Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 6 januari 2006, nr. WJZ/2006/288(8182), houdende bekendmaking van spellingregels en een lijst van woorden betreffende de schrijfwijze van de Nederlandse taal waartoe het Comité van Ministers op 25 april 2005 heeft beslist (Besluit bekendmaking spellingvoorschriften 2005)

Type Ministeriële regeling
Publication 2006-05-01
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gezien de beslissing van 25 april 2005 van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie betreffende de schrijfwijze van de Nederlands taal;

Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Spellingwet;

Besluit:

Artikel 1

Met ingang van 1 augustus 2006 geschiedt de schrijfwijze van de Nederlandse taal bij de in artikel 2 van de Spellingwet bedoelde overheidsorganen, bij de uit de openbare kas bekostigde onderwijsinstellingen en bij de examens waarvoor wettelijke voorschriften zijn vastgesteld, volgens:

Artikel 2

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekendmaking spellingvoorschriften 2005.

Bijlage behorende bij artikel 1, onder a, van het Besluit bekendmaking spellingvoorschriften 2005

Leidraad

Inhoudsopgave

Inleiding

1. Beginselen van de Nederlandse spelling

2. Klinkers

3. Medeklinkers

4. Accenttekens

5. Klemtoonteken en uitspraaktekens

6. Los, aaneen of met een koppelteken?

7. Klinkerbotsing

8. Samenstelling met tussenletters -e- of -en-

9. Afleiding met tussenletters -e- of -en-

10. Samenstelling of afleiding met of zonder tussenletter -s-

11. Werkwoorden

12. Engelse woorden in het Nederlands

13. Speciale meervouden van zelfstandige naamwoorden

14. Bezitsvorm van zelfstandige naamwoorden

15. Verkleinwoorden

16. Hoofdletters of kleine letters?

17. Afkortingen, symbolen, initiaalwoorden, letterwoorden, verkortingen

18. Woorden afbreken

Inleiding

Spelling berust op afspraken die we volgen als we gesproken taal vastleggen op papier of met de tekstverwerker. Die afspraken zijn bedoeld om het schrijven en lezen zo vlot en efficiënt mogelijk te maken. Daarbij proberen we een woord altijd op dezelfde manier te schrijven. In de loop van de voorbije eeuwen zijn daar regels voor geformuleerd.

Sinds 1804 wordt onze spelling vastgelegd door de overheid. Het gaat daarbij om basisbeginselen en om specifieke regels, zoals die voor het spellen van klinkers en medeklinkers, het gebruik van hoofdletters en tekens (accenten, koppelteken, trema en apostrof), voor de schrijfwijze van samenstellingen met een tussenklank (pannenkoek, aktetas) en voor de verdeling van woorden in lettergrepen. Daarbij publiceert de overheid een lijst van woorden die volgens de regels zijn gespeld en andere die moeilijk af te leiden zijn uit regels, bijvoorbeeld woorden die we overnemen uit andere talen.

Zowel in Vlaanderen als in Nederland schrijft de overheid het gebruik van de officiële spelling voor aan zichzelf en aan het onderwijs. De regels voor deze spelling worden vastgelegd door de Nederlandse Taalunie, een instelling waarin Nederland, Vlaanderen en Suriname samen zorg dragen voor de Nederlandse taal.

De meeste taalgebruikers volgen deze officiële spelling, ook al zijn ze daartoe niet verplicht en al worden overtredingen niet bestraft. Ze doen dat omdat spelfouten de aandacht van de lezer afleiden en omdat een correcte spelling in onze maatschappij door velen gezien wordt als een teken van zorgvuldigheid en kwaliteit. En ook omdat ze er zelf baat bij hebben dat in alle Nederlandse teksten dezelfde spelling wordt gevolgd. Alleen in die omstandigheden kunnen taalgebruikers het systeem optimaal leren en gebruiken.

Toch is spellen, zelfs met een stel duidelijke regels, niet eenvoudig. Het zal ook nooit eenvoudig worden, want het gaat erom een klanksysteem om te zetten in een schriftsysteem. Die twee zijn zo verschillend van aard dat het onmogelijk is om deze omzetting zonder inconsistenties tot stand te brengen. Dat probleem doet zich met name voor bij uitheemse woorden. Hun schrijfwijze roept het oorspronkelijke klanksysteem op en dat leidt vaak tot resultaten waar taalgebruikers moeite mee hebben. Squashen en skiën zijn redelijk bekende sporten, maar de schrijfwijze van ik squashte en ik skiede zal niet voor iedereen direct volgen uit de regels voor het Nederlands, net zomin als de schrijfwijze van een Bordeauxs café, een karbonadetje of karbonaadje.

Omdat onze taal voortdurend in beweging is, publiceert de Nederlandse Taalunie sinds 1995 om de tien jaar een geactualiseerde Woordenlijst Nederlandse taal. Die is aangevuld met woorden die na de vorige editie in onze taal zijn verschenen, terwijl woorden waarvan de opname niet nuttig is gebleken, zijn verwijderd.

De spellingregels zijn voor de uitgave van 2005 niet veranderd. Maar waar uit de praktijk is gebleken dat er onduidelijkheden bestonden, en zeker waar er schijnbare of echte tegenspraak bestond tussen de regels en de toepassing ervan in de Woordenlijst, werden ze anders verwoord. Daarbij worden enkele kwesties die in vorige edities niet uitputtend waren behandeld, nu duidelijker beschreven. Het gaat bijvoorbeeld om het al dan niet aaneenschrijven van diverse soorten woordgroepen en samenstellingen (50 eurobiljet, Middellandse Zeegebied, pseudoklassiek, re-integratie, accountmanager), om het gebruik van hoofdletters en puntjes in afkortingen (ADSL, aids) en om de schrijfwijze van namen van talen en dialecten (het Standaardnederlands, het New Yorks). Eén uitzonderingsregel voor het schrijven van de tussen-n in samenstellingen, die betrekking had op plantnamen met als linkerdeel de naam van een dier (paarde(n)bloem), is afgeschaft, omdat hij in de praktijk nodeloos veel problemen opleverde.

De Woordenlijst is voor deze uitgave grondig herzien. Er is gepoogd om in minder pagina’s meer woorden op te nemen waar de gebruiker een probleem mee kan hebben. Daarom werden veel samenstellingen geschrapt waarvan de spelling blijkt uit gelijksoortige gevallen. Er konden daardoor ongeveer zesduizend nieuwe trefwoorden worden opgenomen. Tegelijk is de presentatie van de woorden verbeterd. Bij sommige woorden met meer dan één mogelijke spelling (bijvoorbeeld met een hoofdletter of een kleine letter) wordt verduidelijkt wanneer we welke vorm kiezen. Bij werkwoorden die spelproblemen veroorzaken in de vervoeging, worden meer vormen opgenomen (bijvoorbeeld skiën, skiede, geskied; ik ski, jij skiet).

De Woordenlijst spreekt zich alleen uit over de vorm van de woorden en, als het om zelfstandige naamwoorden gaat, over het woordgeslacht. De opname van een woord mag derhalve niet beschouwd worden als een officiële goedkeuring van het woord, en het ontbreken van een woord betekent geen afkeuring.

Redactionele opmerkingen

Voor een goed begrip van de spelling is het noodzakelijk een onderscheid te maken tussen klanken en letters. In deze Leidraad wordt een klank genoteerd tussen twee schuine strepen. Als er over letters wordt gesproken, dan worden die letters schuin gedrukt. Ook voorbeeldwoorden zijn schuin gedrukt.

Dus in brood en cadeau wordt de /oo/ respectievelijk als oo en eau geschreven.

De regels die hier worden beschreven, behoren tot de officiële spelling die is vastgelegd door de Nederlandse Taalunie. De Woordenlijst, die volgt op de Leidraad, is samengesteld op basis van die regels. Wanneer er twijfel bestaat over de toepassing van een regel, biedt de Woordenlijst uitsluitsel.

Het gewone teken om een woord af te breken op het eind van een tekstregel is het liggend streepje (-). Om verwarring te vermijden met het koppelteken in samengestelde woorden (auto-onderdelen) gebruiken we voor afbreking in deze Leidraad en in de Woordenlijst een bolletje, behalve op de plaats waar ook in de niet-afgebroken vorm een koppelteken staat: au•to-on•der•de•len.

Verwijzingen naar andere plaatsen in de tekst worden aangegeven met een pijltje: →.

In de tekst worden voorbeelden gegeven bij elke regel of bij elke categorie van woorden. Deze lijsten zijn alleen volledig als dat uitdrukkelijk wordt vermeld.

1. Beginselen van de Nederlandse spelling

De spelling van het Nederlands is gebaseerd op het basisbeginsel van de standaarduitspraak. Dat wordt ingeperkt door twee nevenbeginselen: dat van de gelijkvormigheid en dat van de etymologie.

1.1. beginsel van de standaarduitspraak

We spellen een woord met de klanken die we horen in de standaarduitspraak van dat woord.

Met standaarduitspraak wordt bedoeld: een uitspraak die niet gekleurd is door de woonplaats, leeftijd of andere kenmerken van een bepaalde spreker. We spellen dus niet srijfer of schraaiver, maar schrijver. In gevallen waarin de standaarduitspraak varieert, bijvoorbeeld in Vlaanderen en Nederland, kiest de officiële spelling meestal een vorm die beide varianten dekt. We schrijven daarom niet oto, maar auto.

