← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling ter uitvoering van de artikelen 1, onderdeel e, 2, 9, 20, 26 en 38 van het Besluit spoorverkeer (Regeling spoorverkeer)

Geldende tekst a fecha 2021-04-01

Gelet op artikelen 1, onderdeel e, 2, 9, 20, 26 en 38 van het Besluit spoorverkeer;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit spoorverkeer in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Remvoorschriften

§ 1. Algemene bepaling

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3
1.

Indien een spoorvoertuig is voorzien van zandstrooiers worden deze gebruikt overeenkomstig de geldende paragrafen en aanhangsels van de TSI Exploitatie en verkeersleiding.

2.

Onverminderd het eerste lid vermijdt de bestuurder indien mogelijk het gebruik van zandstrooiers op spoorstroomkringen die overwegen of overpaden activeren.

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

§ 2. Rembeproeving

Artikel 6

Vervallen

Hoofdstuk 3. Maximumsnelheid treinen

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

De noodremmingsprestaties van treinen zijn zodanig dat treinen op een dalende helling van 5 promille tot stilstand kunnen worden gebracht binnen de hierna genoemde maximaal toegestane remwegen:

Treinsnelheid Maximaal toegestane remweg
Vmax ≤ 40 km/u 400 m
40 < Vmax ≤ 60 km/u 500 m
60 < Vmax ≤ 80 km/u 800 m
80 < Vmax ≤ 130 km/u 1.000 m
130 < Vmax ≤ 160 km/u 1.150 m
Artikel 9

Vervallen

§ 2. Remgewicht

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

Vervallen

§ 3. Treingewicht

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17

Vervallen

§ 4. Bijzondere beremmingsvoorschriften

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19

Vervallen

§ 5. Kranen en krukken

Artikel 20

Vervallen

Artikel 21

Vervallen

Artikel 22

Vervallen

Hoofdstuk 4. Seinen

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 23
1.

De beheerder draagt zorg voor de plaatsing en de bediening van de vaste seinen in en nabij hoofdspoorwegen.

2.

De seinen worden op een zodanige wijze geplaatst en bediend dat op veilige wijze van de hoofdspoorweg gebruik kan worden gemaakt.

3.

De beheerder, gehoord de spoorwegondernemingen en de Minister, stelt interne richtlijnen vast voor de veiligheidskritische handelingen van de treindienstleider bij de bediening van seinen die de handelwijze van de bestuurder raken.

4.

Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de bediening van ETCS-cabineseinen, met dien verstande dat ETCS-cabineseinen door de beheerder worden bediend door het versturen van informatie.

Artikel 24
1.

De aard, uitvoering en betekenis van de seinen anders dan ETCS-cabineseinen zijn opgenomen in bijlage 4.

2.

De aard, uitvoering en betekenis van ETCS-cabineseinen zijn opgenomen in het document, genoemd in aanhangsel A van de TSI Exploitatie en verkeersleiding.

3.

In aanvulling op aanhangsel A van de TSI Exploitatie en verkeersleiding is het in de punten 5.1.6 en 5.31.2 van het document, genoemd in dat aanhangsel, met betrekking tot het ETCS niveau 1 met seinen bepaalde van overeenkomstige toepassing op het ETCS niveau 2 met seinen.

§ 2. Plaatsing van seinen

Artikel 25
1.

Op hoofdspoorwegen waar de ter plaatse toegestane snelheid hoger is dan 40 kilometer per uur worden in ieder geval:

beveiligd door seinen die tenminste rood licht kunnen uitstralen of door ETCS.

2.

Op sporen waar de in het eerste lid bedoelde plaatsen met een snelheid van ten hoogste 40 kilometer per uur worden genaderd, mag de beveiliging ook bestaan uit een daarvoor geplaatst vast sein, dat de bestuurder gebiedt te stoppen.

3.

De Minister kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 26
1.

Seinen worden geplaatst rechts naast of boven het spoor waarvoor zij zijn bestemd.

2.

In afwijking van het eerste lid mogen seinen links naast het spoor worden geplaatst, indien de situatie ter plaatse dit noodzakelijk maakt en dit geen nadelige invloed heeft op de veiligheid van het spoorverkeer.

3.

Seinen worden zodanig geplaatst of van zodanige aanduidingen voorzien, dat het voor de bestuurder duidelijk is welke seinen voor het door hem bereden spoor bestemd zijn.

Artikel 27

Seinen zijn voor de bestuurder zodanig zichtbaar dat hij afhankelijk van de plaatselijk toegestane maximumsnelheid in staat is die tijdig waar te nemen en daarop op passende wijze te reageren.

§ 3. Onderling verband

Artikel 28
1.

Tussen een wissel en een daarvoor ingevolge artikel 25, eerste lid, geplaatst sein bestaat een zodanig verband dat als dit sein voorbijrijden toestaat, het wissel niet kan worden omgelegd en de juiste stand van de tongen verzekerd is.

2.

Tussen een beweegbare brug en een daarvoor ingevolge artikel 25, eerste lid, geplaatst sein bestaat een zodanig verband dat als dit sein voorbijrijden toestaat, de brug in de juiste stand is vastgelegd.

3.

De Minister kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 29
1.

