Wet van 13 april 2006, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties (Wet overige BZK-subsidies)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet overige BiZa-subsidies te vervangen door een nieuwe regeling;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst.
Artikel 2
Onze Minister kan subsidies verstrekken voor activiteiten die passen in het beleid inzake:
- a. het bevorderen van de democratische rechtsstaat;
- b. het decentraal bestuur;
- c. het management en personeelsbeleid van de openbare dienst;
- d. de Koninkrijksrelaties en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- e. het bouwen, het wonen en de woonomgeving.
Onze Minister kan voorts subsidies verstrekken voor activiteiten op het gebied van de onderwerpen, die zijn genoemd in de begrotingsstaat, onderdeel uitgaven en verplichtingen, behorend bij de wet, houdende vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of de begrotingsstaten van Wonen en Rijksdienst voor het desbetreffende jaar, of voor een voorafgaand jaar, voor zover daarin een beschikking tot subsidieverstrekking is gegeven. Indien bij de aanvang van enig jaar bedoelde wet nog niet in werking is getreden, wordt tot die inwerkingtreding het voorstel daartoe in aanmerking genomen.
Artikel 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister kunnen de in artikel 2 bedoelde activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt nader worden bepaald en kunnen criteria voor die verstrekking worden vastgesteld.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid wordt voorzien in de vaststelling van een subsidieplafond en de regeling van de wijze van verdeling ervan, tenzij Onze Minister van Financiën heeft ingestemd met het achterwege laten daarvan.
Artikel 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister kunnen regels dan wel nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de aanvraag van de subsidie, de daarbij over te leggen gegevens en bescheiden, en de besluitvorming daarover;
- b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
- c. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
- d. de verplichtingen van de subsidie-ontvanger;
- e. de vaststelling van de subsidie;
- f. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten;
- g. intrekking of wijziging van de subsidieverlening of -vaststelling;
- h. de wijze van verdeling van beschikbare bedragen;
- i. de vergoeding die verschuldigd is bij vermogensvorming, bedoeld in artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht;
- j. de termijn van publicatie en de inrichting van het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk;
- k. de openbaarmaking van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten;
- l. het geven van informatie aan derden over de gesubsidieerde activiteiten door de subsidie-ontvanger;
- m. de maatregelen om misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidie te voorkomen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen de aanvraag van de subsidie uitsluitend langs elektronische weg kan geschieden. Daarbij kan worden afgeweken van de artikelen 2:7, tweede lid, en 2:8 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 5
Voor zover subsidieverstrekking in strijd is met ingevolge een verdrag voor de staat geldende verplichtingen, kan Onze Minister:
- a. de subsidieverstrekking weigeren;
- b. de subsidie lager vaststellen dan overeenkomstig de subsidieverlening;
- c. de subsidieverlening of -vaststelling intrekken of ten nadele van de subsidie-ontvanger wijzigen.
Bij de vaststelling, intrekking of wijziging, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat over een onverschuldigd betaalde subsidie een rentevergoeding is verschuldigd.
De intrekking of wijziging, bedoeld in het eerste lid, werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verstrekt, tenzij bij die intrekking of wijziging anders is bepaald.
De artikelen 4:49, derde lid, en 4:57, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de vaststelling, intrekking en wijziging, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 6
Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet aan de subsidie-ontvanger opgelegde verplichtingen zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.
De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, vermeld in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
Aan subsidies die op grond van deze wet zijn verstrekt, is de verplichting verbonden dat de subsidie-ontvanger aan een toezichthouder alle medewerking verleent die deze redelijkerwijze kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 7
Deze wet wordt aangehaald als: Kaderwet overige BZK-subsidies.
Artikel 8
Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 4:78 van de Algemene wet bestuursrecht, onderzoekt de accountant tevens de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen, overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen aanwijzingen over de reikwijdte en de intensiteit van de controle.
De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de departementale auditdienst in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte werkzaamheden. De subsidie kan worden aangewend voor de dekking van de hieruit voortvloeiende kosten.
