← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 6 april 1990, houdende regelen inzake bijdragen aan de provincies, gemeenten en andere openbare lichamen in de kosten van door hen getroffen maatregelen in het belang van het voorkomen, beperken of ongedaan maken van verontreiniging of aantasting van het milieu

Geldende tekst a fecha 2002-01-01

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 december 1988, no. MJZ 05D8002, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving;

Gelet op de artikelen 61z en 81 van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Stb. 1988, 133) en artikel II van de Wet tot uitbreiding van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne met regels met betrekking tot de financiering van het beleid op het gebied van de milieuhygiëne (Stb. 1988, 113), alsmede artikel 144b van de Provinciewet en 237b van de gemeentewet;

Gezien het advies van de Centrale raad voor de milieuhygiëne van 17 oktober 1988, nr. ABJ-88/985, het advies van de Raad voor de gemeentefinanciën van 31 augustus 1988, 26107 RFG 86/59, en het advies van het Interprovinciaal Overleg van 20 oktober 1988, 11 1984/88;

De Raad van State gehoord (advies van 24 april 1989, No. W08.88 0684);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 3 april 1990, nr. MJZ 03490024, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Incidentele subsidie

Afdeling 1. Subsidie geluidhinderbestrijding industrielawaai

§ 1.1. Inleidende bepalingen

Artikel 2

In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2a

Vervallen

Artikel 2b
1.

Onze Minister kan regels stellen omtrent het verstrekken van extra informatie indien hij zulks noodzakelijk acht vanwege onvoldoende herkenbaarheid van de toepassing en besteding van een subsidie als bedoeld in artikel 6a, eerste lid, in de informatie die het provinciaal bestuur krachtens artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, aan hem verstrekt.

2.

Onze Minister kan voorts een controleprotocol vaststellen ten behoeve van het onderzoek door overeenkomstig artikel 217, tweede lid, van de Provinciewet aangewezen accountants als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek naar de bestedingen van de in het eerste lid bedoelde subsidie.

§ 1.2

Artikel 3

Vervallen

Artikel 3a

Vervallen

Artikel 3b

Vervallen

Artikel 3c

Vervallen

Artikel 3d

Vervallen

Artikel 3e

Vervallen

Artikel 3f

Vervallen

Artikel 3g

Vervallen

Artikel 3h

Vervallen

Artikel 3i

Vervallen

Artikel 3j

Vervallen

Artikel 3k

Vervallen

Artikel 3l

Vervallen

Artikel 3m

Vervallen

Artikel 3n

Vervallen

Artikel 3o

Vervallen

§ 1.3. Bijdrage aan het Interprovinciaal Overleg in verband met rapportages op het gebied van geluidhinderbestrijding industrielawaai

Artikel 4

Onze Minister geeft aan het Interprovinciaal Overleg in het kalenderjaar 1994 een beschikking tot vaststelling van een bijdrage ten bedrage van € 453 780,22 ten behoeve van:

Artikel 4a
1.

Het Interprovinciaal Overleg richt de rapportage, bedoeld in artikel 4, onder a en b, in overeenkomstig artikel 3a.

2.

Onze Minister kan aan het Interprovinciaal Overleg aanwijzingen geven omtrent de inhoud van en de wijze waarop de rapportage, bedoeld in artikel 4, onder a en b, wordt ingericht.

Artikel 4b
1.

Indien een rapportage als bedoeld in artikel 4, onder a, te laat of in het geheel niet over een kalenderjaar wordt toegezonden, dan wel niet is opgesteld overeenkomstig artikel 4a, tweede lid, kan Onze Minister de beschikking tot vaststelling van de bijdrage, bedoeld in artikel 4, geheel of gedeeltelijk intrekken. Onze Minister kan het betaalde bedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

2.

Onze Minister kent zo spoedig mogelijk na ontvangst van het teruggevorderde bedrag aan het provinciaal bestuur een twaalfde van dat bedrag toe.

3.

Indien het uitblijven van de rapportage mede het gevolg is van het niet of onvolledig verstrekken door een provinciaal bestuur van gegevens aan het Interprovinciaal Overleg, kent Onze Minister dat bestuur geen gedeelte van het teruggevorderde bedrag toe. Hij verdeelt dan het teruggevorderde bedrag over de overige provinciale besturen.

4.

Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien een rapportage als bedoeld in artikel 4, onder b, te laat of in het geheel niet in één van de in dat artikel, onder b , bedoelde kalenderjaren is ontvangen, dan wel die rapportage niet is opgesteld overeenkomstig de artikelen 4a en 4d.

Artikel 4c
1.

Het provinciaal bestuur verstrekt aan het Interprovinciaal Overleg ten behoeve van de rapportage, bedoeld in artikel 4, onder a, met ingang van 1996 telkens in januari van het lopende kalenderjaar de gegevens over de voortgang in hun provincie van het akoestisch onderzoek met betrekking tot de in artikel 3a, derde lid, onder b, bedoelde industrieterreinen.

2.

Indien de gegevens niet of onvolledig zijn verstrekt, doet het Interprovinciaal Overleg daarvan mededeling in de rapportage.

Artikel 4d
1.

Gedeputeerde staten verstrekken aan het Interprovinciaal Overleg in januari 1996 gegevens omtrent de stand van zaken per 1 januari 1996 met betrekking tot de uitvoering van de saneringprogramma's.

2.

Tot die gegevens behoren in ieder geval:

3.

Bij de vermelding van de kosten van de uitgevoerde maatregelen per saneringsprogramma worden de kosten uitgesplitst naar de in artikel 2, eerste lid, van het Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994 onderscheiden categorieën van maatregelen.

4.

Voor zover het verlenen, wijzigen of aanvullen van een vergunning deel uitmaakt van de op 1 januari 1996 uitgevoerde maatregelen, bedoeld in artikel 6a, tweede lid, verklaren gedeputeerde staten ten aanzien van iedere verleende, gewijzigde of aangevulde vergunning dat deze voorziet in een effectuering vóór 1 januari 2003. De verklaringen maken deel uit van de gegevens, bedoeld in het tweede lid.

5.

Gedeputeerde staten verstrekken aan het Interprovinciaal Overleg, met ingang van 1997, telkens in januari van het lopende kalenderjaar de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder b en c, over het daaraan voorafgaande kalenderjaar en de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder d, per 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het lopende kalenderjaar. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

6.

Indien de gegevens niet of onvolledig zijn verstrekt, doet het Interprovinciaal Overleg daarvan mededeling in de rapportage.

§ 1.4

Artikel 5

Vervallen

Artikel 5a

Vervallen

Artikel 5b

Vervallen

§ 1.5. Subsidie terzake van de kosten van uitvoering van het saneringsprogramma

Artikel 6

Voorafgaand aan de subsidievaststelling wordt geen beschikking tot subsidieverlening gegeven.

Artikel 6a
1.

Onze Minister geeft aan het provinciaal bestuur jaarlijks in de kalenderjaren 1995 tot en met 2002 ambtshalve een beschikking tot subsidievaststelling terzake van de kosten van het terugbrengen, vóór 1 januari 2003, van de geluidsbelasting vanwege alle in de provincie gelegen industrieterreinen, voor zover deze voorkomen op de in artikel 3 bedoelde lijst en het in artikel 3b bedoelde overzicht, van de binnen de zone rond die industrieterreinen gelegen woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen.

2.

De subsidie kan uitsluitend worden besteed aan kosten van uiterlijk vóór 1 januari 2003 te treffen maatregelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a tot en met e, van het Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994. Voor zover het maatregelen betreft als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b en c, van het Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994 kan ten hoogste 20% van de met betrekking tot die maatregelen vastgestelde subsidie tevens worden besteed aan kosten van voorbereiding, begeleiding en toezicht van deze maatregelen.

Artikel 6b
1.

Onze Minister stelt ieder jaar voor 1 mei per provincie de subsidie ambtshalve vast op eennegende van het voor iedere provincie achter die provincie vermelde bedrag:

Groningen € 2 441 897,07
Friesland € 2 887 398,07
Drenthe € 1 447 093,31
Overijssel € 1 698 654,09
Gelderland € 2 862 274,98
Flevoland € 429 339,61
Utrecht € 916 319,30
Noord-Holland € 4 454 606,10
Zuid-Holland € 6 983 949,79
Zeeland € 1 058 617,97
Noord-Brabant € 4 859 366,25
Limburg € 2 405 772,54
2.

Onze Minister kan, gelet op één of meer rapportages als bedoeld in artikel 4, onder b, de voor de uitvoering van deze paragraaf beschikbare subsidie, op aanvraag van het Interprovinciaal Overleg, één keer met € 1 815 120,86 verhogen.

3.

De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, gaat vergezeld van een voorstel – waarmee door alle provinciale besturen is ingestemd – tot verdeling van de in het tweede lid genoemde subsidie over de provincies.

4.

Indien Onze Minister toepassing geeft aan het tweede lid, stelt hij de subsidie vast met inachtneming van de voorgestelde verdeling, bedoeld in het derde lid.

