken nadat de indiener zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten, dan wel nadat de termijn daarvoor is verstreken.

2.

Indien de administratieve sanctie ten minste € 225 bedraagt, dient zekerheid te worden gesteld voor de betaling van € 225 en de administratiekosten. Voor personen die ten tijde van de gedraging nog geen 16 jaar oud waren, geldt de helft van de in de eerste volzin genoemde bedragen.

3.

Indien de officier van justitie geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoetgekomen is, kan de in het eerste lid bedoelde termijn zonodig met vier weken worden verlengd.

4.

De zekerheid wordt door de indiener gesteld bij Onze Minister, hetzij op de door Onze Minister voorgeschreven wijze, hetzij anderszins door overboeking op de rekening van Onze Minister. De officier van justitie wijst de indiener van het beroepschrift na de ontvangst ervan op de verplichting tot zekerheidstelling en deelt hem mee dat de zekerheidstelling dient te geschieden binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling. Indien de zekerheidstelling niet binnen deze termijn is geschied, wordt het beroep door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

5.

Alle op een beroepschrift betrekking hebbende stukken worden, indien zekerheidstelling heeft plaatsgevonden, nedergelegd ter griffie van de rechtbank. Hiervan wordt door de griffier mededeling gedaan aan degene die het beroep heeft ingesteld. De betrokkene of zijn gemachtigde kan binnen een door de kantonrechter bepaalde en aan hem door de griffier medegedeelde termijn, deze stukken inzien en daarvan afschriften of uittreksels vragen. Op de voor de verstrekking van afschriften en uittreksels aan de betrokkene of zijn gemachtigde in rekening te brengen vergoedingen is het ter zake bepaalde bij of krachtens de Wet griffierechten burgerlijke zaken van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12
1.

De kantonrechter stelt, alvorens te beslissen, partijen in de gelegenheid om op een door de kantonrechter bepaalde dag en uur op een openbare zitting hun zienswijze nader toe te lichten. Zij worden daartoe door de griffier opgeroepen. De oproep aan degene die het beroep heeft ingesteld wordt gericht aan het in het beroepschrift vermelde adres.

2.

Degene die het beroep heeft ingesteld, kan zich ter zitting doen bijstaan of doen vertegenwoordigen door een advocaat of door een daartoe schriftelijk door hem gemachtigde.

3.

Ter zitting kunnen getuigen en deskundigen worden meegebracht, ten einde door de kantonrechter te worden gehoord. Deze kan ambtshalve of op verzoek ook andere personen als getuige of deskundige horen.

4.

De kantonrechter kan bevelen, dat getuigen niet zullen worden gehoord en tolken niet tot de uitoefening van hun taak zullen worden toegelaten dan na het afleggen van de eed of belofte.

5.

Zij leggen in dat geval ten overstaan van hem de eed of belofte af; de getuigen: dat zij zullen zeggen de gehele waarheid en niets dan de waarheid; de tolken: dat zij hun plichten als tolk met nauwkeurigheid zullen vervullen. De deskundigen zijn verplicht hun taak onpartijdig en naar beste weten te verrichten.

Artikel 12a

Titel IV van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13
1.

Indien de kantonrechter bevindt dat het beroep ontvankelijk is en dat de beslissing van de officier van justitie niet of niet ten volle gehandhaafd kan worden, verklaart de kantonrechter het beroep geheel of gedeeltelijk gegrond en vernietigt of wijzigt het daarbij de bestreden beslissing.

2.

De beslissing van de kantonrechter is met redenen omkleed en wordt hetzij terstond, hetzij uiterlijk veertien dagen nadien, op een openbare zitting uitgesproken.

3.

De beslissing wordt in het proces-verbaal der zitting aangetekend. De aantekening bevat de gronden waarop de beslissing berust. Een afschrift van de aantekening van de beslissing wordt toegezonden aan partijen.

Artikel 13a
1.

De kantonrechter is bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank, en van het bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De artikelen 7:15, tweede tot en met vierde lid, en 7:28, tweede, vierde en vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing. Een natuurlijke persoon kan slechts in de kosten worden veroordeeld in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Het Besluit proceskosten bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

2.

Het bedrag dat strekt tot vergoeding van de kosten, bedoeld in het eerste lid, na toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht, wordt, voor zover die kosten betrekking hebben op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en geen sprake is van bijzondere omstandigheden als bedoeld in dat besluit, vermenigvuldigd met:

3.

Onverminderd het vijfde lid vinden uitbetalingen ingevolge een beslissing op het administratief beroep of uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaats op een bankrekening die op naam staat van degene tot wie de beschikking waarbij de administratieve sanctie is opgelegd, is gericht.

4.

Vorderingen tot uitbetaling als bedoeld in het derde lid zijn niet vatbaar voor vervreemding of verpanding.

5.

In geval van een veroordeling in de kosten ten behoeve van een partij aan wie ter zake van het beroep bij de kantonrechter, het bezwaar of het administratief beroep een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, wordt het bedrag van de kosten betaald aan de rechtsbijstandverlener. De rechtsbijstandverlener stelt de belanghebbende zoveel mogelijk schadeloos voor de door deze voldane eigen bijdrage. De rechtsbijstandverlener doet aan de Raad voor rechtsbijstand opgave van een kostenvergoeding door het bestuursorgaan.

6.

In geval van een veroordeling in de kosten ten behoeve van de indiener van het beroepschrift worden de kosten door de Staat der Nederlanden vergoed.

Artikel 13b
1.

In geval van intrekking van het beroep omdat de officier van justitie geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de officier van justitie op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 13a in de kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep. Indien aan dit vereiste niet is voldaan, wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek wordt bij de officier van justitie ingediend.

2.

De kantonrechter stelt de verzoeker zo nodig in de gelegenheid het verzoek schriftelijk toe te lichten en stelt de officier van justitie in de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Hij stelt hiervoor termijnen vast. Indien het verzoek mondeling wordt gedaan, kan de kantonrechter bepalen dat het toelichten van het verzoek en het voeren van verweer onmiddellijk mondeling geschieden.

3.

Indien het toelichten van het verzoek en het voeren van verweer mondeling zijn geschied, sluit de kantonrechter het onderzoek.

4.

Indien het verzoek schriftelijk wordt toegelicht, nodigt de kantonrechter partijen uit ter zitting te verschijnen. Indien partijen daarvoor toestemming hebben gegeven, kan de kantonrechter bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. De kantonrechter kan ook ambtshalve besluiten het verzoek buiten zitting af te doen. De kantonrechter sluit vervolgens het onderzoek.

Hoofdstuk VI. Hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden

Artikel 14
1.

Degene die bij de rechtbank beroep heeft ingesteld, alsmede de officier van justitie, kunnen tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, tenzij de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing niet meer bedraagt dan € 110.

2.

Eveneens kan degene die bij de rechtbank beroep heeft ingesteld doch daarin met toepassing van het bepaalde in artikel 11, vierde lid, niet-ontvankelijk is verklaard, tegen die beslissing hoger beroep instellen op de grond dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat de zekerheid niet dan wel niet tijdig is gesteld dan wel ten onrechte niet heeft geoordeeld dat de indiener redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest.

Artikel 15
1.

In afwijking van artikel 6:4 van de Algemene wet bestuursrecht geschiedt het instellen van hoger beroep door het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank van de kantonrechter tegen wiens beslissing het beroep is gericht.

2.

Nadat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, zendt de griffier van de rechtbank het ingekomen beroepschrift met de stukken van het geding en een afschrift van de beslissing onverwijld ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in.

Artikel 16
1.

Het gerechtshof beslist, behoudens het bepaalde in het tweede lid, in enkelvoudige kamers.

2.

De oudste in rang van de voorzitters van de meervoudige kamers regelt de verdeling van de werkzaamheden over de kamers. Indien de voorzitter de zaak niet vatbaar acht voor afdoening door een enkelvoudige kamer, wijst hij voor de behandeling van de zaak de meervoudige kamer aan.

3.

De voorzitter is bevoegd een reeds door een meervoudige kamer in behandeling genomen zaak op voordracht van die kamer te verwijzen naar een enkelvoudige kamer.

4.

Een enkelvoudige kamer kan een zaak in iedere stand van het geding naar een meervoudige kamer verwijzen.

Artikel 17

De artikelen 512 tot en met 518 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 29
1.

Indien degene wiens voertuig buiten gebruik kan worden gesteld door Onze Minister niet terstond voldoet aan het overeenkomstig artikel 23, derde lid, en artikel 25 verhoogde bedrag van de administratieve sanctie, is Onze Minister bevoegd het voertuig op kosten van de betrokkene naar een door hem aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te doen stellen. Het voertuig wordt tussentijds aan de rechthebbende teruggegeven tegen betaling van het bedrag van de administratieve sanctie en de daarop gevallen verhogingen, alsmede van de kosten van overbrenging en bewaring.

2.

Onze Minister is tevens bevoegd om in het in het eerste lid bedoelde geval aan het voertuig een mechanisch hulpmiddel te doen aanbrengen, waardoor wordt verhinderd dat het voertuig wordt weggereden. Het mechanisch hulpmiddel wordt tussentijds niet verwijderd dan nadat het bedrag van de administratieve sanctie en de daarop gevallen verhogingen, alsmede de kosten van het aanbrengen en van het verwijderen ervan zijn voldaan.

3.

Indien twaalf weken na de aanvang van de buitengebruikstelling de rechthebbende zijn voertuig niet heeft afgehaald, wordt hij geacht zijn recht op de zaak te hebben opgegeven en is Onze Minister bevoegd het voertuig om niet aan een derde in eigendom te doen overdragen, te doen verkopen of te doen vernietigen. Gelijke bevoegdheid bestaat ook binnen de bedoelde termijn, zodra het gezamenlijke bedrag van de opgelegde administratieve sanctie, de daarop gevallen verhoging, de kosten van het aanbrengen en het verwijderen, alsmede de kosten van overbrenging en bewaring, vermeerderd met de voor de verkoop, de eigendomsoverdracht om niet of de vernietiging geraamde kosten, in verhouding tot de waarde van het voertuig naar zijn oordeel onevenredig hoog zou worden.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de overbrenging, bewaring, eigendomsoverdracht om niet, verkoop, vernietiging, de berekening van de kosten van overbrenging en bewaring, alsmede omtrent hetgeen verder voor de uitvoering van dit artikel noodzakelijk is.

Artikel 18
1.

Nadat het hoger beroep is ingesteld treedt de advocaat-generaal bij het ressortsparket als partij in de plaats van de officier van justitie.

2.

De officier van justitie verstrekt de advocaat-generaal bij het ressortsparket de nodige inlichtingen.

Artikel 19
1.

De griffier van het gerechtshof zendt een door hem voor eensluidend getekend afschrift van het beroepschrift onverwijld toe aan degene, die mede tot het instellen van hoger beroep gerechtigd was.

2.

Deze kan binnen vier weken nadat het afschrift is verzonden, bij het gerechtshof een ondertekend verweerschrift indienen.

3.

De griffier van het gerechtshof zendt een door hem voor eensluidend getekend verweerschrift onverwijld aan degene die hoger beroep heeft ingesteld. Deze kan binnen twee weken nadat het afschrift van het verweerschrift is verzonden schriftelijk een nadere toelichting geven op zijn beroep. Indien een nadere toelichting gegeven wordt, stelt het gerechtshof de in het eerste lid bedoelde persoon in de gelegenheid hierop eveneens binnen twee weken te reageren.

4.

Partijen kunnen afschriften van of uittreksels uit door hen omschreven stukken verkrijgen. Op de voor de verstrekking van afschriften of uittreksels in rekening te brengen vergoedingen is het bij of krachtens de Wet griffierechten burgerlijke zaken bepaalde van overeenkomstige toepassing.

Artikel 20

Het gerechtshof kan partijen en zonodig getuigen en deskundigen opdragen binnen een bepaalde termijn schriftelijk inlichtingen te geven of onder hen berustende stukken in te zenden.

Artikel 20a
1.

Een partij kan schriftelijk verzoeken om een behandeling ter zitting. Zodanig verzoek wordt ingediend bij het beroepschrift of, indien een verweerschrift is ingediend, uiterlijk binnen twee weken na verzending daarvan door het gerechtshof aan de wederpartij.

2.

De voorzitter van de kamer die de zaak in behandeling heeft bepaalt dag en uur van de behandeling ter zitting.

3.

De zitting is openbaar.

Artikel 20b

Indien de zaak op een zitting zal worden behandeld worden de stukken van het geding neergelegd ter griffie van het gerechtshof. Hiervan wordt door de griffier mededeling gedaan aan partijen, onder vermelding van de termijn waarbinnen deze stukken aldaar kunnen worden ingezien en dat daarvan afschriften of uittreksels kunnen worden gevraagd. Op de voor de verstrekking van afschriften of uittreksels in rekening te brengen vergoedingen is het bij of krachtens de Wet griffierechten burgerlijke zaken bepaalde van overeenkomstige toepassing.

Artikel 20c
1.

Indien de zaak op een zitting zal worden behandeld worden partijen uitgenodigd ter zitting. De oproep aan degene die hoger beroep heeft ingesteld wordt gericht aan het adres opgegeven in het beroepschrift in hoger beroep dan wel, in geval de officier van justitie hoger beroep heeft ingesteld, aan het door de betrokkene in het verweerschrift of in het beroepschrift bij de rechtbank opgegeven adres.

2.

Degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, kan zich ter zitting laten bijstaan of zich door een gemachtigde laten vertegenwoordigen.

3.

Ter zitting kunnen getuigen of deskundigen worden meegebracht ten einde door het gerechtshof te worden gehoord. Het gerechtshof kan ambtshalve of op verzoek ook andere personen als getuige of deskundige horen.

4.

Het gerechtshof kan bevelen dat getuigen niet zullen worden gehoord en tolken niet tot de uitoefening van hun taak zullen worden toegelaten dan na het afleggen van de eed of belofte.

5.

Ze leggen in dat geval ten overstaan van de voorzitter de eed of belofte af;

de getuigen: dat zij zullen zeggen de gehele waarheid en niets dan de waarheid;

de tolken: dat zij hun plichten als tolk met nauwkeurigheid zullen vervullen.

De deskundigen zijn verplicht hun taak onpartijdig en naar beste weten te vervullen.

6.

Van het verhandelde ter zitting wordt proces-verbaal opgemaakt, hetwelk door de voorzitter en de griffier wordt vastgesteld en ondertekend.

Artikel 20d
1.

Indien het gerechtshof het beroepschrift ontvankelijk acht, bevestigt het gerechtshof de beslissing van de kantonrechter, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden, of doet het, met gehele of gedeeltelijke vernietiging van de bestreden beslissing van de kantonrechter, hetgeen de kantonrechter zou behoren te doen.

2.

Indien de beslissing van de kantonrechter moet worden vernietigd op de in artikel 14, tweede lid, genoemde grond wijst het gerechtshof de zaak terug naar de rechtbank, tenzij door betrokkene de behandeling van het beroep door het gerechtshof zelf is verlangd. In geval van terugwijzing doet de kantonrechter recht met inachtneming van het arrest van het gerechtshof.

3.

Het arrest van het gerechtshof is met redenen omkleed. Het wordt op een openbare zitting uitgesproken. Indien de zaak ter zitting is behandeld wordt het arrest aangetekend in het proces-verbaal van die zitting en wordt het uiterlijk veertien dagen na de sluiting van het onderzoek ter zitting uitgesproken. Indien de zaak niet ter zitting is behandeld wordt het arrest op een door de voorzitter te bepalen dag uiterlijk zes weken nadat de laatste van de in artikel 19 bedoelde termijnen is verstreken uitgesproken.

4.

De artikelen 13a en 13b zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de laatste volzin van artikel 13b, eerste lid.

5.

Een afschrift van het arrest wordt toegezonden aan partijen.

Hoofdstuk VII. Vervallen zekerheidstelling

Artikel 21
1.

De verplichting tot zekerheidstelling vervalt nadat ten aanzien van de opgelegde administratieve sanctie een onherroepelijke beslissing is genomen.

2.

Indien de in het eerste lid bedoelde beslissing inhoudt dat de opgelegde administratieve sanctie geheel of gedeeltelijk blijft gehandhaafd, wordt de verschuldigde administratieve sanctie op de zekerheidstelling verhaald.

3.

Indien de verschuldigde administratieve sanctie vanwege toepassing van artikel 11, tweede lid, niet geheel op de zekerheidstelling kan worden verhaald, is Hoofdstuk VIII van toepassing op de inning van het bedrag dat nog niet is voldaan.

Hoofdstuk VII. Vervallen zekerheidstelling

Artikel 22
1.

Met de inning van de administratieve sanctie en de administratiekosten is Onze Minister belast.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden omtrent de inning voorschriften gegeven. Deze voorschriften hebben in ieder geval betrekking op de plaats en wijze van betaling van de administratieve sanctie, de administratiekosten, de verantwoording van de ontvangen geldbedragen, alsmede op de kosten van verhaal, de invorderingskosten daaronder begrepen.

3.

Een ieder is verplicht desgevorderd onverwijld aan Onze Minister de inlichtingen te verstrekken welke naar het redelijk oordeel van Onze Minister noodzakelijk zijn ten behoeve van de toepassing van het eerste lid van dit artikel. De artikelen 217 tot en met 218a van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

4.

De officier van justitie kan de inning van een opgelegde administratieve sanctie laten eindigen, indien hij van oordeel is dat met de voortzetting daarvan geen redelijk doel wordt gediend.

Artikel 23
1.

Uiterlijk binnen twee weken nadat een beschikking waarbij een administratieve sanctie is opgelegd, onherroepelijk is geworden, moeten de administratieve sanctie en de administratiekosten zijn voldaan.

2.

Indien de administratieve sanctie ten minste € 225 bedraagt, kan Onze Minister uitstel van betaling of betaling in termijnen toestaan. Voor personen die ten tijde van de gedraging nog geen 16 jaar oud waren, kan Onze Minister uitstel van betaling of betaling in termijnen toestaan indien de administratieve sanctie ten minste € 112,50 bedraagt.

3.

De sanctie wordt van rechtswege met vijftig procent verhoogd indien het in de gestelde termijn of termijnen verschuldigde bedrag niet tijdig geheel wordt voldaan.

Artikel 24
1.

Degene aan wie een administratieve sanctie is opgelegd, is verplicht tot betaling van het ingevolge artikel 23, derde lid, verhoogde bedrag binnen vier weken nadat Onze Minister hem een aanmaning heeft toegezonden, over de gewone post of op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.

2.

Indien na de verhoging het verschuldigde bedrag behoudens de administratiekosten, ten minste € 225 bedraagt, is artikel 23, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 25
1.

Indien degene aan wie een administratieve sanctie is opgelegd, nalaat het in de op grond van artikel 24 gestelde termijn of termijnen verschuldigde bedrag tijdig geheel te voldoen, wordt het inmiddels verschuldigde bedrag van rechtswege verhoogd met honderd procent van het bedrag van de sanctie en de daarop inmiddels gevallen verhoging. Ter inning van het verschuldigde bedrag kan Onze Minister verhaal nemen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 26 en 27.

2.

Indien het verschuldigde bedrag behoudens de administratiekosten, na de verhogingen op grond van artikel 23, derde lid, en van het eerste lid, ten minste € 225 bedraagt, is artikel 23, tweede lid, van overeenkomstige toepassing. Indien betaling in termijnen door Onze Minister is toegestaan, vindt verhaal overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 26 en 27 enkel plaats indien degene aan wie een administratieve sanctie is opgelegd nalatig blijft het in de gestelde termijn of termijnen verschuldigde bedrag tijdig geheel te voldoen.

3.

Onze Minister kan verhaal nemen gedurende drie jaar nadat ten aanzien van de administratieve sanctie een onherroepelijke beslissing is genomen. Indien betaling in termijnen door Onze Minister is toegestaan, wordt de termijn waarin verhaal kan worden genomen verlengd met één jaar.

4.

Het recht om verhaal te nemen vervalt door het overlijden van degene aan wie een administratieve sanctie is opgelegd.

Artikel 26
1.

Verhaal op de goederen van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd geschiedt krachtens een dwangbevel, medebrengende het recht om die goederen zonder vonnis aan te tasten.

2.

Het dwangbevel wordt in naam van de Koning uitgevaardigd door Onze Minister. Het wordt ten uitvoer gelegd als een vonnis van de burgerlijke rechter.

3.

Tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel kan verzet worden gedaan, hetwelk niet gericht zal kunnen zijn tegen de beslissing waarbij de administratieve sanctie werd opgelegd. Verzet wordt gedaan bij een met redenen omkleed verzetschrift. Het verzetschrift wordt binnen twee weken na de betekening van het dwangbevel ingediend bij de rechtbank van het arrondissement waar het adres is van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd. Wordt binnen twee weken na de betekening tot inbeslagneming overgegaan, dan wordt het verzetschrift binnen een week na de dag van inbeslagneming ingediend. Bij het verzetschrift worden het dwangbevel en een afschrift van het exploit van betekening van het dwangbevel overgelegd.

4.

Degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, is een griffierecht verschuldigd. De griffier wijst de indiener van het verzetschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, wordt het verzet niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

5.

Indien de in het derde lid bedoelde stukken niet zijn overgelegd, deelt de griffier de indiener van het verzetschrift mee dat deze stukken binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling ter griffie dienen te zijn overgelegd. Indien dit laatste niet binnen deze termijn is geschied, wordt het verzet niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

6.

De griffier brengt het verzetschrift en de daarop betrekking hebbende stukken ter kennis van Onze Minister, ten einde hem in de gelegenheid te stellen daarover de nodige opmerkingen te maken. Onze Minister stelt de betrokken gerechtsdeurwaarder ervan in kennis dat verzet is gedaan. De kantonrechter geeft zo spoedig mogelijk na afloop van deze termijn, na zo nodig degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd te hebben gehoord, althans opgeroepen om te verschijnen, zijn met redenen omklede beschikking, welke onverwijld aan degene die het verzet heeft gedaan en aan Onze Minister wordt medegedeeld. De artikelen 13a en 13b zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 13a, tweede tot en met vierde lid, en de laatste volzin van artikel 13b, eerste lid, en met dien verstande dat hetgeen in die artikelen met betrekking tot de officier van justitie is bepaald, geldt voor Onze Minister.

7.

Indien de kantonrechter het verzet gegrond oordeelt, houdt de beschikking tevens in dat aan de indiener van het verzetschrift het door hem betaalde griffierecht wordt vergoed door de griffier. In de overige gevallen kan de kantonrechter bepalen dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.

8.

Ten aanzien van derden die bij een inbeslagneming van goederen daarop geheel of gedeeltelijk recht menen te hebben, zijn de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.

9.

De kosten van het verhaal krachtens dit artikel worden op gelijke voet als de administratieve sanctie op degene aan wie deze sanctie is opgelegd verhaald. Onder de kosten van het verhaal zijn begrepen de invorderingskosten.

Artikel 26a
1.

Onze Minister, alsmede degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, kunnen tegen de beschikking van de kantonrechter binnen twee weken na de verzending van de mededeling van de beschikking van de kantonrechter hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift wordt ingediend bij de griffie van de rechtbank die de beschikking heeft gegeven.

2.

Degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, is in zijn beroep slechts ontvankelijk na voorafgaande zekerheidstelling van het nog verschuldigde bedrag en van al de kosten. De zekerheid wordt gesteld bij Onze Minister, hetzij op de door Onze Minister voorgeschreven wijze, hetzij anderszins door overboeking op de rekening van Onze Minister. De griffier van de rechtbank wijst de indiener van het beroepschrift op de verplichting tot zekerheidstelling en deelt hem mee dat de zekerheidstelling dient te geschieden binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling. Indien de zekerheidstelling niet binnen deze termijn is geschied, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

3.

Degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, is eveneens een griffierecht verschuldigd. De griffier van de rechtbank wijst de indiener van het beroepschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie te zijn gestort. Indien het griffierecht niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

4.

Nadat de zekerheidstelling en de bijschrijving of de storting van het griffierecht hebben plaatsgevonden of nadat de termijnen voor het stellen van de zekerheid en de betaling van het griffierecht ongebruikt zijn verstreken, zendt de griffier van de rechtbank het beroepschrift met de daarop betrekking hebbende stukken en een afschrift van de beschikking van de kantonrechter onverwijld ter griffie van het gerechtshof in.

5.

Op de behandeling van het hoger beroep zijn de artikelen 16 tot en met 20c van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat Onze Minister zich bij de behandeling van het hoger beroep door een gemachtigde laat vertegenwoordigen.

6.

Het gerechtshof beslist zo spoedig mogelijk. De artikelen 13a en 13b, met uitzondering van artikel 13a, tweede tot en met vierde lid, en de laatste volzin van artikel 13b, eerste lid, en 20d, eerste en derde lid, zijn op de beschikking van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen in die artikelen met betrekking tot de officier van justitie is bepaald, geldt voor Onze Minister.

7.

Afschrift van de beschikking wordt door de griffier van het gerechtshof gezonden aan degenen die tot het instellen van hoger beroep gerechtigd waren.

Artikel 27
1.

Verhaal kan zonder dwangbevel worden genomen op:

2.

Verhaal met toepassing van het eerste lid geschiedt door middel van een schriftelijke kennisgeving van Onze Minister. De kennisgeving bevat een voor de uitoefening van verhaal voldoende aanduiding van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, en vermeldt welk bedrag uit hoofde van de beschikking nog verschuldigd is, dan wel bij welke rechterlijke uitspraak de administratieve sanctie is opgelegd, alsmede de plaats waar de betaling moet geschieden. Zij wordt verstrekt aan degene onder wie verhaal wordt genomen, en nadat verhaal is genomen toegezonden aan het adres dat betrokkene heeft opgegeven of, indien dat niet mogelijk is en de gedraging waarvoor de administratieve sanctie is opgelegd heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, aan het adres dat is opgenomen in het kentekenregister. Indien de brief onbestelbaar blijkt te zijn, wordt de kennisgeving gezonden naar het in de basisregistratie personen vermelde adres, tenzij dit hetzelfde is als hetgeen is opgenomen in het kentekenregister. Indien de brief ook op het in de basisregistratie personen opgenomen adres onbestelbaar blijkt te zijn, wordt de kennisgeving geacht aan de betrokkene bekend te zijn.

3.

Door de verstrekking van de kennisgeving is degene onder wie verhaal wordt genomen, verplicht tot onverwijlde betaling aan Onze Minister van het in de kennisgeving bedoelde bedrag voor zover degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd op hem een opeisbare vordering heeft of verkrijgt. Onze Minister bepaalt de termijn waarbinnen de betaling moet geschieden. De verplichting tot betaling vervalt zodra het uit hoofde van de beschikking verschuldigde bedrag is betaald of verhaald en uiterlijk wanneer twee jaren na de dag van verstrekking van de kennisgeving zijn verstreken.

4.

Degene onder wie verhaal wordt genomen, kan zich niet tegenover Onze Minister beroepen op het tenietgaan of de vermindering van zijn schuld aan degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd door betaling of door verrekening met een tegenvordering dan in de gevallen waarin hij daartoe ook bevoegd zou zijn geweest bij een op het tijdstip van de betekening overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gelegd beslag onder derden. Indien een andere schuldeiser op de vordering waarop het verhaal wordt genomen, beslag heeft gelegd, is artikel 478 van het Wetboek van overeenkomstige toepassing. Het verhaal wordt voor de toepassing van de artikelen 33 en 301 van de Faillissementswet met een beslag onder derden gelijkgesteld.

5.

Indien verhaal is genomen op vordering van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, zijn de artikelen 475a tot en met 475g en 475i, tweede tot en met vijfde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.

6.

Iedere belanghebbende kan binnen zes weken na de verzending van de in het tweede lid bedoelde kennisgeving bij met redenen omkleed verzetschrift verzet doen tegen het verhaal. Artikel 26, derde tot en met negende lid, en artikel 26a zijn van overeenkomstige toepassing.

7.

De kosten van het verhaal krachtens dit artikel worden op gelijke voet als de administratieve sanctie op degene aan wie deze sanctie is opgelegd verhaald. Onder de kosten van het verhaal zijn begrepen de invorderingskosten.

8.

Verhaal zonder dwangbevel kan niet worden genomen als degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, valt onder de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in Titel III van de Faillissementswet.

Artikel 28
1.

De officier van justitie kan, indien niet of niet volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 26 en 27 heeft plaatsgevonden, bij de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waar het adres is van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd een vordering instellen om te worden gemachtigd om per gedraging waarvoor een administratieve sanctie is opgelegd het dwangmiddel gijzeling toe te passen van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, voor ten hoogste één week. Indien degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, maar niet op het daarin opgenomen adres woonachtig is, dan wel indien degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, geschiedt de instelling van de bovenbedoelde vordering bij de rechtbank Noord-Nederland. Een verleende machtiging om gijzeling toe te passen kan tot uiterlijk vijf jaar nadat de opgelegde administratieve sanctie onherroepelijk is geworden, worden uitgevoerd. Indien betaling in termijnen door Onze Minister is toegestaan, wordt de termijn waarin een verleende machtiging gijzeling toe te passen kan worden uitgevoerd, verlengd met één jaar.

2.

Op de vordering wordt niet beslist dan nadat degene aan wie de sanctie is opgelegd door de kantonrechter is gehoord, althans behoorlijk is opgeroepen. De oproeping van degene die als ingezetene is ingeschreven op een in de basisregistratie personen opgenomen adres, maar niet op het daarin opgenomen adres woonachtig is, dan wel geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, geschiedt in de Staatscourant. Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.

3.

De officier van justitie of de ambtenaar die door hem is belast met de toepassing van de gijzeling heeft voor het in gijzeling stellen van de betrokkene toegang tot elke plaats.

4.

De toepassing van het dwangmiddel wordt gestaakt, zodra het verschuldigde bedrag aan de instantie, belast met deze toepassing, is betaald. De toepassing van het dwangmiddel heft de verschuldigdheid niet op.

5.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de tenuitvoerlegging van de gijzeling als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 28a

Indien niet of niet volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 26 en 27 heeft plaatsgevonden, kan Onze Minister het rijbewijs innemen van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd. Onze Minister kan tot uiterlijk vijf jaar nadat de opgelegde administratieve sanctie onherroepelijk is geworden van zijn bevoegdheid gebruik maken. Indien betaling in termijnen door Onze Minister is toegestaan, wordt de termijn waarin van de bevoegdheid gebruik kan worden gemaakt, verlengd met één jaar. De inneming van het rijbewijs duurt ten hoogste vier weken.

Artikel 28b

Indien niet of niet volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 26 en 27 heeft plaatsgevonden, kan Onze Minister het voertuig waarmee de gedraging heeft plaatsgevonden buiten gebruik stellen of, indien dit voertuig niet wordt aangetroffen, een soortgelijk voertuig waarover degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, vermag te beschikken. Onze Minister kan tot uiterlijk vijf jaar nadat de opgelegde administratieve sanctie onherroepelijk is geworden van zijn bevoegdheid gebruik maken. Indien betaling in termijnen door Onze Minister is toegestaan, wordt de termijn waarin van de bevoegdheid gebruik kan worden gemaakt, verlengd met één jaar. De buitengebruikstelling duurt ten hoogste vier weken.

Artikel 29
1.

Indien degene wiens voertuig buiten gebruik kan worden gesteld door de officier van justitie te Leeuwarden niet terstond voldoet aan het overeenkomstig artikel 23, tweede lid, en artikel 25 verhoogde bedrag van de administratieve sanctie, is de officier van justitie bevoegd het voertuig op kosten van de betrokkene naar een door hem aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te doen stellen. Het voertuig wordt tussentijds aan de rechthebbende teruggegeven tegen betaling van het bedrag van de administratieve sanctie en de daarop gevallen verhogingen, alsmede van de kosten van overbrenging en bewaring.

2.

De officier van justitie is tevens bevoegd om in het in het eerste lid bedoelde geval aan het voertuig een mechanisch hulpmiddel te doen aanbrengen, waardoor wordt verhinderd dat het voertuig wordt weggereden. Het mechanisch hulpmiddel wordt tussentijds niet verwijderd dan nadat het bedrag van de administratieve sanctie en de daarop gevallen verhogingen, alsmede de kosten van het aanbrengen en van het verwijderen ervan zijn voldaan.

3.

Indien twaalf weken na de aanvang van de buitengebruikstelling de rechthebbende zijn voertuig niet heeft afgehaald, wordt hij geacht zijn recht op de zaak te hebben opgegeven en is de officier van justitie bevoegd het voertuig om niet aan een derde in eigendom te doen overdragen, te doen verkopen of te doen vernietigen. Gelijke bevoegdheid bestaat ook binnen de bedoelde termijn, zodra het gezamenlijke bedrag van de opgelegde administratieve sanctie, de daarop gevallen verhoging, de kosten van het aanbrengen en het verwijderen, alsmede de kosten van overbrenging en bewaring, vermeerderd met de voor de verkoop, de eigendomsoverdracht om niet of de vernietiging geraamde kosten, in verhouding tot de waarde van het voertuig naar zijn oordeel onevenredig hoog zou worden.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de overbrenging, bewaring, eigendomsoverdracht om niet, verkoop, vernietiging, de berekening van de kosten van overbrenging en bewaring, alsmede omtrent hetgeen verder voor de uitvoering van dit artikel noodzakelijk is.

Artikel 30
1.

Degene wiens rijbewijs kan worden ingenomen door Onze Minister, is verplicht op eerste vordering van Onze Minister het rijbewijs in te leveren op een door Onze Minister te bepalen tijdstip en aan te wijzen plaats.

2.

De termijn, bedoeld in artikel 28a, vangt aan op het tijdstip waarop de inlevering van het rijbewijs heeft plaatsgevonden.

3.

Indien aan de verplichting tot inlevering van het rijbewijs niet wordt voldaan, is Onze Minister bevoegd dat rijbewijs op kosten van de in het eerste lid bedoelde persoon te doen inleveren. Afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

4.

Onze Minister doet van het tijdstip, bedoeld in het eerste en in het tweede lid, onverwijld mededeling aan de beheerder van het rijbewijzenregister in de zin van de Wegenverkeerswet 1994. Onze Minister doet op gelijke wijze mededeling van het tijdstip waarop het rijbewijs is teruggegeven.

Hoofdstuk IX. Voorlopige maatregelen

Artikel 31
1.

Indien de in artikel 3, eerste lid, bedoelde ambtenaren bij de uitoefening van de in artikel 3, eerste lid, omschreven bevoegdheid bevinden dat de bestuurder geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, dan wel geregistreerd staat voor het niet voldoen van een hem eerder overeenkomstig de bepalingen van deze wet opgelegde administratieve sanctie, kunnen zij vorderen dat het bedrag van de opgelegde en van de reeds verschuldigde administratieve sanctie en van de administratiekosten terstond geheel zal worden voldaan dan wel dat zekerheid wordt gesteld dat het bedrag van de bedoelde sanctie tijdig geheel zal worden voldaan.

2.

Indien de in artikel 3, eerste lid, bedoelde ambtenaren hebben vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is en waarvan aannemelijk is dat de kentekenhouder geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, dan wel dat de kentekenhouder geregistreerd staat voor het niet voldoen van een hem eerder overeenkomstig de bepalingen van deze wet opgelegde sanctie, zijn zij bevoegd bij wijze van voorlopige maatregel het voertuig naar een door hen aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te stellen, dan wel aan het voertuig een mechanisch hulpmiddel te doen aanbrengen, waardoor wordt verhinderd dat het voertuig wordt weggereden. Zij kunnen vorderen dat, alvorens het voertuig aan de bestuurder wordt teruggegeven, naast de kosten van overbrenging en bewaring, eveneens het bedrag van de opgelegde administratieve sanctie en de administratiekosten en van de eerder overeenkomstig de bepalingen van deze wet opgelegde en inmiddels verschuldigde administratieve sanctie en de administratiekosten zal worden voldaan.

3.

Voldoening van het bedrag van de opgelegde administratieve sanctie en van de administratiekosten laat de bevoegdheid tegen de beschikking van de ambtenaar beroep in te stellen als omschreven in de artikelen 6 en 9 onverlet. Wordt het beroep gegrond verklaard, dan wordt het bedrag van de administratieve sanctie en van de administratiekosten teruggegeven. Artikel 29, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17a

Vervallen

Artikel 33
1.

Van iedere inbewaringstelling maakt de betrokken ambtenaar proces-verbaal op. Hij zendt dit proces-verbaal binnen vierentwintig uur aan de officier van justitie in het arrondissement waar de inbewaringstelling is geschied. Een afschrift van het proces-verbaal wordt gelijktijdig uitgereikt of toegezonden aan de bestuurder, alsmede aan degene aan wie het kenteken van het motorrijtuig is opgegeven. Daarbij wordt hij gewezen op het bepaalde in artikel 29, derde lid.

2.

Tegen een inbewaringstelling kan elke belanghebbende beroep instellen bij de rechtbank op grond dat

3.

Het beroepschrift wordt ingediend bij de officier van justitie in het arrondissement waar de inbewaringstelling is geschied. De officier van justitie brengt het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken ter kennis van de rechtbank van het arrondissement waar de inbewaringstelling is geschied.

4.

Het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken worden door de officier van justitie aan de rechtbank ter kennis gebracht binnen vier dagen nadat de indiener zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de sanctie, dan wel nadat de termijn daarvoor is verstreken.

5.

De kantonrechter beslist zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na de dag waarop het beroepschrift bij de officier van justitie is ingediend. Ten aanzien van de behandeling van het beroepschrift en de uitspraak zijn de artikelen 11, derde, vierde lid en vijfde lid, 12, 13, 13a, met uitzondering van het tweede tot en met vierde lid, en 13b van overeenkomstige toepassing.

6.

Indien de kantonrechter het beroepschrift gegrond acht, gelast hij de onmiddellijke teruggave van het voertuig.

7.

Het instellen van beroep schorst de bevoegdheid van de officier van justitie, bedoeld in artikel 29, derde lid, tot de dag na die waarop de kantonrechter zijn beslissing heeft gegeven.

Hoofdstuk IX. Voorlopige maatregelen

Artikel 34
1.

Met geldboete van de tweede categorie wordt gestraft:

2.

Het strafbare feit is een overtreding.

Artikel 35

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent hetgeen verder ter uitvoering van deze wet nodig is.

Artikel 36
1.

Behoudens in geval van een verzetschrift als bedoeld in artikel 26, derde lid, een beroepschrift bedoeld in artikel 26a en een verzetschrift als bedoeld in artikel 27, zesde lid, is op grond van deze wet geen recht verschuldigd in de zin van de Wet griffierechten burgerlijke zaken.

2.

Indien het verzetschrift wordt ingetrokken omdat Onze Minister geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzetschrift is tegemoetgekomen, wordt het door de indiener betaalde griffierecht aan hem vergoed door Onze Minister. In de overige gevallen kan Onze Minister, indien het verzet wordt ingetrokken, het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.

Hoofdstuk X. Overige bepalingen

Artikel 37

Vervallen

Artikel 38

Vervallen

Artikel 39

Vervallen

Artikel 40

Vervallen

Artikel 41

Vervallen

Artikel 42

Vervallen

Artikel 43

Vervallen

Artikel 44

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.

