← Geldende tekst · Geschiedenis

Wet van 1 november 2012, houdende nieuwe regels omtrent aanbestedingen (Aanbestedingswet 2012)

Geldende tekst a fecha 2014-01-25

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is richtlijn nr. 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PbEU L 134) en richtlijn nr. 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEU L 134) opnieuw te implementeren ten behoeve van een goede uitvoering en naleving van de uit deze richtlijnen voortvloeiende voorschriften, en ten behoeve van verbetering en vereenvoudiging van de integriteitstoetsing en van voorschriften van administratieve aard, en voorts ook enige regels van inhoudelijke en administratieve aard te stellen met betrekking tot andere opdrachten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Deel 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1.1. Begripsbepalingen

Artikel 1.1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 1.2

Overheersende invloed als bedoeld in de begripsomschrijving van overheidsbedrijf in artikel 1.1 wordt voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet vermoed indien een aanbestedende dienst, al dan niet rechtstreeks, ten aanzien van dat bedrijf:

Artikel 1.3
1.

Een wijziging van bijlage I of bijlage II van richtlijn nr. 2004/18/EG of van bijlage XII of bijlage XVI van richtlijn nr. 2004/17/EG gaat voor de toepassing van de in deze wet gegeven omschrijvingen van overheidsopdracht voor werken, overheidsopdracht voor diensten onderscheidenlijk speciale-sectoropdracht voor werken of speciale-sectoropdracht voor diensten gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.

2.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 1.2. Beginselen en uitgangspunten bij aanbesteden

Afdeling 1.2.1. Algemene bepaling voor het sluiten van schriftelijke overeenkomsten onder bezwarende titel voor het verrichten van werken, leveringen of diensten

Artikel 1.4
1.

Een aanbestedende dienst die of een speciale-sectorbedrijf dat voornemens is een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel tot het verrichten van werken, leveringen of diensten te sluiten, bepaalt op basis van objectieve criteria:

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf draagt zorg voor het leveren van zo veel mogelijk maatschappelijke waarde voor de publieke middelen bij het aangaan van een schriftelijke overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.

3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf verstrekt een ondernemer op diens schriftelijk verzoek de motivering van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde keuze.

Artikel 1.5
1.

Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf voegt opdrachten niet onnodig samen. Alvorens samenvoeging plaatsvindt, wordt in ieder geval acht geslagen op:

2.

Indien samenvoeging van opdrachten plaatsvindt, wordt dit door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf gemotiveerd in de aanbestedingsstukken.

3.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf deelt een opdracht op in meerdere percelen, tenzij hij dit niet passend acht, in welk geval de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf dit motiveert in de aanbestedingsstukken.

Artikel 1.6

Aanbestedende diensten die voornemens zijn een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel tot het verrichten van werken, leveringen of diensten te sluiten, dragen zorg voor een zo groot mogelijke beperking van de met de totstandkoming van die overeenkomst samenhangende en daaruit voortvloeiende administratieve lasten.

Afdeling 1.2.2. Beginselen bij Europese aanbestedingen

Artikel 1.7

De bepalingen in deze afdeling gelden voor aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven bij:

Artikel 1.8

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf behandelt ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze.

Artikel 1.9
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf handelt transparant.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid draagt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf in ieder geval zorg voor een passende mate van openbaarheid van de aankondiging van het voornemen tot het plaatsen van een overheidsopdracht of een speciale-sectoropdracht, tot het sluiten van een concessieovereenkomst voor openbare werken of het uitschrijven van een prijsvraag.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing:

Artikel 1.10
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf stelt bij de voorbereiding van en het tot stand brengen van een overheidsopdracht of een speciale-sectoropdracht, een concessieovereenkomst voor openbare werken of voor diensten of het uitschrijven van een prijsvraag uitsluitend eisen, voorwaarden en criteria aan de inschrijvers en de inschrijvingen die in een redelijke verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid slaat de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf, voor zover van toepassing, in ieder geval acht op:

3.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt een richtsnoer aangewezen waarin voorschriften zijn vervat met betrekking tot de wijze waarop door bij die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen aanbestedende diensten uitvoering wordt gegeven aan het eerste lid.

4.

De aanbestedende dienst past de in het derde lid bedoelde voorschriften toe of motiveert een afwijking van een of meer van die voorschriften in de aanbestedingsstukken.

5.

De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. De voordracht wordt gedaan door Onze Minister van Economische Zaken in overeenstemming met Onze Minister of Ministers wie het mede aangaat.

Afdeling 1.2.3. Uitgangspunten bij nationale aanbestedingen

Artikel 1.11

De bepalingen in deze afdeling gelden voor aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven waarop artikel 1.7 niet van toepassing is en die, voordat zij een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel sluiten tot het verrichten van werken, leveringen of diensten, met betrekking tot die overeenkomst uit eigen beweging een aankondiging hebben bekend gemaakt.

Artikel 1.12
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf behandelt ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf handelt transparant.

Artikel 1.13
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf stelt bij de voorbereiding en het tot stand brengen van een overeenkomst uitsluitend eisen, voorwaarden en criteria aan de inschrijvers en de inschrijvingen die in een redelijke verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid slaat de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf, voor zover van toepassing, in ieder geval acht op:

3.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt een richtsnoer aangewezen waarin voorschriften zijn vervat met betrekking tot de wijze waarop door bij die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen aanbestedende diensten uitvoering wordt gegeven aan het eerste lid.

4.

De aanbestedende dienst past de in het derde lid bedoelde voorschriften toe of motiveert een afwijking van een of meer van die voorschriften in de aanbestedingsstukken.

5.

De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. De voordracht wordt gedaan door Onze Minister van Economische Zaken in overeenstemming met Onze Minister of Ministers wie het mede aangaat.

Afdeling 1.2.4. Uitgangspunten bij de meervoudig onderhandse procedure

Artikel 1.14

De bepalingen in deze afdeling gelden voor aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven waarop de artikelen 1.7 en 1.11 niet van toepassing zijn en die, voordat zij een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel sluiten tot het verrichten van werken, leveringen of diensten, met betrekking tot die overeenkomst twee of meer ondernemers uitnodigen om een inschrijving in te dienen.

Artikel 1.15
1.

Een aanbestedende dienst of speciale sectorbedrijf behandelt de inschrijvers op gelijke wijze.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale sectorbedrijf, bedoeld in het eerste lid, deelt aan alle inschrijvers de gunningsbeslissing met de relevante redenen voor deze beslissing mee.

Artikel 1.16
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf stelt bij de voorbereiding en het tot stand brengen van een overeenkomst uitsluitend eisen, voorwaarden en criteria aan de inschrijvers en de inschrijvingen die in een redelijke verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid slaat de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf in ieder geval acht op:

3.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt een richtsnoer aangewezen waarin voorschriften zijn vervat met betrekking tot de wijze waarop door bij die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen aanbestedende diensten uitvoering wordt gegeven aan het eerste lid.

4.

De aanbestedende dienst past de in het derde lid bedoelde voorschriften toe of motiveert een afwijking van een of meer van die voorschriften in de aanbestedingsstukken.

5.

De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. De voordracht wordt gedaan door Onze Minister van Economische Zaken in overeenstemming met Onze Minister of Ministers wie het mede aangaat.

Hoofdstuk 1.3. Administratieve voorschriften bij aanbestedingen

Artikel 1.17

De bepalingen in deze afdeling gelden voor aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven die een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel sluiten tot het verrichten van werken, leveringen of diensten, die niet een overheidsopdracht, speciale-sectoropdracht of concessieovereenkomst is waarop artikel 1.7, onderdeel a, van toepassing is.

Artikel 1.18
1.

Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven die een aankondiging doen, maken die aankondiging bekend op het elektronische systeem voor aanbestedingen.

2.

De in het eerste lid bedoelde bekendmaking geschiedt door middel van een op het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gesteld formulier.

Artikel 1.19
1.

Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven die uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen stellen, verlangen van een ondernemer dat hij bij zijn verzoek tot deelneming of zijn inschrijving met gebruikmaking van het daartoe vastgestelde model een eigen verklaring indient en geven daarbij aan welke gegevens en inlichtingen in de eigen verklaring moeten worden verstrekt.

2.

De artikelen 2.55, 2.84, 2.85 en 2 102 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.20
1.

Een ondernemer kan jegens een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf, die uitsluitingsgronden stelt die betrekking hebben op onherroepelijke veroordelingen, door middel van een gedragsverklaring aanbesteden aantonen dat die gronden op hem niet van toepassing zijn.

2.

De in het eerste lid bedoelde gedragsverklaring aanbesteden is op het tijdstip van indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving niet ouder dan twee jaar.

3.

In een geval als bedoeld in het eerste lid kan niet om overlegging van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens worden gevraagd.

4.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf betrekt bij de toepassing van het eerste lid uitsluitend veroordelingen die in de vier jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving onherroepelijk zijn geworden.

Artikel 1.21
1.

Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven stellen op enigerlei wijze de aanbestedingsstukken voor de overheidsopdracht of speciale-sectoropdracht kosteloos ter beschikking.

2.

Indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de aanbestedingsstukken voor de opdracht ook op andere wijze dan ter uitvoering van het eerste lid beschikbaar stelt, kan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de kosten voor die wijze van verstrekking in rekening brengen bij degenen die om die andere wijze van verstrekking van de aanbestedingsstukken hebben gevraagd.

Hoofdstuk 1.4. Voorschriften voor het aanbesteden van werken door aanbestedende diensten

Artikel 1.22
1.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt een richtsnoer aangewezen waarin voorschriften zijn vervat met betrekking tot de wijzen waarop door in die maatregel aangewezen aanbestedende diensten overheidsopdrachten voor werken beneden de in afdeling 2.1.1 van deze wet bedoelde waarden kunnen worden geplaatst.

2.

De aanbestedende dienst past de in het eerste lid bedoelde voorschriften toe, of motiveert een afwijking van een of meer van die voorschriften in de aanbestedingsstukken.

3.

De in het tweede lid bedoelde motivering wordt op diens schriftelijk verzoek aan een ondernemer verstrekt.

Hoofdstuk 1.5. Voorwaarden in verband met in het kader van de Wereldhandelsorganisatie gesloten overeenkomsten

Artikel 1.23

Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf past bij het gunnen van overheidsopdrachten of speciale-sectoropdrachten op ondernemers uit de andere lidstaten van de Europese Unie even gunstige voorwaarden toe als die welke hij bij de tenuitvoerlegging in het kader van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten op ondernemers van derde landen toepast.

Deel 2. Overheidsopdrachten, prijsvragen voor overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten voor openbare werken

Hoofdstuk 2.1. Reikwijdte

Afdeling 2.1.1. Toepassingsbereik

§ 2.1.1.1. Toepassingsbereik overheidsopdrachten

Artikel 2.1

Het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet is van toepassing op overheidsopdrachten voor werken waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 7, onderdeel c, van richtlijn nr. 2004/18/EG genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

Artikel 2.2
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet is van toepassing op door de staat te plaatsen overheidsopdrachten voor leveringen en diensten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 7, onderdeel a, van richtlijn nr. 2004/18/EG genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

2.

In afwijking van het eerste lid is, indien de overheidsopdracht op het gebied van defensie ligt en de levering van een product betreft dat niet is opgenomen in bijlage V van richtlijn nr. 2004/18/EG, het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet van toepassing indien de geraamde waarde van die overheidsopdracht gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 7, onderdeel b, van richtlijn nr. 2004/18/EG genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

3.

In afwijking van het eerste lid is, indien de overheidsopdracht een dienst als bedoeld in artikel 7, onderdeel b, derde alinea, van richtlijn nr. 2004/18/EG betreft, het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet van toepassing indien de geraamde waarde van die overheidsopdracht gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 7, onderdeel b, van richtlijn nr. 2004/18/EG genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

Artikel 2.3

Het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en diensten door aanbestedende diensten, anders dan de staat, waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 7, onderdeel b, van richtlijn nr. 2004/18/EG genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

Artikel 2.4

Het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet is van toepassing op concessieovereenkomsten voor openbare werken waarvan de geraamde waarde overeenkomt met of hoger is dan het in artikel 56 van richtlijn nr. 2004/18/EG genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

Artikel 2.5
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet is van toepassing op door de staat uit te schrijven prijsvragen waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 67, onderdeel a, van richtlijn nr. 2004/18/EG genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

2.

In afwijking van het eerste lid is, indien de prijsvraag diensten als bedoeld in artikel 67, onderdeel c, van richtlijn nr. 2004/18/EG betreft, het bij of krachtens deel 2 van deze wet bepaalde van toepassing indien de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 67, onderdeel c, van die richtlijn genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

Artikel 2.6

Het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet is van toepassing op door aanbestedende diensten, anders dan de staat, uit te schrijven prijsvragen waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 67, onderdeel b, van richtlijn nr. 2004/18/EG genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

Artikel 2.7
1.

Een wijziging van de bedragen, genoemd in de artikelen 7, 56 en 67 van richtlijn nr. 2004/18/EG en een wijziging van bijlage V van die richtlijn gaan voor de toepassing van de artikelen 2.1 tot en met 2.6 gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.

2.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2.8
1.

Het bepaalde bij of krachtens deze wet voor aanbestedende diensten is tevens van toepassing op subsidie-ontvangers die overeenkomsten sluiten voor:

2.

Een wijziging van de bedragen, genoemd in artikel 8 van richtlijn nr. 2004/18/EG gaat voor de toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluitvan de Europese Commissie in werking treedt.

3.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 2.9

Een subsidie-ontvanger als bedoeld in het artikel 2.8, eerste lid, verstrekt een overheidsopdracht als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet.

Artikel 2.10

Een aanbestedende dienst die een bijzonder recht of een uitsluitend recht om openbare diensten te verrichten verleent aan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die zelf geen aanbestedende dienst is, bepaalt bij de verlening van dat recht dat degene aan wie dat recht wordt verleend, bij opdrachten voor leveringen in het kader van het verrichten van die openbare diensten geen onderscheid maakt naar nationaliteit.

Artikel 2.11
1.

Een aanbestedende dienst kan via een aankoopcentrale een overheidsopdracht plaatsen, mits de aankoopcentrale het bij of krachtens deel 2 van deze wet voor aanbestedende diensten bepaalde met betrekking tot die overheidsopdracht naleeft.

2.

In het in het eerste lid bedoelde geval heeft de desbetreffende aanbestedende dienst voldaan aan de voor hem geldende verplichtingen op grond van deel 2 van deze wet.

§ 2.1.1.2. Afbakening overheidsopdrachten en speciale sectoropdrachten

Artikel 2.12
1.

Indien ten aanzien van een opdracht of een prijsvraag zowel het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet voor overheidsopdrachten onderscheidenlijk door aanbestedende diensten uitgeschreven prijsvragen van toepassing is als het bij of krachtens deel 3 bepaalde voor speciale-sectoropdrachten onderscheidenlijk door speciale-sectorbedrijven uitgeschreven prijsvragen, is het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet voor overheidsopdrachten dan wel door aanbestedende diensten uitgeschreven prijsvragen niet van toepassing op de desbetreffende opdracht of prijsvraag.

2.

Indien een aanbestedende dienst tevens kan worden aangemerkt als speciale-sectorbedrijf en met het oog op de uitoefening van de desbetreffende activiteiten een concessieovereenkomst voor openbare werken heeft gesloten, zijn de artikelen 2.22, 2.40, 2.41 en 2.151 tot en met 2.156 niet van toepassing.

Afdeling 2.1.2. Raming van de waarde

§ 2.1.2.1. Algemene bepalingen

Artikel 2.13

De aanbestedende dienst raamt de waarde van de voorgenomen overheidsopdracht, concessieovereenkomst voor openbare werken of prijsvraag of het voorgenomen dynamisch aankoopsysteem overeenkomstig de artikelen 2.14 tot en met 2.22.

Artikel 2.14
1.

De aanbestedende dienst splitst de voorgenomen overheidsopdracht, concessieovereenkomst voor openbare werken of prijsvraag of het voorgenomen dynamisch aankoopsysteem niet met het oogmerk om zich te onttrekken aan de toepassing van deze wet.

2.

De aanbestedende dienst maakt de keuze van de methode van berekening van de geraamde waarde niet met het oogmerk om zich aan de toepassing van deze wet te onttrekken.

§ 2.1.2.2. De raming van overheidsopdrachten

Artikel 2.15
1.

De waarde van een overheidsopdracht wordt geraamd naar de waarde op het tijdstip van verzending van de aankondiging van die overheidsopdracht of, indien een aankondiging niet is vereist, naar de waarde op het tijdstip waarop de procedure voor de gunning door de aanbestedende dienst wordt ingeleid.

2.

De aanbestedende dienst baseert de berekening van de geraamde waarde van een overheidsopdracht op het totale bedrag, exclusief omzetbelasting, met inbegrip van opties en verlengingen van het contract.

3.

De aanbestedende dienst gaat bij de berekening van de waarde van een raamovereenkomst uit van de geraamde waarde van alle voor de duur van de raamovereenkomst voorgenomen overheidsopdrachten.

Artikel 2.16

Bij de raming van de waarde van een overheidsopdracht voor werken houdt de aanbestedende dienst rekening met de waarde van de werkenen met de geraamde totale waarde van de voor de uitvoering van die werken noodzakelijke leveringen en diensten die door de aanbestedende dienst ter beschikking van de aannemer worden gesteld.

Artikel 2.17

De aanbestedende dienst raamt de waarde van een overheidsopdracht voor diensten:

Artikel 2.18
1.

Indien een voorgenomen werk of een voorgenomen aankoop van diensten kan leiden tot overheidsopdrachten die gelijktijdig in afzonderlijke percelen worden geplaatst, neemt de aanbestedende dienst de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag.

2.

Indien de samengestelde waarde van de percelen, bedoeld in het eerste lid, gelijk is aan of groter is dan het in de artikelen 2.1, 2.2 of 2.3 bedoelde bedrag, is het bij of krachtens deel 2 van deze wet bepaalde van toepassing op de plaatsing van elk perceel.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing op:

mits de totale geraamde waarde van de onder a of b bedoelde percelen gezamenlijk niet meer bedraagt dan 20% van de totale waarde van alle percelen.

Artikel 2.19
1.

Indien een voorgenomen verkrijging van homogene leveringen kan leiden tot overheidsopdrachten die gelijktijdig in afzonderlijke percelen worden geplaatst, neemt de aanbestedende dienst de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag voor de raming.

2.

Indien de samengestelde waarde van de percelen, bedoeld in het eerste lid, gelijk is aan of groter is dan het in de artikelen 2.2 of 2.3 bedoelde bedrag, is het bij of krachtens deel 2 van deze wet bepaalde van toepassing op de plaatsing van elk perceel.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing op percelen waarvan de geraamde waarde niet meer bedraagt dan € 80 000, exclusief omzetbelasting, mits de totale geraamde waarde van die percelen gezamenlijk niet meer bedraagt dan 20% van de totale waarde van alle percelen.

Artikel 2.20

De aanbestedende dienst raamt de waarde van overheidsopdrachten voor leveringen die betrekking hebben op leasing, huur of huurkoop van producten op de volgende grondslag:

Artikel 2.21

De aanbestedende dienst raamt de waarde van overheidsopdrachten voor leveringen of voor diensten die met een zekere regelmaat worden verricht of die de aanbestedende dienst gedurende een bepaalde periode wil hernieuwen, op de volgende grondslag:

§ 2.1.2.3. De raming van concessieovereenkomsten voor openbare werken, dynamisch aankoopsystemen en prijsvragen

Artikel 2.22
1.

De artikelen 2.15 tot en met 2.21 zijn van overeenkomstige toepassing op de raming van de waarde van een voorgenomen concessieovereenkomst voor openbare werken, een dynamisch aankoopsysteem of een uit te reiken prijs.

2.