Indien op hoofdspoorwegen, waar de ten hoogste toegelaten snelheid meer dan 40 kilometer per uur bedraagt, en op door de Minister aangewezen sporen een vast sein of ETCS-cabinesein de bestuurder opdraagt te stoppen, leggen de voorafgaande seinen een zodanige snelheidsvermindering op dat de bestuurder de trein voor dit sein tot stilstand kan brengen.

2.

Indien een vast sein de bestuurder een beperkte snelheid opdraagt, leggen de voorafgaande seinen een zodanige snelheidsvermindering op dat de beperkte snelheid bij dit sein bereikt kan worden.

§ 4. Het opvolgen van seinen

Artikel 30
1.

De bestuurder zet een door een sein opgedragen snelheidsverlaging in, wanneer het eerste spoorvoertuig van de trein dit sein bereikt heeft.

2.

De bestuurder mag een door een sein toegestane snelheidsverhoging uitvoeren, nadat het laatste spoorvoertuig van de trein dit sein of het punt van toegestane snelheidsverhoging gepasseerd is.

Artikel 31
1.

Een door een lichtsein of een ETCS-cabinesein gegeven gebod of toestemming geldt vanaf dit sein totdat de trein het volgende sein heeft bereikt of tot een ander ETCS-cabinesein wordt getoond. De bestuurder neemt hierbij geboden of toestemmingen van specifieke snelheidsborden, zoals opgenomen in bijlage 4, in acht.

2.

Een door lichtsein nummer 214 of bord nummer 317, zoals opgenomen in bijlage 4, gegeven toestemming geldt tot aan het eerstvolgende hoofdsein.

3.

Bij gebruik van een hoofdspoorweg, met een spoorvoertuig waarvan de vergunning voor indienststelling of de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36 respectievelijk 37a van de wet, dan wel het inzetcertificaat, bedoeld in artikel 41, aanhef en onder b, van het besluit, die hoofdspoorweg voor dat voertuig vermeldt als te berijden met het ETCS, geldt in afwijking van het tweede lid, een in dat lid bedoelde toestemming tot het tijdstip waarop een ETCS-cabinesein wordt getoond indien dat tijdstip voor het tijdstip van het passeren van het eerstvolgende hoofdsein is gelegen.

4.

Onverminderd het tweede lid mag de bestuurder, met inachtneming van geboden of toestemmingen van specifieke snelheidsborden, bedoeld in het eerste lid, de snelheid direct verhogen, indien:

5.

Onverminderd het tweede lid mag een bestuurder de snelheid verhogen, indien hij een specifiek snelheidsbord, bedoeld in het eerste lid, voorbijrijdt, dat een hogere snelheid toestaat dan de trein rijdt, en het voorafgaande lichtsein groen licht uitstraalde.

6.

De door een ETCS-cabinesein aangegeven toegestane snelheid treedt, bij gebruik van een hoofdspoorweg met een spoorvoertuig als bedoeld in het derde lid, indien in de ETCS FS-modus wordt gereden, in de plaats van de aangegeven toegestane snelheden door de in bijlage 4 opgenomen seinen nummers 201 tot en met 212 a/b, nummers 217 tot en met 219 en nummers 313 tot en met 316.

7.

De op basis van het zesde lid geldende toegestane snelheid, geldt tot het tijdstip waarop het in punt 6.10 van het document, genoemd in aanhangsel A van de TSI Exploitatie en verkeersleiding bedoelde signaal is getoond of een daarmee overkomend bericht is ontvangen en één of meer van de in het zesde lid genoemde seinen wordt gepasseerd.

8.

Het derde, zesde en zevende lid is niet van toepassing bij gebruik van de hoofdspoorweg, bedoeld in bijlage 1, punt 15, van het Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen.

§ 6. Het passeren van rode seinen

Artikel 32
1.

Wanneer de bestuurder in een hoofdsein, met uitzondering van een P-sein, gedoofd of onjuist licht waarneemt, stopt de bestuurder direct, indien:

In andere dan de onder a tot en met e genoemde gevallen begrenst de bestuurder de snelheid tot 40 kilometer per uur om op elke plaats achter dit sein waar een belemmering voor het verder rijden aanwezig is te kunnen stoppen.

2.

Indien de bestuurder in een P-sein gedoofd of onjuist licht waarneemt, begrenst hij de snelheid tot 40 kilometer per uur om op elke plaats achter dit sein waar een belemmering voor het verder rijden aanwezig is te kunnen stoppen.

3.

Indien de bestuurder in een voorsein gedoofd of onjuist licht waarneemt, dan handelt de bestuurder alsof dit sein overeenkomstig voorsein nummer 219 a/b, zoals opgenomen in bijlage 4, geel licht uitstraalt.

§ 7. Overige bepalingen

Artikel 33
1.

Lichtseinen die rood licht uitstralen mogen alleen voorbijgereden worden, indien de bestuurder van de treindienstleider een aanwijzing stoptonend sein als bedoeld in artikel 36, eerste lid, heeft gekregen.

2.

In afwijking van het eerste lid mag een P-sein dat rood licht uitstraalt worden voorbijgereden, indien de treindienstleider dit heeft toegestaan. Indien de bestuurder geen spreekverbinding met de treindienstleider tot stand kan brengen, dan mag dit P-sein voorbij worden gereden.

3.

Indien het P-sein, bedoeld in het tweede lid, voorbijgereden mag worden, mag de bestuurder ook daaropvolgende P-seinen die rood licht uitstralen voorbijrijden.

