← Geldende tekst · Geschiedenis

Wet van 10 november 2005, houdende regels omtrent de invoering en financiering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen alsmede met betrekking tot de intrekking van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen)

Geldende tekst a fecha 2006-01-01

Hoofdstuk 1. Wijziging van andere wetten

§ 1. Sociale Zaken en Werkgelegenheid

§ 1. Sociale Zaken en Werkgelegenheid

§ 3. Binnenlandse Zaken

Artikel 1.28. Bijlage 2 van de Invoeringswet Financiële-verhoudingswet

Wijzigt de Invoeringswet Financiële-verhoudingswet.

Artikel 1.29. Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen

Wijzigt de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen.

§ 4. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

§ 5. Financiën

§ 6. Defensie

§ 7. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

§ 8. Volksgezondheid Welzijn en Sport

Hoofdstuk 2. Overgangs- en slotbepalingen

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels vast te stellen inzake de invoering en financiering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen alsmede inzake de intrekking van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Wijziging van andere wetten

Artikel 1.1. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Artikel 1.2. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

Wijzigt de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Artikel 1.3. Werkloosheidswet

Wijzigt de Werkloosheidswet.

Artikel 1.4. Ziektewet

Wijzigt de Ziektewet.

Artikel 1.5. Wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen

Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen.

Artikel 1.5a. Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen

Wijzigt de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen.

Artikel 1.6. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

Artikel 1.7. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

Artikel 1.8. Arbeidsomstandighedenwet 1998

Wijzigt de Arbeidsomstandighedenwet 1998.

Artikel 1.9. Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

Wijzigt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Artikel 1.10. Toeslagenwet

Wijzigt de Toeslagenwet.

Artikel 1.11. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Artikel 1.12. Wet terugdringing ziekteverzuim

Wijzigt de Wet terugdringing ziekteverzuim.

Artikel 1.13. Wet verbetering poortwachter

Wijzigt de Wet verbetering poortwachter.

Artikel 1.14. Algemene Kinderbijslagwet

Wijzigt de Algemene Kinderbijslagwet.

Artikel 1.15. Algemene nabestaandenwet

Wijzigt de Algemene nabestaandenwet.

Artikel 1.16. Algemene Ouderdomswet

Wijzigt de Algemene Ouderdomswet.

Artikel 1.17. Wet werk en inkomen kunstenaars

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 1.18. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Artikel 1.19. Wet werk en bijstand

Wijzigt de Wet werk en bijstand.

Artikel 1.20. Wet arbeid en zorg

Wijzigt de Wet arbeid en zorg.

Artikel 1.21. Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid

Wijzigt de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid.

Artikel 1.22. Wet kinderopvang

Wijzigt de Wet kinderopvang.

§ 2. Justitie

§ 3. Binnenlandse Zaken

§ 4. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

§ 5. Financiën

§ 3. Binnenlandse Zaken

§ 7. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

§ 8. Volksgezondheid Welzijn en Sport

Hoofdstuk 2. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2.1. Verruiming grondslag lagere regelgeving
1.

De volgende algemene maatregelen van bestuur berusten met ingang van de dag van inwerkingtreding van de desbetreffende bepalingen van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen mede op de bij die maatregelen genoemde artikelen van die wet:

2.

De volgende ministeriële regelingen berusten met ingang van de dag van inwerkingtreding van de desbetreffende bepalingen van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen mede op de bij die regelingen genoemde artikelen van die wet:

Artikel 2.2. Verruiming grondslag overige lagere regelgeving

Het besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 19 oktober 1976, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 43 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 526) berust met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel 1.6, onderdeel J, mede op de artikelen 59, vierde lid, en 59a, zesde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

Artikel 2.3. Overgangsrecht Wet REA
1.

De artikelen van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de dag waarop deze op grond van artikel 2.10, vervallen, blijven van toepassing op de persoon, instelling of organisatie die op of voor die dag in aanmerking is gebracht voor een instrument op grond van die wet of een aanvraag daartoe heeft ingediend, zolang dat instrument in dezelfde vorm wordt verstrekt.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien het instrument waarvoor de persoon in aanmerking is gebracht:

wordt aangemerkt als instrument op grond van de desbetreffende wet.

3.

In afwijking van het eerste lid, kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat de artikelen van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de dag waarop deze vervallen niet meer van toepassing zijn op de persoon, instelling of organisatie, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2.4. Oud overgangsrecht Wet REA
1.

Artikel 57 van de Algemene arbeidsongeschiktheidswet en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, blijven van toepassing op de persoon die voor die dag een aanvraag heeft ingediend of in aanmerking is gebracht voor een voorziening tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid, zolang die voorziening verkeert in de staat waarin de voorziening verkeerde op de dag voorafgaande aan de dag waarop artikel 75, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten vervalt als gevolg van de inwerkingtreding van artikel 2.10 of, indien op de aanvraag niet voor die dag is beslist, op de dag waarop de voorziening wordt verstrekt.

2.

