Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 6 februari 2001, houdende vaststelling van de regels rond het recht op een bijzonder militair invaliditeitspensioen vanaf het bereiken van de leeftijd van 65 jaar en op bijzonder militair nabestaandenpensioen (Besluit bijzondere militaire pensioenen)

10 versions · 2018-11-24
2018-11-24
Besluit bijzondere militaire pensioenen — arts. 5, 6, 11 y 6 más
2017-01-01
Besluit bijzondere militaire pensioenen — arts. 5, 5, 6 y 15 más
2015-01-01
Besluit bijzondere militaire pensioenen — arts. 5, 6, 11 y 6 más
2014-07-05
Besluit bijzondere militaire pensioenen — arts. 5, 6, 11 y 6 más
2012-06-01
Besluit bijzondere militaire pensioenen
2012-04-01
Besluit bijzondere militaire pensioenen — arts. 3, 3, 5 y 17 más
2007-07-01
Besluit bijzondere militaire pensioenen
2007-01-01
Besluit bijzondere militaire pensioenen — arts. 3, 5, 6 y 9 más

Wijzigingen op 2007-01-01

@@ -50,7 +50,7 @@
1. De militair met een recht op invaliditeitspensioen heeft recht op een bijzondere invaliditeitsverhoging van:
- a. 40 procent van de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01) bedoelde berekeningsgrondslag indien de mate van invaliditeit waaraan dat recht op pensioen wordt ontleend 100 procent bedraagt,
- a. 40 procent van de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01) bedoelde berekeningsgrondslag indien de mate van invaliditeit waaraan dat recht op pensioen wordt ontleend 100 procent bedraagt,
- b. 30 procent van die berekeningsgrondslag indien die mate van invaliditeit ten minste 80 maar minder dan 100 procent bedraagt,
@@ -102,7 +102,7 @@
##### Artikel 5. Uitkering bij overlijden
1. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de rechthebbende op invaliditeitspensioen wordt aan de partner van wie hij niet duurzaam gescheiden leefde een uitkering toegekend ten bedrage van het pensioen, zoals dat na toepassing van [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=3&z=2002-01-01&g=2002-01-01) en met voorbijgaan aan [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), over een tijdvak van twee maanden op het overlijdensmoment kan worden vastgesteld. De uitkering bij overlijden op het in [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), bedoelde ouderdomspensioen en de daarop te verlenen toeslagen wordt op het gevonden bedrag in mindering gebracht.
1. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de rechthebbende op invaliditeitspensioen wordt aan de partner van wie hij niet duurzaam gescheiden leefde een uitkering toegekend ten bedrage van het pensioen, zoals dat na toepassing van [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01) en met voorbijgaan aan [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), over een tijdvak van twee maanden op het overlijdensmoment kan worden vastgesteld. De uitkering bij overlijden op het in [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), bedoelde ouderdomspensioen en de daarop te verlenen toeslagen wordt op het gevonden bedrag in mindering gebracht.
2. Bij ontstentenis van een partner als bedoeld in het eerste lid komt de overlijdensuitkering toe aan de wezen die ingevolge dit besluit aan het overlijden recht op wezenpensioen kunnen ontlenen.
@@ -118,7 +118,7 @@
1. De nabestaanden van de militair die is overleden tengevolge van verwonding, ziekten of gebreken als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het besluit AO/IP, de nabestaanden van een rechthebbende op invaliditeitspensioen krachtens dit besluit of krachtens de artikelen [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012223&artikel=7) of [11 van het besluit AO/IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012223&artikel=11) of van een militair of gewezen militair die, ware hij niet overleden, recht op een zodanig pensioen zou hebben kunnen doen gelden, hebben te rekenen van de dag volgende op diens overlijden recht op partner- of wezenpensioen.