4.

Na het voorbijrijden van een P-sein dat rood licht uitstraalt is de bestuurder verplicht:

5.

De treindienstleider geeft geen toestemming tot het voorbijrijden van het P-sein dat rood licht uitstraalt, bedoeld in het tweede lid, indien hij op de hoogte is van gevaar achter dit sein.

§ 7. Overige bepalingen

Artikel 34

Aanwijzingen van de beheerder, bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, 6, tweede lid, 7, tweede lid en 26, derde lid, van het besluit, gaan boven seinen.

Hoofdstuk 4. Standaardaanwijzingen

Artikel 35

Vervallen

Hoofdstuk 5. Spoorwegemplacementen

Artikel 36

De treindienstleider kan aan de bestuurder in ieder geval de volgende gestandaardiseerde aanwijzingen geven:

1.

Stoptonend sein (STS)

Aanwijzing om door te rijden en voorbij het aangegeven sein dat rood licht uitstraalt:

2.

Stoptonend sein met normale snelheid (STS-A)

Aanwijzing om door te rijden en voorbij het aangegeven sein dat rood licht uitstraalt:

3.

Voorzichtig rijden (VR)

Aanwijzing om voorzichtig te rijden met een snelheid van ten hoogste 40 kilometer per uur dan wel met een door de treindienstleider aangegeven lagere snelheid vanwege een door hem aangegeven reden. De bestuurder brengt de trein tot stilstand, indien de veiligheid dit vordert.

4.

Overwegen (OVW)

Aanwijzing om bij nadering van de aangegeven overweg of overpad:

5.

Snelheid begrenzen (SB)

Aanwijzing om de snelheid te begrenzen tot de door de treindienstleider aangegeven snelheid vanwege de toestand van de spoorweg.

6.

Verkeerd spoor (VS)

Aanwijzing om de hoofdspoorweg in een andere richting te mogen berijden dan waarvoor de beveiliging is ingericht.

7.

Telefonische toestemming vragen voor vertrek (TTV)

Aanwijzing om voor vertrek telefonisch aan de treindienstleider toestemming te vragen om te mogen vertrekken.

Artikel 37
1.

De aanwijzingen, genoemd in artikel 36, eerste, tweede en zesde lid, zijn schriftelijke aanwijzingen van veiligheidsberichten als bedoeld in de TSI Exploitatie en verkeersleiding.

2.

Bij de aanwijzing Overwegen (OVW) kan de snelheid worden hernomen, indien de voorzijde van de trein de overweg of het overpad is gepasseerd.

Hoofdstuk 7. Spoorwegemplacementen

Artikel 38

Als spoorwegemplacementen, genoemd in artikel 30 van het besluit, zijn aangewezen de spoorwegemplacementen, opgenomen in bijlage 6.

Artikel 39
1.

Tot een spoorwegemplacement behoren:

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, is op de volgende locaties de maximale afstand:

Artikel 40

In afwijking van artikel 39 eerste lid, onderdeel c, en het tweede lid, wordt door de beheerder, indien dit voor het veilige gebruik van de spoorweg vereist is, door middel van het bord nummer 302, genoemd in bijlage 4 aangegeven dat op dit spoor niet gerangeerd kan worden of dat beperkingen gelden ten aanzien van het rangeren.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 41

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit spoorverkeer in werking treedt.

Artikel 42

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling spoorverkeer.

Bijlage 1

Vervallen

Bijlage 2. behorende bij artikel 8, eerste lid, van de Regeling spoorverkeer

Vervallen

Bijlage 3. behorende bij artikel 20, tweede lid, van de Regeling spoorverkeer

Vervallen

Bijlage 4. behorende bij artikel 24 van de Regeling Spoorverkeer

Bijlage 3. behorende bij artikel 20, tweede lid, van de Regeling spoorverkeer

Treingewicht exclusief locomotieven Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Voorwaarden
≤ 800 ton1 GG LL5 GP PP
≤ 1600 ton2 GG LL5 GP Niet toegestaan
≤ 2500 ton3 GG LL5 Niet toegestaan Niet toegestaan Voor LL: > 1600 ton, alle wagens in de trein: massa/wagen ≥ 32 ton
≤ 4000 ton GG LL5 Niet toegestaan Niet toegestaan Voor LL: > 2500 ton, alle wagens in de trein: massa/wagen ≥ 40 ton
> 4000 ton4 GG LL5 Niet toegestaan Niet toegestaan Automatische koppeling conform 69e voorschrift van de Internationale Spoorweg Unie verplicht
Treinlengte incl. loc’n Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Voorwaarden
> 700 meter GG Niet toegestaan Niet toegestaan Niet toegestaan
Treinsnelheid Maximaal toegelaten treinsnelheid Maximaal toegelaten treinsnelheid Maximaal toegelaten treinsnelheid Maximaal toegelaten treinsnelheid Voorwaarden
Treinsnelheid 90/95 120 120 120 Voor minimaal benodigd rempercentage λ zie Bijlage 2

1 600 ton maximaal treingewicht voor België in stand PP

5 gelede wagens gelden als meerdere wagens; bij een treingewicht > 1600 ton dient elk deel van de gelede wagen een massa te hebben ≥ 32 ton en bij een treingewicht > 2500 ton een massa ≥ 40 ton, alle P/G-kranen van de gelede wagen moeten in éénzelfde stand staan.