In aanvulling op het eerste lid:

Afdeling 2.1.3. Uitgezonderde overheidsopdrachten, concessieovereenkomsten voor openbare werken en prijsvragen

Artikel 2.23
1.

In afwijking van de artikelen 2.1 tot en met 2.6 is het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet niet van toepassing op overheidsopdrachten, concessieovereenkomsten voor openbare werken en prijsvragen:

2.

Voor de toepassing van het eerste lid, onder d, wordt onder civiele aankopen verstaan, opdrachten die:

3.

Een aanbestedende dienst brengt een internationale overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, ter kennis van de Europese Commissie.

Artikel 2.24

In afwijking van de artikelen 2.1 tot en met 2.6 is het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet niet van toepassing op overheidsopdrachten voor diensten:

Hoofdstuk 2.2. Procedures voor het plaatsen van opdrachten voor aanbestedende diensten

Afdeling 2.2.1. Openbare en niet-openbare procedure

Artikel 2.25

De aanbestedende dienst past voor het plaatsen van een overheidsopdracht de openbare procedure of de niet-openbare procedure toe.

Artikel 2.26

De aanbestedende dienst die de openbare procedure toepast doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

Artikel 2.27

De aanbestedende dienst die de niet-openbare procedure toepast doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

Afdeling 2.2.2. Uitzonderingen op de toepassing van de openbare en de niet-openbare procedure

§ 2.2.2.1. Procedure van de concurrentiegerichte dialoog

Artikel 2.28
1.

De aanbestedende dienst kan, indien het naar zijn oordeel niet mogelijk is door toepassing van de openbare procedure of de niet-openbare procedure een bijzonder complexe overheidsopdracht te plaatsen, de procedure van de concurrentiegerichte dialoog toepassen.

2.

Een overheidsopdracht is bijzonder complex indien de aanbestedende dienst objectief gezien niet is staat is:

Artikel 2.29

De aanbestedende dienst die de procedure van de concurrentiegerichte dialoog toepast doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

§ 2.2.2.2. Onderhandelingsprocedure met aankondiging

Artikel 2.30
1.

De aanbestedende dienst kan de onderhandelingsprocedure met aankondiging toepassen:

2.

Een aanbestedende dienst kan, indien de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, zich voordoen, van de mededeling van een aankondiging van een overheidsopdracht afzien, indien hij bij de onderhandelingsprocedure alleen de inschrijvers betrekt die voldoen aan de criteria, genoemd in afdelingen 2.3.4 tot en met 2.3.6 en die gedurende de voorafgaande openbare procedure of niet-openbare procedure of concurrentiegerichte dialoog inschrijvingen hebben ingediend die aan de formele eisen van de procedure voor het gunnen van overheidsopdrachten voldoen.

Artikel 2.31
1.

De aanbestedende dienst die de onderhandelingsprocedure met aankondiging toepast doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

2.

Indien de aanbestedende dienst toepassing heeft gegeven aan artikel 2.30, eerste lid, onder a en tweede lid, nodigt hij gelijktijdig en schriftelijk de inschrijvers uit die in de niet-openbare procedure, de openbare procedure of de procedure van de concurrentiegerichte dialoog een inschrijving hebben gedaan die voldeden aan de geschiktheidseisen en selectiecriteria, en waarop de uitsluitingsgronden niet van toepassing waren. In dat geval kan de aanbestedende dienst de onderdelen a tot en met e van het eerste lid achterwege laten.

§ 2.2.2.3. Onderhandelingsprocedure zonder aankondiging

Artikel 2.32

De aanbestedende dienst kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen indien:

Artikel 2.33

De aanbestedende dienst kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen:

Artikel 2.34

De aanbestedende dienst kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen voor een overheidsopdracht voor diensten indien die overheidsopdracht voortvloeit uit een procedure van het uitschrijven van een prijsvraag en volgens de toepasselijke voorschriften aan de winnaar of aan een van de winnaars van die prijsvraag dient te worden gegund en de aanbestedende dienst alle winnaars van de prijsvraag tot de onderhandelingen uitnodigt.

Artikel 2.35

De aanbestedende dienst kan voor aanvullende werken of diensten de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen voor zover die diensten of werken noch in het oorspronkelijk gegunde ontwerp, noch in de oorspronkelijk gegunde overheidsopdracht waren opgenomen en technisch of economisch niet los van de oorspronkelijke overheidsopdracht kunnen worden uitgevoerd zonder overwegende bezwaren voor de aanbestedende dienst dan wel de aanvullende werken of diensten strikt noodzakelijk zijn om de oorspronkelijke overheidsopdracht te vervolmaken en:

Artikel 2.36

De aanbestedende dienst kan voor nieuwe werken of diensten tot drie jaar volgend op de gunning van de oorspronkelijke overheidsopdracht de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen, voor zover die werken of diensten bestaan uit herhaling van soortgelijke werken of diensten die door dezelfde aanbestedende diensten worden toevertrouwd aan de ondernemer waaraan de oorspronkelijke overheidsopdracht werd gegund en:

Artikel 2.37

De aanbestedende dienst die de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepast doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

§ 2.2.2.4. Bijzondere voorschriften betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten voor B-diensten

Artikel 2.38
1.

De aanbestedende dienst kan voor een overheidsopdracht betreffende diensten die zijn opgenomen in bijlage II-B van richtlijn nr. 2004/18/EG de procedure voor B-diensten toepassen.

2.

Indien de opdracht, bedoeld in het eerste lid, zowel betrekking heeft op diensten als bedoeld in bijlage II-A van richtlijn nr. 2004/18/EG als op diensten als bedoeld in bijlage II-B van richtlijn nr. 2004/18/EG kan de aanbestedende dienst de procedure voor B-diensten toepassen indien de geraamde waarde van de B-diensten gelijk is aan of hoger is dan die van de II-A diensten.

3.

Voor opdrachten betreffende diensten voor «gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening», zoals opgenomen in bijlage II-B van richtlijn nr. 2004/18/EG, wordt, met inachtneming van het tweede lid, de procedure voor B-diensten toegepast, tenzij de aanbestedende dienst anders besluit.

Artikel 2.39
1.

De aanbestedende dienst die de procedure voor B-diensten toepast doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

2.

Bij toepassing van de procedure voor B-diensten zijn uitsluitend de paragrafen 2.3.3.1 en 2.3.8.9 van hoofdstuk 2.3 van toepassing.

3.

In afwijking van het tweede lid maakt de aanbestedende dienst een aankondiging van het voornemen tot het plaatsen van de overheidsopdracht bekend op het elektronische systeem voor aanbestedingen, indien die opdracht een duidelijk grensoverschrijdend belang heeft.

Afdeling 2.2.3. Bijzondere procedures

§ 2.2.3.1. Procedure voor een concessieovereenkomst voor openbare werken

Artikel 2.40
1.

De aanbestedende dienst die een concessieovereenkomst voor openbare werken wil sluiten past de procedure voor concessieovereenkomsten voor werken toe.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op aanvullende werken die noch in het aanvankelijk overwogen ontwerp van de concessieovereenkomst noch in de oorspronkelijk gesloten overeenkomst waren opgenomen en die als gevolg van onvoorziene omstandigheden voor de uitvoering van het werk zoals dat daarin is beschreven en dat door de aanbestedende dienst aan de concessiehouder wordt opgedragen, noodzakelijk zijn geworden:

3.

Het totale bedrag van de voor de aanvullende diensten of werken gegunde overheidsopdracht, bedoeld in het tweede lid, mag niet hoger zijn dan 50 procent van het bedrag van het hoofdwerk waarvoor de concessieovereenkomst is gesloten.

Artikel 2.41

De aanbestedende dienst die een concessieovereenkomst voor openbare werken wil sluiten, doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

§ 2.2.3.2. Procedure van een prijsvraag

Artikel 2.42

Een aanbestedende dienst past voor het uitschrijven van een prijsvraag de procedure van een prijsvraag toe.

Artikel 2.43
1.

De aanbestedende dienst die de procedure van een prijsvraag toepast, doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

2.

De in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde jury:

3.

De aanbestedende dienst maakt het oordeel van de jury bekend, voor zover deze tot een oordeel is gekomen, en maakt de resultaten van de prijsvraag bekend.

§ 2.2.3.3. Procedure voor het sluiten van een raamovereenkomst

Artikel 2.44

Een aanbestedende dienst die een raamovereenkomst wil sluiten, past daartoe een van de volgende procedures toe:

Artikel 2.45
1.

Een aanbestedende dienst die een overheidsopdracht wil plaatsen met gebruikmaking van een raamovereenkomst die hij gesloten heeft met een enkele ondernemer, past de procedure voor het gunnen van een overheidsopdracht via een raamovereenkomst met een enkele ondernemer toe, indien deze raamovereenkomst overeenkomstig artikel 2.44 is gesloten.

2.

In het in het eerste lid bedoelde geval gunt de aanbestedende dienst de opdracht op basis van de in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden.

Artikel 2.46

Een aanbestedende dienst die een overheidsopdracht wil plaatsen met gebruikmaking van een raamovereenkomst die hij gesloten heeft met meerdere ondernemers, past de procedure voor het gunnen van een overheidsopdracht door middel van een raamovereenkomst met meerdere ondernemers toe, indien deze raamovereenkomst overeenkomstig artikel 2.44 is gesloten.

Artikel 2.47
1.

In het in artikel 2.46 bedoelde geval past de aanbestedende dienst de voorwaarden van de raamovereenkomst toe, zonder de betrokken ondernemers opnieuw tot mededinging op te roepen.

2.

Indien niet alle voorwaarden in de raamovereenkomst zijn bepaald, doorloopt de aanbestedende dienst de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

§ 2.2.3.4. Procedure voor een dynamisch aankoopsysteem

Artikel 2.48

Een aanbestedende dienst die een dynamisch aankoopsysteem wil instellen past daartoe de openbare procedure toe, met uitzondering van de fase van de gunning.

Artikel 2.49

Een aanbestedende dienst die een dynamisch aankoopsysteem instelt met toepassing van de openbare procedure, doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

Artikel 2.50

Een aanbestedende dienst die een overheidsopdracht wil plaatsen binnen een dynamisch aankoopsysteem past de procedure voor het plaatsen van een opdracht binnen een dynamisch aankoopsysteem toe.

Artikel 2.51

Een aanbestedende dienst die de procedure voor het plaatsen van een opdracht binnen een dynamisch aankoopsysteem toepast doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

Hoofdstuk 2.3. Regels inzake aankondiging, uitsluiting, selectie en gunning

Afdeling 2.3.1. Algemeen

§ 2.3.1.1. Ondernemers

Artikel 2.52
1.

Een aanbestedende dienst wijst gegadigden of inschrijvers die krachtens de wetgeving van de lidstaat waarin zij zijn gevestigd, gerechtigd zijn de desbetreffende verrichting uit te voeren, niet af louter op grond van het feit dat zij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon zijn.

2.

Een aanbestedende dienst kan voor overheidsopdrachten voor diensten, voor overheidsopdrachten voor werken en voor overheidsopdrachten voor leveringen die bijkomende diensten of installatiewerkzaamheden inhouden, van een rechtspersoon verlangen dat deze in de inschrijving of in het verzoek tot deelneming de namen en de beroepskwalificaties vermeldt van de personen die met de uitvoering van de opdracht worden belast.

3.

Een samenwerkingsverband van ondernemers kan zich inschrijven of zich als gegadigde opgeven.

4.

Een aanbestedende dienst verlangt voor het indienen van een inschrijving of een verzoek tot deelneming van een samenwerkingsverband van ondernemers niet dat het samenwerkingsverband van ondernemers een bepaalde rechtsvorm heeft.

5.

Een aanbestedende dienst kan van een samenwerkingsverband waaraan de overheidsopdracht wordt gegund, eisen dat het een bepaalde rechtsvorm aanneemt, indien dit voor de goede uitvoering van de overheidsopdracht noodzakelijk is.

§ 2.3.1.2. Communicatie en inlichtingen

Artikel 2.53
1.

Een ondernemer kan inlichtingen vragen over een specifieke aanbesteding.

2.

De aanbestedende dienst beantwoordt de gestelde vragen in een nota van inlichtingen, die hij aan alle gegadigden of inschrijvers verzendt.

3.

Een ondernemer kan de aanbestedende dienst verzoeken om bepaalde informatie niet in de nota van inlichtingen op te nemen indien openbaarmaking van deze informatie schade zou toebrengen aan de gerechtvaardigde economische belangen van de onderneming.

Artikel 2.54
1.

Een aanbestedende dienst verstrekt nadere inlichtingen over de aanbestedingsstukken uiterlijk zes dagen voor de uiterste datum voor het indienen van de inschrijvingen, mits het verzoek om inlichtingen tijdig voor de uiterste datum voor het indienen van de inschrijvingen is gedaan.

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de in dat lid bedoelde termijn in geval van toepassing van de niet-openbare procedure of onderhandelingsprocedure, waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 2.74, vier dagen.

Artikel 2.55

Een aanbestedende dienst kan een ondernemer vragen om zijn inschrijving of verzoek om deelneming nader toe te lichten of aan te vullen, met inachtneming van de artikelen 2.84, 2.85 en 2.102.

Artikel 2.56

Een aanbestedende dienst neemt passende maatregelen om het verloop van een langs elektronische weg gevoerde procedure te documenteren.

Artikel 2.57
1.

Onverminderd het in deze wet bepaalde maakt een aanbestedende dienst informatie die hem door een ondernemer als vertrouwelijk is verstrekt niet openbaar.

2.

Onverminderd het in deze wet bepaalde maakt een aanbestedende dienst geen informatie openbaar uit aanbestedingsstukken of andere documenten die de dienst heeft opgesteld in verband met een aanbestedingsprocedure, indien die informatie kan worden gebruikt om de mededinging te vervalsen.

Afdeling 2.3.2. Aankondigingen

§ 2.3.2.1. Vooraankondiging

Artikel 2.58

Een aanbestedende dienst kan een vooraankondiging bekendmaken waarin wordt vermeld:

Artikel 2.59
1.

De bekendmaking van de vooraankondiging geschiedt langs elektronische weg, met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

2.

De aanbestedende dienst gebruikt voor de bekendmaking van de vooraankondiging het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

Artikel 2.60
1.

Een aanbestedende dienst zendt de vooraankondiging, bedoeld in artikel 2.58, onderdeel a, zo spoedig mogelijk nadat de beslissing is genomen tot goedkeuring van het programma voor de overheidsopdrachten voor werken die de aanbestedende dienst voornemens is te plaatsen of te sluiten, met behulp van het elektronische systeem voor aanbestedingen toe aan de Europese Commissie.

2.

Een aanbestedende dienst zendt de vooraankondiging, bedoeld in artikel 2.58, onderdelen b en c, zo spoedig mogelijk na het begin van het begrotingsjaar met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen toe aan de Europese Commissie.

Artikel 2.61
1.

In afwijking van artikel 2.60 kan de aanbestedende dienst de vooraankondiging ook bekend maken op zijn kopersprofiel.

2.

Een kopersprofiel als bedoeld in het eerste lid is langs elektronische weg toegankelijk en kan informatie bevatten inzake vooraankondigingen, lopende aanbestedingsprocedures, voorgenomen aankopen, gegunde overheidsopdrachten, geannuleerde procedures en nuttige algemene informatie, zoals een contactpunt, een telefoon- en faxnummer, een postadres en een e-mailadres.

3.

In het in het eerste lid bedoelde geval zendt de aanbestedende dienst een kennisgeving van de vooraankondiging langs elektronische weg met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen toe aan de Europese Commissie.

4.

De in het derde lid bedoelde kennisgeving geschiedt door middel van het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

5.

Een aanbestedende dienst maakt de vooraankondiging op zijn kopersprofiel niet eerder bekend dan nadat de kennisgeving van die bekendmaking aan de Europese Commissie is verzonden.

6.

De vooraankondiging op het kopersprofiel bevat de datum van de kennisgeving, bedoeld in het vierde lid.

§ 2.3.2.2. Aankondiging

Artikel 2.62
1.

De aanbestedende dienst die voornemens is een overheidsopdracht te gunnen maakt hiertoe een aankondiging van de overheidsopdracht bekend.

2.

De bekendmaking van de aankondiging geschiedt langs elektronische weg met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

3.

De aanbestedende dienst gebruikt voor de bekendmaking van de aankondiging het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

4.

Het eerste lid is niet van toepassing indien de aanbestedende dienst de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepast.

Artikel 2.63

De aanbestedende dienst geeft in de aankondiging aan, welke bewijsmiddelen met betrekking tot de financiële en economische draagkracht en de technische bekwaamheid en de beroepsbekwaamheid hij van de ondernemer verlangt.

Artikel 2.64

De aanbestedende dienst kan met behulp van de bevestiging van ontvangst van de bekendmaking van de Europese Commissie aantonen dat hij een aankondiging heeft bekendgemaakt.

Artikel 2.65
1.

De aanbestedende dienst maakt de aankondiging of de inhoud ervan niet eerder op een andere wijze bekend dan nadat deze door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen aan de Europese Commissie is gezonden.

2.

Indien de aanbestedende dienst de aankondiging ook op een andere wijze dan met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen bekend maakt, bevat die aankondiging geen andere informatie dan die welke aan de Europese Commissie is gezonden of via het kopersprofiel is bekendgemaakt en bevat deze in ieder geval de datum van toezending aan de Europese Commissie dan wel de datum van de bekendmaking op het kopersprofiel.

Artikel 2.66
1.

De aanbestedende dienst stelt de aanbestedingsstukken voor de overheidsopdracht op enigerlei wijze kosteloos ter beschikking.

2.

Indien de aanbestedende dienst de aanbestedingsstukken voor de overheidsopdracht ook op andere wijze dan ter uitvoering van het eerste lid beschikbaar stelt, kan de aanbestedende dienst de kosten voor die wijze van verstrekking in rekening brengen bij degenen die om die andere wijze van verstrekking van de aanbestedingsstukken hebben gevraagd.

Artikel 2.67
1.

De aanbestedende dienst kan een rectificatie van een eerder gedane aankondiging bekendmaken.

2.

De bekendmaking van de rectificatie geschiedt langs elektronische weg met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

3.

De aanbestedende dienst gebruikt voor de bekendmaking van de rectificatie het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

Artikel 2.68

Indien de aanbestedende dienst bij toepassing van de openbare procedure niet langs elektronische weg vrije, rechtstreekse en volledige toegang biedt tot de aanbestedingsstukken en alle aanvullende stukken, zendt de aanbestedende dienst de aanbestedingsstukken en de aanvullende stukken binnen zes dagen na ontvangst van het verzoek daartoe aan de desbetreffende ondernemer toe, mits dit verzoek tijdig voor de uiterste datum voor het indienen van de inschrijvingen is gedaan.

Artikel 2.69

Indien de aanbestedingsstukken bij een andere instantie moeten worden opgevraagd vermeldt de aanbestedende dienst in de uitnodiging tot deelname aan een niet-openbare procedure, de concurrentiegerichte dialoog of een onderhandelingsprocedure met aankondiging, het adres van deze instantie en, in voorkomend geval, de uiterste datum voor dit verzoek.

§ 2.3.2.3. Termijnen

Artikel 2.70

De aanbestedende dienst stelt de termijn voor het indienen van verzoeken tot deelneming of inschrijvingen vast met inachtneming van het voorwerp van de opdracht, de voor de voorbereiding van het verzoek of de inschrijving benodigde tijd en de in deze paragraaf gestelde regels omtrent termijnen.

Artikel 2.71
1.

Voor openbare procedures bedraagt de termijn voor het indienen van de inschrijvingen ten minste 45 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging.

2.

Voor niet-openbare procedures, onderhandelingsprocedures met aankondiging en de concurrentiegerichte dialoog bedraagt de termijn voor het indienen van de verzoeken tot deelneming ten minste 30 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de overheidsopdracht.

3.

Voor niet-openbare procedures bedraagt de termijn voor het indienen van de inschrijvingen ten minste 40 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.