Artikel 6c

De betaling van de voor iedere provincie voor de uitvoering van het saneringsprogramma krachtens artikel 6b vastgestelde subsidie, vindt telkens uiterlijk in mei plaats.

Artikel 6d
1.

Indien uit de jaarlijkse rapportage, bedoeld in artikel 4, onder b, in 1999, 2000, 2001 of 2002 blijkt dat er nagenoeg geen kans is dat ten aanzien van alle in artikel 4d , tweede lid, onder a, bedoelde saneringsprogramma’s de daarin genoemde maatregelen vóór 1 januari 2003 zijn uitgevoerd, kan Onze Minister het provinciaal bestuur de verplichting opleggen om op eigen kosten, met inachtneming van door Onze Minister te stellen richtlijnen, een onderzoek in te stellen naar de factoren die de oorzaak zijn van dit dreigend tekortschieten en de mogelijkheden deze weg te nemen, dan wel daarin verbetering te brengen.

2.

Onze Minister maakt uiterlijk binnen 12 weken na ontvangst van de rapportage gebruik van zijn bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, of van de hem toekomende bevoegdheden met betrekking tot de vastgestelde subsidie.

Artikel 6e

Indien gedeputeerde staten blijkens een rapportage als bedoeld in artikel 4, onder b, de gegevens, bedoeld in artikel 4d, eerste en tweede lid , niet of onvolledig hebben verstrekt aan het Interprovinciaal Overleg, of die rapportage op 1 oktober van het kalenderjaar waarin zij op 1 juli ontvangen had moeten zijn, niet ontvangen is, kan Onze Minister gedeputeerde staten verplichten uiterlijk op de eerstvolgende 1 februari te rapporteren over de voortgang van de afronding van de uitvoering van de saneringsprogramma's. Artikel 3m, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6f

Vervallen

Artikel 6g
1.

In afwijking van artikel 6a, eerste lid, geeft Onze Minister in het vervolg geen ambtshalve beschikking tot subsidievaststelling indien:

2.

Artikel 3o, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6h
1.

Indien de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, over het jaar waarin de beschikking tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, is genomen, niet vóór 15 september is toegezonden, doet Onze Minister daarvan binnen vier weken na het verstrijken van die termijn mededeling aan gedeputeerde staten.

2.

Onze Minister stelt bij de in het eerste lid bedoelde mededeling een termijn van ten hoogste acht weken binnen welke de ontbrekende informatie alsnog moet worden verstrekt.

Artikel 6i

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Afdeling 2. Subsidie geluidhinderbestrijding wegverkeerslawaai

§ 2.1. Algemene bepalingen

Artikel 8

In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 8a

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verstrekking van informatie door het gemeentebestuur of het bestuur ten behoeve van de verantwoording van en de controle op de besteding van de subsidie.

Artikel 8b
1.

Niet in aanmerking voor een subsidie krachtens deze afdeling komen maatregelen:

2.

Tevens niet in aanmerking voor subsidie krachtens deze afdeling komen geluidwerende maatregelen aan woningen, welke maatregelen door Onze Minister zijn vastgesteld, doch ten aanzien waarvan de eigenaar of de bewoner van de betreffende woning heeft verklaard niet in te stemmen met de uitvoering van de maatregelen.

3.

Het eerste lid, onder c, is niet van toepassing, indien Onze Minister vooraf heeft toegestemd in het in uitvoering nemen van die maatregelen.

4.

Onze Minister kan alleen toestemmen in het in uitvoering nemen van maatregelen als bedoeld in het derde lid, indien het naar zijn oordeel om redenen van doelmatigheid zeer wenselijk is deze maatregelen in uitvoering te nemen.

Artikel 8c
1.

Geluidwerende maatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie krachtens deze afdeling, voor zover:

2.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de toepassing van het criterium, bedoeld in het eerste lid, onder d, die een aanduiding geven van de gemiddelde kosten van de in de praktijk gangbare geluidwerende maatregelen.

3.

Subsidie terzake van de kosten van geluidwerende maatregelen die tevens wordt getroffen met een ander oogmerk dan de beperking van de geluidsbelasting vanwege een weg, wordt verstrekt op basis van normbedragen die bij ministeriële regeling wordt vastgesteld.

Artikel 8d

Maatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie krachtens deze afdeling, indien zij door Onze Minister zijn vastgesteld krachtens artikel 90, vijfde lid, van de Wet geluidhinder.

§ 2.2

Artikel 9

Vervallen

Artikel 9a

Vervallen

Artikel 9b

Vervallen

Artikel 9c

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Artikel 10a

Vervallen

Artikel 10b

Vervallen

Artikel 10c

Vervallen

Artikel 10d

Vervallen

Artikel 10e

Vervallen

Artikel 10f

Vervallen

Artikel 10g

Vervallen

Artikel 10h

Vervallen

Artikel 10i

Vervallen

Artikel 10j

Vervallen

Artikel 10k

Vervallen

Artikel 10l

Vervallen

Artikel 10m

Vervallen

Artikel 10n

Vervallen

Artikel 10o

Vervallen

§ 2.3. Geluidwerende maatregelen aan andere geluidsgevoelige gebouwen

§ 2.3.1. Subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht

Artikel 11
1.

Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van de voorbereiding en begeleiding van en het toezicht op geluidwerende maatregelen aan een ander geluidsgevoelig gebouw tegen wegverkeerslawaai.

2.

De subsidie kan slechts worden verleend voor een ander geluidsgevoelig gebouw dat een hogere geluidsbelasting vanwege een weg ondervindt dan een door Onze Minister jaarlijks – gelijktijdig met de vaststelling van de subsidieplafonds voor de uitvoering van dit besluit, krachtens artikel 15.13, derde lid, van de Wet milieubeheer – in de Staatscourant bekend te maken waarde.

3.

Het tweede lid geldt niet in geval van een reconstructie van een weg met betrekking waartoe Onze Minister artikel 90, tweede lid, van de Wet geluidhinder heeft toegepast.

Artikel 11a

Een aanvraag om subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht bevat in ieder geval:

Artikel 11b
1.

In de beschikking tot verlening van een subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht wordt in ieder geval bepaald:

2.

Artikel 52, eerste en tweede lid, is niet van toepassing.

Artikel 11c
1.

Binnen vier weken na de verlening van een subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht betaalt Onze Minister een voorschot op die subsidie van 7,5% van de door hem geraamde kosten van de geluidwerende maatregelen.

2.

Indien Onze Minister tevens een subsidie als bedoeld in artikel 11f, eerste lid, verleent voor de geluidwerende maatregelen, betaalt hij de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht binnen vier weken daarna.

Artikel 11d
1.

Indien Onze Minister tevens een subsidie als bedoeld in artikel 11f, eerste lid, verleent voor de geluidwerende maatregelen, stelt hij bij die beschikking de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op 15% van het bedrag van de verlening van de subsidie voor de maatregelen.

2.

Onze Minister stelt de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op ten hoogste het bedrag van het voorschot, bedoeld in artikel 11c, eerste lid:

3.

Indien Onze Minister besluit om de geluidwerende maatregelen niet vast te stellen krachtens artikel 90, vierde lid, van de Wet geluidhinder, stelt hij de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op de gemaakte kosten daarvan, met een maximum van 15% van de in artikel 11c, eerste lid, bedoelde geraamde kosten van de maatregelen.

Artikel 11e

Vervallen

§ 2.3.2. Subsidie voor geluidwerende maatregelen

Artikel 11f
1.

Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van het treffen van geluidwerende maatregelen aan een ander geluidsgevoelig gebouw tegen wegverkeerslawaai.

2.

Onze Minister kan een onderzoek instellen naar de kwaliteit en de kosten van de geluidwerende maatregelen waarvoor subsidie als bedoeld in het eerste lid is verleend.

3.

Indien uit het onderzoek mocht blijken dat de geluidwerende maatregelen de geluidsbelasting niet hebben teruggebracht tot de waarden, bedoeld in artikel 8c, eerste lid, onder c, stelt Onze Minister het gemeentebestuur of het bestuur in de gelegenheid om de geluidwerende maatregelen binnen een door hem te bepalen termijn alsnog te voltooien of aan te vullen, dan wel opnieuw te treffen.

4.

De geluidwerende maatregelen zijn binnen de door Onze Minister gestelde termijn voltooid, aangevuld of opnieuw getroffen. Indien de betrokken maatregelen niet zijn getroffen, treft Onze Minister op kosten van het gemeentebestuur of het bestuur de nodige maatregelen.

5.

Indien uit het onderzoek mocht blijken dat de kosten van de geluidwerende maatregelen niet voldoen aan artikel 8c, eerste lid, onder d, stelt Onze Minister het gemeentebestuur of het bestuur in de gelegenheid om daarover opheldering te verschaffen binnen een door hem te bepalen termijn.

6.

Onze Minister kan een onafhankelijke instantie aanwijzen die belast is met de toepassing van het tweede, derde en vijfde lid. Hij doet daarvan mededeling aan de gemeentebesturen en de besturen.

7.

De artikelen 11, tweede en derde lid, 11a en 11b zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11g

Onze Minister betaalt als voorschot telkens 20% van de subsidie voor de geluidwerende maatregelen binnen vier weken na:

Artikel 11h
1.

