← Geldende tekst · Geschiedenis

Wet van 1 november 2012, houdende nieuwe regels omtrent aanbestedingen (Aanbestedingswet 2012)

Geldende tekst a fecha 2019-01-01

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is richtlijn nr. 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PbEU L 134) en richtlijn nr. 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEU L 134) opnieuw te implementeren ten behoeve van een goede uitvoering en naleving van de uit deze richtlijnen voortvloeiende voorschriften, en ten behoeve van verbetering en vereenvoudiging van de integriteitstoetsing en van voorschriften van administratieve aard, en voorts ook enige regels van inhoudelijke en administratieve aard te stellen met betrekking tot andere opdrachten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Deel 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1.1. Begripsbepalingen

Artikel 1.1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 1.2

Overheersende invloed als bedoeld in de begripsomschrijving van overheidsbedrijf in artikel 1.1 wordt voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet vermoed indien een aanbestedende dienst, al dan niet rechtstreeks, ten aanzien van dat bedrijf:

Artikel 1.3
1.

Een wijziging van de CPV-codes in de richtlijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.

2.

Een wijziging van bijlage X van richtlijn 2014/23/EU, de bijlagen I, X en XIII van richtlijn 2014/24/EU en van de bijlagen II, XIV en XV van richtlijn 2014/25/EU gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.

3.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid.

Hoofdstuk 1.2. Beginselen en uitgangspunten bij aanbesteden

Afdeling 1.2.1. Algemene bepaling voor het sluiten van schriftelijke overeenkomsten onder bezwarende titel voor het verrichten van werken, leveringen of diensten

Artikel 1.4
1.

Een aanbestedende dienst die of een speciale-sectorbedrijf dat voornemens is een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel tot het verrichten van werken, leveringen of diensten te sluiten, bepaalt op basis van objectieve criteria:

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf draagt zorg voor het leveren van zo veel mogelijk maatschappelijke waarde voor de publieke middelen bij het aangaan van een schriftelijke overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.

3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf verstrekt een ondernemer op diens schriftelijk verzoek de motivering van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde keuze.

Artikel 1.5
1.

Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf voegt opdrachten niet onnodig samen. Alvorens samenvoeging plaatsvindt, wordt in ieder geval acht geslagen op:

2.

Indien samenvoeging van opdrachten plaatsvindt, wordt dit door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf gemotiveerd in de aanbestedingsstukken.

3.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf deelt een opdracht op in meerdere percelen, tenzij hij dit niet passend acht, in welk geval de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf dit motiveert in de aanbestedingsstukken.

Artikel 1.6

Aanbestedende diensten die voornemens zijn een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel tot het verrichten van werken, leveringen of diensten te sluiten, dragen zorg voor een zo groot mogelijke beperking van de met de totstandkoming van die overeenkomst samenhangende en daaruit voortvloeiende administratieve lasten.

Afdeling 1.2.2. Beginselen bij Europese aanbestedingen

Artikel 1.7

De bepalingen in deze afdeling gelden voor aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven bij:

Artikel 1.8

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf behandelt ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze.

Artikel 1.9
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf handelt transparant.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid draagt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf in ieder geval zorg voor een passende mate van openbaarheid van de aankondiging van het voornemen tot het plaatsen van een overheidsopdracht, een speciale-sectoropdracht of een concessieopdracht of het uitschrijven van een prijsvraag.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing:

Artikel 1.10
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf stelt bij de voorbereiding van en het tot stand brengen van een overheidsopdracht, een speciale-sectoropdracht of een concessieopdracht of het uitschrijven van een prijsvraag uitsluitend eisen, voorwaarden en criteria aan de inschrijvers en de inschrijvingen die in een redelijke verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid slaat de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf, voor zover van toepassing, in ieder geval acht op:

3.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt een richtsnoer aangewezen waarin voorschriften zijn vervat met betrekking tot de wijze waarop door bij die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen aanbestedende diensten of speciale sectorbedrijven uitvoering wordt gegeven aan het eerste lid.

4.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf past de in het derde lid bedoelde voorschriften toe of motiveert een afwijking van een of meer van die voorschriften in de aanbestedingsstukken.

5.

De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. De voordracht wordt gedaan door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat in overeenstemming met Onze Minister of Ministers wie het mede aangaat.

Afdeling 1.2.3. Uitgangspunten bij nationale aanbestedingen

Artikel 1.11

De bepalingen in deze afdeling gelden voor aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven waarop artikel 1.7 niet van toepassing is en die, voordat zij een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel sluiten tot het verrichten van werken, leveringen of diensten, met betrekking tot die overeenkomst uit eigen beweging een aankondiging hebben bekend gemaakt.

Artikel 1.12
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf behandelt ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf handelt transparant.

Artikel 1.13
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf stelt bij de voorbereiding en het tot stand brengen van een overeenkomst uitsluitend eisen, voorwaarden en criteria aan de inschrijvers en de inschrijvingen die in een redelijke verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid slaat de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf, voor zover van toepassing, in ieder geval acht op:

3.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt een richtsnoer aangewezen waarin voorschriften zijn vervat met betrekking tot de wijze waarop door bij die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen aanbestedende diensten of speciale-sectorbedrijven uitvoering wordt gegeven aan het eerste lid.

4.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf past de in het derde lid bedoelde voorschriften toe of motiveert een afwijking van een of meer van die voorschriften in de aanbestedingsstukken.

5.

De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. De voordracht wordt gedaan door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat in overeenstemming met Onze Minister of Ministers wie het mede aangaat.

Afdeling 1.2.4. Uitgangspunten bij de meervoudig onderhandse procedure

Artikel 1.14

De bepalingen in deze afdeling gelden voor aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven waarop de artikelen 1.7 en 1.11 niet van toepassing zijn en die, voordat zij een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel sluiten tot het verrichten van werken, leveringen of diensten, met betrekking tot die overeenkomst twee of meer ondernemers uitnodigen om een inschrijving in te dienen.

Artikel 1.15
1.

Een aanbestedende dienst of speciale sectorbedrijf behandelt de inschrijvers op gelijke wijze.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale sectorbedrijf, bedoeld in het eerste lid, deelt aan alle inschrijvers de gunningsbeslissing met de relevante redenen voor deze beslissing mee.

Artikel 1.16
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf stelt bij de voorbereiding en het tot stand brengen van een overeenkomst uitsluitend eisen, voorwaarden en criteria aan de inschrijvers en de inschrijvingen die in een redelijke verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid slaat de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf in ieder geval acht op:

3.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt een richtsnoer aangewezen waarin voorschriften zijn vervat met betrekking tot de wijze waarop door bij die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen aanbestedende diensten of speciale-sectorbedrijven uitvoering wordt gegeven aan het eerste lid.

4.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf past de in het derde lid bedoelde voorschriften toe of motiveert een afwijking van een of meer van die voorschriften in de aanbestedingsstukken.

5.

De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. De voordracht wordt gedaan door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat in overeenstemming met Onze Minister of Ministers wie het mede aangaat.

Hoofdstuk 1.3. Administratieve voorschriften bij aanbestedingen

Artikel 1.17

De bepalingen in dit hoofdstuk gelden voor aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven die een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel sluiten tot het verrichten van werken, leveringen of diensten, die niet een overheidsopdracht, speciale-sectoropdracht of concessieopdracht is waarop artikel 1.7, onderdeel a, van toepassing is.

Artikel 1.18
1.

Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven die een aankondiging doen, maken die aankondiging bekend op het elektronische systeem voor aanbestedingen.

2.

De in het eerste lid bedoelde bekendmaking geschiedt door middel van een op het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gesteld formulier.

Artikel 1.19
1.

Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven die uitsluitingsgronden of geschiktheidseisen stellen, verlangen van een ondernemer dat hij bij zijn verzoek tot deelneming of zijn inschrijving met gebruikmaking van het daartoe vastgestelde model een eigen verklaring indient en geven daarbij aan welke gegevens en inlichtingen in de eigen verklaring moeten worden verstrekt.

2.

De artikelen 2.55, 2.84, 2.85 en 2.102 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.20
1.

Een ondernemer kan jegens een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf, die uitsluitingsgronden stelt die betrekking hebben op onherroepelijke veroordelingen, door middel van een gedragsverklaring aanbesteden aantonen dat die gronden op hem niet van toepassing zijn.

2.

De in het eerste lid bedoelde gedragsverklaring aanbesteden is op het tijdstip van indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving niet ouder dan twee jaar.

3.

In een geval als bedoeld in het eerste lid kan niet om overlegging van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens worden gevraagd.

4.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf betrekt bij de toepassing van het eerste lid uitsluitend veroordelingen die in de vijf jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving onherroepelijk zijn geworden.

Artikel 1.21
1.

Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven stellen op enigerlei wijze de aanbestedingsstukken voor de overheidsopdracht of speciale-sectoropdracht kosteloos ter beschikking.

2.

Indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de aanbestedingsstukken voor de opdracht ook op andere wijze dan ter uitvoering van het eerste lid beschikbaar stelt, kan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de kosten voor die wijze van verstrekking in rekening brengen bij degenen die om die andere wijze van verstrekking van de aanbestedingsstukken hebben gevraagd.

Hoofdstuk 1.4. Voorschriften voor het aanbesteden van werken door aanbestedende diensten

Artikel 1.22
1.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt een richtsnoer aangewezen waarin voorschriften zijn vervat met betrekking tot de wijzen waarop door in die maatregel aangewezen aanbestedende diensten overheidsopdrachten voor werken beneden de in afdeling 2.1.1 van deze wet bedoelde waarden kunnen worden geplaatst.

2.

De aanbestedende dienst past de in het eerste lid bedoelde voorschriften toe, of motiveert een afwijking van een of meer van die voorschriften in de aanbestedingsstukken.

3.

De in het tweede lid bedoelde motivering wordt op diens schriftelijk verzoek aan een ondernemer verstrekt.

Hoofdstuk 1.5. Voorwaarden in verband met in het kader van de Wereldhandelsorganisatie gesloten overeenkomsten

Artikel 1.23
1.

Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf past bij het plaatsen van een overheidsopdracht, een concessieopdracht voor werken of speciale-sectoropdracht geen minder gunstige voorwaarden toe op ondernemers uit andere landen dan de lidstaten van de Europese Unie dan die welke hij toepast op ondernemers uit die lidstaten.

2.

Het eerste lid is uitsluitend van toepassing voor zover de daarin vervatte verplichting voortvloeit uit de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (PbEG L 1994, 336) of uit andere internationale overeenkomsten waaraan de Europese Unie is gebonden.

Deel 2. Overheidsopdrachten, prijsvragen voor overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten voor openbare werken

Hoofdstuk 1.5. Voorwaarden in verband met in het kader van de Wereldhandelsorganisatie gesloten overeenkomsten

Afdeling 2.1.1. Toepassingsbereik

§ 2.1.1.1. Toepassingsbereik overheidsopdrachten

Artikel 2.1

Het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet is van toepassing op overheidsopdrachten voor werken waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 4, onderdeel a, van richtlijn 2014/24/EU genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

Artikel 2.2
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet is van toepassing op door de staat te plaatsen overheidsopdrachten voor leveringen en diensten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 4, onderdeel b, van richtlijn 2014/24/EU genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

2.

In afwijking van het eerste lid is, indien de overheidsopdracht op het gebied van defensie ligt en de levering van een product betreft dat niet is opgenomen in bijlage III van richtlijn 2014/24/EU, het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet van toepassing indien de geraamde waarde van die overheidsopdracht gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 4, onderdeel c, van richtlijn 2014/24/EU genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

Artikel 2.3

Het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en diensten door aanbestedende diensten, anders dan de staat, waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 4, onderdeel c, van richtlijn 2014/24/EU genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

Artikel 2.4

Vervallen

Artikel 2.5

Het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet is van toepassing op door de staat uit te schrijven prijsvragen waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 4, onderdeel b, van richtlijn 2014/24/EU genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

Artikel 2.6

Het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet is van toepassing op door aanbestedende diensten, anders dan de staat, uit te schrijven prijsvragen waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 4, onderdeel c, van richtlijn 2014/24/EU genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

Artikel 2.7
1.

Een wijziging van de bedragen, genoemd in artikel 4 van richtlijn 2014/24/EU gaat voor de toepassing van de artikelen 2.1 tot en met 2.6a gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.

2.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2.8
1.

Het bepaalde bij of krachtens deze wet voor aanbestedende diensten is tevens van toepassing op subsidie-ontvangers die overeenkomsten sluiten voor:

2.

Een wijziging van de bedragen, genoemd in artikel 13 van richtlijn 2014/24/EU gaat voor de toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluitvan de Europese Commissie in werking treedt.

3.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 2.9

Een subsidie-ontvanger als bedoeld in het artikel 2.8, eerste lid, verstrekt een overheidsopdracht als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet.

Artikel 2.10
1.

Een aanbestedende dienst vermeldt in de aankondiging van de overheidsopdracht of inschrijvingen kunnen worden ingediend voor een of meer percelen.

2.

Indien meerdere percelen aan dezelfde inschrijver kunnen worden gegund, kan een aanbestedende dienst een overheidsopdracht gunnen voor een combinatie van percelen of voor alle percelen, mits hij in de aankondiging van de overheidsopdracht:

3.

Onverminderd het eerste lid kan een aanbestedende dienst het aantal aan één inschrijver te gunnen percelen beperken, mits het maximum aantal percelen per inschrijver in de aankondiging van de overheidsopdracht is vermeld.

4.

In een geval als bedoeld in het derde lid vermeldt een aanbestedende dienst in de aanbestedingsstukken de objectieve en niet-discriminerende regels die hij zal toepassen om te bepalen welke percelen zullen worden gegund indien de toepassing van de gunningscriteria zou leiden tot de gunning van meer percelen dan het maximum aantal aan dezelfde inschrijver.

Artikel 2.11
1.

Een aanbestedende dienst kan leveringen of diensten inkopen van een aankoopcentrale, mits de aankoopcentrale het bij of krachtens deel 2 van deze wet voor aanbestedende diensten bepaalde met betrekking tot die overheidsopdracht naleeft.

2.

Een aanbestedende dienst kan werken, leveringen of diensten verkrijgen:

3.

In de in het eerste en tweede lid bedoelde gevallen heeft de desbetreffende aanbestedende dienst voldaan aan de voor hem geldende verplichtingen op grond van deel 2 van deze wet.

4.

Onverminderd het derde lid is een aanbestedende dienst verantwoordelijk voor de nakoming van de verplichtingen op grond van deel 2 van deze wet voor de delen die hij zelf verricht, zoals:

5.

Een aanbestedende dienst kan een overheidsopdracht voor diensten betreffende een gecentraliseerde aankoopactiviteit, met inbegrip van een aanvullende aankoopactiviteit, aan een aankoopcentrale gunnen zonder toepassing van de procedures bij of krachtens deel 2 van deze wet.

6.

Indien een door een aankoopcentrale geëxploiteerd dynamisch aankoopsysteem door andere aanbestedende diensten mag worden gebruikt, wordt dit vermeld in de aankondiging voor de instelling van het dynamisch aankoopsysteem.

7.

Voor alle aanbestedingsprocedures van een aankoopcentrale worden elektronische middelen gebruikt.

§ 2.1.1.2. Afbakening overheidsopdrachten en speciale sectoropdrachten

Artikel 2.12
1.

Indien ten aanzien van een opdracht of een prijsvraag zowel het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet voor overheidsopdrachten onderscheidenlijk door aanbestedende diensten uitgeschreven prijsvragen van toepassing is als het bij of krachtens deel 3 bepaalde voor speciale-sectoropdrachten onderscheidenlijk door speciale-sectorbedrijven uitgeschreven prijsvragen, is het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet voor overheidsopdrachten dan wel door aanbestedende diensten uitgeschreven prijsvragen niet van toepassing op de desbetreffende opdracht of prijsvraag.

2.

In afwijking van de artikelen 2.1 tot en met 2.6a is het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet niet van toepassing op opdrachten van een aanbestedende dienst die op grond van de artikelen 3.21, 3.23, 3.29 of 3.30 zijn uitgezonderd van de toepasselijkheid van deel 3.

