← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van 14 juli 2011, nr. 218837, houdende samenvoeging en vereenvoudiging van diverse regelingen op het gebied van de zeevisserij (Uitvoeringsregeling zeevisserij)

Geldende tekst a fecha 2024-11-26

Gelet op verordening nr. 3440/84; verordening nr. 894/97; verordening nr. 850/98; verordening nr. 1434/98; verordening nr. 2549/2000; verordening nr. 1035/2001; verordening nr. 1936/2001; verordening nr. 2056/2001; verordening nr. 494/2002; verordening nr. 2347/2002; verordening nr. 2371/2002; verordening nr. 882/2003; verordening nr. 1185/2003; verordening nr. 1954/2003; verordening nr. 1984/2003; verordening nr. 26/2004; verordening nr. 600/2004; verordening nr. 601/2004; verordening nr. 811/2004; verordening nr. 812/2004; verordening nr. 827/2004; verordening nr. 1415/2004; verordening nr. 2115/2005; verordening nr. 2187/2005; verordening nr. 388/2006; verordening nr. 1198/2006; verordening nr. 1967/2006; verordening nr. 520/2007; verordening nr. 1098/2007; verordening nr. 1386/2007; verordening nr. 199/2008; verordening nr. 517/2008; verordening nr. 734/2008; verordening nr. 1005/2008; verordening nr. 1006/2008; verordening nr. 1342/2008; verordening nr. 302/2009; verordening nr. 1010/2009; verordening nr. 1224/2009; verordening nr. 1288/2009; verordening nr. 201/2010; verordening nr. 640/2010; verordening nr. 1013/2010; verordening nr. 1236/2010; verordening nr. 57/2011 en uitvoeringsverordening nr. 404/2011;

Gelet op de artikelen 3, 4 en 5, van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 en op artikel 3 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsbepalingen
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

In deze regeling wordt voorts verstaan onder:

Artikel 2. Nadere begripsbepalingen
1.

Voor de toepassing van de in artikel 1, tweede lid, genoemde verordeningen is het visserijcontrolecentrum, bedoeld in artikel 4, vijftiende lid, van de controleverordening, van Nederland de meldkamer van de NVWA te Echt.

2.

Voor de toepassing van de in artikel 1, tweede lid, genoemde verordeningen wordt onder ’ICES-deelgebied IV’, ICES-deelgebied 4 en ’Noordzee’ mede verstaan de in het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 genoemde wateren.

Artikel 3. Verboden op grond van de basisverordening
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 15, eerste, elfde en twaalfde lid, en 31, vijfde lid van de basisverordening.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 11, tweede en vierde lid, 12, eerste en derde lid, en 15, tweede en zesde lid, van de basisverordening vastgestelde maatregelen, onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen, onderscheidenlijk gedelegeerde handelingen, en met de door een andere lidstaat dan Nederland op grond van de artikelen 13 en 20 van de basisverordening vastgestelde noodmaatregelen onderscheidenlijk instandhoudings- en beheersmaatregelen.

Artikel 4. Toegang tot 12-mijlszone

Het is verboden met een buitenlands vissersvaartuig de visserij uit te oefenen in de territoriale zee van Nederland, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee, anders dan voortvloeiend uit artikel 5, tweede lid, van de basisverordening.

Artikel 5. Vaststelling lettertekens gemeenten

De gemeenten en de lettertekens waarmee de gemeenten worden aangeduid, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Registratiebesluit, zijn vastgesteld in bijlage 1.

Artikel 6. Aanwijzing havens
1.

Vis wordt in Nederland uitsluitend aangeland, gelost of overgeladen door een vissersvaartuig:

mits het aanlanden, lossen of overladen is toegestaan op grond van de in artikel 1, tweede lid, genoemde verordeningen.

2.

Het is verboden vis in Nederland aan te landen, te lossen of over te laden met een ander vaartuig dan een vissersvaartuig.

3.

Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor andere vaartuigen dan vissersvaartuigen in de in bijlage 2A vermelde havens of in de in bijlage 3 vermelde plaatsen, voor zover het op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels is toegestaan met deze vaartuigen de visserij uit te oefenen.

4.

Het is vissersvaartuigen die vis aan boord hebben uitsluitend toegestaan direct of indirect verbinding met de wal te maken in de havens of plaatsen waar de vis door het betrokken vissersvaartuig op grond van het eerste lid mag worden aangeland, mits de toegang tot de haven is toegestaan op grond van de in artikel 1, tweede lid, genoemde verordeningen.

Artikel 7. Voorschriften aanlanden
1.

Voor zover niet op grond van de in artikel 2, tweede lid, genoemde verordeningen anders is bepaald, wordt, voordat het aanlanden van vis plaatsvindt, elektronisch melding gedaan:

2.

De melding geschiedt ten minste vier uur voor het tijdstip van aanlanding door de kapitein, de eigenaar of diens gemachtigde en bevat ten minste de navolgende gegevens:

3.

Het geschatte tijdstip van aanlanding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, verschilt niet meer dan een half uur van het daadwerkelijke tijdstip van aanlanding.

4.

Indien het een vissersvaartuig met een lengte over alles van minder dan 10 meter betreft, geldt dat de melding in afwijking van de aanhef van het tweede lid:

Artikel 8. Voorschriften lossen
1.

Een ambtenaar van de NVWA heeft toestemming gegeven om te lossen.

2.

Op verzoek van degene die vis aanlandt, kan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, worden verleend door een functionaris, namens een ambtenaar van de NVWA. Als verzoek om toestemming wordt in ieder geval aangemerkt het elektronische bericht van terugkeer naar de haven van aanlanding dat overeenkomstig artikel 37 in samenhang met Bijlage X van de Uitvoeringsverordening van de Controleverordening is verstuurd.

3.

Toestemming als bedoeld in het eerste lid wordt gegeven in de volgorde van melding van het tijdstip van aanlanding.

4.

Het lossen van vis in de in bijlage 2 A genoemde havens vindt plaats op de in die bijlage achter de desbetreffende haven genoemde losplaatsen.

5.

Alle zich aan boord van het vissersvaartuig bevindende vis, met uitzondering van paling, wordt in één ononderbroken losbeurt in zijn geheel gelost.

6.

Voor zover het de vissoorten betreft, genoemd in bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2023, voor zover van toepassing voor 2024, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, is de vis die groter is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder 17, van de basisverordening per verpakkingseenheid naar vissoort gesorteerd en wordt de vis per vissoort gelost.

7.

Het vijfde lid is niet van toepassing op het lossen van vis uit een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend, mits alle aan boord aanwezige vis geheel is gelost voordat het vaartuig uitvaart.

Artikel 9. Verplichtingen in kader van datacollectie

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 12, tweede en derde lid, en 20, eerste lid, van verordening 2017/1004.

Hoofdstuk 2. Vangstmogelijkheden

§ 1. Verordening vangstmogelijkheden

Artikel 10. Vangstverboden
1.

Het is verboden met een vissersvaartuig op de vissoorten, genoemd in bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden, in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2023, voor zover van toepassing voor 2024, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in de bijlagen bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, in de bij die vissoorten vermelde wateren te vissen.

2.

Het is verboden vangsten van een vissoort als bedoeld in het eerste lid, aan boord te houden of aan te landen in de gevallen dat de aanlandplicht niet van toepassing is.

3.

De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden niet voor zover:

4.

De minister maakt de datum, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel a, van de controleverordening, bekend. Deze datum kan per vissoort en vangstgebied verschillen.

5.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder ‘vissen’ mede verstaan het in het desbetreffende vangstgebied varen met een vissersvaartuig dat is uitgerust met het vistuig dat in het voor dat gebied en voor de desbetreffende visserij op grond van artikel 15, zesde lid, van de basisverordening vastgestelde teruggooiplan bij de desbetreffende doelsoort is vermeld en dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, tenzij dat vistuig overeenkomstig artikel 47 van de controleverordening is vastgemaakt en opgeborgen.

Artikel 11. Ontheffing vangstverboden voor wetenschappelijk onderzoek

Van het verbod, bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, kan op grond van artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 uitsluitend ontheffing worden verleend, voor het uitoefenen van de visserij ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, voor zover:

Artikel 12. Reservering vangstmogelijkheden
1.

De Minister kan een deel van de in bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2023, voor zover van toepassing voor 2024, aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden reserveren ten behoeve van:

2.

De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde toewijzing bedraagt per vissoort en vangstgebied ten hoogste 10% van de in bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2023, voor zover van toepassing voor 2024, voor die vissoort in het desbetreffende vangstgebied aan Nederland toegedeelde vangstmogelijkheden.

Artikel 13. Overige verboden
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 7, eerste lid, 10, eerste lid, 13, derde lid, 15, 16, tweede lid, 17, eerste tot en met derde en vijfde lid, 19, eerste lid, 20, eerste en tweede lid, 24, eerste tot en met vierde lid, 27, 28, eerste en derde lid, 30, tweede en vierde lid, 33, eerste tot en met vijfde lid, 35, eerste en derde lid, 36, eerste en tweede lid, 38, eerste, tweede en derde lid, 39, 40, 41, tweede lid, 42, eerste en tweede lid, 45, 48 en 55, eerste en tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden en met de artikelen 18, eerste lid, aanhef en onderdelen o en p, en 55, eerste lid, aanhef en onderdelen j en k, van de verordening vangstmogelijkheden 2023.

2.

De sluitingsperiode als bedoeld in artikel 13, derde lid, van de verordening vangstmogelijkheden is:

3.

Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in strijd met de artikelen 16, eerste lid, 18, eerste, derde en vierde lid, 22, eerste lid, 25, eerste tot en met zevende lid, 28, tweede lid, 30, eerste en derde lid, 32, eerste en tweede lid, 34, eerste lid, 41, eerste lid, 42, vierde lid, 43, 44, 46, 47 en 54 van de verordening vangstmogelijkheden.

4.

De uitzonderingen, bedoeld in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdelen c en d, van de verordening vangstmogelijkheden, gelden uitsluitend voor vissersvaartuigen ten behoeve waarvan een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening is verleend voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdelen c onderscheidenlijk d, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten.

Artikel 14. Visserij op diepzeebestanden
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 5, vijfde en zesde lid, artikel 8, zevende lid, artikel 9, tweede, derde en negende lid, artikel 11, tweede lid, de artikelen 12 en 13, artikel 15, vierde lid, van verordening 2016/2336 en met artikel 3, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, van verordening nr. 2347/2002, voor zover het Unievissersvaartuigen betreft die visserijactiviteiten uitvoeren in het gereglementeerde gebied van NEAFC, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van verordening 2016/2336.

2.

De aanvraag om een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 5, eerste of derde lid, van verordening 2016/2336 bedoelde visserij onderscheidenlijk visserijactiviteiten, voldoet aan artikel 8, eerste lid, van verordening 2016/2336.

3.

De aanvraag om een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 5, eerste lid, van verordening 2016/2336 bedoelde visserij betreft een vissersvaartuig:

4.

Als havens als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van verordening 2016/2336, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B met uitzondering van Den Helder.

Artikel 15. Pelagische visserij
1.

Het is verboden met een vissersvaartuig enige visserijactiviteit uit te oefenen in de zone van de SPRFMO, bedoeld in artikel 4, onderdeel u, van de verordening vangstmogelijkheden.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op vissersvaartuigen die pelagische visserij uitoefenen en die aantoonbaar in 2007, 2008 of 2009 in de in het eerste lid bedoelde zone visserijactiviteiten hebben uitgeoefend of op een vissersvaartuig dat voornoemd vissersvaartuig vervangt, indien:

Artikel 16. Vangstmogelijkheden Oostzee

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 7, eerste, derde en vijfde lid, artikel 8 en artikel 11, eerste en tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee.

Artikel 17. Vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee
1.

Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 4, tweede lid, 5, derde lid, 20 en 21 van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee.

2.

Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in strijd met de artikelen 5, tweede lid, 6, tweede en derde lid, 7, tweede lid, 10, derde lid, 11, tweede lid, 13, derde lid, 14, tweede lid, 16, tweede lid, en 17, derde lid, van de Verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee.

Artikel 18. Herstelmaatregelen kabeljauw Noordzee

Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in de gebieden en gedurende de perioden, bedoeld in artikel 16 van de verordening vangstmogelijkheden.

Artikel 19. Aanvullende visserij-inspanning annex IIA

Vervallen

Artikel 20. Overige visserij-inspanning

Het is verboden te vissen met de typen vistuigen, bedoeld in hoofdstuk III van bijlage II van de verordening vangstmogelijkheden, in het gebied, bedoeld in hoofdstuk I van die bijlage, en die typen vistuig aan boord te houden.

§ 2. Vangstverboden contingentering

Artikel 21. Vangstverbod
1.

Het is verboden met een vissersvaartuig op een vissoort, genoemd in bijlage 8, in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied te vissen.

2.

Het eerste lid geldt niet indien voor het vissersvaartuig voor het desbetreffende vangstgebied een contingent geldt van de desbetreffende vissoort, voor zover dat contingent nog niet is opgevist en indien is voldaan aan artikel 22, eerste lid.

3.

Het is verboden te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met een in bijlage 8a vermeld vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, indien de aanlandplicht van toepassing is op vangsten van de vissoort of de vissoorten die bij dat vistuig is onderscheidenlijk zijn vermeld.

4.

Het derde lid geldt niet indien voor het vissersvaartuig een contingent geldt van de bij het desbetreffende vistuig in bijlage 8a vermelde vissoort of in voorkomend geval vissoorten, voor zover dat contingent of die contingenten, nog niet is onderscheidenlijk zijn opgevist en indien is voldaan aan artikel 22, eerste lid.

5.

Het is verboden in de ICES-sectoren 7d en 7e te varen of te vissen met een vissersvaartuig waarvoor een vismachtiging is verleend als bedoeld in artikel 8, derde lid, van verordening nr. 1954/2003 en dat is uitgerust met de schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter, tenzij voor het vissersvaartuig een contingent horsmakreel geldt dat nog niet is opgevist.

6.

Het is verboden vangsten van een vissoort, genoemd in bijlage 8, aan boord te houden of aan te landen in de gevallen dat de aanlandplicht niet van toepassing is, tenzij voor het vissersvaartuig een contingent voor de desbetreffende vissoort geldt dat nog niet is opgevist.

Artikel 22. Nadere voorschriften
1.

Voor zover het de vissoorten tong of schol betreft, geldt voor het vissersvaartuig voor het desbetreffende vangstgebied zowel een contingent tong als een contingent schol.

2.

Indien voor meer dan één vissersvaartuig van een ondernemer contingenten voor hetzelfde vangstgebied en voor dezelfde vissoort gelden, wordt voor de toepassing van artikel 21, tweede, vierde en vijfde en zesde lid, en artikel 46a, eerste lid, de som van die contingenten in aanmerking genomen.

Artikel 23. Uitzondering vangstverbod MFL1
1.

In afwijking van artikel 21, eerste en derde lid, is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 op een vissoort te vissen in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied onderscheidenlijk te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met het in bijlage 8a vermeld vistuig, dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontingent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.

2.

In afwijking van artikel 21, vijfde lid, is het toegestaan te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 dat is uitgerust met de schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter in de ICES-sectoren 7d en 7e, voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontinent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.

3.

In afwijking van artikel 21, zesde lid, is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 een vissoort aan boord te houden of aan te landen voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontingent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.

Artikel 24. Toegestane vangsthoeveelheden
1.

In afwijking van artikel 21, eerste, derde en zesde lid, is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 op de vissoorten kabeljauw, wijting of makreel te vissen in de vangstgebieden, bedoeld in bijlage 9, of te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met een in bijlage 8a vermeld vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft en waarbij de vissoorten kabeljauw, wijting of makreel worden vermeld, onderscheidenlijk deze vissoorten aan boord te houden of aan te landen, voor zover:

2.

In afwijking van artikel 21, vijfde lid, is het toegestaan met een vissersvaartuig dat is uitgerust met een schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter in ICES-sectoren 7d en 7e te vissen of te varen, voor zover voor het vissersvaartuig geen contingent horsmakreel voor de EU-wateren van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d tezamen geldt en door het desbetreffende vissersvaartuig de hoeveelheid horsmakreel, bedoeld in het eerste lid, onder d, in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist.

3.

De som van de ingevolge het eerste lid voor het kalenderjaar toegestane hoeveelheden kabeljauw, wijting, makreel of horsmakreel voor een vissersvaartuig van een ondernemer die lid is van een groep of producentenorganisatie worden in beheer gegeven aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie.

4.

Indien de visvergunning wordt ingetrokken ingevolge artikel 96, eerste lid, wordt de som van de ingevolge het eerste lid aan het betreffende vissersvaartuig beschikbaar gestelde hoeveelheden kabeljauw, wijting, makreel of horsmakreel voor zover die nog niet zijn opgevist, toegevoegd aan de door de minister gereserveerde vangstmogelijkheden, bedoeld in artikel 12, eerste lid.

5.

In afwijking van het vierde lid, blijft, indien de visvergunning wordt ingetrokken ingevolge artikel 96, eerste lid, onderdeel c, de som van de ingevolge het eerste lid aan het betreffende vissersvaartuig beschikbaar gestelde hoeveelheden kabeljauw, wijting, makreel of horsmakreel voor zover deze nog niet zijn opgevist, indien ze ingevolge artikel 32, eerste lid, aan een groepscontingent zijn toegekend, onderdeel van dat groepscontingent.

Artikel 25. Toegestane bijvangsten kabeljauw of wijting

Vervallen

Artikel 26. Toegestane bijvangsten makreel

Vervallen

Artikel 27. Toegestane bijvangst horsmakreel

Vervallen

Artikel 28. Volledig gedocumenteerde visserij

Vervallen

§ 3. Contingenten

Artikel 29. Bepaling contingent
1.

Voor zover een ondernemer op 31 december om 24.00 uur van enig jaar voor zijn vissersvaartuig een recht op een contingent had van een in bijlage 8 vermelde vissoort, heeft hij gedurende het daaropvolgende kalenderjaar voor dat vissersvaartuig recht op een contingent van die vissoort ter grootte van het in bijlage 8 bij die vissoort vermelde percentage.

2.

Een ondernemer heeft slechts recht op een contingent tong of schol, indien hij ook recht heeft op een contingent schol onderscheidenlijk tong.

3.

Voor de bepaling van een contingent voor een kalenderjaar wordt de hoeveelheid waarmee het contingent voor het daaraan voorafgaande jaar ingevolge artikel 39 is gekort, niet meegerekend.

4.

De minister wijzigt het in het eerste lid genoemde percentage voor een vissoort indien ten gevolge van een bindende EU-rechtshandeling de in bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2023, voor zover van toepassing voor 2024, aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden van die vissoort worden verlaagd.

5.

De minister kan ten behoeve van een ondernemer die zijn contingent van een vissoort nog niet heeft overschreden, het in het eerste lid genoemde percentage wijzigen indien:

Artikel 30. Document met contingent
1.

De minister reikt aan de ondernemer die op grond van artikel 29, eerste lid, recht heeft op een contingent, een document uit waarin het overeenkomstig de artikelen 29 en 39 bepaalde contingent van een vissoort voor het desbetreffende kalenderjaar is vermeld en dat ten minste de volgende gegevens bevat:

2.

Indien na ontbinding van een samenwerkingsverband dat een vissersvaartuig in exploitatie heeft, een of meer van de deelnemers van dit samenwerkingsverband de exploitatie van dat vissersvaartuig voortzetten, wordt na melding daartoe door alle voormalige deelnemers van het ontbonden samenwerkingsverband de tenaamstelling van het document gewijzigd.

§ 4. Groepscontingenten

Artikel 31. In beheer geven contingent aan groep of PO
1.

Ondernemers kunnen de voor hun vissersvaartuigen geldende contingenten van een vissoort voor het desbetreffende kalenderjaar in beheer geven aan een groep of een producentenorganisatie, indien – voor zover het een groep betreft – is voldaan aan het tweede lid.

2.

De groep bestaat uit ten minste vijftien ondernemers die lid zijn van één producentenorganisatie en bezit rechtspersoonlijkheid.

Artikel 32. Toekenning groepscontingent
1.

Indien de minister voor 1 februari van enig kalenderjaar een daartoe strekkend verzoek dat is ingediend overeenkomstig artikel 34 heeft ontvangen van een groep of een producentenorganisatie, kent hij aan die groep of producentenorganisatie een groepscontingent van een vissoort voor een vangstgebied toe gelijk aan:

voor zover deze niet zijn opgevist en aangeland.

2.

Een groepscontingent van een vissoort staat op naam van de groep of de producentenorganisatie en geldt ten gunste van de vissersvaartuigen van ondernemers:

Artikel 33. Recht op individueel aandeel
1.

Een ondernemer heeft slechts recht op een individueel aandeel in een groepscontingent van een vissoort indien:

2.

Indien het groepscontingent van een vissoort volledig is opgevist, is het de ondernemer in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, toegestaan het contingent van de desbetreffende vissoort dat hij nadien verwerft, niet aan de groep of de producentenorganisatie in beheer te geven.

Artikel 34. Indiening verzoek door groep of PO
1.

Het verzoek, bedoeld in artikel 32, eerste lid, wordt door de groep of de producentenorganisatie ingediend en gaat vergezeld van de volgende bescheiden:

2.

In het visplan is ten minste aangegeven:

3.

Indien het verzoek wordt gedaan door een producentenorganisatie, behoeven de in het eerste lid bedoelde bescheiden niet te worden ingediend, voor zover deze door de desbetreffende producentenorganisatie voor 1 februari van het desbetreffende kalenderjaar zijn ingediend op grond van artikel 28 van de GMO-verordening.

4.

De minister wijst het verzoek af, indien:

Artikel 35. Verplichtingen van bestuur van groep of PO
1.

Het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie:

2.

De producentenorganisatie streeft de in artikel 7 van de GMO-verordening genoemde doelstellingen na en kan daartoe de in artikel 8 van de GMO-verordening bedoelde maatregelen toepassen.

Artikel 36. Onttrekking aan groepscontingent
1.

De ten behoeve van een groepscontingent in beheer gegeven contingenten of som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden van een vissoort kunnen door een ondernemer gedurende een kalenderjaar slechts geheel of gedeeltelijk aan het groepscontingent worden onttrokken, indien:

2.

De te onttrekken contingenten of de som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden van een vissoort worden verminderd met de vangsten die tot de datum van onttrekking op basis van die contingenten of de som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden zijn gerealiseerd.

3.

De onttrekking vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer en aan de groep of de producentenorganisatie, dat de melding is ontvangen.

Artikel 37. Uitsluiting deelname
1.

De minister kan op verzoek van het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie een deelnemer aan een groepscontingent van verdere deelname uitsluiten indien de deelnemer de binnen de groep of de producentenorganisatie geldende regels niet naleeft.

2.

De uitgesloten deelnemer aan een groepscontingent heeft voor zover hij een contingent of een som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden in beheer heeft gegeven aan de groep of de producentenorganisatie voor zijn vissersvaartuig recht op een contingent onderscheidenlijk een som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden van de desbetreffende vissoort dat gelijk is aan het op grond van de artikel 29, eerste lid, geldende contingent van die vissoort, verminderd met de tot de datum van uitsluiting met dat vissersvaartuig gerealiseerde vangsten of indien deze hoger zijn, verminderd met het evenredig aandeel van de vangsten gerealiseerd door de deelnemers aan het groepscontingent.

Artikel 38. Basis voor bepaling contingenten

Bij de vermindering, bedoeld in de artikelen 36, tweede lid, en 37, tweede lid, gaat de minister uit van de gegevens uit het Visserij Registratie en Informatie Systeem van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, aangevuld met de gegevens uit de laatste door het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie overgelegde kopie van de administratieve gegevens, bedoeld in artikel 35, onderdeel f, behoudens tegenbewijs van de belanghebbende bij het desbetreffende contingent.

§ 5. Korting, overdracht, aanhouding en ingebruikgeving van contingenten

Artikel 39. Korting op contingenten
1.

Indien de ondernemer het contingent van een vissoort in een kalenderjaar overschrijdt, wordt het contingent van die vissoort voor het daarop volgende kalenderjaar overeenkomstig gekort.

2.

Indien de hoeveelheid waarmee het contingent van die vissoort in een kalenderjaar wordt overschreden, groter is dan het contingent van die vissoort voor het daarop volgende kalenderjaar, wordt het contingent van die vissoort voor de op dat jaar volgende kalenderjaren overeenkomstig gekort.

3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de ondernemer in het kalenderjaar de som van de voor zijn vissersvaartuigen geldende contingenten overschrijdt.

4.

Indien het groepscontingent van een vissoort in een kalenderjaar wordt overschreden, worden de contingenten van die vissoort van de deelnemers aan dat groepscontingent voor het daarop volgende kalenderjaar gekort met de hoeveelheid waarmee hun individueel aandeel van die vissoort in dat groepscontingent is overschreden.

5.

Indien de hoeveelheid, bedoeld in het vierde lid, groter is dan het contingent van die vissoort voor het daarop volgende kalenderjaar, wordt het contingent van die vissoort voor de op dat jaar volgende kalenderjaren overeenkomstig gekort.

6.

In afwijking van het eerste tot en met vijfde lid, kan de minister op verzoek van de ondernemer de overschrijding van:

7.

De leden 1 tot en met 5, gelden niet indien aan de ondernemer of de deelnemers aan het groepscontingent op basis van een overeenkomstig artikel 46a ingediende aanvraag een aanlandcontingent ter grootte van de overschrijding is verstrekt, voor zover de betrokken ondernemer of de betrokken deelnemers aan het groepscontingent heeft onderscheidenlijk hebben voldaan aan artikel 46c.

Artikel 40. Andere verdeling van contingenten over vissersvaartuigen
1.

In afwijking van artikel 29, eerste lid, kan een ondernemer op wiens naam meer dan één vissersvaartuigen geregistreerd zijn waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt, die contingenten op een andere manier over deze vissersvaartuigen verdelen.

2.

De verdeling is slechts toegestaan, indien:

3.

De andere verdeling wordt slechts toegepast na kennisgeving van de minister aan de ondernemer dat de melding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is ontvangen.

Artikel 41. Overdraagbaarheid van contingenten
1.

Het recht van een ondernemer op een contingent van een vissoort is geheel of gedeeltelijk overdraagbaar aan één of meer ondernemers met één of meer vissersvaartuigen dat behoort onderscheidenlijk die behoren tot het segment MFL1 indien is voldaan aan het tweede tot en met het vijfde lid en aan de artikelen 42 en 43.

2.

Een ondernemer die zijn contingent geheel of gedeeltelijk wil overdragen, dient daarvoor een verzoek in bij de minister. Dit verzoek gaat vergezeld van het document, bedoeld in artikel 30.

3.

Indien de ondernemer aan wie het contingent wordt overgedragen, meer dan één vissersvaartuig heeft, wordt bij het verzoek vermeld welk deel van het over te dragen contingent voor elk van deze vissersvaartuigen komt te gelden.

4.

Indien ten behoeve van de ondernemer een pandrecht op het contingent van de desbetreffende vissoort is verleend, gaat het verzoek vergezeld van een verklaring dat de pandhouder met de overdracht instemt.

5.

De instemming van de pandhouder is slechts vereist indien de pandhouder de minister door middel van een afschrift van de akte van verpanding in kennis heeft gesteld van het gevestigde pandrecht.

Artikel 42. Voorwaarden voor overdracht van contingenten
1.

Een geheel contingent tong of schol kan slechts worden overgedragen:

2.

Een gedeeltelijk contingent tong kan slechts worden overgedragen aan een ondernemer ten behoeve van een vissersvaartuig waarvoor zowel een contingent tong als schol geldt.

3.

Een gedeeltelijk contingent van een andere vissoort dan genoemd in het tweede lid kan slechts worden overgedragen aan een ondernemer ten behoeve van een vissersvaartuig waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt.

Artikel 43. Overdracht van contingenten

De overdracht vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer aan wie het contingent van een vissoort wordt overgedragen, dat het overgedragen contingent voor een door de ondernemer aangewezen vissersvaartuig of vissersvaartuigen op zijn naam komt te gelden en dat dat contingent voor het lopende kalenderjaar is verminderd met het eventueel opgeviste deel daarvan, de hoeveelheden, bedoeld in artikel 39, en de hoeveelheden, bedoeld in artikel 46c, derde lid.

Artikel 44. Aanhouden van contingenten
1.

De minister kan op verzoek van de desbetreffende ondernemer voor een door hem vast te stellen periode het overgedragen contingent van een vissoort of het contingent van een vissoort dat voor een door de ondernemer aan te wijzen vissersvaartuig geldt, aanhouden.

2.

Indien de ondernemer meer dan één vissersvaartuig heeft aangewezen, geeft hij voor elk van deze vaartuigen aan welk deel van het aangehouden contingent voor dat vaartuig komt te gelden.

3.

Een aangehouden contingent van een vissoort kan alleen voor vissersvaartuigen komen te gelden waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt.

4.

Een aangehouden contingent tong of schol kan alleen voor vissersvaartuigen komen te gelden waarvoor zowel een contingent tong als een contingent schol geldt.

5.

Het geldend maken van een contingent tijdens de door de minister vastgestelde periode van aanhouding kan slechts plaatsvinden indien de ondernemer één of meer vissersvaartuigen heeft aangewezen waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt en voor zover het een contingent voor de vissoorten tong of schol betreft voor het vissersvaartuig zowel een contingent tong als schol geldt.

6.

Indien de ondernemer binnen de door de minister vastgestelde periode van aanhouding geen vissersvaartuig of vissersvaartuigen heeft aangewezen ten behoeve waarvan een aangehouden contingent kan komen te gelden, vervalt na afloop van deze periode de toekenning van het contingent.

Artikel 45. Ingebruikgeving van contingenten
1.

