← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van 14 juli 2011, nr. 218837, houdende samenvoeging en vereenvoudiging van diverse regelingen op het gebied van de zeevisserij (Uitvoeringsregeling zeevisserij)

Geldende tekst a fecha 2013-01-01

Gelet op verordening nr. 3440/84; verordening nr. 894/97; verordening nr. 850/98; verordening nr. 1434/98; verordening nr. 2549/2000; verordening nr. 1035/2001; verordening nr. 1936/2001; verordening nr. 2056/2001; verordening nr. 494/2002; verordening nr. 2347/2002; verordening nr. 2371/2002; verordening nr. 882/2003; verordening nr. 1185/2003; verordening nr. 1954/2003; verordening nr. 1984/2003; verordening nr. 26/2004; verordening nr. 600/2004; verordening nr. 601/2004; verordening nr. 811/2004; verordening nr. 812/2004; verordening nr. 827/2004; verordening nr. 1415/2004; verordening nr. 2115/2005; verordening nr. 2187/2005; verordening nr. 388/2006; verordening nr. 1198/2006; verordening nr. 1967/2006; verordening nr. 520/2007; verordening nr. 1098/2007; verordening nr. 1386/2007; verordening nr. 199/2008; verordening nr. 517/2008; verordening nr. 734/2008; verordening nr. 1005/2008; verordening nr. 1006/2008; verordening nr. 1342/2008; verordening nr. 302/2009; verordening nr. 1010/2009; verordening nr. 1224/2009; verordening nr. 1288/2009; verordening nr. 201/2010; verordening nr. 640/2010; verordening nr. 1013/2010; verordening nr. 1236/2010; verordening nr. 57/2011 en uitvoeringsverordening nr. 404/2011;

Gelet op de artikelen 3, 4 en 5, van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 en op artikel 3 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsbepalingen
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

In deze regeling wordt voorts verstaan onder:

Artikel 2. Nadere begripsbepalingen
1.

Voor de toepassing van de in artikel 1, tweede lid, genoemde verordeningen is het visserijcontrolecentrum, bedoeld in artikel 4, vijftiende lid, van de controleverordening, van Nederland de meldkamer van de NVWA te Kerkrade.

2.

Voor de toepassing van deze regeling en van de in artikel 1, tweede lid, genoemde verordeningen vindt aanlanden plaats op het tijdstip waarop het vissersvaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft gekregen.

3.

Voor de toepassing van verordening nr. 850/98, van de verordeningen vangstmogelijkheden en van hoofdstuk 2 van deze regeling wordt onder ’ICES-deelgebied IV’ en ’Noordzee’ mede verstaan de in het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 genoemde wateren.

Artikel 3. Noodmaatregelen op grond van de basisverordening

Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 7 van verordening nr. 2371/2002 vastgestelde noodmaatregelen.

Artikel 4. Toegang tot 12-mijlszone

Het is verboden met een buitenlands vissersvaartuig de visserij uit te oefenen in de territoriale zee van Nederland, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee, anders dan voortvloeiend uit artikel 17, tweede lid, van verordening nr. 2371/2002.

Artikel 5. Vaststelling lettertekens gemeenten

De gemeenten en de lettertekens waarmee de gemeenten worden aangeduid, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Registratiebesluit, zijn vastgesteld in bijlage 1.

Artikel 6. Aanwijzing havens
1.

Het is verboden vis in Nederland aan te landen, te lossen of over te laden.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet:

mits het aanlanden, lossen of overladen is toegestaan op grond van de in artikel 1, tweede lid, genoemde verordeningen en indien is voldaan aan de artikelen 7 en 8.

Artikel 7. Voorschriften aanlanden
1.

Voor zover niet op grond van de in artikel 2, tweede lid, genoemde verordeningen anders is bepaald wordt, voordat het aanlanden van vis plaatsvindt, melding gedaan aan de NVWA.

2.

De melding vindt ten minste vier uur voor het tijdstip van aanlanding plaats door verzending van een faxbericht door de kapitein, de eigenaar of diens gemachtigde aan de meldkamer van de NVWA te Kerkrade (045-5461011), waarin ten minste is aangegeven:

3.

Het geschatte tijdstip van aanlanding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, verschilt niet meer dan een half uur van het daadwerkelijke tijdstip van aanlanding.

4.

In afwijking van het tweede lid, vindt de melding door een vaartuig met een lengte over alles van 10 meter of minder ten minste twee uur voor het tijdstip van aanlanding plaats.

Artikel 8. Voorschriften lossen
1.

Een ambtenaar van de NVWA heeft toestemming gegeven om te lossen.

2.

Op verzoek van degene die vis aanlandt, kan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, worden verleend door een functionaris, namens een ambtenaar van de NVWA.

3.

Toestemming als bedoeld in het eerste lid wordt gegeven in de volgorde van melding van het tijdstip van aanlanding.

4.

Het lossen van vis in de in bijlage 2 A genoemde havens vindt plaats op de in die bijlage achter de desbetreffende haven genoemde losplaatsen.

5.

Alle zich aan boord van het vissersvaartuig bevindende vis, met uitzondering van paling, wordt in één ononderbroken losbeurt in zijn geheel gelost.

6.

Voor zover het de vissoorten betreft, genoemd in de bijlage 4, 5 en 6, is de vis per verpakkingseenheid naar vissoort gesorteerd en wordt de vis per vissoort gelost.

7.

Het vijfde lid is niet van toepassing op het lossen van vis uit een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend, mits alle aan boord aanwezige vis geheel is gelost voordat het vaartuig uitvaart.

Artikel 9. Toelating monsternemers in kader van datacollectie

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 11, derde en vierde lid, van verordening nr. 199/2008.

Hoofdstuk 2. Vangstmogelijkheden

§ 1. Verordening vangstmogelijkheden

Artikel 10. Vangstverboden
1.

Het is verboden met een vissersvaartuig op de vissoorten, genoemd in de bijlagen 4, 5 en 6, in de bij die vissoorten vermelde wateren te vissen dan wel deze vissoorten aan boord te houden of aan te landen.

2.

Voor zover het de in bijlage 4 genoemde bestanden betreft die niet van een asterisk zijn voorzien, geldt het in het eerste lid bedoelde verbod uitsluitend voor Nederlandse vissersvaartuigen.

3.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover:

4.

De minister kan de in bijlagen 5 of 6 genoemde hoeveelheden wijzigen of op nul stellen, voor zover hij dit noodzakelijk acht voor de nakoming van verplichtingen van de Europese Unie.

5.

De minister maakt de datum, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel a, van de controleverordening, bekend. Deze datum kan per vissoort en vangstgebied verschillen.

Artikel 11. Ontheffing vangstverboden
1.

Van het verbod, bedoeld in artikel 10, eerste lid, kan op grond van artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 uitsluitend ontheffing worden verleend, voor het uitoefenen van de visserij ten behoeve van:

2.

De op grond van het eerste lid, onderdeel b, verleende ontheffing wordt ingetrokken in de situatie, genoemd in artikel 7, zesde lid, van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 6, zesde lid, van de verordening externe vangstmogelijkheden.

Artikel 12. Reservering vangstmogelijkheden
1.

De minister kan het verschil tussen de in bijlage I van de verordening interne vangstmogelijkheden en bijlage I van de verordening externe vangstmogelijkheden aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden en het Nederlands quotum benutten ten behoeve van:

2.

De in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde toewijzing bedraagt per vissoort en vangstgebied ten hoogste 10% van de in bijlage I van de verordening interne vangstmogelijkheden en bijlage I van de verordening externe vangstmogelijkheden voor die vissoort in het desbetreffende vangstgebied aan Nederland toegedeelde vangstmogelijkheden.

3.

De hoeveelheden die resteren na de toepassing van het eerste lid, worden uiterlijk 1 juni van het desbetreffende kalenderjaar aan het Nederlands quotum toegevoegd.

Artikel 13. Overige verboden
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11 en 12, tweede lid van de verordening interne vangstmogelijkheden en de artikelen 11, 12, tweede lid, 18, 19, 20, 23, 27, eerste, derde, vierde, vijfde en zesde lid, 28, 30, 32, 34, tweede lid, en 35 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

2.

Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in strijd met de artikelen 16, 22, eerste en tweede lid, 29 en 31 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

Artikel 14. Diepzeevisdocumenten
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 3, eerste lid, van verordening nr. 2347/2002 in samenhang met artikel 9, eerste lid, van de verordening externe vangstmogelijkheden, en met de artikelen 5, 6, eerste en tweede lid, en 7 van verordening nr. 2347/2002.

2.

Het is verboden per kalenderjaar met een vissersvaartuig meer dan 10 ton van de diepzeesoorten als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 2347/2002 en in artikel 9, eerste lid, van de verordening externe vangstmogelijkheden, te vangen, aan boord te houden of aan te landen, tenzij ten behoeve van het vissersvaartuig een diepzeedocument is afgegeven als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van verordening nr. 2347/2002.

3.

Een diepzeevisdocument wordt slechts verleend ten behoeve van een vissersvaartuig:

4.

Het is verboden de visserij uit te oefenen op de diepzeesoorten, bedoeld in bijlage I, met uitzondering van de grote zilvervis, en bedoeld in bijlage II van verordening nr. 2347/2002, indien in 2011 de visserij-inspanning van het desbetreffende vaartuig tijdens reizen waarop meer dan 100 kg aan andere diepzeesoorten dan grote zilvervis is gevangen, groter is dan de door de minister vastgestelde visserij-inspanning van dat vaartuig in 2003, verminderd met 35%.

5.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 2347/2002, is de NVWA.

6.

De havens, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van verordening nr. 2347/2002, zijn de in bijlage 2 B vermelde havens.

7.

Indien de minister een waarnemer als bedoeld in artikel 8 van verordening nr. 2347/2002, aanwijst, draagt de kapitein van het desbetreffende vissersvaartuig er zorg voor dat deze waarnemer de taken, bedoeld in artikel 8, vierde lid, van die verordening, ongehinderd kan uitvoeren.

Artikel 15. Pelagische visserij
1.

Het is verboden met een vissersvaartuig enige visserijactiviteit uit te oefenen in de zone van de SPRFMO, bedoeld in artikel 4, onderdeel k, van de verordening externe vangstmogelijkheden.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op vissersvaartuigen die pelagische visserij uitoefenen en die aantoonbaar in 2007, 2008 of 2009 in de in het eerste lid bedoelde zone visserijactiviteiten hebben uitgeoefend of op een vissersvaartuig dat voornoemd vissersvaartuig vervangt, indien:

Artikel 16. Visserij-inspanning annex IIA
1.

Het is verboden met een vissersvaartuig met een lengte van over alles van ten minste 10 meter te vissen in de gebieden, bedoeld in artikel 3 van verordening nr. 1342/2008, met typen vistuig behorend tot de in punt 1 van bijlage I bij verordening nr. 1342/2008 vermelde vistuigcategorieën en die typen vistuig aan boord te houden.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van een vissersvaartuig, indien:

3.

De minister maakt de datum, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel b, van de controleverordening, bekend. Deze datum kan per gebied en per vistuigcategorie verschillen.

Artikel 17. Ontheffing visserij-inspanning annex IIA

Van het verbod, bedoeld in artikel 16, eerste lid, kan op grond van artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 uitsluitend ontheffing worden verleend, voor het uitoefenen van de visserij ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, voor zover:

Artikel 18. Reservering visserij-inspanning annex IIA
1.

De minister kan het verschil tussen de in bijlage IIA van de verordening interne vangstmogelijkheden en bijlage IIA van de verordening externe vangstmogelijkheden aan Nederland toegewezen visserij-inspanning en de in bijlage 7 bij deze regeling vermelde hoeveelheden visserij-inspanning benutten ten behoeve van:

2.

Het deel van de visserij-inspanning dat is gereserveerd op grond van het tweede lid, onderdelen b en c, wordt, na aftrek van de overgedragen en toegewezen hoeveelheden, uiterlijk 1 juli van de beheersperiode beschikbaar gesteld aan vaartuigen ten behoeve waarvan een vismachtiging als bedoeld in artikel 7 van de controleverordening is verleend.

3.

De minister stelt de criteria vast die worden gehanteerd voor het toewijzen van de visserij-inspanning, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.

Artikel 19. Aanvullende visserij-inspanning annex IIA
1.

Het verbod, bedoeld in artikel 16, eerste lid, is tijdens de beheersperiode na de bekendmaking, bedoeld in artikel 16, derde lid, niet van toepassing op een vissersvaartuig indien de minister ten behoeve van dat vaartuig een aanvullende hoeveelheid visserij-inspanning heeft toegekend en de aan dat vaartuig toegekende hoeveelheid visserij-inspanning nog niet is opgebruikt.

2.

De minister kent de aanvullende hoeveelheid visserij-inspanning slechts toe ten aanzien van een vissersvaartuig, indien:

3.

De minister kan bij de toekenning van de aanvullende hoeveelheid visserij-inspanning aanvullende eisen stellen, waaronder medewerking aan frequentere controles in de zin van artikel 13, derde lid, van verordening nr. 1342/2008.

4.

De minister kent de aanvullende hoeveelheden visserij-inspanning toe ten aanzien van het in de vismachtiging, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, vermelde gebied en type vistuig en houdt bij de vaststelling van de hoeveelheden visserij-inspanning rekening met artikel 13, vierde lid, van verordening 1342/2008.

5.

De minister reikt bij de toekenning van een aanvullende hoeveelheid visserij-inspanning voor de beheersperiode aan de ondernemer een document voor de desbetreffende visserij-inspanning uit.

6.

De aan een vissersvaartuig toegekende aanvullende hoeveelheid visserij-inspanning is niet overdraagbaar.

7.

De minister kan de toekenning, bedoeld in het eerste lid, weigeren of intrekken indien:

Artikel 20. Overige visserij-inspanning

Het is verboden te vissen met de typen vistuigen, bedoeld in onderdeel 1 van bijlage IIB en onderdeel 2 van bijlage IIC van de verordening interne vangstmogelijkheden en onderdeel 1 van bijlage IIB van de verordening externe vangstmogelijkheden, in de gebieden, bedoeld in onderdeel 1 van deze bijlagen, en die typen vistuig aan boord te houden.

§ 2. Vangstverboden contingentering

Artikel 21. Vangstverbod
1.

Het is verboden met een vissersvaartuig op een vissoort, genoemd in bijlage 8, in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied te vissen of een vissoort uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden.

2.