3.

In afwijking van de artikelen 2.1 tot en met 2.6a is het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet niet van toepassing op overheidsopdrachten, gegund door een aanbestedende dienst die postdiensten verleent waarop deel 3 van toepassing is, voor de uitvoering van:

Afdeling 2.1.2. Raming van de waarde

§ 2.1.1.1a. Aankoopcentrales en gezamenlijke aanbestedingen

Artikel 2.13

De aanbestedende dienst raamt de waarde van de voorgenomen overheidsopdracht of prijsvraag of het voorgenomen dynamisch aankoopsysteem of innovatiepartnerschap overeenkomstig de artikelen 2.14 tot en met 2.22.

Artikel 2.14
1.

De aanbestedende dienst splitst de voorgenomen overheidsopdracht of prijsvraag of het voorgenomen dynamisch aankoopsysteem of innovatiepartnerschap niet met het oogmerk om zich te onttrekken aan de toepassing van deze wet.

2.

De aanbestedende dienst maakt de keuze van de methode van berekening van de geraamde waarde niet met het oogmerk om zich aan de toepassing van deze wet te onttrekken.

§ 2.1.2.2. De raming van overheidsopdrachten

Artikel 2.15
1.

De waarde van een overheidsopdracht wordt geraamd naar de waarde op het tijdstip van verzending van de aankondiging van die overheidsopdracht of, indien niet in een aankondiging is voorzien, naar de waarde op het tijdstip waarop de procedure voor de gunning door de aanbestedende dienst wordt ingeleid.

2.

De aanbestedende dienst baseert de berekening van de geraamde waarde van een overheidsopdracht op het totale bedrag, exclusief omzetbelasting, met inbegrip van opties en verlengingen van het contract zoals uitdrukkelijk vermeld in de aanbestedingsstukken.

3.

De aanbestedende dienst gaat bij de berekening van de waarde van een raamovereenkomst uit van de geraamde waarde van alle voor de duur van de raamovereenkomst voorgenomen overheidsopdrachten.

Artikel 2.16

Bij de raming van de waarde van een overheidsopdracht voor werken houdt de aanbestedende dienst rekening met de waarde van de werken en met de geraamde totale waarde van de voor de uitvoering van die werken noodzakelijke leveringen en diensten die door de aanbestedende dienst ter beschikking van de aannemer worden gesteld.

Artikel 2.17

De aanbestedende dienst raamt de waarde van een overheidsopdracht voor diensten:

Artikel 2.18
1.

Indien een voorgenomen werk of een voorgenomen aankoop van diensten kan leiden tot overheidsopdrachten die in afzonderlijke percelen worden geplaatst, neemt de aanbestedende dienst de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag.

2.

Indien de samengestelde waarde van de percelen, bedoeld in het eerste lid, gelijk is aan of groter is dan het in de artikelen 2.1, 2.2, 2.3 of 2.6a bedoelde bedrag, is het bij of krachtens deel 2 van deze wet bepaalde van toepassing op de plaatsing van elk perceel.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing op:

mits de totale geraamde waarde van de onder a of b bedoelde percelen gezamenlijk niet meer bedraagt dan 20% van de totale waarde van alle percelen.

Artikel 2.19
1.

Indien een voorgenomen verkrijging van homogene leveringen kan leiden tot overheidsopdrachten die in afzonderlijke percelen worden geplaatst, neemt de aanbestedende dienst de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag voor de raming.

2.

Indien de samengestelde waarde van de percelen, bedoeld in het eerste lid, gelijk is aan of groter is dan het in de artikelen 2.2 of 2.3 bedoelde bedrag, is het bij of krachtens deel 2 van deze wet bepaalde van toepassing op de plaatsing van elk perceel.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing op percelen waarvan de geraamde waarde niet meer bedraagt dan € 80 000, exclusief omzetbelasting, mits de totale geraamde waarde van die percelen gezamenlijk niet meer bedraagt dan 20% van de totale waarde van alle percelen.

Artikel 2.20

De aanbestedende dienst raamt de waarde van overheidsopdrachten voor leveringen die betrekking hebben op leasing, huur of huurkoop van producten op de volgende grondslag:

Artikel 2.21

De aanbestedende dienst raamt de waarde van overheidsopdrachten voor leveringen of voor diensten die met een zekere regelmaat worden verricht of die de aanbestedende dienst gedurende een bepaalde periode wil hernieuwen, op de volgende grondslag:

§ 2.1.2.3. De raming van concessieovereenkomsten voor openbare werken, dynamisch aankoopsystemen en prijsvragen

Artikel 2.22
1.

De artikelen 2.15 tot en met 2.21 zijn van overeenkomstige toepassing op de raming van de waarde van een dynamisch aankoopsysteem een innovatiepartnerschap of een uit te reiken prijs.

2.

In aanvulling op het eerste lid:

Afdeling 2.1.3. Uitgezonderde overheidsopdrachten, concessieovereenkomsten voor openbare werken en prijsvragen

Artikel 2.23
1.

In afwijking van de artikelen 2.1 tot en met 2.6a is het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet niet van toepassing op overheidsopdrachten en prijsvragen:

2.

Voor de toepassing van het eerste lid, onder d, wordt onder civiele aankopen verstaan, opdrachten die:

3.

Een aanbestedende dienst brengt een internationale overeenkomst of afspraak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, en een juridisch instrument als bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, ter kennis van de Europese Commissie.

4.

Indien een overheidsopdracht of prijsvraag voor het grootste deel door een internationale organisatie of een internationale financiële instelling wordt gefinancierd, komen de partijen overeen welke procedure wordt toegepast.

Artikel 2.24

In afwijking van de artikelen 2.1 tot en met 2.6a is het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet niet van toepassing op overheidsopdrachten voor diensten:

Hoofdstuk 2.2. Procedures voor het plaatsen van opdrachten voor aanbestedende diensten

Afdeling 2.2.1. Openbare en niet-openbare procedure

Artikel 2.25

De aanbestedende dienst past voor het plaatsen van een overheidsopdracht één van de procedures in deze afdeling, al dan niet na marktconsultatie toe.

Artikel 2.26

De aanbestedende dienst die de openbare procedure toepast doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

Artikel 2.27

De aanbestedende dienst die de niet-openbare procedure toepast doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

Afdeling 2.2.2. Uitzonderingen op de toepassing van de openbare en de niet-openbare procedure

§ 2.1.2.3. De raming van dynamische aankoopsystemen, innovatiepartnerschappen en prijsvragen

Artikel 2.28
1.

De aanbestedende dienst kan in de volgende gevallen de procedure van de concurrentiegerichte dialoog toepassen:

2.

In gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, hoeft de aanbestedende dienst geen aankondiging van de overheidsopdracht bekend te maken, indien de aanbestedende dienst tot de procedure uitsluitend alle inschrijvers toelaat die:

mits de oorspronkelijke voorwaarden voor de overheidsopdracht niet wezenlijk worden gewijzigd.

3.

Onregelmatige inschrijvingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, zijn in ieder geval inschrijvingen:

4.

Onaanvaardbare inschrijvingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, zijn in ieder geval inschrijvingen:

Artikel 2.29

De aanbestedende dienst die de procedure van de concurrentiegerichte dialoog toepast doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

§ 2.2.2.2. Onderhandelingsprocedure met aankondiging

Artikel 2.30
1.

De aanbestedende dienst kan in de in artikel 2.28, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde gevallen de mededingingsprocedure met onderhandeling toepassen.

2.

Indien de mededingingsprocedure met onderhandeling wordt toegepast in een geval als bedoeld in artikel 2.28, eerste lid, onderdeel b, is het tweede, derde en vierde lid van dat artikel van toepassing.

Artikel 2.31

De aanbestedende dienst die de mededingingsprocedure met onderhandeling toepast doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

§ 2.2.2.3. Onderhandelingsprocedure zonder aankondiging

Artikel 2.32
1.

De aanbestedende dienst kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen indien:

2.

Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt:

3.

Het eerste lid, onderdeel b, onder 2° en 3° is uitsluitend van toepassing indien er geen redelijk alternatief of substituut bestaat en het ontbreken van mededinging niet het gevolg is van een kunstmatige beperking van de voorwaarden van de aanbesteding.

Artikel 2.33

De aanbestedende dienst kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen:

Artikel 2.34

De aanbestedende dienst kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen voor een overheidsopdracht voor diensten indien die overheidsopdracht voortvloeit uit een procedure van het uitschrijven van een prijsvraag en volgens de toepasselijke voorschriften aan de winnaar of aan een van de winnaars van die prijsvraag dient te worden gegund en de aanbestedende dienst alle winnaars van de prijsvraag tot de onderhandelingen uitnodigt.

Artikel 2.35

Vervallen

Artikel 2.36

De aanbestedende dienst kan voor nieuwe werken of diensten tot drie jaar volgend op de gunning van de oorspronkelijke overheidsopdracht de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen, voor zover die werken of diensten bestaan uit herhaling van soortgelijke werken of diensten die door dezelfde aanbestedende diensten worden toevertrouwd aan de ondernemer waaraan de oorspronkelijke overheidsopdracht werd gegund en:

Artikel 2.37

De aanbestedende dienst die de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepast doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

§ 2.2.2.4. Bijzondere voorschriften betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten voor B-diensten

Artikel 2.38
1.

De aanbestedende dienst kan voor sociale en andere specifieke diensten als bedoeld in bijlage XIV van richtlijn 2014/24/EU de procedure voor sociale en andere specifieke diensten toepassen.

2.

Voor overheidsopdrachten betreffende diensten voor gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening zoals opgenomen in bijlage XIV van richtlijn 2014/24/EU, wordt de procedure voor sociale en andere specifieke diensten toegepast, tenzij de aanbestedende dienst anders beslist.

Artikel 2.39
1.

De aanbestedende dienst die de procedure voor sociale en andere specifieke diensten toepast doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

2.

Bij toepassing van de procedure voor sociale en andere specifieke diensten zijn uitsluitend de paragrafen 2.3.1.2, 2.3.2.1, 2.3.2.2 en 2.3.3.1 en paragraaf 2.3.8.9 van hoofdstuk 2.3 van toepassing.

3.

Aanbestedende diensten die uitsluitingsgronden of geschiktheidseisen stellen, verlangen van een ondernemer dat hij bij zijn verzoek tot deelneming of zijn inschrijving met gebruikmaking van het daartoe vastgestelde model een eigen verklaring indient en geven daarbij aan welke gegevens en inlichtingen in de eigen verklaring moeten worden verstrekt. Afdeling 2.3.4 is van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 2.2.3. Bijzondere procedures

§ 2.2.3.1. Procedure voor een concessieovereenkomst voor openbare werken

Artikel 2.40

Vervallen

Artikel 2.41

Vervallen

§ 2.2.3.2. Procedure van een prijsvraag

Artikel 2.42

Een aanbestedende dienst past voor het uitschrijven van een prijsvraag de procedure van een prijsvraag toe.

Artikel 2.43
1.

De aanbestedende dienst die de procedure van een prijsvraag toepast, doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

2.

De in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde jury:

3.

De aanbestedende dienst maakt het oordeel van de jury bekend, voor zover deze tot een oordeel is gekomen, en maakt de resultaten van de prijsvraag bekend.

§ 2.2.3.3. Procedure voor het sluiten van een raamovereenkomst

Artikel 2.44

Een aanbestedende dienst die een raamovereenkomst wil sluiten, past daartoe een van de volgende procedures toe:

Artikel 2.45
1.

Een aanbestedende dienst die een overheidsopdracht wil plaatsen met gebruikmaking van een raamovereenkomst die hij gesloten heeft met een enkele ondernemer, past de procedure voor het gunnen van een overheidsopdracht via een raamovereenkomst met een enkele ondernemer toe, indien deze raamovereenkomst overeenkomstig artikel 2.44 is gesloten.

2.

In het in het eerste lid bedoelde geval gunt de aanbestedende dienst de opdracht op basis van de in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden.

Artikel 2.46

Een aanbestedende dienst die een overheidsopdracht wil plaatsen met gebruikmaking van een raamovereenkomst die hij gesloten heeft met meer dan één ondernemer, past de procedure voor het gunnen van een overheidsopdracht door middel van een raamovereenkomst met meer dan één ondernemer toe, indien deze raamovereenkomst overeenkomstig artikel 2.44 is gesloten.

Artikel 2.47
1.

In het in artikel 2.46 bedoelde geval past de aanbestedende dienst de voorwaarden van de raamovereenkomst toe, zonder de betrokken ondernemers opnieuw tot mededinging op te roepen.

2.

Indien niet alle voorwaarden in de raamovereenkomst zijn bepaald, doorloopt de aanbestedende dienst de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

§ 2.2.3.4. Procedure voor een dynamisch aankoopsysteem

Artikel 2.48
1.

Een aanbestedende dienst kan een dynamisch aankoopsysteem instellen voor het doen van gangbare aankopen van werken, leveringen of diensten, waarvan de kenmerken wegens de algemene beschikbaarheid op de markt voldoen aan zijn behoeften.

2.

De aanbestedende dienst past daartoe de niet-openbare procedure toe, met uitzondering van de fase van inschrijving.

Artikel 2.49

Een aanbestedende dienst die een dynamisch aankoopsysteem instelt doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

Artikel 2.50

De aanbestedende dienst die een overheidsopdracht wil plaatsen binnen een dynamisch aankoopsysteem:

Artikel 2.51
1.

Indien een gegadigde, een inschrijver of een met een gegadigde of inschrijver verbonden onderneming een aanbestedende dienst heeft geadviseerd of anderszins betrokken is geweest bij de voorbereiding van een aanbestedingsprocedure, neemt de aanbestedende dienst passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de mededinging niet wordt vervalst door de deelneming van die gegadigde of inschrijver.

2.

Passende maatregelen als bedoeld in het eerste lid omvatten:

3.

Een aanbestedende dienst sluit een gegadigde of inschrijver die betrokken is geweest bij de voorbereiding van een aanbestedingsprocedure slechts van de aanbestedingsprocedure uit indien er geen andere middelen zijn om de naleving van het beginsel van gelijke behandeling te verzekeren.

4.

Een aanbestedende dienst biedt een bij de voorbereiding van een aanbestedingsprocedure betrokken gegadigde of inschrijver de gelegenheid om te bewijzen dat zijn betrokkenheid de mededinging niet kan verstoren, alvorens hij de gegadigde of inschrijver van de aanbestedingsprocedure uitsluit.

5.

Maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden vermeld in het proces-verbaal, bedoeld in artikel 2.132.

Hoofdstuk 2.3. Regels inzake aankondiging, uitsluiting, selectie en gunning

Afdeling 2.3.1. Algemeen

§ 2.3.1.1. Ondernemers

Artikel 2.52
1.

Een aanbestedende dienst wijst gegadigden of inschrijvers die krachtens de wetgeving van de lidstaat waarin zij zijn gevestigd, gerechtigd zijn de desbetreffende verrichting uit te voeren, niet af louter op grond van het feit dat zij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon zijn.

2.

Een aanbestedende dienst kan voor overheidsopdrachten voor diensten, voor overheidsopdrachten voor werken en voor overheidsopdrachten voor leveringen die bijkomende diensten of installatiewerkzaamheden inhouden, van een rechtspersoon verlangen dat deze in de inschrijving of in het verzoek tot deelneming de namen en de beroepskwalificaties vermeldt van de personen die met de uitvoering van de opdracht worden belast.

3.

Een samenwerkingsverband van ondernemers kan zich inschrijven of zich als gegadigde opgeven.

4.

Een aanbestedende dienst verlangt voor het indienen van een inschrijving of een verzoek tot deelneming van een samenwerkingsverband van ondernemers niet dat het samenwerkingsverband van ondernemers een bepaalde rechtsvorm heeft.

5.

Een aanbestedende dienst kan bepalen op welke wijze een samenwerkingsverband aan de eisen van economische en financiële draagkracht en technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid, bedoeld in artikel 2.90, tweede lid, onderdelen a en b, dient te voldoen, mits deze eisen op objectieve gronden berusten en proportioneel zijn.