2. De in het eerste lid bedoelde pensioenen worden afgeleid van een invaliditeitspensioen zoals dat, zonder toepassing van de in [het tweede en derde lid van artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01) bedoelde kortingen en zonder de bijzondere invaliditeitsverhoging, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=3&z=2002-01-01&g=2002-01-01), ingevolge dit besluit kan worden vastgesteld,
2. De in het eerste lid bedoelde pensioenen worden afgeleid van een invaliditeitspensioen zoals dat, zonder toepassing van de in [het tweede en derde lid van artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01) bedoelde kortingen en zonder de bijzondere invaliditeitsverhoging, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01), ingevolge dit besluit kan worden vastgesteld,
- a. naar een mate van invaliditeit met dienstverband van 100 procent indien er verband bestaat tussen het overlijden en de verwonding, ziekten of gebreken die tot het recht op invaliditeitspensioen hebben of zouden hebben geleid, of
@@ -126,17 +126,17 @@
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt, voor zolang niets anders vaststaat, vermissing in de uitoefening van de militaire dienst of tengevolge van bijzondere omstandigheden die zich bij de uitoefening van die dienst hebben voorgedaan, gelijkgesteld met een overlijden als bedoeld in het tweede lid, onder a, en vermissing onder andere omstandigheden gelijkgesteld met een overlijden als bedoeld in het tweede lid, onder b.
4. Het recht op pensioen ingevolge dit artikel wordt tot het in [artikel 7, derde lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=7&z=2002-01-01&g=2002-01-01), bedoelde moment opgeschort indien de belanghebbende uit hoofde van dezelfde dienstverhouding ingevolge dat artikel recht heeft op een hoger pensioen.
4. Het recht op pensioen ingevolge dit artikel wordt tot het in [artikel 7, derde lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=7&z=2007-01-01&g=2007-01-01), bedoelde moment opgeschort indien de belanghebbende uit hoofde van dezelfde dienstverhouding ingevolge dat artikel recht heeft op een hoger pensioen.
##### Artikel 7. Het recht op tijdelijk verhoogd partner- of wezenpensioen
1. De nabestaanden van de militair die is overleden tengevolge van verwonding, ziekten of gebreken als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, van het Besluit AO/IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012223&artikel=2), de nabestaanden van een rechthebbende op verhoogd arbeidsongeschiktheidspensioen ingevolge [artikel 3, vijfde lid, van dat besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012223&artikel=3) of van een militair of gewezen militair die, ware hij niet overleden, recht op een zodanig pensioen zou hebben kunnen doen gelden, hebben, indien diens overlijden in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de hem opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, te rekenen van de dag volgende op dat overlijden recht op tijdelijk partner- of wezenpensioen.
2. De in het eerste lid bedoelde tijdelijke pensioenen worden afgeleid van een invaliditeitspensioen zoals dat, zonder toepassing van de in [het tweede en derde lid van artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01) bedoelde kortingen en zonder de bijzondere invaliditeitsverhoging, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=3&z=2002-01-01&g=2002-01-01), naar een mate van invaliditeit met dienstverband van 90,02 procent ingevolge dit besluit kan worden vastgesteld.
2. De in het eerste lid bedoelde tijdelijke pensioenen worden afgeleid van een invaliditeitspensioen zoals dat, zonder toepassing van de in [het tweede en derde lid van artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01) bedoelde kortingen en zonder de bijzondere invaliditeitsverhoging, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01), naar een mate van invaliditeit met dienstverband van 90,02 procent ingevolge dit besluit kan worden vastgesteld.
3. Het recht op pensioen ingevolge dit artikel vervalt:
- a. indien de belanghebbende uit hoofde van dezelfde dienstverhouding ingevolge [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=6&z=2002-01-01&g=2002-01-01) recht heeft op een hoger pensioen en
- a. indien de belanghebbende uit hoofde van dezelfde dienstverhouding ingevolge [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=6&z=2007-01-01&g=2007-01-01) recht heeft op een hoger pensioen en
- b. met ingang van de maand waarin de militair aan wiens overlijden het wordt ontleend de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt.
@@ -156,7 +156,7 @@
##### Artikel 9. Het bedrag van het partnerpensioen
1. Het partnerpensioen en het tijdelijk partnerpensioen bedragen vijf zevende gedeelten van het invaliditeitspensioen, zoals dat ingevolge de[artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=6&z=2002-01-01&g=2002-01-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=7&z=2002-01-01&g=2002-01-01) en [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=8&z=2002-01-01&g=2002-01-01) kan worden vastgesteld.