4.

Indien de aanbestedende dienst een vooraankondiging als bedoeld in paragraaf 2.3.2.1 heeft gedaan, kan hij de termijn voor het indienen van de inschrijvingen, bedoeld in het eerste en derde lid, inkorten tot 29 dagen, maar in geen geval tot minder dan 22 dagen.

5.

Het inkorten van de termijn, bedoeld in het vierde lid, is uitsluitend toegestaan, indien de vooraankondiging alle informatie bevat die in de aankondiging van de overheidsopdracht, bedoeld in bijlage VII, onderdeel A, van richtlijn nr. 2004/18/EG, wordt verlangd, voor zover deze informatie beschikbaar is op het tijdstip dat de vooraankondiging wordt bekendgemaakt en mits deze vooraankondiging ten minste 52 dagen en ten hoogste 12 maanden voor de verzenddatum van de aankondiging van de overheidsopdracht ter bekendmaking is verzonden.

Artikel 2.72

Een aanbestedende dienst kan de termijnen voor de het indienen van inschrijvingen, bedoeld in artikel 2.71, eerste en derde lid, met vijf dagen inkorten indien hij met elektronische middelen en vanaf het doen van de aankondiging vrije, rechtstreekse en volledige toegang biedt tot de aanbestedingsstukken, met inachtneming van paragraaf 2.3.2.2, en in de aankondiging het internetadres vermeldt dat toegang biedt tot deze documenten.

Artikel 2.73

Indien de tijdig aangevraagde aanbestedingsstukken en de aanvullende stukken of nadere inlichtingen niet binnen de in de artikelen 2.54 en 2.68 gestelde termijnen zijn verstrekt, of indien de inschrijvingen slechts na een bezichtiging ter plaatse, of na inzage ter plaatse van de bij de aanbestedingsstukken behorende stukken kunnen worden gedaan, verlengt de aanbestedende dienst de termijn voor de het indienen van de inschrijvingen zodanig dat alle betrokken ondernemers van alle nodige informatie voor de opstelling van de inschrijvingen kennis kunnen nemen.

Artikel 2.74

Indien om dringende redenen de in de artikelen 2.71 tot en met 2.73 bepaalde termijnen niet in acht kunnen worden genomen, kan een aanbestedende dienst bij een niet-openbare procedure, de procedure van de concurrentiegerichte dialoog of een onderhandelingsprocedure met aankondiging de volgende termijnen vaststellen:

Afdeling 2.3.3. Bestek

§ 2.3.3.1. Technische specificaties

Artikel 2.75
1.

Een aanbestedende dienst neemt de door hem gestelde technische specificaties op in de aanbestedingsstukken.

2.

De technische specificaties bieden de inschrijvers gelijke toegang en leiden niet tot ongerechtvaardigde belemmeringen in de openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging.

Artikel 2.76
1.

Een aanbestedende dienst formuleert de technische specificaties:

2.

Een aanbestedende dienst doet een verwijzing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vergezeld gaan van de woorden «of gelijkwaardig».

3.

Een aanbestedende dienst die milieukenmerken voorschrijft door verwijzing naar prestatie-eisen of functionele eisen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan gebruik maken van de gedetailleerde specificaties of van gedeelten daarvan, zoals vastgesteld in milieukeurmerken, voor zover:

4.

Een aanbestedende dienst kan aangeven dat van een milieukeurmerk voorziene producten of diensten voldoen aan de technische specificaties van de aanbestedingsstukken.

5.

Een aanbestedende dienst verwijst in de technische specificaties niet naar een bepaald fabrikaat, een bepaalde herkomst of een bijzondere werkwijze, een merk, keurmerk of certificaat betreffende duurzaamheid, milieu of dierenwelzijn, dan wel gebaseerd op sociale overwegingen, een octrooi of een type, een bepaalde oorsprong of een bepaalde productie, waardoor bepaalde ondernemingen of bepaalde producten worden bevoordeeld of uitgesloten, tenzij dit door het voorwerp van de overheidsopdracht gerechtvaardigd is.

6.

Een aanbestedende dienst kan de melding of verwijzing, bedoeld in het vijfde lid, opnemen in de technische specificatie indien:

Artikel 2.77
1.

Een aanbestedende dienst die verwijst naar de specificaties, bedoeld in artikel 2.76, eerste lid, onderdeel a, wijst een inschrijving niet af omdat de aangeboden producten en diensten niet voldoen aan de specificaties waarnaar hij heeft verwezen, indien de inschrijver in zijn inschrijving tot voldoening van de aanbestedende dienst aantoont dat de door hem voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze voldoen aan de eisen in die technische specificaties.

2.

Een aanbestedende dienst die prestatie-eisen of functionele eisen stelt als bedoeld in artikel 2.76, eerste lid, onderdelen b en c, wijst een inschrijving voor werken, producten of diensten niet af indien die inschrijving voldoet:

indien de in onderdelen a tot en met e bedoelde specificaties betrekking hebben op de prestatie-eisen of functionele eisen die de aanbestedende dienst heeft voorgeschreven.

3.

De aanbestedende dienst aanvaardt, indien hij gebruik maakt van de in artikel 2.76, vierde lid, bedoelde mogelijkheid, elk ander passend bewijsmiddel, zoals een technisch dossier van de fabrikant of een testverslag van een erkende organisatie.

4.

Een aanbestedende dienst aanvaardt certificaten van in andere lidstaten van de Europese Unie gevestigde erkende organisaties.

Artikel 2.78

Een inschrijver toont in zijn inschrijving aan dat het product, de dienst of het werk in overeenstemming is met de norm en voldoet aan de functionele en prestatie-eisen van de aanbestedende dienst.

§ 2.3.3.2. Onderaanneming

Artikel 2.79

De aanbestedende dienst kan in de aanbestedingsstukken bepalen dat een inschrijver in zijn inschrijving aangeeft welk gedeelte van de overheidsopdracht hij voornemens is aan derden in onderaanneming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt.

§ 2.3.3.3. Bijzondere voorwaarden

Artikel 2.80

Een aanbestedende dienst kan bijzondere voorwaarden verbinden aan de uitvoering van een overheidsopdracht, mits dergelijke voorwaarden met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie verenigbaar zijn en in de aankondiging of de aanbestedingsstukken vermeld zijn. De voorwaarden waaronder de overheidsopdracht wordt uitgevoerd, kunnen verband houden met sociale of milieuoverwegingen.

Artikel 2.81
1.

In de aanbestedingsstukken geeft een aanbestedende dienst aan bij welk orgaan de gegadigden of inschrijvers informatie kunnen verkrijgen over verplichtingen omtrent de bepalingen inzake belastingen, milieubescherming, arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden in Nederland of, indien de verrichtingen buiten Nederland worden uitgevoerd, die gelden in het gebied of de plaats waar de verrichtingen worden uitgevoerd en die gedurende de uitvoering van de overheidsopdracht op die verrichtingen van toepassing zullen zijn.

2.

Een aanbestedende dienst verzoekt de inschrijvers of de gegadigden aan te geven dat zij bij het opstellen van hun inschrijving rekening hebben gehouden met de verplichtingen uit hoofde van de bepalingen inzake de arbeidsbescherming en de arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats waar de verrichting wordt uitgevoerd.

§ 2.3.3.4. Voorbehouden opdracht

Artikel 2.82
1.

De aanbestedende dienst kan de deelneming aan een procedure voor de gunning van een overheidsopdracht of de uitvoering ervan voorbehouden aan sociale werkplaatsen in het kader van programma’s voor beschermde arbeid indien de meerderheid van de betrokken werknemers personen met een handicap zijn die wegens de aard of de ernst van hun handicaps geen beroepsactiviteit in normale omstandigheden kunnen uitvoeren.

2.

De aankondiging van de opdracht vermeldt een voorbehoud als bedoeld in het eerste lid.

§ 2.3.3.5. Varianten

Artikel 2.83
1.

Een aanbestedende dienst kan de inschrijvers toestaan varianten voor te stellen, indien hij voor de gunning het criterium van de economisch meest voordelige inschrijving hanteert.

2.

Een aanbestedende dienst vermeldt in de aankondiging van de overheidsopdracht of hij varianten toestaat. Een aanbestedende dienst staat alleen varianten toe indien hij in de aankondiging heeft vermeld dat deze zijn toegestaan.

3.

Een aanbestedende dienst die varianten toestaat, vermeldt in de aanbestedingsstukken aan welke eisen deze varianten ten minste voldoen, en hoe zij worden ingediend.

4.

Een aanbestedende dienst neemt uitsluitend de varianten in overweging die aan de gestelde eisen voldoen.

5.

Bij procedures voor het gunnen van overheidsopdrachten voor leveringen of overheidsopdrachten voor diensten wijst een aanbestedende dienst die varianten heeft toegestaan, een variant niet af uitsluitend omdat deze variant, indien deze werd gekozen, veeleer tot een overheidsopdracht voor diensten dan tot een overheidsopdracht voor leveringen, dan wel veeleer tot een overheidsopdracht voor leveringen dan tot een overheidsopdracht voor diensten zou leiden.

Afdeling 2.3.4. Eigen verklaring

Artikel 2.84
1.

Een eigen verklaring is een verklaring van een ondernemer waarin deze aangeeft:

2.

De gegevens en inlichtingen die in een verklaring kunnen worden verlangd en het model of de modellen van die verklaring worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld.

Artikel 2.85
1.

De aanbestedende dienst verlangt van een ondernemer dat hij bij zijn verzoek tot deelneming of zijn inschrijving met gebruikmaking van het daartoe vastgestelde model een eigen verklaring indient en geeft daarbij aan welke gegevens en inlichtingen in de eigen verklaring moeten worden verstrekt.

2.

De aanbestedende dienst verlangt niet dat een ondernemer bij zijn verzoek tot deelneming of zijn inschrijving gegevens en inlichtingen op andere wijze verstrekt, indien deze gegevens en inlichtingen in de eigen verklaring gevraagd kunnen worden.

3.

De aanbestedende dienst kan een ondernemer uitsluitend verzoeken bewijsstukken bij de door hem ingediende eigen verklaring te voegen die geen betrekking hebben op gegevens en inlichtingen die in de eigen verklaring gevraagd kunnen worden, tenzij het bewijsstukken betreft die genoemd zijn in artikel 2.93, eerste lid, onder a of b.

Afdeling 2.3.5. Uitsluiting, geschiktheid en selectie

§ 2.3.5.1. Uitsluitingsgronden

Artikel 2.86
1.

Een aanbestedende dienst sluit een gegadigde of inschrijver jegens wie bij een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak een veroordeling als bedoeld in het tweede lid is uitgesproken waarvan de aanbestedende dienst kennis heeft, uit van deelneming aan een overheidsopdracht of een aanbestedingsprocedure.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid worden aangewezen veroordelingen ter zake van:

3.

Als veroordelingen als bedoeld in het tweede lid worden in ieder geval aangemerkt veroordelingen op grond van artikel 140, 177, 177a, 178, 225, 226, 227, 227a, 227b of 323a, 328ter, tweede lid, 420bis, 420ter of 420quater van het Wetboek van Strafrecht.

4.

De aanbestedende dienst betrekt bij de toepassing van het eerste lid uitsluitend rechterlijke uitspraken die in de vier jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving onherroepelijk zijn geworden.

Artikel 2.87
1.

De aanbestedende dienst kan een inschrijver of gegadigde uitsluiten van deelneming aan een overheidsopdracht of een aanbestedingsprocedure op de volgende gronden:

2.

De aanbestedende dienst betrekt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, uitsluitend onherroepelijke uitspraken die in de vier jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving onherroepelijk zijn geworden en bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, uitsluitend ernstige fouten die zich in de vier jaar voorafgaand aan het genoemde tijdstip hebben voorgedaan.

Artikel 2.88

De aanbestedende dienst kan afzien van toepassing van artikel 2.86 of artikel 2.87:

§ 2.3.5.2. Bewijsstukken uitsluitingsgronden

Artikel 2.89
1.

Een gegadigde of inschrijver kan door middel van een uittreksel uit het handelsregister, dat op het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving niet ouder is dan zes maanden, aantonen dat de uitsluitingsgrond van artikel 2.87, onderdeel a, op hem niet van toepassing is.

2.

Een gegadigde of inschrijver kan door middel van een gedragsverklaring aanbesteden, die op het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving niet ouder is dan twee jaar, aantonen dat de uitsluitingsgronden, bedoeld in de artikelen 2.86 en 2.87, onderdelen b en c, voor zover het een onherroepelijke veroordeling of een onherroepelijke beschikking wegens overtreding van mededingingsregels betreft, op hem niet van toepassing zijn.

3.

Een gegadigde of inschrijver kan door middel van een verklaring van de belastingdienst, die op het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving, niet ouder is dan zes maanden, aantonen dat de uitsluitingsgrond, bedoeld in artikel 2.87, onderdeel d, niet op hem van toepassing is.

4.

Een aanbestedende dienst aan welke een gegadigde of inschrijvergegevens overlegt ten bewijze dat de uitsluitingsgronden, bedoeld in artikel 2.86 of artikel 2.87, niet op hem van toepassing zijn, aanvaardt ook gegevens en bescheiden uit een andere lidstaat die een gelijkwaardig doel dienen of waaruit blijkt dat de uitsluitingsgrond niet op hem van toepassing is.

Afdeling 2.3.6. Geschiktheidseisen en selectiecriteria

§ 2.3.6.1. Geschiktheidseisen

Artikel 2.90
1.

Een aanbestedende dienst kan geschiktheidseisen stellen aan gegadigden en inschrijvers.

2.

De geschiktheidseisen, bedoeld in het eerste lid, kunnen betreffen:

3.

Indien de aanbestedende dienst geschiktheidseisen als bedoeld in het tweede lid, onder a, stelt, hebben deze eisen geen betrekking op de hoogte van de totale omzet en de omzet van de bedrijfsactiviteit die het voorwerp van de overheidsopdracht is, tenzij de aanbestedende dienst dit met zwaarwegende argumenten motiveert in de aanbestedingsstukken.

4.

Indien de geschiktheidseisen als bedoeld in het tweede lid, onder a, betrekking hebben op de hoogte van de totale omzet en de omzet van de bedrijfsactiviteit die het voorwerp van de overheidsopdracht is, is die eis niet hoger dan:

5.

Een aanbestedende dienst stelt bij de voorbereiding en het tot stand brengen van een overeenkomst uitsluitend eisen aan de inschrijver en de inschrijving die verband houden met en die in een redelijke verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht.

Artikel 2.91
1.

Een ondernemer kan zijn financiële en economische draagkracht in ieder geval aantonen door een of meer van de volgende middelen:

2.

Een aanbestedende dienst geeft in de aankondiging van de overheidsopdracht of in de uitnodiging tot inschrijving aan welke van de in het eerste lid bedoelde gegevens en welke andere bewijsstukken overgelegd dienen te worden.

3.

Indien de ondernemer om gegronde redenen niet in staat is de door de aanbestedende dienst gevraagde bewijsstukken over te leggen, kan hij zijn economische en financiële draagkracht aantonen met andere bescheiden die de aanbestedende dienst geschikt acht.

Artikel 2.92
1.

Een ondernemer kan zich voor een bepaalde overheidsopdrachtberoepen op de financiële en economischedraagkracht van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen of rechtspersonen. Een ondernemer toont in dat geval bij de aanbestedende dienst aan dat hij daadwerkelijk kan beschikken over de voor de uitvoering van de overheidsopdracht noodzakelijke middelen van die natuurlijke personen of rechtspersonen.

2.

Onder de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, kan een samenwerkingsverband van ondernemers zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of van andere natuurlijke personen of rechtspersonen.

Artikel 2.93
1.

Een ondernemer toont zijn technische bekwaamheid of beroepsbekwaamheid aan op een of meer van de volgende manieren, afhankelijk van de aard, de hoeveelheid of omvang en het doel van de werken, leveringen of diensten:

2.

De leveringen en diensten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden aangetoond in het geval van leveringen of diensten voor een aanbestedende dienst, door certificaten die de bevoegde autoriteit heeft afgegeven of medeondertekend of in het geval van leveringen of diensten voor een particuliere afnemer, door certificaten van de afnemer of, bij ontstentenis daarvan, door een verklaring van de ondernemer.

3.

Een aanbestedende dienst die als geschiktheidseis stelt dat de gegadigde eerdere opdrachten heeft verricht als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, vraagt op onderdelen van de opdracht naar eerder verrichte vergelijkbare opdrachten en niet naar eerder verrichte opdrachten die gelet op de aard, de hoeveelheid of omvang en het doel van de opdracht gelijk zijn.

Artikel 2.94
1.

Een ondernemer kan zich voor bepaalde overheidsopdrachtenberoepen op de bekwaamheid van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen of rechtspersonen, mits hij aantoont dat hij kan beschikken over de voor de uitvoering van de overheidsopdracht noodzakelijke middelen.

2.

Onder de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, kan een samenwerkingsverband van ondernemers zich beroepen op de bekwaamheid van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of van andere natuurlijke personen of rechtspersonen.

Artikel 2.95

De aanbestedende dienst kan bij overheidsopdrachten voor werken, bij overheidsopdrachten voor leveringen waarvoor plaatsings- of installatiewerkzaamheden nodig zijn, en bij overheidsopdrachten voor diensten de geschiktheid van ondernemers om die diensten te verlenen of die installatiewerkzaamheden of werken uit te voeren, beoordelen op grond van met name hun praktische vaardigheden, technische kennis, efficiëntie, ervaring en betrouwbaarheid.

Artikel 2.96
1.

Indien een aanbestedende dienst de overlegging verlangt van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, verwijst hij naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering.

2.

Een aanbestedende dienst aanvaardt gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten van de Europese Unie gevestigde instanties. Een aanbestedende dienst aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking.

Artikel 2.97
1.

Indien een aanbestedende dienst in een geval als bedoeld in artikel 2.93, eerste lid, onderdeel g, de overlegging verlangt van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer aan bepaalde normen inzake milieubeheer voldoet, verwijst hij naar het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem of naar normen inzake milieubeheer die gebaseerd zijn op de desbetreffende Europese of internationale normen die gecertificeerd zijn door erkende organisaties of organisaties die beantwoorden of aan de relevante Europese of internationale normen voor certificering.

2.

Een aanbestedende dienst aanvaardt gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Hij aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van milieubeheer.

§ 2.3.6.2. Beroepsbevoegdheid

Artikel 2.98
1.

De aanbestedende dienst kan een ondernemer die aan een overheidsopdracht wenst deel te nemen, verzoeken aan te tonen dat hij volgens de voorschriften van de lidstaat waar hij is gevestigd, in het beroepsregister of in het handelsregister is ingeschreven, of een verklaring onder ede of een attest te verstrekken als bedoeld in bijlage IX A van richtlijn nr. 2004/18/EG voor overheidsopdrachten voor werken, als bedoeld in bijlage IX B van richtlijn nr. 2004/18/EG voor overheidsopdrachten voor leveringen en als bedoeld in bijlage IX C van richtlijn nr. 2004/18/EG voor overheidsopdrachten voor diensten.

2.

Bij procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor diensten kan een aanbestedende dienst, indien de gegadigden of de inschrijvers over een bijzondere vergunning dienen te beschikken of indien zij lid van een bepaalde organisatie dienen te zijn om in hun land van herkomst de betrokken dienst te kunnen verlenen, verlangen dat zij aantonen dat zij over deze vergunning beschikken, of lid van de bedoelde organisatie zijn.

§ 2.3.6.3. Selectie

Artikel 2.99
1.

De aanbestedende dienst kan bij toepassing van de niet-openbare procedure, de concurrentiegerichte dialoog en de onderhandelingsprocedure met aankondiging het aantal gegadigden dat hij zal uitnodigen tot inschrijving beperken mits er een voldoende aantal geschikte kandidaten is.

2.