Het eerste lid geldt niet indien het document, bedoeld in artikel 30, eerste lid, aan boord aanwezig is en indien is voldaan aan de artikelen 22 tot en met 24.

Artikel 22. Contingent
1.

Voor zover het de vissoorten tong of schol betreft, geldt voor het vissersvaartuig voor het desbetreffende vangstgebied zowel een contingent tong als een contingent schol.

2.

Voor zover het de vissoorten kabeljauw of wijting betreft, geldt voor het betrokken vissersvaartuig voor het desbetreffende vangstgebied zowel een contingent kabeljauw als een contingent wijting.

3.

Voor zover het de overige in bijlage 8 genoemde vissoorten betreft, geldt voor het betrokken vissersvaartuig voor het desbetreffende vangstgebied een contingent van de desbetreffende vissoort.

Artikel 23. Geen overschrijding contingent
1.

Met het betrokken vissersvaartuig wordt niet op een grotere hoeveelheid van een vissoort in het desbetreffende vangstgebied gevist of een grotere hoeveelheid van een vissoort uit dat gebied aangeland of aan boord gehouden, dan overeenkomt met het voor dat vissersvaartuig voor dat gebied geldende contingent van de desbetreffende vissoort.

2.

Indien voor meer dan één vissersvaartuig van een ondernemer contingenten van een vissoort gelden, wordt per vissersvaartuig niet op een grotere hoeveelheid van een vissoort in het desbetreffende vangstgebied gevist of een grotere hoeveelheid van een vissoort uit dat gebied aangeland of aan boord gehouden, dan overeenkomt met de som van de voor de vissersvaartuigen van die ondernemer voor dat gebied geldende contingenten van de desbetreffende vissoort.

3.

Indien het voor het betrokken vissersvaartuig geldende contingent van een vissoort is ingebracht in een groepscontingent, wordt met dat vissersvaartuig niet op een vissoort in het desbetreffende vangstgebied gevist of wordt die vissoort uit dat gebied niet aangaland of aan boord gehouden, indien het groepscontingent is opgevist.

Artikel 24. Geen overschrijding contingent aanverwante vissoort
1.

Met het betrokken vissersvaartuig:

2.

Indien voor meer dan één vissersvaartuig van een ondernemer:

3.

Indien de voor het betrokken vissersvaartuig geldende contingenten:

Artikel 25. Toegestane bijvangsten kabeljauw of wijting
1.

In afwijking van artikel 21 is het toegestaan:

2.

Indien het een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend betreft, is het eveneens toegestaan per kalenderjaar ten hoogste de som van de ingevolge het eerste lid, onderdeel a, voor het kalenderjaar voor dat vaartuig toegestane hoeveelheden kabeljauw of wijting aan boord te houden of aan te landen.

3.

De ondernemer die met een vissersvaartuig waarvoor geen contingenten kabeljauw en wijting geldt, deelneemt aan een groepscontingent, wordt geacht de som van de ingevolge het eerste lid, onderdeel a, voor het kalenderjaar voor dat vaartuig toegestane hoeveelheden kabeljauw of wijting in de groep of de producentenorganisatie te hebben ingebracht.

4.

In afwijking van artikel 21 is het toegestaan met vissersvaartuigen als bedoeld in het derde lid, gezamenlijk ten hoogste de som van de op grond van het derde lid in een groep of producentenorganisatie ingebrachte hoeveelheden kabeljauw of wijting aan boord te houden of aan te landen.

Artikel 26. Toegestane bijvangsten makreel
1.

In afwijking van artikel 21 is het toegestaan:

2.

De ondernemer die met een vissersvaartuig waarvoor geen contingent makreel geldt, deelneemt aan een groepscontingent, wordt geacht de som van de ingevolge het eerste lid, onderdeel a, voor het kalenderjaar toegestane hoeveelheden makreel in de groep of de producentenorganisatie te hebben ingebracht.

3.

In afwijking van artikel 21 is het toegestaan met vissersvaartuigen als bedoeld in het tweede lid, gezamenlijk ten hoogste de som van de op grond van het tweede lid in een groep of producentenorganisatie ingebrachte hoeveelheden makreel uit sector IIa of deelgebied IV aan boord te houden of aan te landen.

Artikel 27. Toegestane bijvangst horsmakreel

Het is voor de vissersvaartuigen waarvoor geen contingent horsmakreel voor de EU-wateren van de ICES gebieden IVb, IVc en VIId tezamen geldt, toegestaan om per kalenderjaar gezamenlijk de in bijlage 9 genoemde hoeveelheid horsmakreel uit die gebieden tezamen aan boord te houden of aan te landen.

Artikel 28. Volledig gedocumenteerde visserij

Indien op van artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 ontheffing wordt verleend van artikel 21 in verband met het uitoefenen van de visserij ten behoeve van een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij, geschiedt dit in overeenstemming met artikel 7 van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 6 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

§ 3. Contingenten

Artikel 29. Bepaling contingent
1.

Voor zover een ondernemer op 31 december om 24.00 uur van enig jaar voor zijn vissersvaartuig een recht op een contingent had van een in bijlage 8 vermelde vissoort, heeft hij gedurende het daaropvolgende kalenderjaar voor dat vissersvaartuig recht op een contingent van die vissoort ter grootte van het in bijlage 8 bij die vissoort vermelde percentage.

2.

Een ondernemer heeft slechts recht op een contingent tong, schol, kabeljauw of wijting, indien hij ook recht heeft op een contingent van de volgende bij de desbetreffende vissoort genoemde aanverwante vissoort:

3.

Voor de bepaling van een contingent voor een kalenderjaar wordt de hoeveelheid waarmee het contingent voor het daaraan voorafgaande jaar ingevolge artikel 39 is gekort, niet meegerekend.

4.

De minister wijzigt het in het eerste lid genoemde percentage voor een vissoort indien ten gevolge van een bindende EU-rechtshandeling de in bijlage I van de verordening interne vangstmogelijkheden en bijlage I van de verordening externe vangstmogelijkheden aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden van die vissoort worden verlaagd.

5.

Tenzij de in bijlage 5 of 6 genoemde hoeveelheden op nul zijn gesteld, kan de minister ten behoeve van een ondernemer die zijn contingent van een vissoort nog niet heeft overschreden, het in het eerste lid genoemde percentage wijzigen indien:

Artikel 30. Document met contingent
1.

De minister reikt aan de ondernemer die op grond van artikel 29, eerste lid, recht heeft op een contingent, een document uit waarin het overeenkomstig de artikelen 29 en 39 bepaalde contingent van een vissoort voor het desbetreffende kalenderjaar is vermeld en dat ten minste de volgende gegevens bevat:

2.

Indien na ontbinding van een samenwerkingsverband dat een vissersvaartuig in exploitatie heeft, een of meer van de deelnemers van dit samenwerkingsverband de exploitatie van dat vissersvaartuig voortzetten, wordt na melding daartoe door alle voormalige deelnemers van het ontbonden samenwerkingsverband de tenaamstelling van het document gewijzigd.

§ 4. Groepscontingenten

Artikel 31. Inbreng contingenten in groep of PO
1.

Ondernemers kunnen de voor hun vissersvaartuigen geldende contingenten van een vissoort voor het desbetreffende kalenderjaar inbrengen in een groep of een producentenorganisatie met het oog op het beheer van die contingenten door die groep of door die producentenorganisatie, indien – voor zover het een groep betreft – is voldaan aan het tweede lid.

2.

De groep:

Artikel 32. Toekenning groepscontingent
1.

De minister kent aan een groep of een producentenorganisatie een groepscontingent van een vissoort toe gelijk aan de som van de ingebrachte contingenten van die vissoort voor zover deze niet zijn opgevist en aangeland, indien de minister vóór 1 februari van het desbetreffende kalenderjaar het daartoe strekkende verzoek heeft ontvangen dat is ingediend overeenkomstig artikel 34.

2.

Een groepscontingent staat op naam van de groep of de producentenorganisatie en geldt ten gunste van de vissersvaartuigen waarvan de contingenten aan de groep of de producentenorganisatie in beheer zijn gegeven voor zover de desbetreffende ondernemer voldoet aan artikel 33.

Artikel 33. Recht op individueel aandeel
1.

Een ondernemer heeft slechts recht op een individueel aandeel in een groepscontingent indien:

2.

Indien een deelnemer aan een groepscontingent, gedurende het kalenderjaar een contingent van de vissoort waarvan contingenten zijn ingebracht in dat groepscontingent, verwerft, wordt dat contingent toegevoegd aan dat groepscontingent, tenzij dat groepscontingent volledig is opgevist.

Artikel 34. Indiening verzoek door groep of PO
1.

Het verzoek, bedoeld in artikel 32, eerste lid, wordt door de groep of de producentenorganisatie ingediend en gaat vergezeld van de volgende bescheiden:

2.

In het visplan is ten minste aangegeven:

3.

Indien het verzoek wordt gedaan door een producentenorganisatie, behoeven de in het eerste lid bedoelde bescheiden niet te worden ingediend, voor zover deze door de desbetreffende producentenorganisatie voor 1 februari zijn ingediend op grond van de Regeling werkprogramma's producentenorganisaties visserij- en aquacultuursector.

4.

De minister wijst het verzoek af, indien:

Artikel 35. Verplichtingen van bestuur van groep of PO

Het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie:

Artikel 36. Onttrekking aan groepscontingent
1.

De ten behoeve van een groepscontingent ingebrachte contingenten van een vissoort kunnen door een ondernemer gedurende een kalenderjaar slechts geheel of gedeeltelijk aan het groepscontingent worden onttrokken, indien:

2.

De te onttrekken contingenten van een vissoort worden verminderd met de vangsten die tot de datum van onttrekking op basis van die contingenten zijn gerealiseerd.

3.

De onttrekking vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer en aan de groep of de producentenorganisatie, dat de melding is ontvangen.

Artikel 37. Uitsluiting deelname
1.

De minister kan op verzoek van het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie een deelnemer aan een groepscontingent van verdere deelname uitsluiten indien de deelnemer de binnen de groep of de producentenorganisatie geldende regels niet naleeft.

2.

De uitgesloten deelnemer heeft voor zijn vissersvaartuig recht op een contingent van de desbetreffende vissoort dat gelijk is aan het op grond van de artikel 29, eerste lid, geldende contingent van die vissoort, verminderd met de tot de datum van uitsluiting met dat vissersvaartuig gerealiseerde vangsten of indien deze hoger zijn, verminderd met het evenredig aandeel van de vangsten gerealiseerd door de deelnemers aan het groepscontingent.

Artikel 38. Basis voor bepaling contingenten

Bij de vermindering, bedoeld in de artikelen 36, tweede lid, en 37, tweede lid, gaat de minister uit van de gegevens uit het Visserij Registratie en Informatie Systeem van het Ministerie van Economische Zaken, aangevuld met de gegevens uit de laatste door het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie overgelegde kopie van de administratieve gegevens, bedoeld in artikel 35, onderdeel f, behoudens tegenbewijs van de belanghebbende bij het desbetreffende contingent.

§ 5. Korting, overdracht, aanhouding en ingebruikgeving van contingenten

Artikel 39. Korting op contingenten
1.

Indien de ondernemer het contingent van een vissoort in een kalenderjaar overschrijdt, wordt het contingent van die vissoort voor het daarop volgende kalenderjaar overeenkomstig gekort.

2.

Indien de hoeveelheid waarmee het contingent van die vissoort in een kalenderjaar wordt overschreden, groter is dan het contingent van die vissoort voor het daarop volgende kalenderjaar, wordt het contingent van die vissoort voor de op dat jaar volgende kalenderjaren overeenkomstig gekort.

3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de ondernemer in het kalenderjaar de som van de voor zijn vissersvaartuigen geldende contingenten overschrijdt.

4.

Indien het groepscontingent van een vissoort in een kalenderjaar wordt overschreden, worden de contingenten van die vissoort van de deelnemers aan dat groepscontingent voor het daarop volgende kalenderjaar gekort met de hoeveelheid waarmee hun individueel aandeel van die vissoort in dat groepscontingent is overschreden.

5.

Indien de hoeveelheid, bedoeld in het vierde lid, groter is dan het contingent van die vissoort voor het daarop volgende kalenderjaar, wordt het contingent van die vissoort voor de op dat jaar volgende kalenderjaren overeenkomstig gekort.

6.

In afwijking van het eerste tot en met vijfde lid, kan de minister op verzoek van de ondernemer de overschrijding van:

Artikel 40. Andere verdeling van contingenten over vissersvaartuigen
1.

In afwijking van artikel 29, eerste lid, kan een ondernemer op wiens naam meer dan één vissersvaartuigen geregistreerd zijn waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt, die contingenten op een andere manier over deze vissersvaartuigen verdelen.

2.

De verdeling is slechts toegestaan, indien:

3.

De andere verdeling wordt slechts toegepast na kennisgeving van de minister aan de ondernemer dat de melding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is ontvangen.

Artikel 41. Overdraagbaarheid van contingenten
1.

Het recht van een ondernemer op een contingent van een vissoort is geheel of gedeeltelijk overdraagbaar aan één of meer ondernemers indien is voldaan aan het tweede tot en met het vijfde lid en aan de artikelen 42 en 43.

2.

Een ondernemer die zijn contingent geheel of gedeeltelijk wil overdragen, dient daarvoor een verzoek in bij de minister. Dit verzoek gaat vergezeld van het document, bedoeld in artikel 30.

3.

Indien de ondernemer aan wie het contingent wordt overgedragen, meer dan één vissersvaartuig heeft, wordt bij het verzoek vermeld welk deel van het over te dragen contingent voor elk van deze vissersvaartuigen komt te gelden.

4.

Indien ten behoeve van de ondernemer een pandrecht op het contingent van de desbetreffende vissoort is verleend, gaat het verzoek vergezeld van een verklaring dat de pandhouder met de overdracht instemt.

5.

De instemming van de pandhouder is slechts vereist indien de pandhouder de minister door middel van een afschrift van de akte van verpanding in kennis heeft gesteld van het gevestigde pandrecht.

Artikel 42. Voorwaarden voor overdracht van contingenten
1.

Een geheel contingent tong, schol, kabeljauw of wijting kan slechts worden overgedragen:

2.

Een gedeeltelijk contingent kabeljauw of tong kan slechts worden overgedragen aan een ondernemer ten behoeve van een vissersvaartuig waarvoor zowel een contingent kabeljauw als wijting geldt, onderscheidenlijk waarvoor zowel een contingent tong als schol geldt.

3.

