← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 16 oktober 2007, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies ten behoeve van de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling (Besluit stimulering duurzame energieproductie)

Geldende tekst a fecha 2010-10-01

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 17 juli 2007, nr. WJZ 7085218;

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

De Raad van State gehoord (advies van 23 augustus 2007, nr. W10.07.0257/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 10 oktober 2007, nr. WJZ 7112075;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1
1.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

Bij ministeriële regeling kunnen andere hernieuwbare energiebronnen dan genoemd in het eerste lid, onderdeel a, worden aangewezen.

§ 2. Algemene bepalingen subsidie voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling

Artikel 2

Onze Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor:

Artikel 3
1.

Geen subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 subsidie van meer dan € 0,00 is verstrekt, tenzij:

2.

Geen subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds op grond van artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties, tenzij:

3.

Geen subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds op grond van dit besluit subsidie is verstrekt, tenzij:

4.

Geen subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt verstrekt indien de productie-installatie in gebruik is genomen voor de datum waarop de subsidie is aangevraagd en waarvoor geen subsidie op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998, artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties of dit besluit is verstrekt, tenzij:

5.

Geen subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt verstrekt indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, tenzij het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties.

6.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede tot en met het vijfde lid en het zevende lid.

7.

Geen subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt verstrekt indien de productie-installatie hernieuwbare elektriciteit opwekt uit een hernieuwbare energiebron die geheel of gedeeltelijk bestaat uit hernieuwbaar gas dat afkomstig is uit een of meerdere productie-installaties waaraan op grond van dit besluit subsidie is verstrekt.

Artikel 4

Onze Minister kan reeds ontvangen of genoten overheidssteun dan wel in de toekomst te ontvangen of te genieten overheidssteun die er toe leidt dat de totale aan de producent verleende overheidssteun meer bedraagt dan is toegestaan ingevolge voor de Staat geldende verplichtingen krachtens een verdrag, in mindering brengen op de subsidie bedoeld in artikel 2.

Artikel 5

Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, derde lid, onderdeel b of vierde lid, onderdeel a, komt uitsluitend hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling die als gevolg van deze uitbreiding extra is geproduceerd voor subsidie in aanmerking.

Artikel 6
1.

De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt aan op het door de subsidie-ontvanger in zijn aanvraag aangegeven en in de beschikking tot subsidieverlening overgenomen tijdstip, met dien verstande dat de periode waarover subsidie wordt verstrekt niet later aanvangt dan vijf jaar, of indien op grond van artikel 61, eerste lid, bij ministeriële regeling een kortere termijn wordt vastgesteld waarbinnen de productie-installatie in gebruik moet worden genomen, de in die regeling vastgestelde termijn, na de datum van de beschikking tot subsidieverlening. Indien Onze Minister op grond van artikel 62, derde lid, ontheffing aan de subsidie-ontvanger heeft verleend voor het vertragen van het projectplan, vangt de periode waarover subsidie wordt verstrekt aan op de in de ontheffing opgenomen datum.

2.

Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger voorafgaand aan de periode waarover subsidie wordt verstrekt, het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt eenmaal wijzigen met dien verstande dat dit tijdstip niet later wordt vastgesteld dan een jaar na het oorspronkelijke tijdstip van aanvang.

Artikel 7

Bij ministeriële regeling wordt bepaald over welke periode voor een categorie productie-installaties subsidie wordt verstrekt. Deze periode kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties of verschillende wijzen van verdeling van het beschikbare bedrag.

§ 3. Subsidie voor hernieuwbare elektriciteit

§ 3.1. Algemeen

Artikel 8
1.

Aan de producent van hernieuwbare elektriciteit die is geproduceerd door een bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, aan te wijzen categorie productie-installaties voor hernieuwbare elektriciteit, kan subsidie worden verleend.

2.

Indien voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door een bepaalde categorie productie-installaties subsidie wordt verleend, wordt bij ministeriële regeling de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag bepaald.

§ 3.2. Subsidie volgorde binnenkomst

Artikel 9

De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 8, tweede lid, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.

Artikel 10
1.

Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen perioden worden vastgesteld waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn.

