← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 29 november 2007, houdende regels met betrekking tot de waterschappen (Waterschapsbesluit)

Geldende tekst a fecha 2026-01-01

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 15 augustus 2007, nr. HDJZ/I&O/2007-904, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 18, vierde lid, 19, tweede en derde lid, 20, tweede en vierde lid, 21, eerste en vijfde lid, 24, tweede en derde lid, 25, 29, eerste lid, 32a, 44, eerste lid, 49, eerste en tweede lid, 98a, eerste en tweede lid, 109, zesde lid, 120, vierde lid, 122g, 122k, tweede lid, en 126a van de Waterschapswet;

De Raad van State gehoord (advies van 8 oktober 2007, nr. W09.07.0306/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 26 november 2007, nr. HDJZ/WAT/2007-1514, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

wet: Waterschapswet.

Hoofdstuk 2. De verkiezing van leden van het algemeen bestuur

§ 1. Het stembureau

Artikel 2.1

Vervallen

Artikel 2.2

Vervallen

Artikel 2.3

Vervallen

Artikel 2.4

Vervallen

Artikel 2.5

Vervallen

Artikel 2.6

Vervallen

Artikel 2.7

Vervallen

§ 2. Het tijdstip van de kandidaatstelling

Artikel 2.8

Vervallen

§ 3. De registratie van de aanduiding van een belangengroepering

§ 4. De inlevering van de kandidatenlijsten

Artikel 2.16

Vervallen

Artikel 2.17

Vervallen

Artikel 2.18

Vervallen

Artikel 2.19

Vervallen

Artikel 2.20

Vervallen

Artikel 2.21

Vervallen

Artikel 2.22

Vervallen

Artikel 2.23

Vervallen

Artikel 2.24

Vervallen

Artikel 2.25

Vervallen

Artikel 2.26

Vervallen

§ 5. Het onderzoek van de kandidatenlijsten

Artikel 2.27

Vervallen

Artikel 2.28

Vervallen

Artikel 2.29

Vervallen

Artikel 2.30

Vervallen

Artikel 2.31

Vervallen

Artikel 2.32

Vervallen

Artikel 2.33

Vervallen

Artikel 2.34

Vervallen

Artikel 2.35

Vervallen

Artikel 2.36

Vervallen

§ 6. De verbinding van kandidatenlijsten tot een lijstencombinatie

Artikel 2.37

Vervallen

Artikel 2.38

Vervallen

§ 7. De nummering van de kandidatenlijsten

Artikel 2.39

Vervallen

Artikel 2.40

Vervallen

Artikel 2.41

Vervallen

Artikel 2.42

Vervallen

§ 8. De openbaarmaking van de kandidatenlijsten

Artikel 2.43

Vervallen

§ 7. De nummering van de kandidatenlijsten

Artikel 2.44

Vervallen

Artikel 2.45

Vervallen

Artikel 2.46

Vervallen

Artikel 2.47

Vervallen

Artikel 2.48

Vervallen

§ 10. De oproeping voor de stemming

Artikel 2.49

Vervallen

Artikel 2.50

Vervallen

Artikel 2.51

Vervallen

Artikel 2.52

Vervallen

§ 11. Stemmen per brief

Artikel 2.53

Vervallen

Artikel 2.54

Vervallen

Artikel 2.55

Vervallen

Artikel 2.56

Vervallen

§ 12. Stemmen per internet

Artikel 2.57

Vervallen

Artikel 2.58

Vervallen

Artikel 2.59

Vervallen

Artikel 2.60

Vervallen

Artikel 2.61

Vervallen

Artikel 2.62

Vervallen

Artikel 2.63

Vervallen

§ 12. Stemmen per internet

Artikel 2.64

Vervallen

Artikel 2.65

Vervallen

Artikel 2.66

Vervallen

Artikel 2.67

Vervallen

Artikel 2.68

Vervallen

Artikel 2.69

Vervallen

Artikel 2.70

Vervallen

Artikel 2.71

Vervallen

Artikel 2.72

Vervallen

Artikel 2.73

Vervallen

§ 14. De vaststelling van de verkiezingsuitslag

Artikel 2.74

Vervallen

Artikel 2.75

Vervallen

Artikel 2.76

Vervallen

Artikel 2.77

Vervallen

Artikel 2.78

Vervallen

Artikel 2.79

Vervallen

Artikel 2.80

Vervallen

Artikel 2.81

Vervallen

Artikel 2.82

Vervallen

Artikel 2.83

Vervallen

Artikel 2.84

Vervallen

Artikel 2.85

Vervallen

§ 15. De toewijzing van de zetels aan de kandidaten

Artikel 2.86

Vervallen

Artikel 2.87

Vervallen

Artikel 2.88

Vervallen

§ 16. De bekendmaking van de verkiezingsuitslag

Artikel 2.89

Vervallen

Artikel 2.90

Vervallen

Artikel 2.91

Vervallen

Artikel 2.92

Vervallen

Artikel 2.93

Vervallen

Artikel 2.94

Vervallen

§ 15. De toewijzing van de zetels aan de kandidaten

Artikel 2.95

Vervallen

Artikel 2.96

Vervallen

Artikel 2.97

Vervallen

Artikel 2.98

Vervallen

Artikel 2.99

Vervallen

Artikel 2.100

Vervallen

Artikel 2.101

Vervallen

Artikel 2.102

Vervallen

Artikel 2.103

Vervallen

Artikel 2.104

Vervallen

Artikel 2.105

Vervallen

Artikel 2.106

Vervallen

Artikel 2.107

Vervallen

§ 18. De opvolging

Artikel 2.108

Vervallen

Artikel 2.109

Vervallen

Artikel 2.110

Vervallen

Artikel 2.111

Vervallen

Artikel 2.112

Vervallen

Artikel 2.113

Vervallen

§ 18. De opvolging

Artikel 2.114

Vervallen

Artikel 2.115

Vervallen

Artikel 2.116

Vervallen

Artikel 2.117

Vervallen

§ 20. Tijdelijk ontslag en vervanging wegens zwangerschap en bevalling of ziekte

Artikel 2.118

Vervallen

Artikel 2.119

Vervallen

Artikel 2.120

Vervallen

§ 21. Overige bepalingen

Artikel 2.121

Vervallen

Artikel 2.122

Vervallen

Artikel 2.123

Vervallen

Artikel 2.124

Vervallen

Hoofdstuk 3. De rechtspositie van de leden van het waterschapsbestuur

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 3.1

Vervallen

§ 21. Overige bepalingen

Artikel 3.2

Vervallen

Artikel 3.3

Vervallen

Artikel 3.4

Vervallen

Artikel 3.5

Vervallen

Artikel 3.6

Vervallen

Artikel 3.7

Vervallen

Artikel 3.8

Vervallen

Artikel 3.9

Vervallen

Artikel 3.10

Vervallen

§ 3. Bezoldiging en tegemoetkoming in kosten leden dagelijks bestuur waterschap

Artikel 3.11

Vervallen

Artikel 3.12

Vervallen

Artikel 3.13

Vervallen

Artikel 3.14

Vervallen

Artikel 3.15

Vervallen

Artikel 3.16

Vervallen

Artikel 3.17

Vervallen

§ 3. Bezoldiging en tegemoetkoming in kosten leden dagelijks bestuur waterschap

Artikel 3.18

Vervallen

Artikel 3.19

Vervallen

Artikel 3.20

Vervallen

Artikel 3.21

Vervallen

Artikel 3.22

Vervallen

Artikel 3.23

Vervallen

Artikel 3.24

Vervallen

Artikel 3.25

Vervallen

Artikel 3.26

Vervallen

Artikel 3.27

Vervallen

Artikel 3.28

Vervallen

Artikel 3.29

Vervallen

Artikel 3.30

Vervallen

Artikel 3.31

Vervallen

Artikel 3.32

Vervallen

Artikel 3.33

Vervallen

Artikel 3.34

Vervallen

Artikel 3.35

Vervallen

Artikel 3.36

Vervallen

Artikel 3.37

Vervallen

Artikel 3.38

Vervallen

Artikel 3.39

Vervallen

Artikel 3.40

Vervallen

Artikel 3.41

Vervallen

Hoofdstuk 4. De beleidsvoorbereiding en de verantwoording

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 4.1

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 4.2
1.

Voor de meerjarenraming, de begroting, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie wordt een stelsel van baten en lasten gehanteerd.

2.

De baten en lasten van het begrotingsjaar worden in de meerjarenraming, de begroting, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie opgenomen, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar leiden, onderscheidenlijk hebben geleid.

3.

De baten en lasten worden geraamd dan wel verantwoord tot hun brutobedrag met uitzondering van de raming en realisatie van belastingopbrengsten.

4.

Onder de baten en lasten wordt ook begrepen de over het eigen vermogen en de voorzieningen berekende bespaarde rente.

5.

Onder de baten en lasten wordt ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting. Deze heffing wordt geraamd en verantwoord op basis van de fiscale grondslag.

Artikel 4.3
1.

De meerjarenraming, de begroting, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie geven volgens normen die voor het waterschap als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de ontwikkeling van de belastingopbrengst benodigd voor de taakuitoefening. In het bijzonder het algemeen bestuur moet in staat worden gesteld zich een zodanig oordeel te vormen.

2.

De meerjarenraming, de begroting en de uitvoeringsinformatie daarbij en de toelichtingen geven duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie en de financiële rechtmatigheid.

3.

De jaarstukken en de uitvoeringsinformatie daarbij en de toelichtingen geven getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar.

4.

De financiële positie omvat de grootte en samenstelling van de baten en lasten over het begrotingsjaar, de activa en passiva aan het einde van het begrotingsjaar en de lasten en balansmutaties gedurende het begrotingsjaar.

Artikel 4.4
1.

De indeling van de begroting en van de jaarstukken is identiek.

2.

Indien de indeling van de meerjarenraming, de begroting, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie afwijkt van die van het voorafgaande begrotingsjaar worden in de toelichting de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot de afwijking hebben geleid uiteengezet.

Artikel 4.5
1.

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin het waterschap zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht en waarin het waterschap een bedrag ter beschikking heeft gesteld dat niet verhaalbaar is indien de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie haar verplichtingen niet nakomt.

2.

Verbonden partijen worden niet geconsolideerd in de begroting en jaarstukken.

§ 2. De meerjarenraming en de toelichting

Artikel 4.6

De meerjarenraming bevat voor het komende begrotingsjaar, alsmede voor tenminste de vier jaren volgend op het komende begrotingsjaar:

Artikel 4.7
1.

In de toelichting op de meerjarenraming wordt ten minste afzonderlijk aandacht besteed aan de:

2.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, onder 3°, door waterschappen worden berekend en in de meerjarenraming worden opgenomen.

Artikel 4.8
1.

De begroting bestaat ten minste uit de:

2.

De beleidsbegroting bestaat ten minste uit:

3.

De financiële begroting bestaat ten minste uit:

§ 3. De begroting en de toelichting

Artikel 4.9

De uiteenzetting van de externe en interne ontwikkelingen, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, onderdeel a, bevat een beschrijving van de ontwikkelingen sinds het vorig begrotingsjaar, waarbij ten minste wordt ingegaan op:

Artikel 4.10
1.

Het programmaplan, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, onderdeel b, bestaat ten minste uit:

2.

Het programmaplan bevat per programma de:

3.