Bijlage

Afdeling A. Verkeer te land
Categorie-indeling B:
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Schippers;
8 – Een ieder.
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen
Feit
--- --- --- ---
1 2 3 4
Nummers K 010 – K 175: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994)
K 010 als weggebruiker geen gevolg geven aan een aanwijzing door een opsporingsambtenaar gegeven
K 025 als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het kentekenbewijs niet behoorlijk leesbaar is
het kenteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig hebben op of aan
K 030 a – een motorrijtuig
K 030 b – de aanhangwagen
K 035 het ongeldig verklaarde kentekenbewijs niet binnen de bepaalde termijn inleveren bij de minister van Verkeer en Waterstaat
als houder van een kentekenbewijs niet op eerste vordering van een daartoe aangewezen persoon dat bewijs of één of meer delen van dat bewijs overgeven, omdat (voor) het voertuig waarvoor het kentekenbewijs is afgegeven
K 040 a – de verschuldigde belastingen en rechten niet zijn voldaan
K 040 b – niet voldoet aan de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde eisen
K 040 c – niet voldoet aan de gestelde eisen in de Wet personenvervoer 2000 wat betreft de inrichting en de uitrusting
K 040 d – niet voldoet aan de gestelde eisen in de Wet ambulancevervoer wat betreft de inrichting en de uitrusting
K 040 e – niet voldoet aan de in het kentekenbewijs vermelde voorschriften
voor een kentekenplichtig motorrijtuig van 3500 kg of minder
K 045 a – is geen keuringsbewijs afgegeven
K 045 b – heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren
voor een kentekenplichtig motorrijtuig of aanhangwagen van meer dan 3500 kg
K 046 a – is geen keuringsbewijs afgegeven
K 046 b – heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren
het afgegeven keuringsbewijs
K 050 a – voldoet niet aan de vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering
K 050 b – is niet behoorlijk leesbaar
als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het rijbewijs
K 060 a – niet voldoet aan de gestelde eisen
K 060 e – zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, waarbij de geldigheidsduur één jaar of minder is verstreken
K 060 c – niet behoorlijk leesbaar is
K 065 als bestuurder beneden de 18 jaar een motorrijtuig besturen (buitenlander met rijbewijs)
K 075 rijonderricht geven voor rijbewijs A aan anderen dan aan de bestuurder op wiens motorrijtuig hij zich bevindt
rijonderricht geven voor rijbewijs A, terwijl degene die rijonderricht geeft zich niet achter de bestuurder op het motorrijtuig bevindt
K 080 a – zonder radiografisch contact
K 080 b – aan meer dan twee bestuurders
rijonderricht geven voor rijbewijs A
K 085 a – terwijl tegelijkertijd rijonderricht wordt gegeven voor een andere rijbewijscategorie
K 085 b – terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding
K 085 c – terwijl degene aan wie rijonderricht wordt gegeven niet in het bezit is van een geldig theorie-certificaat voor de rijbewijscategorie A of van een geldig rijbewijs A (beperkt) en/of B
rijonderricht geven voor rijbewijs B terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van
K 090 a – een dubbele bediening c.q. een onderbreker
K 090 b – een binnen en een buitenspiegel ten behoeve van de rij-instructeur
K 090 c – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding
rijonderricht geven voor rijbewijs C, D of E terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van
K 095 a – een dubbele bediening c.q. een onderbreker
K 095 b – twee of meer buitenspiegels ten behoeve van de rij-instructeur
K 095 c – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding
K 100 rijonderricht geven voor rijbewijs C of D terwijl de leerling niet in het bezit is van een rijbewijs B
K 105 rijonderricht geven voor rijbewijs E terwijl de leerling niet in het bezit is van een rijbewijs geldig voor het besturen van het trekkende motorrijtuig
K 106 rijonderricht geven terwijl de leerling de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt
K 107 rijonderricht geven met een motorrijtuig dat is ingericht voor het vervoer van meer dan 8 personen terwijl de leerling de leeftijd van 21 jaren nog niet heeft bereikt
K 120 het niet inleveren van een rijbewijs waarvan de geldigheid is geschorst
K 130 als bestuurder van een bromfiets rijden terwijl geen certificaat is afgegeven
K 135 als bestuurder van een bromfiets rijden terwijl het afgegeven certificaat onjuist is ingericht en uitgevoerd dan wel niet behoorlijk leesbaar is
K 140 als houder van een ongeldig verklaard bromfietscertificaat dit certificaat niet inleveren zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden
K 145 a als bestuurder handelen in strijd met één of meer aan een ontheffing verbonden voorschrift(en), niet betrekking hebbend op de begeleiding
als bestuurder van een motorrijtuig niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven
K 150 a – het kentekenbewijs
K 150 b – het keuringsbewijs
K 150 c – het rijbewijs
K 150 d – het bromfietscertificaat dan wel het rijbewijs
K 150 e – de ontheffing
K 155 niet meewerken aan het voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht
zich zodanig gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd door
K 175 a – onvoldoende zicht door de voorruit
K 175 f – onvoldoende zicht door de achterruit en/of zijruiten
K 175 d – onvoldoende zicht door voor-, achter- en zijruiten
Nummers S 005 – S 010, VA 004 – VR 030: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
--- --- --- ---
Categorie-indeling C: (maximum snelheid)
1 – motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto's, autobussen en motorvoertuigen met aanhangwagen) en brommobielen;
2 – vrachtauto's, autobussen en motorvoertuigen met aanhangwagen;
3 – bromfietsen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor;
4 – land- of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid.
Feit
--- --- --- ---
1 2 3 4
Hoofdstuk 2. Verkeersregels
VIII. Maximum snelheid
a. Algemeen
als bestuurder niet in staat zijn, zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is
S 005 a – bij snelheden tot en met 80 km/h
als bestuurder niet in staat zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is. De gedraging/overtreding is geconstateerd met behulp van het Videocontrole systeem (VCS)
S 010 a – bij snelheden tot en met 80 km/h
Snelheidsoverschrijdingen
Noot snelheidsoverschrijdingen algemeen
Indien een feitcode van toepassing is waarbij de snelheidsoverschrijding per kilometer is aangegeven en er wordt een waarde achter de komma gemeten, dan moet deze te allen tijde naar beneden worden afgerond op een hele kilometer.
b. Binnen de bebouwde kom
Noot: * = recidiveregeling snelheid (zie punt 3 Richtlijnen voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het parket
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel)
VA 004 – met 4 km/h
VA 005 – met 5 km/h
VA 006 – met 6 km/h
VA 007 – met 7 km/h
VA 008 – met 8 km/h
VA 009 – met 9 km/h
VA 010 – met 10 km/h
VA 011 – met 11 km/h
VA 012 – met 12 km/h
VA 013 – met 13 km/h
VA 014 – met 14 km/h
VA 015 – met 15 km/h
VA 016 – met 16 km/h
VA 017 – met 17 km/h
VA 018 – met 18 km/h
VA 019 – met 19 km/h
VA 020 – met 20 km/h
VA 021 – met 21 km/h
VA 022 – met 22 km/h
VA 023 – met 23 km/h
VA 024 – met 24 km/h
VA 025 – met 25 km/h
VA 026 – met 26 km/h
VA 027 – met 27 km/h
VA 028 – met 28 km/h
VA 029 – met 29 km/h
VA 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1)
VB 004 – met 4 km/h
VB 005 – met 5 km/h
VB 006 – met 6 km/h
VB 007 – met 7 km/h
VB 008 – met 8 km/h
VB 009 – met 9 km/h
VB 010 – met 10 km/h
VB 011 – met 11 km/h
VB 012 – met 12 km/h
VB 013 – met 13 km/h
VB 014 – met 14 km/h
VB 015 – met 15 km/h
VB 016 – met 16 km/h
VB 017 – met 17 km/h
VB 018 – met 18 km/h
VB 019 – met 19 km/h
VB 020 – met 20 km/h
VB 021 – met 21 km/h
VB 022 – met 22 km/h
VB 023 – met 23 km/h
VB 024 – met 24 km/h
VB 025 – met 25 km/h
VB 026 – met 26 km/h
VB 027 – met 27 km/h
VB 028 – met 28 km/h
VB 029 – met 29 km/h
VB 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A3)
VC 004 – met 4 km/h
VC 005 – met 5 km/h
VC 006 – met 6 km/h
VC 007 – met 7 km/h
VC 008 – met 8 km/h
VC 009 – met 9 km/h
VC 010 – met 10 km/h
VC 011 – met 11 km/h
VC 012 – met 12 km/h
VC 013 – met 13 km/h
VC 014 – met 14 km/h
VC 015 – met 15 km/h
VC 016 – met 16 km/h
VC 017 – met 17 km/h
VC 018 – met 18 km/h
VC 019 – met 19 km/h
VC 020 – met 20 km/h
VC 021 – met 21 km/h
VC 022 – met 22 km/h
VC 023 – met 23 km/h
VC 024 – met 24 km/h
VC 025 – met 25 km/h
VC 026 – met 26 km/h
VC 027 – met 27 km/h
VC 028 – met 28 km/h
VC 029 – met 29 km/h
VC 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A1)
VD 004 – met 4 km/h
VD 005 – met 5 km/h
VD 006 – met 6 km/h
VD 007 – met 7 km/h
VD 008 – met 8 km/h
VD 009 – met 9 km/h
VD 010 – met 10 km/h
VD 011 – met 11 km/h
VD 012 – met 12 km/h
VD 013 – met 13 km/h
VD 014 – met 14 km/h
VD 015 – met 15 km/h
VD 016 – met 16 km/h
VD 017 – met 17 km/h
VD 018 – met 18 km/h
VD 019 – met 19 km/h
VD 020 – met 20 km/h
VD 021 – met 21 km/h
VD 022 – met 22 km/h
VD 023 – met 23 km/h
VD 024 – met 24 km/h
VD 025 – met 25 km/h
VD 026 – met 26 km/h
VD 027 – met 27 km/h
VD 028 – met 28 km/h
VD 029 – met 29 km/h
VD 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A3)
VE 004 – met 4 km/h
VE 005 – met 5 km/h
VE 006 – met 6 km/h
VE 007 – met 7 km/h
VE 008 – met 8 km/h
VE 009 – met 9 km/h
VE 010 – met 10 km/h
VE 011 – met 11 km/h
VE 012 – met 12 km/h
VE 013 – met 13 km/h
VE 014 – met 14 km/h
VE 015 – met 15 km/h
VE 016 – met 16 km/h
VE 017 – met 17 km/h
VE 018 – met 18 km/h
VE 019 – met 19 km/h
VE 020 – met 20 km/h
VE 021 – met 21 km/h
VE 022 – met 22 km/h
VE 023 – met 23 km/h
VE 024 – met 24 km/h
VE 025 – met 25 km/h
VE 026 – met 26 km/h
VE 027 – met 27 km/h
VE 028 – met 28 km/h
VE 029 – met 29 km/h
VE 030 – met 30 km/h
c. (Auto)wegen buiten de bebouwde kom
Noot:
* = recidiveregeling snelheid (zie punt 3 Richtlijnen voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het parket
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel)
VF 004 – met 4 km/h
VF 005 – met 5 km/h
VF 006 – met 6 km/h
VF 007 – met 7 km/h
VF 008 – met 8 km/h
VF 009 – met 9 km/h
VF 010 – met 10 km/h
VF 011 – met 11 km/h
VF 012 – met 12 km/h
VF 013 – met 13 km/h
VF 014 – met 14 km/h
VF 015 – met 15 km/h
VF 016 – met 16 km/h
VF 017 – met 17 km/h
VF 018 – met 18 km/h
VF 019 – met 19 km/h
VF 020 – met 20 km/h
VF 021 – met 21 km/h
VF 022 – met 22 km/h
VF 023 – met 23 km/h
VF 024 – met 24 km/h
VF 025 – met 25 km/h
VF 026 – met 26 km/h
VF 027 – met 27 km/h
VF 028 – met 28 km/h
VF 029 – met 29 km/h
VF 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)
VG 004 – met 4 km/h
VG 005 – met 5 km/h
VG 006 – met 6 km/h
VG 007 – met 7 km/h
VG 008 – met 8 km/h
VG 009 – met 9 km/h
VG 010 – met 10 km/h
VG 011 – met 11 km/h
VG 012 – met 12 km/h
VG 013 – met 13 km/h
VG 014 – met 14 km/h
VG 015 – met 15 km/h
VG 016 – met 16 km/h
VG 017 – met 17 km/h
VG 018 – met 18 km/h
VG 019 – met 19 km/h
VG 020 – met 20 km/h
VG 021 – met 21 km/h
VG 022 – met 22 km/h
VG 023 – met 23 km/h
VG 024 – met 24 km/h
VG 025 – met 25 km/h
VG 026 – met 26 km/h
VG 027 – met 27 km/h
VG 028 – met 28 km/h
VG 029 – met 29 km/h
VG 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A3)
VH 004 – met 4 km/h
VH 005 – met 5 km/h
VH 006 – met 6 km/h
VH 007 – met 7 km/h
VH 008 – met 8 km/h
VH 009 – met 9 km/h
VH 010 – met 10 km/h
VH 011 – met 11 km/h
VH 012 – met 12 km/h
VH 013 – met 13 km/h
VH 014 – met 14 km/h
VH 015 – met 15 km/h
VH 016 – met 16 km/h
VH 017 – met 17 km/h
VH 018 – met 18 km/h
VH 019 – met 19 km/h
VH 020 – met 20 km/h
VH 021 – met 21 km/h
VH 022 – met 22 km/h
VH 023 – met 23 km/h
VH 024 – met 24 km/h
VH 025 – met 25 km/h
VH 026 – met 26 km/h
VH 027 – met 27 km/h
VH 028 – met 28 km/h
VH 029 – met 29 km/h
VH 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A1)
VI 004 – met 4 km/h
VI 005 – met 5 km/h
VI 006 – met 6 km/h
VI 007 – met 7 km/h
VI 008 – met 8 km/h
VI 009 – met 9 km/h
VI 010 – met 10 km/h
VI 011 – met 11 km/h
VI 012 – met 12 km/h
VI 013 – met 13 km/h
VI 014 – met 14 km/h
VI 015 – met 15 km/h
VI 016 – met 16 km/h
VI 017 – met 17 km/h
VI 018 – met 18 km/h
VI 019 – met 19 km/h
VI 020 – met 20 km/h
VI 021 – met 21 km/h
VI 022 – met 22 km/h
VI 023 – met 23 km/h
VI 024 – met 24 km/h
VI 025 – met 25 km/h
VI 026 – met 26 km/h
VI 027 – met 27 km/h
VI 028 – met 28 km/h
VI 029 – met 29 km/h
VI 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A3)
VK 004 – met 4 km/h
VK 005 – met 5 km/h
VK 006 – met 6 km/h
VK 007 – met 7 km/h
VK 008 – met 8 km/h
VK 009 – met 9 km/h
VK 010 – met 10 km/h
VK 011 – met 11 km/h
VK 012 – met 12 km/h
VK 013 – met 13 km/h
VK 014 – met 14 km/h
VK 015 – met 15 km/h
VK 016 – met 16 km/h
VK 017 – met 17 km/h
VK 018 – met 18 km/h
VK 019 – met 19 km/h
VK 020 – met 20 km/h
VK 021 – met 21 km/h
VK 022 – met 22 km/h
VK 023 – met 23 km/h
VK 024 – met 24 km/h
VK 025 – met 25 km/h
VK 026 – met 26 km/h
VK 027 – met 27 km/h
VK 028 – met 28 km/h
VK 029 – met 29 km/h
VK 030 – met 30 km/h
d. Autosnelwegen
Noot: * = recidiveregeling snelheid (zie punt 3 Richtlijnen voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het parket
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel)
VL 004 – met 4 km/h
VL 005 – met 5 km/h
VL 006 – met 6 km/h
VL 007 – met 7 km/h
VL 008 – met 8 km/h
VL 009 – met 9 km/h
VL 010 – met 10 km/h
VL 011 – met 11 km/h
VL 012 – met 12 km/h
VL 013 – met 13 km/h
VL 014 – met 14 km/h
VL 015 – met 15 km/h
VL 016 – met 16 km/h
VL 017 – met 17 km/h
VL 018 – met 18 km/h
VL 019 – met 19 km/h
VL 020 – met 20 km/h
VL 021 – met 21 km/h
VL 022 – met 22 km/h
VL 023 – met 23 km/h
VL 024 – met 24 km/h
VL 025 – met 25 km/h
VL 026 – met 26 km/h
VL 027 – met 27 km/h
VL 028 – met 28 km/h
VL 029 – met 29 km/h
VL 030 – met 30 km/h
VL 031 a – met 31 km/h
VL 032 a – met 32 km/h
VL 033 a – met 33 km/h
VL 034 a – met 34 km/h
VL 035 a – met 35 km/h
VL 036 a – met 36 km/h
VL 037 a – met 37 km/h
VL 038 a – met 38 km/h
VL 039 a – met 39 km/h
VL 040 a – met 40 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)
VM 004 – met 4 km/h
VM 005 – met 5 km/h
VM 006 – met 6 km/h
VM 007 – met 7 km/h
VM 008 – met 8 km/h
VM 009 – met 9 km/h
VM 010 – met 10 km/h
VM 011 – met 11 km/h
VM 012 – met 12 km/h
VM 013 – met 13 km/h
VM 014 – met 14 km/h
VM 015 – met 15 km/h
VM 016 – met 16 km/h
VM 017 – met 17 km/h
VM 018 – met 18 km/h
VM 019 – met 19 km/h
VM 020 – met 20 km/h
VM 021 – met 21 km/h
VM 022 – met 22 km/h
VM 023 – met 23 km/h
VM 024 – met 24 km/h
VM 025 – met 25 km/h
VM 026 – met 26 km/h
VM 027 – met 27 km/h
VM 028 – met 28 km/h
VM 029 – met 29 km/h
VM 030 – met 30 km/h
VM 031 a – met 31 km/h
VM 032 a – met 32 km/h
VM 033 a – met 33 km/h
VM 034 a – met 34 km/h
VM 035 a – met 35 km/h
VM 036 a – met 36 km/h
VM 037 a – met 37 km/h
VM 038 a – met 38 km/h
VM 039 a – met 39 km/h
VM 040 a – met 40 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A3)
VN 004 – met 4 km/h
VN 005 – met 5 km/h
VN 006 – met 6 km/h
VN 007 – met 7 km/h
VN 008 – met 8 km/h
VN 009 – met 9 km/h
VN 010 – met 10 km/h
VN 011 – met 11 km/h
VN 012 – met 12 km/h
VN 013 – met 13 km/h
VN 014 – met 14 km/h
VN 015 – met 15 km/h
VN 016 – met 16 km/h
VN 017 – met 17 km/h
VN 018 – met 18 km/h
VN 019 – met 19 km/h
VN 020 – met 20 km/h
VN 021 – met 21 km/h
VN 022 – met 22 km/h
VN 023 – met 23 km/h
VN 024 – met 24 km/h
VN 025 – met 25 km/h
VN 026 – met 26 km/h
VN 027 – met 27 km/h
VN 028 – met 28 km/h
VN 029 – met 29 km/h
VN 030 – met 30 km/h
VN 031 a – met 31 km/h
VN 032 a – met 32 km/h
VN 033 a – met 33 km/h
VN 034 a – met 34 km/h
VN 035 a – met 35 km/h
VN 036 a – met 36 km/h
VN 037 a – met 37 km/h
VN 038 a – met 38 km/h
VN 039 a – met 39 km/h
VN 040 a – met 40 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A1)
VO 004 – met 4 km/h
VO 005 – met 5 km/h
VO 006 – met 6 km/h
VO 007 – met 7 km/h
VO 008 – met 8 km/h
VO 009 – met 9 km/h
VO 010 – met 10 km/h
VO 011 – met 11 km/h
VO 012 – met 12 km/h
VO 013 – met 13 km/h
VO 014 – met 14 km/h
VO 015 – met 15 km/h
VO 016 – met 16 km/h
VO 017 – met 17 km/h
VO 018 – met 18 km/h
VO 019 – met 19 km/h
VO 020 – met 20 km/h
VO 021 – met 21 km/h
VO 022 – met 22 km/h
VO 023 – met 23 km/h
VO 024 – met 24 km/h
VO 025 – met 25 km/h
VO 026 – met 26 km/h
VO 027 – met 27 km/h
VO 028 – met 28 km/h
VO 029 – met 29 km/h
VO 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A3)
VP 004 – met 4 km/h
VP 005 – met 5 km/h
VP 006 – met 6 km/h
VP 007 – met 7 km/h
VP 008 – met 8 km/h
VP 009 – met 9 km/h
VP 010 – met 10 km/h
VP 011 – met 11 km/h
VP 012 – met 12 km/h
VP 013 – met 13 km/h
VP 014 – met 14 km/h
VP 015 – met 15 km/h
VP 016 – met 16 km/h
VP 017 – met 17 km/h
VP 018 – met 18 km/h
VP 019 – met 19 km/h
VP 020 – met 20 km/h
VP 021 – met 21 km/h
VP 022 – met 22 km/h
VP 023 – met 23 km/h
VP 024 – met 24 km/h
VP 025 – met 25 km/h
VP 026 – met 26 km/h
VP 027 – met 27 km/h
VP 028 – met 28 km/h
VP 029 – met 29 km/h
VP 030 – met 30 km/h
Maatregel na ernstige verstoring olie-aanvoer
overschrijding van de door de Minister van Verkeer en Waterstaat vastgestelde maximumsnelheid op autosnelwegen bij ernstige verstoring van de olie-aanvoer
VR 004 – met 4 km/h
VR 005 – met 5 km/h
VR 006 – met 6 km/h
VR 007 – met 7 km/h
VR 008 – met 8 km/h
VR 009 – met 9 km/h
VR 010 – met 10 km/h
VR 011 – met 11 km/h
VR 012 – met 12 km/h
VR 013 – met 13 km/h
VR 014 – met 14 km/h
VR 015 – met 15 km/h
VR 016 – met 16 km/h
VR 017 – met 17 km/h
VR 018 – met 18 km/h
VR 019 – met 19 km/h
VR 020 – met 20 km/h
VR 021 – met 21 km/h
VR 022 – met 22 km/h
VR 023 – met 23 km/h
VR 024 – met 24 km/h
VR 025 – met 25 km/h
VR 026 – met 26 km/h
VR 027 – met 27 km/h
VR 028 – met 28 km/h
VR 029 – met 29 km/h
VR 030 – met 30 km/h
Nummers R 301 – R 630: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
--- --- --- ---
Categorie-indeling B:
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Schippers;
8 – Een ieder.
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen
Feit
--- --- --- ---
1 2 3 4
Hoofdstuk 2. Verkeersregels
I. Plaats op de weg
R 301 als bestuurder van een motorvoertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg
R 303 a als bestuurder van een voertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een andere weg dan autoweg of autosnelweg
R 305 als voetganger niet het voetpad of trottoir gebruiken
R 306 als voetganger bij gebreke van een voetpad of trottoir niet het fietspad of het fiets/bromfietspad gebruiken
R 307 als voetganger bij gebreke van een voetpad, een trottoir en een fietspad of fiets/bromfietspad niet de berm of de uiterste zijde van de rijbaan gebruiken
R 308 als (snor)fietser niet het verplichte fietspad of fiets/bromfietspad gebruiken
R 309 als (snor) fietser bij gebreke van een verplicht fietspad of fiets/bromfietspad niet de rijbaan gebruiken
R 310 als bromfietser niet het fiets/bromfietspad gebruiken
R 311 als bromfietser niet de rijbaan gebruiken bij ontbreken van een fiets/bromfietspad (bord G 12a)
R 312 b als snorfietser met ingeschakelde motor het onverplichte fietspad gebruiken
R 313 als ruiter niet het ruiterpad gebruiken
R 314 als ruiter bij gebreke van een ruiterpad niet de berm of de rijbaan gebruiken
als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken
R 315 a – rijdend
R 315 b – stilstaand
R 316 als bestuurder van een bespannen wagen niet de rijbaan gebruiken
R 317 als bestuurder van een onbespannen wagen niet de rijbaan gebruiken
R 318 als geleider van rij- of trekdieren of vee niet de rijbaan gebruiken
R 319 als bestuurder van een motorvoertuig een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken
R 320 als bestuurder van een bespannen wagen een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken
R 321 als bestuurder van een onbespannen wagen een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken
R 322 als geleider van rij- of trekdieren of vee een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken
R 323 als bromfietser een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken
II. Inhalen
R 326 als bestuurder niet links inhalen
R 327 als bestuurder een andere bestuurder die links heeft voorgesorteerd en een teken geeft linksaf te willen slaan, links inhalen
R 328 als bestuurder een voertuig inhalen vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats
IV. Oprijden van kruispunten
R 331 als bestuurder een kruispunt blokkeren
V. Verlenen van voorrang
R 336 als bestuurder op een kruispunt geen voorrang verlenen aan bestuurders van rechts
R 337 als bestuurder op een onverharde weg geen voorrang verlenen aan bestuurders op een verharde weg
R 338 als bestuurder geen voorrang verlenen aan bestuurders van een tram
R 340 a als weggebruiker een overweg opgaan, terwijl men niet direct kan doorgaan en de overweg niet geheel vrij kan maken
R 340 b als weggebruiker bij een overweg een spoorvoertuig niet voor laten gaan en daarbij de overweg niet geheel vrij laten
VI. Doorsnijden militaire kolonnes
R 341 als weggebruiker een militaire kolonne doorsnijden
VII. Afslaan
R 346 als bestuurder afslaan zonder een teken met de richtingaanwijzer of met de arm te geven
R 347 a als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat hen op dezelfde weg tegemoet komt
R 347 b als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel links dicht achter hem bevindt
R 347 c als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel rechts dicht achter hem bevindt
R 348 als bestuurder links afslaan zonder tegemoetkomende bestuurders die op hetzelfde kruispunt rechts afslaan, voor laten gaan
VIII. Maximumsnelheid (zie feitcodes VA t/m VR)
Noot stilstaan en parkeren:
In dit onderdeel zijn tevens enkele parkeerfeiten uit de plaatselijke verordeningen en de WVW 1994 opgenomen.
IX. Stilstaan
R 395 een voertuig op een zodanige wijze laten staan waardoor op de weg gevaar wordt/kan worden veroorzaakt, dan wel het verkeer wordt/kan worden gehinderd
als bestuurder een voertuig laten stilstaan
R 396 a – op een kruispunt
R 396 b – op een fietsstrook
R 396 c – op de rijbaan langs een fietsstrook
R 396 d – op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan
R 396 e – in een tunnel
R 396 f – bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering
R 396 g – bij een bord bushalte op een afstand van minder dan twaalf meter van dat bord terwijl de geblokte markering niet is aangebracht
R 396 h – op de rijbaan langs een busstrook
R 396 i – langs een gele doorgetrokken streep
R 396 j – op een overweg
X. Parkeren
als bestuurder een voertuig parkeren
R 397 a – bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan
R 397 b – voor een inrit of uitrit
R 397 c – buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg
R 397 d – op een parkeergelegenheid terwijl blijkens de aanduiding onder het bord, dat voertuig niet behoort tot de aangegeven categorie of groep voertuigen
R 397 e – op een parkeergelegenheid, terwijl blijkens de aanduiding onder het bord, dat voertuig staat geparkeerd op een andere dan de aangegeven wijze
R 397 f – op een parkeergelegenheid, terwijl blijkens de aanduiding onder het bord, dat voertuig staat geparkeerd op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden
R 397 g – langs een gele onderbroken streep
R 397 h – op een gelegenheid bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen
R 397 i – op een parkeerplaats voor vergunninghouders aangeduid door verkeersbord E9, zonder dat voor dat voertuig een vergunning tot parkeren op die plaats was verleend
R 397 j – op een parkeergelegenheid (borden E4 tot en met E13 bijlage I), buiten de aangegeven parkeervakken
R 398 als bestuurder een voertuig dubbel parkeren
als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep, terwijl dat motorvoertuig
R 400 aa – niet is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf, waarop het tijdstip staat aangegeven waarop met parkeren is begonnen
R 400 ab – is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf en de toegestane parkeertijd is verstreken
R 401 als bestuurder een voertuig parkeren in een parkeerschijfzone (geldt niet voor parkeerplaatsen, die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of die zijn voorzien van een blauwe streep)
R 402 a als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een gehandicaptenvoertuig
R 402 b als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin duidelijk zichtbaar is aangebracht een geldige gehandicaptenparkeerkaart
R 402 c als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een voertuig dat voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemd is
R 403 a als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl de parkeermeter niet in werking is gesteld of aangeeft dat de parkeerduur is verstreken
R 403 b als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl aldaar reeds een motorvoertuig staat geparkeerd
R 404 een muntstuk in een parkeermeter werpen op een tijdstip dat niet samenvalt met of onmiddellijk volgt op de feitelijke aanvang van het parkeren
R 405 als bestuurder een motorvoertuig op twee wielen, een bromfiets dan wel een fiets parkeren op een parkeervak behorende bij een parkeermeter
R 406 een voertuig te doen of laten staan in een park of plantsoen, op openbare beplantingen of groenstroken
als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerterrein waar dit slechts met gebruikmaking van een ter plaatse aangebrachte parkeerautomaat is toegestaan
R 409 a – anders dan voorzien van een door de parkeerautomaat afgegeven parkeerkaart, aangebracht op de voorgeschreven wijze
R 409 b – terwijl de op de parkeerkaart aangegeven parkeertijd is verstreken
R 409 c – zonder de aangebrachte parkeerautomaat in werking te stellen
R 409 d – terwijl de op de parkeerautomaat aangegeven parkeertijd is verstreken
een voertuig dat, met inbegrip van de lading
R 414 a – langer is dan 6 meter of hoger is dan 2,4 meter parkeren op een plaats, die als schadelijk voor het aanzien van de gemeente is aangewezen
R 414 b – langer is dan 6 meter, buiten de vastgestelde tijden, parkeren op een aangewezen weg, waar dit parkeren buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte
R 592 als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder (duidelijk zichtbare) parkeervergunning, dan wel in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden
XII. Signalen
R 418 als bestuurder van een motorvoertuig geen zwaai- of knipperlicht voeren bij werkzaamheden en omstandigheden, waarbij dit, ingevolge artikel 5 van de Regeling optische en geluidssignalen, verplicht is indien de kans bestaat dat dit motorvoertuig niet tijdig wordt opgemerkt
R 419 signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan
XIII. Gebruik van lichten tijdens het rijden
als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig geen dim- of grootlicht voeren
R 421 a – bij nacht, binnen de bebouwde kom
R 421 b – bij nacht, buiten de bebouwde kom
R 421 c – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
R 425 als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig groot licht voeren bij dag, bij het tegenkomen van een andere weggebruiker, dan wel bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig
als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, het achterlicht brandt
R 426 a – bij nacht, binnen de bebouwde kom
R 426 b – bij nacht, buiten de bebouwde kom
R 426 c – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
als bestuurder rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, de verlichting van de achterkentekenplaat brandt
R 428 a – van een motorvoertuig, bromfiets of snorfiets
R 428 b – van een motorvoertuig met aanhangwagen
als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen geen achterlicht voeren
R 431 d – bij nacht, binnen de bebouwde kom
R 431 e – bij nacht, buiten de bebouwde kom
R 431 f – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen niet het in het Voertuigreglement voorgeschreven stadslicht voeren
R 432 d – bij nacht, binnen de bebouwde kom
R 432 e – bij nacht, buiten de bebouwde kom
R 432 f – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
R 434 als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig anders dan bij mist, sneeuwval of regen, die het zicht ernstig belemmert mistlicht(en) aan de voorzijde voeren
R 436 als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig mistachterlicht voeren, indien het zicht door mist of sneeuwval niet beperkt is tot een afstand van minder dan 50 meter
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd geen voor- en/of achterlicht voeren
R 438 h – als fietser
R 438 i – als bestuurder van een wagen
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd niet een lantaarn meevoeren die naar voren wit of geel licht en naar achteren rood licht straalt
R 445 c – als ruiter
R 445 d – als geleider van rij-, trekdieren of vee
XIV. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens geen stadslicht en achterlicht voeren
R 451 c – als bestuurder van een stilstaand motorvoertuig
R 451 d – op een stilstaande aanhangwagen
R 453 bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd op de rijbaan buiten de bebouwde kom geen voor- en achterlicht voeren op een stilstaande wagen
XV. Bijzondere lichten
als bestuurder van een motorvoertuig aan de voorzijde naast het dimlicht of het mistlicht andere verlichting voeren dan bermlicht, richtlicht of markeringslichten
R 456 a – bij nacht
R 456 b – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
XVI. Autosnelwegen en autowegen
a. Autosnelwegen
R 461 anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag of kan worden gereden dan 60 kilometer per uur, een autosnelweg gebruiken
als bestuurder van een motorvoertuig op een autosnelweg
R 462 – keren
R 463 – achteruitrijden
R 464 – deze op de rijbaan laten stilstaan
behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autosnelweg
R 465 a – over de vluchtstrook of vluchthaven rijden
R 465 b – gebruik maken van de berm
R 465 c – op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan
R 466 als bestuurder van een samenstel van voertuigen dat langer is dan 7 meter, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken
R 467 als bestuurder van een vrachtauto, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken
b. Autowegen
R 468 anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag of kan worden gereden dan 50 kilometer per uur, een autoweg gebruiken
als bestuurder van een motorvoertuig op een autoweg
R 469 – keren
R 470 – achteruitrijden
R 471 – deze op de rijbaan laten stilstaan
behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autoweg
R 472 a – over de vluchtstrook of vluchthaven rijden
R 472 b – gebruik maken van de berm
R 472 c – op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan
XVII. Erven
R 476 als bestuurder binnen een erf sneller rijden dan stapvoets
R 478 als bestuurder een motorvoertuig binnen een erf parkeren anders dan op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven
XIX. Voetgangers
R 481 a als bestuurder een blinde, voorzien van een blindenstok niet voor laten gaan
R 481 b als bestuurder een blinde of een persoon die zich moeilijk voortbeweegt niet voor laten gaan
R 482 als bestuurder een voetganger, die op een voetgangersoversteekplaats oversteekt of kennelijk op het punt staat over te steken, niet voor laten gaan
R 483 als bestuurder een bestuurder van een gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteekt of kennelijk op het punt staat over te steken, niet voor laten gaan
XX. Voorrangsvoertuigen
R 486 als weggebruiker een voorrangsvoertuig niet voor laten gaan
XXI. Loslopend vee
R 491 rij-, trekdieren of vee zonder toezicht op de weg los laten lopen
XXII. In- en uitstappende passagiers
R 492 als bestuurder een tram of autobus voorbij rijden aan de zijde waar passagiers in- en uitstappen zonder hen daartoe de gelegenheid te geven
XXIII. Slepen
R 501 als bestuurder van een motorvoertuig een ander motorvoertuig slepen, terwijl de onderlinge afstand meer dan vijf meter bedraagt
XXIV. Bijzondere manoeuvres
R 505 als bestuurder wegrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 506 als bestuurder achteruitrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 507 als bestuurder uit een uitrit de weg oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 508 als bestuurder vanaf een weg een inrit oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 509 als bestuurder keren zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 510 als bestuurder van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 511 als bestuurder van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 512 als bestuurder van rijstrook wisselen zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 513 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wegrijden geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 514 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het inhalen van een ander voertuig geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 515 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het oprijden van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 516 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het verlaten van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 517 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wisselen van rijstrook geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 518 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij een andere belangrijke zijdelingse verplaatsing geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 519 als bestuurder binnen de bebouwde kom geen gelegenheid geven aan een autobus weg te rijden van een halte wanneer de bestuurder van die autobus door het geven van een teken met zijn richtingaanwijzer zijn voornemen daartoe kenbaar maakt
XXV. Onnodig geluid
R 522 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser c.q. snorfietser onnodig geluid veroorzaken
XXVI. Gevarendriehoek
R 526 het niet plaatsen van een gevarendriehoek in de voorgeschreven gevallen, op de voorgeschreven wijze bij een stilstaand motorvoertuig op meer dan twee wielen en aanhangwagens, zijnde een obstakel, terwijl geen knipperend waarschuwingslicht wordt gevoerd
XXVII. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen
R 533 als bestuurder van een motorvoertuig of bromfiets of (de naast hen gezeten) passagier geen gebruik maken van de voor hen beschikbare autogordel
R 534 als niet naast de bestuurder van een motorvoertuig gezeten passagier, geen gebruik maken van de voor hem beschikbare autogordel
als bestuurder
R 535 a – de naast hem gezeten passagier(s) jonger dan 12 jaren en korter dan 1.50 meter vervoeren, zonder dat er gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem
R 535 b – de niet naast hem gezeten passagier(s) jonger dan 12 jaren en korter dan 1.50 meter vervoeren, zonder dat er gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem, terwijl dit aanwezig is
R 535 c – de niet naast hem gezeten passagier(s) van 3 tot 12 jaren en korter dan 1.50 meter vervoeren, zonder dat er gebruik wordt gemaakt van de voor hem/hen beschikbare autogordel omdat voor hem/hen geen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem aanwezig is
R 535 d – passagier(s) jonger dan 12 jaren met een lengte van 1.50 meter of meer vervoeren, zonder dat er gebruik wordt gemaakt van de voor hem/hen beschikbare autogordel
XXVIII. Helmen
R 536 a als bestuurder of passagier van een bromfiets geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk
R 536 c als bestuurder of passagier van een motorfiets dan wel driewielig motorvoertuig geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en is voorzien van een goedkeuringsmerk
R 537 als bestuurder van een motorfiets, bromfiets dan wel driewielig motorvoertuig een passagier beneden de twaalf jaren vervoeren, die geen goedpassende helm draagt, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk
XXIX. Zitplaats kinderen op fietsen en bromfietsen
R 541 als bromfietser of fietser een kind beneden acht jaren vervoeren anders dan op een doelmatige en veilige zitplaats met voldoende steun voor rug, handen en voeten
XXX Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur
R 545 als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vast houden (geldt niet voor snorfietsen)
XXXI Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten
personen vervoeren
R 539 a – in de gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets
R 539 b – in de open laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets, dan wel in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets
Hoofdstuk 3. Verkeerstekens
II. Verkeersborden
R 548 als bestuurder in strijd met bord B6 geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg
als bestuurder in strijd met bord B7
R 549 a – niet stoppen
R 549 b – geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg
R 549 c – niet stoppen en geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg
als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord C1 (gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee)
R 550 a – een weg gebruiken
R 550 b – een weg(gedeelte) bestemd voor aangewezen categorie(ën) voertuigen gebruiken (doelgroepstroken)
als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord C2 (eenrichtingsweg, in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee)
R 551 b – op andere weg dan autoweg of autosnelweg
als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord
R 552 a – C3 (eenrichtingsweg)
R 552 b – C4 (eenrichtingsweg)
als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen in strijd met bord C6 (geslotenverklaring voor motorvoertuig op meer dan twee wielen)
R 553 b – een weg gebruiken
R 554 als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto's)
R 555 als bestuurder van een motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur een weg gebruiken in strijd met bord C8 (geslotenverklaring voor motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur)
R 556 als ruiter, geleider van rij-, trekdieren of vee, bestuurder van een wagen, een motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur, een brommobiel, een fiets, een bromfiets of een gehandicaptenvoertuig in strijd met bord C9 een weg gebruiken (geslotenverklaring)
R 557 als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen een weg gebruiken in strijd met bord C10 (geslotenverklaring voor motorvoertuig met aanhangwagen)
R 558 als bestuurder van een motorfiets een weg gebruiken in strijd met bord C11 (geslotenverklaring motorfiets)
R 559 als bestuurder van een motorvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C12 (geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen)
R 560 als bestuurder van een bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor een weg gebruiken in strijd met bord C13 (geslotenverklaring voor bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor)
R 561 als bestuurder van een fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor een weg gebruiken in strijd met bord C14 (geslotenverklaring voor fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor) (categorie 3 betreft alleen snorfiets met uitgeschakelde motor)
R 562 als bestuurder van een fiets, een bromfiets of gehandicaptenvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C15 (geslotenverklaring voor fiets, bromfiets of gehandicaptenvoertuig)
R 563 als voetganger een weg gebruiken in strijd met bord C16 (geslotenverklaring voor voetgangers)
R 564 als bestuurder van een voertuig of samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C17 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen die, met inbegrip van de lading, langer zijn dan op het bord C17 is aangegeven)
R 565 als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C18 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan op het bord C18 is aangegeven)
R 566 als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C19 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord C19 is aangegeven)
als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C20 (geslotenverklaring voor voertuigen waarvan de aslast hoger is dan op het bord C20 is aangegeven) met een overschrijding van
R 567 a – niet meer dan 10%
R 567 b – 11 tot en met 20%
R 567 c – 21 tot en met 30%
als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van
R 568 a – niet meer dan 10%
R 568 b – 11 tot en met 20%
R 568 c – 21 tot en met 30%
als bestuurder van een samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van
R 569 a – niet meer dan 10%
R 569 b – 11 tot en met 20%
R 569 c – 21 tot en met 30%
R 574 als bestuurder rijden in strijd met de door bord D1 aangegeven rijrichting (rotonde; verplichte rijrichting)
R 575 als bestuurder rijden in strijd met bord D2 aan de andere zijde dan het bord aangeeft (gebod voor alle bestuurders het bord D2 voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft)
R 576 als bestuurder in strijd met bord D4 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D4 is aangegeven)
R 577 als bestuurder in strijd met bord D5 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D5 is aangegeven)
R 578 als bestuurder in strijd met bord D6 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D6 zijn aangegeven)
R 579 als bestuurder in strijd met bord D7 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D7 zijn aangegeven)
R 580 c als bestuurder in strijd met bord 46/47 links- of rechtsaf slaan op autoweg of autosnelweg
R 581 a als bestuurder in strijd met bord 46/47 links- of rechtsaf slaan op andere weg dan autoweg of autosnelweg
R 584 als bestuurder een voertuig parkeren in strijd met (zone) bord E1 (parkeerverbod(szone))
R 585 als bestuurder een voertuig laten stilstaan in strijd met bord E2 (verbod stilstaan)
R 593 als bestuurder van een motorvoertuig in strijd met bord F1 een motorvoertuig inhalen (verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen)
R 594 als bestuurder van een vrachtauto in strijd met bord F3 een motorvoertuig inhalen (verbod voor vrachtauto's om motorvoertuigen in te halen)
R 595 als bestuurder in strijd met bord F5 doorgaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting (verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting)
R 596 als bestuurder in strijd met bord F7 keren
R 597 als bestuurder in strijd met bord F10 niet stoppen
III. Verkeerslichten
R 601 als weggebruiker niet doorgaan bij groen licht bij een driekleurig verkeerslicht
R 602 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht
R 603 als fietser, bromfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een driekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan
R 604 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij tweekleurig verkeerslicht
R 605 als fietser, bromfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een tweekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan
R 606 als bestuurder van een tram, autobus of lijnbus niet stoppen voor rood tram-/buslicht
R 607 als bestuurder van een tram niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht
R 608 als weggebruiker niet stoppen voor rood knipperlicht bij overweglichten
R 609 als weggebruiker niet stoppen voor rood (knipper)licht bij bruglichten
R 610 als weggebruiker bij verlicht rood kruis een rijstrook gebruiken
R 611 als bestuurder van een ander voertuig dan een lijnbus een door een verlichte afbeelding van «BUS» gemarkeerde rijstrook gebruiken
R 612 als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig beginnen over te steken bij rood voetgangerslicht
R 613 als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij het oversteken het overige verkeer ter plaatse niet voor laten gaan, indien het rode licht is vervangen door een geel knipperlicht als bedoeld in artikel 75 van het RVV 1990
R 614 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij toeritdosering
IV. Verkeerstekens op het wegdek
R 616 a als bestuurder de doorgetrokken streep tussen rijstroken dan wel op paden met verkeer in beide richtingen naar links overschrijden
R 616 b als bestuurder zich bevinden links van de doorgetrokken streep tussen rijstroken dan wel op paden met verkeer in beide richtingen
R 617 als bestuurder de doorgetrokken streep tussen rijstroken dan wel op paden met verkeer in één richting overschrijden
R 618 als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken
R 619 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser die de rijbaan volgt op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft
R 620 als bestuurder niet stoppen voor stopstreep daar waar dit op grond van het RVV 1990 verplicht is
R 621 als bestuurder in strijd met op het wegdek aangebrachte haaietanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg
R 622 als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus of autobus, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met «Bus»
R 622 a als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus, gebruik maken van een busbaan of - strook aangeduid met: «lijnbus»
Hoofdstuk 4. Aanwijzingen
I. Verplichtingen weggebruikers
R 628 a als weggebruiker niet stoppen voor een stopteken, gegeven door middel van een rode lamp
R 628 b als weggebruiker niet stoppen voor een stopteken, gegeven met een aan een politievoertuig aangebrachte transparant
als weggebruiker niet opvolgen van de in de Bijlage II RVV 1990 vastgestelde aanwijzingen
R 630 a – gegeven door daartoe bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaren
Nummers R 701 - R 703: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
R 701 zonder daartoe krachtens het Besluit bevoegd te zijn verkeerstekens op, langs of boven de wegen aan te brengen, te doen aanbrengen, aangebracht houden, te verwijderen, dan wel de zichtbaarheid daarvan weg te nemen
R 702 voorwerpen, inrichting of borden, van welke aard ook, die het verkeer in verwarring zouden kunnen brengen op, langs of boven de wegen aan te brengen, te doen aanbrengen of aangebracht houden
R 703 niet zo spoedig mogelijk op de juiste wijze inleveren van ongeldige gehandicaptenparkeerkaart
Nummers K 405 - K 550: Kentekenreglement (KR)
K 405 de kentekenplaat voldoet niet aan de gestelde eisen
Wijziging van de tenaamstelling: overdracht tussen particulieren
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
K 417 deel I B en deel II niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder overdragen
K 418 deel I A afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen
K 419 het ontvangstbewijs afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen
K 420 als nieuwe eigenaar of houder niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven
K 421 het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B niet terstond aan de vorige eigenaar of houder afgeven
K 422 deel I A niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B
K 423 het ontvangstbewijs niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel IB en een overschrijvingsbewijs
K 431 deel II of deel I B en het overschrijvingsbewijs niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder overdragen
K 432 deel I afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B nog niet is ontvangen
K 433 het ontvangstbewijs afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B nog niet is ontvangen
K 434 als nieuwe eigenaar of houder niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven
K 436 het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B niet terstond aan de vorige eigenaar of houder afgeven
K 437 deel I niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B
K 438 het ontvangstbewijs niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B
Wijziging van de tenaamstelling: overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
K 441 deel I B en deel II niet terstond aan het erkende bedrijf overdragen
K 442 deel I A afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen
K 443 het ontvangstbewijs afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen
K 444 deel I A niet terstond aan het erkende bedrijf afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B
K 446 het ontvangstbewijs niet terstond aan het erkende bedrijf afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel IB en een overschrijvingsbewijs
K 447 deel I B en deel II niet terstond aan het erkende bedrijf overdragen
K 448 deel I afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B nog niet is ontvangen
K 449 het ontvangstbewijs afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B nog niet is ontvangen
K 451 deel I niet terstond aan het erkende bedrijf afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B
K 452 het ontvangstbewijs niet terstond aan het erkende bedrijf afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B
Wijziging van de tenaamstelling: overdracht van een voertuig uit bedrijfsvoorraad
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
bedrijfsvoorraad deel I B en deel II niet terstond overdragen aan
K 456 a – de nieuwe eigenaar of houder (particulier)
K 456 b – het erkende bedrijf
als erkend bedrijf deel I A afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen, van
K 457 a – een particulier
K 457 b – een erkend bedrijf
K 465 als nieuwe eigenaar of houder (particulier) niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven
K 471 als particulier het vrijwaringsbewijs en het oude bedrijfsvoorraad deel I B niet terstond aan de vorige eigenaar of houder afgeven
deel I A na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude bedrijfsvoorraad deel I B niet terstond afgeven aan
K 472 a – de nieuwe eigenaar of houder (particulier)
K 472 b – het erkende bedrijf
K 480 als erkend bedrijf niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven (voertuig bestemd voor eigen gebruik)
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel IB en een overschrijvingsbewijs
bedrijfsvoorraad deel II of I B en het overschrijvingsbewijs niet terstond overdragen aan
K 478 a – de nieuwe eigenaar of houder (particulier)
K 478 b – het erkende bedrijf
als erkend bedrijf deel I afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B nog niet is ontvangen, van
K 479 a – een particulier
K 479 b – een erkend bedrijf
K 481 als nieuwe eigenaar of houder (particulier) niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven
K 482 als particulier het vrijwaringsbewijs en het oude bedrijfsvoorraad deel II of I B niet terstond aan de vorige eigenaar of houder afgeven
deel I na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude bedrijfsvoorraad deel II of I B niet terstond afgeven aan
K 483 a – de nieuwe eigenaar of houder (particulier)
K 483 b – het erkende bedrijf
K 484 als erkend bedrijf niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven (voertuig bestemd voor eigen gebruik)
Wijziging van de tenaamstelling: overlijden van een kentekenhouder
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
K 485 als meerderjarige eigenaar of houder na overlijden van de kentekenhouder niet binnen vijf weken op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs op zijn naam overschrijven
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel IB en een overschrijvingsbewijs
K 486 als meerderjarige eigenaar of houder na overlijden van de kentekenhouder niet binnen vijf weken op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs op zijn naam overschrijven
Verval van de tenaamstelling: overdracht van een voertuig aan een persoon in het buitenland
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
K 491 het (bedrijfsvoorraad) deel I B en deel II niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder overdragen
K 492 deel I A afgeven terwijl het afschrift van de uitvoerverklaring nog niet is ontvangen
K 493 als eigenaar of houder deel I A niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het afschrift van de uitvoerverklaring
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel IB en een overschrijvingsbewijs
K 490 a het (bedrijfsvoorraad) deel II (of I B) en het overschrijvingsbewijs niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder overdragen
K 490 b deel I afgeven terwijl het afschrift van de uitvoerverklaring nog niet is ontvangen
K 505 als eigenaar of houder deel I niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het afschrift van de uitvoerverklaring
Alle kentekenbewijzen
K 490 c het ontvangstbewijs afgeven terwijl het afschrift van de uitvoerverklaring nog niet is ontvangen
K 495 als nieuwe eigenaar of houder niet binnen een week de vereiste documenten bij de Minister van Verkeer en Waterstaat inleveren
K 500 als nieuwe eigenaar of houder het afschrift van de uitvoerverklaring niet terstond aan de vorige eigenaar of houder afgeven
K 510 als eigenaar of houder het ontvangstbewijs niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het afschrift van de uitvoerverklaring
K 515 als nieuwe eigenaar of houder niet terstond een aangewezen legitimatiebewijs en de uitvoerverklaring inleveren bij het erkende bedrijf dat de uitvoer geautomatiseerd registreert
K 520 als kentekenhouder/bij overlijden zijn erfgenaam, niet de vereiste documenten inleveren bij de Minister van Verkeer en Waterstaat, wanneer het voertuig voorgoed buiten Nederland wordt gebracht
Aanvraag nieuw deel I (A)
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
K 526 niet op de voorgeschreven wijze een nieuw deel I A aanvragen, indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens op het afgegeven deel I A
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel IB en een overschrijvingsbewijs
K 527 niet op de voorgeschreven wijze een nieuw kentekenbewijs aanvragen, indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens op het afgegeven deel I
Handelaarskenteken(bewijs)
K 535 als kentekenhouder het handelaarskenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruiken
K 540 het ongeldig verklaarde handelaarskentekenbewijs niet onverwijld inleveren
Intrekking erkenning
K 545 de verstrekte formulieren en bedrijfsvoorraadpassen niet onverwijld inleveren
Inleverplicht oude bewijzen (overgangsbepaling)
K 550 kentekenbewijzen en duplicaten afgegeven op basis van de (oude) Wegenverkeerswet en die hun geldigheid hebben verloren, niet onverwijld inleveren
Nummer K 600: Reglement rijbewijzen (RR)
K 600 als bestuurder van een motorrijtuig van de rijbewijscategorie A niet op eerste vordering het theoriecertificaat dan wel de oproep voor het examen ter inzage geven
Nummers N 004 – P 600: Voertuigreglement (VR)
--- --- --- ---
Categorie-indeling A: (voertuigreglement)
2 – personenauto's;
3 – bedrijfsauto's;
4 – motorfietsen;
5 – driewielige motorrijtuigen;
6 – bromfietsen;
7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid;
8 – land- of bosbouwtrekkers;
9 – fietsen;
10 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een verbrandingsmotor of een elektromotor en voorzien van een gesloten carrosserie;
11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie;
12 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg achter personenauto's, bedrijfsauto's en driewielige motorrijtuigen;
13 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg achter personenauto's, bedrijfsauto's en driewielige motorrijtuigen;
14 – aanhangwagens achter landbouw- of bosbouwtrekkers en achter motorrijtuigen met beperkte snelheid;
15 – aanhangwagens achter motorfietsen (15a) of bromfietsen (15b);
16 – aanhangwagens achter fietsen op twee wielen;
17 – wagens.
Noot Voertuigreglement (VR)
– De feiten met betrekking tot het VR zijn in 16 categorieën onderverdeeld en zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van het VR.
– Indien bij artikel een * staat vermeld, dan dient dit teken vervangen te worden door het nummer van de categorie, waarop de feitcode betrekking heeft, om het op die categorie betrekking hebbende artikel van het Voertuigreglement te verkrijgen.
– Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld.
categorie: 15A – motorfiets
categorie: 15B – bromfiets.
– Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van het VR in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven.
– De feiten die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeseries E 850 t/m E 856.
Feit
--- --- --- ---
2 3 4 5
Als bestuurder van een voertuig rijden terwijl:
0 – Algemeen
N 004 dan wel stilstaan terwijl ten onrechte een gele, een oranje of een daarop lijkende plaat wordt gevoerd dan wel vlakken wordt gevoerd (vervalt m.i.v. 01-01-2007)
N 010 a het niet in overeenstemming is met de gegevens op het kentekenbewijs of met de in het kentekenregister vermelde gegevens
N 010 b het identificatienummer niet is ingeslagen of goed leesbaar is
N 010 c de kentekenpla(a)t(en) niet voorzien is/zijn van het goedkeuringsmerk, dan wel niet deugdelijk aan de voor en/of achterzijde is/zijn bevestigd
N 010 d het kenteken niet goed leesbaar is of de kentekenpla(a)t(en) is /zijn afgeschermd
N 010 e het na 31-12-1995 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed leesbare constructieplaat, waarvan de gegevens in overeenstemming zijn met het kentekenregister
N 010 f het merk of de fabrieksaanduiding niet aanwezig is
N 010 k het niet is voorzien van een gele of oranje plaat dan wel vlakken (vervalt m.i.v. 01-01-2007)
N 010 m de brommobiel is voorzien van een gele of oranje plaat dan wel vlakken (vervalt m.i.v. 01-01-2007)
1 – Algemene bouwwijze van het voertuig
N 020 a het meerassig is
N 020 b het wiel niet zodanig is bevestigd dat het uitsluitend draaibaar is om de eigen as
N 030 a het chassis dan wel de mee of zelfdragende carrosserie breuken en of scheuren vertoont
N 030 b het chassis dan wel de mee of zelfdragende carrosserie is zodanig bevestigd, vervormd of door corrosie aangetast dat de stijfheid en de sterkte in gevaar worden gebracht
het frame of de zelfdragende constructie alsmede de voor- en achtervork
N 030 c – breuken en of scheuren vertoont
N 030 d – is doorgeroest
N 030 e – is vervormd
N 030 f de onderdelen van het frame of de zelfdragende constructie niet deugdelijk zijn bevestigd
N 030 g het frame met voor- en achtervork breuken en of scheuren vertonen, is doorgeroest of is vervormd
het frame
N 030 h – breuken en of scheuren vertoont
N 030 i – is doorgeroest
N 030 j – is vervormd
het chassis, de zelfdragende constructie of het frame met voor- en achtervork
N 030 k – breuken en of scheuren vertoont
N 030 l – is doorgeroest
N 030 m – is vervormd
het frame dan wel de daarvoor in de plaats tredende delen of het frame met voor- en achtervork
N 030 n – breuken en of scheuren vertoont
N 030 o – is doorgeroest
N 030 p – is vervormd
N 030 q de onderdelen van het frame of de daarvoor in de plaats tredende constructie niet deugdelijk zijn bevestigd
N 040 a de bovenbouw ondeugdelijk op het onderstel is bevestigd
N 040 b de ondersteuning van de laadvloer/laadruimte niet deugdelijk is
N 040 c de gekoppelde zijspanwagen niet deugdelijk is bevestigd
N 050 de bedrading niet deugdelijk is bevestigd en niet goed is geïsoleerd
2 – Afmetingen en massa's
N 060 a het langer is dan 12 m (geldt niet voor bussen; cat. 5; ingebruikname voor 01-11-1997)
N 060 aa de bus met 2 assen, in gebruik genomen na 09-09-2003, langer is dan 13,50 m
N 060 ab de bus met 2 assen, in gebruik genomen voor 10-09-03, langer is dan 15 m
N 060 ac de bus met meer dan 2 assen langer is dan 15 m
N 060 b het breder is dan 2,55 m (cat. 5; ingebruikname voor 01-11-1997)
N 060 c het hoger is dan 4 m (cat. 5; ingebruikname voor 01-11-1997)
N 060 d het rijdende werktuig langer is dan 20 m
N 060 e de gelede bus langer is dan 18,75 m
N 060 f het kermis- of circusvoertuig langer is dan 14 m
N 060 g het geconditioneerde voertuig breder is dan 2,60 m
N 060 h het rijdend werktuig breder is dan 3 m
N 060 m het breder is dan 2,60 m
N 060 n de landbouw- of bosbouwtrekker breder is dan 3 m
N 060 o het gehandicaptenvoertuig langer is dan 3,50 m
N 060 p het gehandicaptenvoertuig breder is dan 1,10 m, geldt niet voor motorrijtuigen (cat. 10) die voor 01-01-2000 in het verkeer zijn gebracht
N 060 q het gehandicaptenvoertuig hoger is dan 2 m
N 060 r de fiets breder is dan 0,75 m
N 060 s de fiets op meer dan twee wielen of met zijspanwagen breder is dan 1,50 m
N 060 t het langer is dan 4 m (cat. 5; ingebruikname na 31-10-1997)
N 060 u het breder is dan 2 m (cat. 5; ingebruikname na 31-10-1997, cat. 6; op meer dan 2 wielen)
N 060 v het hoger is dan 2,5 m (cat. 5; ingebruikname na 31-10-1997)
N 060 w de tweewielige bromfiets breder is dan 1 m
N 061 a de aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, langer is dan 12 m
N 061 c de middenasaanhangwagen die voor 01-07-1967 in gebruik is genomen langer is dan 10 m
N 061 d de middenasaanhangwagen die na 30-06-1967 maar voor 01-01-1987 in gebruik is genomen en waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 2500 kg maar niet meer dan 3500 kg langer is dan 10 m
N 061 e bij de na 31-12-1997 in gebruik genomen oplegger, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, bedraagt de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en enig deel aan de voorzijde van de oplegger meer dan 2,04 m en de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger bedraagt meer dan 12 m
N 061 g de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger van het kermis- of circusvoertuig meer bedraagt dan 17,50 m
N 061 h de aanhangwagen, niet zijnde een middenasaanhangwagen, langer is dan 12 m
N 061 i de middenasaanhangwagen langer is dan 8 m
N 061 j de aanhangwagen ten behoeve van de landbouw breder is dan 3 m
N 061 k de aanhangwagen breder is dan 1 m
N 061 l de aanhangwagen hoger is dan 1 m
N 061 m de bespannen wagen breder is dan 2,60 m
N 061 n de onbespannen wagen is breder dan 1,50 m
de toegestane asdruk, massa of som van de aslasten wordt overschreden met
N 070 a – meer dan 10 %
N 070 b – meer dan 25 %
N 070 c – meer dan 50 %
de toegestane wieldruk, massa of som van de aslasten wordt overschreden met
N 070 e – meer dan 10 %
N 070 f – meer dan 25 %
N 070 g – meer dan 50 %
van het rijdende werktuig de toegestane massa of som van de aslasten wordt overschreden met
N 071 a – meer dan 5 en t/m 10 %
N 071 b – meer dan 10 en t/m 15 %
3 – Motor
de bromfiets (constructiesnelheid max. 45 km/h) de maximumconstructiesnelheid overschrijdt (gelet op Europese regelgeving is constructiesnelheid van 50 km/h toegestaan; derhalve handhaven bij constructiesnelheid >50 km/h)
N 081 a – t/m 10 km/h
N 081 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h
de bromfiets (constructiesnelheid max. 25 km/h) de maximumconstructiesnelheid overschrijdt (gelet op Europese regelgeving is constructiesnelheid van 30 km/h toegestaan; derhalve handhaven bij constructiesnelheid >30 km/h)
N 082 a – t/m 10 km/h
N 082 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h
de bromfiets de op het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h overschrijdt
N 083 a – t/m 10 km/h
N 083 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h
N 090 a het brandstofsysteem niet veilig is of deugdelijk is bevestigd
N 090 b het brandstofsysteem of de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd
N 090 c het brandstofsysteem lekkage vertoont
N 090 d het brandstofsysteem niet deugdelijk is afgesloten
N 090 e het gehandicaptenvoertuig niet is voorzien van een gaspedaal/gashendel
N 090 f het gehandicaptenvoertuig niet is voorzien van een brandstofniveaumeter (niet verplicht indien voertuig is voorzien van brandstoftank met reservestand)
N 090 g het gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een elektromotor niet is voorzien van de vereiste schakelaars en indicatoren
N 090 h de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd
N 100 de LPG-installatie niet voldoet aan de eisen
N 101 de CNG-installatie niet voldoet aan de eisen
N 110 a deze niet is voorzien van een over de gehele lengte gasdichte uitlaat
N 110 b het uitlaatsysteem niet deugdelijk is bevestigd
N 110 c het niet voldoet aan de eisen gesteld ten aanzien van luchtverontreiniging, geluidsproductie, geluidsniveau, uitlaatgassen of het stationaire mengsel (geluidsniveau cat. 2, 4 en 6 zie N110 h t/m k)
N 110 e het uitlaatsysteem niet behoorlijk geluiddempend is
het niet voldoet aan de gestelde eisen ten aanzien van het geluidsniveau
N 110 h – overschrijding van het niveau tot en met 9 dB(A)
N 110 j – overschrijding tot en met het niveau van 101 dB(A)
N 110 l – overschrijding van het op de constructieplaat vermelde niveau tot en met 9 dB(A)
N 120 a de accu of tractiebatterij niet deugdelijk is bevestigd
N 120 b de bedrading niet deugdelijk is bevestigd/goed is geïsoleerd
N 120 c het gehandicaptenvoertuig, dat is uitgerust met een elektrische aandrijving, niet is voorzien van een beveiliging tegen overbelasting, die door middel van een binnen bereik bevindende schakelaar de stroomvoorziening herstelt
N 130 a de motorsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd/in ernstige mate zijn beschadigd
N 130 b de rubbers zijn doorgescheurd/de vulcanisatie is losgeraakt
N 130 c de motor niet deugdelijk is bevestigd
4 – Krachtoverbrenging
N 140 a het met een ledige massa van meer dan 400 kg niet is voorzien van een achteruitrijinrichting
N 140 b het niet is voorzien van een achteruitrijinrichting
N 150 a het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht, afleesbare snelheidsmeter
N 150 e het na 26-11-1975, doch voor 31-12-1994 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht afleesbare snelheidsmeter
N 150 f de na 31-12-2006 in gebruik genomen bromfiets niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht afleesbare snelheidsmeter
N 160 a de onderdelen van de aandrijving of transmissie niet deugdelijk bevestigd zijn
N 160 b de koppeling niet deugdelijk is
N 170 a de krachtoverbrenging niet op eenvoudige wijze kan worden onderbroken
N 170 b de snelheid niet regelbaar is
5 – Assen
N 180 de assen niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 190 de fuseeonderdelen en overige draaipunten niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 200 de wiellagers niet deugdelijk zijn (cat. 6 alleen 3 of 4 wielig)
N 210 de wielbasis te veel afwijkt
N 220 de afstanden tussen de fuseedraaipunten en het chassis en de carrosserie te veel verschillen
N 230 de spoorbreedte te groot is
N 240 a de wielen/de velgen niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 240 b de wielen/de velgen/de wielnaven/stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 240 c de wielen, alsmede de onderdelen niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 240 d de wielen/de velgen/stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 250 de wielnaven niet deugdelijk bevestigd zijn
6 – Ophanging
de wielen niet voorzien zijn van luchtbanden
N 270 a – 1 band
N 270 b – 2 banden
N 270 c – 3 banden
N 270 d – 4 banden
een band/de banden beschadigd is/zijn, waarbij het karkas zichtbaar is of de band/banden uitstulpingen vertoont/vertonen
N 270 e – 1 band
N 270 f – 2 banden
N 270 g – 3 banden
N 270 h – 4 banden
het loopvlak uitstekende metalen elementen bevat. per (band) beschadiging
N 270 i – 1 band
N 270 j – 2 banden
N 270 k – 3 banden
N 270 l – 4 banden
een band/de banden is/zijn beschadigd waarbij het karkas zichtbaar is, uitstulpingen vertoont/vertonen of de daarop vermelde load-index kleiner is dan toegestaan
N 270 m – 1 band
N 270 n – 2 banden
N 270 o – 3 banden
N 270 p – 4 banden
de profilering van een band/de banden voldoet niet aan de gestelde eisen (cat. 2, 5, 13, [cat. 3 T 100-bus, overig cat. 3 en 12 ≤ 3500 kg] min. 1,6 mm; cat. 4 min 1,0 mm; cat. 6 en 10 profilering moet aanwezig zijn over de gehele omtrek en breedte) (NB cat. 3 en 12 > 3500 m.u.v. T 100-bus geen profileringseisen)
N 270 r – 1 band
N 270 s – 2 banden
N 270 t – 3 banden
N 270 u – 4 banden
de wielen niet voorzien zijn van luchtbanden/rupsbanden
N 271 a – 1 band
N 271 b – 2 banden
N 271 c – 3 banden
N 271 d – 4 banden
de wielen zijn voorzien van niet toegestane banden
N 271 e – 1 band
N 271 f – 2 banden
N 271 g – 3 banden
N 271 h – 4 banden
de (lucht)banden op een as niet dezelfde karkasstructuur hebben
N 271 i – 1 as
N 271 j – 2 assen
N 271 m de wielen zijn voorzien van metalen banden met uitstekende delen (geldt niet voor landbouwwerktuigen met een massa van maximaal 750 kg)
N 280 het veersysteem, de onderdelen daarvan of de schokdemper (indien vereist) niet deugdelijk (bevestigd) is/zijn
7 – Stuurinrichting
N 290 deze niet is voorzien van een deugdelijke stuurinrichting
8 – Reminrichting
N 310 a de onderdelen van de reminrichting niet deugdelijk zijn (bevestigd)
N 310 b het niet is voorzien van een gelijkmatig werkende reminrichting
N 320 a het remsysteem van het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting
N 320 b het remsysteem niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting (indien verplicht)
N 340 de veerrem van het na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting
N 350 a het drukluchtremsysteem niet is voorzien van een goed functionerend meerkringsbeveiligingsventiel bij na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuigen
N 350 b het drukluchtremsysteem niet is voorzien van drukmeetpunten
N 350 c de drukluchtremkrachtregelaars niet goed functioneren
N 350 d het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig met drukluchtremkrachtregelaars niet is voorzien van de vereiste plaat
N 350 e de drukluchtremkrachtregelaars van het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig niet aanwezig zijn, dan wel niet zijn afgesteld zoals op de plaat staat vermeld
N 360 de slag van de drukluchtremcylinders onjuist is afgesteld
N 370 a het één- of tweeleidingremsysteem niet de juiste aansluitdruk heeft
N 370 b het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een éénleidingremsysteem ten behoeve van een aanhangwagen
N 370 c het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een afzonderlijke inrichting voor de bediening van de remmen van de aanhangwagen
N 370 d de afzonderlijke inrichting voor de bediening van de remmen van de aanhangwagen van het, na 31-03-1990 in gebruik genomen, voertuig een hogere aansluitdruk doorstuurt dan toegestaan
N 380 m de bedrijfsrem niet op alle wielen remt (uitgezonderd driewielige motorrijtuigen met een ledige massa van 400 kg of minder), dan wel het voertuig op een (nagenoeg) droge weg uitbreekt ten gevolge van een verschil in remwerking tussen de wielen van elke as, of tengevolge van overberemming van de achteras
N 380 n niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging
N 380 o de bedrijfsrem niet gelijkmatig op de wielen van één as remt
N 380 p het niet is voorzien van een goed werkende reminrichting
N 380 q de reminrichting of de onderdelen hiervan niet deugdelijk is/zijn (bevestigd)
niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (categorie 12: toegestane maximum massa minder dan 3500 kg) de vermindering bedraagt
N 381 a – 0 t/m 0,5 m/s2
N 381 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2
N 381 c – 1,01 t/m 1,5 m/s2
niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (categorie 12: toegestane maximum massa 3500 kg of meer) de vermindering bedraagt
N 381 f – 0 t/m 0,5 m/s2
N 390 a de parkeerrem niet aan de eisen voldoet
N 390 b van de (brom)fiets op meer dan twee wielen zonder afzonderlijk vastzetinrichting één van de remmen niet kan worden vastgezet
N 390 c de parkeerrem niet aan de eisen voldoet, geldt niet voor motorrijtuigen die voor 01-01-2000 in het verkeer zijn gebracht
N 390 d het niet voorzien is van een goed bereikbare vastzetinrichting
N 390 e de vastzetinrichting of de veerrem niet aan de eisen voldoet
het afzonderlijke hulpremsysteem van voertuigen die na 30-06-1967 in gebruik zijn genomen
N 400 a – niet goed functioneert
N 400 b – niet voldoet aan de vereiste remvertraging
N 400 c de reminrichting van de aanhangwagen (niet zijnde een middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van ten hoogste 1500 kg) niet automatisch in werking treedt bij het verbreken van de verbinding, dan wel niet automatisch in de bedrijfstoestand komt bij het koppelen met het trekkende voertuig
N 400 d niet is voorzien van een goed functionerende losbreekreminrichting (indien aanwezig)
9 – Carrosserie
N 410 a de deuren en de laadbakkleppen (cat.3) van bedrijfsauto's niet goed sluiten of de deuren die direct toegang geven tot de personenruimte niet op normale wijze vanaf de binnenzijde of vanaf de buitenzijde konden worden geopend
N 410 b het slot of de scharnieren van de motorkap of het kofferdeksel aan de voorzijde geen goede sluiting waarborgen
N 410 c de scharnieren ernstig zijn gecorrodeerd
N 410 d de windschermen en stroomlijnkappen de bediening belemmeren
N 410 e de windschermen, stroomlijnkappen en inrichtingen om ladingen mee te vervoeren niet deugdelijk zijn bevestigd
N 410 f de gesloten cabines niet zijn voorzien van tenminste twee deuren dan wel één deur en één nooduitgang
N 410 g de nooduitgang niet voldoet aan de vereiste afmetingen
N 410 h het slot of de scharnieren van de deuren of laadbakkleppen geen goede sluiting waarborgen
de voorruit, de zijruiten dan wel het windscherm (indien vereist) en bij afwezigheid van een rechterbuitenspiegel de achterruit
N 420 a – is beschadigd of verkleurd
N 420 b – is voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht belemmeren
N 420 c de ruiten niet voldoen aan de eisen
N 430 a niet is voorzien van een goed werkende ruitenwisserinstallatie (cat. 6 voertuig in gebruik na 31-12-2006)
N 430 b het voertuig niet voorzien is van een goedwerkende ruitenwisserinstallatie (m.u.v. voertuigen in gebruik genomen voor 27-11-1975 met een ledige massa van niet meer dan 400 kg)
N 430 c niet is voorzien van een goed werkende automatische ruitenwisserinstallatie
N 430 d het na 30-09-1971 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie voor de voorruit
N 430 e het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie voor de voorruit
N 430 f de na 30-06-1985 in gebruik genomen bus niet is voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie
N 430 g het na 31-12-1994 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie voor de voorruit
N 430 h het niet is voorzien van een goedwerkende ruitensproeierinstallatie (cat. 6 voertuig in gebruik na 31-12-2006)
N 440 a het na 30-09-1971 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit
N 440 b het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit
N 440 c de na 30-06-1985 in gebruik genomen bus niet is voorzien van een goed werkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit
N 440 d deze niet is voorzien van een goed werkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit
N 440 e het na 16-06-2003 in gebruik genomen voertuig met een voorruit of het na 31-12-1994, doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig met een voorruit en met een gesloten carrosserie niet voorzien is van een goedwerkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit
N 450 a deze niet is voorzien van de noodzakelijke spiegels die aan de eisen voldoen (cat. 6 voertuig in gebruik na 31-12-2006)
N 450 b het na 26-11-1975 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van de linkerbuitenspiegel die aan de eisen voldoet
N 450 c het na 31-12-1996 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig dat 100 km/h of sneller kan, niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel die aan de eisen voldoet
N 450 g het na 16-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linker- en een rechterbuitenspiegel
N 450 d het voor 27-11-1975 in gebruik genomen voertuig waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel
N 450 e het na 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig met een gesloten carrosserie waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een binnenspiegel
N 450 f het niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel terwijl met de binnenspiegel het achter het voertuig gelegen weggedeelte niet voldoende kan worden overzien
N 450 h de bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, niet zijnde een bus of kampeerauto, die in gebruik is genomen na 31 december 1977, is niet voorzien van een gezichtsveldverbeterende voorziening die de bestuurder een beter zicht verschaft op de weggebruikers die zich rechts van het voertuig bevinden of indien de bestuurderszitplaats zich aan de rechterzijde van het voertuig bevindt niet is voorzien van een gezichtsveldverbeterende voorziening die de bestuurder een beter zicht verschaft op de weggebruikers die zich links van het voertuig bevinden (deze feitcode mag alleen gebruikt worden bij het ontbreken van deze voorziening)
N 460 a de zitplaatsen niet deugdelijk bevestigd zijn
N 460 b de zitplaatsen of de verstelbare rugleuning van het na 30-09-1971 in gebruik genomen voertuig niet aan de eisen voldoen
N 460 c de zitplaatsen of de verstelinrichtingen niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 460 d de voetsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd
N 460 e de zitplaatsen of de verstelbare rugleuning van het na 30-09-1971 in gebruik genomen voertuig met een ledige massa van meer dan 400 kg niet aan de eisen voldoen
N 460 g de trappers niet deugdelijk zijn (bevestigd)
N 470 a de naar voren gerichte zitplaatsen van na 31-12-1989 in gebruik genomen personenauto's niet voorzien zijn van autogordels of de naar achteren gerichte zitplaatsen van na 30-09-2000 in gebruik genomen personenauto's niet voorzien zijn van autogordels
N 470 b de autogordels voor de voorzitplaatsen die aan een portier grenzen van na 01-01-1971 en voor 01-01-1990 in gebruik genomen voertuigen niet aanwezig zijn
N 470 c de autogordels niet deugdelijk zijn (bevestigd)
N 470 d de autogordels voor alle naar voren gerichte zitplaatsen, van na 31-12-1997 in gebruik genomen bedrijfsauto's niet aanwezig zijn
N 470 h de naar voren en naar achteren gerichte zitplaatsen van na 30-09-2002 in gebruik genomen bussen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg of van na 30-09-2000 in gebruik genomen bussen met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg niet voorzien zijn van autogordels
N 470 e de autogordels voor alle naar voren gerichte zitplaatsen, van na 31-12-1989 en voor 01-01-1998 in gebruik genomen bedrijfsauto's, die beurtelings voor het vervoer van personen of goederen kunnen worden ingericht, niet aanwezig zijn
N 470 f de autogordels voor de voorzitplaatsen, die aan een portier grenzen, van na 01-01-1971 en voor 01-01-1990 in gebruik genomen bedrijfsauto's, die beurtelings voor het vervoer van personen of goederen kunnen worden ingericht, niet aanwezig zijn
N 470 g de naar voren gerichte zitplaatsen van na 31-12-1989 in gebruik genomen voertuigen met gesloten carrosserie niet voorzien zijn van autogordels of de naar achteren gerichte zitplaatsen van na 16-06-2003 in gebruik genomen voertuigen met gesloten carrosserie niet voorzien zijn van autogordels
N 470 I de naar voren gerichte zitplaatsen van bromfietsen op meer dan twee wielen met een gesloten carrosserie en een ledige massa van meer dan 250 kg, in gebruik genomen na 31-12-2006, niet zijn voorzien van autogordels
N 480 a het voertuig scherpe delen heeft
N 480 b het voertuig uitstekende niet afgeschermde delen heeft
N 480 c de wielen niet goed afgeschermd zijn, aanlopen of te ver buiten de afscherming uitsteken
N 480 d de reservewielhouder niet deugdelijk is (bevestigd)
N 480 e gevaar bestaat voor het losraken van enig deel van de buitenzijde
N 480 f de wielen/banden aanlopen
N 480 g het voertuig niet is voorzien van de vereiste zijdelingse afscherming
N 490 het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een stootbalk die aan de vereisten voldoet (afst. stootbalk wegdek: in gebruik voor 01/01/1996 70 cm daarna 55 cm; afst. achterzijde voertuig tot stootbalk: tot 01/01/2005 60 cm, daarna 40 cm)
N 491 het na 09-08-2004 in gebruik genomen bedrijfsvoertuig met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg, niet zijnde een bus, is aan de voorzijde niet op deugdelijke wijze voorzien van een beschermingsinrichting tegen klemrijden
N 500 de aanhangwagen aan de achterzijde niet is voorzien van een mogelijkheid tot bevestiging van een kentekenplaat
10 – Verlichting
Noot
1. Bij het ontbreken of niet branden van dim-/kop- of achterlicht moeten de bepalingen uit het RVV 1990 worden toegepast 2. Bij de feitcodes zijn alle data vermeld van verlichting die na 1 januari 1980 verplicht is geworden 3. Indien verlichting verplicht is na een bepaalde datum bij voertuigen behorende tot de categorie 2, 3, 4, 5 of 12 en deze is aangebracht op voertuigen, die voor die datum in gebruik zijn genomen, dan moet deze goed werken
het niet is voorzien van goed werkende
N 514 a – richtingaanwijzers (cat 4 na 31/12/96 [zijspan 31/10/97]; cat 6: 3 of 4 wielig en gesloten carrosserie)
N 514 b – waarschuwingsknipperlichten (cat 2, 3 na 31/12/97; cat 5 na 31/12/96; cat 10 na 01/01/2005)
N 514 c – zijrichtingaanwijzer(s) (cat 2 na 31/12/97; cat 3 langer dan 6 m of na 31/12/97; cat 7 langer dan 6 m)
N 514 d – remlichten (cat. 6: 3 of 4 wielig en 2 wielig voertuig in gebruik na 31-12-2006 en vermogen meer dan 0,5 kW en max. snelheid meer dan 25 km/h)
N 514 e – kentekenplaatverlichting (cat. 6: voertuig in gebruik na 31-12-2006)
N 514 f – rode retroreflectoren
N 514 g – mistachterlicht(en) (cat. 2, 3 en 12 na 31-12-1997; cat. 13 na 01-07-2006 voor zover het trekkende voertuig is voorzien van 1 of 2 mistachterlichten)
N 514 h – achteruitrijlicht(en) (in gebruik na 31-12-1997)
N 514 i – markeringslichten (voor- en achterzijde) (cat 2, 3 en 12 breder dan 2.60 m of na 31/12/97 breder dan 2.10 m; cat 13 en 14 na 01/01/2005 en breder dan 2.10 m)
N 514 j – zijmarkeringslichten (cat 2, 3 en 12 na 31/12/97 en langer dan 6 m; cat 13 na 01/01/2005 en langer dan 6 m)
N 514 k – 3e remlicht (cat 2 na 30/09/01)
N 514 l – witte retroreflectoren (cat 9 = 3w breder dan 75 cm; cat 12 na 31/12/97)
N 514 m – zijretroreflectoren (cat 2 na 31/12/97 en langer dan 6 m; cat 3 en 7 langer dan 6 m)
N 514 n – achtermarkering bij meer dan 3500 kg (cat 3 geldt niet voor trekker of autobus)
N 514 o – trapreflectie (cat 6 alleen indien vaste trappers bij 3 of 4 wielig)
N 514 p – wielreflectie
N 515 de verlichting/retroreflecterende voorzieningen niet de vereiste kleur hebben
N 516 het niet is voorzien van een rode retroreflector in de vorm van een afgeknotte driehoek
N 517 de verlichting of retroreflectoren niet op de juiste plaats zijn bevestigd
N 550 de glazen van de verlichtingsarmaturen of de retroreflectoren niet aan de gestelde eisen voldoen (cat 9, 11, 16 en 17 alleen eisen rode reflectie)
N 551 de verlichtingsarmaturen of onderdelen daarvan niet deugdelijk zijn bevestigd (geldt ook voor niet verplichte verlichting)
N 552 de lichten of retroreflectoren zijn afgeschermd (cat. 9, 11, 16 en 17 alleen afscherming rode retroreflectie; cat. 2 t/m 7 en 12 alleen voor zover het licht doorlatend gedeelte voor meer dan 1/4 deel is afgeschermd)
N 560 de dimlichten niet aan de eisen voldoen
N 620 niet is voorzien van een controlelampje voor ingeschakelde mistlichten
N 640 het is voorzien van verblindende/knipperende verlichting
N 650 het is voorzien van meer lichten of retroreflecterende voorzieningen dan is toegestaan
11 – Verbinding tussen trekkend voertuig en aanhangwagen
N 660 a de koppeling niet deugdelijk is (bevestigd) of niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen
N 660 b de (hulp)koppeling, trekdriehoek, trekboom of onderdelen daarvan niet aanwezig is/zijn, deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen
N 660 c de middenasaanhangwagen, die is voorzien van een losbreekreminrichting, tevens is voorzien van een hulpkoppeling
N 660 d de koppeling, dissel, of onderdelen daarvan niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen
12 – Diversen
N 710 a het niet is voorzien van een goed werkende geluidssignaalinrichting
N 710 b het niet is voorzien van een goed werkende bel of hoorn met vaste toonhoogte
N 710 c het niet is voorzien van een goed werkende bel
N 710 d het niet is voorzien van een goed werkende hoorn met vaste toonhoogte
N 720 het aan de voorzijde niet is voorzien van een sleepbevestigingspunt
het voor 01-01-2000 in het verkeer gebrachte voor het vervoer van gehandicapten ingerichte motorrijtuig met een elektromotor of met een verbrandingsmotor van ten hoogste 250 cm3, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig wordt
N 800 a – gebruikt door een niet gehandicapte
N 800 b – gebruikt buiten de bebouwde kom
0 – Algemeen
P 010 a meer dan één aanhangwagen wordt voortbewogen
P 010 b met de gelede bus een aanhangwagen wordt voortbewogen
P 010 c met het gehandicaptenvoertuig een aanhangwagen wordt voortbewogen
P 010 d met de motorfiets met onberemde zijspanwagen een aanhangwagen wordt voortbewogen
P 020 a met het motorrijtuig meer dan één motorrijtuig of samenstel van voertuigen wordt voortbewogen
P 020 b met het motorrijtuig een tweewielig motorrijtuig wordt voortbewogen
P 020 c met het tweewielig motorrijtuig, de gelede bus of het samenstel van voertuigen, een motorrijtuig of een samenstel van voertuigen wordt voortbewogen
P 030 hij wordt gehinderd door passagiers, lading of op andere wijze
P 040 het niet zodanig is beladen dat hij voldoende uitzicht naar voren, opzij en naar achteren heeft
P 050 het niet is voorzien van de vereiste buitenspiegels, indien het zicht door lading achter het voertuig of door een achter het voertuig gekoppelde aanhangwagen is beperkt
het zodanig is beladen dat gevaar bestaat voor het van het voertuig vallen van de lading, te weten
P 060 a – voertuiggebonden lading, zoals stophout, bezems, dekzeilen, spanbanden e.d.
P 061 de losse lading ten aanzien waarvan het gevaar bestaat dat deze of delen daarvan tijdens het rijden van het voertuig vallen niet deugdelijk is afgedekt
bij het vervoer van goederen aan de achterzijde van een personenauto, bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg of een driewielig motorrijtuig
P 070 a – de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager
P 070 b – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd
P 070 c – de lastdrager inclusief lading meer dan 0,20 m buiten de zijkanten uitsteekt
P 070 d – meer specifieke goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is geconstrueerd
P 070 e – de lastdrager aan de achterzijde niet op de voorgeschreven wijze is voorzien van twee rode achterlichten, twee rode remlichten, twee niet driehoekige rode retroreflectoren en twee ambergele richtingaanwijzers aangezien de verlichting en retroreflectoren van het voertuig worden afgeschermd
P 070 f – de lastdrager niet is voorzien van een goed leesbare, van een goedkeuringsmerk voorziene en niet afgeschermde kentekenplaat met het kenteken van het voertuig waarop de lastdrager is aangebracht aangezien de op het voertuig aangebrachte kentekenplaat wordt afgeschermd
P 070 g – de koppelingsdruk van de op de trekhaak bevestigde lastdrager meer bedraagt dan voorgeschreven of meer dan 50 kg
P 070 h – de lastdrager het wegdek kan raken
P 070 i – de achter gebleven bevestigingsdelen van de lastdrager de bewegingsvrijheid van een aangekoppelde aanhangwagen beperken
bij het vervoer van goederen op het dak van een personenauto, bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg of een driewielig motorrijtuig
P 070 j – de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager
P 070 k – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd
P 070 l – de maximale daklast wordt overschreden
P 070 m – meer specifieke goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is geconstrueerd
P 080 de lading van voertuig scherpe delen heeft
P 090 de opgeklapte delen niet deugdelijk vergrendeld zijn
P 100 a de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg, is niet voorzien van het kenteken van het trekkend motorrijtuig
P 100 b de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg, is niet voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat
1 – Afmetingen en massa's
Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading
de maximum lengte van het samenstel van voertuigen wordt overschreden, met een overschrijding
P 111 a – t/m 0,25 m
P 111 b – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m
Lengte; uitstekende lading voorzijde
P 120 de lengte van het voertuig of samenstel van voertuigen, niet zijnde een samenstel van kermis- of circusvoertuigen, met inbegrip van de lading niet meer bedraagt dan de lengte van het voertuig of samenstel van voertuigen in onbeladen toestand vermeerderd met 1 m, waarbij de lading voor het voertuig uitsteekt
de lading van het voertuig of samenstel van voertuigen, niet zijnde een samenstel van kermis- of circusvoertuigen met inbegrip van in lengte ondeelbare lading meer dan 3,5 m voor het hart van het stuurwiel uitsteekt
P 130 n – t/m 0,25 m
P 130 o – van meer dan 0,25 m t/m 0,50 m
de lading van het voertuig of samenstel van voertuigen, niet zijnde een samenstel van kermis- of circusvoertuigen met inbegrip van in lengte ondeelbare lading
P 130 c – voor de voorzijde van de aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, uitsteekt
P 130 d – die voor of meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt aan de voor- of achterzijde niet is voorzien van een markering die aan de eisen voldoet
de lading van een beladen samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, dat wordt gebruikt voor het vervoer van voertuigen, niet langer dan 20,75 m
P 130 f – meer dan 2 m achter de aanhangwagen en meer dan 5 m achter de achterste as van de aanhangwagen uitsteekt
P 130 g – meer dan 0,50 m voor de voorzijde van de bedrijfsauto uitsteekt
P 130 h – die voor of meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt, aan de voor- of achterzijde niet is voorzien van een markering die voldoet aan de eisen
de lading van een beladen samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, dat wordt gebruikt voor het vervoer van voertuigen, langer dan 20,75 m
P 130 i – t/m 0,25 m
P 130 j – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m
Lengte; uitstekende lading achterzijde
de lading meer dan de toegestane lengte achter (de achterste as van) het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht (categorie 12 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding
P 121 a – t/m 0,25 m
P 121 b – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m
P 121 h de lading uitsluitend rust op de uitschuiflade of op de laadklep
P 121 i de op een voertuig gemonteerde afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur, die aan de achterzijde van dat voertuig uitsteekt en daardoor het zicht op de verlichting, reflectoren, richtingwijzers of kentekenplaat belemmert, niet aan de achterzijde op gelijke wijze als het betrokken voertuig is voorzien van verlichting, reflectoren, richtingaanwijzers of kentekenplaat van dat voertuig
de lading meer dan de toegestane lengte achter (de achterste as van) het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, niet op de juiste wijze is aangebracht, een overschrijding (stootbalk uitsluitend cat 12, particulier gebruik)
P 121 j – t/m 0,75 m
P 121 k – van meer dan 0,75 m
Lengte; ondeelbare lading
de lading meer dan de toegestane lengte achter (de achterste as van) het voertuig uitsteekt (categorie 12 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding
P 131 a – t/m 0,25 m
P 131 b – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m
P 131 f de lading meer dan de toegestane lengte achter (de achterste as van) het voertuig uitsteekt (categorie 12 particulier gebruik)
Breedte; lading
Noot: De feitcodeserie P 141 geldt voor de categorieën 7, 8 en 14 voor alle lading. Bij deze categorieën wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelbare en ondeelbare lading. Voor de overige categorieën betreft het uitsluitend deelbare lading.
P 140 e de lading meer dan 0,20 m buiten elke zijkant van de personenauto of van het driewielig motorrijtuig, dat na 31-10-1997 in gebruik is genomen, uitsteekt
het voertuig met inbegrip van de (deelbare) lading de maximum breedte overschrijdt, een overschrijding
P 141 a – t/m 0,20 m
P 141 b – van meer dan 0,20 m en t/m 0,45 m
P 141 c – van meer dan 0,45 m en t/m 0,70 m
Breedte; ondeelbare lading
P 140 d de in de breedte ondeelbare lading, die meer dan 0,10 m buiten de zijkant van het voertuig uitsteekt, niet is voorzien van de vereiste markering (geldt niet voor fietsen op een lastdrager)
het voertuig met inbegrip van de ondeelbare lading de maximum breedte overschrijdt, een overschrijding (cat 5 voor 01-11-1997)
P 142 a – t/m 0,25 m
Hoogte
het voertuig met inbegrip van de lading hoger is dan 4,00 m, een overschrijding
P 150 a – t/m 0,10 m
Massa
Noot
De feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as, gelden uitsluitend voor particulieren. Indien er sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing
het voertuig zodanig is beladen dat de toegestane maximum last van enige as of enig asstel, dan wel de toegestane maximum massa of de som van de aslasten (uitgezonderd de aslasten van niet autonome aanhangwagens), wordt overschreden met
P 170 a – meer dan 10 %
P 170 b – meer dan 25 %
P 170 c – meer dan 50 %
P 170 d – meer dan 75 %
P 170 e het voertuig zodanig is beladen dat de toegestane maximum last onder de koppeling wordt overschreden
de totale massa van de aanhangwagen of de som van de aslasten van de autonome aanhangwagen meer bedraagt dan in het kentekenregister of op het kentekenbewijs van het trekkend motorrijtuig is vermeld
P 180 a – meer dan 10 %
P 180 b – meer dan 25 %
P 180 c – meer dan 50 %
P 180 d – meer dan 75 %
de totale massa van de aanhangwagen meer bedraagt dan de maximum massa die volgt uit het op de koppeling van het trekkend voertuig aangebrachte identificatiekenmerk of goedkeuringsmerk, of indien zo’n merk niet aanwezig is, de massa meer bedraagt dan 750 kg en meer dan de ledige massa van het trekkend motorrijtuig of meer dan de massa in bedrijfsklare toestand van het trekkend motorrijtuig indien het een personenauto betreft
P 180 e – meer dan 10 %
P 180 f – meer dan 25 %
P 180 g – meer dan 50 %
P 180 h – meer dan 75 %
de totale massa of de som van de aslasten van het samenstel van voertuigen meer bedraagt dan de in het kentekenregister vermelde toegestane maximum massa
P 180 i – meer dan 10 %
P 180 j – meer dan 25 %
P 180 k – meer dan 50 %
P 180 l – meer dan 75 %
de totale massa of som van de aslasten van het samenstel van voertuigen meer bedraagt dan vijf maal de maximum toegestane last onder de aangedreven as(sen) van het trekkend motorrijtuig
P 180 m – meer dan 10 %
P 180 n – meer dan 25 %
P 180 o – meer dan 50 %
P 180 p – meer dan 75 %
de totale massa of som van de aslasten van het samenstel van voertuigen meer bedraagt dan 50.000 kg of 60.000 kg indien het trekkend motorrijtuig een rijdend werktuig is
P 180 q – tot en met 10 %
P 181 a de last onder de bestuurde as(sen) van een motorrijtuig in beladen toestand minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voertuig in beladen toestand
P 181 b de last onder de bestuurde as(sen) van een gelede bus minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voorste deel van het motorrijtuig in beladen toestand
P 181 c de last onder de gestuurde as(sen), niet zijnde zelfsturende assen, van autonome aanhangwagens in beladen toestand, minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de aanhangwagen in beladen toestand
P 181 d de last onder de koppeling van opleggers in beladen toestand minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de oplegger in beladen toestand
P 190 a de breedte of de hoogte van de gekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading meer bedraagt dan 1 m
P 190 b de totale massa van de aanhangwagen meer bedraagt dan de helft van de ledige massa van de trekkende motorfiets
P 190 c de afstand van de achteras van de trekkende motorfiets tot de achterzijde van de aanhangwagen, met inbegrip van de lading, meer bedraagt dan 2,50 m
Lading
bij vervoer van lading die redelijkerwijs niet in de lengte deelbaar is, de lading van het voertuig of samenstel
P 210 e – meer dan 3,5 m voor het hart van het stuurwiel van het voertuig uitsteekt
P 210 f – meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt, terwijl de achterzijde niet is voorzien van de vereiste markering
P 240 a de last onder de bestuurde as(sen) van landbouw- of bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid minder bedraagt dan 1/5 deel van de ledige massa
de totale massa van het beladen samenstel van voertuigen meer bedraagt dan 50.000 kg
P 250 a – t/m 10 %
de som van de aslasten van het beladen samenstel meer bedraagt dan 50.000 kg (betreft autonome aanhangwagens)
P 251 c – t/m 10 %
P 260 a de bromfiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m
P 260 b de bromfiets op meer dan twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 2 m
de gekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading
P 270 a – breder is dan 1 m
P 270 b – hoger is dan 1 m
P 270 c de totale massa van de aanhangwagen meer bedraagt dan de helft van de ledige massa van de trekkende bromfiets
P 270 d de afstand van de achteras van de trekkende bromfiets tot de achterzijde van de aanhangwagen, met inbegrip van de lading, meer bedraagt dan 2 m
P 280 a de fiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 m
P 280 b de fiets op meer dan twee wielen of voorzien van een zijspanwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1,50 m
het voertuig met inbegrip van de lading
P 300 a – breder is dan 1,10 m
P 300 b – breder is dan 1,50 m
P 300 c – in bespannen toestand breder is dan 2,60 m of indien de lading bestaat uit losse veldgewassen breder is dan 3,50 m
P 300 d – hoger is dan 2 m
P 300 e – hoger is dan 4 m
de som van de aslasten van de aangekoppelde middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg meer bedraagt dan 1,5 maal de som van aslasten van het trekkend motorrijtuig
P 310 a – meer dan 10 %
P 310 b – meer dan 25 %
P 310 e de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een massa van niet meer dan 750 kg meer bedraagt dan 50 kg dan wel niet neerwaarts is gericht
P 310 f de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een toegestane massa van meer dan 750 kg minder bedraagt dan 1% van de toegestane maximum massa van dat voertuig (de koppelingsdruk behoeft niet meer dan 50 kg te bedragen)
3 – Reminrichting
de aanhangwagen, niet is voorzien van een reminrichting, terwijl de massa van de aanhangwagen meer bedraagt dan
P 330 a – de helft van de massa in bedrijfsklare toestand van de personenauto
P 330 b – de helft van de ledige massa van de personenauto vermeerderd met 50 kg
P 330 c – 750 kg
P 330 d – de helft van de ledige massa van het trekkend bedrijfsvoertuig / driewielig motorrijtuig
P 340 a de aanwezige reminrichting van de aanhangwagen niet in werking treedt bij het bedienen van de bedrijfsrem van het trekkend voertuig
P 340 b de losbreekreminrichting niet op de vereiste wijze met het trekkend voertuig is verbonden
niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt
P 350 a – 0 t/m 0,5 m/s2
P 350 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2
P 350 c – 1,01 t/m 1,5 m/s2
niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt
P 350 f – 0 t/m 0,5 m/s2
de remvertraging van het samenstel niet voldoet aan die van het trekkend voertuig, de vermindering bedraagt
P 351 a – 0 t/m 0,5 m/s2
P 351 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2
P 351 c – 1,01 t/m 1,5 m/s2
P 360 de parkeerrem het samenstel op een helling van 10 % niet in stilstand kan houden
4 – Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
P 370 een aanhangwagen wordt voortbewogen zonder dat iedere zijkant van het trekkend voertuig is voorzien van een zijrichtingaanwijzer
P 380 de verlichtingsinstallatie van de aanhangwagen niet zodanig is aangesloten, dat de lichtsignalen overeenkomen met die van het trekkend voertuig
P 381 een aanhangwagen wordt voortbewogen door een bedrijfsauto en één van de voertuigen is aan de zijkant van het voertuig niet voorzien van een lijn- of contourmarkering
5 – Verbinding tussen voertuigen
P 540 de aanhangwagen niet middels een deugdelijke koppeling met het trekkend voertuig is verbonden
P 550 het bewegen van de aanhangwagen ten opzichte van het trekkend voertuig wordt in een uiterste stand tot 90 graden begrensd door delen van de reminrichting, de elektrische installatie, de koppeling, besturingsonderdelen of, indien aanwezig, de hulpkoppeling
P 560 a het trekoog of de kogelkoppeling van de gekoppelde aanhangwagen niet nagenoeg horizontaal ligt op een horizontaal wegdek
P 560 b de koppelinrichting op het trekkend voertuig niet verticaal beweegbaar is indien de gekoppelde aanhangwagen is voorzien van een trekdriehoek met verzet
P 560 c geen hoekverdraaiing van de opleggerschotel naar boven en naar beneden mogelijk is indien het samenstel van trekker en oplegger zich op een horizontaal wegdek bevindt
P 570 de hulpkoppeling van een middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 1500 kg niet op de vereiste wijze is aangebracht
P 580 de koppeling van de gekoppelde aanhangwagen geen bewegingen toelaat om een horizontale en een verticale as, loodrecht op de lengteas van het trekkend voertuig
P 590 de gekoppelde aanhangwagen niet goed is verbonden
6 – Diversen
P 600 het niet is voorzien van het vereiste bord of vlak met de aanduiding 45 op de achterzijde van de drie of meerwielige bromfiets met gesloten carrosserie

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 27a

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de staat geldbedragen, verkregen uit de tenuitvoerlegging van administratieve sancties, op een daarbij vast te stellen grondslag en naar daarbij vast te stellen regelen ten goede laat komen aan een rechtspersoon die krachtens het publiekrecht is ingesteld.

Artikel 29
1.

Indien degene wiens voertuig buiten gebruik kan worden gesteld door de officier van justitie te Leeuwarden niet terstond voldoet aan het overeenkomstig artikel 23, tweede lid, en artikel 25 verhoogde bedrag van de administratieve sanctie, is de officier van justitie bevoegd het voertuig op kosten van de betrokkene naar een door hem aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te doen stellen. Het voertuig wordt tussentijds aan de rechthebbende teruggegeven tegen betaling van het bedrag van de administratieve sanctie en de daarop gevallen verhogingen, alsmede van de kosten van overbrenging en bewaring.

2.

De officier van justitie is tevens bevoegd om in het in het eerste lid bedoelde geval aan het voertuig een mechanisch hulpmiddel te doen aanbrengen, waardoor wordt verhinderd dat het voertuig wordt weggereden. Het mechanisch hulpmiddel wordt tussentijds niet verwijderd dan nadat het bedrag van de administratieve sanctie en de daarop gevallen verhogingen, alsmede de kosten van het aanbrengen en van het verwijderen ervan zijn voldaan.

3.

Indien twaalf weken na de aanvang van de buitengebruikstelling de rechthebbende zijn voertuig niet heeft afgehaald, wordt hij geacht zijn recht op de zaak te hebben opgegeven en is de officier van justitie bevoegd het voertuig om niet aan een derde in eigendom te doen overdragen, te doen verkopen of te doen vernietigen. Gelijke bevoegdheid bestaat ook binnen de bedoelde termijn, zodra het gezamenlijke bedrag van de opgelegde administratieve sanctie, de daarop gevallen verhoging, de kosten van het aanbrengen en het verwijderen, alsmede de kosten van overbrenging en bewaring, vermeerderd met de voor de verkoop, de eigendomsoverdracht om niet of de vernietiging geraamde kosten, in verhouding tot de waarde van het voertuig naar zijn oordeel onevenredig hoog zou worden.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de overbrenging, bewaring, eigendomsoverdracht om niet, verkoop, vernietiging, de berekening van de kosten van overbrenging en bewaring, alsmede omtrent hetgeen verder voor de uitvoering van dit artikel noodzakelijk is.

Hoofdstuk IX. Voorlopige maatregelen

Hoofdstuk X. Overige bepalingen

Hoofdstuk XI. Slotbepalingen

Bijlage. , bedoeld in artikel 2 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