Artikel 11
1.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een basisbedrag per kWh vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit.

2.

Het basisbedrag bedraagt ten hoogste de gemiddelde kosten per kWh voor het produceren van hernieuwbare elektriciteit per categorie productie-installaties.

3.

Voor de kWh die voor subsidie in aanmerking komen kunnen verschillende basisbedragen gelden die zijn gerelateerd aan:

Artikel 12
1.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het basisbedrag, bedoeld in artikel 14 en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 16, een basiselektriciteitsprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.

2.

Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basiselektriciteitsprijzen gelden die gerelateerd zijn aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt.

3.

De hoogte van de basiselektriciteitsprijs bedraagt tweederde van de lange termijn elektriciteitsprijs. Indien hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt uit wind, wordt de basiselektriciteitsprijs vermenigvuldigd met de factor 1,25.

Artikel 13

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.

Artikel 14
1.

Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het basisbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:

2.

De elektriciteitsprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor elektriciteit, verminderd met de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en met de onbalanskosten.

3.

Indien elektriciteit wordt opgewekt uit wind, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid vermenigvuldigd met de factor 1,25.

4.

In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het basisbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh in verband met de opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.

5.

Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties en de in het tweede lid bedoelde profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van artikel 12 verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.

6.

Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van artikel 12 verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 oktober tot en met 30 september voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd en voor de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten de waarden die op grond van het vierde lid zijn vastgesteld. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.

7.

Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende bedrag vaststellen.

8.

Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende bedrag vaststellen.

9.

Indien het ingevolge het eerste, vierde, zevende of achtste lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.

Artikel 15
1.

De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:

2.

Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen.

3.

Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid, voor een categorie van productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.

4.

Indien een subsidie-ontvanger hernieuwbare elektriciteit opwekt met een bij ministeriële regeling aangewezen productie-installatie, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering, bedoeld in artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op de eigen installatie heeft ingevoed.

Artikel 16

De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.

§ 3.3. Subsidie volgorde rangschikking

Artikel 17

De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 8, tweede lid, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.

Artikel 18

Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit.

Artikel 19
1.

Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per kWh opgegeven. Bij een gebundelde aanvraag is het door de producent opgegeven tenderbedrag van toepassing op alle aanvragen die deel uitmaken van de gebundelde aanvraag.

2.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een maximum tenderbedrag per kWh voor hernieuwbare elektriciteit bepaald.

3.

Het maximum tenderbedrag bedraagt maximaal de gemiddelde kosten per kWh voor het produceren van hernieuwbare elektriciteit per categorie van productie-installaties.

Artikel 20
1.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in artikel 22, en de vaststelling van bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 24, een basiselektriciteitsprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.

2.

Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basiselektriciteitsprijzen gelden die gerelateerd zijn aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt.

3.

De hoogte van de basiselektriciteitsprijs bedraagt tweederde van de lange termijn elektriciteitsprijs. Indien hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt uit wind, wordt de basiselektriciteitsprijs vermenigvuldigd met de factor 1,25.

Artikel 21
1.

Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in artikel 19, eerste lid, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.

2.

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 20, die geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.

Artikel 22
1.

Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:

2.

De elektriciteitsprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor elektriciteit, verminderd met de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en met de onbalanskosten.

3.

Indien elektriciteit wordt opgewekt uit wind, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid vermenigvuldigd met de factor 1,25.

4.

In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het tenderbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.

5.

Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties en de in het tweede lid bedoelde profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van artikel 20 verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.

6.

Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van artikel 20 verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 oktober tot en met 30 september voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd en voor de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten de waarden die op grond van het vierde lid zijn vastgesteld. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.

7.

Indien het ingevolge het eerste of vierde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.

Artikel 23
1.

De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:

2.

Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen.

3.

Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid voor een categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.

4.

Indien een subsidie-ontvanger hernieuwbare elektriciteit opwekt met een bij ministeriële regeling aangewezen productie-installatie, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering, bedoeld in artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op de eigen installatie heeft ingevoed.

Artikel 24

De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in artikel 19, en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 20, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.

§ 4. Subsidie voor hernieuwbaar gas

§ 4.1. Algemeen

Artikel 25
1.