6.

Een aanbestedende dienst kan aan een samenwerkingsverband andere eisen dan aan individuele deelnemers stellen wat betreft de uitvoering van een overheidsopdracht, mits deze eisen op objectieve gronden berusten en proportioneel zijn.

7.

Een aanbestedende dienst kan van een samenwerkingsverband waaraan de overheidsopdracht wordt gegund, eisen dat het een bepaalde rechtsvorm aanneemt, indien dit voor de goede uitvoering van de overheidsopdracht noodzakelijk is.

§ 2.3.1.2. Communicatie en inlichtingen

Artikel 2.53
1.

Een ondernemer kan inlichtingen vragen over een specifieke aanbesteding.

2.

De aanbestedende dienst beantwoordt de gestelde vragen in een nota van inlichtingen, die hij aan alle gegadigden of inschrijvers verzendt.

3.

Een ondernemer kan de aanbestedende dienst verzoeken om bepaalde informatie niet in de nota van inlichtingen op te nemen indien openbaarmaking van deze informatie schade zou toebrengen aan de gerechtvaardigde economische belangen van de onderneming.

Artikel 2.54
1.

Een aanbestedende dienst verstrekt nadere inlichtingen over de aanbestedingsstukken uiterlijk tien dagen voor de uiterste datum voor het indienen van de inschrijvingen, mits het verzoek om inlichtingen tijdig voor de uiterste datum voor het indienen van de inschrijvingen is gedaan.

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de in dat lid bedoelde termijn in geval van toepassing van de openbare procedure, niet-openbare procedure of mededingingsprocedure met onderhandeling, waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 2.74, vier dagen.

Artikel 2.55

Een aanbestedende dienst kan een ondernemer vragen om zijn inschrijving of verzoek om deelneming nader toe te lichten of aan te vullen, met inachtneming van de artikelen 2.84, 2.85 en 2.102.

Artikel 2.56
1.

De aanbestedende dienst documenteert het verloop van een aanbestedingsprocedure, opdat de aanbestedende dienst de genomen beslissingen in alle stadia van die procedure kan motiveren.

2.

De in het eerste lid bedoelde gegevens worden gedurende ten minste drie jaar na de datum van gunning van de overheidsopdracht bewaard.

Artikel 2.57
1.

Onverminderd het in deze wet bepaalde maakt een aanbestedende dienst informatie die hem door een ondernemer als vertrouwelijk is verstrekt niet openbaar.

2.

Onverminderd het in deze wet bepaalde maakt een aanbestedende dienst geen informatie openbaar uit aanbestedingsstukken of andere documenten die de dienst heeft opgesteld in verband met een aanbestedingsprocedure, indien die informatie kan worden gebruikt om de mededinging te vervalsen.

Afdeling 2.3.2. Aankondigingen

§ 2.3.2.1. Vooraankondiging

Artikel 2.58

Een aanbestedende dienst kan zijn voornemen met betrekking tot een voorgenomen overheidsopdracht bekend maken door een vooraankondiging.

Artikel 2.59
1.

De bekendmaking van de vooraankondiging geschiedt langs elektronische weg, met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

2.

De aanbestedende dienst gebruikt voor de bekendmaking van de vooraankondiging het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

Artikel 2.60
1.

Een aanbestedende dienst maakt de vooraankondiging of de inhoud ervan niet eerder op een andere wijze bekend dan nadat hij een bevestiging van de bekendmaking van de Europese Commissie heeft ontvangen.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de aanbestedende dienst de vooraankondiging of de inhoud ervan bekendmaken indien hij niet binnen 48 uur na ontvangst van de bevestiging van ontvangst van de vooraankondiging van de Europese Commissie een bevestiging van de bekendmaking van de Europese Commissie heeft ontvangen.

3.

Indien de aanbestedende dienst de vooraankondiging ook op een andere wijze dan met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen bekend maakt, bevat die vooraankondiging geen andere informatie dan die welke aan de Europese Commissie is gezonden of via het kopersprofiel is bekendgemaakt en bevat deze in ieder geval de datum van toezending aan de Europese Commissie dan wel de datum van de bekendmaking op het kopersprofiel.

Artikel 2.61
1.

In afwijking van artikel 2.60 kan de aanbestedende dienst de vooraankondiging ook bekend maken op zijn kopersprofiel.

2.

In een geval als bedoeld in het eerste lid bevat de vooraankondiging de informatie die is opgenomen in de kennisgeving, bedoeld in het vierde lid.

3.

Een kopersprofiel als bedoeld in het eerste lid is langs elektronische weg toegankelijk en kan informatie bevatten inzake vooraankondigingen, lopende aanbestedingsprocedures, voorgenomen aankopen, gegunde overheidsopdrachten, geannuleerde procedures en nuttige algemene informatie, zoals een contactpunt, een telefoon- en faxnummer, een postadres en een e-mailadres.

4.

In het in het eerste lid bedoelde geval zendt de aanbestedende dienst een kennisgeving van de vooraankondiging langs elektronische weg met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen toe aan de Europese Commissie.

5.

De in het vierde lid bedoelde kennisgeving geschiedt door middel van het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

6.

Een aanbestedende dienst maakt de vooraankondiging op zijn kopersprofiel niet eerder bekend dan nadat de kennisgeving van die bekendmaking aan de Europese Commissie is verzonden.

7.

De vooraankondiging op het kopersprofiel bevat de datum van de kennisgeving, bedoeld in het vijfde lid.

§ 2.3.2.2. Aankondiging

Artikel 2.62
1.

De aanbestedende dienst die voornemens is een overheidsopdracht te gunnen maakt hiertoe een aankondiging van de overheidsopdracht bekend.

2.

De bekendmaking van de aankondiging geschiedt langs elektronische weg met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

3.

De aanbestedende dienst gebruikt voor de bekendmaking van de aankondiging het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

4.

Het eerste lid is niet van toepassing indien:

Artikel 2.63

De aanbestedende dienst vermeldt in de aankondiging de voorwaarden voor deelneming en geeft aan welke bewijsmiddelen met betrekking tot de financiële en economische draagkracht en de technische bekwaamheid en de beroepsbekwaamheid hij van de ondernemer verlangt.

Artikel 2.64

De aanbestedende dienst kan met behulp van de bevestiging van ontvangst van de bekendmaking van de Europese Commissie aantonen dat hij een aankondiging heeft bekendgemaakt.

Artikel 2.65
1.

De aanbestedende dienst maakt de aankondiging of de inhoud ervan niet eerder op een andere wijze bekend dan nadat hij een bevestiging van de bekendmaking van de Europese Commissie heeft ontvangen.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de aanbestedende dienst de aankondiging of de inhoud ervan bekendmaken indien hij niet binnen 48 uur na ontvangst van de bevestiging van ontvangst van de aankondiging van de Europese Commissie een bevestiging van de bekendmaking van de Europese Commissie heeft ontvangen.

3.

Indien de aanbestedende dienst de aankondiging ook op een andere wijze dan met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen bekend maakt, bevat die aankondiging geen andere informatie dan die welke aan de Europese Commissie is gezonden of via het kopersprofiel is bekendgemaakt en bevat deze in ieder geval de datum van toezending aan de Europese Commissie dan wel de datum van de bekendmaking op het kopersprofiel.

Artikel 2.66
1.

De aanbestedende dienst biedt met elektronische middelen kosteloze, rechtstreekse en volledige toegang tot de aanbestedingsstukken vanaf de datum van bekendmaking van de aankondiging.

2.

De aanbestedende dienst vermeldt in de aankondiging het internetadres waar de aanbestedingsstukken toegankelijk zijn.

3.

Indien de aanbestedende dienst in afwijking van het eerste lid geen kosteloze, rechtstreekse en volledige toegang tot de aanbestedingsstukken langs elektronische weg biedt in een geval als bedoeld in artikel 2.52a, tweede lid, kan de aanbestedende dienst in de aankondiging aangeven dat de aanbestedingsstukken zullen worden toegezonden met andere dan elektronische middelen overeenkomstig artikel 2.52a, vierde lid.

4.

Indien de aanbestedende dienst in afwijking van het eerste lid geen kosteloze, rechtstreekse en volledige toegang tot bepaalde aanbestedingsstukken langs elektronische weg biedt omdat hij voornemens is artikel 2.57a toe te passen, vermeldt de aanbestedende dienst in de aankondiging welke eisen hij ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie stelt en hoe toegang kan worden verkregen tot de betrokken documenten.

5.

In een geval als bedoeld in het derde of vierde lid stelt de aanbestedende dienst de aanbestedingsstukken op enigerlei wijze kosteloos ter beschikking.

6.

Indien de aanbestedende dienst de aanbestedingsstukken voor de overheidsopdracht ook op andere wijze dan ter uitvoering van het eerste of vijfde lid beschikbaar stelt, kan de aanbestedende dienst de kosten voor die wijze van verstrekking in rekening brengen bij degenen die om die andere wijze van verstrekking van de aanbestedingsstukken hebben gevraagd.

Artikel 2.67
1.

De aanbestedende dienst kan een rectificatie van een eerder gedane aankondiging bekendmaken.

2.

De bekendmaking van de rectificatie geschiedt langs elektronische weg met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

3.

De aanbestedende dienst gebruikt voor de bekendmaking van de rectificatie het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

Artikel 2.68

Vervallen

Artikel 2.69

Vervallen

§ 2.3.2.3. Termijnen

Artikel 2.70

De aanbestedende dienst stelt de termijn voor het indienen van verzoeken tot deelneming of inschrijvingen vast met inachtneming van het voorwerp van de opdracht, de voor de voorbereiding van het verzoek of de inschrijving benodigde tijd en de in deze paragraaf gestelde regels omtrent termijnen.

Artikel 2.71
1.

Voor openbare procedures bedraagt de termijn voor het indienen van de inschrijvingen ten minste 45 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging.

2.

Voor niet-openbare procedures en mededingingsprocedures met onderhandeling bedraagt de termijn voor het indienen van de verzoeken tot deelneming ten minste 30 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de overheidsopdracht.

3.

Voor procedures van de concurrentiegerichte dialoog en procedures van het innovatiepartnerschap bedraagt de termijn voor het indienen van de verzoeken tot deelneming ten minste 30 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de overheidsopdracht.

4.

Voor niet-openbare procedures bedraagt de termijn voor het indienen van de inschrijvingen ten minste 40 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving en voor mededingingsprocedures met onderhandeling bedraagt de termijn voor het indienen van de eerste inschrijvingen eveneens ten minste 40 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.

5.

Indien de aanbestedende dienst een vooraankondiging als bedoeld in paragraaf 2.3.2.1 heeft gedaan, kan hij de termijn voor het indienen van de inschrijvingen, bedoeld in het eerste en vierde lid, inkorten tot 29 dagen, maar in geen geval tot minder dan 22 dagen.

6.

Het inkorten van de termijn, bedoeld in het vijfde lid, is uitsluitend toegestaan, indien de vooraankondiging alle informatie bevat die in de aankondiging van de overheidsopdracht, bedoeld in bijlage V, onderdeel B, afdeling I, van richtlijn 2014/24/EU, wordt verlangd, voor zover deze informatie beschikbaar is op het tijdstip dat de vooraankondiging wordt bekendgemaakt en mits deze vooraankondiging ten minste 52 dagen en ten hoogste 12 maanden voor de verzenddatum van de aankondiging van de overheidsopdracht ter bekendmaking is verzonden.

Artikel 2.72
1.

Een aanbestedende dienst verlengt de termijn voor het indienen van de inschrijvingen, bedoeld in artikel 2.71, eerste en vierde lid, met vijf dagen in de gevallen, bedoeld in artikel 2.66, derde en vierde lid.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing in een geval als bedoeld in artikel 2.74.

Artikel 2.73
1.

Een aanbestedende dienst verlengt de termijnen voor het indienen van de inschrijvingen zodanig dat alle betrokken ondernemers van alle nodige informatie voor de opstelling van de inschrijvingen kennis kunnen nemen, indien:

2.

In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, dient de duur van de verlenging in redelijke verhouding te staan tot het belang van de informatie of wijziging.

Artikel 2.74

In het geval van een urgente situatie, die door de aanbestedende dienst naar behoren is onderbouwd, waarin de in de artikel 2,71, eerste, tweede en vierde lid, bepaalde termijnen niet in acht kunnen worden genomen, kan een aanbestedende dienst de volgende termijnen vaststellen:

Afdeling 2.3.3. Bestek

§ 2.3.3.1. Technische specificaties

Artikel 2.75
1.

Een aanbestedende dienst neemt in de aanbestedingsstukken de technische specificaties op, waarin de door hem voor een werk, dienst of levering voorgeschreven kenmerken zijn opgenomen.

2.

De in het eerste lid bedoelde kenmerken houden verband met het voorwerp van de overheidsopdracht en zijn in verhouding tot de waarde en de doelstellingen van die opdracht.

3.

Voor de toepassing van het tweede lid geldt dat de bedoelde kenmerken verband houden met het voorwerp van de overheidsopdracht wanneer zij betrekking hebben op de in het kader van die overheidsopdracht te verrichten werken, leveringen of diensten, in alle opzichten en in elk stadium van hun levenscyclus, met inbegrip van factoren die te maken hebben met:

zelfs wanneer deze factoren geen deel uitmaken van hun materiële basis.

4.

Bij overheidsopdrachten waarvan het resultaat bedoeld is voor gebruik door natuurlijke personen, hetzij door het grote publiek, hetzij door het personeel van de aanbestedende dienst, houden de technische specificaties rekening met de criteria inzake de toegankelijkheid voor personen met een handicap of de geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers, met uitzondering van behoorlijk gemotiveerde gevallen.

5.

Indien bindende EU-rechtshandelingen zijn vastgesteld met criteria inzake de toegankelijkheid voor personen met een handicap of inzake de geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers, verwijzen de technische specificaties hiernaar.

6.

De technische specificaties bieden de inschrijvers gelijke toegang en leiden niet tot ongerechtvaardigde belemmeringen in de openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging.

Artikel 2.76
1.

Een aanbestedende dienst formuleert de technische specificaties:

2.

Een aanbestedende dienst doet een verwijzing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vergezeld gaan van de woorden «of gelijkwaardig».

3.

Een aanbestedende dienst verwijst in de technische specificaties niet naar een bepaald fabrikaat, een bepaalde herkomst of een bijzondere werkwijze die kenmerkend is voor de producten of diensten van een bepaalde ondernemer, een merk, een octrooi of een type, een bepaalde oorsprong of een bepaalde productie, waardoor bepaalde ondernemingen of bepaalde producten worden bevoordeeld of uitgesloten, tenzij dit door het voorwerp van de overheidsopdracht gerechtvaardigd is.

4.

Een aanbestedende dienst kan de melding of verwijzing, bedoeld in het derde lid, opnemen in de technische specificatie indien:

Artikel 2.77
1.

Een aanbestedende dienst die verwijst naar de specificaties, bedoeld in artikel 2.76, eerste lid, onderdeel a, wijst een inschrijving niet af omdat de aangeboden werken, leveringen of diensten niet voldoen aan de specificaties waarnaar hij heeft verwezen, indien de inschrijver in zijn inschrijving met elk passend middel, waaronder de bewijsmiddelen, bedoeld in artikel 2.78b, aantoont dat de door hem voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze voldoen aan de eisen in die technische specificaties.

2.

Een aanbestedende dienst die prestatie-eisen of functionele eisen stelt als bedoeld in artikel 2.76, eerste lid, onderdeel b, wijst een inschrijving voor werken, leveringen of diensten niet af indien die inschrijving voldoet:

indien de in onderdelen a tot en met e bedoelde specificaties betrekking hebben op de prestatie-eisen of functionele eisen die de aanbestedende dienst heeft voorgeschreven.

Artikel 2.78

Een inschrijver bewijst in zijn inschrijving met elk passend middel, waaronder de bewijsmiddelen, bedoeld in artikel 2.78b, dat de levering, de dienst of het werk in overeenstemming is met de norm en voldoet aan de functionele en prestatie-eisen van de aanbestedende dienst.