*Afdeling A. Verkeer te land*
*Categorie-indeling B:*
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Schippers;
8 – Een ieder.
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen
Feit
--- --- --- ---
Nummers K 006 – K 175: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) Reglement Rijbewijzen (RR)
K 010 als weggebruiker geen gevolg geven aan een aanwijzing door een opsporingsambtenaar gegeven
K 025 als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het kentekenbewijs niet behoorlijk leesbaar is
het kenteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig hebben op of aan
K 030 a – een motorrijtuig
K 030 b – de aanhangwagen
K 035 het ongeldig verklaarde kentekenbewijs niet binnen de bepaalde termijn inleveren bij de minister van Verkeer en Waterstaat
als houder van een kentekenbewijs niet op eerste vordering van een daartoe aangewezen persoon dat bewijs of één of meer delen van dat bewijs overgeven, omdat (voor) het voertuig waarvoor het kentekenbewijs is afgegeven
K 040 a – de verschuldigde belastingen en rechten niet zijn voldaan
K 040 b – niet voldoet aan de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde eisen
K 040 c – niet voldoet aan de gestelde eisen in de Wet personenvervoer 2000 wat betreft de inrichting en de uitrusting
K 040 d – niet voldoet aan de gestelde eisen in de Wet ambulancevervoer wat betreft de inrichting en de uitrusting
K 040 e – niet voldoet aan de in het kentekenbewijs vermelde voorschriften
voor een kentekenplichtig motorrijtuig van 3500 kg of minder
K 045 a – is geen keuringsbewijs afgegeven
K 045 b – heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren
voor een kentekenplichtig motorrijtuig of aanhangwagen van meer dan 3500 kg
K 046 a – is geen keuringsbewijs afgegeven
K 046 b – heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren
het afgegeven keuringsbewijs
K 050 a – voldoet niet aan de vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering
K 050 b – is niet behoorlijk leesbaar
als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het rijbewijs
K 060 a – niet voldoet aan de gestelde eisen
K 060 e – zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, waarbij de geldigheidsduur één jaar of minder is verstreken
K 060 c – niet behoorlijk leesbaar is
K 065 a als bestuurder beneden de 18 jaar een motorrijtuig besturen (buitenlander met rijbewijs)
K 075 rijonderricht geven voor rijbewijs A aan anderen dan aan de bestuurder op wiens motorrijtuig hij zich bevindt
rijonderricht geven voor rijbewijs A, terwijl degene die rijonderricht geeft zich niet achter de bestuurder op het motorrijtuig bevindt
K 080 a – zonder radiografisch contact
K 080 b – aan meer dan twee bestuurders
rijonderricht geven voor rijbewijs A
K 085 a – terwijl tegelijkertijd rijonderricht wordt gegeven voor een andere rijbewijscategorie
K 085 b – terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding
K 085 c – terwijl degene aan wie rijonderricht wordt gegeven niet in het bezit is van een geldig theorie-certificaat voor de rijbewijscategorie A of van een geldig rijbewijs A (beperkt) en/of B
rijonderricht geven voor rijbewijs B terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van
K 090 a – een dubbele bediening c.q. een onderbreker
K 090 b – een binnen en een buitenspiegel ten behoeve van de rij-instructeur
K 090 c – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding
rijonderricht geven voor rijbewijs C, D of E terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van
K 095 a – een dubbele bediening c.q. een onderbreker
K 095 b – twee of meer buitenspiegels ten behoeve van de rij-instructeur
K 095 c – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding
K 100 rijonderricht geven voor rijbewijs C of D terwijl de leerling niet in het bezit is van een rijbewijs B
K 105 rijonderricht geven voor rijbewijs E terwijl de leerling niet in het bezit is van een rijbewijs geldig voor het besturen van het trekkende motorrijtuig
K 106 rijonderricht geven terwijl de leerling de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt
K 107 rijonderricht geven met een motorrijtuig dat is ingericht voor het vervoer van meer dan 8 personen terwijl de leerling nog geen 21 jaar is
K 108 rijonderricht geven terwijl de leerling de leeftijd van 16 jaren nog niet heeft bereikt (bromfietsrijbewijs)
K 120 het niet inleveren van een rijbewijs waarvan de geldigheid is geschorst
K 135 aa als bestuurder van een bromfiets rijden terwijl het afgegeven certificaat onjuist is ingericht en uitgevoerd dan wel niet behoorlijk leesbaar is
K 140 aa als houder van een ongeldig verklaard bromfietscertificaat dit certificaat niet inleveren zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden
K 145 a als bestuurder handelen in strijd met één of meer aan een ontheffing verbonden voorschrift(en), niet betrekking hebbend op de begeleiding of vakbekwaamheid
als bestuurder van een motorrijtuig niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven
K 150 a – het kentekenbewijs
K 150 c – het rijbewijs
K 150 da – het bromfietscertificaat dan wel een rijbewijs (niet zijnde een rijbewijs AM)
K 150 e – de ontheffing
K 150 f – het ingevolge de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders vereiste getuigschrift
K 155 niet meewerken aan het voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht
zich zodanig gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd door
K 175 a – onvoldoende zicht door de voorruit
K 175 f – onvoldoende zicht door de achterruit en/of zijruiten
K 175 d – onvoldoende zicht door voor-, achter- en zijruiten
Nummers S 005 – S 025, VA 004 – RV 101: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
--- --- --- ---
Categorie-indeling C: (maximum snelheid)
1 – motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen en motorvoertuigen met aanhangwagen);
2 – vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen;
3 – bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor;
4 – land- of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid.
Feit
--- --- --- ---
Hoofdstuk 2. Verkeersregels
VIII. Maximum snelheid
a. Algemeen
als bestuurder niet in staat zijn, zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is
S 005 a – bij snelheden tot en met 80 km/h
als bestuurder niet in staat zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is. De gedraging/overtreding is geconstateerd met behulp van het Videocontrole systeem (VCS)
S 010 a – bij snelheden tot en met 80 km/h
Snelheidsoverschrijdingen
Noot snelheidsovertredingen algemeen
Indien een feitcode van toepassing is waarbij de snelheidsoverschrijding per kilometer is aangegeven en er wordt een waarde achter de komma gemeten, dan moet deze te allen tijde naar beneden worden afgerond op een hele kilometer
b. Binnen de bebouwde kom
Noot:
* = recidiveregeling snelheid (zie punt 4.3.1 Richtlijnen voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h of 30 km/h (cat. 3) het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het openbaar ministerie
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel)
VA 004 – met 4 km/h
VA 005 – met 5 km/h
VA 006 – met 6 km/h
VA 007 – met 7 km/h
VA 008 – met 8 km/h
VA 009 – met 9 km/h
VA 010 – met 10 km/h
VA 011 – met 11 km/h
VA 012 – met 12 km/h
VA 013 – met 13 km/h
VA 014 – met 14 km/h
VA 015 – met 15 km/h
VA 016 – met 16 km/h
VA 017 – met 17 km/h
VA 018 – met 18 km/h
VA 019 – met 19 km/h
VA 020 – met 20 km/h
VA 021 – met 21 km/h
VA 022 – met 22 km/h
VA 023 – met 23 km/h
VA 024 – met 24 km/h
VA 025 – met 25 km/h
VA 026 – met 26 km/h
VA 027 – met 27 km/h
VA 028 – met 28 km/h
VA 029 – met 29 km/h
VA 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1)
VB 004 – met 4 km/h
VB 005 – met 5 km/h
VB 006 – met 6 km/h
VB 007 – met 7 km/h
VB 008 – met 8 km/h
VB 009 – met 9 km/h
VB 010 – met 10 km/h
VB 011 – met 11 km/h
VB 012 – met 12 km/h
VB 013 – met 13 km/h
VB 014 – met 14 km/h
VB 015 – met 15 km/h
VB 016 – met 16 km/h
VB 017 – met 17 km/h
VB 018 – met 18 km/h
VB 019 – met 19 km/h
VB 020 – met 20 km/h
VB 021 – met 21 km/h
VB 022 – met 22 km/h
VB 023 – met 23 km/h
VB 024 – met 24 km/h
VB 025 – met 25 km/h
VB 026 – met 26 km/h
VB 027 – met 27 km/h
VB 028 – met 28 km/h
VB 029 – met 29 km/h
VB 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A3)
VC 004 – met 4 km/h
VC 005 – met 5 km/h
VC 006 – met 6 km/h
VC 007 – met 7 km/h
VC 008 – met 8 km/h
VC 009 – met 9 km/h
VC 010 – met 10 km/h
VC 011 – met 11 km/h
VC 012 – met 12 km/h
VC 013 – met 13 km/h
VC 014 – met 14 km/h
VC 015 – met 15 km/h
VC 016 – met 16 km/h
VC 017 – met 17 km/h
VC 018 – met 18 km/h
VC 019 – met 19 km/h
VC 020 – met 20 km/h
VC 021 – met 21 km/h
VC 022 – met 22 km/h
VC 023 – met 23 km/h
VC 024 – met 24 km/h
VC 025 – met 25 km/h
VC 026 – met 26 km/h
VC 027 – met 27 km/h
VC 028 – met 28 km/h
VC 029 – met 29 km/h
VC 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A1)
VD 004 – met 4 km/h
VD 005 – met 5 km/h
VD 006 – met 6 km/h
VD 007 – met 7 km/h
VD 008 – met 8 km/h
VD 009 – met 9 km/h
VD 010 – met 10 km/h
VD 011 – met 11 km/h
VD 012 – met 12 km/h
VD 013 – met 13 km/h
VD 014 – met 14 km/h
VD 015 – met 15 km/h
VD 016 – met 16 km/h
VD 017 – met 17 km/h
VD 018 – met 18 km/h
VD 019 – met 19 km/h
VD 020 – met 20 km/h
VD 021 – met 21 km/h
VD 022 – met 22 km/h
VD 023 – met 23 km/h
VD 024 – met 24 km/h
VD 025 – met 25 km/h
VD 026 – met 26 km/h
VD 027 – met 27 km/h
VD 028 – met 28 km/h
VD 029 – met 29 km/h
VD 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A3)
VE 004 – met 4 km/h
VE 005 – met 5 km/h
VE 006 – met 6 km/h
VE 007 – met 7 km/h
VE 008 – met 8 km/h
VE 009 – met 9 km/h
VE 010 – met 10 km/h
VE 011 – met 11 km/h
VE 012 – met 12 km/h
VE 013 – met 13 km/h
VE 014 – met 14 km/h
VE 015 – met 15 km/h
VE 016 – met 16 km/h
VE 017 – met 17 km/h
VE 018 – met 18 km/h
VE 019 – met 19 km/h
VE 020 – met 20 km/h
VE 021 – met 21 km/h
VE 022 – met 22 km/h
VE 023 – met 23 km/h
VE 024 – met 24 km/h
VE 025 – met 25 km/h
VE 026 – met 26 km/h
VE 027 – met 27 km/h
VE 028 – met 28 km/h
VE 029 – met 29 km/h
VE 030 – met 30 km/h
c. (Auto)wegen buiten de bebouwde kom
Noot:
* = recidiveregeling snelheid (zie punt 7.2.1 Richtlijnen voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal te worden ingezonden naar het openbaar ministerie
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel)
VF 004 – met 4 km/h
VF 005 – met 5 km/h
VF 006 – met 6 km/h
VF 007 – met 7 km/h
VF 008 – met 8 km/h
VF 009 – met 9 km/h
VF 010 – met 10 km/h
VF 011 – met 11 km/h
VF 012 – met 12 km/h
VF 013 – met 13 km/h
VF 014 – met 14 km/h
VF 015 – met 15 km/h
VF 016 – met 16 km/h
VF 017 – met 17 km/h
VF 018 – met 18 km/h
VF 019 – met 19 km/h
VF 020 – met 20 km/h
VF 021 – met 21 km/h
VF 022 – met 22 km/h
VF 023 – met 23 km/h
VF 024 – met 24 km/h
VF 025 – met 25 km/h
VF 026 – met 26 km/h
VF 027 – met 27 km/h
VF 028 – met 28 km/h
VF 029 – met 29 km/h
VF 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)
VG 004 – met 4 km/h
VG 005 – met 5 km/h
VG 006 – met 6 km/h
VG 007 – met 7 km/h
VG 008 – met 8 km/h
VG 009 – met 9 km/h
VG 010 – met 10 km/h
VG 011 – met 11 km/h
VG 012 – met 12 km/h
VG 013 – met 13 km/h
VG 014 – met 14 km/h
VG 015 – met 15 km/h
VG 016 – met 16 km/h
VG 017 – met 17 km/h
VG 018 – met 18 km/h
VG 019 – met 19 km/h
VG 020 – met 20 km/h
VG 021 – met 21 km/h
VG 022 – met 22 km/h
VG 023 – met 23 km/h
VG 024 – met 24 km/h
VG 025 – met 25 km/h
VG 026 – met 26 km/h
VG 027 – met 27 km/h
VG 028 – met 28 km/h
VG 029 – met 29 km/h
VG 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A3)
VH 004 – met 4 km/h
VH 005 – met 5 km/h
VH 006 – met 6 km/h
VH 007 – met 7 km/h
VH 008 – met 8 km/h
VH 009 – met 9 km/h
VH 010 – met 10 km/h
VH 011 – met 11 km/h
VH 012 – met 12 km/h
VH 013 – met 13 km/h
VH 014 – met 14 km/h
VH 015 – met 15 km/h
VH 016 – met 16 km/h
VH 017 – met 17 km/h
VH 018 – met 18 km/h
VH 019 – met 19 km/h
VH 020 – met 20 km/h
VH 021 – met 21 km/h
VH 022 – met 22 km/h
VH 023 – met 23 km/h
VH 024 – met 24 km/h
VH 025 – met 25 km/h
VH 026 – met 26 km/h
VH 027 – met 27 km/h
VH 028 – met 28 km/h
VH 029 – met 29 km/h
VH 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A1)
VI 004 – met 4 km/h
VI 005 – met 5 km/h
VI 006 – met 6 km/h
VI 007 – met 7 km/h
VI 008 – met 8 km/h
VI 009 – met 9 km/h
VI 010 – met 10 km/h
VI 011 – met 11 km/h
VI 012 – met 12 km/h
VI 013 – met 13 km/h
VI 014 – met 14 km/h
VI 015 – met 15 km/h
VI 016 – met 16 km/h
VI 017 – met 17 km/h
VI 018 – met 18 km/h
VI 019 – met 19 km/h
VI 020 – met 20 km/h
VI 021 – met 21 km/h
VI 022 – met 22 km/h
VI 023 – met 23 km/h
VI 024 – met 24 km/h
VI 025 – met 25 km/h
VI 026 – met 26 km/h
VI 027 – met 27 km/h
VI 028 – met 28 km/h
VI 029 – met 29 km/h
VI 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A3)
VK 004 – met 4 km/h
VK 005 – met 5 km/h
VK 006 – met 6 km/h
VK 007 – met 7 km/h
VK 008 – met 8 km/h
VK 009 – met 9 km/h
VK 010 – met 10 km/h
VK 011 – met 11 km/h
VK 012 – met 12 km/h
VK 013 – met 13 km/h
VK 014 – met 14 km/h
VK 015 – met 15 km/h
VK 016 – met 16 km/h
VK 017 – met 17 km/h
VK 018 – met 18 km/h
VK 019 – met 19 km/h
VK 020 – met 20 km/h
VK 021 – met 21 km/h
VK 022 – met 22 km/h
VK 023 – met 23 km/h
VK 024 – met 24 km/h
VK 025 – met 25 km/h
VK 026 – met 26 km/h
VK 027 – met 27 km/h
VK 028 – met 28 km/h
VK 029 – met 29 km/h
VK 030 – met 30 km/h
d. Autosnelwegen
Noot:
* = recidiveregeling snelheid (zie punt 7.2.1 Richtlijnen voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal te worden ingezonden naar het openbaar ministerie
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel)
VL 004 – met 4 km/h
VL 005 – met 5 km/h
VL 006 – met 6 km/h
VL 007 – met 7 km/h
VL 008 – met 8 km/h
VL 009 – met 9 km/h
VL 010 – met 10 km/h
VL 011 – met 11 km/h
VL 012 – met 12 km/h
VL 013 – met 13 km/h
VL 014 – met 14 km/h
VL 015 – met 15 km/h
VL 016 – met 16 km/h
VL 017 – met 17 km/h
VL 018 – met 18 km/h
VL 019 – met 19 km/h
VL 020 – met 20 km/h
VL 021 – met 21 km/h
VL 022 – met 22 km/h
VL 023 – met 23 km/h
VL 024 – met 24 km/h
VL 025 – met 25 km/h
VL 026 – met 26 km/h
VL 027 – met 27 km/h
VL 028 – met 28 km/h
VL 029 – met 29 km/h
VL 030 – met 30 km/h
VL 031 a – met 31 km/h
VL 032 a – met 32 km/h
VL 033 a – met 33 km/h
VL 034 a – met 34 km/h
VL 035 a – met 35 km/h
VL 036 a – met 36 km/h
VL 037 a – met 37 km/h
VL 038 a – met 38 km/h
VL 039 a – met 39 km/h
VL 040 a – met 40 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)
VM 004 – met 4 km/h
VM 005 – met 5 km/h
VM 006 – met 6 km/h
VM 007 – met 7 km/h
VM 008 – met 8 km/h
VM 009 – met 9 km/h
VM 010 – met 10 km/h
VM 011 – met 11 km/h
VM 012 – met 12 km/h
VM 013 – met 13 km/h
VM 014 – met 14 km/h
VM 015 – met 15 km/h
VM 016 – met 16 km/h
VM 017 – met 17 km/h
VM 018 – met 18 km/h
VM 019 – met 19 km/h
VM 020 – met 20 km/h
VM 021 – met 21 km/h
VM 022 – met 22 km/h
VM 023 – met 23 km/h
VM 024 – met 24 km/h
VM 025 – met 25 km/h
VM 026 – met 26 km/h
VM 027 – met 27 km/h
VM 028 – met 28 km/h
VM 029 – met 29 km/h
VM 030 – met 30 km/h
VM 031 a – met 31 km/h
VM 032 a – met 32 km/h
VM 033 a – met 33 km/h
VM 034 a – met 34 km/h
VM 035 a – met 35 km/h
VM 036 a – met 36 km/h
VM 037 a – met 37 km/h
VM 038 a – met 38 km/h
VM 039 a – met 39 km/h
VM 040 a – met 40 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A3)
VN 004 – met 4 km/h
VN 005 – met 5 km/h
VN 006 – met 6 km/h
VN 007 – met 7 km/h
VN 008 – met 8 km/h
VN 009 – met 9 km/h
VN 010 – met 10 km/h
VN 011 – met 11 km/h
VN 012 – met 12 km/h
VN 013 – met 13 km/h
VN 014 – met 14 km/h
VN 015 – met 15 km/h
VN 016 – met 16 km/h
VN 017 – met 17 km/h
VN 018 – met 18 km/h
VN 019 – met 19 km/h
VN 020 – met 20 km/h
VN 021 – met 21 km/h
VN 022 – met 22 km/h
VN 023 – met 23 km/h
VN 024 – met 24 km/h
VN 025 – met 25 km/h
VN 026 – met 26 km/h
VN 027 – met 27 km/h
VN 028 – met 28 km/h
VN 029 – met 29 km/h
VN 030 – met 30 km/h
VN 031 a – met 31 km/h
VN 032 a – met 32 km/h
VN 033 a – met 33 km/h
VN 034 a – met 34 km/h
VN 035 a – met 35 km/h
VN 036 a – met 36 km/h
VN 037 a – met 37 km/h
VN 038 a – met 38 km/h
VN 039 a – met 39 km/h
VN 040 a – met 40 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A1)
VO 004 – met 4 km/h
VO 005 – met 5 km/h
VO 006 – met 6 km/h
VO 007 – met 7 km/h
VO 008 – met 8 km/h
VO 009 – met 9 km/h
VO 010 – met 10 km/h
VO 011 – met 11 km/h
VO 012 – met 12 km/h
VO 013 – met 13 km/h
VO 014 – met 14 km/h
VO 015 – met 15 km/h
VO 016 – met 16 km/h
VO 017 – met 17 km/h
VO 018 – met 18 km/h
VO 019 – met 19 km/h
VO 020 – met 20 km/h
VO 021 – met 21 km/h
VO 022 – met 22 km/h
VO 023 – met 23 km/h
VO 024 – met 24 km/h
VO 025 – met 25 km/h
VO 026 – met 26 km/h
VO 027 – met 27 km/h
VO 028 – met 28 km/h
VO 029 – met 29 km/h
VO 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A3)
VP 004 – met 4 km/h
VP 005 – met 5 km/h
VP 006 – met 6 km/h
VP 007 – met 7 km/h
VP 008 – met 8 km/h
VP 009 – met 9 km/h
VP 010 – met 10 km/h
VP 011 – met 11 km/h
VP 012 – met 12 km/h
VP 013 – met 13 km/h
VP 014 – met 14 km/h
VP 015 – met 15 km/h
VP 016 – met 16 km/h
VP 017 – met 17 km/h
VP 018 – met 18 km/h
VP 019 – met 19 km/h
VP 020 – met 20 km/h
VP 021 – met 21 km/h
VP 022 – met 22 km/h
VP 023 – met 23 km/h
VP 024 – met 24 km/h
VP 025 – met 25 km/h
VP 026 – met 26 km/h
VP 027 – met 27 km/h
VP 028 – met 28 km/h
VP 029 – met 29 km/h
VP 030 – met 30 km/h
Maatregel na ernstige verstoring olieaanvoer
overschrijding van de door de Minister van Verkeer en Waterstaat vastgestelde maximumsnelheid op autosnelwegen bij ernstige verstoring van de olieaanvoer
VR 004 – met 4 km/h
VR 005 – met 5 km/h
VR 006 – met 6 km/h
VR 007 – met 7 km/h
VR 008 – met 8 km/h
VR 009 – met 9 km/h
VR 010 – met 10 km/h
VR 011 – met 11 km/h
VR 012 – met 12 km/h
VR 013 – met 13 km/h
VR 014 – met 14 km/h
VR 015 – met 15 km/h
VR 016 – met 16 km/h
VR 017 – met 17 km/h
VR 018 – met 18 km/h
VR 019 – met 19 km/h
VR 020 – met 20 km/h
VR 021 – met 21 km/h
VR 022 – met 22 km/h
VR 023 – met 23 km/h
VR 024 – met 24 km/h
VR 025 – met 25 km/h
VR 026 – met 26 km/h
VR 027 – met 27 km/h
VR 028 – met 28 km/h
VR 029 – met 29 km/h
VR 030 – met 30 km/h
Nummers R 301 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
--- --- --- ---
Categorie-indeling B:
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Schippers;
8 – Een ieder.
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen
Feit
--- --- --- ---
Hoofdstuk 2. Verkeersregels
I. Plaats op de weg
R 301 als bestuurder van een motorvoertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg
R 303 a als bestuurder van een voertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een andere weg dan autoweg of autosnelweg
R 305 als voetganger niet het voetpad of trottoir gebruiken
R 306 als voetganger bij gebreke van een voetpad of trottoir niet het fietspad of het fiets/bromfietspad gebruiken
R 307 als voetganger bij gebreke van een voetpad, een trottoir en een fietspad of fiets/bromfietspad niet de berm of de uiterste zijde van de rijbaan gebruiken
R 324 als persoon die zich verplaatst met behulp van een voorwerp, niet zijnde een voertuig, niet het fietspad, het fiets/bromfietspad, het trottoir of het voetpad gebruiken
R 308 als (snor)fietser niet het verplichte fietspad of fiets/bromfietspad gebruiken
R 309 als (snor) fietser bij gebreke van een verplicht fietspad of fiets/bromfietspad niet de rijbaan gebruiken
R 310 als bromfietser niet het fiets/bromfietspad gebruiken
R 311 als bromfietser niet de rijbaan gebruiken bij ontbreken van een fiets/bromfietspad (bord G 12a)
R 312 b als snorfietser met ingeschakelde motor het onverplichte fietspad gebruiken
R 313 als ruiter niet het ruiterpad gebruiken
R 314 als ruiter bij gebreke van een ruiterpad niet de berm of de rijbaan gebruiken
als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken
R 315 a – rijdend
R 315 b – stilstaand
R 316 als bestuurder van een bespannen wagen niet de rijbaan gebruiken
R 317 als bestuurder van een onbespannen wagen niet de rijbaan gebruiken
R 318 als geleider van rij- of trekdieren of vee niet de rijbaan gebruiken
R 319 als bestuurder van een motorvoertuig een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken
R 320 als bestuurder van een bespannen wagen een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken
R 321 als bestuurder van een onbespannen wagen een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken
R 322 als geleider van rij- of trekdieren of vee een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken
R 323 als bromfietser een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken
II. Inhalen
R 326 als bestuurder niet links inhalen
R 327 als bestuurder een andere bestuurder die links heeft voorgesorteerd en een teken geeft linksaf te willen slaan, links inhalen
R 328 als bestuurder een voertuig inhalen vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats
IV. Oprijden van kruispunten
R 331 als bestuurder een kruispunt blokkeren
V. Verlenen van voorrang
R 336 als bestuurder op een kruispunt geen voorrang verlenen aan bestuurders van rechts
R 337 als bestuurder op een onverharde weg geen voorrang verlenen aan bestuurders op een verharde weg
R 338 als bestuurder geen voorrang verlenen aan bestuurders van een tram
R 340 a als weggebruiker een overweg opgaan, terwijl men niet direct kan doorgaan en de overweg niet geheel vrij kan maken
R 340 b als weggebruiker bij een overweg een spoorvoertuig niet voor laten gaan en daarbij de overweg niet geheel vrij laten
VI. Doorsnijden militaire kolonnes
R 341 als weggebruiker een militaire kolonne doorsnijden
VII. Afslaan
R 346 als bestuurder afslaan zonder een teken met de richtingaanwijzer of met de arm te geven
R 347 a als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat hem op dezelfde weg tegemoet komt
R 347 b als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel links dicht achter hem bevindt
R 347 c als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel rechts dicht achter hem bevindt
R 348 als bestuurder links afslaan zonder tegemoetkomende bestuurders die op hetzelfde kruispunt rechts afslaan, voor te laten gaan
Noot stilstaan en parkeren:
In dit onderdeel zijn tevens enkele parkeerfeiten uit de plaatselijke verordeningen en de WVW 1994 opgenomen.
IX. Stilstaan
R 395 een voertuig op een zodanige wijze laten staan waardoor op de weg gevaar wordt/kan worden veroorzaakt, dan wel het verkeer wordt/kan worden gehinderd
als bestuurder een voertuig laten stilstaan
R 396 a – op een kruispunt
R 396 b – op een fietsstrook
R 396 c – op de rijbaan langs een fietsstrook
R 396 d – op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan
R 396 e – in een tunnel
R 396 f – bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering
R 396 g – bij een bord bushalte op een afstand van minder dan twaalf meter van dat bord terwijl de geblokte markering niet is aangebracht
R 396 h – op de rijbaan langs een busstrook
R 396 i – langs een gele doorgetrokken streep
R 396 j – op een overweg
X. Parkeren
als bestuurder een voertuig parkeren
R 397 a – bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan
R 397 b – voor een inrit of uitrit
R 397 c – buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg
R 397 d – op een parkeergelegenheid terwijl blijkens de aanduiding onder het bord, dat voertuig niet behoort tot de aangegeven categorie of groep voertuigen
R 397 e – op een parkeergelegenheid, terwijl blijkens de aanduiding onder het bord, dat voertuig staat geparkeerd op een andere dan de aangegeven wijze
R 397 f – op een parkeergelegenheid, terwijl blijkens de aanduiding onder het bord, dat voertuig staat geparkeerd op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden
R 397 g – langs een gele onderbroken streep
R 397 h – op een gelegenheid bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen
R 397 i – op een parkeerplaats voor vergunninghouders aangeduid door verkeersbord E9, zonder dat voor dat voertuig een vergunning tot parkeren op die plaats was verleend
R 397 j – op een parkeergelegenheid (borden E4 tot en met E13 bijlage I), buiten de aangegeven parkeervakken
R 398 als bestuurder een voertuig dubbel parkeren
als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep, terwijl dat motorvoertuig
R 400 aa – niet is voorzien van een duidelijk zichtbare achter de voorruit geplaatste parkeerschijf, waarop het tijdstip staat aangegeven waarop met parkeren is begonnen
R 400 ab – is voorzien van een duidelijk zichtbare, achter de voorruit geplaatste, parkeerschijf en de toegestane parkeertijd is verstreken
R 401 als bestuurder een voertuig parkeren in een parkeerschijfzone (geldt niet voor parkeerplaatsen, die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of die zijn voorzien van een blauwe streep)
R 402 a als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een gehandicaptenvoertuig
R 402 b als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin duidelijk zichtbaar is aangebracht een geldige gehandicaptenparkeerkaart
R 402 c als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een voertuig dat voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemd is
R 403 a als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl de parkeermeter niet in werking is gesteld of aangeeft dat de parkeerduur is verstreken
R 403 b als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl aldaar reeds een motorvoertuig staat geparkeerd
R 404 een muntstuk in een parkeermeter werpen op een tijdstip dat niet samenvalt met of onmiddellijk volgt op de feitelijke aanvang van het parkeren
R 405 als bestuurder een motorvoertuig op twee wielen, een bromfiets dan wel een fiets parkeren op een parkeervak behorende bij een parkeermeter
R 406 een voertuig doen of laten staan in een park of plantsoen, op openbare beplantingen of groenstroken
als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerterrein waar dit slechts met gebruikmaking van een ter plaatse aangebrachte parkeerautomaat is toegestaan
R 409 a – anders dan voorzien van een door de parkeerautomaat afgegeven parkeerkaart, aangebracht op de voorgeschreven wijze
R 409 b – terwijl de op de parkeerkaart aangegeven parkeertijd is verstreken
R 409 c – zonder de aangebrachte parkeerautomaat in werking te stellen
R 409 d – terwijl de op de parkeerautomaat aangegeven parkeertijd is verstreken
een voertuig dat, met inbegrip van de lading
R 414 a – langer is dan 6 meter of hoger is dan 2,4 meter parkeren op een plaats, die als schadelijk voor het aanzien van de gemeente is aangewezen
R 414 b – langer is dan 6 meter, buiten de vastgestelde tijden, parkeren op een aangewezen weg, waar dit parkeren buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte
R 592 als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder (duidelijk zichtbare) parkeervergunning, dan wel in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden
XII. Signalen
R 418 als bestuurder van een motorvoertuig geen geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht voeren bij werkzaamheden en omstandigheden, waarbij dit, ingevolge artikel 5 van de Regeling optische en geluidssignalen, verplicht is indien de kans bestaat dat dit motorvoertuig niet tijdig wordt opgemerkt
R 419 signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan
XIII. Gebruik van lichten tijdens het rijden
als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets, een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een verbrandingsmotor, of een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een elektromotor en voorzien van een gesloten carrosserie, geen dim- of grootlicht voeren
R 421 a – bij nacht, binnen de bebouwde kom
R 421 b – bij nacht, buiten de bebouwde kom
R 421 c – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
R 425 als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig groot licht voeren bij dag, bij het tegenkomen van een andere weggebruiker, dan wel bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig
als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, het achterlicht brandt
R 426 a – bij nacht, binnen de bebouwde kom
R 426 b – bij nacht, buiten de bebouwde kom
R 426 c – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
als bestuurder rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, de verlichting van de achterkentekenplaat brandt
R 428 a – van een motorvoertuig
R 428 b – van een motorvoertuig met aanhangwagen
als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen geen achterlicht voeren
R 431 d – bij nacht, binnen de bebouwde kom
R 431 e – bij nacht, buiten de bebouwde kom
R 431 f – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen niet het in de Regeling Voertuigen voorgeschreven stadslicht voeren
R 432 d – bij nacht, binnen de bebouwde kom
R 432 e – bij nacht, buiten de bebouwde kom
R 432 f – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
R 434 als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig anders dan bij mist, sneeuwval of regen, die het zicht ernstig belemmert mistlicht(en) aan de voorzijde voeren
R 436 als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig mistachterlicht voeren, indien het zicht door mist of sneeuwval niet beperkt is tot een afstand van minder dan 50 meter
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd geen dim- c.q. voor- en achterlicht voeren
R 438 i –- als bestuurder van een wagen
R 438 j – als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig zonder motor, gebruik makend van de rijbaan of het fiets-/bromfietspad
bij nacht of dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, als fietser
R 438 k – geen voortdurend voor tegemoetkomende weggebruikers zichtba(a)r(e) wit(te)- of ge(e)l(e) licht(en) aan de voorzijde voeren en/of voortdurend voor van achteren naderende weggebruikers zichtbaar rood licht aan de achterzijde voeren
R 438 l – verblindend wit of geel licht aan de voorzijde voeren
R 438 m – knipperende verlichting voeren
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd niet een lantaarn meevoeren die naar voren wit of geel licht en naar achteren rood licht straalt
R 445 c – als ruiter
R 445 d – als geleider van rij-, trekdieren of vee
XIV. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens geen stadslicht en achterlicht voeren
R 451 c – als bestuurder van een stilstaand motorvoertuig
R 451 d – op een stilstaande aanhangwagen
R 453 bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd op de rijbaan buiten de bebouwde kom geen voor- en achterlicht voeren op een stilstaande wagen
XV. Bijzondere lichten
als bestuurder van een motorvoertuig aan de voorzijde naast het dimlicht of het mistlicht andere verlichting voeren dan bermlicht, richtlicht of markeringslichten
R 456 a – bij nacht
R 456 b – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
R 458 als bestuurder van een motorvoertuig tegelijk met enig ander licht aan de voorzijde dagrijlicht voeren
R 459 als bestuurder verlichte transparant voeren vanuit een ander voertuig of op andere wijze dan genoemd
XVI. Autosnelwegen en autowegen
a. Autosnelwegen
R 461 anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag of kan worden gereden dan 60 kilometer per uur, een autosnelweg gebruiken
als bestuurder van een motorvoertuig op een autosnelweg
R 462 – keren
R 463 – achteruitrijden
R 464 – deze op de rijbaan laten stilstaan
behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autosnelweg
R 465 a – over de vluchtstrook of vluchthaven rijden
R 465 b – gebruik maken van de berm
R 465 c – op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan
R 466 als bestuurder van een samenstel van voertuigen dat langer is dan 7 meter, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken
R 467 als bestuurder van een vrachtauto, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken
b. Autowegen
R 468 anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag of kan worden gereden dan 50 kilometer per uur, een autoweg gebruiken
als bestuurder van een motorvoertuig op een autoweg
R 469 – keren
R 470 – achteruitrijden
R 471 – deze op de rijbaan laten stilstaan
behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autoweg
R 472 a – over de vluchtstrook of vluchthaven rijden
R 472 b – gebruik maken van de berm
R 472 c – op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan
XVII. Erven
R 476 als bestuurder binnen een erf sneller rijden dan stapvoets
R 478 als bestuurder een motorvoertuig binnen een erf parkeren anders dan op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven
XIX. Voetgangers
R 481 a als bestuurder een blinde, voorzien van een blindenstok niet voor laten gaan
R 481 b als bestuurder een persoon die zich moeilijk voortbeweegt niet voor laten gaan
R 482 als bestuurder een voetganger, die op een voetgangersoversteekplaats oversteekt of kennelijk op het punt staat over te steken, niet voor laten gaan
R 483 als bestuurder een bestuurder van een gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteekt of kennelijk op het punt staat over te steken, niet voor laten gaan
XX. Voorrangsvoertuigen
R 486 als weggebruiker een voorrangsvoertuig niet voor laten gaan
XXI. Loslopend vee
R 491 rij-, trekdieren of vee zonder toezicht op de weg los laten lopen
XXII. In- en uitstappende passagiers
R 492 als bestuurder een tram of autobus voorbij rijden aan de zijde waar passagiers in- en uitstappen zonder hen daartoe de gelegenheid te geven
XXIII. Slepen
R 501 als bestuurder van een motorvoertuig een ander motorvoertuig slepen, terwijl de onderlinge afstand meer dan vijf meter bedraagt
XXIV. Bijzondere manoeuvres
R 505 als bestuurder wegrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 506 als bestuurder achteruitrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 507 als bestuurder uit een uitrit de weg oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 508 als bestuurder vanaf een weg een inrit oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 509 als bestuurder keren zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 510 als bestuurder van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 511 als bestuurder van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 512 als bestuurder van rijstrook wisselen zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 513 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wegrijden geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 514 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het inhalen van een ander voertuig geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 515 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het oprijden van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 516 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het verlaten van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 517 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wisselen van rijstrook geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 518 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij een andere belangrijke zijdelingse verplaatsing geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 519 als bestuurder binnen de bebouwde kom geen gelegenheid geven aan een autobus weg te rijden van een halte wanneer de bestuurder van die autobus door het geven van een teken met zijn richtingaanwijzer zijn voornemen daartoe kenbaar maakt
XXV. Onnodig geluid
R 522 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser c.q. snorfietser onnodig geluid veroorzaken
XXVI. Gevarendriehoek
R 526 het niet plaatsen van een gevarendriehoek in de voorgeschreven gevallen, op de voorgeschreven wijze bij een stilstaand motorvoertuig op meer dan twee wielen en aanhangwagens, zijnde een obstakel, terwijl geen knipperend waarschuwingslicht wordt gevoerd
XXVI a. Zitplaatsen
R 530 tijdens deelname aan het verkeer (een) passagier(s) vervoeren terwijl deze/die niet is/zijn gezeten op een zitplaats
XXVII. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen
R 533 als bestuurder of passagier van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel geen gebruik maken van de voor hen beschikbare autogordel
als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel
R 535 f – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaren en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem
R 535 k – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaren en met een lengte van 1.35 meter of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel
R 535 g – op de voorste zitplaats (een) passagier(s) in de leeftijd van 3 tot 18 jaren en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat een autogordel of goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is
R 535 h – (een) passagier(s) jonger dan 3 jaren vervoeren, terwijl geen autogordel of kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is
R 535 i - terwijl de zitplaatsen voor passagiers zijn voorzien van autogordels, meer passagiers vervoeren dan er autogordels aanwezig zijn
R 535 j – (een) passagier(s) jonger dan 18 jaren in een naar achteren gericht kinderzitje op een passagierszitplaats vervoeren, terwijl de voorairbag van die zitplaats niet is uitgeschakeld
R 535 m - in een taxi op een van de voorste zitplaatsen (een) passagier(s) vervoeren jonger dan 18 jaren en met een lengte van minder dan 1.35 meter, terwijl geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is
R 535 o de autogordel, de veiligheidsgordel of het kinderbeveiligingssysteem in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel gebruiken op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden (bestuurder aansprakelijk voor passagiers jonger dan 12 jaren)
R 535 e als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel een passagier vervoeren die gebruik maakt van een rolstoel, terwijl de rolstoel niet is vastgezet op een wijze die de stabiliteit van de rolstoel en de veiligheid van de rolstoelgebruiker waarborgt
R 535 s als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel een passagier vervoeren die gebruik maakt van een rolstoel, zonder dat gebruik wordt gemaakt van de veiligheidsgordel die deel uitmaakt van het voertuig of van het systeem waarmee de rolstoel aan de vloer van het voertuig is bevestigd
XXVIIa. Autobus
R 535 p als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus of passagier geen gebruik maken van de autogordel of het kinderbeveiligingssysteem waarmee de autobus is uitgerust
als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus
R 535 q – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaren en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem of bij gebrek daaraan, de autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en)
R 535 r – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaren en met een lengte van 1.35 meter of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en)
XXVIII. Helmen
R 536 a als bestuurder, passagier van een bromfiets of brommobiel zonder gesloten carrosserie geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk
R 536 c als bestuurder of passagier van een motorfiets dan wel driewielig motorvoertuig geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en is voorzien van een goedkeuringsmerk
R 537 als bestuurder van een motorfiets, bromfiets of brommobiel zonder gesloten carrosserie dan wel driewielig motorvoertuig een passagier beneden de twaalf jaren vervoeren, die geen goedpassende helm draagt, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk
XXIX. Zitplaats kinderen op fietsen en bromfietsen
R 541 als bromfietser of fietser een kind beneden acht jaren vervoeren anders dan op een doelmatige en veilige zitplaats met voldoende steun voor rug, handen en voeten
XXX. Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur
R 545 als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor tijdens het rijden een mobiele telefoon vast houden
XXXI. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten
personen vervoeren
R 539 a - in de gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets
R 539 b – in de open laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets, dan wel in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets
Hoofdstuk 3. Verkeerstekens
II. Verkeersborden
R 548 als bestuurder in strijd met bord B6 geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg
als bestuurder in strijd met bord B7
R 549 a – niet stoppen
R 549 b – geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg
R 549 c – niet stoppen en geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg
als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord C1 (gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee)
R 550 a – een weg gebruiken
R 550 b – een weg(gedeelte) bestemd voor aangewezen categorie(ën) voertuigen gebruiken (doelgroepstroken)
als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord C2 (eenrichtingsweg, in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee)
R 551 b – op andere weg dan autoweg of autosnelweg
als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord
R 552 a – C3 (eenrichtingsweg)
R 552 b – C4 (eenrichtingsweg)
R 553 b als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen in strijd met bord C6 (geslotenverklaring voor motorvoertuig op meer dan twee wielen) een weg gebruiken
R 554 a als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s) (alle wegen behalve autosnelwegen en milieuzones)
R 554 b als bestuurder van een vrachtauto een rijstrook van een autosnelweg gebruiken in strijd met het voor die rijstrook geldende bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s)
R 554 c als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s), waarbij gebied is aangeduid als milieuzone
R 571 als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C22a (geslotenverklaring voor vrachtauto’s die niet voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 86d RVV 1990) (milieuzone)
R 555 als bestuurder van een motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur een weg gebruiken in strijd met bord C8 (geslotenverklaring voor motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur)
R 556 als ruiter, geleider van rij-, trekdieren of vee, bestuurder van een wagen, een motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur, een brommobiel, een fiets, een bromfiets of een gehandicaptenvoertuig in strijd met bord C9 een weg gebruiken (geslotenverklaring)
R 557 als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen een weg gebruiken in strijd met bord C10 (geslotenverklaring voor motorvoertuig met aanhangwagen)
R 558 als bestuurder van een motorfiets een weg gebruiken in strijd met bord C11 (geslotenverklaring motorfiets)
R 559 als bestuurder van een motorvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C12 (geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen)
R 560 als bestuurder van een bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor een weg gebruiken in strijd met bord C13 (geslotenverklaring voor bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor)
R 561 als bestuurder van een fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor een weg gebruiken in strijd met bord C14 (geslotenverklaring voor fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor) (categorie 3 betreft alleen snorfiets met uitgeschakelde motor)
R 562 als bestuurder van een fiets, een bromfiets of gehandicaptenvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C15 (geslotenverklaring voor fiets, bromfiets of gehandicaptenvoertuig)
R 563 als voetganger een weg gebruiken in strijd met bord C16 (geslotenverklaring voor voetgangers)
R 564 als bestuurder van een voertuig of samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C17 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen die, met inbegrip van de lading, langer zijn dan op het bord C17 is aangegeven)
R 565 als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C18 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan op het bord C18 is aangegeven)
R 566 als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C19 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord C19 is aangegeven)
als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C20 (geslotenverklaring voor voertuigen waarvan de aslast hoger is dan op het bord C20 is aangegeven) met een overschrijding van
R 567 a – niet meer dan 10%
R 567 b – 11 tot en met 20%
R 567 c – 21 tot en met 30%
als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van
R 568 a – niet meer dan 10%
R 568 b – 11 tot en met 20%
R 568 c – 21 tot en met 30%
als bestuurder van een samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van
R 569 a – niet meer dan 10%
R 569 b – 11 tot en met 20%
R 569 c – 21 tot en met 30%
R 574 als bestuurder rijden in strijd met de door bord D1 aangegeven rijrichting (rotonde; verplichte rijrichting)
R 575 als bestuurder rijden in strijd met bord D2 aan de andere zijde dan het bord aangeeft (gebod voor alle bestuurders het bord D2 voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft)
R 576 als bestuurder in strijd met bord D4 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D4 is aangegeven)
R 577 als bestuurder in strijd met bord D5 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D5 is aangegeven)
R 578 als bestuurder in strijd met bord D6 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D6 zijn aangegeven)
R 579 als bestuurder in strijd met bord D7 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D7 zijn aangegeven)
R 584 als bestuurder een voertuig parkeren in strijd met (zone) bord E1 (parkeerverbod(szone))
R 585 als bestuurder een voertuig laten stilstaan in strijd met bord E2 (verbod stilstaan)
R 593 als bestuurder van een motorvoertuig in strijd met bord F1 een motorvoertuig inhalen (verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen)
R 594 als bestuurder van een vrachtauto in strijd met bord F3 een motorvoertuig inhalen (verbod voor vrachtauto's om motorvoertuigen in te halen)
R 595 als bestuurder in strijd met bord F5 doorgaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting (verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting)
R 596 als bestuurder in strijd met bord F7 keren
R 597 als bestuurder in strijd met bord F10 niet stoppen
III. Verkeerslichten
driekleurig verkeerslicht
R 601 als weggebruiker niet doorgaan bij groen licht bij een driekleurig verkeerslicht
R 602 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht
R 603 als fietser, bromfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een driekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan
R 604 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij tweekleurig verkeerslicht
R 605 als fietser, bromfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een tweekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan
R 606 als bestuurder van een tram, lijnbus of ander voertuig niet stoppen voor rood tram-/buslicht
R 607 als bestuurder van een tram niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht
R 609 als weggebruiker niet stoppen voor rood (knipper)licht bij bruglichten
R 608 als weggebruiker niet stoppen voor rood knipperlicht bij overweglichten
R 610 als weggebruiker bij verlicht rood kruis een rijstrook gebruiken
R 611 als bestuurder van een ander voertuig dan een lijnbus een door een verlichte afbeelding van «BUS» gemarkeerde rijstrook gebruiken
R 612 als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig beginnen over te steken bij rood voetgangerslicht
R 613 als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij het oversteken het overige verkeer ter plaatse niet voor laten gaan, indien het rode licht is vervangen door een geel knipperlicht als bedoeld in artikel 75 van het RVV 1990
R 614 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij toeritdosering
IV. Verkeerstekens op het wegdek
R 616 a als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep tussen rijstroken dan wel op paden met verkeer in beide richtingen naar links overschrijden
R 616 b als bestuurder zich bevinden links van de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep tussen rijstroken dan wel op paden met verkeer in beide richtingen
R 617 als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep tussen rijstroken dan wel op paden met verkeer in één richting overschrijden
R 618 als bestuurder een verdrijvingvlak gebruiken
R 618 a als bestuurder een puntstuk gebruiken
R 619 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser die de rijbaan volgt op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft
R 619 a als bestuurder die een doorgaande rijbaan verlaat en daartoe een uitrijstrook volgt ter hoogte van de daarin aangebrachte pijlen niet de richting volgen die de uitrijstrook aangeeft
R 620 als bestuurder niet stoppen voor stopstreep daar waar dit op grond van het RVV 1990 verplicht is
R 621 als bestuurder in strijd met op het wegdek aangebrachte haaietanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg
R 622 als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus, autobus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met «BUS»
R 622 a als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met: «LIJNBUS»
Hoofdstuk 4. Aanwijzingen
I. Verplichtingen weggebruikers
als weggebruiker niet stoppen voor een stopteken
R 628 a – gegeven door middel van een rode lamp
R 628 b – gegeven met een aan een politievoertuig aangebrachte verlichte transparant
als weggebruiker niet opvolgen van de in de Bijlage II RVV 1990 vastgestelde aanwijzingen
R 630 a – gegeven door daartoe bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaar
Nummers R 701 – R 703: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
R 701 zonder daartoe krachtens het Besluit bevoegd te zijn verkeerstekens op, langs of boven de wegen aanbrengen, doen aanbrengen, aangebracht houden, verwijderen, dan wel de zichtbaarheid daarvan wegnemen
R 702 voorwerpen, inrichting of borden, van welke aard ook, die het verkeer in verwarring zouden kunnen brengen op, langs of boven de wegen aanbrengen, doen aanbrengen of aangebracht houden
R 703 niet zo spoedig mogelijk op de juiste wijze inleveren van ongeldige gehandicaptenparkeerkaart
Nummers K 405 – K 550: Kentekenreglement (KR)
K 405 de kentekenplaat voldoet niet aan de gestelde eisen
Wijziging van de tenaamstelling: overdracht tussen particulieren
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
K 417 deel I B en deel II niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder overdragen
K 418 deel I A afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen
K 419 het ontvangstbewijs afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen
K 420 als nieuwe eigenaar of houder niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven
K 421 het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B niet terstond aan de vorige eigenaar of houder afgeven
K 422 deel I A niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B
K 423 het ontvangstbewijs niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs
K 431 deel II of deel I B en het overschrijvingsbewijs niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder overdragen
K 432 deel I afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B nog niet is ontvangen
K 433 het ontvangstbewijs afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B nog niet is ontvangen
K 434 als nieuwe eigenaar of houder niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven
K 436 het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B niet terstond aan de vorige eigenaar of houder afgeven
K 437 deel I niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B
K 438 het ontvangstbewijs niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B
Wijziging van de tenaamstelling: overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
K 441 deel I B en deel II niet terstond aan het erkende bedrijf overdragen\
K 442 deel I A afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen
K 443 het ontvangstbewijs afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen
K 444 deel I A niet terstond aan het erkende bedrijf afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B
K 446 het ontvangstbewijs niet terstond aan het erkende bedrijf afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs
K 447 deel I B en deel II niet terstond aan het erkende bedrijf overdragen
K 448 deel I afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B nog niet is ontvangen
K 449 het ontvangstbewijs afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B nog niet is ontvangen
K 451 deel I niet terstond aan het erkende bedrijf afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B
K 452 het ontvangstbewijs niet terstond aan het erkende bedrijf afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B
Wijziging van de tenaamstelling: overdracht van een voertuig uit bedrijfsvoorraad
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
bedrijfsvoorraad deel I B en deel II niet terstond overdragen aan
K 456 a – de nieuwe eigenaar of houder (particulier)
K 456 b – het erkende bedrijf
als erkend bedrijf deel I A afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen, van
K 457 a – een particulier
K 457 b – een erkend bedrijf
K 465 als nieuwe eigenaar of houder (particulier) niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven
K 471 als particulier het vrijwaringsbewijs en het oude bedrijfsvoorraad deel I B niet terstond aan de vorige eigenaar of houder afgeven
deel I A na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude bedrijfsvoorraad deel I B niet terstond afgeven aan
K 472 a – de nieuwe eigenaar of houder (particulier)
K 472 b – het erkende bedrijf
K 480 als erkend bedrijf niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven (voertuig bestemd voor eigen gebruik)
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel IB en een overschrijvingsbewijs
bedrijfsvoorraad deel II of I B en het overschrijvingsbewijs niet terstond overdragen aan
K 478 a - de nieuwe eigenaar of houder (particulier)
K 478 b - het erkende bedrijf
als erkend bedrijf deel I afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B nog niet is ontvangen, van
K 479 a – een particulier
K 479 b – een erkend bedrijf
K 481 als nieuwe eigenaar of houder (particulier) niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven
K 482 als particulier het vrijwaringsbewijs en het oude bedrijfsvoorraad deel II of I B niet terstond aan de vorige eigenaar of houder afgeven
deel I na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude bedrijfsvoorraad deel II of I B niet terstond afgeven aan
K 483 a – de nieuwe eigenaar of houder (particulier)
K 483 b – het erkende bedrijf
K 484 als erkend bedrijf niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven (voertuig bestemd voor eigen gebruik)
Wijziging van de tenaamstelling: overlijden van een kentekenhouder
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
K 485 als meerderjarige eigenaar of houder na overlijden van de kentekenhouder niet binnen vijf weken op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs op zijn naam overschrijven
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs
K 486 als meerderjarige eigenaar of houder na overlijden van de kentekenhouder niet binnen vijf weken op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs op zijn naam overschrijven
Verval van de tenaamstelling: overdracht van een voertuig aan een persoon in het buitenland
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
K 491 het (bedrijfsvoorraad) deel I B en deel II niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder overdragen
K 492 deel I A afgeven terwijl het afschrift van de uitvoerverklaring nog niet is ontvangen
K 493 als eigenaar of houder deel I A niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het afschrift van de uitvoerverklaring
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs
K 490 a het (bedrijfsvoorraad) deel II (of I B) en het overschrijvingsbewijs niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder overdragen
K 490 b deel I afgeven terwijl het afschrift van de uitvoerverklaring nog niet is ontvangen
K 505 als eigenaar of houder deel I niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het afschrift van de uitvoerverklaring
Alle kentekenbewijzen
K 490 c het ontvangstbewijs afgeven terwijl het afschrift van de uitvoerverklaring nog niet is ontvangen
K 495 als nieuwe eigenaar of houder niet binnen een week de vereiste documenten bij de Minister van Verkeer en Waterstaat inleveren
K 500 als nieuwe eigenaar of houder het afschrift van de uitvoerverklaring niet terstond aan de vorige eigenaar of houder afgeven
K 510 als eigenaar of houder het ontvangstbewijs niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het afschrift van de uitvoerverklaring
K 515 als nieuwe eigenaar of houder niet terstond een aangewezen legitimatiebewijs en de uitvoerverklaring inleveren bij het erkende bedrijf dat de uitvoer geautomatiseerd registreert
K 520 als kentekenhouder/bij overlijden zijn erfgenaam, niet de vereiste documenten inleveren bij de Minister van Verkeer en Waterstaat, wanneer het voertuig voorgoed buiten Nederland wordt gebracht
Aanvraag nieuw deel I (A)
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
K 526 niet op de voorgeschreven wijze een nieuw deel I A aanvragen, indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens op het afgegeven deel I A
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs
K 527 niet op de voorgeschreven wijze een nieuw kentekenbewijs aanvragen, indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens op het afgegeven deel I
Handelaarskenteken(bewijs)
K 535 als kentekenhouder het handelaarskenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruiken
K 540 het ongeldig verklaarde handelaarskentekenbewijs niet onverwijld inleveren
Intrekking erkenning
K 545 de verstrekte formulieren en bedrijfsvoorraadpassen niet onverwijld inleveren
Inleverplicht oude bewijzen (overgangsbepaling)
K 550 kentekenbewijzen en duplicaten afgegeven op basis van de (oude) Wegenverkeerswet en die hun geldigheid hebben verloren, niet onverwijld inleveren
Nummer K 600: Reglement rijbewijzen (RR)
K 600 als bestuurder van een motorrijtuig van de rijbewijscategorie A niet op eerste vordering het theoriecertificaat dan wel de oproep voor het examen ter inzage geven
Nummers N 010 – P 600: Besluit Voertuigen (BV) en Regeling Voertuigen (RV)
--- --- --- ---
Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling Voertuigen)
2 – personenauto’s;
3 – bedrijfsauto’s;
3a – bussen;
4 – motorfietsen;
5 – driewielige motorrijtuigen;
6 – bromfietsen;
7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid;
8 – land- of bosbouwtrekkers;
9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV);
10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie en gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor;
11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie;
12 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg achter personenauto’s, bedrijfsauto’s en driewielige motorrijtuigen;
13 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg achter personenauto’s, bedrijfsauto’s en driewielige motorrijtuigen;
14 – aanhangwagens achter landbouw- of bosbouwtrekkers en achter motorrijtuigen met beperkte snelheid;
15 – aanhangwagens achter motorfietsen (15a) of bromfietsen (15b);
16 – aanhangwagens achter fietsen op twee wielen;
17 – wagens.
Noot Regeling Voertuigen (RV):
– De feiten met betrekking tot de RV zijn in 17 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de RV.
– Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld.
categorie: 15A - motorfiets
categorie: 15B - bromfiets
– bij de in deze afdeling vermelde overtredingen is het niet toegestaan om uitsluitend een kenteken te vermelden op het mini proces-verbaal. De NAW gegevens van de verdachte moeten eveneens worden vermeld. de verdachte dient daarom staande te worden gehouden.
– Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de RV in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven.
– De feiten die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 855.
Feit
--- --- --- ---
Regeling Voertuigen
Als bestuurder van een voertuig rijden (terwijl):
0 – Algemeen
N 010 a het niet in overeenstemming is met de gegevens op het kentekenbewijs of met de in het kentekenregister vermelde gegevens
N 010 b het voertuigidentificatienummer niet is ingeslagen of goed leesbaar is
N 010 c de kentekenpla(a)t(en) niet voorzien is/zijn van het goedkeuringsmerk, dan wel niet deugdelijk aan de voor en/of achterzijde is/zijn bevestigd
N 010 d het kenteken niet goed leesbaar is of de kentekenpla(a)t(en) is/zijn afgeschermd
N 010 e het voertuig niet is voorzien van een goed leesbare constructieplaat, waarvan de gegevens in overeenstemming zijn met het kentekenregister (cat 3, 3a en 12 in gebruik na 31-12-1997; cat 8 in gebruik na 30-06-2009)
1 – Algemene bouwwijze van het voertuig
N 020 a de aanhangwagen meerassig is
N 020 b het wiel niet zodanig is bevestigd dat het uitsluitend draaibaar is om de eigen as
N 030 a het chassis dan wel de mee of zelfdragende carrosserie breuken en of scheuren vertoont
N 030 b het chassis dan wel de mee of zelfdragende carrosserie zodanig bevestigd, vervormd of door corrosie is aangetast dat de stijfheid en de sterkte in gevaar worden gebracht
het frame of de zelfdragende constructie alsmede de voor- en achtervork
N 030 c – breuken en of scheuren vertoont
N 030 d – is doorgeroest
N 030 e – zodanig is vervormd dat stijfheid en sterkte in gevaar worden gebracht dan wel het weggedrag van het voertuig nadelig wordt beïnvloed
N 030 f de onderdelen van het frame, de daarvoor in de plaats tredende constructie of de zelfdragende constructie niet deugdelijk zijn bevestigd
N 030 g het frame met voor- en achtervork breuken en of scheuren vertoont, is doorgeroest of is vervormd
het frame
N 030 h – breuken en of scheuren vertoont
N 030 i – is doorgeroest
N 030 j – is vervormd
N 040 a de bovenbouw ondeugdelijk op het onderstel is bevestigd
N 040 b de ondersteuning van de laadvloer/laadruimte niet deugdelijk is
N 040 c de gekoppelde zijspanwagen niet deugdelijk is bevestigd
N 050 de accu en, indien aanwezig, de bedrading niet deugdelijk is (zijn) bevestigd en niet goed is (zijn) geïsoleerd
2 – Afmetingen en massa’s
Lengte
N 060 a het langer is dan 12 m (cat 5 ingebruikname voor 01-11-1997; cat 12 geldt niet voor opleggers; cat 13 geldt niet voor middenasaanhangwagens)
N 060 aa de bus met 2 assen langer is dan 13,50 m
N 060 ab de bus met 2 assen, in gebruik genomen voor 10-09-2003, langer is dan 15 m
N 060 ac de bus met meer dan 2 assen langer is dan 15 m
N 060 e de gelede bus langer is dan 18,75 m
N 060 d het rijdende werktuig langer is dan 20 m
N 060 f het kermis- of circusvoertuig langer is dan 14 m
N 060 o het gehandicaptenvoertuig langer is dan 3,50 m (geldt ook voor gehandicaptenvoertuig zonder motor)
N 060 t het langer is dan 4 m (cat 5 ingebruikname na 31-10-1997)
N 061 e bij de na 31-12-1997 in gebruik genomen oplegger, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en enig deel aan de voorzijde van de oplegger meer dan 2,04 m bedraagt en de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger meer dan 12 m bedraagt
N 061 g de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger van het kermis- of circusvoertuig meer bedraagt dan 17,50 m
N 061 h de aanhangwagen, niet zijnde een middenasaanhangwagen, langer is dan 12 m
N 061 i de middenasaanhangwagen langer is dan 8 m
Breedte
N 060 b het breder is dan 2,55 m (cat 5 ingebruikname voor 01-11-1997; cat 3 en 12 gelden niet voor geconditioneerde voertuigen en voor cat 3 en 12 voertuigen met een tmm > 10.000 kg en ingebruikname voor 01-02-1999)
N 060 g het breder is dan 2,60 m (cat 3 en 12 geconditioneerd voertuig en cat 3 en 12 voertuigen met een tmm > 10.000 kg en ingebruikname voor 01-02-1999; cat 14 niet ten behoeve van landbouw; cat 17 bespannen wagen)
N 060 h het breder is dan 3 m (cat 3 en 7 rijdend werktuig; cat. 14 aanhangwagen ten behoeve van landbouw)
N 060 p het gehandicaptenvoertuig breder is dan 1,10 m (geldt ook gehandicaptenvoertuig zonder motor)
N 060 r de fiets breder is dan 0,75 m
N 060 s het breder is dan 1,50 m (cat 9 > 2 wielen of zijspan; cat 17 onbespannen wagen)
N 060 u het breder is dan 2 m (cat 5 ingebruikname na 31-10-1997; cat 6 op meer dan 2 wielen)
N 060 w het breder is dan 1 m (cat 5 betreft 2 wielige bromfiets)
N 061 k de aanhangwagen breder is dan 1 m
Hoogte
het voertuig hoger is dan 4 m (cat 5 ingebruik voor 01-11-1997) een overschrijding
N 062 a – van 0,01 m t/m 0,10 m
N 060 q het gehandicaptenvoertuig hoger is dan 2 m (geldt ook voor gehandicaptenvoertuig zonder motor)
N 060 v het hoger is dan 2,50 m (cat 5 in gebruik na 31-10-1997)
N 061 l de aanhangwagen hoger is dan 1 m
Massa
de toegestane asdruk, massa of som van de aslasten (cat 5 ingebruikname na 01-02-1999) wordt overschreden met
N 070 a – meer dan 10%
N 070 b – meer dan 25%
de toegestane wieldruk, massa of som van de aslasten wordt overschreden met (massa of som van de aslasten betreft uitsluitend cat 7)
N 070 e – meer dan 10%
N 070 f – meer dan 25%
3 – Motor
de bromfiets de op het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximum constructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h overschrijdt
N 083 a – t/m 10 km/h
N 083 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h
het voertuig de in artikel 1.1. van de Regeling Voertuigen vermelde maximum constructiesnelheid vermeerderd met 5 km/h overschrijdt
N 085 a – t/m 10 km/h
N 085 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h
N 090 a het brandstofsysteem niet veilig is of deugdelijk is bevestigd
N 090 b het brandstofsysteem of de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd
N 090 c het brandstofsysteem lekkage vertoont
N 090 d het brandstofsysteem niet deugdelijk is afgesloten
N 090 h de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd
N 100 de LPG-installatie niet voldoet aan de eisen
N 101 de CNG-installatie niet voldoet aan de eisen
N 110 a deze niet is voorzien van een over de gehele lengte gasdichte uitlaat
N 110 b het uitlaatsysteem niet deugdelijk is bevestigd
N 110 c het niet voldoet aan de eisen gesteld ten aanzien van luchtverontreiniging, geluidsproductie, geluidsniveau, uitlaatgassen of het stationaire mengsel (geluidsniveau cat. 2 en 4 zie N 110 n t/m q)
N 110 e het uitlaatsysteem niet behoorlijk geluiddempend is
Noot: Indien geen waarde (op het kentekenbewijs of) het kentekenregister is vermeld dan moeten onderstaande waarden worden gehanteerd:
Bromfiets
Constructiesnelheid
Max 25 km/h
> 25 km/h
Motor
Cylinderinhoud t/m
80 cm3
125 cm3
350 cm3
500 cm3
750 cm3
1000 cm3
>1000 cm3
het (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister vermelde geluidsniveau, vermeerderd met 2 dB(A), wordt overschreden
N 110 n – tot 4 dB(A)
het toegestane geluidsniveau van het voertuig, waarvoor geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld, wordt overgeschreven
N 110 p – tot 4 dB(A)
N 120 a de accu of tractiebatterij niet deugdelijk is bevestigd
N 120 b de bedrading niet deugdelijk is bevestigd/goed is geïsoleerd
N 120 c het gehandicaptenvoertuig, dat is uitgerust met een elektrische aandrijving, niet is voorzien van een beveiliging tegen overbelasting, die door middel van een binnen bereik bevindende schakelaar de stroomvoorziening herstelt
N 130 a de motorsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd/in ernstige mate zijn beschadigd
N 130 b de rubbers van de motorsteunen zijn doorgescheurd/de vulcanisatie is losgeraakt
N 130 c de motor niet deugdelijk is bevestigd
4 – Krachtoverbrenging
N 140 a het met een ledige massa van meer dan 400 kg niet is voorzien van een achteruitrijinrichting
N 140 b het niet is voorzien van een achteruitrijinrichting
N 150 a het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht, afleesbare snelheidsmeter
N 150 e het na 26-11-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht afleesbare snelheidsmeter
N 150 f de na 31-12-2006 in gebruik genomen bromfiets niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht afleesbare snelheidsmeter
N 160 a (de onderdelen van) de aandrijving of transmissie niet deugdelijk bevestigd is (zijn)
N 170 a de krachtoverbrenging niet op eenvoudige wijze kan worden onderbroken
N 170 b de snelheid niet regelbaar is
5 – Assen
N 180 de as(sen) niet deugdelijk (bevestigd) is (zijn)
N 190 de fuseeonderdelen en overige draaipunten niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 200 de wiellagers niet deugdelijk zijn
N 210 de wielbasis te veel afwijkt
N 220 de afstanden tussen de fuseedraaipunten en het chassis of de carrosserie te veel verschillen
N 230 de spoorbreedte te groot is
N 240 a de wielen/de velgen niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 240 b de wielen/de velgen/de wielnaven/stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 240 c de wielen, alsmede de onderdelen niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 240 d de wielen/de velgen/stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn
6 – Ophanging
de wielen niet voorzien zijn van luchtbanden
N 270 a – 1 band
N 270 b – 2 banden
N 270 c – 3 banden
N 270 d – 4 banden
een band/de banden beschadigd is/zijn, waarbij het karkas zichtbaar is of uitstulpingen vertoont/vertonen
N 270 e – 1 band
N 270 f – 2 banden
N 270 g – 3 banden
N 270 h – 4 banden
het loopvlak uitstekende metalen elementen bevat, per (band) beschadiging
N 270 i – 1 band
N 270 j – 2 banden
N 270 k – 3 banden
N 270 l – 4 banden
de band(en) is/zijn beschadigd waarbij het karkas zichtbaar is, de band(en) uitstulpingen vertoont/vertonen of de daarop vermelde load-index kleiner is dan toegestaan
N 270 m – 1 band
N 270 n – 2 banden
N 270 o – 3 banden
N 270 p – 4 banden
de profilering van een band/de banden niet voldoet aan de gestelde eisen of is/zijn nageprofileerd (naprofilering geldt niet voor cat 3, 3a en 12 i.g.v. opschrift regroovable; cat 2, 5, 13, 3a T 100-bus, cat 3(a) en 12 kleiner of gelijk aan 3500 kg min. 1,6 mm; cat 4 min 1,0 mm; cat 6, 10 en 11 profilering moet aanwezig zijn over de gehele omtrek en breedte) (NB cat 3, 3a en 12 > 3500 kg m.u.v. T 100-bus geen profileringseisen)
N 270 r – 1 band
N 270 s – 2 banden
N 270 t – 3 banden
N 270 u – 4 banden
N 270 v de op de band aangegeven draairichting niet overeenkomt met de draairichting van de band in voorwaartse rijrichting
N 270 w de banden op één as niet dezelfde maataanduiding hebben (geldt niet voor nood- of reservewiel)
de aanhangwagen is voorzien van banden waarvan het loopvlak bestaat uit metaal of een materiaal dat voor wat betreft hardheid en vervormbaarheid dezelfde eigenschappen heeft
N 271 e – 1 band
N 271 f – 2 banden
N 271 g – 3 banden
N 271 h – 4 banden
N 271 m de wielen zijn voorzien van metalen banden met uitstekende delen (geldt niet voor landbouwwerktuigen met een massa van maximaal 750 kg)
N 280 het veersysteem, (indien vereist of aanwezig) de onderdelen daarvan of de schokdemper (indien vereist) niet deugdelijk (bevestigd) is/zijn of niet goed werken
7 – Stuurinrichting
N 291 de overbrenging van de gestuurde wielen niet goed reageert of niet deugdelijk is (bevestigd)
N 290 deze niet is voorzien van een deugdelijke stuurinrichting
N 292 de draaikransen niet deugdelijk zijn (bevestigd)
8 – Reminrichting
N 310 a (de onderdelen van) de reminrichting niet deugdelijk zijn (bevestigd)
N 320 aa in het hydraulisch remsysteem onvoldoende remvloeistof aanwezig is
N 320 a het remsysteem van het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting
N 340 de veerrem van het na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting
N 350 a het drukluchtremsysteem niet is voorzien van een goed functionerend meerkringsbeveiligingsventiel bij na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuigen
N 350 b het drukluchtremsysteem niet is voorzien van drukmeetpunten
N 350 c de drukluchtremkrachtregelaars niet goed functioneren
N 350 d het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig met drukluchtremkrachtregelaars niet is voorzien van de vereiste plaat
N 350 e de drukluchtremkrachtregelaars van het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig niet aanwezig zijn, dan wel niet zijn afgesteld zoals op de plaat staat vermeld
N 360 de slag van de drukluchtremcylinders onjuist is afgesteld
N 370 a het één- of tweeleidingremsysteem niet de juiste aansluitdruk heeft
N 370 b het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een éénleidingremsysteem ten behoeve van een aanhangwagen
N 370 c het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een afzonderlijke inrichting voor de bediening van de remmen van de aanhangwagen
N 380 m de bedrijfsrem niet op alle wielen remt (uitgezonderd driewielige motorrijtuigen met een ledige massa van 400 kg of minder), dan wel het voertuig op een (nagenoeg) droge weg uitbreekt ten gevolge van een verschil in remwerking tussen de wielen van elke as, of tengevolge van overberemming van de achteras
N 380 n niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging
N 380 p het niet is voorzien van (een) goed werkende rem(men)
niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa minder dan 3500 kg); de vermindering bedraagt
N 381 a – 0 t/m 0,5 m/s2
N 381 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2
N 381 c – 1,01 t/m 1,5 m/s2
niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa 3500 kg of meer); de vermindering bedraagt
N 381 f – 0 t/m 0,5 m/s2
N 390 a de parkeerrem niet aan de eisen voldoet
N 390 b van de (brom)fiets op meer dan twee wielen zonder afzonderlijke vastzetinrichting één van de remmen niet kan worden vastgezet
N 390 d het niet voorzien is van een goed bereikbare vastzetinrichting waarmee de rem(men) in omgezette toestand kunnen worden vastgezet of een parkeerrem
N 390 e de vastzetinrichting of de veerrem niet aan de eisen voldoet
N 400 c de reminrichting van de aanhangwagen (niet zijnde een middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van ten hoogste 1500 kg) niet automatisch in werking treedt bij het verbreken van de verbinding, dan wel niet automatisch in de bedrijfstoestand komt bij het koppelen met het trekkende voertuig
N 400 d niet is voorzien van een goed functionerende losbreekreminrichting (indien aanwezig)
9 – Carrosserie
N 410 a de deuren en de laadbakkleppen (cat.3(a)) niet goed sluiten of de deuren die direct toegang geven tot de personenruimte niet op normale wijze vanaf de binnenzijde of vanaf de buitenzijde kunnen worden geopend
N 410 b het slot of de scharnieren van de motorkap of het kofferdeksel aan de voorzijde geen goede sluiting waarborgen
N 410 c de bevestiging van de scharnieren ernstig zijn gecorrodeerd
N 410 d de windschermen en stroomlijnkappen de bediening belemmeren
N 410 e de windschermen, stroomlijnkappen en inrichtingen om ladingen mee te vervoeren niet deugdelijk zijn bevestigd
N 410 f de gesloten cabines niet zijn voorzien van tenminste twee deuren dan wel één deur en één nooduitgang
N 410 g de nooduitgang niet voldoet aan de vereiste afmetingen
N 410 h het slot of de scharnieren van de deuren of laadbakkleppen geen goede sluiting waarborgen
N 410 j de deur(en) of uitgang(en) of hoofddoorgang(en) of noodra(a)m(en) of noodluik(en) van de bus niet voldoen (voldoet) aan de eisen of de vereiste opschriften niet zijn aangebracht
de voorruit, de naast de bestuurders aanwezige zitplaats zijruiten dan wel het windscherm (indien vereist) en bij afwezigheid van een rechterbuitenspiegel de achterruit
N 420 a – is beschadigd of verkleurd
N 420 b – is voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren
N 420 c de ruiten niet voldoen aan de eisen
N 420 d de lichtdoorlaatbaarheid van de voorruit en/of de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten bedraagt minder dan 55%
N 430 a het voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitenwisserinstallatie (cat 5 in gebruik na 27-11-1975; cat 6 in gebruik na 31-12-2006)
N 430 d het voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie voor de voorruit die de bestuurder voldoende uitzicht geeft (cat 2 in gebruik na 30-09-1971; cat 3 na 31-12-1997; cat 3a na 30-06-1985; cat 5 na 31-12-1994; cat 6 na 31-12-2006)
N 440 a het voertuig niet is voorzien van een goed werkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit (cat 2 in gebruik na 30-09-1971; cat 3 na 31-12-1997, cat 3a na 30-06-1985, cat 5 voorruit en gesloten carrosserie na 31-12-1994 tot 17-06-2003 vanaf 17-06-2003 indien voorruit)
N 440 e het na 16-06-2003 in gebruik genomen voertuig met een voorruit of het na 31-12-1994, doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig met een voorruit en met een gesloten carrosserie niet voorzien is van een goedwerkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit
N 450 a het voertuig niet is voorzien van de noodzakelijke spiegels en/of cameramonitor-systeem die/dat aan de eisen voldoen/voldoet (cat. 6 voertuig in gebruik na 31-12-2006) (vooruitkijkspiegel / camera-monitorsysteem en breedtespiegel betreft bedrijfsauto met frontstuur in gebruik na 25-01-2008, tmm > 7500 kg)
N 450 b het na 26-11-1975 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel die aan de eisen voldoet
N 450 c het na 31-12-1996 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig dat 100 km/h of sneller kan, niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel die aan de eisen voldoet
N 450 g het na 16-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linker- en een rechterbuitenspiegel
N 450 d het voor 27-11-1975 in gebruik genomen voertuig waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel
N 450 e het na 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig met een gesloten carrosserie waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een binnenspiegel
N 450 f het voertuig niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel terwijl met de binnenspiegel het achter het voertuig gelegen weggedeelte niet voldoende kan worden overzien
N 450 h de bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, niet zijnde een kampeerauto, die in gebruik is genomen na 31 december 1977, niet is voorzien van een gezichtsveldverbeterende voorziening die de bestuurder een beter zicht verschaft op de weggebruikers die zich rechts van het voertuig bevinden of indien de bestuurderszitplaats zich aan de rechterzijde van het voertuig bevindt niet is voorzien van een gezichtsveldverbeterende voorziening die de bestuurder een beter zicht verschaft op de weggebruikers die zich links van het voertuig bevinden (deze feitcode mag alleen gebruikt worden bij het ontbreken van deze voorziening)
N 460 a de zitplaatsen (of rugleuningen) niet deugdelijk bevestigd zijn
N 460 aa de zitplaatsen van het na 19-10-2008 in gebruik genomen voertuig zijdelings zijn gericht (cat. 3a uitsluitend klasse III of B)
N 460 c de zitplaatsen, rugleuningen of de verstelinrichtingen niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 460 d de voetsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd
N 460 g de trappers niet deugdelijk zijn bevestigd of niet zijn voorzien van een stroef oppervlak
N 470 a de naar voren gerichte zitplaatsen van na 31-12-1989 in gebruik genomen personenauto’s niet voorzien zijn van gordels of de naar achteren gerichte zitplaatsen van na 30-09-2000 in gebruik genomen personenauto’s niet voorzien zijn van gordels
N 470 b de gordels voor de voorzitplaatsen die aan een portier grenzen van na 01-01-1971 en voor 01-01-1990 in gebruik genomen voertuigen niet aanwezig zijn
N 470 c de gordels niet deugdelijk zijn (bevestigd) (geldt voor cat 7, 8 en 10 indien aanwezig)
N 470 d de gordels voor alle naar voren gerichte zitplaatsen van T-100 bussen en na 31-12-1997 in gebruik genomen andere bussen en bedrijfsauto's niet aanwezig zijn
N 470 h de naar voren en naar achteren gerichte zitplaatsen van na 30-09-2002 in gebruik genomen bussen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg of van na 30-09-2000 in gebruik genomen bussen met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg niet voorzien zijn van gordels
N 470 i de naar voren gerichte zitplaatsen van bromfietsen op meer dan twee wielen met een gesloten carrosserie en een ledige massa van meer dan 250 kg, in gebruik genomen na 31-12-2006, niet zijn voorzien van gordels
N 470 j het na 01-09-2008 in gebruikgenomen en voor het vervoer van één of meer passagiers in een rolstoel ingericht voertuig niet voldoet aan de gestelde eisen
N 470 g de naar voren gerichte zitplaatsen van na 31-12-1989 in gebruik genomen voertuigen met gesloten carrosserie niet voorzien zijn van gordels of de naar achteren gerichte zitplaatsen van na 16-06-2003 in gebruik genomen voertuigen met gesloten carrosserie niet voorzien zijn van gordels
N 480 a het voertuig scherpe delen heeft
N 480 b het voertuig uitstekende niet afgeschermde delen heeft
N 480 c de wielen niet goed afgeschermd zijn, aanlopen of te ver buiten de afscherming uitsteken
N 480 e gevaar bestaat voor het losraken van enig deel van de buitenzijde
N 480 f de wielen/banden aanlopen
N 480 g het voertuig niet is voorzien van de vereiste zijdelingse afscherming
N 490 het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een stootbalk (cat 3 en 12) of beschermingsinrichting (cat 3a) tegen klemrijden die aan de vereisten voldoet (afst. stootbalk/beschermingsinrichting wegdek: in gebruik voor 01-01-1998 70 cm, daarna 55 cm; afst. achterzijde voertuig tot stootbalk: tot 01-01-2005 60 cm, daarna cat 3, 3a en 12: 45 cm)
N 491 het na 09-08-2004 in gebruik genomen bedrijfsvoertuig met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg aan de voorzijde niet op deugdelijke wijze voorzien is van een beschermingsinrichting tegen klemrijden
N 500 de aanhangwagen aan de achterzijde niet is voorzien van een mogelijkheid tot bevestiging van een kentekenplaat
10 – Verlichting
Noot
1. Bij het ontbreken of niet branden van dim-/kop- of achterlicht moeten de bepalingen uit het RVV 1990 worden toegepast;
2. Bij de feitcodes zijn alle data vermeld van verlichting die na 1 januari 1980 verplicht is geworden;
3. Indien verlichting verplicht is na een bepaalde datum bij voertuigen behorende tot de categorie 2, 3, 4, 5 of 12 en deze is aangebracht op voertuigen, die voor die datum in gebruik zijn genomen, dan moet deze goed werken;
4. Er is geen sprake van verlichting in de zin van de Regeling Voertuigen als de armatuur niet is aangesloten en niet is voorzien van een lampje.
het niet is voorzien van (een) goed werkend(e)
N 514 a – richtingaanwijzers (cat 4 na 31-12-96 met zijspan na 31-10-97; cat 6 = 3 of 4 wielig en gesloten carrosserie)
N 514 b – waarschuwingsknipperlichten (cat 2, 3(a) na 31-12-97; cat 5 na 31-12-96; cat 10 na 01-01-2005)
N 514 c – zijrichtingaanwijzer(s) (cat 2 na 31-12-97; cat 3(a) langer dan 6 m of na 31-12-97; cat 7 langer dan 6 m)
N 514 d – remlichten (cat. 6: 3 of 4 wielig en 2 wielig voertuig in gebruik na 31-12-2006 en vermogen meer dan 0,5 kW en max. snelheid meer dan 25 km/h)
N 514 e – achterkentekenplaatverlichting
N 514 f – rode retroreflectoren
N 514 g – mistachterlicht(en) (cat 2, 3(a) en 12 na 31-12-97; cat 13 voor zover het trekkende voertuig is voorzien van een mistachterlicht)
N 514 h – achteruitrijlicht(en) (in gebruik na 31-12-97)
N 514 i – markeringslichten (voor- en achterzijde) (cat 2, 3(a) en 12 breder dan 2.60 m of na 31-12-97 breder dan 2.10 m; cat 13 en 14 breder dan 2.10 m)
N 514 j – zijmarkeringslichten (cat 2, 3(a) en 12 na 31-12-97 en langer dan 6 m; cat 13 langer dan 6 m)
N 514 k – 3e remlicht (na 30-09-01)
N 514 l – witte retroreflectoren (cat 9: 3 wielig breder dan 75 cm; cat 12 na 31-12-97)
N 514 m – zijretroreflectoren (cat 2 na 31-12-97 en langer dan 6 m; cat 3(a) en 7 langer dan 6 m; cat 6: 2 wielig na 31-12-06)
N 514 o – trapreflectie (cat 6 alleen indien vaste trappers bij 3 of 4 wielig)
N 514 p - wielreflectie
N 515 de verlichting/retroreflecterende voorzieningen niet de vereiste kleur hebben (cat 9 alleen retroreflectie)
N 517 de verlichting of retroreflectoren niet op de juiste plaats zijn bevestigd (cat 9 alleen retroreflectie)
N 518 de verlichte transparant(en) voldoet (voldoen) niet aan de eisen (niet afzonderlijk geschakeld/breder/langer dan voertuig)
N 550 de glazen van de verlichtingsarmaturen of de retroreflectoren niet aan de gestelde eisen voldoen (cat 9, 11, 16 en 17 alleen eisen rode retroreflectie)
N 551 de verlichtingsarmaturen of onderdelen daarvan niet deugdelijk zijn bevestigd (geldt ook voor niet verplichte verlichting)
N 552 de lichten of retroreflectoren voor meer dan 25% zijn afgeschermd (cat 9, 11, 16 en 17 alleen afscherming rode retroreflectie)
N 553 de codering van de lichtarmatuur niet in overeenstemming is met de voor dat armatuur bestemde licht
N 560 de dimlichten niet aan de eisen voldoen
N 620 het niet is voorzien van een controlelampje of schakelaar met herkenbare stand (cat 4) voor ingeschakeld(e) achtermistlicht(en)
N 640 het is voorzien van verblindende/knipperende verlichting
N 650 het is voorzien van meer lichten of retroreflecterende voorzieningen dan is toegestaan (cat 9 uitsluitend retroreflectie)
N 651 in het voertuig aanwezige lichten of objecten die licht uitstralen dit naar de buitenzijde van het voertuig doen
11 – Verbinding tussen trekkend voertuig en aanhangwagen
N 660 a de koppeling niet deugdelijk is (bevestigd) of niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen
N 660 b de (hulp)koppeling, trekdriehoek, trekboom of onderdelen daarvan niet aanwezig is/zijn, deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen
N 660 c de middenasaanhangwagen, die is voorzien van een losbreekreminrichting, tevens is voorzien van een hulpkoppeling
N 660 d de koppeling, dissel, of onderdelen daarvan niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen
12 – Diversen
N 710 a het niet is voorzien van een goed werkende geluidssignaalinrichting
N 710 b het niet is voorzien van een goed werkende bel of hoorn met vaste toonhoogte
N 710 c het niet is voorzien van een goed werkende bel
N 720 het aan de voorzijde niet is voorzien van een sleepbevestigingspunt
Gebruikseisen voertuigen
Als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden (terwijl):
0 – Algemeen
P 001 een verwisselbaar uitrustingsstuk wordt gebruikt terwijl dit niet is toegestaan (cat 3 uitsluitend toegestaan voor gladheidsbestrijding)
P 010 a meer dan één aanhangwagen wordt voortbewogen
P 010 b met de gelede bus een aanhangwagen wordt voortbewogen
P 010 c met het gehandicaptenvoertuig een aanhangwagen wordt voortbewogen
P 010 d met de motorfiets met onberemde zijspanwagen een aanhangwagen wordt voortbewogen
P 020 a met het motorvoertuig meer dan één motorvoertuig wordt gesleept
P 020 b met het motorvoertuig een tweewielig motorvoertuig wordt gesleept
P 020 c met het tweewielig motorvoertuig, de gelede bus of het samenstel van voertuigen, een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen wordt gesleept
P 020 d een voertuig met een totale massa van meer dan 4.000 kg niet met behulp van een sleepstang wordt gesleept
P 020 e het drukluchtsysteem van het gesleepte voertuig niet is aangesloten op het drukluchtsysteem van het trekkend voertuig
P 020 f met een dolly waarop zich een motorvoertuig bevindt, terwijl de dolly niet is voorzien van een reminrichting
P 030 hij wordt gehinderd door passagiers, lading of op andere wijze
P 031 in dat voertuig, waarin vervoer van een passagier in een rolstoel plaatsvindt, losse voorwerpen die het risico op letsel bij een noodstop, aanrijding of botsing kunnen verhogen, aanwezig zijn
P 040 het niet zodanig is beladen dat hij voldoende uitzicht naar voren, opzij en naar achteren heeft
P 050 het niet is voorzien van de vereiste buitenspiegels, indien het zicht door lading achter het voertuig of door een achter het voertuig gekoppelde aanhangwagen is beperkt
P 051 de spiegels of gezichtsveldverbeterende voorzieningen niet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder in normale rijhouding de vereiste gezichtsvelden kan overzien
de lading of delen daarvan niet of zodanig zijn gezekerd dat deze onder normale verkeerssituaties waaronder begrepen volle remmingen, plotselinge uitwijkmanoeuvres en slecht wegdek niet van het voertuig kunnen vallen, te weten
P 060 a – voertuig gebonden lading, zoals stophout, bezems, dekzeilen, spanbanden e.d.
P 061 de losse lading ten aanzien waarvan het gevaar bestaat dat deze of delen daarvan tijdens het rijden van het voertuig vallen niet deugdelijk is afgedekt (zoals zand, grind en puin)
bij het vervoer van goederen aan de achterzijde van een personenauto, bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg of een driewielig motorrijtuig
P 070 a – de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager
P 070 b – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd
P 070 c – de lastdrager inclusief lading meer dan 0,20 m buiten de zijkanten uitsteekt
P 070 d – meer specifieke goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is geconstrueerd
P 070 e – de lastdrager aan de achterzijde niet op de voorgeschreven wijze is voorzien van twee rode achterlichten, twee rode remlichten, twee niet driehoekige rode retroreflectoren en twee ambergele richtingaanwijzers aangezien de verlichting en retroreflectoren van het voertuig worden afgeschermd
P 070 f – de lastdrager niet is voorzien van een goed leesbare, van een goedkeuringsmerk voorziene en niet afgeschermde kentekenplaat met het kenteken van het voertuig waarop de lastdrager is aangebracht aangezien de op het voertuig aangebrachte kentekenplaat wordt afgeschermd
P 070 g – de koppelingsdruk van de op de trekhaak bevestigde lastdrager meer bedraagt dan voorgeschreven of meer dan 75 kg
P 070 h – de lastdrager het wegdek kan raken
P 070 i – de achtergebleven bevestigingsdelen van de lastdrager de bewegingsvrijheid van een aangekoppelde aanhangwagen beperken
bij het vervoer van goederen op het dak van een personenauto, bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg of een driewielig motorrijtuig
P 070 j – de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager
P 070 k – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd
P 070 l – de maximale daklast wordt overschreden
P 070 m – meer specifieke goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is geconstrueerd
P 080 de lading van voertuig scherpe delen heeft
P 090 de opgeklapte opklapbare delen aan de buitenzijde van het voertuig niet deugdelijk zijn vergrendeld delen niet deugdelijk vergrendeld zijn
P 100 a de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg, niet is voorzien van het kenteken van het trekkend motorvoertuig
P 100 b de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg, niet is voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat
P 100 c de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waar voor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, niet is voorzien van het kenteken van het trekkend motorvoertuig
P 100 d de aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waar voor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, niet is voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat gelijk aan trekkend voertuig
1 – Afmetingen en massa’s
Noot afmetingen: Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend een proces-verbaal opgemaakt ter zake de afmeting die het meest wordt overschreden.
Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading
Noot: Lengte trekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max.18,75 m; personenauto/ driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis- /circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen 20 m; land- bosbouwtrekker/motorvoertuig beperkte snelheid met aanhangwagen 18 m
de maximum lengte van het samenstel van voertuigen wordt overschreden, met een overschrijding
P 111 a – t/m 0,25 m
P 111 b – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m
Lengte deelbaar; uitstekende lading voorzijde
P 120 de lengte van het voertuig of samenstel van voertuigen, niet zijnde een samenstel van kermis- of circusvoertuigen, met inbegrip van de lading niet meer bedraagt dan de lengte van het voertuig of samenstel van voertuigen in onbeladen toestand vermeerderd met 1 m, waarbij de lading voor het voertuig uitsteekt
Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde
de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (categorie 12 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding
P 121 a – t/m 0,25 m
P 121 b – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m
P 121 h de lading uitsluitend rust op de uitschuiflade of op de laadklep
P 121 i de op een voertuig gemonteerde afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur, die aan de achterzijde van dat voertuig uitsteekt en daardoor het zicht op de verlichting, reflectoren, richtingaanwijzers of kentekenplaat belemmert, niet aan de achterzijde op gelijke wijze als het betrokken voertuig is voorzien van verlichting, reflectoren, richtingaanwijzers of kentekenplaat van dat voertuig
de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (stootbalk uitsluitend cat. 12, particulier gebruik), een overschrijding
P 121 j – t/m 0,75 m
P 121 k – van meer dan 0,75 m
de lading van een beladen samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen
P 130 f – meer dan 2 m achter de aanhangwagen en/of meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van de aanhangwagen uitsteekt
P 130 g – meer dan 0,50 m voor de voorzijde van de bedrijfsauto uitsteekt
P 130 h – die meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt, aan de achterzijde niet is voorzien van een markering die voldoet aan de eisen
een beladen samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen, langer is dan 20,75 m, een overschrijding
P 130 i – t/m 0,25 m
P 130 j – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m
Lengte; ondeelbare lading
de in lengte ondeelbare lading aan de voorzijde van een bedrijfsauto, met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg,niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, meer dan 4,30 m voor het hart van de voorste as uitsteekt, een overschrijding
P 130 n – t/m 0,25 m
P 130 o – van meer dan 0,25 m t/m 0,50 m
de in lengte ondeelbare lading van het voertuig of samenstel van voertuigen, niet zijnde een samenstel van kermis- of circusvoertuigen
P 130 c – voor de voorzijde van de aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, uitsteekt
P 130 d – die voor of meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt aan de voor- of achterzijde niet is voorzien van een markering die aan de eisen voldoet
de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg of een aanhangwagen, met een maximum van 5 m, bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde met een maximum van 5 m (categorie 12 en 13 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding
P 131 a – t/m 0,25 m
P 131 b – van meer dan 0,25 m t/m 0,50 m
P 131 f de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een aanhangwagen, met een maximum van 5 m, bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde met een maximum van 5 m (categorie 12 en 13 particulier gebruik)
bij vervoer van lading die redelijkerwijs niet in de lengte deelbaar is, de lading van het voertuig of samenstel
P 210 e – meer dan 3,5 m voor het hart van het stuurwiel van het voertuig uitsteekt
P 210 f – meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt, terwijl de achterzijde niet is voorzien van de vereiste markering
P 210 g – meer dan 5 m achter de achterste as van het voertuig uitsteekt
Afstand achteras trekkend voertuig / achterzijde voertuig
P 190 c de afstand van de achteras van het trekkende voertuig tot de achterzijde van de aanhangwagen, met inbegrip van de lading, meer bedraagt dan 2,50 m
Breedte; lading
Noot: De feitcodeserie P 141 geldt voor de categorieën 7, 8 en 14 voor alle lading. Bij deze categorieën wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelbare en ondeelbare lading. Voor de overige categorieën betreft het uitsluitend deelbare lading.
P 140 e de lading meer dan 0,20 m buiten elke zijkant van de personenauto of van het driewielig motorrijtuig, dat na 31-10-1997 in gebruik is genomen, uitsteekt
het voertuig met inbegrip van de (deelbare) lading (of verwisselbaar uitrustingsstuk) de maximum breedte overschrijdt, een overschrijding
P 141 a – t/m 0,20 m
P 141 b – van meer dan 0,20 m en t/m 0,45 m
P 260 a de bromfiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m
P 260 b de bromfiets op meer dan twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 2 m
P 270 a de aangekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m
P 280 a de fiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 m
P 280 b de fiets op meer dan twee wielen of voorzien van een zijspanwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1,50 m
het voertuig met inbegrip van de lading
P 300 a – breder is dan 1,10 m
P 300 b – breder is dan 1,50 m
P 300 c – in bespannen toestand breder is dan 2,60 m of indien de lading bestaat uit losse veldgewassen breder is dan 3,50 m
Breedte; ondeelbare lading
P 140 d de in de breedte ondeelbare lading, die meer dan 0,10 m buiten de zijkant van het voertuig uitsteekt, niet is voorzien van de vereiste markering (geldt niet voor fietsen op een lastdrager)
het voertuig met inbegrip van de ondeelbare lading de maximum breedte overschrijdt, een overschrijding
P 142 a – t/m 0,25 m
Hoogte
het voertuig met inbegrip van de lading hoger is dan 4 m, een overschrijding
P 150 a – t/m 0,10 m
P 270 b de aangekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading hoger is dan 1 m
het voertuig met inbegrip van de lading
P 300 d – hoger is dan 2 m
P 300 e – hoger is dan 4 m
Massa
Noot
De feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as, gelden uitsluitend voor particulieren. Indien er sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing (m.u.v. landbouwvoertuigen)
de op het Nederlandse kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde toegestane maximum massa (van het samenstel) wordt overschreden of de som van de aslasten in beladen toestand (uitgezonderd de aslasten van niet autonome aanhangwagens) meer bedraagt dan de vermelde toegestane maximummassa (van het samenstel) een overschrijding met
P 171 a – meer dan 10% t/m 25%
P 171 b – meer dan 25% t/m 50%
P 171 c – meer dan 50% t/m 75%
P 171 d – meer dan 75%
geen toegestane maximummassa op het Nederlandse kentekenbewijs of in het kentekenregister is vermeld dan wel de bedrijfsauto of bus niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten meer bedraagt dan:
a. 50.000 kg of bij een rijdend werktuig 60.000 kg;
b. de technisch toegestane maximum massa;
c. vijf maal de toegestane maximum last onder de aangedreven as(sen);
d. de uitkomst van de som: het vermogen van de motor in kW, gedeeld door 0,00368 kW/kg,
P 171 e – meer dan 10% t/m 25%
P 171 f – meer dan 25% t/m 50%
P 171 g – meer dan 50% t/m 75%
P 171 h – meer dan 75%
de som van de aslasten van de middenasaanhangwagen of oplegger vermeerderd met de last onder de koppeling van het voertuig in beladen toestand meer bedraagt dan de toegestane maximum massa, een overschrijding met
P 171 j – meer dan 10% t/m 25%
P 171 k – meer dan 25% t/m 50%
P 171 l – meer dan 50% t/m 75%
P 171 m – meer dan 75%
op het Nederlandse kentekenbewijs van de middensasaanhangwagen of in het kentekenregister geen toegestane maximum massa is vermeld dan wel de middenasaanhangwagen niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten vermeerderd met de last onder de koppeling in beladen toestand meer bedraagt dan 20.000 kg of meer bedraagt dan 24.000 kg bij een middenasaanhangwagen die voorzien is van gasvering of als gelijkwaardig aangemerkte vering en is voorzien van drie assen, een overschrijding met
P 171 n – meer dan 10% t/m 25%
P 171 o – meer dan 25% t/m 50%
P 171 p – meer dan 50% t/m 75%
P 171 r – meer dan 75%
de toegestane maximummassa niet op de voorgeschreven wijze kan worden vastgesteld en de toegestane maximummassa meer bedraagt dan 750 kg, een overschrijding met
P 171 s – meer dan 10% t/m 25%
P 171 t – meer dan 25% t/m 50%
P 171 v – meer dan 50% t/m 75%
P 171 w – meer dan 75%
de op het Nederlandse kentekenbewijs of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximum last van enige as of asstel wordt overschreden, een overschrijding met
P 172 a – meer dan 10% t/m 25%
P 172 b – meer dan 25% t/m 50%
P 172 c – meer dan 50% t/m 75%
P 172 d – meer dan 75%
geen waarde op het kentekenbewijs of in het kentekenregister is vermeld dan wel het voertuig niet in Nederland is geregistreerd en de last van enige as of asstel meer bedraagt dan voor zover van toepassing één van de in de artikelen 5.18.17 d lid 2 en 3 en 5.18.17 e lid 2 RV vermelde waarden, een overschrijding met
P 172 e – meer dan 10% t/m 25%
P 172 f – meer dan 25% t/m 50%
P 172 g – meer dan 50% t/m 75%
P 172 h – meer dan 75%
het voertuig zodanig is beladen dat de in het Nederlandse kentekenbewijs of de in het kentekenregister van de aanhangwagen vermelde toegestane maximumlast onder de koppeling wordt overschreden een overschrijding met
P 172 j – meer dan 10% t/m 25%
P 172 k – meer dan 25% t/m 50%
P 172 l – meer dan 50% t/m 75%
P 172 m – meer dan 75%
de op het Nederlandse kentekenbewijs of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximum te trekken massa van de aanhangwagen wordt overschreden of de som van de aslasten meer bedraagt dan de vermelde toegestane maximum te trekken massa, een overschrijding met
P 172 n – meer dan 10% t/m 25%
P 172 o – meer dan 25% t/m 50%
P 172 p – meer dan 50% t/m 75%
P 172 r – meer dan 75%
geen waarde op het kentekenbewijs of in het kentekenregister is vermeld dan wel het voertuig niet in Nederland is geregistreerd en de getrokken massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen meer bedraagt dan in één van de in artikel 5.18.17 g lid 2 en 3 RV vermelde waarden, een overschrijding met
P 173 a – meer dan 10% t/m 25%
P 173 b – meer dan 25% t/m 50%
P 173 c – meer dan 50% t/m 75%
P 173 d – meer dan 75%
de toegestane maximum last van enige as, de last onder de koppeling, de toegestane maximummassa of de som van de aslasten meer bedraagt dan de toegestane maximummassa, een overschrijding met
P 173 e – meer dan 10% t/m 25%
P 173 f – meer dan 25% t/m 50%
P 173 g – meer dan 50% t/m 75%
P 173 h – meer dan 75%
P 174 meer passagiers worden vervoerd dan op het kentekenbewijs of in het kentekenregister, dan wel op de plaat als bedoeld in art 5.3a RV is vermeld of indien dit niet is vermeld het aantal passagiers meer bedraagt dan de toegestane maximummassa verminderd met de massa in rijklare toestand gedeeld door 68 kg
de totale massa van de aanhangwagen meer bedraagt dan de maximum massa die volgt uit het op de koppeling van het trekkend voertuig (toegestane massa max. 3500 kg) aangebrachte identificatie kenmerk of goedkeuringsmerk, of indien zo'n merk niet aanwezig is, de massa meer bedraagt dan 750 kg en meer dan de ledige massa van het trekkend motorrijtuig of meer dan de massa in bedrijfsklare toestand van het trekkend motorrijtuig indien het een personenauto betreft, een overschrijding met
P 180 e – meer dan 10% t/m 25%
P 180 f – meer dan 25% t/m 50%
P 180 g – meer dan 50% t/m 75%
P 180 h – meer dan 75%
P 182 een aanhangwagen voortbewegen terwijl in het kentekenregister of op het kentekenbewijs geen maximum te trekken massa aanhangwagen is vermeld
P 181 a de last onder de bestuurde as(sen) van een motorvoertuig in beladen toestand minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voertuig in beladen toestand
P 181 b de last onder de bestuurde as(sen) van een gelede bus minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voorste deel van het motorrijtuig in beladen toestand
P 181 c de last onder de gestuurde as(sen), niet zijnde zelfsturende assen, van autonome aanhangwagens in beladen toestand, minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de aanhangwagen in beladen toestand
P 181 d de last onder de koppeling van opleggers in beladen toestand minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de oplegger in beladen toestand
P 190 b de totale massa van de aanhangwagen meer bedraagt dan de helft van de ledige massa van het trekkende voertuig
P 240 a de last onder de bestuurde as(sen) van landbouw- of bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid minder bedraagt dan 1/5 deel van de ledige massa
de som van de aslasten van de aangekoppelde middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg meer bedraagt dan 1,5 maal de som van aslasten van het trekkend motorrijtuig, een overschrijding met
P 310 a – meer dan 10% t/m 25%
P 310 b – meer dan 25% t/m 50%
P 310 e de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een massa van niet meer dan 750 kg meer bedraagt dan 50 kg dan wel niet neerwaarts is gericht
P 310 f de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een toegestane massa van meer dan 750 kg minder bedraagt dan 1% van de toegestane maximum massa van dat voertuig (de koppelingsdruk behoeft niet meer dan 50 kg te bedragen)
3 – Reminrichting
P 330 a de aanhangwagen, niet is voorzien van een reminrichting, terwijl de totale massa hoger is dan de helft van de massa in rijklare toestand van het trekkend voertuig
P 340 a de aanwezige reminrichting van de aanhangwagen niet in werking treedt bij het bedienen van de bedrijfsrem van het trekkend voertuig
P 340 b de losbreekreminrichting niet op de vereiste wijze met het trekkend voertuig is verbonden
P 340 c zonder dat de aanhangwagen en het trekkend voertuig, terwijl deze zijn uitgerust met een ABS- of EBS-systeem, via de ISO 7638 stekkers met elkaar zijn verbonden
niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt
P 350 a – 0 t/m 0,5 m/s2
P 350 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2
P 350 c – 1,01 t/m 1,5 m/s2
niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt
P 350 f – 0 t/m 0,5 m/s2
de remvertraging van het samenstel niet voldoet aan die van het trekkend voertuig, de vermindering bedraagt
P 351 a – 0 t/m 0,5 m/s2
P 351 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2
P 351 c – 1,01 t/m 1,5 m/s2
P 352 het dubbel uitgevoerde rempedaal niet is gekoppeld
P 360 de parkeerrem het samenstel op een helling van 10% niet in stilstand kan houden
4 – Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
P 361 a het voertuig met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. niet voorzien is van een markering aan de achterzijde die aan de gestelde eisen voldoet (cat 3 geldt niet voor trekker)
P 361 b aan de achterzijde niet is voorzien van een rode retroreflector in de vorm van een afgeknotte driehoek
P 370 een aanhangwagen wordt voortbewogen zonder dat iedere zijkant van het trekkend voertuig is voorzien van een zijrichtingaanwijzer
P 380 de verlichtingsinstallatie van de aanhangwagen niet zodanig functioneert, dat de functies van de verlichting en de lichtsignalen overeenkomen met die van het trekkend voertuig
5 – Verbinding tussen voertuigen
P 540 de aanhangwagen niet middels een deugdelijke koppeling zodanig met het trekkend voertuig is verbonden dat zijdelings uitwijken van de aanhangwagen zoveel mogelijk wordt voorkomen
P 550 het bewegen van de aanhangwagen ten opzichte van het trekkend voertuig wordt in een uiterste stand tot 90 graden begrensd door delen van de reminrichting, de elektrische installatie, de koppeling, indien aanwezig, de hulpkoppeling of besturingsonderdelen
P 560 a het trekoog of de kogelkoppeling van de gekoppelde aanhangwagen niet nagenoeg horizontaal ligt op een horizontaal wegdek
P 560 b de koppelinrichting op het trekkend voertuig verticaal beweegbaar is indien de gekoppelde aanhangwagen is voorzien van een trekdriehoek met verzet
P 560 c geen hoekverdraaiing van de opleggerschotel naar boven en naar beneden mogelijk is indien het samenstel van trekker en oplegger zich op een horizontaal wegdek bevindt
P 570 de hulpkoppeling van een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 1500 kg niet op de vereiste wijze is aangebracht
P 580 de koppeling van de gekoppelde aanhangwagen niet de vereiste bewegingen toelaat
P 590 de gekoppelde aanhangwagen niet goed is verbonden
6 – Diversen
P 600 de drie of de meerwielige bromfiets met gesloten carrosserie aan de achterzijde niet voorzien is van het vereiste ronde bord of vlak met de aanduiding 45

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2a

De titels 4.4, 5.1 en 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op het opleggen en de inning van een administratieve sanctie en de administratiekosten op grond van deze wet.

Hoofdstuk III. Administratieve sanctie

Hoofdstuk IV. Administratief beroep en bezwaar bij de officier van justitie

Hoofdstuk V. Beroep bij de kantonrechter van de rechtbank

Hoofdstuk VI. Hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden

Hoofdstuk VII. Vervallen zekerheidstelling

Hoofdstuk VII. Vervallen zekerheidstelling

Artikel 30
1.

Degene wiens rijbewijs kan worden ingenomen door de officier van justitie te Leeuwarden, is verplicht op eerste vordering van de officier van justitie het rijbewijs in te leveren op een door de officier van justitie te bepalen tijdstip en aan te wijzen plaats.

2.

De termijn, bedoeld in artikel 28a, vangt aan op het tijdstip waarop de inlevering van het rijbewijs heeft plaatsgevonden.

3.

Indien aan de verplichting tot inlevering van het rijbewijs niet wordt voldaan, is de officier van justitie bevoegd dat rijbewijs op kosten van de in het eerste lid bedoelde persoon te doen inleveren. Afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

4.

De officier van justitie doet van het tijdstip, bedoeld in het eerste en in het tweede lid, onverwijld mededeling aan de beheerder van het rijbewijzenregister in de zin van de Wegenverkeerswet 1994. De officier van justitie doet op gelijke wijze mededeling van het tijdstip waarop het rijbewijs is teruggegeven.