De aanbestedende dienst vermeldt in de aankondiging het aantal gegadigden dat hij voornemens is uit te nodigen.

3.

Het aantal gegadigden dat de aanbestedende dienst voornemens is uit te nodigen bedraagt bij de niet-openbare procedure ten minste vijf en bij de concurrentiegerichte dialoog en de onderhandelingsprocedure met aankondiging ten minste drie.

4.

Het aantal uitgenodigde gegadigden waarborgt een daadwerkelijke mededinging.

5.

Indien het aantal gegadigden dat niet wordt uitgesloten en dat aan de geschiktheidseisen en selectiecriteria voldoet lager is dan het door de aanbestedende dienst vastgestelde aantal voor een uitnodiging tot inschrijving, kan de aanbestedende dienst de procedure voortzetten door de gegadigde of gegadigden uit te nodigen die aan de geschiktheidseisen voldoen.

6.

Bij toepassing van het vijfde lid nodigt de aanbestedende dienst geen ondernemers uit die niet om deelneming hebben verzocht, en evenmin ondernemers waarop een uitsluitingsgrond van toepassing is of die niet aan de geschiktheidseisen voldoen.

Artikel 2.100

Bij de toepassing van artikel 2.99, eerste lid, beperkt de aanbestedende dienst het aantal gegadigden op een objectieve en niet-discriminerende wijze, met behulp van in de aankondiging vermelde regels of selectiecriteria en weging.

§ 2.3.6.4. Controle van uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen en selectiecriteria

Artikel 2.101

De aanbestedende dienst gaat, alvorens hij de opdracht gunt, de geschiktheid van iedere niet-uitgesloten inschrijver na aan de hand van de eigen verklaring en de ingediende bewijsstukken die op grond van artikel 2.85, derde lid, zijn verzocht.

Artikel 2.102
1.

De aanbestedende dienst kan de juistheid nagaan van een of meer gegevens of inlichtingen in de eigen verklaring van de gegadigden die hij wil uitnodigen om een inschrijving in te dienen of van de inschrijvers bij welke hij voornemens is de overheidsopdracht te plaatsen.

2.

Bij toepassing van het eerste lid kan de aanbestedende dienst een gegadigde of inschrijver als bedoeld in dat lid vragen de uit hoofde van de artikelen 2.85, 2.89 en 2.91 tot en met 2.97 overgelegde verklaringen en bescheiden nader toe te lichten en aan te vullen.

Afdeling 2.3.7. Mededeling van uitsluiting en afwijzing

Artikel 2.103
1.

Een aanbestedende dienst deelt de afwijzing of uitsluiting van betrokken gegadigden en betrokken inschrijvers zo spoedig mogelijk schriftelijk mede.

2.

Op verzoek van een betrokken partij stelt een aanbestedende dienst een afgewezen gegadigde zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijftien dagen na ontvangst van zijn schriftelijk verzoek, in kennis van de redenen voor de afwijzing.

3.

Op verzoek van een betrokken partij stelt de aanbestedende dienst iedere afgewezen inschrijver zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijftien dagen na ontvangst van zijn schriftelijk verzoek, in kennis van de redenen voor de afwijzing, inclusief voor de gevallen, bedoeld in de artikelen 2.77 en 2.78, de redenen voor zijn beslissing dat er geen gelijkwaardigheid voorhanden is of dat de werken, leveringen of diensten niet aan de functionele en prestatie-eisen voldoen.

Artikel 2.104

De aanbestedende dienst die een mededeling als bedoeld in artikel 2.103, eerste lid, doet, verstrekt daarbij geen gegevens voor zover dat:

Afdeling 2.3.8. Gunningsfase

§ 2.3.8.1. Uitnodiging tot inschrijving

Artikel 2.105
1.

Bij toepassing van de niet-openbare procedure, de concurrentiegerichte dialoog of de onderhandelingsprocedure met aankondiging nodigt de aanbestedende dienst de niet-uitgesloten en niet-afgewezen gegadigden gelijktijdig en schriftelijk uit tot inschrijving, tot deelneming aan de dialoog of tot onderhandelingen.

2.

De aanbestedende dienst nodigt ten minste het aantal gegadigden uit dat in de aankondiging staat vermeld, met inachtneming van paragraaf 2.3.6.3.

Artikel 2.106
1.

De uitnodiging aan de gegadigden, bedoeld in artikel 2.105, bevat een exemplaar van de aanbestedingsstukken, of indien de aanbestedingstukken overeenkomstig artikel 2.72 langs elektronische weg beschikbaar zijn gesteld, vermeldt de wijze van toegang tot de aanbestedingsstukken.

2.

De uitnodiging, bedoeld in het eerste lid, bevat tevens:

§ 2.3.8.2. Inschrijving

Artikel 2.107
1.

De inschrijving geschiedt schriftelijk.

2.

De aanbestedende dienst bepaalt de wijze van het indienen van de inschrijving.

Artikel 2.108

De aanbestedende dienst neemt geen kennis van de inhoud van de inschrijving voordat de uiterste termijn voor het indienen is verstreken.

Artikel 2.109
1.

In geval van een storing van het elektronische systeem door middel waarvan de inschrijving ingediend moet worden, waardoor het indienen van de inschrijving kort voor het verstrijken van de uiterste termijn niet mogelijk is, kan de aanbestedende dienst deze termijn na afloop van de uiterste termijn verlengen, mits hij nog geen kennis heeft genomen van de inhoud van enige inschrijving.

2.

Alle niet-afgewezen gegadigden en inschrijvers worden door de aanbestedende dienst in kennis gesteld van de verlenging, bedoeld in het eerste lid, en krijgen de gelegenheid om hun inschrijving binnen de verlenging te wijzigen of aan te vullen.

§ 2.3.8.3. Dialoog

Artikel 2.110
1.

Bij toepassing van de concurrentiegerichte dialoog geschiedt de gunning van de overheidsopdracht op basis van het criterium van de economisch meest voordelige inschrijving.

2.

Een aanbestedende dienst vermeldt in de aankondiging van de overheidsopdracht de behoeften en eisen die door hem in die aankondiging of het beschrijvend document worden omschreven.

3.

Een aanbestedende dienst opent met de overeenkomstig paragraaf 2.3.6.3 geselecteerde gegadigden een dialoog om te bepalen welke middelen geschikt zijn om zo goed mogelijk aan zijn behoeften te voldoen.

4.

Tijdens de dialoog kan de aanbestedende dienst met de geselecteerde gegadigden alle aspecten van de overheidsopdracht bespreken.

5.

De aanbestedende dienst waarborgt tijdens de dialoog de gelijke behandeling van alle inschrijvers en verstrekt geen informatie die een of meer inschrijvers kan bevoordelen boven andere.

6.

De aanbestedende dienst deelt de voorgestelde oplossingen of andere door een deelnemer aan de dialoog verstrekte vertrouwelijke inlichtingen niet aan de andere deelnemers mee zonder de instemming van de desbetreffende deelnemer.

Artikel 2.111
1.

Een aanbestedende dienst kan bepalen dat de procedure van de concurrentiegerichte dialoog in opeenvolgende fasen verloopt, zodat het aantal in de dialoogfase te bespreken oplossingen kan worden beperkt door middel van de gunningscriteria die in de aankondiging van de overheidsopdracht of in de aanbestedingsstukken zijn vermeld.

2.

De aanbestedende dienst draagt er zorg voor dat in de slotfase het aantal oplossingen zodanig is dat daadwerkelijke mededinging kan worden gegarandeerd, voor zover er een voldoende aantal geschikte oplossingen of gegadigden is.

3.

Het eerste lid vindt slechts toepassing indien de aanbestedende dienst de mogelijkheid in de aankondiging van de overheidsopdracht of in de aanbestedingsstukken heeft vermeld.

4.

Een aanbestedende dienst zet de dialoog voort totdat hij, zo nodig na vergelijking, kan aangeven welke oplossingen aan zijn behoeften kunnen voldoen.

5.

Nadat een aanbestedende dienst de dialoog heeft beëindigd en de deelnemers daarvan op de hoogte heeft gesteld, verzoekt hij de deelnemers om hun definitieve inschrijvingen in te dienen op basis van de tijdens de dialoog voorgelegde en gespecificeerde oplossingen.

6.

De uitnodiging tot het indienen van een inschrijving bevat de uiterste datum voor het indienen van de inschrijvingen, het adres waar deze kunnen worden ingediend en de taal of talen waarin zij dienen te worden gesteld.

7.

De inschrijver voorziet er in dat de inschrijving, bedoeld in het vijfde lid, alle vereiste en noodzakelijke elementen voor de uitvoering van het project bevat.

8.

Een aanbestedende dienst kan een inschrijver verzoeken om de inschrijving toe te lichten of nauwkeuriger te omschrijven.

9.

Indien een verzoek als bedoeld in het achtste lid wordt gedaan wijzigt de inschrijver de basiselementen van de inschrijving of de aanbesteding niet wezenlijk.

Artikel 2.112
1.

Een aanbestedende dienst beoordeelt de ontvangen inschrijvingen op basis van de in de aankondiging van de overheidsopdracht of in de aanbestedingsstukken bepaalde gunningscriteria en kiest de economisch voordeligste inschrijving overeenkomstig artikel 2.115.

2.

Een aanbestedende dienst kan de inschrijver waarvan de inschrijving is aangewezen als de economisch meest voordelige inschrijving, verzoeken aspecten van zijn inschrijving te verduidelijken of in de inschrijving opgenomen verbintenissen te bevestigen, mits dit de inhoudelijke aspecten van de inschrijving of van de aankondiging ongewijzigd laat en niet leidt of dreigt te leiden tot concurrentievervalsing of discriminatie.

3.

Een aanbestedende dienst kan voorzien in prijzen of betalingen aan de deelnemers aan de dialoog.

§ 2.3.8.4. Gunningscriteria

Artikel 2.113

De aanbestedende dienst toetst de inschrijvingen aan de door hem in de aankondiging of de aanbestedingsstukken gestelde normen, functionele eisen en eisen aan de prestatie.

Artikel 2.114
1.

De aanbestedende dienst gunt een overheidsopdracht op grond van de naar het oordeel van de aanbestedende dienst economisch meest voordelige inschrijving.

2.

Een aanbestedende dienst kan, in afwijking van het eerste lid, gunnen op grond van de laagste prijs. In dat geval motiveert de aanbestedende dienst de toepassing van dat criterium in de aanbestedingsstukken.

Artikel 2.115
1.

De aanbestedende dienst die het criterium «economisch meest voordelige inschrijving» toepast, maakt in de aankondiging van de overheidsopdracht bekend welke nadere criteria hij stelt met het oog op de toepassing van dit criterium.

2.

De in het eerste lid bedoelde nadere criteria kunnen onder meer betreffen:

3.

De aanbestedende dienst specificeert in de aankondiging van de overheidsopdracht of in de aanbestedingsstukken het relatieve gewicht van elk van de door hem gekozen criteria voor de bepaling van de economisch meest voordelige inschrijving. Dit gewicht kan worden uitgedrukt door middel van een marge met een passend verschil tussen minimum en maximum.

4.

Indien naar het oordeel van de aanbestedende dienst om aantoonbare redenen geen weging mogelijk is, vermeldt de aanbestedende dienst in de aankondiging van de overheidsopdracht of in de aanbestedingsstukken dan wel, bij de concurrentiegerichte dialoog, in het beschrijvend document, de criteria in afnemende volgorde van belang.

§ 2.3.8.5. Abnormaal lage inschrijvingen

Artikel 2.116
1.

Indien een inschrijving voor een overheidsopdracht wordt gedaan die in verhouding tot de te verrichten werken, leveringen of diensten abnormaal laag lijkt, verzoekt de aanbestedende dienst, voordat hij deze inschrijving afwijst, schriftelijk om de door hem noodzakelijk geachte verduidelijkingen over de samenstelling van de desbetreffende inschrijving.

2.

De verduidelijkingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen onder meer verband houden met:

3.

De aanbestedende dienst onderzoekt in overleg met de inschrijver de samenstelling van de desbetreffende inschrijving aan de hand van de ontvangen toelichting.

4.

Een aanbestedende dienst die constateert dat een inschrijving abnormaal laag is omdat de inschrijver staatssteun heeft gekregen, kan de inschrijving uitsluitend op enkel die grond afwijzen, indien de inschrijver desgevraagd niet binnen een door de aanbestedende dienst bepaalde voldoende lange termijn kan aantonen dat de betrokken steun niet in strijd met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is toegekend.

5.

Indien de aanbestedende dienst in een geval als bedoeld in het vierde lid een inschrijving afwijst, stelt hij de Europese Commissie daarvan in kennis.

§ 2.3.8.6. Elektronische veiling

Artikel 2.117
1.

De aanbestedende dienst kan bij de openbare procedure, de niet-openbare procedure en de onderhandelingsprocedure in een geval als bedoeld in artikel 2.30, eerste lid, onderdeel a, de gunningsbeslissing vooraf laten gaan door een elektronische veiling, indien:

2.

Het eerste lid is niet van toepassing voor de aanbesteding van werken of diensten voor intellectuele prestaties.

3.

De aanbestedende dienst maakt geen misbruik van de methode van elektronische veiling, noch gebruikt hij de methode om concurrentie te beletten, te beperken of te vervalsen of om wezenlijke wijzigingen aan te brengen in het voorwerp van de overheidsopdracht zoals omschreven in de aankondiging en vastgelegd in de aanbestedingsstukken.

Artikel 2.118
1.

In het kader van een dynamisch aankoopsysteem kan een aanbestedende dienst de gunning van de overheidsopdracht vooraf laten gaan door een elektronische veiling, indien nauwkeurige specificaties voor de overheidsopdracht kunnen worden opgesteld.

2.

In het kader van een raamovereenkomst die met meerdere ondernemers is gesloten als bedoeld in artikel 2.143, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, kan een aanbestedende dienst de gunning van de overheidsopdracht vooraf laten gaan door een elektronische veiling, indien nauwkeurige specificaties voor de overheidsopdracht kunnen worden opgesteld.

Artikel 2.119

De aanbestedingsstukken over een elektronische veiling bevatten in ieder geval de volgende informatie:

Artikel 2.120

Alvorens over te gaan tot de elektronische veiling, verricht een aanbestedende dienst een eerste, volledige beoordeling van de inschrijvingen aan de hand van de vastgestelde gunningscriteria en de vastgestelde weging daarvan.

Artikel 2.121
1.

Een aanbestedende dienst waarborgt dat alle inschrijvers die een aan de functionele en prestatie-eisen beantwoordende inschrijving hebben gedaan, tegelijkertijd langs elektronische weg worden uitgenodigd om nieuwe prijzen of nieuwe waarden in te dienen.

2.

Een aanbestedende dienst waarborgt dat het verzoek, bedoeld in het eerste lid, alle relevante informatie bevat voor de individuele verbinding met het gebruikte elektronische systeem en de datum en het aanvangsuur van de elektronische veiling preciseert.

Artikel 2.122

Een aanbestedende dienst kan de elektronische veiling in verschillende fasen laten verlopen.

Artikel 2.123
1.

Een aanbestedende dienst verstuurt de uitnodigingen voor een elektronische veiling uiterlijk twee werkdagen voor de aanvang van de veiling.

2.

Een aanbestedende dienst die voor de gunning het criterium van de economisch meest voordelige inschrijving hanteert, voegt bij de uitnodiging:

3.

In de formule, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, verwerkt de aanbestedende dienst het gewicht dat aan alle vastgestelde criteria wordt toegekend om de economisch meest voordelige inschrijving te bepalen. Eventuele marges worden daartoe door de aanbestedende dienst vooraf in een bepaalde waarde uitgedrukt.

4.

Een aanbestedende dienst die varianten toestaat, verstrekt voor iedere variant de afzonderlijke formule.

Artikel 2.124
1.

Tijdens alle fasen van de elektronische veiling deelt de aanbestedende dienst onverwijld aan alle inschrijvers in ieder geval de informatie mee die hen de mogelijkheid biedt op elk moment hun respectieve klassering te kennen. Indien dat in de aanbestedingsstukken vermeld is, kan de aanbestedende dienst ook andere informatie betreffende andere ingediende prijzen of waarden meedelen.

2.

Een aanbestedende dienst kan tevens op ieder ogenblik aan de inschrijvers meedelen hoeveel inschrijvers aan de fase van de veiling deelnemen.

3.

Een aanbestedende dienst deelt tijdens het verloop van de elektronische veiling in geen geval de identiteit van de inschrijvers mee.

Artikel 2.125
1.

Een aanbestedende dienst sluit de elektronische veiling op een of meer van de onderstaande wijzen af:

2.

Een aanbestedende dienst die besloten heeft om de elektronische veiling overeenkomstig het eerste lid, onderdeel c, af te sluiten in combinatie met de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, vermeldt in de uitnodiging om deel te nemen aan de veiling het tijdschema voor elk van de fasen van de veiling.

3.

Na de sluiting van de elektronische veiling gunt een aanbestedende dienst de overheidsopdracht overeenkomstig artikel 2.114 op basis van de resultaten van de elektronische veiling.

§ 2.3.8.7. Onderhandelingen

Artikel 2.126
1.

Bij toepassing van de onderhandelingsprocedure met aankondiging onderhandelt de aanbestedende dienst met de inschrijvers over de door hen ingediende inschrijvingen, teneinde deze aan te passen aan de eisen die de aanbestedende dienst in de aankondiging van de overheidsopdracht, de aanbestedingsstukken en de eventuele aanvullende documenten heeft gesteld en teneinde het beste bod voor de gunning van de overheidsopdracht te zoeken.

2.

De aanbestedende dienst waarborgt tijdens de onderhandelingen de gelijke behandeling van alle inschrijvers en verstrekt geen informatie die een of meer inschrijvers kan bevoordelen boven andere.

3.

Een aanbestedende dienst kan bepalen dat de procedure van gunning door onderhandelingen in opeenvolgende fasen verloopt, zodat het aantal inschrijvingen waarover onderhandeld wordt, door toepassing van de gunningscriteria die in de aankondiging van de overheidsopdracht of in de aanbestedingsstukken zijn vermeld, verminderd wordt.

4.

Het derde lid vindt slechts toepassing indien de aanbestedende dienst deze mogelijkheid heeft vermeld in de aankondiging van de overheidsopdracht of in de aanbestedingsstukken.

5.

De aanbestedende dienst draagt er zorg voor dat in de slotfase het aantal oplossingen zodanig is dat daadwerkelijke mededinging kan worden gegarandeerd, voor zover er een voldoende aantal geschikte oplossingen of gegadigden is.

§ 2.3.8.8. Gunningsbeslissing

Artikel 2.127
1.

Een aanbestedende dienst neemt een opschortende termijn in acht voordat hij de met de gunningsbeslissing beoogde overeenkomst sluit.

2.

De opschortende termijn, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op de dag na de datum waarop de mededeling van de gunningsbeslissing is verzonden aan de betrokken inschrijvers en betrokken gegadigden.

3.

De opschortende termijn, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten minste 20 kalenderdagen.

4.

Een aanbestedende dienst behoeft geen toepassing te geven aan het eerste lid indien:

Artikel 2.128
1.

Een betrokken inschrijver als bedoeld in artikel 2.127, tweede lid, is iedere inschrijver die niet definitief is uitgesloten. De uitsluiting is definitief wanneer de betrokken inschrijvers daarvan in kennis zijn gesteld en wanneer de uitsluiting rechtmatig is bevonden door een rechter, dan wel er niet langer een rechtsmiddel kan worden aangewend tegen de uitsluiting.

2.

Een betrokken gegadigde als bedoeld in artikel 2.127, tweede lid, is iedere gegadigde aan wie de aanbestedende dienst geen informatie over de afwijzing van zijn verzoek tot deelneming ter beschikking heeft gesteld voordat de betrokken inschrijvers in kennis werden gesteld van de gunningsbeslissing.