1. Het partnerpensioen en het tijdelijk partnerpensioen bedragen vijf zevende gedeelten van het invaliditeitspensioen, zoals dat ingevolge de[artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=6&z=2007-01-01&g=2007-01-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=7&z=2007-01-01&g=2007-01-01) en [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=8&z=2007-01-01&g=2007-01-01) kan worden vastgesteld.
2. Op het partnerpensioen en het tijdelijk partnerpensioen wordt zoveel procent van de Anw-uitkering of het AOW-pensioen van de rechthebbende in mindering gebracht als de te hanteren mate van invalidteit met dienstverband beloopt.
@@ -168,7 +168,7 @@
##### Artikel 10. Het bedrag van het wezenpensioen
1. Het wezenpensioen en het tijdelijk wezenpensioen bedragen van het in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=9&z=2002-01-01&g=2002-01-01), bedoelde invaliditeitspensioen:
1. Het wezenpensioen en het tijdelijk wezenpensioen bedragen van het in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=9&z=2007-01-01&g=2007-01-01), bedoelde invaliditeitspensioen:
- a. indien aan hetzelfde overlijden door de verzorger van de wees recht op een partnerpensioen of tijdelijk partnerpensioen, dan wel recht op een bijzonder partnerpensioen ingevolge dit besluit of het pensioenreglement wordt ontleend, een zevende gedeelte en,
@@ -186,7 +186,7 @@
##### Artikel 11. Garantiepensioen voor nabestaanden
Voor de nabestaanden van de dienstplichtige of reservist bedragen de in de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=9&z=2002-01-01&g=2002-01-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=10&z=2002-01-01&g=2002-01-01) bedoelde pensioenen niet minder dat het nabestaandenpensioen dat zou kunnen worden vastgesteld indien dat met gebruikmaking van de geldende berekeningsbreuk rechtstreeks werd afgeleid van het in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=4&z=2002-01-01&g=2002-01-01) bedoelde garantiepensioen.
Voor de nabestaanden van de dienstplichtige of reservist bedragen de in de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=9&z=2007-01-01&g=2007-01-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=10&z=2007-01-01&g=2007-01-01) bedoelde pensioenen niet minder dat het nabestaandenpensioen dat zou kunnen worden vastgesteld indien dat met gebruikmaking van de geldende berekeningsbreuk rechtstreeks werd afgeleid van het in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01) bedoelde garantiepensioen.
#### Paragraaf 4. Gemeenschappelijke bepalingen
@@ -194,7 +194,7 @@
1. De berekeningsgrondslagen worden overeenkomstig hoofdstuk 12 van het pensioenreglement aangepast aan de algemene bezoldigingswijzigingen van het overheidspersoneel. De invaliditeitspensioenen, bijzondere invaliditeitsverhogingen en de van de invaliditeitspensioenen af te leiden nabestaandenpensioenen worden aan de hand van die aangepaste berekeningsgrondslagen nader vastgesteld.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de bedragen, bedoeld in [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), [artikel 9, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=9&z=2002-01-01&g=2002-01-01), en [artikel 10, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=10&z=2002-01-01&g=2002-01-01).
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de bedragen, bedoeld in [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), [artikel 9, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=9&z=2007-01-01&g=2007-01-01), en [artikel 10, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=10&z=2007-01-01&g=2007-01-01).
3. Indien de bedragen aan AOW-pensioen of Anw-uitkering worden gewijzigd als gevolg van een wijziging van het netto-minimumloon, zoals voorzien in [artikel 9 van de AOW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=9) en de artikelen [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795&artikel=17), [25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795&artikel=25), [29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795&artikel=29) en [31 van de Anw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795&artikel=31), worden de kortingen die van dat pensioen of die uitkering afhankelijk zijn aan de gewijzigde bedragen aangepast.