2 1200 ton maximaal treingewicht voor België en Duitsland in stand GP

3 1800 ton maximaal treingewicht voor België in stand LL

4 4500 ton maximaal treingewicht voor België met AK

PP:

Vooroplopende locomotie(f)(ven) en alle wagens in de stand P;

Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;

Data invoer ETCS: P.

GP:

Vooroplopende locomotie(f)(ven) in de stand G en de wagens in de stand P;

Remgewicht vooroplopende locomotie(f)(ven) het G-remgewicht aanhouden;

Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;

Data invoer ETCS: P.

LL:

Vooroplopende locomotie(f)(ven) en de vijf volgende wagens in de stand G en de overige wagens in de stand P;

Remgewicht vooroplopende locomtie(f)(ven) het G-remgewicht aanhouden, remgewicht van de eerste vijf wagens met 20% verlagen, rest van de wagens het P-remgewicht aanhouden;

Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;

Data invoer ETCS: P.

GG:

Vooroplopende locomotie(f)(ven) en alle overige wagens in de stand G;

Minimum rempercentage λ volgens de G-remtabellen in Bijlage 2;

Data invoer ETCS: G.

Bijlage 4. , behorende bij artikel 24, eerste lid, van de Regeling spoorverkeer

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Bijlage 3. behorende bij artikel 20, tweede lid, van de Regeling spoorverkeer

Treingewicht exclusief locomotieven Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Voorwaarden
≤ 800 ton1 GG LL5 GP PP
≤ 1600 ton2 GG LL5 GP Niet toegestaan
≤ 2500 ton3 GG LL5 Niet toegestaan Niet toegestaan Voor LL: > 1600 ton, alle wagens in de trein: massa/wagen ≥ 32 ton
≤ 4000 ton GG LL5 Niet toegestaan Niet toegestaan Voor LL: > 2500 ton, alle wagens in de trein: massa/wagen ≥ 40 ton
> 4000 ton4 GG LL5 Niet toegestaan Niet toegestaan Automatische koppeling conform 69e voorschrift van de Internationale Spoorweg Unie verplicht
Treinlengte incl. loc’n Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Voorwaarden
> 700 meter GG Niet toegestaan Niet toegestaan Niet toegestaan
Treinsnelheid Maximaal toegelaten treinsnelheid Maximaal toegelaten treinsnelheid Maximaal toegelaten treinsnelheid Maximaal toegelaten treinsnelheid Voorwaarden
Treinsnelheid 90/95 120 120 120 Voor minimaal benodigd rempercentage λ zie Bijlage 2

1 600 ton maximaal treingewicht voor België in stand PP

5 gelede wagens gelden als meerdere wagens; bij een treingewicht > 1600 ton dient elk deel van de gelede wagen een massa te hebben ≥ 32 ton en bij een treingewicht > 2500 ton een massa ≥ 40 ton, alle P/G-kranen van de gelede wagen moeten in éénzelfde stand staan.

2 1200 ton maximaal treingewicht voor België en Duitsland in stand GP

3 1800 ton maximaal treingewicht voor België in stand LL

4 4500 ton maximaal treingewicht voor België met AK

PP:

Vooroplopende locomotie(f)(ven) en alle wagens in de stand P;

Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;

Data invoer ETCS: P.

GP:

Vooroplopende locomotie(f)(ven) in de stand G en de wagens in de stand P;

Remgewicht vooroplopende locomotie(f)(ven) het G-remgewicht aanhouden;

Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;

Data invoer ETCS: P.

LL:

Vooroplopende locomotie(f)(ven) en de vijf volgende wagens in de stand G en de overige wagens in de stand P;

Remgewicht vooroplopende locomtie(f)(ven) het G-remgewicht aanhouden, remgewicht van de eerste vijf wagens met 20% verlagen, rest van de wagens het P-remgewicht aanhouden;

Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;

Data invoer ETCS: P.

GG:

Vooroplopende locomotie(f)(ven) en alle overige wagens in de stand G;

Minimum rempercentage λ volgens de G-remtabellen in Bijlage 2;

Data invoer ETCS: G.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 40a

Het profiel, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, is opgenomen in bijlage 8.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage 3. behorende bij artikel 20, tweede lid, van de Regeling spoorverkeer

Treingewicht exclusief locomotieven Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Voorwaarden
≤ 800 ton1 GG LL5 GP PP
≤ 1600 ton2 GG LL5 GP Niet toegestaan
≤ 2500 ton3 GG LL5 Niet toegestaan Niet toegestaan Voor LL: > 1600 ton, alle wagens in de trein: massa/wagen ≥ 32 ton
≤ 4000 ton GG LL5 Niet toegestaan Niet toegestaan Voor LL: > 2500 ton, alle wagens in de trein: massa/wagen ≥ 40 ton
> 4000 ton4 GG LL5 Niet toegestaan Niet toegestaan Automatische koppeling conform 69e voorschrift van de Internationale Spoorweg Unie verplicht
Treinlengte incl. loc’n Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Toelaatbare standen P/G-kranen Voorwaarden
> 700 meter GG Niet toegestaan Niet toegestaan Niet toegestaan
Treinsnelheid Maximaal toegelaten treinsnelheid Maximaal toegelaten treinsnelheid Maximaal toegelaten treinsnelheid Maximaal toegelaten treinsnelheid Voorwaarden
Treinsnelheid 90/95 120 120 120 Voor minimaal benodigd rempercentage λ zie Bijlage 2

1 600 ton maximaal treingewicht voor België in stand PP

5 gelede wagens gelden als meerdere wagens; bij een treingewicht > 1600 ton dient elk deel van de gelede wagen een massa te hebben ≥ 32 ton en bij een treingewicht > 2500 ton een massa ≥ 40 ton, alle P/G-kranen van de gelede wagen moeten in éénzelfde stand staan.