Artikel 2.129

De mededeling van de gunningsbeslissing van een aanbestedende dienst houdt geen aanvaarding in als bedoeld in artikel 217, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van een aanbod van een ondernemer.

Artikel 2.130
1.

De mededeling van de gunningsbeslissing aan iedere betrokken inschrijver of betrokken gegadigde bevat de relevante redenen voor die beslissing, alsmede een nauwkeurige omschrijving van de opschortende termijn, bedoeld in artikel 2.127, eerste lid, die van toepassing is.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder relevante redenen in ieder geval verstaan de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving alsmede de naam van de begunstigde of de partijen bij de raamovereenkomst.

3.

De mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval elektronisch of per fax verzonden aan de betrokken inschrijvers en betrokken gegadigden.

Artikel 2.131

Indien gedurende de opschortende termijn, bedoeld in artikel 2.127, eerste lid, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt verzocht met betrekking tot de desbetreffende gunningsbeslissing, sluit de aanbestedende dienst de met die beslissing beoogde overeenkomst niet eerder dan nadat de rechter dan wel het scheidsgerecht een beslissing heeft genomen over het verzoek tot voorlopige maatregelen en de opschortende termijn is verstreken.

§ 2.3.8.9. Verslaglegging en bekendmaking

Artikel 2.132

De aanbestedende dienst stelt over de gunning van een overheidsopdracht en de instelling van een dynamisch aankoopsysteem een proces-verbaal op dat, indien van toepassing, in ieder geval de volgende gegevens bevat:

Artikel 2.133

Een aanbestedende dienst zendt het proces-verbaal, bedoeld in artikel 2.132, op haar verzoek aan de Europese Commissie.

Artikel 2.134
1.

De aanbestedende dienst die een overheidsopdracht heeft gegund maakt de aankondiging van de gegunde overheidsopdracht bekend met behulp van het elektronische systeem voor aanbestedingen binnen 48 dagen na de gunning van die overheidsopdracht.

2.

De aanbestedende dienst gebruikt voor de mededeling van het resultaat van de procedure het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

Artikel 2.135

Artikel 2 134 is niet van toepassing op opdrachten die op basis van een overeenkomstig afdeling 2.4.1 gesloten raamovereenkomst gegund worden.

Artikel 2.136
1.

Binnen 48 dagen na de gunning van een afzonderlijke overheidsopdracht op basis van een dynamisch aankoopsysteem zendt een aanbestedende dienst met behulp van het elektronische systeem voor aanbestedingen een mededeling aan de Europese Commissie van het resultaat van de procedure.

2.

Een aanbestedende dienst kan de resultaten, bedoeld in het eerste lid, per kwartaal bundelen. Indien de aanbestedende dienst daarvoor kiest zendt hij de gebundelde resultaten binnen 48 dagen na het einde van elk kwartaal toe.

Artikel 2.137

Met betrekking tot overheidsopdrachten voor diensten als bedoeld in bijlage II-B van richtlijn nr. 2004/18/EG vermeldt een aanbestedende dienst bij de aankondiging van de gegunde overheidsopdracht of hij met de bekendmaking ervan instemt.

Artikel 2.138

De aanbestedende dienst maakt bepaalde gegevens betreffende de gunning van een overheidsopdracht niet bekend, indien openbaarmaking van die gegevens:

Hoofdstuk 2.4. Voorschriften voor de bijzondere procedures

Afdeling 2.4.1. Bijzondere voorschriften bij het plaatsen van een overheidsopdracht via een raamovereenkomst

Artikel 2.139

Een aanbestedende dienst die een raamovereenkomst sluit na toepassing van een procedure als bedoeld in de afdelingen 2.2.1 of 2.2.2, kan op basis van die raamovereenkomst overheidsopdrachten plaatsen overeenkomstig de procedures, bedoeld in artikel 2.142 of artikel 2.143.

Artikel 2.140
1.

De procedures, bedoeld in de artikelen 2.142 en 2.143, kunnen uitsluitend worden toegepast tussen een aanbestedende dienst en de ondernemers die oorspronkelijk bij de raamovereenkomst partij zijn.

2.

Bij de plaatsing van overheidsopdrachten die op een raamovereenkomst zijn gebaseerd, mogen de partijen geen substantiële wijzigingen aanbrengen in de in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden.

3.

De looptijd van een raamovereenkomst is niet langer dan vier jaar, behalve in uitzonderingsgevallen die deugdelijk gemotiveerd zijn.

Artikel 2.141

Een aanbestedende dienst gebruikt een raamovereenkomst niet om de mededinging te hinderen, te beperken of te vervalsen en maakt geen oneigenlijk gebruik van een raamovereenkomst.

Artikel 2.142
1.

Indien een raamovereenkomst is gesloten met een enkele ondernemer worden de op die raamovereenkomst gebaseerde overheidsopdrachten gegund volgens de in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden.

2.

Overheidsopdrachten op basis van raamovereenkomsten met een enkele ondernemer kunnen worden gegund door die ondernemer schriftelijk te raadplegen en hem indien nodig te verzoeken zijn inschrijvingen aan te vullen.

Artikel 2.143
1.

Als een raamovereenkomst wordt gesloten met meerdere ondernemers, wordt deze raamovereenkomst met ten minste drie ondernemers gesloten, mits het aantal ondernemers dat aan de selectiecriteria voldoet, of het aantal inschrijvingen dat aan de gunningscriteria voldoet, voldoende groot is.

2.

Overheidsopdrachten op basis van raamovereenkomsten met meerdere ondernemers kunnen worden gegund:

Afdeling 2.4.2. Bijzondere voorschriften voor het plaatsen van een overheidsopdracht via een dynamisch aankoopsysteem

Artikel 2.144
1.

Een aanbestedende dienst stelt een dynamisch aankoopsysteem in door toepassing van alle fasen van de openbare procedure tot aan de gunning van de overheidsopdrachten die in het kader van dit dynamische aankoopsysteem worden geplaatst.

2.

De aanbestedende dienst laat alle inschrijvers die aan de selectiecriteria voldoen en overeenkomstig de aanbestedingsstukken en de eventuele aanvullende documenten een indicatieve inschrijving hebben ingediend, tot het dynamische aankoopsysteem toe.

3.

Een aanbestedende dienst staat toe dat indicatieve inschrijvingen te allen tijde kunnen worden verbeterd, mits zij niet afwijken van de aanbestedingsstukken.

Artikel 2.145
1.

Voor het opzetten van een dynamisch aankoopsysteem en voor de plaatsing van overheidsopdrachten in het kader hiervan gebruikt een aanbestedende dienst elektronische middelen overeenkomstig de krachtens artikel 4.12, eerste lid, gestelde regels omtrent elektronische middelen.

2.

Bij de instelling van een dynamisch aankoopsysteem:

Artikel 2.146
1.

Een ondernemer kan een indicatieve inschrijving indienen om toegelaten te worden tot een dynamische aankoopsysteem onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.144, tweede lid.

2.

De aanbestedende dienst beoordeelt de indicatieve inschrijving binnen vijftien dagen na indiening.

3.

De aanbestedende dienst kan de termijn, bedoeld in het tweede lid, verlengen, mits er tussentijds geen aankondiging van een overheidsopdracht wordt bekendgemaakt.

4.

De aanbestedende dienst deelt een ondernemer als bedoeld in het eerste lid zo snel mogelijk mee dat hij is toegelaten tot het dynamische aankoopsysteem of dat zijn indicatieve inschrijving is afgewezen.

Artikel 2.147
1.

Alvorens een aankondiging voor een specifieke opdracht bekend te maken, maakt de aanbestedende dienst een vereenvoudigde aankondiging bekend waarin alle belangstellende ondernemers worden uitgenodigd om overeenkomstig artikel 2.146, eerste lid, een indicatieve inschrijving in te dienen binnen een termijn van ten minste vijftien dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de vereenvoudigde aankondiging.

2.

De aanbestedende dienst maakt een aankondiging voor een specifieke opdracht niet eerder bekend dan nadat de beoordeling is afgerond van alle indicatieve inschrijvingen die binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, zijn ingediend.

Artikel 2.148
1.

De aanbestedende dienst nodigt alle tot het dynamische aankoopsysteem toegelaten ondernemers uit om voor een specifieke overheidsopdracht die binnen dat dynamische aankoopsysteem wordt geplaatst een inschrijving in te dienen. Daartoe stelt de aanbestedende dienst een voldoende lange termijn vast voor het indienen van de inschrijvingen.

2.

De aanbestedende dienst kan de overheidsopdracht gunnen aan de inschrijver die de beste inschrijving heeft ingediend op grond van de gunningscriteria die zijn vermeld in de aankondiging van de overheidsopdracht waarbij het dynamische aankoopsysteem wordt ingesteld. Deze criteria kunnen gepreciseerd worden in de uitnodiging, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2.149
1.

Een dynamisch aankoopsysteem duurt niet langer dan vier jaar.

2.

De aanbestedende dienst kan in uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde, gevallen van de termijn, bedoeld in het eerste lid, afwijken

3.

De aanbestedende dienst maakt geen gebruik van een dynamisch aankoopsysteem om de mededinging te hinderen, te beperken of te vervalsen.

4.

De aanbestedende dienst die gebruik maakt van een dynamisch aankoopsysteem, brengt aan de betrokken ondernemers geen administratiekosten in rekening.

Afdeling 2.4.3. Bijzondere voorschriften betreffende de bouw van een complex sociale woningen

Artikel 2.150
1.

Een aanbestedende dienst kan teneinde die aannemer te kiezen die het meest geschikt is om mee samen te werken, een bijzondere procedure voor de gunning toepassen bij overheidsopdrachten betreffende het ontwerpen en bouwen van een complex sociale woningen waarvoor wegens de omvang, de complexiteit en de vermoedelijke duur van de desbetreffende werken, het plan van meet af aan wordt opgesteld op grond van een nauwe samenwerking in een team bestaande uit de afgevaardigden van de aanbestedende dienst, deskundigen en de aannemer die met de uitvoering van de werken wordt belast.

2.

Een aanbestedende dienst geeft in de aankondiging van de overheidsopdracht een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de werken, bedoeld in het eerste lid, opdat de belangstellende aannemers zich een duidelijk beeld van het uit te voeren project kunnen vormen.

3.

Een aanbestedende dienst vermeldt in deze aankondiging, overeenkomstig de kwalitatieve selectiecriteria, bedoeld in afdeling 2.3.6, aan welke persoonlijke, technische, economische en financiële voorwaarden de gegadigden dienen te voldoen.

4.

Indien een aanbestedende dienst van de procedure, bedoeld in het eerste lid, gebruik maakt, past hij de artikelen 2.54, eerste lid, 2.56, 2.58, 2.60, 2.61, 2.62, eerste lid, 2.68, 2.71, vierde en vijfde lid, afdeling 2.3.6, de artikelen 2.130, 2.132, 2.133, en 2.135 tot en met 2.138 toe en maakt voor het plaatsen van de opdrachten gebruik van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

Afdeling 2.4.4. Bijzondere voorschriften voor concessieovereenkomsten voor openbare werken

Artikel 2.151
1.

Een aanbestedende dienst die gebruik wil maken van een concessieovereenkomst voor openbare werken, maakt zijn voornemen hiertoe bekend in een aankondiging voor een overheidsopdracht.

2.

De bekendmaking van de aankondiging, bedoeld in het eerste lid, geschiedt langs elektronische weg, met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

3.

De aanbestedende dienst gebruikt voor de aankondiging, bedoeld in het eerste lid, het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

Artikel 2.152
1.

Een aanbestedende dienst die gebruik wil maken van een concessieovereenkomst voor openbare werken, stelt voor het indienen van de inschrijvingen op de concessie een termijn vast van ten minste 45 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging.

2.

Artikel 2.73 is van overeenkomstige toepassing op de termijn voor het indienen van de inschrijvingen, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2.153
1.

Een aanbestedende dienst:

2.

Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, neemt de aanbestedende dienst het desbetreffende percentage in de concessieovereenkomst voor openbare werken op.

3.

Een aanbestedende dienst waarborgt dat de houder van een door hem verleende concessie voor openbare werken die zelf geen aanbestedende dienst is, de artikelen 2.154 tot en met 2.156 in acht neemt.

Artikel 2.154
1.

Een houder van een concessie voor openbare werken die zelf geen aanbestedende dienst is, past bij de plaatsing van een opdracht voor werken bij derden artikel 2.154 toe indien de waarde van deze opdracht, exclusief omzetbelasting, gelijk is aan of hoger is dan het bedrag, genoemd in artikel 63, eerste lid, van richtlijn nr. 2004/18/EG.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien de opdracht voor werken voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikelen 2.32 tot en met 2.36.

3.

De houder van een concessie, bedoeld in het eerste lid, berekent de waarde van een opdracht volgens de artikelen 2.13 tot en met 2.22.

4.

Een samenwerkingsverband van ondernemingen dat gevormd is om de concessie te verwerven, of met dit samenwerkingsverband verbonden ondernemingen, worden niet als derden als bedoeld in het eerste lid beschouwd.

5.

Onder verbonden onderneming in de zin van dit artikel wordt verstaan een onderneming:

6.

Overheersende invloed als bedoeld in het vijfde lid wordt vermoed indien een onderneming, direct of indirect, ten opzichte van een andere onderneming:

7.

Een onderneming die zich inschrijft voor een concessie, voegt bij de inschrijving een volledige lijst van verbonden ondernemingen en deelt de aanbestedende dienst de wijzigingen in deze lijst van verbonden ondernemingen steeds onverwijld mee.

8.

Een wijziging van het bedrag, genoemd in artikel 63 van richtlijn nr. 2004/18/EG, gaat voor de toepassing van het eerste lid gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.

9.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het achtste lid.

Artikel 2.155
1.

Een houder van een concessie voor openbare werken die zelf geen aanbestedende dienst is en die een opdracht voor werken aan een derde wenst te gunnen, maakt zijn voornemen hiertoe bekend in een aankondiging van de opdracht.

2.

De bekendmaking van de aankondiging, bedoeld in het eerste lid, geschiedt langs elektronische weg, met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

3.

De houder van een concessie voor openbare werken gebruikt voor de aankondiging, bedoeld in het eerste lid, het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

Artikel 2.156
1.

Bij opdrachten voor werken die worden geplaatst door een houder van een concessie voor openbare werken die zelf geen aanbestedende dienst is, bedraagt de door de concessiehouder vast te stellen termijn voor het indienen van de aanvragen tot deelneming ten minste 37 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht, en de termijn voor het indienen van de inschrijvingen ten minste 40 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht of van de uitnodiging tot inschrijving.

2.

De artikelen 2.72 en 2.73 zijn van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 2.4.5. Voorschriften betreffende de procedure van een prijsvraag

Artikel 2.157

Een aanbestedende dienst stelt de voorschriften met betrekking tot een prijsvraag vast overeenkomstig deze afdeling en stelt deze voorschriften ter beschikking aan belangstellende ondernemers.

Artikel 2.158
1.

De aanbestedende dienst die een prijsvraag wil uitschrijven, maakt zijn voornemen hiertoe bekend in een aankondiging van een prijsvraag met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

2.

De aanbestedende dienst maakt voor de aankondiging, bedoeld in het eerste lid, gebruik van de formulieren die beschikbaar zijn gesteld op het elektronische systeem voor aanbestedingen.

Artikel 2.159
1.

Bij een prijsvraag met een beperkt aantal deelnemers stelt de aanbestedende dienst duidelijke en niet-discriminerende selectiecriteria vast.

2.

De aanbestedende dienst waarborgt dat in alle gevallen met het aantal kandidaten dat wordt uitgenodigd om aan de prijsvraag deel te nemen een daadwerkelijke mededinging wordt gewaarborgd.

3.

De aanbestedende dienst eerbiedigt de anonimiteit van gegadigden totdat het oordeel van de jury bekend is gemaakt.

Artikel 2.160
1.

Een aanbestedende dienst waarborgt dat de jury bestaat uit natuurlijke personen die onafhankelijk zijn van de deelnemers aan de prijsvraag.

2.

Een aanbestedende dienst die van de deelnemers aan een prijsvraag een bijzondere beroepskwalificatie eist, waarborgt dat ten minste een derde van de juryleden dezelfde kwalificatie of een gelijkwaardige kwalificatie heeft.

Artikel 2.161
1.

De jury is onafhankelijk.

2.

De jury onderzoekt de projecten op basis van door de gegadigden anoniem voorgelegde ontwerpen en op grond van de criteria die in de aankondiging van de prijsvraag zijn vermeld.

3.

De jury stelt een door haar leden ondertekend verslag op met de door haar op basis van de merites van elk project vastgestelde rangorde van de projecten, vergezeld van haar opmerkingen en eventuele punten die verduidelijking behoeven.

4.

De jury eerbiedigt de anonimiteit van gegadigden totdat het oordeel van de jury bekend is gemaakt.

5.

De jury kan gegadigden zo nodig uitnodigen om door de jury in haar notulen vermelde vragen te beantwoorden teneinde duidelijkheid te verschaffen omtrent bepaalde aspecten van de projecten.

6.

Een aanbestedende dienst waarborgt dat van de dialoog tussen de leden van de jury en de gegadigden volledige notulen worden opgesteld.

Artikel 2.162

De jury neemt na afloop van de voor het indienen van plannen en ontwerpen gestelde termijn kennis van de inhoud daarvan.

Artikel 2.163
1.

De aanbestedende dienst die een prijsvraag heeft uitgeschreven maakt een aankondiging betreffende de resultaten van de prijsvraag bekend met behulp van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

2.

Indien openbaarmaking van de gegevens over de uitslag van de prijsvraag de toepassing van de wet in de weg zou staan, met het openbaar belang in strijd zou zijn, de rechtmatige commerciële belangen van een onderneming zou kunnen schaden of afbreuk aan de eerlijke mededinging tussen dienstverleners zou kunnen doen, behoeft de aanbestedende dienst deze gegevens niet mee te delen.

3.

Artikel 2.64 is van toepassing op de aankondiging, bedoeld in het eerste lid.

Deel 3. Speciale-sectoropdrachten en prijsvragen voor speciale-sectoropdrachten

Hoofdstuk 3.1. Reikwijdte

Afdeling 3.1.1. Toepassingsgebied

Artikel 3.1
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op:

2.

De toevoer van gas of warmte naar netten bestemd voor openbare dienstverlening door een overheidsbedrijf dan wel een bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of een uitsluitend recht is verleend, valt niet onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien:

Artikel 3.2
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op:

2.

De toevoer van elektriciteit naar netten bestemd voor openbare dienstverlening door een overheidsbedrijf dan wel een bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of een uitsluitend recht is verleend, valt niet onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien:

Artikel 3.3
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op:

2.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is tevens van toepassing op opdrachten of prijsvragen die worden geplaatst onderscheidenlijk uitgeschreven door een speciale-sectorbedrijf dat een activiteit als bedoeld in het eerste lid uitoefent en die verband houden met:

3.

De toevoer van drinkwater naar netten bestemd voor openbare dienstverlening door een overheidsbedrijf dan wel een bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling bij bijzonder recht of een uitsluitend recht is verleend, valt niet onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien:

Artikel 3.4
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op het beschikbaar stellen of exploiteren van netten, bestemd voor de openbare dienstverlening op het gebied van vervoer per trein, automatische systemen, tram, trolleybus, autobus of kabel onder door of vanwege de staat, een provincie of een gemeente gestelde voorwaarden.

2.

In afwijking van het eerste lid is het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet niet van toepassing op speciale-sectoropdrachten met het oog op de verzorging van openbare busdiensten indien die busdiensten, al dan niet in een bepaald geografisch gebied, ook door anderen dan het speciale-sectorbedrijf en onder dezelfde voorwaarden kunnen worden verzorgd.

Artikel 3.5
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op het verlenen van postdiensten.

2.

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is tevens van toepassing op

indien die diensten worden verleend door een speciale-sectorbedrijf dat diensten als bedoeld in het eerste lid verleent.