@@ -208,7 +208,7 @@
4. In afwijking van het tweede lid bepaalt Onze Minister de ingangsdatum van een nabestaandenpensioen bij vermissing.
5. Bij de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van bedragen die overeenkomstig [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=4&artikel=12&z=2002-01-01&g=2002-01-01) en de daaraan voorafgaande vergelijkbare regels zijn gebracht op het niveau van het moment van toekenning.
5. Bij de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van bedragen die overeenkomstig [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=4&artikel=12&z=2007-01-01&g=2007-01-01) en de daaraan voorafgaande vergelijkbare regels zijn gebracht op het niveau van het moment van toekenning.
##### Artikel 14. Einde
@@ -242,7 +242,7 @@
- 2e. als berekeningsgrondslag aangemerkt de pensioen- of berekeningsgrondslag die onder de werking van de in het eerste lid bedoelde wetten en regelingen laatstelijk is of zou zijn gehanteerd voor de vaststelling van een invaliditeitsverhoging of invaliditeitspensioen, dan wel partner- of wezenpensioen;
- 3e. [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=8&z=2002-01-01&g=2002-01-01) van dit besluit toegepast met gebruikmaking van de beslissingen die krachtens vergelijkbare voorschriften uit de in het eerste lid bedoelde wetten en regelingen zijn genomen.
- 3e. [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=8&z=2007-01-01&g=2007-01-01) van dit besluit toegepast met gebruikmaking van de beslissingen die krachtens vergelijkbare voorschriften uit de in het eerste lid bedoelde wetten en regelingen zijn genomen.
##### Artikel 17
@@ -250,7 +250,7 @@
- 1e. invaliditeit met dienstverband vastgesteld naar de inhoud van artikel E 11 van de Algemene militaire pensioenwet, zoals die voor 1 januari 1998 gold, indien de verwonding, ziekten of gebreken waaraan een recht op invaliditeitspensioen of een recht op nabestaandenpensioen kan worden ontleend voor 1 januari 1998 zijn ontstaan;
- 2e. Indien het recht op invaliditeitspensioen wordt ontleend aan een met een voor 1 januari 1986 liggend ontslag afgesloten periode van militaire dienst, de in artikel III, onderdeel B, van de Wet invoering franchisesysteem militaire pensioenen bedoelde rechten daaronder begrepen, de in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), bedoelde korting vastgesteld op zoveel maal 0,8 procent als de mate van invaliditeit met dienstverband beloopt, of, indien tevens recht bestaat op een aan dezelfde militaire dienstverhouding te ontlenen ouderdomspensioen ingevolge het pensioenreglement en dat in totaliteit tot een hoger percentage leidt, voor elk vol jaar van de voor de berekening van dat ouderdomspensioen in aanmerking te nemen diensttijd 2 procent en voor elke resterende maand daarvan 1/6 procent;
- 2e. Indien het recht op invaliditeitspensioen wordt ontleend aan een met een voor 1 januari 1986 liggend ontslag afgesloten periode van militaire dienst, de in artikel III, onderdeel B, van de Wet invoering franchisesysteem militaire pensioenen bedoelde rechten daaronder begrepen, de in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), bedoelde korting vastgesteld op zoveel maal 0,8 procent als de mate van invaliditeit met dienstverband beloopt, of, indien tevens recht bestaat op een aan dezelfde militaire dienstverhouding te ontlenen ouderdomspensioen ingevolge het pensioenreglement en dat in totaliteit tot een hoger percentage leidt, voor elk vol jaar van de voor de berekening van dat ouderdomspensioen in aanmerking te nemen diensttijd 2 procent en voor elke resterende maand daarvan 1/6 procent;
- 3e. op aanvraag van de rechthebbende bij de vaststelling van de onder 2e bedoelde korting dat deel van het AOW-pensioen buiten beschouwing gelaten waarop recht is verkregen door vrijwillige premiebetaling in de zin van die wet;
@@ -258,39 +258,39 @@
- 5e. indien het recht op een bijzondere invaliditeitsverhoging wordt ontleend aan een met een voor 1 januari 1998 liggend ontslag afgesloten periode van militaire dienst, dat recht uitsluitend getoets aan de inhoud van de artikelen E 8, E 9, F 8 en F 9 van de Algemene militaire pensioenwet of de daarmee vergelijkbare artikelen in een vroegere militaire pensioenwet, bedoeld in [artikel A 1, onder j, van die wet](onbekend), zoals die artikelen laatstelijk voor intrekking hebben geluid;
