Regeling van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 6 december 2006, nr. DDS 5456934, houdende regels tot bevordering van vrijwillige inburgering in de niet-G31 gemeenten

Type Ministeriële regeling
Publication 2013-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet en de artikelen 48r en 48s van de Wet Justitie-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen en strekking van de regeling

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De Minister kan aan een gemeente of een samenwerkingsverband, onder de in deze regeling genoemde voorwaarden, een financiële bijdrage verlenen teneinde de gemeente of het samenwerkingsverband in staat te stellen inburgeraars deel te laten nemen aan:

2.

De financiële bijdrage wordt onder voorbehoud van autorisatie van de begrotingswetgever verleend en vastgesteld.

Hoofdstuk 2. Financiële bijdrage, inburgeringsvoorziening en persoonlijk inburgeringsbudget

Artikel 3
1.

Ten behoeve van het jaar 2007 stelt de Minister ambtshalve een voorschot op de financiële bijdrage vast welke vóór 26 februari 2007 bekend wordt gemaakt.

2.

Ten behoeve van de jaren 2008 en 2009 maakt de Minister voor 15 september 2007, respectievelijk 15 september 2008, een indicatief voorschot bekend.

3.

Het college dient voor 15 oktober 2007, respectievelijk 15 oktober 2008, een aanvraag in tot verlening van een financiële bijdrage.

4.

De Minister stelt de hoogte van het voorschot, bedoeld in het tweede lid, voor 1 december 2007, respectievelijk 1 december 2008 vast.

5.

Voorschotten worden uiterlijk binnen zes maanden na de vaststelling ervan betaald.

Artikel 4
1.

Het college of het bestuur kan aan een inburgeraar een inburgeringsvoorziening of een gecombineerde inburgeringsvoorziening aanbieden die op de persoonlijke situatie van de inburgeraar is afgestemd. Indien de inburgeraar daarom verzoekt, kan de inburgeringsvoorziening of de inburgeringscomponent van de gecombineerde inburgeringsvoorziening worden aangeboden in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget.

2.

In afwijking van het eerste lid kan het college of bestuur aan een inburgeraar, niet zijnde geestelijke bedienaar, een taalkennisvoorziening aanbieden. Indien de inburgeraar daarom verzoekt, kan de taalkennisvoorziening worden aangeboden in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget.

3.

Zowel een inburgeringsvoorziening als een gecombineerde inburgeringsvoorziening bereidt voor op en leidt toe naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen en omvat het eenmaal kosteloos afleggen van het desbetreffende examen.

4.

Het college of het bestuur draagt er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening, dan wel de gecombineerde inburgeringsvoorziening, uiterlijk 31 december van het tweede kalenderjaar na het jaar waarin de voorziening is vastgesteld, wordt afgesloten door middel van deelname aan het inburgeringsexamen of het staatsexamen.

5.

De inburgeraar is de in artikel 23, tweede lid, van de wet bedoelde eigen bijdrage verschuldigd, tenzij hij op last van het college of bestuur, dan wel een andere instantie, genoemd in artikel 21, tweede lid, van de wet, een gecombineerde inburgeringsvoorziening dient te volgen.

Artikel 5
1.

Tegelijkertijd met het doen van het aanbod, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, informeert het college of het bestuur de inburgeraar omtrent de hoofdlijnen van de met hem te sluiten overeenkomst terzake van de vaststelling van zijn inburgeringsvoorziening, gecombineerde inburgeringsvoorziening dan wel taalkennisvoorziening.

2.

Indien de inburgeraar het aanbod, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, aanvaardt, sluit het college of het bestuur de in het eerste lid bedoelde overeenkomst met de inburgeraar.

3.

De overeenkomst bevat ten minste een omschrijving van de inburgeringsvoorziening, de gecombineerde inburgeringsvoorziening dan wel de taalkennisvoorziening, alsmede een omschrijving van de rechten en verplichtingen van de inburgeraar ten aanzien van:

4.

De overeenkomst wordt door partijen niet later ondertekend dan 31 december 2009.

Artikel 6
1.

Indien de inburgeraar het inburgeringsexamen heeft behaald, ontvangt hij het inburgeringsdiploma.

2.

Het inburgeringsdiploma wordt uitgereikt door de Minister.

Artikel 7
1.

Het college of het bestuur, de exameninstellingen en de Minister verstrekken aan de beheerder van het Informatiesysteem Inburgering uit eigen beweging of op verzoek kosteloos alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de onderhavige regeling.

2.

De Minister verstrekt aan het college of het bestuur, uit eigen beweging of op verzoek alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de onderhavige regeling.

3.

In het Informatiesysteem Inburgering met betrekking tot inburgeraars opgenomen persoonsgegevens worden verwijderd:

4.

De termijn, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, vangt aan op de dag waarop de gegevens in het Informatiesysteem Inburgering zijn opgenomen.

Artikel 8
1.

De inburgeraar die op 1 januari 2007 deelneemt aan een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel d, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, blijft toegelaten tot deze opleiding.

2.

Het college of het bestuur kan de opleidingen educatie, bedoeld in het eerste lid, gedurende het jaar 2007 bekostigen uit de financiële bijdrage, bedoeld in artikel 2.

Hoofdstuk 3. Verstrekking prestatiegegevens, vaststelling financiële bijdrage

Artikel 9
1.

Het college of het bestuur verstrekt de volgende prestatiegegevens:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.