1.2. beginsel van de gelijkvormigheid

We spellen een woord of woorddeel zo veel mogelijk op dezelfde wijze.

We proberen een woord of een deel van een woord altijd op dezelfde manier te schrijven, ook al spreken we het soms anders uit. Zo schrijven we bloed altijd met d, ook al horen we alleen een /d/ in vormen als bloeden en koelbloedig, en horen we een /t/ in bloed en bloedverwant.

Dit beginsel wordt beperkt door specifieke regels. De belangrijkste zijn:

(a) We schrijven geen v of z aan het eind van een lettergreep*.

We vervangen ze door f of s. We schrijven dus niet raav (gelijkvormig met raven), maar raaf en niet prijz (gelijkvormig met prijzen), maar prijs. Uitzonderingen vinden we in uitheemse woorden als pilav en fez.

(b) We schrijven geen dubbele medeklinker* aan het eind van een woord.

Als we dus een -t toevoegen aan de stam van een werkwoord voor de derde persoon enkelvoud (*werken – werk – het werkt), geldt dat niet als de stam eindigt op t (zitten – zit – niet: het zitt, maar het zit). Uitzonderingen vinden we in uitheemse woorden als baseball en jazz*.

(c) Als een woord eindigt op een sisklank*, vervalt de s van het volgende achtervoegsel*.

Als het grondwoord eindigt op -s, -sch of een andere sisklank, vervalt de s van het achtervoegsel -s of -st. We schrijven dus ik was het nerveust en niet ik was het nerveusst, wel het friste water en niet het frisste water, wel iets Belgisch en niet iets Belgischs*.

De vrouwelijke vorm van fietser schrijven we als fietsster, want voor het achtervoegsel -ster geldt deze regel niet.

De regel van de gelijkvormigheid kan een hulp zijn voor de taalgebruiker die zoekt hoe een woord moet worden geschreven. Wie bijvoorbeeld het woord geboortefeest zou willen schrijven en twijfelt over de tussen-n, kan zich laten leiden door andere woorden die tot dezelfde categorie behoren, zoals geboortedag, geboortekaartje, geboortepremie.

1.3. beginsel van de etymologie

De spelling van een woord wordt soms bepaald door zijn herkomst.

De spelling van een woord kan sporen bevatten van zijn geschiedenis of etymologie. De verschillende herkomst van de woorden is een verklaring voor de twee schrijfwijzen van de tweeklanken /ei/ en /au/. We schrijven zij anders dan zei, omdat die woorden in ouder Nederlands verschillend uitgesproken werden. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld gauw en gouw*.

Woorden die we uit andere talen overnemen, schrijven we aanvankelijk in de uitheemse spelling, maar naarmate een woord zich aanpast aan het Nederlandse taalsysteem, wordt ook de schrijfwijze vernederlandst. Het Franse woord sérieux bijvoorbeeld is het Nederlandse serieus geworden, behalve in de nog als Frans aangevoelde uitdrukking iets au sérieux nemen. De spelling van woorden uit het Engels wordt zelden aangepast aan het Nederlands, hoewel het vaak om courante woorden gaat, zoals baby en computer.

2. Klinkers

2.1. verenkeling van lange klinkers in een open lettergreep

Een lange klinker wordt in een gesloten lettergreep* geschreven met twee tekens, in een open lettergreep met een enkel teken.

Het gaat om de lange klinkers* /aa/,

/ee/, /oo/ en /uu/. We schrijven dus oo in de gesloten lettergreep boom, maar o in de open lettergreep bo•men. Op dezelfde manier:

staar – staren

heel – helend

koor – koren

zuur – verzuren

Deze regel geldt niet voor de /ie/, waarvoor we een ander stel regels hebben. Ook zijn er talloze uitzonderingen, onder meer voor uitheemse woorden*.

De klinkers eu en oe worden in inheemse woorden altijd op dezelfde manier geschreven.

2.2. verdubbeling van medeklinkers op het eind van een gesloten lettergreep

Een medeklinker schrijven we dubbel na een korte klinker als er op die medeklinker nog een onbeklemtoonde lettergreep* volgt.

Het gaat om de medeklinkers b, d, f, g, k, l, m, n, p, r, s, t, z en c (uitgesproken als /k/) en om de korte klinkers* /a/, /e/, /i/, /o/, /u/.

netten

biggen

remmen

aerobiccen

Uitzonderingen op deze regel:

schakelen

dreumesen

lemmeten

bezigen

leeuweriken

stencilen

kieviten

ademen

Bussumer

Dokkumer

Maar: Blaricummer, Hilversummer

2.3. /ee/ op het eind van een inheems woord

De lange /ee/ wordt aan het einde van een inheems woord met twee tekens geschreven. In een samenstelling of een afleiding* behouden we deze dubbele klinker. Maar voor -isch schrijven we de e enkel.

zee – zeevis – overzeese

twee – tweeling – tweetjes – tweeën

Goeree – Goereese

De regel geldt ook voor sommige uitheemse woorden.

trochee – trocheïsch

Aandacht verdienen uitheemse woorden die geen grondwoord hebben dat eindigt op /ee/, maar wel afgeleide vormen die eindigen op -eeën, -eeër, -eïsch, -ese, -eïsme, -eïstisch.

farizeeën – farizeeër – farizees – farizese – farizeïsch – farizeïsme

Pyreneeën – Pyrenees – Pyrenese

Europeeër – Europees – Europese

2.4. /ee/ op het eind van een Frans woord

In het Frans kan een woord eindigen op -é (café) of op -ée (matinée). In het Nederlands vervalt het accent aigu op de ee.

café

comité

matinee

puree

assemblee

→ accenttekens, 4.1, 4.2

Als de aanduiding van een persoon eindigt op /ee/, schrijven we -é voor de mannelijke of sekseneutrale vorm, -ee voor de vrouwelijke vorm.

een attaché (m) – een attachee (v)

een employé (m) – een employee (v)

een invité (m) – een invitee (v)

Voor woorden die als zuiver uitheems worden aangevoeld, en die hun accenten niet verliezen, geldt deze regel niet. De vrouwelijke vorm behoudt de -ée.

een dégénéré (m) – een dégénérée (v)

een délégué (m) – een déléguée (v)

In verkleinwoorden wordt de slotklinker -é omgezet in ee.

café – cafeetje

prostitué of prostituee – prostitueetje

→ afbreking: 18

2.5. ie of i ?

We schrijven de lange /ie/ meestal als ie:

(a) in een gesloten lettergreep: fiets, niet, advies, plezier, lief, actief*;

(b) aan het einde van een woord: olie, hatsjie, kwestie, positie, die, neurie, industrie, bacterie;

(c) in een beklemtoonde open lettergreep die niet aan het eind van een woord komt: gierig, gieten, spiegel.

We schrijven de lange /ie/ meestal als i:

(a) in een onbeklemtoonde open lettergreep die niet aan het eind van een woord komt: figuur, gitaar, libel, miauw, riool;

(b) in het achtervoegsel -isch: Russisch, romantisch*;

(c) in veel uitheemse woorden: taxi, piramide, broccoli, ski, souvenir, bikini, alibi*.

Er zijn veel uitzonderingen op deze vuistregels. Zo schrijven we gieter, maar ook liter, en jullie maar ook juli. De Woordenlijst geeft uitsluitsel.

→ trema bij oliën of knieën: 7.4

2.6. oo voor ch

We schrijven de klank /oo/ met twee tekens voor de medeklinker *ch , ook in een open lettergreep.**

goochelaar

loochenen

2.7. u voor w

We schrijven de klank /uu/ met een enkel teken voor de medeklinker w, ook in een gesloten lettergreep*.

schaduw – schaduwen

afschuw – afschuwelijk

2.8. gesloten lettergreep voor -aard, -aardig, -achtig

In de laatste lettergreep voor de achtervoegsels -aard, -aardig, -achtig schrijven we de lange klinkers /aa/, /oo/, /ee/, /uu/ met twee tekens.*

Als we woorden met deze achtervoegsels afbreken, is de lettergreep* gesloten.

wreedaard – wreed•aard

boosaardig – boos•aardig

geelachtig – geel•achtig

Maar: hovaardig (gevormd met -vaardig).

2.9. ei of ij?

De spelling van woorden met ei (‘korte ei’) of ij (‘lange ij’) hangt af van de etymologie van het woord. Wat wij vandaag op verschillende wijze schrijven maar op dezelfde manier uitspreken (bijvoorbeeld leiden en lijden), werd vroeger ook op verschillende wijze uitgesproken (bijvoorbeeld in de middeleeuwen le(i)den en liden). In veel dialecten zijn deze uitspraakverschillen vandaag nog te horen. Bij twijfel over de juiste spelling biedt de Woordenlijst uitsluitsel.

2.10. au of ou?

Woorden die we vandaag met ou schrijven hebben een andere geschiedenis dan vergelijkbare woorden die een au hebben. Er zijn geen vuistregels te geven die de taalgebruiker enig houvast bieden. De Woordenlijst geeft uitsluitsel.

3. Medeklinkers

Er zijn geen sluitende regels om te bepalen wanneer een woord uit een andere taal met de uitheemse medeklinkers c en x, of de combinaties qu, th of rh wordt geschreven. Doorgaans geldt wel de gelijkvormigheidsregel: als we een woorddeel met c schrijven, is dat in (bijna) alle combinaties met andere woorddelen het geval.

3.1. k of c ?