Het overzicht van de dekkingsmiddelen bevat ten minste:

4.

Het bedrag voor onvoorzien wordt geraamd voor de begroting in zijn geheel of per programma.

Artikel 4.11
1.

De raming van belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, onderdeel c, bevat de volgende kostendragers, tenzij de betreffende kostendrager bij het waterschap niet aan de orde is:

2.

Een waterschap dat krachtens het provinciaal reglement is belast met een beheertaak die niet in het eerste lid wordt genoemd, kan ook deze taak als kostendrager in de begroting en de jaarstukken opnemen.

3.

De raming van belastingopbrengsten geeft per kostendrager weer:

4.

Van de in het derde lid bedoelde bedragen worden zowel het geraamde bedrag van het begrotingsjaar, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar na wijziging, als het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar weergegeven.

5.

De raming van belastingopbrengsten omvat de tarieven van de betreffende waterschapsbelastingen voor het begrotingsjaar, waarbij per tarief wordt vergeleken met het vorig begrotingsjaar en het voorvorig begrotingsjaar.

6.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de kostendragers.

Artikel 4.12

In de toelichting op de raming van belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, onderdeel c, wordt ten minste ingegaan op:

Artikel 4.13
1.

In de begroting worden in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten.

2.

De begroting bevat ten minste de volgende paragrafen:

3.

De begroting bevat voorts een paragraaf verbonden partijen indien dit bij het waterschap aan de orde is.

Artikel 4.14
1.

In de paragraaf uiteenzetting van de financiële positie, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel a, wordt ten minste afzonderlijke aandacht besteed aan:

2.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen, genoemd in het eerste lid, onderdeel f, door waterschappen worden berekend en in de begroting worden opgenomen.

Artikel 4.15
1.

De paragraaf betreffende assetmanagement, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel b, bevat ten minste:

2.

Met betrekking tot de onderdelen, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven:

Artikel 4.16

De paragraaf betreffende de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel c, bevat ten minste:

Artikel 4.17
1.

De paragraaf betreffende de verbonden partijen, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel d, bevat ten minste de:

2.

In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen:

Artikel 4.18

De uiteenzetting van de gehanteerde uitgangspunten en normen, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel a, bevat ten minste de:

Artikel 4.19

Het overzicht van baten en lasten, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel b, bevat:

Artikel 4.20

In de besluiten tot wijziging van de begroting worden per programma en, indien aanwezig, per programmaonderdeel, de mutatie en het nieuwe geraamde bedrag vastgesteld.

Artikel 4.21

De toelichting op het overzicht van baten en lasten, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel b, bevat ten minste:

Artikel 4.22
1.

Het overzicht van de voorgenomen investeringen, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel c, geeft de raming van de investeringen in het begrotingsjaar weer.

2.

De toelichting op het overzicht van investeringen, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel c, bevat een totaaloverzicht van alle werken die aan het begin van het begrotingsjaar onderhanden zijn en die lopende het jaar worden gestart.

Artikel 4.23

De geprognosticeerde balans, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel d, omvat de geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar.

Artikel 4.24
1.

De jaarstukken bestaan ten minste uit:

2.

Het jaarverslag bestaat ten minste uit de:

3.

De jaarrekening bestaat uit:

Artikel 4.25
1.

De programmaverantwoording, bedoeld in artikel 4.24, tweede lid, onderdeel a, bestaat ten minste uit:

2.

De programmaverantwoording biedt per programma inzicht in de:

Artikel 4.26
1.

De realisatie van belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.24, tweede lid, onderdeel b, geeft per kostendrager weer:

2.

De realisatie van belastingopbrengsten bevat van de onderdelen, genoemd in het eerste lid, ook de ramingen uit de begroting en de begroting na wijziging.

§ 3. De begroting en de toelichting

Artikel 4.27

De toelichting op de realisatie van belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.24, tweede lid, onderdeel b, bevat ten minste:

Artikel 4.28
1.

Het jaarverslag bevat de paragrafen die ingevolge artikel 4.13 in de begroting zijn opgenomen. Ze bevatten de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen.

2.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen, genoemd in artikel 4.14, eerste lid, onderdeel f, door waterschappen worden berekend en in het jaarverslag worden opgenomen.

Artikel 4.29
1.

Het overzicht van baten en lasten, bedoeld in artikel 4.24, derde lid, onderdeel a, in de jaarrekening bevat:

2.

Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat van de onderdelen genoemd in het eerste lid ook de ramingen uit de begroting voor en na wijziging.

Artikel 4.30

De toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening, bedoeld in artikel 4.24, derde lid, onderdeel a, bevat ten minste:

Artikel 4.31
1.

Het overzicht van gerealiseerde investeringen en de toelichting, bedoeld in artikel 4.24, derde lid, onderdeel b, geeft de realisatie van de investeringen in het begrotingsjaar weer.

2.

De toelichting op het overzicht van de investeringen bevat een totaaloverzicht van alle werken die aan het begin van het begrotingsjaar onderhanden waren en die in de loop van het jaar zijn gestart. Voor de werken die aan het einde van het begrotingsjaar nog een restantkrediet hadden, worden de verwachtingen weergegeven over het vervolg van deze werken.

Artikel 4.32

De jaarstukken worden vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de verslaggeving en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het in artikel 4.3 bedoelde inzicht.

Artikel 4.33

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inrichting van de jaarrekening en de toelichting.

Artikel 4.34
1.

In de balans, bedoeld in artikel 4.24, derde lid, onderdeel c, worden naast de cijfers per balansdatum tevens de cijfers van de balans van het vorig begrotingsjaar opgenomen.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de balans, de posten en de toelichting.

Artikel 4.35

Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van het waterschap al dan niet duurzaam te dienen.

§ 5. De balans en de toelichting

Artikel 4.36

Op de balans worden de passiva onderscheiden in vaste en vlottende passiva.

Artikel 4.37

Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa.

Artikel 4.38

In de toelichting op de balans worden de immateriële vaste activa gespecificeerd in:

Artikel 4.39
1.

In de toelichting op de balans worden de materiële vaste activa afzonderlijk gespecificeerd in:

2.

In de toelichting op de balans wordt van de materiële vaste activa aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven.

3.

In de toelichting op de balans wordt het verloop van de materiële vaste activa, bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven, met voor zover van toepassing:

4.

In het overzicht, bedoeld in het derde lid, worden de werken die aan het einde van het begrotingsjaar nog onderhanden zijn als één post vermeld.

Artikel 4.40

In de toelichting op de balans worden de financiële vaste activa gespecificeerd in:

Artikel 4.41

Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, de kortlopende vorderingen, de liquide middelen en de overlopende activa.

Artikel 4.42

In de toelichting op de balans worden de voorraden afzonderlijk gespecificeerd in:

Artikel 4.43

In de toelichting op de balans worden de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar gespecificeerd in:

Artikel 4.44

In de toelichting op de balans worden de kortlopende vorderingen gespecificeerd in:

Artikel 4.45

In de toelichting op de balans worden onder de liquide middelen de kas- en banksaldi opgenomen.

Artikel 4.46
1.

In de toelichting op de balans worden onder de overlopende activa afzonderlijk opgenomen:

2.

De voorschotten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van:

3.

In de toelichting op de balans wordt per uitkering met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van de nog te ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in een overzicht weergegeven, daaruit blijkt:

Artikel 4.47

Aan de actiefzijde van de balans wordt buiten de balanstelling het bedrag opgenomen waarvan het recht bestaat op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Artikel 4.48

Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen:

Artikel 4.49
1.

Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.

2.

Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen.

Artikel 4.50
1.

In de balans worden de reserves onderscheiden naar:

2.

Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan het algemeen bestuur van het waterschap een bepaalde bestemming heeft gegeven.

Artikel 4.51

Voorzieningen worden gevormd wegens:

Artikel 4.52

Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.

Artikel 4.53
1.

In de toelichting op de balans worden de vaste schulden afzonderlijk gespecificeerd in:

2.

In de toelichting op de balans wordt de rentelast voor het begrotingsjaar vermeld van alle vaste schulden, genoemd in het eerste lid.

3.

Indien een waterschap een financieel derivaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, hanteert, wordt in de toelichting op de balans in ieder geval vermeld:

Artikel 4.54

Onder de vlottende passiva worden afzonderlijk opgenomen de netto-vlottende schulden en de overlopende passiva.

Artikel 4.55

In de toelichting op de balans worden de netto-vlottende schulden afzonderlijk gespecificeerd in:

Artikel 4.56
1.

In de toelichting op de balans worden de overlopende passiva gespecificeerd in:

2.

De voorschotten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van:

3.

Van de ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt in de toelichting op de balans per uitkering met een specifiek bestedingsdoel, in een overzicht het verloop gedurende het jaar weergegeven. Uit het overzicht blijkt:

Artikel 4.57
1.

Aan de passiefzijde van de balans wordt buiten de balanstelling opgenomen het bedrag waartoe aan natuurlijke en rechtspersonen borgstellingen of garantstellingen zijn verstrekt.

2.

In de toelichting op de balans worden de borgstellingen, bedoeld in het eerste lid, gespecificeerd naar de aard van de geldleningen.

3.

Per specificatie wordt vermeld het:

4.

In de toelichting op de balans wordt een specificatie opgenomen van de garantstellingen, bedoeld in het eerste lid.

5.

In de toelichting op de balans wordt ook opgenomen het totaalbedrag van de betalingen die inzake de borgstellingen en garantstellingen zijn gedaan tot en met het eind van het begrotingsjaar.

Artikel 4.58
1.

In de toelichting op de balans, bedoeld in artikel 4.24, derde lid, onderdeel c, wordt van iedere balanspost vermeld welke waarderingsgrondslag is gehanteerd.

2.

Indien in de loop van het begrotingsjaar wijzigingen zijn aangebracht in de methoden en termijnen volgens welke de afschrijvingen worden berekend, wordt in de toelichting vermeld welke wijzigingen het hier betreft en wordt ingegaan op de redenen die tot wijziging hebben geleid.

Artikel 4.59

De aard en omvang van de aangebrachte dan wel geraamde waardeverminderingen van de leningen en vorderingen, bedoeld in artikel 4.69, zevende lid, van de vaste activa, bedoeld in artikel 4.71, eerste lid, en van de voorraden en deelnemingen, bedoeld in artikel 4.71, tweede lid, worden in de toelichting op de balans opgenomen.

Artikel 4.60

In de toelichting op de balans wordt vermeld:

Artikel 4.61

In de toelichting op de balans wordt vermeld:

Artikel 4.62
1.

In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke reserve als bedoeld in artikel 4.50 en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan toegelicht.

2.

Per reserve wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven, daaruit blijkt:

§ 6. Waardering, activeren en afschrijven

Artikel 4.63
1.

In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke voorziening als bedoeld in artikel 4.51 en de wijzigingen daarin toegelicht.

2.

Per voorziening wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven, daaruit blijkt:

Artikel 4.64
1.

De jaarrekening bevat een rechtmatigheidsverantwoording.

2.

De rechtmatigheidsverantwoording bevat een overzicht van de rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid.

3.

De verantwoordingsgrens is een totaalbedrag voor rechtmatigheidsfouten én onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid.

4.

Het algemeen bestuur stelt de verantwoordingsgrens vast op ten hoogste 2% van de totale lasten, exclusief de toevoeging aan de reserves.