§ 2.3.3.2. Onderaanneming

Artikel 2.79
1.

De aanbestedende dienst kan in de aanbestedingsstukken bepalen dat een inschrijver in zijn inschrijving aangeeft welk gedeelte van de overheidsopdracht hij voornemens is aan derden in onderaanneming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt.

2.

In het geval van overheidsopdrachten voor werken en in het geval van overheidsopdrachten voor diensten die ter plaatse onder rechtstreeks toezicht van de aanbestedende dienst moeten worden verleend, verlangt een aanbestedende dienst van de hoofdaannemer dat hij hem na de gunning van de overheidsopdracht en ten laatste wanneer met de uitvoering van die opdracht wordt begonnen, de volgende gegevens verstrekt voor zover deze op dat moment bekend zijn:

van zijn onderaannemers die bij de uitvoering van de werken of het verrichten van de diensten betrokken zijn.

3.

Een aanbestedende dienst verlangt van de hoofdaannemer dat hij hem in kennis stelt van:

4.

Een aanbestedende dienst kan de verplichtingen, bedoeld in het tweede en derde lid, uitbreiden tot:

5.

Indien een aanbestedende dienst wil controleren of een grond voor uitsluiting als bedoeld in de artikelen 2.86 of 2.87 van een onderaannemer bestaat:

§ 2.3.3.3. Bijzondere voorwaarden

Artikel 2.80
1.

Een aanbestedende dienst kan bijzondere voorwaarden verbinden aan de uitvoering van een overheidsopdracht, mits dergelijke voorwaarden verband houden met het voorwerp van de opdracht en in de aankondiging of de aanbestedingsstukken vermeld zijn. De voorwaarden waaronder de overheidsopdracht wordt uitgevoerd, kunnen verband houden met economische, innovatiegerelateerde, arbeidsgerelateerde, sociale of milieuoverwegingen.

2.

Artikel 2.115, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op bijzondere voorwaarden, verbonden aan de uitvoering van een overheidsopdracht.

Artikel 2.81
1.

In de aanbestedingsstukken geeft een aanbestedende dienst aan bij welk orgaan de gegadigden of inschrijvers informatie kunnen verkrijgen over verplichtingen omtrent de bepalingen inzake belastingen, milieubescherming, arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden in Nederland of, indien de verrichtingen buiten Nederland worden uitgevoerd, die gelden in het gebied of de plaats waar de verrichtingen worden uitgevoerd en die gedurende de uitvoering van de overheidsopdracht op die verrichtingen van toepassing zullen zijn.

2.

Een aanbestedende dienst verzoekt de inschrijvers of de gegadigden aan te geven dat zij bij het opstellen van hun inschrijving rekening hebben gehouden met de verplichtingen op het gebied van het milieu-, sociaal en arbeidsrecht uit hoofde van het recht van de Europese Unie, nationale recht of collectieve arbeidsovereenkomsten of uit hoofde van de in bijlage X van richtlijn 2014/24/EU vermelde bepalingen van internationaal milieu-, sociaal en arbeidsrecht.

§ 2.3.3.4. Voorbehouden opdracht

Artikel 2.82
1.

De aanbestedende dienst kan de deelneming aan een procedure voor de gunning van een overheidsopdracht voorbehouden aan sociale werkplaatsen en aan ondernemers die de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapten of kansarmen tot hoofddoel hebben, of de uitvoering ervan voorbehouden in het kader van programma’s voor beschermde arbeid, mits ten minste 30% van de werknemers van deze werkplaatsen, ondernemingen of programma’s gehandicapte of kansarme werknemers zijn.

2.

De aankondiging van de opdracht vermeldt een voorbehoud als bedoeld in het eerste lid.

§ 2.3.3.5. Varianten

Artikel 2.83
1.

Een aanbestedende dienst kan de inschrijvers toestaan varianten voor te stellen of van hen verlangen varianten in te dienen.

2.

Een aanbestedende dienst vermeldt in de aankondiging van de overheidsopdracht of hij varianten toestaat of verlangt. Een aanbestedende dienst staat alleen varianten toe indien hij in de aankondiging heeft vermeld dat deze zijn toegestaan of worden verlangd.

3.

Een aanbestedende dienst die varianten toestaat of verlangt, vermeldt in de aanbestedingsstukken aan welke eisen deze varianten ten minste voldoen, hoe zij worden ingediend en of varianten uitsluitend kunnen worden ingediend wanneer ook een inschrijving die geen variant is, is ingediend.

4.

Een aanbestedende dienst waarborgt dat de gekozen gunningscriteria kunnen worden toegepast op varianten die aan de gestelde eisen voldoen en op conforme inschrijvingen die geen varianten zijn.

5.

Varianten zijn verbonden met het voorwerp van de opdracht.

6.

Een aanbestedende dienst past de gekozen gunningscriteria toe op varianten die aan de gestelde eisen voldoen en op conforme inschrijvingen die geen varianten zijn.

7.

Een aanbestedende dienst neemt uitsluitend de varianten in overweging die aan de gestelde eisen voldoen.

8.

Bij procedures voor het gunnen van overheidsopdrachten voor leveringen of overheidsopdrachten voor diensten wijst een aanbestedende dienst die varianten heeft toegestaan of verlangd, een variant niet af uitsluitend omdat deze variant, indien deze werd gekozen, veeleer tot een overheidsopdracht voor diensten dan tot een overheidsopdracht voor leveringen, dan wel veeleer tot een overheidsopdracht voor leveringen dan tot een overheidsopdracht voor diensten zou leiden.

Afdeling 2.3.4. Eigen verklaring

Artikel 2.84
1.

Een eigen verklaring is een verklaring van een ondernemer waarin deze aangeeft:

2.

De gegevens en inlichtingen die in een verklaring kunnen worden verlangd en het model of de modellen van die verklaring worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld.

Artikel 2.85
1.

De aanbestedende dienst verlangt van een ondernemer dat hij bij zijn verzoek tot deelneming of zijn inschrijving met gebruikmaking van het daartoe vastgestelde model een eigen verklaring indient en geeft daarbij aan welke gegevens en inlichtingen in de eigen verklaring moeten worden verstrekt.

2.

De aanbestedende dienst verlangt niet dat een ondernemer bij zijn verzoek tot deelneming of zijn inschrijving gegevens en inlichtingen op andere wijze verstrekt, indien deze gegevens en inlichtingen in de eigen verklaring gevraagd kunnen worden.

3.

De aanbestedende dienst kan een ondernemer uitsluitend verzoeken bewijsstukken bij de door hem ingediende eigen verklaring te voegen die geen betrekking hebben op gegevens en inlichtingen die in de eigen verklaring gevraagd kunnen worden, tenzij het bewijsstukken betreft die genoemd zijn in artikel 2.93, eerste lid, onderdeel a, voor zover het de in dat onderdeel genoemde lijst betreft, of onderdeel b.

4.

Een ondernemer als bedoeld in het eerste lid kan een eerder gebruikte eigen verklaring indienen, mits hij bevestigt dat de daarin opgenomen gegevens nog steeds correct zijn.

Afdeling 2.3.5. Uitsluiting, geschiktheid en selectie

§ 2.3.5.1. Uitsluitingsgronden

Artikel 2.86
1.

Een aanbestedende dienst sluit een gegadigde of inschrijver jegens wie bij een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak een veroordeling als bedoeld in het tweede lid is uitgesproken die bij de aanbestedende dienst bekend is als gevolg van verificatie overeenkomstig de artikelen 2.101, 2.102 en 2.102a dan wel uit anderen hoofde, uit van deelneming aan een aanbestedingsprocedure.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid worden aangewezen veroordelingen ter zake van:

3.

Een aanbestedende dienst sluit een gegadigde of inschrijver tevens uit van deelneming aan een aanbestedingsprocedure indien jegens een persoon die lid is van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan of die daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft, een onherroepelijke veroordeling als bedoeld in het tweede lid is uitgesproken waarvan de aanbestedende dienst kennis heeft.

4.

Een aanbestedende dienst sluit een gegadigde of inschrijver voorts uit van deelneming aan een aanbestedingsprocedure indien de aanbestedende dienst ervan op de hoogte is dat bij onherroepelijke en bindende rechterlijke of administratieve beslissing overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar de gegadigde of de inschrijver is gevestigd of overeenkomstig nationale wettelijke bepalingen is vastgesteld dat de ondernemer niet voldoet aan zijn verplichtingen tot betaling van belastingen of sociale zekerheidspremies.

5.

Het vierde lid is niet van toepassing indien de gegadigde of inschrijver zijn verplichtingen is nagekomen door de verschuldigde belastingen of sociale zekerheidspremies te betalen, met inbegrip van lopende rente of boetes indien toepasselijk, of een bindende regeling tot betaling daarvan te treffen.

6.

Als veroordelingen als bedoeld in het tweede lid worden in ieder geval aangemerkt veroordelingen op grond van artikel 134a140, 140a, 177, 178, 225, 226, 227, 227a, 227b, 273f, 285, derde lid, 323a, 328ter, tweede lid, 420bis, 420ter of 420quater van het Wetboek van Strafrecht, of veroordelingen wegens overtreding van de in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde misdrijven, indien aan het bepaalde in dat artikel is voldaan.

7.

De aanbestedende dienst betrekt bij de toepassing van het eerste lid uitsluitend rechterlijke uitspraken die in de vijf jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving onherroepelijk zijn geworden.

Artikel 2.87
1.

De aanbestedende dienst kan een inschrijver of gegadigde uitsluiten van deelneming aan een aanbestedingsprocedure op de volgende gronden:

2.

De aanbestedende dienst betrekt bij de toepassing van:

3.

Artikel 2.86, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op het in het eerste lid, onderdeel j, bedoelde geval.

Artikel 2.88

De aanbestedende dienst kan afzien van toepassing van artikel 2.86 of artikel 2.87:

§ 2.3.5.2. Bewijsstukken uitsluitingsgronden

Artikel 2.89
1.

Een gegadigde of inschrijver kan door middel van een uittreksel uit het handelsregister, dat op het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving niet ouder is dan zes maanden, aantonen dat de uitsluitingsgrond van artikel 2.87, eerste lid, onderdeel b, op hem niet van toepassing is.

2.

Een gegadigde of inschrijver kan door middel van een gedragsverklaring aanbesteden, die op het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving niet ouder is dan twee jaar, aantonen dat de uitsluitingsgronden, bedoeld in de artikelen 2.86 en 2.87, eerste lid, onderdelen c en d, voor zover het een onherroepelijke veroordeling of een onherroepelijke beschikking wegens overtreding van mededingingsregels betreft, op hem niet van toepassing zijn.

3.

Een gegadigde of inschrijver kan door middel van een verklaring van de belastingdienst, die op het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving, niet ouder is dan zes maanden, aantonen dat de uitsluitingsgrond, bedoeld in artikel 2.86, vierde lid, of artikel 2.87, eerste lid, onderdeel j, niet op hem van toepassing is.

4.

Een aanbestedende dienst aan welke een gegadigde of inschrijvergegevens overlegt ten bewijze dat de uitsluitingsgronden, bedoeld in artikel 2.86 of artikel 2.87, niet op hem van toepassing zijn, aanvaardt ook gegevens en bescheiden uit een andere lidstaat, uit het land van herkomst van de gegadigde of inschrijver of het land waar de gegadigde of inschrijver is gevestigd, die een gelijkwaardig doel dienen of waaruit blijkt dat de uitsluitingsgrond niet op hem van toepassing is.

Afdeling 2.3.6. Geschiktheidseisen en selectiecriteria

§ 2.3.6.1. Geschiktheidseisen

Artikel 2.90
1.

Een aanbestedende dienst kan, na gebruik van de onlinedatabank van certificaten e-Certis, geschiktheidseisen stellen aan gegadigden en inschrijvers.

2.

De geschiktheidseisen, bedoeld in het eerste lid, kunnen betreffen:

3.

Indien de aanbestedende dienst geschiktheidseisen als bedoeld in het tweede lid, onder a, stelt, hebben deze eisen geen betrekking op de hoogte van de totale omzet en de omzet van de bedrijfsactiviteit die het voorwerp van de overheidsopdracht is, tenzij de aanbestedende dienst dit met zwaarwegende argumenten motiveert in de aanbestedingsstukken.

4.

De aanbestedende dienst stelt uitsluitend geschiktheidseisen die kunnen garanderen dat een gegadigde of inschrijver over de juridische capaciteiten en financiële middelen en de technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid beschikt om de overheidsopdracht uit te voeren.

5.

Indien de geschiktheidseisen als bedoeld in het tweede lid, onder a, betrekking hebben op de hoogte van de totale omzet en de omzet van de bedrijfsactiviteit die het voorwerp van de overheidsopdracht is, is die eis niet hoger dan:

6.

De aanbestedende dienst kan bij het stellen van geschiktheidseisen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, verlangen dat de gegadigde of inschrijver:

7.

Indien de aanbestedende dienst informatie over gegevens uit de jaarrekening verlangt, vermeldt hij in de aanbestedingsstukken de transparante, objectieve en niet-discriminerende methoden en criteria volgens welke de gevraagde gegevens moeten zijn vastgesteld.

8.

Een aanbestedende dienst stelt bij de voorbereiding en het tot stand brengen van een overeenkomst uitsluitend eisen aan de inschrijver en de inschrijving die verband houden met en die in een redelijke verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht.

Artikel 2.91
1.

Een ondernemer kan zijn financiële en economische draagkracht in ieder geval aantonen door een of meer van de volgende middelen:

2.

Een aanbestedende dienst geeft in de aankondiging van de overheidsopdracht of in de uitnodiging tot inschrijving aan welke van de in het eerste lid bedoelde gegevens en welke andere bewijsstukken overgelegd dienen te worden.

3.

Indien de ondernemer om gegronde redenen niet in staat is de door de aanbestedende dienst gevraagde bewijsstukken over te leggen, kan hij zijn economische en financiële draagkracht aantonen met andere bescheiden die de aanbestedende dienst geschikt acht.

Artikel 2.92
1.

Een ondernemer kan zich voor een bepaalde overheidsopdracht beroepen op de financiële en economische draagkracht van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen of rechtspersonen. Een ondernemer toont in dat geval bij de aanbestedende dienst aan dat hij kan beschikken over de voor de uitvoering van de overheidsopdracht noodzakelijke middelen van die natuurlijke personen of rechtspersonen.

2.

Onder de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, kan een samenwerkingsverband van ondernemers zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of van andere natuurlijke personen of rechtspersonen.

3.

De aanbestedende dienst kan eisen dat, indien een ondernemer zich beroept op de financiële en economische draagkracht van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, zowel de ondernemer als die andere natuurlijke personen of rechtspersonen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de uitvoering van de desbetreffende overheidsopdracht.

4.

De aanbestedende dienst toetst of op de in het eerste lid bedoelde andere natuurlijke personen of rechtspersonen een door de aanbestedende dienst gestelde uitsluitingsgrond van toepassing is en of deze personen voldoen aan de door de aanbestedende dienst gestelde geschiktheidseisen met betrekking tot de financiële en economische draagkracht.

5.

De aanbestedende dienst draagt er zorg voor dat de ondernemer een natuurlijke persoon of een rechtspersoon op wie een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 2.86 van toepassing is of die niet voldoet aan een geschiktheidseis als bedoeld in het vierde lid, vervangt.

6.

De aanbestedende dienst kan verlangen dat de ondernemer een natuurlijke persoon of een rechtspersoon op wie een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 2.87 van toepassing is, vervangt.

Artikel 2.93
1.

Een ondernemer toont zijn technische bekwaamheid of beroepsbekwaamheid aan op een of meer van de volgende manieren, afhankelijk van de aard, de hoeveelheid of omvang en het doel van de werken, leveringen of diensten:

2.