De klank /k/ schrijven we met k in inheemse woorden zoals kan, bakken, kruipen*.

Naarmate een uitheems woord zich aanpast aan het Nederlandse taalsysteem, wordt ook de schrijfwijze vernederlandst. Dat is gebeurd met van oorsprong Latijnse en Franse woorden als komedie, karakter, akte, strikt, maar niet met contact, locomotief, product, college, actrice*. De Woordenlijst biedt hier uitsluitsel.

Soms schrijven we verwante woorden in de ene vorm met k, in een andere met c.

kritiek, kritisch – criticus, criticaster

praktijk, praktisch – practicus, practicum

klassiek – classicisme

klasseren – declasseren

vakantie – vacant

akkoord – accorderen

Enkele vuistregels geven de taalgebruiker een indicatie over de spelling met k of c.

(a) We schrijven c in de uitheemse elementen -act, -actie, -actief, -ca, -caresse, -caris, -caster, -cateur, -catie, -cator, -catrice, -cus, -ect, -ectie, -ectief, -ica, -icus, -scoop, -uct of -uctie.

bibliothecaresse

bioscoop

fysica

insect

locatie

product

productie

reactie

(b) We schrijven c in de uitheemse elementen co-, col-, com-, con-, contra-, cor- aan het begin van een woord.

coalitie

co-educatie

college

colonne

combattief

conclusie

contact

contrarevolutie

correctie

Niet elke klank /ko/ of /koo/ aan het begin van een woord valt onder deze regel.

koket

kolonie

komiek

konvooi

kosmos

(c) We schrijven doorgaans c in de uitheemse elementen cata-, cate-, crypt- of crypto-, loco-, macro- en micro-, necro-, oct- aan het begin van een woord.

catastrofe

categorisch

cryptisch

locomotief

microfoon

necrologie

octopus

Andere woorden worden gespeld met k, onder andere katalysator, katafalk, katapult, oktober.

(d) Het woorddeel elek- in woorden die verwant zijn met elektriciteit , schrijven we met k.

elektriciteit

elektrisch

elektrocutie

elektronica

3.2. k of qu ?

De combinatie qu wordt soms uitgesproken als /k/, soms als /kw/.

Naarmate een uitheems woord zich aanpast aan het Nederlandse taalsysteem, wordt ook de schrijfwijze vernederlandst. We schrijven daarom soms qu, soms k of kw*. De Woordenlijst biedt hier uitsluitsel.

aquarium

quasi

cheque

enquête

etiquette

croquet (spel)

kwadraat

kwaliteit

kwartier

etiket

kroket (voedsel)

3.3. t of th ?

In sommige uitheemse woorden schrijven we /t/ als th*, maar

ether

katholiek

methode

-pathie (zoals in apathie, sympathie)

-theek (zoals in bibliotheek, apotheek)

-thecaris, -thecaresse (zoals in bibliothecaris)

-theker (zoals in apotheker)

theorie

allochtoon

astma

atleet

difterie

etnisch

labyrint

In Engelse woorden en sommige woorden uit het Hebreeuws komt toch een th aan het eind: sudden death; Goliath.

In inheemse woorden komt th voor in versteende samenstellingen zoals thuis (uit te en huis) en thans (uit te en hand) (maar: nochtans) en in namen zoals Drenthe (maar: Drents*).

3.4. s of z ?

(a) Een uitheems woord* dat eindigt op een lange klinker plus /s/ krijgt doorgaans een /z/, geschreven als z , als we er een uitgang aan toevoegen die begint met een toonloze /ə /.

religieus – religieuze

serieus – serieuze

Uitzondering: diffuus – diffuse.

Vrouwelijke beroepsaanduidingen die eindigen op -euse en die varianten zijn van mannelijke vormen op -eur, spreken we uit met /z/, maar we schrijven s.

coiffeuse

masseuse

(b) We schrijven een s in de elementen -(i)seren, -(i)sering, -(i)satie en -siteit.

organiseren, organisatie

acclimatiseren, acclimatisering, acclimatisatie

nervositeit

virtuositeit

3.5. x of ks ?

Naarmate een uitheems woord zich aanpast aan het Nederlandse taalsysteem, wordt ook de schrijfwijze vernederlandst. We schrijven daarom soms x, soms ks*. De Woordenlijst biedt hier uitsluitsel.

boxer (hond, kledingstuk)

index

maximum

sextet

taxi

taxeren

textiel

bokser (sportman)

seks, sekse (en alle samenstellingen en afleidingen, zoals seksclub en seksualiteit, behalve in de Engelse woorden sexappeal en sexy)

taks

tekst

4. Accenttekens

In sommige Franse woorden schrijven we een accent op een klinker. Het gaat om het accent aigu (´ zoals op de é in logé), het accent grave (` zoals op de è in scène) en het accent circonflexe of dakje (^ zoals op de ê in crêpe*).

Op een hoofdletter schrijven we nooit een accent, behalve bij uitheemse woorden die met accent op een hoofdletter ontleend zijn, zoals Dáil Éireann.

4.1. vernederlandste Franse woorden

(1) Een Frans woord dat gangbaar is geworden in het Nederlands, verliest zijn accenttekens.

(2) Alleen de accenten op de e blijven behouden als dat nodig is om de uitspraak aan te geven.

cheque

condoleance

controle

diner

ragout

Een uitzondering op de regel is het woord à in bijvoorbeeld tien à twaalf dagen.

ampère

café

enquête

première

scène

Als het accent niet nodig is voor de uitspraak, schrijven we het niet. Zo is er geen teken nodig op de eerste e van procedé, maar wel op de tweede.

dedain

depot

epoque

reverence

→ /ee/ op het eind van Franse woorden: 2.4

4.2. niet-aangepaste Franse woorden

In een woord dat nog als echt Frans wordt aangevoeld, blijven alle accenttekens staan. Dat geldt vooral voor woordgroepen*.

tête-à-tête

déjà vu

maîtresse

maître d’hôtel

belle époque

coûte que coûte

Het is moeilijk te beslissen of een Frans woord onder regel 4.A of regel 4.B valt. De Woordenlijst geeft uitsluitsel. Als een woord daar niet in voorkomt, dan is het waarschijnlijk een gelegenheidsontlening. We behouden dan de accenten.

5. Klemtoonteken en uitspraaktekens

Een klemtoonteken kunnen we gebruiken om een sterke nadruk op een woord weer te geven.

Een uitspraakteken gebruiken we als een klinker in de gegeven context meer dan één uitspraak kan krijgen, met een verschillende betekenis. In de vorige zin heeft één uitspraaktekens gekregen omdat het mogelijk is het telwoord één in deze zin foutief te lezen als een onbepaald lidwoord een (met toonloze /ə /). Waar geen verwarring mogelijk is, bijvoorbeeld in een van de woorden, of in eenmalig, gebruiken we geen uitspraaktekens.

Op een hoofdletter schrijven we geen klemtoon- of uitspraaktekens.

5.1. klemtoonteken

Het klemtoonteken is ´. Als een klinker of tweeklank met twee of meer letters geschreven wordt, krijgen de eerste twee een klemtoonteken.

dat is dé oplossing

het kán

vóórkomen

voorkómen

je moet het vóór je verjaardag doen

dóén

níéuwe

Door technische beperkingen vervalt meestal het nadrukteken op de j van een lange ij. Bijvoorbeeld: blíjven kijken!

5.2. uitspraaktekens

Op een e kunnen we de uitspraaktekens ´ en ` gebruiken. Het teken é geeft /ee/, è geeft /è/.

hé

hè

één dag

blèren

6. Los, aaneen of met een koppelteken?

Een woordgroep* schrijven we los.

Een samenstelling of afleiding schrijven we aaneen.

In enkele bijzondere gevallen schrijven we een samenstelling of woordgroep met een koppelteken.

Voor het aaneenschrijven van een samenstelling of afleiding moeten we bijzondere regels in acht nemen in het geval van klinkerbotsing*. We gebruiken dan een koppelteken of een trema.

→ klinkerbotsing: 7.1 tot 7.5

6.1. woordgroep los

Een woordgroep schrijven we met spaties tussen de woorden.

Een woordgroep* is een serie woorden die bij elkaar worden gehouden door een grammaticaal verband, zoals in een zin. Dat verband hoeven we niet te tonen in de spelling. Daarom schrijven we de woorden in een woordgroep los van elkaar.

Ik zoek de weg naar het academisch ziekenhuis.

Je zoekt het veel te ver.

Er wordt huis aan huis gebeld.

Elizabeth I

Ze is geboren op 9 januari 1950.

We zullen dit ad hoc oplossen.

Het wordt in der minne geschikt.

→ woordgroep of samenstelling: 6.8

→ woordgroep vast in samenstelling: 6.7

6.2. samenstelling en afleiding aaneen

De delen van een samenstelling of een afleiding schrijven we aan elkaar vast.

Als we twee woorden bij elkaar brengen om er een nieuwe betekenis mee uit te drukken, dan tonen we het verband tussen de delen door ze aan elkaar vast te schrijven. Dat doen we met samenstellingen die uit twee of meer delen bestaan.

tuinstoel

overnemen

bedrijfsklaar

paardenbloem

langetermijnplanning

linkerdijbeenbreuk

Als we om een nieuwe betekenis uit te drukken een woord combineren met een voor- of achtervoegsel*, dat niet als een apart woord bestaat, dan noemen we het geheel een afleiding. Ook de delen van een afleiding schrijven we aan elkaar vast.

onaf

oerstom

antistoffen

pseudoklassiek

onnoemelijk

schuldig

Als een samenstelling moeilijk te lezen of te begrijpen is, kunnen we de structuur verduidelijken met een koppelteken. Zo schrijven we tweedekansonderwijs volgens de regel aaneen, maar we kunnen ook schrijven tweedekans-onderwijs als we verwachten dat de lezer de samenstelling niet meteen doorziet.