5.

Voor zover het totaalbedrag aan rechtmatigheidsfouten én onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid hoger is dan de verantwoordingsgrens, worden deze in het kader van de financiële rechtmatigheid opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Bij ministeriële regeling wordt voor de rechtmatigheidsverantwoording een model vastgesteld.

Artikel 4.65
1.

Alle investeringen worden geactiveerd.

2.

In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde niet geactiveerd.

Artikel 4.66

Kosten voor onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien:

Artikel 4.67

Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd indien:

Artikel 4.68
1.

Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.

2.

In afwijking van het eerste lid worden bijdragen van derden die in directe relatie staan met een actief op de waardering daarvan in mindering gebracht.

§ 6. Waardering, activeren en afschrijven

Artikel 4.69
1.

Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

2.

De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.

3.

De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend. In dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.

4.

Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen de registratiewaarde.

5.

Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.

6.

Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd.

7.

Eventuele voorzieningen die wegens oninbaarheid worden getroffen, worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend.

Artikel 4.70
1.

De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.

2.

Afschrijvingen kunnen slechts om gegronde redenen op andere grondslagen plaatsvinden dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. In dat geval wordt:

3.

Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.

4.

In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 4.38, onderdeel a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.

5.

In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 4.38, onderdeel b, ten hoogste vijf jaar.

6.

Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 4.38, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.

Artikel 4.71
1.

Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.

2.

Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd, indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

3.

Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.

Artikel 4.72
1.

De uitvoeringsinformatie wordt door het dagelijks bestuur vastgesteld.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de uitvoeringsinformatie. Deze kunnen mede regels bevatten in het belang van bedrijfsvergelijking.

Artikel 4.73

In de uitvoeringsinformatie met betrekking tot de meerjarenraming wordt opgenomen voor het begrotingsjaar en ten minste de vier daarop volgende jaren het overzicht van investeringsuitgaven per beleidsveld. Dit overzicht wordt ingedeeld naar de:

§ 6. Waardering, activeren en afschrijven

Artikel 4.74
1.

De uitvoeringsinformatie met betrekking tot de begroting bestaat uit de:

2.

De ramingen van de baten en lasten naar kosten- en opbrengstsoorten en de nettokosten naar beleidsproducten omvatten alle baten en lasten.

3.

De raming van baten en lasten naar kosten- en opbrengstsoorten wordt ingedeeld volgens bij ministeriële regeling vast te stellen groepen van kosten- en opbrengstsoorten.

4.

Van de baten en lasten die in de raming naar kosten- en opbrengstsoorten worden opgenomen worden zowel het geraamde bedrag van het begrotingsjaar, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar na wijziging als het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar weergegeven.

5.

In of bij de raming naar de beheerproducten worden de principes waarmee de opbrengsten en kosten aan de beheerproducten zijn toegerekend weergegeven.

6.

De waterschappen kunnen hun geraamde nettokosten eenduidig toerekenen aan beheerproducten.

Artikel 4.75
1.

De uitvoeringsinformatie met betrekking tot de jaarstukken bestaat uit de:

2.

De realisaties van de baten en lasten naar kosten- en opbrengstsoorten en van de nettokosten naar beleidsproducten omvatten alle baten en lasten.

3.

Van de baten en lasten die in de realisatie naar kosten- en opbrengstsoorten worden opgenomen, worden ook de ramingen uit de begroting en de begroting na wijziging vermeld.

4.

De indeling naar groepen kosten- en opbrengstensoorten behorende bij de realisatie van de kosten- en opbrengsten en de toerekeningsprincipes van de nettokosten naar beleidsproducten zijn identiek aan die van de raming naar kosten- en opbrengstsoorten respectievelijk de toerekening naar beleidsproducten.

5.

De waterschappen kunnen hun gerealiseerde nettokosten eenduidig toerekenen aan beheerproducten.

Hoofdstuk 5. De accountantscontrole

Artikel 5.1

Vervallen

Artikel 5.2

Vervallen

Artikel 5.3

Vervallen

Artikel 5.4

Vervallen

Artikel 5.5

Vervallen

Hoofdstuk 6. De waterschapsbelastingen

§ 1. Kostendelen

Artikel 6.1

Vervallen

Artikel 6.2

Vervallen

Artikel 6.3

Vervallen

Artikel 6.4

Vervallen

Artikel 6.5

Vervallen

Artikel 6.6

Vervallen

Artikel 6.7

Vervallen

Artikel 6.8

Vervallen

Artikel 6.9

Vervallen

Artikel 6.10

Vervallen

Artikel 6.11

Vervallen

§ 2. Meting, bemonstering en analyse zuiveringsheffing

Artikel 6.12

Vervallen

§ 9. Commissie besluit begroting en verantwoording

Artikel 6.13

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

inspecteur: de in artikel 123, derde lid, onderdeel b, van de wet, bedoelde ambtenaar van het waterschap.

administratieplichtig: gehouden om op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat de gegevens die van belang zijn voor de heffing van de waterschapsbelastingen ten aanzien van de belastingplichtige, hieruit duidelijk blijken;

informatieplichtig: gehouden om de gegevens en inlichtingen aan de inspecteur te verstrekken welke voor de heffing van waterschapsbelastingen ten aanzien van derden van belang kunnen zijn en gehouden de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan - zulks ter keuze van de inspecteur -– die van belang kunnen zijn voor de heffing van waterschapsbelastingen ten aanzien van derden, voor dit doel beschikbaar te stellen.

Artikel 6.14
1.

Administratieplichtig voor de toepassing van de zuiveringsheffing, bedoeld in artikel 122d, eerste lid, van de wet en de verontreinigingsheffing, bedoeld in artikel 7.2, tweede lid, van de Waterwet is:

2.

De in het eerste lid bedoelde administratieplichtige is verplicht de gegevensdragers, die op basis van het eerste lid tot zijn administratie dienen te behoren, gedurende zeven jaren te bewaren.

3.

De in het tweede lid bedoelde gegevensdragers dienen zodanig bewaard te worden dat controle daarvan door de inspecteur binnen redelijke termijn mogelijk is. De in het eerste lid bedoelde administratieplichtige verleent daartoe zijn medewerking.

Artikel 6.15

De in artikel 6.14, eerste lid, bedoelde administratieplichtige die niet of niet volledig voldoet aan de vordering van de inspecteur om de in artikel 6.14 bedoelde gegevensdragers of de inhoud daarvan voor raadpleging beschikbaar te stellen, wordt voor de toepassing van artikel 25, zesde lid, en artikel 27e, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen geacht niet volledig te hebben voldaan aan de verplichting ingevolge artikel 52 van die wet, tenzij aannemelijk is dat het niet, dan wel niet volledig voldoen aan de vordering van de inspecteur het gevolg is van overmacht.

Artikel 6.16
1.

Informatieplichtig is:

2.

Voor zover dit redelijkerwijs van belang is voor de uitvoering van dit besluit, gelden de in het eerste lid bedoelde verplichtingen ook buiten het gebied van het waterschap.

3.

Informatieplichtig zijn slechts degenen die voor de heffing van rijksbelastingen administratieplichtig zijn.

Artikel 6.17
1.

Indien een belastingschuldige een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van kwijtschelding van waterschapbelastingen als bedoeld in artikel 144 van de wet zijn de colleges van burgemeester en wethouders, de rijksbelastingdienst en de Dienst Wegverkeer, bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994, desgevraagd gehouden kosteloos gegevens te verstrekken aan de dagelijkse besturen van de waterschappen in verband met de inkomens- en vermogenspositie van de belastingschuldige, ten behoeve van de beoordeling van deze aanvraag.

2.

De Stichting Inlichtingenbureau is verwerker voor het verwerken van gegevens noodzakelijk voor het verlenen van deze kwijtschelding van waterschapsbelastingen die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of de in het eerste lid bedoelde instanties, op grond van enig wettelijk voorschrift worden verstrekt aan de dagelijkse besturen van de waterschappen.

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen en slotbepalingen

§ 3. Administratieve verplichtingen waterschapsbelastingen

Artikel 7.1

De Comptabiliteitsvoorschriften waterschappen worden ingetrokken met dien verstande dat zij op grond van artikel 98a van de wet, van toepassing blijven op de inrichting van de meerjarenraming, de begroting, de jaarverslaggeving, de uitvoeringsinformatie en de informatieverstrekking aan derden alsmede de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2008.

Artikel 7.2

Het Besluit vergoedingen en tegemoetkoming leden algemeen bestuur waterschap wordt ingetrokken.

Artikel 7.3

Het Besluit bezoldiging en tegemoetkoming in kosten leden dagelijks bestuur waterschap wordt ingetrokken.

Artikel 7.4

Het Rechtspositiebesluit voorzitters waterschappen wordt ingetrokken.

Artikel 7.5

Het Besluit administratieve verplichtingen waterschapsbelastingen wordt ingetrokken.

§ 3. Administratieve verplichtingen waterschapsbelastingen

Artikel 7.6
1.

In afwijking van artikel 4.69, eerste lid, met inachtneming van artikel 4.68, tweede lid worden activa, die op 31 december 2008 tegen actuele waarde zijn gewaardeerd, volgens de op dat moment aanwezige boekwaarde gedurende de nog resterende afschrijvingsperiode afgeschreven. Gevormde herwaarderingsreserves dienen op de boekwaarde in mindering te worden gebracht.

2.

In afwijking van artikel 4.68, eerste lid, worden alle activa waar voor 1 januari 2009 reserves op in mindering zijn gebracht op de waarde volgens de op 31 december 2008 aanwezige boekwaarde gedurende de nog resterende afschrijvingsperiode afgeschreven.

§ 1. Intrekking van andere regelingen

Artikel 7.7

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 7.8

Dit besluit wordt aangehaald als: Waterschapsbesluit.

Bijlage I. model goedkeurende accountantsverklaring, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van het Waterschapsbesluit

In artikel 109, derde lid, van de Waterschapswet zijn de elementen opgenomen, die de accountant in de accountantsverklaring moet opnemen.

In geval van een goedkeuring van de jaarrekening (goedkeurend getrouwheidsconclusie en geen materiële onrechtmatigheden en/of onzekerheden over de rechtmatigheid; fout ≤ 1%; onzekerheid ≤ 3%) dient bij het opstellen van de accountantsverklaring de volgende tekst te worden aangehouden door de accountant.

Aan: Opdrachtgever

Accountantsverklaring

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de (in dit rapport/verslag opgenomen 1Verwijzing kan geschieden met behulp van paginanummers.) jaarrekening.. (jaartal) van waterschap.. (naam waterschap), bestaande uit de balans per 31 december .... (jaartal) en de exploitatierekeningen naar programma´s, naar kostendragers en naar kosten- en opbrengstsoorten over .... (jaartal) met de toelichtingen 2De te noemen onderdelen van de jaarrekening moeten worden afgestemd op de inhoudsopgave van de jaarrekening., gecontroleerd.

Verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur

In artikel 109, derde lid, van de Waterschapswet zijn de elementen opgenomen, die de accountant in de accountantsverklaring moet opnemen.

In artikel 109, derde lid, van de Waterschapswet zijn de elementen opgenomen, die de accountant in de accountantsverklaring moet opnemen.