Een gedeeltelijk contingent van een andere vissoort dan genoemd in het tweede lid kan slechts worden overgedragen aan een ondernemer ten behoeve van een vissersvaartuig waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt.

Artikel 43. Overdracht van contingenten
1.

De overdracht vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer aan wie het contingent van een vissoort wordt overgedragen, dat het overgedragen contingent voor een door de ondernemer aangewezen vissersvaartuig of vissersvaartuigen op zijn naam komt te gelden en dat dat contingent voor het lopende kalenderjaar is verminderd met het eventueel opgeviste deel daarvan en de hoeveelheden, bedoeld in artikel 39.

2.

De kennisgeving vindt voor het lopende kalenderjaar slechts plaats indien:

Artikel 44. Aanhouden van contingenten
1.

De minister kan op verzoek van de desbetreffende ondernemer voor een door hem vast te stellen periode het overgedragen contingent van een vissoort of het contingent van een vissoort dat voor een door de ondernemer aan te wijzen vissersvaartuig geldt, aanhouden.

2.

Indien de ondernemer meer dan één vissersvaartuig heeft aangewezen, geeft hij voor elk van deze vaartuigen aan welk deel van het aangehouden contingent voor dat vaartuig komt te gelden.

3.

Een aangehouden contingent van een vissoort kan alleen voor vissersvaartuigen komen te gelden waarvoor een contingent van dezelfde vissoort of aanverwante vissoort geldt.

4.

Een aangehouden contingent tong, schol, kabeljauw of wijting kan alleen voor vissersvaartuigen komen te gelden waarvoor zowel een contingent van de desbetreffende vissoort als een contingent van de in artikel 29, tweede lid, bij de desbetreffende vissoort genoemde aanverwante vissoort geldt.

5.

Het geldend maken van een contingent tijdens de door de minister vastgestelde periode van aanhouding kan slechts plaatsvinden, indien:

6.

Indien de ondernemer binnen de door de minister vastgestelde periode van aanhouding geen vissersvaartuig of vissersvaartuigen heeft aangewezen ten behoeve waarvan een aangehouden contingent kan komen te gelden, vervalt na afloop van deze periode de toekenning van het contingent.

Artikel 45. Ingebruikgeving van contingenten
1.

Een ondernemer kan het contingent van een vissoort dat voor zijn vissersvaartuig geldt of dat ingevolge artikel 44 is aangehouden, in het kalenderjaar geheel of gedeeltelijk in gebruik geven aan:

2.

Het eerste lid is slechts van toepassing indien:

3.

De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, dat de melding is ontvangen.

Artikel 46. Ingebruikgeving van groepscontingenten
1.

Een bestuur van een groep of van een producentenorganisatie kan het groepscontingent van een vissoort of de op grond van artikel 26, tweede lid, ingebrachte hoeveelheden makreel gedeeltelijk in gebruik geven aan een andere groep of producentenorganisatie ten behoeve van samenvoeging met een groepscontingent van die vissoort, indien het groepscontingent van de desbetreffende vissoort of aanverwante vissoort, beheerd door het bestuur van de groep of de producentenorganisatie aan wie het in gebruik wordt gegeven, nog niet geheel is opgevist.

2.

Een bestuur van een groep of van een producentenorganisatie kan het groepscontingent van een vissoort gedeeltelijk in gebruik geven aan een of meer met name genoemde ondernemers met één of meer vissersvaartuigen die niet deelnemen aan een groepscontingent en van wie het contingent van dezelfde vissoort of aanverwante vissoort op het moment van ontvangst van de melding, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, nog niet geheel is opgevist.

3.

Het eerste en tweede lid zijn slechts van toepassing indien:

4.

De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie dat de melding is ontvangen.

§ 6. Overige bepalingen over contingenten

Artikel 47. Spanvisserij
1.

Indien twee of meer Nederlandse vissersvaartuigen, waarvoor contingenten haring, die op hetzelfde vangstgebied betrekking hebben, kabeljauw en wijting, of makreel gelden, de visserij in span uitoefenen, wordt aan elk van de betrokken vissersvaartuigen een evenredig deel van de totale door deze vissersvaartuigen aangelande hoeveelheid van de desbetreffende vissoort of vissoorten toegerekend.

2.

Alle tot het span te rekenen vissersvaartuigen landen in dezelfde Nederlandse haven aan en lossen gezamenlijk.

Artikel 48. Nadere voorschriften contingenten haring

Indien het een contingent haring betreft, zijn de artikelen 31, eerste lid, 32, eerste lid, 40, eerste lid, 41, tweede lid, voor zover verband houdend met gedeeltelijke overdracht, 44, eerste lid, 45, eerste lid, en 46, eerste en tweede lid, uitsluitend van toepassing, indien het één en hetzelfde vangstgebied betreft.

Artikel 49. Nadere voorschriften meldingen
1.

Een melding als bedoeld in de artikelen 30, tweede lid, 36, eerste lid, onderdeel a, 40, tweede lid, onderdeel a, 45, tweede lid, onderdeel a, en 46, derde lid, onderdeel a, wordt bij de minister gedaan op een daartoe bestemd formulier.

2.

Een verzoek als bedoeld in de artikelen 32, eerste lid, 37, eerste lid, 39, zesde lid, 41, tweede lid, 42, vierde lid, en 44, eerste lid, wordt bij de minister ingediend op een daartoe bestemd formulier.

3.

Een melding als bedoeld in de artikel 40, tweede lid, onderdeel a, wordt vóór 1 december van het desbetreffende kalenderjaar ingediend.

4.

Een melding als bedoeld in artikel 46, derde lid, onderdeel a, die betrekking heeft op het eerste lid van dat artikel, wordt voor 15 januari van het kalenderjaar volgend op het jaar waarop de melding betrekking heeft ingediend.

5.

Een verzoek als bedoeld in artikel 39, zesde lid, een melding als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel a, en een melding als bedoeld in artikel 46, derde lid, die betrekking heeft op het tweede lid van dat artikel, wordt vóór 1 maart van het desbetreffende kalenderjaar ingediend.

Hoofdstuk 3. Technische maatregelen

Artikel 50. Meting maaswijdte

Voor de toepassing van de in dit hoofdstuk genoemde verordeningen wordt de maaswijdte van vistuig gemeten overeenkomstig verordening nr. 517/2008.

Artikel 51. Voorzieningen aan sleepnetten

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4 tot en met 15 van verordening nr. 3440/84, of sleepnetten als bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 3440/84, aan boord te houden indien deze netten niet voldoen aan de artikelen 4 tot en met 15 van die verordening.

Artikel 52. Drijfnetten

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11, tweede lid, en 11 bis van verordening nr. 894/97.

Artikel 53. Bescherming jonge exemplaren mariene organismen
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, tweede tot en met vierde lid, 5, derde lid, 6 tot en met 10, 11, tweede lid, 14 tot en met 16, 18, eerste, derde en vierde lid, 19 tot en met 21, 22, eerste en derde lid, 23, 25, eerste en tweede lid, 26, eerste lid, 27, eerste lid, 28, 29, eerste, tweede en vijfde lid, 29ter, eerste en vierde lid, 30, 31, 32, 34, eerste tot en met vijfde lid, 36, 37, eerste lid, 38 tot en met 40, en 42, eerste lid van verordening nr. 850/98, in samenhang met de onderdelen 16, 17 en 18 van bijlage III van verordening nr. 43/2009 en met dien verstande dat in plaats van bijlage IV van verordening nr. 850/98, aanhangsel 1 van bijlage III van verordening nr. 43/2009 van toepassing is.

2.

Het in het eerste lid bedoelde verbod is voor zover het betrekking heeft op artikel 25, eerste lid, van verordening nr. 850/98, gedurende de periode van 15 april tot en met 15 november in een kalenderjaar niet van toepassing in de kustwateren en het zeegebied, bedoeld in het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970, en in de Nederlandse territoriale zee.

3.

Het in het eerste lid bedoelde verbod is voor zover het betrekking heeft op artikel 29, eerste lid, van verordening nr. 850/98 niet van toepassing op Nederlandse vissersvaartuigen waarmee met niet-bodemberoerende sleepvistuigen, waarvan de maaswijdte gelijk is aan of groter is dan 16 mm, in de Waddenzee als omschreven in artikel 2, eerste lid, van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970, op spiering wordt gevist en waarvan de vangst aan boord voor tenminste 70% uit spiering bestaat.

4.

Het in het eerste lid bedoelde verbod is voor zover dat betrekking heeft op artikel 31, eerste lid, van verordening nr. 850/98, niet van toepassing voor de visserij, bedoeld in onderdeel 3.1 van bijlage III van verordening nr. 43/2009, voor zover:

5.

Op aanvragen tot toestemming als bedoeld in het vierde lid, die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, wordt beslist overeenkomstig artikel 8, derde en vierde lid, van de Regeling technische maatregelen 2000, zoals deze leden luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.

6.

Indien een vissersvaartuig wordt overgedragen ten behoeve waarvan toestemming is gegeven op grond van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling technische maatregelen 2000, zoals dit artikelonderdeel luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling of op grond van het vijfde lid, en waarmee overeenkomstig het vierde lid, onderdeel b, en met de aan die toestemming verbonden voorschriften daadwerkelijk met een pulskor is gevist, kan de minister de ondernemer op wiens naam dat vissersvaartuig na overdracht is geregistreerd, toestemming geven om te vissen met een pulskor in het gebied, bedoeld in onderdeel 3.1 van bijlage III van verordening nr. 43/2009. De toestemming wordt pas verleend nadat de aan de oorspronkelijke rechthebbende gegeven toestemming op diens verzoek is ingetrokken.

7.

De minister kan de aan de toestemming verbonden voorschriften wijzigen.

8.

Het is verboden een boomkor met elektrische stroom als bedoeld in onderdeel 3.1 van bijlage III van verordening nr. 43/2009 aan boord te hebben van een vissersvaartuig, indien niet is voldaan aan het vierde lid, onderdelen a tot en met c.

Artikel 54. Nationale voorschriften als bedoel in artikel 25, tweede lid, van nr. 850/98
1.

Voor de toepassing van artikel 25, tweede lid, van verordening nr. 850/98 geldt dat een zeeflap:

2.

Het is verboden handelingen te verrichten of middelen aan te wenden waardoor de ontsnapping van mariene organismen door het ontsnappingsgat wordt bemoeilijkt of belet, met uitzondering van het gebruik van een overkuil met een maaswijdte van minimaal 80 mm, die is aangebracht op maximaal 30 mazen voor het ontsnappingsgat, of een secundaire kuil met een maaswijdte van minimaal 80 mm.

Artikel 55. Toestemming als bedoeld in de artikelen 43 en 44 van verordening nr. 850/98
1.

De toestemming, bedoeld in de artikelen 43, eerste lid, en 44, eerste lid, van verordening nr. 850/98 wordt op aanvraag door de minister verleend.

2.

De minister stelt de criteria vast die worden gehanteerd bij de verlening van de toestemming.

3.

De minister kan aan de toestemming voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen.

4.

Degene aan wie toestemming is verleend, handelt overeenkomstig artikel 43, tweede lid, of 44, tweede lid, van verordening nr. 850/98 en overeenkomstig de aan de toestemming verbonden voorschriften.

Artikel 56. Haring voor industriële doeleinden

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 2 en 3 van verordening nr. 1434/98.

Artikel 57. Herstel kabeljauw Ierse zee

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 2 van verordening nr. 2549/2000.

Artikel 58. Over grote afstand trekkende visbestanden in ICCAT- en IOTC-gebied
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4 bis, eerste en tweede lid, 4 quater, vijfde lid, 6 bis, eerste lid, 8 bis, vijfde lid, 8 quater, 13, 17, eerste lid, en 18, tweede lid, 20 bis jo. 8 bis, vijfde lid, 20 ter jo. 8 quater, 20 quater, 20 sexies jo. 13 en 21 bis jo. 18, tweede lid, van verordening nr. 1936/2001.

2.

Mestbedrijven van blauwvintonijn als bedoeld in artikel 3, onderdeel i, van verordening nr. 1936/2001, overleggen aan de minister binnen 72 uur na afloop van het kooien van dieren een kooiverklaring overeenkomstig bijlage I bis van die verordening en uiterlijk op 1 juli van ieder jaar een afzetverklaring overeenkomstig artikel 4 ter, derde lid, van die verordening.

3.

Het is verboden met een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 24 meter de visserij uit te oefenen in de gebieden, bedoeld in artikel 2, onderdeel a en b, van verordening nr. 1936/2001, op de soorten, genoemd in bijlage I van die verordening, tenzij het vissersvaartuig in het bezit is van een overeenkomstig artikel 8 bis, zesde lid, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 20 bis jo. artikel 8 bis, zesde lid, onderdeel b, van die verordening door de minister afgegeven speciaal visdocument.

4.

De eigenaar van een vaartuig waarvoor een document als bedoeld in het derde lid is afgegeven, neemt geen deel aan en is niet betrokken bij uitoefening van de visserij op de soorten, bedoeld in bijlage I van verordening nr. 1936/2001, in de gebieden, bedoeld in artikel 2, onderdeel a en b, van die verordening, door vaartuigen die op grond van die verordening daartoe niet gerechtigd zijn.

5.

Het is verboden de vangsten van een vaartuig als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van verordening nr. 1936/2001, aan te landen en over te laden, indien wordt geconstateerd dat het vaartuig soorten aan boord houdt waarvoor een aanbeveling geldt van de Internationale Commissie voor de Instandhouding van Tonijn in de Atlantische Oceaan of van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan, tenzij is voldaan aan artikel 18, vierde lid, van verordening nr. 1936/2001.

6.

Indien ten aanzien van een vissersvaartuig een charterovereenkomst wordt gesloten met een verdragsluitende partij bij de Internationale Commissie voor de Instandhouding van Tonijn in de Atlantische Oceaan, verstrekt de eigenaar van het betrokken vaartuig twee weken voor het sluiten van de overeenkomst de gegevens, bedoeld in artikel 8 ter, tweede lid, van verordening nr. 1936/2001, aan de minister.

7.

Indien een overeenkomst als bedoeld in het zesde lid, wordt beëindigd, stelt de eigenaar van het betrokken vaartuig onverwijld de minister hiervan op de hoogte.

8.

De eigenaar van een vaartuig als bedoeld in het zevende lid, handelt in overeenstemming met artikel 8 ter, vijfde lid, onderdelen a, b en d, van verordening nr. 1936/2001.

Artikel 59. Aanvullende maatregelen herstel kabeljauwbestanden in Noordzee

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4 tot en met 9 van verordening nr. 2056/2001.