Bij de subsidieverlening, bedoeld in artikel 11f, eerste lid, gelden als verplichtingen dat:

2.

Het gemeentebestuur of het bestuur doet Onze Minister onverwijld mededeling van wijzigingen in omstandigheden die er naar verwachting toe leiden dat niet aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen wordt voldaan.

3.

Onze Minister beslist binnen acht weken na ontvangst van een dergelijke mededeling omtrent wijziging of intrekking van de subsidieverlening.

Artikel 11i
1.

Het gemeentebestuur of het bestuur zendt Onze Minister binnen zestien weken na het einde van het tijdvak waarin de maatregelen getroffen moesten worden:

2.

Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, op schriftelijk verzoek van het gemeentebestuur of het bestuur verlengen, mits het verzoek binnen die termijn is ontvangen en voldoende gemotiveerd is.

Artikel 11j

Indien het gemeentebestuur of het bestuur de in artikel 11i, eerste lid, bedoelde stukken niet tijdig heeft toegezonden of indien de toegezonden stukken naar het oordeel van Onze Minister onvolledig zijn, stelt Onze Minister het gemeentebestuur of het bestuur binnen zes weken na de in artikel 11i gestelde termijn dan wel na ontvangst van de naar het oordeel van Onze Minister onvolledige stukken, in de gelegenheid om binnen een door Onze Minister te stellen termijn van ten hoogste acht weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.

Artikel 11k
1.

Behoudens het derde lid stelt Onze Minister de subsidie vast binnen twaalf weken na ontvangst van de stukken, bedoeld in artikel 11i, op het bedrag van de gemaakte kosten, met dien verstande dat de subsidie niet hoger is dan de verleende subsidie vermeerderd met 5%.

2.

Indien het gemeentebestuur of het bestuur niet binnen de in artikel 11j bedoelde termijn aan zijn verplichtingen heeft voldaan, kan Onze Minister voor iedere week die het gemeentebestuur of het bestuur in gebreke blijft, bij de vaststelling van de subsidie een korting toepassen op het door hem vastgestelde bedrag. De korting bedraagt 2,5% van de verleende subsidie.

3.

Indien het gemeentebestuur of het bestuur de in artikel 11j bedoelde termijn met twaalf weken heeft overschreden, stelt Onze Minister de subsidie vast, waarbij hij een korting toepast van ten minste 50% en ten hoogste 100% van de verleende subsidie.

Artikel 11l

De korting, bedoeld in artikel 11k, tweede en derde lid, wordt bij de subsidievaststelling verrekend. Voor zover de korting niet verrekend kan worden, vordert Onze Minister haar terug.

§ 2.4. Verkeersmaatregelen en afschermende maatregelen

Artikel 12
1.

Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van:

2.

De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt afzonderlijk aangevraagd en verleend.

3.

Onze Minister kan de subsidie desgevraagd verlenen aan Rijkswaterstaat, indien het gemeentebestuur met Rijkswaterstaat schriftelijk is overeengekomen dat deze de werkzaamheden zal verrichten, de uitvoering van de maatregelen daarbij inbegrepen.

4.

De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onder a of c, wordt slechts verleend voor projecten die genoemd worden op een lijst die Onze Minister jaarlijks in de Staatscourant bekend maakt, gelijktijdig met de vaststelling van de subsidieplafonds voor de uitvoering van dit besluit krachtens artikel 15.13, derde lid, van de wet milieubeheer.

5.

De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt slechts verleend ten behoeve van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen die een hogere geluidsbelasting vanwege een weg ondervinden dan een door Onze Minister jaarlijks – gelijktijdig met de vaststelling van de subsidieplafonds voor de uitvoering van dit besluit krachtens artikel 15.13, derde lid, van de wet milieubeheer – in de Staatscourant bekend te maken waarde.

6.

Het vijfde lid geldt niet in geval van een reconstructie van een weg met betrekking waartoe Onze Minister artikel 90, tweede lid, van de Wet geluidhinder heeft toegepast.

Artikel 12a
1.

Verkeersmaatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie indien zij:

2.

Verkeersmaatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie, voor zover de kosten niet hoger zijn dan het bedrag dat volgt uit de toepassing van onderdeel 1 van bijlage A bij dit besluit.

Artikel 12b
1.

Afschermende maatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie:

2.

In afwijking van het eerste lid, onder a, komen afschermende maatregelen in aanmerking voor subsidie indien:

3.

Afschermende maatregelen komen voorts slechts in aanmerking voor subsidie voor zover de kosten, behoudens voorafgaande instemming van Onze Minister, niet meer dan 10% hoger zijn dan de gemiddelde kosten van de in de praktijk gangbare afschermende maatregelen. Artikel 8c, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12c
1.

Een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, bevat in ieder geval:

2.

Een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder a, voor verkeersmaatregelen of afschermende maatregelen bevat tevens een bestek van deze maatregelen.

3.

Een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder b, voor voorbereiding en begeleiding van en het toezicht op verkeersmaatregelen of afschermende maatregelen, vermeldt tevens het kalenderjaar waarin de maatregelen opgenomen zullen worden in een programma van maatregelen als bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de Wet geluidhinder.

4.

Een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder c, voor geluidwerende maatregelen bevat tevens een verklaring dat bij de kostenraming reeds zo veel mogelijk rekening is gehouden met artikel 8c, eerste lid.

Artikel 12d

Onze Minister weigert een aanvraag om subsidie in ieder geval, voor zover naar zijn oordeel:

Artikel 12e
1.

Indien de maatregelen zullen worden uitgevoerd tegen de kosten van de laagst geprijsde offerte en die kosten niet meer dan 10% hoger zijn dan het bedrag van de subsidieverlening, stelt het gemeentebestuur of – in het geval, bedoeld in artikel 12, derde lid – Rijkswaterstaat Onze Minister schriftelijk in kennis van alle uitgebrachte offertes en van de redenen die ten grondslag liggen aan de gemaakte keuze.

2.

In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid dient het gemeentebestuur of -in het geval, bedoeld in artikel 12, derde lid – Rijkswaterstaat bij Onze Minister een schriftelijk en gemotiveerd verzoek in om in te stemmen met de kosten van de uitvoering van de maatregelen.

3.

Onze Minister beschikt binnen drie weken na ontvangst van het verzoek. Hij kan daarbij het bedrag van de subsidieverlening wijzigen.

4.

Indien Onze Minister niet binnen drie weken heeft beschikt, wordt hij geacht met het verzoek te hebben ingestemd en geldt het in het verzoek vermelde bedrag van de kosten van de uitvoering van de maatregelen als het bedrag van de subsidieverlening.

Artikel 12f
1.

De artikelen 11b tot en met 11e en 11h tot en met 11l zijn van overeenkomstige toepassing op de in artikel 12 bedoelde subsidie, met dien verstande dat in plaats van de in artikel 11i, eerste lid, genoemde termijn een termijn geldt van dertig weken.

2.

Artikel 11g is van overeenkomstige toepassing op de in artikel 12 bedoelde subsidie, behalve indien de subsidie aan Rijkswaterstaat is verleend.

3.

In afwijking van het eerste lid is artikel 11i, eerste lid, onder b, niet van toepassing indien de subsidie aan Rijkswaterstaat is verleend.

§ 2.5. Subsidie voor onttrekking aan de bestemming van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen vanwege wegverkeerslawaai

Artikel 12g

Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van kosten van het treffen van maatregelen tegen wegverkeerslawaai die strekken tot onttrekking aan de bestemming van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen.

Artikel 12h
1.

Bij de subsidieverlening, bedoeld in artikel 12g, geldt de verplichting dat de maatregelen worden getroffen binnen het aangegeven tijdvak.

2.

Het gemeentebestuur of bestuur doet Onze Minister onverwijld mededeling van wijzigingen in omstandigheden die er naar verwachting toe leiden dat niet aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen wordt voldaan.

3.

Onze Minister beslist binnen acht weken na ontvangst van een dergelijke mededeling omtrent wijziging of intrekking van de subsidieverlening.

Artikel 12i
1.

Het gemeentebestuur of het bestuur zendt Onze Minister binnen zestien weken na het einde van het tijdvak waarin de maatregelen getroffen moesten worden met gebruikmaking van een door Onze Minister ter beschikking te stellen formulier, een verklaring dat de in artikel 12g bedoelde maatregelen getroffen zijn.

2.

Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, op schriftelijk verzoek van het gemeentebestuur of het bestuur verlengen, mits het verzoek binnen die termijn is ontvangen en voldoende gemotiveerd is.

Artikel 12j

Indien het gemeentebestuur of het bestuur het in artikel 12i, eerste lid, bedoelde formulier niet tijdig heeft toegezonden of indien het ingezonden formulier naar het oordeel van Onze Minister onvolledig is, stelt Onze Minister het gemeentebestuur of het bestuur binnen zes weken na het einde van de in artikel 12i bedoelde termijn dan wel na ontvangst van het naar het oordeel van Onze Minister onvolledige formulier, in de gelegenheid om binnen een door Onze Minister te stellen termijn van ten hoogste acht weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.