In geval van een goedkeuring van de jaarrekening (goedkeurend getrouwheidsconclusie en geen materiële onrechtmatigheden en/of onzekerheden over de rechtmatigheid; fout ≤ 1%; onzekerheid ≤ 3%) dient bij het opstellen van de accountantsverklaring de volgende tekst te worden aangehouden door de accountant.

Accountantsverklaring

In artikel 109, derde lid, van de Waterschapswet zijn de elementen opgenomen, die de accountant in de accountantsverklaring moet opnemen.

In geval van een goedkeuring van de jaarrekening (goedkeurend getrouwheidsconclusie en geen materiële onrechtmatigheden en/of onzekerheden over de rechtmatigheid; fout ≤ 1%; onzekerheid ≤ 3%) dient bij het opstellen van de accountantsverklaring de volgende tekst te worden aangehouden door de accountant.

Aan: Opdrachtgever

Het dagelijks bestuur van waterschap .... (naam waterschap) is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit.

Verklaring betreffende de jaarrekening

In artikel 109, derde lid, van de Waterschapswet zijn de elementen opgenomen, die de accountant in de accountantsverklaring moet opnemen.

In geval van een goedkeuring van de jaarrekening (goedkeurend getrouwheidsconclusie en geen materiële onrechtmatigheden en/of onzekerheden over de rechtmatigheid; fout ≤ 1%; onzekerheid ≤ 3%) dient bij het opstellen van de accountantsverklaring de volgende tekst te worden aangehouden door de accountant.

Accountantsverklaring

Deze houdt onder meer in dat de jaarrekening zowel de baten en lasten als de activa en passiva getrouw dient weer te geven en dat de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Rechtmatige totstandkoming betekent in overeenstemming met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen waaronder verordeningen van het waterschap zelf.

Wij hebben de (in dit rapport/verslag opgenomen 1Verwijzing kan geschieden met behulp van paginanummers.) jaarrekening.. (jaartal) van waterschap.. (naam waterschap), bestaande uit de balans per 31 december .... (jaartal) en de exploitatierekeningen naar programma´s, naar kostendragers en naar kosten- en opbrengstsoorten over .... (jaartal) met de toelichtingen 2De te noemen onderdelen van de jaarrekening moeten worden afgestemd op de inhoudsopgave van de jaarrekening., gecontroleerd.

In artikel 109, derde lid, van de Waterschapswet zijn de elementen opgenomen, die de accountant in de accountantsverklaring moet opnemen.

In geval van een goedkeuring van de jaarrekening (goedkeurend getrouwheidsconclusie en geen materiële onrechtmatigheden en/of onzekerheden over de rechtmatigheid; fout ≤ 1%; onzekerheid ≤ 3%) dient bij het opstellen van de accountantsverklaring de volgende tekst te worden aangehouden door de accountant.

Bijlage II. goedkeuringstoleranties en strekking accountantsverklaringen, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, van het Waterschapsbesluit

Bij de oordeelsvorming over de jaarrekening spelen de goedkeuringstoleranties een belangrijke rol. De goedkeuringstoleranties zijn kwantitatieve criteria. Als de goedkeuringstoleranties niet worden overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven.

Als één der of beide goedkeuringstolerantie(s) worden overschreden zal geen goedkeurende accountantsverklaring, maar één van de drie andere hieronder aangegeven oordelen, worden verstrekt door de accountant.

Goedkeurend Met beperking Oordeelonthouding Afkeurend
Fouten in de jaarrekening (% van bruto-lasten) ≤ 1% > 1% < 3% ≥ 3%
Onzekerheden in de controle (% van bruto-lasten) ≤ 3% > 3% < 10% ≥ 10%

Zoals in artikel 5.3 aangegeven, kan de accountant, op grond van zijn deskundigheid, ook besluiten dat er kwalitatieve gebreken zijn van dusdanige aard, dat de goedkeuring wordt onthouden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.9

Vervallen

Artikel 2.10

Vervallen

Artikel 2.11

Vervallen

Artikel 2.12

Vervallen

Artikel 2.13

Vervallen

Artikel 2.14

Vervallen

Artikel 2.15

Vervallen

§ 4. De inlevering van de kandidatenlijsten

§ 5. Het onderzoek van de kandidatenlijsten

§ 6. De verbinding van kandidatenlijsten tot een lijstencombinatie

§ 8. De openbaarmaking van de kandidatenlijsten

§ 9. Algemene bepalingen omtrent de stemming

§ 10. De oproeping voor de stemming

§ 11. Stemmen per brief

§ 12. Stemmen per internet

§ 13. De stemopneming

§ 14. De vaststelling van de verkiezingsuitslag

§ 15. De toewijzing van de zetels aan de kandidaten

§ 17. Het lidmaatschap

§ 19. Einde van het lidmaatschap

§ 20. Tijdelijk ontslag en vervanging wegens zwangerschap en bevalling of ziekte

§ 20. Tijdelijk ontslag en vervanging wegens zwangerschap en bevalling of ziekte

Hoofdstuk 3. De rechtspositie van de leden van het waterschapsbestuur

§ 1. Begripsbepalingen

§ 2. Vergoedingen en tegemoetkoming leden algemeen bestuur

§ 3. Bezoldiging en tegemoetkoming in kosten leden dagelijks bestuur waterschap

§ 4. Rechtspositie voorzitters waterschappen

Hoofdstuk 4. De beleidsvoorbereiding en de verantwoording

§ 1. Algemene bepalingen

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. De meerjarenraming en de toelichting

§ 4. De jaarverslaggeving en de toelichting

§ 5. De balans en de toelichting

§ 6. Waardering, activeren en afschrijven

§ 6. Waardering, activeren en afschrijven

Hoofdstuk 5. De accountantscontrole

Hoofdstuk 5. De accountantscontrole

§ 1. Kostendelen

§ 1. Kostendelen

Hoofdstuk 5. De accountantscontrole

§ 3. Administratieve verplichtingen waterschapsbelastingen

§ 1. Kostendelen

§ 3. Slotbepalingen

Bijlage I. model goedkeurende accountantsverklaring, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van het Waterschapsbesluit

Accountantsverklaring

Verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur

In artikel 109, derde lid, van de Waterschapswet zijn de elementen opgenomen, die de accountant in de accountantsverklaring moet opnemen.

Verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur

Aan: Opdrachtgever

Verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur

Aan: Opdrachtgever

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de jaarrekening

In geval van een goedkeuring van de jaarrekening (goedkeurend getrouwheidsconclusie en geen materiële onrechtmatigheden en/of onzekerheden over de rechtmatigheid; fout ≤ 1%; onzekerheid ≤ 3%) dient bij het opstellen van de accountantsverklaring de volgende tekst te worden aangehouden door de accountant.

Aan: Opdrachtgever

Het dagelijks bestuur van waterschap .... (naam waterschap) is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit.

Het dagelijks bestuur van waterschap .... (naam waterschap) is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit.

Bijlage II. goedkeuringstoleranties en strekking accountantsverklaringen, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, van het Waterschapsbesluit

Bij de oordeelsvorming over de jaarrekening spelen de goedkeuringstoleranties een belangrijke rol. De goedkeuringstoleranties zijn kwantitatieve criteria. Als de goedkeuringstoleranties niet worden overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven.

Als één der of beide goedkeuringstolerantie(s) worden overschreden zal geen goedkeurende accountantsverklaring, maar één van de drie andere hieronder aangegeven oordelen, worden verstrekt door de accountant.

Goedkeurend Met beperking Oordeelonthouding Afkeurend
Fouten in de jaarrekening (% van bruto-lasten) ≤ 1% > 1% < 3% ≥ 3%
Onzekerheden in de controle (% van bruto-lasten) ≤ 3% > 3% < 10% ≥ 10%

Zoals in artikel 5.3 aangegeven, kan de accountant, op grond van zijn deskundigheid, ook besluiten dat er kwalitatieve gebreken zijn van dusdanige aard, dat de goedkeuring wordt onthouden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.45a

Vervallen

§ 10. De oproeping voor de stemming

§ 11. Stemmen per brief

§ 13. De stemopneming

§ 14. De vaststelling van de verkiezingsuitslag

§ 15. De toewijzing van de zetels aan de kandidaten

§ 16. De bekendmaking van de verkiezingsuitslag

§ 17. Het lidmaatschap

§ 18. De opvolging

§ 19. Einde van het lidmaatschap

§ 20. Tijdelijk ontslag en vervanging wegens zwangerschap en bevalling of ziekte

Hoofdstuk 3. De rechtspositie van de leden van het waterschapsbestuur

§ 1. Begripsbepalingen

§ 2. Vergoedingen en tegemoetkoming leden algemeen bestuur

§ 3. Bezoldiging en tegemoetkoming in kosten leden dagelijks bestuur waterschap

Hoofdstuk 4. De beleidsvoorbereiding en de verantwoording

§ 1. Algemene bepalingen

§ 1. Algemene bepalingen

§ 3. De begroting en de toelichting

§ 4. De jaarverslaggeving en de toelichting

§ 5. De balans en de toelichting

§ 6. Waardering, activeren en afschrijven

§ 7. De uitvoeringsinformatie

§ 6. Waardering, activeren en afschrijven

Hoofdstuk 5. De accountantscontrole

Hoofdstuk 5. De accountantscontrole

§ 1. Kostendelen

§ 1. Kostendelen

§ 7. Informatie voor derden

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen en slotbepalingen

§ 2. Meting, bemonstering en analyse zuiveringsheffing

§ 5. De balans en de toelichting

Bijlage I. model goedkeurende accountantsverklaring, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van het Waterschapsbesluit

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de jaarrekening

Accountantsverklaring

Oordeel

In artikel 109, derde lid, van de Waterschapswet zijn de elementen opgenomen, die de accountant in de accountantsverklaring moet opnemen.

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de (in dit rapport/verslag opgenomen 1Verwijzing kan geschieden met behulp van paginanummers.) jaarrekening.. (jaartal) van waterschap.. (naam waterschap), bestaande uit de balans per 31 december .... (jaartal) en de exploitatierekeningen naar programma´s, naar kostendragers en naar kosten- en opbrengstsoorten over .... (jaartal) met de toelichtingen 2De te noemen onderdelen van de jaarrekening moeten worden afgestemd op de inhoudsopgave van de jaarrekening., gecontroleerd.

Bijlage II. goedkeuringstoleranties en strekking accountantsverklaringen, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, van het Waterschapsbesluit

Bij de oordeelsvorming over de jaarrekening spelen de goedkeuringstoleranties een belangrijke rol. De goedkeuringstoleranties zijn kwantitatieve criteria. Als de goedkeuringstoleranties niet worden overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven.

Als één der of beide goedkeuringstolerantie(s) worden overschreden zal geen goedkeurende accountantsverklaring, maar één van de drie andere hieronder aangegeven oordelen, worden verstrekt door de accountant.

