Besluit van 15 december 2005, houdende aanpassing van algemene maatregelen van bestuur in verband met de invoering van de Zorgverzekeringswet (Aanpassingsbesluit Zorgverzekeringswet)
Hoofdstuk 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 1.1
Wijzigt het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering.
Artikel 1.2
Wijzigt het Besluit bijdrage AWBZ-gemeenten.
Artikel 1.3
Wijzigt het Besluit donorregister.
Artikel 1.4
Het Besluit opheffing contracteerplicht extramurale zorg AWBZ berust met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet op artikel 16b, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
IWijzigt het Besluit opheffing contracteerplicht extramurale zorg AWBZ.
Artikel 1.5
Wijzigt het Besluit opleidingseisen verpleegkundige.
Artikel 1.6
Wijzigt het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999.
Artikel 1.7
Wijzigt het Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering.
Artikel 1.8
Het Besluit werkingssfeer maximumtarieven WTG wordt ingetrokken.
Artikel 1.9
Wijzigt het Besluit werkingssfeer WTG 1992.
Artikel 1.10
Wijzigt het Besluit zorgaanspraken AWBZ.
Artikel 1.11
Wijzigt het Besluit zorgverzekering.
Artikel 1.12
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit artikel 1, tweede lid, Kwaliteitswet zorginstellingen, enz.
Artikel 1.13
Wijzigt het Bijdragebesluit zorg.
Artikel 1.14
Wijzigt het Inschrijvingsbesluit bijzondere ziektekostenverzekering 1992.
Artikel 1.15
Wijzigt het Opiumwetbesluit.
Artikel 1.16
Wijzigt het Registratiebesluit BIG.
Artikel 1.17
Wijzigt het Tijdelijk besluit tegemoetkoming buitengewone uitgaven.
Artikel 1.18
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg.
Artikel 1.19
Wijzigt het Vrijstellingsbesluit WTG.
Artikel 1.20
Wijzigt het Zorgindicatiebesluit.
Artikel 1.21
Ingetrokken worden:
- a. het Besluit van 19 december 1991, houdende wijziging van het Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering (Stb. 723);
- b. het Besluit van 19 december 1991, houdende wijziging van het Aanwijzingsbesluit verplicht-verzekerden Ziekenfondswet (Stb. 1987, 227) (Stb. 727);
- c. het Besluit van 23 december 1991, houdende wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking van de toegang tot particuliere ziektekostenverzekeringen (Stb. 773);
- d. het Besluit van 9 mei 1994, houdende wijziging van het Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering alsmede het Inschrijvingsbesluit bijzondere ziektekostenverzekering 1992 (Stb. 355);
- e. het Besluit van 18 december 1995, houdende wijziging van het Aanwijzingsbesluit verplicht-verzekerden Ziekenfondswet in verband met de invoering van de Wet privatisering ABP (invoering WAO-conforme regeling) (Stb. 1996, 6);
- f. het Besluit van 16 augustus 1996, houdende wijziging van het Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering en het Inschrijvingsbesluit bijzondere ziektekostenverzekering 1992 (Stb. 437);
- n. het Besluit van 23 mei 2001 tot wijziging van het Zorgindicatiebesluit in verband met de uitbreiding van de vormen van zorg waarop dat besluit van toepassing is (Stb. 265);
Artikel 1.22
De persoon die op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel 1.6, onderdeel A, verzekerd was op grond van artikel 5 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, en aanspraak had op een uitkering als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder b, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, behoudt aanspraak op zodanige uitkering voor de kosten van zorg waarop op die dag aanspraak bestond op grond van artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor zover:
- a. de verlening van de zorg op of voor die dag is begonnen, of
- b. het zorg betreft waarop hij aansluitend aan of in plaats van de onder a bedoelde zorg in redelijkheid is aangewezen.
Het eerste lid geldt na de termijn, bedoeld in artikel 8.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 niet voor zorg, bedoeld in artikel 8.1 van die wet en geldt na de termijn, bedoeld in artikel 10.1, derde of vierde lid, van de Jeugdwet niet voor zorg, bedoeld in artikel 10.1, tweede lid, van die wet.
De artikelen 3.1.3. tot en met 3.1.6. van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1.23
De zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet verlangt van een verzekerde als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van die wet die op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van de in artikel 4.3, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering genoemde bepalingen van dat besluit in het bezit was van een indicatiebesluit, een door een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verleende toestemming of een verwijzing voor de in dat artikel geregelde zorg, niet dat toestemming wordt gevraagd of een verwijzing wordt overgelegd. Het indicatiebesluit, de toestemming of de verwijzing gelden als titel voor het verkrijgen van de verzekerde prestaties gedurende de periode waarvoor het indicatiebesluit, de toestemming of de verwijzing geldt.
Indien een verzekerde als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet ingevolge de zorgverzekering recht heeft op de levering van zorg door zijn zorgverzekeraar en op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van de in artikel 4.3, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering genoemde bepalingen van dat besluit als verzekerde ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten in dat artikel geregelde zorg ontving van een zorgaanbieder met welke de zorgverzekeraar daartoe geen overeenkomst heeft gesloten, heeft de verzekerde desalniettemin recht op zorgverlening door die zorgaanbieder voor rekening van de zorgverzekeraar.
Artikel 1.24
Vervallen
Hoofdstuk 2. Justitie
Hoofdstuk 2. Justitie
Hoofdstuk 4. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Hoofdstuk 5. Financiën
Hoofdstuk 6. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Hoofdstuk 7. Economische Zaken
Hoofdstuk 8. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 oktober 2005, kenmerk DWJZ/SWW-2617663;
Gelet op
– de artikelen 5, derde en vierde lid, 6, tweede en vierde lid, 7, tweede, derde en vierde lid, 9, tweede lid, 9a, eerste en tweede lid, artikel 9b, tweede en vijfde lid, 11, 13, tweede lid, 40, 52, vierde en vijfde lid, en 77 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
– de artikelen 5, tweede lid, 6, tweede lid, 8, derde lid, 10, vijfde lid, 15, eerste en tweede lid, 16, tweede lid, 18, vierde lid, 19, tweede lid, 26, derde lid, 40, vierde lid, 45, 51, tweede en vierde lid, 70, derde lid, en 75 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden;
– artikel 243, eerste lid, tweede volzin, van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
– artikel 45 van de Comptabiliteitswet 2001;
– de artikelen 8, eerste lid, 10, tweede lid, 12, 14, 15, eerste en tweede lid, 16, 17, eerste en vierde lid, 18, vierde lid, onderdeel c, 19, tweede en vierde lid, 20, eerste lid, en 27 van de Handelsregisterwet 1996;
– artikel 11, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag;
– artikel 4.2, eerste lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet;
– de artikelen 3c, 4, eerste lid, en 5, eerste en tweede lid, van de Opiumwet;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.