- 6e. indien het recht op partner- of wezenpensioen wordt ontleend aan invaliditeit die is ontstaan in een voor 1 januari 1986 met ontslag beëindigd dienstverband, of aan een overlijden in actieve dienst voor die datum, de in [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=9&z=2002-01-01&g=2002-01-01), en [10, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=10&z=2002-01-01&g=2002-01-01), omschreven kortingen vastgesteld zoals hiervoor onder 2e, 3e en 4e bedoeld, met dien verstande dat daar waar het recht op pensioen wordt ontleend aan een overlijden tussen 31 december 1965 en 1 januari 1996 het aan invaliditeit met dienstverband te relateren kortingspercentage, voor de onder 2e bedoelde afweging, tot een maximum van 80 wordt vastgesteld op tien zevende gedeelten daarvan;
- 6e. indien het recht op partner- of wezenpensioen wordt ontleend aan invaliditeit die is ontstaan in een voor 1 januari 1986 met ontslag beëindigd dienstverband, of aan een overlijden in actieve dienst voor die datum, de in [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=9&z=2007-01-01&g=2007-01-01), en [10, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=10&z=2007-01-01&g=2007-01-01), omschreven kortingen vastgesteld zoals hiervoor onder 2e, 3e en 4e bedoeld, met dien verstande dat daar waar het recht op pensioen wordt ontleend aan een overlijden tussen 31 december 1965 en 1 januari 1996 het aan invaliditeit met dienstverband te relateren kortingspercentage, voor de onder 2e bedoelde afweging, tot een maximum van 80 wordt vastgesteld op tien zevende gedeelten daarvan;
- 7e. het recht op tijdelijk nabestaandenpensioen uitsluitend verleend indien de militair na 31 december 1997 is overleden;
- 8e. de toepassing van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=4&z=2002-01-01&g=2002-01-01) en [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=11&z=2002-01-01&g=2002-01-01) uitsluitend gereserveerd voor situaties waarin de invaliditeit met dienstverband waaraan het recht op pensioen kan worden ontleend na 31 december 1997 is ontstaan, tenzij op die datum recht bestond op een pensioen als bedoeld in artikel E 3, eerste lid, onder c, van de Algemene militaire pensioenwet, zoals dat artikel op dat moment luidde, dan wel een naar diensttijd berekend pensioen ter zake van ziekten of gebreken krachtens een vroegere militaire pensioenwet in de zin van [artikel A 1, onder j, van die wet](onbekend);
- 9e. indien de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=4&z=2002-01-01&g=2002-01-01) en [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=11&z=2002-01-01&g=2002-01-01) worden toegepast op grond van de onder 8e bedoelde uitzondering, gerekend met de diensttijd die voor de vaststelling van het daar bedoelde recht in aanmerking werd genomen;
- 10e. indien de belanghebbende op de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt uitsluitend recht heeft op het pensioen, bedoeld in [artikel 19, onder 5e, van het Besluit AO/IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012223&artikel=19), dat pensioen tot hetzelfde bedrag toegekend, waarbij het voor de korting, bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), alsmede de toepassing van het onder 2e, 3e en 4e gestelde, geacht wordt te zijn berekend naar 4 voor 1 januari 1986 liggende dienstjaren en het in verband met de toepassing van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=4&artikel=12&z=2002-01-01&g=2002-01-01) geacht wordt te zijn berekend naar de in [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), bedoelde minimumpensioengrondslag;
- 11e. bij overlijden van een onder 10e bedoelde pensioengerechtigde zijn pensioen beschouwd als het invaliditeitspensioen, bedoeld in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=9&z=2002-01-01&g=2002-01-01), en [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=10&z=2002-01-01&g=2002-01-01), waarbij voor de vaststelling van de korting, bedoeld in [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=9&z=2002-01-01&g=2002-01-01), en [artikel 10, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=10&z=2002-01-01&g=2002-01-01), wordt gehandeld overeenkomstig het onder 2e, 3e en 4e gestelde.