Goedkeurend Met beperking Oordeelonthouding Afkeurend
Fouten in de jaarrekening (% van bruto-lasten) ≤ 1% > 1% < 3% ≥ 3%
Onzekerheden in de controle (% van bruto-lasten) ≤ 3% > 3% < 10% ≥ 10%

Zoals in artikel 5.3 aangegeven, kan de accountant, op grond van zijn deskundigheid, ook besluiten dat er kwalitatieve gebreken zijn van dusdanige aard, dat de goedkeuring wordt onthouden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.54a

Vervallen

§ 12. Stemmen per internet

§ 13. De stemopneming

Artikel 2.66a

Vervallen

Artikel 2.67a

Vervallen

§ 14. De vaststelling van de verkiezingsuitslag

§ 16. De bekendmaking van de verkiezingsuitslag

§ 17. Het lidmaatschap

§ 18. De opvolging

§ 19. Einde van het lidmaatschap

§ 21. Overige bepalingen

Hoofdstuk 3. De rechtspositie van de leden van het waterschapsbestuur

§ 1. Begripsbepalingen

§ 2. Vergoedingen en tegemoetkoming leden algemeen bestuur

§ 3. Bezoldiging en tegemoetkoming in kosten leden dagelijks bestuur waterschap

§ 4. Rechtspositie voorzitters waterschappen

Hoofdstuk 4. De beleidsvoorbereiding en de verantwoording

§ 1. Algemene bepalingen

§ 3. De begroting en de toelichting

§ 4. De jaarverslaggeving en de toelichting

§ 4. De jaarstukken en de toelichting

§ 6. Waardering, activeren en afschrijven

§ 7. De uitvoeringsinformatie

§ 8. Informatieverstrekking aan derden

Hoofdstuk 5. De accountantscontrole

Hoofdstuk 6. De waterschapsbelastingen

§ 8. Informatieverstrekking aan derden

§ 7. Informatie voor derden

§ 8. Commissie Besluit begroting verantwoording provincies en gemeenten

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen en slotbepalingen

§ 2. Meting, bemonstering en analyse zuiveringsheffing

§ 2. Overgangsbepalingen

§ 1. Intrekking van andere regelingen

Bijlage I. model goedkeurende accountantsverklaring, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van het Waterschapsbesluit

Verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur

Verklaring betreffende de jaarrekening

Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van zowel de baten en lasten als de activa en passiva, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Het dagelijks bestuur van waterschap .... (naam waterschap) is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit.

Deze houdt onder meer in dat de jaarrekening zowel de baten en lasten als de activa en passiva getrouw dient weer te geven en dat de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Rechtmatige totstandkoming betekent in overeenstemming met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen waaronder verordeningen van het waterschap zelf.

Bijlage II. goedkeuringstoleranties en strekking accountantsverklaringen, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, van het Waterschapsbesluit

Bij de oordeelsvorming over de jaarrekening spelen de goedkeuringstoleranties een belangrijke rol. De goedkeuringstoleranties zijn kwantitatieve criteria. Als de goedkeuringstoleranties niet worden overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven.

Als één der of beide goedkeuringstolerantie(s) worden overschreden zal geen goedkeurende accountantsverklaring, maar één van de drie andere hieronder aangegeven oordelen, worden verstrekt door de accountant.

Goedkeurend Met beperking Oordeelonthouding Afkeurend
Fouten in de jaarrekening (% van bruto-lasten) ≤ 1% > 1% < 3% ≥ 3%
Onzekerheden in de controle (% van bruto-lasten) ≤ 3% > 3% < 10% ≥ 10%

Zoals in artikel 5.3 aangegeven, kan de accountant, op grond van zijn deskundigheid, ook besluiten dat er kwalitatieve gebreken zijn van dusdanige aard, dat de goedkeuring wordt onthouden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.12a

Vervallen

§ 4. Rechtspositie voorzitters waterschappen

Artikel 3.26a

Vervallen

Hoofdstuk 4. De beleidsvoorbereiding en de verantwoording

§ 1. Algemene bepalingen

§ 3. De begroting en de toelichting

§ 4. De jaarverslaggeving en de toelichting

§ 5. De balans en de toelichting

§ 7. De uitvoeringsinformatie

Hoofdstuk 5. De accountantscontrole

§ 1. Kostendelen

Hoofdstuk 6. De waterschapsbelastingen

Artikel 7.6a
1.

In afwijking van de artikelen 4.38 en 4.39 mogen de artikelen 4.41 en 4.42 zoals die luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van het Besluit van 8 november 2023 houdende wijziging van het Waterschapsbesluit in verband met het actualiseren van de regels over beleidsvoorbereiding en verantwoording en de verdere uitwerking van de rechtmatigheidsverantwoording voor waterschappen (Stb. 2023, 424), worden toegepast gedurende maximaal vijf jaar na inwerkingtreding van voornoemd besluit.

2.

In afwijking van artikel 4.74, vierde lid, mogen de gerealiseerde bedragen van het voorvorig begrotingsjaar, vóór het begrotingsjaar waarop dit besluit voor het eerst van toepassing is, volgens de regels zoals die luiden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 8 november 2023 houdende wijziging van het Waterschapsbesluit in verband met het actualiseren van de regels over beleidsvoorbereiding en verantwoording en de verdere uitwerking van de rechtmatigheidsverantwoording voor waterschappen (Stb. 2023, 424) in de begroting en de jaarrekening worden opgenomen.

Artikel 7.6b
1.

De artikelen 3.21, 3.29 en 3.30, zoals deze luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel VII, onderdelen D en G, van het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010, blijven van toepassing op de voorzitter die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit ingevolge artikel 3.31 kennis heeft gegeven aan het dagelijks bestuur dat hij wegens ziekte zijn ambt niet kan vervullen.

2.

De artikelen 3.37 en 3.39, zoals deze luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel VII, onderdeel K, van het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010, blijven van toepassing op de voormalig voorzitter van wie het ontslag is ingegaan voor 27 februari 2010.

§ 1. Intrekking van andere regelingen

Bijlage I. model goedkeurende accountantsverklaring, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van het Waterschapsbesluit

Accountantsverklaring

Oordeel

Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties

Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van zowel de baten en lasten als de activa en passiva, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel

In artikel 109, derde lid, van de Waterschapswet zijn de elementen opgenomen, die de accountant in de accountantsverklaring moet opnemen.

In geval van een goedkeuring van de jaarrekening (goedkeurend getrouwheidsconclusie en geen materiële onrechtmatigheden en/of onzekerheden over de rechtmatigheid; fout ≤ 1%; onzekerheid ≤ 3%) dient bij het opstellen van de accountantsverklaring de volgende tekst te worden aangehouden door de accountant.

Bijlage II. goedkeuringstoleranties en strekking accountantsverklaringen, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, van het Waterschapsbesluit

Bij de oordeelsvorming over de jaarrekening spelen de goedkeuringstoleranties een belangrijke rol. De goedkeuringstoleranties zijn kwantitatieve criteria. Als de goedkeuringstoleranties niet worden overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven.

Als één der of beide goedkeuringstolerantie(s) worden overschreden zal geen goedkeurende accountantsverklaring, maar één van de drie andere hieronder aangegeven oordelen, worden verstrekt door de accountant.

Goedkeurend Met beperking Oordeelonthouding Afkeurend
Fouten in de jaarrekening (% van bruto-lasten) ≤ 1% > 1% < 3% ≥ 3%
Onzekerheden in de controle (% van bruto-lasten) ≤ 3% > 3% < 10% ≥ 10%

Zoals in artikel 5.3 aangegeven, kan de accountant, op grond van zijn deskundigheid, ook besluiten dat er kwalitatieve gebreken zijn van dusdanige aard, dat de goedkeuring wordt onthouden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.9a

Vervallen

§ 3. Bezoldiging en tegemoetkoming in kosten leden dagelijks bestuur waterschap

§ 4. Rechtspositie voorzitters waterschappen

Hoofdstuk 4. De beleidsvoorbereiding en de verantwoording

§ 1. Algemene bepalingen

§ 3. De begroting en de toelichting

§ 4. De jaarverslaggeving en de toelichting

§ 5. De balans en de toelichting

§ 7. De uitvoeringsinformatie

Hoofdstuk 5. De accountantscontrole

§ 2. Meting, bemonstering en analyse zuiveringsheffing

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen en slotbepalingen

§ 1. Intrekking van andere regelingen

§ 2. Meting, bemonstering en analyse zuiveringsheffing

Bijlage I. model goedkeurende accountantsverklaring, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van het Waterschapsbesluit

Verklaring betreffende de jaarrekening

Verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur

Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties

Aan: Opdrachtgever

Bijlage II. goedkeuringstoleranties en strekking accountantsverklaringen, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, van het Waterschapsbesluit

Bij de oordeelsvorming over de jaarrekening spelen de goedkeuringstoleranties een belangrijke rol. De goedkeuringstoleranties zijn kwantitatieve criteria. Als de goedkeuringstoleranties niet worden overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven.

Als één der of beide goedkeuringstolerantie(s) worden overschreden zal geen goedkeurende accountantsverklaring, maar één van de drie andere hieronder aangegeven oordelen, worden verstrekt door de accountant.

Goedkeurend Met beperking Oordeelonthouding Afkeurend
Fouten in de jaarrekening (% van bruto-lasten) ≤ 1% > 1% < 3% ≥ 3%
Onzekerheden in de controle (% van bruto-lasten) ≤ 3% > 3% < 10% ≥ 10%

Zoals in artikel 5.3 aangegeven, kan de accountant, op grond van zijn deskundigheid, ook besluiten dat er kwalitatieve gebreken zijn van dusdanige aard, dat de goedkeuring wordt onthouden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.8a

Vervallen

Artikel 3.10a

Vervallen

Artikel 3.10b

Vervallen

Artikel 3.10c

Vervallen

Artikel 3.11a

Vervallen

§ 4. Rechtspositie voorzitters waterschappen

Hoofdstuk 4. De beleidsvoorbereiding en de verantwoording

§ 2. De meerjarenraming en de toelichting

§ 4. De jaarverslaggeving en de toelichting

§ 5. De balans en de toelichting

§ 6. Waardering, activeren en afschrijven

§ 5. Waardering, activeren en afschrijven

Hoofdstuk 6. De waterschapsbelastingen

§ 2. Meting, bemonstering en analyse zuiveringsheffing

§ 1. Kostendelen

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen en slotbepalingen

§ 2. Meting, bemonstering en analyse zuiveringsheffing

§ 2. Overgangsbepalingen

Bijlage I. model goedkeurende accountantsverklaring, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van het Waterschapsbesluit

Accountantsverklaring

Verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur

Oordeel

Accountantsverklaring

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 109, derde lid, onderdeel d, van de Waterschapswet melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening.

Wij hebben de (in dit rapport/verslag opgenomen 1Verwijzing kan geschieden met behulp van paginanummers.) jaarrekening.. (jaartal) van waterschap.. (naam waterschap), bestaande uit de balans per 31 december .... (jaartal) en de exploitatierekeningen naar programma´s, naar kostendragers en naar kosten- en opbrengstsoorten over .... (jaartal) met de toelichtingen 2De te noemen onderdelen van de jaarrekening moeten worden afgestemd op de inhoudsopgave van de jaarrekening., gecontroleerd.

Wij hebben de (in dit rapport/verslag opgenomen 1Verwijzing kan geschieden met behulp van paginanummers.) jaarrekening.. (jaartal) van waterschap.. (naam waterschap), bestaande uit de balans per 31 december .... (jaartal) en de exploitatierekeningen naar programma´s, naar kostendragers en naar kosten- en opbrengstsoorten over .... (jaartal) met de toelichtingen 2De te noemen onderdelen van de jaarrekening moeten worden afgestemd op de inhoudsopgave van de jaarrekening., gecontroleerd.

Het dagelijks bestuur van waterschap .... (naam waterschap) is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit.