Dat kunnen we ook doen als een woord op twee manieren gelezen kan worden en als uit de context niet duidelijk is welke betekenis we bedoelen. Als we met valkuil niet een gecamoufleerde put of een hinderlaag bedoelen, maar een soort vogel, kunnen we valk-uil schrijven. In de Woordenlijst wordt dit optionele koppelteken niet aangegeven.

Op dezelfde manier:

parallelelementen, maar ook parallel-elementen

massagebed, maar ook massa-gebed of massage-bed

identiteitschip, maar ook identiteits-chip

→ facultatief koppelteken in afleiding: 7.2

→ facultatief koppelteken in Engelse samenstelling: 12.1

→ koppelteken bij klinkerbotsing: 7.2

→ koppelteken bij twee-en-een-half: 7.5

→ koppelteken in Engelse

samenstellingen: 12.1

→ koppelteken in samenkoppelingen uit andere talen: 6.5

→ koppelteken in aardrijkskundige namen en namen van talen: 16.3

6.3. samenstelling – bijzondere gevallen met koppelteken

We gebruiken een koppelteken om de structuur te verduidelijken of om een ongewoon woordbeeld te vermijden in een samenstelling. Dat moeten we doen als de elementen gelijkwaardig zijn, bij samengestelde aardrijkskundige namen, als het tweede element een hoofdletter heeft, als een van de elementen een cijfer, letter, symbool of initiaalwoord is, of in een samenstelling met een bijzondere voor- of nabepaling.

Tussen gelijkwaardige elementen die naast elkaar worden geplaatst in een samenstelling, gebruiken we een koppelteken.

Het gaat om combinaties van twee of meer elementen die in de samenstelling in principe met elkaar verwisseld kunnen worden. Zo zouden we een dichter-botanicus ook een botanicus-dichter kunnen noemen.

een pianiste-componiste

een hotel-restaurant

zwart-wit

cultureel-maatschappelijk

politiek-ideologisch

Als een samenstelling van twee adjectieven in principe niet omwisselbaar is, schrijven we de twee delen aan elkaar vast. Zo betekent sociaalpsychologisch niet: sociaal én psychologisch, maar: volgens de sociale psychologie. Andere voorbeelden:

privaatrechtelijk

sociaalkritisch

sociaalgeografisch

populairwetenschappelijk

Als een beroepsnaam vergezeld wordt van een bijvoeglijk naamwoord, schrijven we die twee elementen los: sociaal psycholoog, sociaal geograaf, klinisch bioloog, civiel ingenieur, algemeen secretaris.

Een samengesteld bijvoeglijk naamwoord gebruiken we ook om een religieuze, levensbeschouwelijke of maatschappelijke strekking aan te duiden die uit twee of meer componenten bestaat. Als de delen in principe verwisselbaar zijn, dan gebruiken we een koppelteken.

extremistisch-links (of: links-extremistisch)

democratisch-liberaal-conservatief (of: democratisch-conservatief-liberaal)

Als de delen van een dergelijke samenstelling niet verwisselbaar zijn, schrijven we ze aaneen.

christendemocratisch (democratischchristen kan niet)

ultranationalistisch (nationalistischultra kan niet)

We gebruiken ook een koppelteken als het eerste deel verwijst naar een plaats of een bevolkingsgroep.

Nederlands-hervormd

rooms-katholiek

Baskisch-nationalistisch

Als we een zelfstandig naamwoord vormen op basis van dit soort samenstellingen, behouden we de schrijfwijze (aaneen of met koppelteken).

een liberaal-conservatief

een links-extremist

een christendemocraat

een Vlaams-nationalist

→ facultatief koppelteken in samenstelling: 6.2

→ Engelse samenstellingen en woordgroepen aaneen of los: 12.1

Een tweedelig samengestelde aardrijkskundige naam en zijn afleidingen schrijven we met een koppelteken.

Aarle-Rixtel

Knokke-Heist

Deze regel geldt ook voor aardrijkskundige namen met als linkerdeel een woord als Noord, Zuid, West, Oost, Centraal, Hoog, Laag, Boven, Beneden, Midden, Nieuw, Nederlands, Belgisch, Vlaams, Frans, Latijns, Afro, Indo*.

Zuid-Holland

Midden-Amerika

Nieuw-Zeeland

Vlaams-Brabant

Frans-Polynesië

We behouden het koppelteken in de afleiding* van de samengestelde vorm.

Zuid-Hollands

Nieuw-Zeelander

Vlaams-Brabantse

Uitheemse samengestelde aardrijkskundige namen die met een spatie geschreven worden, krijgen geen koppelteken, ook niet in de afgeleide vormen en in samenstellingen.

New York – New Yorker – New Yorkse – een New Yorkreis

Sri Lanka – Sri Lankaan – Sri Lankaans – een Sri Lankareis

→ hoofdletter voor plaatsnamen, namen van volkeren, namen van talen: 16.3

We gebruiken een koppelteken in een samenstelling voor een woorddeel met een hoofdletter.

zwart-Amerikaans

pro-Deoadvocaat

Deze regel geldt ook voor afleidingen met een voorvoegsel dat voor een hoofdletter komt.

anti-Frans

on-Engels

→ namen van talen en dialecten: 16.3

We gebruiken een koppelteken in een tweedelige samenstelling voor of achter een cijfer, een aparte letter of een symbool.

80-jarige

65+-kaart

y-as

tussen-s

A4-formaat

Het koppelteken gebruiken we ook na een linkerdeel dat eindigt op een apostrof met een s*.

een mama’s-kindje

een McDonald’s-maaltijd

→ driedelige samenstellingen met een cijfer: 6.7

Als een woord wordt gevolgd door een letter of cijfer om een categorie aan te geven, beschouwen we het geheel als een woordgroep*. We schrijven de delen niet aan elkaar vast, maar gebruiken een spatie.

hepatitis B

top 10

vitamine B12

Een samenstelling met een dergelijke woordgroep krijgt slechts één koppelteken.

een hepatitis B-besmetting

een top 10-plaat

→ woordgroep in samenstelling: 6.7

→ afleiding van initiaalwoord met apostrof: 6.4

→ apostrof voor verkleinwoorden: 15.4

We gebruiken een koppelteken in een samenstelling voor of achter een initiaalwoord.

tv-kijker

kleuren-tv

IQ-test

bedrijfs-pc-netwerk

CD&V-voorzitter

Een letterwoord* schrijven we in een samenstelling vast, behalve als het met een of meer hoofdletters wordt geschreven.

pincode

petfles

aidsvirus

We schrijven dus wel een koppelteken in bijvoorbeeld:

Riagg-centrum

VUT-regeling

AWACS-vliegtuig

Ook als er klinkerbotsing* is, gebruiken we een koppelteken.

havo-opleiding

Een samenstelling met een verkorting* wordt aaneengeschreven, behalve als de verkorting met een of meer hoofdletters wordt geschreven.

infostand

hifiketen

We schrijven dus wel een koppelteken in bijvoorbeeld:

Benelux-land

Vinex-wijk

→ verschil tussen initiaalwoorden en letterwoorden: 17.3

→ afleiding van initiaalwoord met apostrof: 6.4

→ apostrof voor verkleinwoorden: 15.4

We gebruiken een koppelteken in een samenstelling die bestaat uit een grondwoord met een bijzondere voor- of nabepaling.

niet-rookster

oud-burgemeester

ex-gedetineerde

adjunct-commissaris

Oud- schrijven we vast als het niet de betekenis ‘voormalig’ heeft: oudkomer, oudpapierprijs.

Meester-opzichter schrijven we met een koppelteken, maar niet meestergast of meesterbrein, waar de betekenis van het eerste deel is verzwakt.

directeur-generaal

minister-president

proces-verbaal

auditeur-militair

regering-Kennedy

commissie-Pée-Wesselings

zaak-Profumo

rapport-Van Traa

Sint-Jozef

St.-Anna

sint-bernardshond

ik-roman

het-woord

jij-vorm

6.4. afleiding – bijzonder geval: afleiding van letter, cijfer, symbool of initiaalwoord

Als het grondwoord een letter, cijfer, symbool of initiaalwoord is, gebruiken we een apostrof om een meervoud, een bezitsvorm, een verkleinwoord of een andere afleiding* te vormen.

NCRV’s eerste uitzendingen

sms’jes, sms’en, zij sms’t, wij sms’ten, ze hebben ge-sms’t

gsm’s, gsm’etje

tv’loos

Opmerkingen:

(a) De achtervoegsels -achtig, -dom, -heid en -schap* verbinden we met een streepje. Andere achtervoegsels met een apostrof.

VTM-achtig

65+-dom

AOW’er

2’tjes

(b) Een voorvoegsel wordt aan een letter, cijfer, symbool of initiaalwoord verbonden met een koppelteken: al dat ge-sms tegenwoordig, ge-e-maild

→ samenstelling met cijfer, letter of symbool: 6.3

→ aaneenschrijven van telwoorden: 6.9

6.5. samenkoppeling met koppelteken

Een samenkoppeling schrijven we met koppeltekens.