Hoofdstuk IX. Voorlopige maatregelen

Hoofdstuk X. Overige bepalingen

Hoofdstuk XI. Slotbepalingen

Bijlage. , bedoeld in artikel 2 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

*Afdeling A. Verkeer te land*
*Categorie-indeling B:*
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Schippers;
8 – Een ieder.
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen
Feit
--- --- --- ---
Nummers K 006 – K 175: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) Reglement Rijbewijzen (RR)
K 010 als weggebruiker geen gevolg geven aan een aanwijzing door een opsporingsambtenaar gegeven
K 025 als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het kentekenbewijs niet behoorlijk leesbaar is
het kenteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig hebben op of aan
K 030 a – een motorrijtuig
K 030 b – de aanhangwagen
K 035 het ongeldig verklaarde kentekenbewijs niet binnen de bepaalde termijn inleveren bij de minister van Verkeer en Waterstaat
als houder van een kentekenbewijs niet op eerste vordering van een daartoe aangewezen persoon dat bewijs of één of meer delen van dat bewijs overgeven, omdat (voor) het voertuig waarvoor het kentekenbewijs is afgegeven
K 040 a – de verschuldigde belastingen en rechten niet zijn voldaan
K 040 b – niet voldoet aan de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde eisen
K 040 c – niet voldoet aan de gestelde eisen in de Wet personenvervoer 2000 wat betreft de inrichting en de uitrusting
K 040 d – niet voldoet aan de gestelde eisen in de Wet ambulancevervoer wat betreft de inrichting en de uitrusting
K 040 e – niet voldoet aan de in het kentekenbewijs vermelde voorschriften
voor een kentekenplichtig motorrijtuig van 3500 kg of minder
K 045 a – is geen keuringsbewijs afgegeven
K 045 b – heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren
voor een kentekenplichtig motorrijtuig of aanhangwagen van meer dan 3500 kg
K 046 a – is geen keuringsbewijs afgegeven
K 046 b – heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren
het afgegeven keuringsbewijs
K 050 a – voldoet niet aan de vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering
K 050 b – is niet behoorlijk leesbaar
als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het rijbewijs
K 060 a – niet voldoet aan de gestelde eisen
K 060 e – zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, waarbij de geldigheidsduur één jaar of minder is verstreken
K 060 c – niet behoorlijk leesbaar is
K 065 a als bestuurder beneden de 18 jaar een motorrijtuig besturen (buitenlander met rijbewijs)
K 075 rijonderricht geven voor rijbewijs A aan anderen dan aan de bestuurder op wiens motorrijtuig hij zich bevindt
rijonderricht geven voor rijbewijs A, terwijl degene die rijonderricht geeft zich niet achter de bestuurder op het motorrijtuig bevindt
K 080 a – zonder radiografisch contact
K 080 b – aan meer dan twee bestuurders
rijonderricht geven voor rijbewijs A
K 085 a – terwijl tegelijkertijd rijonderricht wordt gegeven voor een andere rijbewijscategorie
K 085 b – terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding
K 085 c – terwijl degene aan wie rijonderricht wordt gegeven niet in het bezit is van een geldig theorie-certificaat voor de rijbewijscategorie A of van een geldig rijbewijs A (beperkt) en/of B
rijonderricht geven voor rijbewijs B terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van
K 090 a – een dubbele bediening c.q. een onderbreker
K 090 b – een binnen en een buitenspiegel ten behoeve van de rij-instructeur
K 090 c – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding
rijonderricht geven voor rijbewijs C, D of E terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van
K 095 a – een dubbele bediening c.q. een onderbreker
K 095 b – twee of meer buitenspiegels ten behoeve van de rij-instructeur
K 095 c – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding
K 100 rijonderricht geven voor rijbewijs C of D terwijl de leerling niet in het bezit is van een rijbewijs B
K 105 rijonderricht geven voor rijbewijs E terwijl de leerling niet in het bezit is van een rijbewijs geldig voor het besturen van het trekkende motorrijtuig
K 106 rijonderricht geven terwijl de leerling de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt
K 107 rijonderricht geven met een motorrijtuig dat is ingericht voor het vervoer van meer dan 8 personen terwijl de leerling nog geen 21 jaar is
K 108 rijonderricht geven terwijl de leerling de leeftijd van 16 jaren nog niet heeft bereikt (bromfietsrijbewijs)
K 120 het niet inleveren van een rijbewijs waarvan de geldigheid is geschorst
K 135 aa als bestuurder van een bromfiets rijden terwijl het afgegeven certificaat onjuist is ingericht en uitgevoerd dan wel niet behoorlijk leesbaar is
K 140 aa als houder van een ongeldig verklaard bromfietscertificaat dit certificaat niet inleveren zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden
K 145 a als bestuurder handelen in strijd met één of meer aan een ontheffing verbonden voorschrift(en), niet betrekking hebbend op de begeleiding of vakbekwaamheid
als bestuurder van een motorrijtuig niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven
K 150 a – het kentekenbewijs
K 150 c – het rijbewijs
K 150 da – het bromfietscertificaat dan wel een rijbewijs (niet zijnde een rijbewijs AM)
K 150 e – de ontheffing
K 150 f – het ingevolge de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders vereiste getuigschrift
K 155 niet meewerken aan het voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht
zich zodanig gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd door
K 175 a – onvoldoende zicht door de voorruit
K 175 f – onvoldoende zicht door de achterruit en/of zijruiten
K 175 d – onvoldoende zicht door voor-, achter- en zijruiten
Nummers S 005 – S 025, VA 004 – RV 101: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
--- --- --- ---
Categorie-indeling C: (maximum snelheid)
1 – motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen en motorvoertuigen met aanhangwagen);
2 – vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen;
3 – bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor;
4 – land- of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid.
Feit
--- --- --- ---
Hoofdstuk 2. Verkeersregels
VIII. Maximum snelheid
a. Algemeen
als bestuurder niet in staat zijn, zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is
S 005 a – bij snelheden tot en met 80 km/h
als bestuurder niet in staat zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is. De gedraging/overtreding is geconstateerd met behulp van het Videocontrole systeem (VCS)
S 010 a – bij snelheden tot en met 80 km/h
Snelheidsoverschrijdingen
Noot snelheidsovertredingen algemeen
Indien een feitcode van toepassing is waarbij de snelheidsoverschrijding per kilometer is aangegeven en er wordt een waarde achter de komma gemeten, dan moet deze te allen tijde naar beneden worden afgerond op een hele kilometer
b. Binnen de bebouwde kom
Noot:
* = recidiveregeling snelheid (zie punt 4.3.1 Richtlijnen voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h of 30 km/h (cat. 3) het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het openbaar ministerie
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel)
VA 004 – met 4 km/h
VA 005 – met 5 km/h
VA 006 – met 6 km/h
VA 007 – met 7 km/h
VA 008 – met 8 km/h
VA 009 – met 9 km/h
VA 010 – met 10 km/h
VA 011 – met 11 km/h
VA 012 – met 12 km/h
VA 013 – met 13 km/h
VA 014 – met 14 km/h
VA 015 – met 15 km/h
VA 016 – met 16 km/h
VA 017 – met 17 km/h
VA 018 – met 18 km/h
VA 019 – met 19 km/h
VA 020 – met 20 km/h
VA 021 – met 21 km/h
VA 022 – met 22 km/h
VA 023 – met 23 km/h
VA 024 – met 24 km/h
VA 025 – met 25 km/h
VA 026 – met 26 km/h
VA 027 – met 27 km/h
VA 028 – met 28 km/h
VA 029 – met 29 km/h
VA 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1)
VB 004 – met 4 km/h
VB 005 – met 5 km/h
VB 006 – met 6 km/h
VB 007 – met 7 km/h
VB 008 – met 8 km/h
VB 009 – met 9 km/h
VB 010 – met 10 km/h
VB 011 – met 11 km/h
VB 012 – met 12 km/h
VB 013 – met 13 km/h
VB 014 – met 14 km/h
VB 015 – met 15 km/h
VB 016 – met 16 km/h
VB 017 – met 17 km/h
VB 018 – met 18 km/h
VB 019 – met 19 km/h
VB 020 – met 20 km/h
VB 021 – met 21 km/h
VB 022 – met 22 km/h
VB 023 – met 23 km/h
VB 024 – met 24 km/h
VB 025 – met 25 km/h
VB 026 – met 26 km/h
VB 027 – met 27 km/h
VB 028 – met 28 km/h
VB 029 – met 29 km/h
VB 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A3)
VC 004 – met 4 km/h
VC 005 – met 5 km/h
VC 006 – met 6 km/h
VC 007 – met 7 km/h
VC 008 – met 8 km/h
VC 009 – met 9 km/h
VC 010 – met 10 km/h
VC 011 – met 11 km/h
VC 012 – met 12 km/h
VC 013 – met 13 km/h
VC 014 – met 14 km/h
VC 015 – met 15 km/h
VC 016 – met 16 km/h
VC 017 – met 17 km/h
VC 018 – met 18 km/h
VC 019 – met 19 km/h
VC 020 – met 20 km/h
VC 021 – met 21 km/h
VC 022 – met 22 km/h
VC 023 – met 23 km/h
VC 024 – met 24 km/h
VC 025 – met 25 km/h
VC 026 – met 26 km/h
VC 027 – met 27 km/h
VC 028 – met 28 km/h
VC 029 – met 29 km/h
VC 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A1)
VD 004 – met 4 km/h
VD 005 – met 5 km/h
VD 006 – met 6 km/h
VD 007 – met 7 km/h
VD 008 – met 8 km/h
VD 009 – met 9 km/h
VD 010 – met 10 km/h
VD 011 – met 11 km/h
VD 012 – met 12 km/h
VD 013 – met 13 km/h
VD 014 – met 14 km/h
VD 015 – met 15 km/h
VD 016 – met 16 km/h
VD 017 – met 17 km/h
VD 018 – met 18 km/h
VD 019 – met 19 km/h
VD 020 – met 20 km/h
VD 021 – met 21 km/h
VD 022 – met 22 km/h
VD 023 – met 23 km/h
VD 024 – met 24 km/h
VD 025 – met 25 km/h
VD 026 – met 26 km/h
VD 027 – met 27 km/h
VD 028 – met 28 km/h
VD 029 – met 29 km/h
VD 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A3)
VE 004 – met 4 km/h
VE 005 – met 5 km/h
VE 006 – met 6 km/h
VE 007 – met 7 km/h
VE 008 – met 8 km/h
VE 009 – met 9 km/h
VE 010 – met 10 km/h
VE 011 – met 11 km/h
VE 012 – met 12 km/h
VE 013 – met 13 km/h
VE 014 – met 14 km/h
VE 015 – met 15 km/h
VE 016 – met 16 km/h
VE 017 – met 17 km/h
VE 018 – met 18 km/h
VE 019 – met 19 km/h
VE 020 – met 20 km/h
VE 021 – met 21 km/h
VE 022 – met 22 km/h
VE 023 – met 23 km/h
VE 024 – met 24 km/h
VE 025 – met 25 km/h
VE 026 – met 26 km/h
VE 027 – met 27 km/h
VE 028 – met 28 km/h
VE 029 – met 29 km/h
VE 030 – met 30 km/h
c. (Auto)wegen buiten de bebouwde kom
Noot:
* = recidiveregeling snelheid (zie punt 7.2.1 Richtlijnen voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal te worden ingezonden naar het openbaar ministerie
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel)
VF 004 – met 4 km/h
VF 005 – met 5 km/h
VF 006 – met 6 km/h
VF 007 – met 7 km/h
VF 008 – met 8 km/h
VF 009 – met 9 km/h
VF 010 – met 10 km/h
VF 011 – met 11 km/h
VF 012 – met 12 km/h
VF 013 – met 13 km/h
VF 014 – met 14 km/h
VF 015 – met 15 km/h
VF 016 – met 16 km/h
VF 017 – met 17 km/h
VF 018 – met 18 km/h
VF 019 – met 19 km/h
VF 020 – met 20 km/h
VF 021 – met 21 km/h
VF 022 – met 22 km/h
VF 023 – met 23 km/h
VF 024 – met 24 km/h
VF 025 – met 25 km/h
VF 026 – met 26 km/h
VF 027 – met 27 km/h
VF 028 – met 28 km/h
VF 029 – met 29 km/h
VF 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)
VG 004 – met 4 km/h
VG 005 – met 5 km/h
VG 006 – met 6 km/h
VG 007 – met 7 km/h
VG 008 – met 8 km/h
VG 009 – met 9 km/h
VG 010 – met 10 km/h
VG 011 – met 11 km/h
VG 012 – met 12 km/h
VG 013 – met 13 km/h
VG 014 – met 14 km/h
VG 015 – met 15 km/h
VG 016 – met 16 km/h
VG 017 – met 17 km/h
VG 018 – met 18 km/h
VG 019 – met 19 km/h
VG 020 – met 20 km/h
VG 021 – met 21 km/h
VG 022 – met 22 km/h
VG 023 – met 23 km/h
VG 024 – met 24 km/h
VG 025 – met 25 km/h
VG 026 – met 26 km/h
VG 027 – met 27 km/h
VG 028 – met 28 km/h
VG 029 – met 29 km/h
VG 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A3)
VH 004 – met 4 km/h
VH 005 – met 5 km/h
VH 006 – met 6 km/h
VH 007 – met 7 km/h
VH 008 – met 8 km/h
VH 009 – met 9 km/h
VH 010 – met 10 km/h
VH 011 – met 11 km/h
VH 012 – met 12 km/h
VH 013 – met 13 km/h
VH 014 – met 14 km/h
VH 015 – met 15 km/h
VH 016 – met 16 km/h
VH 017 – met 17 km/h
VH 018 – met 18 km/h
VH 019 – met 19 km/h
VH 020 – met 20 km/h
VH 021 – met 21 km/h
VH 022 – met 22 km/h
VH 023 – met 23 km/h
VH 024 – met 24 km/h
VH 025 – met 25 km/h
VH 026 – met 26 km/h
VH 027 – met 27 km/h
VH 028 – met 28 km/h
VH 029 – met 29 km/h
VH 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A1)
VI 004 – met 4 km/h
VI 005 – met 5 km/h
VI 006 – met 6 km/h
VI 007 – met 7 km/h
VI 008 – met 8 km/h
VI 009 – met 9 km/h
VI 010 – met 10 km/h
VI 011 – met 11 km/h
VI 012 – met 12 km/h
VI 013 – met 13 km/h
VI 014 – met 14 km/h
VI 015 – met 15 km/h
VI 016 – met 16 km/h
VI 017 – met 17 km/h
VI 018 – met 18 km/h
VI 019 – met 19 km/h
VI 020 – met 20 km/h
VI 021 – met 21 km/h
VI 022 – met 22 km/h
VI 023 – met 23 km/h
VI 024 – met 24 km/h
VI 025 – met 25 km/h
VI 026 – met 26 km/h
VI 027 – met 27 km/h
VI 028 – met 28 km/h
VI 029 – met 29 km/h
VI 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A3)
VK 004 – met 4 km/h
VK 005 – met 5 km/h
VK 006 – met 6 km/h
VK 007 – met 7 km/h
VK 008 – met 8 km/h
VK 009 – met 9 km/h
VK 010 – met 10 km/h
VK 011 – met 11 km/h
VK 012 – met 12 km/h
VK 013 – met 13 km/h
VK 014 – met 14 km/h
VK 015 – met 15 km/h
VK 016 – met 16 km/h
VK 017 – met 17 km/h
VK 018 – met 18 km/h
VK 019 – met 19 km/h
VK 020 – met 20 km/h
VK 021 – met 21 km/h
VK 022 – met 22 km/h
VK 023 – met 23 km/h
VK 024 – met 24 km/h
VK 025 – met 25 km/h
VK 026 – met 26 km/h
VK 027 – met 27 km/h
VK 028 – met 28 km/h
VK 029 – met 29 km/h
VK 030 – met 30 km/h
d. Autosnelwegen
Noot:
* = recidiveregeling snelheid (zie punt 7.2.1 Richtlijnen voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal te worden ingezonden naar het openbaar ministerie
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel)
VL 004 – met 4 km/h
VL 005 – met 5 km/h
VL 006 – met 6 km/h
VL 007 – met 7 km/h
VL 008 – met 8 km/h
VL 009 – met 9 km/h
VL 010 – met 10 km/h
VL 011 – met 11 km/h
VL 012 – met 12 km/h
VL 013 – met 13 km/h
VL 014 – met 14 km/h
VL 015 – met 15 km/h
VL 016 – met 16 km/h
VL 017 – met 17 km/h
VL 018 – met 18 km/h
VL 019 – met 19 km/h
VL 020 – met 20 km/h
VL 021 – met 21 km/h
VL 022 – met 22 km/h
VL 023 – met 23 km/h
VL 024 – met 24 km/h
VL 025 – met 25 km/h
VL 026 – met 26 km/h
VL 027 – met 27 km/h
VL 028 – met 28 km/h
VL 029 – met 29 km/h
VL 030 – met 30 km/h
VL 031 a – met 31 km/h
VL 032 a – met 32 km/h
VL 033 a – met 33 km/h
VL 034 a – met 34 km/h
VL 035 a – met 35 km/h
VL 036 a – met 36 km/h
VL 037 a – met 37 km/h
VL 038 a – met 38 km/h
VL 039 a – met 39 km/h
VL 040 a – met 40 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)
VM 004 – met 4 km/h
VM 005 – met 5 km/h
VM 006 – met 6 km/h
VM 007 – met 7 km/h
VM 008 – met 8 km/h
VM 009 – met 9 km/h
VM 010 – met 10 km/h
VM 011 – met 11 km/h
VM 012 – met 12 km/h
VM 013 – met 13 km/h
VM 014 – met 14 km/h
VM 015 – met 15 km/h
VM 016 – met 16 km/h
VM 017 – met 17 km/h
VM 018 – met 18 km/h
VM 019 – met 19 km/h
VM 020 – met 20 km/h
VM 021 – met 21 km/h
VM 022 – met 22 km/h
VM 023 – met 23 km/h
VM 024 – met 24 km/h
VM 025 – met 25 km/h
VM 026 – met 26 km/h
VM 027 – met 27 km/h
VM 028 – met 28 km/h
VM 029 – met 29 km/h
VM 030 – met 30 km/h
VM 031 a – met 31 km/h
VM 032 a – met 32 km/h
VM 033 a – met 33 km/h
VM 034 a – met 34 km/h
VM 035 a – met 35 km/h
VM 036 a – met 36 km/h
VM 037 a – met 37 km/h
VM 038 a – met 38 km/h
VM 039 a – met 39 km/h
VM 040 a – met 40 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A3)
VN 004 – met 4 km/h
VN 005 – met 5 km/h
VN 006 – met 6 km/h
VN 007 – met 7 km/h
VN 008 – met 8 km/h
VN 009 – met 9 km/h
VN 010 – met 10 km/h
VN 011 – met 11 km/h
VN 012 – met 12 km/h
VN 013 – met 13 km/h
VN 014 – met 14 km/h
VN 015 – met 15 km/h
VN 016 – met 16 km/h
VN 017 – met 17 km/h
VN 018 – met 18 km/h
VN 019 – met 19 km/h
VN 020 – met 20 km/h
VN 021 – met 21 km/h
VN 022 – met 22 km/h
VN 023 – met 23 km/h
VN 024 – met 24 km/h
VN 025 – met 25 km/h
VN 026 – met 26 km/h
VN 027 – met 27 km/h
VN 028 – met 28 km/h
VN 029 – met 29 km/h
VN 030 – met 30 km/h
VN 031 a – met 31 km/h
VN 032 a – met 32 km/h
VN 033 a – met 33 km/h
VN 034 a – met 34 km/h
VN 035 a – met 35 km/h
VN 036 a – met 36 km/h
VN 037 a – met 37 km/h
VN 038 a – met 38 km/h
VN 039 a – met 39 km/h
VN 040 a – met 40 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A1)
VO 004 – met 4 km/h
VO 005 – met 5 km/h
VO 006 – met 6 km/h
VO 007 – met 7 km/h
VO 008 – met 8 km/h
VO 009 – met 9 km/h
VO 010 – met 10 km/h
VO 011 – met 11 km/h
VO 012 – met 12 km/h
VO 013 – met 13 km/h
VO 014 – met 14 km/h
VO 015 – met 15 km/h
VO 016 – met 16 km/h
VO 017 – met 17 km/h
VO 018 – met 18 km/h
VO 019 – met 19 km/h
VO 020 – met 20 km/h
VO 021 – met 21 km/h
VO 022 – met 22 km/h
VO 023 – met 23 km/h
VO 024 – met 24 km/h
VO 025 – met 25 km/h
VO 026 – met 26 km/h
VO 027 – met 27 km/h
VO 028 – met 28 km/h
VO 029 – met 29 km/h
VO 030 – met 30 km/h
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A3)
VP 004 – met 4 km/h
VP 005 – met 5 km/h
VP 006 – met 6 km/h
VP 007 – met 7 km/h
VP 008 – met 8 km/h
VP 009 – met 9 km/h
VP 010 – met 10 km/h
VP 011 – met 11 km/h
VP 012 – met 12 km/h
VP 013 – met 13 km/h
VP 014 – met 14 km/h
VP 015 – met 15 km/h
VP 016 – met 16 km/h
VP 017 – met 17 km/h
VP 018 – met 18 km/h
VP 019 – met 19 km/h
VP 020 – met 20 km/h
VP 021 – met 21 km/h
VP 022 – met 22 km/h
VP 023 – met 23 km/h
VP 024 – met 24 km/h
VP 025 – met 25 km/h
VP 026 – met 26 km/h
VP 027 – met 27 km/h
VP 028 – met 28 km/h
VP 029 – met 29 km/h
VP 030 – met 30 km/h
Maatregel na ernstige verstoring olieaanvoer
overschrijding van de door de Minister van Verkeer en Waterstaat vastgestelde maximumsnelheid op autosnelwegen bij ernstige verstoring van de olieaanvoer
VR 004 – met 4 km/h
VR 005 – met 5 km/h
VR 006 – met 6 km/h
VR 007 – met 7 km/h
VR 008 – met 8 km/h
VR 009 – met 9 km/h
VR 010 – met 10 km/h
VR 011 – met 11 km/h
VR 012 – met 12 km/h
VR 013 – met 13 km/h
VR 014 – met 14 km/h
VR 015 – met 15 km/h
VR 016 – met 16 km/h
VR 017 – met 17 km/h
VR 018 – met 18 km/h
VR 019 – met 19 km/h
VR 020 – met 20 km/h
VR 021 – met 21 km/h
VR 022 – met 22 km/h
VR 023 – met 23 km/h
VR 024 – met 24 km/h
VR 025 – met 25 km/h
VR 026 – met 26 km/h
VR 027 – met 27 km/h
VR 028 – met 28 km/h
VR 029 – met 29 km/h
VR 030 – met 30 km/h
Nummers R 301 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
--- --- --- ---
Categorie-indeling B:
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Schippers;
8 – Een ieder.
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen
Feit
--- --- --- ---
Hoofdstuk 2. Verkeersregels
I. Plaats op de weg
R 301 als bestuurder van een motorvoertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg
R 303 a als bestuurder van een voertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een andere weg dan autoweg of autosnelweg
R 305 als voetganger niet het voetpad of trottoir gebruiken
R 306 als voetganger bij gebreke van een voetpad of trottoir niet het fietspad of het fiets/bromfietspad gebruiken
R 307 als voetganger bij gebreke van een voetpad, een trottoir en een fietspad of fiets/bromfietspad niet de berm of de uiterste zijde van de rijbaan gebruiken
R 324 als persoon die zich verplaatst met behulp van een voorwerp, niet zijnde een voertuig, niet het fietspad, het fiets/bromfietspad, het trottoir of het voetpad gebruiken
R 308 als (snor)fietser niet het verplichte fietspad of fiets/bromfietspad gebruiken
R 309 als (snor) fietser bij gebreke van een verplicht fietspad of fiets/bromfietspad niet de rijbaan gebruiken
R 310 als bromfietser niet het fiets/bromfietspad gebruiken
R 311 als bromfietser niet de rijbaan gebruiken bij ontbreken van een fiets/bromfietspad (bord G 12a)
R 312 b als snorfietser met ingeschakelde motor het onverplichte fietspad gebruiken
R 313 als ruiter niet het ruiterpad gebruiken
R 314 als ruiter bij gebreke van een ruiterpad niet de berm of de rijbaan gebruiken
als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken
R 315 a – rijdend
R 315 b – stilstaand
R 316 als bestuurder van een bespannen wagen niet de rijbaan gebruiken
R 317 als bestuurder van een onbespannen wagen niet de rijbaan gebruiken
R 318 als geleider van rij- of trekdieren of vee niet de rijbaan gebruiken
R 319 als bestuurder van een motorvoertuig een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken
R 320 als bestuurder van een bespannen wagen een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken
R 321 als bestuurder van een onbespannen wagen een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken
R 322 als geleider van rij- of trekdieren of vee een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken
R 323 als bromfietser een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken
II. Inhalen
R 326 als bestuurder niet links inhalen
R 327 als bestuurder een andere bestuurder die links heeft voorgesorteerd en een teken geeft linksaf te willen slaan, links inhalen
R 328 als bestuurder een voertuig inhalen vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats
IV. Oprijden van kruispunten
R 331 als bestuurder een kruispunt blokkeren
V. Verlenen van voorrang
R 336 als bestuurder op een kruispunt geen voorrang verlenen aan bestuurders van rechts
R 337 als bestuurder op een onverharde weg geen voorrang verlenen aan bestuurders op een verharde weg
R 338 als bestuurder geen voorrang verlenen aan bestuurders van een tram
R 340 a als weggebruiker een overweg opgaan, terwijl men niet direct kan doorgaan en de overweg niet geheel vrij kan maken
R 340 b als weggebruiker bij een overweg een spoorvoertuig niet voor laten gaan en daarbij de overweg niet geheel vrij laten
VI. Doorsnijden militaire kolonnes
R 341 als weggebruiker een militaire kolonne doorsnijden
VII. Afslaan
R 346 als bestuurder afslaan zonder een teken met de richtingaanwijzer of met de arm te geven
R 347 a als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat hem op dezelfde weg tegemoet komt
R 347 b als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel links dicht achter hem bevindt
R 347 c als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel rechts dicht achter hem bevindt
R 348 als bestuurder links afslaan zonder tegemoetkomende bestuurders die op hetzelfde kruispunt rechts afslaan, voor te laten gaan
Noot stilstaan en parkeren:
In dit onderdeel zijn tevens enkele parkeerfeiten uit de plaatselijke verordeningen en de WVW 1994 opgenomen.
IX. Stilstaan
R 395 een voertuig op een zodanige wijze laten staan waardoor op de weg gevaar wordt/kan worden veroorzaakt, dan wel het verkeer wordt/kan worden gehinderd
als bestuurder een voertuig laten stilstaan
R 396 a – op een kruispunt
R 396 b – op een fietsstrook
R 396 c – op de rijbaan langs een fietsstrook
R 396 d – op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan
R 396 e – in een tunnel
R 396 f – bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering
R 396 g – bij een bord bushalte op een afstand van minder dan twaalf meter van dat bord terwijl de geblokte markering niet is aangebracht
R 396 h – op de rijbaan langs een busstrook
R 396 i – langs een gele doorgetrokken streep
R 396 j – op een overweg
X. Parkeren
als bestuurder een voertuig parkeren
R 397 a – bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan
R 397 b – voor een inrit of uitrit
R 397 c – buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg
R 397 d – op een parkeergelegenheid terwijl blijkens de aanduiding onder het bord, dat voertuig niet behoort tot de aangegeven categorie of groep voertuigen
R 397 e – op een parkeergelegenheid, terwijl blijkens de aanduiding onder het bord, dat voertuig staat geparkeerd op een andere dan de aangegeven wijze
R 397 f – op een parkeergelegenheid, terwijl blijkens de aanduiding onder het bord, dat voertuig staat geparkeerd op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden
R 397 g – langs een gele onderbroken streep
R 397 h – op een gelegenheid bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen
R 397 i – op een parkeerplaats voor vergunninghouders aangeduid door verkeersbord E9, zonder dat voor dat voertuig een vergunning tot parkeren op die plaats was verleend
R 397 j – op een parkeergelegenheid (borden E4 tot en met E13 bijlage I), buiten de aangegeven parkeervakken
R 398 als bestuurder een voertuig dubbel parkeren
als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep, terwijl dat motorvoertuig
R 400 aa – niet is voorzien van een duidelijk zichtbare achter de voorruit geplaatste parkeerschijf, waarop het tijdstip staat aangegeven waarop met parkeren is begonnen
R 400 ab – is voorzien van een duidelijk zichtbare, achter de voorruit geplaatste, parkeerschijf en de toegestane parkeertijd is verstreken
R 401 als bestuurder een voertuig parkeren in een parkeerschijfzone (geldt niet voor parkeerplaatsen, die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of die zijn voorzien van een blauwe streep)
R 402 a als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een gehandicaptenvoertuig
R 402 b als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin duidelijk zichtbaar is aangebracht een geldige gehandicaptenparkeerkaart
R 402 c als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een voertuig dat voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemd is
R 403 a als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl de parkeermeter niet in werking is gesteld of aangeeft dat de parkeerduur is verstreken
R 403 b als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl aldaar reeds een motorvoertuig staat geparkeerd
R 404 een muntstuk in een parkeermeter werpen op een tijdstip dat niet samenvalt met of onmiddellijk volgt op de feitelijke aanvang van het parkeren
R 405 als bestuurder een motorvoertuig op twee wielen, een bromfiets dan wel een fiets parkeren op een parkeervak behorende bij een parkeermeter
R 406 een voertuig doen of laten staan in een park of plantsoen, op openbare beplantingen of groenstroken
als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerterrein waar dit slechts met gebruikmaking van een ter plaatse aangebrachte parkeerautomaat is toegestaan
R 409 a – anders dan voorzien van een door de parkeerautomaat afgegeven parkeerkaart, aangebracht op de voorgeschreven wijze
R 409 b – terwijl de op de parkeerkaart aangegeven parkeertijd is verstreken
R 409 c – zonder de aangebrachte parkeerautomaat in werking te stellen
R 409 d – terwijl de op de parkeerautomaat aangegeven parkeertijd is verstreken
een voertuig dat, met inbegrip van de lading
R 414 a – langer is dan 6 meter of hoger is dan 2,4 meter parkeren op een plaats, die als schadelijk voor het aanzien van de gemeente is aangewezen
R 414 b – langer is dan 6 meter, buiten de vastgestelde tijden, parkeren op een aangewezen weg, waar dit parkeren buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte
R 592 als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder (duidelijk zichtbare) parkeervergunning, dan wel in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden
XII. Signalen
R 418 als bestuurder van een motorvoertuig geen geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht voeren bij werkzaamheden en omstandigheden, waarbij dit, ingevolge artikel 5 van de Regeling optische en geluidssignalen, verplicht is indien de kans bestaat dat dit motorvoertuig niet tijdig wordt opgemerkt
R 419 signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan
XIII. Gebruik van lichten tijdens het rijden
als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets, een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een verbrandingsmotor, of een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een elektromotor en voorzien van een gesloten carrosserie, geen dim- of grootlicht voeren
R 421 a – bij nacht, binnen de bebouwde kom
R 421 b – bij nacht, buiten de bebouwde kom
R 421 c – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
R 425 als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig groot licht voeren bij dag, bij het tegenkomen van een andere weggebruiker, dan wel bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig
als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, het achterlicht brandt
R 426 a – bij nacht, binnen de bebouwde kom
R 426 b – bij nacht, buiten de bebouwde kom
R 426 c – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
als bestuurder rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, de verlichting van de achterkentekenplaat brandt
R 428 a – van een motorvoertuig
R 428 b – van een motorvoertuig met aanhangwagen
als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen geen achterlicht voeren
R 431 d – bij nacht, binnen de bebouwde kom
R 431 e – bij nacht, buiten de bebouwde kom
R 431 f – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen niet het in de Regeling Voertuigen voorgeschreven stadslicht voeren
R 432 d – bij nacht, binnen de bebouwde kom
R 432 e – bij nacht, buiten de bebouwde kom
R 432 f – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
R 434 als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig anders dan bij mist, sneeuwval of regen, die het zicht ernstig belemmert mistlicht(en) aan de voorzijde voeren
R 436 als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig mistachterlicht voeren, indien het zicht door mist of sneeuwval niet beperkt is tot een afstand van minder dan 50 meter
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd geen dim- c.q. voor- en achterlicht voeren
R 438 i –- als bestuurder van een wagen
R 438 j – als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig zonder motor, gebruik makend van de rijbaan of het fiets-/bromfietspad
bij nacht of dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, als fietser
R 438 k – geen voortdurend voor tegemoetkomende weggebruikers zichtba(a)r(e) wit(te)- of ge(e)l(e) licht(en) aan de voorzijde voeren en/of voortdurend voor van achteren naderende weggebruikers zichtbaar rood licht aan de achterzijde voeren
R 438 l – verblindend wit of geel licht aan de voorzijde voeren
R 438 m – knipperende verlichting voeren
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd niet een lantaarn meevoeren die naar voren wit of geel licht en naar achteren rood licht straalt
R 445 c – als ruiter
R 445 d – als geleider van rij-, trekdieren of vee
XIV. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens geen stadslicht en achterlicht voeren
R 451 c – als bestuurder van een stilstaand motorvoertuig
R 451 d – op een stilstaande aanhangwagen
R 453 bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd op de rijbaan buiten de bebouwde kom geen voor- en achterlicht voeren op een stilstaande wagen
XV. Bijzondere lichten
als bestuurder van een motorvoertuig aan de voorzijde naast het dimlicht of het mistlicht andere verlichting voeren dan bermlicht, richtlicht of markeringslichten
R 456 a – bij nacht
R 456 b – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
R 458 als bestuurder van een motorvoertuig tegelijk met enig ander licht aan de voorzijde dagrijlicht voeren
R 459 als bestuurder verlichte transparant voeren vanuit een ander voertuig of op andere wijze dan genoemd
XVI. Autosnelwegen en autowegen
a. Autosnelwegen
R 461 anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag of kan worden gereden dan 60 kilometer per uur, een autosnelweg gebruiken
als bestuurder van een motorvoertuig op een autosnelweg
R 462 – keren
R 463 – achteruitrijden
R 464 – deze op de rijbaan laten stilstaan
behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autosnelweg
R 465 a – over de vluchtstrook of vluchthaven rijden
R 465 b – gebruik maken van de berm
R 465 c – op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan
R 466 als bestuurder van een samenstel van voertuigen dat langer is dan 7 meter, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken
R 467 als bestuurder van een vrachtauto, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken
b. Autowegen
R 468 anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag of kan worden gereden dan 50 kilometer per uur, een autoweg gebruiken
als bestuurder van een motorvoertuig op een autoweg
R 469 – keren
R 470 – achteruitrijden
R 471 – deze op de rijbaan laten stilstaan
behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autoweg
R 472 a – over de vluchtstrook of vluchthaven rijden
R 472 b – gebruik maken van de berm
R 472 c – op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan
XVII. Erven
R 476 als bestuurder binnen een erf sneller rijden dan stapvoets
R 478 als bestuurder een motorvoertuig binnen een erf parkeren anders dan op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven
XIX. Voetgangers
R 481 a als bestuurder een blinde, voorzien van een blindenstok niet voor laten gaan
R 481 b als bestuurder een persoon die zich moeilijk voortbeweegt niet voor laten gaan
R 482 als bestuurder een voetganger, die op een voetgangersoversteekplaats oversteekt of kennelijk op het punt staat over te steken, niet voor laten gaan
R 483 als bestuurder een bestuurder van een gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteekt of kennelijk op het punt staat over te steken, niet voor laten gaan
XX. Voorrangsvoertuigen
R 486 als weggebruiker een voorrangsvoertuig niet voor laten gaan
XXI. Loslopend vee
R 491 rij-, trekdieren of vee zonder toezicht op de weg los laten lopen
XXII. In- en uitstappende passagiers
R 492 als bestuurder een tram of autobus voorbij rijden aan de zijde waar passagiers in- en uitstappen zonder hen daartoe de gelegenheid te geven
XXIII. Slepen
R 501 als bestuurder van een motorvoertuig een ander motorvoertuig slepen, terwijl de onderlinge afstand meer dan vijf meter bedraagt
XXIV. Bijzondere manoeuvres
R 505 als bestuurder wegrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 506 als bestuurder achteruitrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 507 als bestuurder uit een uitrit de weg oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 508 als bestuurder vanaf een weg een inrit oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 509 als bestuurder keren zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 510 als bestuurder van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 511 als bestuurder van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 512 als bestuurder van rijstrook wisselen zonder het overige verkeer voor te laten gaan
R 513 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wegrijden geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 514 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het inhalen van een ander voertuig geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 515 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het oprijden van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 516 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het verlaten van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 517 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wisselen van rijstrook geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 518 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij een andere belangrijke zijdelingse verplaatsing geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven
R 519 als bestuurder binnen de bebouwde kom geen gelegenheid geven aan een autobus weg te rijden van een halte wanneer de bestuurder van die autobus door het geven van een teken met zijn richtingaanwijzer zijn voornemen daartoe kenbaar maakt
XXV. Onnodig geluid
R 522 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser c.q. snorfietser onnodig geluid veroorzaken
XXVI. Gevarendriehoek
R 526 het niet plaatsen van een gevarendriehoek in de voorgeschreven gevallen, op de voorgeschreven wijze bij een stilstaand motorvoertuig op meer dan twee wielen en aanhangwagens, zijnde een obstakel, terwijl geen knipperend waarschuwingslicht wordt gevoerd
XXVI a. Zitplaatsen
R 530 tijdens deelname aan het verkeer (een) passagier(s) vervoeren terwijl deze/die niet is/zijn gezeten op een zitplaats
XXVII. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen
R 533 als bestuurder of passagier van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel geen gebruik maken van de voor hen beschikbare autogordel
als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel
R 535 f – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaren en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem
R 535 k – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaren en met een lengte van 1.35 meter of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel
R 535 g – op de voorste zitplaats (een) passagier(s) in de leeftijd van 3 tot 18 jaren en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat een autogordel of goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is
R 535 h – (een) passagier(s) jonger dan 3 jaren vervoeren, terwijl geen autogordel of kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is
R 535 i - terwijl de zitplaatsen voor passagiers zijn voorzien van autogordels, meer passagiers vervoeren dan er autogordels aanwezig zijn
R 535 j – (een) passagier(s) jonger dan 18 jaren in een naar achteren gericht kinderzitje op een passagierszitplaats vervoeren, terwijl de voorairbag van die zitplaats niet is uitgeschakeld
R 535 m - in een taxi op een van de voorste zitplaatsen (een) passagier(s) vervoeren jonger dan 18 jaren en met een lengte van minder dan 1.35 meter, terwijl geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is
R 535 o de autogordel, de veiligheidsgordel of het kinderbeveiligingssysteem in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel gebruiken op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden (bestuurder aansprakelijk voor passagiers jonger dan 12 jaren)
R 535 e als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel een passagier vervoeren die gebruik maakt van een rolstoel, terwijl de rolstoel niet is vastgezet op een wijze die de stabiliteit van de rolstoel en de veiligheid van de rolstoelgebruiker waarborgt
R 535 s als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel een passagier vervoeren die gebruik maakt van een rolstoel, zonder dat gebruik wordt gemaakt van de veiligheidsgordel die deel uitmaakt van het voertuig of van het systeem waarmee de rolstoel aan de vloer van het voertuig is bevestigd
XXVIIa. Autobus
R 535 p als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus of passagier geen gebruik maken van de autogordel of het kinderbeveiligingssysteem waarmee de autobus is uitgerust
als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus
R 535 q – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaren en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem of bij gebrek daaraan, de autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en)
R 535 r – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaren en met een lengte van 1.35 meter of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en)
XXVIII. Helmen
R 536 a als bestuurder, passagier van een bromfiets of brommobiel zonder gesloten carrosserie geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk
R 536 c als bestuurder of passagier van een motorfiets dan wel driewielig motorvoertuig geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en is voorzien van een goedkeuringsmerk
R 537 als bestuurder van een motorfiets, bromfiets of brommobiel zonder gesloten carrosserie dan wel driewielig motorvoertuig een passagier beneden de twaalf jaren vervoeren, die geen goedpassende helm draagt, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk
XXIX. Zitplaats kinderen op fietsen en bromfietsen
R 541 als bromfietser of fietser een kind beneden acht jaren vervoeren anders dan op een doelmatige en veilige zitplaats met voldoende steun voor rug, handen en voeten
XXX. Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur
R 545 als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor tijdens het rijden een mobiele telefoon vast houden
XXXI. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten
personen vervoeren
R 539 a - in de gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets
R 539 b – in de open laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets, dan wel in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets
Hoofdstuk 3. Verkeerstekens
II. Verkeersborden
R 548 als bestuurder in strijd met bord B6 geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg
als bestuurder in strijd met bord B7
R 549 a – niet stoppen
R 549 b – geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg
R 549 c – niet stoppen en geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg
als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord C1 (gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee)
R 550 a – een weg gebruiken
R 550 b – een weg(gedeelte) bestemd voor aangewezen categorie(ën) voertuigen gebruiken (doelgroepstroken)
als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord C2 (eenrichtingsweg, in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee)
R 551 b – op andere weg dan autoweg of autosnelweg
als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord
R 552 a – C3 (eenrichtingsweg)
R 552 b – C4 (eenrichtingsweg)
R 553 b als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen in strijd met bord C6 (geslotenverklaring voor motorvoertuig op meer dan twee wielen) een weg gebruiken
R 554 a als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s) (alle wegen behalve autosnelwegen en milieuzones)
R 554 b als bestuurder van een vrachtauto een rijstrook van een autosnelweg gebruiken in strijd met het voor die rijstrook geldende bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s)
R 554 c als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s), waarbij gebied is aangeduid als milieuzone
R 571 als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C22a (geslotenverklaring voor vrachtauto’s die niet voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 86d RVV 1990) (milieuzone)
R 555 als bestuurder van een motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur een weg gebruiken in strijd met bord C8 (geslotenverklaring voor motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur)
R 556 als ruiter, geleider van rij-, trekdieren of vee, bestuurder van een wagen, een motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur, een brommobiel, een fiets, een bromfiets of een gehandicaptenvoertuig in strijd met bord C9 een weg gebruiken (geslotenverklaring)
R 557 als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen een weg gebruiken in strijd met bord C10 (geslotenverklaring voor motorvoertuig met aanhangwagen)
R 558 als bestuurder van een motorfiets een weg gebruiken in strijd met bord C11 (geslotenverklaring motorfiets)
R 559 als bestuurder van een motorvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C12 (geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen)
R 560 als bestuurder van een bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor een weg gebruiken in strijd met bord C13 (geslotenverklaring voor bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor)
R 561 als bestuurder van een fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor een weg gebruiken in strijd met bord C14 (geslotenverklaring voor fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor) (categorie 3 betreft alleen snorfiets met uitgeschakelde motor)
R 562 als bestuurder van een fiets, een bromfiets of gehandicaptenvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C15 (geslotenverklaring voor fiets, bromfiets of gehandicaptenvoertuig)
R 563 als voetganger een weg gebruiken in strijd met bord C16 (geslotenverklaring voor voetgangers)
R 564 als bestuurder van een voertuig of samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C17 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen die, met inbegrip van de lading, langer zijn dan op het bord C17 is aangegeven)
R 565 als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C18 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan op het bord C18 is aangegeven)
R 566 als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C19 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord C19 is aangegeven)
als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C20 (geslotenverklaring voor voertuigen waarvan de aslast hoger is dan op het bord C20 is aangegeven) met een overschrijding van
R 567 a – niet meer dan 10%
R 567 b – 11 tot en met 20%
R 567 c – 21 tot en met 30%
als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van
R 568 a – niet meer dan 10%
R 568 b – 11 tot en met 20%
R 568 c – 21 tot en met 30%
als bestuurder van een samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van
R 569 a – niet meer dan 10%
R 569 b – 11 tot en met 20%
R 569 c – 21 tot en met 30%
R 574 als bestuurder rijden in strijd met de door bord D1 aangegeven rijrichting (rotonde; verplichte rijrichting)
R 575 als bestuurder rijden in strijd met bord D2 aan de andere zijde dan het bord aangeeft (gebod voor alle bestuurders het bord D2 voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft)
R 576 als bestuurder in strijd met bord D4 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D4 is aangegeven)
R 577 als bestuurder in strijd met bord D5 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D5 is aangegeven)
R 578 als bestuurder in strijd met bord D6 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D6 zijn aangegeven)
R 579 als bestuurder in strijd met bord D7 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D7 zijn aangegeven)
R 584 als bestuurder een voertuig parkeren in strijd met (zone) bord E1 (parkeerverbod(szone))
R 585 als bestuurder een voertuig laten stilstaan in strijd met bord E2 (verbod stilstaan)
R 593 als bestuurder van een motorvoertuig in strijd met bord F1 een motorvoertuig inhalen (verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen)
R 594 als bestuurder van een vrachtauto in strijd met bord F3 een motorvoertuig inhalen (verbod voor vrachtauto's om motorvoertuigen in te halen)
R 595 als bestuurder in strijd met bord F5 doorgaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting (verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting)
R 596 als bestuurder in strijd met bord F7 keren
R 597 als bestuurder in strijd met bord F10 niet stoppen
III. Verkeerslichten
driekleurig verkeerslicht
R 601 als weggebruiker niet doorgaan bij groen licht bij een driekleurig verkeerslicht
R 602 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht
R 603 als fietser, bromfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een driekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan
R 604 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij tweekleurig verkeerslicht
R 605 als fietser, bromfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een tweekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan
R 606 als bestuurder van een tram, lijnbus of ander voertuig niet stoppen voor rood tram-/buslicht
R 607 als bestuurder van een tram niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht
R 609 als weggebruiker niet stoppen voor rood (knipper)licht bij bruglichten
R 608 als weggebruiker niet stoppen voor rood knipperlicht bij overweglichten
R 610 als weggebruiker bij verlicht rood kruis een rijstrook gebruiken
R 611 als bestuurder van een ander voertuig dan een lijnbus een door een verlichte afbeelding van «BUS» gemarkeerde rijstrook gebruiken
R 612 als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig beginnen over te steken bij rood voetgangerslicht
R 613 als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij het oversteken het overige verkeer ter plaatse niet voor laten gaan, indien het rode licht is vervangen door een geel knipperlicht als bedoeld in artikel 75 van het RVV 1990
R 614 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij toeritdosering
IV. Verkeerstekens op het wegdek
R 616 a als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep tussen rijstroken dan wel op paden met verkeer in beide richtingen naar links overschrijden
R 616 b als bestuurder zich bevinden links van de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep tussen rijstroken dan wel op paden met verkeer in beide richtingen
R 617 als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep tussen rijstroken dan wel op paden met verkeer in één richting overschrijden
R 618 als bestuurder een verdrijvingvlak gebruiken
R 618 a als bestuurder een puntstuk gebruiken
R 619 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser die de rijbaan volgt op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft
R 619 a als bestuurder die een doorgaande rijbaan verlaat en daartoe een uitrijstrook volgt ter hoogte van de daarin aangebrachte pijlen niet de richting volgen die de uitrijstrook aangeeft
R 620 als bestuurder niet stoppen voor stopstreep daar waar dit op grond van het RVV 1990 verplicht is
R 621 als bestuurder in strijd met op het wegdek aangebrachte haaietanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg
R 622 als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus, autobus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met «BUS»
R 622 a als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met: «LIJNBUS»
Hoofdstuk 4. Aanwijzingen
I. Verplichtingen weggebruikers
als weggebruiker niet stoppen voor een stopteken
R 628 a – gegeven door middel van een rode lamp
R 628 b – gegeven met een aan een politievoertuig aangebrachte verlichte transparant
als weggebruiker niet opvolgen van de in de Bijlage II RVV 1990 vastgestelde aanwijzingen
R 630 a – gegeven door daartoe bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaar
Nummers R 701 – R 703: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
R 701 zonder daartoe krachtens het Besluit bevoegd te zijn verkeerstekens op, langs of boven de wegen aanbrengen, doen aanbrengen, aangebracht houden, verwijderen, dan wel de zichtbaarheid daarvan wegnemen
R 702 voorwerpen, inrichting of borden, van welke aard ook, die het verkeer in verwarring zouden kunnen brengen op, langs of boven de wegen aanbrengen, doen aanbrengen of aangebracht houden
R 703 niet zo spoedig mogelijk op de juiste wijze inleveren van ongeldige gehandicaptenparkeerkaart
Nummers K 405 – K 550: Kentekenreglement (KR)
K 405 de kentekenplaat voldoet niet aan de gestelde eisen
Wijziging van de tenaamstelling: overdracht tussen particulieren
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
K 417 deel I B en deel II niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder overdragen
K 418 deel I A afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen
K 419 het ontvangstbewijs afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen
K 420 als nieuwe eigenaar of houder niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven
K 421 het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B niet terstond aan de vorige eigenaar of houder afgeven
K 422 deel I A niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B
K 423 het ontvangstbewijs niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs
K 431 deel II of deel I B en het overschrijvingsbewijs niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder overdragen
K 432 deel I afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B nog niet is ontvangen
K 433 het ontvangstbewijs afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B nog niet is ontvangen
K 434 als nieuwe eigenaar of houder niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven
K 436 het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B niet terstond aan de vorige eigenaar of houder afgeven
K 437 deel I niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B
K 438 het ontvangstbewijs niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B
Wijziging van de tenaamstelling: overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
K 441 deel I B en deel II niet terstond aan het erkende bedrijf overdragen\
K 442 deel I A afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen
K 443 het ontvangstbewijs afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen
K 444 deel I A niet terstond aan het erkende bedrijf afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B
K 446 het ontvangstbewijs niet terstond aan het erkende bedrijf afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs
K 447 deel I B en deel II niet terstond aan het erkende bedrijf overdragen
K 448 deel I afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B nog niet is ontvangen
K 449 het ontvangstbewijs afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B nog niet is ontvangen
K 451 deel I niet terstond aan het erkende bedrijf afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B
K 452 het ontvangstbewijs niet terstond aan het erkende bedrijf afgeven na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B
Wijziging van de tenaamstelling: overdracht van een voertuig uit bedrijfsvoorraad
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
bedrijfsvoorraad deel I B en deel II niet terstond overdragen aan
K 456 a – de nieuwe eigenaar of houder (particulier)
K 456 b – het erkende bedrijf
als erkend bedrijf deel I A afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B nog niet is ontvangen, van
K 457 a – een particulier
K 457 b – een erkend bedrijf
K 465 als nieuwe eigenaar of houder (particulier) niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven
K 471 als particulier het vrijwaringsbewijs en het oude bedrijfsvoorraad deel I B niet terstond aan de vorige eigenaar of houder afgeven
deel I A na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude bedrijfsvoorraad deel I B niet terstond afgeven aan
K 472 a – de nieuwe eigenaar of houder (particulier)
K 472 b – het erkende bedrijf
K 480 als erkend bedrijf niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven (voertuig bestemd voor eigen gebruik)
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel IB en een overschrijvingsbewijs
bedrijfsvoorraad deel II of I B en het overschrijvingsbewijs niet terstond overdragen aan
K 478 a - de nieuwe eigenaar of houder (particulier)
K 478 b - het erkende bedrijf
als erkend bedrijf deel I afgeven terwijl het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B nog niet is ontvangen, van
K 479 a – een particulier
K 479 b – een erkend bedrijf
K 481 als nieuwe eigenaar of houder (particulier) niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven
K 482 als particulier het vrijwaringsbewijs en het oude bedrijfsvoorraad deel II of I B niet terstond aan de vorige eigenaar of houder afgeven
deel I na ontvangst van het vrijwaringsbewijs en het oude bedrijfsvoorraad deel II of I B niet terstond afgeven aan
K 483 a – de nieuwe eigenaar of houder (particulier)
K 483 b – het erkende bedrijf
K 484 als erkend bedrijf niet binnen een week op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs overschrijven (voertuig bestemd voor eigen gebruik)
Wijziging van de tenaamstelling: overlijden van een kentekenhouder
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
K 485 als meerderjarige eigenaar of houder na overlijden van de kentekenhouder niet binnen vijf weken op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs op zijn naam overschrijven
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs
K 486 als meerderjarige eigenaar of houder na overlijden van de kentekenhouder niet binnen vijf weken op de voorgeschreven wijze het kentekenbewijs op zijn naam overschrijven
Verval van de tenaamstelling: overdracht van een voertuig aan een persoon in het buitenland
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
K 491 het (bedrijfsvoorraad) deel I B en deel II niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder overdragen
K 492 deel I A afgeven terwijl het afschrift van de uitvoerverklaring nog niet is ontvangen
K 493 als eigenaar of houder deel I A niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het afschrift van de uitvoerverklaring
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs
K 490 a het (bedrijfsvoorraad) deel II (of I B) en het overschrijvingsbewijs niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder overdragen
K 490 b deel I afgeven terwijl het afschrift van de uitvoerverklaring nog niet is ontvangen
K 505 als eigenaar of houder deel I niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het afschrift van de uitvoerverklaring
Alle kentekenbewijzen
K 490 c het ontvangstbewijs afgeven terwijl het afschrift van de uitvoerverklaring nog niet is ontvangen
K 495 als nieuwe eigenaar of houder niet binnen een week de vereiste documenten bij de Minister van Verkeer en Waterstaat inleveren
K 500 als nieuwe eigenaar of houder het afschrift van de uitvoerverklaring niet terstond aan de vorige eigenaar of houder afgeven
K 510 als eigenaar of houder het ontvangstbewijs niet terstond aan de nieuwe eigenaar of houder afgeven na ontvangst van het afschrift van de uitvoerverklaring
K 515 als nieuwe eigenaar of houder niet terstond een aangewezen legitimatiebewijs en de uitvoerverklaring inleveren bij het erkende bedrijf dat de uitvoer geautomatiseerd registreert
K 520 als kentekenhouder/bij overlijden zijn erfgenaam, niet de vereiste documenten inleveren bij de Minister van Verkeer en Waterstaat, wanneer het voertuig voorgoed buiten Nederland wordt gebracht
Aanvraag nieuw deel I (A)
Kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004
K 526 niet op de voorgeschreven wijze een nieuw deel I A aanvragen, indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens op het afgegeven deel I A
Driedelige kentekenbewijzen en kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs
K 527 niet op de voorgeschreven wijze een nieuw kentekenbewijs aanvragen, indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens op het afgegeven deel I
Handelaarskenteken(bewijs)
K 535 als kentekenhouder het handelaarskenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruiken
K 540 het ongeldig verklaarde handelaarskentekenbewijs niet onverwijld inleveren
Intrekking erkenning
K 545 de verstrekte formulieren en bedrijfsvoorraadpassen niet onverwijld inleveren
Inleverplicht oude bewijzen (overgangsbepaling)
K 550 kentekenbewijzen en duplicaten afgegeven op basis van de (oude) Wegenverkeerswet en die hun geldigheid hebben verloren, niet onverwijld inleveren
Nummer K 600: Reglement rijbewijzen (RR)
K 600 als bestuurder van een motorrijtuig van de rijbewijscategorie A niet op eerste vordering het theoriecertificaat dan wel de oproep voor het examen ter inzage geven
Nummers N 010 – P 600: Besluit Voertuigen (BV) en Regeling Voertuigen (RV)
--- --- --- ---
Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling Voertuigen)
2 – personenauto’s;
3 – bedrijfsauto’s;
3a – bussen;
4 – motorfietsen;
5 – driewielige motorrijtuigen;
6 – bromfietsen;
7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid;
8 – land- of bosbouwtrekkers;
9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV);
10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie en gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor;
11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie;
12 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg achter personenauto’s, bedrijfsauto’s en driewielige motorrijtuigen;
13 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg achter personenauto’s, bedrijfsauto’s en driewielige motorrijtuigen;
14 – aanhangwagens achter landbouw- of bosbouwtrekkers en achter motorrijtuigen met beperkte snelheid;
15 – aanhangwagens achter motorfietsen (15a) of bromfietsen (15b);
16 – aanhangwagens achter fietsen op twee wielen;
17 – wagens.
Noot Regeling Voertuigen (RV):
– De feiten met betrekking tot de RV zijn in 17 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de RV.
– Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld.
categorie: 15A - motorfiets
categorie: 15B - bromfiets
– bij de in deze afdeling vermelde overtredingen is het niet toegestaan om uitsluitend een kenteken te vermelden op het mini proces-verbaal. De NAW gegevens van de verdachte moeten eveneens worden vermeld. de verdachte dient daarom staande te worden gehouden.
– Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de RV in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven.
– De feiten die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 855.
Feit
--- --- --- ---
Regeling Voertuigen
Als bestuurder van een voertuig rijden (terwijl):
0 – Algemeen
N 010 a het niet in overeenstemming is met de gegevens op het kentekenbewijs of met de in het kentekenregister vermelde gegevens
N 010 b het voertuigidentificatienummer niet is ingeslagen of goed leesbaar is
N 010 c de kentekenpla(a)t(en) niet voorzien is/zijn van het goedkeuringsmerk, dan wel niet deugdelijk aan de voor en/of achterzijde is/zijn bevestigd
N 010 d het kenteken niet goed leesbaar is of de kentekenpla(a)t(en) is/zijn afgeschermd
N 010 e het voertuig niet is voorzien van een goed leesbare constructieplaat, waarvan de gegevens in overeenstemming zijn met het kentekenregister (cat 3, 3a en 12 in gebruik na 31-12-1997; cat 8 in gebruik na 30-06-2009)
1 – Algemene bouwwijze van het voertuig
N 020 a de aanhangwagen meerassig is
N 020 b het wiel niet zodanig is bevestigd dat het uitsluitend draaibaar is om de eigen as
N 030 a het chassis dan wel de mee of zelfdragende carrosserie breuken en of scheuren vertoont
N 030 b het chassis dan wel de mee of zelfdragende carrosserie zodanig bevestigd, vervormd of door corrosie is aangetast dat de stijfheid en de sterkte in gevaar worden gebracht
het frame of de zelfdragende constructie alsmede de voor- en achtervork
N 030 c – breuken en of scheuren vertoont
N 030 d – is doorgeroest
N 030 e – zodanig is vervormd dat stijfheid en sterkte in gevaar worden gebracht dan wel het weggedrag van het voertuig nadelig wordt beïnvloed
N 030 f de onderdelen van het frame, de daarvoor in de plaats tredende constructie of de zelfdragende constructie niet deugdelijk zijn bevestigd
N 030 g het frame met voor- en achtervork breuken en of scheuren vertoont, is doorgeroest of is vervormd
het frame
N 030 h – breuken en of scheuren vertoont
N 030 i – is doorgeroest
N 030 j – is vervormd
N 040 a de bovenbouw ondeugdelijk op het onderstel is bevestigd
N 040 b de ondersteuning van de laadvloer/laadruimte niet deugdelijk is
N 040 c de gekoppelde zijspanwagen niet deugdelijk is bevestigd
N 050 de accu en, indien aanwezig, de bedrading niet deugdelijk is (zijn) bevestigd en niet goed is (zijn) geïsoleerd
2 – Afmetingen en massa’s
Lengte
N 060 a het langer is dan 12 m (cat 5 ingebruikname voor 01-11-1997; cat 12 geldt niet voor opleggers; cat 13 geldt niet voor middenasaanhangwagens)
N 060 aa de bus met 2 assen langer is dan 13,50 m
N 060 ab de bus met 2 assen, in gebruik genomen voor 10-09-2003, langer is dan 15 m
N 060 ac de bus met meer dan 2 assen langer is dan 15 m
N 060 e de gelede bus langer is dan 18,75 m
N 060 d het rijdende werktuig langer is dan 20 m
N 060 f het kermis- of circusvoertuig langer is dan 14 m
N 060 o het gehandicaptenvoertuig langer is dan 3,50 m (geldt ook voor gehandicaptenvoertuig zonder motor)
N 060 t het langer is dan 4 m (cat 5 ingebruikname na 31-10-1997)
N 061 e bij de na 31-12-1997 in gebruik genomen oplegger, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en enig deel aan de voorzijde van de oplegger meer dan 2,04 m bedraagt en de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger meer dan 12 m bedraagt
N 061 g de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger van het kermis- of circusvoertuig meer bedraagt dan 17,50 m
N 061 h de aanhangwagen, niet zijnde een middenasaanhangwagen, langer is dan 12 m
N 061 i de middenasaanhangwagen langer is dan 8 m
Breedte
N 060 b het breder is dan 2,55 m (cat 5 ingebruikname voor 01-11-1997; cat 3 en 12 gelden niet voor geconditioneerde voertuigen en voor cat 3 en 12 voertuigen met een tmm > 10.000 kg en ingebruikname voor 01-02-1999)
N 060 g het breder is dan 2,60 m (cat 3 en 12 geconditioneerd voertuig en cat 3 en 12 voertuigen met een tmm > 10.000 kg en ingebruikname voor 01-02-1999; cat 14 niet ten behoeve van landbouw; cat 17 bespannen wagen)
N 060 h het breder is dan 3 m (cat 3 en 7 rijdend werktuig; cat. 14 aanhangwagen ten behoeve van landbouw)
N 060 p het gehandicaptenvoertuig breder is dan 1,10 m (geldt ook gehandicaptenvoertuig zonder motor)
N 060 r de fiets breder is dan 0,75 m
N 060 s het breder is dan 1,50 m (cat 9 > 2 wielen of zijspan; cat 17 onbespannen wagen)
N 060 u het breder is dan 2 m (cat 5 ingebruikname na 31-10-1997; cat 6 op meer dan 2 wielen)
N 060 w het breder is dan 1 m (cat 5 betreft 2 wielige bromfiets)
N 061 k de aanhangwagen breder is dan 1 m
Hoogte
het voertuig hoger is dan 4 m (cat 5 ingebruik voor 01-11-1997) een overschrijding
N 062 a – van 0,01 m t/m 0,10 m
N 060 q het gehandicaptenvoertuig hoger is dan 2 m (geldt ook voor gehandicaptenvoertuig zonder motor)
N 060 v het hoger is dan 2,50 m (cat 5 in gebruik na 31-10-1997)
N 061 l de aanhangwagen hoger is dan 1 m
Massa
de toegestane asdruk, massa of som van de aslasten (cat 5 ingebruikname na 01-02-1999) wordt overschreden met
N 070 a – meer dan 10%
N 070 b – meer dan 25%
de toegestane wieldruk, massa of som van de aslasten wordt overschreden met (massa of som van de aslasten betreft uitsluitend cat 7)
N 070 e – meer dan 10%
N 070 f – meer dan 25%
3 – Motor
de bromfiets de op het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximum constructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h overschrijdt
N 083 a – t/m 10 km/h
N 083 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h
het voertuig de in artikel 1.1. van de Regeling Voertuigen vermelde maximum constructiesnelheid vermeerderd met 5 km/h overschrijdt
N 085 a – t/m 10 km/h
N 085 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h
N 090 a het brandstofsysteem niet veilig is of deugdelijk is bevestigd
N 090 b het brandstofsysteem of de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd
N 090 c het brandstofsysteem lekkage vertoont
N 090 d het brandstofsysteem niet deugdelijk is afgesloten
N 090 h de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd
N 100 de LPG-installatie niet voldoet aan de eisen
N 101 de CNG-installatie niet voldoet aan de eisen
N 110 a deze niet is voorzien van een over de gehele lengte gasdichte uitlaat
N 110 b het uitlaatsysteem niet deugdelijk is bevestigd
N 110 c het niet voldoet aan de eisen gesteld ten aanzien van luchtverontreiniging, geluidsproductie, geluidsniveau, uitlaatgassen of het stationaire mengsel (geluidsniveau cat. 2 en 4 zie N 110 n t/m q)
N 110 e het uitlaatsysteem niet behoorlijk geluiddempend is
Noot: Indien geen waarde (op het kentekenbewijs of) het kentekenregister is vermeld dan moeten onderstaande waarden worden gehanteerd:
Bromfiets
Constructiesnelheid
Max 25 km/h
> 25 km/h
Motor
Cylinderinhoud t/m
80 cm3
125 cm3
350 cm3
500 cm3
750 cm3
1000 cm3
>1000 cm3
het (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister vermelde geluidsniveau, vermeerderd met 2 dB(A), wordt overschreden
N 110 n – tot 4 dB(A)
het toegestane geluidsniveau van het voertuig, waarvoor geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld, wordt overgeschreven
N 110 p – tot 4 dB(A)
N 120 a de accu of tractiebatterij niet deugdelijk is bevestigd
N 120 b de bedrading niet deugdelijk is bevestigd/goed is geïsoleerd
N 120 c het gehandicaptenvoertuig, dat is uitgerust met een elektrische aandrijving, niet is voorzien van een beveiliging tegen overbelasting, die door middel van een binnen bereik bevindende schakelaar de stroomvoorziening herstelt
N 130 a de motorsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd/in ernstige mate zijn beschadigd
N 130 b de rubbers van de motorsteunen zijn doorgescheurd/de vulcanisatie is losgeraakt
N 130 c de motor niet deugdelijk is bevestigd
4 – Krachtoverbrenging
N 140 a het met een ledige massa van meer dan 400 kg niet is voorzien van een achteruitrijinrichting
N 140 b het niet is voorzien van een achteruitrijinrichting
N 150 a het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht, afleesbare snelheidsmeter
N 150 e het na 26-11-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht afleesbare snelheidsmeter
N 150 f de na 31-12-2006 in gebruik genomen bromfiets niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht afleesbare snelheidsmeter
N 160 a (de onderdelen van) de aandrijving of transmissie niet deugdelijk bevestigd is (zijn)
N 170 a de krachtoverbrenging niet op eenvoudige wijze kan worden onderbroken
N 170 b de snelheid niet regelbaar is
5 – Assen
N 180 de as(sen) niet deugdelijk (bevestigd) is (zijn)
N 190 de fuseeonderdelen en overige draaipunten niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 200 de wiellagers niet deugdelijk zijn
N 210 de wielbasis te veel afwijkt
N 220 de afstanden tussen de fuseedraaipunten en het chassis of de carrosserie te veel verschillen
N 230 de spoorbreedte te groot is
N 240 a de wielen/de velgen niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 240 b de wielen/de velgen/de wielnaven/stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 240 c de wielen, alsmede de onderdelen niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 240 d de wielen/de velgen/stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn
6 – Ophanging
de wielen niet voorzien zijn van luchtbanden
N 270 a – 1 band
N 270 b – 2 banden
N 270 c – 3 banden
N 270 d – 4 banden
een band/de banden beschadigd is/zijn, waarbij het karkas zichtbaar is of uitstulpingen vertoont/vertonen
N 270 e – 1 band
N 270 f – 2 banden
N 270 g – 3 banden
N 270 h – 4 banden
het loopvlak uitstekende metalen elementen bevat, per (band) beschadiging
N 270 i – 1 band
N 270 j – 2 banden
N 270 k – 3 banden
N 270 l – 4 banden
de band(en) is/zijn beschadigd waarbij het karkas zichtbaar is, de band(en) uitstulpingen vertoont/vertonen of de daarop vermelde load-index kleiner is dan toegestaan
N 270 m – 1 band
N 270 n – 2 banden
N 270 o – 3 banden
N 270 p – 4 banden
de profilering van een band/de banden niet voldoet aan de gestelde eisen of is/zijn nageprofileerd (naprofilering geldt niet voor cat 3, 3a en 12 i.g.v. opschrift regroovable; cat 2, 5, 13, 3a T 100-bus, cat 3(a) en 12 kleiner of gelijk aan 3500 kg min. 1,6 mm; cat 4 min 1,0 mm; cat 6, 10 en 11 profilering moet aanwezig zijn over de gehele omtrek en breedte) (NB cat 3, 3a en 12 > 3500 kg m.u.v. T 100-bus geen profileringseisen)
N 270 r – 1 band
N 270 s – 2 banden
N 270 t – 3 banden
N 270 u – 4 banden
N 270 v de op de band aangegeven draairichting niet overeenkomt met de draairichting van de band in voorwaartse rijrichting
N 270 w de banden op één as niet dezelfde maataanduiding hebben (geldt niet voor nood- of reservewiel)
de aanhangwagen is voorzien van banden waarvan het loopvlak bestaat uit metaal of een materiaal dat voor wat betreft hardheid en vervormbaarheid dezelfde eigenschappen heeft
N 271 e – 1 band
N 271 f – 2 banden
N 271 g – 3 banden
N 271 h – 4 banden
N 271 m de wielen zijn voorzien van metalen banden met uitstekende delen (geldt niet voor landbouwwerktuigen met een massa van maximaal 750 kg)
N 280 het veersysteem, (indien vereist of aanwezig) de onderdelen daarvan of de schokdemper (indien vereist) niet deugdelijk (bevestigd) is/zijn of niet goed werken
7 – Stuurinrichting
N 291 de overbrenging van de gestuurde wielen niet goed reageert of niet deugdelijk is (bevestigd)
N 290 deze niet is voorzien van een deugdelijke stuurinrichting
N 292 de draaikransen niet deugdelijk zijn (bevestigd)
8 – Reminrichting
N 310 a (de onderdelen van) de reminrichting niet deugdelijk zijn (bevestigd)
N 320 aa in het hydraulisch remsysteem onvoldoende remvloeistof aanwezig is
N 320 a het remsysteem van het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting
N 340 de veerrem van het na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting
N 350 a het drukluchtremsysteem niet is voorzien van een goed functionerend meerkringsbeveiligingsventiel bij na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuigen
N 350 b het drukluchtremsysteem niet is voorzien van drukmeetpunten
N 350 c de drukluchtremkrachtregelaars niet goed functioneren
N 350 d het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig met drukluchtremkrachtregelaars niet is voorzien van de vereiste plaat
N 350 e de drukluchtremkrachtregelaars van het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig niet aanwezig zijn, dan wel niet zijn afgesteld zoals op de plaat staat vermeld
N 360 de slag van de drukluchtremcylinders onjuist is afgesteld
N 370 a het één- of tweeleidingremsysteem niet de juiste aansluitdruk heeft
N 370 b het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een éénleidingremsysteem ten behoeve van een aanhangwagen
N 370 c het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een afzonderlijke inrichting voor de bediening van de remmen van de aanhangwagen
N 380 m de bedrijfsrem niet op alle wielen remt (uitgezonderd driewielige motorrijtuigen met een ledige massa van 400 kg of minder), dan wel het voertuig op een (nagenoeg) droge weg uitbreekt ten gevolge van een verschil in remwerking tussen de wielen van elke as, of tengevolge van overberemming van de achteras
N 380 n niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging
N 380 p het niet is voorzien van (een) goed werkende rem(men)
niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa minder dan 3500 kg); de vermindering bedraagt
N 381 a – 0 t/m 0,5 m/s2
N 381 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2
N 381 c – 1,01 t/m 1,5 m/s2
niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa 3500 kg of meer); de vermindering bedraagt
N 381 f – 0 t/m 0,5 m/s2
N 390 a de parkeerrem niet aan de eisen voldoet
N 390 b van de (brom)fiets op meer dan twee wielen zonder afzonderlijke vastzetinrichting één van de remmen niet kan worden vastgezet
N 390 d het niet voorzien is van een goed bereikbare vastzetinrichting waarmee de rem(men) in omgezette toestand kunnen worden vastgezet of een parkeerrem
N 390 e de vastzetinrichting of de veerrem niet aan de eisen voldoet
N 400 c de reminrichting van de aanhangwagen (niet zijnde een middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van ten hoogste 1500 kg) niet automatisch in werking treedt bij het verbreken van de verbinding, dan wel niet automatisch in de bedrijfstoestand komt bij het koppelen met het trekkende voertuig
N 400 d niet is voorzien van een goed functionerende losbreekreminrichting (indien aanwezig)
9 – Carrosserie
N 410 a de deuren en de laadbakkleppen (cat.3(a)) niet goed sluiten of de deuren die direct toegang geven tot de personenruimte niet op normale wijze vanaf de binnenzijde of vanaf de buitenzijde kunnen worden geopend
N 410 b het slot of de scharnieren van de motorkap of het kofferdeksel aan de voorzijde geen goede sluiting waarborgen
N 410 c de bevestiging van de scharnieren ernstig zijn gecorrodeerd
N 410 d de windschermen en stroomlijnkappen de bediening belemmeren
N 410 e de windschermen, stroomlijnkappen en inrichtingen om ladingen mee te vervoeren niet deugdelijk zijn bevestigd
N 410 f de gesloten cabines niet zijn voorzien van tenminste twee deuren dan wel één deur en één nooduitgang
N 410 g de nooduitgang niet voldoet aan de vereiste afmetingen
N 410 h het slot of de scharnieren van de deuren of laadbakkleppen geen goede sluiting waarborgen
N 410 j de deur(en) of uitgang(en) of hoofddoorgang(en) of noodra(a)m(en) of noodluik(en) van de bus niet voldoen (voldoet) aan de eisen of de vereiste opschriften niet zijn aangebracht
de voorruit, de naast de bestuurders aanwezige zitplaats zijruiten dan wel het windscherm (indien vereist) en bij afwezigheid van een rechterbuitenspiegel de achterruit
N 420 a – is beschadigd of verkleurd
N 420 b – is voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren
N 420 c de ruiten niet voldoen aan de eisen
N 420 d de lichtdoorlaatbaarheid van de voorruit en/of de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten bedraagt minder dan 55%
N 430 a het voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitenwisserinstallatie (cat 5 in gebruik na 27-11-1975; cat 6 in gebruik na 31-12-2006)
N 430 d het voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie voor de voorruit die de bestuurder voldoende uitzicht geeft (cat 2 in gebruik na 30-09-1971; cat 3 na 31-12-1997; cat 3a na 30-06-1985; cat 5 na 31-12-1994; cat 6 na 31-12-2006)
N 440 a het voertuig niet is voorzien van een goed werkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit (cat 2 in gebruik na 30-09-1971; cat 3 na 31-12-1997, cat 3a na 30-06-1985, cat 5 voorruit en gesloten carrosserie na 31-12-1994 tot 17-06-2003 vanaf 17-06-2003 indien voorruit)
N 440 e het na 16-06-2003 in gebruik genomen voertuig met een voorruit of het na 31-12-1994, doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig met een voorruit en met een gesloten carrosserie niet voorzien is van een goedwerkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit
N 450 a het voertuig niet is voorzien van de noodzakelijke spiegels en/of cameramonitor-systeem die/dat aan de eisen voldoen/voldoet (cat. 6 voertuig in gebruik na 31-12-2006) (vooruitkijkspiegel / camera-monitorsysteem en breedtespiegel betreft bedrijfsauto met frontstuur in gebruik na 25-01-2008, tmm > 7500 kg)
N 450 b het na 26-11-1975 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel die aan de eisen voldoet
N 450 c het na 31-12-1996 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig dat 100 km/h of sneller kan, niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel die aan de eisen voldoet
N 450 g het na 16-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linker- en een rechterbuitenspiegel
N 450 d het voor 27-11-1975 in gebruik genomen voertuig waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel
N 450 e het na 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig met een gesloten carrosserie waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een binnenspiegel
N 450 f het voertuig niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel terwijl met de binnenspiegel het achter het voertuig gelegen weggedeelte niet voldoende kan worden overzien
N 450 h de bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, niet zijnde een kampeerauto, die in gebruik is genomen na 31 december 1977, niet is voorzien van een gezichtsveldverbeterende voorziening die de bestuurder een beter zicht verschaft op de weggebruikers die zich rechts van het voertuig bevinden of indien de bestuurderszitplaats zich aan de rechterzijde van het voertuig bevindt niet is voorzien van een gezichtsveldverbeterende voorziening die de bestuurder een beter zicht verschaft op de weggebruikers die zich links van het voertuig bevinden (deze feitcode mag alleen gebruikt worden bij het ontbreken van deze voorziening)
N 460 a de zitplaatsen (of rugleuningen) niet deugdelijk bevestigd zijn
N 460 aa de zitplaatsen van het na 19-10-2008 in gebruik genomen voertuig zijdelings zijn gericht (cat. 3a uitsluitend klasse III of B)
N 460 c de zitplaatsen, rugleuningen of de verstelinrichtingen niet deugdelijk (bevestigd) zijn
N 460 d de voetsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd
N 460 g de trappers niet deugdelijk zijn bevestigd of niet zijn voorzien van een stroef oppervlak
N 470 a de naar voren gerichte zitplaatsen van na 31-12-1989 in gebruik genomen personenauto’s niet voorzien zijn van gordels of de naar achteren gerichte zitplaatsen van na 30-09-2000 in gebruik genomen personenauto’s niet voorzien zijn van gordels
N 470 b de gordels voor de voorzitplaatsen die aan een portier grenzen van na 01-01-1971 en voor 01-01-1990 in gebruik genomen voertuigen niet aanwezig zijn
N 470 c de gordels niet deugdelijk zijn (bevestigd) (geldt voor cat 7, 8 en 10 indien aanwezig)
N 470 d de gordels voor alle naar voren gerichte zitplaatsen van T-100 bussen en na 31-12-1997 in gebruik genomen andere bussen en bedrijfsauto's niet aanwezig zijn
N 470 h de naar voren en naar achteren gerichte zitplaatsen van na 30-09-2002 in gebruik genomen bussen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg of van na 30-09-2000 in gebruik genomen bussen met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg niet voorzien zijn van gordels
N 470 i de naar voren gerichte zitplaatsen van bromfietsen op meer dan twee wielen met een gesloten carrosserie en een ledige massa van meer dan 250 kg, in gebruik genomen na 31-12-2006, niet zijn voorzien van gordels
N 470 j het na 01-09-2008 in gebruikgenomen en voor het vervoer van één of meer passagiers in een rolstoel ingericht voertuig niet voldoet aan de gestelde eisen
N 470 g de naar voren gerichte zitplaatsen van na 31-12-1989 in gebruik genomen voertuigen met gesloten carrosserie niet voorzien zijn van gordels of de naar achteren gerichte zitplaatsen van na 16-06-2003 in gebruik genomen voertuigen met gesloten carrosserie niet voorzien zijn van gordels
N 480 a het voertuig scherpe delen heeft
N 480 b het voertuig uitstekende niet afgeschermde delen heeft
N 480 c de wielen niet goed afgeschermd zijn, aanlopen of te ver buiten de afscherming uitsteken
N 480 e gevaar bestaat voor het losraken van enig deel van de buitenzijde
N 480 f de wielen/banden aanlopen
N 480 g het voertuig niet is voorzien van de vereiste zijdelingse afscherming
N 490 het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een stootbalk (cat 3 en 12) of beschermingsinrichting (cat 3a) tegen klemrijden die aan de vereisten voldoet (afst. stootbalk/beschermingsinrichting wegdek: in gebruik voor 01-01-1998 70 cm, daarna 55 cm; afst. achterzijde voertuig tot stootbalk: tot 01-01-2005 60 cm, daarna cat 3, 3a en 12: 45 cm)
N 491 het na 09-08-2004 in gebruik genomen bedrijfsvoertuig met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg aan de voorzijde niet op deugdelijke wijze voorzien is van een beschermingsinrichting tegen klemrijden
N 500 de aanhangwagen aan de achterzijde niet is voorzien van een mogelijkheid tot bevestiging van een kentekenplaat
10 – Verlichting
Noot
1. Bij het ontbreken of niet branden van dim-/kop- of achterlicht moeten de bepalingen uit het RVV 1990 worden toegepast;
2. Bij de feitcodes zijn alle data vermeld van verlichting die na 1 januari 1980 verplicht is geworden;
3. Indien verlichting verplicht is na een bepaalde datum bij voertuigen behorende tot de categorie 2, 3, 4, 5 of 12 en deze is aangebracht op voertuigen, die voor die datum in gebruik zijn genomen, dan moet deze goed werken;
4. Er is geen sprake van verlichting in de zin van de Regeling Voertuigen als de armatuur niet is aangesloten en niet is voorzien van een lampje.
het niet is voorzien van (een) goed werkend(e)
N 514 a – richtingaanwijzers (cat 4 na 31-12-96 met zijspan na 31-10-97; cat 6 = 3 of 4 wielig en gesloten carrosserie)
N 514 b – waarschuwingsknipperlichten (cat 2, 3(a) na 31-12-97; cat 5 na 31-12-96; cat 10 na 01-01-2005)
N 514 c – zijrichtingaanwijzer(s) (cat 2 na 31-12-97; cat 3(a) langer dan 6 m of na 31-12-97; cat 7 langer dan 6 m)
N 514 d – remlichten (cat. 6: 3 of 4 wielig en 2 wielig voertuig in gebruik na 31-12-2006 en vermogen meer dan 0,5 kW en max. snelheid meer dan 25 km/h)
N 514 e – achterkentekenplaatverlichting
N 514 f – rode retroreflectoren
N 514 g – mistachterlicht(en) (cat 2, 3(a) en 12 na 31-12-97; cat 13 voor zover het trekkende voertuig is voorzien van een mistachterlicht)
N 514 h – achteruitrijlicht(en) (in gebruik na 31-12-97)
N 514 i – markeringslichten (voor- en achterzijde) (cat 2, 3(a) en 12 breder dan 2.60 m of na 31-12-97 breder dan 2.10 m; cat 13 en 14 breder dan 2.10 m)
N 514 j – zijmarkeringslichten (cat 2, 3(a) en 12 na 31-12-97 en langer dan 6 m; cat 13 langer dan 6 m)
N 514 k – 3e remlicht (na 30-09-01)
N 514 l – witte retroreflectoren (cat 9: 3 wielig breder dan 75 cm; cat 12 na 31-12-97)
N 514 m – zijretroreflectoren (cat 2 na 31-12-97 en langer dan 6 m; cat 3(a) en 7 langer dan 6 m; cat 6: 2 wielig na 31-12-06)
N 514 o – trapreflectie (cat 6 alleen indien vaste trappers bij 3 of 4 wielig)
N 514 p - wielreflectie
N 515 de verlichting/retroreflecterende voorzieningen niet de vereiste kleur hebben (cat 9 alleen retroreflectie)
N 517 de verlichting of retroreflectoren niet op de juiste plaats zijn bevestigd (cat 9 alleen retroreflectie)
N 518 de verlichte transparant(en) voldoet (voldoen) niet aan de eisen (niet afzonderlijk geschakeld/breder/langer dan voertuig)
N 550 de glazen van de verlichtingsarmaturen of de retroreflectoren niet aan de gestelde eisen voldoen (cat 9, 11, 16 en 17 alleen eisen rode retroreflectie)
N 551 de verlichtingsarmaturen of onderdelen daarvan niet deugdelijk zijn bevestigd (geldt ook voor niet verplichte verlichting)
N 552 de lichten of retroreflectoren voor meer dan 25% zijn afgeschermd (cat 9, 11, 16 en 17 alleen afscherming rode retroreflectie)
N 553 de codering van de lichtarmatuur niet in overeenstemming is met de voor dat armatuur bestemde licht
N 560 de dimlichten niet aan de eisen voldoen
N 620 het niet is voorzien van een controlelampje of schakelaar met herkenbare stand (cat 4) voor ingeschakeld(e) achtermistlicht(en)
N 640 het is voorzien van verblindende/knipperende verlichting
N 650 het is voorzien van meer lichten of retroreflecterende voorzieningen dan is toegestaan (cat 9 uitsluitend retroreflectie)
N 651 in het voertuig aanwezige lichten of objecten die licht uitstralen dit naar de buitenzijde van het voertuig doen
11 – Verbinding tussen trekkend voertuig en aanhangwagen
N 660 a de koppeling niet deugdelijk is (bevestigd) of niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen
N 660 b de (hulp)koppeling, trekdriehoek, trekboom of onderdelen daarvan niet aanwezig is/zijn, deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen
N 660 c de middenasaanhangwagen, die is voorzien van een losbreekreminrichting, tevens is voorzien van een hulpkoppeling
N 660 d de koppeling, dissel, of onderdelen daarvan niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen
12 – Diversen
N 710 a het niet is voorzien van een goed werkende geluidssignaalinrichting
N 710 b het niet is voorzien van een goed werkende bel of hoorn met vaste toonhoogte
N 710 c het niet is voorzien van een goed werkende bel
N 720 het aan de voorzijde niet is voorzien van een sleepbevestigingspunt
Gebruikseisen voertuigen
Als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden (terwijl):
0 – Algemeen
P 001 een verwisselbaar uitrustingsstuk wordt gebruikt terwijl dit niet is toegestaan (cat 3 uitsluitend toegestaan voor gladheidsbestrijding)
P 010 a meer dan één aanhangwagen wordt voortbewogen
P 010 b met de gelede bus een aanhangwagen wordt voortbewogen
P 010 c met het gehandicaptenvoertuig een aanhangwagen wordt voortbewogen
P 010 d met de motorfiets met onberemde zijspanwagen een aanhangwagen wordt voortbewogen
P 020 a met het motorvoertuig meer dan één motorvoertuig wordt gesleept
P 020 b met het motorvoertuig een tweewielig motorvoertuig wordt gesleept
P 020 c met het tweewielig motorvoertuig, de gelede bus of het samenstel van voertuigen, een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen wordt gesleept
P 020 d een voertuig met een totale massa van meer dan 4.000 kg niet met behulp van een sleepstang wordt gesleept
P 020 e het drukluchtsysteem van het gesleepte voertuig niet is aangesloten op het drukluchtsysteem van het trekkend voertuig
P 020 f met een dolly waarop zich een motorvoertuig bevindt, terwijl de dolly niet is voorzien van een reminrichting
P 030 hij wordt gehinderd door passagiers, lading of op andere wijze
P 031 in dat voertuig, waarin vervoer van een passagier in een rolstoel plaatsvindt, losse voorwerpen die het risico op letsel bij een noodstop, aanrijding of botsing kunnen verhogen, aanwezig zijn
P 040 het niet zodanig is beladen dat hij voldoende uitzicht naar voren, opzij en naar achteren heeft
P 050 het niet is voorzien van de vereiste buitenspiegels, indien het zicht door lading achter het voertuig of door een achter het voertuig gekoppelde aanhangwagen is beperkt
P 051 de spiegels of gezichtsveldverbeterende voorzieningen niet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder in normale rijhouding de vereiste gezichtsvelden kan overzien
de lading of delen daarvan niet of zodanig zijn gezekerd dat deze onder normale verkeerssituaties waaronder begrepen volle remmingen, plotselinge uitwijkmanoeuvres en slecht wegdek niet van het voertuig kunnen vallen, te weten
P 060 a – voertuig gebonden lading, zoals stophout, bezems, dekzeilen, spanbanden e.d.
P 061 de losse lading ten aanzien waarvan het gevaar bestaat dat deze of delen daarvan tijdens het rijden van het voertuig vallen niet deugdelijk is afgedekt (zoals zand, grind en puin)
bij het vervoer van goederen aan de achterzijde van een personenauto, bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg of een driewielig motorrijtuig
P 070 a – de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager
P 070 b – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd
P 070 c – de lastdrager inclusief lading meer dan 0,20 m buiten de zijkanten uitsteekt
P 070 d – meer specifieke goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is geconstrueerd
P 070 e – de lastdrager aan de achterzijde niet op de voorgeschreven wijze is voorzien van twee rode achterlichten, twee rode remlichten, twee niet driehoekige rode retroreflectoren en twee ambergele richtingaanwijzers aangezien de verlichting en retroreflectoren van het voertuig worden afgeschermd
P 070 f – de lastdrager niet is voorzien van een goed leesbare, van een goedkeuringsmerk voorziene en niet afgeschermde kentekenplaat met het kenteken van het voertuig waarop de lastdrager is aangebracht aangezien de op het voertuig aangebrachte kentekenplaat wordt afgeschermd
P 070 g – de koppelingsdruk van de op de trekhaak bevestigde lastdrager meer bedraagt dan voorgeschreven of meer dan 75 kg
P 070 h – de lastdrager het wegdek kan raken
P 070 i – de achtergebleven bevestigingsdelen van de lastdrager de bewegingsvrijheid van een aangekoppelde aanhangwagen beperken
bij het vervoer van goederen op het dak van een personenauto, bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg of een driewielig motorrijtuig
P 070 j – de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager
P 070 k – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd
P 070 l – de maximale daklast wordt overschreden
P 070 m – meer specifieke goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is geconstrueerd
P 080 de lading van voertuig scherpe delen heeft
P 090 de opgeklapte opklapbare delen aan de buitenzijde van het voertuig niet deugdelijk zijn vergrendeld delen niet deugdelijk vergrendeld zijn
P 100 a de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg, niet is voorzien van het kenteken van het trekkend motorvoertuig
P 100 b de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg, niet is voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat
P 100 c de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waar voor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, niet is voorzien van het kenteken van het trekkend motorvoertuig
P 100 d de aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waar voor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, niet is voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat gelijk aan trekkend voertuig
1 – Afmetingen en massa’s
Noot afmetingen: Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend een proces-verbaal opgemaakt ter zake de afmeting die het meest wordt overschreden.
Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading
Noot: Lengte trekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max.18,75 m; personenauto/ driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis- /circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen 20 m; land- bosbouwtrekker/motorvoertuig beperkte snelheid met aanhangwagen 18 m
de maximum lengte van het samenstel van voertuigen wordt overschreden, met een overschrijding
P 111 a – t/m 0,25 m
P 111 b – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m
Lengte deelbaar; uitstekende lading voorzijde
P 120 de lengte van het voertuig of samenstel van voertuigen, niet zijnde een samenstel van kermis- of circusvoertuigen, met inbegrip van de lading niet meer bedraagt dan de lengte van het voertuig of samenstel van voertuigen in onbeladen toestand vermeerderd met 1 m, waarbij de lading voor het voertuig uitsteekt
Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde
de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (categorie 12 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding
P 121 a – t/m 0,25 m
P 121 b – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m
P 121 h de lading uitsluitend rust op de uitschuiflade of op de laadklep
P 121 i de op een voertuig gemonteerde afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur, die aan de achterzijde van dat voertuig uitsteekt en daardoor het zicht op de verlichting, reflectoren, richtingaanwijzers of kentekenplaat belemmert, niet aan de achterzijde op gelijke wijze als het betrokken voertuig is voorzien van verlichting, reflectoren, richtingaanwijzers of kentekenplaat van dat voertuig
de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (stootbalk uitsluitend cat. 12, particulier gebruik), een overschrijding
P 121 j – t/m 0,75 m
P 121 k – van meer dan 0,75 m
de lading van een beladen samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen
P 130 f – meer dan 2 m achter de aanhangwagen en/of meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van de aanhangwagen uitsteekt
P 130 g – meer dan 0,50 m voor de voorzijde van de bedrijfsauto uitsteekt
P 130 h – die meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt, aan de achterzijde niet is voorzien van een markering die voldoet aan de eisen
een beladen samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen, langer is dan 20,75 m, een overschrijding
P 130 i – t/m 0,25 m
P 130 j – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m
Lengte; ondeelbare lading
de in lengte ondeelbare lading aan de voorzijde van een bedrijfsauto, met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg,niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, meer dan 4,30 m voor het hart van de voorste as uitsteekt, een overschrijding
P 130 n – t/m 0,25 m
P 130 o – van meer dan 0,25 m t/m 0,50 m
de in lengte ondeelbare lading van het voertuig of samenstel van voertuigen, niet zijnde een samenstel van kermis- of circusvoertuigen
P 130 c – voor de voorzijde van de aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, uitsteekt
P 130 d – die voor of meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt aan de voor- of achterzijde niet is voorzien van een markering die aan de eisen voldoet
de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg of een aanhangwagen, met een maximum van 5 m, bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde met een maximum van 5 m (categorie 12 en 13 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding
P 131 a – t/m 0,25 m
P 131 b – van meer dan 0,25 m t/m 0,50 m
P 131 f de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een aanhangwagen, met een maximum van 5 m, bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde met een maximum van 5 m (categorie 12 en 13 particulier gebruik)
bij vervoer van lading die redelijkerwijs niet in de lengte deelbaar is, de lading van het voertuig of samenstel
P 210 e – meer dan 3,5 m voor het hart van het stuurwiel van het voertuig uitsteekt
P 210 f – meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt, terwijl de achterzijde niet is voorzien van de vereiste markering
P 210 g – meer dan 5 m achter de achterste as van het voertuig uitsteekt
Afstand achteras trekkend voertuig / achterzijde voertuig
P 190 c de afstand van de achteras van het trekkende voertuig tot de achterzijde van de aanhangwagen, met inbegrip van de lading, meer bedraagt dan 2,50 m
Breedte; lading
Noot: De feitcodeserie P 141 geldt voor de categorieën 7, 8 en 14 voor alle lading. Bij deze categorieën wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelbare en ondeelbare lading. Voor de overige categorieën betreft het uitsluitend deelbare lading.
P 140 e de lading meer dan 0,20 m buiten elke zijkant van de personenauto of van het driewielig motorrijtuig, dat na 31-10-1997 in gebruik is genomen, uitsteekt
het voertuig met inbegrip van de (deelbare) lading (of verwisselbaar uitrustingsstuk) de maximum breedte overschrijdt, een overschrijding
P 141 a – t/m 0,20 m
P 141 b – van meer dan 0,20 m en t/m 0,45 m
P 260 a de bromfiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m
P 260 b de bromfiets op meer dan twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 2 m
P 270 a de aangekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m
P 280 a de fiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 m
P 280 b de fiets op meer dan twee wielen of voorzien van een zijspanwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1,50 m
het voertuig met inbegrip van de lading
P 300 a – breder is dan 1,10 m
P 300 b – breder is dan 1,50 m
P 300 c – in bespannen toestand breder is dan 2,60 m of indien de lading bestaat uit losse veldgewassen breder is dan 3,50 m
Breedte; ondeelbare lading
P 140 d de in de breedte ondeelbare lading, die meer dan 0,10 m buiten de zijkant van het voertuig uitsteekt, niet is voorzien van de vereiste markering (geldt niet voor fietsen op een lastdrager)
het voertuig met inbegrip van de ondeelbare lading de maximum breedte overschrijdt, een overschrijding
P 142 a – t/m 0,25 m
Hoogte
het voertuig met inbegrip van de lading hoger is dan 4 m, een overschrijding
P 150 a – t/m 0,10 m
P 270 b de aangekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading hoger is dan 1 m
het voertuig met inbegrip van de lading
P 300 d – hoger is dan 2 m
P 300 e – hoger is dan 4 m
Massa
Noot
De feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as, gelden uitsluitend voor particulieren. Indien er sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing (m.u.v. landbouwvoertuigen)
de op het Nederlandse kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde toegestane maximum massa (van het samenstel) wordt overschreden of de som van de aslasten in beladen toestand (uitgezonderd de aslasten van niet autonome aanhangwagens) meer bedraagt dan de vermelde toegestane maximummassa (van het samenstel) een overschrijding met
P 171 a – meer dan 10% t/m 25%
P 171 b – meer dan 25% t/m 50%
P 171 c – meer dan 50% t/m 75%
P 171 d – meer dan 75%
geen toegestane maximummassa op het Nederlandse kentekenbewijs of in het kentekenregister is vermeld dan wel de bedrijfsauto of bus niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten meer bedraagt dan:
a. 50.000 kg of bij een rijdend werktuig 60.000 kg;
b. de technisch toegestane maximum massa;
c. vijf maal de toegestane maximum last onder de aangedreven as(sen);
d. de uitkomst van de som: het vermogen van de motor in kW, gedeeld door 0,00368 kW/kg,
P 171 e – meer dan 10% t/m 25%
P 171 f – meer dan 25% t/m 50%
P 171 g – meer dan 50% t/m 75%
P 171 h – meer dan 75%
de som van de aslasten van de middenasaanhangwagen of oplegger vermeerderd met de last onder de koppeling van het voertuig in beladen toestand meer bedraagt dan de toegestane maximum massa, een overschrijding met
P 171 j – meer dan 10% t/m 25%
P 171 k – meer dan 25% t/m 50%
P 171 l – meer dan 50% t/m 75%
P 171 m – meer dan 75%
op het Nederlandse kentekenbewijs van de middensasaanhangwagen of in het kentekenregister geen toegestane maximum massa is vermeld dan wel de middenasaanhangwagen niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten vermeerderd met de last onder de koppeling in beladen toestand meer bedraagt dan 20.000 kg of meer bedraagt dan 24.000 kg bij een middenasaanhangwagen die voorzien is van gasvering of als gelijkwaardig aangemerkte vering en is voorzien van drie assen, een overschrijding met
P 171 n – meer dan 10% t/m 25%
P 171 o – meer dan 25% t/m 50%
P 171 p – meer dan 50% t/m 75%
P 171 r – meer dan 75%
de toegestane maximummassa niet op de voorgeschreven wijze kan worden vastgesteld en de toegestane maximummassa meer bedraagt dan 750 kg, een overschrijding met
P 171 s – meer dan 10% t/m 25%
P 171 t – meer dan 25% t/m 50%
P 171 v – meer dan 50% t/m 75%
P 171 w – meer dan 75%
de op het Nederlandse kentekenbewijs of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximum last van enige as of asstel wordt overschreden, een overschrijding met
P 172 a – meer dan 10% t/m 25%
P 172 b – meer dan 25% t/m 50%
P 172 c – meer dan 50% t/m 75%
P 172 d – meer dan 75%
geen waarde op het kentekenbewijs of in het kentekenregister is vermeld dan wel het voertuig niet in Nederland is geregistreerd en de last van enige as of asstel meer bedraagt dan voor zover van toepassing één van de in de artikelen 5.18.17 d lid 2 en 3 en 5.18.17 e lid 2 RV vermelde waarden, een overschrijding met
P 172 e – meer dan 10% t/m 25%
P 172 f – meer dan 25% t/m 50%
P 172 g – meer dan 50% t/m 75%
P 172 h – meer dan 75%
het voertuig zodanig is beladen dat de in het Nederlandse kentekenbewijs of de in het kentekenregister van de aanhangwagen vermelde toegestane maximumlast onder de koppeling wordt overschreden een overschrijding met
P 172 j – meer dan 10% t/m 25%
P 172 k – meer dan 25% t/m 50%
P 172 l – meer dan 50% t/m 75%
P 172 m – meer dan 75%
de op het Nederlandse kentekenbewijs of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximum te trekken massa van de aanhangwagen wordt overschreden of de som van de aslasten meer bedraagt dan de vermelde toegestane maximum te trekken massa, een overschrijding met
P 172 n – meer dan 10% t/m 25%
P 172 o – meer dan 25% t/m 50%
P 172 p – meer dan 50% t/m 75%
P 172 r – meer dan 75%
geen waarde op het kentekenbewijs of in het kentekenregister is vermeld dan wel het voertuig niet in Nederland is geregistreerd en de getrokken massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen meer bedraagt dan in één van de in artikel 5.18.17 g lid 2 en 3 RV vermelde waarden, een overschrijding met
P 173 a – meer dan 10% t/m 25%
P 173 b – meer dan 25% t/m 50%
P 173 c – meer dan 50% t/m 75%
P 173 d – meer dan 75%
de toegestane maximum last van enige as, de last onder de koppeling, de toegestane maximummassa of de som van de aslasten meer bedraagt dan de toegestane maximummassa, een overschrijding met
P 173 e – meer dan 10% t/m 25%
P 173 f – meer dan 25% t/m 50%
P 173 g – meer dan 50% t/m 75%
P 173 h – meer dan 75%
P 174 meer passagiers worden vervoerd dan op het kentekenbewijs of in het kentekenregister, dan wel op de plaat als bedoeld in art 5.3a RV is vermeld of indien dit niet is vermeld het aantal passagiers meer bedraagt dan de toegestane maximummassa verminderd met de massa in rijklare toestand gedeeld door 68 kg
de totale massa van de aanhangwagen meer bedraagt dan de maximum massa die volgt uit het op de koppeling van het trekkend voertuig (toegestane massa max. 3500 kg) aangebrachte identificatie kenmerk of goedkeuringsmerk, of indien zo'n merk niet aanwezig is, de massa meer bedraagt dan 750 kg en meer dan de ledige massa van het trekkend motorrijtuig of meer dan de massa in bedrijfsklare toestand van het trekkend motorrijtuig indien het een personenauto betreft, een overschrijding met
P 180 e – meer dan 10% t/m 25%
P 180 f – meer dan 25% t/m 50%
P 180 g – meer dan 50% t/m 75%
P 180 h – meer dan 75%
P 182 een aanhangwagen voortbewegen terwijl in het kentekenregister of op het kentekenbewijs geen maximum te trekken massa aanhangwagen is vermeld
P 181 a de last onder de bestuurde as(sen) van een motorvoertuig in beladen toestand minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voertuig in beladen toestand
P 181 b de last onder de bestuurde as(sen) van een gelede bus minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voorste deel van het motorrijtuig in beladen toestand
P 181 c de last onder de gestuurde as(sen), niet zijnde zelfsturende assen, van autonome aanhangwagens in beladen toestand, minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de aanhangwagen in beladen toestand
P 181 d de last onder de koppeling van opleggers in beladen toestand minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de oplegger in beladen toestand
P 190 b de totale massa van de aanhangwagen meer bedraagt dan de helft van de ledige massa van het trekkende voertuig
P 240 a de last onder de bestuurde as(sen) van landbouw- of bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid minder bedraagt dan 1/5 deel van de ledige massa
de som van de aslasten van de aangekoppelde middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg meer bedraagt dan 1,5 maal de som van aslasten van het trekkend motorrijtuig, een overschrijding met
P 310 a – meer dan 10% t/m 25%
P 310 b – meer dan 25% t/m 50%
P 310 e de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een massa van niet meer dan 750 kg meer bedraagt dan 50 kg dan wel niet neerwaarts is gericht
P 310 f de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een toegestane massa van meer dan 750 kg minder bedraagt dan 1% van de toegestane maximum massa van dat voertuig (de koppelingsdruk behoeft niet meer dan 50 kg te bedragen)
3 – Reminrichting
P 330 a de aanhangwagen, niet is voorzien van een reminrichting, terwijl de totale massa hoger is dan de helft van de massa in rijklare toestand van het trekkend voertuig
P 340 a de aanwezige reminrichting van de aanhangwagen niet in werking treedt bij het bedienen van de bedrijfsrem van het trekkend voertuig
P 340 b de losbreekreminrichting niet op de vereiste wijze met het trekkend voertuig is verbonden
P 340 c zonder dat de aanhangwagen en het trekkend voertuig, terwijl deze zijn uitgerust met een ABS- of EBS-systeem, via de ISO 7638 stekkers met elkaar zijn verbonden
niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt
P 350 a – 0 t/m 0,5 m/s2
P 350 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2
P 350 c – 1,01 t/m 1,5 m/s2
niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt
P 350 f – 0 t/m 0,5 m/s2
de remvertraging van het samenstel niet voldoet aan die van het trekkend voertuig, de vermindering bedraagt
P 351 a – 0 t/m 0,5 m/s2
P 351 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2
P 351 c – 1,01 t/m 1,5 m/s2
P 352 het dubbel uitgevoerde rempedaal niet is gekoppeld
P 360 de parkeerrem het samenstel op een helling van 10% niet in stilstand kan houden
4 – Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
P 361 a het voertuig met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. niet voorzien is van een markering aan de achterzijde die aan de gestelde eisen voldoet (cat 3 geldt niet voor trekker)
P 361 b aan de achterzijde niet is voorzien van een rode retroreflector in de vorm van een afgeknotte driehoek
P 370 een aanhangwagen wordt voortbewogen zonder dat iedere zijkant van het trekkend voertuig is voorzien van een zijrichtingaanwijzer
P 380 de verlichtingsinstallatie van de aanhangwagen niet zodanig functioneert, dat de functies van de verlichting en de lichtsignalen overeenkomen met die van het trekkend voertuig
5 – Verbinding tussen voertuigen
P 540 de aanhangwagen niet middels een deugdelijke koppeling zodanig met het trekkend voertuig is verbonden dat zijdelings uitwijken van de aanhangwagen zoveel mogelijk wordt voorkomen
P 550 het bewegen van de aanhangwagen ten opzichte van het trekkend voertuig wordt in een uiterste stand tot 90 graden begrensd door delen van de reminrichting, de elektrische installatie, de koppeling, indien aanwezig, de hulpkoppeling of besturingsonderdelen
P 560 a het trekoog of de kogelkoppeling van de gekoppelde aanhangwagen niet nagenoeg horizontaal ligt op een horizontaal wegdek
P 560 b de koppelinrichting op het trekkend voertuig verticaal beweegbaar is indien de gekoppelde aanhangwagen is voorzien van een trekdriehoek met verzet
P 560 c geen hoekverdraaiing van de opleggerschotel naar boven en naar beneden mogelijk is indien het samenstel van trekker en oplegger zich op een horizontaal wegdek bevindt
P 570 de hulpkoppeling van een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 1500 kg niet op de vereiste wijze is aangebracht
P 580 de koppeling van de gekoppelde aanhangwagen niet de vereiste bewegingen toelaat
P 590 de gekoppelde aanhangwagen niet goed is verbonden
6 – Diversen
P 600 de drie of de meerwielige bromfiets met gesloten carrosserie aan de achterzijde niet voorzien is van het vereiste ronde bord of vlak met de aanduiding 45