2 1200 ton maximaal treingewicht voor België en Duitsland in stand GP

3 1800 ton maximaal treingewicht voor België in stand LL

4 4500 ton maximaal treingewicht voor België met AK

PP:

Vooroplopende locomotie(f)(ven) en alle wagens in de stand P;

Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;

Data invoer ETCS: P.

GP:

Vooroplopende locomotie(f)(ven) in de stand G en de wagens in de stand P;

Remgewicht vooroplopende locomotie(f)(ven) het G-remgewicht aanhouden;

Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;

Data invoer ETCS: P.

LL:

Vooroplopende locomotie(f)(ven) en de vijf volgende wagens in de stand G en de overige wagens in de stand P;

Remgewicht vooroplopende locomtie(f)(ven) het G-remgewicht aanhouden, remgewicht van de eerste vijf wagens met 20% verlagen, rest van de wagens het P-remgewicht aanhouden;

Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;

Data invoer ETCS: P.

GG:

Vooroplopende locomotie(f)(ven) en alle overige wagens in de stand G;

Minimum rempercentage λ volgens de G-remtabellen in Bijlage 2;

Data invoer ETCS: G.

Bijlage 4. behorende bij artikel 24 van de Regeling Spoorverkeer

Bijlage 8

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en bij de Inspectie van Verkeer en Waterstaat.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

§ 2. Noodremmingsprestaties

§ 3. Remgewicht

§ 4. Treingewicht

§ 5. Bijzondere beremmingsvoorschriften

§ 6. Kranen en krukken

Hoofdstuk 3. Seinen

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. Plaatsing van seinen

§ 3. Onderling verband

§ 4. Het opvolgen van seinen

§ 5. Gedoofde en onjuiste seinen

Hoofdstuk 4. Standaardaanwijzingen

Hoofdstuk 6. Afmeting van de lading

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage 1

Vervallen

Remtabellen

Remtabellen

Remtabel 1 (onderverdeeld in de kolommen 1.1 tot en met 1.4) geldt voor alle baanvakken met uitzondering van de baanvakken genoemd bij remtabel 2.

Remtabel 1 (onderverdeeld in de kolommen 1.1 tot en met 1.4) geldt voor alle baanvakken met uitzondering van de baanvakken genoemd bij remtabel 2.

Noten

Inleiding

Bijlage 4, behorende bij artikel 24 van de Regeling Spoorverkeer.

In de inhoudsopgave zijn alle seinbeelden opgenomen per hoofdstuk.

Seinbeelden

De pagina’s met seinbeelden zijn verdeeld in 3 kolommen:

Eerste kolom

In de eerste kolom is het nummer en de naam van het sein opgenomen.

Tweede kolom

In de tweede kolom ‘Afbeelding’ is de beeltenis van het sein geplaatst. Het dag- en nachtsein staat naast elkaar.

Derde kolom

In de derde kolom ’Betekenis’ staat de betekenis van het sein.

Inhoud

In de tweede kolom ‘Afbeelding’ is de beeltenis van het sein geplaatst. Het dag- en nachtsein staat naast elkaar.

1.1. Begripsomschrijvingen

In de derde kolom ’Betekenis’ staat de betekenis van het sein.

Inhoud

Inhoud

1. Algemeen

2. Lichtseinen

De in deze bijlage vermelde seinen geven toestemmingen en/of opdrachten.

De in deze bijlage vermelde seinen geven toestemmingen en/of opdrachten.

Opdrachten om de snelheid te begrenzen worden op een zodanige afstand gegeven, dat deze opdracht tijdig kan zijn uitgevoerd. Tijdig betekent dat de beschikbare remweg voldoende is om de opgedragen lagere snelheid te bereiken.