Artikel 60. Aanvullende maatregelen herstel heek in ICES III, IV, V, VI, VII en VIIIa, b, d, e

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 2, eerste lid, 3, 4, 5, tweede lid, en 6 van verordening nr. 494/2002.

Artikel 61. Toezichtsdocumenten
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, 6, eerste, derde, zesde en zevende lid van verordening nr. 882/2003.

2.

Het is verboden tonijn als bedoeld in artikel 3, onderdeel 1, van verordening nr. 882/2003, die is gevangen in het toepassingsgebied van de overeenkomst, bedoeld in artikel 3, onderdeel 3, van die verordening, op te slaan, te verwerken of in de handel te brengen.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing indien:

4.

De autoriteit, bedoeld in artikel 6, eerste, derde en zevende lid, van verordening nr. 882/2003, is de minister.

Artikel 62. Verbod afsnijden haaienvinnen

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, 4 en 5 van verordening nr. 1185/2003.

Artikel 63. Antarctische wateren
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, 4, 6, 7, eerste tot en met derde lid, 8, eerste tot en met achtste lid, 9, eerste tot en met derde lid, 10, 11, derde tot en met vijfde lid, 12, eerste tot en met vierde lid, en 14, eerste tot en met derde lid, van verordening nr. 600/2004.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, 7 bis, 7 ter, 9, eerste tot en met derde lid, 13, eerste tot en met derde lid, 14, eerste en tweede lid, 17, eerste en derde lid, 18, eerste en tweede lid, 19, eerste lid, 23, eerste lid, en 24, eerste en tweede lid, van verordening nr. 601/2004.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 9, derde lid, 13, eerste lid en 17, eerste lid, van verordening nr. 601/2004, is de NVWA.

4.

Het is verboden Dissostichus spp. uit het verdragsgebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 601/2004, aan te landen of over te laden zonder dat de melding, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van verordening nr. 601/2004, vergezeld gaan van een door de kapitein of de ondernemer van een vissersvaartuig ondertekende schriftelijke verklaring als bedoeld in dat lid.

Artikel 64. Maatregelen incidentele vangst van walvisachtigen
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 2, eerste en tweede lid, van verordening nr. 812/2004.

2.

De minister kan overeenkomstig artikel 2, derde lid, en artikel 3, tweede lid, van verordening nr. 812/2004, de in die artikelonderdelen bedoelde toestemming onderscheidenlijk machtiging verlenen.

Artikel 65. Technische maatregelen Oostzee, de Belten en de Sont
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, 5, 6, 8, eerste en tweede lid, 9, eerste lid, 10, 12, 13, eerste en derde lid, 15, eerste lid, 15bis, 16, 17, 18, 18bis, 19, 20, 22 en 23 van verordening nr. 2187/2005.

2.

De toestemming, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, en 25 van verordening nr. 2187/2005, wordt op aanvraag door de minister verleend.

3.

De minister stelt de criteria vast die worden gehanteerd bij de verlening van de toestemming.

4.

De minister kan aan de toestemming voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen.

5.

Degene aan wie toestemming is verleend, handelt overeenkomstig artikel 24, tweede lid, of 25 van verordening nr. 2187/2005 en overeenkomstig de aan de toestemming verbonden voorschriften.

Artikel 66. Technische maatregelen over grote afstand trekkende visbestanden

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, eerste lid, 7, 9, 10, 20, tweede lid, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, 21, 23, 26, eerste lid, 27 en 29 van verordening nr. 520/2007.

Artikel 67. Kwetsbare mariene ecosystemen in volle zee
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, eerste lid, 6, 7 en 9 van verordening nr. 734/2008.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, derde lid, van verordening nr. 734/2008, is de NVWA.

Artikel 68. Technische overgangsmaatregelen
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de onderdelen 1, 4, 5, 5b.1, 6.1 tot en met 6.6, 7.2 tot en met 7.6, 8.1, 8.2, 9a, 12, 15, 20 en 24, onderdelen a, c, d, en e, van bijlage III van verordening nr. 43/2009 met dien verstande dat verordening nr. 1288/2009 in acht wordt genomen.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met onderdeel 9.3 van bijlage III van verordening nr. 43/2009, tenzij de minister voor het vissersvaartuig een vismachtiging als bedoeld in 9.6 van die bijlage, heeft verstrekt en de vergunninghouder voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in onderdelen 9.4, 9.5, 9.7 en 9.9 tot en met 9.11, met dien verstande dat in onderdeel 9.6 ‘vanaf 1 oktober 2009’ vervalt.

3.

De minister kan een onbeheerd vistuig op zee verwijderen in de gevallen, bedoeld in onderdeel 9.8 van bijlage III van verordening nr. 43/2009.

Hoofdstuk 4. Meerjarenplannen en overige instandhoudingsmaatregelen

Artikel 69. Beheer visserij-inspanning westelijke wateren
1.

Het is verboden de visserij uit te oefenen in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 1954/2003, op de in de bijlage I en II bij die verordening per visserijgebied genoemde doelsoorten.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is in een kalenderjaar voor een doelsoort in een visserijgebied niet van toepassing op vaartuigen als bedoeld in het derde lid, in de periode dat het maximale visserij-inspanningsniveau, bedoeld in bijlage I en II bij verordening nr. 1415/2004, voor die doelsoort in dat visserijgebied niet is bereikt. Van het bereiken van het maximale jaarlijkse visserij-inspanningsniveau wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

3.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is in een vangstgebied niet van toepassing op vissersvaartuigen die staan vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening nr. 1954/2003, en waaraan voor het desbetreffende visserijgebied een vismachtiging is verleend als bedoeld in artikel 8, derde lid, van die verordening.

Artikel 70. Herstelmaatregelen noordelijke heekbestanden
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 9 van verordening nr. 811/2004.

2.

Als havens als bedoeld in artikel 9 van verordening nr. 811/2004, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van artikel 6, tweede lid, toegelaten havens.

Artikel 71. Herstelplan zwarte heilbot in NAFO-gebied
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, 5 bis, 6, eerste en derde lid, 8, eerste lid, 9, 10, tweede en derde lid, en 11 van verordening nr. 2115/2005.

2.

Als havens als bedoel in artikel 8, tweede lid, van verordening nr. 2115/2005 worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B.

3.

De mededeling, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 2115/2005, wordt gedaan aan de NVWA.

4.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 9 van verordening nr. 2115/2005, is de NVWA.

Artikel 72. Meerjarenplan tongbestand in Golf van Biskaje

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 388/2006.

Artikel 73. Beheersmaatregelen visbestanden in Middellandse Zee

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste en tweede lid, 8, 9, eerste en derde lid, 10, 11, 12, 13, eerste tot en met vierde lid, 15, eerste en tweede lid, 16, vierde lid, 17, eerste lid, 21, en 22, eerste lid, van verordening nr. 1967/2006.

Artikel 74. Meerjarenplan kabeljauwbestanden in Oostzee
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 8, eerste en tweede lid, 9, eerste lid, 10, eerste lid, 11, eerste lid, 16, eerste tot en met derde lid, 18, 21 en 22 van verordening nr. 1098/2007.

2.

Als havens als bedoeld in artikel 18 van verordening nr. 1098/2007, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van artikel 6, tweede lid, toegelaten havens.

Artikel 75. Instandhoudings- en handhavingmaatregelen in NAFO-gebied
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4 tot en met 12, 12 octies, 12 nonies, 13, 18, eerste tot en met vijfde lid, 19, 20, 21, eerste lid, 23, tweede lid, 30, eerste tot en met derde lid, 33, tweede lid, 35, eerste tot en met vierde lid, 36, 47, 63 ter, eerste en derde lid, 63 quater, eerste lid, 63 quinquies, zesde lid, 66, 68, eerste lid, 68 bis, eerste lid, en 69, eerste lid, onderdelen a, b, e en g, van verordening nr. 1386/2007.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met een op grond van artikel 54, eerste lid, van verordening nr. 1386/2007 gegeven opdracht of met een op grond van artikel 56 van die verordening getroffen maatregel.

3.

Als havens als bedoeld in artikel 63 van verordening nr. 1386/2007, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B.

4.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 63bis van verordening nr. 1386/2007, is de NVWA.

5.

Het is verboden met een vaartuig als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van verordening nr. 1386/2007, een Nederlandse haven binnen te varen, dan wel de bemanning van dat vaartuig te vervangen.

6.

Het is verboden mariene organismen die afkomstig zijn van een vaartuig als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van verordening nr. 1386/2007, te houden, op te slaan, in te voeren, te verkopen, te koop aan te bieden en te verhandelen.

Artikel 76. Meerjarig herstelplan blauwvintonijn in O Atlantische Oceaan en Middellandse Zee
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, dertiende lid, 7, eerste tot en met vijfde lid, 8, 11, eerste lid, 12, tweede en derde lid, 13, tweede lid, 14, vierde lid, 15, derde lid, 17, derde lid, 18, 19, eerste lid, 20, eerste en tweede lid, 21, eerste lid, 22, eerste tot en met vijfde, zevende en negende lid, 23, eerste tot en met vierde en zesde lid, 24, vierde lid, 25, eerste lid, 26, eerste lid, 34, onderdelen 2, onderdeel a, en 5 van Bijlage I en onderdeel 7 van Bijlage VI van verordening nr. 302/2009.

2.

Als havens als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van verordening nr. 302/2009, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B.

Artikel 77. Controle- en handhavingregeling in NEAFC-gebied
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 8, eerste en tweede lid, in samenhang met artikel 4 van uitvoeringsverordening nr. 433/2012, de artikelen 9, eerste en tweede lid, 13, 14, 15, 21, 23, artikel 24, eerste lid, in samenhang met artikel 12 van uitvoeringsverordening nr. 433/2012, en de artikelen 25, tweede lid, 40, eerste lid, 41, eerste lid, en 42 van verordening nr. 1236/2010.

2.

De bevoegde instantie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening nr. 1236/2010, is de NVWA.

3.

Het is verboden in het gereglementeerd gebied, bedoeld in artikel 3, onderdeel 3, van verordening nr. 1236/2010, vistuig te gebruiken dat niet is gemarkeerd overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van de controleverordening, in samenhang met de artikelen 6 tot en met 17 van de uitvoeringsverordening controleverordening.

4.

De minister kan vistuig als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening nr. 1236/2010, verwijderen en vernietigen.

5.

Als havens als bedoeld in artikel 23 van verordening nr. 1236/2010, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B.

6.

Het is verboden met vaartuigen als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van verordening nr. 1236/2010, een Nederlandse haven binnen te varen.

7.

Het is verboden met vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van verordening nr. 1236/2010, activiteiten als bedoeld in dat lid, onderdeel b, te verrichten in een Nederlandse haven of in de Nederlandse territoriale wateren.

8.

Het is verboden voor Nederlandse vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onderdeel c, van verordening nr. 1236/2010, om de in dat onderdeel genoemde activiteiten te verrichten met betrekking tot een vaartuig als bedoeld in artikel 44, eerste lid, aanhef van die verordening.

9.

Het is verboden voor Nederlandse vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, aanhef, van verordening nr. 1236/2010, voorzieningen, brandstof of andere diensten te verschaffen.

Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone

Artikel 78. Initieel gequoteerde bestanden

Het is verboden met een vissersvaartuig te vissen op haring, koolvis, makreel, schelvis, wijting, tong, schol, heek, kabeljauw, sprot, zeeduivel, horsmakreel, blauwe wijting en kever, of deze vissoorten aan te landen of aan boord te houden, tenzij het vissersvaartuig behoort tot het segment MFL 1.

Artikel 79. Verbod uitoefening visserij op gequoteerde soorten met niet vissersvaartuigen
1.

Het is verboden met andere vaartuigen dan vissersvaartuigen de visserij met trawlnetten, vistuig van het type staandwant, Deense zegennetten of soortgelijke netten uit te oefenen op de vissoorten genoemd in de bijlagen 4 tot en met 6 in de bij die vissoorten genoemde wateren alsmede dergelijke netten aan boord te houden van een ander vaartuig dan een vissersvaartuig.

2.

Vervallen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op een scheepswerf die daartoe melding heeft gedaan aan de minister met gebruikmaking van het daartoe bestemde formulier, voor zover het betreft de uitoefening van de visserij door een vaartuig:

4.

Het is verboden één of meer boomkorren aan boord te houden van een vissersvaartuig waarvoor ingevolge deze regeling een verbod geldt om in het vangstgebied op tong of schol te vissen dan wel tong of schol uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden.

5.

Het vierde lid is niet van toepassing op de visserij met een vissersvaartuig:

Artikel 80. Verbod gebruik bepaalde vistuigen door niet vissersvaartuigen

Het is verboden om anders dan met een vissersvaartuig in de visserijzone te vissen met:

Artikel 81. Visserij-inspanning staandwant
1.

Het is verboden om in de visserijzone met een Nederlands vissersvaartuig met een lengte van over alles van minder dan 10 meter de visserij uit te oefenen met een vistuig van het type staandwant.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een vissersvaartuig indien:

3.

De totale toegestane visserij-inspanning voor de visserij met een vistuig van het type staandwant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bedraagt 188.159 kW dagen per kalenderjaar.

4.

De minister maakt het tijdstip bekend waarop naar zijn oordeel de in het derde lid bedoelde visserij-inspanning voor een kalenderjaar is opgebruikt.

Artikel 82. Vermelding staandwant op visvergunning

Een vermelding van een vistuig van het type staandwant op een visvergunning geschiedt slechts ten aanzien van een vaartuig:

Artikel 83. Berekening resterende visserij-inspanning staandwant
1.

De kapitein of diens vertegenwoordiger meldt de minister voordat het vaartuig de haven verlaat wanneer een vissersvaartuig buitengaats gaat:

2.

Wanneer de melding, niet is gedaan voordat het vaartuig buitengaats gaat, wordt de volledige door dat vissersvaartuig gedurende de visreis verrichte inspanning in mindering gebracht op de totale toegestane visserij-inspanning voor visserij met een vistuig van het type staandwant.

3.

Indien een vissersvaartuig geen melding heeft gedaan, maar niet kon vissen met vistuig van het type staandwant, omdat het noodhulp bood aan een ander vaartuig of een gewonde persoon voor spoedeisende medische zorg vervoerde, wordt de door dat vissersvaartuig verrichte inspanning niet op de totale toegestane visserij-inspanning voor visserij met een vistuig van het type staandwant in mindering gebracht.