Een ondernemer kan het contingent van een vissoort dat voor zijn vissersvaartuig geldt of dat ingevolge artikel 44 is aangehouden, in het kalenderjaar geheel of gedeeltelijk in gebruik geven aan:

2.

Het eerste lid is slechts van toepassing indien:

3.

De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, dat de melding is ontvangen. Indien het voor dat kalenderjaar voor het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen van de ondernemer waaraan in gebruik wordt gegeven geldende contingent van de desbetreffende vissoort is overschreden op het moment van ontvangst van de in het tweede lid bedoelde melding, vindt de kennisgeving voor het lopende kalenderjaar slechts plaats nadat de hoeveelheden, bedoeld in artikel 46c, derde lid, daarop in mindering zijn gebracht.

Artikel 46. Ingebruikgeving van groepscontingenten
1.

Een bestuur van een groep of van een producentenorganisatie kan het groepscontingent van een vissoort gedeeltelijk in gebruik geven aan een andere groep of producentenorganisatie ten behoeve van samenvoeging met een groepscontingent van die vissoort, indien het bestuur van de ingebruikgeving voor 15 januari van het kalenderjaar volgend op het jaar waarop de melding betrekking heeft, melding heeft gedaan aan de minister.

2.

Een bestuur van een groep of van een producentenorganisatie kan het groepscontingent van een vissoort gedeeltelijk in gebruik geven aan een of meer met name genoemde ondernemers, met één of meer vissersvaartuigen dat behoort onderscheidenlijk die behoren tot het segment MFL1, die geen lid is onderscheidenlijk zijn van een groep of een producentenorganisatie en voor wiens vissersvaartuig een contingent van dezelfde vissoort geldt, of voor zover het contingent voor de vissoorten tong of schol betreft, voor beide soorten een contingent geldt, indien het bestuur van de ingebruikgeving voor 1 maart van het desbetreffende kalenderjaar melding heeft gedaan aan de minister.

3.

De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie dat de melding is ontvangen. Indien het voor dat kalenderjaar voor het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen van de ondernemer waaraan in gebruik wordt gegeven geldende contingent van de desbetreffende vissoort is overschreden op het moment van ontvangst van de in het tweede lid bedoelde melding, vindt de kennisgeving voor het lopende kalenderjaar slechts plaats nadat de hoeveelheden, bedoeld in artikel 46c, derde lid, daarop in mindering zijn gebracht.

§ 6. Overige bepalingen over contingenten

Artikel 47. Spanvisserij
1.

Indien twee of meer Nederlandse vissersvaartuigen, waarvoor contingenten haring, die op hetzelfde vangstgebied betrekking hebben, kabeljauw en wijting, of makreel gelden, de visserij in span uitoefenen, wordt aan elk van de betrokken vissersvaartuigen een evenredig deel van de totale door deze vissersvaartuigen aangelande hoeveelheid van de desbetreffende vissoort of vissoorten toegerekend.

2.

Alle tot het span te rekenen vissersvaartuigen landen in dezelfde Nederlandse haven aan en lossen gezamenlijk.

Artikel 48. Nadere voorschriften contingenten haring

Indien het een contingent haring betreft, zijn de artikelen 31, eerste lid, 32, eerste lid, 40, eerste lid, 41, tweede lid, voor zover verband houdend met gedeeltelijke overdracht, 44, eerste lid, 45, eerste lid, en 46, eerste en tweede lid, uitsluitend van toepassing, indien het één en hetzelfde vangstgebied betreft.

Artikel 49. Nadere voorschriften meldingen
1.

Een melding als bedoeld in de artikelen 30, tweede lid, 36, eerste lid, onderdeel a, 40, tweede lid, onderdeel a, 45, tweede lid, onderdeel a, en 46, eerste en tweede lid, onderdeel a, wordt bij de minister gedaan op een daartoe bestemd formulier.

2.

Een verzoek als bedoeld in de artikelen 32, eerste lid, 37, eerste lid, 39, zesde lid, 41, tweede lid, 42, vierde lid, en 44, eerste lid, wordt bij de minister ingediend op een daartoe bestemd formulier.

Hoofdstuk 3. Technische maatregelen

Artikel 50. Meting maaswijdte

Voor de toepassing van de in dit hoofdstuk genoemde verordeningen wordt de maaswijdte van vistuig gemeten overeenkomstig verordening nr. 517/2008.

Artikel 51. Voorzieningen aan sleepnetten

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4 tot en met 15 van verordening nr. 3440/84, of sleepnetten als bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 3440/84, aan boord te houden indien deze netten niet voldoen aan de artikelen 4 tot en met 15 van die verordening.

Artikel 52. Drijfnetten

Vervallen

Artikel 53. Bescherming jonge exemplaren mariene organismen
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 7, eerste lid, 8, tweede tot en met vierde lid, 9, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, 10, eerste tot en met derde lid, 11, eerste en tweede lid, 12, eerste lid, en 13, tweede en vierde lid, en met de technische maatregelen, bedoeld in de artikelen 15, eerste lid, en 28 van verordening 2019/1241.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 8, vijfde lid, en 24, eerste lid, van verordening 2019/1241 vastgestelde uitvoeringshandelingen en met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 15, tweede lid, 23, eerste en vijfde lid, en 27, zevende lid, van verordening 2019/1241 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 11, derde lid, van verordening 2019/1241, is de NVWA.

4.

Het in het eerste lid bedoelde verbod is, voor zover dat betrekking heeft op artikel 7, eerste lid, onder b, van verordening 2019/1241, gedurende de overgangsperiode en in het gebied, bedoeld in bijlage V, deel D, punt 2, van die verordening niet van toepassing op het vissen met een elektrische pulskor als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder 17, van die verordening, voor zover:

5.

De minister kan de aan de toestemming verbonden voorschriften wijzigen.

6.

Het is verboden elektrische pulskorren als bedoeld in artikel 6, onder 17, van verordening 2019/1241 aan boord te hebben van een vissersvaartuig, indien niet is voldaan aan het vierde lid, onderdeel a, b of d.

7.

De minister kan de toestemming intrekken of voor een bepaalde periode schorsen indien naar het oordeel van de minister:

Artikel 54. Nationale voorschriften als bedoel in bijlage V, deel B, punt 1.2, van verordening 2019/1241
1.

Voor de toepassing van de voorwaarde voor gerichte visserij op Noordzeegarnalen en ringsprietgarnalen met een maaswijdte van ten minste 16 mm, bedoeld in de tabel in bijlage V, deel B, punt 1.2 van verordening 2019/1241 geldt dat een zeeflap:

2.

De zeeflap behoeft gedurende de periode van 15 april tot en met 15 november niet bevestigd te zijn voor zover de gerichte visserij op Noordzeegarnalen of ringsprietgarnalen wordt uitgeoefend in de kustwateren en het zeegebied, bedoeld in het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970, en in de Nederlandse territoriale zee.

3.

Het is verboden handelingen te verrichten of middelen aan te wenden waardoor de ontsnapping van mariene organismen door het ontsnappingsgat wordt bemoeilijkt of belet, met uitzondering van het gebruik van een overkuil met een maaswijdte van minimaal 80 mm, die is aangebracht op maximaal 30 mazen voor het ontsnappingsgat, of een secundaire kuil met een maaswijdte van minimaal 80 mm.

Artikel 55. Toestemming als bedoeld in de artikelen 25 en 26 van verordening 2019/1241
1.

De toestemming, bedoeld in de artikelen 25, eerste lid, onderdeel a, en 26, eerste lid, van verordening 2019/1241 wordt op aanvraag door de minister verleend.

2.

Artikel 11, eerste lid, onderdelen a, b en d, is van toepassing op het wetenschappelijk onderzoek ten behoeve waarvan de in de artikelen 25 en 26 van verordening 2019/1241 bedoelde visserijactiviteiten worden verricht.

3.

De minister kan aan de toestemming voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen.

4.

Degene aan wie toestemming is verleend, handelt overeenkomstig artikel 25, eerste lid, onderdelen c en d, en in voorkomend geval onderdeel f, en tweede lid, of artikel 26, tweede lid, van verordening 2019/1241 en overeenkomstig de aan de toestemming verbonden voorschriften.

Artikel 56. Haring voor industriële doeleinden

Vervallen

Artikel 57. Herstel kabeljauw Ierse zee

Vervallen

Artikel 58. Over grote afstand trekkende visbestanden in IOTC-gebied

Vervallen

Artikel 59. Aanvullende maatregelen herstel kabeljauwbestanden in Noordzee

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4 tot en met 9 van verordening nr. 2056/2001.

Artikel 60. Aanvullende maatregelen herstel heek in ICES 3, 4, 5, 6, 7 en 8a, b, d, e

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 2, eerste lid, 3, 4, 5, tweede lid, en 6 van verordening nr. 494/2002.

Artikel 61. Toezichtsdocumenten
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, 6, eerste, derde, zesde en zevende lid van verordening nr. 882/2003.

2.

Het is verboden tonijn als bedoeld in artikel 3, onderdeel 1, van verordening nr. 882/2003, die is gevangen in het toepassingsgebied van de overeenkomst, bedoeld in artikel 3, onderdeel 3, van die verordening, op te slaan, te verwerken of in de handel te brengen.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing indien:

4.

De autoriteit, bedoeld in artikel 6, eerste, derde en zevende lid, van verordening nr. 882/2003, is de minister.

Artikel 62. Verbod afsnijden haaienvinnen

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 3 van verordening nr. 1185/2003.

Artikel 63. Antarctische wateren
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, 4, 6, 7, eerste tot en met derde lid, 8, eerste tot en met achtste lid, 9, eerste tot en met derde lid, 10, 11, derde tot en met vijfde lid, 12, eerste tot en met vierde lid, en 14, eerste tot en met derde lid, van verordening nr. 600/2004.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, 7 bis, 7 ter, 9, eerste tot en met derde lid, 13, eerste tot en met derde lid, 14, eerste en tweede lid, 17, eerste en derde lid, 18, eerste en tweede lid, 19, eerste lid, 23, eerste lid, en 24, eerste en tweede lid, van verordening nr. 601/2004.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 9, derde lid, 13, eerste lid en 17, eerste lid, van verordening nr. 601/2004, is de NVWA.

4.

Het is verboden Dissostichus spp. uit het verdragsgebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 601/2004, aan te landen of over te laden zonder dat de melding, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van verordening nr. 601/2004, vergezeld gaan van een door de kapitein of de ondernemer van een vissersvaartuig ondertekende schriftelijke verklaring als bedoeld in dat lid.

Artikel 64. Maatregelen incidentele vangst van walvisachtigen

Vervallen

Artikel 65. Technische maatregelen Oostzee, de Belten en de Sont

Vervallen

Artikel 66. Technische maatregelen over grote afstand trekkende visbestanden

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 29 van verordening nr. 520/2007, tenzij is voldaan aan artikel 17 van verordening 2021/56.

Artikel 67. Kwetsbare mariene ecosystemen in volle zee
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, eerste lid, 6, 7 en 9 van verordening nr. 734/2008.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, derde lid, van verordening nr. 734/2008, is de NVWA.

Artikel 68. Meerjarenplan Noordzee

Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van artikel 8, artikel 9, eerste lid, en artikel 11 van verordening 2018/973 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Hoofdstuk 4. Meerjarenplannen en overige instandhoudingsmaatregelen

Artikel 69. Beheer visserij-inspanning westelijke wateren
1.

Het is verboden de visserij uit te oefenen in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 1954/2003, op de in de bijlage bij die verordening per visserijgebied genoemde doelsoorten.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is in een kalenderjaar voor een doelsoort in een visserijgebied niet van toepassing op vaartuigen als bedoeld in het derde lid, in de periode dat het maximale visserij-inspanningsniveau, bedoeld in bijlage I en II bij verordening nr. 1415/2004, voor die doelsoort in dat visserijgebied niet is bereikt. De minister maakt de datum waarop het maximale visserij-inspanningsniveau is bereikt, bekend.

3.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is in een vangstgebied niet van toepassing op vissersvaartuigen die staan vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening nr. 1954/2003, en waaraan voor het desbetreffende visserijgebied een vismachtiging is verleend als bedoeld in artikel 8, derde lid, van die verordening.

Artikel 70. Meerjarenplan westelijke wateren

Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van artikel 9, eerste lid, artikel 13, eerste lid, en artikel 14, tweede lid, van verordening 2019/472 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Artikel 71. Herstelplan zwarte heilbot in NAFO-gebied

Vervallen

Artikel 72. Meerjarenplan westelijk deel Middellandse Zee

Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van artikel 11, vijfde lid, artikel 13, eerste lid, en artikel 14 van verordening 2019/1022 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Artikel 73. Beheersmaatregelen visbestanden in Middellandse Zee

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste, tweede en derde lid, 13, eerste tot en met vierde lid, 17, eerste lid, 21, en 22, eerste lid, van verordening nr. 1967/2006.

Artikel 74. Meerjarenplan Oostzee
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11 en 12 van verordening 2016/1139 en met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 6, eerste lid, 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van verordening 2016/1139 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

2.

Als havens als bedoeld in artikel 14 van verordening 2016/1139 worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van artikel 6, eerste lid, toegelaten havens.

Artikel 75

Door vernummering vervallen.

Artikel 76

Door vernummering vervallen.

Artikel 77

Door vernummering vervallen.

Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone

Artikel 78

Door vernummering vervallen.

Artikel 79. Verbod uitoefening visserij op gequoteerde soorten met niet vissersvaartuigen
1.

Het is verboden met andere vaartuigen dan vissersvaartuigen de visserij met trawlnetten, vistuig van het type staandwant, Deense zegennetten of soortgelijke netten uit te oefenen op de vissoorten genoemd in bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2023, voor zover van toepassing voor 2024, in de bij die vissoorten genoemde wateren alsmede dergelijke netten aan boord te houden van een ander vaartuig dan een vissersvaartuig.

2.

Vervallen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op een scheepswerf die daartoe melding heeft gedaan aan de minister met gebruikmaking van het daartoe bestemde formulier, voor zover het betreft de uitoefening van de visserij door een vaartuig:

4.

Het is verboden één of meer boomkorren aan boord te houden van een vissersvaartuig waarvoor ingevolge deze regeling een verbod geldt om in het vangstgebied op tong of schol te vissen dan wel tong of schol uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden.

5.

Het vierde lid is niet van toepassing op de visserij met een vissersvaartuig:

Artikel 80. Verbod gebruik bepaalde vistuigen door niet vissersvaartuigen

Het is verboden om anders dan met een vissersvaartuig in de visserijzone te vissen met:

Artikel 81. Visserij-inspanning staandwant
1.

Het is verboden om in de visserijzone met een Nederlands vissersvaartuig met een lengte van over alles van minder dan 10 meter de visserij uit te oefenen met een vistuig van het type staandwant.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een vissersvaartuig indien:

3.

De totale toegestane visserij-inspanning voor de visserij met een vistuig van het type staandwant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bedraagt 188.159 kW dagen per kalenderjaar.

4.

De minister maakt het tijdstip bekend waarop naar zijn oordeel de in het derde lid bedoelde visserij-inspanning voor een kalenderjaar is opgebruikt.

Artikel 82. Vermelding staandwant op visvergunning

Een vermelding van een vistuig van het type staandwant op een visvergunning geschiedt slechts ten aanzien van een vaartuig:

Artikel 83. Berekening resterende visserij-inspanning staandwant
1.

De kapitein of diens vertegenwoordiger meldt de minister voordat het vaartuig de haven verlaat wanneer een vissersvaartuig buitengaats gaat:

2.

Wanneer de melding, niet is gedaan voordat het vaartuig buitengaats gaat, wordt de volledige door dat vissersvaartuig gedurende de visreis verrichte inspanning in mindering gebracht op de totale toegestane visserij-inspanning voor visserij met een vistuig van het type staandwant.

3.

Indien een vissersvaartuig geen melding heeft gedaan, maar niet kon vissen met vistuig van het type staandwant, omdat het noodhulp bood aan een ander vaartuig of een gewonde persoon voor spoedeisende medische zorg vervoerde, wordt de door dat vissersvaartuig verrichte inspanning niet op de totale toegestane visserij-inspanning voor visserij met een vistuig van het type staandwant in mindering gebracht.

Artikel 84. Maximale lengte staandwant

Het is verboden om in de visserijzone per Nederlands vissersvaartuig op hetzelfde moment meer dan 25 kilometer vistuig van het type staandwant in het water te hebben uitstaan of aan boord te hebben, ongeacht de lengte van het desbetreffende vissersvaartuig.

Artikel 85. Aanlandverboden
1.

Het is verboden heek aan boord van een vissersvaartuig te houden of heek aan te landen, indien de hoeveelheid heek aan boord meer bedraagt dan 5% van het gewicht van de totale vangst aan boord.

2.

Het is verboden schelvis aan boord van een vissersvaartuig te houden of schelvis aan te landen, indien de hoeveelheid schelvis aan boord meer bedraagt dan 50% van het gewicht van de totale vangst aan boord.

3.

Het is verboden met een vissersvaartuig ongesorteerde vangsten van vis die groter is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder 17, van de basisverordening aan te landen.

4.

Het eerste of het tweede lid is niet van toepassing indien heek onderscheidenlijk schelvis valt onder de aanlandplicht.

Artikel 86. Kabeljauw vermijdende netaanpassingen
1.

In zoverre in afwijking van verordening nr. 850/98 en van verordening nr. 2056/2001 is het verboden sleepnetten, behorend tot de vistuigcategorie TR1 of TR2, of combinaties van tot die vistuigcategorie behorende sleepnetten van verschillende maaswijdteklassen aan boord te hebben of te gebruiken in deelgebied 4 (Noordzee), de Europese wateren van sector 2a en deelsector 3a.20 (Skagerrak), tenzij de netten:

2.

Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde panelen is overigens voldaan aan artikel 7, tweede en derde lid, van verordening nr. 850/98.

Artikel 87. Verzegeling motoren
1.

Voor de toepassing van het tweede tot en met vijfde lid en de artikelen 88 en 94 wordt onder motorvermogen verstaan: maximaal continue-vermogen zonder aftrek van door de motor aangedreven hulpmachines, uitgedrukt in kW dat de hoofdmotor of hoofdmotoren zonder overbelasting kan onderscheidenlijk, kunnen leveren, en dat mechanisch, elektrisch, hydraulisch of anderszins kan worden aangewend voor de voortstuwing van het vaartuig, zoals dat is vastgesteld door de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport ingevolge het Vissersvaartuigenbesluit of het Vissersvaartuigenbesluit 2002, of in voorkomend geval blijkt uit een verklaring inzake het maximaal continue-vermogen, opgesteld door de fabrikant of de leverancier.

2.

Voor zover het motorvermogen van een vissersvaartuig meer dan 120 kW is, is het verboden de visserij uit te oefenen met dat vissersvaartuig, indien de hoofdmotor of de hoofdmotoren van het vaartuig niet door een onderneming die is erkend op grond van artikel 87a zijn verzegeld.

3.

Terzake van de in het tweede lid bedoelde verzegeling wordt door een erkend zegelbureau overeenkomstig de voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 12b, een zegelplan opgemaakt.

4.

De ondernemer stuurt na opmaak of wijziging van het zegelplan, bedoeld in het derde lid, een afschrift hiervan aan de minister.

5.

De zegels bestemd voor verzegeling van de hoofdmotor of hoofdmotoren als bedoeld in het tweede lid, worden beschikbaar gesteld door de NVWA.

Artikel 88. Documenten aan boord
1.

Voor zover een vissersvaartuig is aangemeld bij de Inspectie Leefomgeving en Transport zoals vereist krachtens artikel 20, tweede lid, van het Vissersvaartuigenbesluit of artikel 1.11 van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 heeft de ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde de desbetreffende aanmelding aan boord van het vissersvaartuig.

2.

Voor zover het motorvermogen van een vissersvaartuig meer dan 120 kW is, heeft de ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde het zegelplan, bedoeld in artikel 88, derde lid, aan boord van het vissersvaartuig.

3.

De ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde doet onverwijld doch in ieder geval vóór het tijdstip van aanlanding melding van wijzigingen die zich ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het desbetreffende vaartuig hebben voorgedaan ten opzichte van de in het eerste lid bedoelde aanmelding of het bij dat vaartuig behorende zegelplan en die hem bekend waren of hem redelijkerwijs bekend hadden moeten zijn. Wijzigingen die kennelijk zijn opgetreden door menselijk toedoen worden in ieder geval aangemerkt als redelijkerwijs bekend.

4.

De melding, bedoeld in het derde lid, geschiedt overeenkomstig artikel 7, tweede lid.

Artikel 89. Vermelding vissoort op verpakking

Het is verboden diepgevroren vis in verpakkingen aan te landen, tenzij op de verpakking de in de verpakking aanwezige vis per vissoort is vermeld volgens de FAO-3lettercodes, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel b, van de controleverordening.

Artikel 90. Traceerbaarheid
1.

De ondernemer bewaart een kopie van alle door of namens hem ingevulde visserijlogboeken, aangiften van overlading en aangiften van aanlanding als bedoeld in de artikelen 14, 21 onderscheidenlijk 23 van de controleverordening, gedurende een periode van drie jaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de desbetreffende gegevens zijn ingediend.

2.

De aanvoerder van vis, degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf vis afneemt en degene die zijn bemiddeling verleent bij het veilen van vis, houden een administratie bij van de overdracht en de opslag van vis, waarin in ieder geval de volgende gegevens worden vermeld:

3.

De aanvoerder van vis houdt de administratie dagelijks bij en vermeldt in zijn administratie naast de in het tweede lid bedoelde gegevens tevens de volgende gegevens:

4.

Degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf vis afneemt en degene die zijn bemiddeling verleent bij het veilen van vis houden de administratie dagelijks per aanlanding bij, maar uiterlijk voordat de vis de plaats van verkoop verlaat en vermelden in hun administratie naast de in het tweede lid bedoelde gegevens tevens de naam van de aanvoerder.

5.

Degene die zijn bemiddeling verleent bij het veilen van vis en degene die vis op de veiling aanwezig heeft, draagt er zorg voor dat op of bij de veiling aanwezige vis het registratienummer en de nationaliteit van het vaartuig of – in het geval van spanvisserij – de vaartuigen waarmee de vis is gevangen of is aangevoerd, duidelijk zijn vermeld.

6.

Het tweede en vierde lid geldt niet voor zover in de uitoefening van een beroep of bedrijf, in een voor het publiek toegankelijke ruimte vis uitsluitend aan particulieren te koop wordt aangeboden.

7.

Het vijfde lid geldt niet indien de vis vergezeld gaat van een verkoopdocument als bedoeld in artikel 62 van de controleverordening.

Hoofdstuk 6. Controleverordening

§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen

Artikel 91. Autoriteit

De autoriteit, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de controleverordening, is de minister.

Artikel 92. Visvergunning
1.

Het is verboden om in strijd te handelen met artikel 6, eerste lid, van de controleverordening.

2.

De in artikel 6, eerste lid, van de controleverordening, bedoelde visvergunning wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend overeenkomstig artikel 93.

3.

De aanvraag tot inschrijving van een vaartuig in het visserijregister, bedoeld in artikel 6 van het Registratiebesluit, alsmede de mededeling, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Registratiebesluit, wordt in voorkomend geval als een aanvraag tot verlening van een visvergunning beschouwd.

Artikel 93. Verlening visvergunning
1.

Een visvergunning wordt verleend indien:

2.

In afwijking van het eerste lid wordt een visvergunning verleend voor een vissersvaartuig waarvan het motorvermogen of de tonnage is toegenomen, indien ten aanzien van het vissersvaartuig een visvergunning was verleend wat betreft het oorspronkelijke motorvermogen of de oorspronkelijke tonnage, en de aanvrager van de visvergunning kan aantonen dat:

3.

In afwijking van het eerste lid wordt een visvergunning voor een vissersvaartuig verleend indien:

4.

De minister kan aan een visvergunning voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen.

5.

In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan de minister besluiten geen visvergunning te verlenen indien hij dit noodzakelijk acht voor de nakoming van de verplichtingen, bedoeld in artikel 23 van de basisverordening.

6.

In afwijking van het eerste en tweede lid wordt geen visvergunning voor een vissersvaartuig verleend indien dit vissersvaartuig stond ingeschreven in het visserijregister of dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen die stonden ingeschreven in het visserijregister en de oorspronkelijke registratie is doorgehaald in verband met definitieve stopzetting van de visserijactiviteiten als bedoeld in artikel 20 EMFAF-verordening, met dat vissersvaartuig.

Artikel 94. Geldigheid visvergunning
1.

De visvergunning is niet geldig vanaf het tijdstip dat door de minister of een controleur wordt geconstateerd dat:

2.

Indien de minister of een controleur een constatering doet als bedoeld in het eerste lid, verstrekt hij aan de ondernemer of diens vertegenwoordiger terstond een schriftelijke verklaring hieromtrent. In deze verklaring wordt tenminste de desbetreffende constatering alsmede de datum en het tijdstip daarvan vermeld.

3.

De minister besluit de ongeldigheid van de visvergunning op te heffen, indien de ondernemer of diens gemachtigde hem bescheiden heeft doen toekomen waaruit te zijnen genoegen blijkt dat:

Artikel 95. Verhoging tonnage in visvergunning

Vervallen

Artikel 96. Schorsing of intrekking visvergunning
1.

De minister trekt de visvergunning in:

2.

De minister schorst de visvergunning in de situatie, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de controleverordening, en artikel 92, derde lid, van de controleverordening, in samenhang met artikel 129, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

3.

De minister kan de visvergunning voor een bepaalde periode schorsen of intrekken indien naar het oordeel van de minister:

4.

De periode, bedoeld in het derde lid, is niet korter dan 3 weken en niet langer dan 8 weken en wordt vastgesteld afhankelijk van de ernst en omvang van de overtreding.

5.

In afwijking van het vierde lid is de periode bedoeld in het derde lid niet korter dan 6 weken en niet langer dan 16 weken, indien binnen twee jaar na afloop van de schorsing of intrekking met het betrokken vissersvaartuig wederom hetzelfde artikel genoemd in onderdeel a van het derde lid wordt overtreden of de ondernemer of diens gemachtigde wederom niet voldoet aan de aan de visvergunning verbonden voorschriften.

Artikel 97. Vismachtiging
1.

Het is verboden om in strijd te handelen met artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, ongeacht de lengte van het betrokken vissersvaartuig.

2.

De in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, bedoelde vismachtiging wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend overeenkomstig artikel 98.

Artikel 98. Verlening vismachtiging
1.

Een vismachtiging wordt uitsluitend verleend indien de ondernemer voor het betrokken vissersvaartuig over een geldige visvergunning beschikt.

2.

Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 5, eerste of derde lid, van verordening 2016/2336 bedoelde visserij onderscheidenlijk visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan artikel 14 en aan artikel 8 van verordening 2016/2336.

3.

Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdelen c of d, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan artikel 84a.

4.

Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 1, eerste lid, van verordening 2018/973 bedoelde visserijactiviteiten betreft, die worden verricht in het deelgebied en in de sectoren, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van deze verordening, met een van de vistuigen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van deze verordening, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan artikel 86a.

5.

Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 25, eerste lid, onder c, van verordening 2019/1241 bedoelde visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan artikel 55.

6.

De minister kan weigeren een vismachtiging te verlenen indien hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van verplichtingen van de Europese Unie.

7.

De minister kan aan een vismachtiging voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen.

8.

Het is verboden in strijd te handelen met de aan de vismachtiging verbonden voorschriften.

Artikel 99. Voorwaarden vismachtiging langetermijn herstelplan kabeljauw

Vervallen

Artikel 100. Schorsing of intrekking vismachtiging
1.

De minister schorst de vismachtiging of trekt deze in in de situatie, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de controleverordening.

2.

De minister kan de vismachtiging voor een bepaalde periode geheel of gedeeltelijk schorsen of intrekken indien naar het oordeel van de minister de desbetreffende ondernemer, of diens gemachtigde, niet voldoet aan de aan de vismachtiging verbonden voorschriften.

3.

Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 5, eerste of derde lid, van verordening 2016/2336 bedoelde visserij onderscheidenlijk visserijactiviteiten betreft, schorst de minister de vismachtiging voor ten minste 2 maanden in de gevallen, bedoeld in artikel 14, onder a en b, van verordening 2016/2336.

Artikel 101. Markering vissersvaartuig en vistuig
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 8 van de controleverordening, in samenhang met de artikelen 6 tot en met 17 van de uitvoeringsverordening controleverordening.

2.

De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

3.

Voor zover het betreft de in het tweede en derde lid van artikel 7 van de uitvoeringsverordening controleverordening bedoelde documenten, is de Inspectie Leefomgeving en Transport, divisie Scheepvaart, van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

Artikel 102. Vms voor vaartuigen
1.

Behoudens indien het een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 18, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, betreft, is het is verboden in strijd te handelen met artikel 9, tweede en zesde lid, van de controleverordening.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 18, eerste en tweede lid, 20, en 25, eerste, derde en vijfde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

3.

Satellietvolgapparatuur als bedoeld in artikel 9, van de controleverordening, die op een Nederlands vissersvaartuig is geïnstalleerd:

4.

Wijzigingen aan de satellietvolgapparatuur worden schriftelijk gemeld aan de NVWA.

5.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 25, derde tot en met vijfde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de NVWA.

Artikel 103. AIS

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 10, eerste lid, van de controleverordening.