3. Snelheidsborden

4. Aanvullende seinen

4.1. Richtingaanwijzer en herhalingssein

4.2. Borden aan lichtseinen

4.3. Baken

5. ATB-seinen

5.1. ATB-baanseinen

5.2. ATB-cabineseinen

6. Seinen voor tunnels en steile hellingen

7. Seinen met stopopdrachten

8. Seinen voor spoorvoertuigen met stroomafnemers

9. Seinen op kracht- en overige spoorvoertuigen

10. Remproefseinen

11. Vertrekseinen

12. Overige vaste seinen

13. Seinen voor ETCS

14. Handseinen voor materieelverplaatsing

15. Gevaarseinen

16. Seinen voor de persoonlijke veiligheid

16.1. Vaste waarschuwingsinstallatie bij uitzichtbelemmerende objecten (wubo)

16.2. Vaste waarschuwingsinstallatie op bruggen (wibr)

16.3. Vaste waarschuwingsinstallatie voor dienstoverpaden (wido)

16.4. Vaste waarschuwingsinstallatie in tunnels (wit)

16.5. Geluids- en lichtseinen bij werkzaamheden

17. 301

18. Markeringen

19. Lokaal voorkomende seinen

19.1. Amsterdam

19.2. Venlo

19.3. Kijfhoek

19.4. Nederlands – Belgisch baanvakken

19.5. Diverse baanvakken

19.6. Baanvakken Tilburg – ‘s Hertogenbosch en Boxtel – Eindhoven

19.7. Amersfoort

20. Seinen op buitendienstgesteld spoor

19.4. Nederlands – Belgisch baanvakken

19.5. Diverse baanvakken

19.6. Baanvakken Tilburg – ‘s Hertogenbosch en Boxtel – Eindhoven

19.7. Amersfoort

Bijlage 5

Vervallen

Bijlage 5

Vervallen

Bijlage 6. behorende bij artikel 38 van de Regeling spoorverkeer

A
Ah Arnhem
Ahg Arnhem Goederenstation
Amf Amersfoort
Amfs Amersfoort Schothorst
Almo Almere Oostvaarders
Aml Almelo
Amr Alkmaar
Apd Apeldoorn
Apn Alphen aan den Rijn
Asb Amsterdam Bijlmer
Asd Amsterdam Centraal
Asdma Amsterdam Muiderpoort ASL
Asdta Amsterdam Transformatorweg
Asdwpl Amsterdam Werkplaats
Asn Assen
Ass Amsterdam Sloterdijk
At Acht
Awhv Amsterdam Westhaven
B
Bd Breda
Bgn Bergen op Zoom
Bkd Amersfoort Bokkeduinen
Bkh Binckhorst
Bkhn Binckhorst Noord
Bkhz Binckhorst Zuid
Bkl Breukelen
Bkp Blauwkapel
Bnva Barneveld Aansluiting
Bon Born
Bot Botlek
Br Blerick
Brn Baarn
Btl Boxtel
Bv Beverwijk
C
Co Coevorden
Cr Crailoo
D
Ddn Delden
Ddr Dordrecht
Ddri Dordrecht Aansluiting Industrieterrein De Staart
Dgr Amsterdam Dijksgracht
Dld Den Dolder
Dn Deurne
Dt Delft
Dtc Doetinchem
Dv Deventer
Dvaw Duivendrecht Aansluiting West
Dvd Duivendrecht
Dz Delfzijl
E
Ed Ede-Wageningen
Eem Eemshaven
Ehv Eindhoven
Ekz Enkhuizen
Emn Emmen
Erp Europoort
Es Enschede
Esta Elst Aansluiting
F
Fo Feijenoord
G
Gbr Glanerbrug
Gd Gouda
Gdg Gouda Goverwelle
Gdm Geldermalsen
Gn Groningen
Gnl Groningen Losplaats
Gs Goes
Gv Den Haag HS
Gvc Den Haag Centraal
H
Han Haanrade
Har De Haar Aansluiting
Hde ‘t Harde
Hdr Den Helder
Hfd Hoofddorp
Hfdo Hoofddorp Opstel
Hgl Hengelo
Hgv Hoogeveen
Hld Hoek van Holland
Hlds Hoek van Holland Strand
Hlg Harlingen
Hlgh Harlingen Haven
Hlm Haarlem
Hlmw Haarlem Hoofdwerkplaats (wgl-groep)
Hmla Harmelen Aansluiting
Hn Hoorn
Hnk Hoorn Kersenboogerd
Hrl Heerlen
Hsbda Breda Aansluiting
Hsbdg Breda Grens
Hszha Zevenbergschehoek Aansluiting
Ht ’s Hertogenbosch
Hvs Hilversum
Hwd Heerhugowaard
I
IJsm IJsselmonde Rangeerterrein
J
K
Kfh Kijfhoek
Kpn Kampen
Krd Kerkrade
Ktr Kesteren
L
Ldd Leidschendam
Ledn Leiden
Lls Lelystad
Llso Lelystad Opstelterrein
Lw Leeuwarden
Lwd Lewedorp
M
Mas Maarssen
Mbga Muiderberg ASL
Mdk Moerdijk raccordementstamlijn
Mdsa Muiderstraatweg Aansluiting
Mp Meppel
Mrb Mariënberg
Mrg Maarn (GE)
Mss Maassluis
Mt Maastricht
Mtr Maastricht Randwijck
Mvt Maasvlakte
N
Ndb Naarden-Bussum
Nm Nijmegen
Nmge Nijmegen Goederen
Nmrep Nijmegen Opstel
Nsch Nieuweschans
Nwh Noordwijkerhout
O
O Oss
Obpa Overbrakepolder
Odz Oldenzaal
On Onnen
Onz Onnen Zuid
Otw Oosterhout raccordement Weststad
P
Pon Amersfoort raccordement Pon
Ps Pernis
Q
R
Rd Roodeschool
Rhn Rhenen
Rlb Rotterdam Lombardijen
Rm Roermond
Rmo Rotterdam Rechter Maasoever
Rsd Roosendaal
Rtd Rotterdam CS
Rtng Rotterdam Noord Goederen
Rtst Rotterdam Stadion
S
Sdm Schiedam
Shl Schiphol
Sloe Sloehaven
Std Sittard
Stv Stavoren
Svg Sas van Gent
Swd Sauwerd
Swk Steenwijk
T
Tb Tilburg
Tbge Tilburg Goederenemplacement
Tbu Tilburg Universiteit
Tl Tiel
Tnz Terneuzen
U
Ut Utrecht CS
Utcw Utrecht Cartesiusweg
Utg Uitgeest
Utge Utrecht Goederen
Utls Utrecht Landstraat
Utlw Utrecht Lage Weide
Utm Utrecht Maliebaan
Utoz Utrecht Opstelterrein Zuid
V
Vam VAM-terrein Wijster
Vdg Vlaardingen Centrum
Vdm Veendam
Vk Valkenburg
Vl Venlo
Vry Venray
Vs Vlissingen
Vspa Venserpolder ASL
W
Wd Woerden
Wdn Wierden
Wgm Watergraafsmeer
Whz Rotterdam Waalhaven Zuid
Wp Weesp
Wspl Westelijke Splitsing
Wt Weert
Ww Winterswijk
X
Y
Ypb Den Haag Ypenburg
Z
Zb Zuidbroek
Zd Zaandam
Zl Zwolle
Zlw Lage Zwaluwe
Zp Zutphen
Zst Amsterdam Zaanstraat
Zv Zevenaar
Zvt Zandvoort
Zwdl Zwijndrecht Groote Lindt
Afkortingen buitenland
Wr Weener
Lar Laarwald
Bh Bad Bentheim
G Gronau
Em Emmerich
Kn Kaldenkirchen
Dh Dalheim
Hz Herzogenrath
Fvs Visé
Lnp Neerpelt
Esn Essen
Fsz Zelzate