Artikel 84. Maximale lengte staandwant

Het is verboden om in de visserijzone per Nederlands vissersvaartuig op hetzelfde moment meer dan 25 kilometer vistuig van het type staandwant in het water te hebben uitstaan of aan boord te hebben, ongeacht de lengte van het desbetreffende vissersvaartuig.

Artikel 85. Aanlandverboden
1.

Het is verboden heek aan boord van een vissersvaartuig te houden of heek aan te landen, indien de hoeveelheid heek aan boord meer bedraagt dan 5% van het gewicht van de totale vangst aan boord.

2.

Het is verboden schelvis aan boord van een vissersvaartuig te houden of schelvis aan te landen, indien de hoeveelheid schelvis aan boord meer bedraagt dan 50% van het gewicht van de totale vangst aan boord.

3.

Het is verboden met een vissersvaartuig ongesorteerde vangsten van vis aan te landen.

Artikel 86. Netaanpassingen in het kader van het kabeljauwherstelplan
1.

In zoverre in afwijking van verordening nr. 850/98 en van verordening nr. 2056/2001 is het verboden sleepnetten, behorend tot de vistuigcategorie TR1 of TR2, bedoeld in bijlage I, onderdeel 1, onder a, van verordening nr. 1342/2008, of combinaties van tot die vistuigcategorie behorende sleepnetten van verschillende maaswijdteklassen aan boord te hebben of te gebruiken in de geografische gebieden die behoren tot de groep geografische gebieden, bedoeld in bijlage I, onderdeel 2, onder b, subonderdelen i en ii, van verordening nr. 1342/2008, of met dat vistuig in die gebieden gevangen vissoorten aan boord te houden of aan te landen tenzij de netten:

2.

Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde panelen is overigens voldaan aan artikel 7, tweede en derde lid, van verordening nr. 850/98.

Artikel 87. Verzegeling motoren
1.

Voor de toepassing van het tweede tot en met vijfde lid en de artikelen 88 en 94 wordt onder motorvermogen verstaan: maximaal continue-vermogen zonder aftrek van door de motor aangedreven hulpmachines, uitgedrukt in kW dat de hoofdmotor of hoofdmotoren zonder overbelasting kan onderscheidenlijk, kunnen leveren, en dat mechanisch, elektrisch, hydraulisch of anderszins kan worden aangewend voor de voortstuwing van het vaartuig, zoals dat is vastgesteld door de divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat ingevolge het Vissersvaartuigenbesluit of het Vissersvaartuigenbesluit 2002, of in voorkomend geval blijkt uit een verklaring inzake het maximaal continue-vermogen, opgesteld door de fabrikant of de leverancier.

2.

Voor zover het motorvermogen van een vissersvaartuig meer dan 100 kW is, is het verboden de visserij uit te oefenen met dat vissersvaartuig, indien de hoofdmotor of de hoofdmotoren van het vaartuig niet door de desbetreffende fabrikant of leverancier of door een meetbureau zijn verzegeld.

3.

Terzake van de in het tweede lid bedoelde verzegeling wordt door de desbetreffende fabrikant of leverancier of door het desbetreffende meetbureau overeenkomstig de door de minister beschikbaar gestelde modellen, een zegelplan opgemaakt, dat bestaat uit een tekening en een geschrift, waaruit blijkt welke onderdelen van de hoofdmotor of hoofdmotoren zijn verzegeld, waar de verzegelingen zijn aangebracht en welke kenmerken zij hebben, waar en op welke wijze de stelbouten en breekbouten van de hoofdmotor of hoofdmotoren zijn geplaatst en ingesteld, en waarop door de opsteller ervan is verklaard dat de feitelijke toestand van de motor of hoofdmotoren overeenkomt met de in het overzicht opgenomen gegevens.

4.

De ondernemer stuurt na opmaak of wijziging van het zegelplan, bedoeld in het derde lid, een afschrift hiervan aan de NVWA in Kerkrade

5.

Het in het tweede en derde lid bedoelde meetbureau is een instelling met deskundigheid op het gebied van meting van motorvermogens en afstelling van motoren en terzake geaccrediteerd.

6.

De zegels bestemd voor verzegeling van de hoofdmotor of hoofdmotoren als bedoeld in het tweede lid, worden beschikbaar gesteld door de NVWA.

Artikel 88. Documenten aan boord
1.

Voor zover een vissersvaartuig is aangemeld bij divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat zoals vereist krachtens artikel 20, tweede lid, van het Vissersvaartuigenbesluit of artikel 1.11 van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 heeft de ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde de desbetreffende aanmelding aan boord van het vissersvaartuig.

2.

Voor zover het motorvermogen van een vissersvaartuig meer dan 100 kW is, heeft de ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde het zegelplan, bedoeld in artikel 88, derde lid, aan boord van het vissersvaartuig.

3.

De ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde doet onverwijld doch in ieder geval vóór het tijdstip van aanlanding melding van wijzigingen die zich ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het desbetreffende vaartuig hebben voorgedaan ten opzichte van de in het eerste lid bedoelde aanmelding of het bij dat vaartuig behorende zegelplan en die hem bekend waren of hem redelijkerwijs bekend hadden moeten zijn. Wijzigingen die kennelijk zijn opgetreden door menselijk toedoen worden in ieder geval aangemerkt als redelijkerwijs bekend.

4.

De melding, bedoeld in het derde lid, geschiedt overeenkomstig artikel 7, tweede lid.

Artikel 89. Vermelding vissoort op verpakking

Het is verboden diepgevroren vis in verpakkingen aan te landen, tenzij op de verpakking de in de verpakking aanwezige vis per vissoort is vermeld volgens de FAO-3lettercodes, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel b, van de controleverordening.

Artikel 90. Traceerbaarheid
1.

De ondernemer bewaart een kopie van alle door of namens hem ingevulde visserijlogboeken, aangiften van overlading en aangiften van aanlanding als bedoeld in de artikelen 14, 21 onderscheidenlijk 23 van de controleverordening, gedurende een periode van drie jaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de desbetreffende gegevens zijn ingediend.

2.

De aanvoerder van vis, degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf vis afneemt en degene die zijn bemiddeling verleent bij het veilen van vis, houden een administratie bij van de overdracht en de opslag van vis, waarin in ieder geval de volgende gegevens worden vermeld:

3.

De aanvoerder van vis houdt de administratie dagelijks bij en vermeldt in zijn administratie naast de in het tweede lid bedoelde gegevens tevens de volgende gegevens:

4.

Degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf vis afneemt en degene die zijn bemiddeling verleent bij het veilen van vis houden de administratie dagelijks per aanlanding bij, maar uiterlijk voordat de vis de plaats van verkoop verlaat en vermelden in hun administratie naast de in het tweede lid bedoelde gegevens tevens de naam van de aanvoerder.

5.

Degene die zijn bemiddeling verleent bij het veilen van vis en degene die vis op de veiling aanwezig heeft, draagt er zorg voor dat op of bij de veiling aanwezige vis het registratienummer en de nationaliteit van het vaartuig of – in het geval van spanvisserij – de vaartuigen waarmee de vis is gevangen of is aangevoerd, duidelijk zijn vermeld.

6.

Het tweede en vierde lid geldt niet voor zover in de uitoefening van een beroep of bedrijf, in een voor het publiek toegankelijke ruimte vis uitsluitend aan particulieren te koop wordt aangeboden.

7.

Het vijfde lid geldt niet indien de vis vergezeld gaat van een verkoopdocument als bedoeld in artikel 62 van de controleverordening.

Hoofdstuk 6. Controleverordening

§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen

Artikel 91. Autoriteit

De autoriteit, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de controleverordening, is de minister.

Artikel 92. Visvergunning
1.

Het is verboden om in strijd te handelen met artikel 6, eerste lid, van de controleverordening.

2.

De in artikel 6, eerste lid, van de controleverordening, bedoelde visvergunning wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend overeenkomstig artikel 93.

3.

De aanvraag tot inschrijving van een vaartuig in het visserijregister, bedoeld in artikel 6 van het Registratiebesluit, alsmede de mededeling, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Registratiebesluit, wordt in voorkomend geval als een aanvraag tot verlening van een visvergunning beschouwd.

Artikel 93. Verlening visvergunning
1.

Een visvergunning wordt verleend indien:

2.

In afwijking van het eerste lid wordt een visvergunning verleend voor een vissersvaartuig waarvan het motorvermogen of de tonnage is toegenomen, indien ten aanzien van het vissersvaartuig een visvergunning was verleend wat betreft het oorspronkelijke motorvermogen of de oorspronkelijke tonnage, en de aanvrager van de visvergunning kan aantonen dat:

3.

In afwijking van het eerste lid wordt een visvergunning voor een vissersvaartuig verleend indien:

4.

De minister kan aan een visvergunning voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen.

5.

In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan de minister besluiten geen visvergunning te verlenen indien hij dit noodzakelijk acht voor de nakoming van de verplichtingen, bedoeld in artikel 12 van verordening nr. 2371/2002 en verordening nr. 1013/2010.

Artikel 94. Geldigheid visvergunning
1.

De visvergunning is niet geldig vanaf het tijdstip dat door de minister of een controleur wordt geconstateerd dat:

2.

Indien de minister of een controleur een constatering doet als bedoeld in het eerste lid, verstrekt hij aan de ondernemer of diens vertegenwoordiger terstond een schriftelijke verklaring hieromtrent. In deze verklaring wordt tenminste de desbetreffende constatering alsmede de datum en het tijdstip daarvan vermeld.

3.

De minister besluit de ongeldigheid van de visvergunning op te heffen, indien de ondernemer of diens gemachtigde hem bescheiden heeft doen toekomen waaruit te zijnen genoegen blijkt dat:

Artikel 95. Verhoging tonnage in visvergunning
1.

De minister kan op verzoek van een ondernemer de in de visvergunning vermelde tonnage van een vissersvaartuig verhogen als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van verordening nr. 2371/2002, indien wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 9 van verordening nr. 1013/2010.

2.

Het verzoek tot verhoging van de tonnage wordt schriftelijk gedaan en wordt ingediend bij de directeur Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn van het Ministerie van Economische Zaken.

3.

Bij het verzoek worden gegevens overgelegd, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan artikel 9, onderdelen d, e en f, van verordening nr. 1013/2010. In ieder geval worden de volgende documenten overgelegd:

4.

Na ontvangst van het verzoek bericht de minister de verzoeker of het verzoek naar zijn voorlopig oordeel aan de voorwaarden voldoet en stelt de minister een termijn vast waarbinnen de verbouwing uiterlijk moet zijn voltooid.

5.

Uiterlijk binnen zes weken na afloop van de termijn, bedoeld in het vierde lid, zendt de verzoeker de directeur een kopie van de meetbrief, bedoeld in artikel 4 van de Meetbrievenwet 1981, die naar aanleiding van de verbouwing is afgegeven.

6.

Na ontvangst van de meetbrief, bedoeld in het vijfde lid, stelt de minister het aantal ton, waarmee de tonnage wordt verhoogd, vast.

Artikel 96. Schorsing of intrekking visvergunning
1.

De minister trekt de visvergunning in:

2.

De minister schorst de visvergunning in de situatie, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de controleverordening, en artikel 92, derde lid, van de controleverordening, in samenhang met artikel 129, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

3.

De minister kan de visvergunning voor een bepaalde periode schorsen of intrekken indien naar het oordeel van de minister:

4.

De periode, bedoeld in het derde lid, is niet korter dan 3 weken en niet langer dan 8 weken en wordt vastgesteld afhankelijk van de ernst en omvang van de overtreding.

5.

In afwijking van het vierde lid is de periode bedoeld in het derde lid niet korter dan 6 weken en niet langer dan 16 weken, indien binnen twee jaar na afloop van de schorsing of intrekking met het betrokken vissersvaartuig wederom hetzelfde artikel genoemd in onderdeel a van het derde lid wordt overtreden of de ondernemer of diens gemachtigde wederom niet voldoet aan de aan de visvergunning verbonden voorschriften.

Artikel 97. Vismachtiging
1.

Het is verboden om in strijd te handelen met artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, ongeacht de lengte van het betrokken vissersvaartuig.

2.

De in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, bedoelde vismachtiging wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend overeenkomstig artikel 98.

Artikel 98. Verlening vismachtiging
1.

Een vismachtiging wordt uitsluitend verleend indien de ondernemer voor het betrokken vissersvaartuig over een geldige visvergunning beschikt.

2.

Voor zover het een vismachtiging voor de in verordening nr. 1342/2008 bedoelde visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan artikel 99.

3.

De minister kan weigeren een vismachtiging te verlenen indien hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van verplichtingen van de Europese Unie.

4.

De minister kan aan een vismachtiging voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen.

Artikel 99. Voorwaarden vismachtiging langetermijn herstelplan kabeljauw
1.

De aanvraag betreft een vissersvaartuig:

2.

Voor zover de aanvraag de vistuigcategorieën BT1 en BT2 betreft, geldt voor het betrokken vissersvaartuig een recht op contingenten tong en schol op grond van artikel 29.

Artikel 100. Schorsing of intrekking vismachtiging
1.

De minister schorst de vismachtiging of trekt deze in in de situatie, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de controleverordening.

2.

De minister kan de vismachtiging voor een bepaalde periode geheel of gedeeltelijk schorsen of intrekken indien naar het oordeel van de minister de desbetreffende ondernemer, of diens gemachtigde, niet voldoet aan de aan de vismachtiging verbonden voorschriften.

Artikel 101. Markering vissersvaartuig en vistuig
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 8 van de controleverordening, in samenhang met de artikelen 6 tot en met 17 van de uitvoeringsverordening controleverordening.

2.

De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

3.

Voor zover het betreft de in het tweede en derde lid van artikel 7 van de uitvoeringsverordening controleverordening bedoelde documenten, is de inspectie Verkeer en Waterstaat, divisie Scheepvaart, van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

Artikel 102. Vms voor vaartuigen
1.

Behoudens indien het een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 18, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, betreft, is het is verboden in strijd te handelen met artikel 9, tweede en zesde lid, van de controleverordening.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 18, eerste en tweede lid, 20, en 25, eerste, derde en vijfde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

3.

Satellietvolgapparatuur als bedoeld in artikel 9, van de controleverordening, die op een Nederlands vissersvaartuig is geïnstalleerd:

4.

Wijzigingen aan de satellietvolgapparatuur worden schriftelijk gemeld aan de NVWA.

5.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 25, derde tot en met vijfde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de NVWA.

Artikel 103. AIS

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 10, eerste lid, van de controleverordening.