Artikel 57a van de Algemene arbeidsongeschiktheidswet en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, blijven van toepassing op de persoon die voor de dag een aanvraag heeft ingediend of in aanmerking is gebracht voor vergoeding van kosten als bedoeld in dat artikel, zolang deze vergoeding niet daadwerkelijk geheel is verleend.

3.

Na het vervallen van artikel 79, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten als gevolg van de inwerkingtreding van artikel 2.10, komen ten laste van het Reïntegratiefonds, genoemd in artikel 2.8:

4.

Beschikkingen op grond van de artikelen 57 en 57a van de Algemene arbeidsongeschiktheidswet worden na het vervallen van artikel 85, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten als gevolg van de inwerkingtreding van artikel 2.10, aangemerkt als beschikkingen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

5.

Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op aanspraken als bedoeld in dit artikel.

Artikel 2.5. Opzegging ILO-Verdrag nr. 118

Wijzigt de Goedkeuringswet voornemen tot opzegging Verdrag betreffende de gelijkheid van behandeling van eigen onderdanen en vreemdelingen met betrekking tot de sociale zekerheid.

Artikel 2.6. Experimentele prb-regeling
1.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld op grond waarvan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, aan de persoon die een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten dan wel een werkhervattingsuitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt, op aanvraag in plaats van bij die regeling vast te stellen reïntegratie-instrumenten als bedoeld hoofdstuk IIB van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, hoofdstuk 3A van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, hoofdstuk 2A van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en hoofdstuk 4, paragraaf 2, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, een subsidie verstrekt in de vorm van een op de arbeidsinschakeling gericht persoonsgebonden reïntegratiebudget. In deze regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de aard en de omvang van de activiteiten en de aan de subsidie te verbinden verplichtingen.

2.

Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

3.

Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid, aan beide kamers der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

Artikel 2.7. Overgangsrecht Experimentele prb-regeling
1.

Het persoonsgebonden reïntegratiebudget dat op de dag voorafgaand aan de dag waarop artikel 33 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, op grond van artikel 2.10, vervalt op grond van de eerstgenoemde wet was toegekend, wordt voor de duur van het tijdvak waarvoor dat budget is toegekend, aangemerkt als een persoonsgebonden reïntegratiebudget als bedoeld in artikel 2.6, met dien verstande dat personen die met toepassing van artikel 77 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten geacht werden verzekerd te zijn voor de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen ook na het vervallen van artikel 77 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten als gevolg van de inwerkingtreding van artikel 2.10, voor de toepassing van artikel 2.6 met betrekking tot en voor de duur van het tijdvak van de subsidie geacht worden verzekerd te zijn voor de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

Artikel 2.7a. Persoonsgebonden reïntegratiebudget voor zieke werknemer in dienstbetrekking
1.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag van een werknemer die aanspraak heeft op loon als bedoeld in artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek en van de persoon, bedoeld in artikel 63, eerste lid, van de Ziektewet, aan wie de eigenrisicodrager ziekengeld moet betalen besluiten:

indien de aanvrager in verband met ziekte of gebrek een belemmering heeft bij het verrichten van arbeid.

2.

Een subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op aanvraag van een in het eerste lid bedoelde persoon uitsluitend verstrekken of sluiten, indien dit instituut van oordeel is dat in het bedrijf van zijn werkgever of een ander bedrijf geen passende arbeid aanwezig is die de betrokken persoon kan verrichten.

3.

De in het eerste lid bedoelde subsidie-ontvanger laat de werkzaamheden die zijn gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in het eerste lid, verrichten door een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon, die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert.

4.

De in het eerste lid bedoelde aanvrager verstrekt de gegevens, voorzover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden die zijn gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in het eerste lid, alsmede zijn sociaal-fiscaalnummer aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf zijn inschakeling in de arbeid bevordert.

5.

De in het vierde lid bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon verwerkt de in dat lid bedoelde gegevens slechts voorzover dat noodzakelijk is voor de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, en gebruikt slechts met dat doel het sociaal-fiscaalnummer bij die verwerking.

6.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent dit artikel, waarbij kan worden bepaald in welke situaties een deel van de subsidiekosten in rekening kan worden gebracht bij de werkgever.

7.

Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan beide kamers der Staten-Generaal.

Artikel 2.7b. Overgangsrecht persoonsgebonden reïntegratiebudget voor zieke werknemer in dienstbetrekking

Het Besluit SUWI berust met ingang van de dag waarop artikel 33a van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, op grond van artikel 2.10, vervalt, mede op artikel 2.7 van deze wet.

Artikel 2.8. Middelen tot dekking van de uitgaven van het Reïntegratiefonds
1.

De middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds worden verkregen uit:

2.

Bij ministeriële regeling worden de bijdragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en de onderlinge verhouding tussen de ten laste van de verschillende fondsen en de kas komende bijdragen, bedoeld in dat onderdeel, vastgesteld. Bij deze regeling kan worden bepaald dat in de middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds mede wordt voorzien door het Rijk en kunnen regels worden gesteld in verband met de besteding van die rijksbijdrage.

Artikel 2.9. Uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds
1.