Aan de producent van hernieuwbaar gas dat is geproduceerd door een bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, aan te wijzen categorie productie-installaties voor hernieuwbaar gas, kan subsidie worden verleend.

2.

Indien voor de productie van hernieuwbaar gas door een bepaalde categorie productie-installaties subsidie wordt verleend, wordt bij ministeriële regeling de wijze van verdeling van de subsidie bepaald.

§ 4.1. Algemeen

Artikel 26

De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 25, tweede lid, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.

Artikel 27
1.

Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbaar gas.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen perioden worden vastgesteld waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn.

Artikel 28
1.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een basisbedrag per Nm3 aardgasequivalent vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas.

2.

Het basisbedrag bedraagt ten hoogste de gemiddelde kosten per Nm3 aardgasequivalent voor het produceren van hernieuwbaar gas per categorie van productie-installaties.

3.

Voor de Nm3 aardgasequivalent die voor subsidie in aanmerking komen kunnen verschillende basisbedragen gelden die zijn gerelateerd aan:

Artikel 29
1.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het basisbedrag, bedoeld in artikel 31 en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 33, een basisgasprijs per Nm3 aardgasequivalent vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.

2.

De hoogte van de basisgasprijs bedraagt tweederde van de lange termijn gasprijs.

Artikel 30

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28, en de basisgasprijs, bedoeld in artikel 29, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.

Artikel 31
1.

Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het basisbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:

2.

De gasprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor gas.

3.

In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het basisbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per Nm3 aardgasequivalent in verband met opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.

4.

Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.

5.

Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties, waarbij voor de gasprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 oktober tot en met 30 september voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.

6.

Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen.

7.

Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen.

8.

Indien het ingevolge het eerste, derde, zesde of zevende lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.

Artikel 32
1.

De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:

2.

Het aantal Nm3 aardgasequivalent dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal Nm3 aardgasequivalent dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen.

3.

Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal Nm3 aardgasequivalent, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.

Artikel 33

De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het basisbedrag, bedoeld in artikel 28, en de basisgasprijs, bedoeld in artikel 29, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal Nm3 aardgasequivalent.

§ 4.3. Subsidie volgorde rangschikking

Artikel 34

De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 25, tweede lid, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.

Artikel 35

Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbaar gas.

Artikel 36
1.

Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per Nm3 aardgasequivalent opgegeven. Bij een gebundelde aanvraag is het door de producent opgegeven tenderbedrag van toepassing op alle aanvragen die deel uitmaken van de gebundelde aanvraag.

2.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een maximum tenderbedrag per Nm3 aardgasequivalent voor hernieuwbaar gas bepaald.

3.

Het maximum tenderbedrag bedraagt maximaal de gemiddelde kosten per Nm3 aardgasequivalent voor het produceren van hernieuwbaar gas per categorie productie-installaties voor hernieuwbaar gas.

Artikel 37
1.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in artikel 39, en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 41, een basisgasprijs per Nm3 aardgasequivalent vastgesteld die kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties.

2.

De hoogte van de basisgasprijs bedraagt tweederde van de lange termijn gasprijs.

Artikel 38
1.

Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in artikel 36, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.

2.

De basisgasprijs, bedoeld in artikel 37, die geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.

Artikel 39
1.

Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:

2.

De gasprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor gas.

3.

In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het tenderbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per Nm3 aardgasequivalent in verband met opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.

4.

Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.

5.

Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties, waarbij voor de gasprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 oktober tot en met 30 september voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.

6.

Indien het ingevolge het eerste of derde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.

Artikel 40
1.

De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:

2.

Het aantal Nm3 aardgasequivalent dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal Nm3 aardgasequivalent dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen.

3.

Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal Nm3 aardgasequivalent, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.

Artikel 41

De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in artikel 36, en de basisgasprijs, bedoeld in artikel 37, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal Nm3 aardgasequivalent.

§ 5. Subsidie voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling

§ 5.1. Algemeen

Artikel 42
1.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, kunnen categorieën productie-installaties die elektriciteit produceren door middel van warmtekrachtkoppeling worden aangewezen waarvoor subsidie kan worden verleend.