De leveringen en diensten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden aangetoond in het geval van leveringen of diensten voor een aanbestedende dienst, door certificaten die de bevoegde autoriteit heeft afgegeven of medeondertekend of in het geval van leveringen of diensten voor een particuliere afnemer, door certificaten van de afnemer of, bij ontstentenis daarvan, door een verklaring van de ondernemer.

3.

Een aanbestedende dienst die als geschiktheidseis stelt dat de gegadigde eerdere opdrachten heeft verricht als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, vraagt op onderdelen van de opdracht naar eerder verrichte vergelijkbare opdrachten en niet naar eerder verrichte opdrachten die gelet op de aard, de hoeveelheid of omvang en het doel van de opdracht gelijk zijn.

4.

In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, kan de aanbestedende dienst werken onderscheidenlijk leveringen of diensten in aanmerking nemen over een langere periode dan in die onderdelen genoemd, indien dat noodzakelijk is om een toereikend mededingingsniveau te waarborgen.

Artikel 2.94
1.

Een ondernemer kan zich voor een bepaalde overheidsopdracht beroepen op de technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen of rechtspersonen, mits hij aantoont dat hij kan beschikken over de voor de uitvoering van de overheidsopdracht noodzakelijke middelen.

2.

Indien de eisen met betrekking tot de technische en beroepsbekwaamheid onderwijs- en beroepskwalificaties betreffen als bedoeld in bijlage XII, deel II, onder f, van richtlijn 2014/24/EU, of betrekking hebben op relevante beroepservaring mag een ondernemer zich slechts beroepen op de bekwaamheid van een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon indien laatstgenoemde de werken of diensten waarvoor die bekwaamheid is vereist, zal verrichten.

3.

Onder de voorwaarden, genoemd in het eerste en tweede lid, kan een samenwerkingsverband van ondernemers zich beroepen op de bekwaamheid van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of van andere natuurlijke personen of rechtspersonen.

4.

De aanbestedende dienst toetst of op de in het eerste lid bedoelde andere natuurlijke personen of rechtspersonen een door de aanbestedende dienst gestelde uitsluitingsgrond van toepassing is en of deze personen voldoen aan de door de aanbestedende dienst gestelde geschiktheidseisen met betrekking tot de technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid.

5.

Artikel 2.92, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2.95
1.

De aanbestedende dienst kan bij overheidsopdrachten voor leveringen waarvoor plaatsings- of installatiewerkzaamheden nodig zijn, bij overheidsopdrachten voor diensten, en bij overheidsopdrachten voor werken de beroepsbekwaamheid van ondernemers om die plaatsings- of installatiewerkzaamheden uit te voeren of om die dienst of dat werk te verrichten, beoordelen op grond van hun vaardigheden, doeltreffendheid, ervaring en betrouwbaarheid.

2.

De aanbestedende dienst kan bij overheidsopdrachten als bedoeld in het eerste lid eisen dat bepaalde kritieke taken door de gegadigde of inschrijver zelf worden verricht of, indien de gegadigde of inschrijver een samenwerkingsverband van ondernemers is, door een deelnemer aan dat samenwerkingsverband.

Artikel 2.96
1.

Indien een aanbestedende dienst de overlegging verlangt van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer aan bepaalde kwaliteitsnormen, met inbegrip van normen inzake de toegankelijkheid voor personen met een handicap, voldoet, verwijst hij naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door conformiteitsbeoordelingsinstanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering.

2.

Een aanbestedende dienst aanvaardt gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten van de Europese Unie gevestigde instanties. Een aanbestedende dienst aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking indien de ondernemer die certificaten niet binnen de gestelde termijnen kan verwerven om redenen die hem niet aangerekend kunnen worden, mits de ondernemer bewijst dat de voorgestelde maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking aan de kwaliteitsnormen voldoen.

Artikel 2.97
1.

Indien een aanbestedende dienst de overlegging verlangt van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer aan bepaalde systemen of normen inzake milieubeheer voldoet, verwijst hij naar:

2.

Een aanbestedende dienst aanvaardt gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Hij aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van milieubeheer indien een ondernemer aantoonbaar niet de mogelijkheid heeft gehad het door de aanbestedende dienst aangegeven specifieke certificaat of een gelijkwaardig certificaat binnen de gestelde termijnen te verwerven om redenen die hem niet aangerekend kunnen worden, mits de ondernemer aantoont dat de maatregelen gelijkwaardig zijn aan die welke op grond van het toepasselijke milieubeheersysteem of de toepasselijke norm vereist zijn.

§ 2.3.6.2. Beroepsbevoegdheid

Artikel 2.98
1.

De aanbestedende dienst kan een ondernemer die aan een overheidsopdracht wenst deel te nemen, verzoeken aan te tonen dat hij volgens de voorschriften van de lidstaat waar hij is gevestigd, in het beroepsregister of in het handelsregister is ingeschreven, bedoeld in bijlage XI van richtlijn 2014/24/EU.

2.

Bij procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor diensten kan een aanbestedende dienst, indien de gegadigden of de inschrijvers over een bijzondere vergunning dienen te beschikken of indien zij lid van een bepaalde organisatie dienen te zijn om in hun land van herkomst de betrokken dienst te kunnen verlenen, verlangen dat zij aantonen dat zij over deze vergunning beschikken, of lid van de bedoelde organisatie zijn.

§ 2.3.6.3. Selectie

Artikel 2.99
1.

De aanbestedende dienst kan bij toepassing van de niet-openbare procedure, de concurrentiegerichte dialoog, de mededingingsprocedure met onderhandeling en de procedure van het innovatiepartnerschap het aantal gegadigden dat hij zal uitnodigen tot inschrijving of deelneming beperken mits er een voldoende aantal geschikte kandidaten is.

2.

De aanbestedende dienst vermeldt in de aankondiging het aantal gegadigden dat hij voornemens is uit te nodigen.

3.

Het aantal gegadigden dat de aanbestedende dienst voornemens is uit te nodigen bedraagt bij de niet-openbare procedure ten minste vijf en bij de concurrentiegerichte dialoog, de mededingingsprocedure met onderhandeling en de procedure van het innovatiepartnerschap ten minste drie.

4.

Het aantal uitgenodigde gegadigden waarborgt een daadwerkelijke mededinging.

5.

Indien het aantal gegadigden dat niet wordt uitgesloten en dat aan de geschiktheidseisen en selectiecriteria voldoet lager is dan het door de aanbestedende dienst vastgestelde aantal voor een uitnodiging tot inschrijving, kan de aanbestedende dienst de procedure voortzetten door de gegadigde of gegadigden uit te nodigen die aan de geschiktheidseisen voldoen.

6.

Bij toepassing van het vijfde lid nodigt de aanbestedende dienst geen ondernemers uit die niet om deelneming hebben verzocht, en evenmin ondernemers waarop een uitsluitingsgrond van toepassing is of die niet aan de geschiktheidseisen voldoen.

Artikel 2.100

Bij de toepassing van artikel 2.99, eerste lid, beperkt de aanbestedende dienst het aantal gegadigden op een objectieve en niet-discriminerende wijze, met behulp van in de aankondiging vermelde regels of selectiecriteria en weging.

§ 2.3.3.4. Voorbehouden opdracht

Artikel 2.101
1.

De aanbestedende dienst kan inschrijvers en gegadigden tijdens de procedure te allen tijde verzoeken geheel of gedeeltelijk de vereiste actuele bewijsstukken met betrekking tot de gegevens en inlichtingen die in de eigen verklaring zijn verstrekt, in te dienen indien dit noodzakelijk is voor het goede verloop van de procedure.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid kan de aanbestedende dienst een inschrijver of gegadigde verzoeken de in het eerste lid bedoelde bewijsstukken aan te vullen of toe te lichten.

3.

De aanbestedende dienst kan bij toepassing van de openbare procedure, in afwijking van de artikelen 2.86 en 2.87 en van het eerste lid, uitsluitend nagaan of de inschrijver aan wie hij voornemens is de overheidsopdracht te gunnen niet moet worden uitgesloten en of deze voldoet aan de gestelde geschiktheidseisen.

Artikel 2.102
1.

De aanbestedende dienst verzoekt de inschrijver aan wie hij voornemens is de overheidsopdracht te gunnen de vereiste bewijsstukken met betrekking tot de in de artikelen 2.89 en 2.91 tot en met 2.97 bedoelde gegevens en bescheiden over te leggen.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid kan de aanbestedende dienst de desbetreffende inschrijver verzoeken de in het eerste lid bedoelde bewijsstukken aan te vullen of toe te lichten.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op de gunning van een overheidsopdracht met gebruikmaking van een raamovereenkomst.

Afdeling 2.3.7. Mededeling van uitsluiting en afwijzing

Artikel 2.103
1.

Een aanbestedende dienst deelt de afwijzing of uitsluiting van betrokken gegadigden en betrokken inschrijvers zo spoedig mogelijk schriftelijk mede.

2.

Op verzoek van een betrokken partij stelt een aanbestedende dienst een afgewezen gegadigde zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijftien dagen na ontvangst van zijn schriftelijk verzoek, in kennis van de redenen voor de afwijzing van zijn verzoek tot deelneming.

3.

Op verzoek van een betrokken partij stelt de aanbestedende dienst iedere afgewezen inschrijver zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijftien dagen na ontvangst van zijn schriftelijk verzoek, in kennis van de redenen voor de afwijzing van zijn inschrijving, inclusief voor de gevallen, bedoeld in de artikelen 2.77 en 2.78, de redenen voor zijn beslissing dat er geen gelijkwaardigheid voorhanden is of dat de werken, leveringen of diensten niet aan de functionele of prestatie-eisen voldoen.

4.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de in artikel 2.101, derde lid, bedoelde inschrijver.

Artikel 2.104

De aanbestedende dienst die een mededeling als bedoeld in artikel 2.103, eerste lid, doet, verstrekt daarbij geen gegevens voor zover dat:

Afdeling 2.3.8. Gunningsfase

§ 2.3.8.1. Uitnodiging tot inschrijving

Artikel 2.105
1.

Bij toepassing van de niet-openbare procedure, de concurrentiegerichte dialoog, de procedure van het innovatiepartnerschap of de mededingingsprocedure met onderhandeling nodigt de aanbestedende dienst de niet-uitgesloten en niet-afgewezen gegadigden gelijktijdig en schriftelijk uit tot inschrijving, tot deelneming aan de dialoog of tot onderhandelingen.

2.

De aanbestedende dienst nodigt ten minste het aantal gegadigden uit dat in de aankondiging staat vermeld, met inachtneming van paragraaf 2.3.6.3.

Artikel 2.106
1.

De uitnodiging aan de gegadigden, bedoeld in artikel 2.105, vermeldt het internetadres waar de aanbestedingsstukken rechtstreeks toegankelijk zijn.

2.

In afwijking van het eerste lid bevat de uitnodiging aan de gegadigden, bedoeld in artikel 2.105, een exemplaar van de aanbestedingsstukken in een geval als bedoeld in artikel 2.66, derde of vierde lid, waarbij de aanbestedingsstukken nog niet vrij, rechtstreeks, volledig en kosteloos beschikbaar zijn.

3.

De uitnodiging aan de gegadigden, bedoeld in artikel 2.105, bevat de informatie, bedoeld in bijlage IX, onderdeel 1 van richtlijn 2014/24/EU.

§ 2.3.8.2. Inschrijving

Artikel 2.107

Onverminderd de artikelen 2.52a en 2.52b bepaalt de aanbestedende dienst de wijze van het indienen van de inschrijving.

Artikel 2.108

De aanbestedende dienst neemt geen kennis van de inhoud van het verzoek tot deelneming of de inschrijving voordat de uiterste termijn voor het indienen is verstreken.

Artikel 2.109
1.

In geval van een storing van het elektronische systeem door middel waarvan de inschrijving ingediend moet worden, waardoor het indienen van de inschrijving kort voor het verstrijken van de uiterste termijn niet mogelijk is, kan de aanbestedende dienst deze termijn na afloop van de uiterste termijn verlengen, mits hij nog geen kennis heeft genomen van de inhoud van enige inschrijving.

2.

Alle niet-afgewezen gegadigden en inschrijvers worden door de aanbestedende dienst in kennis gesteld van de verlenging, bedoeld in het eerste lid, en krijgen de gelegenheid om hun inschrijving binnen de verlenging te wijzigen of aan te vullen.

§ 2.3.8.3. Dialoog

Artikel 2.110
1.

Bij toepassing van de concurrentiegerichte dialoog geschiedt de gunning van de overheidsopdracht op basis van het criterium van de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding.

2.

Een aanbestedende dienst vermeldt in de aankondiging van de overheidsopdracht de behoeften en eisen die door hem in die aankondiging of het beschrijvend document worden omschreven.

3.

Een aanbestedende dienst vermeldt in de aankondiging of het beschrijvend document tevens de gekozen gunningscriteria alsmede een indicatief tijdschema en geeft in die aankondiging of het beschrijvend document een omschrijving van de gekozen gunningscriteria.

4.

Een aanbestedende dienst opent met de overeenkomstig paragraaf 2.3.6.3 geselecteerde gegadigden een dialoog om te bepalen welke middelen geschikt zijn om zo goed mogelijk aan zijn behoeften te voldoen.

5.

Tijdens de dialoog kan de aanbestedende dienst met de geselecteerde gegadigden alle aspecten van de overheidsopdracht bespreken.

6.

De aanbestedende dienst waarborgt tijdens de dialoog de gelijke behandeling van alle inschrijvers en verstrekt geen informatie die een of meer inschrijvers kan bevoordelen boven andere.

7.

De aanbestedende dienst deelt de voorgestelde oplossingen of andere door een deelnemer aan de dialoog verstrekte vertrouwelijke inlichtingen niet aan de andere deelnemers mee zonder de instemming van de desbetreffende deelnemer met de bekendmaking van de desbetreffende specifieke inlichtingen.

Artikel 2.111
1.

Een aanbestedende dienst kan bepalen dat de procedure van de concurrentiegerichte dialoog in opeenvolgende fasen verloopt, zodat het aantal in de dialoogfase te bespreken oplossingen kan worden beperkt door middel van de gunningscriteria die in de aankondiging van de overheidsopdracht of in de aanbestedingsstukken zijn vermeld.

2.

De aanbestedende dienst draagt er zorg voor dat in de slotfase het aantal oplossingen zodanig is dat daadwerkelijke mededinging kan worden gegarandeerd, voor zover er een voldoende aantal geschikte oplossingen of gegadigden is.

3.

Het eerste lid vindt slechts toepassing indien de aanbestedende dienst de mogelijkheid in de aankondiging van de overheidsopdracht of in de aanbestedingsstukken heeft vermeld.

4.

Een aanbestedende dienst zet de dialoog voort totdat hij kan aangeven welke oplossingen aan zijn behoeften kunnen voldoen.

5.

Nadat een aanbestedende dienst de dialoog heeft beëindigd en de deelnemers daarvan op de hoogte heeft gesteld, verzoekt hij de deelnemers om hun definitieve inschrijvingen in te dienen op basis van de tijdens de dialoog voorgelegde en gespecificeerde oplossingen.

6.

De uitnodiging tot het indienen van een inschrijving bevat de uiterste datum voor het indienen van de inschrijvingen, het adres waar deze kunnen worden ingediend en de taal of talen waarin zij dienen te worden gesteld.

7.

De inschrijver voorziet er in dat de inschrijving, bedoeld in het vijfde lid, alle vereiste en noodzakelijke elementen voor de uitvoering van het project bevat.

8.

Een aanbestedende dienst kan een inschrijver verzoeken om de inschrijving toe te lichten of nauwkeuriger te omschrijven.

9.

Indien een verzoek als bedoeld in het achtste lid wordt gedaan wijzigt de inschrijver de basiselementen van de inschrijving of de aanbesteding niet indien daardoor de mededinging vervalst zou worden of discriminatie zou ontstaan.

Artikel 2.112
1.

Een aanbestedende dienst beoordeelt de ontvangen inschrijvingen op basis van de in de aankondiging van de overheidsopdracht of in de aanbestedingsstukken bepaalde gunningscriteria en kiest de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding overeenkomstig artikel 2.115.

2.