§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen

Artikel 104. Invullen en overleggen papieren logboek, papieren aangiften van overlading en papieren aangifte van aanlanding
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 14, eerste en vierde tot en met achtste lid, 21, eerste en vierde lid, en 23, eerste en derde lid, van de controleverordening en met de artikelen 29, eerste lid, 30, eerste tot en met derde lid, 31, eerste, derde en vierde lid, 32, eerste tot en met vijfde lid, 33, eerste tot en met vijfde lid, 34, eerste en tweede lid, 35, 49, eerste tot en met derde lid, 50, tweede lid, 51, eerste en vierde lid, 52 en 53 van de uitvoeringsverordening controleverordening, in samenhang met de voorschriften die ter uitvoering van deze bepaling zijn opgenomen in het tweede tot en met zesde lid.

2.

Voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde voorschriften wordt gebruik gemaakt van de door de minister ter beschikking gestelde documenten, overeenkomstig de in artikel 30, eerste tot en met derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening vastgestelde modellen.

3.

Bij aanlanding met een vissersvaartuig in een Nederlandse haven is de termijn voor indiening van de eerste kopie van het logboek, de eerste kopie van de aangifte van overlading en de eerste kopie van de aangifte van aanlanding, bedoeld in artikel 32, van de uitvoeringsverordening controleverordening binnen een half uur na de aanlanding maar vóór de lossing en de termijn voor indiening van het originele logboek, de originele aangifte van overlading en de originele aangifte van aanlanding, bedoeld in artikel 32, van de uitvoeringsverordening controleverordening, binnen 48 uur na aanlanding.

4.

De indiening van de in artikel 32, van de uitvoeringsverordening controleverordening bedoelde documenten geschiedt door deze in de haven van aanlanding:

5.

Indien de aanlanding niet in een haven plaatsvindt, geschiedt de indiening door middel van toezending aan het dichtstbijzijnde havenkantoor van de NVWA of aan het havenkantoor van de NVWA in de plaats waar de desbetreffende vis wordt verkocht.

6.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 14, zesde lid, 21, vierde lid, en 23, derde lid, van de controleverordening en in artikel 32 van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de RVO.

7.

Als omrekeningsfactoren als bedoeld in artikel 49, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, worden vastgesteld de omrekeningsfactoren die zijn opgenomen in bijlage 10.

Artikel 105. Elektronisch invullen/verzenden visserijlogboekgegevens
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 15, eerste en tweede lid, van de controleverordening, en met de artikelen 36, eerste lid, 37, tweede alinea, 38, tweede lid, 39, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 40, derde lid, 41, derde lid, en 47, eerste tot en met vierde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

2.

Het format, bedoeld in artikel 37, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is het format dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van de controleverordening en in de artikelen 39, 40, 41, derde lid, en 47, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de RVO.

Artikel 106. Voorafgaande kennisgeving aanlanding
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 17, eerste lid, en 18, eerste lid, van de controleverordening.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 17, eerste, tweede en derde lid, 18 en 19 van de controleverordening, is de RVO.

Artikel 107. Overladen
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 20, eerste lid, van de controleverordening.

2.

Het is verboden vis over te laden zonder toestemming van een ambtenaar van de NVWA.

3.

Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is van overeenkomstige toepassing in het geval het overladen is onderbroken.

4.

Als havens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de controleverordening, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van artikel 6, eerste lid, toegelaten havens.

Artikel 108. Elektronisch invullen/verzenden aangifte van overlading
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 22, eerste lid, van de controleverordening.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 22, eerste en vijfde lid, van de controleverordening, is de RVO.

Artikel 109. Elektronisch invullen/verzenden aangifte van aanlanding
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 24, eerste lid, van de controleverordening.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in 24, eerste lid, van de controleverordening, is de RVO.

§ 3. Controle op visserij-inspanning

Artikel 110. Kennisgeving vistuig
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 27, eerste lid, van de controleverordening.

2.

De kennisgeving, bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de controleverordening, wordt gedaan aan de minister. Indien een ondernemer deelneemt aan een groep of een producentenorganisatie wordt de kennisgeving aan het bestuur van de groep onderscheidenlijk aan het bestuur van de producentenorganisatie gedaan.

3.

De kennisgeving bevat ten minste de volgende gegevens:

4.

Ingeval de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger voornemens is in de beheersperiode hetzelfde type vistuig of dezelfde typen vistuigen te gebruiken als het type vistuig dat of de typen vistuigen die voor het desbetreffende gereglementeerd geografisch gebied is of zijn vermeld in de in artikel 97, bedoelde vismachtiging die betrekking heeft op de daaraan voorafgaande beheersperiode, wordt de kennisgeving tot verkrijging van die vismachtiging aangemerkt als kennisgeving als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de controleverordening.

5.

De gegevens die worden vermeld in de voor de beheersperiode af te geven vismachtiging worden gebaseerd op de meest recente kennisgeving.

6.

Ter verkrijging van de toestemming, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de controleverordening, meldt de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger het voornemen tot het gebruik van meer dan één soort vistuig tijdens de visreis onmiddellijk voorafgaand aan de visreis aan de minister.

7.

In afwijking van het zesde lid wordt, ingeval de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger de in het zesde lid bedoelde gegevens onmiddellijk voorafgaand aan de visreis op grond van artikel 15 van de controleverordening elektronisch heeft verstrekt, het in artikel 38, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening bedoelde retourbericht van de NVWA, aangemerkt als toestemming als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de controleverordening.

Artikel 111. Visserij-inspanningsverslag en uitputting van de visserij-inspanning
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 28, eerste lid, en 30 van de controleverordening, en artikel 58, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in 28, eerste lid, van de controleverordening, is de NVWA.

Artikel 112. Vrijstellingen
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 29, eerste lid, van de controleverordening.

2.

Een vissersvaartuig mag andere dan met de visserij verband houdende activiteiten ontplooien in de gereglementeerde geografische gebieden zonder dat de daarmee gemoeide tijd wordt aangemerkt als een kalenderdag, mits wordt voldaan aan artikel 29, tweede lid, van de controleverordening. Een melding als bedoeld in dat onderdeel wordt schriftelijk gedaan aan de minister. De melding bevat ten minste de volgende gegevens:

3.

Indien een vissersvaartuig niet heeft kunnen vissen omdat zich een noodsituatie als bedoeld in artikel 29, derde lid, van de controleverordening heeft voorgedaan, wordt het aantal dagen waarop het vissersvaartuig niet heeft kunnen vissen, niet in mindering gebracht op de desbetreffende hoeveelheid visserij-inspanning, indien de kapitein van het vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger binnen een maand nadat de noodsituatie zich heeft voorgedaan schriftelijk bij de minister daarvan melding heeft gemaakt en de melding wordt gestaafd door bewijsstukken.

Artikel 113. Sluiting visserij
1.

Met ingang van de op grond van artikel 35, eerste lid, van de controleverordening vastgestelde datum is het voor Nederlandse vissersvaartuigen verboden de visserij uit te oefenden op de vissoorten waarvoor voornoemde vaststelling geldt en die soorten aan boord te houden, over te laden en aan te landen.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met een op grond van artikel 36, tweede lid, van de controleverordening vastgesteld verbod.

§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden

Artikel 114. Motorvermogen

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 39, eerste lid, van de controleverordening.

Artikel 115. Certificering motorvermogen

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 40, vierde lid, van de controleverordening, en artikel 61, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

§ 4. Controle op vlootbeheer

Artikel 116. Aangewezen haven en gescheiden opslag demersale vangsten meerjarenplannen
1.

Het is verboden in strijd te handelen te handelen met de artikelen 42, eerste lid, en 43, tweede lid, en 44 van de controleverordening.

2.

Als havens als bedoeld in de artikelen 42, eerste lid, en 43, eerste lid, van de controleverordening, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van artikel 6, eerste lid, toegelaten havens mits het aanlanden of overladen plaatsvindt binnen de in bijlage 2 C bij die havens vermelde lostijden.

3.

Als waarnemer of functionaris als bedoeld in artikel 42, tweede lid, van de controleverordening, wordt aangewezen een functionaris van de NVWA.

§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden

Artikel 117. Vistuig en samenstelling vangst
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 47, 48, eerste tot en met derde lid, en 49, eerste lid, van de controleverordening.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in 48, derde lid, van de controleverordening, is de NVWA.

Artikel 118. Controle op voor visserij beperkte gebieden

Voor vangstvaartuigen is het verboden in strijd te handelen met artikel 50, derde lid, van de controleverordening.

Artikel 119. verwerking aan boord en pelagische visserijen
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikel 54bis, eerste lid, 54ter, tweede en derde lid, en 54quater, eerste en tweede lid van de controleverordening.

2.

De bevoegde visserijautoriteit, bedoeld in artikel 34ter, derde lid, van de controleverordening is de NVWA.

3.

De plannen van de installaties voor vangstbehandeling en -lozing van pelagische vaartuigen, bedoeld in artikel 34ter, derde lid, van de controleverordening worden ten genoegen van de minister gecertificeerd door een instelling die beschikt over nautische en visserijtechnische expertise.

Artikel 120. Recreatievisserij

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 55, tweede lid, van de controleverordening.

§ 3. Controle op visserij-inspanning

Artikel 121. Beginselen voor controle op de afzet
1.

Degene die gevangen of geoogste visserij- en aquacultuurproducten voor de eerste verkoop aanbiedt, verdeelt de genoemde producten in partijen.

2.

Producten waarvoor Europese handelsnormen gelden, worden slechts voor eerste verkoop uitgestald, voor eerste verkoop aangeboden, verkocht of anderszins verhandeld als zij met die normen in overeenstemming zijn.

3.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 56, tweede en vierde lid, en 57, derde lid, van de controleverordening.

Artikel 122. Traceerbaarheid
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 58, eerste tot en met vijfde lid, van de controleverordening, en artikel 67, eerste tot en met vijfde en zevende lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

2.

Marktdeelnemers als bedoeld in artikel 4, negentiende lid, van de controleverordening beschikken over systemen en procedures, waarmee kan worden nagegaan van wie zij partijen visserij- en aquacultuurproducten als bedoeld in artikel 66 van de uitvoeringsverordening controleverordening hebben ontvangen en aan wie zij die producten hebben geleverd.

3.

In de in het tweede lid bedoelde systemen worden door de desbetreffende marktdeelnemer de in artikel 90 van deze regeling en de in artikel 58, vijfde lid, van controleverordening bedoelde gegevens vastgelegd.

4.

De in artikel 58, onderdelen g en h, van de controleverordening bedoelde gegevens zijn in het stadium van de detailhandel voor de consument beschikbaar en worden vermeld op het etiket of het identificatiemerk van de voor de detailverkoop aangeboden visserij- en aquacultuurproducten, dan wel voor zover het de wetenschappelijke naam van de soort op detailhandelniveau betreft, aan de hand van commerciële voorlichtingsmiddelen, zoals borden en posters.

5.

Dit artikel is niet van toepassing op hoeveelheden visserij- en aquacultuurproducten die rechtstreeks vanaf een vissersvaartuig aan consumenten worden verkocht, mits deze hoeveelheden per vissersvaartuig en per eindconsument niet meer dan € 50,– per kalenderdag vertegenwoordigen.

Artikel 123. Eerste verkoop visserijproducten
1.

Alle visserijproducten die voor het eerst op de markt worden gebracht, worden geregistreerd in een visafslag dan wel worden verkocht aan geregistreerde kopers of producentenorganisaties.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 59, tweede lid, van de controleverordening.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de controleverordening is de minister.

Artikel 124. Weging visserijproducten
1.

Visserijproducten worden gewogen met apparatuur die ten genoegen van de minister is goedgekeurd, geijkt en verzegeld.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 60, tweede en vijfde lid, van de controleverordening en met de artikelen 70, eerste en tweede lid, 71, eerste en tweede lid, 72, tweede en derde lid, 73, tweede lid, 74, eerste en tweede lid, 79, eerste lid, 80, eerste en tweede lid, 81, 82, eerste en tweede lid, 83, 84, tweede en derde lid, 85, 86 en 87 van de uitvoeringsverordening controleverordening.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 60, zesde lid, van de controleverordening en de artikelen 75, 80, eerste lid, 81, 82, eerste lid, en 87, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de NVWA.

4.

Als havens als bedoeld in artikel 79, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B met uitzondering van Den Helder. Het aanlanden of overladen vindt plaats in de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B binnen de in bijlage 2 C bij die havens vermelde lostijden.

5.

Het is verboden met een Nederlands vissersvaartuig vis van de in artikel 78 van de uitvoeringsverordening controleverordening genoemde soorten buiten de Europese Unie aan te landen in havens die niet uitdrukkelijk voor weging zijn geselecteerd door derde landen die voor deze soorten overeenkomsten met de Europese Unie hebben gesloten.

Artikel 125. Verkoopdocument
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 62, eerste en vijfde lid, en 63, eerste lid, van de controleverordening en met artikel 90 van de uitvoeringsverordening controleverordening.

2.

Geregistreerde kopers en geregistreerde visafslagen als bedoeld in artikel 62, tweede lid, van de controleverordening doen binnen 48 uur na de eerste verkoop door middel van het door de minister ter beschikking gestelde formulier met behulp van DigiD of eHerkenning elektronisch opgave bij RVO van de in artikel 64, eerste lid, van de controleverordening genoemde gegevens.

3.

Het verkoopdocument, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de controleverordening bevat de gegevens, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de controleverordening, en stemt overeen met de factuur of als zodanig dienstdoend document als bedoeld in de artikelen 218 en 219 van Richtlijn nr. 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU L 347).

4.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 63, eerste lid, van de controleverordening en in artikel 87 van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de NVWA.

Artikel 126. Aangifte van overname
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 66, eerste lid, en 67, eerste lid, van de controleverordening.

2.

De aangifte van overname, bedoeld in artikel 66, eerste lid van de controleverordening wordt binnen de in dat artikelonderdeel genoemde termijn overhandigd aan een ambtenaar van de NVWA of gedeponeerd in een vangstopgavebus.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 66, eerste lid, en 67, eerste lid, van de controleverordening, is de NVWA.

Artikel 127. Vervoersdocument
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 68, eerste, derde, vijfde en zevende lid, van de controleverordening.

2.

Het vervoersdocument, bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de controleverordening wordt binnen de in dat artikelonderdeel genoemde termijn overhandigd aan een ambtenaar van de NVWA of gedeponeerd in een vangstopgavebus.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 68, eerste, tweede, derde en zesde lid, van de controleverordening, is de NVWA.

4.

In afwijking van het tweede lid, wordt het vervoersdocument binnen 48 uur na het laden van het voertuig, per e-mail aan de NVWA gestuurd, indien het op grond van artikel 124a, vierde lid, is toegestaan dat visserijproducten worden gewogen na vervoer vanaf de plaats van aanlanding, op een in Nederland gelegen bestemmingsadres.

§ 4. Controle op vlootbeheer

Artikel 128. Bewaking, inspecties en procedures
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 73, zevende lid, 75, eerste lid, en 84, vierde lid, van de controleverordening, en met de artikelen 113, tweede lid, 114, eerste lid, en 122, vijfde lid, in samenhang met de artikelen 113, tweede lid, en 114, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

2.

De kapitein handelt overeenkomstig een op grond van artikel 104, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening gegeven opdracht.

3.

Indien overeenkomstig artikel 104 of artikel 109 van de uitvoeringsverordening controleverordening ID-merktekens en zegels als bedoeld in die artikelen zijn aangebracht, is het verboden deze merktekens en zegels te verwijderen.

Artikel 129. Handhavingmaatregelen
1.

Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in een gebied dat gesloten is op grond van artikel 104 van de controleverordening.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met op grond van artikel 108 van de controleverordening vastgestelde maatregelen.

Artikel 130. Puntensysteem voor ernstige inbreuken
1.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 125 van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de minister.

2.

De voor echt verklaarde kopie, bedoeld in artikel 128 van de uitvoeringsverordening controleverordening, wordt op aanvraag van de desbetreffende houder van een visvergunning verstrekt door de minister.

3.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 130, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening en met de op grond van artikel 132, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening genomen maatregelen.

4.

De minister wijst de kapitein van een vissersvaartuig onder wiens gezag ernstige inbreuken als bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderdeel a, van verordening nr. 1005/2008 zijn gepleegd, punten toe overeenkomstig bijlage XXX van de uitvoeringsverordening controleverordening.

5.

De artikelen 125, 126, tweede tot en met vijfde lid, 129, 130, eerste lid, 132, eerste lid, en 133, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de in het vierde lid bedoelde kapitein.

6.

Indien aan een kapitein op grond van het vierde lid het navolgende aantal punten is toegewezen, is het hem gedurende de achter dat aantal vermelde periode verboden als kapitein op een vissersvaartuig te varen:

7.

Het is de houder van een visvergunning verboden een kapitein waarop het in het zesde lid bedoelde verbod betrekking heeft op het vissersvaartuig waarop de visvergunning betrekking heeft, als kapitein te laten varen gedurende de desbetreffende periode.

8.

Voor de toepassing van het vierde tot en met zevende lid en de artikelen 125 tot en met 134 van de uitvoeringsverordening controleverordening wordt onder kapitein verstaan, hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel h, van de Wet zeevarenden.

Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen

§ 6. Controle op technische maatregelen

Artikel 131. Duurzaam beheer van externe vissersvloten
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, 7, tweede lid, 9, 20, eerste lid, 26, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, 28, tweede lid, 29, 30, eerste lid, 31, 32, 38, eerste, tweede lid en vierde lid, 38 ter, 38 quater, eerste en derde lid, 38 septies, tweede lid, en 38 nonies, eerste, tweede en vierde lid, van verordening 2017/2403 en met de door de Europese Commissie op grond van artikel 7, zesde en zevende lid, van die verordening vastgestelde maatregelen.

2.

De in artikel 4 van verordening 2017/2403 bedoelde vismachtiging wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend indien voldaan is aan artikel 5 van die verordening en aan:

3.

De minister kan weigeren een vismachtiging te verlenen indien hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van verplichtingen van de Europese Unie.

4.

De minister kan de vismachtiging schorsen of intrekken in de situatie, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van verordening 2017/2403.

5.

De minister kan aan een vismachtiging voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen.

6.

Het is verboden in strijd te handelen met de aan de vismachtiging verbonden voorschriften.

§ 7. Controle op de afzet

Artikel 132. Invoerverbod tonijnsoorten uit bepaalde gebieden

Vervallen

§ 1. Toegangsregels derde landen

Artikel 133. Toegang tot havens en gebruik havendiensten vaartuigen derde landen
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, tweede lid, 6, eerste en tweede lid, 8, eerste lid, en 10, vijfde lid, van verordening nr. 1005/2008 en artikel 42, eerste en tweede lid, van verordening 2022/2343 en artikel 9, eerste lid, van verordening 2023/675.

2.

Als havens als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B en voor vissersvaartuigen die de vlag van het Verenigd Koninkrijk voeren en in het Verenigd Koninkrijk in het visserijregister zijn geregistreerd, die geen vis of visserijproducten aan boord hebben, zover de toegang tot de haven uitsluitend plaatsvindt om onderhoudswerkzaamheden aan het betrokken vissersvaartuig te laten verrichten, de havens die zijn vermeld in Bijlage 2 D.

3.

De voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, geschiedt door verzending van een door de desbetreffende kapitein ondertekend elektronisch of faxbericht aan de meldkamer van de NVWA te Echt.

4.

Het is voor vissersvaartuigen van derde landen verboden de haven binnen te varen of zijn vangst aan te landen of over te laden zonder door een ambtenaar van de NVWA verleende toestemming als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 11, tweede lid, van verordening nr. 1005/2008.

5.

De aangifte, bedoeld in artikel 8, eerste lid, wordt ingediend bij de meldkamer van de NVWA te Echt met gebruikmaking van het in artikel 3, eerste lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op aanlanding, dan wel met gebruikmaking van het in artikel 3, tweede lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op overlading.

6.

Indien het vissersvaartuigen van derde landen betreft die SPRFMO-visbestanden als bedoeld in artikel 4, punt 4, van verordening 2018/975 willen aanlanden, wordt de voorafgaande kennisgeving in afwijking van artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, gedaan tenminste 48 uur voor de geschatte tijd van aankomst in de haven, bevat die kennisgeving de gegevens, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van verordening 2018/975 en geschiedt die kennisgeving overeenkomstig bijlage XI bij verordening 2018/975.

7.

De in het vierde lid bedoelde toestemming wordt voor zover deze betrekking heeft op het binnen varen van een van de in Bijlage 2 D vermelde havens, uitsluitend verleend indien het vissersvaartuig rechtstreeks en via de kortste route afkomstig is van een in Bijlage 2 B vermelde haven alwaar de NVWA heeft vastgesteld dat er geen vis of visserijproducten aan boord van het betrokken vissersvaartuig zijn. Deze vaststelling door de NVWA vindt plaats op werkdagen tussen 8.00 en 17.00 uur.

Artikel 134. Vangstcertificaten bij invoer
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 12, eerste en tweede lid, 14, eerste en tweede lid, en 22, vijfde lid, van verordening nr. 1005/2008.

2.

Indien de invoer betrekking heeft op visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 640/2010, artikel 3, onderdeel b en c, van verordening nr. 1984/2003 of artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, wordt voor de toepassing van het eerste lid gebruik gemaakt van:

3.

In aanvulling op het eerste lid is de invoer van visserijproducten als bedoeld in artikel 2, achtste lid, van verordening nr. 1005/2008, verboden indien:

4.

Indien de vrijgave en het in de handel brengen van visserijproducten op grond van artikel 17, zevende lid, van verordening nr. 1005/2008 is opgeschort, komen de kosten voor de opslag van die producten gedurende de periode, bedoeld in artikel 17, vijfde lid, van die verordening, ten laste van de marktdeelnemer.

Artikel 135. Vangstcertificaten bij aanlanding of overlading door EU-vissersvaartuigen en bij interne verhandeling
1.

Indien het betreft visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 640/2010, is het verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, tweede en tiende lid en 4, eerste lid van die verordening, voor zover deze artikelen betrekking hebben op aanlanden, overladen of intern verhandelen.

2.

De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening nr. 640/2010.

3.

Voor zover het betreft visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, is het verboden in strijd te handelen met de artikelen 8, 9 10, 11 en 12 van die verordening.

Artikel 136. Bevoegde autoriteit
1.

Het vangstcertificaat, bedoeld in de artikelen 12 en 14, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel c, onder i, van verordening nr. 1005/2008, het vangstdocument, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van die verordening, het bewijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die verordening, de verklaring, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van die verordening, en de kopie van het vangstcertificaat, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel c, onder ii, van die verordening, worden overeenkomstig artikel 16, eerste lid, van die verordening of overeenkomstig artikel 8 van verordening nr. 1010/2009 ingeval de desbetreffende visserijproducten met de in dit artikel bedoelde vervoermiddelen wordt getransporteerd, ingediend bij de minister.

2.

De minister is de bevoegde instantie, bedoeld in artikel 4, derde lid, van verordening nr. 1984/2003.

Artikel 137. Erkende marktdeeldemers
1.

In afwijking van artikel 136 kunnen erkende marktdeelnemers als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van verordening nr. 1005/2008, handelen overeenkomstig dat lid.

2.

Marktdeelnemers dienen een verzoek in tot erkenning bij de minister overeenkomstig artikel 14 van verordening nr. 1010/2009.

3.

De minister verleent de erkenning, bedoeld in het tweede lid, slechts indien de marktdeelnemer voldoet aan artikel 16, derde lid, onderdelen a tot en met g, van verordening nr. 1005/2008 en de artikelen 9 tot en met 13 van verordening nr. 1010/2009.

4.

De minister schorst de erkenning, bedoeld in het tweede lid, indien zich één van de in de artikelen 22 tot en met 26 van verordening nr. 1010/2009 bedoelde gevallen voordoet.

5.

De minister trekt de erkenning in indien zich één van de in artikel 27 van verordening nr. 1010/2009 bedoelde gevallen voordoet.

6.

Het aantal invoeroperaties, bedoeld in artikel 16, derde lid, onderdeel b, van verordening nr. 1005/2008, bedraagt 50.

7.

Het volume van een invoeroperatie, bedoeld in artikel 16, derde lid, onderdeel b, van verordening nr. 1005/2008, bedraagt minimaal 500 kg.

Artikel 138. Vangstcertificaten bij uitvoer
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 15, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, artikel 5, eerste en vijfde lid, van verordening nr. 1984/2003 en artikel 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.

2.

De minister is de overheidsinstantie, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008, en de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003, en artikel 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.

3.

De uitvoerder van vangsten van een vissersvaartuig dient het verzoek tot validatie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003, en artikel 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001, in bij de minister.

Artikel 139. Vangstcertificaten bij wederuitvoer
1.

Het is verboden te handelen in strijd met artikel 21, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, de artikelen 3, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, voor zover dit artikel betrekking heeft op wederuitvoer, en 6, tweede lid, van laatstgenoemde verordening, de artikelen 6, eerste, vierde en zesde lid en 7 van verordening nr. 1984/2003 en artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.

2.

De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening nr. 640/2010, artikel 6, tweede en vierde lid, van verordening nr. 1984/2003 en artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.

3.

De uitvoerder van producten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, dient het verzoek tot invulling van het vangstcertificaat of een kopie van het vangstcertificaat, bedoeld in dat artikellid, in bij de minister.

4.

De uitvoerder van visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 640/2010, artikel 3, onderdeel b en c, van verordening nr. 1984/2003 of artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, dient het verzoek tot waarmerking van het wederuitvoercertificaat, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, artikel 6, tweede en vierde lid, van verordening nr. 1984/2003 onderscheidenlijk van het vangstdocument, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001, in bij de minister.

5.

De in het vierde lid bedoelde verzoeken gaan vergezeld van de documenten, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003 onderscheidenlijk artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.

Artikel 140. Maatregelen tegen bij IUU betrokken vaartuigen en staten
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, tweede tot en met vierde lid, 37, aanhef en onderdelen 3 tot en met 6, 9 en 10, 38, aanhef en onderdelen 1 tot en met 3 en 5 tot en met 7, 10 en 11, 39, eerste lid, 40, tweede lid, en 48, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008.

2.

Indien een vissersvaartuig van een derde land is opgenomen op de lijst van IOO-vaartuigen, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008, is het voor dat vissersvaartuig verboden om zonder door een ambtenaar van de NVWA verleende toestemming als bedoeld in artikel 37, onderdeel 7, van die verordening, de bemanning te vervangen.

3.

Het is een vissersvaartuig dat is opgenomen op de lijst van IOO-vaartuigen, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008, verboden de Nederlandse vlag te voeren.

4.

Het is een Nederlands vissersvaartuig verboden charterovereenkomsten te sluiten met derde landen die zijn opgenomen op de lijst van niet-meewerkende derde landen, bedoeld in artikel 33 van verordening nr. 1005/2008.

5.

Het is verboden in strijd te handelen met een krachtens artikel 36 van verordening nr. 1005/2008 vastgestelde noodmaatregel.

6.

Waarnemingsverslagen als bedoeld in artikel 48, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008, worden ingediend bij de minister.

Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen

Artikel 141. Bijhouden gegevens

Degene die ingevolge deze regeling en de in artikel 1, tweede lid, genoemde verordeningen gegevens moet vermelden of anderszins moet bijhouden of moet verstrekken, doet dit volledig, naar waarheid en binnen de gestelde termijnen.

Artikel 142. Toekomstige wijziging begrip groepscontingent

Wijzigt deze regeling.

Artikel 143. Wijziging regelingen

Wijzigt de Regeling LNV-subsidies en de Uitvoeringsregeling visserij.

Artikel 144. Overgangsbepalingen
1.

Bescheiden die ingevolge de regelingen, bedoeld in artikel 145, zijn verzameld, ingevuld, bewaard en bijgehouden, worden aangemerkt als bescheiden op grond van deze regeling en op grond van de in artikel 1, tweede lid, bedoelde verordeningen.

2.

Voor zover er ter zake nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze overeenkomstig de regelingen, bedoeld in artikel 145, plaats.

3.

Bestaande aanspraken en verplichtingen bij, op grond of in het kader van de regelingen, bedoeld in artikel 145, blijven in stand.

4.

Een ondernemer die op het tijdstip voor inwerkingtreding van deze regeling recht had op een contingent voor een vissoort op grond van artikel 11, eerste en tweede lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij, heeft voor 2011 een recht op dat contingent als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van deze regeling.

5.

Een toekenning voor het kalenderjaar van een groepscontingent op grond van artikel 13, eerste lid, van artikel 16, eerste lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij, geldt als een toekenning van een groepscontingent als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van deze regeling.

6.

Een besluit tot aanhouding van een contingent, op grond van artikel 23 van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij, geldt als een besluit tot aanhouding als bedoeld in artikel 44 van deze regeling.

7.

Een document, uitgereikt voor 2011 op grond van artikel 12, eerste lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij, wordt voor dat jaar beschouwd als een document als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van deze regeling.

8.

Een registratie van het Productschap Vis op grond van artikel 142, tweede lid, zoals dat lid luidde op 31 december 2013, wordt met ingang van 1 januari 2014 aangemerkt als een door de minister genomen registratie op grond van artikel 123, derde lid.

Artikel 145. Intrekken regelingen

De volgende regelingen worden ingetrokken:

Artikel 146. Inwerkingtreding en citeertitel
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling zeevisserij.

Bijlage 1

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 1

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de artikelen 14, zesde lid, 71, tweede lid, 75, derde lid, 76, tweede lid, 77, vijfde lid, en 124, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

A. Havens als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, en losplaatsen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 1

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)

Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)

Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)

Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)

De Cocksdorp (gemeente Texel)

Oudeschild (gemeente Texel)

Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)

Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)

Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)

De Cocksdorp (gemeente Texel)

Oudeschild (gemeente Texel)

Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)

Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)

De Cocksdorp (gemeente Texel)

Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)

Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)

De Cocksdorp (gemeente Texel)

Oudeschild (gemeente Texel)

Petten (gemeente Zijpe)

Conform artikel 60 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) moet garanderen (hierna: Controleverordening) zien lidstaten erop toe dat alle visserijproducten worden gewogen op door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde systemen.