2.

Indien voor een categorie productie-installaties die elektriciteit opwekt door middel van warmtekrachtkoppeling subsidie wordt verleend, wordt bij ministeriële regeling de wijze van verdeling van de subsidie bepaald.

§ 5.1. Algemeen

Artikel 43

De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 42, tweede lid, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.

Artikel 44
1.

Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen perioden worden vastgesteld waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn.

Artikel 45
1.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, worden per categorie van productie-installaties jaarlijks voor 1 november voorafgaand aan een kalenderjaar subsidiebedragen per kWh waarvoor certificaten voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling zijn verstrekt, vastgesteld.

2.

Het subsidiebedrag bedraagt ten hoogste het verschil in de gemiddelde productiekosten van warmte en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling en de gemiddelde marktprijzen van warmte en elektriciteit.

3.

Voor de kWh die voor subsidie in aanmerking komen, kunnen verschillende bedragen gelden die zijn gerelateerd aan het aantal vollasturen van de productie-installatie.

Artikel 46

De subsidiebedragen, bedoeld in artikel 45, eerste lid, die gelden op de eerste dag van een kalenderjaar, gelden voor dat kalenderjaar.

Artikel 47
1.

Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op de ingevolge artikel 45, eerste lid, geldende subsidiebedragen vaststellen.

2.

Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op de ingevolge artikel 45, eerste lid, geldende subsidiebedragen vaststellen.

3.

Indien het ingevolge het eerste of tweede geldende subsidiebedrag negatief is, bedraagt het subsidiebedrag nul.

Artikel 48
1.

De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:

2.

Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen.

3.

Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.

Artikel 49
1.

Bij ministeriële regeling wordt een subsidiebedrag per kWh vastgesteld waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.

2.

Het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, dat geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.

3.

De subsidie bedraagt ten hoogste het bedrag, bedoeld in het eerste lid, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.

§ 5.3. Subsidie volgorde rangschikking

Artikel 50

De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 42, tweede lid, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.

Artikel 51

Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling.

Artikel 52
1.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, worden per categorie productie-installaties jaarlijks voor 1 november voorafgaand aan een kalenderjaar maximum bedragen per kWh waarvoor certificaten voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling zijn verstrekt, vastgesteld.

2.

Het maximum bedrag per kWh bedraagt ten hoogste het verschil in de gemiddelde productiekosten van warmte en elektriciteit door middel van warmtekrachtkoppeling en de gemiddelde marktprijzen van warmte en elektriciteit.

3.

Voor de kWh die voor subsidie in aanmerking komen, kunnen verschillende bedragen gelden die zijn gerelateerd aan het aantal vollasturen van de productie-installatie.

4.

Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een percentage opgegeven waarmee de maximum bedragen per kWh in de beschikking tot subsidieverlening gekort zal worden. Bij een gebundelde aanvraag is het door de producent opgegeven percentage van toepassing op alle aanvragen die deel uitmaken van de gebundelde aanvraag.

Artikel 53
1.

De maximum bedragen, bedoeld in artikel 52, eerste lid, die gelden op de eerste dag van elk kalenderjaar, gelden voor dat kalenderjaar.

2.

Het percentage, bedoeld in artikel 52, vierde lid, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.

Artikel 54
1.

De subsidie bedraagt de som van de bedragen die in elk jaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt worden vastgesteld door het voor dat jaar geldende subsidiebedrag, bedoeld in artikel 52, eerste lid, te korten met het percentage, bedoeld in artikel 52, vierde lid, en de uitkomst hiervan te vermenigvuldigen met het aantal kWh dat voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor certificaten zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie een hoeveelheid elektriciteit heeft geproduceerd door middel van warmtekrachtkoppeling en deze op een elektriciteitsnet of een Nederlandse installatie heeft ingevoed en die betrekking hebben op het desbetreffende jaar.

2.

Jaarlijks wordt subsidie verstrekt tot een bij de beschikking tot subsidieverlening bepaald maximum aantal kWh.

3.

Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.

Artikel 55
1.

Bij ministeriële regeling wordt een bedrag per kWh vastgesteld waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.

2.

Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, dat geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.