Artikel 3.6

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op activiteiten met betrekking tot de exploitatie van een geografisch gebied met het doel aan lucht-, zee- of riviervervoerders luchthaven-, zeehaven-, binnenhaven- of andere aanlandingsfaciliteiten beschikbaar te stellen.

Artikel 3.7
1.

Indien een speciale-sectorbedrijf een speciale-sectoropdracht plaatst met het oog op verschillende activiteiten, waaronder andere activiteiten dan die welke vallen onder het toepassingsbereik van de artikelen 3.1 tot en met 3.6, geldt het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde voor speciale-sectoropdrachten indien de opdracht in hoofdzaak wordt geplaatst ten behoeve van het verrichten van een activiteit als bedoeld in die artikelen.

2.

Indien het niet mogelijk is objectief te bepalen dat een opdracht in hoofdzaak wordt geplaatst ten behoeve van het verrichten van activiteiten als bedoeld in de artikelen 3.1 tot en met 3.6, wordt de opdracht geplaatst:

Afdeling 3.1.2. Toepassingsbereik

Artikel 3.8
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten waarvan de geraamde waarde, exclusief omzetbelasting, gelijk is aan of hoger is dan:

2.

Een wijziging van de bedragen, genoemd in artikel 16 van richtlijn nr. 2004/17/EG, gaat voor de toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarophet desbetreffende besluitvan de Europese Commissie in werking treedt.

3.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 3.9
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op door speciale-sectorbedrijven uit te schrijven prijsvragen voor diensten waarvan de geraamde waarde van de opdracht of het totale bedrag aan prijzengeld en betalingen aan deelnemers gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 61 van richtlijn nr. 2004/17/EG genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

2.

Een wijziging van het bedrag, genoemd in artikel 61 van richtlijn nr. 2004/17/EG, gaat voor de toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.

3.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 3.10
1.

Een speciale-sectorbedrijf kan via een aankoopcentrale een opdracht plaatsen mits de aankoopcentrale het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet voor speciale-sectorbedrijven met betrekking tot die opdracht naleeft.

2.

In het in het eerste lid bedoelde geval heeft het desbetreffende speciale-sectorbedrijf voldaan aan de voor hem geldende verplichtingen op grond van deel 3 van deze wet.

Afdeling 3.1.3. Raming van de waarde

§ 3.1.3.1. Algemene bepalingen

Artikel 3.11
1.

Het speciale-sectorbedrijf raamt de waarde van de voorgenomen speciale-sectoropdracht of prijsvraag overeenkomstig de artikelen 3.12 tot en met 3.19.

2.

Artikel 2.14 is van overeenkomstige toepassing.

§ 3.1.3.2. De raming van speciale-sectoropdrachten

Artikel 3.12
1.

Het speciale-sectorbedrijf baseert de berekening van de geraamde waarde van een speciale-sectoropdracht op het totale bedrag, exclusief omzetbelasting, met inbegrip van opties en verlengingen van het contract.

2.

Het speciale-sectorbedrijf gaat bij de berekening van de waarde van een raamovereenkomst uit van de geraamde waarde van alle voor de duur van de raamovereenkomst voorgenomen speciale-sectoropdrachten.

3.

Indien het speciale-sectorbedrijf voorziet in prijzengeld of betalingen aan gegadigden of inschrijvers, berekent hij deze door in de geraamde waarde van de opdracht.

Artikel 3.13
1.

Artikel 2.16 is van overeenkomstige toepassing op de raming van de waarde van een speciale-sectoropdracht voor werken.

2.

Het speciale-sectorbedrijf telt de waarde van leveringen of diensten die niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een speciale-sectoropdracht voor werken niet bij de waarde van de opdracht op met de intentie om die leveringen of diensten aan de toepassing van deze wet te onttrekken.

Artikel 3.14

Artikel 2.17 is van overeenkomstige toepassing op de raming van de waarde van een speciale-sectoropdracht voor diensten als bedoeld in dat artikel.

Artikel 3.15
1.

Indien een voorgenomen werk of een voorgenomen aankoop van diensten kan leiden tot speciale-sectoropdrachten die gelijktijdig in afzonderlijke percelen worden geplaatst, neemt het speciale-sectorbedrijf de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag.

2.

Indien de samengestelde waarde van de percelen, bedoeld in het eerste lid, gelijk is aan of groter is dan het in artikel 3.8, eerste lid, onderdelen a of b, bedoelde bedrag, is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde van toepassing op de plaatsing van elk perceel.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing op:

mits de totale geraamde waarde van de onder a of b bedoelde percelen gezamenlijk niet meer bedraagt dan 20% van de totale waarde van alle percelen.

Artikel 3.16
1.

Indien een voorgenomen verkrijging van homogene leveringen kan leiden tot speciale-sectoropdrachten die gelijktijdig in afzonderlijke percelen worden geplaatst, neemt het speciale-sectorbedrijf de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag voor de raming.

2.

Indien de samengetelde waarde van de percelen, bedoeld in het eerste lid, gelijk is aan of groter is dan het in artikel 3.8, eerste lid, onderdelen a of b, bedoelde bedrag, past het speciale-sectorbedrijf het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde toe op de plaatsing van elk perceel.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing op percelen waarvan de geraamde waarde niet meer bedraagt dan € 80 000, exclusief omzetbelasting, mits de totale geraamde waarde van die percelen gezamenlijk niet meer bedraagt dan 20% van de totale waarde van alle percelen.

Artikel 3.17

Het speciale-sectorbedrijf raamt de waarde van speciale-sectoropdrachten voor leveringen die betrekking hebben op leasing, huurkoop of huurkoop van producten met overeenkomstige toepassing van de in artikel 2.20, onderdelen a en b, bedoelde grondslag.

Artikel 3.18

Het speciale-sectorbedrijf raamt de waarde van speciale-sectoropdrachten voor leveringen of voor diensten die met een zekere regelmaat worden verricht of die het speciale-sectorbedrijf gedurende een bepaalde periode wil hernieuwen, met overeenkomstige toepassing van de in artikel 2.21, onderdelen a of b, bedoelde grondslag.

Artikel 3.19

Het speciale-sectorbedrijf raamt de waarde van speciale-sectoropdrachten die zowel leveringen als diensten betreffen op basis van de totale waarde van de leveringen en diensten gezamenlijk, ongeacht het respectieve aandeel ervan, en met de waarde van plaatsing en installatie daarin begrepen.

§ 3.1.3.3. De raming van dynamisch aankoopsystemen en prijsvragen

Artikel 3.20
1.

De artikelen 3.12 tot en met 3.19 zijn van overeenkomstige toepassing op de raming van de waarde van een dynamisch aankoopsysteem of een uit te reiken prijs.

2.

In aanvulling op het eerste lid:

Afdeling 3.1.4. Uitgezonderde speciale-sectoropdrachten en prijsvragen

Artikel 3.21
1.

De artikelen 3.1 tot en met 3.6 zijn niet van toepassing op activiteiten als bedoeld in die artikelen:

2.

Een speciale-sectorbedrijf kan de Europese Commissie verzoeken te bepalen dat artikel 30, eerste lid, van richtlijn nr. 2004/17/EG van toepassing is. Het speciale-sectorbedrijf doet mededeling van het verzoek aan Onze Minister.

3.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dan wel van het niet nemen van een besluit binnen de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde termijn.

Artikel 3.22
1.

In afwijking van de artikelen 3.1 tot en met 3.6 is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde niet van toepassing op speciale-sectoropdrachten en prijsvragen voor diensten:

2.

Een speciale-sectorbedrijf brengt een internationale overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, ter kennis van de Europese Commissie.

Artikel 3.23
1.

In afwijking van de artikelen 3.1 tot en met 3.6 is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde niet van toepassing op:

2.

Het speciale-sectorbedrijf doet de Europese Commissie op haar verzoek mededeling van de categorieën van producten en activiteiten die het ingevolge het eerste lid, onderdeel a, of de opdrachten en prijsvragen die het ingevolge het eerste lid, onderdeel b, als uitgesloten beschouwt.

3.

Het speciale-sectorbedrijf wijst de Europese Commissie bij de mededeling, bedoeld in het tweede lid, op alle gevoelige commerciële informatie en verzoekt de Europese Commissie daarmee rekening te houden.

Artikel 3.24
1.

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten:

indien ten minste 80% van de gemiddelde omzet die de verbonden onderneming in de drie jaar voorafgaand aan het gunnen van de opdracht heeft behaald, afkomstig is van het verrichten van dergelijke werken, leveringen of diensten aan ondernemingen waarmee zij is verbonden.

2.

Indien in verband met de datum van oprichting of de aanvang van de bedrijfsactiviteiten van de verbonden onderneming geen gegevens beschikbaar zijn omtrent de omzet in de drie jaren, voorafgaande aan het plaatsen van de opdracht, voldoet de verbonden onderneming aan de in het eerste lid bedoelde eis indien zij aannemelijk kan maken dat die omzet in de komende periode wordt behaald.

3.

Indien dezelfde of soortgelijke werken, leveringen of diensten door verschillende met het speciale-sectorbedrijf verbonden ondernemingen worden verricht, wordt het in het eerste lid bedoelde percentage berekend op grond van de totale omzet van deze verbonden ondernemingen, afkomstig van die werken, leveringen of diensten.

4.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder verbonden onderneming verstaan:

5.

Overheersende invloed als bedoeld in het vierde lid wordt vermoed indien een speciale-sectorbedrijf, al dan niet rechtstreeks, ten aanzien van die onderneming:

Artikel 3.25
1.

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten:

Artikel 3.26

Het speciale-sectorbedrijf doet de Europese Commissie op haar verzoek mededeling van de toepassing van de artikelen 3.24 en 3.25 met betrekking tot:

Artikel 3.27

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op speciale-sectoropdrachten voor diensten:

Artikel 3.28

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op speciale-sectoropdrachten voor diensten die door een speciale-sectorbedrijf worden gegund aan een ander speciale-sectorbedrijf of een samenwerkingsverband van speciale-sectorbedrijven op basis van een uitsluitend recht dat aan dat andere speciale-sectorbedrijf of het desbetreffende samenwerkingsverband is verleend, mits dit uitsluitend recht verenigbaar is met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 3.29

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten voor de aankoop van water door een speciale-sectorbedrijf dat een activiteit als bedoeld in artikel 3.3 uitoefent.

Artikel 3.30

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten voor de levering van energie of brandstof voor energieopwekking door een speciale-sectorbedrijf dat een activiteit als bedoeld in artikel 3.1 of artikel 3.2 uitoefent.

Artikel 3.30a

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten waarop:

Artikel 3.31
1.

Ondernemingen die werkzaam zijn op het gebied van verkenning, opsporing of winning van delfstoffen, bedoeld in beschikking nr. 93/676/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 december 1993 (PbEG L 316) waarbij wordt vastgesteld dat de exploitatie van geografische gebieden met het oogmerk van prospectie of winning van aardolie of gas in Nederland niet een relevante activiteit vormt in de zin van artikel 2, tweede lid, onder b, punt i, van richtlijn nr. 90/531/EEG van de Raad en dat de diensten welke deze activiteit uitoefenen in Nederland niet geacht worden in aanmerking te komen voor bijzondere of uitsluitende rechten in de zin van artikel 2, derde lid, onder b, van deze richtlijn, stellen, voordat zij een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel sluit tot het verrichten van werken, leveringen of diensten, die overeenkomst open voor concurrentie.

2.

Een onderneming als bedoeld in het eerste lid doet mededeling van het sluiten van overeenkomsten als bedoeld in dat lid overeenkomstig de voorwaarden, gesteld in beschikking nr. 93/327/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 13 mei 1993 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder speciale-sectorbedrijfen die geografische gebieden exploiteren ter wille van de prospectie en de winning van aardolie, gas, steenkool of andere vaste brandstoffen, aan de Commissie informatie moeten verstrekken inzake door hen gegunde opdrachten (PbEG L 129).

Hoofdstuk 3.2. Procedures voor het plaatsen van speciale-sectoropdrachten

Afdeling 3.2.1. Openbare en niet-openbare procedure en onderhandelingsprocedure met aankondiging

Artikel 3.32

Het speciale-sectorbedrijf past voor het plaatsen van een opdracht de openbare procedure, de niet-openbare procedure of de onderhandelingsprocedure met aankondiging toe.

Artikel 3.33

Het speciale-sectorbedrijf dat de openbare procedure toepast doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

Artikel 3.34

Het speciale-sectorbedrijf dat de niet-openbare procedure toepast doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

Artikel 3.35

Het speciale-sectorbedrijf dat de onderhandelingsprocedure met aankondiging toepast doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

Afdeling 3.2.2. Uitzonderingen op de toepassing van de openbare en niet openbare procedure en de onderhandelingsprocedure met aankondiging

§ 3.2.2.1. Onderhandelingsprocedure zonder aankondiging

Artikel 3.36

Het speciale-sectorbedrijf kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen indien:

Artikel 3.37

Het speciale-sectorbedrijf kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen:

Artikel 3.38
1.

Het speciale-sectorbedrijf kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen:

2.

Bij toepassing van het eerste lid, onderdeel e, worden alle winnaars van de prijsvraag tot deelneming aan de onderhandelingen uitgenodigd.

Artikel 3.39

Het speciale-sectorbedrijf dat de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepast doorloopt de in artikel 3.35, onderdelen g tot en met m, genoemde stappen.

§ 3.2.2.2. Bijzondere voorschriften betreffende het plaatsen van speciale-sectoropdrachten voor B-diensten

Artikel 3.40
1.

Het speciale-sectorbedrijf kan voor een speciale-sectoropdracht betreffende diensten die zijn opgenomen in bijlage XVII-B van richtlijn nr. 2004/17/EG de procedure voor B-diensten toepassen.

2.

Indien de opdracht, bedoeld in het eerste lid, zowel betrekking heeft op diensten als bedoeld in bijlage XVII-A van richtlijn nr. 2004/17/EG als op diensten als bedoeld in bijlage XVII-B van richtlijn nr. 2004/17/EG kan het speciale-sectorbedrijf de procedure voor B-diensten toepassen indien de geraamde waarde van de B-diensten gelijk is aan of hoger is dan die van de diensten, bedoeld in bijlage XVII-A van richtlijn nr. 2004/17/EG.

Artikel 3.41
1.

Het speciale-sectorbedrijf dat de procedure voor B-diensten toepast doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

2.

Bij toepassing van de procedure voor B-diensten zijn uitsluitend de paragrafen 3.3.3.1 en 3.3.7.4 van hoofdstuk 3.3 van toepassing.

3.

In afwijking van het tweede lid is draagt het speciale sectorbedrijf zorg voor een passende mate van openbaarheid van de aankondiging van het voornemen tot het plaatsen van een speciale sectoropdracht, indien die opdracht een duidelijk grensoverschrijdend belang heeft.

Afdeling 3.2.3. Bijzondere procedures

§ 3.2.3.1. Procedure van een prijsvraag

Artikel 3.42

Een speciale-sectorbedrijf past voor het uitschrijven van een prijsvraag de procedure van een prijsvraag toe.

Artikel 3.43
1.

Het speciale-sectorbedrijf dat de procedure van een prijsvraag toepast, doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

2.

De in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde jury:

3.

Het speciale-sectorbedrijf maakt het oordeel van de jury bekend, voor zover deze tot een oordeel is gekomen, en maakt de resultaten van de prijsvraag bekend.

§ 3.2.3.2. Procedure voor het sluiten van een raamovereenkomst

Artikel 3.44

Een speciale-sectorbedrijf dat een raamovereenkomst wil sluiten, past daartoe de openbare, de niet-openbare procedure, de onderhandelingsprocedure met aankondiging of, indien dat op grond van artikelen 3.36 tot en met 3.38 is toegestaan, de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toe.

Artikel 3.45

Een speciale-sectorbedrijf dat een speciale-sectoropdracht wil plaatsen met gebruikmaking van een raamovereenkomst kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen, indien deze raamovereenkomst overeenkomstig artikel 3.44 is gesloten.

Artikel 3.46

Een speciale-sectorbedrijf maakt geen oneigenlijk gebruik van een raamovereenkomst, met als gevolg dat de mededinging zou worden beperkt, verhinderd of vervalst.

§ 3.2.3.3. Procedure voor een dynamisch aankoopsysteem

Artikel 3.47
1.

Een speciale-sectorbedrijf dat een dynamisch aankoopsysteem wil instellen, past daartoe de openbare procedure toe, met uitzondering van de fase van de gunning.

Artikel 3.48

Een speciale-sectorbedrijf dat een dynamisch aankoopsysteem instelt met toepassing van de openbare procedure, doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

Artikel 3.49

De artikelen 2.50 en 2.51 zijn van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

Hoofdstuk 3.3. Regels voor speciale-sectoropdrachten inzake aankondiging, uitsluiting, selectie en gunning

Afdeling 3.3.1. Algemeen

Artikel 3.50

Afdeling 2.3.1 is van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

Afdeling 3.3.2. Aankondigingen

§ 3.3.2.1. Periodieke indicatieve aankondiging en aankondigingen betreffende het bestaan van een erkenningsregeling

Artikel 3.51
1.

Een speciale-sectorbedrijf deelt ten minste eenmaal per jaar in een periodieke indicatieve aankondiging die door de Europese Commissie of door het speciale-sectorbedrijf zelf via zijn kopersprofiel wordt verspreid, mee:

2.

Artikel 2.59 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.52
1.

Een speciale-sectorbedrijf zendt de periodieke indicatieve aankondiging, bedoeld in artikel 3.51, eerste lid, onderdeel a, zo spoedig mogelijk nadat de beslissing is genomen tot goedkeuring van het programma voor de speciale-sectoropdrachten voor werken die het speciale-sectorbedrijf voornemens is te plaatsen of te sluiten, met behulp van het elektronische systeem voor aanbestedingen toe aan de Europese Commissie.

2.

Een speciale-sectorbedrijf zendt de periodieke indicatieve aankondiging, bedoeld in artikel 3.51, eerste lid, onderdelen b en c, zo spoedig mogelijk na het begin van het begrotingsjaar met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen toe aan de Europese Commissie.

Artikel 3.53
1.

In afwijking van artikel 3.52 kan het speciale-sectorbedrijf de periodieke indicatieve aankondiging ook bekend maken op zijn kopersprofiel.

2.

Artikel 2.61, tweede tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.54

Een speciale-sectorbedrijf kan een periodieke indicatieve aankondiging over belangrijke projecten meedelen of door de Europese Commissie bekend laten maken, zonder de reeds eerder in een periodieke indicatieve aankondiging vervatte inlichtingen te herhalen, mits duidelijk wordt vermeld dat deze aankondigingen een aanvulling zijn.

Artikel 3.55
1.

Indien een speciale-sectorbedrijf een regeling voor de erkenning van ondernemers als bedoeld in artikel 3.66 wil invoeren, stelt hij met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen aangaande deze regeling een aankondiging op, waarin het doel van de regeling en de wijze waarop inzage in de regeling kan worden verkregen, worden aangegeven.

2.

Indien de regeling, bedoeld in het eerste lid, drie jaar of langer duurt, deelt het speciale-sectorbedrijf de aankondiging jaarlijks mee.

3.

Indien de regeling, bedoeld in het eerste lid, minder dan drie jaar duurt, volstaat het speciale-sectorbedrijf met een eenmalige aankondiging.

§ 3.3.2.2. Aankondiging

Artikel 3.56
1.

Paragraaf 2.3.2.2, met uitzondering van de artikelen 2.63 en 2.68, is van overeenkomstige toepassing op een speciale-sectorbedrijf dat voornemens is een speciale-sectoropdracht te gunnen.

2.

Het speciale-sectorbedrijf geeft in de aankondiging of in de uitnodiging tot inschrijving aan welke bewijsmiddelen met betrekking tot de gestelde eisen en de technische specificaties, eisen en normen hij van de ondernemer verlangt.