§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden

Artikel 104. Invullen en overleggen papieren logboek, papieren aangiften van overlading en papieren aangifte van aanlanding
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 14, eerste en vierde tot en met achtste lid, 21, eerste en vierde lid, en 23, eerste, tweede en derde lid, van de controleverordening en met de artikelen 29, eerste lid, 30, eerste tot en met derde lid, 31, eerste, derde en vierde lid, 32, 33, 34, 35, 49, eerste, tweede en derde lid, 50, tweede lid, 51, eerste en vierde lid, 52 en 53 van de uitvoeringsverordening controleverordening, in samenhang met de voorschriften die ter uitvoering van deze bepalingen zijn opgenomen in de leden 2 tot en met 6.

2.

De in het eerste lid bedoelde verboden zijn van overeenkomstige toepassing op degene die met een vissersvaartuig met een lengte over alles van minder dan 10 meter de visserij uitoefent, met dien verstande dat deze ook vangsten van minder dan 50 kilogram van elke soort die aan boord worden gehouden en worden overgeladen of aangeland in het logboek, de aangifte van overlading en de aangifte van aanlanding vermeldt.

3.

Voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde voorschriften wordt gebruik gemaakt van de door de minister ter beschikking gestelde documenten, overeenkomstig de in artikel 30, eerste tot en met derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening vastgestelde modellen.

4.

Bij aanlanding met een vissersvaartuig in een Nederlandse haven is de termijn voor indiening van de eerste kopie van het logboek, de eerste kopie van de aangifte van overlading en de eerste kopie van de aangifte van aanlanding, bedoeld in artikel 32, van de uitvoeringsverordening controleverordening binnen een half uur na de aanlanding maar vóór de lossing en de termijn voor indiening van het originele logboek, de originele aangifte van overlading en de originele aangifte van aanlanding, bedoeld in artikel 32, van de uitvoeringsverordening controleverordening, binnen 48 uur na aanlanding.

5.

De indiening van de in artikel 32, van de uitvoeringsverordening controleverordening bedoelde documenten geschiedt door deze in de haven van aanlanding:

6.

Indien de aanlanding niet in een haven plaatsvindt, geschiedt de indiening door middel van toezending aan het dichtstbijzijnde havenkantoor van de NVWA of aan het havenkantoor van de NVWA in de plaats waar de desbetreffende vis wordt verkocht.

7.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 14, zesde lid, 21, vierde lid, en 23, derde lid, van de controleverordening en in artikel 32 van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de NVWA.

8.

Als omrekeningsfactoren als bedoeld in artikel 49, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, worden vastgesteld de omrekeningsfactoren die zijn opgenomen in bijlage 10.

Artikel 105. Elektronisch invullen/verzenden visserijlogboekgegevens
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 15, eerste en tweede lid, van de controleverordening en met de artikelen 36, eerste lid, 38, tweede lid, 39, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 40, derde lid, 41, derde en vierde lid, en 47 van de uitvoeringsverordening controleverordening.

2.

Het format, bedoeld in artikel 37, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is het format dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van de controleverordening en in de artikelen 39, 40, 41, derde lid, en 47, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de NVWA.

Artikel 106. Voorafgaande kennisgeving aanlanding
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 17, eerste lid, en 18, eerste lid, van de controleverordening.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 17, eerste, tweede en derde lid, 18 en 19 van de controleverordening, is de NVWA.

Artikel 107. Overladen
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 20, eerste lid, van de controleverordening.

2.

Het is verboden vis over te laden zonder toestemming van een ambtenaar van de NVWA.

3.

Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is van overeenkomstige toepassing in het geval het overladen is onderbroken.

4.

Als havens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de controleverordening, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van artikel 6, tweede lid, toegelaten havens.

Artikel 108. Elektronisch invullen/verzenden aangifte van overlading
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 22, eerste lid, van de controleverordening.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 22, eerste en vijfde lid, van de controleverordening, is de NVWA.

Artikel 109. Elektronisch invullen/verzenden aangifte van aanlanding
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 24, eerste lid, van de controleverordening.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in 24, eerste lid, van de controleverordening, is de NVWA.

§ 3. Controle op visserij-inspanning

Artikel 110. Kennisgeving vistuig
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 27, eerste lid, van de controleverordening.

2.

De kennisgeving, bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de controleverordening, wordt gedaan aan de minister. Indien een ondernemer deelneemt aan een groep of een producentenorganisatie wordt de kennisgeving aan het bestuur van de groep onderscheidenlijk aan het bestuur van de producentenorganisatie gedaan.

3.

De kennisgeving bevat ten minste de volgende gegevens:

4.

Ingeval de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger voornemens is in de beheersperiode hetzelfde type vistuig of dezelfde typen vistuigen te gebruiken als het type vistuig dat of de typen vistuigen die voor het desbetreffende gereglementeerd geografisch gebied is of zijn vermeld in de in artikel 97, bedoelde vismachtiging die betrekking heeft op de daaraan voorafgaande beheersperiode, wordt de kennisgeving tot verkrijging van die vismachtiging aangemerkt als kennisgeving als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de controleverordening.

5.

De gegevens die worden vermeld in de voor de beheersperiode af te geven vismachtiging worden gebaseerd op de meest recente kennisgeving.

6.

Ter verkrijging van de toestemming, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de controleverordening, meldt de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger het voornemen tot het gebruik van meer dan één soort vistuig tijdens de visreis onmiddellijk voorafgaand aan de visreis aan de minister.

7.

In afwijking van het zesde lid wordt, ingeval de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger de in het zesde lid bedoelde gegevens onmiddellijk voorafgaand aan de visreis op grond van artikel 15 van de controleverordening elektronisch heeft verstrekt, het in artikel 38, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening bedoelde retourbericht van de NVWA, aangemerkt als toestemming als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de controleverordening.

Artikel 111. Visserij-inspanningsverslag en uitputting van de visserij-inspanning
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 28, eerste lid, en 30 van de controleverordening, en artikel 58, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in 28, eerste lid, van de controleverordening, is de NVWA.

Artikel 112. Vrijstellingen
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 29, eerste lid, van de controleverordening.

2.

Een vissersvaartuig mag andere dan met de visserij verband houdende activiteiten ontplooien in de gereglementeerde geografische gebieden zonder dat de daarmee gemoeide tijd wordt aangemerkt als een kalenderdag, mits wordt voldaan aan artikel 29, tweede lid, van de controleverordening. Een melding als bedoeld in dat onderdeel wordt schriftelijk gedaan aan de minister. De melding bevat ten minste de volgende gegevens:

3.

Indien een vissersvaartuig niet heeft kunnen vissen omdat zich een noodsituatie als bedoeld in artikel 29, derde lid, van de controleverordening heeft voorgedaan, wordt het aantal dagen waarop het vissersvaartuig niet heeft kunnen vissen, niet in mindering gebracht op de desbetreffende hoeveelheid visserij-inspanning, indien de kapitein van het vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger binnen een maand nadat de noodsituatie zich heeft voorgedaan schriftelijk bij de minister daarvan melding heeft gemaakt en de melding wordt gestaafd door bewijsstukken.

Artikel 113. Sluiting visserij
1.

Met ingang van de op grond van artikel 35, eerste lid, van de controleverordening vastgestelde datum is het voor Nederlandse vissersvaartuigen verboden de visserij uit te oefenden op de vissoorten waarvoor voornoemde vaststelling geldt en die soorten aan boord te houden, over te laden en aan te landen.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met een op grond van artikel 36, tweede lid, van de controleverordening vastgesteld verbod.

§ 4. Controle op vlootbeheer

Artikel 114. Motorvermogen

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 39, eerste lid, van de controleverordening.

Artikel 115. Certificering motorvermogen

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 40, vierde lid, van de controleverordening, en artikel 61, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

§ 5. Controle op meerjarenplannen

Artikel 116. Aangewezen haven en gescheiden opslag demersale vangsten meerjarenplannen
1.

Het is verboden in strijd te handelen te handelen met de artikelen 42, eerste lid, en 43, tweede lid, en 44 van de controleverordening.

2.

Als havens als bedoeld in de artikelen 42, eerste lid, en 43, eerste lid, van de controleverordening, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van artikel 6, tweede lid, toegelaten havens mits het aanlanden of overladen plaatsvindt binnen de in bijlage 2 C bij die havens vermelde lostijden.

3.

Als waarnemer of functionaris als bedoeld in artikel 42, tweede lid, van de controleverordening, wordt aangewezen een functionaris van de NVWA.

§ 6. Controle op technische maatregelen

Artikel 117. Vistuig en samenstelling vangst
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 47, 48, eerste tot en met derde lid, en 49, eerste lid, van de controleverordening.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in 48, derde lid, van de controleverordening, is de NVWA.

Artikel 118. Controle voor visserij beperkte gebieden

Vanaf de datum, bedoeld in artikel 50, tweede lid, van de controleverordening is het voor vissersvaartuigen en vissersvaartuigen van andere lidstaten en derde landen met een lengte van 12 meter over alles of meer verboden te handelen in strijd met artikel 50, derde en vierde lid, van de controleverordening.

Artikel 119. Realtimesluiting visserijtakken
1.

De minister kan besluiten tot tijdelijke sluiting van een gebied ingeval een vangstdrempel als bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de controleverordening is bereikt.

2.

In het besluit, bedoeld in het eerste lid, bepaalt de minister:

3.

Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 52, eerste lid, en 53, zevende lid, van de controleverordening.

4.

Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in een gebied dat gesloten is op grond van artikel 54, eerste lid, van de controleverordening.

5.

Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien is voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in het besluit tot sluiting, bedoeld in het eerste lid, en artikel 54, eerste lid, van de controleverordening.

Artikel 120. Recreatievisserij

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 55, tweede lid, van de controleverordening.

§ 7. Controle op de afzet

Artikel 121. Beginselen voor controle op de afzet
1.

Degene die gevangen of geoogste visserij- en aquacultuurproducten voor de eerste verkoop aanbiedt, verdeelt de genoemde producten in partijen.

2.

Producten waarvoor Europese handelsnormen gelden, worden slechts voor eerste verkoop uitgestald, voor eerste verkoop aangeboden, verkocht of anderszins verhandeld als zij met die normen in overeenstemming zijn.

3.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 56, tweede en vierde lid, en 57, derde lid, van de controleverordening.

Artikel 122. Traceerbaarheid
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 58, eerste tot en met vijfde lid, van de controleverordening, en de artikelen 67, eerste tot en met vijfde en zevende lid, en 68, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

2.

Marktdeelnemers als bedoeld in artikel 4, negentiende lid, van de controleverordening beschikken over systemen en procedures, waarmee kan worden nagegaan van wie zij partijen visserij- en aquacultuurproducten als bedoeld in artikel 66 van de uitvoeringsverordening controleverordening hebben ontvangen en aan wie zij die producten hebben geleverd.

3.

In de in het tweede lid bedoelde systemen worden door de desbetreffende marktdeelnemer de in artikel 90 van deze regeling en de in artikel 58, vijfde lid, van controleverordening bedoelde gegevens vastgelegd.

4.

De in artikel 58, onderdelen g en h, van de controleverordening bedoelde gegevens zijn in het stadium van de detailhandel voor de consument beschikbaar en worden vermeld op het etiket of het identificatiemerk van de voor de detailverkoop aangeboden visserij- en aquacultuurproducten, dan wel voor zover het de wetenschappelijke naam van de soort op detailhandelniveau betreft, aan de hand van commerciële voorlichtingsmiddelen, zoals borden en posters.

5.

Dit artikel is niet van toepassing op hoeveelheden visserij- en aquacultuurproducten die rechtstreeks vanaf een vissersvaartuig aan consumenten worden verkocht, mits deze hoeveelheden per vissersvaartuig en per eindconsument niet meer dan € 50,– per kalenderdag vertegenwoordigen.

Artikel 123. Eerste verkoop visserijproducten
1.

Alle visserijproducten die voor het eerst op de markt worden gebracht, worden geregistreerd in een visafslag dan wel worden verkocht aan geregistreerde kopers of producentenorganisaties.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 59, tweede lid, van de controleverordening.

Artikel 124. Weging visserijproducten
1.

Visserijproducten worden gewogen met apparatuur die ten genoegen van de minister is goedgekeurd, geijkt en verzegeld.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 60, tweede en vijfde lid, van de controleverordening en met de artikelen 70, 71, eerste en tweede lid, 72, tweede en derde lid, 73, tweede lid, 74, 79, eerste lid, 80, eerste en tweede lid, 82, 83, 84, tweede en derde lid, 85, 86, en 87 van de uitvoeringsverordening controleverordening.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 60, zesde lid, van de controleverordening en de artikelen 75, 80, eerste lid, 81, 82, eerste lid, en 87, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de NVWA.

4.

Als havens als bedoeld in artikel 79, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B. Het aanlanden of overladen vindt plaats binnen de in bijlage 2 C bij die havens vermelde lostijden.

5.

Het is verboden met een Nederlands vissersvaartuig vis van de in artikel 78 van de uitvoeringsverordening controleverordening genoemde soorten buiten de Europese Unie aan te landen in havens die niet uitdrukkelijk voor weging zijn geselecteerd door derde landen die voor deze soorten overeenkomsten met de Europese Unie hebben gesloten.

Artikel 125. Verkoopdocument
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 62, eerste en vijfde lid, en 63, eerste lid, van de controleverordening en met artikel 90 van de uitvoeringsverordening controleverordening.

2.

Geregistreerde visafslagen als bedoeld in artikel 62, tweede lid, van de controleverordening registreren de in artikel 64, eerste lid, van de controleverordening genoemde gegevens elektronisch en geven deze elektronisch door aan de NVWA, overeenkomstig de recordstructuur die is opgenomen in bijlage 11.

3.

Het verkoopdocument, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de controleverordening bevat de gegevens, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de controleverordening, stemt overeen met de factuur of als zodanig dienstdoend document als bedoeld in de artikelen 218 en 219 van Richtlijn nr. 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU L 347) en wordt binnen de in artikel 62, eerste lid genoemde termijn overhandigd aan een ambtenaar van de NVWA of gedeponeerd in een vangstopgavebus.

4.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 62, eerste lid en vijfde lid, en 63, eerste lid, van de controleverordening en in artikel 87 van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de NVWA.

Artikel 126. Aangifte van overname
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 66, eerste lid, en 67, eerste lid, van de controleverordening.

2.