Artikel 12k
1.

Behoudens het derde lid stelt Onze Minister de subsidie vast binnen twaalf weken na ontvangst van de stukken, bedoeld in artikel 12i, op het bedrag van de gemaakte kosten, met dien verstande dat de subsidie niet hoger is dan het bedrag dat volgt uit de toepassing van onderdeel 3 van bijlage A bij dit besluit.

2.

Indien het gemeentebestuur of het bestuur niet binnen de in artikel 12i bedoelde termijn aan zijn verplichtingen heeft voldaan, kan Onze Minister voor iedere week die het gemeentebestuur of het bestuur in gebreke blijft, bij de vaststelling van de subsidie een korting toepassen op het door hem vastgestelde bedrag. De korting bedraagt 2,5% van de verleende subsidie.

3.

Indien het gemeentebestuur of het bestuur de in artikel 12i bedoelde termijn met zestien weken heeft overschreden, stelt Onze Minister de subsidie vast, waarbij hij een korting toepast van 100% van de verleende subsidie.

Afdeling 3. Subsidie geluidhinderbestrijding spoorweglawaai

§ 3.1. Algemene bepalingen

Artikel 13
1.

Op deze afdeling is artikel 8, aanhef en onder a, b en c, van toepassing en artikel 8a van overeenkomstige toepassing.

2.

Op paragraaf 3.3 is artikel 8c is van overeenkomstige toepassing.

3.

Niet in aanmerking voor subsidie krachtens deze afdeling komen maatregelen:

4.

Het derde lid, onder c, is niet van toepassing, indien Onze Minister vooraf heeft toegestemd in het in uitvoering nemen van die maatregelen.

5.

Onze Minister kan alleen toestemmen in het in uitvoering nemen van maatregelen, bedoeld in het vierde lid, indien het naar zijn oordeel om redenen van doelmatigheid zeer wenselijk is deze maatregelen in uitvoering te nemen.

6.

Maatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie krachtens deze afdeling, indien zij door Onze Minister zijn vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 90, tweede en vierde lid, van de Wet geluidhinder.

7.

Maatregelen komen voorts slechts in aanmerking voor een bijdrage indien zij worden getroffen ten behoeve van op 1 juli 1987 aanwezige woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen tegen spoorweglawaai vanwege een op die datum aanwezige spoorweg, al dan niet in wijziging, alsmede voor het treffen van geluidbeperkende voorzieningen ten behoeve van op 1 juli 1987 aanwezige geluidsgevoelige terreinen tegen spoorweglawaai vanwege een op die datum aanwezige spoorweg, al dan niet in wijziging, voorzover de geluidsbelasting op 1 juli 1987 voor woningen en geluidgevoelige terreinen hoger was dan 65 dB(A) en voor andere geluidgevoelige gebouwen op die datum hoger was dan 60 dB(A).

Artikel 13a

Vervallen

Artikel 13b

Vervallen

Artikel 13c

Vervallen

§ 3.2

Artikel 14

Vervallen

§ 3.3. Geluidwerende maatregelen aan andere geluidsgevoelige gebouwen

Artikel 15
1.

Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van:

2.

De artikelen 11, tweede en derde lid, en 12, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

3.

De artikelen 11a, aanhef en onder a, b en c, 11b, 11c, 11d met uitzondering van het tweede lid, onder a en 11g tot en met 11k zijn van overeenkomstige toepassing.

§ 3.4. Afschermende en geluidreducerende maatregelen

Artikel 16
1.

Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van:

2.

Onze Minister kan de subsidie aan de spoorwegexploitant verlenen, indien het gemeentebestuur met hem schriftelijk is overeengekomen dat hij de werkzaamheden zal verrichten, de uitvoering van de maatregelen daarbij inbegrepen.

3.

De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt slechts verleend ten behoeve van maatregelen ter bescherming van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen die een hogere geluidsbelasting vanwege een spoorweg ondervinden dan een door Onze Minister jaarlijks – gelijktijdig met de vaststelling van de susidieplafonds voor de uitvoering van dit besluit, krachtens artikel 15.13, derde lid, van de Wet milieubeheer – in de Staatscourant bekend te maken waarde.

4.

Artikel 12, tweede, vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17
1.

De artikelen 11b tot en met 11d zijn van overeenkomstige toepassing.

2.

De artikelen 11g tot en met 11l, 12b, eerste en derde lid, 12c, 12d en 12e zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in artikel 11i bedoelde stukken aan Onze Minister gezonden moeten worden uiterlijk op de eerste dag van de zevende kalendermaand na het in dat artikel bedoelde tijdvak.

Artikel 18

Geluidreducerende maatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie, voor zover de kosten niet hoger zijn dan het bedrag dat volgt uit de toepassing van onderdeel 2 van bijlage A bij dit besluit.

§ 3.5. Onttrekking aan de bestemming van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen vanwege spoorweglawaai.

Artikel 19
1.

Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van het treffen van maatregelen tegen spoorweglawaai die strekken tot onttrekking aan de bestemming van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen.

2.

De artikelen 12g tot en met 12j zijn van overeenkomstige toepassing.

3.

Artikel 12k is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de subsidie niet hoger is dan het bedrag dat volgt uit de toepassing van onderdeel 4 van bijlage A bij dit besluit.

Afdeling 4

Artikel 20

Vervallen

Artikel 21

Vervallen

Artikel 22

Vervallen

Artikel 23

Vervallen

Artikel 24

Vervallen

Artikel 25

Vervallen

Afdeling 5

Artikel 26

Vervallen

Artikel 27

Vervallen

Afdeling 6

Artikel 27a

Vervallen

Artikel 27b

Vervallen

Artikel 27c

Vervallen

Artikel 27d

Vervallen

Artikel 27e

Vervallen

Artikel 27f

Vervallen

Artikel 27g

Vervallen

Artikel 28

Vervallen

Artikel 29

Vervallen

Artikel 30

Vervallen

Artikel 31

Vervallen

Artikel 32

Vervallen

Artikel 33

Vervallen

Artikel 34

Vervallen

Artikel 35

Vervallen

Artikel 36

Vervallen

Artikel 37

Vervallen

Artikel 38

Vervallen

Artikel 39

Vervallen

Artikel 39a

Vervallen

Artikel 39b

Vervallen

Artikel 39c

Vervallen

Artikel 39d

Vervallen

Artikel 39e

Vervallen

Afdeling 7

Artikel 40

Vervallen

Artikel 41

Vervallen

Artikel 42

Vervallen

Artikel 43

Vervallen

Artikel 44

Vervallen

Artikel 45

Vervallen

Artikel 46

Vervallen

Artikel 47

Vervallen

Artikel 48

Vervallen

Afdeling 8. Subsidie terzake van de kosten voor bepaalde gebieden

§ 8.1. Subsidie terzake van de kosten voor gebieden waarin de kwaliteit van het milieu bijzondere aandacht behoeft

Artikel 48a

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 48b
1.

Onze Minister kan op aanvraag van een provincie subsidie verstrekken terzake van de kosten van activiteiten, die zijn opgenomen in een uitvoeringsprogramma.

2.

Onze Minister kan op aanvraag van een provincie, op grond van de jaarrapportage, subsidie verstrekken voor activiteiten die worden aangevangen uiterlijk in het jaar 2000, en die uiterlijk worden afgerond in het jaar 2002, in de gevallen waarin:

3.

Onze Minister kan in bijzondere gevallen subsidie verstrekken, op aanvraag van een provincie, waarmee de aanvragen, bedoeld in het eerste of tweede lid worden aangevuld.

4.

Onze Minister kan op aanvraag van de provincie Friesland subsidie verstrekken voor de uitvoering van een plan van aanpak voor Zuidoost-Friesland.

5.

Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de activiteiten, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van het milieu in het betrokken milieu-aandachtsgebied.

6.

In het geval dat een aanvraag betrekking heeft op activiteiten voor de voorbereiding of uitvoering van een plan van aanpak, gaat de aanvraag vergezeld van een document waaruit blijkt dat de stuurgroep de activiteiten heeft goedgekeurd.

7.

Onze Minister kan in gevallen waarin subsidie is verleend krachtens de Regeling bijdragen ROM-gebieden of ten laste van het bedrag, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 17 maart 1998, houdende vaststelling van subsidieplafonds voor verlening van subsidies als bedoeld in artikel 48b van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer (Stcrt. 58), op aanvraag van de subsidieontvanger de termijnen, genoemd in het tweede lid, verlengen tot een door hem vast te stellen tijdstip. Een aanvraag als bedoeld in de eerste volzin wordt uiterlijk 31 december 2002 ingediend.

8.

Onze Minister neemt slechts een besluit tot verlenging, als bedoeld in het zevende lid, indien uit de aanvraag blijkt:

Artikel 48c
1.

Een aanvraag voor een bijdrage als bedoeld in artikel 48b, eerste lid, wordt tezamen met een uitvoeringsprogramma ingediend vóór 1 juli 1996.

2.

Een aanvraag tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 48b, tweede lid, wordt tezamen met de jaarrapportage ingediend binnen de termijn, bedoeld in artikel 48h, eerste lid.