3.

De subsidie bedraagt ten hoogste het bedrag, bedoeld in het eerste lid, gekort met het percentage, bedoeld in artikel 52, vierde lid, vermenigvuldigd met het aantal in de beschikking tot subsidieverlening bepaald maximum kWh.

§ 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag

Artikel 56
1.

Een aanvraag om subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld. Bij ministeriële regeling kan een categorie productie-installaties worden aangewezen waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend.

2.

Indien dit op het formulier is vermeld, gaat een aanvraag vergezeld van:

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gegevens die op grond van lid 2, onderdelen a tot en met g, overgelegd moeten worden.

Artikel 57
1.

Onze Minister beslist op een aanvraag:

2.

De in het eerste lid genoemde perioden kunnen éénmaal met ten hoogste dertien weken worden verlengd.

3.

Indien een gebundelde aanvraag niet leidt tot subsidieverlening door Onze Minister, kan een gebundelde aanvraag worden behandeld als één aanvraag.

4.

Indien Onze Minister aan de aanvrager van een gebundelde aanvraag subsidie verstrekt, verstrekt Onze Minister per productie-installatie die onderdeel is van de gebundelde aanvraag een beschikking tot subsidieverlening.

Artikel 58
1.

Ingeval van verdeling op volgorde van binnenkomst, verdeelt Onze Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst geldt.

2.

Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond zou worden overschreden, stelt Onze Minister de volgorde van ontvangst van deze aanvragen vast door middel van loting.

3.

Aanvragen die worden ontvangen op werkdagen na 17.00 uur of andere dagen, worden aangemerkt als ontvangen op de eerstvolgende werkdag.

4.

In geval van loting wordt een gebundelde aanvraag behandeld als één aanvraag.

Artikel 59

Onze Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

Artikel 60
1.

Onze Minister rangschikt de aanvragen waarop niet met toepassing van het artikel 59 afwijzend wordt beslist zodanig dat een aanvraag hoger wordt gerangschikt indien:

2.

Voor de rangschikking kunnen bij ministeriële regeling regels worden vastgesteld met betrekking tot:

3.

Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen.

4.

Indien honorering van alle aanvragen die gelijk zijn gerangschikt ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond zou worden overschreden, stelt Onze Minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast door middel van loting.

5.

Een gebundelde aanvraag wordt voor de toepassing van dit artikel behandeld als één aanvraag.

6.

Ten behoeve van de rangschikking van aanvragen om subsidie voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee kan Onze Minister het door de producent opgegeven tenderbedrag met een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag verminderen, dat gerelateerd is aan de afstand van een productie-installatie tot de kust.

§ 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 61
1.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie zo spoedig mogelijk na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. Bij ministeriële regeling wordt de periode vastgesteld waarbinnen de subsidie-ontvanger de productie-installatie in gebruik moet nemen. Deze periode kan per categorie productie-installaties verschillen en bedraagt ten hoogste vijf jaar.

2.

Een subsidie-ontvanger mag, behoudens ontheffing van Onze Minister, tot de datum van ingebruikname van een productie-installatie een beschikking tot subsidieverlening niet overdragen aan een derde.

3.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de beschikking tot subsidieverlening wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidie-ontvanger verplicht is mee te werken aan het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen aan de uitvoeringsovereenkomst worden gesteld.

4.

Indien artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van toepassing is, verzoekt de subsidie-ontvanger binnen vier weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening Onze Minister de beschikking tot subsidieverlening op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat artikel luidde op 31 december 2006, in te trekken.

Artikel 62
1.

De subsidie-ontvanger realiseert en exploiteert de productie-installatie overeenkomstig het plan zoals ingediend bij de aanvraag om subsidie.

2.

De verplichting bedoeld in het eerste lid, geldt tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.

3.

Onze Minister kan voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van de realisatie of exploitatie van de productie-installatie in afwijking van het plan op voorafgaand verzoek van de subsidie-ontvanger schriftelijk ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere verplichtingen voor de subsidie-ontvanger worden opgelegd, die kunnen verschillen per categorie van productie-installaties.

Artikel 63
1.