Als een vaste woordgroep één begrip vormt, kunnen we de eenheid aangeven door koppeltekens tussen de woorden te plaatsen. Een dergelijke woordgroep wordt een samenkoppeling genoemd.

een kruidje-roer-me-niet

het staakt-het-vuren

het vrouw-zijn

een kant-en-klare maaltijd

laag-bij-de-gronds

een duivel-doet-al

Onze-Lieve-Vrouw

Samenkoppelingen die we uit andere talen overnemen, behouden de koppeltekens of de spaties die ze in de vreemde taal hebben.

a priori, het a priori (maar in een afleiding: a-priorisch*)

haute couture

deux-chevaux

face-à-main

rez-de-chaussee

trompe-l’oeil

→ samenkoppeling in samenstelling: 6.6

→ woordgroep of samenstelling: 6.8

→ Engelse samenstellingen en uitdrukkingen aaneen of los: 12.1

6.6. samenkoppeling in samenstelling

Als we een samenstelling maken waar een samenkoppeling deel van uitmaakt, behouden we de koppeltekens tussen de woorden van de samenkoppeling. De samenkoppeling schrijven we vast aan het andere deel van de samenstelling.

doe-het-zelf – doe-het-zelfzaak

nek-aan-nek – nek-aan-nekrace

kat-en-muis – kat-en-muisspelletje

heen-en-weer – heen-en-weerdienst

Het koppelteken gebruiken we ook in samenstellingen waarin het rechterdeel verbonden wordt met twee of meer elementen die met elkaar gelijkwaardig zijn.

zwart-witfoto

woon-werkverkeer

Het koppelteken gebruiken we ook in afleidingen van samenkoppelingen. Het achtervoegsel schrijven we vast aan het laatste woorddeel van de groep.

doe-het-zelver

6.7. woordgroep in samenstelling

(1) Als we een samenstelling maken waar een woordgroep deel van uitmaakt, schrijven we alle delen aan elkaar vast.

(2) Tussen de delen van een woordgroep die uit uitheemse woorden* bestaat, schrijven we in dat geval een koppelteken.

(3) Een eigennaam* die uit meer dan één woord bestaat, en dus meer dan één hoofdletter heeft, krijgt geen koppelteken in een samenstelling of een afleiding.

(4) Als de woordgroep eindigt met een symbool, cijfer of letter, schrijven we een koppelteken vóór het rechterdeel van de nieuwe samenstelling.

lange afstand – langeafstandsraket

eerste minister – eersteministerportefeuille

tweede kans – tweedekansonderwijs

open haard – nepopenhaard

sociale zekerheid – basissocialezekerheid

We gebruiken een koppelteken in geval van klinkerbotsing*.

eerste minister: vice-eersteminister

Als het eerste deel van de woordgroep een telwoord is, dan schrijven we het vast in de driedelige samenstelling. Maar als we het telwoord met een cijfer schrijven, gebruiken we een spatie.

elfjuliviering of 11 juliviering

vijftigeurobiljet of 50 eurobiljet

a capella – a-capellakoor

haute couture – haute-couturewinkel

ad hoc – ad-hocbeslissing

Voor samenstellingen met Engelse woordcombinaties gelden speciale regels.

→ Engelse samenstellingen: 12.1

Middellandse Zee – Middellandse Zeegebied

Abu Dhabi – Abu Dhabireis

Rode Kruis – Rode Kruispost

Koningin Beatrix – Koningin Beatrixestafette

Tweede Kamer – Tweede Kamerleden

Ave Maria – Ave Mariaatje

Als de eigennaam het rechterdeel vormt van een samenstelling, gebruiken we een koppelteken voor het eerste woord van de naam.

Rode Kruis – het mini-Rode Kruis

New Yorker – ex-New Yorker

New Yorks – zwart-New Yorks

Karel I-sigaar

Lodewijk XV-meubel

vitamine B12-kuur

6.8. woordgroep of samenstelling?

Er is geen scherpe grens te trekken tussen wat een woordgroep is en wat een samenstelling is. Zelfs met elkaar gerelateerde woordcombinaties, zoals aaneenschrijven en kapotslaan versus van elkaar los schrijven en in stukken slaan, behoren soms tot verschillende categorieën. Vaak zal de taalgebruiker moeten opzoeken of een bepaalde combinatie in een of in meer woorden geschreven wordt. Toch zijn er enkele vuistregels die meestal tot een juiste inschatting leiden.

Combinaties waarin we elk woord met een klemtoon kunnen uitspreken, schrijven we meestal los. Als er een vaste klemtoon is op één lettergreep, gaat het om een samenstelling.

Dat is duidelijk te horen in deze gevallen:

Er ligt een zwart boek tussen de gekleurde boeken.

Er is een zwartboek verschenen over deze affaire.

We moeten een strategie op lange termijn kiezen.

Onze langetermijnstrategie moet herzien worden.

veelgestelde vragen (vragen die veel worden gesteld)

veel gestelde vragen (veel vragen die zijn gesteld)

Als we een woordgroep in het meervoud zetten, verbuigen we doorgaans de bijvoeglijke naamwoorden. Een bijvoeglijk naamwoord dat deel uitmaakt van een samenstelling, blijft ongewijzigd.

een zwart boek – de zwarte boeken

een zwartboek – de zwartboeken

Woordcombinaties die vaak voorkomen in ons taalgebruik, krijgen gemakkelijker de status van samenstelling dan zeldzame combinaties.

een portie rodekool

een portie groene kool

Zij leert pianospelen.

Zij leert marimba spelen.

Als de betekenis van een van de woorddelen is verzwakt of niet meer kan worden herkend in het geheel, dan wordt het woord vaak aaneengeschreven.

een hoog gebouw

een hogeschool

drank halen

ademhalen

(1) driedelige combinaties waarvan het eerste deel wel bij het tweede hoort maar niet bij het derde, schrijven we aaneen.

een langebaanwedstrijd (een wedstrijd op de lange baan)

een korte baanwedstrijd (een korte wedstrijd op de baan)

(2) als de onbepaalde wijs* van een samengesteld werkwoord in één woord wordt geschreven, schrijven we ook de vervoegde vormen in één woord, tenzij er een ander woord tussen de delen komt, of als de volgorde gewisseld is.

wegblijven

dat zij wegblijft

de weggebleven genodigden

dat ik weg ben gebleven

hij bleef weg

(3) een voorzetselbijwoord kan met een woord als daar, er, waar, hier een voornaamwoordelijk bijwoord vormen. We schrijven dat aaneen. Ook een tweede voorzetselbijwoord* hecht zich daaraan vast.

daarboven – erboven – waarboven – hierboven

daarbovenop – erbovenop – waarbovenop – hierbovenop

(4) een bijwoord dat is samengesteld uit voorzetselbijwoorden, schrijven we in één woord. Maar een voorzetselbijwoord schrijven we niet vast aan een voorzetsel dat behoort bij een woordgroep rond een zelfstandig naamwoord.

Ze zit achterop.

Ze zit achter op de fiets.

Het staat vanboven.

Zij komt van boven de Moerdijk.

6.9. aaneenschrijven van telwoorden

We schrijven een getal in één woord, tot en met het woord duizend. Na het woord duizend volgt een spatie. De woorden miljoen, miljard, biljoen, enz. schrijven we los.

twee

twintig

tweeëntwintig

tweehonderd

tweehonderdtweeëntwintig

tweeëntwintighonderd

tweeduizend tweehonderdtwintig

twee miljoen tweehonderdtwintigduizend tweehonderdtweeëntwintig

Rangtelwoorden in woorden worden op dezelfde manier geschreven.

de tweede

de twintigste

de tweeëntwintigste

de tweehonderdste

de tweehonderdtweeëntwintigste

de tweeduizend tweehonderdtwintigste

de twee miljoenste

de twee miljoen tweehonderdduizendste

de twee miljoen tweehonderdduizend tweehonderdtweeëntwintigste

Een rangtelwoord dat we met een cijfer schrijven, gevolgd door e of door ste/de, krijgt geen apostrof.

1e, 1ste

3e, 3de

105e, 105de

De teller en de noemer van een breuk schrijven we los, behalve als die deel uitmaakt van een meerledige samenstelling.

twee derde van de bevolking

twee zesden van deze taart(twee stukken die ieder één zesde zijn)

een tweederdemeerderheid

een driekwartsmaat

6.10. andere betekenis – anders geschreven

Ik vind alles behalve mijn pen.

Het is allesbehalve plezierig.

Jij kunt het even goed als ik.

Je kunt het evengoed laten.

We hebben ten minste een kilometer gelopen.

Kom maar op – tenminste, als je durft.

Ten slotte viel het doek.

We hadden het tenslotte zelf gekozen.

Ze hebben te veel betaald.

Het teveel wordt terugbetaald.

Twee maal twee is vier.

Ik heb het tweemaal betaald.

7. Klinkerbotsing

Klinkerbotsing is de verwarring die ontstaat wanneer we twee letters die meestal één klinker of tweeklank voorstellen (bijvoorbeeld aa of ui), in een woord toch afzonderlijk moeten lezen (dus als a-a of u-i) omdat ze tot verschillende lettergrepen behoren. Dat gebeurt in samenstellingen, in afleidingen en in sommige ongelede woorden* die we uit andere talen hebben overgenomen.

7.1. welke klinkers botsen?