3.

Een aanvraag tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 48b, derde lid, wordt ingediend vóór 1 januari 2001.

Artikel 48d
1.

Een uitvoeringsprogramma bevat in ieder geval:

2.

Een uitvoeringsprogramma gaat vergezeld van een topografische kaart van de milieu-aandachtsgebieden waarop het programma betrekking heeft.

3.

Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inrichting en inhoud van het uitvoeringsprogramma en de gegevens die bij de aanvraag worden verstrekt. In bijzondere gevallen kan hij toestaan dat een uitvoeringsprogramma wordt ingediend dat afwijkt van het eerste of tweede lid.

Artikel 48e
1.

Voor een subsidie krachtens artikel 48b komen niet in aanmerking de kosten:

2.

In het eerste lid, onder a, worden onder landbouwgrond en natuurterreinen verstaan hetgeen daaronder in artikel 1 van de Wet agrarisch grondverkeer wordt verstaan.

Artikel 48f

Vervallen

Artikel 48g
1.

Onze Minister stelt bij de verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 48b de verdeling vast van het subsidiebedrag over de kalenderjaren waarvoor die wordt verleend. Op verzoek van de provincie kan hij deze verdeling wijzigen.

2.

Onze Minister betaalt uiterlijk in mei en september van ieder van de kalenderjaren, bedoeld in het eerste lid, een voorschot van telkens 50% van het bedrag dat hij overeenkomstig het eerste lid voor dat jaar heeft vastgesteld.

3.

De provincies besteden de voorschotten voor ten minste 50% in het kalenderjaar, waarin zij worden betaalt.

4.

Het niet bestede deel van de voorschotten wordt geheel besteed in het daaropvolgende kalenderjaar.

5.

Onze Minister kan voor het kalenderjaar 1996 afwijken van het tweede lid.

Artikel 48h
1.

Na afloop van ieder kalenderjaar waarover subsidie ingevolge deze paragraaf is verleend, zendt de provincie voor 1 april een jaarrapportage aan Onze Minister.

2.

In de jaarrapportage wordt verslag gedaan over:

3.

De jaarrapportages bevatten voorts:

4.

De jaarrapportage bevat, indien van toepassing, een afzonderlijk hoofdstuk omtrent activiteiten waarvoor een aanvraag op grond van artikel 48b, tweede lid, wordt ingediend. Op dit hoofdstuk is artikel 48d van overeenkomstige toepassing.

5.

Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inhoud en inrichting van de jaarrapportage. In bijzondere gevallen kan hij toestaan dat een jaarrapportage wordt ingediend die afwijkt van het eerste tot en met vierde lid.

Artikel 48i
1.

De provincie verstrekt op verzoek van Onze Minister aanvullende informatie over de besteding van subsidie en de inhoud, bekostiging en uitvoering van de activiteiten.

2.

Onze Minister stelt een controleprotocol vast ten behoeve van het onderzoek naar de besteding van subsidie.

Artikel 48j

Onze Minister kan de beschikking tot verlening van een subsidie krachtens artikel 48b geheel of gedeeltelijk intrekken, indien naar zijn oordeel:

Artikel 48j1

Onze Minister zendt uiterlijk in het jaar 2001 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en effecten van de subsidie, bedoeld in artikel 48b.

Artikel 48j2

Na ontvangst van de jaarrapportage en de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, over het laatste kalenderjaar waarvoor subsidie op grond van deze paragraaf is verleend, stelt Onze Minister voor januari van het daaropvolgende kalenderjaar ambtshalve de subsidie vast.

Artikel 48j3

Vervallen

§ 8.2. Bijdragen in de kosten van bepaalde maatregelen ter uitvoering van het saneringsplan van de proefprojecten integrale milieuzonering (IMZ) Arnhem-Noord, IJmond en Maastricht

Artikel 48k

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 48l
1.

Onze Minister kan aan de aanvrager een bijdrage verlenen in de kosten van maatregelen als bedoeld in artikel 48m.

2.

Ter uitvoering van deze paragraaf is ten hoogste € 4 401 668,10 beschikbaar.

Artikel 48m

Voor een bijdrage komen slechts in aanmerking de in een saneringsplan genoemde maatregelen:

Artikel 48n

Voor een bijdrage komen niet in aanmerking de kosten:

Artikel 48o
1.

De aanvrager dient de aanvraag om een bijdrage als bedoeld in artikel 48l uiterlijk op 1 oktober 1994 bij Onze Minister in door toezending van het saneringsplan.

2.

Onze Minister kan binnen vier weken na de inwerkingtreding van dit besluit het tijdstip waarop de aanvraag uiterlijk moet zijn ingediend met ten hoogste een half jaar verlengen.

Artikel 48p
1.

Onze Minister weigert de bijdrage indien naar zijn oordeel:

2.

Onze Minister weigert voorts de bijdrage voor zover door de beschikking tot verlening van de bijdrage de € 4 401 668,10, bedoeld in artikel 48l, wordt overschreden.

Artikel 48q
1.

De aanvrager dient:

2.

Het financieel verslag, bedoeld in het eerste lid, onder c, gaat vergezeld van het verslag van de accountant, die door de aanvrager met het onderzoek is belast.

3.

Onze Minister kan een controleprotocol vaststellen.

4.

Onze Minister kan aanwijzingen geven omtrent de wijze van verslaglegging, bedoeld in het eerste lid, onder b en c.

5.

Indien een gemeentebestuur als aanvrager is aangewezen, is in afwijking van het eerste lid, onder b, 15 november het uiterste tijdstip voor toezending van het in dat lid, onder b, bedoelde verslag.

6.

Indien het tijdstip van 15 september onderscheidenlijk 15 november binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, onder c, valt, kan in plaats van een financieel verslag de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, aan Onze Minister worden gezonden.

Artikel 48r
1.

Binnen twaalf weken na ontvangst van het verslag, bedoeld in artikel 48q, eerste lid, onder b, en de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, danwel van de verslagen, bedoeld in artikel 48q, eerste lid, onder c, deelt Onze Minister de aanvrager mee of hij daarmee kan instemmen.

2.

Onze Minister kan de aanvrager in de gelegenheid stellen binnen een door hem te bepalen termijn het verslag, bedoeld in artikel 48q, eerste lid, onder b, of de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, danwel de verslagen, bedoeld in artikel 48q , eerste lid, onder c, op de door hem aangegeven wijze aan te vullen.

3.

Indien Onze Minister ten aanzien van het verslag, bedoeld in artikel 48q, eerste lid, onder b, of de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, gebruik maakt van de mogelijkheid, bedoeld in het tweede lid, kan hij besluiten het verstrekken van voorschotten op te schorten.

4.

Onze Minister kan voorts het verstrekken van voorschotten opschorten indien naar zijn oordeel het verslag, bedoeld in artikel 48q, eerste lid, onder b, of de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, ontoereikend is, de aanvulling achterwege is gebleven binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, of deze naar zijn oordeel ontoereikend is. Onze Minister kan tevens reeds verstrekte voorschotten terugvorderen en de beschikking op de aanvraag geheel of gedeeltelijk intrekken.

5.

Indien Onze Minister instemt met het verslag, bedoeld in artikel 48q, eerste lid, onder b, en de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, kan hij in afwijking van artikel 51, derde lid, de bijdrage gedeeltelijk vaststellen tot het bedrag dat overeenkomt met de verstrekte voorschotten, waarop die stukken betrekking hebben.

Hoofdstuk 3. Algemene voorschriften met betrekking tot de beslissing op aanvragen om subsidie als bedoeld in hoofdstuk 2

Artikel 49

Vervallen

Artikel 50

Indien de aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in hoofdstuk 2 betrekking heeft op een activiteit die nog niet geheel is uitgevoerd, is de aanvrager verplicht zodra de activiteit is uitgevoerd of is stopgezet Onze Minister daarvan in kennis te stellen.

Artikel 51
1.

Onze Minister geeft de beschikking op de aanvraag tot verlening van subsidie als bedoeld in hoofdstuk 2 binnen vijf maanden na de datum waarop de aanvraag is ontvangen.

2.

In de gevallen waarin de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op een activiteit die is uitgevoerd, wordt een aanvraag tot verlening van subsidie geacht een aanvraag tot subsidievaststelling te zijn. Voorafgaand aan de subsidievaststelling wordt geen beschikking tot subsidieverlening gegeven.

3.

In de gevallen, bedoeld in artikel 50, geeft Onze Minister de beschikking tot subsidievaststelling binnen vijf maanden na de ontvangst van de mededeling van de aanvrager dat de activiteit is uitgevoerd of stopgezet.

Artikel 52
1.

De beschikking tot subsidieverlening:

2.

Bij de beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden opgelegd, die:

Artikel 53

Vervallen

Artikel 54

Vervallen

Artikel 55

In afwijking van artikel 51, eerste lid, kan Onze Minister, in afwachting van een wijziging van het voor dat jaar vastgestelde subsidieplafond de beslissing op een subsidie-aanvraag geheel of gedeeltelijk aanhouden tot uiterlijk 15 december van het kalenderjaar waarin de subsidie is aangevraagd. Hij deelt de aanhouding aan de aanvrager mee.