- 8e. de toepassing van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01) en [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=11&z=2007-01-01&g=2007-01-01) uitsluitend gereserveerd voor situaties waarin de invaliditeit met dienstverband waaraan het recht op pensioen kan worden ontleend na 31 december 1997 is ontstaan, tenzij op die datum recht bestond op een pensioen als bedoeld in artikel E 3, eerste lid, onder c, van de Algemene militaire pensioenwet, zoals dat artikel op dat moment luidde, dan wel een naar diensttijd berekend pensioen ter zake van ziekten of gebreken krachtens een vroegere militaire pensioenwet in de zin van [artikel A 1, onder j, van die wet](onbekend);
- 9e. indien de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01) en [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=11&z=2007-01-01&g=2007-01-01) worden toegepast op grond van de onder 8e bedoelde uitzondering, gerekend met de diensttijd die voor de vaststelling van het daar bedoelde recht in aanmerking werd genomen;
- 10e. indien de belanghebbende op de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt uitsluitend recht heeft op het pensioen, bedoeld in [artikel 19, onder 5e, van het Besluit AO/IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012223&artikel=19), dat pensioen tot hetzelfde bedrag toegekend, waarbij het voor de korting, bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), alsmede de toepassing van het onder 2e, 3e en 4e gestelde, geacht wordt te zijn berekend naar 4 voor 1 januari 1986 liggende dienstjaren en het in verband met de toepassing van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=4&artikel=12&z=2007-01-01&g=2007-01-01) geacht wordt te zijn berekend naar de in [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), bedoelde minimumpensioengrondslag;
- 11e. bij overlijden van een onder 10e bedoelde pensioengerechtigde zijn pensioen beschouwd als het invaliditeitspensioen, bedoeld in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=9&z=2007-01-01&g=2007-01-01), en [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=10&z=2007-01-01&g=2007-01-01), waarbij voor de vaststelling van de korting, bedoeld in [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=9&z=2007-01-01&g=2007-01-01), en [artikel 10, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=10&z=2007-01-01&g=2007-01-01), wordt gehandeld overeenkomstig het onder 2e, 3e en 4e gestelde.
##### Artikel 18
1. Op de op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit ten laste van Onze Minister komende wettelijke nabestaandenpensioenen die niet direct zijn afgeleid van een pensioen- of berekeningsgrondslag, van een naar invaliditeit met dienstverband of naar diensttijd berekend pensioen, dan wel van een pensioen, als bedoeld in [artikel 17, onder 10e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=5&artikel=17&z=2002-01-01&g=2002-01-01), blijven voor de verdere looptijd daarvan de bepalingen van toepassing die dat pensioen op die datum beheersten.
2. Een bijzonder partnerpensioen dat op grond van artikel 22, vierde lid, van het Besluit bijzondere voorzieningen militair nabestaandenpensioen ten laste van Onze Minister komt, wordt, zodra dat artikel is ingetrokken, voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld met een bijzonder partnerpensioen in de zin van het pensioenreglement. Het betreffende pensioen wordt voor de verdere looptijd daarvan geacht te zijn toegekend op grond van dit besluit. De inhoud van artikel H 3 van de Algemene militaire pensioenwet, zoals dat op 31 december 1995 luidde, blijft op dat bijzondere nabestaandenpensioen van toepassing. De in [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=9&z=2002-01-01&g=2002-01-01), bedoelde korting wordt vervangen door de krachtens dat vierde lid vast te stellen korting.