De aangifte van overname, bedoeld in artikel 66, eerste lid van de controleverordening wordt binnen de in dat artikelonderdeel genoemde termijn overhandigd aan een ambtenaar van de NVWA of gedeponeerd in een vangstopgavebus.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 66, eerste lid, en 67, eerste lid, van de controleverordening, is de NVWA.

Artikel 127. Vervoersdocument
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 68, eerste, derde, vijfde en zevende lid, van de controleverordening.

2.

Het vervoersdocument, bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de controleverordening wordt binnen de in dat artikelonderdeel genoemde termijn overhandigd aan een ambtenaar van de NVWA of gedeponeerd in een vangstopgavebus.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 68, eerste, tweede, derde en zesde lid, van de controleverordening, is de NVWA.

§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving

Artikel 128. Bewaking, inspecties en procedures
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 73, zevende lid, 75, eerste lid, en 84, vierde lid, van de controleverordening, en met de artikelen 113, tweede lid, 114, eerste lid, en 122, vijfde lid, in samenhang met de artikelen 113, tweede lid, en 114, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

2.

De kapitein handelt overeenkomstig een op grond van artikel 104, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening gegeven opdracht.

3.

Indien overeenkomstig artikel 104 van de uitvoeringsverordening controleverordening ID-merktekens en zegels als bedoeld in dat artikel zijn aangebracht, is het verboden deze merktekens en zegels te verwijderen.

Artikel 129. Handhavingmaatregelen
1.

Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in een gebied dat gesloten is op grond van artikel 104 van de controleverordening.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met op grond van artikel 108 van de controleverordening vastgestelde maatregelen.

Artikel 130. Puntensysteem voor ernstige inbreuken
1.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 125 van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de minister.

2.

De voor echt verklaarde kopie, bedoeld in artikel 128 van de uitvoeringsverordening controleverordening, wordt op aanvraag van de desbetreffende houder van een visvergunning verstrekt door de minister.

3.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 130, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening en met de op grond van artikel 132, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening genomen maatregelen.

4.

De minister wijst de kapitein van een vissersvaartuig onder wiens gezag ernstige inbreuken als bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderdeel a, van verordening nr. 1005/2008 zijn gepleegd, punten toe overeenkomstig bijlage XXX van de uitvoeringsverordening controleverordening.

5.

De artikelen 125, 126, tweede tot en met vijfde lid, 129, 130, eerste lid, 132, eerste lid, en 133, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de in het vierde lid bedoelde kapitein.

6.

Indien aan een kapitein op grond van het vierde lid het navolgende aantal punten is toegewezen, is het hem gedurende de achter dat aantal vermelde periode verboden als kapitein op een vissersvaartuig te varen:

7.

Het is de houder van een visvergunning verboden een kapitein waarop het in het zesde lid bedoelde verbod betrekking heeft op het vissersvaartuig waarop de visvergunning betrekking heeft, als kapitein te laten varen gedurende de desbetreffende periode.

8.

Voor de toepassing van het vierde tot en met zevende lid en de artikelen 125 tot en met 134 van de uitvoeringsverordening controleverordening wordt onder kapitein verstaan, hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel h, van de Zeevaartbemanningswet.

Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen

§ 1. Toegangsregels derde landen

Artikel 131. Toegangsregels derde landen
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, 9, tweede lid, 11, eerste lid, 13, eerste lid, 18, 22, 23, eerste lid, en 24, tweede lid, van verordening nr. 1006/2008

2.

Een verzoek tot uitreiking van een machtiging als bedoeld in artikel 3 en een verzoek tot machtiging als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van verordening nr. 1006/2008, wordt ingediend bij de minister.

3.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 2, eerste lid, 3, 4, 7, 8, 10 en 11 van verordening nr. 201/2010.

4.

De minister trekt de machtiging, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van verordening nr. 1006/2008, in ieder geval in indien een vissersvaartuig is opgenomen op de lijst van IOO-vaartuigen, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008.

§ 2. Invoer

Artikel 132. Invoerverbod tonijnsoorten uit bepaalde gebieden

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 2 van verordening nr. 827/2004.

§ 2. Invoer

Artikel 133. Toegang tot havens en gebruik havendiensten vaartuigen derde landen
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, tweede lid, 6, eerste en tweede lid, 8, eerste lid, en 10, vijfde lid, van verordening nr. 1005/2008.

2.

Als havens als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van artikel 6, tweede lid, toegelaten havens.

3.

De voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, geschiedt door verzending van een door de desbetreffende kapitein ondertekend elektronisch of faxbericht aan de meldkamer van de NVWA te Kerkrade.

4.

Het is voor vissersvaartuigen van derde landen verboden de haven binnen te varen of zijn vangst aan te landen of over te laden zonder door een ambtenaar van de NVWA verleende toestemming als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 11, tweede lid, van verordening nr. 1005/2008.

5.

De aangifte, bedoeld in artikel 8, eerste lid, wordt ingediend bij de meldkamer van de NVWA te Kerkrade met gebruikmaking van het in artikel 3, eerste lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op aanlanding, dan wel met gebruikmaking van het in artikel 3, tweede lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op overlading.

Artikel 134. Vangstcertificaten bij invoer
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 12, eerste en tweede lid, 14, eerste en tweede lid, en 22, vijfde lid, van verordening nr. 1005/2008.

2.

Indien de invoer betrekking heeft op visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 640/2010, artikel 3, onderdeel b en c, van verordening nr. 1984/2003 of artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, wordt voor de toepassing van het eerste lid gebruik gemaakt van:

3.

In aanvulling op het eerste lid is de invoer van visserijproducten als bedoeld in artikel 2, achtste lid, van verordening nr. 1005/2008, verboden indien de invoer van die producten is geweigerd op grond van artikel 18, eerste en tweede lid, van die verordening.

4.

Indien de vrijgave en het in de handel brengen van visserijproducten op grond van artikel 17, zevende lid, van verordening nr. 1005/2008 is opgeschort, komen de kosten voor de opslag van die producten gedurende de periode, bedoeld in artikel 17, vijfde lid, van die verordening, ten laste van de marktdeelnemer.

Artikel 135. Vangstcertificaten bij aanlanding of overlading door EU-vissersvaartuigen en bij interne verhandeling
1.

Indien het betreft visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 640/2010, is het verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, tweede en tiende lid en 4, eerste lid van die verordening, voor zover deze artikelen betrekking hebben op aanlanden, overladen of intern verhandelen.

2.

De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening nr. 640/2010.

3.

Voor zover het betreft visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, is het verboden in strijd te handelen met de artikelen 8, 9 10, 11 en 12 van die verordening.

Artikel 136. Bevoegde autoriteit
1.

Het vangstcertificaat, bedoeld in de artikelen 12 en 14, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel c, onder i, van verordening nr. 1005/2008, het vangstdocument, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van die verordening, het bewijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die verordening, de verklaring, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van die verordening, en de kopie van het vangstcertificaat, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel c, onder ii, van die verordening, worden overeenkomstig artikel 16, eerste lid, van die verordening of overeenkomstig artikel 8 van verordening nr. 1010/2009 ingeval de desbetreffende visserijproducten met de in dit artikel bedoelde vervoermiddelen wordt getransporteerd, ingediend bij de minister.

2.

De minister is de bevoegde instantie, bedoeld in artikel 4, derde lid, van verordening nr. 1984/2003.

Artikel 137. Erkende marktdeeldemers
1.

In afwijking van artikel 136 kunnen erkende marktdeelnemers als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van verordening nr. 1005/2008, handelen overeenkomstig dat lid.

2.

Marktdeelnemers dienen een verzoek in tot erkenning bij de minister overeenkomstig artikel 14 van verordening nr. 1010/2009.

3.

De minister verleent de erkenning, bedoeld in het tweede lid, slechts indien de marktdeelnemer voldoet aan artikel 16, derde lid, onderdelen a tot en met g, van verordening nr. 1005/2008 en de artikelen 9 tot en met 13 van verordening nr. 1010/2009.

4.

De minister schorst de erkenning, bedoeld in het tweede lid, indien zich één van de in de artikelen 22 tot en met 26 van verordening nr. 1010/2009 bedoelde gevallen voordoet.

5.

De minister trekt de erkenning in indien zich één van de in artikel 27 van verordening nr. 1010/2009 bedoelde gevallen voordoet.

6.

Het aantal invoeroperaties, bedoeld in artikel 16, derde lid, onderdeel b, van verordening nr. 1005/2008, bedraagt 50.

Artikel 138. Vangstcertificaten bij uitvoer
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 15, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, artikel 5, eerste en vijfde lid, van verordening nr. 1984/2003 en artikel 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.

2.

De minister is de overheidsinstantie, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008, en de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003, en artikel 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.

3.

De uitvoerder van vangsten van een vissersvaartuig dient het verzoek tot validatie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003, en artikel 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001, in bij de minister.

Artikel 139. Vangstcertificaten bij wederuitvoer
1.

Het is verboden te handelen in strijd met artikel 21, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, de artikelen 3, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, voor zover dit artikel betrekking heeft op wederuitvoer, en 6, tweede lid, van laatstgenoemde verordening, de artikelen 6, eerste, vierde en zesde lid en 7 van verordening nr. 1984/2003 en artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.

2.

De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening nr. 640/2010, artikel 6, tweede en vierde lid, van verordening nr. 1984/2003 en artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.

3.

De uitvoerder van producten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, dient het verzoek tot invulling van het vangstcertificaat of een kopie van het vangstcertificaat, bedoeld in dat artikellid, in bij de minister.

4.

De uitvoerder van visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 640/2010, artikel 3, onderdeel b en c, van verordening nr. 1984/2003 of artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, dient het verzoek tot waarmerking van het wederuitvoercertificaat, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, artikel 6, tweede en vierde lid, van verordening nr. 1984/2003 onderscheidenlijk van het vangstdocument, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001, in bij de minister.

5.

De in het vierde lid bedoelde verzoeken gaan vergezeld van de documenten, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003 onderscheidenlijk artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.

Artikel 140. Maatregelen tegen bij IUU betrokken vaartuigen en staten
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, tweede tot en met vierde lid, 37, aanhef en onderdelen 3 tot en met 6, 9 en 10, 38, aanhef en onderdelen 1 tot en met 3 en 5 tot en met 7, 39, eerste lid, 40, tweede lid, en 48, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008.

2.

Indien een vissersvaartuig van een derde land is opgenomen op de lijst van IOO-vaartuigen, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008, is het voor dat vissersvaartuig verboden om zonder door een ambtenaar van de NVWA verleende toestemming als bedoeld in artikel 37, onderdeel 7, van die verordening, de bemanning te vervangen.

3.

Het is een vissersvaartuig dat is opgenomen op de lijst van IOO-vaartuigen, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008, verboden de Nederlandse vlag te voeren.

4.

Het is een Nederlands vissersvaartuig verboden charterovereenkomsten te sluiten met derde landen die zijn opgenomen op de lijst van niet-meewerkende derde landen, bedoeld in artikel 33 van verordening nr. 1005/2008.

5.

Het is verboden in strijd te handelen met een krachtens artikel 36 van verordening nr. 1005/2008 vastgestelde noodmaatregel.

6.

Waarnemingsverslagen als bedoeld in artikel 48, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008, worden ingediend bij de minister.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 141. Bijhouden gegevens

Degene die ingevolge deze regeling en de in artikel 1, tweede lid, genoemde verordeningen gegevens moet vermelden of anderszins moet bijhouden of moet verstrekken, doet dit volledig, naar waarheid en binnen de gestelde termijnen.

Artikel 142. Medebewind Productschap Vis
1.

Van het bestuur van het Productschap Vis wordt medewerking gevorderd ter uitvoering van:

2.

De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde medewerking bestaat uit het registreren van de kopers van visserijproducten van een vaartuig bij eerste verkoop, bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de controleverordening.

3.

De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde medewerking bestaat uit het overeenkomstig artikel 12, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008 valideren van vangstcertificaten voor zover deze certificaten betrekking hebben op de vangst van garnalen.

4.

In afwijking van artikel 138, derde lid, wordt het in dat lid bedoelde verzoek tot validatie, voor zover het betrekking heeft op de in het derde lid van dit artikel bedoelde vissoorten, ingediend bij het Productschap Vis.

5.

Het Productschap Vis neemt terzake van het de uitvoering van het medebewind de aanwijzingen van de minister in acht.

Artikel 143. Wijziging regelingen

Wijzigt de Regeling LNV-subsidies en de Uitvoeringsregeling visserij.

Artikel 144. Overgangsbepalingen
1.

Bescheiden die ingevolge de regelingen, bedoeld in artikel 145, zijn verzameld, ingevuld, bewaard en bijgehouden, worden aangemerkt als bescheiden op grond van deze regeling en op grond van de in artikel 1, tweede lid, bedoelde verordeningen.

2.

Voor zover er ter zake nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze overeenkomstig de regelingen, bedoeld in artikel 145, plaats.

3.

Bestaande aanspraken en verplichtingen bij, op grond of in het kader van de regelingen, bedoeld in artikel 145, blijven in stand.

4.

Een ondernemer die op het tijdstip voor inwerkingtreding van deze regeling recht had op een contingent voor een vissoort op grond van artikel 11, eerste en tweede lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij, heeft voor 2011 een recht op dat contingent als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van deze regeling.

5.

Een toekenning voor het kalenderjaar van een groepscontingent op grond van artikel 13, eerste lid, van artikel 16, eerste lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij, geldt als een toekenning van een groepscontingent als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van deze regeling.

6.

Een besluit tot aanhouding van een contingent, op grond van artikel 23 van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij, geldt als een besluit tot aanhouding als bedoeld in artikel 44 van deze regeling.

7.

Een document, uitgereikt voor 2011 op grond van artikel 12, eerste lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij, wordt voor dat jaar beschouwd als een document als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van deze regeling.

Artikel 145. Intrekken regelingen

De volgende regelingen worden ingetrokken:

Artikel 146. Inwerkingtreding en citeertitel
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling zeevisserij.