Artikel 56

Indien Onze Minister toepassing heeft gegeven aan artikel 55 geeft hij uiterlijk binnen acht weken na afloop van de aanhouding een beschikking op de aanvraag.

Artikel 57

Indien krachtens hoofdstuk 2, afdelingen 2 en 3, een beschikking tot subsidievaststelling moet worden gegeven, in een geval waarin de werkelijk gemaakte kosten hoger zijn dan het bedrag van de beschikking tot subsidieverlening en daarmee het voor de betrokken activiteit voor dat kalenderjaar vastgestelde subsidieplafond overschreden zou worden, stelt Onze Minister, in afwijking daarvan, in het daaropvolgende kalenderjaar, ambtshalve de subsidie vast op het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten. De beschikking tot weigering van de vaststelling van de subsidie vermeldt dat in het daaropvolgende kalenderjaar, zonder nieuwe indiening van de aanvraag, het subsidiebedrag ambtshalve wordt vastgesteld op de hoogte van de werkelijk gemaakte kosten.

Artikel 58

Vervallen

Artikel 59

Vervallen

Artikel 60

Vervallen

Hoofdstuk 4

Artikel 61

Vervallen

Hoofdstuk 5

Artikel 62

Vervallen

Artikel 63

Vervallen

Artikel 64

Vervallen

Artikel 65

Vervallen

Artikel 66

Vervallen

Artikel 67

Vervallen

Artikel 68

Vervallen

Artikel 69

Vervallen

Artikel 70

Vervallen

Hoofdstuk 6

Artikel 71

Vervallen

Artikel 72

Vervallen

Artikel 73

Vervallen

Artikel 74

Vervallen

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 75

Vervallen

Artikel 76

Vervallen

Artikel 77
1.

Met ingang van 1 januari 1993 vervalt paragraaf 4.1, behoudens met betrekking tot al voor dat tijdstip ingediende aanvragen om een bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel 22.

2.

De artikelen 28 tot en met 39a, zoals die luidden vóór 1 januari 1995, blijven van toepassing op aanvragen die vóór dat tijdstip op grond van artikel 29 , zoals dat toen luidde, zijn ingediend, met dien verstande dat in het eerste lid, onder a, van dat artikel "1 januari 1995" wordt vervangen door: 1 januari 1997.

Artikel 77a

Vervallen

Artikel 78

Vervallen

Artikel 79

Vervallen

Artikel 80

Vervallen

Artikel 81

Vervallen

Artikel 81a

Dit besluit berust op de artikelen 17, eerste en tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet, 15.13, eerste en tweede lid, en 21.8 van de Wet milieubeheer en 106, 126a, 129 en 174 van de Wet geluidhinder.

Artikel 82

Vervallen

Artikel 83

Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer.

Bijlage A. bij de artikelen 12a, tweede lid, 12k, eerste lid, 18 en 19, derde lid, van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer

1. Verkeersmaatregelen tegen wegverkeerslawaai

Het in artikel 12a, tweede lid, bedoelde bedrag is de uitkomst van de volgende berekening volgens de onderstaande desbetreffende tabel:

de som van de normbedragen voor de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen waarvan de geluidsbelasting als gevolg van de maatregelen met ten minste 3 dB(A) afneemt, verminderd met de som van de normbedragen voor de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen waarvan de geluidsbelasting als gevolg van de maatregelen met ten minste 3 dB(A) toeneemt.

1a. Woningen, en andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 1, onder e, onder 1° tot en met 4°

1b. Andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 1, onder e, onder 5°

1c. Geluidsgevoelige terreinen

2. Geluidreducerende maatregelen aan de constructie van een spoorweg

Het in artikel 18 bedoelde bedrag is de uitkomst van de volgende berekening volgens onderstaande tabel: de som van de normbedragen voor de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen waarvan de geluidsbelasting als gevolg van de maatregelen met ten minste 3 dB(A) afneemt:

Het bedrag dat de uitkomst is van de berekening volgens bovenstaande tabel kan worden verhoogd met maximaal 30%, ter vergoeding van eventuele bijkomende werkzaamheden aan de constructie van de spoorweg die noodzakelijk zijn om het treffen van de geluidreducerende maatregelen mogelijk te maken.

3. Onttrekking aan bestemming vanwege wegverkeerslawaai

Het in artikel 12k, eerste lid, bedoelde bedrag bestaat uit de som van de per woning of andere geluidsgevoelige gebouw bepaalde maximale bijdragen met behulp van onderstaande tabel.

4. Onttrekking aan bestemming vanwege railverkeerslawaai

Het in artikel 19, derde lid, bedoelde bedrag bestaat uit de som van de per woning of andere geluidsgevoelige gebouw bepaalde maximale bijdragen met behulp van onderstaande tabel.

Bijlage B. Behorende bij het Bijdragenbesluit openbare lichamen milieubeheer

Toetsbedragen (inclusief BTW) milieuhygiënische voorzieningen ten behoeve van de in artikel 41, eerste lid, onder a en e, genoemde activiteiten.

Voor zover van toepassing mogen deze bedragen in beginsel niet worden overschreden.

Bijlage C. behorende bij artikel 3a, derde lid, onderdeel a, van het Bijdragenbesluit openbare lichamen milieubeheer

Overzicht van industrieterreinen die voor een bijzondere bijdrage in de kosten van akoestisch onderzoek in aanmerking kunnen komen

1. Rijnmond I (GRW) industrieterreinen:
Pernis
Botlek/Botlek-West
Europoort/Maasvlakte
2. Rijnmond II (WERM) industrieterreinen:
Rijn/Maashaven
Waalhaven
Eemhaven
Havens-Noordwest
3. Velsen, Beverwijk, Heemskerk industrieterrein:
IJmond
4. Kanaalzone industrieterreinen:
Kanaaleiland/Sluiskil-Oost
Terneuzen-West
Poel/Ghellinckpolder
Oostelijke Kanaaloever
5. Drechtsteden industrieterreinen:
Dordrecht-West/Groote Lindt
Dordrecht/De Staart
Dordrecht/Oosteind
Aan de Noord
Kijfhoek
6. Delft industrieterrein:
Gist-Brocades
7. DSM industrieterrein:
DSM
8. Nationaal Circuit te Zandvoort
9. Industrieterrein Schiphol-Oost
10. Amsterdam industrieterrein:
Westelijk Havengebied
11. Breda industrieterrein:
Breda-Noord
12. Groningen industrieterrein:
Hoogkerk/Groningen-West

Bijlage. Lijst industrieterrein in kader sanering industrielawaai

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer maakt bekend de lijst van industrieterreinen, bedoeld in artikel 4 van het ontwerpbesluit wijziging Bijdragenbesluit openbare lichamen milieubeheer Stcrt. 1993, nr. 247, alsmede artikel 1.2.1 van de door hem met het Interprovinciaal Overleg op 29 april 1994 gesloten bestuursovereenkomst Stcrt... 1994, nr. 101.