De combinaties i+j, e+ij, e+ui en i+i leveren een klinkerbotsing op in een samenstelling (gummi-jas, vanille-ijs, college-uitstap, sproei-installatie), maar niet in een ongeleed woord of afleiding (bijectie, beijveren, geuit, kopiist).

Een accent op een letter neemt de klinkerbotsing niet weg. We schrijven dus café-eigenaar*.

7.2. hoe klinkerbotsing te vermijden?

We vermijden klinkerbotsing in een samenstelling door een koppelteken te gebruiken.

We vermijden klinkerbotsing in een ongeleed woord* of in een afleiding door een trema te gebruiken.

gala-avond

garage-eigenares

bureau-inhoud

gummi-jas

Kaïn

poëzie

ruïne

patiënt

onderzeeër

smeuïg

beïnvloeden

geërfd

Als zich geen klinkerbotsing voordoet, schrijven we de samenstelling of afleiding aaneen.

cameraopstelling

beantwoord

koffieautomaat

carrièreoverweging

geleiachtig

geolied

cadeauabonnement

babyeczeem

polyinterpretabel

juryuitspraak

→ facultatief koppelteken in samenstelling: 6.2

Een afleiding met een voorvoegsel van Griekse of Latijnse oorsprong behandelen we als een samenstelling. We schrijven het voorvoegsel aan het grondwoord vast. Bij klinkerbotsing krijgt de afleiding een koppelteken.

Het gaat om voorvoegsels (of elementen die we als voorvoegsel gebruiken) zoals aero-, anti-, audio-, auto-, bi-, bio-, co-, contra-, de-, di-, duo-, elektro-, extra-, giga-, intra-, loco-, macro-, micro-, mini-, mono-, multi-, neo-, para-, pre-, pro-, proto-, pseudo-, quasi-, re-, retro-, semi-, socio-, supra-, tri-, ultra- en vice-.

co-ouder

de-escaleren

mini-essay

pre-emeritaat

pseudo-islamitisch

quasi-intellectueel

Als zich geen klinkerbotsing voordoet, schrijven we deze voorvoegsels vast aan het grondwoord.

coauteur

deactualiseren

pseudoklassiek

regeneratie

Om de leesbaarheid te bevorderen kunnen we een facultatief koppelteken gebruiken na het voorvoegsel. We schrijven dus volgens de regels quasionschuldig en miniuitrusting, maar we kunnen ook schrijven quasi-onschuldig en mini-uitrusting. In de Woordenlijst is dat facultatieve koppelteken niet opgenomen.

→ facultatief koppelteken in samenstelling: 6.2

→ facultatief koppelteken in Engelse samenstelling: 12.1

→ samenstelling met bijzondere voor- of nabepaling: 6.3

Een afleiding met het achtervoegsel -achtig behandelen we als een samenstelling. Ze krijgt een koppelteken bij klinkerbotsing.*

lila-achtig

opera-achtig

maffia-achtig

Een woord waarin we het uitheemse voorvoegsel niet los kunnen zien van het grondwoord behandelen we als ongeleed*. Het krijgt bij klinkerbotsing een trema.

Sommige woorden zien er geleed uit, maar zijn niet terug te brengen tot de betekenis van de delen. We behandelen ze als ongelede woorden. Die krijgen een trema bij klinkerbotsing.

Zo is co-ouderschap wel te herleiden tot co = ‘gezamenlijk’ + ouderschap, maar coördinatie is niet co+ordinatie.

Op dezelfde manier:

coëfficiënt

coïncidentie

preëminent

biënnale

tetraëder

We schrijven dus:

copiloot: geen twee klinkers

coalitie, coauteur: geen klinkerbotsing

co-ouderschap: klinkerbotsing – het geheel wordt herkend als ‘samen ouder zijn’ en dus als afleiding met uitheems voorvoegsel

coördinatie: klinkerbotsing – het geheel wordt niet herkend als ‘samen ordineren’ en wordt daarom beschouwd als een ongeleed woord

Op dezelfde wijze:

re-integreren: geheel wordt herkend als ‘opnieuw integreren’ – afleiding met uitheems voorvoegsel

reünie: geheel wordt niet herkend als ‘opnieuw een unie’ – beschouwd als ongeleed woord

→ samenstelling met bijzondere voor- of nabepaling: 6.3

7.3. schema

7.4. drie of meer opeenvolgende klinkerletters in ongelede woorden en afleidingen

Als een van de botsende klinkers wordt weergegeven door twee tekens, kan alleen de eerste klinker van de tweede klank een trema krijgen.

re+eel: reëel

ree+en: reeën

fee+eriek: feeëriek

ge+eigend: geëigend

bedoe+ien: bedoeïen

barbecue+en: barbecueën

Na een i schrijven we geen trema als er in totaal drie of meer klinkertekens staan.

essenti+eel: essentieel

kei+en: keien

uitzaai+en: uitzaaien

De eerste letter van een au, ij, oe, ou of ui krijgt nooit een trema.

ge+automatiseerd: geautomatiseerd

ge+ijkt: geijkt

ge+oefend: geoefend

ge+out: geout

ge+uit: geuit

De eerste letter van een ie en ei kan wel een trema krijgen.

Oekraïens

jezuïet

beëindigd

Gaat het om de combinatie ie-e, dan hangt het van de klemtoon af of er een e wegvalt of niet. Wordt de /ie/ beklemtoond, dan schrijven we ieë; heeft de /ie/ geen klemtoon, dan schrijven we ië.

knieën

calorieën

oliën

chemicaliën

7.5. uitzonderingen

Zo-even heeft een koppelteken.

tweeënveertig

drieënhalf

Maar we lossen de klinkerbotsing op met een koppelteken als een telwoord gecombineerd wordt met een ander woord: twee-eiig, twee-en-een-half, drie-eenheid.

opticien

lesbienne

De hoofdregel is niet van toepassing op woorden die nog als volledig uitheems worden beschouwd en hun oorspronkelijke spelling behouden.

paella

perpetuum

maestro

baccalaureus

museum

extranei

Een letter met een accent behoudt dat accent. Er komt geen trema bovenop.

carrière

première

variété

ru•ine

ego•isme

continu•iteit

decafe•iné

→ afbreking: 18

8. Samenstelling met tussenletters -e- of -en-

Een samenstelling* maken we doorgaans door twee of meer woorden aan elkaar vast te schrijven.

Een deur die naar een kamer leidt waar het bad staat, is een badkamerdeur.

Soms spreken we tussen twee delen een tussenklank* uit die klinkt als een toonloze /ə /, soms als /ə n/.

8.1. hoofdregel

Als het linkerdeel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat niet eindigt op een toonloze /ə /, schrijven we de tussenklank /ə (n)/ doorgaans als -en*.

Het hok van een hond is een hondenhok.

Het sap van een peer is perensap.

Wanneer het linkerdeel van een samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat wel eindigt op een toonloze /ə /, schrijven we in sommige gevallen ook -en.

Als een zieke zorg krijgt is dat ziekenzorg.

Soms schrijven we niet -en maar -e, bijvoorbeeld in ziektekiem, secondewijzer, zonneschijn. Dat hangt af van de kenmerken van het linkerdeel van de samenstelling, in de voorbeelden dus de kenmerken van de woorden ziekte, seconde en zon.

We schrijven de tussenklank als -en als het linkerdeel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat een meervoud heeft op -en, maar geen meervoud op -es.

In andere gevallen schrijven we -e.

Is het rode(n)kool, knarse(n)tanden, gerste(n)nat, asperge(n)soep, weide(n)vogel, pere(n)sap, lerare(n)opleiding, linze(n)soep?

Volgens de hoofdregel schrijven we de tussenklank alleen als -en- als het linkerdeel een zelfstandig naamwoord is. Dus niet als het eerste deel de stam van een werkwoord is, ook al lijkt die op een zelfstandig naamwoord.

brekebeen – linkerdeel is de stam van het werkwoord breken

wiegelied – linkerdeel is de stam van het werkwoord wiegen

spinnewiel – linkerdeel is de stam van het werkwoord spinnen

Wel -en in:

wiegendood – linkerdeel is het zelfstandig naamwoord wieg

spinnenweb – linkerdeel is het zelfstandig naamwoord spin

Bedoeld worden woorden die in het enkelvoud eindigen op een toonloze /ə / en een meervoud hebben op -s.

8.2. drie gevallen waarin we de hoofdregel niet toepassen

Als het linkerdeel van de samenstelling al eindigt op -en, is er geen echte tussenklank. We behouden de schrijfwijze van dat deel.

havengebied

keukentafel

molensteen

In sommige samenstellingen kunnen we de samenstellende delen nauwelijks of niet herkennen. We noemen ze versteende samenstellingen. Andere woorden zijn slechts in schijn samenstellingen. Op deze woorden passen we de regel niet toe.

Voorbeelden:

apegapen (op – liggen)

apekool

apelazarus (zich het – werken)

apezuur (zich het – werken)

bakkebaard

bolleboos

bruidegom

bullebak

duimelot

deuvekaters

elleboog

hazewind

kakebeen

kattebelletje (haastig geschreven briefje)

kinnebak

klerezooi

koekepeer

kruizemunt

ledemaat

nachtegaal

petekind

pierement

pierewaaien

redekaveling

rederijker

ruggespraak

scharretong

schattebout

sikkepit

stedehouder

takkewijf

wielewaal

zinnebeeld

zottebollen

Bij twijfel geeft de Woordenlijst uitsluitsel.