Een aanbestedende dienst kan met de inschrijver wiens inschrijving is aangewezen als economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding onderhandelingen voeren om de in de inschrijving vervatte financiële toezeggingen of andere voorwaarden te bevestigen met het oog op afronding van de voorwaarden van de overheidsopdracht, mits dit de wezenlijke aspecten van de inschrijving of van de in de aankondiging of het beschrijvend document vermelde behoeften en voorschriften onverlet laat en niet tot vervalsing van de mededinging of discriminatie kan leiden.

3.

Een aanbestedende dienst kan voorzien in prijzen of betalingen aan de deelnemers aan de dialoog.

§ 2.3.6.1. Geschiktheidseisen

Artikel 2.113

De aanbestedende dienst toetst de inschrijvingen aan de door hem in de aanbestedingsstukken gestelde normen, functionele eisen en eisen aan de prestatie.

Artikel 2.114
1.

De aanbestedende dienst gunt een overheidsopdracht op grond van de naar het oordeel van de aanbestedende dienst economisch meest voordelige inschrijving.

2.

De economisch meest voordelige inschrijving wordt door de aanbestedende dienst vastgesteld op basis van de:

3.

Bij de toepassing van het eerste lid geschiedt de gunning op grond van onderdeel a van het tweede lid.

4.

Een aanbestedende dienst kan, in afwijking van het derde lid, gunnen op grond van onderdeel b of onderdeel c van het tweede lid. In dat geval motiveert de aanbestedende dienst de toepassing van dat criterium in de aanbestedingsstukken.

5.

Het vaststellen van de economisch meest voordelige inschrijving uitsluitend op basis van het gunningscriterium, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b of onderdeel c, is niet toegestaan ten aanzien van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën aanbestedende diensten en soorten opdrachten.

6.

De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel 2.115
1.

De aanbestedende dienst die de economisch meest voordelige inschrijving vaststelt op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding, maakt in de aankondiging van de overheidsopdracht bekend welke nadere criteria hij stelt met het oog op de toepassing van dit criterium.

2.

De in het eerste lid bedoelde nadere criteria houden verband met het voorwerp van de overheidsopdracht en kunnen onder meer betreffen:

3.

Nadere criteria als bedoeld in het eerste lid houden verband met het voorwerp van de overheidsopdracht wanneer zij betrekking hebben op de in het kader van die overheidsopdracht te verrichten werken, leveringen of diensten, in alle opzichten en in elk stadium van hun levenscyclus, met inbegrip van factoren die te maken hebben met:

zelfs wanneer deze factoren geen deel uitmaken van hun materiële basis.

4.

De aanbestedende dienst specificeert in de aanbestedingsstukken het relatieve gewicht van elk van de door hem gekozen nadere criteria voor de bepaling van de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Dit gewicht kan worden uitgedrukt door middel van een marge met een passend verschil tussen minimum en maximum.

5.

Indien om objectieve redenen geen weging mogelijk is, vermeldt de aanbestedende dienst in de aanbestedingsstukken de nadere criteria in afnemende volgorde van belang.

§ 2.3.8.5. Abnormaal lage inschrijvingen

Artikel 2.116
1.

Indien een inschrijving voor een overheidsopdracht wordt gedaan die in verhouding tot de te verrichten werken, leveringen of diensten abnormaal laag lijkt, verzoekt de aanbestedende dienst om een toelichting op de voorgestelde prijs of kosten van de desbetreffende inschrijving.

2.

Een toelichting als bedoeld in het eerste lid kan onder meer verband houden met:

3.

De aanbestedende dienst onderzoekt in overleg met de inschrijver de verstrekte informatie.

4.

Een aanbestedende dienst kan een inschrijving uitsluitend afwijzen indien het lage niveau van de voorgestelde prijzen of kosten niet genoegzaam wordt gestaafd door het verstrekte bewijsmateriaal, rekening houdend met de in het tweede lid bedoelde elementen.

5.

Een aanbestedende dienst wijst een inschrijving af indien hij heeft vastgesteld dat de inschrijving abnormaal laag is omdat zij niet voldoet aan de verplichtingen op het gebied van het milieu- sociaal en arbeidsrecht uit hoofde van het recht van de Europese Unie, nationale recht of collectieve arbeidsovereenkomsten of uit hoofde van de in bijlage X van richtlijn 2014/24/EU vermelde bepalingen van internationaal milieu-, sociaal en arbeidsrecht.

6.

Een aanbestedende dienst die constateert dat een inschrijving abnormaal laag is omdat de inschrijver staatssteun heeft gekregen, kan de inschrijving uitsluitend op enkel die grond na overleg met de inschrijver afwijzen, indien de inschrijver desgevraagd niet binnen een door de aanbestedende dienst bepaalde voldoende lange termijn kan aantonen dat de betrokken steun niet in strijd met artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is toegekend.

7.

Indien de aanbestedende dienst in een geval als bedoeld in het zesde lid een inschrijving afwijst, stelt hij de Europese Commissie daarvan in kennis.

§ 2.3.8.6. Elektronische veiling

Artikel 2.117
1.

De aanbestedende dienst kan bij de openbare procedure, de niet-openbare procedure en de mededingingsprocedure met onderhandeling de gunningsbeslissing vooraf laten gaan door een elektronische veiling, indien:

2.

Het eerste lid is niet van toepassing voor de aanbesteding van werken of diensten die intellectuele prestaties tot voorwerp van de opdracht hebben.

Artikel 2.118
1.

In het kader van een dynamisch aankoopsysteem kan een aanbestedende dienst de gunning van de overheidsopdracht vooraf laten gaan door een elektronische veiling, indien de inhoud van de aanbestedingsstukken, met name de technische specificaties, nauwkeurig kan worden opgesteld.

2.

In het kader van een raamovereenkomst die met meerdere ondernemers is gesloten als bedoeld in artikel 2.143, eerste lid, onderdelen b en c, kan een aanbestedende dienst de gunning van de overheidsopdracht vooraf laten gaan door een elektronische veiling, indien de inhoud van de aanbestedingsstukken, met name de technische specificaties, nauwkeurig kan worden opgesteld.

Artikel 2.119

Vervallen

Artikel 2.120

Alvorens over te gaan tot de elektronische veiling, verricht een aanbestedende dienst een eerste, volledige beoordeling van de inschrijvingen aan de hand van de vastgestelde gunningscriteria en de vastgestelde weging daarvan.

Artikel 2.121
1.

Een aanbestedende dienst waarborgt dat alle inschrijvers die een ontvankelijke inschrijving hebben gedaan, tegelijkertijd langs elektronische weg worden uitgenodigd om nieuwe prijzen of nieuwe waarden in te dienen.

2.

Een inschrijving is ontvankelijk als bedoeld in het eerste lid, indien:

3.

Een aanbestedende dienst waarborgt dat het verzoek, bedoeld in het eerste lid, alle relevante informatie bevat voor de individuele verbinding met het gebruikte elektronische systeem en de datum en het aanvangsuur van de elektronische veiling preciseert.

Artikel 2.122

Een aanbestedende dienst kan de elektronische veiling in verschillende fasen laten verlopen.

Artikel 2.123
1.

Een aanbestedende dienst verstuurt de uitnodigingen voor een elektronische veiling uiterlijk twee werkdagen voor de aanvang van de veiling.

2.

Een aanbestedende dienst die voor de gunning het criterium van de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding of op basis van de laagste kosten berekend op basis van kosteneffectiviteit hanteert, voegt bij de uitnodiging:

3.

In de formule, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, verwerkt de aanbestedende dienst het gewicht dat aan alle vastgestelde criteria wordt toegekend om de economisch meest voordelige inschrijving te bepalen. Eventuele marges worden daartoe door de aanbestedende dienst vooraf in een bepaalde waarde uitgedrukt.

4.

Een aanbestedende dienst die varianten toestaat, verstrekt voor iedere variant de afzonderlijke formule.

Artikel 2.124
1.

Tijdens alle fasen van de elektronische veiling deelt de aanbestedende dienst onverwijld aan alle inschrijvers in ieder geval de informatie mee die hen de mogelijkheid biedt op elk moment hun respectieve klassering te kennen. Indien dat vooraf vermeld is, kan de aanbestedende dienst ook andere informatie betreffende andere ingediende prijzen of waarden meedelen.

2.

Een aanbestedende dienst kan tevens op ieder ogenblik aan de inschrijvers meedelen hoeveel inschrijvers aan de fase van de veiling deelnemen.

3.

Een aanbestedende dienst deelt tijdens het verloop van de elektronische veiling in geen geval de identiteit van de inschrijvers mee.

Artikel 2.125
1.

Een aanbestedende dienst sluit de elektronische veiling op een of meer van de onderstaande wijzen af:

2.

Een aanbestedende dienst die besloten heeft om de elektronische veiling overeenkomstig het eerste lid, onderdeel c, af te sluiten in combinatie met de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, vermeldt in de uitnodiging om deel te nemen aan de veiling het tijdschema voor elk van de fasen van de veiling.

3.

Na de sluiting van de elektronische veiling gunt een aanbestedende dienst de overheidsopdracht overeenkomstig artikel 2.114 op basis van de resultaten van de elektronische veiling.

§ 2.3.8.7. Onderhandelingen

Artikel 2.126
1.

Bij toepassing van de mededingingsprocedure met onderhandeling bepaalt de aanbestedende dienst in de aanbestedingsstukken het voorwerp van de overheidsopdracht door de vereisten en de vereiste kenmerken van het werk, de levering of de dienst te beschrijven en de gunningscriteria vast te leggen.

2.

De aanbestedende dienst bepaalt in de aanbestedingsstukken tevens welke elementen van de in het eerste lid bedoelde beschrijving de minimumeisen zijn waaraan een inschrijving moet voldoen.

3.

De aanbestedende dienst verschaft in de aanbestedingsstukken informatie die voldoende nauwkeurig is om ondernemers in staat te stellen te bepalen wat de aard en omvang van de aanbesteding is en te beslissen over deelneming aan de procedure.

4.

Indien de aanbestedende dienst de mogelijkheid wil behouden om de overheidsopdracht te plaatsen op basis van de oorspronkelijke inschrijving zonder onderhandeling, vermeldt hij dat in de aankondiging van de overheidsopdracht.

5.

Indien de aanbestedende dienst door toepassing van de gunningscriteria de procedure van gunning door onderhandeling in opeenvolgende fasen wil laten verlopen, zodat het aantal inschrijvingen waarover moet worden onderhandeld wordt beperkt, vermeldt hij dat in de aanbestedingsstukken.

6.

De aanbestedende dienst draagt er zorg voor dat in de slotfase het aantal oplossingen zodanig is dat een daadwerkelijke mededinging kan worden gewaarborgd, voor zover er een voldoende aantal geschikte oplossingen of inschrijvers is.

§ 2.3.8.8. Gunningsbeslissing

Artikel 2.127
1.

Een aanbestedende dienst neemt een opschortende termijn in acht voordat hij de met de gunningsbeslissing beoogde overeenkomst sluit.

2.

De opschortende termijn, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op de dag na de datum waarop de mededeling van de gunningsbeslissing is verzonden aan de betrokken inschrijvers en betrokken gegadigden.

3.

De opschortende termijn, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten minste 20 kalenderdagen.

4.

Een aanbestedende dienst behoeft geen toepassing te geven aan het eerste lid indien:

Artikel 2.128
1.

Een betrokken inschrijver als bedoeld in artikel 2.127, tweede lid, is iedere inschrijver die niet definitief is uitgesloten. De uitsluiting is definitief wanneer de betrokken inschrijvers daarvan in kennis zijn gesteld en wanneer de uitsluiting rechtmatig is bevonden door een rechter, dan wel er niet langer een rechtsmiddel kan worden aangewend tegen de uitsluiting.

2.

Een betrokken gegadigde als bedoeld in artikel 2.127, tweede lid, is iedere gegadigde aan wie de aanbestedende dienst geen informatie over de afwijzing van zijn verzoek tot deelneming ter beschikking heeft gesteld voordat de betrokken inschrijvers in kennis werden gesteld van de gunningsbeslissing.

Artikel 2.129

De mededeling van de gunningsbeslissing van een aanbestedende dienst houdt geen aanvaarding in als bedoeld in artikel 217, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van een aanbod van een ondernemer.

Artikel 2.130
1.

De mededeling van de gunningsbeslissing aan iedere betrokken inschrijver of betrokken gegadigde bevat de relevante redenen voor die beslissing, alsmede een nauwkeurige omschrijving van de opschortende termijn, bedoeld in artikel 2.127, eerste lid, die van toepassing is.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder relevante redenen in ieder geval verstaan de kenmerken en relatieve voordelen van de uitgekozen inschrijving alsmede de naam van de begunstigde of de partijen bij de raamovereenkomst.

3.

De mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval elektronisch of per fax verzonden aan de betrokken inschrijvers en betrokken gegadigden.

Artikel 2.131

Indien gedurende de opschortende termijn, bedoeld in artikel 2.127, eerste lid, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt verzocht met betrekking tot de desbetreffende gunningsbeslissing, sluit de aanbestedende dienst de met die beslissing beoogde overeenkomst niet eerder dan nadat de rechter dan wel het scheidsgerecht een beslissing heeft genomen over het verzoek tot voorlopige maatregelen en de opschortende termijn is verstreken.

§ 2.3.8.9. Verslaglegging en bekendmaking

Artikel 2.132
1.

De aanbestedende dienst stelt over de gunning van een overheidsopdracht en de instelling van een dynamisch aankoopsysteem een proces-verbaal op dat, indien van toepassing, in ieder geval de volgende gegevens bevat:

2.

Indien gegevens als bedoeld in het eerste lid vermeld staan in de aankondiging van de gegunde overheidsopdracht, kan de aanbestedende dienst in het proces-verbaal verwijzen naar die aankondiging.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op de gunning van overheidsopdrachten met gebruikmaking van een raamovereenkomst.

Artikel 2.133

Een aanbestedende dienst zendt het proces-verbaal, bedoeld in artikel 2.132, op haar verzoek aan de Europese Commissie.

Artikel 2.134
1.

De aanbestedende dienst die een overheidsopdracht heeft gegund maakt de aankondiging van de gegunde overheidsopdracht bekend met behulp van het elektronische systeem voor aanbestedingen binnen 30 dagen na de gunning van die overheidsopdracht.

2.

De aanbestedende dienst gebruikt voor de mededeling van het resultaat van de procedure het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

3.

Een aanbestedende dienst kan de resultaten, bedoeld in het eerste lid, die gegunde overheidsopdrachten voor sociale en andere specifieke diensten als bedoeld in bijlage XIV van richtlijn 2014/24/EU betreffen, per kwartaal bundelen. Indien de aanbestedende dienst daarvoor kiest zendt hij de gebundelde resultaten binnen 30 dagen na het einde van elk kwartaal toe.

4.

Een aanbestedende dienst maakt de aankondiging van de gegunde opdracht of de inhoud ervan niet eerder op een andere wijze bekend dan nadat hij een bevestiging van ontvangst van de bekendmaking van de Europese Commissie heeft ontvangen.

5.

In afwijking van het vierde lid kan de aanbestedende dienst de aankondiging van de gegunde opdracht of de inhoud ervan bekendmaken indien hij niet binnen 48 uur na ontvangst van de bevestiging van ontvangst van de aankondiging van de Europese Commissie een bevestiging van ontvangst van de bekendmaking van de Europese Commissie heeft ontvangen.

6.

Indien de aanbestedende dienst de aankondiging van de gegunde overheidsopdracht ook op een andere wijze dan met gebruikmaking van het elektronisch systeem voor aanbestedingen bekend maakt, bevat die aankondiging geen andere informatie dan die welke aan de Europese Commissie is gezonden en bevat deze in ieder geval de datum van toezending aan de Europese Commissie.

Artikel 2.135

Artikel 2 134 is niet van toepassing op opdrachten die op basis van een overeenkomstig afdeling 2.4.1 gesloten raamovereenkomst gegund worden.

Artikel 2.136
1.