Gemeente Industrieterrein
Provincie Groningen
Appingedam Farmsumerweg
Delfzijl Eemskanaaldok/Oosterveld-Korveltemp
Groningen Groningen Zuid-Oost
Groningen Paradijsvogelstraat/Florakade
Groningen Reitdiep
Gronigen Ulgersmaweg/Pop Dijkemaweg
Haren NS-terrein Felland (Onnen)
Hoogezand Sappemeer Foxhol
Hoogezand Sappemeer Sappemeer (Noord en) Oost/NAM
Hoogezand Sappemeer Hoogezand Coops
Hoogezand Sappemeer Noordwest/plan Zuid
Hoogezand Sappemeer Waterhuizen
Hoogezand Sappemeer West
Hoogezand Sappemeer Martenshoek
Leek Leek
Loppersum Graandrogerij Nieveen Zeerijp
Marum Motorcrossterrein Trimunt
Pekela Oude Pekela West
Pekela Oude Pekela Oost
Stadskanaal Veenstraat/Vleddermond
Veendam Industrieterrein 0/1
Veendam Industrieterrein 2
Veendam Industrieterrein 3
Vlagtwedde Ter Apel
Winschoten Beesterweg/Rensel/Zuid/Zuiderwuppen
Zuidhorn Van Starkenborghkanaal (Aduard)
Diversen 14 Gaslocaties
Provincie Friesland
Achtkarspelen Stroobos
Achtkarspelen Kootstertille-Oost
Boarnsterhim Het String (Jirnsum)
Boarnsterhim Wergea
Boarnsterhim Polsleat/Spikerboor
Dantumadeel Veenwouden
Franekeradeel Vliet en Tuinen
Franekeradeel Zuid
Franekeradeel Kiesterzijl
Franekeradeel Oost
Gaasterlan-Sleat CVS Sloten
Harlingen Haitsma
Harlingen Koningsbuurt
Harlingen Scheepswerf Kooijman BV
Leeuwarden De Hemrik
Leeuwarden Leeuwarden Oost
Leeuwarden Leeuwarden West
Menaldumadeel De Takomst Dronrijp
Nijefurd Soal (grasdrogerij Workum)
Nijefurd Horsa (zuivelfabriek Workum)
Nijefurd De Volharding Stavoren
Ooststellingswerf Motorcrossterrein Prikkedam
Ooststellingswerf Grasdrogerij Oosterwolde G.A.
Ooststellingswerf Oosterwolde Zuid
Ooststellingswerf Zuid-Oost Hoek (Oosterwolde)
Opsterland Zuivelfabriek Zuid-Oost Hoek
Olderterp
Skarterlan Motorcrossterrein Flying Boetoe
Skarterlan Sint Nicolaasga
Sneek Houkesloot
Sneek Lankhorst
Sneek Erven Feenstra Betonfabriek
Tytsjerksteradiel Schuilenburg Zuid
Tytsjerksteradiel Suameer Bergum Z.O
Provincie Drenthe
Assen Acmesa
Assen Industrieterrein
Beilen De Zuidmaten
Emmen Bargermeer
Emmen Purit
Hoogeveen De Wieken
Meppel Meppel/Staphorst
Sleen BT Veenoord/Nieuw-Amsterdam
Zuidwolde Motorcrossterrein
Provincie Overijssel
Almelo Turfkade/Dollegoor/NW-Twente
Almelo De Sumpel
Almelo Buitenhaven-West
Avereest De Rollepaal
Avereest Balkburg
Deventer Bergweide/Kloosterlanden/Veenoord
Enschede Boddenkamp
Goor RWZI De Whee
Haaksbergen ' t Vark Oost en West
Haaksbergen Molkenboer Ten Hoopen
Hardenberg Diamant
Hardenberg Nieuwe Haven/Bruchterweg
Hasselt Zwarte Water/Buiten de Enkpoort
Heino Molenhoek Sterbeton
Heino Molenweg (Heino Krause)
Hellendoorn Nijverdal NZ, RWZI, TTC
Hengelo Twentekanaal
Hengelo Wegtersweg
Hengelo Wilderinkshoek
IJsselmuiden Grafhorst
Kampen IJsseldijk
Markelo Twentekanaal
Oldenzaal Kartingbaan
Ommen Vechtstreek
Ootmarsum De Mors
Raalte De Zegge Schoolstraat De Enk
Steenwijk Industrieterreinen
Vriezenveen Kanaaldijk-West
Wierden Fleuweweg
Zwartsluis Meppelerdiep en Zomerdijk
Zwolle Marslanden
Zwolle Karba (cartingbaan)
Zwolle Voorst A B C
Provincie Gelderland
Apeldoorn Motorcrossterrein Watergang te Assel
Apeldoorn Brouwersmolen
Arnhem Arnhem Noord
Arnhem MC Hooijlaan
Barneveld De Vallei (Valkseweg)
Bergh ’s Heerenberg
Brummen Coldenhove Eerbeek
Dodewaard Dalwagen
Doesburg Barend Ubbinkweg/Contre Escarpe
Doetinchem Hamburgerbroek
Druten Deest
Ede AKZO en omgeving
Epe Kweekweg
Gendt Waalbandijk
Gendt Motor- en autocrossterrein
Gorssel Kartingbaan Eefde
Groenlo Groenlo (Brandemate)
Harderwijk Lorentz en Haven
Hedel Maasdijk
Heerewaarden Maasoever
Huissen Looveer
Hummelo en Keppel MC Heksenplas
Lochem Goorse/Hanzeweg/Kwinkweerd
Millingen Rijndijk
Nijmegen Nijmegen-West/Weurt te Beuningen
Nunspeet Nestlé (B.P. Oosteinde)
Nunspeet Motorcrossterrein
Renkum Fabriekstraat/Bokkedijk
Rheden Haveland
Rijnwaarden Scheepswerf De Hoop Tolkamer
Wageningen Haven
West Maas en Waal SF Beton Appeltern
Winterswijk Het grote industrieterrein
Wisch Akkermansweide IJsselveld
Zevenaar Hengelder
Provincie Flevoland
Dronten Drogerij Marknesse
Noordoostpolder Centrum 2 Emmeloord Betoncentrale
Urk Scheepswerf Metz
Provincie Utrecht
Amersfoort Isselt/Soesterkwartier
Amersfoort Rangeerterrein
Amersfoort De Koppel
De Ronde Venen Amstelkade
Eemnes Eembrugge
Loenen Van Leer Vreeland
Maarssen Maarssenbroeksedijk
Nieuwegein Laagraven
Nieuwegein De Wiers Zuid
Soest Koningsweg
Utrecht Lageweide incl. Merwedekananaal
Utrecht Nic. Beetsstraat (Pegus)
Utrecht RWZI Zandpad
Veenendaal Industrieterrein II
Wijk bij Duurstede Haventerrein
Woerden Barwoutswaarder
Woerden Melkunie Woerden
Provincie Noord-Holland
Akersloot Aan Boekel
Alkmaar Oudorp/Jaagpad
Alkmaar Overdie
Amsterdam Adm/Nsm (Cornelis Douwesterrein)
Amsterdam Amstel I en II
Amsterdam Johan van Hasseltkanaal Oost
Amsterdam Westerdok
Amsterdam Cruquius/Zeeburg (Oostelijk Havengebied)
Amsterdam Houthaven (Minerva)
Amsterdam Kadijken Oost
Amsterdam Prinseneiland
Amsterdam Schinkel
Amsterdam Wittenburg/Oostenburg SWD Beton
Amsterdam Zijkanaal (Bernard)
Amsterdam Johan van Hasseltkanaal West
Beverwijk De Pijp/Kagerweg/Noorwijkermeerpolder
Den Helder Oostoever
Den Helder Westoever/Motorcrosster Quelderduijn
Diemen De Sniep + Verrijn Stuart
Enkhuizen Krabbersplaat Ketenwaal
Graft-De Rijp Scheepswerf Voorwaarts
’s Graveland Cannenburgerweg/De Slenk
Haarlem Waarderpolder
Haarlemmerliede CA CSM
Haarlemmerliede CA Spaarndam (Scheepswerf Stape)
Haarlemmermeer Cruquius
Haarlemmermeer Rijssenhout/Langehout beton
Haarlemmermeer Lijnden
Haarlemmermeer Scheepswerf L. Oldenhage te Lisse
Haarlemmermeer De Liede
Haarlemmermeer Vicon Nieuw Vennep
Heerhugowaard De Zandhorst
Heilo Groot Recycling BV
Hilversum Havenkwartier
Hilversum Melkunie en Centraal Nederland
Hoorn Hoorn '80 en Schelphoek
Hoorn Karperkuil
Lagedijk Zuiderdel
Medemblik West/Overleek/Almere
Monnickendam Scheepswerf Hakvoort BV
Naarden Naarden (Amsterdamsestraatweg)
Naarden Quest International
Niedorp Zuivelfabriek Lutjewinkel
Noorder Koggenland Grasdrogerij Abbekerk
Purmerend West (Neck Wormerland)
Purmerend De Koog
Schagen Lagedijk
Schermer De Combinatie
Schermer De Prinses
Schermer Pen Trafostation Oterleek
Uithoorn Uithoorn en Amstelkade (Cindu)
Wieringermeer CAW Wieringermeer
Wormerland Nieuwe Weg/Croklaan Wormer/Zaanstad
Zaanstad Wessanen
Zaanstad Cacao de Zaan te Koog a/d Zaan
Zaanstad Poeldijk a/d Diederik Sonoyweg
Zaanstad Stoel van Klaveren
Zaanstad Zetmeel Bedr. De Bijenkorf BV
Provincie Zuid-Holland
Alblasserdam Kloos Kinderdijk
Alphen a/d Rijn Alphen a/d Rijn en Koudekerk
Binnenmaas Melkunie
Binnenmaas Puttershoek
Capelle a/d IJssel Capelle West
Delft Schieoevers Noord en Zuid
Delft Schieoevers Zuid
Giessenlanden Beton Arkel
Gorinchem Gorinchem Zuid West
Gorinchem Handelskade
Gorinchem Langs de Linge I en II
Gouda Unichema
Gouda Kromme Gouwe en Melkunie
Gouda Verdoorn Beton/G.B.C. Bij Melkunie
Den Haag De Binckhorst-Noord
Den Haag Scheveningen-Havens
Den Haag Zichtenburg
Hardinxveld-Giessendam Wielwijk
Hardinxveld-Giessendam Langs de Merwede
Hillegom Hillegommerbeek
Koudekerk a/d IJssel Hondsdijk (B.C.K.)
Krimpen a/d IJssel IJsseldijk
Krimpen a/d IJssel Stormpolder
Leerdam Glasfabriek
Leerdam Zuivelfabriek Schoonrewoerd
Leiden Merenwijk/De Hallen
Leiden Akerboom
Leiden Wernink
Leimuiden Boot Beton
Liesveld Langs de Lek (De Boot)
Lisse Jonker Beton
Maassluis Kapelpolder
Maassluis Key en Kramer
Middelharnis Oostplaat, Haven en Caago
Nederlek De Zaag/De Noord/Middelland
Nederlek Dammestraat/Oost
Nederlek Middelland
Nieuw Lekkerkerk HC Kinderdijk
Nieuw Lekkerkerk Lekdijk
Nieuwkoop Woerdense Verlaat, betoncentrale
Oud Beijerland Spuidijk
Ouderkerk Middelblok
Papendrecht Westeind 119/195
Rijswijk Plaspoelpolder Landtong
Rotterdam IJsselmonde Noordrand
Rotterdam Spaanse polder 1-3 Gravenlandsepolder
Rotterdam Feijenoord, Schaardijk Stadionweg
Rotterdam Spaanse Polder 4
Schiedam Havens Noordwest/Oost Frankenland
Schiedam Schiedam Zuid
Sliedrecht Molendijk/Industrieweg
Sliedrecht Rivierdijk/De Peulen
Sliedrecht Van Santen
Spijkenisse Haven Hongerland/De Boo
Strijen Skelterbaan De Hoekse Waard
Ter Aar Hoekse Aarkade
Vianen Centrum/De Hagen/De Biezen
Vianen De Hagen/De Biezen
Vlaardingen Vulcaanhaven Wilhelminahaven
Vlaardingen Windmill
Voorburg De Waardt
Zoeterwoude Hoge Rijndijk/Barrepolder
Provincie Zeeland
Axel Motorcrossterrein aan de Lageweg
Bruinisse Haventerrein
Goes Havenindustrieterrein
Hontenisse Walsoorden
Kapelle CZAV Wemeldinge
Middelburg Arnestein
Oostburg Cehave
Tholen Slabbecoornepolder (St. Maartensdijk)
Vlissingen Vlissingen-Oost
Zierikzee Zuidhoek
Provincie Noord-Brabant
Bergen op Zoom Theodorushaven
Bergeyk Kennedylaan
Berghem Motorsportcircuit Nieuw Zevenbergen
Boxmeer Motorcrossterrein 't Snepke
Boxmeer Saxe Gotha
Boxtel I en II
Breda Moleneind-Oost
Budel Dorplein en Kempenweg (te Weert)
Cuijk en Sint Agatha Haven
Cuijk en Sint Agatha Nutricia
Cuijk en Sint Agatha Motorcrossterrein Lombok
Dinteloord/Fijnaart Cebeco en Dintelmond
Dongen De Wildert
Drunen Kasteeldreef Groenewoud
Eindhoven DAF/Kanaaldijk-Noord
Eindhoven De Hurk
Eindhoven RWZI Karpendonk
Etten-Leur Vosdonk
Geertruidenberg Amercentrale en Sep te Made
Geertruidenberg Zuid
Gemert V.d. Acker + Raijmakers
Heesch Van Berkel Beton BV
Heeswijk-Dinther RWZI Veghel-Uden
Helmond Zuid/Vlisco
Den Bosch Rietvelden West, Oost en Ertveld
Den Bosch Zuid '66
Heusden Bakkersdam
Hooge en Lage Zwaluwe Buitenhaven
Lieshout Bavaria
Lieshout Swinkels
Mill Bedrijfsterrrein Gebrs. Arts BV
Oosterhout Statendam/Weststad/Houtduifstraat
Oosterhout Vijfeiken/Wilhelminakanaal-Noord
Oss Moleneind, Danenhoef en Landweg
Ravenstein Meulemans
Roosendaal en Nispen Borchwerf
Someren Sluis XI Half Elfje
Steenbergen Janse en Jaartsveld
Steenbergen Molenweg 27
Terheijden Hazeldonk/Zwartenberg Etten-Leur
Tilburg Afvalwaterzuivering Oost
Tilburg Vossenberg
Tilburg Loven
Veghel Cehave Rijksweg
Veghel CHV a.d. NCB Laan
Veldhoven De Heibloem
Waalwijk Haven
Werkendam Cavo/Van Loon
Werkendam Sleeuwijksedijk
Woensdrecht Fokker
Woudrichem Bouman BV te Andel
Woudrichem Hak Conserven BV
Zevenbergen Schansdijk/De Koekoek
Provincie Limburg
Beek Betonfabriek Gelissen
Born Volvo
Born Haven fase 1,2 en Holtum Noord
Gennep Hoogveld
Gennep De Hey
Haelen Maascentrale
Heel Kanaal Wessem-Nederweert
Heel Koeweide
Heerlen De Koumen
Helden Beringe
Kerkrade Spekholzerheide
Kerkrade Dentgenbach
Landgraaf/Onderbanke Abdissenbosch/Europaweg-Noord
Maasbracht Clauscentrale PLEM
Maasbracht Battenberg/Koeweide
Maasbracht Oude Maas
Maastricht ENCI
Maastricht Beatrixhaven
Maastricht Limmel
Maastricht Mosa-Meerssenerweg
Maastricht Sphinx-Boschstraat
Meerlo-Wanssum Haven- en Industrieterrein Wan
Melick en Herkenbosch Lispinweg
Roermond Natronchemie
Sittard MGR. Buckxstraat
Stein Kerenscheide/ACL
Stein Havengebied Stein e.o.
Stramprooy IT Stramproy
Susteren Dieterderweg
Swalmen Boutestraat
Swalmen Breden Ars
Tegelen Hekkens
Tegelen Windhond/Krekelsberg
Venlo Groot Boller
Weert Kempenweg