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 5b
1.

Indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarmee een niet-kentekenplichtige aanhangwagen wordt voortbewogen, dan wel waaraan een niet-kentekenplichtige aanhangwagen is gekoppeld, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken van het trekkend motorrijtuig ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven.

2.

Indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een kentekenplichtige aanhangwagen, wordt de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken van de aanhangwagen ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Indien het kenteken van de aanhangwagen niet is vastgesteld, dan wel indien de aanhangwagen niet kentekenplichtig is, wordt de administratieve sanctie opgelegd aan degene die ten tijde van de gedraging eigenaar of houder was van de aanhangwagen.

3.

Indien sprake is van een geval als bedoeld in het eerste of tweede lid dan wordt daarbij gewezen op het bepaalde in artikel 8.

Hoofdstuk IV. Administratief beroep en bezwaar bij de officier van justitie

Hoofdstuk V. Beroep bij de kantonrechter van de rechtbank

Hoofdstuk VI. Hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Hoofdstuk VIII. De inning van de administratieve sanctie

Hoofdstuk IX. Voorlopige maatregelen

Artikel 31
1.

Indien de in artikel 3, eerste lid, bedoelde ambtenaren bij de uitoefening van de in artikel 3, eerste lid, omschreven bevoegdheid bevinden dat de bestuurder geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, dan wel geregistreerd staat voor het niet voldoen van een hem eerder overeenkomstig de bepalingen van deze wet opgelegde administratieve sanctie, kunnen zij vorderen dat het bedrag van de opgelegde en van de reeds verschuldigde administratieve sanctie en van de administratiekosten terstond geheel zal worden voldaan dan wel dat zekerheid wordt gesteld dat het bedrag van de bedoelde sanctie tijdig geheel zal worden voldaan.

2.

Indien de in artikel 3, eerste lid, bedoelde ambtenaren hebben vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is en waarvan aannemelijk is dat de kentekenhouder geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, dan wel dat de kentekenhouder geregistreerd staat voor het niet voldoen van een hem eerder overeenkomstig de bepalingen van deze wet opgelegde sanctie, zijn zij bevoegd bij wijze van voorlopige maatregel het voertuig naar een door hen aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te stellen, dan wel aan het voertuig een mechanisch hulpmiddel te doen aanbrengen, waardoor wordt verhinderd dat het voertuig wordt weggereden. Zij kunnen vorderen dat, alvorens het voertuig aan de bestuurder wordt teruggegeven, naast de kosten van overbrenging en bewaring, eveneens het bedrag van de opgelegde administratieve sanctie en de administratiekosten en van de eerder overeenkomstig de bepalingen van deze wet opgelegde en inmiddels verschuldigde administratieve sanctie en de administratiekosten zal worden voldaan.

3.

Voldoening van het bedrag van de opgelegde administratieve sanctie en van de administratiekosten laat de bevoegdheid tegen de beschikking van de ambtenaar beroep in te stellen als omschreven in de artikelen 6 en 9 onverlet. Wordt het beroep gegrond verklaard, dan wordt het bedrag van de administratieve sanctie en van de administratiekosten teruggegeven. Artikel 29, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk X. Overige bepalingen