Binnen 30 dagen na de gunning van een afzonderlijke overheidsopdracht op basis van een dynamisch aankoopsysteem zendt een aanbestedende dienst met behulp van het elektronische systeem voor aanbestedingen een mededeling aan de Europese Commissie van het resultaat van de procedure.

2.

Een aanbestedende dienst kan de resultaten, bedoeld in het eerste lid, per kwartaal bundelen. Indien de aanbestedende dienst daarvoor kiest zendt hij de gebundelde resultaten binnen 30 dagen na het einde van elk kwartaal toe.

Artikel 2.137

Vervallen

Artikel 2.138

De aanbestedende dienst maakt bepaalde gegevens betreffende de gunning van een overheidsopdracht niet bekend, indien openbaarmaking van die gegevens:

Hoofdstuk 2.4. Voorschriften voor de bijzondere procedures

Afdeling 2.4.1. Bijzondere voorschriften bij het plaatsen van een overheidsopdracht via een raamovereenkomst

Artikel 2.139

Een aanbestedende dienst die een raamovereenkomst sluit na toepassing van een procedure als bedoeld in afdeling 2.2.1, kan op basis van die raamovereenkomst overheidsopdrachten plaatsen overeenkomstig de procedures, bedoeld in artikel 2.142 of artikel 2.143.

Artikel 2.140
1.

De procedures, bedoeld in de artikelen 2.142 en 2.143, kunnen uitsluitend worden toegepast tussen een aanbestedende dienst die daartoe uitdrukkelijk is aangewezen in de aankondiging en de ondernemers die oorspronkelijk bij de raamovereenkomst partij zijn.

2.

Bij de plaatsing van overheidsopdrachten die op een raamovereenkomst zijn gebaseerd, mogen de partijen geen wezenlijke wijzigingen aanbrengen in de in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden.

3.

De looptijd van een raamovereenkomst is niet langer dan vier jaar, behalve in uitzonderingsgevallen die deugdelijk gemotiveerd zijn.

Artikel 2.141

Vervallen

Artikel 2.142
1.

Indien een raamovereenkomst is gesloten met een enkele ondernemer worden de op die raamovereenkomst gebaseerde overheidsopdrachten gegund volgens de in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden.

2.

Overheidsopdrachten op basis van raamovereenkomsten met een enkele ondernemer kunnen worden gegund door die ondernemer schriftelijk te raadplegen en hem indien nodig te verzoeken zijn inschrijvingen aan te vullen.

Artikel 2.143
1.

Indien een raamovereenkomst met meer dan één ondernemer is gesloten, wordt die raamovereenkomst uitgevoerd op een van de volgende wijzen:

2.

De aanbestedende dienst maakt de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde keuze of specifieke werken, leveringen of diensten worden verkregen na een nieuwe aankondiging dan wel rechtstreeks volgens de voorwaarden van de raamovereenkomst op grond van objectieve criteria, die in de aanbestedingsstukken voor de raamovereenkomst zijn opgenomen. In deze aanbestedingsstukken is tevens vermeld welke voorwaarden aan een nieuwe aankondiging kunnen worden verbonden.

3.

Bij de in het eerste lid, onderdelen b en c, bedoelde aankondiging worden dezelfde voorwaarden gesteld als die welke gelden voor de gunning van de raamovereenkomst alsmede, zo nodig, nader gespecificeerde voorwaarden en, in voorkomend geval, andere voorwaarden die zijn vermeld in de aanbestedingsstukken van de raamovereenkomst, overeenkomstig de volgende procedure:

4.

De in het eerste lid, onderdeel b, eerste zinsdeel, genoemde wijzen van uitvoering van een raamovereenkomst zijn van overeenkomstige toepassing op elk perceel van een raamovereenkomst waarvoor de voorwaarden met betrekking tot de uitvoering van de werken, leveringen of diensten in de raamovereenkomst zijn vastgelegd, ongeacht de vraag of alle voorwaarden met betrekking tot de uitvoering van de werken, leveringen of diensten in kwestie in het kader van andere percelen zijn vastgelegd.

Afdeling 2.4.2. Bijzondere voorschriften voor het plaatsen van een overheidsopdracht via een dynamisch aankoopsysteem

Artikel 2.144
1.

Een aanbestedende dienst stelt een dynamisch aankoopsysteem in met toepassing van de niet-openbare procedure, met uitzondering van de fase van inschrijving, en de bepalingen van deze afdeling.

2.

De aanbestedende dienst laat alle ondernemers die een verzoek tot toelating hebben ingediend en die:

tot het dynamisch aankoopsysteem toe. Artikel 2.99, eerste lid, is niet van toepassing.

3.

De aanbestedende dienst kan gedurende de looptijd van het dynamisch aankoopsysteem van deelnemers verlangen dat zij binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek van de aanbestedende dienst een geactualiseerde eigen verklaring indienen.

4.

Een dynamisch aankoopsysteem kan worden ingedeeld in categorieën van producten, werken of diensten die objectief worden vastgesteld op basis van de kenmerken van de overheidsopdracht in de desbetreffende categorie.

5.

De in het vierde lid bedoelde kenmerken kunnen verwijzen naar de ten hoogste toegestane omvang van de latere specifieke overheidsopdracht of naar een bepaald geografisch gebied waarin de latere specifieke overheidsopdracht zal worden uitgevoerd.

6.

Bij toepassing van het vierde lid stelt de aanbestedende dienst per categorie geschiktheidseisen vast.

Artikel 2.145
1.

Voor het opzetten van een dynamisch aankoopsysteem en voor de plaatsing van overheidsopdrachten in het kader hiervan gebruikt een aanbestedende dienst elektronische middelen overeenkomstig artikel 2.52a en de krachtens artikel 4.12, eerste lid, gestelde regels omtrent elektronische middelen. Artikel 2.52b is niet van toepassing.

2.

Bij de instelling van een dynamisch aankoopsysteem:

Artikel 2.146
1.

Een ondernemer kan bij de instelling van een dynamisch aankoopsysteem een verzoek tot toelating indienen.

2.

De termijn voor het indienen van een verzoek als bedoeld in het eerste lid bedraagt ten minste dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging.

3.

De aanbestedende dienst deelt een ondernemer als bedoeld in het eerste lid zo snel mogelijk mee dat hij is toegelaten tot het dynamische aankoopsysteem of dat zijn verzoek tot toelating is afgewezen.

Artikel 2.147
1.

De aanbestedende dienst die een overheidsopdracht wil plaatsen binnen een dynamisch aankoopsysteem past de procedure van artikel 2.50 toe.

2.

Bij de aankondiging van de gegunde overheidsopdracht vermeldt de aanbestedende dienst daarin dat het gaat om een dynamisch aankoopsysteem.

Artikel 2.148
1.

De aanbestedende dienst nodigt alle tot het dynamische aankoopsysteem toegelaten ondernemers uit om voor een specifieke overheidsopdracht die binnen dat dynamische aankoopsysteem wordt geplaatst een inschrijving in te dienen. De artikelen 2.105, eerste lid, en 2.106, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

2.

Indien het dynamisch aankoopsysteem is ingedeeld in categorieën van werken, producten of diensten, nodigt de aanbestedende dienst, in afwijking van het eerste lid, alle ondernemers die zijn toegelaten tot de categorie waarop de desbetreffende overheidsopdracht betrekking heeft, uit om een inschrijving in te dienen.

3.

De termijn voor het indienen van een inschrijving bedraagt tenminste tien dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.

4.

Artikel 2.74a is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in het tweede lid van dat artikel bepaalde termijn bij een overheidsopdracht binnen het dynamisch aankoopsysteem tien dagen bedraagt.

5.

De aanbestedende dienst kan de overheidsopdracht gunnen aan de inschrijver die de beste inschrijving heeft ingediend op grond van de gunningscriteria die zijn vermeld in de aankondiging van de overheidsopdracht waarbij het dynamische aankoopsysteem wordt ingesteld. Deze criteria kunnen gepreciseerd worden in de uitnodiging, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2.149
1.

De aanbestedende dienst informeert de Europese Commissie over:

2.

De aanbestedende dienst die gebruik maakt van een dynamisch aankoopsysteem, brengt aan de betrokken ondernemers geen kosten in rekening.

Afdeling 2.4.3. Bijzondere voorschriften betreffende de bouw van een complex sociale woningen

Artikel 2.150

Vervallen

Afdeling 2.4.4. Bijzondere voorschriften voor concessieovereenkomsten voor openbare werken

Artikel 2.151

Vervallen

Artikel 2.152

Vervallen

Artikel 2.153

Vervallen

Artikel 2.154

Vervallen

Artikel 2.155

Vervallen

Artikel 2.156

Vervallen

Afdeling 2.4.5. Voorschriften betreffende de procedure van een prijsvraag

Artikel 2.157

Een aanbestedende dienst stelt de voorschriften met betrekking tot een prijsvraag vast overeenkomstig deze afdeling en stelt deze voorschriften ter beschikking aan belangstellende ondernemers.

Artikel 2.158
1.

De aanbestedende dienst die een prijsvraag wil uitschrijven, maakt zijn voornemen hiertoe bekend in een aankondiging van een prijsvraag met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

2.

De aanbestedende dienst maakt voor de aankondiging, bedoeld in het eerste lid, gebruik van de formulieren die beschikbaar zijn gesteld op het elektronische systeem voor aanbestedingen.

3.

Indien de aanbestedende dienst voornemens is een vervolgopdracht voor diensten te gunnen met toepassing van artikel 2.34 vermeldt de aanbestedende dienst dit in de aankondiging van de prijsvraag.

Artikel 2.159
1.

Bij een prijsvraag met een beperkt aantal deelnemers stelt de aanbestedende dienst duidelijke en niet-discriminerende selectiecriteria vast.

2.

De aanbestedende dienst waarborgt dat in alle gevallen met het aantal kandidaten dat wordt uitgenodigd om aan de prijsvraag deel te nemen een daadwerkelijke mededinging wordt gewaarborgd.

Artikel 2.160
1.

Een aanbestedende dienst waarborgt dat de jury bestaat uit natuurlijke personen die onafhankelijk zijn van de deelnemers aan de prijsvraag.

2.

Een aanbestedende dienst die van de deelnemers aan een prijsvraag een bijzondere beroepskwalificatie eist, waarborgt dat ten minste een derde van de juryleden dezelfde kwalificatie of een gelijkwaardige kwalificatie heeft.

Artikel 2.161
1.

De jury is onafhankelijk.

2.

De jury onderzoekt de projecten op basis van door de gegadigden anoniem voorgelegde ontwerpen en op grond van de criteria die in de aankondiging van de prijsvraag zijn vermeld.

3.

De jury stelt een door haar leden ondertekend verslag op met de door haar op basis van de merites van elk project vastgestelde rangorde van de projecten, vergezeld van haar opmerkingen en eventuele punten die verduidelijking behoeven.

4.

De jury eerbiedigt de anonimiteit van gegadigden totdat het oordeel van de jury bekend is gemaakt.

5.

De jury kan gegadigden zo nodig uitnodigen om door de jury in haar notulen vermelde vragen te beantwoorden teneinde duidelijkheid te verschaffen omtrent bepaalde aspecten van de projecten.

6.

Een aanbestedende dienst waarborgt dat van de dialoog tussen de leden van de jury en de gegadigden volledige notulen worden opgesteld.

Artikel 2.162

De jury neemt na afloop van de voor het indienen van plannen en ontwerpen gestelde termijn kennis van de inhoud daarvan.

Artikel 2.163
1.

De aanbestedende dienst die een prijsvraag heeft uitgeschreven maakt een aankondiging betreffende de resultaten van de prijsvraag bekend met behulp van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

2.

Indien openbaarmaking van de gegevens over de uitslag van de prijsvraag de toepassing van de wet in de weg zou staan, met het openbaar belang in strijd zou zijn, de rechtmatige commerciële belangen van een onderneming zou kunnen schaden of afbreuk aan de eerlijke mededinging tussen dienstverleners zou kunnen doen, behoeft de aanbestedende dienst deze gegevens niet mee te delen.

3.

Artikel 2.64 is van toepassing op de aankondiging, bedoeld in het eerste lid.

Deel 3. Speciale-sectoropdrachten en prijsvragen voor speciale-sectoropdrachten

Hoofdstuk 3.1. Reikwijdte

Afdeling 3.1.1. Toepassingsgebied

Artikel 3.1
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op:

2.

De toevoer van gas of warmte naar netten bestemd voor openbare dienstverlening door een overheidsbedrijf dan wel een bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of een uitsluitend recht is verleend, valt niet onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien:

Artikel 3.2
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op:

2.

De toevoer van elektriciteit naar netten bestemd voor openbare dienstverlening door een overheidsbedrijf dan wel een bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of een uitsluitend recht is verleend, valt niet onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien:

Artikel 3.3
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op:

2.

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is tevens van toepassing op opdrachten of prijsvragen die worden geplaatst onderscheidenlijk uitgeschreven door een speciale-sectorbedrijf dat een activiteit als bedoeld in het eerste lid uitoefent en die verband houden met:

3.

De toevoer van drinkwater naar netten bestemd voor openbare dienstverlening door een overheidsbedrijf dan wel een bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling bij bijzonder recht of een uitsluitend recht is verleend, valt niet onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien:

Artikel 3.4

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op het beschikbaar stellen of exploiteren van netten, bestemd voor de openbare dienstverlening op het gebied van vervoer per trein, automatische systemen, tram, trolleybus, autobus of kabel onder door of vanwege de staat, een provincie of een gemeente gestelde voorwaarden.

Artikel 3.5

Vervallen

Artikel 3.6

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten met het oog op activiteiten met betrekking tot de exploitatie van een geografisch gebied met het doel aan lucht-, zee- of riviervervoerders luchthaven-, zeehaven-, binnenhaven- of andere aanlandingsfaciliteiten beschikbaar te stellen.

Artikel 3.7

Vervallen

Afdeling 3.1.2. Toepassingsbereik

Artikel 3.8

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten waarvan de geraamde waarde, exclusief omzetbelasting, gelijk is aan of hoger is dan:

Artikel 3.9

Het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet is van toepassing op door speciale-sectorbedrijven uit te schrijven prijsvragen voor diensten waarvan de geraamde waarde van de opdracht of het totale bedrag aan prijzengeld en betalingen aan deelnemers gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 15, onderdeel a, van richtlijn 2014/25/EU genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

Artikel 3.10
1.

Een speciale-sectorbedrijf kan leveringen of diensten inkopen van een aankoopcentrale mits de aankoopcentrale het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet voor speciale-sectorbedrijven met betrekking tot die opdracht naleeft.

2.

Een speciale-sectorbedrijf kan werken, leveringen of diensten verkrijgen:

mits de aankoopcentrale het bij of krachtens deel 3 van deze wet voor speciale-sectorbedrijven bepaalde met betrekking tot die speciale-sectoropdracht naleeft.

3.

Aanbestedingsactiviteiten die door een aankoopcentrale worden verricht met het oog op het verrichten van gecentraliseerde aankoopactiviteiten worden aangemerkt als aanbestedingsactiviteiten voor de uitoefening van een werkzaamheid waarop de artikelen 3.1 tot en met 3.6 van toepassing zijn.

4.

In de in het eerste en tweede lid bedoelde gevallen heeft het desbetreffende speciale-sectorbedrijf voldaan aan de voor hem geldende verplichtingen op grond van deel 3 van deze wet.

5.

Onverminderd het vierde lid is een speciale-sectorbedrijf verantwoordelijk voor de nakoming van de verplichtingen op grond van deel 3 van deze wet voor de delen die hij zelf verricht, zoals:

6.

Een speciale-sectorbedrijf kan een speciale-sectoropdracht voor diensten betreffende gecentraliseerde aankoopactiviteiten, met inbegrip van aanvullende aankoopactiviteiten, aan een aankoopcentrale gunnen zonder toepassing van de procedures bij of krachtens deel 3 van deze wet.

7.

Indien een door een aankoopcentrale geëxploiteerd dynamisch aankoopsysteem door andere speciale-sectorbedrijven mag worden gebruikt, wordt dit vermeld in de aankondiging voor de instelling van het dynamisch aankoopsysteem.