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer maakt bekend, gelet op artikel 4b van het ontwerpbesluit wijziging Bijdragenbesluit openbare lichamen milieubeheer, Stcrt. 1993, nr. 247, de industrieterreinen ten aanzien waarvan vóór 1 januari 1992 de beschikking is genomen tot verlening van de bijdrage in de kosten verbonden aan het deel van het akoestisch onderzoek dat plaatsvindt met het oog op de uitwerking van de keuze en de beschrijving van de mogelijkheden om de uitvoering van de gekozen maatregelen te faseren (fase III van het akoestisch onderzoek).

Gemeente Industrieterrein
Provincie Groningen
Appingedam Woldweg
Bedum Domo
Delfzijl Oosterhorn
Marum Friesland Frico Domo
Marum De Jong verenigde N.V. te Noordwijk
Menterwolde Zuidbroek
Reiderland Triton Karton
Vlagwedde Avebe Ter Apelkanaal
Winschoten BT Coop Zuivelfabriek (Grachtstraat)
Provincie Friesland
Achtkarspelen Gerkesklooster
Bolsward De Wymerts/Industriepark/De Marne
Gaasterlan-Sleat Grasdrogerij Harich
Harlingen Havenkwartier
Lemsterland Buitengaats-Lemmer Rien
Lemsterland Novac
Opsterland Stork Gorredijk
Skarterlan Nestle Scharsterbrug
Smallingerland Grasdrogerij Opeinde
Sneek Pasveer
Weststellingswerf Wolvega "De Takomst"
Wymbritseradiel Heeg Osingahuizen
Provincie Drenthe
Coevorden Leeuwerikenveld
Gasselte Avebe Oostermoer
Hoogeveen Venesluis D.O.C.
Roden Crossterrein Steenbergerveld
Provincie Overijssel
Almelo J&I ten Cate
Gramsbergen De Krim
Ommen Gascompressorstation Vilsteren
Provincie Gelderland
Brummen Eerbeek-Zuid
Vorden Gems Metaalwerken BV
Provincie Utrecht
Utrecht Hooggelegen
Provincie Noord-Holland
Amsterdam Landlust
Amsterdam Zijkanaal (Cylinderstraat)
Den Helder Nieuw Diep/Visafslag
Diemen Una-Centrale, Trafostation Maxis
Edam-Volendam Oorgat
Uitgeest Melksuikerfabriek en Skelterbaan
Zaanstad Oostzijde
Zaanstad Van der Molen te Zaandam
Zaanstad Wed. K. Brouwer BV
Provincie Zuid-Holland
Giessenlanden Van Kessel
Gorinchem Avelingen-Oost
Hardinxveld-Giessendam Nieuweweg
Papendrecht Nieuwland
Papendrecht Westeind 117/195
Rotterdam Laurensplaats
Sliedrecht J. Boer
Zoetermeer Nutricia
Wassenaar Menken van Grieken
Provincie Zeeland
Goes Lewedorp
Kapelle Smokkelhoek
Kortgene Groenvoerdrogerij J.G. Timmermans
Oostburg Havengebied/Deltahoek Breskens
Oostburg Risseeuw Groede
Vlissingen De Schelde/Buitenhaven
Westerschouwen Krijger Renesse
Provincie Noord-Brabant
Breda RWZI Nieuwveer
Eersel Motorcrossterrein Ketelberg
Eindhoven DMV Campina
Eindhoven Philips Comlex T
Grave Grave
Raamsdonk Scheepswerf De Donge
Vierlingsbeek Havens Maashees
Wanroij DMV Campina
Zevenbergen Bloemendaalse Zeedijk
Provincie Limburg
Eijsden Zinkwit
Maastricht Boschpoort
Meerssen Weert (KNP)
Roerdalen Heide Roerstreek
Roermond Willem Alexander
Simpelveld Bochholtzerweg
Stein L'Ortye Steenbrekerij/Zeverij
Vlodrop Vekoma
Weert Fatima
Weert Doolhof/Leuken Noord + 2 terreinen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.