Hoofdstuk XI. Slotbepalingen

Bijlage. als bedoeld in artikel 2, eerste lid

Feit Overtreden artikel Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie
1 2 3 4 5 6 7 8
Afdeling A. Verkeer te land
Categorie-indeling B:
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Gezagvoerders/schippers;
8 – Een ieder.
NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd.
NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen.
Nummers K 006 – K 172: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR)
K 025 als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het kentekenbewijs niet behoorlijk leesbaar is 36 lid 3 sub d WVW 1994 45 45 45
het kenteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig hebben op of aan 40 lid 1 WVW 1994
K 030 a – een motorrijtuig 140 140 95 140
K 030 b – de aanhangwagen 140 140 95 140
K 035 het ongeldig verklaarde kentekenbewijs niet binnen de bepaalde termijn inleveren bij de Dienst Wegverkeer 52c lid 3 WVW 1994 240
voor een kentekenplichtig motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder
K 045 a – is geen keuringsbewijs afgegeven 72 lid 1 WVW 1994 140 140
K 045 b – heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren 72 lid 2 sub b WVW 1994 140 140
voor een kentekenplichtig motorrijtuig of aanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg
K 046 a – is geen keuringsbewijs afgegeven 72 lid 1 WVW 1994 400 400
K 046 b – heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren 72 lid 2 sub b WVW 1994 400 400
als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het rijbewijs
K 060 a – niet voldoet aan de gestelde eisen 107 lid 2 sub a WVW 1994 45 45 30
K 060 e – zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, waarbij de geldigheidsduur één jaar of minder is verstreken 107 lid 2 sub b WVW 1994 95 95 65
K 060 c – niet behoorlijk leesbaar is 107 lid 2 sub c WVW 1994 95 95 65
K 060 h als bestuurder van een bromfiets rijden, terwijl het rijbewijs ongeldig is verklaard voor een of meer categorieën, niet zijnde de categorie AM, en aan betrokkene geen nieuw rijbewijs voor de categorie AM is afgegeven 107 lid 2 sub b WVW 1994 65
K 065 cc als houder van een rijbewijs B dat met het oog op deelname aan begeleid rijden was afgegeven, jonger dan 18 jaar een motorrijtuig waarvoor rijbewijs B is vereist besturen zonder dat een op de begeleiderspas vermelde begeleider op de zitplaats naast de bestuurder zat 111a lid 3 onder b en c WVW 1994 140
K 090 aa rijonderricht geven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, tweewielige bromfiets, terwijl deze niet is voorzien van een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 1 RR 95
rijonderricht geven voor rijbewijs B terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van
K 090 a – een dubbele bediening c.q. een onderbreker 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 8 sub a RR 280
K 090 b – een binnen- en een buitenspiegel waarmee degene die rijonderricht geeft het achter en rechts naast hem gelegen weggedeelte kan overzien 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 8 sub b RR 280
K 090 c – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 8 sub b RR 95
rijonderricht geven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, drie- of vierwielige bromfiets, terwijl deze niet is voorzien van
K 090 bb – een dubbele bediening c.q. onderbreker 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 2 RR 280
K 090 cc – een binnen- en buitenspiegel ten behoeve van de rij-instructeur 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 2 RR 280
K 090 dd – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 2 RR 95
K 145 a als bestuurder handelen in strijd met één of meer aan een ontheffing verbonden voorschrift(en), niet betrekking hebbend op de begeleiding of vakbekwaamheid 150 lid 2 WVW 1994 140 140 95 55
als bestuurder van een motorrijtuig niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven
K 150 a – het kentekenbewijs 160 lid 1 sub a WVW 1994 45 45 45
K 150 c – het rijbewijs 160 lid 1 sub b WVW 1994 95 95 95
K 150 e – de ontheffing 160 lid 1 sub d WVW 1994 45
K 150 f – het ingevolge de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders vereiste getuigschrift 160 lid 1 sub c WVW 1994 65
K 150 g – een gehandicaptenparkeerkaart of een kaart ten behoeve van gehandicaptenvervoer 160 lid 1 sub e WVW 1994 95 55
K 150 h – de begeleiderspas 160 lid 1 sub f WVW 1994 65
K 150 aa als begeleider niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven van het rijbewijs 160 lid 8 WVW 1994 65
K 155 a niet meewerken aan het onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties en/of de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven niet opvolgen 160 lid 5 sub a WVW 1994 240 240 160 95 240
K 155 b niet meewerken aan het voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht en/of de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven niet opvolgen 160 lid 5 sub b WVW 1994 240 240 160 95 240
K 155 c niet meewerken aan het onderzoek van speeksel en/of de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven niet opvolgen 160 lid 5 sub c WVW 1994 240 240 160 95 240
Feit Overtreden artikel Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie
--- --- --- --- --- --- --- --- ---
1 2 3 4
Nummers S 005 , VA 004 – VV 101: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
Categorie-indeling C: (maximum snelheid)
1 – Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto's, autobussen en motorvoertuigen met aanhangwagen);
2 – Vrachtauto's, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen;
3 – Bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor;
4 – Land- of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid.
Hoofdstuk 2. Verkeersregels
VIII. Maximumsnelheid
a. Algemeen
als bestuurder niet in staat zijn, zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is 19 RVV 1990
S 005 a – bij snelheden tot en met 80 km/h 280 280 190
Snelheidsoverschrijdingen
Noot
1. * = recidiveregeling snelheid (zie Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen enz.); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h of 30 km/h (cat. 3) het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het openbaar ministerie.
2. indien bij een feitcode bij het tarief «OBM» staat vermeld dan betreft dit de eis ter zitting voor de eerste overtreding. Naast deze boete dient een OBM ov conform de recidiveregeling snelheidsovertredingen te worden geëist.
b. Binnen de bebouwde kom
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 20 sub a RVV 1990 (cat 1/2), 20 sub b en c RVV 1990 (cat 3), 22 sub d en e RVV 1990 (cat 3), 22 sub c RVV 1990 (cat 4)
VA 004 – met 4 km/h 27 46 27 27
VA 005 – met 5 km/h 34 54 34 34
VA 006 – met 6 km/h 40 63 40 40
VA 007 – met 7 km/h 48 75 48 48
VA 008 – met 8 km/h 54 85 54 54
VA 009 – met 9 km/h 63 95 63 63
VA 010 – met 10 km/h 72 107 72 72
VA 011 – met 11 km/h 95 133 95 95
VA 012 – met 12 km/h 105 146 105 105
VA 013 – met 13 km/h 115 158 115 115
VA 014 – met 14 km/h 123 170 123 123
VA 015 – met 15 km/h 133 185 133 133
VA 016 – met 16 km/h 144 195 144 144
VA 017 – met 17 km/h 153 209 153 153
VA 018 – met 18 km/h 165 223 165 165
VA 019 – met 19 km/h 176 241 176 176
VA 020 – met 20 km/h 191 257 191 191
VA 021 – met 21 km/h 203 270 203 203
VA 022 – met 22 km/h 215 283 215 215
VA 023 – met 23 km/h 229 302 229 229
VA 024 – met 24 km/h 241 319 241 241
VA 025 – met 25 km/h 256 337 256 256
VA 026 – met 26 km/h 270 356 270 270
VA 027 – met 27 km/h 287 375 287 287
VA 028 – met 28 km/h 304 394 304 304
VA 029 – met 29 km/h 317 412 317 317
VA 030 – met 30 km/h 334 334
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 62 jo. bord A1 (uitgezonderd [30 km/h]) RVV 1990
VB 004 – met 4 km/h 27 46 27 27
VB 005 – met 5 km/h 34 54 34 34
VB 006 – met 6 km/h 40 63 40 40
VB 007 – met 7 km/h 48 75 48 48
VB 008 – met 8 km/h 54 85 54 54
VB 009 – met 9 km/h 63 95 63 63
VB 010 – met 10 km/h 72 107 72 72
VB 011 – met 11 km/h 95 133 95 95
VB 012 – met 12 km/h 105 146 105 105
VB 013 – met 13 km/h 115 158 115 115
VB 014 – met 14 km/h 123 170 123 123
VB 015 – met 15 km/h 133 185 133 133
VB 016 – met 16 km/h 144 195 144 144
VB 017 – met 17 km/h 153 209 153 153
VB 018 – met 18 km/h 165 223 165 165
VB 019 – met 19 km/h 176 241 176 176
VB 020 – met 20 km/h 191 257 191 191
VB 021 – met 21 km/h 203 270 203 203
VB 022 – met 22 km/h 215 283 215 215
VB 023 – met 23 km/h 229 302 229 229
VB 024 – met 24 km/h 241 319 241 241
VB 025 – met 25 km/h 256 337 256 256
VB 026 – met 26 km/h 270 356 270 270
VB 027 – met 27 km/h 287 375 287 287
VB 028 – met 28 km/h 304 394 304 304
VB 029 – met 29 km/h 317 412 317 317
VB 030 – met 30 km/h 334 334
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (bord A1 [30 km/h]) 62 jo. bord A1 RVV 1990
VS 004 – met 4 km/h 46 102 46 46
VS 005 – met 5 km/h 54 115 54 54
VS 006 – met 6 km/h 63 129 63 63
VS 007 – met 7 km/h 75 144 75 75
VS 008 – met 8 km/h 85 158 85 85
VS 009 – met 9 km/h 95 173 95 95
VS 010 – met 10 km/h 107 187 107 107
VS 011 – met 11 km/h 133 217 133 133
VS 012 – met 12 km/h 146 230 146 146
VS 013 – met 13 km/h 158 246 158 158
VS 014 – met 14 km/h 170 261 170 170
VS 015 – met 15 km/h 185 284 185 185
VS 016 – met 16 km/h 195 304 195 195
VS 017 – met 17 km/h 209 324 209 209
VS 018 – met 18 km/h 223 344 223 223
VS 019 – met 19 km/h 241 367 241 241
VS 020 – met 20 km/h 257 384 257 257
VS 021 – met 21 km/h 270 408 270 270
VS 023 – met 23 km/h 302 302 302
VS 024 – met 24 km/h 319 319 319
VS 025 – met 25 km/h 337 337 337
VS 026 – met 26 km/h 356 356 356
VS 027 – met 27 km/h 375 375 375
VS 028 – met 28 km/h 394 394 394
VS 029 – met 29 km/h 412 412 412
overschrijding van de maximumsnelheid binnen een erf 45 RVV 1990
VV 004 – met 4 km/h 46 102 46 46
VV 005 – met 5 km/h 54 115 54 54
VV 006 – met 6 km/h 63 129 63 63
VV 007 – met 7 km/h 75 144 75 75
VV 008 – met 8 km/h 85 158 85 85
VV 009 – met 9 km/h 95 173 95 95
VV 010 – met 10 km/h 107 187 107 107
VV 011 – met 11 km/h 133 217 133 133
VV 012 – met 12 km/h 146 230 146 146
VV 013 – met 13 km/h 158 246 158 158
VV 014 – met 14 km/h 170 261 170 170
VV 015 – met 15 km/h 185 284 185 185
VV 016 – met 16 km/h 195 304 195 195
VV 017 – met 17 km/h 209 324 209 209
VV 018 – met 18km/h 223 344 223 223
VV 019 – met 19 km/h 241 367 241 241
VV 020 – met 20 km/h 257 384 257 257
VV 021 – met 21 km/h 270 408 270 270
VV 023 – met 23 km/h 302 302 302
VV 024 – met 24 km/h 319 319 319
VV 025 – met 25 km/h 337 337 337
VV 026 – met 26 km/h 356 356 356
VV 027 – met 27 km/h 375 375 375
VV 028 – met 28 km/h 394 394 394
VV 029 – met 29 km/h 412 412 412
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 62 jo. bord A3 RVV 1990
VC 004 – met 4 km/h 27 46 27 27
VC 005 – met 5 km/h 34 54 34 34
VC 006 – met 6 km/h 40 63 40 40
VC 007 – met 7 km/h 48 75 48 48
VC 008 – met 8 km/h 54 85 54 54
VC 009 – met 9 km/h 63 95 63 63
VC 010 – met 10 km/h 72 107 72 72
VC 011 – met 11 km/h 95 133 95 95
VC 012 – met 12 km/h 105 146 105 105
VC 013 – met 13 km/h 115 158 115 115
VC 014 – met 14 km/h 123 170 123 123
VC 015 – met 15 km/h 133 185 133 133
VC 016 – met 16 km/h 144 195 144 144
VC 017 – met 17 km/h 153 209 153 153
VC 018 – met 18 km/h 165 223 165 165
VC 019 – met 19 km/h 176 241 176 176
VC 020 – met 20 km/h 191 257 191 191
VC 021 – met 21 km/h 203 270 203 203
VC 022 – met 22 km/h 215 283 215 215
VC 023 – met 23 km/h 229 302 229 229
VC 024 – met 24 km/h 241 319 241 241
VC 025 – met 25 km/h 256 337 256 256
VC 026 – met 26 km/h 270 356 270 270
VC 027 – met 27 km/h 287 375 287 287
VC 028 – met 28 km/h 304 394 304 304
VC 029 – met 29 km/h 317 412 317 317
VC 030 – met 30 km/h 334 334
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A1 RVV 1990
VD 004 – met 4 km/h 46 102 46 46
VD 005 – met 5 km/h 54 115 54 54
VD 006 – met 6 km/h 63 129 63 63
VD 007 – met 7 km/h 75 144 75 75
VD 008 – met 8 km/h 85 158 85 85
VD 009 – met 9 km/h 95 173 95 95
VD 010 – met 10 km/h 107 187 107 107
VD 011 – met 11 km/h 133 217 133 133
VD 012 – met 12 km/h 146 230 146 146
VD 013 – met 13 km/h 158 246 158 158
VD 014 – met 14 km/h 170 261 170 170
VD 015 – met 15 km/h 185 284 185 185
VD 016 – met 16 km/h 195 304 195 195
VD 017 – met 17 km/h 209 324 209 209
VD 018 – met 18 km/h 223 344 223 223
VD 019 – met 19 km/h 241 367 241 241
VD 020 – met 20 km/h 257 384 257 257
VD 021 – met 21 km/h 270 408 270 270
VD 023 – met 23 km/h 302 302 302
VD 024 – met 24 km/h 319 319 319
VD 025 – met 25 km/h 337 337 337
VD 026 – met 26 km/h 356 356 356
VD 027 – met 27 km/h 375 375 375
VD 028 – met 28 km/h 394 394 394
VD 029 – met 29 km/h 412 412 412
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A3 RVV 1990
VE 004 – met 4 km/h 46 102 46 46
VE 005 – met 5 km/h 54 115 54 54
VE 006 – met 6 km/h 63 129 63 63
VE 007 – met 7 km/h 75 144 75 75
VE 008 – met 8 km/h 85 158 85 85
VE 009 – met 9 km/h 95 173 95 95
VE 010 – met 10 km/h 107 187 107 107
VE 011 – met 11 km/h 133 217 133 133
VE 012 – met 12 km/h 146 230 146 146
VE 013 – met 13 km/h 158 246 158 158
VE 014 – met 14 km/h 170 261 170 170
VE 015 – met 15 km/h 185 284 185 185
VE 016 – met 16 km/h 195 304 195 195
VE 017 – met 17 km/h 209 324 209 209
VE 018 – met 18 km/h 223 344 223 223
VE 019 – met 19 km/h 241 367 241 241
VE 020 – met 20 km/h 257 384 257 257
VE 021 – met 21 km/h 270 408 270 270
VE 023 – met 23 km/h 302 302 302
VE 024 – met 24 km/h 319 319 319
VE 025 – met 25 km/h 337 337 337
VE 026 – met 26 km/h 356 356 356
VE 027 – met 27 km/h 375 375 375
VE 028 – met 28 km/h 394 394 394
VE 029 – met 29 km/h 412 412 412
c. (Auto)wegen buiten de bebouwde kom
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom 21 sub a RVV 1990 (cat 1), 22 sub a, b, f en g RVV 1990 (cat 2), 21 sub b en c RVV 1990 (cat 3), 22 sub d en e RVV 1990 (cat 3), 22 sub c RVV 1990 (cat 4)
VF 004 – met 4 km/h 24 37 24 24
VF 005 – met 5 km/h 32 45 32 32
VF 006 – met 6 km/h 37 53 37 37
VF 007 – met 7 km/h 43 63 43 43
VF 008 – met 8 km/h 50 73 50 50
VF 009 – met 9 km/h 57 79 57 57
VF 010 – met 10 km/h 67 90 67 67
VF 011 – met 11 km/h 90 113 90 90
VF 012 – met 12 km/h 100 121 100 100
VF 013 – met 13 km/h 110 133 110 110
VF 014 – met 14 km/h 117 147 117 117
VF 015 – met 15 km/h 129 158 129 129
VF 016 – met 16 km/h 137 173 137 137
VF 017 – met 17 km/h 147 187 147 147
VF 018 – met 18 km/h 157 198 157 157
VF 019 – met 19 km/h 170 211 170 170
VF 020 – met 20 km/h 183 223 183 183
VF 021 – met 21 km/h 191 241 191 191
VF 022 – met 22 km/h 203 256 203 203
VF 023 – met 23 km/h 215 265 215 215
VF 024 – met 24 km/h 229 283 229 229
VF 025 – met 25 km/h 241 300 241 241
VF 026 – met 26 km/h 256 316 256 256
VF 027 – met 27 km/h 269 334 269 269
VF 028 – met 28 km/h 283 349 283 283
VF 029 – met 29 km/h 300 370 300 300
VF 030 – met 30 km/h 317 384 317
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom 62 jo. bord A1 RVV 1990
VG 004 – met 4 km/h 24 37 24
VG 005 – met 5 km/h 32 45 32
VG 006 – met 6 km/h 37 53 37
VG 007 – met 7 km/h 43 63 43
VG 008 – met 8 km/h 50 73 50
VG 009 – met 9 km/h 57 79 57
VG 010 – met 10 km/h 67 90 67
VG 011 – met 11 km/h 90 113 90
VG 012 – met 12 km/h 100 121 100
VG 013 – met 13 km/h 110 133 110
VG 014 – met 14 km/h 117 147 117
VG 015 – met 15 km/h 129 158 129
VG 016 – met 16 km/h 137 173 137
VG 017 – met 17 km/h 147 187 147
VG 018 – met 18 km/h 157 198 157
VG 019 – met 19 km/h 170 211 170
VG 020 – met 20 km/h 183 223 183
VG 021 – met 21 km/h 191 241 191
VG 022 – met 22 km/h 203 256 203
VG 023 – met 23 km/h 215 265 215
VG 024 – met 24 km/h 229 283 229
VG 025 – met 25 km/h 241 300 241
VG 026 – met 26 km/h 256 316 256
VG 027 – met 27 km/h 269 334 269
VG 028 – met 28 km/h 283 349 283
VG 029 – met 29 km/h 300 370 300
VG 030 – met 30 km/h 317 384
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom 62 jo. bord A3 RVV 1990
VH 004 – met 4 km/h 24 37 24
VH 005 – met 5 km/h 32 45 32
VH 006 – met 6 km/h 37 53 37
VH 007 – met 7 km/h 43 63 43
VH 008 – met 8 km/h 50 73 50
VH 009 – met 9 km/h 57 79 57
VH 010 – met 10 km/h 67 90 67
VH 011 – met 11 km/h 90 113 90
VH 012 – met 12 km/h 100 121 100
VH 013 – met 13 km/h 110 133 110
VH 014 – met 14 km/h 117 147 117
VH 015 – met 15 km/h 129 158 129
VH 016 – met 16 km/h 137 173 137
VH 017 – met 17 km/h 147 187 147
VH 018 – met 18 km/h 157 198 157
VH 019 – met 19 km/h 170 211 170
VH 020 – met 20 km/h 183 223 183
VH 021 – met 21 km/h 191 241 191
VH 022 – met 22 km/h 203 256 203
VH 023 – met 23 km/h 215 265 215
VH 024 – met 24 km/h 229 283 229
VH 025 – met 25 km/h 241 300 241
VH 026 – met 26 km/h 256 316 256
VH 027 – met 27 km/h 269 334 269
VH 028 – met 28 km/h 283 349 283
VH 029 – met 29 km/h 300 370 300
VH 030 – met 30 km/h 317 384
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A1 RVV 1990, 22 sub a, f en g RVV 1990 (cat 2)
VI 004 – met 4 km/h 37 54 37
VI 005 – met 5 km/h 45 67 45
VI 006 – met 6 km/h 53 77 53
VI 007 – met 7 km/h 63 93 63
VI 008 – met 8 km/h 73 105 73
VI 009 – met 9 km/h 79 120 79
VI 010 – met 10 km/h 90 133 90
VI 011 – met 11 km/h 113 163 113
VI 012 – met 12 km/h 121 180 121
VI 013 – met 13 km/h 133 190 133
VI 014 – met 14 km/h 147 211 147
VI 015 – met 15 km/h 158 223 158
VI 016 – met 16 km/h 173 239 173
VI 017 – met 17 km/h 187 257 187
VI 018 – met 18 km/h 198 275 198
VI 019 – met 19 km/h 211 293 211
VI 020 – met 20 km/h 223 311 223
VI 021 – met 21 km/h 241 330 241
VI 022 – met 22 km/h 256 348 256
VI 023 – met 23 km/h 265 369 265
VI 024 – met 24 km/h 283 388 283
VI 025 – met 25 km/h 300 408 300
VI 027 – met 27 km/h 334 334
VI 028 – met 28 km/h 349 349
VI 029 – met 29 km/h 370 370
VI 030 – met 30 km/h 384
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A3 RVV 1990, 22 sub a, f en g RVV 1990 (cat 2)
VK 004 – met 4 km/h 37 54 37
VK 005 – met 5 km/h 45 67 45
VK 006 – met 6 km/h 53 77 53
VK 007 – met 7 km/h 63 93 63
VK 008 – met 8 km/h 73 105 73
VK 009 – met 9 km/h 79 120 79
VK 010 – met 10 km/h 90 133 90
VK 011 – met 11 km/h 113 163 113
VK 012 – met 12 km/h 121 180 121
VK 013 – met 13 km/h 133 190 133
VK 014 – met 14 km/h 147 211 147
VK 015 – met 15 km/h 158 223 158
VK 016 – met 16 km/h 173 239 173
VK 017 – met 17 km/h 187 257 187
VK 018 – met 18 km/h 198 275 198
VK 019 – met 19 km/h 211 293 211
VK 020 – met 20 km/h 223 311 223
VK 021 – met 21 km/h 241 330 241
VK 022 – met 22 km/h 256 348 256
VK 023 – met 23 km/h 265 369 265
VK 024 – met 24 km/h 283 388 283
VK 025 – met 25 km/h 300 408 300
VK 027 – met 27 km/h 334 334
VK 028 – met 28 km/h 349 349
VK 029 – met 29 km/h 370 370
VK 030 – met 30 km/h 384
d. Autosnelwegen
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom 21 sub a RVV 1990 (cat 1), 22 sub a, b, f en g RVV 1990 (cat 2)
VL 001 – met 1 km/h 11
VL 002 – met 2 km/h 16
VL 003 – met 3 km/h 20
VL 004 – met 4 km/h 24 32
VL 005 – met 5 km/h 31 39
VL 006 – met 6 km/h 37 49
VL 007 – met 7 km/h 43 59
VL 008 – met 8 km/h 49 67
VL 009 – met 9 km/h 55 75
VL 010 – met 10 km/h 63 86
VL 011 – met 11 km/h 86 110
VL 012 – met 12 km/h 93 121
VL 013 – met 13 km/h 100 131
VL 014 – met 14 km/h 107 139
VL 015 – met 15 km/h 118 151
VL 016 – met 16 km/h 128 163
VL 017 – met 17 km/h 137 176
VL 018 – met 18 km/h 147 191
VL 019 – met 19 km/h 158 203
VL 020 – met 20 km/h 170 215
VL 021 – met 21 km/h 181 229
VL 022 – met 22 km/h 191 241
VL 023 – met 23 km/h 203 256
VL 024 – met 24 km/h 215 270
VL 025 – met 25 km/h 223 283
VL 026 – met 26 km/h 234 302
VL 027 – met 27 km/h 246 319
VL 028 – met 28 km/h 257 334
VL 029 – met 29 km/h 270 349
VL 030 – met 30 km/h 284 370
VL 031 a – met 31 km/h 292
VL 032 a – met 32 km/h 304
VL 033 a – met 33 km/h 323
VL 034 a – met 34 km/h 339
VL 035 a – met 35 km/h 348
VL 036 a – met 36 km/h 367
VL 037 a – met 37 km/h 384
VL 038 a – met 38 km/h 396
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom 62 jo. bord A1 RVV 1990
VM 004 – met 4 km/h 24 32
VM 005 – met 5 km/h 31 39
VM 006 – met 6 km/h 37 49
VM 007 – met 7 km/h 43 59
VM 008 – met 8 km/h 49 67
VM 009 – met 9 km/h 55 75
VM 010 – met 10 km/h 63 86
VM 011 – met 11 km/h 86 110
VM 012 – met 12 km/h 93 121
VM 013 – met 13 km/h 100 131
VM 014 – met 14 km/h 107 139
VM 015 – met 15 km/h 118 151
VM 016 – met 16 km/h 128 163
VM 017 – met 17 km/h 137 176
VM 018 – met 18 km/h 147 191
VM 019 – met 19 km/h 158 203
VM 020 – met 20 km/h 170 215
VM 021 – met 21 km/h 181 229
VM 022 – met 22 km/h 191 241
VM 023 – met 23 km/h 203 256
VM 024 – met 24 km/h 215 270
VM 025 – met 25 km/h 223 283
VM 026 – met 26 km/h 234 302
VM 027 – met 27 km/h 246 319
VM 028 – met 28 km/h 257 334
VM 029 – met 29 km/h 270 349
VM 030 – met 30 km/h 284 370
VM 031 a – met 31 km/h 292
VM 032 a – met 32 km/h 304
VM 033 a – met 33 km/h 323
VM 034 a – met 34 km/h 339
VM 035 a – met 35 km/h 348
VM 036 a – met 36 km/h 367
VM 037 a – met 37 km/h 384
VM 038 a – met 38 km/h 396
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom 62 jo. bord A3 RVV 1990
VN 004 – met 4 km/h 24 32
VN 005 – met 5 km/h 31 39
VN 006 – met 6 km/h 37 49
VN 007 – met 7 km/h 43 59
VN 008 – met 8 km/h 49 67
VN 009 – met 9 km/h 55 75
VN 010 – met 10 km/h 63 86
VN 011 – met 11 km/h 86 110
VN 012 – met 12 km/h 93 121
VN 013 – met 13 km/h 100 131
VN 014 – met 14 km/h 107 139
VN 015 – met 15 km/h 118 151
VN 016 – met 16 km/h 128 163
VN 017 – met 17 km/h 137 176
VN 018 – met 18 km/h 147 191
VN 019 – met 19 km/h 158 203
VN 020 – met 20 km/h 170 215
VN 021 – met 21 km/h 181 229
VN 022 – met 22 km/h 191 241
VN 023 – met 23 km/h 203 256
VN 024 – met 24 km/h 215 270
VN 025 – met 25 km/h 223 283
VN 026 – met 26 km/h 234 302
VN 027 – met 27 km/h 246 319
VN 028 – met 28 km/h 257 334
VN 029 – met 29 km/h 270 349
VN 030 – met 30 km/h 284 370
VN 031 a – met 31 km/h 292
VN 032 a – met 32 km/h 304
VN 033 a – met 33 km/h 323
VN 034 a – met 34 km/h 339
VN 035 a – met 35 km/h 348
VN 036 a – met 36 km/h 367
VN 037 a – met 37 km/h 384
VN 038 a – met 38 km/h 396
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A1 RVV 1990, 22 sub a, f en g RVV 1990 (cat 2)
VO 004 – met 4 km/h 32 50
VO 005 – met 5 km/h 39 62
VO 006 – met 6 km/h 49 74
VO 007 – met 7 km/h 59 86
VO 008 – met 8 km/h 67 100
VO 009 – met 9 km/h 75 113
VO 010 – met 10 km/h 86 127
VO 011 – met 11 km/h 110 157
VO 012 – met 12 km/h 121 170
VO 013 – met 13 km/h 131 187
VO 014 – met 14 km/h 139 200
VO 015 – met 15 km/h 151 215
VO 016 – met 16 km/h 163 230
VO 017 – met 17 km/h 176 247
VO 018 – met 18 km/h 191 261
VO 019 – met 19 km/h 203 283
VO 020 – met 20 km/h 215 297
VO 021 – met 21 km/h 229 310
VO 022 – met 22 km/h 241 334
VO 023 – met 23 km/h 256 349
VO 024 – met 24 km/h 270 370
VO 025 – met 25 km/h 283 389
VO 026 – met 26 km/h 302 408
VO 027 – met 27 km/h 319
VO 028 – met 28 km/h 334
VO 029 – met 29 km/h 349
VO 030 – met 30 km/h 370
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A3 RVV 1990, 22 sub a, f en g RVV 1990 (cat 2)
VP 004 – met 4 km/h 32 50
VP 005 – met 5 km/h 39 62
VP 006 – met 6 km/h 49 74
VP 007 – met 7 km/h 59 86
VP 008 – met 8 km/h 67 100
VP 009 – met 9 km/h 75 113
VP 010 – met 10 km/h 86 127
VP 011 – met 11 km/h 110 157
VP 012 – met 12 km/h 121 170
VP 013 – met 13 km/h 131 187
VP 014 – met 14 km/h 139 200
VP 015 – met 15 km/h 151 215
VP 016 – met 16 km/h 163 230
VP 017 – met 17 km/h 176 247
VP 018 – met 18 km/h 191 261
VP 019 – met 19 km/h 203 283
VP 020 – met 20 km/h 215 297
VP 021 – met 21 km/h 229 310
VP 022 – met 22 km/h 241 334
VP 023 – met 23 km/h 256 349
VP 024 – met 24 km/h 270 370
VP 025 – met 25 km/h 283 389
VP 026 – met 26 km/h 302 408
VP 027 – met 27 km/h 319
VP 028 – met 28 km/h 334
VP 029 – met 29 km/h 349
VP 030 – met 30 km/h 370
Maatregel na ernstige verstoring olie-aanvoer
overschrijding van de door de Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vastgestelde maximumsnelheid op autosnelwegen bij ernstige verstoring van de olieaanvoer 86b jo. 86a RVV 1990
VR 004 – met 4 km/h 27
VR 005 – met 5 km/h 34
VR 006 – met 6 km/h 40
VR 007 – met 7 km/h 48
VR 008 – met 8 km/h 54
VR 009 – met 9 km/h 63
VR 010 – met 10 km/h 72
VR 011 – met 11 km/h 95
VR 012 – met 12 km/h 105
VR 013 – met 13 km/h 115
VR 014 – met 14 km/h 123
VR 015 – met 15 km/h 133
VR 016 – met 16 km/h 144
VR 017 – met 17 km/h 153
VR 018 – met 18 km/h 165
VR 019 – met 19 km/h 176
VR 020 – met 20 km/h 191
VR 021 – met 21 km/h 203
VR 022 – met 22 km/h 215
VR 023 – met 23 km/h 229
VR 024 – met 24 km/h 241
VR 025 – met 25 km/h 256
VR 026 – met 26 km/h 270
VR 027 – met 27 km/h 287
VR 028 – met 28 km/h 304
VR 029 – met 29 km/h 317
VR 030 – met 30 km/h 334
Feit Overtreden artikel Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie
--- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- ---
1 2 3 4 5 6 7 8
Nummers R 302 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
Categorie-indeling B:
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Schippers;
8 – Een ieder.
NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd.
NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen
Hoofdstuk 2. Verkeersregels
I. Plaats op de weg
R 301 als bestuurder van een motorvoertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg 3 lid 1 RVV 1990 140 140
R 303 a als bestuurder van een voertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een andere weg dan autoweg of autosnelweg 3 lid 1 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 305 als voetganger niet het voetpad of trottoir gebruiken 4 lid 1 RVV 1990 40
R 306 als voetganger bij gebreke van een voetpad of trottoir niet het fietspad of het fiets/bromfietspad gebruiken 4 lid 2 RVV 1990 40
R 307 als voetganger bij gebreke van een voetpad, een trottoir en een fietspad of fiets/bromfietspad niet de berm of de uiterste zijde van de rijbaan gebruiken 4 lid 3 RVV 1990 40
R 324 als persoon die zich verplaatst met behulp van een voorwerp, niet zijnde een voertuig, niet het fietspad, het fiets/bromfietspad, het trottoir of het voetpad gebruiken 4 lid 4 RVV 1990 40
R 308 als (snor)fietser niet het verplichte fietspad of fiets/bromfietspad gebruiken 5 lid 1 RVV 1990 95 55
R 309 als (snor)fietser bij gebreke van een verplicht fietspad of fiets/bromfietspad niet de rijbaan gebruiken 5 lid 2 RVV 1990 95 55
R 312 b als snorfietser met ingeschakelde verbrandingsmotor het onverplichte fietspad gebruiken 5 lid 3 RVV 1990 95
R 312 c als bestuurder van een snorfiets niet de rijbaan gebruiken terwijl dit bij verkeersbesluit, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet, is bepaald en dit bij het verkeersteken dat het verplichte fietspad aangeeft met een onderbord is aangeduid 5 lid 8 RVV 1990 95
R 310 als bromfietser niet het fiets/bromfietspad gebruiken 6 lid 1 RVV 1990 95
R 311 als bromfietser niet de rijbaan gebruiken bij ontbreken van een fiets/bromfietspad (bord G12a) 6 lid 2 RVV 1990 95
R 311 a als bestuurder van een bromfiets op meer dan twee wielen of een bromfiets met aanhangwagen, die met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 m, niet de rijbaan gebruiken 6 lid 3 RVV 1990 95
R 313 als ruiter niet het ruiterpad gebruiken 8 lid 1 RVV 1990 55
R 314 als ruiter bij gebreke van een ruiterpad niet de berm of de rijbaan gebruiken 8 lid 2 RVV 1990 55
als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken 10 lid 1 RVV 1990
R 315 a – door te rijden over het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad 140 140 140
R 315 b – door stil te staan op het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad 95 95 95
R 316 als bestuurder van een bespannen wagen niet de rijbaan gebruiken 10 lid 1 RVV 1990 55
R 317 als bestuurder van een onbespannen wagen niet de rijbaan gebruiken 10 lid 1 RVV 1990 55
R 319 als bestuurder van een motorvoertuig een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken 10 lid 2 RVV 1990 140 140
R 323 als bromfietser een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken 10 lid 2 RVV 1990 95
II. Inhalen
R 326 als bestuurder niet links inhalen 11 lid 1 RVV 1990 240 240 160 95 95
IV. Oprijden van kruispunten
R 331 als bestuurder een kruispunt blokkeren 14 RVV 1990 240 240 160 95 95
V. Verlenen van voorrang
R 336 als bestuurder op een kruispunt geen voorrang verlenen aan bestuurders van rechts 15 lid 1 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 337 als bestuurder op een onverharde weg geen voorrang verlenen aan bestuurders op een verharde weg 15 lid 2 sub a RVV 1990 240 240 160 95 95
R 338 als bestuurder geen voorrang verlenen aan bestuurders van een tram 15 lid 2 sub b RVV 1990 240 240 160 95 95
R 340 a als weggebruiker een overweg opgaan, terwijl men niet direct kan doorgaan en de overweg niet geheel vrij kan maken 15a lid 1 RVV 1990 240 240 160 95 95
VI. Doorsnijden militaire kolonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen
R 341 als weggebruiker een militaire kolonne doorsnijden 16 RVV 1990 95 95 65 35 25 35
R 342 als weggebruiker een uitvaartstoet van motorvoertuigen doorsnijden 16 RVV 1990 95 95 65 35 25 35
VII. Afslaan
R 346 als bestuurder afslaan zonder een teken met de richtingaanwijzer of met de arm te geven 17 lid 2 RVV 1990 95 95 65 35 35
R 347 a als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat hem op dezelfde weg tegemoet komt 18 lid 1 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 347 b als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel links dicht achter hem bevindt 18 lid 1 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 347 c als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel rechts dicht achter hem bevindt 18 lid 1 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 348 als bestuurder links afslaan zonder tegemoetkomende bestuurders die op hetzelfde kruispunt rechts afslaan, voor te laten gaan 18 lid 2 RVV 1990 240 240 160 95 95
Noot stilstaan en parkeren:
In dit onderdeel zijn tevens enkele parkeerfeiten uit de plaatselijke verordeningen en de WVW 1994 opgenomen.
IX. Stilstaan
R 395 een voertuig op een zodanige wijze laten staan waardoor op de weg gevaar wordt/kan worden veroorzaakt, dan wel het verkeer wordt/kan worden gehinderd 5 WVW 1994 140 140 95 55 55
als bestuurder een voertuig laten stilstaan 23 lid 1
R 396 a – op een kruispunt sub a RVV 1990 140 140 55
R 396 b – op een fietsstrook sub b RVV 1990 95 95 35
R 396 c – op de rijbaan langs een fietsstrook sub b RVV 1990 95 95 35
R 396 d – op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan sub c RVV 1990 95 95 35
R 396 e – in een tunnel sub d RVV 1990 95 95 35
R 396 f – bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering sub e RVV 1990 95 95 35
R 396 g – bij een bord bushalte op een afstand van minder dan twaalf meter van dat bord terwijl de geblokte markering niet is aangebracht sub e RVV 1990 95 95 35
R 396 h – op de rijbaan langs een busstrook sub f RVV 1990 95 95 35
R 396 i – langs een gele doorgetrokken streep 62 jo. 23 lid 1 sub g RVV 1990 95 95 35
R 396 j – op een overweg 23 lid 1 sub a RVV 1990 95 95 35
X. Parkeren
als bestuurder een voertuig parkeren 24 lid 1
R 397 a – bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan sub a RVV 1990 95 95 35
R 397 b – voor een inrit of uitrit sub b RVV 1990 95 95 35
R 397 c – buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg sub c RVV 1990 95 95 35
R 397 d – op een parkeergelegenheid terwijl blijkens de aanduiding op of onder het bord, dat voertuig niet behoort tot de aangegeven categorie of groep voertuigen sub d RVV 1990 95 95 35
R 397 e – op een parkeergelegenheid, terwijl blijkens de aanduiding op het bord of op het onderbord, dat voertuig staat geparkeerd op een andere dan de aangegeven wijze sub d RVV 1990 95 95 35
R 397 ea – op een parkeergelegenheid, terwijl blijkens de aanduiding op het bord of op het onderbord, dat voertuig staat geparkeerd met een ander doel dan de aangegeven wijze sub d RVV 1990 95 95 35
R 397 f – op een parkeergelegenheid, terwijl dat voertuig staat geparkeerd op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden sub d RVV 1990 95 95 35
R 397 g – langs een gele onderbroken streep sub e RVV 1990 95 95 35
R 397 h – op een gelegenheid bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen sub f RVV 1990 95 95 35
R 397 i – op een parkeerplaats voor vergunninghouders aangeduid door verkeersbord E9, zonder dat voor dat voertuig een vergunning tot parkeren op die plaats was verleend sub g RVV 1990 95 95 35
R 397 j – op een parkeergelegenheid aangeduid door één van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13 van de bijlage I buiten de aangegeven parkeervakken 24 lid 4 RVV 1990 95 95 35
R 398 als bestuurder een voertuig dubbel parkeren 24 lid 3 RVV 1990 95 95 35
als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep, terwijl
R 400 ae – dat motorvoertuig niet is voorzien van een duidelijk zichtbare achter de voorruit geplaatste parkeerschijf 25 lid 2 RVV 1990 95
R 400 af – dat motorvoertuig niet is voorzien van een parkeerschijf, waarop aan de getoonde zijde slechts één kalenderuren aanduidende cijferreeks staat die vanaf het begin van het parkeren in duidelijk leesbare cijfers tegen een contrasterende achtergrond in hele of halve uren het tijdstip weergeeft waarop met het parkeren is begonnen 25 lid 3 RVV 1990 95
R 400 ab – de toegestane parkeerduur is verstreken 25 lid 4 RVV 1990 95
R 401 als bestuurder een voertuig parkeren in een parkeerschijfzone (geldt niet voor parkeerplaatsen, die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of die zijn voorzien van een blauwe streep) 25 lid 1 RVV 1990 95 95 35
R 402 b als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin duidelijk zichtbaar is aangebracht een geldige gehandicaptenparkeerkaart 26 lid 1 RVV 1990 380 380 150
R 402 c als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een voertuig dat voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemd is 26 lid 1 RVV 1990 380 380 150
R 402 d als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan dat het parkeren rechtstreeks verband houdt met het vervoer van een gehandicapte 26 lid 1 RVV 1990 380 380 150 150
R 403 a als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl de parkeermeter niet in werking is gesteld of aangeeft dat de parkeerduur is verstreken Pl.V 95
R 403 b als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl aldaar reeds een motorvoertuig staat geparkeerd Pl.V 95
R 405 als bestuurder een motorvoertuig op twee wielen, een bromfiets dan wel een fiets parkeren op een parkeervak behorende bij een parkeermeter Pl.V 95 65 35
R 406 een voertuig doen of laten staan in een park of plantsoen, op openbare beplantingen of groenstroken Pl.V 95 95 35
R 406 a een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door het parkeren of aanwezig hebben van een voertuig Pl. V 95 95 35
als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerterrein waar dit slechts met gebruikmaking van een ter plaatse aangebrachte parkeerautomaat is toegestaan Pl.V
R 409 a – anders dan voorzien van een door de parkeerautomaat afgegeven parkeerkaart, aangebracht op de voorgeschreven wijze 95 95 35
R 409 b – terwijl de op de parkeerkaart aangegeven parkeertijd is verstreken 95 95 35
R 409 c – zonder de aangebrachte parkeerautomaat in werking te stellen 95 95 35
R 409 d – terwijl de op de parkeerautomaat aangegeven parkeertijd is verstreken 95 95 35
een voertuig dat, met inbegrip van de lading Pl.V
R 414 a – langer is dan 6 meter of hoger is dan 2,4 meter parkeren op een plaats, die als schadelijk voor het aanzien van de gemeente is aangewezen 95 35
R 414 b – langer is dan 6 meter, buiten de vastgestelde tijden, parkeren op een aangewezen weg, waar dit parkeren buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte 95 35
R 414 c – langer is dan 6 m of hoger is dan 2,4 m zodanig parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of op andere wijze hinder/overlast wordt aangedaan 95 35
R 493 een geparkeerd voertuig op een aangewezen weg of weggedeelte, waar dit niet is toegestaan, te koop aanbieden of verhandelen Pl.V 190 190 190
R 494 een defect voertuig langer dan de vastgestelde termijn op een weg parkeren Pl.V 95 95 95
R 495 een kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, keetwagen, aanhangwagen of ander dergelijk voertuig op een aangewezen weg waar dit niet is toegestaan, langer dan de vastgestelde termijn te plaatsen of hebben Pl.V 95 95 95
R 496 een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op een weg parkeren met als doel handelsreclame te maken Pl.V 190 190 190
R 592 a als bestuurder van een voertuig parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden Pl.V 95 95 35
XI. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen
R 412 b een bromfiets plaatsen anders dan op het trottoir, voetpad, in de berm of door het bevoegde gezag aangewezen plaatsen 27 RVV 1990 65
XII. Signalen
R 418 als bestuurder van een motorvoertuig geen geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht voeren bij werkzaamheden en omstandigheden, waarbij dit, ingevolge artikel 6 van de Regeling optische en geluidssignalen, verplicht is indien de kans bestaat dat dit motorvoertuig niet tijdig wordt opgemerkt 30 lid 1 RVV 1990 95 95
R 419 signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan 31 RVV 1990 95 95 65 35 35 95
XIII. Gebruik van lichten tijdens het rijden
als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets, een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een verbrandingsmotor, of een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een elektromotor en voorzien van een gesloten carrosserie, geen dim- of grootlicht voeren 32 lid 1 RVV 1990
R 421 a – bij nacht, binnen de bebouwde kom 95 95 65 35
R 421 b – bij nacht, buiten de bebouwde kom 140 140 95 55
R 421 c – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 140 140 95 55
R 425 als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig groot licht voeren bij dag, bij het tegenkomen van een andere weggebruiker, dan wel bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig 32 lid 2 RVV 1990 140 140 95 55
als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, het achterlicht brandt 32 lid 3 RVV 1990
R 426 a – bij nacht, binnen de bebouwde kom 95 95 65 35
R 426 b – bij nacht, buiten de bebouwde kom 140 140 95 55
R 426 c – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 140 140 95 55
als bestuurder rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, de verlichting van de achterkentekenplaat brandt
R 428 a – van een motorvoertuig 32 lid 3 RVV 1990 45 45
R 428 b – van een motorvoertuig met aanhangwagen 33 RVV 1990 45 45
als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen geen achterlicht voeren 33 RVV 1990
R 431 d – bij nacht, binnen de bebouwde kom 95 95
R 431 e – bij nacht, buiten de bebouwde kom 140 140
R 431 f – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 140 140
als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen niet in de Regeling Voertuigen voorgeschreven stadslicht voeren 33 RVV 1990
R 432 d – bij nacht, binnen de bebouwde kom 95 95
R 432 e – bij nacht, buiten de bebouwde kom 140 140
R 432 f – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 140 140
R 434 als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig anders dan bij mist, sneeuwval of regen, die het zicht ernstig belemmert mistlicht(en) aan de voorzijde voeren 34 lid 1 RVV 1990 95 95 65 35
R 436 als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig mistachterlicht voeren, indien het zicht door mist of sneeuwval niet beperkt is tot een afstand van minder dan 50 meter 34 lid 2 RVV 1990 140 140 95 55
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd geen voor- en achterlicht voeren
R 438 i – als bestuurder van een wagen 35b lid 1 RVV 1990 35
R 438 j – als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig zonder motor, gebruikmakend van de rijbaan of het fiets-/bromfietspad 35b lid 2 RVV 1990 35
als fietser bij nacht of dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
R 438 k – geen voortdurend voor tegemoetkomende weggebruikers zichtba(a)r(e) wit(te)- of ge(e)l(e) licht(en) aan de voorzijde voeren en/of voortdurend voor van achteren naderende weggebruikers zichtbaar rood licht aan de achterzijde voeren 35 en 35a RVV 1990 55
R 438 l – verblindend wit of geel licht aan de voorzijde voeren 35a lid 1 RVV 1990 55
R 438 m – knipperende verlichting voeren 35a lid 2 RVV 1990 55
als bestuurder van een snorfiets, zijnde een bromfiets als bedoeld in artikel 1, lid 1, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet bij nacht of dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
R 438 n – geen voortdurend voor tegemoetkomende weggebruikers zichtba(a)r(e) wit(te)- of ge(e)l(e) licht(en) aan de voorzijde voeren en/of voortdurend voor van achteren naderende weggebruikers zichtbaar rood licht aan de achterzijde voeren 35 c jo. 35 en 35a RVV 1990 65
R 438 o – verblindend wit of geel licht aan de voorzijde voeren 35c jo. 35a lid 1 RVV 1990 65
R 438 p – knipperende verlichting voeren 35c jo. 35a lid 2 RVV 1990 65
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd niet een lantaarn meevoeren die naar voren wit of geel licht en naar achteren rood licht straalt 36 RVV 1990
R 445 c – als ruiter 35
R 445 d – als geleider van rij-, trekdieren of vee 35
XIV. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens geen stadslicht en achterlicht voeren
R 451 c – als bestuurder van een stilstaand motorvoertuig 38 RVV 1990 140
R 451 d – op een stilstaande aanhangwagen 39 RVV 1990 140
R 453 bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd op de rijbaan buiten de bebouwde kom geen voor- en achterlicht voeren op een stilstaande wagen 40 RVV 1990 55
XV. Bijzondere lichten
R 458 als bestuurder van een motorvoertuig tegelijk met enig ander licht aan de voorzijde dagrijlicht voeren 41 lid 1 RVV 1990 140 140
als bestuurder van een motorvoertuig aan de voorzijde naast het dimlicht of het mistlicht andere verlichting voeren dan bochtlicht, hoeklicht, richtlicht, manoeuvreerlichten voor zover niet sneller wordt gereden dan 10 km/h, markeringslichten of staaklichten 41 lid 2 RVV 1990
R 456 a – bij nacht 140 140
R 456 b – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 140 140
R 459 als bestuurder een verlicht transparant voeren vanuit een ander voertuig of op andere wijze dan genoemd 41a lid 5 RVV 1990 140 140 95 55 55 140
XVI. Autosnelwegen en autowegen
a. Autosnelwegen
R 461 a anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag en kan worden gereden dan 60 kilometer per uur, een autosnelweg gebruiken 42 lid 1 RVV 1990 150 110 150 380
behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autosnelweg 43 lid 3 RVV 1990
R 465 b – gebruik maken van de berm 140 140
R 465 c – op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan 240 240
R 466 als bestuurder van een samenstel van voertuigen dat langer is dan 7 meter, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken 43 lid 4 RVV 1990 240
R 467 als bestuurder van een vrachtauto, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken 43 lid 4 RVV 1990 240
b. Autowegen
R 468 a anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag en kan worden gereden dan 50 kilometer per uur, een autoweg gebruiken 42 lid 2 RVV 1990 150 110 150 380
behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autoweg 43 lid 3 RVV 1990
R 472 b – gebruik maken van de berm 140 140
R 472 c – op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan 240 240
XVII. Erven
R 478 als bestuurder een motorvoertuig binnen een erf parkeren anders dan op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven 46 RVV 1990 95 95
XX. Voorrangsvoertuigen
R 486 als weggebruiker een voorrangsvoertuig niet voor laten gaan 50 RVV 1990 240 240 160 95 70 95
XXI. Loslopend vee
R 491 rij-, trekdieren of vee zonder toezicht op de weg los laten lopen 51 lid 1 RVV 1990 140
XXII. In- en uitstappende passagiers
R 492 als bestuurder een tram of autobus voorbij rijden aan de zijde waar passagiers in- en uitstappen zonder hen daartoe de gelegenheid te geven 52 RVV 1990 380 380 260 150 150
XXIII. Slepen
R 501 als bestuurder van een motorvoertuig een ander motorvoertuig slepen, terwijl de onderlinge afstand meer dan vijf meter bedraagt 53 RVV 1990 95 95
XXIV. Bijzondere manoeuvres
R 505 als bestuurder wegrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 506 als bestuurder achteruitrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 507 als bestuurder uit een uitrit de weg oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 508 als bestuurder vanaf een weg een inrit oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 509 als bestuurder keren zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 510 als bestuurder van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 511 als bestuurder van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 512 als bestuurder van rijstrook wisselen zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 513 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wegrijden geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 95 95 65
R 514 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het inhalen van een ander voertuig geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 95 95 65
R 515 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het oprijden van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 95 95 65
R 516 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het verlaten van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 95 95 65
R 517 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wisselen van rijstrook geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 95 95 65
R 518 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij een andere belangrijke zijdelingse verplaatsing geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 95 95 65
R 519 als bestuurder binnen de bebouwde kom geen gelegenheid geven aan een autobus weg te rijden van een halte wanneer de bestuurder van die autobus door het geven van een teken met zijn richtingaanwijzer zijn voornemen daartoe kenbaar maakt 56 lid 1 RVV 1990 140 140 95 55 55
XXV. Onnodig geluid
R 522 als bestuurder van een motorvoertuig, als bromfietser of snorfietser onnodig geluid veroorzaken met dat voertuig 57 RVV 1990 380 380 260
XXVI. Gevarendriehoek
R 526 het niet plaatsen van een gevarendriehoek in de voorgeschreven gevallen, op de voorgeschreven wijze bij een stilstaand motorvoertuig op meer dan twee wielen en aanhangwagens, zijnde een obstakel, terwijl geen knipperend waarschuwingslicht wordt gevoerd 58 RVV 1990 140 140
XXVI a. Zitplaatsen
R 530 a tijdens deelname aan het verkeer als bestuurder of passagier niet op de voor hem/haar bestemde zitplaats zitten en/of als bestuurder (een) passagier(s) vervoeren terwijl deze/die niet op de voor hem/hen bestemde zitplaats zit(ten) 58a lid 1 en lid 4 RVV 1990 140 140 95 55 140
R 530 b als bromfietser of fietser een passagier jonger dan acht jaar vervoeren anders dan op een doelmatige en veilige voorziening met voldoende steun voor rug, handen en voeten 58a lid 3 en 4 RVV 1990 95 55
XXVII. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen
R 533 als bestuurder of passagier van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel geen gebruik maken van de voor hen beschikbare autogordel 59 lid 1 RVV 1990 140 140 140
als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel
R 535 f – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem 59 lid 8 jo. 59 lid 1 RVV 1990 140
R 535 k – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaar en met een lengte van 1.35 meter of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel 59 lid 8 jo. 59 lid 1 RVV 1990 140
R 535 g – op de voorste zitplaats (een) passagier(s) in de leeftijd van 3 tot 18 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat een autogordel of goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is 59 lid 2 RVV 1990 140
R 535 h – (een) passagier(s) jonger dan 3 jaar vervoeren, terwijl geen autogordel of kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is 59 lid 2 RVV 1990 140
R 535 i – terwijl de zitplaatsen voor passagiers zijn voorzien van autogordels, meer passagiers vervoeren dan er autogordels aanwezig zijn 59 lid 1 RVV 1990 140
R 535 j – (een) passagier(s) jonger dan 18 jaar in een naar achteren gericht kinderzitje op een passagierszitplaats vervoeren, terwijl de voorairbag van die zitplaats niet is uitgeschakeld 59 lid 3 RVV 1990 140
R 535 m – in een taxi op een van de voorste zitplaatsen (een) passagier(s) vervoeren jonger dan 18 jaar en met een lengte van minder dan 1.35 meter, terwijl geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is 59 lid 5 RVV 1990 140
R 535 mo – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaar vervoeren terwijl de autogordel, de veiligheidsgordel of het kinderbeveiligingssysteem in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel wordt gebruikt op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden 59 lid 7 RVV 1990 140
R 535 o de autogordel, de veiligheidsgordel of het kinderbeveiligingssysteem in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel gebruiken op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden 59 lid 8 jo. 59 lid 7 RVV 1990 140 140
R 535 e als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel een passagier vervoeren die gebruikmaakt van een rolstoel, terwijl de rolstoel niet is vastgezet op een wijze die de stabiliteit van de rolstoel en de veiligheid van de rolstoelgebruiker waarborgt 59 lid 8 jo. 59 lid 4 RVV 1990 240
R 535 s als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel een passagier vervoeren die gebruik maakt van een rolstoel, zonder dat gebruik wordt gemaakt van de (beschikbare) veiligheidsgordel die deel uitmaakt van het voertuig of die deel uit maakt van het systeem waarmee de rolstoel aan de vloer van het voertuig is bevestigd of van een door de minister van IenM aangewezen constructie 59 lid 8 jo. 59 lid 4 RVV 1990 140
XXVIIa. Autobus
R 535 p als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus of passagier geen gebruik maken van de autogordel of het kinderbeveiligingssysteem waarmee de autobus is uitgerust 59a lid 1 RVV 1990 140 140
als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus
R 535 q – (een) passagier(s) van 3 jaar of ouder, maar jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 m vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem of bij gebrek daaraan, de autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en) 59a lid 4 jo. 59a lid 1 RVV 1990 140
R 535 r – (een) passagier(s) van 3 jaar of ouder maar jonger dan 12 jaar en met een lengte van 1.35 m of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en) 59a lid 4 jo. 59a lid 1 RVV 1990 140
XXVIII. Helmen
R 536 a als bestuurder, passagier van een bromfiets of brommobiel zonder gesloten carrosserie geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk 60 lid 1 RVV 1990 95 95
R 536 e als bestuurder of passagier van een snorfiets geen helm dragen terwijl ingevolge artikel 5, achtste lid, de rijbaan wordt gebruikt 60 lid 1 RVV 1990 95 95
R 536 c als bestuurder, passagier van een motorfiets dan wel driewielig motorvoertuig zonder gesloten carrosserie geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en is voorzien van een goedkeuringsmerk 60 lid 1 RVV 1990 140 140 140
R 537 als bestuurder van een motorfiets, bromfiets of brommobiel dan wel driewielig motorvoertuig zonder gesloten carrosserie een passagier beneden de twaalf jaren vervoeren, die geen goedpassende helm draagt, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk 60 lid 3 RVV 1990 140 140 95
XXX. Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur
R 545 als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor tijdens het rijden een mobiele telefoon vast houden 61a RVV 1990 240 240 160 95
XXXI. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten
personen vervoeren 61b lid 1 RVV 1990
R 539 a – in de gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets 140
R 539 b – in de open laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets, dan wel in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets 240 240 160
Hoofdstuk 3. Verkeerstekens
II. Verkeersborden
R 548 als bestuurder in strijd met bord B6 geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg 62 jo. bord B6 RVV 1990 240 240 160 95 95
als bestuurder in strijd met bord B7 62 jo. bord B7 RVV 1990
R 549 a – niet stoppen 140 140 95 55 55
R 549 b – geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg 240 240 160 95 95
R 549 c – niet stoppen en geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg 240 240 160 95 95
als bestuurder in strijd met bord C1 (gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee) 62 jo. bord C1 RVV 1990
R 550 a – een weg gebruiken 95 95 65 35 35
R 550 b – een weg(gedeelte) bestemd voor aangewezen categorie(ën) voertuigen gebruiken (doelgroepstroken) 140 140 95 55 55
een weg gebruiken in strijd met bord C2 (eenrichtingsweg, in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee) 62 jo. bord C2 RVV 1990
R 551 b – als bestuurder op een andere weg dan autoweg of autosnelweg 140 140 95 55 55
als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord
R 552 a – C3 (eenrichtingsweg) 62 jo. bord C3 RVV 1990 140 140 95 55 55
R 552 b – C4 (eenrichtingsweg) 62 jo. bord C4 RVV 1990 140 140 95 55 55
R 553 b als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen in strijd met bord C6 (geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen) een weg gebruiken 62 jo. bord C6 RVV 1990 95
R 553 d als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen een weg gebruiken in strijd met bord C6 (geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen), waarbij gebied is aangeduid als milieuzone 62 jo. bord C6 RVV 1990 95
R 554 a als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto's) (alle wegen behalve milieuzones) 62 jo. bord C7 RVV 1990 95
R 554 c als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto's), waarbij gebied is aangeduid als milieuzone 62 jo. bord C7 RVV 1990 240
R 554 d als bestuurder van een autobus een weg gebruiken in strijd met bord C7a (geslotenverklaring voor autobussen) 62 jo. bord C7a RVV 1990 95
R 554 e als bestuurder van een autobus of vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7b (geslotenverklaring voor autobussen en vrachtauto's) 62 jo. bord C7b RVV 1990 95
R 571 als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C22a (geslotenverklaring voor vrachtauto's die niet voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 86d RVV 1990) (milieuzone) 62 jo. bord C22a RVV 1990 240
R 555 als bestuurder van een motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur een weg gebruiken in strijd met bord C8 (geslotenverklaring voor motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur) 62 jo. bord C8 RVV 1990 95
R 556 als ruiter, geleider van rij-, trekdieren of vee, bestuurder van een wagen, een motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 kilometer per uur, een brommobiel, een fiets, een bromfiets of een gehandicaptenvoertuig in strijd met bord C9 een weg gebruiken (geslotenverklaring) 62 jo. bord C9 RVV 1990 95 65 35 35
R 557 als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen een weg gebruiken in strijd met bord C10 (geslotenverklaring voor motorvoertuig met aanhangwagen) 62 jo. bord C10 RVV 1990 95 95
R 558 als bestuurder van een motorfiets een weg gebruiken in strijd met bord C11 (geslotenverklaring motorfiets) 62 jo. bord C11 RVV 1990 95
R 559 als bestuurder van een motorvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C12 (geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen) 62 jo. bord C12 RVV 1990 95 95
R 560 als bestuurder van een bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor een weg gebruiken in strijd met bord C13 (geslotenverklaring voor bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor) 62 jo. bord C13 RVV 1990 65 35
R 560 c als bestuurder van een bromfiets of snorfiets een weg gebruiken in strijd met bord C13 (geslotenverklaring voor bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig, met in werking zijnde motor) waarbij gebied is aangeduid als milieuzone 62 jo. bord C13 RVV 1990 65
R 561 als bestuurder van een fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor een weg gebruiken in strijd met bord C14 (geslotenverklaring voor fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor) (categorie 3 betreft alleen snorfiets met uitgeschakelde motor) 62 jo. bord C14 RVV 1990 35 35
R 562 als bestuurder van een fiets, een bromfiets of gehandicaptenvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C15 (geslotenverklaring voor fiets, bromfiets of gehandicaptenvoertuig) 62 jo. bord C15 RVV 1990 65 35
R 563 als voetganger een weg gebruiken in strijd met bord C16 (geslotenverklaring voor voetgangers) 62 jo. bord C16 RVV 1990 25
R 564 als bestuurder van een voertuig of samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C17 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen die, met inbegrip van de lading, langer zijn dan op het bord C17 is aangegeven) 62 jo. bord C17 RVV 1990 140 55
R 565 als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C18 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan op het bord C18 is aangegeven) 62 jo. bord C18 RVV 1990 140 55
R 566 als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C19 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord C19 is aangegeven) 62 jo. bord C19 RVV 1990 140 55
als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C20 (geslotenverklaring voor voertuigen waarvan de aslast hoger is dan op het bord C20 is aangegeven) met een overschrijding van 62 jo. bord C20 RVV 1990
R 567 a – tot en met 10% 140 55
R 567 b – meer dan 10% tot en met 20% 210 80
R 567 c – meer dan 20% tot en met 30% 310 120
als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van 62 jo. bord C21 RVV 1990
R 568 a – tot en met 10% 140 55
R 568 b – meer dan 10% tot en met 20% 210 80
R 568 c – meer dan 20% tot en met 30% 310 120
als bestuurder van een samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van 62 jo. bord C21 RVV 1990
R 569 a – tot en met 10% 140 55
R 569 b – meer dan 10% tot en met 20% 210 80
R 569 c – meer dan 20% tot en met 30% 310 120
R 574 als bestuurder rijden in strijd met de door bord D1 aangegeven rijrichting (rotonde; verplichte rijrichting) 62 jo. bord D1 RVV 1990 95 95 65 35 35
R 575 als bestuurder rijden in strijd met bord D2 aan de andere zijde dan het bord aangeeft (gebod voor alle bestuurders het bord D2 voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft) 62 jo. bord D2 RVV 1990 95 95 65 35 35
R 576 als bestuurder in strijd met bord D4 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D4 is aangegeven) 62 jo. bord D4 RVV 1990 95 95 65 35 35
R 577 als bestuurder in strijd met bord D5 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D5 is aangegeven) 62 jo. bord D5 RVV 1990 95 95 65 35 35
R 578 als bestuurder in strijd met bord D6 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D6 zijn aangegeven) 62 jo. bord D6 RVV 1990 95 95 65 35 35
R 579 als bestuurder in strijd met bord D7 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D7 zijn aangegeven) 62 jo. bord D7 RVV 1990 95 95 65 35 35
R 584 als bestuurder een voertuig parkeren in strijd met (zone) bord E1 (parkeerverbod(szone)) 62 jo. bord E1 RVV 1990 95 95 35 95
R 585 als bestuurder een voertuig laten stilstaan in strijd met bord E2 (verbod stilstaan) 62 jo. bord E2 RVV 1990 95 95 35
R 587 b een bromfiets plaatsen in strijd met bord E3 (verbod (brom)fietsen te plaatsen) 62 jo. bord E3 RVV 1990 65
R 593 als bestuurder van een motorvoertuig in strijd met bord F1 een motorvoertuig inhalen (verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen) 62 jo. bord F1 RVV 1990 240 240
R 594 als bestuurder van een vrachtauto in strijd met bord F3 een motorvoertuig inhalen (verbod voor vrachtauto's om motorvoertuigen in te halen) 62 jo. bord F3 RVV 1990 240
R 595 als bestuurder in strijd met bord F5 doorgaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting (verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting) 62 jo. bord F5 RVV 1990 140 140 95 55 55
R 596 als bestuurder in strijd met bord F7 keren 62 jo. bord F7 RVV 1990 140 140 95 55 55
R 598 als bestuurder van een motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 km/h in strijd met bord F11 geen gebruik maken van de voor dat motorvoertuig verplichte passeerbaan of passeerstrook 62 jo. bord F11 RVV 1990 95
R 599 a als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een lijnbus, in strijd met bord F13 gebruik maken van een uitsluitend voor lijnbussen bestemde rijbaan of rijstrook 62 jo. bord F13 RVV 1990 95 95 65 35
R 599 b als bestuurder van een motorvoertuig in strijd met bord F15 gebruik maken van een uitsluitend voor trams bestemde rijbaan of rijstrook 62 jo. bord F15 RVV 1990 95 95 65 35
R 599 c als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een lijnbus, in strijd met bord F17 gebruik maken van een uitsluitend voor lijnbussen en trams bestemde rijbaan of rijstrook 62 jo. bord F17 RVV 1990 95 95 65 35
R 599 d als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een vrachtauto of lijnbus, in strijd met bord F19 gebruik maken van een uitsluitend voor vrachtauto's en lijnbussen bestemde rijbaan of rijstrook 62 jo. bord F19 RVV 1990 95 95 65 35
R 599 e als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een vrachtauto, in strijd met bord F21 gebruik maken van een uitsluitend voor vrachtauto's bestemde rijbaan of rijstrook 62 jo. bord F21 RVV 1990 95 95 65 35
III. Verkeerslichten
R 601 als bestuurder niet doorgaan bij groen licht bij een driekleurig verkeerslicht 62 jo. 68 lid 1 sub a RVV 1990 140 140
R 602 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht 62 jo. 68 lid 1 sub c RVV 1990 240 240 160 95 70 95
R 603 als fietser, bromfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een driekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan 62 jo. 68 lid 6 RVV 1990 160 95
R 604 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij tweekleurig verkeerslicht 62 jo. 69 lid 1 sub b RVV 1990 240 240 160 95 70 95
R 605 als fietser, bromfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een tweekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan 62 jo. 69 lid 2 ivm 68 lid 6 RVV 1990 160 95
R 606 als bestuurder van een tram, lijnbus of ander voertuig niet stoppen voor rood tram-/buslicht 62 jo. 70 lid 1 sub c ivm 70 lid 3, 4 RVV 1990 240 240 160 240
R 607 als bestuurder van een tram niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht 62 jo. 68 lid 1 sub c RVV 1990 240
R 608 als weggebruiker niet stoppen voor rood knipperlicht bij overweglichten 62 jo. 71 sub b RVV 1990 240 240 160 95 70 95
R 609 als weggebruiker niet stoppen voor rood (knipper)licht bij bruglichten 62 jo. 72 RVV 1990 240 240 160 95 70 95
R 611 als bestuurder van een ander voertuig dan een lijnbus een door een verlichte afbeelding van «BUS» gemarkeerde rijstrook gebruiken 62 jo. 73 sub d RVV 1990 140 140 95 55 55
R 612 als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig beginnen over te steken bij rood voetgangerslicht 62 jo. 74 lid 1 sub c RVV 1990 95 70
R 613 als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij het oversteken het overige verkeer ter plaatse niet voor laten gaan, indien het rode licht is vervangen door een geel knipperlicht als bedoeld in artikel 75 van het RVV 1990 62 jo. 74 lid 2 RVV 1990 95 70
R 614 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij toeritdosering 62 jo. 68 lid 1 sub c c.q. 69 lid 1 sub b RVV 1990 95 95
IV. Verkeerstekens op het wegdek
R 617 a als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep overschrijden met verkeer in een richting 62 jo. 76 lid 1 RVV 1990 140 140 95 55 55
R 617 b als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep overschrijden met verkeer in beide richtingen 62 jo. 76 lid 1 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 617 c als bestuurder zich links bevinden van een tussen rijstroken of paden aangebrachte doorgetrokken streep met verkeer in beide richtingen 62 jo. 76 lid 1 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 618 als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken 62 jo. 77 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 618 a als bestuurder een puntstuk gebruiken 62 jo. 77 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 619 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser die de rijbaan volgt op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft 62 jo. 78 lid 1 RVV 1990 240 240 160
R 619 a als bestuurder die een doorgaande rijbaan verlaat en daartoe een uitrijstrook volgt ter hoogte van de daarin aangebrachte pijlen niet de richting volgen die de uitrijstrook aangeeft 62. jo. 78 lid 2 RVV 1990 240 240 160
R 620 als bestuurder niet stoppen voor stopstreep daar waar dit op grond van het RVV 1990 verplicht is 62 jo. 79 RVV 1990 95 95 65 35 35
R 621 als bestuurder in strijd met op het wegdek aangebrachte haaietanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg 62 jo. 80 RVV 1990 240 240 160 95 95
R 622 als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus, autobus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met «BUS» 62 jo. 81 RVV 1990 140 140 95 55 40 55
R 622 a als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met: «LIJNBUS» 62 jo. 81 RVV 1990 140 140 95 55 40 55
Nummers R 701 – R 706: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
R 701 zonder daartoe krachtens het Besluit bevoegd te zijn verkeerstekens op, langs of boven de wegen aanbrengen, doen aanbrengen, aangebracht houden, verwijderen, dan wel de zichtbaarheid daarvan wegnemen 1a BABW 140
R 702 voorwerpen, inrichting of borden, van welke aard ook, die het verkeer in verwarring zouden kunnen brengen op, langs of boven de wegen aanbrengen, doen aanbrengen of aangebracht houden 2 BABW 140
R 703 niet zo spoedig mogelijk op de juiste wijze inleveren van ongeldige gehandicaptenparkeerkaart 54 jo. 53 BABW 95
R 704 als verkeersregelaar niet op eerste vordering tonen van de krachtens de wet vereiste aanstellingspas 58a BABW 95
R 705 als verkeersregelaar, niet zijnde een weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat, een aanwijzing als bedoeld in artikel 82, 1e lid van het RVV 1990 vanaf een motorrijtuig, of als verkeersregelaar niet zijnde een transportbegeleider of een weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat, vanuit een motorrijtuig geven 58a BABW 95
R 706 als transportbegeleider of weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat vanuit een motorrijtuig een aanwijzing als bedoeld in artikel 82, 1e lid van het RVV 1990 op een weg onder beheer van het Rijk of op een kruispunt gelegen op andere weg geven 58a BABW 95
Nummers K 405 – K 540: Kentekenreglement (KR)
K 405 de kentekenplaat voldoet niet aan de gestelde eisen 5 lid 1 en 3 Kr 140
Wijziging van de tenaamstelling: overdracht tussen particulieren
K 420 als nieuwe eigenaar/houder niet binnen één week de Dienst Wegverkeer op de voorgeschreven wijze om tenaamstelling verzoeken 26 lid 2, 58b lid 2 en 58l lid 2 Kr 360
Wijziging van de tenaamstelling: overlijden van een kentekenhouder
K 485 als eigenaar/houder na overlijden van degene die in het kentekenregister als tenaamgestelde staat geregistreerd niet binnen vijf weken op de voorgeschreven wijze bij de Dienst Wegverkeer een verzoek indienen om het voertuig op zijn naam te registreren 29 lid 1, 58f lid 1 en 58p lid 1 Kr 360
Aanvraag nieuw deel I (A)
Kentekencard vanaf 1 januari 2014
K 526 niet onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens melden indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens in het kentekenregister 34 lid 1 Kr 95
Kentekenbewijzen afgegeven voor 1 januari 2014
K 527 niet onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens melden indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens op het afgegeven deel I 58h lid 1 en 58s lid 1 Kr 95
Handelaarskenteken(bewijs)
K 535 als kentekenhouder het handelaarskenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruiken 44 Kr 360
K 540 het ongeldig verklaarde handelaarskentekenbewijs niet onverwijld inleveren 45 lid 2 Kr 360
Nummers A 901 – A 934: Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) en Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen
gekentekende motorrijtuigen, niet zijnde bromfietsen of gehandicaptenvoertuigen
A 915 als bezitter, als houder of als degene op wiens naam een motorrijtuig in het kentekenregister is ingeschreven, voor een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets, dat in het kentekenregister is ingeschreven en tenaamgesteld, niet de vereiste verzekering sluiten en in stand houden 30 lid 2 WAM 400
Bromfietsen
A 902 als bezitter, als houder of als degene op wiens naam een motorrijtuig in het kentekenregister is ingeschreven, voor een motorrijtuig, zijnde een bromfiets, dat in het kentekenregister is ingeschreven en tenaamgesteld niet de vereiste verzekering sluiten en in stand houden 30 lid 2 WAM 360
Nummers N 010 – P 602: Besluit voertuigen (BV) en Regeling voertuigen (RV)
--- --- --- ---
Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling voertuigen)
2 – personenauto's;
3 – bedrijfsauto's;
3a – bussen;
4 – motorfietsen;
5 – driewielige motorrijtuigen;
6 – bromfietsen;
7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid;
8 – land- of bosbouwtrekkers;
9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV);
10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie, gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor, die niet zijn voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor;
11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie;
12 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg;
13 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg;
14 – landbouw- en/of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken;
15 – motorfietsaanhangwagens (15a) of bromfietsaanhangwagens (15b);
16 – fietsaanhangwagens;
17 – wagens.
Noot Regeling voertuigen (RV):
– De feiten met betrekking tot de RV zijn in 17 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de RV.
– Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld.
categorie: 15A – motorfiets
categorie: 15B – bromfiets
– Bij de in deze afdeling vermelde overtredingen is het niet toegestaan om uitsluitend een kenteken te vermelden op het mini proces-verbaal. De NAW gegevens van de verdachte moeten eveneens worden vermeld. De verdachte dient daarom staande te worden gehouden.
– Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de RV in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven.
– Voor feiten gebaseerd op de RV geldt dat deze feiten niet op kenteken kunnen worden geconstateerd. (Dit volgt uit de voor de eerste feitcode geplaatste koptekst, geldend voor de gehele Regeling voertuigen: «Als bestuurder rijden (terwijl)...»).
– De feiten die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 856.
– Een aanhangwagen van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg moet voldoen aan de in de in afdeling 12 opgenomen eisen. Dit houdt in dat als dit soort aanhangwagens door landbouw- of bosbouwtrekkers e.d. worden voortbewogen deze toch moeten voldoen aan de voor categorie 12 geldende eisen. Dit geldt eveneens voor categorie 13 en 14 aanhangwagens, die aan de eisen van de respectievelijk categorie 13 en 14 moeten voldoen, maar dit is vanwege het ontbreken van een kenteken lastig dan wel niet vast te stellen en derhalve afhankelijk van de verklaring van de betrokkene.
– Een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk valt onder categorie 14 en moet aan de daarvoor geldende eisen voldoen. In afwijking hiervan moet een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig voldoen aan het bepaalde in afdeling 18.
Feit Overtreden artikel Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie
--- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- ---
2 3 3a 4 5 6 7 8
Regeling voertuigen
Als bestuurder van een voertuig rijden (terwijl):
0 – Algemeen
N 010 a het niet in overeenstemming is met de gegevens op de kentekencard, het kentekenbewijs of met de in het kentekenregister vermelde gegevens 5.*.1 RV 240 240 240 240 240 160
N 010 b het voertuigidentificatienummer niet is ingeslagen of goed leesbaar is 5.*.1 en 5.6.73 RV 240 240 240 240 240 160 240 240
N 010 c het niet is voorzien van de juiste kentekenpla(a)t(en) of de kentekenpla(a)t(en) niet voorzien is/zijn van het goedkeuringsmerk, dan wel niet deugdelijk aan de voor- en/of achterzijde is/zijn bevestigd 5.*.1 RV 140 140 140 140 140 95
N 010 d het kenteken niet goed leesbaar is of de kentekenpla(a)t(en) is/zijn afgeschermd 5.*.1 RV 140 140 140 140 140 95
N 010 e het voertuig niet is voorzien van een goed leesbare constructiepla(a)t(en), waarvan de gegevens in overeenstemming zijn met het kentekenregister (cat 3, 3a en 12 in gebruik na 31-12-1997; cat 8 in gebruik na 30-06-2009) 5.*.1 RV 95 95 95
1 – Algemene bouwwijze van het voertuig
N 020 b het wiel niet zodanig is bevestigd dat het uitsluitend draaibaar is om de eigen as 5.15.2 lid 2 RV
N 030 a het chassis dan wel de mee- of zelfdragende carrosserie breuken en of scheuren vertoont 5.*.3 en 5.6.74 lid 1 RV 240 240 240 240 160 240 240
N 030 b het chassis dan wel de mee- of zelfdragende carrosserie zodanig bevestigd, vervormd of door corrosie is aangetast dat de stijfheid en de sterkte in gevaar worden gebracht 5.*.3 en 5.6.74 lid 1 RV 240 240 240 240 160 240 240
het frame of de zelfdragende constructie alsmede de voor- en achtervork 5.*.3 en 5.6.74 lid 2 RV
N 030 c – breuken en of scheuren vertoont 240 160
N 030 d – is doorgeroest 240 160
N 030 e – zodanig is vervormd dat stijfheid en sterkte in gevaar worden gebracht dan wel het weggedrag van het voertuig nadelig wordt beïnvloed 240 160
N 030 f de onderdelen van het frame of de zelfdragende constructie niet deugdelijk zijn bevestigd 5.*.3 en 5.6.74 lid 3 RV 240 240 160
N 030 g het frame met voor- en achtervork breuken en of scheuren vertoont, is doorgeroest of is vervormd 5.*.3 lid 2 RV 240 160
het frame 5.9.3 RV
N 030 h – breuken en of scheuren vertoont
N 030 i – is doorgeroest
N 030 j – is vervormd
N 040 a de bovenbouw ondeugdelijk op het onderstel is bevestigd 5.*.4 RV 140 140 140 140 95 140 140
N 040 b de ondersteuning van de laadvloer/laadruimte niet deugdelijk is 5.*.4 RV 140 140 140
N 040 c de gekoppelde zijspanwagen niet deugdelijk is bevestigd 5.*.4 RV 140 95
N 050 de accu en, indien aanwezig, de bedrading niet deugdelijk is (zijn) bevestigd en niet goed is (zijn) geïsoleerd 5.*.5 RV
2 – Afmetingen en massa's
Lengte
N 060 a het langer is dan 12 m (cat 5 ingebruikname voor 01-11-1997; cat 12 geldt niet voor opleggers) 5.*.6 RV 140 140 140 140 140
N 060 aa de bus met 2 assen langer is dan 13,50 m 5.3a.6 lid 2 RV 140
N 060 ab de bus met 2 assen, in gebruik genomen voor 10-09-2003, langer is dan 15 m 5.3a.6 lid 2 RV 140
N 060 ac de bus met meer dan 2 assen langer is dan 15 m 5.3a.6 lid 2 RV 140
N 060 d het rijdende werktuig langer is dan 20 m 5.3.6 lid 2 RV 140
N 061 e bij de na 31-12-1997 in gebruik genomen oplegger, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en enig deel aan de voorzijde van de oplegger meer dan 2,04 m bedraagt en de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger meer dan 12 m bedraagt 5.12.6 lid 3 RV
N 061 g de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger van het kermis- of circusvoertuig meer bedraagt dan 17,50 m 5.12.6 lid 5 RV
Breedte
N 060 b het breder is dan 2,55 m (cat 5 ingebruikname voor 01-11-1997; cat 3 en 12 gelden niet voor geconditioneerde voertuigen en voor cat 3 en 12 voertuigen met een tmm > 10 ton en ingebruikname voor 01-02-1999) 5.*.6 RV 140 140 140 140
N 060 g het breder is dan 2,60 m (cat 3 en 12 geconditioneerd voertuig en voertuigen met een tmm > 10 ton en ingebruikname voor 01-02-1999; cat 17 bespannen wagen) 5.*.6 RV 140
N 060 p het gehandicaptenvoertuig breder is dan 1,10 m (geldt ook voor gehandicaptenvoertuig zonder motor) 5.*.6 RV
N 060 r de fiets breder is dan 0,75 m 5.9.6 lid 1 RV
N 060 s het breder is dan 1,50 m (cat 9 > 2 wielen of zijspan; cat 17 onbespannen wagen) 5.*.6 RV
N 060 u het breder is dan 2 m (cat 5 ingebruikname na 31-10-1997; cat 6 op meer dan 2 wielen; cat 15b achter bromfiets op meer dan 2 wielen) 5.*.6 RV 140 140 95
N 060 w het breder is dan 1 m (cat 6 betreft tweewielige bromfiets; cat 15b achter bromfiets op meer dan twee wielen) 5.*.6 RV 95
het voertuig breder is dan 3 m (cat 3 rijdend werktuig) 5.*.6 RV
N 060 ha – van 0,01 m t/m 0,25 m 140 140 140
N 060 hb – van meer dan 0,25 m t/m 0,50 m 210 210 210
N 060 hc – van meer dan 0,50 m t/m 0,75 m 310 310 310
Hoogte
N 060 q het gehandicaptenvoertuig hoger is dan 2 m (geldt ook voor gehandicaptenvoertuig zonder motor) 5.*.6 RV
Massa
de toegestane asdruk, massa of som van de aslasten (cat 5 ingebruikname na 01-02-1999) wordt overschreden met 5.*.7 RV
N 070 a – meer dan 10 % 280 280 280 280 280
van het rijdende werktuig de toegestane maximum last van enig(e) as of asstel wordt overschreden met 5.3.7 lid 1 RV
N 072 a – 10 tot 15 % 360
van het rijdende werktuig de toegestane maximummassa of som van de aslasten wordt overschreden met 5.3.7 lid 2 RV
N 073 a – 5 tot 10 % 360
3 – Motor
de bromfiets de op de kentekencard of het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid van niet meer dan 25 km/h, vermeerderd met 4 km/h, (dan wel de aangewezen bromfiets de in artikel 20b van de wet vermelde maximumconstructiesnelheid van 25 km/h) overschrijdt met 5.6.8 lid 2 en 5.6.76 lid 1RV
N 086 a – t/m 10 km/h 65
N 086 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h 130
de bromfiets de op de kentekencard of het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid van 25 tot en met 45 km/h, vermeerderd met 5 km/h overschrijdt met 5.6.8 lid 1 RV
N 083 a – t/m 10 km/h 65
N 083 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h 130
het voertuig de in artikel 1.1. van de Regeling Voertuigen vermelde maximumconstructiesnelheid vermeerderd met 5 km/h overschrijdt 5.*.8 lid 1 RV
N 085 a – t/m 10 km/h 95 95
N 085 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h 140 140
N 090 a het brandstofsysteem niet veilig is of deugdelijk is bevestigd 5.*.9 lid 1 RV 240 240 240 240 240 240
N 090 b het brandstofsysteem of de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd 5.*.9 lid 1 en 5.6.77 lid 2 RV 240 160
N 090 c het brandstofsysteem lekkage vertoont 5.*.9 lid 2 en 5.6.77 lid 2 RV 240 240 240 240 240 160 240 240
N 090 d het brandstofreservoir niet deugdelijk is afgesloten 5.*.9 lid 3 RV 240 240 240 240 240 160 240 240
N 090 h de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd 5.11.9 lid 1 RV
N 100 de LPG-installatie niet voldoet aan de eisen 5.*.10 RV 240 240 240 240 240
N 101 de CNG- of LNG- installatie niet voldoet aan de eisen (LNG niet geregeld voor cat 4) 5.*.10a RV 240 240 240 240 240
N 102 de waterstofinstallatie niet voldoet aan de eisen 5.*.10b RV 240 240 240 240
N 110 a het niet is voorzien van een over de gehele lengte gasdichte uitlaat 5.*.11 lid 1 en 5.6.80 lid 1 RV 280 280 280 280 280 190 280 280
N 110 b het uitlaatsysteem niet deugdelijk is bevestigd 5.*.11 lid 2 en 5.6.80 lid 2 RV 140 140 140 140 140 95 140 140
N 110 e het uitlaatsysteem niet behoorlijk geluiddempend is 5.*.11 RV 280 280
N 111 (een) onderde(e)l(en) van het na 31-12-2017 in gebruik genomen voertuig, niet zijnde onderdelen van het brandstofsysteem, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of het veersysteem, overmatige lekkage van vloeistof, niet zijnde water, verto(o)n(t)(en) 5.*.11a RV 240 240 240 240
Meting geluidsniveau
Noot
Indien geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld dan moeten onderstaande waarden worden gehanteerd:
Bromfiets
Constructiesnelheid Maximum toegestane waarde
Max 25 km/h 90 dB(A)
> 25 km/h 97dB(A)
Motorfiets
Cylinderinhoud t/m Maximum toegestane waarde
80 cm3 91 dB(A)
125 cm3 92 dB(A)
350 cm3 95 dB(A)
500 cm3 97 dB(A)
750 cm3 100 dB(A)
1000 cm3 103 dB(A)
>1000 cm3 106 dB(A)
Personen-/bedrijfsauto/bus/driewielig motorrijtuig
benzinemotor max 3500 kg bij 3500 toeren max 95 dB(A)
dieselmotor max 3500 kg bij 2000 toeren max 95 dB(A)
> 3500 kg bij 1500 toeren max 95 dB(A)
het (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister vermelde geluidsniveau, vermeerderd met 2 dB(A), wordt overschreden 5.*.11 RV
N 110 n – tot 4 dB(A) 280 280 280 280 280 190
het toegestane geluidsniveau van het voertuig, waarvoor geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld, wordt overschreden 5.*.11 en 5.6.80 lid 3 RV
N 110 p – tot 4 dB(A) 280 280 280 280 280 190
N 120 a de accu of tractiebatterij niet deugdelijk is bevestigd 5.*.12 lid 1 en 5.6.81 lid 1 RV 140 140 140 140 140 95 140 140
N 120 b de bedrading niet deugdelijk is bevestigd/goed is geïsoleerd 5.*.12 en 5.6.81 lid 2 RV 140 140 140 140 140 95 140 140
N 120 c het gehandicaptenvoertuig, dat is uitgerust met een elektrische aandrijving, niet is voorzien van een beveiliging tegen overbelasting, die door middel van een binnen bereik bevindende schakelaar de stroomvoorziening herstelt 5.*.12 lid 3 RV
N 120 d de onderdelen van de elektrische aandrijflijn van het elektrisch aangedreven of hybride elektrische voertuig niet aan de gestelde eisen voldoet 5.*12a RV 140 140 140 140 140 95
N 130 a de motorsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd/in ernstige mate zijn beschadigd 5.*.13 RV 140 140 140 140 140
N 130 b de rubbers van de motorsteunen zijn doorgescheurd/de vulkanisatie is losgeraakt 5.*.13 en 5.6.81 lid 4 RV 140 140 140 140 95 140
N 130 c de motor niet deugdelijk is bevestigd 5.*.13 en 5.6.81 lid 3 RV 140 95
4 – Krachtoverbrenging
N 150 a het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht, afleesbare snelheidsmeter 5.*.15 RV 95 95 95
N 150 e het na 26-11-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht afleesbare snelheidsmeter 5.*.15 RV 95 95
N 150 f de na 31-12-2006 in gebruik genomen bromfiets niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht afleesbare snelheidsmeter 5.6.15 RV 65
N 160 a (de onderdelen van) de aandrijving of transmissie niet deugdelijk bevestigd is (zijn) 5.*.16 en 5.6.83 lid 1 RV 140 140 140 140 140 95 140 140
N 170 a de krachtoverbrenging niet op eenvoudige wijze kan worden onderbroken 5.10.17 RV
N 170 b de snelheid niet regelbaar is 5.11.17 en 5.6.82 RV
5 – Assen
N 180 de as(sen) niet deugdelijk (bevestigd) is (zijn) 5.*.18 en 5.6.84 RV 240 240 240 240 240 160 240 240
N 190 de fuseeonderdelen en overige draaipunten niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.19 RV 240 240 240 240 160
N 200 de wiellagers niet deugdelijk zijn 5.*.20 en 5.6.85 RV 140 140 140 140 95
N 210 de wielbasis te veel afwijkt 5.*.21 RV 95 95 95 95 95
N 220 de afstanden tussen de fuseedraaipunten en het chassis of de carrosserie te veel verschillen 5.*.22 RV 95 95 95
N 230 de spoorbreedte te groot is 5.*.23 RV 95 95 95
N 240 a de wielen/de velgen niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.24 RV
N 240 b de wielen/de velgen/de wielnaven/stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.24-26 RV 240 240 240 240
N 240 c de wielen, alsmede de onderdelen niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.24 en 5.6.86 RV 240 160
N 240 d de wielen/de velgen/stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.24 en 26 RV 240 240
6 – Ophanging
de wielen niet voorzien zijn van luchtbanden 5.*.27 en 5.6.87 lid 1 RV
N 270 a – 1 band 140 140 140 140 140 95
N 270 b – 2 banden 210 210 210 210 210 140
N 270 c – 3 banden 310 310 310 310 310 220
een band/de banden beschadigd is/zijn, waarbij het karkas zichtbaar is of de band/banden uitstulpingen vertoont/vertonen 5.*.27 RV
N 270 e – 1 band 140 140 140 95 140 140
N 270 f – 2 banden 210 210 210 140 210 210
N 270 g – 3 banden 310 310 310 220 310 310
het loopvlak uitstekende metalen elementen bevat, per (band) beschadiging 5.*.27 en 5.6.87 lid 2 RV
N 270 i – 1 band 140 140 140 140 140 95 140 140
N 270 j – 2 banden 210 210 210 210 210 140 210 210
N 270 k – 3 banden 310 310 310 310 310 220 310 310
de band(en) is/zijn beschadigd waarbij het karkas zichtbaar is, de band(en) uitstulpingen vertoont/vertonen of de daarop vermelde load-index kleiner is dan toegestaan 5.*.27 RV
N 270 m – 1 band 140 140
N 270 n – 2 banden 210 210
N 270 o – 3 banden 310 310
de profilering van een band/de banden niet voldoet aan de gestelde eisen of is/zijn nageprofileerd (naprofilering geldt niet voor cat 3, 3a en 12 i.g.v. opschrift regroovable; cat 2, 3(a), 5, 8, 12 en 13 min. 1,6 mm; cat 4 min 1,0 mm; cat 6, 10 en 11 profilering moet aanwezig zijn over de gehele omtrek en breedte) 5.*.27 RV
N 270 r – 1 band 140 140 140 140 140 95 140
N 270 s – 2 banden 210 210 210 210 210 140 210
N 270 t – 3 banden 310 310 310 310 310 220 310
N 270 v de op de band aangegeven draairichting niet overeenkomt met de draairichting van het wiel in voorwaartse rijrichting 5.*.27 RV 140 140 140 140 140 95 140
N 270 w de banden op één as niet dezelfde maataanduiding hebben (geldt niet voor nood- of reservewiel) 5.*.27 RV 140 140 140 140 95
de aanhangwagen is voorzien van banden waarvan het loopvlak bestaat uit metaal of een materiaal dat voor wat betreft hardheid en vervormbaarheid dezelfde eigenschappen heeft 5.*.27 RV
N 271 e – 1 band
N 271 f – 2 banden
N 271 g – 3 banden
N 271 m de wielen zijn voorzien van metalen banden met uitstekende delen (geldt niet voor landbouwwerktuigen met een massa van maximaal 750 kg) 5.17.27 RV
N 280 het veersysteem, (indien vereist of aanwezig) de onderdelen daarvan of de schokdemper (indien vereist) niet deugdelijk (bevestigd) is/zijn of niet goed werken 5.*.28 RV 140 140 140 140 140 95 140 140
7 – Stuurinrichting
N 290 deze niet is voorzien van een deugdelijke stuurinrichting 5.*.29 en 5.6.88 RV 240 240 240 240 240 160 240 240
N 291 de overbrenging van de gestuurde wielen niet goed reageert of niet deugdelijk is (bevestigd) 5.*.29 RV
N 292 de draaikransen niet deugdelijk zijn (bevestigd) 5.*.30 RV
8 – Reminrichting
N 310 a (de onderdelen van) de reminrichting niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) dan wel niet aan de eisen voldoet/voldoen 5.*.31 en 5.6.89 lid 1 RV 240 240 240 240 240 160 240 240
N 320 aa in het hydraulisch remsysteem onvoldoende remvloeistof aanwezig is 5..32 RV en 5..31 RV 240 240 240 240 160
N 320 a het remsysteem van het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting 5.3.33 RV 95 95 95
N 340 de veerrem van het na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting 5.*.34 RV 95 95
N 350 a het drukluchtremsysteem niet is voorzien van een goed functionerend meerkringsbeveiligingsventiel bij na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuigen 5.*.35 lid 1 RV 240 240
N 350 b het drukluchtremsysteem niet is voorzien van drukmeetpunten 5.*.35 lid 1 RV 95 95
N 350 c de drukluchtremkrachtregelaars niet goed functioneren 5.*.35 lid 2 RV 240 240
N 350 d het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig met drukluchtremkrachtregelaars niet is voorzien van de vereiste plaat 5.*.35 lid 3 RV 95 95
N 350 e de drukluchtremkrachtregelaars van het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig niet aanwezig zijn, dan wel niet zijn afgesteld zoals op de plaat staat vermeld 5.*.35 lid 3 RV 240 240
N 360 de slag van de drukluchtremcylinders onjuist is afgesteld 5.*.36 RV 240 240 240
N 370 a het één- of tweeleidingremsysteem niet de juiste aansluitdruk heeft 5.*.37 RV 240 240 240
N 370 b het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een éénleidingremsysteem ten behoeve van een aanhangwagen 5.*.37 RV 240 240
N 370 c het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een afzonderlijke inrichting voor de bediening van de remmen van de aanhangwagen 5.*.37 RV 240 240
N 380 m de bedrijfsrem niet op alle wielen remt (uitgezonderd driewielige motorrijtuigen met een massa van minder dan 400 kg in gebruik genomen voor 01-04-1990), dan wel het voertuig op een (nagenoeg) droge weg uitbreekt ten gevolge van een verschil in remwerking tussen de wielen van elke as, of ten gevolge van overberemming van de achteras 5.*.38 RV 240 240 240 240
N 380 n niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging 5.*.38 en 5.6.90 RV 160 240
N 380 p het niet is voorzien van (een) goed werkende rem(men) 5.*.38 RV
niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa minder dan 3500 kg); de vermindering bedraagt 5.*.38 RV
N 381 a – 0 t/m 0,5 m/s2 240 240 240
N 381 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2 360 360 360
niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa 3500 kg of meer); de vermindering bedraagt 5.*.38 RV
N 381 f – 0 t/m 0,5 m/s2 380 380 380 380
N 390 a de parkeerrem niet aan de eisen voldoet 5.*.39 RV 95 95 95 95 95 95
N 390 b van de (brom)fiets op meer dan twee wielen zonder afzonderlijke vastzetinrichting één van de remmen niet kan worden vastgezet 5.*.39 RV 65
N 390 e de vastzetinrichting of de veerrem niet aan de eisen voldoet 5.12.39 RV
N 400 c de reminrichting van de aanhangwagen (niet zijnde een middenasaanhangwagen en aanhangwagen met een stijve dissel met een toegestane maximum massa van ten hoogste 1500 kg) niet automatisch in werking treedt bij het verbreken van de verbinding, dan wel niet automatisch in de bedrijfstoestand komt bij het koppelen met het trekkende voertuig 5.12.40 RV
N 400 d niet is voorzien van een goed functionerende losbreekreminrichting (indien aanwezig) 5.*.40 RV
9 – Carrosserie
N 410 a de deuren en de laadbakkleppen (cat 3(a)) niet goed sluiten of de deuren die direct toegang geven tot de personenruimte niet op normale wijze vanaf de binnenzijde en/of vanaf de buitenzijde kunnen worden geopend 5.*.41 RV 140 140 140 140 95 140
N 410 b het slot of de scharnieren van de motorkap of het kofferdeksel aan de voorzijde geen goede sluiting waarborgen 5.*.41 RV 140 140 140 95
N 410 c de bevestiging van de scharnieren ernstig zijn gecorrodeerd 5.*.41 RV 140 140 140 140 95
N 410 d de windschermen en stroomlijnkappen de bediening belemmeren 5.*.41 RV 140 95
N 410 e de windschermen, stroomlijnkappen en inrichtingen om ladingen mee te vervoeren niet deugdelijk zijn bevestigd 5.*.41 RV 140 95
N 410 f de gesloten cabines niet zijn voorzien van tenminste twee deuren dan wel één deur en één nooduitgang 5.*.41 RV 140
N 410 g de nooduitgang niet voldoet aan de vereiste afmetingen 5.*.41 RV 140
N 410 h het slot of de scharnieren van de deuren of laadbakkleppen geen goede sluiting waarborgen 5.*.41 RV
N 410 j de deur(en) of uitgang(en) of hoofddoorgang(en) of noodra(a)m(en) of noodluik(en) van de bus niet voldoen (voldoet) aan de eisen of de vereiste opschriften niet zijn aangebracht 5.3a.41 RV 140
de voorruit, de naast de bestuurders zitplaats aanwezige zijruiten dan wel het windscherm (indien vereist) en bij afwezigheid van een rechterbuitenspiegel de achterruit
N 420 a – is beschadigd of verkleurd 5.*.42 RV 240 240 240 240 240 240
N 420 b – is voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren 5.*.42 RV 140 140 140 140 140 140
N 420 c de ruiten niet voldoen aan de eisen 5.*.42 lid 1 RV
N 420 d de lichtdoorlatendheid van de voorruit en/of de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten minder dan 55% bedraagt 5.*.42 lid 3 RV 240 240 240 240 160
N 430 a het voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitenwisserinstallatie (cat 5 in gebruik na 27-11-1975; cat 6 in gebruik na 31-12-2006) 5.*.43 RV 140 140 140 140 95 140 140
N 430 d het voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie voor de voorruit die de bestuurder voldoende uitzicht geeft (cat 2 in gebruik na 30-09-1971; cat 3 na 31-12-1997; cat 3a na 30-06-1985; cat 5 na 31-12-1994; cat 6 na 31-12-2006) 5.*.43 RV 140 140 140 140 95
N 440 a het voertuig niet is voorzien van een goed werkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit (cat 2 in gebruik na 30-09-1971; cat 3 na 31-12-1997, cat 3a na 30-06-1985, cat 5 voorruit en gesloten carrosserie na 31-12-1994 tot 17-06-2003 vanaf 17-06-2003 indien voorruit) 5.*.44 RV 140 140 140 140
N 450 a het voertuig niet is voorzien van de noodzakelijke spiegels en/of cameramonitor-systeem die/dat aan de eisen voldoen/voldoet (cat. 6 voertuig in gebruik na 31-12-2006) (vooruitkijkspiegel / camera-monitorsysteem en breedtespiegel betreft bedrijfsauto met frontstuur in gebruik na 25-01-2008, tmm > 7500 kg) (cat. 8 rechterspiegel/camerasysteem in gebruik na 31-12-2018) 5.*.45 RV 140 140 140 95 140 140
N 450 b het na 26-11-1975 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel die aan de eisen voldoet 5.4.45 RV 140
N 450 c het na 31-12-1996 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig dat 100 km/h of sneller kan, niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel die aan de eisen voldoet 5.4.45 RV 140
N 450 g het na 16-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linker- en een rechterbuitenspiegel 5.4.45 lid 1 RV 140
N 450 d het na 26-11-1975 in gebruik genomen voertuig waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel 5.5.45 RV 140
N 450 e het na 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig met een gesloten carrosserie waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een binnenspiegel 5.5.45 RV 140
N 450 f het voertuig niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel terwijl met de binnenspiegel het achter het voertuig gelegen weggedeelte niet voldoende kan worden overzien 5.5.45 RV 140
N 460 a de zitplaatsen (of rugleuningen) niet deugdelijk bevestigd zijn 5.*.46 RV 140 95
N 460 aa de na 31-12-2014 in gebruik genomen personenauto dan wel de na 21-01-2014 in gebruik genomen bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg of bus van klasse III of B is voorzien van zijdelings gerichte zitplaatsen 5.*.46 RV 140 140 140
N 460 c de zitplaatsen, rugleuningen of de verstelinrichtingen niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.46 RV 140 140 140 140 140 140
N 460 d de voetsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd 5.*.46 RV 140 95
N 460 g de trappers niet deugdelijk zijn bevestigd of niet zijn voorzien van een stroef oppervlak 5.9.46 RV
N 470 a de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van de na 31-12-1989 in gebruik genomen personenauto niet voorzien is van (een) gordel(s) of de/een naar achteren gerichte zitplaats(en) van na 30-09-2000 in gebruik genomen personenauto niet voorzien is van (een) gordel(s) 5.2.47 RV 140
N 470 b de/een gordel(s) voor de voorzitplaats(en) die aan een portier gren(st)(zen) van de na 01-01-1971 en voor 01-01-1990 in gebruik genomen personenauto niet aanwezig is/zijn 5.2.47 RV 140
N 470 c de/een gordel(s) niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) (geldt voor cat 7, 8 en 10 indien aanwezig) 5.*.47 RV 140 140 140 140 95 140 140
N 470 d de/een gordel(s) voor de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van de T-100 bus of na 31-12-1997 in gebruik genomen andere bus of bedrijfsauto niet aanwezig is/zijn 5.*.47 lid 1 RV 140 140
N 470 h de/een naar voren en/of naar achteren gerichte zitplaats(en) van de na 30-09-2002 in gebruik genomen bus met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg of van de na 30-09-2000 in gebruik genomen bus met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg niet voorzien is/zijn van (een) gordel(s) 5.3a.47 lid 2 RV 140
N 470 g de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van het na 31-12-1989 in gebruik genomen driewielig motorrijtuig met gesloten carrosserie niet voorzien is/zijn van (een) gordel(s) of de/een naar achteren gerichte zitplaats(en) van het na 16-06-2003 in gebruik genomen driewielig motorrijtuig met gesloten carrosserie niet voorzien zijn van (een) gordel(s) 5.5.47 RV 140
N 470 i de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van de bromfiets op meer dan twee wielen met een gesloten carrosserie en een ledige massa van meer dan 250 kg, in gebruik genomen na 31-12-2006, niet is/zijn voorzien van (een) gordel(s) 5.6.47 lid 1 RV 95
N 470 j het na 01-09-2008 in gebruik genomen en voor het vervoer van één of meer passagiers in een rolstoel ingericht voertuig niet voldoet aan de gestelde eisen 5.*.47a RV 140 140
N 470 k de ligplaats(en) niet voldoe(t)(n) aan de gestelde eisen 5.2.47a jo. 5.2.79 en 5.3a.48 RV 140 140
N 480 a het voertuig scherpe delen heeft die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten 5.*.48 en 5.6.92 lid 1 RV 240 240 240 240 240 160 240 240
N 480 b het voertuig niet afgeschermde uitstekende delen heeft die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten 5.*.48 RV 240 240 240 240 240 240
N 480 h het voertuig aan de voorzijde (een) voorziening(en) heeft die in geval van botsing de kans op lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kan/kunnen vergroten 5.*.48 RV 240 240
N 480 c de wielen niet goed afgeschermd zijn, aanlopen of te ver buiten de afscherming uitsteken 5.*.48 RV 240 240 240 240 240
N 480 e gevaar bestaat voor het losraken van enig deel van de buitenzijde 5.*.48 RV 140 140 140 140 140 95 140 140
N 480 f de wielen/banden aanlopen 5.*.48 en 5.6.92 lid 2 RV 95
N 480 g het voertuig niet is voorzien van de vereiste zijdelingse afscherming 5.*.48 RV 380 380
N 490 het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een stootbalk (cat 3 en 12) of beschermingsinrichting (cat 3a) tegen klemrijden die aan de vereisten voldoet (afstand stootbalk/beschermingsinrichting wegdek: in gebruik voor 01-01-1998 70 cm, daarna 55 cm; afstand achterzijde voertuig tot stootbalk: tot 01-01-2005 60 cm, daarna cat 3, 3a en 12: 45 cm) 5.*.49 RV 380 380
N 500 de aanhangwagen aan de achterzijde niet is voorzien van een mogelijkheid tot bevestiging van een kentekenplaat 5.*.50 RV
N 501 de frontbeschermingsinrichting van het na 31-12-2008 in gebruik genomen voertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg niet is goedgekeurd voor het voertuig waarop deze is aangebracht en/of niet voorzien is van het voorgeschreven EG-typegoedkeuringsmerk 5.*.50 RV 240 240
10 – Verlichting
Noot
1.Bij het ontbreken of niet branden van dim-/kop-/achterlicht of kentekenplaatverlichting moeten de bepalingen uit het RVV 1990 worden toegepast;
2. Bij de feitcodes zijn alle data vermeld van verlichting die na 1 januari 1980 verplicht is geworden;
3. Er is geen sprake van verlichting in de zin van de Regeling Voertuigen als de armatuur niet is aangesloten en niet is voorzien van een lampje.
het niet is voorzien van (een) goed werkend(e)
N 514 a – richtingaanwijzers (cat 4 na 31-12-1996 met zijspan na 31-10-1997; cat 6 = 3 of 4 wielig en gesloten carrosserie) 5.*.51-63 en 5.6.93 lid 2 RV 95 95 95 95 95 65 95 95
N 514 b – waarschuwingsknipperlichten (cat 2, 3(a) na 31-12-1997; cat 5 na 31-12-1996; cat 10 na 01-01-2005) 5.*.51-63 RV 95 95 95 95 95
N 514 c – zijrichtingaanwijzer(s) (cat. 2 na 31-12-1997; cat. 3(a) langer dan 6 m of na 31-12-1997; cat. 7 langer dan 6 m) 5.*.51-63 RV 95 95 95 95
N 514 d – remlichten (cat. 6: 3 of 4 wielig en 2 wielig voertuig in gebruik na 31-12-2006 en vermogen meer dan 0,5 kW en max. snelheid meer dan 25 km/h) 5.*.51-63 RV 140 140 140 140 140 95 140 140
N 514 f – rode retroreflectoren 5.*.51-63 en 5.6.93 lid 2 RV 95 95 95 95 95 65 95 95
N 514 g – mistachterlicht(en) (cat. 2, 3(a) en 12 na 31-12-1997; cat. 13 voor zover het trekkende voertuig is voorzien van een mistachterlicht) 5.*.51-63 RV 95 95 95
N 514 h – achteruitrijlicht(en) (cat 2, 3(a) in gebruik na 31-12-1997; cat 12 in gebruik na 31-12-2012) 5.*.51-63 RV 45 45 45
N 514 i – markeringslichten (voor- en achterzijde) (cat. 2, 3(a) en 12 breder dan 2.60 m of na 31-12-1997 breder dan 2.10 m; cat. 13 en 14 breder dan 2.10 m) 5.*.51-63 RV 95 95 95
N 514 j – zijmarkeringslichten (cat. 2, 3(a) en 12 na 31-12-1997 en langer dan 6 m; cat. 13 langer dan 6 m) 5.*.51-63 RV 95 95 95
N 514 k – 3e remlicht (na 30-09-2001) 5.*.51-63 RV 95
N 514 l – witte retroreflectoren (cat. 9: 3 wielig breder dan 75 cm; cat. 12 na 31-12-1997) 5.*.51-63 RV
N 514 m – zijretroreflectoren (cat. 2 na 31-12-1997 en langer dan 6 m; cat. 3(a) en 7 langer dan 6 m; cat. 6: 2-wielig na 31-12-2006) 5.*.51-63 RV 95 95 95 65 95
N 514 o – trapreflectie (cat 6 alleen indien vaste trappers bij 3 of 4 wielig) 5.*.51-63 RV 65
N 514 p – wielreflectie 5.*.51-63 RV
N 514 r – lijnmarkering aan de achterzijde bij een na 31-12-2012 in gebruik genomen voertuig dat breder is dan 2,10 m en langer is dan 6 m en waarbij de som van de toegestane aslasten meer bedraagt dan 3500 kg 5.12.51 RV
N 514 s – lijnmarkering aan de zijkant bij een na 31-12-2012 in gebruik genomen voertuig dat langer is dan 6 m en waarbij de som van de toegestane aslasten meer bedraagt dan 3500 kg 5.12.51 RV
N 515 de verlichting/retroreflecterende voorzieningen niet de vereiste kleur hebben (cat 9 alleen retroreflectie) 5.*.51-59 en 5.6.95 RV 140 140 140 140 140 95 140 140
N 517 de verlichting of retroreflectoren niet op de juiste plaats zijn bevestigd (cat 9 alleen retroreflectie) 5.*.51-61 RV 95 95 95 95 95 65 95 95
N 518 de verlichte transparant(en) voldoet (voldoen) niet aan de eisen (niet afzonderlijk geschakeld/breder/langer dan voertuig) 5.*.55 RV 95 95 95 95
N 519 het voertuig aan de achterzijde niet is voorzien van één rode retroreflector in de vorm van een afgeknotte driehoek die voorzien is van een goedkeuringsmerk 5.*.51 RV 95 95
N 550 de glazen van de verlichtingsarmaturen of de retroreflectoren niet aan de gestelde eisen voldoen (cat 9, 11, 16 en 17 alleen eisen rode retroreflectie) 5.*.55 RV 95 95 95 95 95 65 95 95
N 551 de verlichtingsarmaturen of onderdelen daarvan niet deugdelijk zijn bevestigd (geldt ook voor niet verplichte verlichting) 5.*.55 RV 95 95 95 95 95 65 95 95
N 552 de lichten of retroreflectoren voor meer dan 25% zijn afgeschermd (cat 9, 11, 16 en 17 alleen afscherming rode retroreflectie) 5.*.55 RV 95 95 95 95 95 65 95 95
N 559 de mistvoorlichten niet goed zijn afgesteld conform het bepaalde in de artikelen 114a en 114b van de bijlage VIII 5.*.59b RV 95 95 95 95
N 560 de dimlichten niet aan de eisen voldoen 5..51 RV jo. 5..56 RV (cat. 6: 5.6.51, 5.6.53 en 5.6.55 RV) 95 95 95 95 95 65 95 95
N 620 het niet is voorzien van een controlelampje of schakelaar met herkenbare stand (cat 4) voor ingeschakeld(e) mistachterlicht(en) 5.*.62 RV 45 45 45 45 45 45 45
N 640 het is voorzien van niet toegestane verblindende/ knipperende verlichting 5.*.64 en 5.6.96 RV 140 140 140 140 140 95 140 140
N 650 het is voorzien van meer lichten of retroreflecterende voorzieningen dan is toegestaan (cat 9 uitsluitend retroreflectie) 5.*.65 en 5.6.97 RV 140 140 140 140 140 95 140 140
N 651 in het voertuig aanwezige lichten of objecten licht uitstralen naar de buitenzijde van het voertuig (cat. 3a niet van toepassing op binnenverlichting passagiersruimte bus) 5.*.65 RV 140 140 140 140 140 95 140 140
11 – Verbinding tussen trekkend voertuig en aanhangwagen
N 660 a de koppeling niet deugdelijk is (bevestigd) of niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen 5.*.66-70 en 5.6.98 RV 240 240 240 240 240 160 240 240
N 660 b de (hulp)koppeling, trekdriehoek, trekboom of onderdelen daarvan niet aanwezig is/zijn, deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen 5.*.66-70 RV
N 660 c de (middenas)aanhangwagen, die is voorzien van een losbreekreminrichting, tevens is voorzien van een hulpkoppeling 5.*.66 RV
N 660 d de koppeling, dissel, of onderdelen daarvan niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen 5.15.66-70 RV
12 – Diversen
N 710 a het niet is voorzien van een goed werkende geluidssignaalinrichting 5.*.71 RV 95 95 95 95 95 95 95
N 710 b het niet is voorzien van een goed werkende bel of hoorn met vaste toonhoogte 5.*.71 en 5.6.99 RV 65
N 710 c het niet is voorzien van een goed werkende bel 5.9.71 RV
Gebruikseisen voertuigen
Als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden (terwijl):
0 – Algemeen
P 001 een verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk wordt gebruikt terwijl dit niet is toegestaan (cat 3 uitsluitend toegestaan voor wegwerkzaamheden of gladheidsbestrijding) 5.18.0 RV 140 140 140
P 010 a meer dan één aanhangwagen wordt voortbewogen 5.18.1 lid 1 RV 240 240 240 240 160
P 010 b met de gelede bus een aanhangwagen wordt voortbewogen 5.18.1 lid 2 RV 240
P 010 c met het gehandicaptenvoertuig een aanhangwagen wordt voortbewogen 5.18.1 lid 3 RV
P 010 d met de motorfiets met onberemde zijspanwagen een aanhangwagen wordt voortbewogen 5.18.1 lid 4 RV 240
P 010 e het samenstel van motorvoertuig en aanhangwagen meer dan twee draaipunten heeft 5.18.1 lid 8 RV 240 240 240 240 240 160 240 240
P 010 f met een motorvoertuig, niet zijnde een landbouw- of bosbouwtrekker of motorrijtuig met beperkte snelheid een landbouw- of bosbouwaanhangwagen of verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk wordt voortbewogen 5.18.1 lid 9 RV 240 240 240
P 020 a met het motorvoertuig meer dan één motorvoertuig wordt gesleept 5.18.2 lid 1 RV 240 240 240 240 240 160 240 240
P 020 b met het motorvoertuig een tweewielig motorvoertuig of samenstel van voertuigen wordt gesleept 5.18.2 lid 6 RV 240 240 240 240 240 160 240 240
P 020 c met het tweewielig motorvoertuig, de gelede bus of het samenstel van voertuigen, een motorvoertuig wordt gesleept 5.18.2 lid 7 RV 240 240 240 240 240 160 240 240
P 020 da een voertuig voorzien van een drukluchtsysteem niet met behulp van een sleepstang wordt gesleept 5.18.2 lid 2 RV 240 240 240 240
P 020 e het drukluchtsysteem van het gesleepte voertuig niet is aangesloten op het drukluchtsysteem van het trekkend voertuig 5.18.2 lid 3 RV 240 240
P 020 f met een dolly of afsleepas waarop zich een motorvoertuig bevindt, terwijl de reminrichting van de dolly of afsleepas ontbreekt 5.18.2 lid 4 RV 240 240 240 240
P 020 g een afsleepas wordt gebruikt zonder dat zich daarop een motorvoertuig bevindt 5.18.2 lid 5 RV 240 240 240 240
P 030 hij wordt gehinderd door passagiers, lading of op andere wijze 5.18.3 RV 240 240 240 240 240 160 240 240
P 031 in dat voertuig, waarin vervoer van een passagier in rolstoel plaatsvindt losse voorwerpen, die het risico op letsel bij een noodstop, aanrijding of botsing kunnen verhogen, aanwezig zijn 5.18.3 lid 2 RV 240 240 240 240 160
P 041 a de bestuurder niet voldoende zicht door de voorruit en/of de voorste zijruiten naar voren en opzij heeft 5.18.4 aanhef en onder a RV 240 240 240 240 240 160 240 240
P 041 b de bestuurder met behulp van de voor dat voertuig of samenstel van voertuigen voorgeschreven spiegels of camera-monitorsysteem niet voldoende zicht heeft op het naast en/of achter hem gelegen weggedeelte 5.18.4 aanhef en onder b RV 140 140 140 140 140 95 140 140
P 041 c de bestuurder niet voldoende zicht door de voorruit en de voorste zijruiten naar voren en opzij heeft en met behulp van de voor dat voertuig of samenstel van voertuigen voorgeschreven spiegels of camera-monitorsysteem niet voldoende zicht heeft op het naast en achter hem gelegen weggedeelte 5.18.4 RV 380 380 380 380 380 260 380 380
P 050 het niet is voorzien van de vereiste buitenspiegels, indien het zicht door lading achter het voertuig of door een achter het voertuig gekoppelde aanhangwagen is beperkt 5.18.5 lid 2 RV 240 240 240 240 240 160 240 240
P 051 de spiegels of gezichtsveldverbeterende voorzieningen niet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder in normale rijhouding de vereiste gezichtsvelden kan overzien 5.18.5 lid 1 RV 240
P 052 het gezichtsveld van de voor de landbouw- of bosbouwtrekker voorgeschreven spiegels wordt beperkt door verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk(ken) of lading die aan de achterzijde van het voertuig is aangebracht of door een door het voertuig voortbewogen aanhangwagen met inbegrip van verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk(ken) of de lading en het voertuig niet is voorzien van een linker- onderscheidenlijk een rechterbuitenspiegel of cameramonitorsysteem waarmee de bestuurder ten minste een vlak weggedeelte van 10 m achter het voertuig kan overzien 5.18.5 lid 3 jo. 5.8.46 lid 1 RV 240
P 060 a voertuiggebonden lading, zoals voertuiguitrustingsstukken, voertuiggereedschappen of stuwagemiddelen niet zodanig is bevestigd dat deze niet van het voertuig kan vallen 5.18.6 lid 3 RV 380 380 380 380 380 260 380 380
P 061 de losse lading die naar haar aard niet op of aan het voertuig bevestigd kan worden niet deugdelijk is afgedekt terwijl gevaar of hinder is ontstaan of kan ontstaan als gevolg van afvallende of wegwaaiende lading 5.18.6 lid 2 RV 380 380 380 380 380 260 380 380
P 062 verwisselbare gedragen uitrustingsstukken, afneembare bovenbouwen, gestandaardiseerde laadstructuren of meeneemheftrucks niet deugdelijk bevestigd zijn met geschikte vastzetsystemen, zekeringssystemen of stuwagemiddelen 5.18.6 lid 4 RV 380 380 380
P 063 vastzetsystemen, zekeringssystemen, stuwagemiddelen of onderdelen hiervan niet goed functioneren dan wel niet geschikt zijn voor het doel waarvoor ze worden gebruikt 5.18.6 lid 5 RV 190 190 190 190 190 130 190 190
bij het vervoer van goederen aan de achterzijde van een personenauto, bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg of een driewielig motorrijtuig 5.18.7 lid 1 RV
P 070 a – de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager 140 140 140 140
P 070 b – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd 140 140 140 140
P 070 c – de lastdrager inclusief lading meer dan 0,20 m buiten de zijkanten uitsteekt 140 140 140 140
P 070 d – meer specifieke goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is geconstrueerd 140 140 140 140
P 070 e – de lastdrager aan de achterzijde niet op de voorgeschreven wijze is voorzien van twee rode achterlichten, twee rode remlichten, twee niet driehoekige rode retroreflectoren en twee ambergele richtingaanwijzers aangezien de verlichting en retroreflectoren van het voertuig worden afgeschermd 140 140 140 140
P 070 f – de lastdrager niet is voorzien van een goed leesbare, van een goedkeuringsmerk voorziene en niet afgeschermde kentekenplaat met het kenteken van het voertuig waarop de lastdrager is aangebracht aangezien de op het voertuig aangebrachte kentekenplaat wordt afgeschermd 140 140 140 140
P 070 g – de koppelingsdruk van de op de trekhaak bevestigde lastdrager meer bedraagt dan voorgeschreven of meer bedraagt dan 75 kg 95 95 95 95
P 070 h – de lastdrager het wegdek kan raken 95 95 95 95
P 070 i – de achtergebleven bevestigingsdelen van de lastdrager de bewegingsvrijheid van een aangekoppelde aanhangwagen beperken 95 95 95 95
bij het vervoer van goederen op het dak van een personenauto, bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg of een driewielig motorrijtuig 5.18.7 lid 2 RV
P 070 j – de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager 140 140 140
P 070 k – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd 140 140 140
P 070 l – de maximale daklast wordt overschreden 140 140 140
P 070 m – meer specifieke goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is geconstrueerd 140 140 140
bij het vervoer van glas, plaatmateriaal of soortgelijke goederen aan één of beide zijkanten van een bedrijfsauto of aanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg 5.18.7 lid 3 RV
P 071 a – de lading niet deugdelijk is bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager 140
P 071 b – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd 140
P 071 c – de lastdrager met inbegrip van de lading meer dan 0,35 m buiten de zijkanten van het voertuig uitsteekt en/of de totale breedte van het voertuig inclusief de lastdrager en de lading meer bedraagt dan 2,75 m 140
P 071 d – de lading meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt 140
P 071 e – de lastdrager die in de breedte meer dan 0,10 m buiten de zijkant van het voertuig uitsteekt aan de voor- en/of achterzijde niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet 140
P 080 de lading van het voertuig scherpe delen heeft (geldt niet voor lading of delen hoger dan 2 m boven wegdek) 5.18.8 RV 240 240 240 240 240 160 240 240
P 081 het verwisselbare uitrustingsstuk scherpe delen heeft (geldt niet voor delen hoger dan 2 m boven wegdek) 5.18.8 lid 1 RV 240 240 240
P 082 het verwisselbare uitrustingsstuk niet afgeschermde uitstekende delen heeft die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten 5.18.8 lid 2 RV 240 240 240
P 083 een deel van de buitenzijde van het verwisselbare uitrustingsstuk zodanig is bevestigd, beschadigd, versleten of door corrosie aangetast dat gevaar bestaat voor losraken 5.18.8 lid 3 RV 240 240 240
P 090 de opgeklapte opklapbare delen aan de buitenzijde van het voertuig niet deugdelijk zijn vergrendeld 5.18.9 RV 240 240 240 240 240 160 240 240
P 091 het niet voor gebruik op de weg noodzakelijke opklapbare deel of delen van het verwisselbare uitrustingsstuk tijdens het transport niet deugdelijk in opgeklapte toestand is/zijn vergrendeld 5.18.9 lid 2 RV 240 240 240
P 100 a de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg, niet is voorzien van het kenteken van het trekkend motorvoertuig 5.18.10 lid 1 RV
P 100 b de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg, niet is voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat 5.18.10 lid 3-4 RV
P 100 c de aanhangwagen, met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waar voor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, niet is voorzien van het kenteken van het trekkend motorvoertuig 5.18.10 lid 1 RV
P 100 d de aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waar voor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, niet is voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat gelijk aan trekkend voertuig 5.18.10 lid 3-4 RV
1 – Afmetingen en massa's
Noot afmetingen:Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend proces-verbaal opgemaakt terzake de afmeting die het meest wordt overschreden.
De overige overschrijdingen worden als bevinding eveneens in het proces-verbaal vermeld.
Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading
Noot: – Lengte opleggertrekker met oplegger max. 16,50 m; – bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max.18,75 m; – personenauto/ driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis- /circusvoertuigen max. 24 m; – rijdend werktuig met aanhangwagen max. 20 m; land- bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare getrokken machines max. 18,75 m; – land- bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare gedragen uitrustingsstukken machines max.18,75 m; – indien het een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk betreft dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig lengte samenstel max. 12 m.
de maximum toegestane lengte van het samenstel van voertuigen wordt overschreden, met een overschrijding 5.18.11 en 5.18.20 RV
P 111 a – t/m 0,25 m 280 280 280 280 280 280
P 111 f het uitschuifbare voertuig, waarvan de uitgeschoven delen niet zijn voorzien van zijdelingse afscherming als bedoeld in artikel 5.12.48, 5e lid, in onbeladen toestand niet geheel is ingeschoven 5.18.11 lid 11 RV
Lengte deelbaar; uitstekende lading voorzijde
P 120 aa de lading voor het voertuig uitsteekt (geldt niet voor kermis- en circusvoertuigen) 5.18.12 RV, 5.18.21 RV 140 140 140 140 140
Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde
de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (categorie 12 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding 5.18.12 RV
P 121 a – t/m 0,25 m 280
P 121 g het zicht op de verlichting, de retroreflectoren, de richtingaanwijzers of voor zover van toepassing de kentekenplaat aan de achterzijde van het voertuig wordt belemmerd door uitstekende lading 5.18.12, 5.18.13 en 5.18.21 RV 140 140 140 140 140
P 121 h de lading uitsluitend op de laadvloerverlenging rust 5.18.12 lid 5 en 5.18.21 lid 3 RV 280 280 280
P 121 n de stootbalk breder is of meer dan 0,20 m smaller is dan a. het voertuig op de plaats waar de stootbalk is aangebracht of; b. de breedte van de breedste achteras met inbegrip van de wielen 5.18.12 lid 5 RV 280
P 121 o de stootbalk en/of de bevestiging daarvan is/zijn zodanig vervormd of zodanig breuken en/of scheuren vertoont, dan wel zodanig door corrosie is aangetast, dat hierdoor functieverlies optreedt 5.18.12 lid 5 RV 280
de uitsteek van de afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van het voertuig bedraagt en/of meer dan 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m bedraagt 5.18.12 lid 7 RV
P 123 a – t/m 0,25 m 280
de lengte van het voertuig met inbegrip van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken meer bedraagt dan de maximum toegestane lengte van het voertuig, een overschrijding 5.18.12a RV
P 124 a – t/m 0,75 m 140
P 124 b – van meer dan 0,75 m 210
bij het voertuig dat is voorzien van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken 5.18.12a RV
P 124 c – de/het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk(ken) niet zoveel mogelijk is/zijn ingeschoven, ingetrokken, in- of opgeklapt en/of deugdelijk vergrendeld 240
P 124 d – lading rust op een verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk welke niet is gerelateerd aan de functie van het verwisselbare uitrustingsstuk 140
P 124 e – het zicht op de verlichting, de retroreflectoren of de richtingaanwijzers door een verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk wordt belemmerd 140
P 124 f – het verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk dat voor of achter het voertuig meer dan 1 m uitsteekt niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet 140
de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (stootbalk uitsluitend cat. 12, particulier gebruik), een overschrijding 5.18.12 en 5.18.21 RV
P 121 j – t/m 0,75 m 140 140 140 140
P 121 k – van meer dan 0,75 m 210 210 210 210
de aan de achterzijde van het voertuig bevestigde meeneemheftruck meer dan 1,20 m achter het voertuig uitsteekt of indien een verklaring is afgegeven dat de aslasten en de last onder de koppeling van het voertuig bij belading met uitsluitend de meeneemheftruck voldoen aan de wettelijke eisen meer dan 1,50 m achter het voertuig uitsteekt 5.18.12 lid 6 RV
P 121 l – t/m 0,25 m 280
de lading van een samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen, 5.18.13 lid 2 RV
P 130 f – meer dan 2 m achter de aanhangwagen en/of meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van de aanhangwagen uitsteekt
P 130 g – meer dan 0,50 m voor de voorzijde van de bedrijfsauto uitsteekt 140
P 130 h – die meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt, aan de achterzijde niet is voorzien van een markering die voldoet aan de eisen 140
het samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, met inbegrip van de lading dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen, langer is dan 20,75 m een overschrijding 5.18.13 lid 2 RV
P 130 i – t/m 0,25 m 280
de lengte van het voertuig met inbegrip van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken meer bedraagt dan de maximum toegestane lengte van het voertuig, een overschrijding 5.18.21a RV
P 211 a – t/m 0,75 m 140 140
P 211 b – van meer dan 0,75 m 240 240
bij het voertuig dat is voorzien van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken 5.18.21a RV
P 211 c – de/het verwisselbare uitrustingsstuk(ken) niet zoveel mogelijk is/zijn ingeschoven, ingetrokken, in- of opgeklapt en/of deugdelijk vergrendeld 240 240
P 211 d – lading rust op een verwisselbaar uitrustingsstuk die niet is gerelateerd aan de functie van het verwisselbare uitrustingsstuk 140 140
P 211 e – het zicht op de verlichting, de retroreflectoren of de richtingaanwijzers aan de achterzijde door een verwisselbaar uitrustingsstuk wordt belemmerd 140 140
P 211 f – het verwisselbaar uitrustingsstuk dat voor of achter meer dan 1 m het voertuig uitsteekt niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet 140 140
P 211 g – de voertuigdelen en/of (het) verwisselbare gedragen uitrustingsstuk(ken) meer dan 3.50 m voor het hart van het stuurwiel uitste(ekt)(ken) 240 240
Lengte; ondeelbare lading
de in lengte ondeelbare lading aan de voorzijde van een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, meer dan 4,30 m voor het hart van de voorste as uitsteekt, een overschrijding 5.18.13 RV
P 130 n – t/m 0,25 m 280
de in lengte ondeelbare lading van het voertuig of samenstel van voertuigen, niet zijnde een samenstel van kermis- of circusvoertuigen 5.18.13 RV
P 130 c – voor de voorzijde van de aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, uitsteekt
P 130 d – die meer dan 1 m voor of achter het voertuig uitsteekt aan de voor- of achterzijde niet is voorzien van een markering die aan de eisen voldoet 140
de met in lengte ondeelbare lading beladen opleggertrekker en oplegger, met inbegrip van de lading, langer is dan 22 m, een overschrijding: 5.18.13 RV
P 130 ea – 0,25 m te lang 280
de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg of een aanhangwagen en/of meer dan van 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m bedraagt (categorie 12 en 13 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding 5.18.13 RV
P 131 a – t/m 0,25 m 280
P 131 f de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een aanhangwagen en/of meer dan 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m (categorie 12 en 13 particulier gebruik) 5.18.13 RV
P 131 i de in lengte ondeelbare lading bij een personenauto, een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg of een driewielig motorrijtuig aan de voor- en/of achterzijde van het voertuig meer dan 1 m uitsteekt 5.18.13 RV 140 140 140
de in lengte ondeelbare lading van het voertuig of samenstel van voertuigen 5.18.21 RV
P 210 e – meer dan 3,50 m voor het hart van het stuurwiel van het voertuig uitsteekt 140 140
P 210 f – meer dan 1 m voor en/of achter het voertuig uitsteekt, terwijl de voor-/ en of achterzijde niet is voorzien van de vereiste markering 140 140
P 210 g – meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van het voertuig uitsteekt 140 140
Afstand achteras trekkend voertuig / achterzijde voertuig
P 190 c de afstand van de achteras van het trekkende voertuig tot de achterzijde van de aanhangwagen, met inbegrip van de lading, meer bedraagt dan 2,50 m 5.18.19, 5.18.27 RV
Breedte; lading
Noot: De feitcodeserie P 141 geldt voor de categorieën 7, 8 en 14 voor alle lading. Bij deze categorieën wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelbare en ondeelbare lading. Voor de overige categorieën betreft het uitsluitend deelbare lading.
P 140 d de lading of het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk die meer dan 0,10 m buiten de zijkant van het voertuig uitsteekt, niet is voorzien van de vereiste markering (geldt niet voor lading op driewielige motorrijtuigen of voor lading op personenauto’s) 5.18.14 lid 3 en 5.18.22 lid 2 RV 140 140 140 140
P 140 e de lading meer dan 0,20 m buiten de zijkant(en) van het voertuig uitsteekt (cat 5; cat 4 motor op 2 wielen) 5.18.14 en 5.18.19 RV 140 140 140
het voertuig met inbegrip van de (deelbare) lading of verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk de maximum toegestane breedte overschrijdt, een overschrijding 5.18.14 lid 1 en 5.18.22 RV
P 141 a – t/m 0,20 m 280 280 280 280 280 280
P 260 a de bromfiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m 5.18.26 lid 1 RV 95
P 260 b het voertuig met inbegrip van de lading breder is dan 2 m (cat 6 bromfiets > 2 wielen) 5.18.26 lid 2 en 5.18.19 lid 2 RV 95
P 270 a de aangekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m 5.18.27 en 5.18.29 RV
P 280 a de fiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 m 5.18.28 lid 1 RV
P 280 b de fiets op meer dan twee wielen of voorzien van een zijspanwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1,50 m 5.18.28 lid 2 RV
het voertuig met inbegrip van de lading
P 300 a – breder is dan 1,10 m 5.18.30 lid 1 RV
P 300 b – breder is dan 1,50 m 5.18.30 lid 2 RV
P 300 c – in bespannen toestand breder is dan 2,60 m of indien de lading bestaat uit losse veldgewassen breder is dan 3,50 m 5.18.30 lid 3 RV
Hoogte
P 270 b de aangekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading hoger is dan 1 m 5.18.19 en 5.18.27 RV
het voertuig met inbegrip van de lading
P 300 d – hoger is dan 2 m 5.18.30 lid 4 RV
P 300 e – hoger is dan 4 m 5.18.30 lid 5 RV
Massa
Noot
De onderstaande feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as zijn niet van toepassing indien sprake is van beroepsmatig vervoer met een vrachtauto, in de zin van de Wet wegvervoer goederen, met een laadvermogen van meer dan 500 kg. Hierop zijn de feitcodeseries E 850 t/m E 856 van toepassing.
de op de kentekencard of het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde toegestane maximum massa (van het samenstel) wordt overschreden, een overschrijding met 5.18.17a, b en c alle lid 1 RV
P 171 a – meer dan 10 % t/m 25 % 140 140 140
P 171 b – meer dan 25 % t/m 50 % 210 210 210
P 171 c – meer dan 50 % t/m 75 % 310 310 310
geen toegestane maximummassa op de kentekencard, het kentekenbewijs of in het kentekenregister is vermeld dan wel de bedrijfsauto of bus niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten meer bedraagt dan: a. 50.000 kg of bij een rijdend werktuig 60.000 kg; b. de technisch toegestane maximum massa; c. vijfmaal de toegestane maximum last onder de aangedreven as(sen); d. de uitkomst van de som: het vermogen van de motor in kW, gedeeld door 0,00368 kW/kg, een overschrijding met 5.18.17a en b beide lid 2 en 3 RV
P 171 e – meer dan 10 % t/m 25 % 140 140
P 171 f – meer dan 25 % t/m 50 % 210 210
P 171 g – meer dan 50 % t/m 75 % 310 310
de som van de aslasten van de middenasaanhangwagen of oplegger in combinatie met een positieve last onder de koppeling van het voertuig in beladen toestand meer bedraagt dan de toegestane maximum massa, een overschrijding met 5.18.17c lid 1 RV
P 171 j – meer dan 10 % t/m 25 %
P 171 k – meer dan 25 % t/m 50 %
P 171 l – meer dan 50 % t/m 75 %
op de kentekencard of het kentekenbewijs van de middenasaanhangwagen of in het kentekenregister geen toegestane maximum massa is vermeld dan wel de middenasaanhangwagen niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten in combinatie met een positieve last onder de koppeling in beladen toestand meer bedraagt dan 20.000 kg of meer bedraagt dan 24.000 kg bij een middenasaanhangwagen die voorzien is van gasvering of als gelijkwaardig aangemerkte vering en is voorzien van drie assen, een overschrijding met 5.18.17c lid 2 RV
P 171 n – meer dan 10 % t/m 25 %
P 171 o – meer dan 25 % t/m 50 %
P 171 p – meer dan 50 % t/m 75 %
de massa niet op de voorgeschreven wijze kan worden vastgesteld en de massa meer bedraagt dan 750 kg, een overschrijding met 5.18.17c lid 3 RV
P 171 s – meer dan 10 % t/m 25 %
P 171 t – meer dan 25 % t/m 50 %
P 171 v – meer dan 50 % t/m 75 %
de op het kentekenbewijs of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximum last van enige as of asstel wordt overschreden, een overschrijding met 5.18.17d en e beide lid 1 RV
P 172 a – meer dan 10 % t/m 25 % 140 140
P 172 b – meer dan 25 % t/m 50 % 210 210
P 172 c – meer dan 50 % t/m 75 % 310 310
geen waarde op de kentekencard, het kentekenbewijs van de bedrijfsauto, bus of dolly of in het kentekenregister is vermeld dan wel het voertuig niet in Nederland is geregistreerd en de getrokken massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger meer bedraagt dan in één van de in artikel 5.18.17 g lid 2 RV voor dat voertuig van toepassing zijnde waarden, een overschrijding met 5.18.17d lid 2 en e lid 2 RV
P 172 e – meer dan 10 % t/m 25 % 140 140
P 172 f – meer dan 25 % t/m 50 % 210 210
P 172 g – meer dan 50 % t/m 75 % 310 310
het voertuig zodanig is beladen dat de op de kentekencard, in het Nederlandse kentekenbewijs of de in het kentekenregister van de aanhangwagen vermelde toegestane maximumlast onder de koppeling wordt overschreden, een overschrijding met 5.18.17f lid 1 RV
P 172 j – meer dan 10 % t/m 25 %
P 172 k – meer dan 25 % t/m 50 %
P 172 l – meer dan 50 % t/m 75 %
de op de kentekencard, het kentekenbewijs van de bedrijfsauto, bus of dolly of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximum te trekken massa van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger wordt overschreden of de som van de aslasten meer bedraagt dan de vermelde toegestane maximum te trekken massa, een overschrijding met 5.18.17g lid 1 RV
P 172 n – meer dan 10 % t/m 25 % 140 140
P 172 o – meer dan 25 % t/m 50 % 210 210
P 172 p – meer dan 50 % t/m 75 % 310 310
de getrokken massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger van het niet in Nederland geregistreerde voertuig meer bedraagt dan in één van de in artikel 5.18.17g lid 2 RV voor dat voertuig van toepassing zijnde waarden, een overschrijding met 5.18.17g lid 2 RV
P 173 a – meer dan 10 % t/m 25 % 140 140
P 173 b – meer dan 25 % t/m 50 % 210 210
P 173 c – meer dan 50 % t/m 75 % 310 310
de toegestane maximum last van enige as, de last onder de koppeling, de toegestane maximummassa of de som van de aslasten meer bedraagt dan de toegestane maximummassa, een overschrijding met 5.18.17h lid 1 RV
P 173 e – meer dan 10 % t/m 25 % 140
P 173 f – meer dan 25 % t/m 50 % 210
P 173 g – meer dan 50 % t/m 75 % 310
P 174 meer passagiers worden vervoerd dan op de kentekencard, het kentekenbewijs of in het kentekenregister, dan wel op de plaat als bedoeld in art. 5.3a.1 RV is vermeld of indien dit niet is vermeld het aantal passagiers meer bedraagt dan de toegestane maximummassa verminderd met de massa in rijklare toestand gedeeld door 68 kg 5.18.17h lid 2 RV 380
de totale massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen meer bedraagt dan de maximum massa die volgt uit het op de koppeling van het trekkend voertuig (toegestane massa max. 3500 kg) aangebrachte identificatiekenmerk of goedkeuringsmerk, of indien zo'n merk niet aanwezig is, de massa meer bedraagt dan 750 kg en meer dan de ledige massa van het trekkend motorvoertuig en meer dan de massa in rijklare toestand van het trekkend motorrijtuig, een overschrijding met 5.18.18 RV
P 180 e – meer dan 10 % t/m 25 %
P 180 f – meer dan 25 % t/m 50 %
P 180 g – meer dan 50 % t/m 75 %
P 181 a de last onder de bestuurde as(sen) van een motorvoertuig (in beladen toestand) minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voertuig in beladen toestand 5.18.24 RV 240 240 240 240 240 240
P 181 b de last onder de bestuurde as(sen) van een gelede bus minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voorste deel van het motorrijtuig in beladen toestand 5.18.18 lid 2 RV 240
P 181 c de last onder de gestuurde as(sen), niet zijnde zelfsturende assen, van autonome aanhangwagens in beladen toestand (of samenstellen van dolly en oplegger in beladen toestand), minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de aanhangwagen in beladen toestand (of het samenstel van dolly en oplegger in beladen toestand) 5.18.18 en 5.18.24 RV
P 181 d de last onder de koppeling van opleggers in beladen toestand minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de oplegger in beladen toestand 5.18.18 lid 4 RV
P 190 b de totale massa van de aanhangwagen meer bedraagt dan de helft van de ledige massa van het trekkende voertuig 5.18.19, 5.18.27 RV
de totale massa van a. de aanhangwagen met een bedrijfsrem of; b. de som van de aslasten van de autonome aanhangwagen met een bedrijfsrem of; c. de som van de aslasten of de aslast in combinatie met een positieve koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een bedrijfsrem; achter een personenauto meer bedraagt dan de laagste van in artikel 5.18.18a, lid 1, RV vermelde waarden dan wel de massa meer bedraagt dan 3500 kg, een overschrijding met 5.18.18a lid 1 RV
P 185 a – meer dan 10 % t/m 25 %
P 185 b – meer dan 25 % t/m 50 %
P 185 c – meer dan 50 % t/m 75 %
de totale massa van a. de aanhangwagen zonder een bedrijfsrem of; b. de som van de aslasten van de autonome aanhangwagen zonder een bedrijfsrem of; c. de som van de aslasten of de aslast in combinatie met een positieve koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen zonder een bedrijfsrem; achter een personenauto meer bedraagt dan de laagste van in artikel 5.18.18a, lid 2, RV vermelde waarden dan wel meer bedraagt dan 750 kg, een overschrijding met 5.18.18a lid 2 RV
P 186 a – meer dan 10 % t/m 25 %
P 186 b – meer dan 25 % t/m 50 %
P 186 c – meer dan 50 % t/m 75 %
de op de constructieplaat vermelde technisch toegestane maximummassa van het voertuig wordt overschreden of de som van de aslasten van het voertuig in beladen toestand meer bedraagt dan de vermelde technisch toegestane maximummassa van het voertuig of het draagvermogen van de gemonteerde banden wordt overschreden (particulier gebruik), een overschrijding met 5.18.25 lid 1 en 5.18.25b lid 1 en 2 RV
P 250 aa – meer dan 10 t/m 25 % 140 140
P 250 ab – meer dan 25 t/m 50 % 210 210
P 250 ac – meer dan 50 t/m 75 % 310 310
de toegestane maximummassa of de som van de aslasten van het voertuig of samenstel in beladen toestand meer bedraagt dan: a. 50.000 kg; b. de technisch toegestane maximummassa van het voertuig of samenstel; c. 18.000 kg voor een twee-assige landbouw- of bosbouwtrekker, of; d. 24.000 kg voor een drie-assige landbouw- of bosbouwtrekker; (particulier gebruik), een overschrijding met 5.18.25 lid 2 en 3, 5.18.25a RV
P 251 aa – meer dan 10 t/m 25 % 140 140
P 251 ab – meer dan 25 t/m 50 % 210 210
P 251 ac – meer dan 50 t/m 75% 310 310
bij de middenasaanhangwagen of oplegger de som van de aslasten van het voertuig in beladen toestand vermeerderd met de last onder de koppeling van het voertuig in beladen toestand, meer bedraagt dan de technisch toegestane maximummassa en/of het draagvermogen van de gemonteerde banden (particulier gebruik), een overschrijding met 5.18.25b lid 2 RV
P 252 aa – meer dan 10 t/m 25 %
P 252 ab – meer dan 25 t/m 50 %
P 252 ac – meer dan 50 t/m 75 %
de toegestane maximummassa niet op de voorgeschreven wijze kan worden vastgesteld en de daardoor voor deze aanhangwagen of verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk geldende toegestane maximum wiellast van 5000 kg wordt overschreden, een overschrijding met 5.18.25b lid 3 RV
P 253 aa – meer dan 10 t/m 25 %
P 253 ab – meer dan 25 t/m 50 %
P 253 ac – meer dan 50 t/m 75 %
de (op de constructieplaat vermelde) technische toegestane maximumlast onder de as of het asstel wordt overschreden (of het draagvermogen van de gemonteerde banden) wordt overschreden (particulier gebruik), een overschrijding met 5.18.25c lid 1, 5.18.25d lid 1 en 2 RV
P 254 aa – meer dan 10 t/m 25 % 140 140
P 254 ab – meer dan 25 t/m 50 % 210 210
P 254 ac – meer dan 50 t/m 75 % 310 310
de toegestane maximumlast onder de as meer bedraagt dan: a. 10.000 kg voor een niet-aangedreven as of 11.500 kg voor een aangedreven as of; b. de toegestane maximumlast onder de as van een motorrijtuig met beperkte snelheid meer bedraagt dan 12.000 kg of; c. de toegestane maximumlast van de landbouw- of bosbouwaanhangwagens of het verwisselbare getrokken uitrustingsstuk onder een pendelas meer bedraagt dan 13.000 kg of de last onder één of beide assen bedraagt dan 6.500 kg; (particulier gebruik), een overschrijding met 5.18.25c lid 2, 3 en 4 RV
P 255 aa – meer dan 10 t/m 25 % 140 140
P 255 ab – meer dan 25 t/m 50 % 210 210
P 255 ac – meer dan 50 t/m 75 % 310 310
de som van de aslasten van de aangekoppelde middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg meer bedraagt dan 1,5 maal de som van aslasten van het trekkend motorvoertuig, een overschrijding met 5.18.31 RV
P 310 a – meer dan 10 % t/m 25 %
P 310 b – meer dan 25 % t/m 50 %
P 310 e de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een massa van niet meer dan 750 kg meer bedraagt dan 50 kg dan wel niet neerwaarts is gericht 5.18.31 RV
P 310 f de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een toegestane massa van meer dan 750 kg of de aanhangwagen met stijve dissel minder bedraagt dan 1 % van de toegestane maximum massa van dat voertuig (de koppelingsdruk behoeft niet meer dan 50 kg te bedragen) 5.18.31 RV
2 – Ophanging
P 320 de banden op één as niet dezelfde maataanduiding hebben vanwege het gebruik van een nood- of reservewiel en de rijsnelheid en het rijgedrag niet zijn aangepast aan de door de fabrikant voor dat nood- of reservewiel vastgestelde voorschriften 5.18.32 RV 240 240 240 240
P 321 de banden van het motorvoertuig voorzien zijn van sneeuwkettingen die bestaan uit metalen elementen 5.1.8.32a RV 240 240 240 240
3 – Reminrichting
P 330 a de aanhangwagen, niet is voorzien van een reminrichting, terwijl de totale massa hoger is dan de helft van de massa in rijklare toestand van het trekkend voertuig 5.18.33 RV
P 340 a de aanwezige reminrichting van de aanhangwagen niet in werking treedt bij het bedienen van de bedrijfsrem van het trekkend voertuig 5.18.34 lid 1 RV
P 340 b de losbreekreminrichting niet op de vereiste wijze met het trekkend voertuig is verbonden 5.18.34 lid 2 RV
P 340 c zonder dat de aanhangwagen en het trekkend voertuig, terwijl deze zijn uitgerust met een ABS- of EBS-systeem, via de ISO 7638 stekkers met elkaar zijn verbonden 5.18.34 lid 3 RV 240
P 340 d het samenstel van voertuigen bestaande uit een bedrijfsauto en dolly met oplegger niet alle zijn voorzien van een EBS-remsysteem 5.18.34 lid 5 RV 240
P 340 e de dolly van een samenstel van voertuigen bestaande uit een bedrijfsauto en dolly met oplegger is voorzien van een voertuigstabiliteitssysteem maar beschikt niet tevens over een voorziening die de remmen van de getrokken oplegger automatisch activeert zodra het voertuigstabiliteitssysteem van de dolly ingrijpt 5.18.34 lid 6 RV 240
niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 1 RV
P 350 a – 0 t/m 0,5 m/s2 240 240 240
P 350 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2 360 360 360
niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 1 RV
P 350 f – 0 t/m 0,5 m/s2 380 380
de remvertraging van het samenstel niet voldoet aan die van het trekkend voertuig, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 2 RV
P 351 a – 0 t/m 0,5 m/s2 240 240
P 351 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2 360 360
P 352 het dubbel uitgevoerde rempedaal niet is gekoppeld 5.18.35a RV 140 140
P 360 de parkeerrem het samenstel op een helling van 10 % niet in stilstand kan houden 5.18.36 RV 95 95 95 95 95 95
4 – Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
P 370 een aanhangwagen wordt voortbewogen zonder dat iedere zijkant van het trekkend voertuig is voorzien van een zijrichtingaanwijzer 5.18.37 RV 95 95 95 95
P 380 de verlichtingsinstallatie van de aanhangwagen niet zodanig functioneert, dat de functies van de verlichting en de lichtsignalen overeenkomen met die van het trekkend voertuig 5.18.38 lid 1 RV
P 382 de verlichtingsinstallatie van het verwisselbare gedragen of de lastdrager uitrustingsstuk niet zodanig functioneert dat de functies van verlichting en lichtsignalen op het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk of de lastdrager overeenstemmen met die van het voertuig 5.18.38 lid 2 RV 140 140 140
5 – Verbinding tussen voertuigen
P 540 de aanhangwagen of het verwisselbare getrokken uitrustingsstuk niet middels een deugdelijke koppeling zodanig met het trekkend voertuig is verbonden dat zijdelings uitwijken van de aanhangwagen of het verwisselbare getrokken uitrustingsstuk zoveel mogelijk wordt voorkomen 5.18.54 RV
P 541 de aanhangwagen of het verwisselbare getrokken uitrustingsstuk niet middels een enkele, passende en geschikte koppeling die niet kan lostrillen geborgd is 5.18.54 RV
P 550 het bewegen van de aanhangwagen ten opzichte van het trekkend voertuig in een uiterste stand tot 90 graden wordt begrensd door delen van de reminrichting, de elektrische installatie, de koppeling of, indien aanwezig, de hulpkoppeling of besturingsonderdelen 5.18.55 RV
P 560 a het trekoog of de kogelkoppeling van de gekoppelde aanhangwagen niet nagenoeg horizontaal ligt op een horizontaal wegdek 5.18.56 lid 1 RV
P 560 c geen hoekverdraaiing van de opleggerschotel naar boven en naar beneden mogelijk is indien het samenstel van opleggertrekker en oplegger of het samenstel van dolly en oplegger zich op een horizontaal wegdek bevindt 5.18.56 lid 3 RV 95
P 570 de hulpkoppeling van een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 1500 kg niet op de vereiste wijze is aangebracht 5.18.57 RV
P 590 de gekoppelde aanhangwagen niet goed is verbonden 5.18.59 RV
6 – Diversen
P 600 de drie- of meerwielige bromfiets met carrosserie aan de achterzijde niet voorzien is van het vereiste ronde bord of vlak met de aanduiding 45 5.18.60 RV 65
P 601 de afsleepas niet voldoet aan de in artikel 5.18.62, lid 1 en 2, gestelde eisen 5.18.62 lid 1 en 2 RV
P 602 aan de achterzijde van het door de afsleepas gesleepte voertuig geen lichtbalk is geplaatst die is aangesloten op de verlichting van het trekkende voertuig met ten minste twee rode achterlichten, twee rode remlichten, twee rode retroreflectoren en twee ambergele richtingaanwijzers 5.18.62 lid 3 RV

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 5c

Indien geen administratieve sanctie kan worden opgelegd, omdat degene die ten tijde van de geconstateerde gedraging met of door middel van een motorrijtuig met een kenteken als bedoeld in artikel 4 van het Kentekenreglement was ingeschreven in het kentekenregister immuniteit geniet op grond van het volkenrecht, verstrekt de officier van justitie de gegevens, genoemd in artikel 4, eerste lid, tweede volzin aan Onze Minister van Buitenlandse Zaken ten behoeve van het versturen van een notificatie aan deze kentekenhouder.