Bijlage 7

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 24a
1.

Het op afstand met behulp van radiogestuurde apparatuur besturen van tractievoertuigen vindt uitsluitend plaats in SH-modus indien het voertuig gebruik maakt van ETCS.

2.

Het is verboden gebruik te maken van ETCS niveau 0.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing op spoorvoertuigen die rijden op buiten dienst gestelde gedeelten van de hoofdspoorwegen, genoemd in bijlage 1, punten 16 en 18, van het Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen.

§ 2. Plaatsing van seinen

§ 3. Onderling verband

§ 4. Het opvolgen van seinen

§ 5. Gedoofde en onjuiste seinen

§ 6. Het passeren van rode seinen

§ 7. Overige bepalingen

Hoofdstuk 5. Spoorwegemplacementen

Hoofdstuk 6. Afmeting van de lading

Leeswijzer

Bijlage 4, behorende bij artikel 24 van de Regeling Spoorverkeer.

Noten

Inhoudsopgave

De indeling is als volgt:

Blad versie- en inhoudshistorie Bijlage 4

Het doel van het blad versie- en inhoudshistorie is, dat u dit invult nadat u een wijzigings-blad heeft ontvangen en heeft bijgewerkt in deze bijlage 4.

Inhoudsopgave

In de inhoudsopgave zijn alle seinbeelden opgenomen per hoofdstuk.

Seinbeelden

De pagina’s met seinbeelden zijn verdeeld in 3 kolommen:

Eerste kolom

In de eerste kolom is het nummer en de naam van het sein opgenomen.

1. Algemeen

In de tweede kolom ‘Afbeelding’ is de beeltenis van het sein geplaatst. Het dag- en nachtsein staat naast elkaar.

1.2. Toestemmingen en opdrachten

De in deze bijlage vermelde seinen geven toestemmingen en/of opdrachten.

2.1. Hoofdseinen

Voor het verlagen of verhogen van de snelheid geldt, dat:

20. Seinen op buitendienstgesteld spoor

Bijlage 8. behorende bij artikel 40a van de Regeling spoorverkeer

Het profiel, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, bestaat uit het rode meetgebied (RM). Maten zijn in millimeter.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Inleiding

De indeling is als volgt:

Blad versie- en inhoudshistorie Bijlage 4

Het doel van het blad versie- en inhoudshistorie is, dat u dit invult nadat u een wijzigings-blad heeft ontvangen en heeft bijgewerkt in deze bijlage 4.

Opdrachten om de snelheid te begrenzen worden op een zodanige afstand gegeven, dat deze opdracht tijdig kan zijn uitgevoerd. Tijdig betekent dat de beschikbare remweg voldoende is om de opgedragen lagere snelheid te bereiken.

Voor het verlagen of verhogen van de snelheid geldt, dat:

2.2. Voorseinen

2.3. Lichtseinen met borden met een zwarte driehoek

Bijlage 5

Vervallen

Bijlage 6. behorende bij artikel 38 van de Regeling spoorverkeer

A
Ah Arnhem
Ahg Arnhem Goederenstation
Amf Amersfoort
Amfs Amersfoort Schothorst
Almo Almere Oostvaarders
Aml Almelo
Amr Alkmaar
Apd Apeldoorn
Apn Alphen aan den Rijn
Asb Amsterdam Bijlmer
Asd Amsterdam Centraal
Asdma Amsterdam Muiderpoort ASL
Asdta Amsterdam Transformatorweg
Asdwpl Amsterdam Werkplaats
Asn Assen
Ass Amsterdam Sloterdijk
At Acht
Awhv Amsterdam Westhaven
B
Bd Breda
Bgn Bergen op Zoom
Bkd Amersfoort Bokkeduinen
Bkh Binckhorst
Bkhn Binckhorst Noord
Bkhz Binckhorst Zuid
Bkl Breukelen
Bkp Blauwkapel
Bnva Barneveld Aansluiting
Bon Born
Bot Botlek
Br Blerick
Brn Baarn
Btl Boxtel
Bv Beverwijk
C
Co Coevorden
Cr Crailoo
D
Ddn Delden
Ddr Dordrecht
Ddri Dordrecht Aansluiting Industrieterrein De Staart
Dgr Amsterdam Dijksgracht
Dld Den Dolder
Dn Deurne
Dt Delft
Dtc Doetinchem
Dv Deventer
Dvaw Duivendrecht Aansluiting West
Dvd Duivendrecht
Dz Delfzijl
E
Ed Ede-Wageningen
Eem Eemshaven
Ehv Eindhoven
Ekz Enkhuizen
Emn Emmen
Erp Europoort
Es Enschede
Esta Elst Aansluiting
F
Fo Feijenoord
G
Gbr Glanerbrug
Gd Gouda
Gdg Gouda Goverwelle
Gdm Geldermalsen
Gn Groningen
Gnl Groningen Losplaats
Gs Goes
Gv Den Haag HS
Gvc Den Haag Centraal
H
Han Haanrade
Har De Haar Aansluiting
Hde ‘t Harde
Hdr Den Helder
Hfd Hoofddorp
Hfdo Hoofddorp Opstel
Hgl Hengelo
Hgv Hoogeveen
Hld Hoek van Holland
Hlds Hoek van Holland Strand
Hlg Harlingen
Hlgh Harlingen Haven
Hlm Haarlem
Hlmw Haarlem Hoofdwerkplaats (wgl-groep)
Hmla Harmelen Aansluiting
Hn Hoorn
Hnk Hoorn Kersenboogerd
Hrl Heerlen
Hsbda Breda Aansluiting
Hsbdg Breda Grens
Hszha Zevenbergschehoek Aansluiting
Ht ’s Hertogenbosch
Hvs Hilversum
Hwd Heerhugowaard
I
IJsm IJsselmonde Rangeerterrein
J
K
Kfh Kijfhoek
Kpn Kampen
Krd Kerkrade
Ktr Kesteren
L
Ldd Leidschendam
Ledn Leiden
Lls Lelystad
Llso Lelystad Opstelterrein
Lw Leeuwarden
Lwd Lewedorp
M
Mas Maarssen
Mbga Muiderberg ASL
Mdk Moerdijk raccordementstamlijn
Mdsa Muiderstraatweg Aansluiting
Mp Meppel
Mrb Mariënberg
Mrg Maarn (GE)
Mss Maassluis
Mt Maastricht
Mtr Maastricht Randwijck
Mvt Maasvlakte
N
Ndb Naarden-Bussum
Nm Nijmegen
Nmge Nijmegen Goederen
Nmrep Nijmegen Opstel
Nsch Nieuweschans
Nwh Noordwijkerhout
O
O Oss
Obpa Overbrakepolder
Odz Oldenzaal
On Onnen
Onz Onnen Zuid
Otw Oosterhout raccordement Weststad
P
Pon Amersfoort raccordement Pon
Ps Pernis
Q
R
Rd Roodeschool
Rhn Rhenen
Rlb Rotterdam Lombardijen
Rm Roermond
Rmo Rotterdam Rechter Maasoever
Rsd Roosendaal
Rtd Rotterdam CS
Rtng Rotterdam Noord Goederen
Rtst Rotterdam Stadion
S
Sdm Schiedam
Shl Schiphol
Sloe Sloehaven
Std Sittard
Stv Stavoren
Svg Sas van Gent
Swd Sauwerd
Swk Steenwijk
T
Tb Tilburg
Tbge Tilburg Goederenemplacement
Tbu Tilburg Universiteit
Tl Tiel
Tnz Terneuzen
U
Ut Utrecht CS
Utcw Utrecht Cartesiusweg
Utg Uitgeest
Utge Utrecht Goederen
Utls Utrecht Landstraat
Utlw Utrecht Lage Weide
Utm Utrecht Maliebaan
Utoz Utrecht Opstelterrein Zuid
V
Vam VAM-terrein Wijster
Vdg Vlaardingen Centrum
Vdm Veendam
Vk Valkenburg
Vl Venlo
Vry Venray
Vs Vlissingen
Vspa Venserpolder ASL
W
Wd Woerden
Wdn Wierden
Wgm Watergraafsmeer
Whz Rotterdam Waalhaven Zuid
Wp Weesp
Wspl Westelijke Splitsing
Wt Weert
Ww Winterswijk
X
Y
Ypb Den Haag Ypenburg
Z
Zb Zuidbroek
Zd Zaandam
Zl Zwolle
Zlw Lage Zwaluwe
Zp Zutphen
Zst Amsterdam Zaanstraat
Zv Zevenaar
Zvt Zandvoort
Zwdl Zwijndrecht Groote Lindt
Afkortingen buitenland
Wr Weener
Lar Laarwald
Bh Bad Bentheim
G Gronau
Em Emmerich
Kn Kaldenkirchen
Dh Dalheim
Hz Herzogenrath
Fvs Visé
Lnp Neerpelt
Esn Essen
Fsz Zelzate

Bijlage 7

Vervallen

Bijlage 8. behorende bij artikel 40a van de Regeling spoorverkeer

Het profiel, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, bestaat uit het rode meetgebied (RM). Maten zijn in millimeter.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.