Bijlage II. goedkeuringstoleranties en strekking accountantsverklaringen, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, van het Waterschapsbesluit

Bij de oordeelsvorming over de jaarrekening spelen de goedkeuringstoleranties een belangrijke rol. De goedkeuringstoleranties zijn kwantitatieve criteria. Als de goedkeuringstoleranties niet worden overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven.

Als één der of beide goedkeuringstolerantie(s) worden overschreden zal geen goedkeurende accountantsverklaring, maar één van de drie andere hieronder aangegeven oordelen, worden verstrekt door de accountant.

Goedkeurend Met beperking Oordeelonthouding Afkeurend
Fouten in de jaarrekening (% van bruto-lasten) ≤ 1% > 1% < 3% ≥ 3%
Onzekerheden in de controle (% van bruto-lasten) ≤ 3% > 3% < 10% ≥ 10%

Zoals in artikel 5.3 aangegeven, kan de accountant, op grond van zijn deskundigheid, ook besluiten dat er kwalitatieve gebreken zijn van dusdanige aard, dat de goedkeuring wordt onthouden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.8aa

Vervallen

§ 3. Bezoldiging en tegemoetkoming in kosten leden dagelijks bestuur waterschap

§ 4. Rechtspositie voorzitters waterschappen

Hoofdstuk 4. De beleidsvoorbereiding en de verantwoording

§ 2. De meerjarenraming en de toelichting

§ 3. De begroting en de toelichting

§ 4. De jaarstukken en de toelichting

§ 5. De balans en de toelichting

§ 5. Waardering, activeren en afschrijven

Hoofdstuk 6. De waterschapsbelastingen

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen en slotbepalingen

§ 3. Administratieve verplichtingen waterschapsbelastingen

§ 3. Slotbepalingen

Bijlage I. model goedkeurende accountantsverklaring, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van het Waterschapsbesluit

Accountantsverklaring

Verantwoordelijkheid van de accountant

Oordeel

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de jaarrekening

Deze houdt onder meer in dat de jaarrekening zowel de baten en lasten als de activa en passiva getrouw dient weer te geven en dat de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Rechtmatige totstandkoming betekent in overeenstemming met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen waaronder verordeningen van het waterschap zelf.

Bijlage II. goedkeuringstoleranties en strekking accountantsverklaringen, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, van het Waterschapsbesluit

Bij de oordeelsvorming over de jaarrekening spelen de goedkeuringstoleranties een belangrijke rol. De goedkeuringstoleranties zijn kwantitatieve criteria. Als de goedkeuringstoleranties niet worden overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven.

Als één der of beide goedkeuringstolerantie(s) worden overschreden zal geen goedkeurende accountantsverklaring, maar één van de drie andere hieronder aangegeven oordelen, worden verstrekt door de accountant.

Goedkeurend Met beperking Oordeelonthouding Afkeurend
Fouten in de jaarrekening (% van bruto-lasten) ≤ 1% > 1% < 3% ≥ 3%
Onzekerheden in de controle (% van bruto-lasten) ≤ 3% > 3% < 10% ≥ 10%

Zoals in artikel 5.3 aangegeven, kan de accountant, op grond van zijn deskundigheid, ook besluiten dat er kwalitatieve gebreken zijn van dusdanige aard, dat de goedkeuring wordt onthouden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 4.61a

In de toelichting op de balans wordt vermeld:

§ 7. De uitvoeringsinformatie

Artikel 4.76
1.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het waterschap aan derden informatie verstrekt.

2.

In de in het eerste lid bedoelde regeling kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat bepalen dat de informatie wordt verstrekt aan het CBS. Daarbij kan worden bepaald dat het CBS de plausibiliteit van deze informatie beoordeelt en het dagelijks bestuur verslag doet van zijn bevindingen.

Hoofdstuk 5. De accountantscontrole

Hoofdstuk 6. De waterschapsbelastingen

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen en slotbepalingen

§ 1. Intrekking van andere regelingen

Bijlage I. model goedkeurende accountantsverklaring, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van het Waterschapsbesluit

Verantwoordelijkheid van de accountant

Verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur

Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van zowel de baten en lasten als de activa en passiva, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van zowel de baten en lasten als de activa en passiva, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 109, tweede lid, van de Waterschapswet. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit. 3Indien van toepassing ook verwijzen naar het door het waterschap opgestelde controleprotocol. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Bijlage II. goedkeuringstoleranties en strekking accountantsverklaringen, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, van het Waterschapsbesluit

Bij de oordeelsvorming over de jaarrekening spelen de goedkeuringstoleranties een belangrijke rol. De goedkeuringstoleranties zijn kwantitatieve criteria. Als de goedkeuringstoleranties niet worden overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven.

Als één der of beide goedkeuringstolerantie(s) worden overschreden zal geen goedkeurende accountantsverklaring, maar één van de drie andere hieronder aangegeven oordelen, worden verstrekt door de accountant.

Goedkeurend Met beperking Oordeelonthouding Afkeurend
Fouten in de jaarrekening (% van bruto-lasten) ≤ 1% > 1% < 3% ≥ 3%
Onzekerheden in de controle (% van bruto-lasten) ≤ 3% > 3% < 10% ≥ 10%

Zoals in artikel 5.3 aangegeven, kan de accountant, op grond van zijn deskundigheid, ook besluiten dat er kwalitatieve gebreken zijn van dusdanige aard, dat de goedkeuring wordt onthouden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 3.1. Algemeen

Artikel 4.8
1.

De begroting bestaat ten minste uit de:

2.

De beleidsbegroting bestaat ten minste uit:

3.

De financiële begroting bestaat ten minste uit:

§ 4.1. Algemeen

Artikel 4.9

De uiteenzetting van de externe en interne ontwikkelingen, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, onderdeel a, bevat een beschrijving van de ontwikkelingen sinds het vorig begrotingsjaar, waarbij ten minste wordt ingegaan op:

Artikel 4.10
1.

Het programmaplan, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, onderdeel b, bestaat ten minste uit:

2.

Het programmaplan bevat per programma de:

3.

Het overzicht van de dekkingsmiddelen bevat ten minste:

4.

Het bedrag voor onvoorzien wordt geraamd voor de begroting in zijn geheel of per programma.

Artikel 4.11
1.

De raming van belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, onderdeel c, bevat de volgende kostendragers, tenzij de betreffende kostendrager bij het waterschap niet aan de orde is:

2.

Een waterschap dat krachtens het provinciaal reglement is belast met een beheertaak die niet in het eerste lid wordt genoemd, kan ook deze taak als kostendrager in de begroting en de jaarstukken opnemen.

3.

De raming van belastingopbrengsten geeft per kostendrager weer:

4.

Van de in het derde lid bedoelde bedragen worden zowel het geraamde bedrag van het begrotingsjaar, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar na wijziging, als het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar weergegeven.

5.

De raming van belastingopbrengsten omvat de tarieven van de betreffende waterschapsbelastingen voor het begrotingsjaar, waarbij per tarief wordt vergeleken met het vorig begrotingsjaar en het voorvorig begrotingsjaar.

6.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de kostendragers.

Artikel 4.12

In de toelichting op de raming van belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, onderdeel c, wordt ten minste ingegaan op:

Artikel 4.13
1.

In de begroting worden in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten.

2.

De begroting bevat ten minste de volgende paragrafen:

3.

De begroting bevat voorts een paragraaf verbonden partijen indien dit bij het waterschap aan de orde is.

Artikel 4.14
1.

In de paragraaf uiteenzetting van de financiële positie, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel a, wordt ten minste afzonderlijke aandacht besteed aan:

2.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen, genoemd in het eerste lid, onderdeel f, door waterschappen worden berekend en in de begroting worden opgenomen.

Artikel 4.15
1.

De paragraaf betreffende assetmanagement, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel b, bevat ten minste:

2.

Met betrekking tot de onderdelen, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven:

Artikel 4.16

De paragraaf betreffende de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel c, bevat ten minste:

Artikel 4.17
1.

De paragraaf betreffende de verbonden partijen, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel d, bevat ten minste de:

2.

In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen:

§ 3.3. Financiële begroting

Artikel 4.18

De uiteenzetting van de gehanteerde uitgangspunten en normen, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel a, bevat ten minste de:

Artikel 4.19

Het overzicht van baten en lasten, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel b, bevat:

Artikel 4.20

In de besluiten tot wijziging van de begroting worden per programma en, indien aanwezig, per programmaonderdeel, de mutatie en het nieuwe geraamde bedrag vastgesteld.

Artikel 4.21

De toelichting op het overzicht van baten en lasten, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel b, bevat ten minste:

Artikel 4.22
1.

Het overzicht van de voorgenomen investeringen, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel c, geeft de raming van de investeringen in het begrotingsjaar weer.

2.

De toelichting op het overzicht van investeringen, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel c, bevat een totaaloverzicht van alle werken die aan het begin van het begrotingsjaar onderhanden zijn en die lopende het jaar worden gestart.

Artikel 4.23

De geprognosticeerde balans, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel d, omvat de geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar.

§ 4. De jaarverslaggeving en de toelichting

§ 4.1. Algemeen

Artikel 4.24
1.

De jaarstukken bestaan ten minste uit:

2.

Het jaarverslag bestaat ten minste uit de:

3.

De jaarrekening bestaat uit:

§ 4.4.2. Passiva

Artikel 4.25
1.

De programmaverantwoording, bedoeld in artikel 4.24, tweede lid, onderdeel a, bestaat ten minste uit:

2.

De programmaverantwoording biedt per programma inzicht in de:

Artikel 4.26
1.

De realisatie van belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.24, tweede lid, onderdeel b, geeft per kostendrager weer:

2.

De realisatie van belastingopbrengsten bevat van de onderdelen, genoemd in het eerste lid, ook de ramingen uit de begroting en de begroting na wijziging.

Artikel 4.27

De toelichting op de realisatie van belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.24, tweede lid, onderdeel b, bevat ten minste:

Artikel 4.28
1.

Het jaarverslag bevat de paragrafen die ingevolge artikel 4.13 in de begroting zijn opgenomen. Ze bevatten de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen.

2.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen, genoemd in artikel 4.14, eerste lid, onderdeel f, door waterschappen worden berekend en in het jaarverslag worden opgenomen.

§ 4.3. Jaarrekening

Artikel 4.29
1.

Het overzicht van baten en lasten, bedoeld in artikel 4.24, derde lid, onderdeel a, in de jaarrekening bevat:

2.

Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat van de onderdelen genoemd in het eerste lid ook de ramingen uit de begroting voor en na wijziging.

Artikel 4.30

De toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening, bedoeld in artikel 4.24, derde lid, onderdeel a, bevat ten minste:

Artikel 4.31
1.

Het overzicht van gerealiseerde investeringen en de toelichting, bedoeld in artikel 4.24, derde lid, onderdeel b, geeft de realisatie van de investeringen in het begrotingsjaar weer.

2.

De toelichting op het overzicht van de investeringen bevat een totaaloverzicht van alle werken die aan het begin van het begrotingsjaar onderhanden waren en die in de loop van het jaar zijn gestart. Voor de werken die aan het einde van het begrotingsjaar nog een restantkrediet hadden, worden de verwachtingen weergegeven over het vervolg van deze werken.