Hoofdstuk IV. Administratief beroep en bezwaar bij de officier van justitie

Hoofdstuk V. Beroep bij de kantonrechter van de rechtbank

Hoofdstuk VI. Hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Hoofdstuk VIII. De inning van de administratieve sanctie

Artikel 32

Indien aan de in artikel 31, eerste lid, bedoelde vordering niet wordt voldaan, is de ambtenaar bevoegd bij wijze van voorlopige maatregel het voertuig in bewaring te stellen, totdat het bedrag van de opgelegde en van de reeds verschuldigde administratieve sanctie en van de administratiekosten, alsmede de inmiddels daarop gevallen kosten van de inbewaringstelling zijn voldaan. Daartoe kan hij op kosten van de bestuurder het voertuig naar een door hem aangewezen nabijgelegen plaats overbrengen of doen overbrengen en aldaar in bewaring doen stellen. Zo nodig roept hij hierbij de hulp van de sterke arm in. Artikel 29, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk XI. Slotbepalingen

Bijlage. als bedoeld in artikel 2, eerste lid

Feit Overtreden artikel Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie
Feit Overtreden artikel 1 2 3 4 5 6 7 8
Afdeling A. Verkeer te land
Categorie-indeling B:
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Gezagvoerders/schippers;
8 – Een ieder.
NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd.
NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen.
Nummers K 006 – K 172: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR)
K 025 als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het kentekenbewijs niet behoorlijk leesbaar is 36 lid 3 sub d WVW 1994 60 60 60
het kenteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig hebben op of aan 40 lid 1 WVW 1994
K 030 a – een motorrijtuig 180 180 120 180
K 030 b – de aanhangwagen 180 180 120 180
K 035 het ongeldig verklaarde kentekenbewijs niet binnen de bepaalde termijn inleveren bij de Dienst Wegverkeer 52c lid 3 WVW 1994 300
voor een kentekenplichtig motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3.500 kg of minder
K 045 a – is geen keuringsbewijs afgegeven 72 lid 1 WVW 1994 180 180
K 045 b – heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren 72 lid 2 sub b WVW 1994 180 180
voor een kentekenplichtig motorrijtuig of aanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg
K 046 a – is geen keuringsbewijs afgegeven 72 lid 1 WVW 1994 495 495
K 046 b – heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren 72 lid 2 sub b WVW 1994 495 495
als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het rijbewijs
K 060 a – niet voldoet aan de gestelde eisen 107 lid 2 sub a WVW 1994 60 60 40
K 060 e – zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, waarbij de geldigheidsduur één jaar of minder is verstreken 107 lid 2 sub b WVW 1994 120 120 80
K 060 c – niet behoorlijk leesbaar is 107 lid 2 sub c WVW 1994 120 120 80
K 060 h als bestuurder van een bromfiets rijden, terwijl het rijbewijs ongeldig is verklaard voor een of meer categorieën, niet zijnde de categorie AM, en aan betrokkene geen nieuw rijbewijs voor de categorie AM is afgegeven 107 lid 2 sub b WVW 1994 80
K 065 cc als houder van een rijbewijs B dat met het oog op deelname aan begeleid rijden was afgegeven, jonger dan 18 jaar een motorrijtuig waarvoor rijbewijs B is vereist besturen zonder dat een op de begeleiderspas vermelde begeleider op de zitplaats naast de bestuurder zat 111a lid 3 onder b en c WVW 1994 180
rijonderricht geven voor rijbewijs B terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van
K 090 a – een dubbele bediening c.q. een onderbreker 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 8 sub a RR 360
K 090 b – een binnen- en een buitenspiegel waarmee degene die rijonderricht geeft het achter en rechts naast hem gelegen weggedeelte kan overzien 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 8 sub b RR 360
K 090 c – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 8 sub b RR 120
K 090 aa rijonderricht geven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, tweewielige bromfiets, terwijl deze niet is voorzien van een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 1 RR 120
rijonderricht geven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, drie- of vierwielige bromfiets, terwijl deze niet is voorzien van
K 090 bb – een dubbele bediening c.q. onderbreker 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 2 RR 360
K 090 cc – een binnen- en buitenspiegel ten behoeve van de rij-instructeur 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 2 RR 360
K 090 dd – een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding 110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 2 RR 120
K 145 a als bestuurder handelen in strijd met één of meer aan een ontheffing, vergunning of vrijstelling verbonden voorschrift(en), niet betrekking hebbend op de begeleiding of vakbekwaamheid 150 lid 2 WVW 1994 180 180 120 70
als bestuurder van een motorrijtuig niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven
K 150 a – het kentekenbewijs 160 lid 1 sub a WVW 1994 60 60 60
K 150 c – het rijbewijs 160 lid 1 sub b WVW 1994 110 110 110
K 150 e – de ontheffing 160 lid 1 sub d WVW 1994 60
K 150 f – het ingevolge de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders vereiste getuigschrift 160 lid 1 sub c WVW 1994 80
K 150 g – een gehandicaptenparkeerkaart of een kaart ten behoeve van gehandicaptenvervoer 160 lid 1 sub e WVW 1994 180 180 120 70
K 150 h – de begeleiderspas 160 lid 1 sub f WVW 1994 80
K 150 aa als begeleider niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven van het rijbewijs 160 lid 7 WVW 1994 80
K 155 a niet meewerken aan het onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties en/of de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven niet opvolgen 160 lid 5 sub a WVW 1994 300 300 210 120 300
K 155 b niet meewerken aan het voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht en/of de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven niet opvolgen 160 lid 5 sub b WVW 1994 300 300 210 120 300
K 155 c niet meewerken aan het onderzoek van speeksel en/of de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven niet opvolgen 160 lid 5 sub c WVW 1994 300 300 210 120 300
Feit Overtreden artikel Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie
--- --- --- --- --- --- --- --- ---
Feit Overtreden artikel 1 2 3 4
Nummers S 005, VA 004 – VV 101: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
Categorie-indeling C: (maximumsnelheid)
1 – Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto's, autobussen en motorvoertuigen met aanhangwagen);
2 – Vrachtauto's, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto's met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen;
3 – Bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor;
4 – Land- of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid.
Hoofdstuk 2. Verkeersregels
VIII. Maximumsnelheid
a. Algemeen
als bestuurder niet in staat zijn, zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is 19 RVV 1990
S 005 a – bij snelheden tot en met 80 km/h 360 360 250
Snelheidsoverschrijdingen
Noot
1. * = Recidiveregeling snelheid (zie Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen enz.); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h of 30 km/h (cat. 3) het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het Openbaar Ministerie.
2. Indien bij een feitcode bij het tarief «OBM» staat vermeld dan betreft dit de eis ter zitting voor de eerste overtreding. Naast deze boete dient een OBM ov conform de recidiveregeling snelheidsovertredingen te worden geëist.
b. Binnen de bebouwde kom
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 20 sub a RVV 1990 (cat 1/2), 20 sub b en c RVV 1990 (cat 3), 22 sub c en d RVV 1990 (cat 3), 22a RVV 1990 (cat 4)
VA 004 – met 4 km/h 35 58 35 35
VA 005 – met 5 km/h 43 69 43 43
VA 006 – met 6 km/h 53 80 53 53
VA 007 – met 7 km/h 61 94 61 61
VA 008 – met 8 km/h 69 108 69 69
VA 009 – met 9 km/h 79 121 79 79
VA 010 – met 10 km/h 90 134 90 90
VA 011 – met 11 km/h 121 169 121 121
VA 012 – met 12 km/h 132 183 132 132
VA 013 – met 13 km/h 146 199 146 146
VA 014 – met 14 km/h 157 216 157 157
VA 015 – met 15 km/h 169 232 169 169
VA 016 – met 16 km/h 182 249 182 182
VA 017 – met 17 km/h 195 266 195 195
VA 018 – met 18 km/h 210 284 210 210
VA 019 – met 19 km/h 224 303 224 224
VA 020 – met 20 km/h 240 323 240 240
VA 021 – met 21 km/h 257 343 257 257
VA 022 – met 22 km/h 273 364 273 273
VA 023 – met 23 km/h 291 384 291 291
VA 024 – met 24 km/h 306 406 306 306
VA 025 – met 25 km/h 325 429 325 325
VA 026 – met 26 km/h 343 454 343 343
VA 027 – met 27 km/h 365 479 365 365
VA 028 – met 28 km/h 383 495 383 383
VA 029 – met 29 km/h 402 495 402 402
VA 030 – met 30 km/h 421 421
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 62 jo. bord A1 (uitgezonderd [30 km/h]) RVV 1990
VB 004 – met 4 km/h 35 58 35 35
VB 005 – met 5 km/h 43 69 43 43
VB 006 – met 6 km/h 53 80 53 53
VB 007 – met 7 km/h 61 94 61 61
VB 008 – met 8 km/h 69 108 69 69
VB 009 – met 9 km/h 79 121 79 79
VB 010 – met 10 km/h 90 134 90 90
VB 011 – met 11 km/h 121 169 121 121
VB 012 – met 12 km/h 132 183 132 132
VB 013 – met 13 km/h 146 199 146 146
VB 014 – met 14 km/h 157 216 157 157
VB 015 – met 15 km/h 169 232 169 169
VB 016 – met 16 km/h 182 249 182 182
VB 017 – met 17 km/h 195 266 195 195
VB 018 – met 18 km/h 210 284 210 210
VB 019 – met 19 km/h 224 303 224 224
VB 020 – met 20 km/h 240 323 240 240
VB 021 – met 21 km/h 257 343 257 257
VB 022 – met 22 km/h 273 364 273 273
VB 023 – met 23 km/h 291 384 291 291
VB 024 – met 24 km/h 306 406 306 306
VB 025 – met 25 km/h 325 429 325 325
VB 026 – met 26 km/h 343 454 343 343
VB 027 – met 27 km/h 365 479 365 365
VB 028 – met 28 km/h 383 495 383 383
VB 029 – met 29 km/h 402 495 402 402
VB 030 – met 30 km/h 421 421
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (bord A1 [30 km/h]) 62 jo. bord A1 RVV 1990
VS 004 – met 4 km/h 58 130 58 58
VS 005 – met 5 km/h 69 146 69 69
VS 006 – met 6 km/h 80 164 80 80
VS 007 – met 7 km/h 93 183 93 93
VS 008 – met 8 km/h 106 201 106 106
VS 009 – met 9 km/h 119 220 119 119
VS 010 – met 10 km/h 134 238 134 134
VS 011 – met 11 km/h 169 282 169 169
VS 012 – met 12 km/h 183 302 183 183
VS 013 – met 13 km/h 198 324 198 198
VS 014 – met 14 km/h 216 345 216 216
VS 015 – met 15 km/h 232 366 232 232
VS 016 – met 16 km/h 249 390 249 249
VS 017 – met 17 km/h 266 412 266 266
VS 018 – met 18 km/h 284 438 284 284
VS 019 – met 19 km/h 303 462 303 303
VS 020 – met 20 km/h 323 488 323 323
VS 021 – met 21 km/h 343 495 343 343
VS 022 – met 22 km/h 366 495 366 366
VS 023 – met 23 km/h 387 387 387
VS 024 – met 24 km/h 410 410 410
VS 025 – met 25 km/h 431 431 431
VS 026 – met 26 km/h 454 454 454
VS 027 – met 27 km/h 477 477 477
VS 028 – met 28 km/h 495 495 495
VS 029 – met 29 km/h 495 495 495
overschrijding van de maximumsnelheid binnen een erf 45 RVV 1990
VV 004 – met 4 km/h 58 130 58 58
VV 005 – met 5 km/h 69 146 69 69
VV 006 – met 6 km/h 80 164 80 80
VV 007 – met 7 km/h 93 183 93 93
VV 008 – met 8 km/h 106 201 106 106
VV 009 – met 9 km/h 119 220 119 119
VV 010 – met 10 km/h 134 238 134 134
VV 011 – met 11 km/h 169 282 169 169
VV 012 – met 12 km/h 183 302 183 183
VV 013 – met 13 km/h 198 324 198 198
VV 014 – met 14 km/h 216 345 216 216
VV 015 – met 15 km/h 232 366 232 232
VV 016 – met 16 km/h 249 390 249 249
VV 017 – met 17 km/h 266 412 266 266
VV 018 – met 18 km/h 284 438 284 284
VV 019 – met 19 km/h 303 462 303 303
VV 020 – met 20 km/h 323 488 323 323
VV 021 – met 21 km/h 343 495 343 343
VV 022 – met 22 km/h 366 495 366 366
VV 023 – met 23 km/h 387 387 387
VV 024 – met 24 km/h 410 410 410
VV 025 – met 25 km/h 431 431 431
VV 026 – met 26 km/h 454 454 454
VV 027 – met 27 km/h 477 477 477
VV 028 – met 28 km/h 495 495 495
VV 029 – met 29 km/h 495 495 495
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 62 jo. bord A3 RVV 1990
VC 004 – met 4 km/h 35 58 35 35
VC 005 – met 5 km/h 43 69 43 43
VC 006 – met 6 km/h 53 80 53 53
VC 007 – met 7 km/h 61 94 61 61
VC 008 – met 8 km/h 69 108 69 69
VC 009 – met 9 km/h 79 121 79 79
VC 010 – met 10 km/h 90 134 90 90
VC 011 – met 11 km/h 121 169 121 121
VC 012 – met 12 km/h 132 183 132 132
VC 013 – met 13 km/h 146 199 146 146
VC 014 – met 14 km/h 157 216 157 157
VC 015 – met 15 km/h 169 232 169 169
VC 016 – met 16 km/h 182 249 182 182
VC 017 – met 17 km/h 195 266 195 195
VC 018 – met 18 km/h 210 284 210 210
VC 019 – met 19 km/h 224 303 224 224
VC 020 – met 20 km/h 240 323 240 240
VC 021 – met 21 km/h 257 343 257 257
VC 022 – met 22 km/h 273 364 273 273
VC 023 – met 23 km/h 291 384 291 291
VC 024 – met 24 km/h 306 406 306 306
VC 025 – met 25 km/h 325 429 325 325
VC 026 – met 26 km/h 343 454 343 343
VC 027 – met 27 km/h 365 479 365 365
VC 028 – met 28 km/h 383 495 383 383
VC 029 – met 29 km/h 402 495 402 402
VC 030 – met 30 km/h 421 421
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A1 RVV 1990
VD 004 – met 4 km/h 58 130 58 58
VD 005 – met 5 km/h 69 146 69 69
VD 006 – met 6 km/h 80 164 80 80
VD 007 – met 7 km/h 93 183 93 93
VD 008 – met 8 km/h 106 201 106 106
VD 009 – met 9 km/h 119 220 119 119
VD 010 – met 10 km/h 134 238 134 134
VD 011 – met 11 km/h 169 282 169 169
VD 012 – met 12 km/h 183 302 183 183
VD 013 – met 13 km/h 198 324 198 198
VD 014 – met 14 km/h 216 345 216 216
VD 015 – met 15 km/h 232 366 232 232
VD 016 – met 16 km/h 249 390 249 249
VD 017 – met 17 km/h 266 412 266 266
VD 018 – met 18 km/h 284 438 284 284
VD 019 – met 19 km/h 303 462 303 303
VD 020 – met 20 km/h 323 488 323 323
VD 021 – met 21 km/h 343 495 343 343
VD 022 – met 22 km/h 366 495 366 366
VD 023 – met 23 km/h 387 387 387
VD 024 – met 24 km/h 410 410 410
VD 025 – met 25 km/h 431 431 431
VD 026 – met 26 km/h 454 454 454
VD 027 – met 27 km/h 477 477 477
VD 028 – met 28 km/h 495 495 495
VD 029 – met 29 km/h 495 495 495
overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A3 RVV 1990
VE 004 – met 4 km/h 58 130 58 58
VE 005 – met 5 km/h 69 146 69 69
VE 006 – met 6 km/h 80 164 80 80
VE 007 – met 7 km/h 93 183 93 93
VE 008 – met 8 km/h 106 201 106 106
VE 009 – met 9 km/h 119 220 119 119
VE 010 – met 10 km/h 134 238 134 134
VE 011 – met 11 km/h 169 282 169 169
VE 012 – met 12 km/h 183 302 183 183
VE 013 – met 13 km/h 198 324 198 198
VE 014 – met 14 km/h 216 345 216 216
VE 015 – met 15 km/h 232 366 232 232
VE 016 – met 16 km/h 249 390 249 249
VE 017 – met 17 km/h 266 412 266 266
VE 018 – met 18 km/h 284 438 284 284
VE 019 – met 19 km/h 303 462 303 303
VE 020 – met 20 km/h 323 488 323 323
VE 021 – met 21 km/h 343 495 343 343
VE 022 – met 22 km/h 366 495 366 366
VE 023 – met 23 km/h 387 387 387
VE 024 – met 24 km/h 410 410 410
VE 025 – met 25 km/h 431 431 431
VE 026 – met 26 km/h 454 454 454
VE 027 – met 27 km/h 477 477 477
VE 028 – met 28 km/h 495 495 495
VE 029 – met 29 km/h 495 495 495
c. (Auto)wegen buiten de bebouwde kom
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom 21 sub a RVV 1990 (cat 1), 22 sub a, b, e en f RVV 1990 (cat 2), 21 sub b en c RVV 1990 (cat 3), 22 sub c en d RVV 1990 (cat 3), 22a RVV 1990 (cat 4)
VF 004 – met 4 km/h 31 47 31 31
VF 005 – met 5 km/h 39 57 39 39
VF 006 – met 6 km/h 47 68 47 47
VF 007 – met 7 km/h 56 79 56 56
VF 008 – met 8 km/h 64 91 64 64
VF 009 – met 9 km/h 75 101 75 75
VF 010 – met 10 km/h 84 113 84 84
VF 011 – met 11 km/h 115 143 115 115
VF 012 – met 12 km/h 127 158 127 127
VF 013 – met 13 km/h 139 173 139 139
VF 014 – met 14 km/h 150 187 150 150
VF 015 – met 15 km/h 162 201 162 162
VF 016 – met 16 km/h 173 219 173 173
VF 017 – met 17 km/h 186 235 186 186
VF 018 – met 18 km/h 198 251 198 198
VF 019 – met 19 km/h 214 268 214 214
VF 020 – met 20 km/h 230 284 230 230
VF 021 – met 21 km/h 243 303 243 243
VF 022 – met 22 km/h 258 323 258 258
VF 023 – met 23 km/h 273 342 273 273
VF 024 – met 24 km/h 291 360 291 291
VF 025 – met 25 km/h 308 381 308 308
VF 026 – met 26 km/h 325 402 325 325
VF 027 – met 27 km/h 342 421 342 342
VF 028 – met 28 km/h 360 444 360 360
VF 029 – met 29 km/h 381 466 381 381
VF 030 – met 30 km/h 401 488 401
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom 62 jo. bord A1 RVV 1990
VG 004 – met 4 km/h 31 47 31
VG 005 – met 5 km/h 39 57 39
VG 006 – met 6 km/h 47 68 47
VG 007 – met 7 km/h 56 79 56
VG 008 – met 8 km/h 64 91 64
VG 009 – met 9 km/h 75 101 75
VG 010 – met 10 km/h 84 113 84
VG 011 – met 11 km/h 115 143 115
VG 012 – met 12 km/h 127 158 127
VG 013 – met 13 km/h 139 173 139
VG 014 – met 14 km/h 150 187 150
VG 015 – met 15 km/h 162 201 162
VG 016 – met 16 km/h 173 219 173
VG 017 – met 17 km/h 186 235 186
VG 018 – met 18 km/h 198 251 198
VG 019 – met 19 km/h 214 268 214
VG 020 – met 20 km/h 230 284 230
VG 021 – met 21 km/h 243 303 243
VG 022 – met 22 km/h 258 323 258
VG 023 – met 23 km/h 273 342 273
VG 024 – met 24 km/h 291 360 291
VG 025 – met 25 km/h 308 381 308
VG 026 – met 26 km/h 325 402 325
VG 027 – met 27 km/h 342 421 342
VG 028 – met 28 km/h 360 444 360
VG 029 – met 29 km/h 381 466 381
VG 030 – met 30 km/h 401 488
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom 62 jo. bord A3 RVV 1990
VH 004 – met 4 km/h 31 47 31
VH 005 – met 5 km/h 39 57 39
VH 006 – met 6 km/h 47 68 47
VH 007 – met 7 km/h 56 79 56
VH 008 – met 8 km/h 64 91 64
VH 009 – met 9 km/h 75 101 75
VH 010 – met 10 km/h 84 113 84
VH 011 – met 11 km/h 115 143 115
VH 012 – met 12 km/h 127 158 127
VH 013 – met 13 km/h 139 173 139
VH 014 – met 14 km/h 150 187 150
VH 015 – met 15 km/h 162 201 162
VH 016 – met 16 km/h 173 219 173
VH 017 – met 17 km/h 186 235 186
VH 018 – met 18 km/h 198 251 198
VH 019 – met 19 km/h 214 268 214
VH 020 – met 20 km/h 230 284 230
VH 021 – met 21 km/h 243 303 243
VH 022 – met 22 km/h 258 323 258
VH 023 – met 23 km/h 273 342 273
VH 024 – met 24 km/h 291 360 291
VH 025 – met 25 km/h 308 381 308
VH 026 – met 26 km/h 325 402 325
VH 027 – met 27 km/h 342 421 342
VH 028 – met 28 km/h 360 444 360
VH 029 – met 29 km/h 381 466 381
VH 030 – met 30 km/h 401 488
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A1 RVV 1990, 22 sub a, e en f RVV 1990 (cat 2)
VI 004 – met 4 km/h 47 69 47
VI 005 – met 5 km/h 57 84 57
VI 006 – met 6 km/h 68 101 68
VI 007 – met 7 km/h 79 117 79
VI 008 – met 8 km/h 91 134 91
VI 009 – met 9 km/h 102 151 102
VI 010 – met 10 km/h 115 169 115
VI 011 – met 11 km/h 147 208 147
VI 012 – met 12 km/h 161 227 161
VI 013 – met 13 km/h 173 245 173
VI 014 – met 14 km/h 187 265 187
VI 015 – met 15 km/h 201 284 201
VI 016 – met 16 km/h 219 306 219
VI 017 – met 17 km/h 235 327 235
VI 018 – met 18 km/h 251 350 251
VI 019 – met 19 km/h 268 373 268
VI 020 – met 20 km/h 284 395 284
VI 021 – met 21 km/h 303 420 303
VI 022 – met 22 km/h 323 443 323
VI 023 – met 23 km/h 342 469 342
VI 024 – met 24 km/h 360 494 360
VI 025 – met 25 km/h 381 495 381
VI 026 – met 26 km/h 402 495 402
VI 027 – met 27 km/h 421 495 421
VI 028 – met 28 km/h 444 444
VI 029 – met 29 km/h 466 466
VI 030 – met 30 km/h 488
overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A3 RVV 1990, 22 sub a, e en f RVV 1990 (cat 2)
VK 004 – met 4 km/h 47 69 47
VK 005 – met 5 km/h 57 84 57
VK 006 – met 6 km/h 68 101 68
VK 007 – met 7 km/h 79 117 79
VK 008 – met 8 km/h 91 134 91
VK 009 – met 9 km/h 102 151 102
VK 010 – met 10 km/h 115 169 115
VK 011 – met 11 km/h 147 208 147
VK 012 – met 12 km/h 161 227 161
VK 013 – met 13 km/h 173 245 173
VK 014 – met 14 km/h 187 265 187
VK 015 – met 15 km/h 201 284 201
VK 016 – met 16 km/h 219 306 219
VK 017 – met 17 km/h 235 327 235
VK 018 – met 18 km/h 251 350 251
VK 019 – met 19 km/h 268 373 268
VK 020 – met 20 km/h 284 395 284
VK 021 – met 21 km/h 303 420 303
VK 022 – met 22 km/h 323 443 323
VK 023 – met 23 km/h 342 469 342
VK 024 – met 24 km/h 360 494 360
VK 025 – met 25 km/h 381 495 381
VK 026 – met 26 km/h 402 495 402
VK 027 – met 27 km/h 421 495 421
VK 028 – met 28 km/h 444 444
VK 029 – met 29 km/h 466 466
VK 030 – met 30 km/h 488
d. Autosnelwegen
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom 21 sub a RVV 1990 (cat 1), 22 sub a, b, e en f RVV 1990 (cat 2)
VL 004 – met 4 km/h 26 34
VL 005 – met 5 km/h 32 43
VL 006 – met 6 km/h 39 53
VL 007 – met 7 km/h 46 64
VL 008 – met 8 km/h 53 73
VL 009 – met 9 km/h 60 83
VL 010 – met 10 km/h 79 109
VL 011 – met 11 km/h 109 141
VL 012 – met 12 km/h 119 154
VL 013 – met 13 km/h 128 167
VL 014 – met 14 km/h 139 180
VL 015 – met 15 km/h 150 193
VL 016 – met 16 km/h 161 208
VL 017 – met 17 km/h 175 224
VL 018 – met 18 km/h 188 240
VL 019 – met 19 km/h 201 257
VL 020 – met 20 km/h 216 273
VL 021 – met 21 km/h 231 291
VL 022 – met 22 km/h 243 308
VL 023 – met 23 km/h 258 325
VL 024 – met 24 km/h 273 343
VL 025 – met 25 km/h 287 365
VL 026 – met 26 km/h 303 384
VL 027 – met 27 km/h 318 403
VL 028 – met 28 km/h 331 425
VL 029 – met 29 km/h 349 444
VL 030 – met 30 km/h 368 466
VL 031 a – met 31 km/h 386
VL 032 a – met 32 km/h 403
VL 033 a – met 33 km/h 421
VL 034 a – met 34 km/h 442
VL 035 a – met 35 km/h 461
VL 036 a – met 36 km/h 480
VL 037 a – met 37 km/h 495
VL 038 a – met 38 km/h 495
VL 039 a – met 39 km/h 495
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom 62 jo. bord A1 RVV 1990
VM 004 – met 4 km/h 26 34
VM 005 – met 5 km/h 32 43
VM 006 – met 6 km/h 39 53
VM 007 – met 7 km/h 46 64
VM 008 – met 8 km/h 53 73
VM 009 – met 9 km/h 60 83
VM 010 – met 10 km/h 79 109
VM 011 – met 11 km/h 109 141
VM 012 – met 12 km/h 119 154
VM 013 – met 13 km/h 128 167
VM 014 – met 14 km/h 139 180
VM 015 – met 15 km/h 150 193
VM 016 – met 16 km/h 161 208
VM 017 – met 17 km/h 175 224
VM 018 – met 18 km/h 188 240
VM 019 – met 19 km/h 201 257
VM 020 – met 20 km/h 216 273
VM 021 – met 21 km/h 231 291
VM 022 – met 22 km/h 243 308
VM 023 – met 23 km/h 258 325
VM 024 – met 24 km/h 273 343
VM 025 – met 25 km/h 287 365
VM 026 – met 26 km/h 303 384
VM 027 – met 27 km/h 318 403
VM 028 – met 28 km/h 331 425
VM 029 – met 29 km/h 349 444
VM 030 – met 30 km/h 368 466
VM 031 a – met 31 km/h 386
VM 032 a – met 32 km/h 403
VM 033 a – met 33 km/h 421
VM 034 a – met 34 km/h 442
VM 035 a – met 35 km/h 461
VM 036 a – met 36 km/h 480
VM 037 a – met 37 km/h 495
VM 038 a – met 38 km/h 495
VM 039 a – met 39 km/h 495
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom 62 jo. bord A3 RVV 1990
VN 004 – met 4 km/h 26 34
VN 005 – met 5 km/h 32 43
VN 006 – met 6 km/h 39 53
VN 007 – met 7 km/h 46 64
VN 008 – met 8 km/h 53 73
VN 009 – met 9 km/h 60 83
VN 010 – met 10 km/h 79 109
VN 011 – met 11 km/h 109 141
VN 012 – met 12 km/h 119 154
VN 013 – met 13 km/h 128 167
VN 014 – met 14 km/h 139 180
VN 015 – met 15 km/h 150 193
VN 016 – met 16 km/h 161 208
VN 017 – met 17 km/h 175 224
VN 018 – met 18 km/h 188 240
VN 019 – met 19 km/h 201 257
VN 020 – met 20 km/h 216 273
VN 021 – met 21 km/h 231 291
VN 022 – met 22 km/h 243 308
VN 023 – met 23 km/h 258 325
VN 024 – met 24 km/h 273 343
VN 025 – met 25 km/h 287 365
VN 026 – met 26 km/h 303 384
VN 027 – met 27 km/h 318 403
VN 028 – met 28 km/h 331 425
VN 029 – met 29 km/h 349 444
VN 030 – met 30 km/h 368 466
VN 031 a – met 31 km/h 386
VN 032 a – met 32 km/h 403
VN 033 a – met 33 km/h 421
VN 034 a – met 34 km/h 442
VN 035 a – met 35 km/h 461
VN 036 a – met 36 km/h 480
VN 037 a – met 37 km/h 495
VN 038 a – met 38 km/h 495
VN 039 a – met 39 km/h 495
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A1 RVV 1990, 22 sub a, e en f RVV 1990 (cat 2)
VO 004 – met 4 km/h 34 54
VO 005 – met 5 km/h 43 66
VO 006 – met 6 km/h 53 79
VO 007 – met 7 km/h 64 93
VO 008 – met 8 km/h 72 107
VO 009 – met 9 km/h 81 122
VO 010 – met 10 km/h 108 160
VO 011 – met 11 km/h 139 198
VO 012 – met 12 km/h 154 216
VO 013 – met 13 km/h 167 232
VO 014 – met 14 km/h 182 254
VO 015 – met 15 km/h 195 273
VO 016 – met 16 km/h 208 292
VO 017 – met 17 km/h 224 314
VO 018 – met 18 km/h 240 334
VO 019 – met 19 km/h 257 357
VO 020 – met 20 km/h 273 377
VO 021 – met 21 km/h 291 401
VO 022 – met 22 km/h 308 421
VO 023 – met 23 km/h 325 444
VO 024 – met 24 km/h 343 470
VO 025 – met 25 km/h 361 495
VO 026 – met 26 km/h 383 495
VO 027 – met 27 km/h 402 495
VO 028 – met 28 km/h 421
VO 029 – met 29 km/h 444
VO 030 – met 30 km/h 466
overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden 62 jo. bord A3 RVV 1990, 22 sub a, e en f RVV 1990 (cat 2)
VP 004 – met 4 km/h 34 54
VP 005 – met 5 km/h 43 66
VP 006 – met 6 km/h 53 79
VP 007 – met 7 km/h 64 93
VP 008 – met 8 km/h 72 107
VP 009 – met 9 km/h 81 122
VP 010 – met 10 km/h 108 160
VP 011 – met 11 km/h 139 198
VP 012 – met 12 km/h 154 216
VP 013 – met 13 km/h 167 232
VP 014 – met 14 km/h 182 254
VP 015 – met 15 km/h 195 273
VP 016 – met 16 km/h 208 292
VP 017 – met 17 km/h 224 314
VP 018 – met 18 km/h 240 334
VP 019 – met 19 km/h 257 357
VP 020 – met 20 km/h 273 377
VP 021 – met 21 km/h 291 401
VP 022 – met 22 km/h 308 421
VP 023 – met 23 km/h 325 444
VP 024 – met 24 km/h 343 470
VP 025 – met 25 km/h 361 495
VP 026 – met 26 km/h 383 495
VP 027 – met 27 km/h 402 495
VP 028 – met 28 km/h 421
VP 029 – met 29 km/h 444
VP 030 – met 30 km/h 466
Maatregel na ernstige verstoring olie-aanvoer
overschrijding van de door de Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vastgestelde maximumsnelheid op autosnelwegen bij ernstige verstoring van de olieaanvoer 86b jo. 86a RVV 1990
VR 004 – met 4 km/h 35
VR 005 – met 5 km/h 43
VR 006 – met 6 km/h 53
VR 007 – met 7 km/h 61
VR 008 – met 8 km/h 69
VR 009 – met 9 km/h 79
VR 010 – met 10 km/h 90
VR 011 – met 11 km/h 121
VR 012 – met 12 km/h 132
VR 013 – met 13 km/h 146
VR 014 – met 14 km/h 157
VR 015 – met 15 km/h 169
VR 016 – met 16 km/h 182
VR 017 – met 17 km/h 195
VR 018 – met 18 km/h 210
VR 019 – met 19 km/h 224
VR 020 – met 20 km/h 240
VR 021 – met 21 km/h 257
VR 022 – met 22 km/h 273
VR 023 – met 23 km/h 291
VR 024 – met 24 km/h 306
VR 025 – met 25 km/h 325
VR 026 – met 26 km/h 343
VR 027 – met 27 km/h 365
VR 028 – met 28 km/h 383
VR 029 – met 29 km/h 402
VR 030 – met 30 km/h 421
Feit Overtreden artikel Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie
--- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- ---
Feit Overtreden artikel 1 2 3 4 5 6 7 8
Nummers R 302 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
Categorie-indeling B:
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Gezagvoerders/schippers;
8 – Een ieder.
NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd.
NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen.
Hoofdstuk 2. Verkeersregels
I. Plaats op de weg
R 301 als bestuurder van een motorvoertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg 3 lid 1 RVV 1990 270 270
R 303 a als bestuurder van een voertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een andere weg dan autoweg of autosnelweg 3 lid 1 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 305 als voetganger niet het voetpad of trottoir gebruiken 4 lid 1 RVV 1990 50
R 306 als voetganger bij gebreke van een voetpad of trottoir niet het fietspad of het fiets/bromfietspad gebruiken 4 lid 2 RVV 1990 50
R 307 als voetganger bij gebreke van een voetpad, een trottoir en een fietspad of fiets/bromfietspad niet de berm of de uiterste zijde van de rijbaan gebruiken 4 lid 3 RVV 1990 50
R 324 als persoon die zich verplaatst met behulp van een voorwerp, niet zijnde een voertuig, niet het fietspad, het fiets/bromfietspad, het trottoir of het voetpad gebruiken 4 lid 4 RVV 1990 50
R 308 als (snor)fietser niet het verplichte fietspad of fiets/bromfietspad gebruiken 5 lid 1 RVV 1990 120 70
R 309 als (snor)fietser bij gebreke van een verplicht fietspad of fiets/bromfietspad niet de rijbaan gebruiken 5 lid 2 RVV 1990 120 70
R 312 b als snorfietser met ingeschakelde verbrandingsmotor het onverplichte fietspad gebruiken 5 lid 3 RVV 1990 120
R 312 c als bestuurder van een snorfiets niet de rijbaan gebruiken terwijl dit bij verkeersbesluit, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet, is bepaald en dit bij het verkeersteken dat het verplichte fietspad aangeeft met een onderbord is aangeduid 5 lid 8 RVV 1990 120
R 310 als bromfietser niet het fiets/bromfietspad gebruiken 6 lid 1 RVV 1990 120
R 311 als bromfietser niet de rijbaan gebruiken bij ontbreken van een fiets/bromfietspad (bord G12a) 6 lid 2 RVV 1990 120
R 311 a als bestuurder van een bromfiets op meer dan twee wielen of een bromfiets met aanhangwagen, die met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 m, niet de rijbaan gebruiken 6 lid 3 RVV 1990 120
R 313 als ruiter niet het ruiterpad gebruiken 8 lid 1 RVV 1990 70
R 314 als ruiter bij gebreke van een ruiterpad niet de berm of de rijbaan gebruiken 8 lid 2 RVV 1990 70
als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken 10 lid 1 RVV 1990
R 315 a – door te rijden over het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad 180 180 180
R 315 b – door stil te staan op het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad 120 120 120
R 316 als bestuurder van een bespannen wagen niet de rijbaan gebruiken 10 lid 1 RVV 1990 70
R 317 als bestuurder van een onbespannen wagen niet de rijbaan gebruiken 10 lid 1 RVV 1990 70
R 319 als bestuurder van een motorvoertuig een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken 10 lid 2 RVV 1990 180 180
R 323 als bromfietser een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken 10 lid 2 RVV 1990 120
II. Inhalen
R 326 als bestuurder niet links inhalen 11 lid 1 RVV 1990 300 300 210 120 120
IV. Oprijden van kruispunten
R 331 als bestuurder een kruispunt blokkeren 14 RVV 1990 300 300 210 120 120
V. Verlenen van voorrang
R 336 als bestuurder op een kruispunt geen voorrang verlenen aan bestuurders van rechts 15 lid 1 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 337 als bestuurder op een onverharde weg geen voorrang verlenen aan bestuurders op een verharde weg 15 lid 2 sub a RVV 1990 300 300 210 120 120
R 338 als bestuurder geen voorrang verlenen aan bestuurders van een tram 15 lid 2 sub b RVV 1990 300 300 210 120 120
R 340 a als weggebruiker een overweg opgaan, terwijl men niet direct kan doorgaan en de overweg niet geheel vrij kan maken 15a lid 1 RVV 1990 300 300 210 120 120
VI. Doorsnijden militaire kolonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen
R 341 als weggebruiker een militaire colonne doorsnijden 16 RVV 1990 120 120 80 45 35 45
R 342 als weggebruiker een uitvaartstoet van motorvoertuigen doorsnijden 16 RVV 1990 120 120 80 45 35 45
VII. Afslaan
R 346 als bestuurder afslaan zonder een teken met de richtingaanwijzer of met de arm te geven 17 lid 2 RVV 1990 120 120 80 45 45
R 347 a als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat hem op dezelfde weg tegemoet komt 18 lid 1 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 347 b als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel links dicht achter hem bevindt 18 lid 1 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 347 c als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel rechts dicht achter hem bevindt 18 lid 1 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 348 als bestuurder links afslaan zonder tegemoetkomende bestuurders die op hetzelfde kruispunt rechts afslaan, voor te laten gaan 18 lid 2 RVV 1990 300 300 210 120 120
Noot stilstaan en parkeren:
In dit onderdeel zijn tevens enkele parkeerfeiten uit de plaatselijke verordeningen en de WVW 1994 opgenomen.
IX. Stilstaan
R 395 een voertuig op een zodanige wijze laten staan waardoor op de weg gevaar wordt/kan worden veroorzaakt, dan wel het verkeer wordt/kan worden gehinderd 5 WVW 1994 180 180 120 70 70
als bestuurder een voertuig laten stilstaan 23 lid 1
R 396 a – op een kruispunt sub a RVV 1990 180 180 70
R 396 b – op een fietsstrook sub b RVV 1990 120 120 45
R 396 c – op de rijbaan langs een fietsstrook sub b RVV 1990 120 120 45
R 396 d – op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan sub c RVV 1990 120 120 45
R 396 e – in een tunnel sub d RVV 1990 120 120 45
R 396 f – bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering sub e RVV 1990 120 120 45
R 396 g – bij een bord bushalte op een afstand van minder dan twaalf meter van dat bord terwijl de geblokte markering niet is aangebracht sub e RVV 1990 120 120 45
R 396 h – op de rijbaan langs een busstrook sub f RVV 1990 120 120 45
R 396 i – langs een gele doorgetrokken streep 62 jo. 23 lid 1 sub g RVV 1990 120 120 45
R 396 j – op een overweg 23 lid 1 sub a RVV 1990 120 120 45
X. Parkeren
als bestuurder een voertuig parkeren 24 lid 1
R 397 a – bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan sub a RVV 1990 120 120 45
R 397 b – voor een inrit of uitrit sub b RVV 1990 120 120 45
R 397 c – buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg sub c RVV 1990 120 120 45
R 397 d – op een parkeergelegenheid terwijl blijkens de aanduiding op of onder het bord, dat voertuig niet behoort tot de aangegeven categorie of groep voertuigen sub d RVV 1990 120 120 45
R 397 e – op een parkeergelegenheid, terwijl dat voertuig staat geparkeerd op een andere wijze dan op het bord of op het onderbord is aangegeven sub d RVV 1990 120 120 45
R 397 ea – op een parkeergelegenheid, terwijl dat voertuig staat geparkeerd met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven sub d RVV 1990 120 120 45
R 397 f – op een parkeergelegenheid, terwijl dat voertuig staat geparkeerd op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden sub d RVV 1990 120 120 45
R 397 g – langs een gele onderbroken streep sub e RVV 1990 120 120 45
R 397 h – op een gelegenheid bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen sub f RVV 1990 120 120 45
R 397 i – op een parkeerplaats voor vergunninghouders aangeduid door verkeersbord E9, zonder dat voor dat voertuig een vergunning tot parkeren op die plaats was verleend sub g RVV 1990 120 120 45
R 397 j – op een parkeergelegenheid aangeduid door één van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13 van de bijlage I buiten de aangegeven parkeervakken 24 lid 4 RVV 1990 120 120 45
R 398 als bestuurder een voertuig dubbel parkeren 24 lid 3 RVV 1990 120 120 45
als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep, terwijl
R 400 ae – dat motorvoertuig niet is voorzien van een duidelijk zichtbare achter de voorruit geplaatste parkeerschijf 25 lid 2 RVV 1990 120
R 400 af – dat motorvoertuig niet is voorzien van een parkeerschijf, waarop aan de getoonde zijde slechts één kalenderuren aanduidende cijferreeks staat die vanaf het begin van het parkeren in duidelijk leesbare cijfers tegen een contrasterende achtergrond in hele of halve uren het tijdstip weergeeft waarop met het parkeren is begonnen 25 lid 3 RVV 1990 120
R 400 ab – de toegestane parkeerduur is verstreken 25 lid 4 RVV 1990 120
R 401 als bestuurder een voertuig parkeren in een parkeerschijfzone, anders dan op een parkeerplaats die als zodanig is aangeduid of aangegeven of die is voorzien van een blauwe streep 25 lid 1 RVV 1990 120 120 45
R 402 b als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin duidelijk zichtbaar is aangebracht een geldige gehandicaptenparkeerkaart 26 lid 1 RVV 1990 370 370 150
R 402 c als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een voertuig dat voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemd is 26 lid 1 RVV 1990 490 490 190
R 402 d als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan dat het parkeren rechtstreeks verband houdt met het vervoer van een gehandicapte 26 lid 1 RVV 1990 370 370 150 150
R 403 a als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl de parkeermeter niet in werking is gesteld of aangeeft dat de parkeerduur is verstreken Pl.V 120
R 403 b als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl aldaar reeds een motorvoertuig staat geparkeerd Pl.V 120
R 405 als bestuurder een motorvoertuig op twee wielen, een bromfiets dan wel een fiets parkeren op een parkeervak behorende bij een parkeermeter Pl.V 120 80 45
R 406 zonder ontheffing/vergunning een voertuig doen of laten staan in een park of plantsoen, op openbare beplantingen of groenstroken Pl.V 120 120 45
R 406 a een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door het parkeren of aanwezig hebben van een voertuig Pl.V 120 120 45
als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerterrein waar dit slechts met gebruikmaking van een ter plaatse aangebrachte parkeerautomaat is toegestaan Pl.V
R 409 a – anders dan voorzien van een door de parkeerautomaat afgegeven parkeerkaart, aangebracht op de voorgeschreven wijze 120 120 45
R 409 b – terwijl de op de parkeerkaart aangegeven parkeertijd is verstreken 120 120 45
R 409 c – zonder de aangebrachte parkeerautomaat in werking te stellen 120 120 45
R 409 d – terwijl de op de parkeerautomaat aangegeven parkeertijd is verstreken 120 120 45
een voertuig dat, met inbegrip van de lading Pl.V
R 414 a – langer is dan 6 m of hoger is dan 2,4 m zonder ontheffing/vergunning parkeren op een door het college of de burgemeester aangewezen plaats waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente 120 45
R 414 b – langer is dan 6 m, buiten de vastgestelde tijden, zonder ontheffing/vergunning parkeren op een door het college of de burgemeester aangewezen weg, waar dit parkeren buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte 120 45
R 414 c – langer is dan 6 m of hoger is dan 2,4 m zodanig parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of op andere wijze hinder/overlast wordt aangedaan 120 45
R 493 zonder ontheffing/vergunning een geparkeerd voertuig op een door het college of de burgemeester aangewezen weg, waar dit niet is toegestaan, met het kennelijke doel te koop aanbieden of te verhandelen Pl.V 240 240 240
R 494 een defect voertuig langer dan de vastgestelde termijn op een weg parkeren Pl.V 120 120 120
R 495 zonder ontheffing/vergunning een kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, keetwagen, aanhangwagen of ander dergelijk voertuig op een door het college of de burgemeester aangewezen weg waar dit niet is toegestaan, langer dan de vastgestelde termijn te plaatsen of hebben Pl.V 120 120 120
R 496 zonder ontheffing/vergunning een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op een weg parkeren met als doel handelsreclame te maken Pl.V 240 240 240
R 592 a als bestuurder van een voertuig parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden Pl.V 120 120 45
XI. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen
R 412 b een bromfiets plaatsen anders dan op het trottoir, voetpad, in de berm of door het bevoegde gezag aangewezen plaatsen 27 RVV 1990 80
XII. Signalen
R 418 als bestuurder van een motorvoertuig geen geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht voeren bij werkzaamheden en omstandigheden, waarbij dit, ingevolge artikel 6 van de Regeling optische en geluidssignalen, verplicht is indien de kans bestaat dat dit motorvoertuig niet tijdig wordt opgemerkt 30 lid 1 RVV 1990 120 120
R 419 signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan 31 RVV 1990 180 180 120 70 70 180
XIII. Gebruik van lichten tijdens het rijden
als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets, een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een verbrandingsmotor, of een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een elektromotor en voorzien van een gesloten carrosserie, geen dim- of grootlicht voeren 32 lid 1 RVV 1990
R 421 a – bij nacht, binnen de bebouwde kom 120 120 80 45
R 421 b – bij nacht, buiten de bebouwde kom 180 180 120 70
R 421 c – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 180 180 120 70
R 425 als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig groot licht voeren bij dag, bij het tegenkomen van een andere weggebruiker, dan wel bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig 32 lid 2 RVV 1990 180 180 120 70
als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, het achterlicht brandt 32 lid 3 RVV 1990
R 426 a – bij nacht, binnen de bebouwde kom 120 120 80 45
R 426 b – bij nacht, buiten de bebouwde kom 180 180 120 70
R 426 c – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 180 180 120 70
als bestuurder rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, de verlichting van de achterkentekenplaat brandt
R 428 a – van een motorvoertuig 32 lid 3 RVV 1990 60 60
R 428 b – van een motorvoertuig met aanhangwagen 33 RVV 1990 60 60
als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen geen achterlicht voeren 33 RVV 1990
R 431 d – bij nacht, binnen de bebouwde kom 120 120
R 431 e – bij nacht, buiten de bebouwde kom 180 180
R 431 f – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 180 180
als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen niet in de Regeling voertuigen voorgeschreven stadslicht voeren 33 RVV 1990
R 432 d – bij nacht, binnen de bebouwde kom 120 120
R 432 e – bij nacht, buiten de bebouwde kom 180 180
R 432 f – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 180 180
R 434 als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig anders dan bij mist, sneeuwval of regen, die het zicht ernstig belemmert mistlicht(en) aan de voorzijde voeren 34 lid 1 RVV 1990 120 120 80 45
R 436 als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig mistachterlicht voeren, indien het zicht door mist of sneeuwval niet beperkt is tot een afstand van minder dan 50 meter 34 lid 2 RVV 1990 180 180 120 70
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd geen voor- en achterlicht voeren
R 438 i – als bestuurder van een wagen 35b lid 1 RVV 1990 45
R 438 j – als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig zonder motor, gebruikmakend van de rijbaan of het fiets-/bromfietspad 35b lid 2 RVV 1990 45
als fietser bij nacht of dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
R 438 k – geen voortdurend voor tegemoetkomende weggebruikers zichtba(a)r(e) wit(te)- of ge(e)l(e) licht(en) aan de voorzijde voeren en/of voortdurend voor van achteren naderende weggebruikers zichtbaar rood licht aan de achterzijde voeren 35 en 35a RVV 1990 70
R 438 l – verblindend wit of geel licht aan de voorzijde voeren 35a lid 1 RVV 1990 70
R 438 m – knipperende verlichting voeren 35a lid 2 RVV 1990 70
als bestuurder van een snorfiets, zijnde een bromfiets als bedoeld in artikel 1, lid 1, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet bij nacht of dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
R 438 n – geen voortdurend voor tegemoetkomende weggebruikers zichtba(a)r(e) wit(te)- of ge(e)l(e) licht(en) aan de voorzijde voeren en/of voortdurend voor van achteren naderende weggebruikers zichtbaar rood licht aan de achterzijde voeren 35c jo. 35 en 35a RVV 1990 80
R 438 o – verblindend wit of geel licht aan de voorzijde voeren 35c jo. 35a lid 1 RVV 1990 80
R 438 p – knipperende verlichting voeren 35c jo. 35a lid 2 RVV 1990 80
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd niet een lantaarn meevoeren die naar voren wit of geel licht en naar achteren rood licht straalt 36 RVV 1990
R 445 c – als ruiter 45
R 445 d – als geleider van rij-, trekdieren of vee 45
XIV. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan
bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens geen stadslicht en achterlicht voeren
R 451 c – als bestuurder van een stilstaand motorvoertuig 38 RVV 1990 180
R 451 d – op een stilstaande aanhangwagen 39 RVV 1990 180
R 453 bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd op de rijbaan buiten de bebouwde kom geen voor- en achterlicht voeren op een stilstaande wagen 40 RVV 1990 70
XV. Bijzondere lichten
R 458 als bestuurder van een motorvoertuig tegelijk met enig ander licht aan de voorzijde dagrijlicht voeren 41 lid 1 RVV 1990 180 180
als bestuurder van een motorvoertuig aan de voorzijde naast het dimlicht of het mistlicht andere verlichting voeren dan bochtlicht, hoeklicht, richtlicht, manoeuvreerlichten voor zover niet sneller wordt gereden dan 10 km/h, markeringslichten of staaklichten 41 lid 2 RVV 1990
R 456 a – bij nacht 180 180
R 456 b – bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd 180 180
R 459 als bestuurder een verlicht transparant voeren vanuit een ander voertuig of op andere wijze dan genoemd 41a lid 5 RVV 1990 180 180 120 70 70 180
XVI. Autosnelwegen en autowegen
a. Autosnelwegen
R 461 a anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag en kan worden gereden dan 60 kilometer per uur, een autosnelweg gebruiken 42 lid 1 RVV 1990 190 140 190 490
behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autosnelweg 43 lid 3 RVV 1990
R 465 b – gebruik maken van de berm 180 180
R 465 c – op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan 300 300
R 466 als bestuurder van een samenstel van voertuigen dat langer is dan 7 meter, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken 43 lid 4 RVV 1990 300
R 467 als bestuurder van een vrachtauto, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken 43 lid 4 RVV 1990 300
b. Autowegen
R 468 a anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag en kan worden gereden dan 50 kilometer per uur, een autoweg gebruiken 42 lid 2 RVV 1990 190 140 190 490
behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autoweg 43 lid 3 RVV 1990
R 472 b – gebruik maken van de berm 180 180
R 472 c – op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan 300 300
XVII. Erven
R 475 a als bestuurder van een fiets de maximumsnelheid binnen een erf overschrijden tot en met 10 km/h 45 RVV 1990 45
R 475 b als bestuurder van een fiets de maximumsnelheid binnen een erf overschrijden met meer dan 10 km/h 45 RVV 1990 65
R 478 als bestuurder een motorvoertuig binnen een erf parkeren anders dan op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven 46 RVV 1990 120 120
XXI. Loslopend vee
R 491 rij-, trekdieren of vee zonder toezicht op de weg los laten lopen 51 lid 1 RVV 1990 180
XXII. In- en uitstappende passagiers
R 492 als bestuurder een tram of autobus voorbij rijden aan de zijde waar passagiers in- en uitstappen zonder hen daartoe de gelegenheid te geven 52 RVV 1990 300 300 210 120 120
XXIII. Slepen
R 501 als bestuurder van een motorvoertuig een ander motorvoertuig slepen, terwijl de onderlinge afstand meer dan vijf meter bedraagt 53 RVV 1990 120 120
XXIV. Bijzondere manoeuvres
R 505 als bestuurder wegrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 506 als bestuurder achteruitrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 507 als bestuurder uit een uitrit de weg oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 508 als bestuurder vanaf een weg een inrit oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 509 als bestuurder keren zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 510 als bestuurder van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 511 als bestuurder van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 512 als bestuurder van rijstrook wisselen zonder het overige verkeer voor te laten gaan 54 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 513 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wegrijden geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 120 120 80
R 514 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het inhalen van een ander voertuig geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 120 120 80
R 515 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het oprijden van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 120 120 80
R 516 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het verlaten van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 120 120 80
R 517 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wisselen van rijstrook geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 120 120 80
R 518 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij een andere belangrijke zijdelingse verplaatsing geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven 55 RVV 1990 120 120 80
R 519 als bestuurder binnen de bebouwde kom geen gelegenheid geven aan een autobus weg te rijden van een halte wanneer de bestuurder van die autobus door het geven van een teken met zijn richtingaanwijzer zijn voornemen daartoe kenbaar maakt 56 lid 1 RVV 1990 180 180 120 70 70
XXV. Onnodig geluid
R 522 als bestuurder van een motorvoertuig, als bromfietser of snorfietser onnodig geluid veroorzaken met dat voertuig 57 RVV 1990 300 300 210
XXVI. Gevarendriehoek
R 526 het niet plaatsen van een gevarendriehoek in de voorgeschreven gevallen, op de voorgeschreven wijze bij een stilstaand motorvoertuig op meer dan twee wielen en aanhangwagens, zijnde een obstakel, terwijl geen knipperend waarschuwingslicht wordt gevoerd 58 RVV 1990 180 180
XXVIa. Zitplaatsen
R 530 a tijdens deelname aan het verkeer als bestuurder of passagier niet op de voor hem/haar bestemde zitplaats zitten en/of als bestuurder (een) passagier(s) vervoeren terwijl deze/die niet op de voor hem/hen bestemde zitplaats zit(ten) 58a lid 1 en lid 4 RVV 1990 180 180 120 70 180
R 530 b als bromfietser of fietser een passagier jonger dan acht jaar vervoeren anders dan op een doelmatige en veilige voorziening met voldoende steun voor rug, handen en voeten 58a lid 3 en 4 RVV 1990 120 70
XXVII. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen
R 533 als bestuurder of passagier van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel geen gebruik maken van de voor hen beschikbare autogordel 59 lid 1 RVV 1990 180 180 180
als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel
R 535 f – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem 59 lid 8 jo. 59 lid 1 RVV 1990 270
R 535 k – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaar en met een lengte van 1.35 meter of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel 59 lid 8 jo. 59 lid 1 RVV 1990 270
R 535 g – op de voorste zitplaats (een) passagier(s) in de leeftijd van 3 tot 18 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat een autogordel of goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is 59 lid 2 RVV 1990 270
R 535 h – (een) passagier(s) jonger dan 3 jaar vervoeren, terwijl geen autogordel of kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is 59 lid 2 RVV 1990 270
R 535 i – terwijl de zitplaatsen voor passagiers zijn voorzien van autogordels, meer passagiers vervoeren dan er autogordels aanwezig zijn 59 lid 1 RVV 1990 270
R 535 j – (een) passagier(s) jonger dan 18 jaar in een naar achteren gericht kinderzitje op een passagierszitplaats vervoeren, terwijl de voorairbag van die zitplaats niet is uitgeschakeld 59 lid 3 RVV 1990 270
R 535 m – in een taxi op een van de voorste zitplaatsen (een) passagier(s) vervoeren jonger dan 18 jaar en met een lengte van minder dan 1.35 meter, terwijl geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is 59 lid 5 RVV 1990 270
R 535 mo – (een) passagier(s) jonger dan 12 jaar vervoeren terwijl de autogordel, de veiligheidsgordel of het kinderbeveiligingssysteem in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel wordt gebruikt op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden 59 lid 7 RVV 1990 270
R 535 e als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel een passagier vervoeren die gebruik maakt van een rolstoel, terwijl de rolstoel niet is vastgezet op een wijze die de stabiliteit van de rolstoel en de veiligheid van de rolstoelgebruiker waarborgt 59 lid 8 jo. 59 lid 4 RVV 1990 300
R 535 oa de autogordel of de veiligheidsgordel in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel gebruiken op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden 59 lid 8 jo. 59 lid 7 RVV 1990 180 180
R 535 ob het kinderbeveiligingssysteem in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel gebruiken op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden 59 lid 8 jo. 59 lid 7 RVV 1990 270 270
R 535 s als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel een passagier vervoeren die gebruik maakt van een rolstoel, zonder dat gebruik wordt gemaakt van de (beschikbare) veiligheidsgordel die deel uitmaakt van het voertuig of die deel uit maakt van het systeem waarmee de rolstoel aan de vloer van het voertuig is bevestigd of van een door de Minister van IenW aangewezen constructie 59 lid 8 jo. 59 lid 4 RVV 1990 180
XXVIIa. Autobus
R 535 p als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus of passagier geen gebruik maken van de autogordel of het kinderbeveiligingssysteem waarmee de autobus is uitgerust 59a lid 1 RVV 1990 180 180
als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus
R 535 q – (een) passagier(s) van 3 jaar of ouder, maar jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 m vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem of bij gebrek daaraan, de autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en) 59a lid 4 jo. 59a lid 1 RVV 1990 180
R 535 r – (een) passagier(s) van 3 jaar of ouder maar jonger dan 12 jaar en met een lengte van 1.35 m of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en) 59a lid 4 jo. 59a lid 1 RVV 1990 180
XXVIII. Helmen
R 536 a als bestuurder of passagier van een bromfiets, snorfiets of brommobiel zonder gesloten carrosserie geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk 60 lid 1 RVV 1990 120 120
R 536 c als bestuurder of passagier van een motorfiets dan wel driewielig motorvoertuig zonder gesloten carrosserie geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en is voorzien van een goedkeuringsmerk 60 lid 1 RVV 1990 180 180 180
R 537 als bestuurder van een motorfiets, bromfiets, snorfiets of brommobiel dan wel driewielig motorvoertuig zonder gesloten carrosserie een passagier beneden de twaalf jaren vervoeren, die geen goedpassende helm draagt, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk 60 lid 3 RVV 1990 180 180 120
XXX. Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur
R 545 als bestuurder van een voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vasthouden 61a RVV 1990 420 420 290 160 420
XXXI. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten
personen vervoeren 61b lid 1 RVV 1990
R 539 a – in de gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets 180
R 539 b – in de open laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets, dan wel in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets 300 300 210
Hoofdstuk 3. Verkeerstekens
II. Verkeersborden
R 544 a als bestuurder van een fiets de maximumsnelheid (bord A1) overschrijden tot en met 10 km/h 62 jo bord A1 RVV 1990 45
R 544 b als bestuurder van een fiets de maximumsnelheid (bord A1) overschrijden met meer dan 10 km/h 62 jo bord A1 RVV 1990 65
R 548 als bestuurder in strijd met bord B6 geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg 62 jo. bord B6 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 549 a – niet stoppen 62 jo. bord B7 RVV 1990 180 180 120 70 70
R 549 b – geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg 62 jo. bord B7 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 549 c – niet stoppen en geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg 62 jo. bord B7 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 550 a als bestuurder in strijd met bord C1 (gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee) een weg gebruiken 62 jo. bord C1 RVV 1990 120 120 80 45 45
een weg gebruiken in strijd met bord C2 (eenrichtingsweg, in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee) 62 jo. bord C2 RVV 1990
R 551 b – als bestuurder op een andere weg dan autoweg of autosnelweg 180 180 120 70 70
als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord
R 552 a C3 (eenrichtingsweg) 62 jo. bord C3 RVV 1990 180 180 120 70 70
R 552 b C4 (eenrichtingsweg) 62 jo. bord C4 RVV 1990 180 180 120 70 70
R 553 b als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen in strijd met bord C6 (geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen) een weg gebruiken 62 jo. bord C6 RVV 1990 120
R 553 d als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen een weg gebruiken in strijd met bord C6 (geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen), waarbij gebied is aangeduid als milieuzone 62 jo. bord C6 RVV 1990 120
R 554 a als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto's) (alle wegen behalve milieuzones) 62 jo. bord C7 RVV 1990 120
R 554 c als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto's), waarbij gebied is aangeduid als milieuzone 62 jo. bord C7 RVV 1990 300
R 554 d als bestuurder van een autobus een weg gebruiken in strijd met bord C7a (geslotenverklaring voor autobussen) 62 jo. bord C7a RVV 1990 120
R 554 e als bestuurder van een autobus of vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7b (geslotenverklaring voor autobussen en vrachtauto's) 62 jo. bord C7b RVV 1990 120
R 571 g als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C22a (geslotenverklaring voor personen- en bedrijfsauto’s, vrachtauto’s of bussen met een dieselmotor vanwege milieuzone) 62 jo. bord C22a RVV 1990 300
R 571 h als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto of bus een weg gebruiken in strijd met bord C22a (geslotenverklaring voor personen- en bedrijfsauto’s, vrachtauto’s of bussen met een dieselmotor vanwege milieuzone) 62 jo. bord C22a RVV 1990 120
R 555 als bestuurder van landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid of mobiele machine een weg gebruiken in strijd met bord C8 (geslotenverklaring voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines) 62 jo. bord C8 RVV 1990 120
R 556 als ruiter, geleider van rij-, trekdieren of vee, bestuurder van een wagen, een landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid, mobiele machine, een brommobiel, een fiets, een bromfiets of een gehandicaptenvoertuig in strijd met bord C9 een weg gebruiken (geslotenverklaring) 62 jo. bord C9 RVV 1990 120 80 45 45
R 557 als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen een weg gebruiken in strijd met bord C10 (geslotenverklaring voor motorvoertuig met aanhangwagen) 62 jo. bord C10 RVV 1990 120 120
R 558 als bestuurder van een motorfiets een weg gebruiken in strijd met bord C11 (geslotenverklaring motorfiets) 62 jo. bord C11 RVV 1990 120
R 559 als bestuurder van een motorvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C12 (geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen) 62 jo. bord C12 RVV 1990 120 120
R 560 als bestuurder van een bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor een weg gebruiken in strijd met bord C13 (geslotenverklaring voor bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor) 62 jo. bord C13 RVV 1990 80 45
R 560 c als bestuurder van een bromfiets of snorfiets een weg gebruiken in strijd met bord C13 (geslotenverklaring voor bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig, met in werking zijnde motor) waarbij gebied is aangeduid als milieuzone 62 jo. bord C13 RVV 1990 80
R 561 als bestuurder van een fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor een weg gebruiken in strijd met bord C14 (geslotenverklaring voor fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor) (categorie 3 betreft alleen snorfiets met uitgeschakelde motor) 62 jo. bord C14 RVV 1990 45 45
R 562 als bestuurder van een fiets, een bromfiets of gehandicaptenvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C15 (geslotenverklaring voor fiets, bromfiets of gehandicaptenvoertuig) 62 jo. bord C15 RVV 1990 80 45
R 563 als voetganger een weg gebruiken in strijd met bord C16 (geslotenverklaring voor voetgangers) 62 jo. bord C16 RVV 1990 35
R 564 als bestuurder van een voertuig of samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C17 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen die, met inbegrip van de lading, langer zijn dan op het bord C17 is aangegeven) 62 jo. bord C17 RVV 1990 180 70
R 565 als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C18 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan op het bord C18 is aangegeven) 62 jo. bord C18 RVV 1990 180 70
R 566 als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C19 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord C19 is aangegeven) 62 jo. bord C19 RVV 1990 180 70
als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C20 (geslotenverklaring voor voertuigen waarvan de aslast hoger is dan op het bord C20 is aangegeven) met een overschrijding van 62 jo. bord C20 RVV 1990
R 567 a – tot en met 10% 180 70
R 567 b – meer dan 10% tot en met 20% 270 100
R 567 c – meer dan 20% tot en met 30% 400 160
als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa of de som van de aslasten hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van 62 jo. bord C21 RVV 1990
R 568 a – tot en met 10% 180 70
R 568 b – meer dan 10% tot en met 20% 270 100
R 568 c – meer dan 20% tot en met 30% 400 160
als bestuurder van een samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa of de som van de aslasten hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van 62 jo. bord C21 RVV 1990
R 569 a – tot en met 10% 180 70
R 569 b – meer dan 10% tot en met 20% 270 100
R 569 c – meer dan 20% tot en met 30% 400 160
R 574 als bestuurder rijden in strijd met de door bord D1 aangegeven rijrichting (rotonde; verplichte rijrichting) 62 jo. bord D1 RVV 1990 120 120 80 45 45
R 575 als bestuurder rijden in strijd met bord D2 aan de andere zijde dan het bord aangeeft (gebod voor alle bestuurders het bord D2 voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft) 62 jo. bord D2 RVV 1990 120 120 80 45 45
R 576 als bestuurder in strijd met bord D4 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D4 is aangegeven) 62 jo. bord D4 RVV 1990 120 120 80 45 45
R 577 als bestuurder in strijd met bord D5 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D5 is aangegeven) 62 jo. bord D5 RVV 1990 120 120 80 45 45
R 578 als bestuurder in strijd met bord D6 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D6 zijn aangegeven) 62 jo. bord D6 RVV 1990 120 120 80 45 45
R 579 als bestuurder in strijd met bord D7 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D7 zijn aangegeven) 62 jo. bord D7 RVV 1990 120 120 80 45 45
R 584 als bestuurder een voertuig parkeren in strijd met (zone) bord E1 (parkeerverbod(szone)) 62 jo. bord E1 RVV 1990 120 120 45 120
R 585 als bestuurder een voertuig laten stilstaan in strijd met bord E2 (verbod stilstaan) 62 jo. bord E2 RVV 1990 120 120 45
R 587 b een bromfiets plaatsen in strijd met bord E3 (verbod (brom)fietsen te plaatsen) 62 jo. bord E3 RVV 1990 80
R 593 als bestuurder van een motorvoertuig in strijd met bord F1 een motorvoertuig inhalen (verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen) 62 jo. bord F1 RVV 1990 300 300
R 594 als bestuurder van een vrachtauto in strijd met bord F3 een motorvoertuig inhalen (verbod voor vrachtauto's om motorvoertuigen in te halen) 62 jo. bord F3 RVV 1990 300
R 595 als bestuurder in strijd met bord F5 doorgaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting (verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting) 62 jo. bord F5 RVV 1990 180 180 120 70 70
R 596 als bestuurder in strijd met bord F7 keren 62 jo. bord F7 RVV 1990 180 180 120 70 70
R 598 als bestuurder van een landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid of mobiele machine in strijd met bord F11 geen gebruik maken van de voor dat motorvoertuig verplichte passeerbaan of passeerstrook 62 jo. bord F11 RVV 1990 120
R 599 a als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een lijnbus, in strijd met bord F13 gebruik maken van een uitsluitend voor lijnbussen bestemde rijbaan of rijstrook 62 jo. bord F13 RVV 1990 120 120 80 45
R 599 b als bestuurder van een motorvoertuig in strijd met bord F15 gebruik maken van een uitsluitend voor trams bestemde rijbaan of rijstrook 62 jo. bord F15 RVV 1990 120 120 80 45
R 599 c als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een lijnbus, in strijd met bord F17 gebruik maken van een uitsluitend voor lijnbussen en trams bestemde rijbaan of rijstrook 62 jo. bord F17 RVV 1990 120 120 80 45
R 599 d als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een vrachtauto of lijnbus, in strijd met bord F19 gebruik maken van een uitsluitend voor vrachtauto's en lijnbussen bestemde rijbaan of rijstrook 62 jo. bord F19 RVV 1990 120 120 80 45
R 599 e als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een vrachtauto, in strijd met bord F21 gebruik maken van een uitsluitend voor vrachtauto's bestemde rijbaan of rijstrook 62 jo. bord F21 RVV 1990 120 120 80 45
III. Verkeerslichten
R 601 als bestuurder niet doorgaan bij groen licht bij een driekleurig verkeerslicht 62 jo. 68 lid 1 sub a RVV 1990 180 180
R 602 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht 62 jo. 68 lid 1 sub c RVV 1990 300 300 210 120 90 120
R 603 als fietser, bromfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een driekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan 62 jo. 68 lid 6 RVV 1990 210 120
R 604 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij tweekleurig verkeerslicht 62 jo. 69 lid 1 sub b RVV 1990 300 300 210 120 90 120
R 605 als fietser, bromfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een tweekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan 62 jo. 69 lid 2 ivm 68 lid 6 RVV 1990 210 120
R 606 als bestuurder van een tram, lijnbus of ander voertuig niet stoppen voor rood tram-/buslicht 62 jo. 70 lid 1 sub c ivm 70 lid 3, 4 RVV 1990 300 300 210 300
R 607 als bestuurder van een tram niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht 62 jo. 68 lid 1 sub c RVV 1990 300
R 608 als weggebruiker niet stoppen voor rood knipperlicht bij overweglichten 62 jo. 71 sub b RVV 1990 300 300 210 120 90 120
R 609 als weggebruiker niet stoppen voor rood (knipper)licht bij bruglichten 62 jo. 72 RVV 1990 300 300 210 120 90 120
R 611 als bestuurder van een ander voertuig dan een lijnbus of een autobus een door een verlichte afbeelding van «BUS» gemarkeerde rijstrook gebruiken 62 jo. 73 sub d RVV 1990 180 180 120 70 70
R 611 a als bestuurder van een ander voertuig dan een lijnbus een door een verlichte afbeelding van «LIJNBUS» gemarkeerde rijstrook gebruiken 62 jo. 73 sub e RVV 1990 180 180 120 70 70
R 612 als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig beginnen over te steken bij rood voetgangerslicht 62 jo. 74 lid 1 sub c RVV 1990 120 90
R 613 als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij het oversteken het overige verkeer ter plaatse niet voor laten gaan, indien het rode licht is vervangen door een geel knipperlicht als bedoeld in artikel 75 van het RVV 1990 62 jo. 74 lid 2 RVV 1990 120 90
R 614 als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij toeritdosering 62 jo. 68 lid 1 sub c c.q. 69 lid 1 sub b RVV 1990 120 120
IV. Verkeerstekens op het wegdek
R 617 a als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep overschrijden met verkeer in een richting 62 jo. 76 lid 1 RVV 1990 180 180 120 70 70
R 617 b als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep overschrijden met verkeer in beide richtingen 62 jo. 76 lid 1 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 617 c als bestuurder zich links bevinden van een tussen rijstroken of paden aangebrachte doorgetrokken streep met verkeer in beide richtingen 62 jo. 76 lid 1 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 618 als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken 62 jo. 77 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 618 a als bestuurder een puntstuk gebruiken 62 jo. 77 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 619 als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser die de rijbaan volgt op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft 62 jo. 78 lid 1 RVV 1990 300 300 210
R 619 a als bestuurder die een doorgaande rijbaan verlaat en daartoe een uitrijstrook volgt ter hoogte van de daarin aangebrachte pijlen niet de richting volgen die de uitrijstrook aangeeft 62 jo. 78 lid 2 RVV 1990 300 300 210
R 620 als bestuurder niet stoppen voor stopstreep daar waar dit op grond van het RVV 1990 verplicht is 62 jo. 79 RVV 1990 120 120 80 45 45
R 621 als bestuurder in strijd met op het wegdek aangebrachte haaientanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg 62 jo. 80 RVV 1990 300 300 210 120 120
R 622 als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus, autobus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met «BUS" 62 jo. 81 RVV 1990 180 180 120 70 50 70
R 622 a als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met: «LIJNBUS" 62 jo. 81 RVV 1990 180 180 120 70 50 70
Nummers R 701 – R 706: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
R 701 zonder daartoe krachtens het Besluit bevoegd te zijn verkeerstekens op, langs of boven de wegen aanbrengen, doen aanbrengen, aangebracht houden, verwijderen, dan wel de zichtbaarheid daarvan wegnemen 1a BABW 180
R 702 voorwerpen, inrichting of borden, van welke aard ook, die het verkeer in verwarring zouden kunnen brengen op, langs of boven de wegen aanbrengen, doen aanbrengen of aangebracht houden 2 BABW 180
R 703 niet zo spoedig mogelijk op de juiste wijze inleveren van ongeldige gehandicaptenparkeerkaart 54 jo. 53 BABW 120
R 704 als verkeersregelaar niet op eerste vordering tonen van de krachtens de wet vereiste aanstellingspas 58a BABW 120
R 705 als verkeersregelaar, niet zijnde een weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat, een aanwijzing als bedoeld in artikel 82, 1e lid van het RVV 1990 vanaf een motorrijtuig, of als verkeersregelaar niet zijnde een transportbegeleider of een weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat, vanuit een motorrijtuig geven 58a BABW 120
R 706 als transportbegeleider of weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat vanuit een motorrijtuig een aanwijzing als bedoeld in artikel 82, 1e lid van het RVV 1990 op een weg onder beheer van het Rijk of op een kruispunt gelegen op andere weg geven 58a BABW 120
Nummers K 405 – K 540: Kentekenreglement (Kr)
K 405 de kentekenplaat voldoet niet aan de gestelde eisen 5 lid 1 en 3 Kr 180
Wijziging van de tenaamstelling: overdracht tussen particulieren
K 420 als nieuwe eigenaar/houder niet binnen één week de Dienst Wegverkeer op de voorgeschreven wijze om tenaamstelling verzoeken 26 lid 2, 58b lid 2 en 58l lid 2 Kr 450
Wijziging van de tenaamstelling: overlijden van een kentekenhouder
K 485 als eigenaar/houder na overlijden van degene die in het kentekenregister als tenaamgestelde staat geregistreerd niet binnen vijf weken op de voorgeschreven wijze bij de Dienst Wegverkeer een verzoek indienen om het voertuig op zijn naam te registreren 29 lid 1, 58f lid 1 en 58p lid 1 Kr 450
Aanvraag nieuw deel I (A)
Kentekencard vanaf 1 januari 2014
K 526 niet onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens melden indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens in het kentekenregister 34 lid 1 Kr 120
Kentekenbewijzen afgegeven voor 1 januari 2014
K 527 niet onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens melden indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens op het afgegeven deel I 58h lid 1 en 58s lid 1 Kr 120
Handelaarskenteken(bewijs)
K 535 als kentekenhouder het handelaarskenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruiken 44 Kr 450
K 540 het ongeldig verklaarde handelaarskentekenbewijs niet onverwijld inleveren 45 lid 2 Kr 450
Nummers A 901 – A 934: Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) en Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen (BVM)
Gekentekende motorrijtuigen, niet zijnde bromfietsen of gehandicaptenvoertuigen
A 915 als bezitter, als houder of als degene op wiens naam een motorrijtuig in het kentekenregister is ingeschreven, voor een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets, dat in het kentekenregister is ingeschreven en tenaamgesteld, niet de vereiste verzekering sluiten en in stand houden 30 lid 2 WAM 490
Bromfietsen
A 902 als bezitter, als houder of als degene op wiens naam een motorrijtuig in het kentekenregister is ingeschreven, voor een motorrijtuig, zijnde een bromfiets, dat in het kentekenregister is ingeschreven en tenaamgesteld niet de vereiste verzekering sluiten en in stand houden 30 lid 2 WAM 450
Nummers N 010 – P 602: Besluit voertuigen (BV) en Regeling voertuigen (RV)
Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling voertuigen)
2 – personenauto's;
3 – bedrijfsauto's;
3a – bussen;
4 – motorfietsen;
5 – driewielige motorrijtuigen;
6 – bromfietsen;
7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid;
7a – mobiele machine;
8 – land- of bosbouwtrekkers;
9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV);
10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie, gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor, die niet zijn voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor;
11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie;
12 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg;
13 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg;
14 – landbouw- en/of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken;
15 – motorfietsaanhangwagens (15a) of bromfietsaanhangwagens (15b);
16 – fietsaanhangwagens;
17 – wagens.
Noot Regeling voertuigen (RV):
– De feiten met betrekking tot de RV zijn in 17 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de RV.
– Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld.
categorie: 15a – motorfiets
categorie: 15b – bromfiets
– Bij de in deze afdeling vermelde overtredingen is het niet toegestaan om uitsluitend een kenteken te vermelden op het mini proces-verbaal. De NAW-gegevens van de verdachte moeten eveneens worden vermeld. De verdachte dient daarom staande te worden gehouden.
– Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de RV in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven.
– Voor feiten gebaseerd op de RV geldt dat deze feiten niet op kenteken kunnen worden geconstateerd. (Dit volgt uit de voor de eerste feitcode geplaatste koptekst, geldend voor de gehele Regeling voertuigen: «Als bestuurder rijden (terwijl)...»).
– De feiten die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 858.
– Een aanhangwagen van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg moet voldoen aan de in de in afdeling 12 opgenomen eisen. Dit houdt in dat als dit soort aanhangwagens door land- of bosbouwtrekkers e.d. worden voortbewogen deze toch moeten voldoen aan de voor categorie 12 geldende eisen. Dit geldt eveneens voor categorie 13 en 14 aanhangwagens, die aan de eisen van de respectievelijk categorie 13 en 14 moeten voldoen, maar dit is vanwege het ontbreken van een kenteken lastig dan wel niet vast te stellen en derhalve afhankelijk van de verklaring van de betrokkene.
– Een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk valt onder categorie 14 en moet aan de daarvoor geldende eisen voldoen. In afwijking hiervan moet een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig voldoen aan het bepaalde in afdeling 18.
Feit Overtreden artikel Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie Tarief in euro per feit en categorie
Feit Overtreden artikel 2 3 3a 4 5 6 7 7a 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17
Regeling voertuigen
0 – Algemeen
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 010 a het niet in overeenstemming is met de gegevens op de kentekencard, het kentekenbewijs of met de in het kentekenregister vermelde gegevens 5.*.1 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300
N 010 b het voertuigidentificatienummer niet is ingeslagen of goed leesbaar is 5.*.1 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300 120 300 300
N 010 c het niet is voorzien van de juiste kentekenpla(a)t(en) of de kentekenpla(a)t(en) niet voorzien is/zijn van het goedkeuringsmerk, dan wel niet deugdelijk aan de voor- en/of achterzijde is/zijn bevestigd 5.*.1 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 180
N 010 d het kenteken niet goed leesbaar is of de kentekenpla(a)t(en) is/zijn afgeschermd 5.*.1 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 180
N 010 e het voertuig niet is voorzien van een goed leesbare constructiepla(a)t(en), waarvan de gegevens in overeenstemming zijn met het kentekenregister (cat 3, 3a en 12 in gebruik na 31-12-1997; cat 8 in gebruik na 30-06-2009) 5.*.1 RV 120 120 120 120