3.

Als aankondiging als bedoeld in het eerste lid kan het speciale-sectorbedrijf volstaan met een aankondiging betreffende het bestaan van een erkenningsregeling of een periodieke indicatieve aankondiging, indien die laatste:

Artikel 3.57

Indien het speciale-sectorbedrijf bij toepassing van de openbare procedure niet langs elektronische weg vrije, rechtstreekse en volledige toegang biedt tot de aanbestedingsstukken en alle aanvullende stukken, zendt het speciale-sectorbedrijf de aanbestedingsstukken en de aanvullende stukken binnen zes dagen na ontvangst van het verzoek daartoe aan de ondernemers toe, mits dit verzoek tijdig voor de uiterste datum voor het indienen van de inschrijvingen is gedaan.

§ 3.3.2.3. Termijnen

Artikel 3.58

Een speciale-sectorbedrijf stelt de termijn voor het indienen van verzoeken tot deelneming of inschrijvingen vast met inachtneming van het voorwerp van de opdracht, de voor de voorbereiding van het verzoek of de inschrijving benodigde tijd en de in deze paragraaf gestelde regels omtrent termijnen.

Artikel 3.59
1.

Voor openbare procedures bedraagt de termijn voor het indienen van de inschrijvingen ten minste 45 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging.

2.

Voor niet-openbare procedures en onderhandelingsprocedures met aankondiging bedraagt de termijn voor het indienen van de verzoeken tot deelneming ten minste 30 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de speciale-sectoropdracht.

3.

Bij de niet-openbare procedure en de onderhandelingsprocedure met aankondiging bedraagt de termijn voor het indienen van de verzoeken tot deelneming in antwoord op een aankondiging die uit hoofde van artikel 3.56 is meegedeeld, of in antwoord op een uitnodiging van een speciale-sectorbedrijf overeenkomstig artikel 3.73, eerste lid, ten minste 30 dagen vanaf de datum van verzending van de aankondiging of vanaf de datum van verzending van de uitnodiging.

4.

De termijn voor het indienen van de inschrijvingen, bedoeld in het derde lid, kan in afwijking van het tweede lid in onderling overleg tussen het speciale-sectorbedrijf en de uitgekozen gegadigden worden vastgesteld, mits alle gegadigden evenveel tijd krijgen om hun inschrijvingen voor te bereiden en in te dienen.

5.

Indien geen overeenstemming als bedoeld in het vierde lid kan worden bereikt over de termijn voor het indienen van de inschrijvingen, stelt het speciale-sectorbedrijf een termijn vast die ten minste 24 dagen en niet minder dan 10 dagen bedraagt, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.

Artikel 3.60
1.

Indien het speciale-sectorbedrijf een periodieke indicatieve aankondiging als bedoeld in artikel 3.51, eerste lid, heeft gedaan, bedraagt de termijn voor het indienen van de inschrijvingen bij openbare procedures ten minste 29 dagen en niet minder dan 22 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging.

2.

De kortere termijnen, bedoeld in het eerste lid, zijn uitsluitend toegestaan, indien de periodieke indicatieve aankondiging, naast de op grond van bijlage XV A, deel I, van richtlijn nr. 2004/17/EG vereiste informatie, alle in bijlage XV A, deel II, van richtlijn nr. 2004/17/EG vereiste informatie bevat, voor zover deze informatie beschikbaar is op het tijdstip dat de aankondiging wordt gedaan, en de aankondiging ten minste 52 dagen en ten hoogste 12 maanden voor de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht ter bekendmaking is verzonden.

3.

Tenzij de termijn overeenkomstig artikel 3.59, vierde lid, in onderling overleg is vastgesteld, kan het speciale-sectorbedrijf de termijn voor het indienen van de inschrijvingen bij openbare procedures, niet-openbare procedures en onderhandelingsprocedures met vijf dagen verkorten, indien het speciale-sectorbedrijf het beschrijvend document en alle aanvullende stukken vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht, met elektronische middelen vrij, rechtstreeks en volledig toegankelijk maakt en in deze aankondiging het internetadres dat toegang biedt tot de documenten vermeldt.

4.

Bij openbare procedures mag het gecumuleerde effect van de termijnverkorting, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, in geen geval leiden tot een termijn van minder dan 15 dagen voor het indienen van de inschrijvingen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht.

5.

Het gecumuleerde effect van de termijnverkorting, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, mag in geen geval leiden tot een termijn van minder dan 15 dagen voor het indienen van verzoeken tot deelneming in antwoord op een aankondiging die overeenkomstig paragraaf 2.3.2.2 is gedaan, of in antwoord op een uitnodiging van een speciale-sectorbedrijf overeenkomstig artikel 3.73, eerste lid, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht of van de uitnodiging.

6.

Bij niet-openbare procedures en onderhandelingsprocedures mag het gecumuleerde effect van de termijnverkorting, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, in geen geval leiden tot een termijn van minder dan tien dagen voor het indienen van de inschrijvingen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving, behalve indien de termijn overeenkomstig artikel 3.59, vierde lid, in onderling overleg wordt vastgesteld.

7.

Indien het beschrijvend document en de aanvullende stukken of nadere inlichtingen, hoewel tijdig aangevraagd, niet binnen de termijnen, bedoeld in deze paragraaf, zijn verstrekt, of indien de inschrijvingen slechts na een bezichtiging ter plaatse, of na inzage ter plaatse van de bij de aanbestedingsstukken behorende stukken kunnen worden gedaan, verlengt het speciale-sectorbedrijf de termijn voor het indienen van de inschrijvingen zodanig dat alle betrokken ondernemers op de hoogte kunnen zijn van alle informatie die voor de opstelling van de inschrijving nodig is, behalve indien de termijn overeenkomstig artikel 3.59, vierde lid, in onderling overleg wordt vastgesteld.

Afdeling 3.3.3. Bestek

§ 3.3.3.1. Technische specificaties

Artikel 3.61
1.

Paragraaf 2.3.3.1, met uitzondering van artikel 2.76, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

2.

Een speciale-sectorbedrijf formuleert de technische specificaties:

3.

Een speciale-sectorbedrijf doet een verwijzing als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vergezeld gaan van de woorden «of gelijkwaardig».

Artikel 3.62
1.

Een speciale-sectorbedrijf deelt de belangstellende ondernemers desgevraagd de technische specificaties mede die regelmatig in zijn opdrachten voor leveringen, werken of diensten worden beoogd, of de technische specificaties die hij voornemens is toe te passen voor opdrachten waarover periodieke indicatieve aankondigingen als bedoeld in paragraaf 3.3.2.1 worden gepubliceerd.

2.

Indien de technische specificaties, bedoeld in het eerste lid, gebaseerd zijn op documenten waarover belangstellende ondernemers kunnen beschikken, kan het speciale-sectorbedrijf ermee volstaan een verwijzing naar deze documenten op te nemen.

§ 3.3.3.2. Onderaanneming, bijzondere voorwaarden, voorbehouden opdracht en varianten

Artikel 3.63

De paragrafen 2.3.3.2 tot en met 2.3.3.5 zijn van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

Afdeling 3.3.4. Eigen verklaring

Artikel 3.64

Afdeling 2.3.4 is van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

Afdeling 3.3.5. Selectie

Artikel 3.65
1.

Het speciale-sectorbedrijf stelt objectieve voorschriften en selectiecriteria voor een openbare procedure vast en stelt die voorschriften en criteria ter beschikking aan belangstellende ondernemers.

2.

Een speciale-sectorbedrijf selecteert de gegadigden voor een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure op grond van door hem omschreven objectieve voorschriften en criteria, die aan belangstellende ondernemers ter beschikking worden gesteld.

3.

Bij een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure kan het speciale-sectorbedrijf de criteria baseren op de objectieve noodzaak voor het bedrijf om de gegadigden te beperken tot een aantal dat wordt gerechtvaardigd door het noodzakelijke evenwicht tussen enerzijds de specifieke kenmerken van de procedure en anderzijds de daarvoor vereiste middelen. Het speciale-sectorbedrijf stelt het aantal gegadigden zodanig vast dat voldoende concurrentie blijft gewaarborgd.

4.

De voorschriften en criteria, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen de in de artikelen 2.86 en 2.87 genoemde uitsluitingsgronden omvatten, waarbij van de toepassing van deze artikelen kan worden afgezien op de in artikel 2.88 genoemde gronden.

5.

Indien het speciale-sectorbedrijf de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap, een publiekrechtelijke instelling of een samenwerkingsverband van deze overheden of publiekrechtelijke instellingen is, neemt dat bedrijf, in afwijking van het vierde lid, in ieder geval de in artikel 2.86 genoemde uitsluitingsgronden in de voorschriften en criteria op waarbij van de toepassing van dit artikel kan worden afgezien op de in artikel 2.88 genoemde gronden.

Hoofdstuk 3.4. Erkenningsregeling

Artikel 3.66
1.

Een speciale-sectorbedrijf kan een regeling voor de erkenning van ondernemers invoeren en beheren. Deze regeling kan verscheidene fasen van erkenning van geschiktheid omvatten.

2.

Een speciale-sectorbedrijf dat een regeling als bedoeld in het eerste lid invoert of beheert, waarborgt dat de ondernemers te allen tijde een erkenning kunnen aanvragen.

3.

Een speciale-sectorbedrijf beheert de regeling, bedoeld in het eerste lid, op basis van door het bedrijf omschreven objectieve criteria en voorschriften. Indien deze criteria en voorschriften technische specificaties bevatten, zijn de artikelen 2.75 tot en met 2.78 van toepassing. De criteria en voorschriften inzake erkenning kunnen zo nodig worden herzien.

4.

De criteria en voorschriften, bedoeld in het derde lid, kunnen de uitsluitingscriteria, genoemd in artikel 2.86, omvatten onder de daarin genoemde voorwaarden, met dien verstande dat, indien een regeling voor de erkenning van ondernemers wordt ingevoerd door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap, een publiekrechtelijke instelling of een samenwerkingsverband van deze overheden of publiekrechtelijke instellingen die een speciale-sectoropdracht plaatst in het kader van een van de activiteiten, genoemd in paragraaf 3.1.1, de artikelen 2.86 tot en met 2.88 van overeenkomstige toepassing zijn.

5.

Bij de toepassing van artikel 2.86, bedoeld in het vierde lid, is artikel 2.89 van overeenkomstige toepassing.

6.

Indien de criteria en voorschriften inzake erkenning, bedoeld in het derde lid, eisen omvatten betreffende de economische en financiële draagkracht van de ondernemer, kan deze zich beroepen op de draagkracht van andere natuurlijke personen of rechtspersonen ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen of rechtspersonen. In dat geval toont hij ten behoeve van het speciale-sectorbedrijf aan dat hij gedurende de geldigheidsduur van de regeling voor de erkenning van ondernemers daadwerkelijk kan beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen.

7.

Indien de criteria en voorschriften inzake erkenning, bedoeld in het derde lid, eisen omvatten betreffende de technische bekwaamheid of beroepsbekwaamheid van de ondernemer, kan deze zich beroepen op de bekwaamheid van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen of rechtspersonen. In dat geval toont hij ten behoeve van het speciale-sectorbedrijf aan dat hij gedurende de geldigheidsduur van de erkenningsregeling daadwerkelijk kan beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen van die natuurlijke personen of rechtspersonen.

8.

Onder dezelfde voorwaarden als bedoeld in het zesde en zevende lid, kan een samenwerkingsverband van ondernemers zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of aan andere natuurlijke personen of rechtspersonen.

9.

Een speciale-sectorbedrijf stelt de criteria en voorschriften inzake erkenning, bedoeld in het derde lid, desgevraagd ter beschikking aan ondernemers. Indien deze criteria en voorschriften worden herzien, wordt dit de betrokken ondernemers medegedeeld.

10.

Een speciale-sectorbedrijf dat van oordeel is dat de regeling voor de erkenning van ondernemers van bepaalde andere instanties aan de voorwaarden voldoet, deelt de betrokken ondernemers de namen van deze andere instanties mede.

11.

Een speciale-sectorbedrijf houdt een lijst van erkende ondernemers bij, die volgens het type opdrachten waarvoor de erkenning geldt in categorieën kan worden ingedeeld.

12.

Een speciale-sectorbedrijf dat een aankondiging doet door een mededeling inzake het bestaan van een regeling voor de erkenning van ondernemers, kiest de inschrijvers bij een niet-openbare procedure of de deelnemers aan een onderhandelingsprocedure uit de volgens deze regeling in aanmerking komende gegadigden.

Artikel 3.67
1.

Een speciale-sectorbedrijf dat een regeling voor de erkenning van ondernemers invoert en beheert, stelt de verzoekers binnen zes maanden na het indienen van het verzoek om erkenning in kennis inzake hun erkenning.

2.

Indien de beslissing omtrent de erkenning meer dan vier maanden vanaf het indienen van het verzoek om erkenning in beslag neemt, informeert het speciale-sectorbedrijf de verzoeker binnen twee maanden na deze indiening over de redenen waarom deze termijn langer is en over de datum waarop op zijn verzoek wordt beslist.

3.

Een speciale-sectorbedrijf stelt degene van wie een verzoek om erkenning is afgewezen zo spoedig mogelijk na die beslissing, doch uiterlijk binnen vijftien dagen, daarvan in kennis en motiveert deze afwijzing aan de hand van de erkenningscriteria, bedoeld in artikel 3.66, derde lid.

4.

Een speciale-sectorbedrijf kan de erkenning van een ondernemer slechts intrekken op grond van de criteria, bedoeld in artikel 3.66, derde lid.

5.

Een speciale-sectorbedrijf brengt de betrokkene het voornemen om een erkenning in te trekken en de redenen daartoe, uiterlijk vijftien dagen vóór de datum waarop de erkenning zal worden ingetrokken schriftelijk ter kennis.

Artikel 3.68
1.

Indien het speciale-sectorbedrijf uitsluitingsgronden heeft vastgesteld, is 2.3.5.2 van overeenkomstige toepassing.

2.

Artikel 2 102 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.69
1.

Voor de selectie van deelnemers aan een procedure:

2.

Een speciale-sectorbedrijf dat een aankondiging doet door een mededeling inzake het bestaan van een regeling voor de erkenning van ondernemers met het oog op selectie van deelnemers in procedures voor de specifieke opdrachten waarop de aankondiging betrekking heeft:

3.

Een speciale-sectorbedrijf toetst de door de aldus geselecteerde inschrijvers ingediende inschrijvingen aan de op de inschrijvingen toepasselijke bepalingen en voorschriften, en gunt de opdracht op basis van de criteria, bedoeld in de artikelen 2.114, 2.115 en 2.116.

Artikel 3.70
1.

Een speciale-sectorbedrijf dat de deelnemers aan een niet-openbare procedure of onderhandelingsprocedure kiest, een beslissing neemt over erkenning of de erkenningscriteria of de regeling voor de erkenning van ondernemers herziet, eist geen bewijzen die een doublure zouden vormen met reeds beschikbare objectieve bewijzen.

2.

Een speciale-sectorbedrijf dat de overlegging verlangt van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, verwijst naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering.

3.

Een speciale-sectorbedrijf erkent gelijkwaardige verklaringen van in andere lidstaten van de Europese Unie gevestigde instanties. Een speciale-sectorbedrijf aanvaardt ook andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking van ondernemers.

4.

Voor speciale-sectoropdrachten voor werken of voor diensten, kan een speciale-sectorbedrijf, teneinde de technische bekwaamheid van de ondernemer te verifiëren, de vermelding eisen van de maatregelen inzake milieubeheer die de ondernemer kan toepassen in het kader van de uitvoering van de opdracht.

5.

Een speciale-sectorbedrijf dat de overlegging verlangt van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer aan bepaalde normen inzake milieubeheer als bedoeld in het vierde lid voldoet, verwijst naar het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem of naar normen inzake milieubeheer die gebaseerd zijn op Europese of internationale normen die gecertificeerd zijn door een erkende organisatie of door een organisatie die beantwoordt aan de relevante Europese of internationale normen voor certificering.

6.

Een speciale-sectorbedrijf erkent in het geval, bedoeld in het vijfde lid, gelijkwaardige verklaringen van in andere lidstaten van de Europese Unie gevestigde instanties. Een speciale-sectorbedrijf aanvaardt tevens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van milieubeheer die de ondernemers overleggen.

Afdeling 3.3.6. Mededeling van uitsluiting en afwijzing

Artikel 3.71

De artikelen 2.103 en 2.104 zijn van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

Afdeling 3.3.7. Gunningsfase

§ 3.3.7.1. Inschrijving

Artikel 3.72

De artikelen 2.105, eerste lid, 2.106, eerste lid en tweede lid, onderdelen a, b en e, en paragraaf 2.3.8.2 zijn van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

Artikel 3.73
1.

Indien een periodieke indicatieve aankondiging is gedaan nodigt het speciale-sectorbedrijf alle gegadigden uit om hun belangstelling te bevestigen aan de hand van nadere gegevens betreffende de betrokken opdracht, alvorens met de selectie van de inschrijvers of deelnemers aan de onderhandelingen te beginnen.

2.

Een speciale-sectorbedrijf neemt in de uitnodiging, bedoeld in het eerste lid, ten minste op:

§ 3.3.7.2. Gunningcriteria, abnormaal lage inschrijving en elektronische veiling

Artikel 3.74

De paragrafen 2.3.8.4, 2.3.8.5 en 2.3.8.6 zijn van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

§ 3.3.7.3. Gunningsbeslissing

Artikel 3.75

Paragraaf 2.3.8.8 is van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

Artikel 3.76
1.

Een speciale-sectorbedrijf past het tweede tot en met vijfde lid van dit artikel toe op inschrijvingen die producten bevatten uit derde landen waarmee de Europese Gemeenschappen geen multilateraal of bilateraal verdrag hebben gesloten dat de communautaire ondernemingen op vergelijkbare wijze daadwerkelijk toegang verschaft tot de markten van deze derde landen.

2.

Een speciale-sectorbedrijf kan iedere inschrijving die wordt ingediend met het oog op de gunning van een opdracht voor leveringen, afwijzen indien het aandeel van de uit derde landen afkomstige goederen, waarvan de oorsprong wordt vastgesteld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302), meer dan vijftig procent uitmaakt van de totale waarde van de goederen waarop deze inschrijving betrekking heeft.

3.

Indien twee of meer inschrijvingen volgens de gunningcriteria van artikelen 2.113 en 2.115 gelijkwaardig zijn, geeft het speciale-sectorbedrijf de voorkeur aan de inschrijving die niet krachtens het tweede lid kan worden afgewezen. Indien het prijsverschil niet meer dan drie procent bedraagt, wordt het bedrag van de inschrijving door het speciale-sectorbedrijf als gelijkwaardig beschouwd.

4.

Een speciale-sectorbedrijf kan afwijken van het derde lid indien hij hierdoor genoodzaakt zou zijn apparatuur aan te schaffen met technische kenmerken die afwijken van de bestaande apparatuur, en dit tot onverenigbaarheid of tot technische moeilijkheden bij het gebruik of het onderhoud zou leiden of buitensporige kosten met zich mee zou brengen.

5.

Een speciale-sectorbedrijf laat bij het bepalen van het aandeel van uit derde landen afkomstige goederen, bedoeld in het tweede lid, de derde landen buiten beschouwing ten gunste waarvan de toepassing van richtlijn nr. 2004/17/EG bij besluit van de Raad van de Europese Unie overeenkomstig het eerste lid is uitgebreid.

6.

Voor de toepassing van dit artikel worden de programmatuurtoepassingen die in telecommunicatienetten worden gebruikt, als producten beschouwd.

§ 3.3.7.4. Verslaglegging en bekendmaking

Artikel 3.77
1.

Een speciale-sectorbedrijf bewaart de nodige gegevens over alle speciale-sectoropdrachten, opdat het bedrijf later de genomen beslissingen kan motiveren met betrekking tot:

2.