Onverminderd bijzondere bepalingen wordt deze weging uitgevoerd bij de aanlanding, voordat de visserijproducten worden opgeslagen, vervoerd of verkocht.

In afwijking van de weging bij aanlanding mogen lidstaten op basis van artikel 61 (1) van de Controleverordening toestaan dat visserijproducten na vervoer worden gewogen op goedgekeurde weegapparatuur in een EG erkend levensmiddelenbedrijf binnen Nederland (bijv. visafslag) volgens een door de Commissie goedgekeurd controleplan dat is vastgesteld overeenkomstig de risico gebaseerde methode die is beschreven in bijlage XXI van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (hierna: Uitvoeringsverordening).

Conform artikel 60 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) moet garanderen (hierna: Controleverordening) zien lidstaten erop toe dat alle visserijproducten worden gewogen op door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde systemen.

Onverminderd bijzondere bepalingen wordt deze weging uitgevoerd bij de aanlanding, voordat de visserijproducten worden opgeslagen, vervoerd of verkocht.

In afwijking van de weging bij aanlanding mogen lidstaten op basis van artikel 61 (1) van de Controleverordening toestaan dat visserijproducten na vervoer worden gewogen op goedgekeurde weegapparatuur in een EG erkend levensmiddelenbedrijf binnen Nederland (bijv. visafslag) volgens een door de Commissie goedgekeurd controleplan dat is vastgesteld overeenkomstig de risico gebaseerde methode die is beschreven in bijlage XXI van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (hierna: Uitvoeringsverordening).

Nederland maakt gebruik van deze mogelijkheid voor vissersvaartuigen om visserijproducten na vervoer te wegen. Naar aanleiding hiervan is onderhavig controleplan opgesteld.

Dit controleplan kan door alle vissersvaartuigen gebruikt worden die in Nederland aanlanden indien voldaan wordt aan de in dit plan gestelde voorschriften.

Artikel 61 (1) van de Controleverordening en artikel 77 (1) in samenhang met bijlage XXI van de Uitvoeringsverordening.

Dit controleplan richt zich op de betrokken marktdeelnemers en de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de weging aan land. Het doel van dit controleplan is om een juiste weging te garanderen om zo correcte weegresultaten te gebruiken voor het invullen van de aangiften van aanlanding, (het vervoersdocument), de verkoopdocumenten en de aangiften van overname.

Bijlage 4

5. Uitwerking controleplan

Bijlage 4

5.1. Voorschriften marktdeelnemers

Camperduin (gemeente Bergen)

Indien aan de voorschriften van dit plan wordt voldaan is het voor kapiteins van vissersvaartuigen toegestaan de aangelande visserijproducten na aanlanding te vervoeren om elders in Nederland in een EG erkend levensmiddelenbedrijf (bijv. visafslag) gewogen te worden (definitieve ‘weging aan land’).

Bergen aan Zee (gemeente Bergen)

Conform artikel 60 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) moet garanderen (hierna: Controleverordening) zien lidstaten erop toe dat alle visserijproducten worden gewogen op door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde systemen.

Onverminderd bijzondere bepalingen wordt deze weging uitgevoerd bij de aanlanding, voordat de visserijproducten worden opgeslagen, vervoerd of verkocht.

In afwijking van de weging bij aanlanding mogen lidstaten op basis van artikel 61 (1) van de Controleverordening toestaan dat visserijproducten na vervoer worden gewogen op goedgekeurde weegapparatuur in een EG erkend levensmiddelenbedrijf binnen Nederland (bijv. visafslag) volgens een door de Commissie goedgekeurd controleplan dat is vastgesteld overeenkomstig de risico gebaseerde methode die is beschreven in bijlage XXI van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (hierna: Uitvoeringsverordening).

Nederland maakt gebruik van deze mogelijkheid voor vissersvaartuigen om visserijproducten na vervoer te wegen. Naar aanleiding hiervan is onderhavig controleplan opgesteld.

Dit controleplan kan door alle vissersvaartuigen gebruikt worden die in Nederland aanlanden indien voldaan wordt aan de in dit plan gestelde voorschriften.

Het doel van het controleplan is om een correcte weging na vervoer te garanderen en daarmee het invullen van de aangiften van aanlanding, het vervoersdocument, de verkoopdocumenten en de aangiften van overname correct af te ronden.

Dit controleplan richt zich op de betrokken marktdeelnemers en de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de weging aan land. Het doel van dit controleplan is om een juiste weging te garanderen om zo correcte weegresultaten te gebruiken voor het invullen van de aangiften van aanlanding, (het vervoersdocument), de verkoopdocumenten en de aangiften van overname.

Het risico niveau kan op basis van de uitkomsten van de risico analyse wijzigen.

Artikel 61 (1) van de Controleverordening en artikel 77 (1) in samenhang met bijlage XXI van de Uitvoeringsverordening.

Het toezicht en handhaving op de naleving van de voorschriften in dit controleplan bestaat uit fysieke en administratieve inspecties. Het toezicht wordt uitgevoerd door Inspecteurs (functionarissen) van de teams VIS Duurzaamheid van de NVWA. De NVWA voert fysiek toezicht uit op de weegvoorschriften op basis van de risicoanalyse aanlandingen met daarin opgenomen de risico-indicatoren voor wat betreft het wegen. Toezicht vindt regulier plaats in de haven en op de visafslagen tijdens de aanlandingsinspecties/afslaginspecties en actiegericht middels zogenaamde flexibele mobiele teams (MTA). De Inspecteur beschikt over de laatste actuele informatie over het vissersvaartuig door zich voorafgaand aan de inspectie voor te bereiden op de beschikbare data. De lijst met vissersvaartuigen wordt op basis van de beschikbare informatie door de verantwoordelijke inspecteur geprioriteerd.

Voor het begrippenkader wordt verwezen naar de definities die zijn opgenomen in artikel 4 van de Controleverordening en artikel 2 van de Uitvoeringsverordening. Een korte opsomming van veelvoorkomende begrippen in dit controleplan:

Wilhelminadorp (gemeente Goes)

Indien aan de voorschriften van dit plan wordt voldaan is het voor kapiteins van vissersvaartuigen toegestaan de aangelande visserijproducten na aanlanding te vervoeren om elders in Nederland in een EG erkend levensmiddelenbedrijf (bijv. visafslag) gewogen te worden (definitieve ‘weging aan land’).

Walsoorden (gemeente Hontenisse)

Om gebruik te kunnen maken van dit ‘controleplan wegen na vervoer’ gelden de volgende voorschriften voor de verschillende marktdeelnemers:

Bijlage b1. behorende bij de artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

5.1.2. Voorschriften voor vervoerders

Hierbij wordt o.a. het navolgende gecontroleerd:

Bergse Diepsluis (gemeente Tholen)

Het doel van het controleplan is om een correcte weging na vervoer te garanderen en daarmee het invullen van de aangiften van aanlanding, het vervoersdocument, de verkoopdocumenten en de aangiften van overname correct af te ronden.

De risico’s op niet naleving zoals bedoeld in bijlage XXI van de Uitvoeringsverordening en de analyse daarvan beperkt zich niet alleen tot de in deze bijlage genoemde parameters. Er is een wekelijkse analyse beschikbaar1Bron: T:\nvwa\two industrie nvwa\TU DVE\TU DVE\25 Risico-Analyses. met het oog op het te hanteren risico niveau. Het risico op niet naleving van een correcte weging na transport wordt in algemene zin laag ingeschat op basis van de volgende punten:

Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

6. Toezicht en Handhaving

Het toezicht en handhaving op de naleving van de voorschriften in dit controleplan bestaat uit fysieke en administratieve inspecties. Het toezicht wordt uitgevoerd door Inspecteurs (functionarissen) van de teams VIS Duurzaamheid van de NVWA. De NVWA voert fysiek toezicht uit op de weegvoorschriften op basis van de risicoanalyse aanlandingen met daarin opgenomen de risico-indicatoren voor wat betreft het wegen. Toezicht vindt regulier plaats in de haven en op de visafslagen tijdens de aanlandingsinspecties/afslaginspecties en actiegericht middels zogenaamde flexibele mobiele teams (MTA). De Inspecteur beschikt over de laatste actuele informatie over het vissersvaartuig door zich voorafgaand aan de inspectie voor te bereiden op de beschikbare data. De lijst met vissersvaartuigen wordt op basis van de beschikbare informatie door de verantwoordelijke inspecteur geprioriteerd.

Uitgangspunt van elke inspectie is een volledige controle van de aanlanding van een vissersvaartuig in de haven tot en met de eerste verkoop op de plaats bestemming waarbij alle tussenliggende inspectie-onderdelen worden geïnspecteerd (aanlanden-vervoer- traceerbaarheid-wegen-verkoop-administratie = 100% controles).

Artikel 60 (3) van de Controleverordening en artikel 76 (2) in samenhang met bijlage XX van de Uitvoeringsverordening.

Bijlage 8a. Vistuigen met de codes, in voorkomend geval de maaswijdte en bijbehorende vissoorten, behorende bij artikel 21

Vistuig Code* Maaswijdte Vissoort
Boomkor TBB ≥ 120 mm Schol
Boomkor TBB 80–119 mm Tong, schol
Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen OTB, OTT, PTB, SDN, SPR 70–119 mm Schol
Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen OTB, OTT, PTB, SDN, SPR ≥ 120 mm Schol, kabeljauw
Schotse zegen SSC 100–119 mm Schol
Schotse zegen SSC ≥ 120 mm Schol, kabeljauw
Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR 90–109 mm Tong
Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR 140–270 mm Kabeljauw
Handlijnen en hengelsnoeren (machinaal) LHM Makreel
Handlijnen en hengelsnoeren (met de hand bediend) LHP Kabeljauw
Pelagische ottertrawl, pelagische spantrawl OTM, PTM 32-69 mm Blauwe wijting, haring, horsmakreel en makreel

6.1.2. Officiële controle na aankomst van ongewogen vis

Bijlage 10

6.2. Administratieve inspecties

Bijlage 12a. behorend bij de artikelen 87a en 87b

Naar aanleiding van elke vermogensmeting wordt een meetrapport opgemaakt met het motorvermogen en toerental in stomende en vissende conditie. De volgende parameters worden, indien van toepassing, opgenomen in het meetrapport:

Bij het meetrapport wordt een verklaring van kennisname van het meetrapport gevoegd, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.

Indien een erkend meetbureau tijdens een vermogensmeting geconfronteerd wordt met niet verklaarbare afwijkingen van het motorvermogen, meldt het meetbureau dit terstond aan de minister. Het meetbureau maakt hier tevens een rapport van op.

5. Uitwerking steekproefplan

Voor de betrokken kapitein/eigenaar van een vissersvaartuig en andere betrokken marktdeelnemers geldt tevens dat zij moeten voldoen aan de voorschriften in de Uitvoeringsregeling zeevisserij, in samenhang met de Controleverordening en de Uitvoeringsverordening.

Om gebruik te kunnen maken van het Nederlandse steekproefplan gelden voorschriften voor de marktdeelnemers die betrokken zijn bij de weging aan boord, de aanlanding en het uitvoeren van de weging op het moment van die aanlanding. De voorschriften voor de verschillende marktdeelnemers worden hieronder nader toegelicht.

Een EU vissersvaartuig afkomstig uit een andere lidstaat mag in Nederland aanlanden en gebruik maken van dit Nederlandse steekproefplan mits hij voldoet aan bovengenoemde voorschriften. Daarnaast moet de kapitein voorafgaande aan de aanlanding het volgende aantonen:

Conform artikel 60 (1 en 2) van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) moet garanderen (hierna: Controleverordening) zien lidstaten erop toe dat alle visserijproducten bij aanlanding worden gewogen op door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde systemen.

Bijlage 12b. behorend bij de artikelen 87, 87a en 87b

Naar aanleiding van elke verzegeling wordt een (aanvullend) zegelplan opgemaakt. Zegels worden zodanig aangebracht dat ongeautoriseerde wijziging van de verzegeling wordt voorkomen. Het zegelplan wordt opgemaakt overeenkomstig de door de minister beschikbaar gestelde modellen en de richtlijnen van het motortype. Het zegelplan bevat te minste de volgende gegevens:

Bij het zegelplan worden gevoegd:

Aan de hand van de onderstaande criteria besluit het zegelbureau of er met het verzegelen een vermogensmeting dient plaats te vinden. De analyse die wordt gemaakt op basis van de hieronder genoemde criteria, wordt doorgegeven aan de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde, en aan de minister.

5.2. Risico beoordeling

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Oudeschild (gemeente Texel)

Voor het begrippenkader wordt verwezen naar de definities die zijn opgenomen in artikel 4 van de Controleverordening en artikel 2 van de Uitvoeringsverordening. Een korte opsomming van veelvoorkomende begrippen in dit controleplan:

Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vissoort Gebied
Afrikaanse duivelsrog Alle wateren
Mobula rochebrunei (RMN)
Alaskapollak Volle zee van de Beringzee
Theragra chalcogramma (ALK)
Antarctische ijsheek Antarctische wateren van FAO gebied 48.4
Dissostichus mawsoni (TOA)
Antarctische ijsheken FAO division 58.4.4 – Indian Ocean, Antarctica, part of Enderby – Wilkes
Dissostichus spp (TOT) FAO sub-area 58.5 – Indian Ocean, Antarctica – Kerguelen
FAO sub-area 58.6 – Indian Ocean, Antarctica, Crozet
FAO sub-area 58.7 – Indian Ocean, Antarctica, Marion-Edward
FAO sub-area 88.3 – Pacific, Antarctica, Amundsen Sea
Atlantische duivelsrog alle wateren
Mobula hypostoma (RMH)
Beenvisachtigen FAO 48.1
Osteichthyes (FIN) FAO 48.2
Diepzeehaaien SEAFO-verdragsgebied
Elasmobranchii spp (DWS)
Doornhaai SEAFO-verdragsgebied
Squalus acanthias (DGS) Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV
Dwergduivelsrog alle wateren
Mobula munkiana (RMU)
Dwergzaagvis alle wateren
Pristis clavata (RPC)
Electrona carlsbergi Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Electrona carlsbergi (ELC)
Fluweelijshaai SEAFO-verdragsgebied
Scymnodon squamulosus (SSQ)
Gemarmerde zuidpoolkabeljauw Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Notothenia rossii (NOR) FAO 48.1
FAO 48.2
Georgia-ijsvis Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Pseudochaenichthys georgianus (SGI) Pseudochaenichthys georgianus (SGI)
Gestekelde duivelsrog alle wateren
Mobula japanica (RMJ)
Gevlekte gladde lantaarnhaai SEAFO-verdragsgebied
Etmopterus bigelowi (ETB)
Gewone zaagvis alle wateren
Pristis pristis (RPR)
Gitaarroggen Unie-wateren van ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII
Rhinobatidae (GTF)
Gladde lantaarnhaai SEAFO-verdragsgebied
Etmopterus pusillus (ETP)
Gladstaartduivelsrog alle wateren
Mobula thurstoni (RMO)
Golfrog Unie-wateren van ICES gebieden VI en X
Raja undulata (RJU)
Grijze zuidpoolkabeljauw Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Gobionotothen gibberifrons (NOG)
Grootoog-voshaai ICCAT-verdragsgebied
Alopias superciliosus (BTH)
Grote lantaarnhaai SEAFO-verdragsgebied
Etmopterus princeps (ETR) Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I en XIV
Gunthers Patagonische rotskabeljauw Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Patagonotothen guntheri (GHP)
Haaien en doornhaaien CCAMLAR-verdragsgebied
Squalidae (DGX)
Hamerhaaien ICCAT-verdragsgebied
Sphyrnidae (SPY)
Haringhaai alle wateren
Lamna nasus (POR)
Kleine duivelsrog alle wateren
Mobula mobular (RMM)
Kleintandzaagvis alle wateren
Pristis pectinata (RPP)
Kortstaartlantaarnhaai SEAFO-verdragsgebied
Etmopterus brachyurus (ETH)
Kortvinduivelsrog alle wateren
Mobula kuhlii (RMK)
Langkamzaagvis alle wateren
Pristis zijsron (RPZ)
Langvinduivelsrog alle wateren
Mobula eregoodootenkee (RME)
Manta alle wateren
Manta birostris (RMB)
Manta alfredi alle wateren
Manta alfredi (RMA)
Mestandzaagvis alle wateren
Anoxypristis cuspidata (RPA)
Noorse rog Unie-wateren van ICES gebieden VIa-b en VIIa-c, VIIe-h en VIIk
Raja (Dipturus) nidarosiensis (JAD)
Portugese ijshaai Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I en XIV
Centroscymnus coelolepis (CYO)
Reuzenhaai alle wateren
Cetorhinus maximus (BSK)
Roggen SEAFO-verdragsgebied
Rajidae (RAJ)
Ruwe haai Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV
Galeorhinus galeus (GAG) Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV
Schubzwelghaai Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I en XIV
Centrophorus squamosus (GUQ)
Scotiazee-ijsvis Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Chaenocephalus aceratus (SSI)
Sikkelvinduivelsrog alle wateren
Mobula tarapacana (RMT)
Spitsneusrog Unie-wateren van ICES gebieden VI, VII, VIII, IX en X
Raja alba (RJA)
Spitssnuitsnavelhaai Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I en XIV
Deania calcea (DCA)
Spookkathaai SEAFO-verdragsgebied
Apristurus manis (APA)
Stekelrog Unie-wateren van ICES gebied IIIa
Raja clavata (RJC)
Sterrog Unie-wateren van ICES-gebieden IIa, IIIa, IV en VIId
Amblyraja radiata (RJR)
Vleet Unie-wateren van de ICES-sector IIa en ICES-deelgebieden III, IV, VI, VII, VIII, IX en X
Dipturus batis (RJB)
Voshaaien IOTC-verdragsgebied
Alopias spp (THR)
Witpunthaai IATTC-verdragsgebied
Carcharhinus longimanus (OCS) ICCAT-verdragsgebied
IOTC-verdragsgebied
WCPFC-vedragsgebied
Witte haai alle wateren
Carcharodon carcharias (WSH)
Zee-engel Unie-wateren
Squatina squatina (AGN)
Zeevissen (niet nader benoemd) Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2.
Osteichthyes (MZZ)
Zijdehaai IATTC-verdragsgebied
Carcharhinus falciformis (FAL) ICCAT-verdragsgebied
WCPFC-vedragsgebied
Zwarte haai Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I en XIV
Dalatias licha (SCK)
Vissoort Gebied Gebied
Amerikaanse schol* NAFO gebied 3M NAFO gebied 3M
Hippoglossoides platessoides NAFO gebieden 3L, 3N en 3O NAFO gebieden 3L, 3N en 3O
Andere soorten* Unie-wateren van ICES gebieden IIa, IV en VIa ten noorden van 56°30' NB Unie-wateren van ICES gebieden IIa, IV en VIa ten noorden van 56°30' NB
Unie-wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII Unie-wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII
Andere soorten Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2.
Noorse wateren van ICES gebieden I en II Noorse wateren van ICES gebieden I en II
Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb
Ansjovis ICES gebied VIII ICES gebied VIII
Engraulis encrasicolus ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Antarctische ijsheek FAO gebied 48.4 – Zuidelijke Antarctische wateren FAO gebied 48.4 – Zuidelijke Antarctische wateren
Dissostichus mawsoni
Antarctische krill Antarctische wateren van FAO gebied 48 Antarctische wateren van FAO gebied 48
Euphausia superba Antarctische wateren van FAO gebied 58.4.1 Antarctische wateren van FAO gebied 58.4.1
Antarctische wateren van FAO gebied 58.4.2 Antarctische wateren van FAO gebied 58.4.2
Atlantische slijmkop* SEAFO deelsector B1 SEAFO deelsector B1
Hoplostethus atlanticus SEAFO gebied met uitzondering van deelsector B1 SEAFO gebied met uitzondering van deelsector B1
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied VI Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied VI
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied VII Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied VII
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III, IV, V, VIII, IX, X, XII en XIV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III, IV, V, VIII, IX, X, XII en XIV
Beryciden SEAFO-verdragsgebied SEAFO-verdragsgebied
Beryx spp. Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV
Blauwe leng Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III
Molva dypterygia
Blauwe marlijn Atlantische Oceaan Atlantische Oceaan
Makaira nigricans
Blauwe wijting* Noorse wateren van ICES gebieden II en IV Noorse wateren van ICES gebieden II en IV
Micromesistius poutassou
Blauwe wijting ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Micromesistius poutassou
Blauwvintonijn* Atlantische Oceaan ten oosten van 45 W en Middellandse Zee Atlantische Oceaan ten oosten van 45 W en Middellandse Zee
Thunnus thynnus
Chileense horsmakreel SPRFMO-verdragsgebied SPRFMO-verdragsgebied
Trachurus murphyi
Diepzeehaaien* Internationale wateren van ICES gebied XII Internationale wateren van ICES gebied XII
Elasmobranchii spp Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied X Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied X
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI, VII, VIII en IX; Uniewateren van CECAF 34.1.1, 34.1.2 en 34.2 Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI, VII, VIII en IX; Uniewateren van CECAF 34.1.1, 34.1.2 en 34.2
Doornhaai* Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV
Squalus acanthias Unie-wateren van ICES gebied IIIa Unie-wateren van ICES gebied IIIa
Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV
Europese heek* ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Merluccius merluccius
Europese heek ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32
Merluccius merluccius
Evervissen Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VI, VII en VIII Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VI, VII en VIII
Caproidae
Gaffelkabeljauw Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III en IV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III en IV
Phycis blennoides Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI en VII Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI en VII
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII en IX Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII en IX
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden X en XII Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden X en XII
Geelstaartschar* NAFO gebied 3M NAFO gebied 3M
Limanda ferruginea NAFO gebieden 3L, 3N en 3O NAFO gebieden 3L, 3N en 3O
Gemarmerde zuidpoolkabeljauw Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Notothenia rossii
Georgia-ijsvis* Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Pseudochaenichthys georgianus
Grenadiervissen* Antarctische wateren van FAO gebied 48.4 Antarctische wateren van FAO gebied 48.4
Macrourus spp.
Grenadiervissen Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Macrourus spp. Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2.
Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 Groenlandse wateren in NAFO gebied 1
Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV
Grijze zuidpoolkabeljauw Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Lepidonotothen squamifrons Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2.
Groene zuidpoolkabeljauw Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Gobionotothen gibberifrons
Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot* Internationale wateren van ICES gebieden I en II Internationale wateren van ICES gebieden I en II
Reinhardtius hippoglossoides
Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 Groenlandse wateren in NAFO gebied 1
Reinhardtius hippoglossoides Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV
NAFO gebieden 3L, 3M, 3N en 3O NAFO gebieden 3L, 3M, 3N en 3O
Noorse wateren van ICES gebieden I en II Noorse wateren van ICES gebieden I en II
Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV; Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en VI Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV; Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en VI
Grootoogtonijn Atlantische Oceaan Atlantische Oceaan
Thunnus obesus
Haring* ICES gebieden VIa-Zuid, VIIb en VIIc ICES gebieden VIa-Zuid, VIIb en VIIc
Clupea harengus
Haring ICES gebied IIIa ICES gebied IIIa
Clupea harengus ICES gebied IIIa (Bijvangstquotum) ICES gebied IIIa (Bijvangstquotum)
ICES gebied VIIa ICES gebied VIIa
ICES gebieden VIIe en VIIf ICES gebieden VIIe en VIIf
Wateren van Clyde in ICES gebied VIa Wateren van Clyde in ICES gebied VIa
Heilbot Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 Groenlandse wateren in NAFO gebied 1
Hippoglossus hippoglossus Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV
Horsmakrelen CECAF gebied 34.1.13 onder jurisdictie van Canarische eilanden CECAF gebied 34.1.13 onder jurisdictie van Canarische eilanden
Trachurus spp. ICES gebied IX ICES gebied IX
ICES gebied VIIIc ICES gebied VIIIc
ICES gebied X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.2 onder jurisdictie van de Azoren ICES gebied X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.2 onder jurisdictie van de Azoren
Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.2 onder jurisdictie van Madeira Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.2 onder jurisdictie van Madeira
IJsvis Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Champsocephalus gunnari Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2.
Industriële vis Noorse wateren van ICES gebied IV Noorse wateren van ICES gebied IV
Kabeljauw Gadus morhua* ICES gebied VIa en Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied Vb ten oosten van 12°W ICES gebied VIa en Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied Vb ten oosten van 12°W
Kattegat Kattegat
NAFO gebieden 2J, 3K en 3L NAFO gebieden 2J, 3K en 3L
NAFO gebieden 3N en 3O NAFO gebieden 3N en 3O
Kabeljauw Groenlandse wateren van NAFO gebied 1 en Groenlandse wateren van ICES gebied XIV Groenlandse wateren van NAFO gebied 1 en Groenlandse wateren van ICES gebied XIV
Gadus morhua ICES gebied VIIa ICES gebied VIIa
ICES gebied VIb en Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied Vb ten westen van 12° WL en van ICES gebieden XII en XIV ICES gebied VIb en Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied Vb ten westen van 12° WL en van ICES gebieden XII en XIV
NAFO gebied 3M NAFO gebied 3M
Noorse wateren van ICES gebieden I en II Noorse wateren van ICES gebieden I en II
Kabeljauw en schelvis Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb
Gadus morhua & Melanogrammus aeglefinus
Kever Noorse wateren van ICES gebied IV Noorse wateren van ICES gebied IV
Trisopterus esmarki
Koolvis* Internationale wateren van ICES gebieden I en II Internationale wateren van ICES gebieden I en II
Pollachius virens
Koolvis Pollachius virens ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
ICES gebieden VII, VIII, IX, X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VII, VIII, IX, X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Noorse wateren van ICES gebieden I en II Noorse wateren van ICES gebieden I en II
Kortvinpijlinktvis NAFO gebieden 3 en 4 NAFO gebieden 3 en 4
Illex illecebrosus
Krabben* Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Paralomis spp.
Langoustine ICES gebied VI en Unie- en internationale wateren van ICES gebied Vb ICES gebied VI en Unie- en internationale wateren van ICES gebied Vb
Nephrops norvegicus ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32
ICES gebied VII ICES gebied VII
ICES gebied VIIIc ICES gebied VIIIc
ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe
Noorse wateren van ICES gebied IV Noorse wateren van ICES gebied IV
Langsnuit-ijsvis Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2.
Channichthys rhinoceratus
Leng ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32
Molva molva Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV
Leng en blauwe leng Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb
Molva molva & Molva dypterygia
Lodde* Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV
Mallotus villosus ICES gebied IIb ICES gebied IIb
NAFO gebieden 3N en 3O NAFO gebieden 3N en 3O
Lom* ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32
Brosme brosme Noorse wateren van ICES gebied IV Noorse wateren van ICES gebied IV
Makreel* Noorse wateren van ICES gebieden IIa Noorse wateren van ICES gebieden IIa
Scomber scombrus
Makreel ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Scomber scombrus
Noordelijke grenadiervis* NAFO gebieden N2,3 NAFO gebieden N2,3
Macrourus berglax Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II en IV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II en IV
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII
Noorse garnaal* NAFO gebied 3L NAFO gebied 3L
Pandalus borealis
Noorse garnaal Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 Groenlandse wateren in NAFO gebied 1
Pandalus borealis Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV
ICES gebied IIIa ICES gebied IIIa
NAFO gebied 3M NAFO gebied 3M
NAFO-gebied 3M NAFO-gebied 3M
Noorse wateren van ICES gebied IV Noorse wateren van ICES gebied IV
Pacifische sneeuwkrabben Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 Groenlandse wateren in NAFO gebied 1
Chionoecetes spp.
Peneïde garnalen Frans-Guyana Frans-Guyana
Penaeus spp.
Platvissen Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb
Pleuronectiformes
Pseudopentaceros spp* SEAFO-verdragsgebied SEAFO-verdragsgebied
Pseudopentaceros spp
Rode diepzeekrabben SEAFO deelsector B1 SEAFO deelsector B1
Geryon spp. SEAFO gebied met uitzondering van deelsector B1 SEAFO gebied met uitzondering van deelsector B1
Rogachtigen Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Rajiformes Antarctische wateren van FAO gebied 48.4 Antarctische wateren van FAO gebied 48.4
Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2.
Unie-wateren van ICES gebied IIIa Unie-wateren van ICES gebied IIIa
Unie-wateren van ICES gebieden VIII en IX Unie-wateren van ICES gebieden VIII en IX
Roggen NAFO gebieden 3L, 3N en 3O NAFO gebieden 3L, 3N en 3O
Raja spp
Rondneusgrenadier* NAFO gebieden N2,3 NAFO gebieden N2,3
Coryphaenoides rupestris
Rondneusgrenadier Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III
Coryphaenoides rupestris Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II en IV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II en IV
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV
Roodbaarzen* IJslandse wateren van ICES gebied Va IJslandse wateren van ICES gebied Va
Sebastes spp. NAFO deelgebied 2, sectoren 1F en 3K NAFO deelgebied 2, sectoren 1F en 3K
Ondiep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV Ondiep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
Roodbaarzen Sebastes spp. Diep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV Diep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
Groenlandse wateren van NAFO gebied 1F en Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV (demersaal) Groenlandse wateren van NAFO gebied 1F en Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV (demersaal)
Groenlandse wateren van NAFO gebied 1F en Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV (pelagisch) Groenlandse wateren van NAFO gebied 1F en Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV (pelagisch)
Internationale wateren van ICES gebieden I en II Internationale wateren van ICES gebieden I en II
NAFO gebied 3M NAFO gebied 3M
NAFO gebied 3O NAFO gebied 3O
NAFO gebieden 3L en 3N NAFO gebieden 3L en 3N
Noorse wateren van ICES gebieden I en II Noorse wateren van ICES gebieden I en II
Ondiep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV Ondiep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb
Scharretongen Lepidorhombus spp. ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
ICES gebied VII ICES gebied VII
ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe
ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Schelvis ICES gebied VIIa ICES gebied VIIa
Melanogrammus aeglefinus ICES gebieden VIIb-k, VIII, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VIIb-k, VIII, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Noorse wateren van ICES gebieden I en II Noorse wateren van ICES gebieden I en II
Unie-wateren en Internationale wateren van ICES gebieden VIb, XII en XIV Unie-wateren en Internationale wateren van ICES gebieden VIb, XII en XIV
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en VIa Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en VIa
Schol Pleuronectes platessa ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
ICES gebied VIIa ICES gebied VIIa
ICES gebieden VIII, IX en X en de Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VIII, IX en X en de Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
ICES gebieden VIIb en VIIc ICES gebieden VIIb en VIIc
ICES gebieden VIId en VIIe ICES gebieden VIId en VIIe
ICES gebieden VIIf en VIIg ICES gebieden VIIf en VIIg
ICES gebieden VIIh, VIIj en VIIk ICES gebieden VIIh, VIIj en VIIk
Kattegat Kattegat
Scotiazee-ijsvis Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Chaenocephalus aceratus
Sprot* ICES gebieden IIIb, c en d – exclusief MU3 ICES gebieden IIIb, c en d – exclusief MU3
Sprattus sprattus Unie-wateren in de Zwarte Zee (FAO gebied 37.4.2) Unie-wateren in de Zwarte Zee (FAO gebied 37.4.2)
Sprot ICES gebied IIIa ICES gebied IIIa
Sprattus sprattus
Tarbot Unie-wateren in de Zwarte Zee (FAO gebied 37.4.2) Unie-wateren in de Zwarte Zee (FAO gebied 37.4.2)
Psetta maxima
Tong Solea solea ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
ICES gebied VIIa ICES gebied VIIa
ICES gebied VIId ICES gebied VIId
ICES gebied VIIe ICES gebied VIIe
ICES gebieden VIIIa en VIIIb ICES gebieden VIIIa en VIIIb
ICES gebieden VIIb en VIIc ICES gebieden VIIb en VIIc
ICES gebieden VIIf en VIIg ICES gebieden VIIf en VIIg
ICES gebieden VIIh, VIIj en VIIk ICES gebieden VIIh, VIIj en VIIk
Tongen ICES gebieden VIIIc, VIIId, VIIIe, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VIIIc, VIIId, VIIIe, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Solea spp.
Wijting Merlangius merlangus ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
ICES gebied VIII ICES gebied VIII
ICES gebied VIIa ICES gebied VIIa
ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Witje* NAFO gebied 3L NAFO gebied 3L
Glyptocephalus cynoglossus NAFO gebied 3M NAFO gebied 3M
NAFO gebieden 2J, 3K en 3L NAFO gebieden 2J, 3K en 3L
Witje NAFO gebieden 3N en 3O NAFO gebieden 3N en 3O
Glyptocephalus cynoglossus
Witte heek* NAFO gebieden 2J, 3K en 3L NAFO gebieden 2J, 3K en 3L
Urophycis tenuis
Witte heek NAFO gebieden 3N en 3O NAFO gebieden 3N en 3O
Urophycis tenuis
Witte koolvis Pollachius pollachius ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
ICES gebied VII ICES gebied VII
ICES gebied VIIIc ICES gebied VIIIc
ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe
Witte marlijn Atlantische Oceaan Atlantische Oceaan
Tetrapturus albidus
Witte tonijn Atlantische oceaan ten noorden van 5° noorderbreedte Atlantische oceaan ten noorden van 5° noorderbreedte
Thunnus alalunga Atlantische oceaan ten zuiden van 5° noorderbreedte Atlantische oceaan ten zuiden van 5° noorderbreedte
Zalm ICES gebied IIId – Golf van Finland (deelsector 32) ICES gebied IIId – Golf van Finland (deelsector 32)
Salmo salar Unie-wateren van deelsectoren 22-31 (Oostzee excl. Golf van Finland) Unie-wateren van deelsectoren 22-31 (Oostzee excl. Golf van Finland)
Zandspieringen* ICES gebied IIIa en Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV ICES gebied IIIa en Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV
Ammodytes spp. Noorse wateren van ICES gebied IV Noorse wateren van ICES gebied IV
Zeebrasem Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied IX Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied IX
Pagellus bogaraveo Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied X Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied X
Zeeduivels ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe
Lophiidae ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Zuidelijke blauwvintonijn alle gebieden van het zuidelijke blauwvintonijn gebied (FAO gebieden 41,48,51,57,58 en 81) alle gebieden van het zuidelijke blauwvintonijn gebied (FAO gebieden 41,48,51,57,58 en 81)
Thunnus maccoyii
Zwaardvis Atlantische oceaan ten noorden van 5° noorderbreedte Atlantische oceaan ten noorden van 5° noorderbreedte
Xiphias gladius Atlantische oceaan ten zuiden van 5° noorderbreedte Atlantische oceaan ten zuiden van 5° noorderbreedte
WCFPC verdragsgebied ten zuiden van 20 ° ZB WCFPC verdragsgebied ten zuiden van 20 ° ZB
Zwarte Patagonische ijsheek* SEAFO-verdragsgebied, subarea D SEAFO-verdragsgebied, subarea D
Dissostichus eleginoides
Zwarte Patagonische ijsheek Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Dissostichus eleginoides Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2.
FAO gebied 48.4 – Noordelijke Antarctische wateren FAO gebied 48.4 – Noordelijke Antarctische wateren
FAO gebied 48.4 – Zuidelijke Antarctische wateren FAO gebied 48.4 – Zuidelijke Antarctische wateren
Zwarte haarstaart Unie-wateren en internationale wateren van CECAF gebied 34.1.2 Unie-wateren en internationale wateren van CECAF gebied 34.1.2
Aphanopus carbo Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III en IV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III en IV
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX en X Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX en X

