Besluit van 11 maart 1991, ter uitvoering van artikel 1157 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 18 juli 1990, Stafafdeling Wetgeving Nieuw Burgerlijk Wetboek nr. 24355/690;
Gelet op artikel 1157 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
De Raad van State gehoord (advies van 10 september 1990, nr. W03.90.0336);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 28 februari 1991, Stafafdeling Wetgeving Nieuw Burgerlijk Wetboek, nr. 46944/91/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
De schadevergoeding die de vervoerder mogelijkerwijs verschuldigd is in geval van vertraging van een reiziger en verlies, beschadiging of vertraging van diens bagage, is beperkt tot een bedrag van € 1 000.
De schadevergoeding die de vervoerder mogelijkerwijs is verschuldigd uit hoofde van artikel 1147 van boek 8 van het Burgerlijk Wetboek is beperkt tot een bedrag van € 137 000 per reiziger.
In het geval dat de schadeloosstelling wordt bepaald in de vorm van een rente mag het gekapitaliseerde bedrag een bedrag van € 137 000 per reiziger niet te boven gaan.
Artikel 2
Het besluit van 15 juli 1983, Stb. 352, wordt ingetrokken.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek in werking treedt.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.