Bijlage 1

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 1

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de artikelen 14, zesde lid, 71, tweede lid, 75, derde lid, 76, tweede lid, 77, vijfde lid, en 124, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

A. Havens als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, en losplaatsen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 3

C. Havens en lostijden als bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)

Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)

Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)

Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)

De Cocksdorp (gemeente Texel)

Oudeschild (gemeente Texel)

Petten (gemeente Zijpe)

Camperduin (gemeente Bergen)

Schoorl (gemeente Bergen)

Bergen aan Zee (gemeente Bergen)

Egmond aan Zee (gemeente Bergen)

Katwijk aan Zee (gemeente Katwijk)

Terheide (gemeente Monster)

Europoort (gemeente Rotterdam)

Neeltje Jans (gemeente Schouwen-Duiveland)

Stellendam (gemeente Goedereede)

Bruinisse (gemeente Schouwen-Duiveland)

Burgsluis (gemeente Schouwen-Duiveland)

Roompotsluis (Colijnsplaat, gemeente Noord-Beveland)

Kats (gemeente Noord-Beveland)

Yerseke (gemeente Reimerswaal)

Wilhelminadorp (gemeente Goes)

Zierikzee (gemeente Schouwen-Duiveland)

Walsoorden (gemeente Hontenisse)

Sint-Annaland (gemeente Tholen)

Nes (gemeente Ameland)

Loswal (gemeente Schore)

Schelphoek (gemeente Schouwen-Duiveland)

Bergse Diepsluis (gemeente Tholen)

Bijlage 4

Vangstverboden voor het kalenderjaar 2012 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 4

Vangstverboden voor het kalenderjaar 2013 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Voor de met een asterisk gemarkeerde bestanden geldt een vangstverbod voor alle vissersvaartuigen, Nederlands of niet-Nederlands.

Voor de niet met een asterisk gemarkeerde bestanden geldt een vangstverbod voor Nederlandse vissersvaartuigen

Voetnoot:

1) Bijvangsten tot 3% van de quota van 2009 zijn toegestaan.

Voetnoten:

1) Waarvan tot 68% mag worden gevangen in de Noorse Economische Zone of in de visserijzone van Jan Mayen.

Voetnoten:

1) Uitsluitend voor bijvangsten, gerichte visserij niet toegestaan.

2) Waarvan maximaal 8% mag worden gevangen in de EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV.

Voetnoot:

1) Uitsluitend voor bijvangsten, gerichte visserij niet toegestaan.

7) Voor vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter geldt dat deze soort per visreis niet meer dan 25% levend gewicht mag bedragen van het totaal van de vangsten aan boord.

8) Vangsten van de Koekoeksrog (Leucoraja naevus) (RJN/67AKXD), Stekelrog (Raja Clavata) (RJC/67AKXD), Blonde rog (Raja brachyuran)(RJH/67AKXD), Gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/67AKXD), de Kleinoogrog (Raja micoocellata)(RJE/67AKXD), de Zandrog (Leucoraja circularis)(RJI/67AKXD) en de Shagreenrog (Leucoraja fullonica) RJF/67AKXD) moeten afzonderlijk worden gerapporteerd.

9) Waarvan maximaal 5% mag worden gevangen in het ICES gebied VIId.

10) Geldt niet voor de Golfrog (Raja undulata), de Gewone vleet (Dipturus batis), de Noorse vleet (Raja Dipturus) nidarosiensis) en de Spitsneusrog (Rostroraja alba). Vangsten van deze soort mogen niet aan boord worden gehouden en moeten snel en ongedeerd over boord worden gezet.

11) Vangsten van de Koekoeksrog (Leucoraja naevus) (RJN/07D), Stekelrog (Raja Clavata) (RJC/07D), Blonde rog (Raja brachyuran)(RJH/07D), Gevlekte rog (Raja montagui) (RJM//07D) en de Sterrog (Amblyraja radiata) RJR/07D) moeten afzonderlijk worden gerapporteerd.

Bewaarvorm: bevroren

Bewaarvorm: bevroren

Bijlage 6

Europees quotum (x 1.000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2011 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bewaarvorm: gezouten

1) Uitsluitend voor bijvangsten, gerichte visserij niet toegestaan

2) Waarvan maximaal 8% mag worden gevangen in de EU- en internationale wateren van de ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV.

Voetnoten:

Bijlage 7

Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheersperiode als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a

3) Van de aangelande hoeveelheden mag niet meer dan 15% een minimummaat van 30 cm hebben. Daarboven geldt een minimummaat van 35 cm.

² Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening vangstmogelijkheden.

³ Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die niet deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening vangstmogelijkheden.

Bijlage 8

De vissoorten, bedoeld inartikel 21, eerste lid, de vangstgebieden, bedoeld in artikel 1, eerste lid en de percentages, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 10

Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, achtste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 9

De hoeveelheden, bedoeld in de artikelen 25, 26 en 27 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Artikel Vissoort Hoeveelheid
Artikel 25, eerste lid, onderdeel a Kabeljauw: 121 kilogram
Artikel 25, eerste lid, onderdeel a Wijting: 54 kilogram
Artikel 25, eerste lid, onderdeel b Kabeljauw: 39.564 kilogram
Artikel 25, eerste lid, onderdeel b Wijting: 9.628 kilogram
Artikel 26, eerste lid, onderdeel a Makreel: 127 kilogram
Artikel 26, eerste lid, onderdeel b Makreel: 4.224 kilogram
Artikel 27 Horsmakreel: 463.956 kilogram

Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, achtste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bewaarvorm: gekookt

Bewaarvorm: gezouten

Bewaarvorm: vers

Bewaarvorm: gekookt

Bijlage 11

Recordstructuur door afslag aan te leveren verkoopdocumenten als bedoeld in artikel 125, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Voor de met een asterisk gemarkeerde bestanden geldt een vangstverbod voor alle vissersvaartuigen, Nederlands of niet-Nederlands.

Voor de niet met een asterisk gemarkeerde bestanden geldt een vangstverbod voor Nederlandse vissersvaartuigen.

Bijlage 5

Nederlands quotum (x 1.000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2012 (x 1.000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bewaarvorm: vers

Bewaarvorm: gekookt

Bijlage 11

Recordstructuur door afslag aan te leveren verkoopdocumenten als bedoeld in artikel 125, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

1) Uitsluitend voor bijvangsten, gerichte visserij niet toegestaan.

2) Waarvan maximaal 8% mag worden gevangen in de EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV.

Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheersperiode als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vistuigcategorieën Vistuig-categorie code Visserij-inspanning in de maanden februari 2012 tot en met september 2012 Visserij-inspanning in de maanden oktober 2012 tot en met januari 2013
Bodemtrawls en zegens (vistuigtypen OTB, OTT, PTB, SDN, SSC, SPR) met een maaswijdte:
gelijk aan of groter dan 120 mm TR1 A ¹ 124.950 22.050
gelijk aan of groter dan 120 mm TR1 B ² 93.726 16.540
gelijk aan of groter dan 100 mm en kleiner dan 120 mm TR1 C 779.277 137.520
gelijk aan of groter dan 70 mm en kleiner dan 100 mm TR2 1.449.331 483.110
Bodemtrawls en zegens (vistuigtypen OTB, OTT, PTB, SDN, SSC, SPR) met een maaswijdte: Visserij-inspanning in de maanden februari 2012 tot en met januari 2013 Visserij-inspanning in de maanden februari 2012 tot en met januari 2013
gelijk aan of groter dan 16 mm en kleiner dan 32 mm TR3 36.617 36.617
Boomkorren (vistuigtype TBB) met een maaswijdte:
gelijk aan of groter dan 120 mm BT1 999.808 999.808
gelijk aan of groter dan 80 mm en kleiner dan 120 mm BT2 22.004.242 22.004.242
Kieuwnetten en warrelnetten (vistuigtype GN) GN 438.664 438.664

¹ Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 6 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

² Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die niet deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 6 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheersperiode als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

1 Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 6 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

2 Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die niet deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 6 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

Bijlage 10

Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, achtste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bewaarvorm: gezouten

Bijlage 11

Recordstructuur door afslag aan te leveren verkoopdocumenten als bedoeld in artikel 125, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 8

De vissoorten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, de vangstgebieden, bedoeld in artikel 1, eerste lid, en de percentages, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 9

De hoeveelheden, bedoeld in de artikelen 25, 26 en 27 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Artikel Vissoort Hoeveelheid
Artikel 25, eerste lid, onderdeel a Kabeljauw: 121 kilogram
Artikel 25, eerste lid, onderdeel a Wijting: 54 kilogram
Artikel 25, eerste lid, onderdeel b Kabeljauw: 39.564 kilogram
Artikel 25, eerste lid, onderdeel b Wijting: 9.628 kilogram
Artikel 26, eerste lid, onderdeel a Makreel: 127 kilogram
Artikel 26, eerste lid, onderdeel b Makreel: 4.224 kilogram
Artikel 27 Horsmakreel: 463.956 kilogram

Bewaarvorm: bevroren

Bewaarvorm: vers

Bijlage 11

Recordstructuur door afslag aan te leveren verkoopdocumenten als bedoeld in artikel 125, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 5

Nederlands quotum (x 1.000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2012 (x 1.000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 5

Nederlands quotum (x 1.000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2013 (x 1.000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheersperiode als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vistuigcategorieën Vistuig-categorie code Visserij-inspanning in de maanden februari 2012 tot en met september 2012 Visserij-inspanning in de maanden oktober 2012 tot en met januari 2013
Bodemtrawls en zegens (vistuigtypen OTB, OTT, PTB, SDN, SSC, SPR) met een maaswijdte:
gelijk aan of groter dan 120 mm TR1 A ¹ 124.950 22.050
gelijk aan of groter dan 120 mm TR1 B ² 93.726 16.540
gelijk aan of groter dan 100 mm en kleiner dan 120 mm TR1 C 779.277 137.520
gelijk aan of groter dan 70 mm en kleiner dan 100 mm TR2 1.449.331 483.110
Bodemtrawls en zegens (vistuigtypen OTB, OTT, PTB, SDN, SSC, SPR) met een maaswijdte: Visserij-inspanning in de maanden februari 2012 tot en met januari 2013 Visserij-inspanning in de maanden februari 2012 tot en met januari 2013
gelijk aan of groter dan 16 mm en kleiner dan 32 mm TR3 36.617 36.617
Boomkorren (vistuigtype TBB) met een maaswijdte:
gelijk aan of groter dan 120 mm BT1 999.808 999.808
gelijk aan of groter dan 80 mm en kleiner dan 120 mm BT2 22.004.242 22.004.242
Kieuwnetten en warrelnetten (vistuigtype GN) GN 438.664 438.664

¹ Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 6 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

² Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die niet deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 6 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheersperiode als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vistuigcategorieën Vistuig-categorie code Visserij-inspanning in de maanden februari 2012 tot en met september 2012 Visserij-inspanning in de maanden oktober 2012 tot en met januari 2013
Bodemtrawls en zegens (vistuigtypen OTB, OTT, PTB, SDN, SSC, SPR) met een maaswijdte:
gelijk aan of groter dan 120 mm TR1 A ¹ 124.950 22.050
gelijk aan of groter dan 120 mm TR1 B ² 93.726 16.540
gelijk aan of groter dan 100 mm en kleiner dan 120 mm TR1 C 779.277 137.520
gelijk aan of groter dan 70 mm en kleiner dan 100 mm TR2 1.449.331 483.110
Bodemtrawls en zegens (vistuigtypen OTB, OTT, PTB, SDN, SSC, SPR) met een maaswijdte: Visserij-inspanning in de maanden februari 2012 tot en met januari 2013 Visserij-inspanning in de maanden februari 2012 tot en met januari 2013
gelijk aan of groter dan 16 mm en kleiner dan 32 mm TR3 36.617 36.617
Boomkorren (vistuigtype TBB) met een maaswijdte:
gelijk aan of groter dan 120 mm BT1 999.808 999.808
gelijk aan of groter dan 80 mm en kleiner dan 120 mm BT2 22.004.242 22.004.242
Kieuwnetten en warrelnetten (vistuigtype GN) GN 438.664 438.664

¹ Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 6 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

² Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die niet deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 6 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

De vissoorten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, de vangstgebieden, bedoeld in artikel 1, eerste lid, en de percentages, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 9

De hoeveelheden, bedoeld in de artikelen 25, 26 en 27 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Artikel Vissoort Hoeveelheid
Artikel 25, eerste lid, onderdeel a Kabeljauw: 121 kilogram
Artikel 25, eerste lid, onderdeel a Wijting: 54 kilogram
Artikel 25, eerste lid, onderdeel b Kabeljauw: 39.564 kilogram
Artikel 25, eerste lid, onderdeel b Wijting: 9.628 kilogram
Artikel 26, eerste lid, onderdeel a Makreel: 137 kilogram
Artikel 26, eerste lid, onderdeel b Makreel: 4.576 kilogram
Artikel 27, eerste lid Horsmakreel: 463.956 kilogram

Bijlage 9

De hoeveelheden, bedoeld in de artikelen 25, 26 en 27 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Artikel 25, eerste lid, onderdeel a Kabeljauw: 89 kilogram
Artikel 25, eerste lid, onderdeel a Wijting: 62 kilogram
Artikel 25, eerste lid, onderdeel b Kabeljauw: 27.601 kilogram
Artikel 25, eerste lid, onderdeel b Wijting: 10.440 kilogram
Artikel 26, eerste lid, onderdeel a Makreel: 117 kilogram
Artikel 26, eerste lid, onderdeel b Makreel: 3.846 kilogram
Artikel 27, eerste lid Horsmakreel: 388.538 kilogram

Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, achtste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 11

Recordstructuur door afslag aan te leveren verkoopdocumenten als bedoeld in artikel 125, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 73a. Instandhoudings- en handhavingmaatregelen in GFCM-overeenkomstgebied

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 10, 12, eerste lid, 15, eerste lid, 16, en 17, vijfde lid, van verordening nr. 1343/2011.

Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone

Hoofdstuk 6. Controleverordening

§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen

§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden

§ 3. Controle op visserij-inspanning

§ 4. Controle op vlootbeheer

§ 5. Controle op meerjarenplannen

§ 6. Controle op technische maatregelen

§ 7. Controle op de afzet

§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving

Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen

§ 1. Toegangsregels derde landen

Artikel 131a. Maatregelen ten aanzien van derde landen die niet-duurzame visserij toelaten

Het is verboden in strijd te handelen met op grond van artikel 4 van verordening nr. 1026/2012 vastgestelde maatregelen.

§ 3. IUU en vangstdocumentatieregelingen

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage 2

B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de artikelen 14, zesde lid, 71, tweede lid, 75, derde lid, 76, tweede lid, 77, vijfde lid, en 124, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 3

Aanlandingsplaatsen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Haventje van Waarde (gemeente Reimerswaal)

Haven Flauwers (gemeente Zierikzee)

Bijlage 6

Europees quotum (x 1.000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2013 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 8

De vissoorten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, de vangstgebieden, bedoeld in artikel 1, eerste lid, en de percentages, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 10

Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, achtste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.