← Geldende tekst · Geschiedenis

Wet van 10 april 2008, houdende regels inzake het gebruik van het burgerservicenummer in de zorg (Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg)

Geldende tekst a fecha 2025-07-01

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de zorgsector het burgerservicenummer te gebruiken teneinde te waarborgen dat verwerkte persoonsgegevens op de betrokken cliënt betrekking hebben;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat daarbij aan te wijzen artikelen van deze wet niet gelden voor bepaalde vormen van zorg, categorieën van zorgaanbieders, categorieën van indicatieorganen of categorieën van zorgverzekeraars.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen handelingen die rechtstreeks verband houden met zorg, worden aangewezen als zorg in de zin van deze wet, waarbij uitvoerders of verzekeraars van die handelingen kunnen worden aangewezen als zorgaanbieders onderscheidenlijk zorgverzekeraars in de zin van deze wet.

Artikel 3

Indien het betreft een zorgaanbieder waarbij natuurlijke personen of rechtspersonen gezamenlijk een organisatorisch verband vormen dat strekt tot de verlening van zorg, richten de uit deze wet voortvloeiende verplichtingen zich tot ieder van die personen.

Hoofdstuk 2. Gebruik burgerservicenummer

Artikel 4
1.

Een zorgaanbieder verwerkt het burgerservicenummer van een cliënt met het doel te waarborgen dat de in het kader van de verlening van zorg te verwerken persoonsgegevens op die cliënt betrekking hebben.

2.

Een zorgaanbieder verwerkt het burgerservicenummer van een wettelijke vertegenwoordiger of gemachtigde van een cliënt die inzage krijgt in het dossier van deze cliënt in een zorginformatiesysteem voor zover dit noodzakelijk is voor het vaststellen van de identiteit en bevoegdheid van de vertegenwoordiger of gemachtigde.

Artikel 5

De zorgaanbieder stelt de identiteit en het burgerservicenummer van een cliënt vast:

Artikel 6
1.

De zorgaanbieder stelt de identiteit van de cliënt vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, dat de cliënt hem desgevraagd ter inzage geeft.

2.

De zorgaanbieder neemt aard en nummer van het in het eerste lid bedoelde document in zijn administratie op.

Artikel 7
1.

Teneinde het burgerservicenummer van de cliënt vast te stellen, raadpleegt de zorgaanbieder het nummerregister en de registraties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.

2.

De zorgaanbieder kan de raadpleging, bedoeld in het eerste lid, achterwege laten indien het burgerservicenummer is verstrekt door een andere gebruiker als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, die bij of krachtens wet gehouden is het burgerservicenummer van de cliënt vast te stellen aan de hand van het nummerregister en de registraties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.

3.

De zorgaanbieder kan de raadpleging, bedoeld in het eerste lid, achterwege laten indien de zorgaanbieder het burgerservicenummer heeft verkregen uit de basisregistratie personen.

Artikel 8
1.

De zorgaanbieder neemt het burgerservicenummer van de cliënt in zijn administratie op bij het vastleggen van persoonsgegevens met betrekking tot de verlening van zorg.

2.

Indien de zorgaanbieder overeenkomstig het bepaalde in artikel 15a gegevens van de cliënt beschikbaar stelt via een elektronisch uitwisselingssysteem, is de rechtspersoon die dat elektronisch uitwisselingssysteem beheert en in stand houdt, bevoegd tot het verwerken van het burgerservicenummer van die cliënt voor zover dat noodzakelijk is om zijn taak als beheerder uit te voeren.

Artikel 9
1.

De zorgaanbieder vermeldt bij het verstrekken van persoonsgegevens met betrekking tot de verlening van, indicatiestelling voor of verzekering van zorg aan een zorgaanbieder, een indicatieorgaan of een zorgverzekeraar steeds het burgerservicenummer van de cliënt.

2.

De zorgaanbieder vermeldt bij het verstrekken van persoonsgegevens met betrekking tot de subsidiëring door Onze Minister van verleende zorg steeds het burgerservicenummer van de cliënt voor zover noodzakelijk voor de subsidiëring.

Artikel 10

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald aan welke beveiligingseisen de gegevensverwerking, bedoeld in de artikelen 8 en 9, voldoet.