Sommige samenstellingen zijn ontstaan doordat een woordgroep* aan elkaar is gegroeid. Vaak hebben de zelfstandige naamwoorden een oude naamvalsvorm. Dat bepaalt de schrijfwijze.

’s anderendaags

goedendag

grotendeels

inderminneregeling

ingebrekestelling

meestentijds

merendeel

ondercurateleplaatsing

Bij twijfel geeft de Woordenlijst uitsluitsel.

8.3. drie uitzonderingen op de hoofdregel

Als het linkerdeel van een samenstelling verwijst naar een persoon of zaak die in de gegeven context uniek is, schrijven we -e.

Het gaat uitsluitend om de samenstellingen met (Onze-)Lieve-Vrouw of (onze)lievevrouw, met zon, maan en hel.

Onze-Lieve-Vrouwekerk, onzelievevrouwebedstro, lievevrouwebeestje

zonnestraal, zonnebank, zonnegod

maneschijn

hellevuur, helleveeg

Ook de woorden Koninginnedag, Koninginnefeest en koninginnenacht schrijven we zonder tussen-n.

Maar met tussen-n: koninginnensoep, koninginnenhapje, koninginnenrit.

Als het linkerdeel van een samenstelling een versterkende betekenis heeft en het geheel is een bijvoeglijk naamwoord, schrijven we -e.

Het gaat om deze woorden en andere die op dezelfde wijze worden gevormd:

apetrots, apezat

beregoed, beresterk, beretrots

boordevol

pikkedonker

retegoed, reteslim

reuzeleuk, reuzemooi, reuzegroot, reuzeklein

stekeblind

De hoofdregel geldt wel voor woorden als huizenhoog, mijlenver, urenlang. Het gaat hier om combinaties waarbij het linkerdeel een soort eenheid aangeeft: zoveel huizen hoog, zoveel mijlen ver.

Bijvoeglijke naamwoorden zoals ravenzwart en flessengroen vallen ook onder de hoofdregel, alsook samengestelde zelfstandige naamwoorden zoals apenstreken, berenhol, leeuwenmoed, reuzenhuis. We denken in deze gevallen aan een vergelijking: glanzend zwart zoals een raaf; streken als van een aap; zo veel moed als een leeuw; een huis zo groot als van een reus.

Een samenstelling waarin reus letterlijk genomen moet worden, schrijven we ook volgens de hoofdregel: een reuzenstoet (een stoet waarin reuzen worden meegedragen).

Samenstellingen zoals klassespeler, klotefilm en reuzemop schrijven we met -e omdat we het linkerdeel beschouwen als een bijvoeglijk naamwoord. Volgens de hoofdregel krijgt dat geen tussen-n.

Als een zelfstandig naamwoord dat een persoon aanduidt een vrouwelijke nevenvorm heeft die alleen verschilt van de mannelijke door een achtervoegsel -e , dan gaan we voor de regels voor de tussenklank /ə (n)/ uit van de mannelijke vorm. We schrijven de tussenletters -en.*

Als we een woord als studentenkamer schrijven, gaan we dus niet uit van de meervoudsvorm studentes, die alleen geldt voor het enkelvoud studente. We nemen de mannelijke vorm, die als sekseneutraal wordt beschouwd, en schrijven studentenkamer, zelfs al wonen er alleen studentes, en studentenzwangerschap, ook al kan het alleen gaan om een studente. Hetzelfde geldt voor agentenopleiding, waar we de meervoudsvorm agentes buiten beschouwing laten.

9. Afleiding met tussenletters -e- of -en-****

9.1. afleiding zonder tussen-n

We schrijven nooit -en als tussenklank in een afleiding, behalve in sommige gevallen voor de achtervoegsels -achtig, -schap en -dom.

aanbiddelijk

afhankelijk

plaatselijk

redelijk

zedelijk

besluiteloos

grenzeloos

ideeëloos

klakkeloos

liefdeloos

stateloos

zedeloos

Als het grondwoord eindigt op een -n*, wordt die behouden in de afleiding.

openlijk

wezenlijk

gewetenloos

meedogenloos

gelegenheid

9.2. afleiding met -achtig, -dom of -schap

Voor een afleiding met het achtervoegsel -achtig, -schap of -dom passen we de hoofdregel voor de tussenletter -e(n) in samenstellingen toe.**

→ samenstelling met tussenletters -e- of -en: 8.1 tot 8.3

Het grondwoord heeft geen meervoud dat eindigt op -en: schrijf -e*.

lenteachtig

zijdeachtig

Het grondwoord heeft een meervoud dat eindigt op -en, maar ook op -es: schrijf -e.

heideachtig

vedettedom

Het grondwoord heeft alleen een meervoud op -en: schrijf -en.

sterrendom

vorstendom

deskundigenschap

Als het grondwoord eindigt op een -n, schrijven we die ook in de afleiding.

eigendom

wetenschap

10. Samenstelling of afleiding met of zonder tussenletter -s-

Een samenstelling* maken we doorgaans door twee of meer woorden aan elkaar vast te schrijven.

De deur die naar een kamer leidt waar het bad staat, is een badkamerdeur.

Soms spreken we tussen twee delen een extra /s/ uit. Dat is een tussenklank*.

Die horen we soms ook in afleidingen, bijvoorbeeld met -matig, -waard, -waardig en soms met -achtig, -loos en andere achtervoegsels.

10.1. hoorbare tussenklank

Als we een extra /s/ horen tussen twee delen van een samenstelling of voor een achtervoegsel, dan schrijven we die ook.

dorpskern

meningsverschil

lezenswaard

bezienswaardig

Wel een tussen -s in:

jongensachtig, meisjesachtig

inhoudsloos, uitdrukkingsloos

Geen tussen -s, want we horen die niet in:

geelachtig, zenuwachtig

liefdeloos, reukloos

Sommige woorden worden door de ene taalgebruiker met, en door de andere taalgebruiker zonder tussenklank /s/ uitgesproken.

De een zegt druggebruik, de ander drugsgebruik.

De een zegt gewichtloos, de ander gewichtsloos.

In zulke gevallen zijn beide spellingen correct.

Andere voorbeelden:

geslacht(s)loos

minister(s)portefeuille

spelling(s)probleem

voorbehoed(s)middel

gladheid(s)bestrijding

Soms is er een verschil in betekenis tussen een combinatie met, en een combinatie zonder tussen-s.

Voorbeelden:

schilderatelier: ruimte, bijvoorbeeld in een school, waar wordt geschilderd

schildersatelier: werkplaats van een schilder

waternood: gebrek aan water

watersnood: overstroming

zusterschool: verwante school

zustersschool: nonnenschool

10.2. twee sisklanken

We schrijven een extra s in een samenstelling waarvan het rechterdeel met een sisklank begint, als de aanwezigheid van de tussenklank /s/ blijkt uit een vergelijkbaar geval waarbij het rechterdeel niet met een sisklank begint.

Of er een tussenklank /s/ is, is moeilijk te horen als het rechterdeel van een samenstelling met een sisklank* begint.

wandel + straat: wandelstraat

station + straat: Stationsstraat

We schrijven een extra s in Stationsstraat, omdat we die ook vinden in andere samenstellingen met station-: stationshal, stationsklok, Stationsplein.

Andere gevallen:

eenmanszaak (want: eenmansactie)

bedrijfszeker (want: bedrijfsonzeker)

handelszaak (want: handelsmissie)

meisjesschool (want: meisjesnaam)

damessjaal (want: dameshoed)

Soms geeft de Woordenlijst bij een bepaald grondwoord zowel samenstellingen met als zonder tussen-s. Zo staat er bijvoorbeeld raadkamer en raadgever zonder tussen-s, maar raadsman en raadskelder met tussen-s. Zowel de vormen raadzaal als raadszaal* zijn hiermee te verdedigen. Aanbevolen wordt om in deze gevallen de taalpraktijk te volgen.

11. Werkwoorden

Bij de spelling van een werkwoord houden we niet alleen rekening met de klank, maar ook met de regels van de vervoeging. Die bepalen welke uitgang we schrijven, ook al is die niet hoorbaar. De keuze tussen word en wordt, of tussen vergrote en vergrootte*, hangt in de eerste plaats af van grammaticale regels.

In dit hoofdstuk behandelen we de inheemse werkwoorden.

→ vervoeging van Engelse werkwoorden: 12.2

11.1. zoek de stam

De basisvorm voor het spellen van werkwoordsvormen is de stam. Dat is de onbepaalde wijs van het werkwoord zoals we die uitspreken, min de uitgang -en (soms -n ).

wandelen – (stam) wandel

overwegen – (stam) overweeg

De stam van werkwoorden als doen, gaan, staan, slaan, zien (en samengestelde of afgeleide werkwoorden als uitdoen, begaan) vinden we door alleen de n weg te laten.

gaan – (stam) ga

zien – (stam) zie

De stam van het werkwoord komen is kom.

De stam van het werkwoord douchen is douch. We schrijven daarom *ik douch, ik douchte, ik heb gedoucht*.