1 – Algemene bouwwijze van het voertuig
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 020 b het wiel niet zodanig is bevestigd dat het uitsluitend draaibaar is om de eigen as 5.15.2 lid 2 RV 180/120
N 030 a het chassis dan wel de mee- of zelfdragende carrosserie breuken en/of scheuren vertoont 5.*.3 RV 300 300 300 300 210 300 300 300 300 300 300 300/210 120
N 030 b het chassis dan wel de mee- of zelfdragende carrosserie zodanig bevestigd, vervormd of door corrosie is aangetast dat de stijfheid en de sterkte in gevaar worden gebracht 5.*.3 RV 300 300 300 300 210 300 300 300 300 300 300 300/210 120
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het frame of de zelfdragende constructie alsmede de voor- en achtervork 5.*.3 RV
N 030 c – breuken en/of scheuren vertoont 300 210
N 030 d – is doorgeroest 300 210
N 030 e – zodanig is vervormd dat stijfheid en sterkte in gevaar worden gebracht dan wel het weggedrag van het voertuig nadelig wordt beïnvloed 300 210
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 030 f de onderdelen van het frame of de zelfdragende constructie niet deugdelijk zijn bevestigd 5.*.3 RV 300 300 210 120 120
N 030 g het frame met voor- en achtervork breuken en of scheuren vertoont, is doorgeroest of is vervormd 5.*.3 lid 2 RV 300 210 120 120
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het frame 5.9.3 RV
N 030 h – breuken en of scheuren vertoont 70
N 030 i – is doorgeroest 70
N 030 j – is vervormd 70
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 040 a de bovenbouw ondeugdelijk op het onderstel is bevestigd 5.*.4 RV 180 180 180 180 120 180 180 180 70 180 180 180 180/120 70
N 040 b de ondersteuning van de laadvloer/laadruimte niet deugdelijk is 5.*.4 RV 180 180 180 180 180 180 180 180/120 70
N 040 c de gekoppelde zijspanwagen niet deugdelijk is bevestigd 5.*.4 RV 180 120
N 050 de accu en, indien aanwezig, de bedrading niet deugdelijk is (zijn) bevestigd en niet goed is (zijn) geïsoleerd 5.*.5 RV 180 180 180
2 – Afmetingen en massa's
Lengte
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 060 a het langer is dan 12 m (cat 5 ingebruikname voor 01-11-1997; cat 12 geldt niet voor opleggers) 5.*.6 RV 180 180 180 180 180 180 180 180 180
N 060 aa de bus met 2 assen langer is dan 13,50 m 5.3a.6 lid 2 RV 180
N 060 ac de bus met meer dan 2 assen langer is dan 15 m 5.3a.6 lid 2 RV 180
N 060 d het rijdende werktuig langer is dan 20 m 5.3.6 lid 2 RV 180
N 061 e bij de na 31-12-1997 in gebruik genomen oplegger, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en enig deel aan de voorzijde van de oplegger meer dan 2,04 m bedraagt en de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger meer dan 12 m bedraagt 5.12.6 lid 3 RV 180
N 061 g de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger van het kermis- of circusvoertuig meer bedraagt dan 17,50 m 5.12.6 lid 5 RV 180
Breedte
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 060 b het breder is dan 2,55 m (cat 5 ingebruikname voor 01-11-1997; cat 3 en 12 gelden niet voor geconditioneerde voertuigen en voor cat 3 en 12 voertuigen met een tmm > 10 ton en ingebruikname voor 01-02-1999) 5.*.6 RV 180 180 180 180 180 180
N 060 g het breder is dan 2,60 m (cat 3 en 12 geconditioneerd voertuig en voertuigen met een tmm > 10 ton en ingebruikname voor 01-02-1999; cat 17 bespannen wagen) 5.*.6 RV 180 180 70
N 060 p het gehandicaptenvoertuig breder is dan 1,10 m (geldt ook voor gehandicaptenvoertuig zonder motor) 5.*.6 RV 70 70
N 060 r de fiets breder is dan 0,75 m 5.9.6 lid 1 RV 70
N 060 s het breder is dan 1,50 m (cat 9 > 2 wielen of zijspan; cat 17 onbespannen wagen) 5.*.6 RV 70 70
N 060 u het breder is dan 2 m (cat 5 ingebruikname na 31-10-1997; cat 6 op meer dan 2 wielen; cat 15b achter bromfiets op meer dan 2 wielen) 5.*.6 RV 180 180 120 180/120
N 060 w het breder is dan 1 m (cat 6 betreft tweewielige bromfiets; cat 15b achter bromfiets op meer dan twee wielen) 5.*.6 RV 120 -/120 70
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het voertuig breder is dan 3 m (cat 3 rijdend werktuig) 5.*.6 RV
N 060 ha – van 0,01 m t/m 0,25 m 180 180 180 180 180
N 060 hb – van meer dan 0,25 m t/m 0,50 m 270 270 270 270 270
N 060 hc – van meer dan 0,50 m t/m 0,75 m 400 400 400 400 400
Hoogte
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 060 q het gehandicaptenvoertuig hoger is dan 2 m (geldt ook voor gehandicaptenvoertuig zonder motor) 5.*.6 RV 70 70
Massa
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de toegestane asdruk, massa of som van de aslasten (categorie 5 ingebruikname na 01-02-1999) wordt overschreden met 5.*.7 RV
N 070 a – meer dan 10% 360 360 360 360 360 360
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl van het rijdende werktuig de toegestane maximumlast van enig(e) as of asstel wordt overschreden met 5.3.7 lid 1 RV
N 072 a – 10 tot 15% 360
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl van het rijdende werktuig de toegestane maximummassa of som van de aslasten wordt overschreden met 5.3.7 lid 2 RV
N 073 a – 5 tot 10% 360
3 – Motor
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de bromfiets de op de kentekencard of het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid van niet meer dan 25 km/h, vermeerderd met 4 km/h, (dan wel de aangewezen bromfiets de in artikel 20b van de wet vermelde maximumconstructiesnelheid van 25 km/h) overschrijdt met 5.6.8 lid 2 RV
N 086 a – t/m 10 km/h 80
N 086 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h 160
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de bromfiets de op de kentekencard of het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid van 25 tot en met 45 km/h, vermeerderd met 5 km/h overschrijdt met 5.6.8 lid 1 RV
N 083 a – t/m 10 km/h 80
N 083 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h 160
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het voertuig de in artikel 1.1. van de Regeling voertuigen vermelde maximumconstructiesnelheid vermeerderd met 5 km/h overschrijdt 5.*.8 lid 1 RV
N 085 a – t/m 10 km/h 120 120 120 45 45
N 085 b – meer dan 10 en t/m 15 km/h 180 180 180 70 70
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 090 a het brandstofsysteem niet veilig is of deugdelijk is bevestigd 5.*.9 lid 1 RV 300 300 300 300 300 300 300 300 300 300
N 090 b het brandstofsysteem of de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd 5.*.9 lid 1 RV 300 210 120
N 090 c het brandstofsysteem lekkage vertoont 5.*.9 lid 2 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300 120 300 300 300
N 090 d het brandstofreservoir niet deugdelijk is afgesloten 5.*.9 lid 3 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300 120 300 300 300
N 090 h de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd 5.11.9 lid 1 RV 45
N 100 de LPG-installatie niet voldoet aan de eisen 5.*.10 RV 300 300 300 300 300
N 101 de CNG- of LNG- installatie niet voldoet aan de eisen (LNG niet geregeld voor cat 4) 5.*.10a RV 300 300 300 300 300
N 102 de waterstofinstallatie niet voldoet aan de eisen 5.*.10b RV 300 300 300 300
N 110 a het niet is voorzien van een over de gehele lengte gasdichte uitlaat 5.*.11 lid 1 RV 360 360 360 360 360 250 360 360 360 140
N 110 b het uitlaatsysteem niet deugdelijk is bevestigd 5.*.11 lid 2 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 180 70
N 110 e het uitlaatsysteem niet behoorlijk geluiddempend is 5.*.11 RV 360 360 360 140
N 111 (een) onderde(e)l(en) van het na 31-12-2017 in gebruik genomen voertuig, niet zijnde onderdelen van het brandstofsysteem, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of het veersysteem, overmatige lekkage van vloeistof, niet zijnde water, verto(o)n(t)(en) 5.*.11a RV 300 300 300 300 300
Meting geluidsniveau
Noot
Indien geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld dan moeten onderstaande waarden worden gehanteerd:
Bromfiets
Constructiesnelheid maximum toegestane waarde
max. 25 km/h 90 dB(A)
> 25 km/h 97 dB(A)
Motorfiets
Cylinderinhoud t/m maximum toegestane waarde
80 cm3 91 dB(A)
125 cm3 92 dB(A)
350 cm3 95 dB(A)
500 cm3 97 dB(A)
750 cm3 100 dB(A)
1.000 cm3 103 dB(A)
>1.000 cm3 106 dB(A)
Personen-/bedrijfsauto/bus/driewielig motorrijtuig
benzinemotor max. 3.500 kg bij 3.500 toeren max. 95 dB(A)
dieselmotor max. 3.500 kg bij 2000 toeren max. 95 dB(A)
> 3.500 kg bij 1.500 toeren max. 95 dB(A)
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister vermelde geluidsniveau, vermeerderd met 2 dB(A), wordt overschreden 5.*.11 RV
N 110 n – tot 4 dB(A) 360 360 360 360 360 250
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het toegestane geluidsniveau van het voertuig, waarvoor geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld, wordt overschreden 5.*.11 RV
N 110 p – tot 4 dB(A) 360 360 360 360 360 250
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 120 a – de accu of tractiebatterij niet deugdelijk is bevestigd 5.*.12 lid 1 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 180 70 70
N 120 b – de bedrading niet deugdelijk is bevestigd/goed is geïsoleerd 5.*.12 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 180 70 70
N 120 c – het gehandicaptenvoertuig, dat is uitgerust met een elektrische aandrijving, niet is voorzien van een beveiliging tegen overbelasting, die door middel van een binnen bereik bevindende schakelaar de stroomvoorziening herstelt 5.*.12 lid 3 RV 45 45
N 120 d – de onderdelen van de elektrische aandrijflijn van het elektrisch aangedreven of hybride elektrische voertuig niet aan de gestelde eisen voldoet 5.*12a RV 180 180 180 180 180 120
N 130 a – de motorsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd/in ernstige mate zijn beschadigd 5.*.13 RV 180 180 180 180 180 180 70
N 130 b – de rubbers van de motorsteunen zijn doorgescheurd/de vulkanisatie is losgeraakt 5.*.13 RV 180 180 180 180 120 180 180 70
N 130 c – de motor niet deugdelijk is bevestigd 5.*.13 RV 180 120
4 – Krachtoverbrenging
als bestuurder van een voertuig rijden (terwijl)
N 150 a het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht, afleesbare snelheidsmeter 5.*.15 RV 120 120 120
N 150 e het na 26-11-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht, afleesbare snelheidsmeter 5.*.15 RV 120 120
N 150 f de na 31-12-2006 in gebruik genomen bromfiets niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht, afleesbare snelheidsmeter 5.6.15 RV 80
N 160 a (de onderdelen van) de aandrijving of transmissie niet deugdelijk bevestigd is (zijn) 5.*.16 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 180 70
N 170 a de krachtoverbrenging niet op eenvoudige wijze kan worden onderbroken 5.10.17 RV 45
N 170 b de snelheid niet regelbaar is 5.11.17 RV 70
5 – Assen
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 180 de as(sen) niet deugdelijk (bevestigd) is (zijn) 5.*.18 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300 120 120 300 300 300 300/210
N 190 de fuseeonderdelen en overige draaipunten niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.19 RV 300 300 300 300 210 120 300 300
N 200 de wiellagers niet deugdelijk zijn 5.*.20 RV 180 180 180 180 120 70 70 180 180
N 210 de wielbasis te veel afwijkt 5.*.21 RV 120 120 120 120 120 120
N 220 de afstanden tussen de fuseedraaipunten en het chassis of de carrosserie te veel verschillen 5.*.22 RV 120 120 120
N 230 de spoorbreedte te groot is 5.*.23 RV 120 120 120
N 240 a de wielen/de velgen niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.24 RV 120 300 300/210 120
N 240 b de wielen/de velgen/de wielnaven/stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.24-26 RV 300 300 300 300 300
N 240 c de wielen, alsmede de onderdelen niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.24 RV 300 210
N 240 d de wielen/de velgen/stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.24 en 26 RV 300 300 120 300 300
6 – Ophanging
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de wielen niet voorzien zijn van luchtbanden 5.*.27 RV
N 270 a – 1 band 180 180 180 180 180 120
N 270 b – 2 banden 270 270 270 270 270 180
N 270 c – 3 banden 400 400 400 400 400 280
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl een band/de banden beschadigd is/zijn, waarbij het karkas zichtbaar is of de band/banden uitstulpingen vertoont/vertonen 5.*.27 RV
N 270 e – 1 band 180 180 180 120 180 180 180 70 70 180 180 180/120
N 270 f – 2 banden 270 270 270 180 270 270 270 100 100 270 270 270/180
N 270 g – 3 banden 400 400 400 280 400 400 400 160 160 400 400
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het loopvlak uitstekende metalen elementen bevat, per (band) beschadiging 5.*.27 RV
N 270 i – 1 band 180 180 180 180 180 120 180 180 180 70 70 180 180 180
N 270 j – 2 banden 270 270 270 270 270 180 270 270 270 100 100 270 270 270
N 270 k – 3 banden 400 400 400 400 400 280 400 400 400 160 160 400 400 400
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de band(en) is/zijn beschadigd waarbij het karkas zichtbaar is, de band(en) uitstulpingen vertoont/vertonen of de daarop vermelde load-index kleiner is dan toegestaan 5.*.27 RV
N 270 m – 1 band 180 180 180
N 270 n – 2 banden 270 270 270
N 270 o – 3 banden 400 400 400
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de profilering van een band/de banden niet voldoet aan de gestelde eisen of is/zijn nageprofileerd (naprofilering geldt niet voor cat 3, 3a en 12 i.g.v. opschrift regroovable; cat 2, 3(a), 5, 8, 12, 13 en 14 min. 1,6 mm; cat 4 min 1,0 mm; cat 6, 10 en 11 profilering moet aanwezig zijn over de gehele omtrek en breedte) 5.*.27 RV
N 270 r – 1 band 180 180 180 180 180 120 180 70 70 180 180 180
N 270 s – 2 banden 270 270 270 270 270 180 270 100 100 270 270 270
N 270 t – 3 banden 400 400 400 400 400 280 400 160 160 400 400 400
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 270 v de op de band aangegeven draairichting niet overeenkomt met de draairichting van het wiel in voorwaartse rijrichting 5.*.27 RV 180 180 180 180 180 120 180 70 70 180 180 180/120
N 270 w de banden op één as niet dezelfde maataanduiding hebben (geldt niet voor nood- of reservewiel) 5.*.27 RV 180 180 180 180 120 70 70 180 180 180/120
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de aanhangwagen is voorzien van banden waarvan het loopvlak bestaat uit metaal of een materiaal dat voor wat betreft hardheid en vervormbaarheid dezelfde eigenschappen heeft 5.*.27 RV
N 271 e – 1 band 180 180 180
N 271 f – 2 banden 270 270 270
N 271 g – 3 banden 400 400 400
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 271 m de wielen zijn voorzien van metalen banden met uitstekende delen (geldt niet voor landbouwwerktuigen met een massa van maximaal 750 kg) 5.17.27 RV 70
N 280 het veersysteem, (indien vereist of aanwezig) de onderdelen daarvan of de schokdemper (indien vereist) niet deugdelijk (bevestigd) is/zijn of niet goed werken 5.*.28 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 180 70 70 180 180 180
7 – Stuurinrichting
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 290 deze niet is voorzien van een deugdelijke stuurinrichting 5.*.29 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300 120 120 120
N 291 de overbrenging van de gestuurde wielen niet goed reageert of niet deugdelijk is (bevestigd) 5.*.29 RV 300 300
N 292 de draaikransen niet deugdelijk zijn (bevestigd) 5.*.30 RV 300 300
8 – Reminrichting
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 310 a (de onderdelen van) de reminrichting niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) dan wel niet aan de eisen voldoet/voldoen 5.*.31 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300 120 120 300 300 300
N 320 aa in het hydraulisch remsysteem onvoldoende remvloeistof aanwezig is 5..32 en 5..31 RV 300 300 300 300 210 120 120
N 320 a het remsysteem van het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting 5.3.33 RV 120 120 120
N 340 de veerrem van het na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting 5.*.34 RV 120 120
N 350 a het drukluchtremsysteem niet is voorzien van een goed functionerend meerkringsbeveiligingsventiel bij na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuigen 5.*.35 lid 1 RV 300 300
N 350 b het drukluchtremsysteem niet is voorzien van drukmeetpunten 5.*.35 lid 1 RV 120 120 120
N 350 c de drukluchtremkrachtregelaars niet goed functioneren 5.*.35 lid 2 RV 300 300 300
N 350 d het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig met drukluchtremkrachtregelaars niet is voorzien van de vereiste plaat 5.*.35 lid 3 RV 120 120 120
N 350 e de drukluchtremkrachtregelaars van het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig niet aanwezig zijn, dan wel niet zijn afgesteld zoals op de plaat staat vermeld 5.*.35 lid 3 RV 300 300 300
N 360 de slag van de drukluchtremcylinders onjuist is afgesteld 5.*.36 RV 300 300 300 300
N 370 a het één- of tweeleidingremsysteem niet de juiste aansluitdruk heeft 5.*.37 RV 300 300 300
N 370 b het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een éénleidingremsysteem ten behoeve van een aanhangwagen 5.*.37 RV 300 300
N 370 c het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een afzonderlijke inrichting voor de bediening van de remmen van de aanhangwagen 5.*.37 RV 300 300
N 380 m de bedrijfsrem niet op alle wielen remt (uitgezonderd driewielige motorrijtuigen met een massa van minder dan 400 kg in gebruik genomen voor 01-04-1990), dan wel het voertuig op een (nagenoeg) droge weg uitbreekt ten gevolge van een verschil in remwerking tussen de wielen van elke as, of ten gevolge van overberemming van de achteras 5.*.38 RV 300 300 300 300 120 300
N 380 n niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging 5.*.38 RV 210 300 300 120
N 380 p het niet is voorzien van (een) goed werkende rem(men) 5.*.38 RV 70 70
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat. 12 toegestane maximummassa minder dan 3.500 kg); de vermindering bedraagt 5.*.38 RV
N 381 a – 0 t/m 0,5 m/s2 300 300 300 300
N 381 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2 450 450 450 450
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat. 12 toegestane maximummassa 3.500 kg of meer); de vermindering bedraagt 5.*.38 RV
N 381 f – 0 t/m 0,5 m/s2 490 490 490 490 490 490
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 390 a de parkeerrem niet aan de eisen voldoet 5.*.39 RV 120 120 120 120 120 120 120
N 390 b van de (brom)fiets op meer dan twee wielen zonder afzonderlijke vastzetinrichting één van de remmen niet kan worden vastgezet 5.*.39 RV 80 45
N 390 e de vastzetinrichting of de veerrem niet aan de eisen voldoet 5.12.39 RV 120
N 400 c de reminrichting van de aanhangwagen (niet zijnde een middenasaanhangwagen en aanhangwagen met een stijve dissel met een toegestane maximummassa van ten hoogste 1.500 kg) niet automatisch in werking treedt bij het verbreken van de verbinding, dan wel niet automatisch in de bedrijfstoestand komt bij het koppelen met het trekkende voertuig 5.12.40 RV 300
N 400 d niet is voorzien van een goed functionerende losbreekreminrichting (indien aanwezig) 5.*.40 RV 180 180
9 – Carrosserie
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 410 a de deuren en de laadbakkleppen (cat 3(a)) niet goed sluiten of de deuren die direct toegang geven tot de personenruimte niet op normale wijze vanaf de binnenzijde en/of vanaf de buitenzijde kunnen worden geopend 5.*.41 RV 180 180 180 180 120 180 70
N 410 b het slot of de scharnieren van de motorkap of het kofferdeksel aan de voorzijde geen goede sluiting waarborgen 5.*.41 RV 180 180 180 120 70
N 410 c de bevestiging van de scharnieren ernstig zijn gecorrodeerd 5.*.41 RV 180 180 180 180 120 70
N 410 d de windschermen en stroomlijnkappen de bediening belemmeren 5.*.41 RV 180 120
N 410 e de windschermen, stroomlijnkappen en inrichtingen om ladingen mee te vervoeren niet deugdelijk zijn bevestigd 5.*.41 RV 180 120
N 410 f de gesloten cabines niet zijn voorzien van tenminste twee deuren dan wel één deur en één nooduitgang 5.*.41 RV 180
N 410 g de nooduitgang niet voldoet aan de vereiste afmetingen 5.*.41 RV 180
N 410 h het slot of de scharnieren van de deuren of laadbakkleppen geen goede sluiting waarborgen 5.*.41 RV 180 180 180 180/120
N 410 j de deur(en) of uitgang(en) of hoofddoorgang(en) of noodra(a)m(en) of noodluik(en) van de bus niet voldoen (voldoet) aan de eisen of de vereiste opschriften niet zijn aangebracht 5.3a.41 RV 180
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de voorruit, de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten dan wel het windscherm (indien vereist) en bij afwezigheid van een rechterbuitenspiegel de achterruit
N 420 a – is beschadigd of verkleurd 5.*.42 RV 300 300 300 300 210 300 300 300 120
N 420 b – is voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren 5.*.42 RV 180 180 180 180 180 180 180 70
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 420 c de ruiten niet voldoen aan de eisen 5.*.42 lid 1 RV 45
N 420 d de lichtdoorlatendheid van de voorruit en/of de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten minder dan 55% bedraagt 5.*.42 lid 3 RV 300 300 300 300 210
N 430 a het voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitenwisserinstallatie (cat 5 in gebruik na 27-11-1975; cat 6 in gebruik na 31-12-2006) 5.*.43 RV 180 180 180 180 120 180 180 180 70
N 430 d het voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie voor de voorruit die de bestuurder voldoende uitzicht geeft (cat 2 in gebruik na 30-09-1971; cat 3 na 31-12-1997; cat 3a na 30-06-1985; cat 5 na 31-12-1994; cat 6 na 31-12-2006) 5.*.43 RV 180 180 180 180 120 70
N 440 a het voertuig niet is voorzien van een goed werkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit (cat 2 in gebruik na 30-09-1971; cat 3 na 31-12-1997, cat 3a na 30-06-1985, cat 5 voorruit en gesloten carrosserie na 31-12-1994 tot 17-06-2003 vanaf 17-06-2003 indien voorruit) 5.*.44 RV 180 180 180 180 70
N 450 a het voertuig niet is voorzien van de noodzakelijke spiegels en/of cameramonitor-systeem die/dat aan de eisen voldoen/voldoet (cat. 6 voertuig in gebruik na 31-12-2006) (vooruitkijkspiegel / camera-monitorsysteem en breedtespiegel betreft bedrijfsauto met frontstuur in gebruik na 25-01-2008, tmm > 7.500 kg) (cat. 8 rechterspiegel/camerasysteem in gebruik na 31-12-2018) 5.*.45 RV 180 180 180 120 180 180 180 70
N 450 b het na 26-11-1975 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel die aan de eisen voldoet 5.4.45 RV 180
N 450 c het na 31-12-1996 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig dat 100 km/h of sneller kan, niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel die aan de eisen voldoet 5.4.45 RV 180
N 450 d het na 26-11-1975 in gebruik genomen voertuig waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel 5.5.45 RV 180
N 450 e het na 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig met een gesloten carrosserie waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een binnenspiegel 5.5.45 RV 180
N 450 f het voertuig niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel terwijl met de binnenspiegel het achter het voertuig gelegen weggedeelte niet voldoende kan worden overzien 5.5.45 RV 180
N 450 g het na 16-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linker- en een rechterbuitenspiegel 5.4.45 lid 1 RV 180
N 460 a de zitplaatsen (of rugleuningen) niet deugdelijk bevestigd zijn 5.*.46 RV 180 120 70
N 460 aa de na 31-12-2014 in gebruik genomen personenauto dan wel de na 21-01-2014 in gebruik genomen bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg of bus van klasse III of B is voorzien van zijdelings gerichte zitplaatsen 5.*.46 RV 180 180 180
N 460 c de zitplaatsen, rugleuningen of de verstelinrichtingen niet deugdelijk (bevestigd) zijn 5.*.46 RV 180 180 180 180 180 180 180 70
N 460 d de voetsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd 5.*.46 RV 180 120
N 460 g de trappers niet deugdelijk zijn bevestigd of niet zijn voorzien van een stroef oppervlak 5.9.46 RV 70
N 470 a de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van de na 31-12-1989 in gebruik genomen personenauto niet voorzien is van (een) gordel(s) of de/een naar achteren gerichte zitplaats(en) van na 30-09-2000 in gebruik genomen personenauto niet voorzien is van (een) gordel(s) 5.2.47 RV 180
N 470 b de/een gordel(s) voor de voorzitplaats(en) die aan een portier gren(st)(zen) van de na 01-01-1971 en voor 01-01-1990 in gebruik genomen personenauto niet aanwezig is/zijn 5.2.47 RV 180
N 470 c de/een gordel(s) niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) (geldt voor cat 7, 8 en 10 indien aanwezig) 5.*.47 RV 180 180 180 180 120 180 180 180 70
N 470 d de/een gordel(s) voor de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van de T-100 bus of na 31-12-1997 in gebruik genomen andere bus of bedrijfsauto niet aanwezig is/zijn 5.*.47 lid 1 RV 180 180
N 470 g de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van het na 31-12-1989 in gebruik genomen driewielig motorrijtuig met gesloten carrosserie niet voorzien is/zijn van (een) gordel(s) of de/een naar achteren gerichte zitplaats(en) van het na 16-06-2003 in gebruik genomen driewielig motorrijtuig met gesloten carrosserie niet voorzien zijn van (een) gordel(s) 5.5.47 RV 180
N 470 h de/een naar voren en/of naar achteren gerichte zitplaats(en) van de na 30-09-2002 in gebruik genomen bus met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg of van de na 30-09-2000 in gebruik genomen bus met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg niet voorzien is/zijn van (een) gordel(s) 5.3a.47 lid 2 RV 180
N 470 i de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van de bromfiets op meer dan twee wielen met een gesloten carrosserie en een ledige massa van meer dan 250 kg, in gebruik genomen na 31-12-2006, niet is/zijn voorzien van (een) gordel(s) 5.6.47 lid 1 RV 120
N 470 j het na 01-09-2008 in gebruik genomen en voor het vervoer van één of meer passagiers in een rolstoel ingericht voertuig niet voldoet aan de gestelde eisen 5.*.47a RV 180 180
N 470 k de ligplaats(en) niet voldoe(t)(n) aan de gestelde eisen 5.2.47a jo. 5.2.79 en 5.3a.48 RV 180 180
N 480 a het voertuig scherpe delen heeft die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten 5.*.48 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300 120 120 120 300 300 300 300/210 120
N 480 b het voertuig niet afgeschermde uitstekende delen heeft die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten 5.*.48 RV 300 300 300 300 300 300 300 120 300 300 300 300/210 120
N 480 c de wielen niet goed afgeschermd zijn, aanlopen of te ver buiten de afscherming uitsteken 5.*.48 RV 300 300 300 300 300 120 300 300 300/210
N 480 e gevaar bestaat voor het losraken van enig deel van de buitenzijde 5.*.48 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 180 70 180 180 180 180/120
N 480 f de wielen/banden aanlopen 5.*.48 RV 120 180
N 480 g het voertuig niet is voorzien van de vereiste zijdelingse afscherming 5.*.48 RV 490 490 490
N 480 h het voertuig aan de voorzijde (een) voorziening(en) heeft die in geval van botsing de kans op lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kan/kunnen vergroten 5.*.48 RV 300 300
N 490 het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een stootbalk (cat 3 en 12) of beschermingsinrichting (cat 3a) tegen klemrijden die aan de vereisten voldoet (afstand stootbalk/beschermingsinrichting wegdek: in gebruik voor 01-01-1998 70 cm, daarna 55 cm; afstand achterzijde voertuig tot stootbalk: tot 01-01-2005 60 cm, daarna cat 3, 3a en 12: 45 cm) 5.*.49 RV 490 490 490
N 500 de aanhangwagen aan de achterzijde niet is voorzien van een mogelijkheid tot bevestiging van een kentekenplaat 5.*.50 RV 120 120/80
N 501 de frontbeschermingsinrichting van het na 31-12-2008 in gebruik genomen voertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg niet is goedgekeurd voor het voertuig waarop deze is aangebracht en/of niet voorzien is van het voorgeschreven EG-typegoedkeuringsmerk 5.*.50 RV 300 300
10 – Verlichting
Noot
1. Bij het ontbreken of niet branden van dim-/kop-/achterlicht of kentekenplaatverlichting moeten de bepalingen uit het RVV 1990 worden toegepast;
2. Bij de feitcodes zijn alle data vermeld van verlichting die na 1 januari 1980 verplicht is geworden;
3. Er is geen sprake van verlichting in de zin van de Regeling voertuigen als de armatuur niet is aangesloten en niet is voorzien van een lampje.
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het niet is voorzien van (een) goed werkend(e)
N 514 a – richtingaanwijzers (cat 4 na 31-12-1996 met zijspan na 31-10-1997; cat 6 = 3 of 4 wielig en gesloten carrosserie) 5.*.51-63 RV 120 120 120 120 120 80 120 120 120 45 120 120 120 120/-
N 514 b – waarschuwingsknipperlichten (cat 2, 3(a) na 31-12-1997; cat 5 na 31-12-1996; cat 10 na 01-01-2005) 5.*.51-63 RV 120 120 120 120 120 120 45
N 514 c – zijrichtingaanwijzer(s) (cat. 2 na 31-12-1997; cat. 3(a) langer dan 6 m of na 31-12-1997; cat. 7 langer dan 6 m) 5.*.51-63 RV 120 120 120 120 120
N 514 d – remlichten (cat. 6: 3 of 4 wielig en 2 wielig voertuig in gebruik na 31-12-2006 en vermogen meer dan 0,5 kW en max. snelheid meer dan 25 km/h) 5.*.51-63 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 180 70 180 180 180 180/-
N 514 f – rode retroreflectoren 5.*.51-63 RV 120 120 120 120 120 80 120 120 120 45 45 45 120 120 120 120/80 45 45
N 514 g – mistachterlicht(en) (cat. 2, 3(a) en 12 na 31-12-1997; cat. 13 voor zover het trekkende voertuig is voorzien van een mistachterlicht) 5.*.51-63 RV 120 120 120 120 120
N 514 h – achteruitrijlicht(en) (cat 2, 3(a) in gebruik na 31-12-1997; cat 12 in gebruik na 31-12-2012) 5.*.51-63 RV 60 60 60 60
N 514 i – markeringslichten (voor- en achterzijde) (cat. 2, 3(a) en 12 breder dan 2.60 m of na 31-12-1997 breder dan 2,10 m; cat. 13 en 14 breder dan 2.10 m) 5.*.51-63 RV 120 120 120 120 120 120
N 514 j – zijmarkeringslichten (cat. 2, 3(a) en 12 na 31-12-1997 en langer dan 6 m; cat. 13 langer dan 6 m) 5.*.51-63 RV 120 120 120 120 120
N 514 k – 3e remlicht (na 30-09-2001) 5.*.51-63 RV 120
N 514 l – witte retroreflectoren (cat. 9: 3 wielig breder dan 75 cm; cat. 12 na 31-12-1997) 5.*.51-63 RV 45 120 120 120
N 514 m – zijretroreflectoren (cat. 2 na 31-12-1997 en langer dan 6 m; cat. 3(a) en 7 langer dan 6 m; cat. 6: 2-wielig na 31-12-2006) 5.*.51-63 RV 120 120 120 80 120 120 120 120 120 120/80
N 514 o – trapreflectie (cat 6 alleen indien vaste trappers bij 3 of 4 wielig) 5.*.51-63 RV 80 45
N 514 p – wielreflectie 5.*.51-63 RV 45 45
N 514 r – lijnmarkering aan de achterzijde bij een na 31-12-2012 in gebruik genomen voertuig dat breder is dan 2,10 m en langer is dan 6 m en waarbij de som van de toegestane aslasten meer bedraagt dan 3.500 kg 5.12.51 RV 120
N 514 s – lijnmarkering aan de zijkant bij een na 31-12-2012 in gebruik genomen voertuig dat langer is dan 6 m en waarbij de som van de toegestane aslasten meer bedraagt dan 3.500 kg 5.12.51 RV 120
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 515 de verlichting/retroreflecterende voorzieningen niet de vereiste kleur hebben (cat 9 alleen retroreflectie) 5.*.51-59 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 180 70 70 70 180 180 180 180/120 70 70
N 517 de verlichting of retroreflectoren niet op de juiste plaats zijn bevestigd (cat 9 alleen retroreflectie) 5.*.51-61 RV 120 120 120 120 120 80 120 120 120 45 45 45 120 120 120 120/80 45 45
N 518 de verlichte transparant(en) voldoet (voldoen) niet aan de eisen (niet afzonderlijk geschakeld/breder/langer dan voertuig) 5.*.55 RV 120 120 120 120
N 519 het voertuig aan de achterzijde niet is voorzien van één rode retroreflector in de vorm van een afgeknotte driehoek die voorzien is van een goedkeuringsmerk 5.*.51 RV 120 120 120 120 45
N 550 de glazen van de verlichtingsarmaturen of de retroreflectoren niet aan de gestelde eisen voldoen (cat 9, 11, 16 en 17 alleen eisen rode retroreflectie) 5.*.55 RV 120 120 120 120 120 80 120 120 120 45 45 45 120 120 120 120/80 45 45
N 551 de verlichtingsarmaturen of onderdelen daarvan niet deugdelijk zijn bevestigd (geldt ook voor niet verplichte verlichting) 5.*.55 RV 120 120 120 120 120 80 120 120 120 45 120 120 120 120/80
N 552 de lichten of retroreflectoren voor meer dan 25% zijn afgeschermd (cat 9, 11, 16 en 17 alleen afscherming rode retroreflectie) 5.*.55 RV 120 120 120 120 120 80 120 120 120 45 45 45 120 120 120 120/80 45 45
N 559 de mistvoorlichten niet goed zijn afgesteld conform het bepaalde in de artikelen 114a en 114b van de bijlage VIII van de RV 5.*.59b RV 120 120 120 120
N 560 de dimlichten niet aan de eisen voldoen 5..51 jo. 5..56 RV (cat. 6: 5.6.51, 5.6.53 en 5.6.55 RV) 120 120 120 120 120 80 120 120 120 45
N 620 het niet is voorzien van een controlelampje of schakelaar met herkenbare stand (cat 4) voor ingeschakeld(e) mistachterlicht(en) 5.*.62 RV 60 60 60 60 60 60 60 60 20
N 640 het is voorzien van niet toegestane verblindende/ knipperende verlichting 5.*.64 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 180 70 180 180 180 180/120 70 70
N 650 het is voorzien van meer lichten of retroreflecterende voorzieningen dan is toegestaan (cat 9 uitsluitend retroreflectie) 5.*.65 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 180 70 70 70 180 180 180 180/120 70 70
N 651 in het voertuig aanwezige lichten of objecten licht uitstralen naar de buitenzijde van het voertuig (cat. 3a niet van toepassing op binnenverlichting passagiersruimte bus) 5.*.65 RV 180 180 180 180 180 120 180 180 180
11 – Verbinding tussen trekkend voertuig en aanhangwagen
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 660 a de koppeling niet deugdelijk is (bevestigd) of niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen 5.*.66-70 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300
N 660 b de (hulp)koppeling, trekdriehoek, trekboom of onderdelen daarvan niet aanwezig is/zijn, deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen 5.*.66-70 RV 300 300 300
N 660 c de (middenas)aanhangwagen, die is voorzien van een losbreekreminrichting, tevens is voorzien van een hulpkoppeling 5.*.66 RV 120 120 120
N 660 d de koppeling, dissel, of onderdelen daarvan niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen 5.15.66-70 RV 300/210
12 – Diversen
als bestuurder van een voertuig rijden terwijl
N 710 a het niet is voorzien van een goed werkende geluidssignaalinrichting 5.*.71 RV 120 120 120 120 120 120 120 120
N 710 b het niet is voorzien van een goed werkende bel of hoorn met vaste toonhoogte 5.*.71 RV 80 45 45
N 710 c het niet is voorzien van een goed werkende bel 5.9.71 RV 45
N 711 de inrichting van een taxi niet in overeenstemming met het goedkeuringsdocument 5.2.74 RV 300
Gebruikseisen voertuigen
0 – Algemeen
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 001 een verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk wordt gebruikt terwijl dit niet is toegestaan (cat. 3 uitsluitend toegestaan voor wegwerkzaamheden of gladheidsbestrijding) 5.18.0 RV 180 180 180
P 010 a meer dan één aanhangwagen wordt voortbewogen 5.18.1 lid 1 RV 300 300 300 300 210
P 010 b met de gelede bus een aanhangwagen wordt voortbewogen 5.18.1 lid 2 RV 300
P 010 c met het gehandicaptenvoertuig een aanhangwagen wordt voortbewogen 5.18.1 lid 2 RV 70 70
P 010 d met de motorfiets met onberemde zijspanwagen een aanhangwagen wordt voortbewogen 5.18.1 lid 2 RV 300
P 010 e het samenstel van motorvoertuig en aanhangwagen meer dan twee draaipunten heeft 5.18.1 lid 5 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300
P 010 f met een motorvoertuig, niet zijnde een land- of bosbouwtrekker of motorrijtuig met beperkte snelheid een land- of bosbouwaanhangwagen of verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk wordt voortbewogen 5.18.1 lid 3 RV 300 300 300
P 020 a met het motorvoertuig meer dan één motorvoertuig wordt gesleept 5.18.2 lid 1 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300
P 020 b met het motorvoertuig een tweewielig motorvoertuig of samenstel van voertuigen wordt gesleept 5.18.2 lid 6 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300
P 020 c met het tweewielig motorvoertuig, de gelede bus of het samenstel van voertuigen, een motorvoertuig wordt gesleept 5.18.2 lid 7 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300
P 020 da een voertuig voorzien van een drukluchtsysteem niet met behulp van een sleepstang wordt gesleept 5.18.2 lid 2 RV 300 300 300 300 300
P 020 e het drukluchtsysteem van het gesleepte voertuig niet is aangesloten op het drukluchtsysteem van het trekkend voertuig 5.18.2 lid 3 RV 300 300
P 020 f met een dolly of afsleepas waarop zich een motorvoertuig bevindt, terwijl de reminrichting van de dolly of afsleepas ontbreekt 5.18.2 lid 4 RV 300 300 300 300 300
P 020 g een afsleepas wordt gebruikt zonder dat zich daarop een motorvoertuig bevindt 5.18.2 lid 5 RV 300 300 300 300 300
P 030 hij wordt gehinderd door passagiers, lading of op andere wijze 5.18.3 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300 120 120 120 300 300 300 300/210 120 120
P 031 in dat voertuig, waarin vervoer van een passagier in rolstoel plaatsvindt losse voorwerpen, die het risico op letsel bij een noodstop, aanrijding of botsing kunnen verhogen, aanwezig zijn 5.18.3 lid 2 RV 300 300 300 300 210 120
P 041 a de bestuurder niet voldoende zicht door de voorruit en/of de voorste zijruiten naar voren en opzij heeft 5.18.4 aanhef en onder a RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300 120
P 041 b de bestuurder met behulp van de voor dat voertuig of samenstel van voertuigen voorgeschreven spiegels of camera-monitorsysteem niet voldoende zicht heeft op het naast en/of achter hem gelegen weggedeelte 5.18.4 aanhef en onder b RV 180 180 180 180 180 120 180 180 180 70
P 041 c de bestuurder niet voldoende zicht door de voorruit en de voorste zijruiten naar voren en opzij heeft en met behulp van de voor dat voertuig of samenstel van voertuigen voorgeschreven spiegels of camera-monitorsysteem niet voldoende zicht heeft op het naast en achter hem gelegen weggedeelte 5.18.4 RV 490 490 490 490 490 340 490 490 490 190
P 050 het niet is voorzien van de vereiste buitenspiegels, indien het zicht door lading achter het voertuig of door een achter het voertuig gekoppelde aanhangwagen is beperkt 5.18.5 lid 2 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300 120 120
P 051 de spiegels of gezichtsveldverbeterende voorzieningen niet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder in normale rijhouding de vereiste gezichtsvelden kan overzien 5.18.5 lid 1 RV 300
P 060 a voertuiggebonden lading, zoals voertuiguitrustingsstukken, voertuiggereedschappen of stuwagemiddelen niet zodanig is bevestigd dat deze niet van het voertuig kan vallen 5.18.6 lid 3 RV 490 490 490 490 490 340 490 490 490 190 190 190 490 490 490 490/340 190 190
P 061 de losse lading die naar haar aard niet op of aan het voertuig bevestigd kan worden niet deugdelijk is afgedekt terwijl gevaar of hinder is ontstaan of kan ontstaan als gevolg van afvallende of wegwaaiende lading 5.18.6 lid 2 RV 490 490 490 490 490 340 490 490 490 190 190 190 490 490 490 490/340 190 190
P 062 verwisselbare gedragen uitrustingsstukken, afneembare bovenbouwen, gestandaardiseerde laadstructuren of meeneemheftrucks niet deugdelijk bevestigd zijn met geschikte vastzetsystemen, zekeringssystemen of stuwagemiddelen 5.18.6 lid 4 RV 490 490 490 490 490 490 490
P 063 vastzetsystemen, zekeringssystemen, stuwagemiddelen of onderdelen hiervan niet goed functioneren dan wel niet geschikt zijn voor het doel waarvoor ze worden gebruikt 5.18.6 lid 5 RV 250 250 250 250 250 170 250 250 250 100 100 100 250 250 250 250/170 100 100
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij het vervoer van goederen aan de voor- of achterzijde van het voertuig 5.18.7 lid 1 RV
P 070 a – de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager 180 180 180 180
P 070 b – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd 180 180 180 180
P 070 c – de lastdrager inclusief lading meer dan 0,20 m buiten de zijkanten uitsteekt 180 180 180 180
P 070 d – meer specifieke goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is geconstrueerd 180 180 180 180
P 070 e – de lastdrager aan de achterzijde niet op de voorgeschreven wijze is voorzien van twee rode achterlichten, twee rode remlichten, twee niet driehoekige rode retroreflectoren en twee ambergele richtingaanwijzers aangezien de verlichting en retroreflectoren van het voertuig worden afgeschermd 180 180 180 180
P 070 f – de lastdrager niet is voorzien van een goed leesbare, van een goedkeuringsmerk voorziene en niet afgeschermde kentekenplaat met het kenteken van het voertuig waarop de lastdrager is aangebracht aangezien de op het voertuig aangebrachte kentekenplaat wordt afgeschermd 180 180 180 180
P 070 g – de koppelingsdruk van de op de trekhaak bevestigde lastdrager meer bedraagt dan voorgeschreven of meer bedraagt dan 75 kg 120 120 120 120
P 070 h – de lastdrager het wegdek kan raken 120 120 120 120
P 070 i – de achtergebleven bevestigingsdelen van de lastdrager de bewegingsvrijheid van een aangekoppelde aanhangwagen beperken 120 120 120 120
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij het vervoer van goederen op het dak 5.18.7 lid 2 RV
P 070 j – de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager 180 180 180
P 070 k – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd 180 180 180
P 070 l – de maximale daklast wordt overschreden 180 180 180
P 070 m – meer specifieke goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is geconstrueerd 180 180 180
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij het vervoer van glas, plaatmateriaal of soortgelijke goederen aan één of beide zijkanten van een bedrijfsauto of aanhangwagen met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg 5.18.7 lid 3 RV
P 071 a – de lading niet deugdelijk is bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager 180 180 180
P 071 b – de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd 180 180 180
P 071 c – de lastdrager met inbegrip van de lading meer dan 0,35 m buiten de zijkanten van het voertuig uitsteekt en/of de totale breedte van het voertuig inclusief de lastdrager en de lading meer bedraagt dan 2,75 m 180 180 180
P 071 d – de lading meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt 180 180 180
P 071 e – de lastdrager die in de breedte meer dan 0,10 m buiten de zijkant van het voertuig uitsteekt aan de voor- en/of achterzijde niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet 180 180 180
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 080 de lading van het voertuig scherpe delen heeft (geldt niet voor lading of delen hoger dan 2 m boven wegdek) 5.18.8 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300 120 120 120 300 300 300 300/210 120 120
P 081 het verwisselbare uitrustingsstuk scherpe delen heeft (geldt niet voor delen hoger dan 2 m boven wegdek) 5.18.8 lid 1 RV 300 300 300 300
P 082 het verwisselbare uitrustingsstuk niet afgeschermde uitstekende delen heeft die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten 5.18.8 lid 2 RV 300 300 300 300
P 083 een deel van de buitenzijde van het verwisselbare uitrustingsstuk zodanig is bevestigd, beschadigd, versleten of door corrosie aangetast dat gevaar bestaat voor losraken 5.18.8 lid 3 RV 300 300 300 300
P 090 de opgeklapte opklapbare delen aan de buitenzijde van het voertuig niet deugdelijk zijn vergrendeld 5.18.9 RV 300 300 300 300 300 210 300 300 300 120 120 120 300 300 300 300/210 120 120
P 091 het niet voor gebruik op de weg noodzakelijke opklapbare deel of delen van het verwisselbare uitrustingsstuk tijdens het transport niet deugdelijk in opgeklapte toestand is/zijn vergrendeld 5.18.9 lid 2 RV 300 300 300 300
P 100 a de aanhangwagen, met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg, niet is voorzien van het kenteken van het trekkend motorvoertuig 5.18.10 lid 1 RV 180 180/120
P 100 b de aanhangwagen, met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg, niet is voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat 5.18.10 lid 4 en lid 5 RV 180 180/120
P 100 c de aanhangwagen, met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waarvoor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, niet is voorzien van het kenteken van het trekkend motorvoertuig 5.18.10 lid 1 RV 180
P 100 d de aanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waarvoor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, niet is voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat gelijk aan trekkend voertuig 5.18.10 lid 4 – 5 RV 180
1 – Afmetingen en massa's
Noot afmetingen:
Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend proces-verbaal opgemaakt terzake de afmeting die het meest wordt overschreden.
De overige overschrijdingen worden als bevinding eveneens in het proces-verbaal vermeld.
Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading
Noot:
Lengte opleggertrekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max. 18,75 m; personenauto/driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis-/circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen max. 20 m; land- bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare getrokken machines max. 18,75 m; land- bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare gedragen uitrustingsstukken machines max.18,75 m; indien het een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk betreft dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig lengte samenstel max. 12 m.
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de maximum toegestane lengte van het samenstel van voertuigen wordt overschreden, met een overschrijding 5.18.11 en 5.18.20 RV
P 111 a – t/m 0,25 m 360 360 360 360 360 360 360
P 111 f als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het uitschuifbare voertuig, waarvan de uitgeschoven delen niet zijn voorzien van zijdelingse afscherming als bedoeld in artikel 5.12.48, 5e lid, in onbeladen toestand niet geheel is ingeschoven 5.18.11 lid 11 RV 300
Lengte deelbaar; uitstekende lading voorzijde
P 120 aa als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lading voor het voertuig uitsteekt (geldt niet voor kermis- en circusvoertuigen) 5.18.12 en 5.18.21 RV 180 180 180 180 180 180 180 180
Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (categorie 12 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding 5.18.12 RV
P 121 a – t/m 0,25 m 360 360
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 121 g het zicht op de verlichting, de retroreflectoren, de richtingaanwijzers of voor zover van toepassing de kentekenplaat aan de achterzijde van het voertuig wordt belemmerd door uitstekende lading 5.18.12, 5.18.13 en 5.18.21 RV 180 180 180 180 180 180 180 180 180
P 121 h de lading uitsluitend op de laadvloerverlenging rust 5.18.12 lid 5 en 5.18.21 lid 3 RV 360 360 360 360 360 360
P 121 n de stootbalk breder is of meer dan 0,20 m smaller is dan a. het voertuig op de plaats waar de stootbalk is aangebracht of; b. de breedte van de breedste achteras met inbegrip van de wielen 5.18.12 lid 5 RV 360 360
P 121 o de stootbalk en/of de bevestiging daarvan is/zijn zodanig vervormd of zodanig breuken en/of scheuren vertoont, dan wel zodanig door corrosie is aangetast, dat hierdoor functieverlies optreedt 5.18.12 lid 5 RV 360 360
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de uitsteek van de afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van het voertuig bedraagt en/of meer dan 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m bedraagt 5.18.12 lid 7 RV
P 123 a – t/m 0,25 m 360 360
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lengte van het voertuig met inbegrip van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken meer bedraagt dan de maximum toegestane lengte van het voertuig, een overschrijding 5.18.12a RV
P 124 a – t/m 0,75 m 180
P 124 b – van meer dan 0,75 m 270
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij het voertuig dat is voorzien van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken 5.18.12a RV
P 124 c – de/het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk(ken) niet zoveel mogelijk is/zijn ingeschoven, ingetrokken, in- of opgeklapt en/of deugdelijk vergrendeld 300
P 124 d – lading rust op een verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk welke niet is gerelateerd aan de functie van het verwisselbare uitrustingsstuk 180
P 124 e – het zicht op de verlichting, de retroreflectoren of de richtingaanwijzers door een verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk wordt belemmerd 180
P 124 f – het verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk dat voor of achter het voertuig meer dan 1 m uitsteekt niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet 180
P 124 g – het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk dat voor of achter het voertuig meer dan 1 m uitsteekt, aan de zijkant niet is voorzien van een zijmarkeringslicht of een ambergele retroreflector of ambergele opvallende markering, die is aangebracht op een afstand van niet meer dan 1 m van de uiterste voor- of achterzijde 180
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (stootbalk uitsluitend cat 12, particulier gebruik), een overschrijding 5.18.12 en 5.18.21 RV
P 121 j – t/m 0,75 m 180 180 180 180 180 180 180 180
P 121 k – van meer dan 0,75 m 270 270 270 270 270 270 270 270
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de aan de achterzijde van het voertuig bevestigde meeneemheftruck meer dan 1,20 m achter het voertuig uitsteekt of indien een verklaring is afgegeven dat de aslasten en de last onder de koppeling van het voertuig bij belading met uitsluitend de meeneemheftruck voldoen aan de wettelijke eisen meer dan 1,50 m achter het voertuig uitsteekt 5.18.12 lid 6 RV
P 121 l – t/m 0,25 m 360 360
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lading van een samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen 5.18.13 lid 2 RV
P 130 f – meer dan 2 m achter de aanhangwagen en/of meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van de aanhangwagen uitsteekt 300
P 130 g – meer dan 0,50 m voor de voorzijde van de bedrijfsauto uitsteekt 180
P 130 h – die meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt, aan de achterzijde niet is voorzien van een markering die voldoet aan de eisen 180
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, met inbegrip van de lading dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen, langer is dan 20,75 m, een overschrijding 5.18.13 lid 2 RV
P 130 i – t/m 0,25 m 360 360
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lengte van het voertuig met inbegrip van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken meer bedraagt dan de maximum toegestane lengte van het voertuig, een overschrijding 5.18.21a RV
P 211 a – t/m 0,75 m 180 180 180
P 211 b – van meer dan 0,75 m 300 300 300
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij het voertuig dat is voorzien van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken 5.18.21a RV
P 211 c – de/het verwisselbare uitrustingsstuk(ken) niet zoveel mogelijk is/zijn ingeschoven, ingetrokken, in- of opgeklapt en/of deugdelijk vergrendeld 300 300 300
P 211 d – lading rust op een verwisselbaar uitrustingsstuk die niet is gerelateerd aan de functie van het verwisselbare uitrustingsstuk 180 180 180
P 211 e – het zicht op de verlichting, de retroreflectoren of de richtingaanwijzers aan de achterzijde door een verwisselbaar uitrustingsstuk wordt belemmerd 180 180 180
P 211 f – het verwisselbaar uitrustingsstuk dat voor of achter meer dan 1 m het voertuig uitsteekt niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet 180 180 180
P 211 g – de voertuigdelen en/of (het) verwisselbare gedragen uitrustingsstuk(ken) meer dan 3,50 m voor het hart van het stuurwiel uitste(ekt)(ken) 300 300 300
Lengte; ondeelbare lading
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de in lengte ondeelbare lading aan de voorzijde van een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, meer dan 4,30 m voor het hart van de voorste as uitsteekt, een overschrijding 5.18.13 RV
P 130 n – t/m 0,25 m 360
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de in lengte ondeelbare lading van het voertuig of samenstel van voertuigen, niet zijnde een samenstel van kermis- of circusvoertuigen 5.18.13 RV
P 130 c – voor de voorzijde van de aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, uitsteekt 180 180
P 130 d – die meer dan 1 m voor of achter het voertuig uitsteekt aan de voor- of achterzijde niet is voorzien van een markering die aan de eisen voldoet 180 180 180
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de met in lengte ondeelbare lading beladen opleggertrekker en oplegger, met inbegrip van de lading, langer is dan 22 m, een overschrijding 5.18.13 RV
P 130 ea – t/m 0,25 m 360
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg of een aanhangwagen en/of meer dan van 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m bedraagt (categorie 12 en 13 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding 5.18.13 RV
P 131 a – t/m 0,25 m 360 360 360
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 131 f de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een aanhangwagen en/of meer dan 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m (categorie 12 en 13 particulier gebruik) 5.18.13 RV 180 180
P 131 i de in lengte ondeelbare lading bij een personenauto, een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg of een driewielig motorrijtuig aan de voor- en/of achterzijde van het voertuig meer dan 1 m uitsteekt 5.18.13 RV 180 180 180
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de in lengte ondeelbare lading van het voertuig of samenstel van voertuigen 5.18.21 RV
P 210 e – meer dan 3,50 m voor het hart van het stuurwiel van het voertuig uitsteekt 180 180 180 180
P 210 f – meer dan 1 m voor en/of achter het voertuig uitsteekt, terwijl de voor- en/of achterzijde niet is voorzien van de vereiste markering 180 180 180 180
P 210 g – meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van het voertuig uitsteekt 180 180 180 180
Afstand achteras trekkend voertuig / achterzijde voertuig
P 190 c als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de afstand van de achteras van het trekkende voertuig tot de achterzijde van de aanhangwagen, met inbegrip van de lading, meer bedraagt dan 2,50 m 5.18.19, 5.18.27 RV 180/120
Breedte; lading
Noot: De feitcodeserie P 141 geldt voor de categorieën 7, 8 en 14 voor alle lading. Bij deze categorieën wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelbare en ondeelbare lading. Voor de overige categorieën betreft het uitsluitend deelbare lading.
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 140 d de lading of het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk die meer dan 0,10 m buiten de zijkant van het voertuig uitsteekt, niet is voorzien van de vereiste markering (geldt niet voor lading op driewielige motorrijtuigen of voor lading op personenauto’s) 5.18.14 lid 3 en 5.18.22 lid 2 RV 180 180 180 180 180 180 180 180
P 140 e de lading meer dan 0,20 m buiten de zijkant(en) van het voertuig uitsteekt (cat. 5; cat. 4 motor op 2 wielen) 5.18.14 en 5.18.19 RV 180 180 180
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het voertuig met inbegrip van de (deelbare) lading of verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk de maximum toegestane breedte overschrijdt, een overschrijding 5.18.14 lid 1 en 5.18.22 RV
P 141 a – t/m 0,20 m 360 360 360 360 360 360 360 360 360 360
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 260 a de bromfiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m 5.18.26 lid 1 RV 120
P 260 b het voertuig met inbegrip van de lading breder is dan 2 m (cat. 6 bromfiets > 2 wielen) 5.18.26 lid 2 en 5.18.19 lid 2 RV 120 180/-
P 270 a de aangekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m 5.18.27 en 5.18.29 RV -/120 70
P 280 a de fiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 m 5.18.28 lid 1 RV 70
P 280 b de fiets op meer dan twee wielen of voorzien van een zijspanwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1,50 m 5.18.28 lid 2 RV 70
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het voertuig met inbegrip van de lading
P 300 a – breder is dan 1,10 m 5.18.30 lid 1 RV 70 70
P 300 b – breder is dan 1,50 m 5.18.30 lid 2 RV 70
P 300 c – in bespannen toestand breder is dan 2,60 m of indien de lading bestaat uit losse veldgewassen breder is dan 3,50 m 5.18.30 lid 3 RV 100
Hoogte
P 270 b als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de aangekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading hoger is dan 1 m 5.18.19 en 5.18.27 RV 180/120
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het voertuig met inbegrip van de lading
P 300 d – hoger is dan 2 m 5.18.30 lid 4 RV 45 45
P 300 e – hoger is dan 4 m 5.18.30 lid 5 RV 140
Massa
Noot
De onderstaande feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as zijn niet van toepassing indien sprake is van beroepsmatig vervoer met een vrachtauto, in de zin van de Wet wegvervoer goederen, met een laadvermogen van meer dan 500 kg. Hierop zijn de feitcodeseries E 850 t/m E 858 van toepassing.
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de op de kentekencard of het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde toegestane maximummassa (van het samenstel) wordt overschreden, een overschrijding met 5.18.17a, b en c alle lid 1 RV
P 171 a – meer dan 10% t/m 25% 180 180 180 180
P 171 b – meer dan 25% t/m 50% 270 270 270 270
P 171 c – meer dan 50% t/m 75% 400 400 400 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl geen toegestane maximummassa op de kentekencard, het kentekenbewijs of in het kentekenregister is vermeld dan wel de bedrijfsauto of bus niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten meer bedraagt dan: a. 50.000 kg of bij een rijdend werktuig 60.000 kg; b. de technisch toegestane maximummassa; c. vijfmaal de toegestane maximumlast onder de aangedreven as(sen); d. de uitkomst van de som: het vermogen van de motor in kW, gedeeld door 0,00368 kW/kg, een overschrijding met 5.18.17a en b beide lid 2 en 3 RV
P 171 e – meer dan 10% t/m 25% 180 180
P 171 f – meer dan 25% t/m 50% 270 270
P 171 g – meer dan 50% t/m 75% 400 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de som van de aslasten van de middenasaanhangwagen of oplegger in combinatie met een positieve last onder de koppeling van het voertuig in beladen toestand meer bedraagt dan de toegestane maximummassa, een overschrijding met 5.18.17c lid 1 RV
P 171 j – meer dan 10% t/m 25% 180
P 171 k – meer dan 25% t/m 50% 270
P 171 l – meer dan 50% t/m 75% 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl op de kentekencard of het kentekenbewijs van de middenasaanhangwagen of in het kentekenregister geen toegestane maximummassa is vermeld dan wel de middenasaanhangwagen niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten in combinatie met een positieve last onder de koppeling in beladen toestand meer bedraagt dan 20.000 kg of meer bedraagt dan 24.000 kg bij een middenasaanhangwagen die voorzien is van gasvering of als gelijkwaardig aangemerkte vering en is voorzien van drie assen, een overschrijding met 5.18.17c lid 2 RV
P 171 n – meer dan 10% t/m 25% 180
P 171 o – meer dan 25% t/m 50% 270
P 171 p – meer dan 50% t/m 75% 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de massa niet op de voorgeschreven wijze kan worden vastgesteld en de massa meer bedraagt dan 750 kg, een overschrijding met 5.18.17c lid 3 RV
P 171 s – meer dan 10% t/m 25% 180
P 171 t – meer dan 25% t/m 50% 270
P 171 v – meer dan 50% t/m 75% 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de op het kentekenbewijs of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximumlast van enige as of asstel wordt overschreden, een overschrijding met 5.18.17d en e beide lid 1 RV
P 172 a – meer dan 10% t/m 25% 180 180 180
P 172 b – meer dan 25% t/m 50% 270 270 270
P 172 c – meer dan 50% t/m 75% 400 400 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl geen waarde op de kentekencard, het kentekenbewijs van de bedrijfsauto, bus of dolly of in het kentekenregister is vermeld dan wel het voertuig niet in Nederland is geregistreerd en de getrokken massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger meer bedraagt dan in één van de in artikel 5.18.17g lid 2 RV voor dat voertuig van toepassing zijnde waarden, een overschrijding met 5.18.17d en e beide lid 2 RV
P 172 e – meer dan 10% t/m 25% 180 180 180
P 172 f – meer dan 25% t/m 50% 270 270 270
P 172 g – meer dan 50% t/m 75% 400 400 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het voertuig zodanig is beladen dat de op de kentekencard, in het Nederlandse kentekenbewijs of de in het kentekenregister van de aanhangwagen vermelde toegestane maximumlast onder de koppeling wordt overschreden, een overschrijding met 5.18.17f lid 1 RV
P 172 j – meer dan 10% t/m 25% 180
P 172 k – meer dan 25% t/m 50% 270
P 172 l – meer dan 50% t/m 75% 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de op de kentekencard, het kentekenbewijs van de bedrijfsauto, bus of dolly of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximum te trekken massa van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger wordt overschreden of de som van de aslasten meer bedraagt dan de vermelde toegestane maximum te trekken massa, een overschrijding met 5.18.17g lid 1 RV
P 172 n – meer dan 10% t/m 25% 180 180 180
P 172 o – meer dan 25% t/m 50% 270 270 270
P 172 p – meer dan 50% t/m 75% 400 400 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de getrokken massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger van het niet in Nederland geregistreerde voertuig meer bedraagt dan in één van de in artikel 5.18.17g lid 2 RV voor dat voertuig van toepassing zijnde waarden, een overschrijding met 5.18.17g lid 2 RV
P 173 a – meer dan 10% t/m 25% 180 180 180
P 173 b – meer dan 25% t/m 50% 270 270 270
P 173 c – meer dan 50% t/m 75% 400 400 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de toegestane maximumlast van enige as, de last onder de koppeling, de toegestane maximummassa of de som van de aslasten meer bedraagt dan de toegestane maximummassa, een overschrijding met 5.18.17h lid 1 RV
P 173 e – meer dan 10% t/m 25% 180
P 173 f – meer dan 25% t/m 50% 270
P 173 g – meer dan 50% t/m 75% 400
P 174 als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl meer passagiers worden vervoerd dan op de kentekencard, het kentekenbewijs of in het kentekenregister, dan wel op de plaat als bedoeld in art. 5.3a.1 RV is vermeld of indien dit niet is vermeld het aantal passagiers meer bedraagt dan de toegestane maximummassa verminderd met de massa in rijklare toestand gedeeld door 68 kg 5.18.17h lid 2 RV 490
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de totale massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen meer bedraagt dan de maximummassa die volgt uit het op de koppeling van het trekkend voertuig (toegestane massa max. 3.500 kg) aangebrachte identificatiekenmerk of goedkeuringsmerk, of indien zo'n merk niet aanwezig is, de massa meer bedraagt dan 750 kg en meer dan de ledige massa van het trekkend motorvoertuig en meer dan de massa in rijklare toestand van het trekkend motorrijtuig, een overschrijding met 5.18.18 RV
P 180 e – meer dan 10% t/m 25% 180 180
P 180 f – meer dan 25% t/m 50% 270 270
P 180 g – meer dan 50% t/m 75% 400 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 181 a de last onder de bestuurde as(sen) van een motorvoertuig (in beladen toestand) minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voertuig in beladen toestand 5.18.24 RV 300 300 300 300 300 300 300
P 181 b de last onder de bestuurde as(sen) van een gelede bus minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voorste deel van het motorrijtuig in beladen toestand 5.18.18 lid 2 RV 300
P 181 c de last onder de gestuurde as(sen), niet zijnde zelfsturende assen, van autonome aanhangwagens in beladen toestand (of samenstellen van dolly en oplegger in beladen toestand), minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de aanhangwagen in beladen toestand (of het samenstel van dolly en oplegger in beladen toestand) 5.18.18 en 5.18.24 RV 300 300 300
P 181 d de last onder de koppeling van opleggers in beladen toestand minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de oplegger in beladen toestand 5.18.18 lid 4 RV 300
P 190 b de totale massa van de aanhangwagen meer bedraagt dan de helft van de ledige massa van het trekkende voertuig 5.18.19, 5.18.27 RV 180/120
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de totale massa van a. de aanhangwagen met een bedrijfsrem of; b. de som van de aslasten van de autonome aanhangwagen met een bedrijfsrem of; c. de som van de aslasten of de aslast in combinatie met een positieve koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een bedrijfsrem; achter een personenauto meer bedraagt dan de laagste van in artikel 5.18.18a lid 1 RV vermelde waarden dan wel de massa meer bedraagt dan 3.500 kg, een overschrijding met 5.18.18a lid 1 RV
P 185 a – meer dan 10% t/m 25% 180 180
P 185 b – meer dan 25% t/m 50% 270 270
P 185 c – meer dan 50% t/m 75% 400 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de totale massa van a. de aanhangwagen zonder een bedrijfsrem of; b. de som van de aslasten van de autonome aanhangwagen zonder een bedrijfsrem of; c. de som van de aslasten of de aslast in combinatie met een positieve koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen zonder een bedrijfsrem; achter een personenauto meer bedraagt dan de laagste van in artikel 5.18.18a lid 2 RV vermelde waarden dan wel meer bedraagt dan 750 kg, een overschrijding met 5.18.18a lid 2 RV
P 186 a – meer dan 10% t/m 25% 180 180
P 186 b – meer dan 25% t/m 50% 270 270
P 186 c – meer dan 50% t/m 75% 400 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de op de constructieplaat vermelde technisch toegestane maximummassa van het voertuig wordt overschreden of de som van de aslasten van het voertuig in beladen toestand meer bedraagt dan de vermelde technisch toegestane maximummassa van het voertuig of het draagvermogen van de gemonteerde banden wordt overschreden (particulier gebruik), een overschrijding met 5.18.25 lid 1 en 5.18.25b lid 1 en 2 RV
P 250 aa – meer dan 10% t/m 25% 180 180 180 180
P 250 ab – meer dan 25% t/m 50% 270 270 270 270
P 250 ac – meer dan 50% t/m 75% 400 400 400 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de toegestane maximummassa of de som van de aslasten van het voertuig of samenstel in beladen toestand meer bedraagt dan: a. 50.000 kg; b. de technisch toegestane maximummassa van het voertuig of samenstel; c. 18.000 kg voor een twee-assige land- of bosbouwtrekker, of; d. 24.000 kg voor een drie-assige land- of bosbouwtrekker; (particulier gebruik), een overschrijding met 5.18.25 lid 2 en 3, 5.18.25a RV
P 251 aa – meer dan 10% t/m 25% 180 180 180
P 251 ab – meer dan 25% t/m 50% 270 270 270
P 251 ac – meer dan 50% t/m 75% 400 400 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij de middenasaanhangwagen of oplegger de som van de aslasten van het voertuig in beladen toestand vermeerderd met de last onder de koppeling van het voertuig in beladen toestand, meer bedraagt dan de technisch toegestane maximummassa en/of het draagvermogen van de gemonteerde banden (particulier gebruik), een overschrijding met 5.18.25b lid 2 RV
P 252 aa – meer dan 10% t/m 25% 180
P 252 ab – meer dan 25% t/m 50% 270
P 252 ac – meer dan 50% t/m 75% 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de toegestane maximummassa niet op de voorgeschreven wijze kan worden vastgesteld en de daardoor voor deze aanhangwagen of verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk geldende toegestane maximum wiellast van 5.000 kg wordt overschreden, een overschrijding met 5.18.25b lid 3 RV
P 253 aa – meer dan 10% t/m 25% 180
P 253 ab – meer dan 25% t/m 50% 270
P 253 ac – meer dan 50% t/m 75% 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de (op de constructieplaat vermelde) technische toegestane maximumlast onder de as of het asstel wordt overschreden (of het draagvermogen van de gemonteerde banden) wordt overschreden (particulier gebruik), een overschrijding met 5.18.25c lid 1, 5.18.25d lid 1 en 2 RV
P 254 aa – meer dan 10% t/m 25% 180 180 180 180
P 254 ab – meer dan 25% t/m 50% 270 270 270 270
P 254 ac – meer dan 50% t/m 75% 400 400 400 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de toegestane maximumlast onder de as meer bedraagt dan: a. 10.000 kg voor een niet-aangedreven as of 11.500 kg voor een aangedreven as of; b. de toegestane maximumlast onder de as van een motorrijtuig met beperkte snelheid meer bedraagt dan 12.000 kg of; c. de toegestane maximumlast van de landbouw- of bosbouwaanhangwagens of het verwisselbare getrokken uitrustingsstuk onder een pendelas meer bedraagt dan 13.000 kg of de last onder één of beide assen meer bedraagt dan 6.500 kg; (particulier gebruik), een overschrijding met 5.18.25c lid 2, 3 en 4 RV
P 255 aa – meer dan 10% t/m 25% 180 180 180 180
P 255 ab – meer dan 25% t/m 50% 270 270 270 270
P 255 ac – meer dan 50% t/m 75% 400 400 400 400
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de som van de aslasten van de aangekoppelde middenasaanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 12.000 kg meer bedraagt dan 1,5 maal de som van aslasten van het trekkend motorvoertuig, een overschrijding met 5.18.31 RV
P 310 a – meer dan 10% t/m 25% 300
P 310 b – meer dan 25% t/m 50% 450
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 310 e de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een massa van niet meer dan 750 kg meer bedraagt dan 50 kg dan wel niet neerwaarts is gericht 5.18.31 RV 180
P 310 f de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een toegestane massa van meer dan 750 kg of de aanhangwagen met stijve dissel minder bedraagt dan 1% van de toegestane maximummassa van dat voertuig (de koppelingsdruk behoeft niet meer dan 50 kg te bedragen) 5.18.31 RV 180
2 – Ophanging
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 320 de banden op één as niet dezelfde maataanduiding hebben vanwege het gebruik van een nood- of reservewiel en de rijsnelheid en het rijgedrag niet zijn aangepast aan de door de fabrikant voor dat nood- of reservewiel vastgestelde voorschriften 5.18.32 RV 300 300 300 300
P 321 de banden van het motorvoertuig voorzien zijn van sneeuwkettingen die bestaan uit metalen elementen 5.18.32a RV 300 300 300 300
3 – Reminrichting
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 330 a de aanhangwagen, niet is voorzien van een reminrichting, terwijl de totale massa hoger is dan de helft van de massa in rijklare toestand van het trekkend voertuig 5.18.33 RV 300
P 340 a de aanwezige reminrichting van de aanhangwagen niet in werking treedt bij het bedienen van de bedrijfsrem van het trekkend voertuig 5.18.34 lid 1 RV 300 300 300
P 340 b de losbreekreminrichting niet op de vereiste wijze met een vast deel van het trekkend voertuig of inrichting aan de trekhaak is verbonden 5.18.34 lid 2 RV 120 120 120
P 340 c zonder dat de aanhangwagen en het trekkend voertuig, terwijl deze zijn uitgerust met een ABS- of EBS-systeem, via de ISO 7638 stekkers met elkaar zijn verbonden 5.18.34 lid 3 RV 300 300
P 340 d het samenstel van voertuigen bestaande uit een bedrijfsauto en dolly met oplegger niet alle zijn voorzien van een EBS-remsysteem 5.18.34 lid 4 RV 300 300
P 340 e de dolly van een samenstel van voertuigen bestaande uit een bedrijfsauto en dolly met oplegger is voorzien van een voertuigstabiliteitssysteem maar beschikt niet tevens over een voorziening die de remmen van de getrokken oplegger automatisch activeert zodra het voertuigstabiliteitssysteem van de dolly ingrijpt 5.18.34 lid 5 RV 300 300
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 1 RV
P 350 a – 0 t/m 0,5 m/s2 300 300 300
P 350 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2 450 450 450
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 1 RV
P 350 f – 0 t/m 0,5 m/s2 490 490
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de remvertraging van het samenstel niet voldoet aan die van het trekkend voertuig, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 2 RV
P 351 a – 0 t/m 0,5 m/s2 300 300 300
P 351 b – 0,51 t/m 1,0 m/s2 450 450 450
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 352 het dubbel uitgevoerde rempedaal niet is gekoppeld 5.18.35a RV 180 180 180
P 360 de parkeerrem het samenstel op een helling van 10% niet in stilstand kan houden 5.18.36 RV 120 120 120 120 120 120 120
4 – Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 370 een aanhangwagen wordt voortbewogen zonder dat iedere zijkant van het trekkend voertuig is voorzien van een zijrichtingaanwijzer 5.18.37 RV 120 120 120 120
P 380 de verlichtingsinstallatie van de aanhangwagen niet zodanig functioneert, dat de functies van de verlichting en de lichtsignalen overeenkomen met die van het trekkend voertuig 5.18.38 lid 1 RV 180 180 180 180/120 70
P 382 de verlichtingsinstallatie van het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk of de lastdrager niet zodanig functioneert dat de functies van verlichting en lichtsignalen op het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk of de lastdrager overeenstemmen met die van het voertuig 5.18.38 lid 2 RV 180 180 180 180 180 180
5 – Verbinding tussen voertuigen
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 540 de aanhangwagen of het verwisselbare getrokken uitrustingsstuk niet middels een deugdelijke koppeling zodanig met het trekkend voertuig is verbonden dat zijdelings uitwijken van de aanhangwagen of het verwisselbare getrokken uitrustingsstuk zoveel mogelijk wordt voorkomen 5.18.54 lid 1 RV 300 300 300 300/210 120
P 541 de aanhangwagen of het verwisselbare getrokken uitrustingsstuk niet middels een enkele, passende en geschikte koppeling die niet kan lostrillen geborgd is 5.18.54 lid 1 RV 300 300 300 300/210 120
P 550 het bewegen van de aanhangwagen ten opzichte van het trekkend voertuig in een uiterste stand tot 90 graden wordt begrensd door delen van de reminrichting, de elektrische installatie, de koppeling of, indien aanwezig, de hulpkoppeling of besturingsonderdelen 5.18.55 RV 120 120
P 560 a het trekoog of de kogelkoppeling van de gekoppelde aanhangwagen niet nagenoeg horizontaal ligt op een horizontaal wegdek 5.18.56 lid 1 RV 180 180
P 560 c geen hoekverdraaiing van de opleggerschotel naar boven en naar beneden mogelijk is indien het samenstel van opleggertrekker en oplegger of het samenstel van dolly en oplegger zich op een horizontaal wegdek bevindt 5.18.56 lid 3 RV 120
P 570 de hulpkoppeling niet op de vereiste wijze met een vast deel van het trekkend voertuig of inrichting aan de trekinrichting is verbonden 5.18.57 RV 120 120
P 590 de gekoppelde aanhangwagen niet goed is verbonden 5.18.59 RV 70
6 – Diversen
als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl
P 600 de drie- of meerwielige bromfiets met carrosserie aan de achterzijde niet voorzien is van het vereiste ronde bord of vlak met de aanduiding 45 5.18.60 lid 1 RV 80
P 601 de afsleepas niet voldoet aan de in artikel 5.18.62, lid 1 en 2, gestelde eisen 5.18.62 lid 1 en 2 RV 300
P 602 aan de achterzijde van het door de afsleepas gesleepte voertuig geen lichtbalk is geplaatst die is aangesloten op de verlichting van het trekkende voertuig met ten minste twee rode achterlichten, twee rode remlichten, twee rode retroreflectoren en twee ambergele richtingaanwijzers 5.18.62 lid 3 RV 180

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.