Artikel 4.32

De jaarstukken worden vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de verslaggeving en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het in artikel 4.3 bedoelde inzicht.

Artikel 4.33

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inrichting van de jaarrekening en de toelichting.

§ 4.4.3. Toelichting op de balans

Artikel 4.34
1.

In de balans, bedoeld in artikel 4.24, derde lid, onderdeel c, worden naast de cijfers per balansdatum tevens de cijfers van de balans van het vorig begrotingsjaar opgenomen.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de balans, de posten en de toelichting.

Artikel 4.35

Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van het waterschap al dan niet duurzaam te dienen.

§ 4.4.1. Activa

§ 4.4.2. Passiva

§ 4.4.3. Toelichting op de balans

§ 4.4.4. Rechtmatigheidsverantwoording

Artikel 4.36
1.

In de balans worden naast de cijfers per balansdatum tevens de cijfers van de balans van het vorige begrotingsjaar opgenomen.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de balans, de posten en de toelichting.

Artikel 4.37
1.

Het bedrag waartoe aan natuurlijke en rechtspersonen borgstellingen of garantstellingen zijn verstrekt wordt niet in de balans, maar in de toelichting op de balans opgenomen.

2.

In de toelichting op de balans worden de borgstellingen, bedoeld in het eerste lid, gespecificeerd naar de aard van de geldleningen, waarbij per specificatie wordt vermeld:

3.

In de toelichting op de balans wordt een specificatie opgenomen van de garantstellingen als bedoeld in het eerste lid.

4.

In de toelichting wordt het totaalbedrag opgenomen van de betalingen die inzake de borg- en garantstelling zijn gedaan tot en met het eind van het begrotingsjaar.

5.

Voor zover dit noodzakelijk is voor het te verschaffen inzicht, wordt in de toelichting op de balans vermeld ten aanzien van welke borgstellingen en garantstellingen, bedoeld in het eerste lid, het waterschap zich, al dan niet voorwaardelijk, heeft verbonden tot het bezwaren van goederen.

Artikel 4.38

Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van het waterschap al dan niet duurzaam te dienen.

Artikel 4.39

Op de balans worden de passiva onderscheiden in vaste en vlottende passiva.

Artikel 4.40

Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa.

Artikel 4.41
1.

In de toelichting op de balans worden de immateriële vaste activa gespecificeerd in:

2.

De post onderzoek en ontwikkeling wordt afzonderlijk toegelicht.

Artikel 4.42
1.

Tot de materiële vaste activa behoren zowel werken die in exploitatie zijn als onderhanden werken. Onder de materiële vaste activa worden mede begrepen activa waarvoor het waterschap financiële lease-contracten is aangegaan en waarbij het economisch eigendom bij het waterschap berust.

2.

In de toelichting op de balans worden de materiële vaste activa gespecificeerd in:

3.

In de toelichting op de balans wordt van de materiële vaste activa aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven.

4.

In de toelichting op de balans wordt het verloop van de materiële vaste activa gedurende het begrotingsjaar gespecificeerd overeenkomstig het tweede lid, met uitzondering van de werken die aan het einde van het begrotingsjaar nog onderhanden waren, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijkt, voor zover van toepassing:

5.

In het overzicht, bedoeld in het vierde lid, worden de werken die aan het einde van het begrotingsjaar nog onderhanden zijn als één post vermeld.

6.

In de toelichting op de balans wordt een totaaloverzicht gegeven van alle werken die aan het begin van het begrotingsjaar nog onderhanden waren en die lopende het jaar zijn gestart. Voor de werken die aan het einde van het begrotingsjaar nog een restantkrediet hadden, worden de verwachtingen weergegeven over het vervolg van deze werken.

7.

Indien het waterschap voor de materiële vaste activa meerjarige operationele lease-contracten heeft afgesloten, worden de daarmee verband houdende financiële verplichtingen in de toelichting op de balanspost vermeld. Daarbij wordt ten minste weergegeven:

Artikel 4.43

In de toelichting op de balans worden de financiële vaste activa gespecificeerd in:

Artikel 4.44

Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar, de liquide middelen, de kortlopende vorderingen en de overlopende activa.

Artikel 4.45

In de toelichting op de balans worden onder de voorraden afzonderlijk opgenomen:

Artikel 4.46

In de toelichting op de balans worden de uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar gespecificeerd in:

Artikel 4.47

In de toelichting op de balans worden onder de liquide middelen afzonderlijk opgenomen:

Artikel 4.48
1.

In de toelichting op de balans worden de kortlopende vorderingen gespecificeerd in:

2.

In de toelichting op de balans wordt van de kortlopende vorderingen aangegeven welke op de balansdatum direct opeisbaar zijn en welke op de balansdatum niet direct opeisbaar zijn.

3.

Indien bij de waardering van de kortlopende vorderingen rekening is gehouden met oninbaarheid, wordt in de toelichting op de balanspost vermeld wat de invloed hiervan op de waarde is geweest.

4.

In de toelichting op de balanspost kortlopende vorderingen wordt ingegaan op de financiële risico’s die het waterschap ten aanzien van de vorderingen loopt.

Artikel 4.49
1.

In de toelichting op de balans worden onder de overlopende activa afzonderlijk opgenomen:

2.

In de toelichting op de balans wordt per uitkering het verloop gedurende het jaar van de nog te ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in een overzicht weergegeven. Daaruit blijkt:

Artikel 4.50

Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen en de vaste schulden met een looptijd van één jaar of langer.

Artikel 4.51
1.

Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het nog te bestemmen resultaat volgend uit de exploitatierekening naar kostendragers.

2.

Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk op de balans opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen.

Artikel 4.52
1.

Op de balans worden de reserves onderscheiden naar:

2.

Onder bestemmingsreserve wordt verstaan: een reserve waaraan het algemeen bestuur een bepaalde bestemming heeft gegeven.

Artikel 4.53
1.

In de toelichting op de balans wordt per reserve het verloop gedurende het begrotingsjaar in een overzicht weergegeven, waaruit blijkt:

2.

Per reserve wordt de aard, reden, gewenste omvang, alsmede de in het eerste lid bedoelde toevoegingen en onttrekkingen afzonderlijk toegelicht.

Artikel 4.54

Voorzieningen worden gevormd wegens:

Artikel 4.55
1.

In de toelichting op de balans wordt elke voorziening afzonderlijk vermeld, overeenkomstig de volgende rubricering:

2.

Per voorziening wordt het verloop gedurende het begrotingsjaar in een overzicht weergegeven, waaruit blijkt:

3.

Per voorziening wordt de aard, reden en gewenste omvang, alsmede de in het tweede lid bedoelde toevoegingen en onttrekkingen afzonderlijk toegelicht.

Artikel 4.56
1.

In de toelichting op de balans worden de vaste schulden met een looptijd van één jaar of langer gespecificeerd in:

2.

In de toelichting op de balans wordt de rentelast voor het begrotingsjaar vermeld van alle in het eerste lid genoemde groepen van vaste schulden.

3.

In de toelichting op de balans wordt aangegeven voor welke schulden zakelijke zekerheid is gesteld en in welke vorm dat is gebeurd.

4.

Voor zover dit noodzakelijk wordt geacht voor het te verschaffen inzicht, wordt in de toelichting op de balans vermeld ten aanzien van welke schulden het waterschap zich, al dan niet voorwaardelijk, heeft verbonden tot het bezwaren van goederen.

5.

Indien een waterschap een financieel derivaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, hanteert, wordt in de toelichting op de balans in ieder geval vermeld:

Artikel 4.57

Onder de vlottende passiva worden afzonderlijk opgenomen de netto-vlottende schulden met een looptijd korter dan één jaar en de overlopende passiva.

Artikel 4.58
1.

In de toelichting op de balans worden de netto-vlottende schulden met een looptijd korter dan één jaar gespecificeerd in:

2.

Indien een waterschap een financieel derivaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, hanteert, wordt in de toelichting op de balans in ieder geval vermeld:

Artikel 4.59
1.

In de toelichting op de balans worden de overlopende passiva gespecificeerd in:

2.

In de toelichting op de balans wordt per uitkering het verloop gedurende het jaar van de ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in het eerste lid onderdeel b, in een overzicht weergegeven, waaruit blijkt:

Artikel 4.60
1.

In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden en termijnen de afschrijvingen worden berekend en wordt van iedere balanspost vermeld welke waarderingsgrondslag is gehanteerd.

2.

Indien in de loop van het begrotingsjaar wijzigingen zijn aangebracht in de methoden en termijnen volgens welke de afschrijvingen worden berekend, wordt in de toelichting vermeld welke wijzigingen het hier betreft en wordt ingegaan op de redenen die tot wijziging hebben geleid.

Artikel 4.61

De aard en omvang van de aangebrachte dan wel geraamde waardeverminderingen van de leningen en vorderingen, bedoeld in artikel 4.66, achtste lid, van de vaste activa, bedoeld in artikel 4.68, eerste lid, en van de deelnemingen en voorraden, bedoeld in artikel 4.68, tweede lid, worden in de toelichting op de balans opgenomen.

Artikel 4.62

In de toelichting op de balans worden de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen vermeld waaraan het waterschap voor toekomstige jaren is verbonden.

§ 6. Waardering, activeren en afschrijven

Artikel 4.63

Inzet van middelen ten behoeve van onderzoek en ontwikkeling kan worden geactiveerd indien:

Artikel 4.64

Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd indien:

Artikel 4.65
1.

Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.

2.

In afwijking van het eerste lid worden bijdragen van derden die in directe relatie staan met een actief op de waardering daarvan in mindering gebracht.

Artikel 4.66
1.

Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, met inachtneming van artikel 4.65, tweede lid.

2.

De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.

3.

De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kan worden opgenomen de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend. Een redelijk deel van de kosten van ondersteunende diensten van het waterschap kan in de vervaardigingsprijs worden opgenomen.

4.

Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde.

5.

Activa waarvoor het waterschap financiële lease-contracten is aangegaan en waarbij het economisch eigendom bij het waterschap berust, worden op basis van de nominale waarde gewaardeerd.

6.

Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.

7.

Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd alsmede het eigen vermogen.

8.

Bij de waardering van financiële vaste activa, uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar, kortlopende vorderingen en overlopende activa wordt rekening gehouden met oninbaarheid.

Artikel 4.67
1.

De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.

2.

Slechts wegens gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten, aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.

3.

Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.

4.

In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 4.41, eerste lid, onderdeel a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.

5.

In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 4.41, eerste lid, onderdeel b, ten hoogste vijf jaar.

6.

In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 4.41, eerste lid, onderdelen c tot en met f, ten hoogste vijf jaar, tenzij gemotiveerd wordt dat een andere periode passender is.

Artikel 4.68
1.

Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.

2.

Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

3.

Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.

§ 7. De uitvoeringsinformatie

Artikel 4.69

De uitvoeringsinformatie wordt door het dagelijks bestuur vastgesteld.

Artikel 4.70

In de uitvoeringsinformatie met betrekking tot de meerjarenraming worden de volgende gegevens van het begrotingsjaar en ten minste de drie daarop volgende jaren opgenomen:

Artikel 4.71
1.

De uitvoeringsinformatie met betrekking tot de begroting bestaat uit:

2.

In of bij de raming naar de producten worden de principes waarmee de opbrengsten en kosten aan de producten zijn toegerekend weergegeven.

3.