3. Een weduwenpensioen, toegekend krachtens een vroegere militaire pensioenwet, zoals genoemd in artikel A 1, onder j, van de Algemene militaire pensioenwet, zoals die wet voor intrekking luidde, waarvan het recht op uitbetaling is vervallen in verband met een volgend huwelijk en dat bij toepassing van de voormalige artikelen Y 14a van de Algemene militaire pensioenwet of 22, zesde lid van het Besluit bijzondere voorzieningen militair nabestaandenpensioen ten laste van Onze Minister zou zijn gekomen en bij de vaststelling waarvan invaliditeit met dienstverband een rol speelt, kan op aanvraag van de weduwe opnieuw worden toegekend naar de bepalingen van dit besluit. [Artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=8&z=2002-01-01&g=2002-01-01), is op dat pensioen van toepassing.
1. Op de op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit ten laste van Onze Minister komende wettelijke nabestaandenpensioenen die niet direct zijn afgeleid van een pensioen- of berekeningsgrondslag, van een naar invaliditeit met dienstverband of naar diensttijd berekend pensioen, dan wel van een pensioen, als bedoeld in [artikel 17, onder 10e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=5&artikel=17&z=2007-01-01&g=2007-01-01), blijven voor de verdere looptijd daarvan de bepalingen van toepassing die dat pensioen op die datum beheersten.
2. Een bijzonder partnerpensioen dat op grond van artikel 22, vierde lid, van het Besluit bijzondere voorzieningen militair nabestaandenpensioen ten laste van Onze Minister komt, wordt, zodra dat artikel is ingetrokken, voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld met een bijzonder partnerpensioen in de zin van het pensioenreglement. Het betreffende pensioen wordt voor de verdere looptijd daarvan geacht te zijn toegekend op grond van dit besluit. De inhoud van artikel H 3 van de Algemene militaire pensioenwet, zoals dat op 31 december 1995 luidde, blijft op dat bijzondere nabestaandenpensioen van toepassing. De in [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=9&z=2007-01-01&g=2007-01-01), bedoelde korting wordt vervangen door de krachtens dat vierde lid vast te stellen korting.
3. Een weduwenpensioen, toegekend krachtens een vroegere militaire pensioenwet, zoals genoemd in artikel A 1, onder j, van de Algemene militaire pensioenwet, zoals die wet voor intrekking luidde, waarvan het recht op uitbetaling is vervallen in verband met een volgend huwelijk en dat bij toepassing van de voormalige artikelen Y 14a van de Algemene militaire pensioenwet of 22, zesde lid van het Besluit bijzondere voorzieningen militair nabestaandenpensioen ten laste van Onze Minister zou zijn gekomen en bij de vaststelling waarvan invaliditeit met dienstverband een rol speelt, kan op aanvraag van de weduwe opnieuw worden toegekend naar de bepalingen van dit besluit. [Artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=3&artikel=8&z=2007-01-01&g=2007-01-01), is op dat pensioen van toepassing.
##### Artikel 19
In afwijking van [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), wordt het invaliditeitspensioen dat wordt ontleend aan een periode van werkelijke dienst die voor 1 januari 1966 met een ontslag is beëindigd berekend naar de mate van invaliditeit met dienstverband die voor de betrokkene laatstelijk is vastgesteld. Op aanvraag van de belanghebbende vindt herkeuring plaats naar de in het [Besluit AO/IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012223) daaromtrent gegeven regels. De uitslag van die herkeuring leidt niet tot een lager invaliditeitspercentage dan het percentage waarnaar het pensioen op het moment van indienen van het verzoek wordt berekend. De invaliditeitspercentages worden daarbij naar boven afgerond op veelvouden van 10. Het invaliditeitspensioen en de bijzondere invaliditeitsverhoging worden met ingang van de dag waarop de aanvraag om herkeuring is ontvangen zo nodig aangepast aan de nieuwe situatie.