5.1.3. Voorschriften voor marktdeelnemers in Nederland (visafslag / koper)

Nes (gemeente Ameland)

Na afloop van de visreis voert de NVWA binnen het kader van het jaarplan administratieve inspecties uit op de weegresultaten die door de marktdeelnemer worden verstrekt. Deze administratieve inspecties worden verricht door het uitvoeren van kruiscontroles tussen de gegevens van het (elektronische) visserij logboek en het vervoersdocument enerzijds en de weegregisters anderzijds, op de plaats van de eindbestemming waar de producten worden gewogen in combinatie met de aangifte van aanlanding en het verkoopdocument.

Bijlage b1. behorende bij de artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Steekproefplan voor ‘Wegen aan boord’ van verse visserijproducten o.b.v. artikel 60 (3) van Vo 1224/2009

Het risico niveau kan op basis van de uitkomsten van de risico analyse wijzigen.

Bij wijze van afwijking mogen de lidstaten conform artikel 60 (3) toestaan dat visserijproducten aan boord van een vissersvaartuig worden gewogen volgens een door de Commissie goedgekeurd steekproevenplan dat is vastgesteld overeenkomstig de methode die is beschreven in bijlage XX van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (hierna: Uitvoeringsverordening).

Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheerperiode als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

6.1.1. Officiële controle aanlanding

De controle op de aanlanding van vaartuigen die gebruik maken van de mogelijkheid om te wegen na transport is gericht op de voorschriften voor kapiteins van vissersvaartuigen zoals genoemd in H 5.1.1. Voor controle doeleinden maakt de inspecteur steekproefsgewijs gebruik van de mogelijkheid om het vervoermiddel officieel te verzegelen met unieke zegels. Deze verzegeling mag onderweg uitsluitend worden verbroken voor inspectie doeleinden die worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit. In dat geval brengt de inspecteur een nieuw zegel aan en registreert dit op het transportdocument.

Voor het begrippenkader wordt verwezen naar de definities die zijn opgenomen in artikel 4 van de Controleverordening en artikel 2 van de Uitvoeringsverordening. Een korte opsomming van veelvoorkomende begrippen in dit steekproefplan:

Bijlage 11. behorende bij artikel 140c van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Soort en FAO-/GN-code Grootte Benaming Afmeting Drempelprijs (EUR/t)
Schol
| per 01-01-2021 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 30-04-2021 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.300
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.270
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.130
Schol
|| per 01-05-2021 1 Groot 41 cm en groter 2.040
t/m 30-11-2021 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.490
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.360
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Schol
||| per 01-12-2021 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 31-12-2021 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.370
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.340
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Garnalen (vers, gekoeld), gestoomd of in water gekookt *Breedte v.h. pantser*
[CSH/GN 3062310] 1 6,8 mm en meer 3.250
2 6,5 mm en meer 3.250

5.1. Voorschriften marktdeelnemers, kapitein en eigenaar vissersvaartuig

Bij wijze van afwijking mogen de lidstaten conform artikel 60 (3) toestaan dat visserijproducten aan boord van een vissersvaartuig worden gewogen volgens een door de Commissie goedgekeurd steekproevenplan dat is vastgesteld overeenkomstig de methode die is beschreven in bijlage XX van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (hierna: Uitvoeringsverordening).

Bijlage 13. Locaties waar garnalen worden ingedeeld in de versheidsklassen en grootteklassen, behorend bij artikel 140d

5.1.3. Voorschriften marktdeelnemers verantwoordelijk voor de 1e afzet

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 8. behorende bij de artikelen 1, eerste lid, 21, eerste lid, en 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vissoort Gebied Percentage
Blauwe wijting Wateren van het Verenigd Koninkrijk, wateren van de Unie en internationale wateren van de ICES-gebieden 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8a, 8b, 8d, 8e, 12 en 14 80,3895%
Grote Zilversmelt ICES-gebieden 6 en 7, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-gebied 5 25,0891%
Haring Wateren van het Verenigd Koninkrijk, Noorse wateren en internationale wateren van de ICES-gebieden 1 en 2 91,9233%
Haring Wateren van het Verenigd Koninkrijk, wateren van de Unie en Noorse wateren van ICES-deelgebied 4 ten noorden van 53°30'NB 112,0155%
Haring ICES-gebieden 4c en 7d 124,2648%
Haring ICES-gebieden 6b en 6a-Noord, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-gebied 5b 24,6304%
Haring ICES-gebieden 6a-Zuid, 7b en 7c 25,0018%
Haring ICES-gebieden 7a, ten zuiden van 52°30'NB, 7g, 7h, 7j en 7k 26,2884%
Horsmakreel Wateren van het Verenigd Koninkrijk van de ICES-gebieden 4a, 6, 7a, 7b, 7c, 7e, 7f, 7g, 7h, 7i, 7j, 7k, 8a, 8b, 8d, 8e, wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-gebied 2a, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van 5b en internationale wateren van 12 en 14 69,9924%
Horsmakreel Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-gebieden 4b, 4c en 7d 23,9803%
Kabeljauw ICES-gebied 4, wateren van het Verenigd Koninkrijk van het ICES-gebied 2a, en het ICES-gebied 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort 99,4002%
Makreel ICES gebieden 6, 7, 8a, 8b, 8d en 8e, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van het ICES-gebied 5b en de internationale wateren van de ICES-gebieden 2a, 12 en 14 90,3737%
Schol ICES-gebied 4, wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-gebied 2a en het ICES-gebied 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort 94,3922%
Tong Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-gebied 4 en wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-gebied 2a 24,7010%
Wijting ICES-gebied 4 en de wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-gebied 2a 123,0919%

4. Begrippen en definities

Bijlage 9. behorende bij artikel 24 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Artikel Vissoort Gebiedsomschrijving Hoeveelheid (per vaartuig)
Artikel 24, eerste lid, onderdeel a Kabeljauw: ICES-deelgebied 4, wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a en het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort 41 kilogram per maand
Artikel 24, eerste lid, onderdeel a Wijting: ICES-deelgebied 4 en wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a 49 kilogram per maand
Artikel 24, eerste lid, onderdeel a Makreel: ICES-deelgebied 4, ICES-sectoren 3a, 3b en 3c en ICES-deelsectoren van 22 tot en met 32 165 kilogram per maand
Artikel 24, eerste lid, onderdeel c Kabeljauw: ICES-deelgebied 4, wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a en het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort 114 kilogram per jaar
Artikel 24, eerste lid, onderdeel c Wijting: ICES-deelgebied 4, wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a 74 kilogram per jaar
Artikel 24, eerste lid, onderdeel c Makreel: ICES deelgebied 4, ICES-sectoren 3a, 3b en 3c en ICES-deelsectoren van 22 tot en met 32 41 kilogram per jaar
Artikel 24, eerste lid, onderdeel d Horsmakreel: Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d 59 kilogram per jaar

Na afloop van de visreis voert de NVWA binnen het kader van het jaarplan administratieve inspecties uit op de weegresultaten die door de marktdeelnemer worden verstrekt. Deze administratieve inspecties worden verricht door het uitvoeren van kruiscontroles tussen de gegevens van het (elektronische) visserij logboek en het vervoersdocument enerzijds en de weegregisters anderzijds, op de plaats van de eindbestemming waar de producten worden gewogen in combinatie met de aangifte van aanlanding en het verkoopdocument.

Hierbij wordt o.a. het navolgende gecontroleerd:

Bijlage 11. behorende bij artikel 140c van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Soort en FAO-/GN-code Grootte Benaming Afmeting Drempelprijs (EUR/t)
Schol
| per 01-01-2021 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 30-04-2021 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.300
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.270
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.130
Schol
|| per 01-05-2021 1 Groot 41 cm en groter 2.040
t/m 30-11-2021 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.490
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.360
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Schol
||| per 01-12-2021 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 31-12-2021 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.370
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.340
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Garnalen (vers, gekoeld), gestoomd of in water gekookt *Breedte v.h. pantser*
[CSH/GN 3062310] 1 6,8 mm en meer 3.250
2 6,5 mm en meer 3.250

5.1.3. Voorschriften marktdeelnemers verantwoordelijk voor de 1e afzet

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 5

1. Inleiding

Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vissoort Gebied Hoeveelheid
Andere soorten Noorse wateren van ICES gebied IV (OTH/04-N.) 290
Blauwe wijting Micromesistius poutassou (WHB) Unie-wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV (WHB/1X14) 36.711
Voetnoot: Maximaal 12,7% van dit quotum mag worden gevangen in de wateren van de Faeröer.
Voetnoot: 4.662 ton van dit quotum mag worden gevangen in wateren van de Faeroër.
Wateren van de Faeröer (WHB/2A4AXF) 84
Europese heek Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (HKE/2AC4-C) 106
Merluccius merluccius (HKE) ICES gebieden VI, VII, Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied Vb en de internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV (HKE/571214) 302
Voetnoot: 30 ton van dit quotum mag worden gevangen in ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe.
ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe (HKE/8ABDE.) 30
Voetnoot: 9 ton van dit quotum mag worden gevangen in ICES gebieden VI en VII, uniewateren van ICES gebied Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV.
Grote zilversmelt Unie-wateren van ICES gebieden III en IV (ARU/34-C) 43
Argentina silus (ARU) Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI en VII (ARU/567.) 3.434
Unie- en internationale wateren van de ICES gebieden I en II (ARU/1/2.) 19
Haring Clupea harengus (HER) Bijvangsten in ICES gebieden IV en VIId en in de Unie-wateren van ICES gebied IIa (HER/2A47DX) 78
Voetnoot: Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen als bijvangst met vistuig met een waaswijdte kleiner dan 32 mm.
Unie-wateren en internationale wateren van de ICES gebieden Vb, VIb en VIa-Noord (HER/5B6ANB) 2.536
Unie- en internationale wateren van de ICES gebieden I en II (HER/1/2-) 1.679
ICES gebieden VIIg, VIIh, VIIj en VIIk (HER/7G-K.) 966
ICES gebieden IVc en VIId (HER/4CXB7D) 21.478
Voetnoot: Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm.
Unie-wateren en Noorse wateren van ICES gebied IV benoorden 53°30' NB. (HER/4AB.) 57.104
Voetnoot: uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm.
Horsmakrelen Trachurus spp. (JAX) Unie-wateren van ICES gebieden IIa, IVa, VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIabde, de Unie- en internationale wateren van ICES gebied Vb en de internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV (JAX/2A-14) 26.046
Voetnoot: Maximaal 5% van dit quotum mag worden gevangen in ICES gebied VIId.
Unie-wateren van ICES gebieden IVb, IVc en VIId (JAX/4BC7D) 3.323
Kabeljauw Gadus morhua (COD) ICES gebied IV, Unie-wateren van ICES gebied IIa en ICES gebied IIIa tot aan het Skagerrak (COD/2A3AX4) 2.800
ICES gebieden VIIb-c en VIIe-k, VIII, IX, X en Unie-wateren van CECAF 34.1.1 (COD/7XAD34) 1
Skagerrak (COD/03AN.) 21
ICES gebied VIId (COD/07D.) 43
Kever Trisopterus esmarki (NOP) ICES gebied IIIa en Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (NOP/2A3A4.) 94
Koolvis Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb (POK/05B-F.) 60
Pollachius virens (POK) ICES gebieden IIIa en IV, Unie-wateren van de ICES gebieden IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 (POK/2A34.) 68
Langoustine Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (NEP/2AC4-C) 480
Nephrops norvegicus (NEP)
Leng Noorse wateren van ICES gebied IV (LIN/04-N.) 1
Molva molva (LIN) Unie-wateren van ICES gebied IV (LIN/04-C.) 5
Makreel Scomber scombrus (MAC) ICES gebieden IIIa en IV, Unie-wateren van de ICES gebieden IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 (MAC/2A34.) 2.088
Voetnoot: Mag worden gevangen in de Noorse wateren van ICES gebied IVa.
Voetnoot: binnen de limieten van dit quotum mag in ICES gebieden IIIa, Ivb en Ivc niet meer worden gevangen dan 490 ton.
Voetnoot: 288 ton van dit quotum mag worden gevangen in wateren van de Faeroër.
Voetnoot: 281 ton van dit quotum mag worden gevangen in de Noorse wateren van ICES gebied IIa.
ICES gebieden VI, VII en VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied Vb en de internationale wateren van ICES gebieden Iia, XII en XIV (MAC/2CX14-) 39.033
Voetnoot: 3.249 ton van dit quotum mag worden gevangen in wateren van de Faeröer.
Voetnoot: 23.557 ton van dit quotum mag worden gevangen in Unie- wateren van ICES gebied IVa.
Voetnoot: 3.172 ton van dit quotum mag worden gevangen in Noorse wateren van ICES gebied IIa.
Noorse garnaal Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (PRA/2AC4-C) 23
Pandalus borealis (PRA)
Rogachtigen Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (SRX/2AC4-C) 180
Rajiformes (SRX) Voetnoot: Uitsluitend voor bijvangst. Vaartuigen langer dan 15 meter LOA mogen per visreis niet meer dan 25% levend gewicht aan roggen aan boord houden.
Unie-wateren van ICES gebieden VIa-b en VIIa-c en VIIe-k (SRX/67AKXD) 3
Voetnoot: Maximaal 5% van dit quotum mag worden gevangen in ICES gebied VIId.
ICES gebied VIId (SRX/07D.) 4
Schar en bot Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (D/F/2AC4-C) 11.421
Limanda limanda & Platichthys flesus (D/F)
Scharretongen Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (LEZ/2AC4-C) 27
Lepidorhombus spp. (LEZ)
Schelvis ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 (HAD/3A/BCD) 2
Melanogrammus aeglefinus (HAD) ICES gebied IV en Unie-wateren van ICES gebied IIa (HAD/2AC4.) 189
Schol Pleuronectes platessa (PLE) ICES gebied IV, Unie-wateren van ICES gebied IIa en ICES gebied IIIa tot aan het Skagerrak (PLE/2A3AX4) 46.035
Skagerrak (PLE/03AN.) 1.506
Sprot Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (SPR/2AC4-C) 2.506
Sprattus sprattus (SPR) ICES gebieden VIId en VIIe (SPR/7DE.) 361
Tarbot en griet Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (T/B/2AC4-C) 2.579
Psetta maxima & Scopthalmus rhombus (T/B)
Tong Unie-wateren van de ICES gebieden IIa en IV (SOL/24-C.) 8.945
Solea solea (SOL) ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 (SOL/3A/BCD) 17
Tongschar en witje Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (L/W/2AC4-C) 794
Microstomus kitt & Glyptocephalus cynoglossus (L/W)
Wijting ICES gebied IIIa (WHG/03A.) 3
Merlangius merlangus (WHG) ICES gebieden VIIb, VIIc, VIId, VIIe, VIIf, VIIg, VIIh, VIIj en VIIk (WHG/7X7A-C) 86
ICES gebied IV en Unie-wateren van ICES gebied IIa (WHG/2AC4.) 699
Zeeduivels Lophiidae (ANF) ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV (ANF/56-14) 184
ICES gebied VII (ANF/07.) 401
Voetnoot: 40 ton van dit quotum mag worden gevangen in ICES gebieden VIIIa, VIIIb en VIIId en VIIIe.
Noorse wateren van ICES gebied IV (ANF/04-N.) 16
Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV (ANF/2AC4-C) 251
Voetnoot: 25 ton van dit quotum mag worden gevangen in VI; Unie-wateren in internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV.

5.1.2. Voorschriften voor vervoerders

Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

4. Begrippen en definities

Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheerperiode als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vistuigcategorieën Vistuig-categorie code Visserij-inspanning in de maanden februari 2016 tot en met september 2016 Visserij-inspanning in de maanden oktober 2016 tot en met januari 2017
Bodemtrawls en zegens (vistuigtypen OTB, OTT, PTB, SDN, SSC, SPR) met een maaswijdte:
gelijk aan of groter dan 120 mm TR1 A1 124.950 22.050
gelijk aan of groter dan 120 mm TR1 B2 93.726 16.540
gelijk aan of groter dan 100 mm en kleiner dan 120 mm TR1 C 779.277 137.520
gelijk aan of groter dan 70 mm en kleiner dan 100 mm TR2 1.449.331 483.110
Bodemtrawls en zegens (vistuigtypen OTB, OTT, PTB, SDN, SSC, SPR) met een maaswijdte: Visserij-inspanning in de maanden februari 2016 tot en met januari 2017 Visserij-inspanning in de maanden februari 2016 tot en met januari 2017
gelijk aan of groter dan 16 mm en kleiner dan 32 mm TR3 36.617 36.617
Boomkorren (vistuigtype TBB) met een maaswijdte:
gelijk aan of groter dan 120 mm BT1 999.808 999.808
gelijk aan of groter dan 80 mm en kleiner dan 120 mm BT2 22.004.242 22.004.242
Kieuwnetten en warrelnetten (vistuigtype GN) GN 438.664 438.664

Voetnoten:

1 Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in titel II, hHoofdstuk II, van de verordening vangstmogelijkheden.

2 Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die niet deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in titel II, hoofdstuk II, van de verordening vangstmogelijkheden.

Bijlage 8. De vissoorten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, de vangstgebieden, bedoeld in artikel 1, eerste lid, en de percentages, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij voor het kalenderjaar 2016

Vissoort Gebied Percentage
Blauwe wijting EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV 105.3085
Grote Zilversmelt EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden V, VI en VII 100.0001
Haring EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I en II 112.0324
Haring EU wateren van het ICES gebied IV ten noorden van 53°30'NB 111.3017
Haring ICES gebieden IVc en VIId 118.6835
Haring EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden Vb, VIb en VIa-Noord 0
Haring ICES gebieden VIa-Zuid, VIIb en VIIc 0
Haring ICES gebieden VIIg, VIIh, VIIj en VIIk 80.1715
Horsmakreel EU wateren van de ICES gebieden IIa, IVa, VI, VIIa, VIIb, VIIc, VIIe, VIIf, VIIg, VIIh, VIIj, VIIk, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe en de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb en de internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV 125.2008
Horsmakreel EU wateren van de ICES gebieden IVb, IVc en VIId 100.0005
Kabeljauw ICES gebied IV, de EU wateren van het ICES gebied IIa en het ICES gebied IIIa tot aan het Skagerrak 115.3995
Makreel ICES gebieden VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe, de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb en de internationale wateren van de ICES gebieden IIa, XII en XIV 84.9941
Schol ICES gebied IV, de EU wateren van het ICES gebied IIa en het ICES gebied IIIa tot aan het Skagerrak 97.7512
Tong EU wateren van de ICES gebieden II en IV 107.7560
Wijting ICES gebied IV en de EU wateren van het ICES gebied IIa 96.5174

6.2. Administratieve inspecties

Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

5.2. Risico en risico beheer

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 73a

Door vernummering vervallen.

Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone

Hoofdstuk 6. Controleverordening

§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen

§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden

§ 3. Controle op visserij-inspanning

§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden

§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden

§ 3. Controle op visserij-inspanning

§ 4. Controle op vlootbeheer

§ 6. Controle op technische maatregelen

Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen

§ 7. Controle op de afzet

Artikel 131a. Maatregelen ten aanzien van derde landen die niet-duurzame visserij toelaten

Het is verboden in strijd te handelen met op grond van artikel 4 van verordening nr. 1026/2012 vastgestelde maatregelen.

§ 7. Controle op de afzet

Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen

Bijlage 2

B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de artikelen 14, zesde lid, 71, tweede lid, 75, derde lid, 76, tweede lid, 77, vijfde lid, en 124, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 2

A. Havens als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, en losplaatsen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)

Artikel 61 (1) van de Controleverordening en artikel 77 (1) in samenhang met bijlage XXI van de Uitvoeringsverordening.

Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

2. Doel

Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

6.1.2. Officiële controle na aankomst van ongewogen vis

Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

5.1. Voorschriften marktdeelnemers

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vissoort Gebied
Afrikaanse duivelsrog Alle wateren
Mobula rochebrunei (RMN)
Alaskapollak Volle zee van de Beringzee
Theragra chalcogramma (ALK)
Antarctische ijsheek Antarctische wateren van FAO gebied 48.4
Dissostichus mawsoni (TOA)
Antarctische ijsheken FAO division 58.4.4 – Indian Ocean, Antarctica, part of Enderby – Wilkes
Dissostichus spp (TOT) FAO sub-area 58.5 – Indian Ocean, Antarctica – Kerguelen
FAO sub-area 58.6 – Indian Ocean, Antarctica, Crozet
FAO sub-area 58.7 – Indian Ocean, Antarctica, Marion-Edward
FAO sub-area 88.3 – Pacific, Antarctica, Amundsen Sea
Atlantische duivelsrog alle wateren
Mobula hypostoma (RMH)
Beenvisachtigen FAO 48.1
Osteichthyes (FIN) FAO 48.2
Diepzeehaaien SEAFO-verdragsgebied
Elasmobranchii spp (DWS)
Doornhaai SEAFO-verdragsgebied
Squalus acanthias (DGS) Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV
Dwergduivelsrog alle wateren
Mobula munkiana (RMU)
Dwergzaagvis alle wateren
Pristis clavata (RPC)
Electrona carlsbergi Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Electrona carlsbergi (ELC)
Fluweelijshaai SEAFO-verdragsgebied
Scymnodon squamulosus (SSQ)
Gemarmerde zuidpoolkabeljauw Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Notothenia rossii (NOR) FAO 48.1
FAO 48.2
Georgia-ijsvis Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Pseudochaenichthys georgianus (SGI) Pseudochaenichthys georgianus (SGI)
Gestekelde duivelsrog alle wateren
Mobula japanica (RMJ)
Gevlekte gladde lantaarnhaai SEAFO-verdragsgebied
Etmopterus bigelowi (ETB)
Gewone zaagvis alle wateren
Pristis pristis (RPR)
Gitaarroggen Unie-wateren van ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII
Rhinobatidae (GTF)
Gladde lantaarnhaai SEAFO-verdragsgebied
Etmopterus pusillus (ETP)
Gladstaartduivelsrog alle wateren
Mobula thurstoni (RMO)
Golfrog Unie-wateren van ICES gebieden VI en X
Raja undulata (RJU)
Grijze zuidpoolkabeljauw Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Gobionotothen gibberifrons (NOG)
Grootoog-voshaai ICCAT-verdragsgebied
Alopias superciliosus (BTH)
Grote lantaarnhaai SEAFO-verdragsgebied
Etmopterus princeps (ETR) Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I en XIV
Gunthers Patagonische rotskabeljauw Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Patagonotothen guntheri (GHP)
Haaien en doornhaaien CCAMLAR-verdragsgebied
Squalidae (DGX)
Hamerhaaien ICCAT-verdragsgebied
Sphyrnidae (SPY)
Haringhaai alle wateren
Lamna nasus (POR)
Kleine duivelsrog alle wateren
Mobula mobular (RMM)
Kleintandzaagvis alle wateren
Pristis pectinata (RPP)
Kortstaartlantaarnhaai SEAFO-verdragsgebied
Etmopterus brachyurus (ETH)
Kortvinduivelsrog alle wateren
Mobula kuhlii (RMK)
Langkamzaagvis alle wateren
Pristis zijsron (RPZ)
Langvinduivelsrog alle wateren
Mobula eregoodootenkee (RME)
Manta alle wateren
Manta birostris (RMB)
Manta alfredi alle wateren
Manta alfredi (RMA)
Mestandzaagvis alle wateren
Anoxypristis cuspidata (RPA)
Noorse rog Unie-wateren van ICES gebieden VIa-b en VIIa-c, VIIe-h en VIIk
Raja (Dipturus) nidarosiensis (JAD)
Portugese ijshaai Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I en XIV
Centroscymnus coelolepis (CYO)
Reuzenhaai alle wateren
Cetorhinus maximus (BSK)
Roggen SEAFO-verdragsgebied
Rajidae (RAJ)
Ruwe haai Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV
Galeorhinus galeus (GAG) Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV
Schubzwelghaai Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I en XIV
Centrophorus squamosus (GUQ)
Scotiazee-ijsvis Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Chaenocephalus aceratus (SSI)
Sikkelvinduivelsrog alle wateren
Mobula tarapacana (RMT)
Spitsneusrog Unie-wateren van ICES gebieden VI, VII, VIII, IX en X
Raja alba (RJA)
Spitssnuitsnavelhaai Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I en XIV
Deania calcea (DCA)
Spookkathaai SEAFO-verdragsgebied
Apristurus manis (APA)
Stekelrog Unie-wateren van ICES gebied IIIa
Raja clavata (RJC)
Sterrog Unie-wateren van ICES-gebieden IIa, IIIa, IV en VIId
Amblyraja radiata (RJR)
Vleet Unie-wateren van de ICES-sector IIa en ICES-deelgebieden III, IV, VI, VII, VIII, IX en X
Dipturus batis (RJB)
Voshaaien IOTC-verdragsgebied
Alopias spp (THR)
Witpunthaai IATTC-verdragsgebied
Carcharhinus longimanus (OCS) ICCAT-verdragsgebied
IOTC-verdragsgebied
WCPFC-vedragsgebied
Witte haai alle wateren
Carcharodon carcharias (WSH)
Zee-engel Unie-wateren
Squatina squatina (AGN)
Zeevissen (niet nader benoemd) Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2.
Osteichthyes (MZZ)
Zijdehaai IATTC-verdragsgebied
Carcharhinus falciformis (FAL) ICCAT-verdragsgebied
WCPFC-vedragsgebied
Zwarte haai Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV en alle wateren van ICES-gebieden I en XIV
Dalatias licha (SCK)
Vissoort Gebied Gebied
Amerikaanse schol* NAFO gebied 3M NAFO gebied 3M
Hippoglossoides platessoides NAFO gebieden 3L, 3N en 3O NAFO gebieden 3L, 3N en 3O
Andere soorten* Unie-wateren van ICES gebieden IIa, IV en VIa ten noorden van 56°30' NB Unie-wateren van ICES gebieden IIa, IV en VIa ten noorden van 56°30' NB
Unie-wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII Unie-wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII
Andere soorten Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2.
Noorse wateren van ICES gebieden I en II Noorse wateren van ICES gebieden I en II
Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb
Ansjovis ICES gebied VIII ICES gebied VIII
Engraulis encrasicolus ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Antarctische ijsheek FAO gebied 48.4 – Zuidelijke Antarctische wateren FAO gebied 48.4 – Zuidelijke Antarctische wateren
Dissostichus mawsoni
Antarctische krill Antarctische wateren van FAO gebied 48 Antarctische wateren van FAO gebied 48
Euphausia superba Antarctische wateren van FAO gebied 58.4.1 Antarctische wateren van FAO gebied 58.4.1
Antarctische wateren van FAO gebied 58.4.2 Antarctische wateren van FAO gebied 58.4.2
Atlantische slijmkop* SEAFO deelsector B1 SEAFO deelsector B1
Hoplostethus atlanticus SEAFO gebied met uitzondering van deelsector B1 SEAFO gebied met uitzondering van deelsector B1
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied VI Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied VI
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied VII Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied VII
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III, IV, V, VIII, IX, X, XII en XIV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III, IV, V, VIII, IX, X, XII en XIV
Beryciden SEAFO-verdragsgebied SEAFO-verdragsgebied
Beryx spp. Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV
Blauwe leng Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III
Molva dypterygia
Blauwe marlijn Atlantische Oceaan Atlantische Oceaan
Makaira nigricans
Blauwe wijting* Noorse wateren van ICES gebieden II en IV Noorse wateren van ICES gebieden II en IV
Micromesistius poutassou
Blauwe wijting ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Micromesistius poutassou
Blauwvintonijn* Atlantische Oceaan ten oosten van 45 W en Middellandse Zee Atlantische Oceaan ten oosten van 45 W en Middellandse Zee
Thunnus thynnus
Chileense horsmakreel SPRFMO-verdragsgebied SPRFMO-verdragsgebied
Trachurus murphyi
Diepzeehaaien* Internationale wateren van ICES gebied XII Internationale wateren van ICES gebied XII
Elasmobranchii spp Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied X Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied X
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI, VII, VIII en IX; Uniewateren van CECAF 34.1.1, 34.1.2 en 34.2 Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI, VII, VIII en IX; Uniewateren van CECAF 34.1.1, 34.1.2 en 34.2
Doornhaai* Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV
Squalus acanthias Unie-wateren van ICES gebied IIIa Unie-wateren van ICES gebied IIIa
Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV
Europese heek* ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Merluccius merluccius
Europese heek ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32
Merluccius merluccius
Evervissen Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VI, VII en VIII Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VI, VII en VIII
Caproidae
Gaffelkabeljauw Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III en IV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III en IV
Phycis blennoides Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI en VII Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI en VII
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII en IX Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII en IX
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden X en XII Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden X en XII
Geelstaartschar* NAFO gebied 3M NAFO gebied 3M
Limanda ferruginea NAFO gebieden 3L, 3N en 3O NAFO gebieden 3L, 3N en 3O
Gemarmerde zuidpoolkabeljauw Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Notothenia rossii
Georgia-ijsvis* Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Pseudochaenichthys georgianus
Grenadiervissen* Antarctische wateren van FAO gebied 48.4 Antarctische wateren van FAO gebied 48.4
Macrourus spp.
Grenadiervissen Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Macrourus spp. Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2.
Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 Groenlandse wateren in NAFO gebied 1
Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV
Grijze zuidpoolkabeljauw Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Lepidonotothen squamifrons Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2.
Groene zuidpoolkabeljauw Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Gobionotothen gibberifrons
Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot* Internationale wateren van ICES gebieden I en II Internationale wateren van ICES gebieden I en II
Reinhardtius hippoglossoides
Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 Groenlandse wateren in NAFO gebied 1
Reinhardtius hippoglossoides Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV
NAFO gebieden 3L, 3M, 3N en 3O NAFO gebieden 3L, 3M, 3N en 3O
Noorse wateren van ICES gebieden I en II Noorse wateren van ICES gebieden I en II
Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV; Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en VI Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV; Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en VI
Grootoogtonijn Atlantische Oceaan Atlantische Oceaan
Thunnus obesus
Haring* ICES gebieden VIa-Zuid, VIIb en VIIc ICES gebieden VIa-Zuid, VIIb en VIIc
Clupea harengus
Haring ICES gebied IIIa ICES gebied IIIa
Clupea harengus ICES gebied IIIa (Bijvangstquotum) ICES gebied IIIa (Bijvangstquotum)
ICES gebied VIIa ICES gebied VIIa
ICES gebieden VIIe en VIIf ICES gebieden VIIe en VIIf
Wateren van Clyde in ICES gebied VIa Wateren van Clyde in ICES gebied VIa
Heilbot Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 Groenlandse wateren in NAFO gebied 1
Hippoglossus hippoglossus Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV
Horsmakrelen CECAF gebied 34.1.13 onder jurisdictie van Canarische eilanden CECAF gebied 34.1.13 onder jurisdictie van Canarische eilanden
Trachurus spp. ICES gebied IX ICES gebied IX
ICES gebied VIIIc ICES gebied VIIIc
ICES gebied X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.2 onder jurisdictie van de Azoren ICES gebied X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.2 onder jurisdictie van de Azoren
Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.2 onder jurisdictie van Madeira Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.2 onder jurisdictie van Madeira
IJsvis Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Champsocephalus gunnari Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2.
Industriële vis Noorse wateren van ICES gebied IV Noorse wateren van ICES gebied IV
Kabeljauw Gadus morhua* ICES gebied VIa en Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied Vb ten oosten van 12°W ICES gebied VIa en Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied Vb ten oosten van 12°W
Kattegat Kattegat
NAFO gebieden 2J, 3K en 3L NAFO gebieden 2J, 3K en 3L
NAFO gebieden 3N en 3O NAFO gebieden 3N en 3O
Kabeljauw Groenlandse wateren van NAFO gebied 1 en Groenlandse wateren van ICES gebied XIV Groenlandse wateren van NAFO gebied 1 en Groenlandse wateren van ICES gebied XIV
Gadus morhua ICES gebied VIIa ICES gebied VIIa
ICES gebied VIb en Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied Vb ten westen van 12° WL en van ICES gebieden XII en XIV ICES gebied VIb en Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied Vb ten westen van 12° WL en van ICES gebieden XII en XIV
NAFO gebied 3M NAFO gebied 3M
Noorse wateren van ICES gebieden I en II Noorse wateren van ICES gebieden I en II
Kabeljauw en schelvis Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb
Gadus morhua & Melanogrammus aeglefinus
Kever Noorse wateren van ICES gebied IV Noorse wateren van ICES gebied IV
Trisopterus esmarki
Koolvis* Internationale wateren van ICES gebieden I en II Internationale wateren van ICES gebieden I en II
Pollachius virens
Koolvis Pollachius virens ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
ICES gebieden VII, VIII, IX, X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VII, VIII, IX, X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Noorse wateren van ICES gebieden I en II Noorse wateren van ICES gebieden I en II
Kortvinpijlinktvis NAFO gebieden 3 en 4 NAFO gebieden 3 en 4
Illex illecebrosus
Krabben* Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Paralomis spp.
Langoustine ICES gebied VI en Unie- en internationale wateren van ICES gebied Vb ICES gebied VI en Unie- en internationale wateren van ICES gebied Vb
Nephrops norvegicus ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32
ICES gebied VII ICES gebied VII
ICES gebied VIIIc ICES gebied VIIIc
ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe
Noorse wateren van ICES gebied IV Noorse wateren van ICES gebied IV
Langsnuit-ijsvis Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2.
Channichthys rhinoceratus
Leng ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32
Molva molva Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV
Leng en blauwe leng Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb
Molva molva & Molva dypterygia
Lodde* Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV
Mallotus villosus ICES gebied IIb ICES gebied IIb
NAFO gebieden 3N en 3O NAFO gebieden 3N en 3O
Lom* ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32 ICES gebied IIIa, Unie-wateren van deelsectoren 22-32
Brosme brosme Noorse wateren van ICES gebied IV Noorse wateren van ICES gebied IV
Makreel* Noorse wateren van ICES gebieden IIa Noorse wateren van ICES gebieden IIa
Scomber scombrus
Makreel ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Scomber scombrus
Noordelijke grenadiervis* NAFO gebieden N2,3 NAFO gebieden N2,3
Macrourus berglax Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II en IV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II en IV
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII
Noorse garnaal* NAFO gebied 3L NAFO gebied 3L
Pandalus borealis
Noorse garnaal Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 Groenlandse wateren in NAFO gebied 1
Pandalus borealis Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV
ICES gebied IIIa ICES gebied IIIa
NAFO gebied 3M NAFO gebied 3M
NAFO-gebied 3M NAFO-gebied 3M
Noorse wateren van ICES gebied IV Noorse wateren van ICES gebied IV
Pacifische sneeuwkrabben Groenlandse wateren in NAFO gebied 1 Groenlandse wateren in NAFO gebied 1
Chionoecetes spp.
Peneïde garnalen Frans-Guyana Frans-Guyana
Penaeus spp.
Platvissen Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb
Pleuronectiformes
Pseudopentaceros spp* SEAFO-verdragsgebied SEAFO-verdragsgebied
Pseudopentaceros spp
Rode diepzeekrabben SEAFO deelsector B1 SEAFO deelsector B1
Geryon spp. SEAFO gebied met uitzondering van deelsector B1 SEAFO gebied met uitzondering van deelsector B1
Rogachtigen Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Rajiformes Antarctische wateren van FAO gebied 48.4 Antarctische wateren van FAO gebied 48.4
Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2.
Unie-wateren van ICES gebied IIIa Unie-wateren van ICES gebied IIIa
Unie-wateren van ICES gebieden VIII en IX Unie-wateren van ICES gebieden VIII en IX
Roggen NAFO gebieden 3L, 3N en 3O NAFO gebieden 3L, 3N en 3O
Raja spp
Rondneusgrenadier* NAFO gebieden N2,3 NAFO gebieden N2,3
Coryphaenoides rupestris
Rondneusgrenadier Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied III
Coryphaenoides rupestris Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II en IV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II en IV
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV
Roodbaarzen* IJslandse wateren van ICES gebied Va IJslandse wateren van ICES gebied Va
Sebastes spp. NAFO deelgebied 2, sectoren 1F en 3K NAFO deelgebied 2, sectoren 1F en 3K
Ondiep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV Ondiep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
Roodbaarzen Sebastes spp. Diep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV Diep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
Groenlandse wateren van NAFO gebied 1F en Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV (demersaal) Groenlandse wateren van NAFO gebied 1F en Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV (demersaal)
Groenlandse wateren van NAFO gebied 1F en Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV (pelagisch) Groenlandse wateren van NAFO gebied 1F en Groenlandse wateren van ICES gebieden V en XIV (pelagisch)
Internationale wateren van ICES gebieden I en II Internationale wateren van ICES gebieden I en II
NAFO gebied 3M NAFO gebied 3M
NAFO gebied 3O NAFO gebied 3O
NAFO gebieden 3L en 3N NAFO gebieden 3L en 3N
Noorse wateren van ICES gebieden I en II Noorse wateren van ICES gebieden I en II
Ondiep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV Ondiep pelagische vis in Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied V en in internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb Wateren van de Faeröer in ICES gebied Vb
Scharretongen Lepidorhombus spp. ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
ICES gebied VII ICES gebied VII
ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe
ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Schelvis ICES gebied VIIa ICES gebied VIIa
Melanogrammus aeglefinus ICES gebieden VIIb-k, VIII, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VIIb-k, VIII, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Noorse wateren van ICES gebieden I en II Noorse wateren van ICES gebieden I en II
Unie-wateren en Internationale wateren van ICES gebieden VIb, XII en XIV Unie-wateren en Internationale wateren van ICES gebieden VIb, XII en XIV
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en VIa Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en VIa
Schol Pleuronectes platessa ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
ICES gebied VIIa ICES gebied VIIa
ICES gebieden VIII, IX en X en de Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VIII, IX en X en de Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
ICES gebieden VIIb en VIIc ICES gebieden VIIb en VIIc
ICES gebieden VIId en VIIe ICES gebieden VIId en VIIe
ICES gebieden VIIf en VIIg ICES gebieden VIIf en VIIg
ICES gebieden VIIh, VIIj en VIIk ICES gebieden VIIh, VIIj en VIIk
Kattegat Kattegat
Scotiazee-ijsvis Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Chaenocephalus aceratus
Sprot* ICES gebieden IIIb, c en d – exclusief MU3 ICES gebieden IIIb, c en d – exclusief MU3
Sprattus sprattus Unie-wateren in de Zwarte Zee (FAO gebied 37.4.2) Unie-wateren in de Zwarte Zee (FAO gebied 37.4.2)
Sprot ICES gebied IIIa ICES gebied IIIa
Sprattus sprattus
Tarbot Unie-wateren in de Zwarte Zee (FAO gebied 37.4.2) Unie-wateren in de Zwarte Zee (FAO gebied 37.4.2)
Psetta maxima
Tong Solea solea ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
ICES gebied VIIa ICES gebied VIIa
ICES gebied VIId ICES gebied VIId
ICES gebied VIIe ICES gebied VIIe
ICES gebieden VIIIa en VIIIb ICES gebieden VIIIa en VIIIb
ICES gebieden VIIb en VIIc ICES gebieden VIIb en VIIc
ICES gebieden VIIf en VIIg ICES gebieden VIIf en VIIg
ICES gebieden VIIh, VIIj en VIIk ICES gebieden VIIh, VIIj en VIIk
Tongen ICES gebieden VIIIc, VIIId, VIIIe, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VIIIc, VIIId, VIIIe, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Solea spp.
Wijting Merlangius merlangus ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
ICES gebied VIII ICES gebied VIII
ICES gebied VIIa ICES gebied VIIa
ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Witje* NAFO gebied 3L NAFO gebied 3L
Glyptocephalus cynoglossus NAFO gebied 3M NAFO gebied 3M
NAFO gebieden 2J, 3K en 3L NAFO gebieden 2J, 3K en 3L
Witje NAFO gebieden 3N en 3O NAFO gebieden 3N en 3O
Glyptocephalus cynoglossus
Witte heek* NAFO gebieden 2J, 3K en 3L NAFO gebieden 2J, 3K en 3L
Urophycis tenuis
Witte heek NAFO gebieden 3N en 3O NAFO gebieden 3N en 3O
Urophycis tenuis
Witte koolvis Pollachius pollachius ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV ICES gebied VI, de Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb en internationale wateren van ICES gebieden XII en XIV
ICES gebied VII ICES gebied VII
ICES gebied VIIIc ICES gebied VIIIc
ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe
Witte marlijn Atlantische Oceaan Atlantische Oceaan
Tetrapturus albidus
Witte tonijn Atlantische oceaan ten noorden van 5° noorderbreedte Atlantische oceaan ten noorden van 5° noorderbreedte
Thunnus alalunga Atlantische oceaan ten zuiden van 5° noorderbreedte Atlantische oceaan ten zuiden van 5° noorderbreedte
Zalm ICES gebied IIId – Golf van Finland (deelsector 32) ICES gebied IIId – Golf van Finland (deelsector 32)
Salmo salar Unie-wateren van deelsectoren 22-31 (Oostzee excl. Golf van Finland) Unie-wateren van deelsectoren 22-31 (Oostzee excl. Golf van Finland)
Zandspieringen* ICES gebied IIIa en Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV ICES gebied IIIa en Unie-wateren van ICES gebieden IIa en IV
Ammodytes spp. Noorse wateren van ICES gebied IV Noorse wateren van ICES gebied IV
Zeebrasem Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied IX Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied IX
Pagellus bogaraveo Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied X Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebied X
Zeeduivels ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe
Lophiidae ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1 ICES gebieden VIIIc, IX en X en Unie-wateren van CECAF gebied 34.1.1
Zuidelijke blauwvintonijn alle gebieden van het zuidelijke blauwvintonijn gebied (FAO gebieden 41,48,51,57,58 en 81) alle gebieden van het zuidelijke blauwvintonijn gebied (FAO gebieden 41,48,51,57,58 en 81)
Thunnus maccoyii
Zwaardvis Atlantische oceaan ten noorden van 5° noorderbreedte Atlantische oceaan ten noorden van 5° noorderbreedte
Xiphias gladius Atlantische oceaan ten zuiden van 5° noorderbreedte Atlantische oceaan ten zuiden van 5° noorderbreedte
WCFPC verdragsgebied ten zuiden van 20 ° ZB WCFPC verdragsgebied ten zuiden van 20 ° ZB
Zwarte Patagonische ijsheek* SEAFO-verdragsgebied, subarea D SEAFO-verdragsgebied, subarea D
Dissostichus eleginoides
Zwarte Patagonische ijsheek Antarctische wateren van FAO gebied 48.3 Antarctische wateren van FAO gebied 48.3
Dissostichus eleginoides Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2. Antarctische wateren van FAO gebied 58.5.2.
FAO gebied 48.4 – Noordelijke Antarctische wateren FAO gebied 48.4 – Noordelijke Antarctische wateren
FAO gebied 48.4 – Zuidelijke Antarctische wateren FAO gebied 48.4 – Zuidelijke Antarctische wateren
Zwarte haarstaart Unie-wateren en internationale wateren van CECAF gebied 34.1.2 Unie-wateren en internationale wateren van CECAF gebied 34.1.2
Aphanopus carbo Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III en IV Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II, III en IV
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX en X Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VIII, IX en X

5.1.1. Voorschriften voor kapiteins van vissersvaartuigen

Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheersperiode als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vistuigcategorieën Vistuigcategorie code Visserij-inspanning in de maanden februari 2015 tot en met september 2015 Visserij-inspanning in de maanden oktober 2015 tot en met januari 2016
Bodemtrawls en zegens (vistuigtypen OTB, OTT, PTB, SDN, SSC, SPR) met een maaswijdte:
gelijk aan of groter dan 120 mm TR1 A1 124.950 22.050
gelijk aan of groter dan 120 mm TR1 B2 93.726 16.540
gelijk aan of groter dan 100 mm en kleiner dan 120 mm TR1 C 779.277 137.520
gelijk aan of groter dan 70 mm en kleiner dan 100 mm TR2 1.449.331 483.110
Bodemtrawls en zegens (vistuigtypen OTB, OTT, PTB, SDN, SSC, SPR) met een maaswijdte: Visserij-inspanning in de maanden februari 2015 tot en met januari 2016 Visserij-inspanning in de maanden februari 2015 tot en met januari 2016
gelijk aan of groter dan 16 mm en kleiner dan 32 mm TR3 36.617 36.617
Boomkorren (vistuigtype TBB) met een maaswijdte:
gelijk aan of groter dan 120 mm BT1 999.808 999.808
gelijk aan of groter dan 80 mm en kleiner dan 120 mm BT2 22.004.242 22.004.242
Kieuwnetten en warrelnetten (vistuigtype GN) GN 438.664 438.664

Voetnoten:

1 Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in titel II, hHoofdstuk II, van de verordening vangstmogelijkheden.

2 Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die niet deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in titel II, hoofdstuk II, van de verordening vangstmogelijkheden.

5.2. Risico en risico beheer

5. Uitwerking controleplan

Artikel 140a. Verzoek tot erkenning als producentenorganisatie of brancheorganisatie

Een verzoek tot erkenning als producentenorganisatie als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de GMO-verordening of een verzoek tot erkenning als brancheorganisatie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de GMO-verordening, wordt ingediend bij de minister overeenkomstig de door de Europese Commissie op grond van artikel 21 van deze verordening vastgestelde uitvoeringshandelingen.

Artikel 140b. Productie- en afzetprogramma's
1.

De bevoegde nationale autoriteit, bedoeld in artikel 28, eerste en derde tot en met vijfde lid, van de GMO-verordening is de minister.

2.

De productie- en afzetprogramma's worden ingediend overeenkomstig de door de Europese Commissie op grond van artikel 29 van de GMO-verordening vastgestelde uitvoeringshandelingen.

Artikel 140c. Drempelprijzen

Als drempelprijzen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de GMO-verordening worden vastgesteld de prijzen die zijn opgenomen in bijlage 11.

Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen

A. Havens als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, en losplaatsen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de artikelen 14, zesde lid, 71, tweede lid, 75, derde lid, 76, tweede lid, 77, vijfde lid, en 124, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 3

Aanlandingsplaatsen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vissoort Gebied Hoeveelheid
Blauwe leng Internationale wateren van ICES gebied XII (BLI/12INT-) 1
Molva dypteryglia (BLI) Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII (BLI/5B67-) 14
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden II en IV (BLI/24-)
Kabeljauw ICES gebieden I en IIb (COD/1/2B) 250
Gadus Morhua (COD)
Leng Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I en II (LIN/1/2.) 4
Molva molva (LIN) Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I en II (LIN/1/2.)
Lom Brosme Brosme (USK) Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI en VII (USK/567EI.) 13
Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden I, II en XIV (USK/1214EI) 3
Unie-wateren van ICES gebied IV (USK/04-C.) 6
Rondneusgrenadier Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII (RNG/5B67-) 8
Coryphaenoides rupestris (RNG) Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden Vb, VI en VII (RNG/5B67-)
Zeebrasem Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VI, VII en VIII (SBR/678-) 5
Pagellus bogaraveo (SBR) Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden VI, VII en VIII (SBR/678-)
Zwarte haarstaart Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI, VII en XII (BSF/56712-) 11
Aphanopus carbo (BSF) Unie-wateren en internationale wateren van ICES gebieden V, VI, VII en XII (BSF/56712-)

Voetnoot bij alle bovenvermelde quota: Uitsluitend voor bijvangsten, gerichte visserij niet toegestaan.

Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, achtste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 84a. Voorwaarden vismachtiging zeebaars
1.

Een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdeel c, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten, kan worden verleend, indien de aanvraag een vissersvaartuig betreft:

2.

In afwijking van het eerste lid kan de vismachtiging worden verleend, indien:

3.

Een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdeel d, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten, kan worden verleend, indien de aanvraag een vissersvaartuig betreft:

Hoofdstuk 6. Controleverordening

§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen

§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen

§ 3. Controle op visserij-inspanning

§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden

§ 3. Controle op visserij-inspanning

§ 3. Controle op visserij-inspanning

§ 5. Controle op meerjarenplannen

Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen

§ 7. Controle op de afzet

§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving

Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage 1

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 2

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 2

A. Havens als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, en losplaatsen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

3. Wettelijke basis

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 27a. Toegestane bijvangst ondermaatse schol en tong

Vervallen

§ 3. Contingenten

§ 4. Groepscontingenten

§ 5. Korting, overdracht, aanhouding en ingebruikgeving van contingenten

§ 6. Overige bepalingen over contingenten

Hoofdstuk 3. Technische maatregelen

Hoofdstuk 4. Meerjarenplannen en overige instandhoudingsmaatregelen

Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone

Hoofdstuk 6. Controleverordening

§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen

§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen

§ 3. Controle op visserij-inspanning

§ 3. Controle op visserij-inspanning

Artikel 117a. Gescheiden opslag van ondermaatse vis aan boord en na aanlanding

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 49bis, eerste lid, en 49quater van de controleverordening.

§ 4. Controle op vlootbeheer

§ 6. Controle op technische maatregelen

Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen

§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving

Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen

Artikel 140d. Gemeenschappelijke handelsnormen
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 34 van de GMO-verordening en artikel 2, eerste lid, van Verordening nr. 2406/96, in samenhang met artikel 47 van de GMO-verordening.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van verordening nr. 2406/96, is de NVWA.

3.

Degene die garnalen van de soort crangon crangon aanlandt of verhandelt, brengt ze voor de indeling in de bij verordening nr. 2406/96 voorgeschreven versheidsklassen en grootteklassen onverwijld naar een locatie vermeld in bijlage 13.

Artikel 140e. Instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in GFCM-overeenkomstgebied

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 9 bis tot en met 9 quinquies, 10, 11 bis, 12, eerste lid, 15, eerste lid, 15 bis, eerste lid, 16, 16 ter, eerste lid, 16 quater, eerste lid, 16 quinquies, eerste en tweede lid, 16 quinquies bis, 16 septies tot en met 16 duodecies, 16 terdecies, vijfde lid, 17, vijfde lid, 17 ter, eerste lid, 22 bis tot en met 22 quinquies, 22, septies, 22 duodecies, 22 terdecies van verordening nr. 1343/2011.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage 1

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

C. Havens en lostijden als bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 3

B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de artikelen 14, zesde lid, 71, tweede lid, 75, derde lid, 76, tweede lid, 77, vijfde lid, 124, vierde lid, en 133, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 87a. Erkenning meet- of zegelbureau
1.

De minister kan een onderneming op aanvraag erkennen als een erkend meetbureau of een erkend zegelbureau, indien de onderneming aantoonbaar deskundig is op het gebied van het meten, onderscheidenlijk verzegelen van motoren. De aanvrager verstrekt bij de aanvraag tot erkenning in elk geval de volgende bescheiden:

2.

De erkenning heeft een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaar.

3.

Met een erkenning als bedoeld in deze regeling wordt gelijkgesteld een aanwijzing van een onderneming tot uitvoering van een vermogensmeting of verzegeling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en die een beschermingsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale regels terzake wordt nagestreefd.

Artikel 87b. Werkwijze erkend meet- of zegelbureau
1.

Een erkend meet- of zegelbureau voert haar werkzaamheden uit:

2.

Een erkend meet- of zegelbureau informeert de minister en de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport onmiddellijk, indien hij een opdracht krijgt een vermogensmeting uit te voeren, onderscheidenlijk een motor te verzegelen.

3.

Indien een erkend meet- of zegelbureau voornemens is een wijziging door te voeren in het protocol, bedoeld in artikel 87a, eerste lid, onderdeel b, die gevolgen kan hebben voor de uitvoering van de vermogensmetingen en verzegelingen, legt hij het gewijzigde protocol voorafgaand aan de voorgenomen wijziging voor goedkeuring voor aan de minister.

4.

Een vermogensmeting of verzegeling wordt uitgevoerd door een voor diens taak aantoonbaar geschikte persoon met:

Artikel 87c. Intrekken erkenning
1.

De minister trekt een erkenning in op aanvraag van degene aan wie een erkenning is verleend.

2.

De minister kan een erkenning intrekken, indien een erkend meet- of zegelbureau niet voldoet aan de voorschriften, bedoeld in artikel 87a, onderscheidenlijk artikel 87b.

Hoofdstuk 6. Controleverordening

§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen

§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden

§ 3. Controle op visserij-inspanning

§ 4. Controle op vlootbeheer

Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen

§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving

§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving

Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten

Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten

Bijlage 1

Bijlage 2

A. Havens als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, en losplaatsen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

C. Havens en lostijden als bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 1

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, achtste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 20a. Vangstverbod MFL2
1.

Het is verboden met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 te vissen op haring, koolvis, makreel, schelvis, wijting, tong, schol, heek, kabeljauw, sprot, zeeduivel, horsmakreel, blauwe wijting, kever en grote zilversmelt.

2.

Het is verboden te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 dat is uitgerust met het volgende vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft:

3.

Het is verboden vangsten van een vissoort, genoemd in het eerste lid, aan boord te houden van of aan te landen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 in de gevallen dat de aanlandplicht niet van toepassing is.

§ 3. Contingenten

§ 4. Groepscontingenten

§ 5. Korting, overdracht, aanhouding en ingebruikgeving van contingenten

§ 6. Overige bepalingen over contingenten

Artikel 46a. Aanlandcontingent
1.

Vangsten van de vissoorten, vermeld in bijlage 8, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, die worden aangeland door:

2.

De kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 vraagt een aanlandcontingent aan voor de vangst of het gedeelte van de vangst van een vissoort, vermeld in bijlage 8, waarop de aanlandplicht van toepassing is voor zover:

3.

De kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 vraagt voor een vangst van een vissoort, genoemd in artikel 20a, eerste lid, waarop de aanlandplicht van toepassing is een aanlandcontingent aan, tenzij de vangst in mindering kan worden gebracht op een groepscontingent van een groep of producentenorganisatie waarvan de ondernemer lid is.

4.