Artikel 11
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over door zorgaanbieders te verwerken feiten of gegevens met betrekking tot cliënten van wie het vaststellen van de identiteit of het burgerservicenummer onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost.

2.

Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald aan welke beveiligingseisen de gegevensverwerking, bedoeld in het eerste lid, voldoet.

Artikel 12
1.

De zorgaanbieder kan van de bij of krachtens de artikelen 5, 6, 7 en 17 gestelde verplichtingen afwijken voor zolang dit noodzakelijk is voor het verlenen van spoedeisende zorg aan een bepaalde cliënt.

2.

Indien op grond van het eerste lid wordt afgeweken van de bij of krachtens de artikelen 5, 6 en 17 gestelde verplichtingen met betrekking tot het vaststellen van de identiteit van de cliënt, is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 10 en 11 slechts van toepassing voor het opvragen en raadplegen van persoonsgegevens van de cliënt en is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 8 en 9 niet van toepassing.

3.

Indien op grond van het eerste lid wordt afgeweken van de bij of krachtens de artikelen 5, 6, 7 en 17 gestelde verplichtingen is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 8, 9, 10 en 11 niet van toepassing.

Artikel 13
1.

Op de zorgverzekeraar die is aangewezen op grond van artikel 2, tweede lid, alsmede op de zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 3°, is, met uitzondering van de bewaartermijn als omschreven in artikel 86, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, tweede tot en met vijfde lid, en 86 van de Zorgverzekeringswet van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de verzekering van respectievelijk handelingen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, en zorg als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 3°.

2.

Personen werkzaam bij of ten behoeve van de zorgverzekeraar, bedoeld in het eerste lid, voor wie niet reeds uit hoofde van ambt of beroep een geheimhoudingplicht geldt, zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens die zij op grond van de eerste volzin verwerken, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht.

3.

De Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg, is, voor zover dat niet aan andere toezichthouders is voorbehouden, belast met het toezicht op de uitvoering van het eerste lid door zorgverzekeraars. Artikel 89, eerste, tweede en negende lid, van de Zorgverzekeringswet en de artikelen 77, 79, 80, 81, 83, eerste lid, 88, 89, 104, tweede lid, 105 en 106 van de Wet marktordening gezondheidszorg zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat artikel 89, eerste, tweede en zesde lid, van de Zorgverzekeringswet uitsluitend van toepassing is voor zover het een verzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit betreft.

Hoofdstuk 3. Registers

Artikel 14
1.

Er worden ingesteld een register van zorgaanbieders, een register van indicatieorganen en een register van zorgverzekeraars waarin onderscheidenlijk een zorgaanbieder, een indicatieorgaan en een zorgverzekeraar op hun verzoek worden opgenomen teneinde gebruik te kunnen maken van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.

2.

Elk register wordt ingesteld en beheerd door Onze Minister of een door Onze Minister aangewezen instelling.

Artikel 15
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het opnemen, wijzigen en verwijderen van gegevens in onderscheidenlijk uit de in artikel 14 bedoelde registers van zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars, alsmede over het beheer van de registers, in ieder geval wat betreft de beveiliging van persoonsgegevens en het toezicht op het functioneren van de registers.

2.

Bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kunnen bijdragen van de zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars worden verlangd in de kosten van de registers.

3.

De beheerder van een register als bedoeld in artikel 14 verschaft aan een in het register ingeschreven zorgaanbieder, indicatieorganen en zorgverzekeraar op diens verzoek een middel waarmee deze ten behoeve van de raadpleging, bedoeld in artikel 7, eerste lid, toegang kan krijgen tot de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.

4.

De beheerder kan voor het middel een vergoeding verlangen.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de kenmerken, de aanvraag, de productie, de verstrekking, het beheer, de beveiliging, het gebruik en de intrekking van alsmede de vergoeding voor het middel.

Hoofdstuk 3a. Elektronische verwerking van gegevens

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17
1.

Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Wet basisregistratie personen, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ten aanzien van:

2.

Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende categorieën cliënten, zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars.

3.

Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan worden afgeweken van de bepalingen in deze wet, de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet omtrent het gebruik van het burgerservicenummer alsmede omtrent het vaststellen van de identiteit en het burgerservicenummer van cliënten.

Artikel 17a
1.

Vooruitlopend op de inwerkingtreding van een wettelijke verplichting tot gebruik van het burgerservicenummer kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat daarbij aan te wijzen categorieën zorgaanbieders, indicatieorganen of zorgverzekeraars voor daarbij aan te wijzen vormen van zorg gedurende een daarbij aan te wijzen periode het burgerservicenummer van een cliënt mogen gebruiken.

2.

Op het gebruik van het burgerservicenummer op grond van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, is het gestelde bij of krachtens deze wet, de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet omtrent het gebruik van het burgerservicenummer, met inbegrip van de beveiliging, de geheimhouding, het toezicht en de handhaving, alsmede omtrent het vaststellen van de identiteit en het burgerservicenummer van cliënten van toepassing met dien verstande dat:

Artikel 17b

De voordracht voor een krachtens deze wet vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel 18

Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Artikel 19

Wijzigt de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

Artikel 20

Wijzigt de Wet toelating zorginstellingen.

Artikel 21

Wijzigt de Zorgverzekeringswet.

Artikel 22

Wijzigt deze wet.

Artikel 23

Wijzigt de Wet marktordening gezondheidszorg.

Artikel 24

Wijzigt de Wet maatschappelijke ondersteuning.

Artikel 25

Deze wet wordt aangehaald als: Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg.

Artikel 26

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan alsmede voor verschillende vormen van zorg en categorieën van zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 15a
1.

De zorgaanbieder stelt gegevens van de cliënt slechts beschikbaar via een elektronisch uitwisselingssysteem, voor zover de zorgaanbieder heeft vastgesteld dat de cliënt daartoe uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven.

2.

Dit lid is nog niet in werking getreden.

3.

De zorgaanbieder stelt gegevens van de cliënt slechts beschikbaar via een elektronisch uitwisselingssysteem, voor zover bij het raadplegen van die gegevens door een andere zorgaanbieder, de persoonlijke levenssfeer van een ander dan de cliënt niet wordt geschaad.

Artikel 15b

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 15c
1.

De zorgaanbieder geeft de cliënt informatie over zijn rechten bij elektronische gegevensuitwisseling, de wijze waarop hij zijn rechten kan uitoefenen en over de werking van het elektronisch uitwisselingssysteem dat voor de gegevensuitwisseling wordt gebruikt. Indien nieuwe categorieën van zorgaanbieders aansluiten bij het elektronisch uitwisselingssysteem, of de werking van het elektronisch uitwisselingssysteem anderszins substantieel wordt gewijzigd, informeert de zorgaanbieder de cliënt over deze wijziging alsmede over de mogelijkheid om de gegeven toestemming, bedoeld in artikel 15a, aan te passen of in te trekken.

2.

Dit lid is nog niet in werking getreden.

Artikel 15d
1.

Indien de cliënt verzoekt om inzage of afschrift van het dossier van de desbetreffende cliënt, of van de gegevens betreffende deze cliënt die de zorgaanbieder via een elektronisch uitwisselingssysteem beschikbaar stelt, wordt de inzage of het afschrift op verzoek van de cliënt, met redelijke tussenpozen, door de zorgaanbieder op elektronische wijze verstrekt.

2.

Bij de afgifte van medicijnen door een apotheker, verschaft de apotheker de cliënt desgevraagd direct op elektronische wijze inzage in zijn medicatiegegevens. Op verzoek van de cliënt worden door de apotheker desgevraagd door de cliënt verstrekte gegevens over het gebruik van zelfmedicatie beschikbaar gesteld via het elektronisch uitwisselingssysteem.

3.

De in het eerste en tweede lid bedoelde elektronische inzage, en de in het eerste lid bedoelde elektronische afschriften, worden kosteloos verschaft.

Artikel 15e

Onverminderd het bepaalde in artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming, wordt in een afschrift als bedoeld in artikel 15d, eerste lid, op verzoek van de cliënt opgenomen:

Artikel 15f
1.

Een zorgverzekeraar heeft geen toegang tot elektronische uitwisselingssystemen.

2.