In afwijking van [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), wordt het invaliditeitspensioen dat wordt ontleend aan een periode van werkelijke dienst die voor 1 januari 1966 met een ontslag is beëindigd berekend naar de mate van invaliditeit met dienstverband die voor de betrokkene laatstelijk is vastgesteld. Op aanvraag van de belanghebbende vindt herkeuring plaats naar de in het [Besluit AO/IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012223) daaromtrent gegeven regels. De uitslag van die herkeuring leidt niet tot een lager invaliditeitspercentage dan het percentage waarnaar het pensioen op het moment van indienen van het verzoek wordt berekend. De invaliditeitspercentages worden daarbij naar boven afgerond op veelvouden van 10. Het invaliditeitspensioen en de bijzondere invaliditeitsverhoging worden met ingang van de dag waarop de aanvraag om herkeuring is ontvangen zo nodig aangepast aan de nieuwe situatie.
##### Artikel 20
Indien een lopend invaliditeits- of nabestaandenpensioen krachtens een vroegere regeling is omgezet naar een vergelijkbaar pensioen ingevolge dit besluit, en dat pensioen, verhoogd met het pensioen waarop in verband met dezelfde dienstverhouding ingevolge het pensioenreglement recht bestaat, een lager bruto totaalbedrag oplevert dan dat waarop voor die omzetting recht bestond, heeft de belanghebbende recht op een toeslag ten bedrage van het verschil. De betreffende toeslag behoort voor de toepassing van de [artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=5&z=2002-01-01&g=2002-01-01) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=4&artikel=12&z=2002-01-01&g=2002-01-01) tot het pensioen.
Indien een lopend invaliditeits- of nabestaandenpensioen krachtens een vroegere regeling is omgezet naar een vergelijkbaar pensioen ingevolge dit besluit, en dat pensioen, verhoogd met het pensioen waarop in verband met dezelfde dienstverhouding ingevolge het pensioenreglement recht bestaat, een lager bruto totaalbedrag oplevert dan dat waarop voor die omzetting recht bestond, heeft de belanghebbende recht op een toeslag ten bedrage van het verschil. De betreffende toeslag behoort voor de toepassing van de [artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=2&artikel=5&z=2007-01-01&g=2007-01-01) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012222&paragraaf=4&artikel=12&z=2007-01-01&g=2007-01-01) tot het pensioen.
#### Paragraaf 6. Andere voorzieningen in verband met de invaliditeit met dienstverband
##### Artikel 21. Voorzieningen en verstrekkingen
In aanvulling op de bij of krachtens de [Wet voorzieningen gehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006169) en de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) gestelde regels, kan Onze Minister ten behoeve van de krachtens dit besluit gepensioneerde militair, die lijdt aan een ziekte of gebrek waarvoor in de zin van [artikel 2, derde lid, van het Besluit AO/IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012223&artikel=2), verband met de uitoefening van de militaire dienst is aangenomen, nadere en zonodig afwijkende regels stellen op grond waarvan genoemde gepensioneerde militairen in aanmerking kunnen worden gebracht voor, naar het oordeel van Onze Minister, noodzakelijke voorzieningen ter verbetering van de levensomstandigheden en geneeskundige verstrekkingen. De door Onze Minister krachtens dit artikel te stellen regels mogen niet afwijken ten nadele van de belanghebbenden.
In aanvulling op de bij of krachtens de [Wet maatschappelijke ondersteuning](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020031) en de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) gestelde regels, kan Onze Minister ten behoeve van de krachtens dit besluit gepensioneerde militair, die lijdt aan een ziekte of gebrek waarvoor in de zin van [artikel 2, derde lid, van het Besluit AO/IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012223&artikel=2), verband met de uitoefening van de militaire dienst is aangenomen, nadere en zonodig afwijkende regels stellen op grond waarvan genoemde gepensioneerde militairen in aanmerking kunnen worden gebracht voor, naar het oordeel van Onze Minister, noodzakelijke voorzieningen ter verbetering van de levensomstandigheden en geneeskundige verstrekkingen. De door Onze Minister krachtens dit artikel te stellen regels mogen niet afwijken ten nadele van de belanghebbenden.
#### Paragraaf 7. Slotbepalingen
2002-01-01
Besluit bijzondere militaire pensioenen — arts. 1, 2, 3 y 24 más
2002-01-01
Besluit bijzondere militaire pensioenen
original version Tekst op deze datum