De in het tweede en derde lid bedoelde aanvraag wordt gelijktijdig met de melding, bedoeld in artikel 7, dan wel met de voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 17 van de controleverordening, gedaan onder vermelding van de overeenkomstig artikel 14 van de controleverordening in het logboek geregistreerde hoeveelheden van de desbetreffende vissoort. Voor zover het in het elektronisch visserijlogboek, bedoeld in artikel 2, onderdeel 12, van de uitvoeringsverordening controleverordening, niet mogelijk is om de aanvraag tegelijkertijd met de voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 17 van de controleverordening, te doen, wordt de aangifte van aanlanding die op grond van artikel 23 en 24 van de controleverordening moet worden ingediend als aanvraag voor een aanlandcontingent beschouwd.

5.

Indien de kapitein, eigenaar of gemachtigde nalaat om overeenkomstig het vierde lid een aanvraag in te dienen, wordt de aangifte van aanlanding die op grond van artikel 23 en 24 van de controleverordening dan wel op grond van artikel 104a, eerste lid, van deze regeling in samenhang met artikel 23 van de controleverordening moet worden ingediend, als aanvraag voor een aanlandcontingent beschouwd.

Artikel 46b. Uitzonderingen aanlandcontingent
1.

In afwijking van artikel 46a, eerste en derde lid, worden aanlandingen van ondermaatse tong, schol, kabeljauw en wijting niet in mindering gebracht op een voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldend contingent, een in artikel 24 bedoelde hoeveelheid van de desbetreffende vissoort of een groepscontingent van een groep of producentenorganisatie waarvan de ondernemer lid is.

2.

In afwijking van artikel 46a, tweede en derde lid, wordt voor aanlandingen van ondermaatse vis geen aanlandcontingent aangevraagd.

Artikel 46c. Betaling aanlandcontingent
1.

Voor een aanlandcontingent wordt een bedrag betaald ter hoogte van:

met dien verstande dat het totaal verschuldigde bedrag voor een aanlandcontingent ten hoogste negentig procent van de in onderdeel b bedoelde prijs bedraagt.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt voor een aanlandcontingent voor horsmakreel gevangen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk in de ICES-gebieden 2a, 4a, 6, 7a, 7b, 7c, 7e tot en met 7k, 8a, 8b, 8d, en 8e, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-gebied 5b en internationale wateren van ICES-gebied 12 en 14, slechts het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betaald. De vorige volzin is van toepassing tot het moment dat veertig procent van de aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden in bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden van het betreffende visbestand is opgevist.

3.

Indien een ondernemer na de aanvraag van een aanlandcontingent voor de desbetreffende vissoort een contingent in gebruik krijgt of overgedragen krijgt, worden daarop allereerst de aangelande hoeveelheden waarvoor een aanlandcontingent is verstrekt in mindering gebracht en wordt, voor zover een bedrag is betaald voor het aanlandcontingent, het bedrag dat is betaald voor de desbetreffende hoeveelheid minus het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan de ondernemer terugbetaald.

Hoofdstuk 3. Technische maatregelen

Hoofdstuk 4. Meerjarenplannen en overige instandhoudingsmaatregelen

Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone

Artikel 86a. Voorwaarden vismachtiging in het kader van het meerjarenplan Noordzee
1.

De aanvraag om een vismachtiging, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 1, eerste lid, van verordening 2018/973 bedoelde visserijactiviteiten, die worden verricht in het deelgebied en in de sectoren, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van deze verordening, met een van de vistuigen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van deze verordening, betreft een vissersvaartuig:

2.

Voor zover de aanvraag een vissersvaartuig als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, c of d, betreft, is het motorvermogen van dat vissersvaartuig ten opzichte van de in onderdelen a, b en c bedoelde periode, onderscheidenlijk ten opzichte van de eerste keer dat het vissersvaartuig met het oog op de uitoefening van de visserij in het desbetreffende gebied in gebruik is genomen, niet toegenomen.

3.

Voor zover de aanvraag de vistuigcategorieën BT1 en BT2 betreft, geldt voor het betrokken vissersvaartuig een recht op contingenten tong en schol op grond van artikel 29.

4.

Voor zover de aanvraag de vistuigcategorie BT1 of TR1 betreft, geldt in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, dat het vissersvaartuig in de in dat onderdeel genoemde periode ook mag hebben gevist met tot de vistuigcategorie BT2 onderscheidenlijk met de tot de vistuigcategorie TR2 behorende vistuigen.

Hoofdstuk 6. Controleverordening

§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen

§ 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden

§ 5. Controle op meerjarenplannen

Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen

§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving

§ 1. Toegangsregels derde landen

Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage 1

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 1

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage b1. behorende bij de artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

1. Inleiding

Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

1. Inleiding

Bijlage 11. behorende bij artikel 140c van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Soort en FAO-/GN-code Grootte Benaming Afmeting Drempelprijs (EUR/t)
Schol
| per 01-01-2021 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 30-04-2021 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.300
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.270
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.130
Schol
|| per 01-05-2021 1 Groot 41 cm en groter 2.040
t/m 30-11-2021 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.490
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.360
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Schol
||| per 01-12-2021 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 31-12-2021 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.370
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.340
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Garnalen (vers, gekoeld), gestoomd of in water gekookt *Breedte v.h. pantser*
[CSH/GN 3062310] 1 6,8 mm en meer 3.000
2 6,5 mm en meer 3.000

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 104a. E-Lite
1.

De kapitein van een vissersvaartuig met een lengte over alles van minder dan 10 meter of diens vertegenwoordiger doet per visreis binnen 24 uur na aanlanding van de vangst door middel van het door de minister ter beschikking gestelde formulier met behulp van DigiD of eHerkenning elektronisch opgave bij RVO van de volgende gegevens:

2.

In afwijking van het eerste lid worden indien op één dag meerdere visreizen worden gemaakt deze visreizen als één visreis beschouwd, waarbij het tijdstip van het eerste vertrek uit de haven en het tijdstip van de laatste aankomst in de haven worden vermeld.

3.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op vissersvaartuigen met een lengte over alles van 10 tot 12 meter.

§ 4. Controle op vlootbeheer

§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving

Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen

§ 1. Toegangsregels derde landen

§ 1. Toegangsregels derde landen

§ 2. Invoer

Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten

Bijlage 1

Controleplan ‘Wegen na vervoer’ voor verse visserijproducten

Bijlage 1

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Onderdeel A

Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, achtste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Het toezicht is gebaseerd op de in de jaarplanning geprogrammeerde taken voor controles op de aanlanding, vervoer en het wegen van vis. De NVWA is regulier aanwezig op de EG erkende locaties in verband met het uitvoeren van toezicht op voedselveiligheid en het GVB.

Bewaarvorm: gekookt

Bijlage b1. behorende bij de artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 12b. behorend bij de artikelen 87, 87a en 87b

Naar aanleiding van elke verzegeling wordt een (aanvullend) zegelplan opgemaakt. Zegels worden zodanig aangebracht dat ongeautoriseerde wijziging van de verzegeling wordt voorkomen. Het zegelplan wordt opgemaakt overeenkomstig de door de minister beschikbaar gestelde modellen en de richtlijnen van het motortype. Het zegelplan bevat te minste de volgende gegevens:

Bij het zegelplan worden gevoegd:

Aan de hand van de onderstaande criteria besluit het zegelbureau of er met het verzegelen een vermogensmeting dient plaats te vinden. De analyse die wordt gemaakt op basis van de hieronder genoemde criteria, wordt doorgegeven aan de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde, en aan de minister.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Hoofdstuk 4. Meerjarenplannen en overige instandhoudingsmaatregelen

Artikel 78a. Instandhoudings- en controlematregelen in SPRFMO-gebied
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 9, 10, 20, 22, vijfde lid, 23, tweede tot en met vierde lid en 41, eerste en tweede lid, van verordening 2018/975.

2.

Het is niet toegestaan de visserij, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, 13, eerste lid, of 18, eerste lid, van verordening 2018/975 te verrichten zonder voorafgaande toelating van de regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO).

3.

Het is verboden bodemvisserij als bedoeld in artikel 4, punt 7, van verordening 2018/975 te bedrijven:

4.

Als havens als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2018/975, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B met uitzondering van Den Helder.

5.

Als contactpunt als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b en c, en artikel 40, eerste lid, van verordening 2018/975, wordt aangewezen de meldkamer van de NVWA te Echt.

Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone

Hoofdstuk 6. Controleverordening

§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen

§ 3. Controle op visserij-inspanning

§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving

§ 1. Toegangsregels derde landen

Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten

Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten

Bijlage 1

Bijlage a1. behorende bij de artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Controleplan ‘Wegen na vervoer’ voor verse visserijproducten

3. Wettelijke basis

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 73b. Herstelplan mediterrane zwaardvis

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11, 13, 14, 18, eerste lid, 19, 21, eerste lid, 23, 24, tweede lid, 25, 29, derde en vierde lid, en met de door de Europese Commissie op grond van artikel 34, eerste lid, van verordening 2019/1154 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone

Hoofdstuk 6. Controleverordening

§ 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen

Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen

§ 1. Toegangsregels derde landen

Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage a1. behorende bij de artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 2

1. Inleiding

Artikel 86b. Visserij in Skagerrak
1.

De visserij in de Europese wateren van deelsector 3a.20 (Skagerrak) is uitsluitend toegestaan indien is voldaan aan het tweede tot en met vierde lid.

2.

De kapitein van het vissersvaartuig registreert per vangst of per visserijactiviteit in het Skagerrak de geschatte hoeveelheden van iedere soort in kilogram levend gewicht of, in voorkomend geval, het aantal exemplaren, met inbegrip van de hoeveelheden of aantallen exemplaren kleiner dan de toepasselijke minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, elektronisch in het visserijlogboek, bedoeld in de artikelen 14 en 15 van de controleverordening.

3.

Wanneer het vissersvaartuig het Skagerrak binnenvaart en wanneer het vissersvaartuig het Skagerrak verlaat, registreert de kapitein de totaal aan boord gehouden vangsten, naar soort in kilogram levend gewicht, elektronisch en stuurt die informatie elektronisch door naar de RVO.

4.

In afwijking van artikel 47, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening kan de kapitein uitsluitend correcties aan de in het tweede en derde lid bedoelde gegevens aanbrengen met schriftelijke toestemming van de RVO.

Hoofdstuk 6. Controleverordening

§ 7. Controle op de afzet

§ 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving

§ 3. IUU en vangstdocumentatieregelingen

Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage 3

B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de artikelen 14, vijfde lid, 75, tweede lid, 77, vijfde lid, 78, zevende lid, 78a, vierde lid, 124, vierde lid, en 133, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 3

C. Havens en lostijden als bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Artikel 124a. Weging verse visserijproducten aan boord of na vervoer
1.

Voor Nederlandse vissersvaartuigen kan van het verbod, bedoeld in artikel 124, tweede lid, voor zover dat betrekking heeft op artikel 60, tweede lid, van de controleverordening, op grond van artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 uitsluitend ontheffing worden verleend, indien de visserijproducten aan boord van het vissersvaartuig worden gewogen.

2.

Aan de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval de voorschriften verbonden, dat de kapitein, eigenaar of gemachtigde van het vissersvaartuig voldoet aan paragraaf 5.1.1. van het steekproefplan wegen aan boord en dat de kapitein, eigenaar of gemachtigde van het vissersvaartuig ervoor zorgdraagt dat de marktdeelnemers verantwoordelijk voor de eerste afzet van de visserijproducten voldoen aan paragraaf 5.1.3. van dat steekproefplan.

3.

In afwijking van artikel 124, tweede lid, voor zover dat betrekking heeft op artikel 60, tweede lid, van de controleverordening, is het de kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat de vlag voert van een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, toegestaan visserijproducten aan boord van het vissersvaartuig te wegen, voor zover hij voldoet aan de paragrafen 5.1.1. en 5.1.2. van het steekproefplan wegen aan boord en hij ervoor zorgdraagt dat marktdeelnemers verantwoordelijk voor de eerste afzet van de visserijproducten voldoen aan paragraaf 5.1.3. van dat steekproefplan.

4.

In afwijking van artikel 124, tweede lid, voor zover dat betrekking heeft op artikel 60, tweede lid, van de controleverordening, is het toegestaan dat visserijproducten die in Nederland zijn aangeland, worden gewogen na vervoer vanaf de plaats van aanlanding, op een in Nederland gelegen plaats van bestemming, voor zover de betrokken marktdeelnemers voldoen aan paragraaf 5.1. van het controleplan wegen na vervoer.

§ 2. Invoer

Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

D. Havens voor het verrichten van onderhoudswerkzaamheden als bedoeld in de artikel 133, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 3

2. Doel

Bijlage 12a. behorend bij de artikelen 87a en 87b

Naar aanleiding van elke vermogensmeting wordt een meetrapport opgemaakt met het motorvermogen en toerental in stomende en vissende conditie. De volgende parameters worden, indien van toepassing, opgenomen in het meetrapport:

Bij het meetrapport wordt een verklaring van kennisname van het meetrapport gevoegd, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.

Indien een erkend meetbureau tijdens een vermogensmeting geconfronteerd wordt met niet verklaarbare afwijkingen van het motorvermogen, meldt het meetbureau dit terstond aan de minister. Het meetbureau maakt hier tevens een rapport van op.

3. Wettelijke basis

4. Begrippen en definities

Controleplan ‘Wegen na vervoer’ voor verse visserijproducten

6. Toezicht en Handhaving

5.1.3. Voorschriften voor marktdeelnemers in Nederland (visafslag / koper)

5. Uitwerking steekproefplan

Steekproefplan voor ‘Wegen aan boord’ van verse visserijproducten o.b.v. artikel 60 (3) van Vo 1224/2009

Alle Europese vissersvaartuigen die verse visserijproducten in Nederland aanlanden waarvan de desbetreffende lidstaat heeft toegestaan dat visserijproducten aan boord van het vissersvaartuig mogen worden gewogen kunnen gebruik maken van dit Nederlandse steekproefplan indien voldaan wordt aan de in dit plan gestelde voorschriften.

2. Doel

Het doel van dit steekproefplan is om te verifiëren of de weging die aan boord heeft plaats gevonden voldoende nauwkeurig is. Dit om een juiste weging te garanderen zodat de weegresultaten van de aangelande visserijproducten gebruikt kunnen worden voor het invullen van de aangifte van aanlanding, het vervoersdocument (indien van toepassing), de verkoopdocumenten en de aangifte van overname.

In Nederland zijn namens de Minister door de RVO 129 ontheffingen verstrekt van artikel 60 (2) van de Controleverordening. Hierdoor hebben deze vaartuigen toestemming om overeenkomstig de daaraan verbonden voorschriften visserij producten te mogen wegen aan boord. Als voldaan wordt aan de in dit plan opgenomen voorschriften mogen deze vaartuigen in afwijking van artikel 60 (2) van de Controleverordening aan boord van het vissersvaartuig blijven wegen, mits ze overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige steekproefplan handelen, waaronder het uitvoeren van een steekproefweging op het moment van de aanlanding. De meeste vissersvaartuigen met een ontheffing van 60 (2) van de Controleverordening vissen met trawlnetten (Bodem- en pelagische trawls5Bijlage XI van de Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011.). Deze vaartuigen voeren geen steekproefwegingen bij aanlanding uit overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige plan, maar wegen in de praktijk alle visserijproducten direct na aanlanding of zullen deze pas na transport gaan wegen, overeenkomstig de voorschriften van het op grond van artikel 61 (1) Controleverordening vastgestelde Controleplan. Naar verwachting zullen alleen de vissersvaartuigen die gebruik maken van vistuigen die tot de categorie ‘Zegen’ behoren, steekproefwegingen bij aanlanding uitvoeren overeenkomstig het onderhavige steekproefplan. Binnen dit visserij type gaat het om 17 vaartuigen die met het vistuig type ‘Schotse zegen’ (SSC)6Verordening (EG) Nr. 2406/96 VAN DE RAAD van 26 november 1996 houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde visserijproducten. vissen. Het risico dat door deze vissersvaartuigen aangelande, reeds aan boord gewogen vis, afwijkingen vertoont met wegingen aan land wordt beoordeeld als laag. Redenen hiervoor zijn:

5.3. Minimale steekproef tijdens de aanlanding

4. Begrippen en definities

Voor het begrippenkader wordt verwezen naar de definities die zijn opgenomen in artikel 4 van de Controleverordening en artikel 2 van de Uitvoeringsverordening. Een korte opsomming van veelvoorkomende begrippen in dit steekproefplan:

De kapitein van het vissersvaartuig registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:

De marktdeelnemer die de steekproefweging uitvoert, registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:

Om gebruik te kunnen maken van het Nederlandse steekproefplan gelden voorschriften voor de marktdeelnemers die betrokken zijn bij de weging aan boord, de aanlanding en het uitvoeren van de weging op het moment van die aanlanding. De voorschriften voor de verschillende marktdeelnemers worden hieronder nader toegelicht.

5.1.1. Voorschriften kapitein/eigenaar vissersvaartuig

Voor de betrokken kapitein/eigenaar van een vissersvaartuig en andere betrokken marktdeelnemers geldt tevens dat zij moeten voldoen aan de voorschriften in de Uitvoeringsregeling zeevisserij, in samenhang met de Controleverordening en de Uitvoeringsverordening.

Indien het resultaat van de telling van viskisten, dan wel de steekproefweging, per vissoort afwijkt van de opgave door de kapitein/eigenaar dient er een 100% (her-)weging van die desbetreffende vissoort ter plekke plaats te vinden.

Een EU vissersvaartuig afkomstig uit een andere lidstaat mag in Nederland aanlanden en gebruik maken van dit Nederlandse steekproefplan mits hij voldoet aan bovengenoemde voorschriften. Daarnaast moet de kapitein voorafgaande aan de aanlanding het volgende aantonen:

De NVWA voert bij de marktdeelnemer die de steekproef uitvoert risico gebaseerde controles uit om te beoordelen of er gewerkt wordt in overeenstemming met het steekproefplan. Daarnaast verricht de NVWA kruiscontroles tussen de weegresultaten van de steekproefweging en de weging aan boord. De uitkomsten hiervan worden ook meegenomen in de risico analyse.

5.7. Interventie

Iedere maand organiseren de betrokken visserij inspecteurs meetings om de monitoringresultaten te bespreken en inspectie prioriteiten te stellen voor de opvolgende maand. Tijdens de meetings worden overtredingen van het GVB meegewogen en daar waar nodig follow up inspecties gepland.

Bijlage 1

5.3. Minimale steekproef tijdens de aanlanding

Bijlage 2

A. Havens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en losplaatsen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

5.4. Criteria en condities van de steekproef

Gelet op artikel 6 eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij is het in de met een * aangeduide havens uitsluitend toegestaan vis aan te landen, over te laden of te lossen door een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT.

A. Havens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en losplaatsen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de artikelen 14, vijfde lid, 75, tweede lid, 77, vijfde lid, 78, zevende lid, 78a, vierde lid, 124, vierde lid, en 133, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 3

C. Havens en lostijden als bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)

De NVWA voert bij de marktdeelnemer die de steekproef uitvoert risico gebaseerde controles uit om te beoordelen of er gewerkt wordt in overeenstemming met het steekproefplan. Daarnaast verricht de NVWA kruiscontroles tussen de weegresultaten van de steekproefweging en de weging aan boord. De uitkomsten hiervan worden ook meegenomen in de risico analyse.

Voor het selecteren van een risico gebaseerde controle worden de volgende parameters meegenomen:

Iedere maand organiseren de betrokken visserij inspecteurs meetings om de monitoringresultaten te bespreken en inspectie prioriteiten te stellen voor de opvolgende maand. Tijdens de meetings worden overtredingen van het GVB meegewogen en daar waar nodig follow up inspecties gepland.

Het maandelijkse overleg selecteert de visserij ondernemingen die de voorschriften van het steekproefplan overtreden. Voor deze ondernemingen wordt een proces gestart om de ontheffing op de verplichting om bij aanlanding een volledige weging uit te voeren en toestemming om visserijproducten te mogen wegen aan boord in te trekken.

De Cocksdorp (gemeente Texel)

Marktdeelnemers die de voorschriften van het steekproefplan overtreden zullen strafrechtelijk en/of bestuursrechtelijk vervolgd worden. In het kader van bestuursrechtelijke sanctionering bestaat tevens de mogelijkheid de ontheffing om te mogen wegen aan boord tijdelijk te schorsen of definitief in te trekken.

Petten (gemeente Zijpe)

Camperduin (gemeente Bergen)

Schoorl (gemeente Bergen)

Bergen aan Zee (gemeente Bergen)

Egmond aan Zee (gemeente Bergen)

Gelet op artikel 6 eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij is het in de met een * aangeduide havens uitsluitend toegestaan vis aan te landen, over te laden of te lossen door een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT.

Terheide (gemeente Monster)

Europoort (gemeente Rotterdam)

Neeltje Jans (gemeente Schouwen-Duiveland)

Stellendam (gemeente Goedereede)

Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)

Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)

De Cocksdorp (gemeente Texel)

Oudeschild (gemeente Texel)

Petten (gemeente Zijpe)

Camperduin (gemeente Bergen)

Schoorl (gemeente Bergen)

Bergen aan Zee (gemeente Bergen)

Egmond aan Zee (gemeente Bergen)

Katwijk aan Zee (gemeente Katwijk)

Terheide (gemeente Monster)

Europoort (gemeente Rotterdam)

Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheerperiode als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Bijlage 8. behorende bij de artikelen 1, eerste lid, 21, eerste lid, en 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

De vissoorten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, de vangstgebieden, bedoeld in artikel 1, eerste lid, en de percentages, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor het kalenderjaar 2024

Vissoort Gebied Percentage
Blauwe wijting Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie en internationale wateren van deelsectoren 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8a, 8b, 8d, 8e, 12 en 14 125,5600%
Grote Zilversmelt ICES-deelgebieden 6 en 7, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-deelgebied 5 103,3801%
Haring Wateren van het Verenigd Koninkrijk, van de Faeröer, van Noorwegen en de internationale wateren van de ICES gebieden 1 en 2 76,2219%
Haring Wateren van de Unie, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen van ICES-deelgebied 4 ten noorden van 53° 30' NB 114,7699%
Haring ICES-sectoren 4c en 7d 134,1793%
Haring ICES-sectoren 6b en 6a-Noord, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b 120,1888%
Haring ICES-sectoren 6a-Zuid, 7b en 7c 121,6530%
Haring ICES-sectoren 7a ten zuiden van 52°30’N.B., 7g, 7h, 7j en 7k 100,0000%
Horsmakreel Wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sectoren 2a en 4a; ICES-deelgebied 6, ICES-sectoren 7a-c, 7e-k, 8a-b 8d -e; wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b; internationale wateren van de ICES-deelgebieden 12 en 14 0,0000%
Horsmakreel Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d 102,0132%
Kabeljauw ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort 108,8173%
Makreel ICES-deelgebieden 6 en 7, ICES-sectoren 8a, 8b, 8d en 8e; wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b; internationale wateren van ICES-sector 2a en de ICES-deelgebieden 12 en 14 90,7830%
Schol ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort 79,3220%
Tong Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a 38,2578%
Wijting ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a 214,6764%

Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, zevende lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Walsoorden (gemeente Hontenisse)

Sint-Annaland (gemeente Tholen)

Nes (gemeente Ameland)

Loswal (gemeente Schore)

Bijlage 11. behorende bij artikel 140c van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Soort en FAO-/GN-code Grootte Benaming Afmeting Drempelprijs (EUR/t)
Schol
| per 01-01-2021 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 30-04-2021 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.300
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.270
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.130
Schol
|| per 01-05-2021 1 Groot 41 cm en groter 2.040
t/m 30-11-2021 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.490
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.360
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Schol
||| per 01-12-2021 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 31-12-2021 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.370
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.340
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Garnalen (vers, gekoeld), gestoomd of in water gekookt *Breedte v.h. pantser*
[CSH/GN 3062310] 1 6,8 mm en meer 3.250
2 6,5 mm en meer 3.250

Bijlage 12a. behorend bij de artikelen 87a en 87b

Naar aanleiding van elke vermogensmeting wordt een meetrapport opgemaakt met het motorvermogen en toerental in stomende en vissende conditie. De volgende parameters worden, indien van toepassing, opgenomen in het meetrapport:

Bij het meetrapport wordt een verklaring van kennisname van het meetrapport gevoegd, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.

Indien een erkend meetbureau tijdens een vermogensmeting geconfronteerd wordt met niet verklaarbare afwijkingen van het motorvermogen, meldt het meetbureau dit terstond aan de minister. Het meetbureau maakt hier tevens een rapport van op.

Bijlage 12b. behorend bij de artikelen 87, 87a en 87b

Naar aanleiding van elke verzegeling wordt een (aanvullend) zegelplan opgemaakt. Zegels worden zodanig aangebracht dat ongeautoriseerde wijziging van de verzegeling wordt voorkomen. Het zegelplan wordt opgemaakt overeenkomstig de door de minister beschikbaar gestelde modellen en de richtlijnen van het motortype. Het zegelplan bevat te minste de volgende gegevens:

Bij het zegelplan worden gevoegd:

Aan de hand van de onderstaande criteria besluit het zegelbureau of er met het verzegelen een vermogensmeting dient plaats te vinden. De analyse die wordt gemaakt op basis van de hieronder genoemde criteria, wordt doorgegeven aan de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde, en aan de minister.

Bijlage 11. behorende bij artikel 140c van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Soort en FAO-/GN-code Grootte Benaming Afmeting Drempelprijs (EUR/t)
Schol
| per 01-01-2024 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 30-04-2024 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.300
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.270
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.130
Schol
|| per 01-05-2024 1 Groot 41 cm en groter 2.040
t/m 30-11-2024 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.490
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.360
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Schol
||| per 01-12-2024 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 31-12-2024 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.370
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.340
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Garnalen (vers, gekoeld), gestoomd of in water gekookt *Breedte v.h. pantser*
[CSH/GN 3062310] 1 6,8 mm en meer 3.750
2 6,5 mm en meer 3.750

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 30a. Vervallen contingenten
1.

Indien een visvergunning wordt ingetrokken ingevolge artikel 96, eerste lid, onderdeel c, vervallen de contingenten die gelden voor het vissersvaartuig dat is vermeld op die visvergunning.

2.

Indien op naam van de houder van de visvergunning, bedoeld in het eerste lid, contingenten zijn aangehouden ingevolge artikel 44, vervallen ook deze contingenten.

3.

Vangstmogelijkheden van vervallen contingenten blijven gedurende het kalenderjaar waarin de contingenten vervallen, voor zover deze nog niet zijn opgevist, onderdeel van het groepscontingent waaraan ze ingevolge artikel 32, eerste lid, zijn toegekend.

4.

Indien de contingenten niet in beheer zijn gegeven aan een groep of producentenorganisatie en ze ingevolge artikel 32, eerste lid, geen onderdeel uitmaken van een groepscontingent, worden de vangstmogelijkheden van die vervallen contingenten gedurende het kalenderjaar waarin ze vervallen toegevoegd aan de door de minister gereserveerde vangstmogelijkheden, bedoeld in artikel 12, eerste lid, voor zover deze contingenten nog niet zijn opgevist.

5.

Indien contingenten vervallen in het kalenderjaar 2022, zijn het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing voor het kalenderjaar 2023.

§ 4. Groepscontingenten

Artikel 32a. Extra hoeveelheid vangstmogelijkheden
1.

Indien een groep of producentenorganisatie een verzoek heeft ingediend als bedoeld in artikel 32, eerste lid, kent de minister aan het groepscontingent van die groep of producentenorganisatie ambtshalve een extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van een vissoort voor een vangstgebied toe.

2.

De totale hoeveelheid extra vangstmogelijkheden die door de minister op grond van het eerste en derde lid, kan worden toegekend is gelijk aan de totale hoeveelheid van de vangstmogelijkheden van vervallen contingenten.

3.

De omvang van de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden per groep of producentenorganisatie wordt bepaald naar evenredigheid van hetgeen is opgevist en aangeland in het voorafgaande kalenderjaar, door de vissersvaartuigen van de leden van de groep of producentenorganisatie in het kalenderjaar waarvoor het groepscontingent wordt toegekend, per vissoort, genoemd in bijlage 8, in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied.

4.

Artikel 32, tweede lid, is van toepassing op de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden.

5.

Artikel 46 is niet van toepassing op de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden.

Artikel 32b. Benutting groepscontingent

De minister draagt er zorg voor dat de aanlandingen van de leden van een groep of producentenorganisatie, waarvoor een groepscontingent geldt waaraan een extra hoeveelheid vangstmogelijkheden is toegekend als bedoeld in artikel 32a, in mindering worden gebracht op de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van het desbetreffende groepscontingent, tenzij de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van het desbetreffende groepscontingent volledig is opgevist.

§ 5. Korting, overdracht, aanhouding en ingebruikgeving van contingenten

§ 6. Overige bepalingen over contingenten

Hoofdstuk 3. Technische maatregelen

Hoofdstuk 4. Meerjarenplannen en overige instandhoudingsmaatregelen

Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone

Hoofdstuk 6. Controleverordening

§ 5. Controle op meerjarenplannen

§ 2. Invoer

§ 3. IUU en vangstdocumentatieregelingen

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

3. Wettelijke basis

4. Begrippen en definities

5. Uitwerking controleplan

5.1.3. Voorschriften voor marktdeelnemers in Nederland (visafslag / koper)

5.1.1. Voorschriften voor kapiteins van vissersvaartuigen

1. Inleiding

5.1.2. Voorschriften voor kapiteins met vissersvaartuig afkomstig uit andere EU lidstaat

Nederland maakt gebruik van deze mogelijkheid voor vissersvaartuigen om te wegen aan boord. Naar aanleiding hiervan is onderhavig steekproefplan opgesteld. Voor de doelgroep die toestemming heeft om te mogen wegen aan boord kan na aanlanding volstaan worden met het nemen van een steekproefweging i.p.v. een 100% weging.