Als we de stam schrijven, passen we de regels toe voor klinkers in open en gesloten lettergrepen. We schrijven de eindmedeklinker altijd enkel, dus voor het werkwoord bidden niet bidd maar bid. Als de stam eindigt op v of z, schrijven we f of s (maar als we deze stam gebruiken in een werkwoordsvorm met -en, dan wordt de f weer een v en de s wordt weer een z). De letters b, d en g komen wel voor op het eind van de stam.

zakken – (stam) zak – jij zakt – wij zakten

zetten – (stam) zet – jij zet – wij zetten

leven – (stam) leef – jij leeft – wij leefden

vrezen – (stam) vrees – jij vreest – wij vreesden

schrobben – (stam) schrob – jij schrobt – wij schrobden

doden – (stam) dood – jij doodt – wij doodden

leggen – (stam) leg – jij legt – wij legden

Sommige werkwoorden ondergaan een klinkerwisseling als we ze in de verleden tijd zetten. Om de verleden tijden van die werkwoorden te spellen gaan we uit van een tweede stam: de vorm die we horen in de meervoudsvormen van de verleden tijd, min de uitgang -en*. Die noemen we de verledentijdsstam.

lopen – liepen – (verledentijdsstam) liep

brengen – brachten – (verledentijdsstam) bracht

vinden – vonden – (verledentijdsstam) vond

hebben – hadden – (verledentijdsstam) had

Bij werkwoorden met /i/ of /ee/ in de stam krijgen we in de verleden tijd een klinkerwisseling met een korte klinker in enkelvoudsvormen, een lange in meervoudsvormen.

bidden – ik bad – wij baden

spreken – ik sprak – wij spraken

Voor de vervoeging van een werkwoord voegen we bij de stam de uitgang die we horen. Als de stam eindigt op -d of -t , schrijven we de uitgang naar analogie van andere werkwoorden.

11.2. tegenwoordige tijd

Als de stam eindigt op een t, vervalt de uitgang -t voor de tweede en derde persoon. We schrijven immers geen dubbele medeklinker op het eind van een woord.

spellen – (stam) spel – jij spelt

zetten – (stam) zet – jij zet (niet: zett)

→ beginsel van de gelijkvormigheid: 1.2

Als de stam eindigt op een d, krijgen we wel een -dt.

worden – (stam) word – hij wordt

De vorm met u of gij heeft altijd een t.

u werkt – werkt u

u wordt – wordt u

gij werkt – werkt gij

gij wordt – wordt gij

De vorm vóór het onderwerp jij of je heeft geen t.

jij werkt, je werkt – werk jij, werk je

jij wordt, je wordt – word jij, word je

11.3. verleden tijd van regelmatige werkwoorden

Sommige werkwoorden krijgen de uitgangen -de en -den, andere de uitgangen -te en -ten. Dat hangt af van de eindklank van de stam. Als dat een van de medeklinkers van ’t kofschip of ’t fokschaap is (/t/, /k/, /f/, /s/, /ch/, /p/), of de medeklinker /sj/ (bijvoorbeeld in ramsjen), dan krijgen de vervoegde vormen -te(n). Als de stam eindigt op een klinker of een stemhebbende medeklinker, krijgen de vervoegde vormen -de(n)*.

Als de stam eindigt op d of t, wordt de verleden tijd met een dubbele medeklinker geschreven.

11.4. voltooid deelwoord van regelmatige werkwoorden

Een voltooid deelwoord dat eindigt op de klank /t/ spellen we met de eindmedeklinker -d of -t die we horen in de verleden tijd.

Een bekend ezelsbruggetje om te achterhalen of een voltooid deelwoord met d dan wel met t wordt geschreven, is luisteren naar de verleden tijd. Eindigt die op -de, dan schrijven we het voltooid deelwoord met -d. Eindigt de verleden tijd op -te, dan schrijven we het voltooid deelwoord met -t.

ik smeedde – ik heb gesmeed

ik miste – ik heb gemist

Als we het voltooid deelwoord gebruiken als bepaling voor een zelfstandig naamwoord, dan moeten we het soms verbuigen. Daarbij passen we de regels voor de verenkeling van klinkers toe.

gedeeld – de gedeelde vreugde

gemist – het gemiste doelpunt

gesmeed – de gesmede ijzers

vergroot – de vergrote foto

In de verbogen vorm van het voltooid deelwoord is dezelfde d of t te horen als in de verleden tijd. Ook aan de hand hiervan kan dus vaak de juiste schrijfwijze van de onverbogen vorm bepaald worden.

→ verenkeling van lange klinkers in een open lettergreep: 2.1

11.5. verleden tijd van onregelmatige werkwoorden

Een verledentijdsstam met /aa/ heeft in het enkelvoud een /a/: wij kwamen – ik kwam.

De vorm met u is gelijk aan die met jij.

(jij liep) u liep – liep u

(jij vond) u vond – vond u

De vorm met gij krijgt altijd een uitgang -t.

gij liept – gij vondt

liept gij – vondt gij

11.6. voltooid deelwoord van onregelmatige werkwoorden

Het voltooid deelwoord begint, als er geen ander voorvoegsel is, met ge- en eindigt op -en, soms op -d of -t*. In sommige gevallen wordt de gewone stam gebruikt, in andere de verledentijdsstam.

lopen – gelopen

vinden – gevonden

begrijpen – begrepen

vragen – gevraagd

kopen – gekocht

11.7. gebiedende wijs

De gebiedende wijs wordt uitgedrukt door de stam van het werkwoord.

Kom hier.

Ga weg.

Wees niet bang.

Word niet boos.

Had dan gezwegen.

Wend u tot de conciërge.

De meervoudsvorm stam+t komt nog weinig voor. We vinden deze vorm:

Als we het onderwerp van de gebiedende wijs willen uitdrukken, gebruiken we de onvoltooid tegenwoordige tijd.

Word jij maar niet boos.

Houdt u goed afstand.

Wendt u zich tot de conciërge.

Komen jullie maar even mee.

→ vervoeging van Engelse werkwoorden: 12.2

12. Engelse woorden in het Nederlands

Woorden die we overnemen uit het Latijn, het Frans en de meeste andere talen, worden in de loop van de tijd aangepast aan het Nederlandse spellingsysteem. Engelse woorden behouden hun Engelse schrijfwijze. Toch maken we in het Nederlands ook met deze woorden nieuwe vormen, bijvoorbeeld verkleinwoorden (baby’tje) en werkwoorden (computeren). Daar hebben we enkele specifieke regels voor nodig.

12.1. Engelse samenstellingen en woordgroepen aaneen of los

Een in het Nederlands gebruikelijke samenstelling* van Engelse woorden schrijven we in één woord.

online

accountmanager

businessclass

download

sciencefiction

voicemail

sixpack

Dat geldt ook voor driedelige samenstellingen met twee of drie Engelse woorddelen.

publicrelationsbureau

humanresourcesafdeling

lowbudgetfilm

latenightshow

Bij klinkerbotsing of als een van de delen een initiaalwoord, losse letter, cijfer of symbool* is, gebruiken we een koppelteken.

demi-john

e-mail

pay-tv

Om de leesbaarheid te bevorderen kunnen we een facultatief koppelteken gebruiken tussen de samenstellende delen. Dit facultatieve teken wordt niet gebruikt in de Woordenlijst.

musichall, maar ook music-hall

bodyart, maar ook body-art

reallifesoap, maar ook real-lifesoap

knowhowovereenkomst, maar ook

knowhow-overeenkomst

→ facultatief koppelteken in samenstelling: 6.2

→ facultatief koppelteken in afleiding: 7.2

Sommige combinaties behandelen we als een samenkoppeling*. Ze krijgen een koppelteken.

Het gaat om combinaties van twee of meer elementen die in de samenstelling in principe met elkaar verwisseld zouden kunnen worden. Zo zouden we een singer-songwriter ook een songwriter-singer kunnen noemen. In enkele Engelse woorden worden deze delen verbonden met and of ’n*.

gin-tonic

Dow-Jones

cash-and-carry

rock-’n-roll

→ samenstelling – bijzondere gevallen met koppelteken: 6.3

Het koppelteken behouden we als we met dit geheel een samenstelling of afleiding* maken.

Dow-Jonesindex

rock-’n-rollen

Maar in het geval van (bijna-)reduplicatie* schrijven we het woord aaneen.

gogogirl

byebye

fiftyfifty

walkietalkie

boogiewoogie

up-to-date

catch-as-catch-can

non-profit

no-nonsensepolitiek

no-iron

lay-out

plug-in

stand-by

back-upbestand

all-inpakket

Uitzonderingen: pullover, countdown, breakdown, feedback, playback.

Sommige combinaties behandelen we als een woordgroep*. We schrijven de delen los.

collector’s item

writer’s block

first lady

second opinion

compact disc

intensive care

low budget

big bang

Vaak wordt een dergelijke gelegenheidsontlening in een tekst cursief gedrukt.

designer baby

five o’clock tea

electronic data processing

stiff upper lip

world wide web

chief executive officer

technical sales assistant

public relations officer

12.2. vervoeging van Engelse werkwoorden

Werkwoorden van Engelse herkomst worden vervoegd zoals Nederlandse werkwoorden. De stam vormt ook hier de basisvorm voor de spelling, zij het dat die stam in sommige gevallen zoals in het Engels gespeld blijft en in andere gevallen aan de Nederlandse spelling wordt aangepast.

Aan de stemloze medeklinkers van ’t kofschip moeten we voor Engelse werkwoorden de sisklanken /sj/ en /tsj/ toevoegen. Die horen we bijvoorbeeld aan het eind van de woorden push en stretch.

De stam van een werkwoord van Engelse herkomst schrijven we op dezelfde manier als in het Engels. Die vorm gebruiken we zoals de stam van een inheems werkwoord.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)