De in het eerste lid bedoelde gegevens, alsmede de gegevens, bedoeld in artikel 2.56, worden bewaard gedurende ten minste vier jaar na de datum van gunning van de opdracht.

3.

Het speciale-sectorbedrijf verstrekt binnen de in het tweede lid genoemde periode van vier jaar de Europese Commissie op haar verzoek de nodige informatie.

Artikel 3.78
1.

De artikelen 2.134, 2.135, 2.136 en 2.138 zijn van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten, met dien verstande dat de termijn telkens twee maanden bedraagt.

2.

Indien een speciale-sectorbedrijf een opdracht plaatst in verband met onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten:

3.

In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, ziet het speciale-sectorbedrijf er op toe dat:

Artikel 3.79

Met betrekking tot speciale-sectoropdrachten voor diensten als bedoeld in bijlage XVII, onderdeel B, van richtlijn nr. 2004/17/EG vermeldt het speciale-sectorbedrijf bij de aankondiging van de gegunde opdracht of hij met de bekendmaking ervan instemt.

Hoofdstuk 3.4. Overige voorschriften voor de procedures met betrekking tot de raamovereenkomst, het dynamisch aankoopsysteem en de prijsvraag

Artikel 3.80
1.

Een speciale-sectorbedrijf maakt geen oneigenlijk gebruik van een raamovereenkomst en gebruikt deze evenmin om de mededinging te hinderen, te beperken of te vervalsen.

2.

De afdelingen 2.4.2 en 2.4.5 zijn van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

Deel 4. Overige bepalingen

Hoofdstuk 4.1. Gedragsverklaring aanbesteden

Afdeling 4.1.1. Algemene bepalingen

Artikel 4.1

Een gedragsverklaring aanbesteden is een verklaring van Onze Minister van Veiligheid en Justitie dat uit een onderzoek naar de in de artikel 4.7 bedoelde gegevens is gebleken dat tegen de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon geen bezwaren bestaan in verband met inschrijving op overheidsopdrachten, speciale-sectoropdrachten, concessieovereenkomsten voor openbare werken, prijsvragen of opdrachten als bedoeld in de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied.

Artikel 4.2

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder rechtspersoon verstaan een rechtspersoon als bedoeld in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek alsmede daarmee gelijkgestelde organisaties als bedoeld in artikel 51, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 4.3

De beslissing omtrent de afgifte van een gedragsverklaring aanbesteden wordt aangemerkt als een beschikking in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 4.4
1.

Een aanvraag om de afgifte van een gedragsverklaring aanbesteden wordt ingediend bij Onze Minister van Veiligheid en Justitie door degene omtrent wiens gedrag een verklaring wordt gevraagd of door een vertegenwoordiger van de rechtspersoon omtrent wiens gedrag een verklaring wordt gevraagd.

2.

De aanvrager verstrekt bij zijn aanvraag:

3.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie onderzoekt de volledigheid van de bij de aanvraag verstrekte gegevens en verschaft zich de nodige zekerheid over de identiteit van de aanvrager.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen worden gesteld ter uitvoering van het derde lid.

Artikel 4.5
1.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie beslist op de aanvraag met betrekking tot de afgifte van de gedragsverklaring aanbesteden:

2.

De in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde beslistermijnen kunnen eenmaal worden verlengd met vier onderscheidenlijk acht weken.

Artikel 4.6

Artikel 39 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens is van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 4.1.2. Toetsingscriteria

Artikel 4.7
1.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie betrekt in zijn beoordeling van de aanvraag om een gedragsverklaring aanbesteden uitsluitend de gegevens met betrekking tot:

2.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een rechtspersoon is artikel 35, tweede lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens van overeenkomstige toepassing.

3.

In het in het tweede lid bedoelde geval betrekt Onze Minister van Veiligheid en Justitie bij zijn beoordeling tevens de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde gegevens van de in artikel 4,4 tweede lid, onderdeel b, bedoelde personen.

Artikel 4.8

Veroordelingen en beschikkingen als bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, worden in de beoordeling betrokken voor zover zij in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag onherroepelijk zijn geworden.

Artikel 4.9
1.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie betrekt bij zijn onderzoek met betrekking tot de afgifte van een gedragsverklaring aanbesteden van een natuurlijk persoon de met betrekking tot de aanvrager vermelde justitiële gegevens in de justitiële documentatie, bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

2.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie betrekt bij zijn onderzoek met betrekking tot de afgifte van een gedragsverklaring aanbesteden van een rechtspersoon de gegevens in de justitiële documentatie, bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, op naam van de rechtspersoon en omtrent de in artikel 4.7, tweede en derde lid, bedoelde personen.

Afdeling 4.1.3. Beoordeling

Artikel 4.10
1.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie weigert de afgifte van de gedragsverklaring aanbesteden, ingeval de aanvrager een natuurlijke persoon is, indien binnen de in artikel 4.8 bedoelde termijn:

2.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie weigert de afgifte van de gedragsverklaring aanbesteden, ingeval de aanvrager een rechtspersoon is, indien binnen de in artikel 4.8 bedoelde termijn:

3.

Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ingeval van veroordelingen van personen als bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, onderdeel b, die op het tijdstip van het nemen van het besluit omtrent de afgifte van de gedragsverklaring aanbesteden nog een beleidsbepalende functie binnen de rechtspersoon vervullen.

4.

Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, wordt een taakstraf van 1 uur gelijkgesteld met een geldboete van 80 euro en een voorwaardelijke gevangenisstraf of hechtenis van 1 dag met een geldboete van 160 euro.

Artikel 4.11
1.

Alvorens te beslissen tot weigering van de afgifte van de gedragsverklaring aanbesteden, stelt Onze Minister van Veiligheid en Justitie degene van wie een of meer gegevens als bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, onderdelen a en b, ten grondslag hebben gelegen aan de beslissing, in de gelegenheid om binnen twee weken een verzoek als bedoeld in artikel 22 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens dan wel artikel 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens te doen.

2.

De in artikel 4.5 gestelde termijn voor de beslissing op de aanvraag wordt opgeschort met ingang van de dag waarop Onze Minister van Veiligheid en Justitie de gelegenheid heeft geboden tot het doen van een verzoek als bedoeld in het eerste lid tot de dag waarop een schriftelijke mededeling is gedaan dat geen verzoek zal worden ingediend of twee weken zijn verstreken, dan wel tot de dag waarop de procedure naar aanleiding van een verzoek is beëindigd.

3.

De aanvrager van de gedragsverklaring aanbesteden wordt in kennis gesteld van de opschorting.

Hoofdstuk 4.2. Nadere uitvoeringsregels

Afdeling 4.2.1. Nadere regels ter uitvoering van de richtlijnen

Artikel 4.12
1.

Ter uitvoering van de richtlijnen nrs. 2004/17/EG en nr. 2004/18/EG wordenbij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld omtrent:

2.

Ter uitvoering van richtlijn nr. 2004/18/EG kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de instelling, afgifte en bewijskracht van certificaten dan wel de instelling van, opname in en bewijskracht van de opname op een erkenningslijst.

Afdeling 4.2.2. Het elektronische systeem voor aanbestedingen

Artikel 4.13
1.

Onze Minister draagt zorg voor het inrichten, instandhouden, de werking en het beveiligen van een elektronisch systeem voor aanbestedingen, met behulp waarvan:

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toegang tot en aansluiting op het elektronische systeem voor aanbestedingen ten behoeve van het doen van aankondigingen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b.

Artikel 4.14
1.

Onze Minister stelt door middel van het elektronische systeem van aanbesteden de door de Europese Commissie met inachtneming van artikel 70 van richtlijn nr. 2004/17/EG en artikel 79 van richtlijn nr. 2004/18/EG vastgestelde formulieren beschikbaar voor:

overeenkomstig het model dat door de Europese Commissie overeenkomstig de in artikel 68, tweede lid, van richtlijn nr. 2004/17/EG en artikel 77, tweede lid, van richtlijn nr. 2004/18/EG bedoelde procedure is vastgesteld.

2.

Onze Minister kan door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen tevens formulieren ter beschikking stellen voor aankondigingen waarop deel 2 of deel 3 van deze wet niet van toepassing zijn.

3.

Op verzoek van de aanbestedende dienst, het speciale-sectorbedrijf of de concessiehouder wijst Onze Minister de Europese Commissie op gegevens die niet voor publicatie bestemd zijn. Deze gegevens worden niet door middel van het elektronische systeem van aanbesteden bekendgemaakt.

4.

Onze Minister draagt er zorg voor dat door middel van het elektronische systeem van aanbesteden de mededelingen, genoemd in artikel 4.13, onder a, langs elektronische weg ter publicatie worden gezonden aan de Europese Commissie overeenkomstig het model en op de wijze, bedoeld in bijlage XX van richtlijn nr. 2004/17/EG en in het derde punt van bijlage VIII van richtlijn nr. 2004/18/EG.

5.

Een wijziging van een formulier, bedoeld in artikel 70 van richtlijn nr. 2004/17/EG en artikel 79 van richtlijn nr. 2004/18/EG gaat voor de toepassing van het eerste lid gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.

6.

Onze Minister is verantwoordelijke als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Wet bescherming persoonsgegevens.

7.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het vijfde lid.

Hoofdstuk 4.3. Vernietigbaarheid en boete

Afdeling 4.3.1. Vernietigbaarheid

Artikel 4.15
1.

Een als resultaat van een gunningsbeslissing gesloten overeenkomst is in rechte vernietigbaar op een van de volgende gronden:

2.

De vordering tot vernietiging wordt door een ondernemer die zich door een gunningsbeslissing benadeeld acht ingesteld:

Artikel 4.16
1.

Artikel 4.15, eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf:

2.

Artikel 4.15, eerste lid, aanhef en onder c, is niet van toepassing indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf:

Artikel 4.17
1.

De aankondiging, bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, onder b, bevat tenminste de volgende gegevens:

2.

De bekendmaking van de aankondiging, bedoeld in het eerste lid, geschiedt langs elektronische weg, met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf gebruikt voor de bekendmaking van de aankondiging, bedoeld in het eerste lid, het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

Artikel 4.18
1.

De rechter kan besluiten een overeenkomst niet te vernietigen indien, alle relevante aspecten in aanmerking genomen, dwingende redenen van algemeen belang het noodzakelijk maken dat de overeenkomst in stand blijft.

2.

Economische belangen mogen alleen als een dwingende reden als bedoeld in het eerste lid worden beschouwd indien vernietiging in uitzonderlijke omstandigheden onevenredig grote gevolgen zou hebben. Economische belangen die rechtstreeks verband houden met de betrokken overeenkomst, mogen evenwel geen dwingende reden als bedoeld in het eerste lid vormen. Zodanige belangen omvatten onder meer de kosten die voortvloeien uit vertraging bij de uitvoering van de overeenkomst, de kosten van een nieuwe aanbestedingsprocedure, de kosten die veroorzaakt worden door het feit dat een andere onderneming de overeenkomst uitvoert, en de kosten van de wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit de vernietiging.

Artikel 4.19
1.

Indien de rechter toepassing geeft aan artikel 4.18, eerste lid, kan de rechter op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve de looptijd van de overeenkomst verkorten.

2.

De rechter houdt in ieder geval rekening met de ernst van de overtreding, het gedrag van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf, de aard van de overeenkomst en, in voorkomend geval, met de mogelijkheid om de werking van een vernietiging te beperken.

Artikel 4.20
1.

Indien de rechter toepassing heeft gegeven aan artikel 4.18, eerste lid, of indien de overeenkomst wel wordt vernietigd op grond van artikel 4.15, eerste lid, maar aan die vernietiging de werking geheel of gedeeltelijk wordt ontzegd, wordt door de griffie van de rechtbank onverwijld en kosteloos een afschrift van de uitspraak gezonden aan Onze Minister en aan de Autoriteit Consument en Markt.

2.

Onze Minister draagt zorg dat afschriften van uitspraken als bedoeld in het eerste lid eenmaal per jaar aan de Europese Commissie worden gezonden.

Afdeling 4.3.2. Boete

Artikel 4.21
1.

De Autoriteit Consument en Markt legt de aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat partij is bij een overeenkomst waarbij toepassing is gegeven aan artikel 4.18, eerste lid, een bestuurlijke boete op.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de overeenkomst in rechte is vernietigd doch de werking geheel of gedeeltelijk aan die vernietiging is ontzegd.

3.

De in het eerste lid bedoelde boete is afschrikkend, evenredig en doeltreffend, beschouwd in samenhang met de in artikel 4.19 bedoelde verkorting van de looptijd.

4.

De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste vijftien procent van de geraamde waarde van de desbetreffende opdracht. Bij het bepalen van de hoogte van de boete neemt de Autoriteit Consument en Markt de relevante omstandigheden van het geval, waaronder de ernst van de overtreding, in acht.

5.

De te betalen geldsom van de opgelegde bestuurlijke boete komt toe aan de Staat.

Artikel 4.22
1.

De Autoriteit Consument en Markt neemt de beschikking, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, niet dan nadat de uitspraak, bedoeld in artikel 4.20, eerste lid, kracht van gewijsde heeft gekregen.

2.

De werking van een beschikking waarmee een bestuurlijke boete is opgelegd, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

Artikel 4.23
1.

De Autoriteit Consument en Markt kan onder haar ressorterende ambtenaren aanwijzen als toezichthouders als bedoeld in artikel 5:48 van de Algemene wet bestuursrecht.

2.

Alvorens een boete op te leggen kan de Autoriteit Consument en Markt de overeenkomst onderzoeken teneinde de voor het vaststellen van de boete in aanmerking komende financiële gegevens te bepalen.

3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf is verplicht mee te werken aan de onderzoeken, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 4.24

Indien de overeenkomst, bedoeld in artikel 4.21, is gesloten of mede is gesloten ten bate van de Autoriteit Consument en Markt, worden de bevoegdheden van de artikelen 4.21 tot en met 4.23 uitgeoefend door Onze Minister.

Artikel 4.25

Vervallen

Hoofdstuk 4.4. Arbitrage en klachten

Artikel 4.26

Indien terzake van een aanbestedingsgeschil arbitrage is overeengekomen:

Artikel 4.27

Onze Minister bevordert de instelling van een commissie die tot doel heeft onafhankelijk advies te geven over klachten met betrekking tot aanbestedingsprocedures.

Hoofdstuk 4.5. Evaluatiebepalingen

Artikel 4.28
1.

Onze Minister onderzoekt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet de wijze waarop aanbestedende diensten overheidsopdrachten voor leveringen en diensten beneden de in afdeling 2.1.1 van deze wet bedoelde waarden plaatsen. Hij doet daarvan verslag aan de Staten-Generaal.

2.

Indien uit de in het eerste lid bedoelde evaluatie blijkt dat het plaatsen van opdrachten als bedoeld in dat lid op onvoldoende uniforme wijze geschiedt kan bij algemene maatregel van bestuur een richtsnoer worden aangewezen waarin voorschriften zijn vervat met betrekking tot de wijzen waarop door bij die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen aanbestedende diensten overheidsopdrachten als bedoeld in het eerste lid worden geplaatst.

3.

Indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, past de aanbestedende dienst de voorschriften toe of motiveert een afwijking van een of meer van die voorschriften in de aanbestedingsstukken.

4.

De in het derde lid bedoelde motivering wordt op diens schriftelijk verzoek aan een ondernemer verstrekt.

5.

De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overlegd. De voordracht wordt gedaan door Onze Minister van Economische Zaken in overeenstemming met Onze Minister of Ministers wie het mede aangaat.

Artikel 4.29

Onze Minister onderzoekt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk en doet daarvan verslag aan de Staten-Generaal. In het verslag wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de toegang van ondernemers tot opdrachten en aan de naleving.

Hoofdstuk 4.6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 4.30
1.

Indien een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf voor het tijdstip van inwerkingtreding van deel 2 onderscheidenlijk deel 3 van deze wet met toepassing van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten of het Besluit aanbestedingen speciale sectoren een aankondiging van een aanbesteding heeft gedaan dan wel overeenkomstig de bepalingen van het desbetreffende besluit een aanbestedingsprocedure zonder aankondiging is gestart en in het kader daarvan een of meer ondernemers heeft verzocht een inschrijving in te dienen, is op die aanbesteding het recht van toepassing zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deel 2 onderscheidenlijk deel 3 van deze wet.

2.

De afdelingen 1.2.2, 1.2.3 en hoofdstuk 1.3 zijn niet van toepassing op aanbestedingen met betrekking waartoe voor het tijdstip van inwerkingtreding van deel 1 van deze wet een aankondiging is bekendgemaakt of twee of meer ondernemers zijn uitgenodigd om een inschrijving in te dienen.

Artikel 4.31

Tot een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.89 kan een gegadigde of inschrijver, in afwijking van artikel 2.89, tweede lid, door middel van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens die op het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving niet ouder is dan een jaar, aantonen dat de uitsluitingsgronden, bedoeld in de artikelen 2.86 en 2.87, onderdelen b en cop hem niet van toepassing zijn.

Artikel 4.32

In afwijking van artikel 4.7, eerste lid, onderdelen c en d, betrekt Onze Minister van Veiligheid en Justitie geen gegevens inzake onherroepelijke beschikkingen wegens overtreding van de Mededingingswet als bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, onderdeel c, of wegens overtreding van artikel 101 of artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie als bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, onderdeel d, bij zijn beoordeling van de aanvraag om een gedragsverklaring aanbesteden van een rechtspersoon die werkzaam is op het terrein van de bouwnijverheid indien;

Artikel 4.33

Indien de artikelen 4.13 en 4.14 van deze wet op een later tijdstip in werking treden dan de delen 2 en 3 van deze wet, wordt aan de in die delen opgenomen verplichtingen met betrekking tot het gebruik van het elektronische systeem voor aanbestedingen tot het eerstbedoelde tijdstip voldaan door gebruik van het door de Europese Commissie ter uitvoering van de richtlijnen nrs. 2004/17/EG en 2004/18/EG beschikbaar gestelde elektronische systeem.

Artikel 4.34

De Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen wordt ingetrokken.

Artikel 4.35

De Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden wordt ingetrokken.

Artikel 4.36

Vervallen

Artikel 4.37

Wijzigt de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Artikel 4.38

Wijzigt deze wet.

Artikel 4.39

Wijzigt deze wet en de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 4.40

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit bepaald tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan, verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 4.41

Deze wet wordt aangehaald als: Aanbestedingswet, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Afdeling 3.4.1. Deelname en toepassing

Afdeling 3.4.2. Mededeling van uitsluiting en afwijzing

Afdeling 3.4.3. Gunningsfase

§ 3.4.3.1. Inschrijving

§ 3.4.3.2. Gunningcriteria, abnormaal lage inschrijving en elektronische veiling

§ 3.4.3.3. Gunningsbeslissing

§ 3.4.3.4. Verslaglegging en bekendmaking

Hoofdstuk 3.5. Overige voorschriften voor de procedures met betrekking tot de raamovereenkomst, het dynamisch aankoopsysteem en de prijsvraag

Deel 4. Overige bepalingen

Hoofdstuk 4.1. Gedragsverklaring aanbesteden

Afdeling 4.1.1. Algemene bepalingen

Afdeling 4.1.2. Toetsingscriteria

Afdeling 4.1.3. Beoordeling

Hoofdstuk 4.2. Nadere uitvoeringsregels

Afdeling 4.2.1. Nadere regels ter uitvoering van de richtlijnen

Afdeling 4.2.2. Het elektronische systeem voor aanbestedingen

Hoofdstuk 4.3. Vernietigbaarheid en boete

Afdeling 4.3.1. Vernietigbaarheid

Afdeling 4.3.2. Boete

Hoofdstuk 4.4. Arbitrage en klachten

Hoofdstuk 4.5. Evaluatiebepalingen

Hoofdstuk 4.6. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.