Naast de kapitein/eigenaar van het vissersvaartuig, voldoet de opvolgende (geregistreerde) marktdeelnemer zoals geregistreerde kopers, visafslagen of andere marktdeelnemers (EU erkende levensmiddelenbedrijven) verantwoordelijk voor de 1e afzet aan de volgende voorschriften:

5.2. Risico beoordeling

De steekproefweging wordt toegepast per vissoort. Hiervoor wordt per vissoort het aantal te wegen kisten bepaald. Het aantal kisten dat de marktdeelnemer per vissoort moet wegen is opgenomen in onderstaande tabel.

5. Uitwerking steekproefplan

5.1. Voorschriften marktdeelnemers, kapitein en eigenaar vissersvaartuig

De kapitein van het vissersvaartuig registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:

5.6. Controles ter verificatie van de steekproef op het moment van aanlanding.

Naast de kapitein/eigenaar van het vissersvaartuig, voldoet de opvolgende (geregistreerde) marktdeelnemer zoals geregistreerde kopers, visafslagen of andere marktdeelnemers (EU erkende levensmiddelenbedrijven) verantwoordelijk voor de 1e afzet aan de volgende voorschriften:

In Nederland zijn namens de Minister door de RVO 129 ontheffingen verstrekt van artikel 60 (2) van de Controleverordening. Hierdoor hebben deze vaartuigen toestemming om overeenkomstig de daaraan verbonden voorschriften visserij producten te mogen wegen aan boord. Als voldaan wordt aan de in dit plan opgenomen voorschriften mogen deze vaartuigen in afwijking van artikel 60 (2) van de Controleverordening aan boord van het vissersvaartuig blijven wegen, mits ze overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige steekproefplan handelen, waaronder het uitvoeren van een steekproefweging op het moment van de aanlanding. De meeste vissersvaartuigen met een ontheffing van 60 (2) van de Controleverordening vissen met trawlnetten (Bodem- en pelagische trawls5Bijlage XI van de Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011.). Deze vaartuigen voeren geen steekproefwegingen bij aanlanding uit overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige plan, maar wegen in de praktijk alle visserijproducten direct na aanlanding of zullen deze pas na transport gaan wegen, overeenkomstig de voorschriften van het op grond van artikel 61 (1) Controleverordening vastgestelde Controleplan. Naar verwachting zullen alleen de vissersvaartuigen die gebruik maken van vistuigen die tot de categorie ‘Zegen’ behoren, steekproefwegingen bij aanlanding uitvoeren overeenkomstig het onderhavige steekproefplan. Binnen dit visserij type gaat het om 17 vaartuigen die met het vistuig type ‘Schotse zegen’ (SSC)6Verordening (EG) Nr. 2406/96 VAN DE RAAD van 26 november 1996 houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde visserijproducten. vissen. Het risico dat door deze vissersvaartuigen aangelande, reeds aan boord gewogen vis, afwijkingen vertoont met wegingen aan land wordt beoordeeld als laag. Redenen hiervoor zijn:

De steekproefweging wordt toegepast per vissoort. Hiervoor wordt per vissoort het aantal te wegen kisten bepaald. Het aantal kisten dat de marktdeelnemer per vissoort moet wegen is opgenomen in onderstaande tabel.

Bijlage 1

Bijlage 2

De marktdeelnemer die de steekproefweging uitvoert, registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:

5.6. Controles ter verificatie van de steekproef op het moment van aanlanding.

Bijlage 3

Aanlandingsplaatsen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Neeltje Jans (gemeente Schouwen-Duiveland)

Stellendam (gemeente Goedereede)

Bruinisse (gemeente Schouwen-Duiveland)

Bijlage 8a. Vistuigen met de codes, in voorkomend geval de maaswijdte en bijbehorende vissoorten, behorende bij artikel 21

Vistuig Code* Maaswijdte Vissoort
Boomkor TBB ≥ 120 mm Schol
Boomkor TBB 80–119 mm Tong, schol
Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen OTB, OTT, PTB, SDN, SPR 70–119 mm Schol
Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen OTB, OTT, PTB, SDN, SPR ≥ 120 mm Schol, kabeljauw
Schotse zegen SSC 100–119 mm Schol
Schotse zegen SSC ≥ 120 mm Schol, kabeljauw
Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR 90–109 mm Tong
Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR 140–270 mm Kabeljauw
Handlijnen en hengelsnoeren (machinaal) LHM Makreel
Handlijnen en hengelsnoeren (met de hand bediend) LHP Kabeljauw
Pelagische ottertrawl, pelagische spantrawl OTM, PTM 32-69 mm Blauwe wijting, haring, horsmakreel en makreel

Bijlage 9. behorende bij artikel 24 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

De hoeveelheden, bedoeld in artikel 24 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor het kalenderjaar 2024

Artikel Vissoort Gebiedsomschrijving Hoeveelheid (per vaartuig)
Artikel 24, eerste lid, onderdeel a Kabeljauw ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort 87 kilogram per maand
Artikel 24, eerste lid, onderdeel a Wijting ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a 160 kilogram per maand
Artikel 24, eerste lid, onderdeel a Makreel ICES-sector 3a; wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-sector 2a, 3b, 3c; ICES-sector 3d en ICES-deelgebied 4; Noorse wateren van ICES-sectoren 2a en 4a 177 kilogram per maand
Artikel 24, eerste lid, onderdeel c Kabeljauw ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort 214 kilogram per jaar
Artikel 24, eerste lid, onderdeel c Wijting ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a 220 kilogram per jaar
Artikel 24, eerste lid, onderdeel c Makreel ICES-sector 3a; wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-sector 2a, 3b, 3c; ICES-sector 3d en ICES-deelgebied 4; Noorse wateren van ICES-sectoren 2a en 4a 41 kilogram per jaar
Artikel 24, eerste lid, onderdeel d Horsmakreel Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d 165 kilogram per jaar

Bijlage 10

Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, zevende lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Schelphoek (gemeente Schouwen-Duiveland)

Bergse Diepsluis (gemeente Tholen)

Haventje van Waarde (gemeente Reimerswaal)

Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone

Hoofdstuk 6. Controleverordening

§ 3. IUU en vangstdocumentatieregelingen

Hoofdstuk 7b. Maatregelen van regionale organisaties voor het visserijbeheer.

Artikel 140f. Instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in NAFO-gebied
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste en vijfde lid, 7, eerste en derde lid, 8, eerste lid, 9, tweede en vierde tot en met zesde lid, 10, 11, 12, derde en vijfde lid, 13, tweede en derde lid, 14, 15, eerste tot en met derde lid, 16, eerste en derde lid, 18, 19, derde lid, 21, derde lid, 22, tweede en zevende tot en met achtste lid, 23, vijfde en negende lid, 24, 25, eerste tot en met zesde lid, 26, eerste en zesde tot en met achtste lid, 27, tweede en twaalfde lid, 32, 39, zesde lid, 41, 46, eerste lid, van verordening 2019/833 en met de door de Europese Commissie op grond van artikel 50 van verordening 2019/833 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

2.

Als havens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, en 39, eerste lid, van verordening 2019/833, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B met uitzondering van Den Helder.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel a, en 39, derde lid, van verordening 2019/833, is de NVWA.

4.

Het is verboden met een vaartuig als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van verordening 2019/833, een Nederlandse haven binnen te varen, dan wel de bemanning van dat vaartuig te vervangen.

Artikel 140g. Meerjarig herstelplan blauwvintonijn in Atlantische Oceaan en Middellandse Zee
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, derde lid, 11, 12, eerste lid, 15, eerste lid, 16, tweede lid, 17, 19, tweede tot en met vierde lid, 22, eerste lid, 23, derde lid, 25, 26, eerste tot en met vierde lid, 30, vierde lid, 31, eerste, tweede, zesde en zevende lid, 32, eerste lid, tweede lid en vierde tot en met achtste lid, 33, eerste tot en met vierde lid, 34, tweede lid, 35, eerste lid, 36, tweede lid, 38, 40, eerste, derde en vijfde lid, 41, derde lid, 45, tweede lid, 46, achtste lid, 49, eerste tot en met derde lid, en 56 van verordening 2016/1627 en met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 26, vijfde lid, 39 en 48 van verordening 2016/1627 vastgestelde uitvoeringshandelingen.

2.

Als havens als bedoeld in de artikel 30, eerste lid, van verordening 2016/1627 worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van artikel 6, eerste lid, toegelaten havens mits het aanlanden of overladen plaatsvindt binnen de in bijlage 2 C bij die havens vermelde lostijden.

Artikel 140h. Controle- en handhavingregeling in NEAFC-gebied
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 8, eerste en tweede lid, in samenhang met artikel 4 van uitvoeringsverordening nr. 433/2012, de artikelen 9, eerste en tweede lid, 13, 14, 15, 21, 23, artikel 24, eerste lid, in samenhang met artikel 12 van uitvoeringsverordening nr. 433/2012, en de artikelen 25, tweede lid, 40, eerste lid, 41, eerste lid, en 42 van verordening nr. 1236/2010.

2.

De bevoegde instantie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening nr. 1236/2010, is de NVWA.

3.

Het is verboden in het gereglementeerd gebied, bedoeld in artikel 3, onderdeel 3, van verordening nr. 1236/2010, vistuig te gebruiken dat niet is gemarkeerd overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van de controleverordening, in samenhang met de artikelen 6 tot en met 17 van de uitvoeringsverordening controleverordening.

4.

De minister kan vistuig als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening nr. 1236/2010, verwijderen en vernietigen.

5.

Als havens als bedoeld in artikel 23 van verordening nr. 1236/2010, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B.

6.

Het is verboden met vaartuigen als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van verordening nr. 1236/2010, een Nederlandse haven binnen te varen.

7.

Het is verboden met vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van verordening nr. 1236/2010, activiteiten als bedoeld in dat lid, onderdeel b, te verrichten in een Nederlandse haven of in de Nederlandse territoriale wateren.

8.

Het is verboden voor Nederlandse vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onderdeel c, van verordening nr. 1236/2010, om de in dat onderdeel genoemde activiteiten te verrichten met betrekking tot een vaartuig als bedoeld in artikel 44, eerste lid, aanhef van die verordening.

9.

Het is verboden voor Nederlandse vaartuigen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, aanhef, van verordening nr. 1236/2010, voorzieningen, brandstof of andere diensten te verschaffen.

Artikel 140i. Over grote afstand trekkende visbestanden in ICCAT-gebied
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11, 14, eerste lid in samenhang met het tweede lid, 15, 19, eerste lid, 30, eerste lid, 31, 32, 34, 35, 36, 38, eerste tot en met vierde lid, 39, 40, eerste lid, 41, eerste tot en met derde lid, 44, vierde lid, 46, 52, eerste en tweede lid, 63, derde lid, en 53 in samenhang met de artikelen 54 tot en met 60, van verordening 2017/2107.

2.

Het is verboden met een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 20 meter dat niet is opgenomen in het ICCAT-register van vaartuigen die gemachtigd zijn om op grootoogtonijn, geelvintonijn en gestreepte tonijn te vissen, deze vissoorten uit de wateren van de Atlantische Oceaan en aangrenzende zeeën te bevissen, aan boord te houden, over te laden, te vervoeren, over te brengen, te verwerken of aan te landen.

3.

Vaartuigen die van 1 januari tot en met 28 februari betrokken zijn bij visserijactiviteiten in het gebied dat wordt begrensd door breedtelijn 5° NB, breedtelijn 4° ZB, meridiaan 20° WL en de Afrikaanse grens, hebben een waarnemer als bedoeld in artikel 14, derde lid, van verordening 2017/2107, aan boord.

4.

Indien het quotum voor blauwe marlijn of witte marlijn is opgevist wordt de desbetreffende vissoort niet in de handel gebracht of verkocht.

5.

De kapitein van een transportvaartuig dat overlaadt op zee laat een regionale ICCAT-waarnemer als bedoeld in artikel 58, eerste lid, van verordening 2017/2107 aan boord van zijn vaartuig toe en verleent die overeenkomstig Bijlage VIII, punten 9 en 10, bij die verordening alle medewerking, zodat de waarnemer de in Bijlage VIII, punt 5, bij die verordening genoemde taken aan boord van het transportvaartuig, kan uitvoeren.

6.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 57, derde lid, van verordening 2017/2107 is de NVWA.

7.

Als havens als bedoeld in de artikelen 52, eerste lid, en 65, eerste lid, van verordening 2017/2107, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B met uitzondering van Den Helder.

Artikel 140j. Instandhoudings- en controlematregelen in SPRFMO-gebied
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 9, 10, 20, 22, vijfde lid, 23, tweede tot en met vierde lid en 41, eerste en tweede lid, van verordening 2018/975.

2.

Het is niet toegestaan de visserij, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, 13, eerste lid, of 18, eerste lid, van verordening 2018/975 te verrichten zonder voorafgaande toelating van de regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO).

3.

Het is verboden bodemvisserij als bedoeld in artikel 4, punt 7, van verordening 2018/975 te bedrijven:

4.

Als havens als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2018/975, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B met uitzondering van Den Helder.

5.

Als contactpunt als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b en c, en artikel 40, eerste lid, van verordening 2018/975, wordt aangewezen de meldkamer van de NVWA te Echt.

Artikel 140k. Beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen in het verdragsgebied van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, derde tot en met vijfde lid, 5, 6, eerste lid, derde lid, eerste zin, vierde en zesde lid, 7, 8, eerste en tweede lid, 9, eerste tot en met derde lid, 10 tot en met 13, 14, eerste lid, eerste zin, 15, eerste en tweede lid, 16, eerste, derde en vierde lid, 18, tweede en derde lid, 19, tweede, vijfde tot en met zevende, negende, tiende, elfde, dertiende en veertiende lid, 21, eerste en derde tot en met zesde lid, 23, zevende lid, 24, eerste lid, en 27 van verordening 2021/56.

2.

Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 2021/56 te vissen met een ringzegen als bedoeld in artikel 3, punt 6, van die verordening tijdens de door de minister bepaalde sluitingsperiode, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van die verordening.

3.

Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 2021/56 in strijd te handelen met de volgende verplichtingen:

4.

Het is verboden met vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 2021/56 die zijn ingeschreven in beide vaartuigenregisters als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van verordening 2021/56 in strijd te handelen met de kennisgeving, bedoeld in voornoemd tweede lid.

5.

Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 28, eerste lid, van verordening 2021/56 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Artikel 140l. Instandhoudings- en beheersmaatregelen in het verdragsgebied van de Commissie voor de visserij in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, 6, eerste en vierde lid, 7, eerste tot en met zesde lid, 8, 9, eerste tot en met derde lid, 10, eerste lid, 11, eerste, derde en vierde lid, 12 tot en met 14, 15, eerste, tweede en vierde lid, 16, 17, eerste tot en met derde lid, 18, 19, 20, eerste tot en met derde lid, 21, eerste zin, 25, 26, 28, zevende lid, 29, tweede en vierde lid, 30, eerste tot en met derde lid, 31, eerste en tweede lid, eerste zin, 35, 37, tweede lid, tweede zin, en 40, derde lid, van verordening 2022/2056.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met de regelgeving van de kuststaat in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening 2022/2056, met betrekking tot het beheer en de opsporing van een visaantrekkende voorziening als bedoeld in artikel 3, punt 9, van verordening 2022/2056.

3.

Het is verboden om in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening 2022/2056, te bunkeren voor, gebunkerd te worden door of anderszins te worden ondersteund door andere vissersvaartuigen dan genoemd in artikel 24, onderdelen a tot en met c, van verordening 2022/2056.

4.

Bij gebruik op een vissersvaartuig van het volgsysteem, bedoeld in artikel 26, onderdeel b, van verordening 2022/2056, voldoet het aan de eisen, bedoeld in artikel 26, onderdeel b, onder i, ii en iv tot en met vi, van verordening 2022/2056.

5.

Exploitanten en kapiteins van vissersvaartuigen die vissen in het gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening 2022/2056, nemen de nodige maatregelen om de rechten van waarnemers, bedoeld in artikel 28, negende lid, van verordening 2022/2056, te waarborgen. Daarnaast handelen zij in voorkomend geval in overeenstemming met artikel 30, vijfde en zesde lid, van verordening 2022/2056.

6.

Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 41, eerste lid, van verordening 2022/2056 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Artikel 140m. Instandhoudings- en controlemaatregelen voor tonijnvisserij in de Indische Oceaan
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste en derde lid, 5, eerste en derde tot en met vijfde lid, 6, eerste en tweede lid, 7, eerste lid, 8, eerste lid, eerste en tweede zin, 9, eerste lid, eerste zin, 10, eerste lid, 11, eerste tot en met vierde lid, 12, 13, 14, eerste, derde en vierde lid, 15, eerste en tweede lid, 16, eerste lid, 17, eerste lid, 18, 19, 20, eerste en tweede lid, 21, eerste, tweede en zesde lid, eerste en tweede zin, 22, eerste en tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 28, eerste lid, 30, eerste lid, 35, eerste lid, 39, eerste en tweede lid, 40, eerste lid en 53, laatste zin, van verordening 2022/2343.

2.

Het is verboden met een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, van verordening 2022/2343 in strijd te handelen met de volgende verplichtingen:

3.

Het is verboden met een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van verordening 2022/2343 te vissen in het gebied, bedoeld in artikel 3, punt 2, van verordening 2022/2343, voordat aan RVO de gegevens, bedoeld in artikel 24, derde lid, aanhef, onderdelen a en c tot en met p, van die verordening, zijn verstrekt.

4.

Het is verboden met een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel e, van verordening 2022/2343 activiteiten als bedoeld in dat onderdeel te verrichten of betrokken te zijn bij die activiteiten.

5.

Vangsten van soorten als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van verordening 2022/2343 door een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, van die verordening gaan bij de invoer op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij of samenwerkende niet-overeenkomstsluitende partij als bedoeld in artikel 3, punt 5, van verordening 2022/2343 vergezeld van de statistische documenten, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van die verordening.

6.

Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 54, eerste lid, van verordening 2022/2343 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Artikel 140n. Beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen voor instandhouding van de zuidelijke blauwvintonijn
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste zin, 5, tweede lid, 6, eerste tot en met derde lid, 7, eerste en tweede lid en derde lid, eerste zin, 8, eerste lid, 10, eerste lid, 15, eerste lid, 16 en 17 van verordening 2023/675.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 11, eerste en tweede lid, en artikel 12, tweede lid, van verordening 2023/675 is de NVWA.

3.

Als havens als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van verordening 2023/675 worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2B met uitzondering van Den Helder.

4.

Als contactpunt als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van verordening 2023/675, wordt aangewezen de meldkamer van de NVWA te Echt.

5.

Het is verboden in strijd te handelen met de op grond van artikel 25, eerste lid, van verordening 2023/675 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Artikel 140o. Maatregelen in het verdragsgebied van de Commissie voor de visserij in het noordelijke deel van de Stille Oceaan
1.

De gegevens over vangsten als bedoeld in artikel 48bis, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden met een vissersvaartuig als bedoeld in dat lid worden verstrekt aan RVO uiterlijk de dinsdag in de week volgend op de week waarin de vangst is gedaan, ongeacht het deel van de vangstbeperking dat gebruikt is.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 48ter en 48quater.

Hoofdstuk 7c. Recreatievisserij

Artikel 140p. Vangstmogelijkheden
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 10, vijfde lid, 11, tweede lid, 12, eerste lid, 13, zesde lid, en 18, tweede en vijfde lid, van de verordening vangstmogelijkheden, de artikelen 5, vierde lid, 6, vijfde lid, en 17, vierde lid, van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee, de artikelen 9 en 10, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, artikel 29, vierde lid, van verordening 2017/2107 en de artikelen 7, 10, 11 en 12 van verordening 2019/1241.

2.

Het is verboden op zee, in het zeegebied, in de kustwateren, in de visserijvrije zone of in de onmiddellijke nabijheid van wateren:

3.

Het is verboden kabeljauw of overeenkomstig de artikelen 10, vijfde lid, onderdeel b, of 11, tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden gevangen zeebaars of overeenkomstig artikel 12, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden gevangen witte koolvis aan te landen die is gefileerd of is ontdaan van de kop.

4.

Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op zeebaars en kabeljauw die aantoonbaar afkomstig is van een vissersvaartuig.

5.

Het tweede en derde lid zijn tevens van toepassing op of in de onmiddellijke nabijheid van met de wateren, genoemd in het tweede lid, in open verbinding staand binnenwater, tot ten hoogste 30 kilometer landinwaarts.

Artikel 140q. Minimummaten

De afmeting, bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Visserijwet 1963, bedraagt:

Artikel 140r. Maatregelen van regionale organisaties voor het visserijbeheer
1.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 29, vierde lid, van verordening 2017/2107.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 17, derde lid, eerste en tweede zin, van verordening 2022/2343.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage a1. behorende bij de artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

3. Wettelijke basis

Artikel 60 (3) van de Controleverordening en artikel 76 (2) in samenhang met bijlage XX van de Uitvoeringsverordening.

5.1.2. Voorschriften voor kapiteins met vissersvaartuig afkomstig uit andere EU lidstaat

5.1.3. Voorschriften marktdeelnemers verantwoordelijk voor de 1e afzet

5.2. Risico beoordeling

Indien het totaal gewicht van alle aangelande soorten minder is dan 50 kg is het niet nodig een steekproef uit te voeren. De aangelande partij wordt in deze situatie in zijn geheel gewogen.

5.5. Weegresultaten

De kapitein is verplicht de weegresultaten die aan boord zijn verzameld te registreren en te bewaren. De marktdeelnemer die de partij in ontvangst heeft genomen op het moment van de aanlanding verzamelt en registreert de resultaten van de steekproefweging. Beide marktdeelnemers bewaren de gegevens voor een periode van 3 jaar en de gegevens worden op verzoek aan de bevoegde autoriteit verstrekt.

De kapitein van het vissersvaartuig registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:

Indien het resultaat van de telling van viskisten, dan wel de steekproefweging, per vissoort afwijkt van de opgave door de kapitein/eigenaar dient er een 100% (her-)weging van die desbetreffende vissoort ter plekke plaats te vinden.

5.7. Interventie

Bijlage 1

Lettertekens havens als bedoeld in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 2

A. Havens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en losplaatsen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de artikelen 14, vijfde lid, 75, tweede lid, 77, vijfde lid, 78, zevende lid, 78a, vierde lid, 124, vierde lid, en 133, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

C. Havens en lostijden als bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

D. Havens voor het verrichten van onderhoudswerkzaamheden als bedoeld in de artikel 133, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bijlage 3

Aanlandingsplaatsen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Burgsluis (gemeente Schouwen-Duiveland)

Roompotsluis (Colijnsplaat, gemeente Noord-Beveland)

Kats (gemeente Noord-Beveland)

Yerseke (gemeente Reimerswaal)

Wilhelminadorp (gemeente Goes)

Zierikzee (gemeente Schouwen-Duiveland)

Haven Flauwers (gemeente Zierikzee)

Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheerperiode als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vervallen

Bijlage 8. behorende bij de artikelen 1, eerste lid, 21, eerste lid, en 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

De vissoorten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, de vangstgebieden, bedoeld in artikel 1, eerste lid, en de percentages, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor het kalenderjaar 2024

Vissoort Gebied Percentage
Blauwe wijting Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie en internationale wateren van deelsectoren 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8a, 8b, 8d, 8e, 12 en 14 125,5600%
Grote Zilversmelt ICES-deelgebieden 6 en 7, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-deelgebied 5 103,3801%
Haring Wateren van het Verenigd Koninkrijk, van de Faeröer, van Noorwegen en de internationale wateren van de ICES gebieden 1 en 2 76,2219%
Haring Wateren van de Unie, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen van ICES-deelgebied 4 ten noorden van 53° 30' NB 114,7699%
Haring ICES-sectoren 4c en 7d 134,1793%
Haring ICES-sectoren 6b en 6a-Noord, wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b 120,1888%
Haring ICES-sectoren 6a-Zuid, 7b en 7c 121,6530%
Haring ICES-sectoren 7a ten zuiden van 52°30’N.B., 7g, 7h, 7j en 7k 100,0000%
Horsmakreel Wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sectoren 2a en 4a; ICES-deelgebied 6, ICES-sectoren 7a-c, 7e-k, 8a-b 8d -e; wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b; internationale wateren van de ICES-deelgebieden 12 en 14 0,0000%
Horsmakreel Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d 102,0132%
Kabeljauw ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort 108,8173%
Makreel ICES-deelgebieden 6 en 7, ICES-sectoren 8a, 8b, 8d en 8e; wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van ICES-sector 5b; internationale wateren van ICES-sector 2a en de ICES-deelgebieden 12 en 14 90,7830%
Schol ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort 79,3220%
Tong Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a 38,2578%
Wijting ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a 214,6764%

Bijlage 8a. Vistuigen met de codes, in voorkomend geval de maaswijdte en bijbehorende vissoorten, behorende bij artikel 21

Vistuig Code* Maaswijdte Vissoort
Boomkor TBB ≥ 120 mm Schol
Boomkor TBB 80–119 mm Tong, schol
Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen OTB, OTT, PTB, SDN, SPR 70–119 mm Schol
Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen OTB, OTT, PTB, SDN, SPR ≥ 120 mm Schol, kabeljauw
Schotse zegen SSC 100–119 mm Schol
Schotse zegen SSC ≥ 120 mm Schol, kabeljauw
Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR 90–109 mm Tong
Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR 140–270 mm Kabeljauw
Handlijnen en hengelsnoeren (machinaal) LHM Makreel
Handlijnen en hengelsnoeren (met de hand bediend) LHP Kabeljauw
Pelagische ottertrawl, pelagische spantrawl OTM, PTM 32-69 mm Blauwe wijting, haring, horsmakreel en makreel

Bijlage 9. behorende bij artikel 24 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

De hoeveelheden, bedoeld in artikel 24 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor het kalenderjaar 2024

Artikel Vissoort Gebiedsomschrijving Hoeveelheid (per vaartuig)
Artikel 24, eerste lid, onderdeel a Kabeljauw ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort 87 kilogram per maand
Artikel 24, eerste lid, onderdeel a Wijting ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a 160 kilogram per maand
Artikel 24, eerste lid, onderdeel a Makreel ICES-sector 3a; wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-sector 2a, 3b, 3c; ICES-sector 3d en ICES-deelgebied 4; Noorse wateren van ICES-sectoren 2a en 4a 177 kilogram per maand
Artikel 24, eerste lid, onderdeel c Kabeljauw ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort 214 kilogram per jaar
Artikel 24, eerste lid, onderdeel c Wijting ICES-deelgebied 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a 220 kilogram per jaar
Artikel 24, eerste lid, onderdeel c Makreel ICES-sector 3a; wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van ICES-sector 2a, 3b, 3c; ICES-sector 3d en ICES-deelgebied 4; Noorse wateren van ICES-sectoren 2a en 4a 41 kilogram per jaar
Artikel 24, eerste lid, onderdeel d Horsmakreel Wateren van het Verenigd Koninkrijk en wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d 165 kilogram per jaar

Bijlage 10

Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in artikel 104, zevende lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Bewaarvorm: bevroren

Bewaarvorm: vers

Bewaarvorm: gekookt

Bewaarvorm: gezouten

Bijlage 11. behorende bij artikel 140c van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Soort en FAO-/GN-code Grootte Benaming Afmeting Drempelprijs (EUR/t)
Schol
| per 01-01-2024 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 30-04-2024 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.300
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.270
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.130
Schol
|| per 01-05-2024 1 Groot 41 cm en groter 2.040
t/m 30-11-2024 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.490
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.360
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Schol
||| per 01-12-2024 1 Groot 41 cm en groter 1.750
t/m 31-12-2024 2 Schol I 35 tot 41 cm 1.370
[PLE/GN 3022200] 3 Schol II 31 tot 35 cm 1.340
4 Schol III 27 tot 31 cm 1.210
Garnalen (vers, gekoeld), gestoomd of in water gekookt *Breedte v.h. pantser*
[CSH/GN 3062310] 1 6,8 mm en meer 3.750
2 6,5 mm en meer 3.750

Bijlage 12a. behorend bij de artikelen 87a en 87b

Naar aanleiding van elke vermogensmeting wordt een meetrapport opgemaakt met het motorvermogen en toerental in stomende en vissende conditie. De volgende parameters worden, indien van toepassing, opgenomen in het meetrapport:

Bij het meetrapport wordt een verklaring van kennisname van het meetrapport gevoegd, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.

Indien een erkend meetbureau tijdens een vermogensmeting geconfronteerd wordt met niet verklaarbare afwijkingen van het motorvermogen, meldt het meetbureau dit terstond aan de minister. Het meetbureau maakt hier tevens een rapport van op.

Bijlage 12b. behorend bij de artikelen 87, 87a en 87b

Naar aanleiding van elke verzegeling wordt een (aanvullend) zegelplan opgemaakt. Zegels worden zodanig aangebracht dat ongeautoriseerde wijziging van de verzegeling wordt voorkomen. Het zegelplan wordt opgemaakt overeenkomstig de door de minister beschikbaar gestelde modellen en de richtlijnen van het motortype. Het zegelplan bevat te minste de volgende gegevens:

Bij het zegelplan worden gevoegd:

Aan de hand van de onderstaande criteria besluit het zegelbureau of er met het verzegelen een vermogensmeting dient plaats te vinden. De analyse die wordt gemaakt op basis van de hieronder genoemde criteria, wordt doorgegeven aan de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde, en aan de minister.

Bijlage 13. Locaties waar garnalen worden ingedeeld in de versheidsklassen en grootteklassen, behorend bij artikel 140d

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.