In de beschikking tot subsidieverlening kunnen aan de subsidie-ontvanger rapportageverplichtingen worden opgelegd over:

2.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de rapportageverplichting.

Artikel 64

De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan Onze Minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surséance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.

Artikel 65

De subsidie-ontvanger verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle bescheiden, gegevens of inlichtingen die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie.

§ 8. Voorschotten

Artikel 66
1.

Op een subsidie waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, verstrekt Onze Minister op aanvraag maximaal één maal per jaar een voorschot.

2.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld.

3.

De aanvraag gaat, overeenkomstig in het formulier is vermeld, vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden.

4.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze van aanvragen en beoordelen van voorschotten.

Artikel 67
1.

Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare elektriciteit produceert bedraagt het product van:

met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in artikel 14, derde lid, dan wel artikel 22, derde lid.

2.

Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbaar gas produceert bedraagt het product van:

met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal Nm3 aardgasequivalent en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in artikel 31, derde lid, dan wel artikel 39, derde lid.

3.

Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die elektriciteit opwekt door middel van warmtekrachtkoppeling bedraagt het product van:

4.

Onze Minister verstrekt per jaar slechts een voorschot tot ten hoogste in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh of Nm3 aardgasequivalent.

5.

Indien de meetgegevens niet beschikbaar zijn in het kalenderjaar, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt in afwijking van het eerste en derde lid het voorschot uiterlijk vastgesteld in het eerstvolgende kalenderjaar nadat de meetgegevens beschikbaar zijn.

Artikel 68
1.

Onze Minister verstrekt de in artikel 67, eerste en tweede lid, bedoelde voorschotten in maandelijkse bedragen, tenzij bij ministeriële regeling is bepaald dat voor een bepaalde categorie productie-installaties het voorschot in een jaarlijks bedrag wordt verstrekt. De som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag bedraagt niet meer dan 80% van het product van:

2.

Indien de som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag die in een kalenderjaar zijn verstrekt minder dan wel meer bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het kalenderjaar wordt vastgesteld, kan Onze Minister dit verrekenen met de nog te verstrekken maandelijkse of jaarlijkse bedragen.

3.

Onze Minister verstrekt het in artikel 67, derde lid, bedoelde voorschot in maandelijkse bedragen met dien verstande dat de som van de maandelijkse bedragen niet meer bedraagt dan 80% van dat voorschot.

4.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de berekening van de maandelijkse bedragen en van het jaarlijkse bedrag.

Artikel 69

Onze Minister beschikt afwijzend op een aanvraag om een voorschot, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen, indien hij failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.

§ 9. Subsidievaststelling

Artikel 70
1.

De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag om subsidievaststelling in binnen zes maanden na het tijdstip waarop periode waarover subsidie wordt verstrekt, bepaald in de beschikking tot subsidieverlening, is verstreken.

2.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld.

3.

De aanvraag gaat, overeenkomstig in het formulier is vermeld, vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden.

Artikel 71

Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§ 10. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 72

Onze Minister publiceert binnen vier jaar na de inwerkingtreding van dit besluit een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit.

Artikel 73

Vervallen

Artikel 74

Vervallen

Artikel 75

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 76

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit stimulering duurzame energieproductie.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 3.4. Subsidie voor innovatieve windenergie op zee

Artikel 24a
1.

Onze Minister kan op aanvraag aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee, aan wie een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verstrekt, subsidie verstrekken voor de bijzondere en risicovolle inzet van innovatieve windmolens.

2.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de verstrekking van deze subsidie, waarbij in ieder geval regels worden gesteld over de productie-installaties waarvoor deze subsidie wordt verstrekt, de vorm van de subsidie, de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover, het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald, de vaststelling van de subsidie en de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten.

§ 4. Subsidie voor hernieuwbaar gas

§ 4.2. Subsidie volgorde binnenkomst

§ 4.3. Subsidie volgorde rangschikking

§ 5. Subsidie voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling

§ 5.2. Subsidie volgorde binnenkomst

§ 5.3. Subsidie volgorde rangschikking

§ 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag

§ 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger

§ 8. Voorschotten

§ 9. Subsidievaststelling

§ 10. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.