Voor zover een zorgaanbieder werkzaamheden verricht als bedrijfsarts, verzekeringsarts, dan wel als keurend arts voor keuringen als bedoeld in de Wet op de medische keuringen, verschaft hij zich geen toegang tot elektronische uitwisselingssystemen en verwerkt geen gegevens uit elektronische uitwisselingssystemen.

Artikel 15g

Indien de cliënt een wettelijk vertegenwoordiger heeft, worden de op grond van deze paragraaf aan de cliënt toekomende rechten uitgeoefend door deze vertegenwoordiger, met dien verstande dat in afwijking van artikel 5, eerste lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming toestemming voor het verwerken van persoonsgegevens, mede is vereist van de cliënt die de leeftijd van twaalf maar nog niet van zestien jaren heeft bereikt, tenzij de desbetreffende cliënt niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.

Artikel 15h

De verwerkingsverantwoordelijke als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor een elektronisch uitwisselingssysteem, doet in geval van een vermoeden van een overtreding van het verbod, bedoeld in artikel 15f, eerste lid, mededeling aan de zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg.

Artikel 15i

Indien een zorgverlener wordt veroordeeld voor het plegen van een van de in de artikelen 138ab of 272 van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijven, kan hij, indien het feit met betrekking tot patiëntgegevens is begaan, bij zijn veroordeling door de strafrechter van de uitoefening van zijn beroep worden ontzet.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 15j
1.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de functionele, technische en organisatorische maatregelen voor het beheer, de beveiliging en het gebruik van een zorginformatiesysteem of een elektronisch uitwisselingssysteem.

2.

De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien een der kamers der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt er geen voordracht gedaan en kan niet eerder dan zes weken na het besluit van die kamer der Staten-Generaal een nieuw ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal worden overgelegd.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 15ea
1.

In dit artikel wordt onder persoonlijke gezondheidsomgeving verstaan: een persoonlijke gezondheidsomgeving als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg.

2.

Een zorgaanbieder ziet er op toe dat op verzoek van de cliënt de onder hem ressorterende zorgverlener de relevante gegevens over de cliënt deelt met een persoonlijke gezondheidsomgeving, als de persoonlijke gezondheidsomgeving waar de cliënt gebruik van maakt, aantoonbaar voldoet aan de eisen die bij of krachtens artikel 1.4, zesde lid, van de Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg zijn gesteld.

Hoofdstuk 3b. Toezicht en handhaving

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 15k
1.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4 tot en met 12, 15d, 15e, 15ea en 15j zijn belast de ambtenaren van de inspectie.

2.

De ambtenaren van de inspectie zijn, voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is, bevoegd tot inzage van de dossiers van cliënten.

3.

Voor zover de betrokken zorgverlener uit hoofde van ambt, beroep of overeenkomst tot geheimhouding van het dossier verplicht is, kan hij deze verplichting, in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet inroepen tegenover de ambtenaren. Op deze ambtenaren rust dezelfde geheimhoudingsplicht als op de betrokken zorgverlener.

Artikel 15l

Onze Minister is bevoegd een last onder dwangsom op te leggen of een schriftelijke aanwijzing te geven ter zake van overtreding van regels gesteld bij of krachtens de artikelen 4 tot en met 12, 15d, 15e, 15ea en 15j.

Artikel 15m
1.

Indien het nemen van maatregelen in verband met gevaar voor de veiligheid of de gezondheid redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de met het toezicht belaste ambtenaar een schriftelijk bevel geven. In voorkomend geval wordt daarvan onverwijld mededeling gedaan aan Onze Minister wie het mede aangaat.

2.

De onder toezicht staande is verplicht onmiddellijk aan het bevel te voldoen.

3.

Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, welke door Onze Minister, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, kan worden verlengd.

4.

De bevoegdheid tot het verlengen van de geldigheidsduur van een bevel wordt niet gemandateerd aan een ambtenaar van de inspectie.

Artikel 15n

De inspectie en de Autoriteit persoonsgegevens verstrekken elkaar desgevraagd de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen en gegevens, voor zover artikel 16, tweede lid, daarop niet ziet, alsmede inzage van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de invulling van die taak redelijkerwijs nodig is.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.