Artikel 9
Een aanvraag kan worden afgewezen en een beschikking, inhoudende de verstrekking van een subsidie op grond van deze wet, kan worden ingetrokken of gewijzigd voorzover subsidieverstrekking in strijd zou zijn met ingevolge een verdrag voor de staat geldende verplichtingen.
Bij de intrekking of wijziging kan worden bepaald dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is.
De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verstrekt, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
Artikel 4:49, derde lid, en 4:57, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de intrekking of wijziging, bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 2. Activiteiten die gesubsidieerd kunnen worden
Artikel 10
Onze Minister kan subsidies verstrekken ten behoeve van activiteiten inzake openbare orde en veiligheid die gericht zijn op:
- a. het verminderen van de gelegenheid tot het plegen van strafbare feiten;
- b. het vergroten van de kennis en het inzicht in veiligheidsvraagstukken, alsmede het verder ontwikkelen van integraal veiligheidsbeleid;
- c. het vergroten van de veiligheid in de samenleving in het algemeen, waaronder de handhaving van de openbare orde;
- d. het ondersteunen van bijzondere activiteiten ten behoeve van de politie, de brandweer en de rampenbestrijdingsorganisaties.
Artikel 11
Onze Minister kan subsidies verstrekken ten behoeve van activiteiten inzake de Koninkrijksrelaties die gericht zijn op:
- a. het bevorderen van de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat en rechtsorde in Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
- b. het bevorderen van de ontwikkeling van Aruba, Curaçao en Sint Maarten in het bijzonder de economische, sociale, culturele, bestuurlijke ontwikkeling, evenals de ontwikkeling op het terrein van het onderwijs en de gezondheidszorg;
- c. het bevorderen en handhaven van een behoorlijk bestuursniveau in Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
- d. het verstrekken van noodhulp aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de wederopbouw na natuurrampen of andere noodsituaties;
- e. de onderlinge relaties tussen Nederland, Aruba, Curaçao, en Sint Maarten;
- f. het bevorderen van onderzoek en advisering ter ondersteuning van het beleid inzake de Koninkrijksrelaties.
Artikel 12
Onze Minister kan subsidies verstrekken ten behoeve van activiteiten inzake het bevorderen van de democratische rechtsstaat en ten behoeve van activiteiten op het gebied van het decentraal bestuur die gericht zijn op:
- a. het bevorderen van legitimiteit, integriteit, transparantie en efficiëntie van het bestuur;
- b. het bevorderen van de kennis over en de participatie in de politieke en bestuurlijke besluitvorming op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau;
- c. het optimaliseren van de interbestuurlijke samenwerking;
- d. het vergroten van de kennis van de nationale en internationale mensenrechten en het bevorderen van het respecteren van deze rechten;
- e. het bevorderen en instandhouden van de kennis over gebeurtenissen die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van Nederland en het Koninkrijk.
Artikel 13
Onze Minister kan subsidies verstrekken ten behoeve van activiteiten inzake het management en personeelsbeleid van de openbare dienst, die gericht zijn op:
- a. het bevorderen van de professionaliteit, integriteit, efficiëntie, innovatie van de openbare sector;
- b. kennisontwikkeling en kennisverspreiding;
- c. het overleg met de sociale partners;
- d. de educatie van leden van de vakbeweging.
Hoofdstuk 3. Nadere regels
Artikel 14
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling kunnen de activiteiten bedoeld in hoofdstuk 2 nader worden bepaald, alsmede criteria voor de verstrekking worden vastgesteld.
Artikel 15
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling kunnen voor subsidies die verstrekt worden op grond van hoofdstuk 2, regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;
- b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
- c. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
- d. de aan de subsidie verbonden of te verbinden verplichtingen;
- e. de vaststelling van de subsidie;
- f. intrekking en wijziging van de subsidieverlening of subsidievaststelling;
- g. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten;
- h. het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 16
Na de inwerkingtreding van deze wet berusten de algemene maatregelen van bestuur en de ministeriële regelingen, vastgesteld krachtens artikel 2 van de Wet overige BiZa-subsidies op de artikelen 14 en 15 van deze wet.
Artikel 17
De Wet overige BiZa-subsidies wordt ingetrokken.
Artikel 18
Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 19
Deze wet wordt aangehaald als: Wet overige BZK-subsidies.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.