De ramingen van de baten en lasten naar kosten- en opbrengstsoorten en de netto-kosten naar beleidsproducten omvatten alle baten en lasten.

4.

De waterschappen kunnen hun geraamde netto-kosten eenduidig toerekenen aan beheerproducten.

Artikel 4.72
1.

De uitvoeringsinformatie met betrekking tot de jaarverslaggeving bestaat uit:

2.

De realisaties van de baten en lasten naar kosten- en opbrengstsoorten en van de netto-kosten naar beleidsproducten omvatten alle baten en lasten.

3.

De indeling van de kostentoerekeningsprincipes behorende bij de realisaties van de kosten- en opbrengstsoorten en van de netto-kosten naar beleidsproducten zijn identiek aan die van de raming naar kosten- en opbrengstsoorten respectievelijk naar producten.

4.

De waterschappen kunnen hun gerealiseerde netto-kosten eenduidig toerekenen aan beheerproducten.

Artikel 4.73

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de uitvoeringsinformatie. Deze kunnen mede regels bevatten in het belang van bedrijfsvergelijking.

§ 8. Informatieverstrekking aan derden

Artikel 4.74
1.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het waterschap aan derden, informatie verstrekt volgens bij deze regeling te stellen regels.

2.

In de in het eerste lid bedoelde regeling kan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken worden bepaald dat de informatie wordt verstrekt aan het CBS. Daarbij kan worden bepaald dat het CBS de plausibiliteit van deze informatie beoordeelt en het dagelijks bestuur verslag doet van zijn bevindingen.

Artikel 4.75

Indien de informatie voor derden niet voldoende inzicht biedt, kan Onze Minister een deelverantwoording als bedoeld in artikel 5.1 van het waterschap vragen.

Artikel 4.77
1.

De commissie voor het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, bedoeld in artikel 75 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, draagt zorg voor een eenduidige uitvoering en toepassing van hoofdstuk 4.

§ 9. Commissie besluit begroting en verantwoording

Artikel 4.76
1.

De commissie voor het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, bedoeld in artikel 75 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, draagt zorg voor een eenduidige uitvoering en toepassing van hoofdstuk 4 van dit besluit.

Hoofdstuk 5. De accountantscontrole

Hoofdstuk 6. De waterschapsbelastingen

§ 1. Kostendelen

§ 2. Meting, bemonstering en analyse zuiveringsheffing

§ 3. Administratieve verplichtingen waterschapsbelastingen

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen en slotbepalingen

§ 1. Intrekking van andere regelingen

§ 2. Overgangsbepalingen

Artikel 7.6a

Vervallen

Artikel 7.6c

De bepalingen zoals die luidden voor inwerkingtreding van het besluit van 8 november 2023, houdende wijziging van het Waterschapsbesluit in verband met het actualiseren van de regels over beleidsvoorbereiding en verantwoording en de verdere uitwerking van de rechtmatigheidsverantwoording voor waterschappen (Stb. 2023, 424), blijven van toepassing op de meerjarenraming, begroting, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2024.

§ 3. Slotbepalingen

Bijlage I. model goedkeurende accountantsverklaring, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van het Waterschapsbesluit

In artikel 109, derde lid, van de Waterschapswet zijn de elementen opgenomen, die de accountant in de accountantsverklaring moet opnemen.

In geval van een goedkeuring van de jaarrekening (goedkeurend getrouwheidsconclusie en geen materiële onrechtmatigheden en/of onzekerheden over de rechtmatigheid; fout ≤ 1%; onzekerheid ≤ 3%) dient bij het opstellen van de accountantsverklaring de volgende tekst te worden aangehouden door de accountant.

Aan: Opdrachtgever

Accountantsverklaring

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de (in dit rapport/verslag opgenomen 1Verwijzing kan geschieden met behulp van paginanummers.) jaarrekening.. (jaartal) van waterschap.. (naam waterschap), bestaande uit de balans per 31 december .... (jaartal) en de exploitatierekeningen naar programma´s, naar kostendragers en naar kosten- en opbrengstsoorten over .... (jaartal) met de toelichtingen 2De te noemen onderdelen van de jaarrekening moeten worden afgestemd op de inhoudsopgave van de jaarrekening., gecontroleerd.

Verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur

Het dagelijks bestuur van waterschap .... (naam waterschap) is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit.

Deze houdt onder meer in dat de jaarrekening zowel de baten en lasten als de activa en passiva getrouw dient weer te geven en dat de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Rechtmatige totstandkoming betekent in overeenstemming met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen waaronder verordeningen van het waterschap zelf.

Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van zowel de baten en lasten als de activa en passiva, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 109, tweede lid, van de Waterschapswet. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit. 3Indien van toepassing ook verwijzen naar het door het waterschap opgestelde controleprotocol. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico´s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van zowel de baten en lasten als de activa en passiva, alsmede het voor de naleving van de wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn, maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van het waterschap. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving, van de redelijkheid van schattingen die het dagelijks bestuur van het waterschap heeft gemaakt, en een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten ...% en voor onzekerheden ...% van de totale bruto-lasten. Deze goedkeuringstolerantie is door het algemeen bestuur bij besluit van .............. (datum, nummer) vastgesteld.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening van waterschap .............. (naam waterschap) een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over .... (jaartal) als van de activa en passiva per 31 december ... (jaartal) in overeenstemming is met hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit.

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder verordeningen van het waterschap zelf.

Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 109, derde lid, onderdeel d, van de Waterschapswet melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

Bijlage II. goedkeuringstoleranties en strekking accountantsverklaringen, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, van het Waterschapsbesluit

Bij de oordeelsvorming over de jaarrekening spelen de goedkeuringstoleranties een belangrijke rol. De goedkeuringstoleranties zijn kwantitatieve criteria. Als de goedkeuringstoleranties niet worden overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven.

Als één der of beide goedkeuringstolerantie(s) worden overschreden zal geen goedkeurende accountantsverklaring, maar één van de drie andere hieronder aangegeven oordelen, worden verstrekt door de accountant.

Goedkeurend Met beperking Oordeelonthouding Afkeurend
Fouten in de jaarrekening (% van bruto-lasten) ≤ 1% > 1% < 3% ≥ 3%
Onzekerheden in de controle (% van bruto-lasten) ≤ 3% > 3% < 10% ≥ 10%

Zoals in artikel 5.3 aangegeven, kan de accountant, op grond van zijn deskundigheid, ook besluiten dat er kwalitatieve gebreken zijn van dusdanige aard, dat de goedkeuring wordt onthouden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 3.1. Algemeen

§ 3.2. Beleidsbegroting

§ 3.3. Financiële begroting

§ 4.1. Algemeen

§ 4.2. Jaarverslag

§ 4.3. Jaarrekening

§ 4.4. Balans

§ 4.4.1. Activa

§ 4.4.2. Passiva

§ 4.4.3. Toelichting op de balans

§ 4.4.4. Rechtmatigheidsverantwoording

§ 6. Uitvoeringsinformatie

§ 8. Commissie Besluit begroting verantwoording provincies en gemeenten

Hoofdstuk 5. De accountantscontrole

Hoofdstuk 6. De waterschapsbelastingen

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen en slotbepalingen

§ 2. Overgangsbepalingen

§ 3. Slotbepalingen

Bijlage I. model goedkeurende accountantsverklaring, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van het Waterschapsbesluit

Verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur

Verantwoordelijkheid van de accountant

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico´s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van zowel de baten en lasten als de activa en passiva, alsmede het voor de naleving van de wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn, maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van het waterschap. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving, van de redelijkheid van schattingen die het dagelijks bestuur van het waterschap heeft gemaakt, en een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten ...% en voor onzekerheden ...% van de totale bruto-lasten. Deze goedkeuringstolerantie is door het algemeen bestuur bij besluit van .............. (datum, nummer) vastgesteld.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening van waterschap .............. (naam waterschap) een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over .... (jaartal) als van de activa en passiva per 31 december ... (jaartal) in overeenstemming is met hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit.

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder verordeningen van het waterschap zelf.

Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 109, derde lid, onderdeel d, van de Waterschapswet melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

Bijlage II. goedkeuringstoleranties en strekking accountantsverklaringen, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, van het Waterschapsbesluit

Bij de oordeelsvorming over de jaarrekening spelen de goedkeuringstoleranties een belangrijke rol. De goedkeuringstoleranties zijn kwantitatieve criteria. Als de goedkeuringstoleranties niet worden overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven.

Als één der of beide goedkeuringstolerantie(s) worden overschreden zal geen goedkeurende accountantsverklaring, maar één van de drie andere hieronder aangegeven oordelen, worden verstrekt door de accountant.

Goedkeurend Met beperking Oordeelonthouding Afkeurend
Fouten in de jaarrekening (% van bruto-lasten) ≤ 1% > 1% < 3% ≥ 3%
Onzekerheden in de controle (% van bruto-lasten) ≤ 3% > 3% < 10% ≥ 10%

Zoals in artikel 5.3 aangegeven, kan de accountant, op grond van zijn deskundigheid, ook besluiten dat er kwalitatieve gebreken zijn van dusdanige aard, dat de goedkeuring wordt onthouden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 4.17a

De paragraaf betreffende openbaarheid, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel d, geeft ten minste inzicht in de beleidsvoornemens inzake de toepassing van de artikelen 3.1, 3.3, 3.3a en hoofdstuk 4 van de Wet open overheid en de wijze waarop toepassing is gegeven aan deze beleidsvoornemens.

§ 3.3. Financiële begroting

§ 4.2. Jaarverslag

§ 4.3. Jaarrekening

§ 4.4. Balans

§ 4.4.1. Activa

§ 4.4.4. Rechtmatigheidsverantwoording

§ 6. Uitvoeringsinformatie

§ 3. Administratieve verplichtingen waterschapsbelastingen

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen en slotbepalingen

§ 1. Intrekking van andere regelingen

§ 2. Overgangsbepalingen

§ 3. Slotbepalingen

Bijlage I. model goedkeurende accountantsverklaring, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van het Waterschapsbesluit

Vervallen

Verklaring betreffende de jaarrekening

Verantwoordelijkheid van de accountant

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel

Oordeel

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder verordeningen van het waterschap zelf.

Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

Bijlage II. goedkeuringstoleranties en strekking accountantsverklaringen, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, van het Waterschapsbesluit

Bij de oordeelsvorming over de jaarrekening spelen de goedkeuringstoleranties een belangrijke rol. De goedkeuringstoleranties zijn kwantitatieve criteria. Als de goedkeuringstoleranties niet worden overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven.

Als één der of beide goedkeuringstolerantie(s) worden overschreden zal geen goedkeurende accountantsverklaring, maar één van de drie andere hieronder aangegeven oordelen, worden verstrekt door de accountant.

Goedkeurend Met beperking Oordeelonthouding Afkeurend
Fouten in de jaarrekening (% van bruto-lasten) ≤ 1% > 1% < 3% ≥ 3%
Onzekerheden in de controle (% van bruto-lasten) ≤ 3% > 3% < 10% ≥ 10%

Zoals in artikel 5.3 aangegeven, kan de accountant, op grond van zijn deskundigheid, ook besluiten dat er kwalitatieve gebreken zijn van dusdanige aard, dat de goedkeuring wordt onthouden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Bijlage II. goedkeuringstoleranties en strekking accountantsverklaringen, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, van het Waterschapsbesluit

Vervallen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.