Ten laste van het Reïntegratiefonds komen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, verstrekte of toegekende:

doch voor de duur en hoogte van die verstrekking of toekenning.

2.

Tevens ten laste van het Reïntegratiefonds komen:

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels met betrekking tot het eerste en tweede lid worden gesteld.

Artikel 2.10. Intrekking Wet REA

De Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten wordt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip ingetrokken, waarbij het tijdstip waarop de verschillende artikelen of onderdelen daarvan vervallen, verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 2.11. Slotbepaling betreffende artikel 1.4, onderdeel X, artikel 76a Ziektewet

Tot het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 23 van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen wordt in het in artikel 1.4, onderdeel X, voorgestelde artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet «het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen» gelezen: het maximum dagloon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.

Artikel 2.12. Slotbepaling betreffende de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

Wijzigt de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Artikel 2.13. Slotbepaling betreffende artikel 61, tweede lid, van de Ziektewet

Wijzigt de Ziektewet.

Artikel 2.14. Slotbepaling betreffende de Wet financiering sociale verzekeringen

Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen.

Artikel 2.15. Slotbepaling betreffende artikel 34 van de Werkloosheidswet

Wijzigt de Werkloosheidswet.

Artikel 2.15a. Slotbepaling betreffende artikel 1.22

Wijzigt deze wet.

Artikel 2.16. Slotbepaling betreffende artikel 2.9

Wijzigt deze wet.

Artikel 2.16a. Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet

Wijzigt de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet.

Artikel 2.17. Overgangsrecht onderwijsvoorzieningen
1.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, heeft tot taak te bevorderen dat belemmeringen worden weggenomen die de ingezetene, bedoeld in artikel 3 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, vanwege ziekte of gebrek ondervindt bij het volgen van onderwijs, indien het een persoon betreft die:

2.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan de persoon, bedoeld in het eerste lid, voorzieningen toekennen die hem in staat stellen onderwijs te volgen.

3.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan de persoon, bedoeld in het eerste lid, vervoersvoorzieningen toekennen die strekken tot verbetering van zijn leefomstandigheden en die deel uitmaken van danwel rechtstreeks samenhangen met voorzieningen als bedoeld in het tweede lid.

4.

Onder voorzieningen als bedoeld in het tweede lid wordt niet verstaan financiering van of kinderopvangtoeslag in de kosten van kinderopvang.

5.

Toekenningen van voorzieningen als bedoeld in het tweede lid komen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten.

6.

De artikelen 16, 33, 55, 56, 57, 58, 59 en 62 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten zijn van overeenkomstige toepassing op de toekenning van voorzieningen als bedoeld in het tweede lid.

7.

Beschikkingen op grond van artikel 11 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten worden na de inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als beschikkingen op grond van deze wet.

8.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.

Artikel 2.17a. Slotbepaling betreffende artikel 2.17

Wijzigt deze wet.

Artikel 2.18. Regelgevende bevoegdheden ten behoeve van de invoering

Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op een goede invoering en werking van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen regels worden gesteld, waarbij zo nodig kan worden afgeweken van de genoemde wet, deze wet en in overeenstemming met Onze Minister van Financiën van de Wet financiering sociale verzekeringen.

Artikel 2.19. Nummering

Voor de plaatsing van deze wet in het Staatsblad brengt Onze Minister de aanhalingen van de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen die voorkomen in deze wet in overeenstemming met de op grond van artikel 140 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen vastgestelde nummering van die wet.

Artikel 2.20. Inwerkingtreding

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 2.21. Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 1.23. Bijlage bij de Beroepswet

Wijzigt de Beroepswet.

Artikel 1.24. Burgerlijk Wetboek

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 1.25. Remigratiewet

Wijzigt de Remigratiewet.

Artikel 1.26. Wetboek van Koophandel

Wijzigt het Wetboek van Koophandel.

Artikel 1.27. Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren

Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

§ 4. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Artikel 1.30. Wet op het primair onderwijs

Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.

Artikel 1.31. Wet studiefinanciering 2000

Wijzigt de Wet studiefinanciering 2000.

Artikel 1.32. Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Wijzigt de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

§ 5. Financiën

Artikel 1.33. Wet inkomstenbelasting 2001

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel 1.34. Wet op de loonbelasting 1964

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel 1.34a. Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekering

Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.

Artikel 1.34b. Wet op de ondernemingsraden

Wijzigt de Wet op de ondernemingsraden.

§ 6. Defensie

Artikel 1.35. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen.

§ 7. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Artikel 1.36. Huursubsidiewet

Wijzigt de Wet op de huurtoeslag.

Artikel 1.37. Wet bevordering eigenwoningbezit

Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.

§ 8. Volksgezondheid Welzijn en Sport

Artikel 1.38. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Artikel 1.39. Wet buitengewoon pensioen 1940–1945

Wijzigt de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945.

Artikel 1.40. Wet op de medische keuringen

Wijzigt de Wet op de medische keuringen.

Artikel 1.41. Ziekenfondswet

Wijzigt de Ziekenfondswet.

Hoofdstuk 2. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.