8.

Voor alle aanbestedingsprocedures van een aankoopcentrale worden elektronische communicatiemiddelen gebruikt.

9.

Op aanbestedingsactiviteiten van een aankoopcentrale die als gecentraliseerde aankoopactiviteiten zijn aan te merken, is artikel 3.23 niet van toepassing.

Afdeling 3.1.3. Raming van de waarde

§ 3.1.3.1. Algemene bepalingen

Artikel 3.11
1.

Het speciale-sectorbedrijf raamt de waarde van de voorgenomen speciale-sectoropdracht of prijsvraag overeenkomstig de artikelen 3.12 tot en met 3.19.

2.

Artikel 2.14 is van overeenkomstige toepassing.

§ 3.1.3.2. De raming van speciale-sectoropdrachten

Artikel 3.12
1.

De waarde van een speciale-sectoropdracht wordt geraamd naar de waarde op het tijdstip van verzending van de aankondiging van die speciale-sectoropdracht of, indien niet in een aankondiging is voorzien, naar de waarde op het tijdstip waarop de procedure voor de gunning door het speciale-sectorbedrijf wordt ingeleid.

2.

Het speciale-sectorbedrijf baseert de berekening van de geraamde waarde van een speciale-sectoropdracht op het totale bedrag, exclusief omzetbelasting, met inbegrip van opties en verlengingen van het contract, zoals uitdrukkelijk vermeld in de aanbestedingsstukken.

3.

Het speciale-sectorbedrijf gaat bij de berekening van de waarde van een raamovereenkomst uit van de geraamde waarde van alle voor de duur van de raamovereenkomst voorgenomen speciale-sectoropdrachten.

4.

Indien het speciale-sectorbedrijf voorziet in prijzengeld of betalingen aan gegadigden of inschrijvers, berekent hij deze door in de geraamde waarde van de opdracht.

Artikel 3.13

Artikel 2.16 is van overeenkomstige toepassing op de raming van de waarde van een speciale-sectoropdracht voor werken.

Artikel 3.14

Artikel 2.17 is van overeenkomstige toepassing op de raming van de waarde van een speciale-sectoropdracht voor diensten als bedoeld in dat artikel.

Artikel 3.15
1.

Indien een voorgenomen werk of een voorgenomen aankoop van diensten kan leiden tot speciale-sectoropdrachten die in afzonderlijke percelen worden geplaatst, neemt het speciale-sectorbedrijf de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag.

2.

Indien de samengestelde waarde van de percelen, bedoeld in het eerste lid, gelijk is aan of groter is dan het in de artikelen 3.8, eerste lid, onderdelen a of b, of 3.9a, bedoelde bedrag, is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde van toepassing op de plaatsing van elk perceel.

Artikel 3.16
1.

Indien een voorgenomen verkrijging van homogene leveringen kan leiden tot speciale-sectoropdrachten die in afzonderlijke percelen worden geplaatst, neemt het speciale-sectorbedrijf de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag voor de raming.

2.

Indien de samengetelde waarde van de percelen, bedoeld in het eerste lid, gelijk is aan of groter is dan het in artikel 3.8, onderdeel a of b, bedoelde bedrag, past het speciale-sectorbedrijf het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde toe op de plaatsing van elk perceel.

Artikel 3.17

Het speciale-sectorbedrijf raamt de waarde van speciale-sectoropdrachten voor leveringen die betrekking hebben op leasing, huurkoop of huurkoop van producten met overeenkomstige toepassing van de in artikel 2.20, onderdelen a en b, bedoelde grondslag.

Artikel 3.18

Het speciale-sectorbedrijf raamt de waarde van speciale-sectoropdrachten voor leveringen of voor diensten die met een zekere regelmaat worden verricht of die het speciale-sectorbedrijf gedurende een bepaalde periode wil hernieuwen, met overeenkomstige toepassing van de in artikel 2.21, onderdelen a of b, bedoelde grondslag.

Artikel 3.19

Het speciale-sectorbedrijf raamt de waarde van speciale-sectoropdrachten die zowel leveringen als diensten betreffen op basis van de totale waarde van de leveringen en diensten gezamenlijk, ongeacht het respectieve aandeel ervan, en met de waarde van plaatsing en installatie daarin begrepen.

§ 3.1.3.3. De raming van dynamisch aankoopsystemen en prijsvragen

Artikel 3.20
1.

De artikelen 3.12 tot en met 3.19 zijn van overeenkomstige toepassing op de raming van de waarde van een dynamisch aankoopsysteem, een innovatiepartnerschap of een uit te reiken prijs.

2.

In aanvulling op het eerste lid:

Afdeling 3.1.4. Uitgezonderde speciale-sectoropdrachten en prijsvragen

Artikel 3.21
1.

De artikelen 3.1 tot en met 3.6 zijn niet van toepassing op activiteiten als bedoeld in die artikelen:

2.

Een speciale-sectorbedrijf kan de Europese Commissie verzoeken te bepalen dat artikel 34, eerste lid, van richtlijn 2014/25/EU van toepassing is. Het speciale-sectorbedrijf doet mededeling van het verzoek aan Onze Minister.

3.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een vastgestelde uitvoeringshandeling, onderdeel a, dan wel van het niet vaststellen van een uitvoeringshandeling binnen de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde termijn.

Artikel 3.22
1.

In afwijking van de artikelen 3.1 tot en met 3.6 is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde niet van toepassing op speciale-sectoropdrachten en prijsvragen voor diensten:

2.

Een speciale-sectorbedrijf brengt een internationale overeenkomst of afspraak en een juridisch instrument als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of g, ter kennis van de Europese Commissie.

3.

Indien een speciale-sectoropdracht of prijsvraag voor het grootste deel door een internationale organisatie of een internationale financiële instelling wordt gefinancierd, komen de partijen overeen welke procedure wordt toegepast.

Artikel 3.23
1.

In afwijking van de artikelen 3.1 tot en met 3.6 is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde niet van toepassing op:

2.

Het speciale-sectorbedrijf doet de Europese Commissie op haar verzoek mededeling van de categorieën van producten en activiteiten die het ingevolge het eerste lid, onderdeel a, of de opdrachten en prijsvragen die het ingevolge het eerste lid, onderdeel b, als uitgesloten beschouwt.

3.

Het speciale-sectorbedrijf wijst de Europese Commissie bij de mededeling, bedoeld in het tweede lid, op alle gevoelige commerciële informatie en verzoekt de Europese Commissie daarmee rekening te houden.

Artikel 3.24
1.

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten door het speciale-sectorbedrijf bij een met dat bedrijf verbonden onderneming, of door een gemeenschappelijke onderneming, uitsluitend bestaande uit speciale-sectorbedrijven, bij een onderneming die met een van de betrokken speciale-sectorbedrijven is verbonden, indien:

2.

Indien in verband met de datum van oprichting of de aanvang van de bedrijfsactiviteiten van de verbonden onderneming geen gegevens beschikbaar zijn omtrent de omzet in de drie jaren, voorafgaande aan het plaatsen van de opdracht, voldoet de verbonden onderneming aan de in het eerste lid bedoelde eis indien zij aannemelijk kan maken dat die omzet in de komende periode wordt behaald.

3.

Indien dezelfde of soortgelijke werken, leveringen of diensten worden verricht door meer dan één onderneming die verbonden is met het speciale-sectorbedrijf waarmee zij een economische groep vormen, wordt het in het eerste lid bedoelde percentage berekend op grond van de totale omzet van deze verbonden ondernemingen, afkomstig van die werken, leveringen of diensten.

4.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder verbonden onderneming verstaan:

5.

Overheersende invloed als bedoeld in het vierde lid wordt vermoed indien een speciale-sectorbedrijf, al dan niet rechtstreeks, ten aanzien van die onderneming:

Artikel 3.25
1.

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten:

Artikel 3.26

Het speciale-sectorbedrijf doet de Europese Commissie op haar verzoek mededeling van de toepassing van de artikelen 3.24 en 3.25 met betrekking tot:

Artikel 3.27

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op speciale-sectoropdrachten voor diensten:

Artikel 3.28

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op speciale-sectoropdrachten voor diensten die door een speciale-sectorbedrijf worden gegund aan een ander speciale-sectorbedrijf of een samenwerkingsverband van speciale-sectorbedrijven op basis van een uitsluitend recht dat aan dat andere speciale-sectorbedrijf of het desbetreffende samenwerkingsverband is verleend, mits dit uitsluitend recht verenigbaar is met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 3.29

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten voor de aankoop van water door een speciale-sectorbedrijf dat een activiteit als bedoeld in artikel 3.3 uitoefent.

Artikel 3.30

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten voor de levering van energie of brandstof voor energieopwekking door een speciale-sectorbedrijf dat een activiteit als bedoeld in artikel 3.1 of artikel 3.2 uitoefent.

Artikel 3.30a

Het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten of prijsvragen voor diensten waarop:

Artikel 3.31

Vervallen

Hoofdstuk 3.2. Procedures voor het plaatsen van speciale-sectoropdrachten

Afdeling 3.2.1. Openbare en niet-openbare procedure en onderhandelingsprocedure met aankondiging

Artikel 3.32

Het speciale-sectorbedrijf past voor het plaatsen van een opdracht één van de procedures in deze afdeling, al dan niet na marktconsultatie toe.

Artikel 3.33

Het speciale-sectorbedrijf dat de openbare procedure toepast doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

Artikel 3.34

Het speciale-sectorbedrijf dat de niet-openbare procedure toepast doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

Artikel 3.35

Het speciale-sectorbedrijf dat de onderhandelingsprocedure met aankondiging toepast doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

Afdeling 3.2.2. Uitzonderingen op de toepassing van de openbare en niet openbare procedure en de onderhandelingsprocedure met aankondiging

§ 3.2.2.1. Onderhandelingsprocedure zonder aankondiging

Artikel 3.36
1.

Het speciale-sectorbedrijf kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen indien:

2.

Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt:

3.

Het eerste lid, onderdeel c, onder 2° en 3° is uitsluitend van toepassing indien er geen redelijk alternatief of substituut bestaat en het ontbreken van mededinging niet het gevolg is van een kunstmatige beperking van de voorwaarden van de aanbesteding.

Artikel 3.37

Het speciale-sectorbedrijf kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen voor door de oorspronkelijke leverancier verrichte aanvullende leveringen die bestemd zijn:

Artikel 3.38
1.

Het speciale-sectorbedrijf kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen:

2.

Bij toepassing van het eerste lid, onderdeel e, worden alle winnaars van de prijsvraag tot deelneming aan de onderhandelingen uitgenodigd.

Artikel 3.39

Het speciale-sectorbedrijf dat de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepast doorloopt de in artikel 3.35, onderdelen g tot en met m, genoemde stappen.

§ 3.2.2.2. Bijzondere voorschriften betreffende het plaatsen van speciale-sectoropdrachten voor B-diensten

Artikel 3.40

Het speciale-sectorbedrijf kan voor sociale en andere specifieke diensten als bedoeld in bijlage XVII van richtlijn 2014/24/EU de procedure voor sociale en andere specifieke diensten toepassen.

Artikel 3.41
1.

Het speciale-sectorbedrijf dat de procedure voor sociale en andere specifieke diensten toepast doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

2.

Bij de toepassing van de procedure voor sociale en andere specifieke diensten zijn uitsluitend artikel 3.50b, de paragrafen 3.3.2.1, met uitzondering van artikel 3.51, tweede lid, 3.3.3.1 en 3.4.3.4 van toepassing en is paragraaf 2.3.1.2, met uitzondering van artikel 2.52a, tweede lid, en afdeling 2.3.4 van overeenkomstige toepassing.

3.

Het speciale-sectorbedrijf maakt bij het doen van enige aankondiging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, gebruik van de daarvoor bestemde formulieren die beschikbaar zijn gesteld door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

Afdeling 3.2.3. Bijzondere procedures

§ 3.2.3.1. Procedure van een prijsvraag

Artikel 3.42

Een speciale-sectorbedrijf past voor het uitschrijven van een prijsvraag de procedure van een prijsvraag toe.

Artikel 3.43
1.

Het speciale-sectorbedrijf dat de procedure van een prijsvraag toepast, doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

2.

De in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde jury:

3.

Het speciale-sectorbedrijf maakt het oordeel van de jury bekend, voor zover deze tot een oordeel is gekomen, en maakt de resultaten van de prijsvraag bekend.

§ 3.2.3.2. Procedure voor het sluiten van een raamovereenkomst

Artikel 3.44

Een speciale-sectorbedrijf dat een raamovereenkomst wil sluiten, past daartoe de openbare, de niet-openbare procedure, de concurrentiegerichte dialoog, de onderhandelingsprocedure met aankondiging, het innovatiepartnerschap of, indien dat op grond van artikelen 3.36 tot en met 3.38 is toegestaan, de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toe.

Artikel 3.45

Vervallen

Artikel 3.46

Een speciale-sectorbedrijf maakt geen oneigenlijk gebruik van een raamovereenkomst, met als gevolg dat de mededinging zou worden beperkt, verhinderd of vervalst.

§ 3.2.3.3. Procedure voor een dynamisch aankoopsysteem

Artikel 3.47
1.

Een speciale-sectorbedrijf kan een dynamisch aankoopsysteem instellen voor het doen van gangbare aankopen van werken, leveringen of diensten, waarvan de kenmerken wegens de algemene beschikbaarheid op de markt voldoen aan zijn behoeften.

2.

Het speciale-sectorbedrijf past daartoe de niet-openbare procedure toe, met uitzondering van de fase van inschrijving.

Artikel 3.48

Een speciale-sectorbedrijf dat een dynamisch aankoopsysteem instelt doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

Artikel 3.49

Een speciale-sectorbedrijf dat een speciale-sectoropdracht wil plaatsen binnen een dynamisch aankoopsysteem:

Hoofdstuk 3.3. Regels voor speciale-sectoropdrachten inzake aankondiging, uitsluiting, selectie en gunning

Afdeling 3.3.1. Algemeen

Artikel 3.50
1.

Afdeling 2.3.1, met uitzondering van de artikelen 2.51, vijfde lid, 2.52, derde tot en met zevende lid, en 2.52a, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

2.

Artikel 2.57a is van overeenkomstige toepassing op informatie die het speciale-sectorbedrijf beschikbaar stelt met betrekking tot het gebruik van een erkenningsregeling, ongeacht of dit is vermeld in de aankondiging, bedoeld in artikel 3.56, derde lid, inzake het bestaan van een erkenningsregeling.

3.

Tot te bewaren passende informatie als bedoeld in artikel 3.77, eerste lid, wordt tevens gerekend de vermelding van passende maatregelen als bedoeld in artikel 2.51, eerste en tweede lid, ter voorkoming van vervalsing van mededinging.

Afdeling 3.3.2. Aankondigingen

§ 3.3.2.1. Periodieke indicatieve aankondiging en aankondigingen betreffende het bestaan van een erkenningsregeling

Artikel 3.51
1.

Een speciale-sectorbedrijf kan zijn voornemen met betrekking tot geplande aanbestedingen bekend maken door middel van een periodieke indicatieve aankondiging die door de Europese Commissie of door het speciale-sectorbedrijf zelf via zijn kopersprofiel wordt verspreid.

2.

Een periodieke indicatieve aankondiging bevat de informatie, bedoeld in bijlage VI, deel A, afdeling I.

3.

Artikel 2.59 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.52

Een speciale-sectorbedrijf zendt de periodieke indicatieve aankondiging met behulp van het elektronische systeem voor aanbestedingen toe aan de Europese Commissie.

Artikel 3.53
1.

In afwijking van artikel 3.52 kan het speciale-sectorbedrijf de periodieke indicatieve aankondiging ook bekend maken op zijn kopersprofiel.

2.

Artikel 2.61, derde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.54
1.

De periode waarop de periodieke indicatieve aankondiging betrekking heeft, is ten hoogste 12 maanden te rekenen vanaf de datum van waarop deze aankondiging voor bekendmaking is verzonden naar het elektronische systeem voor aanbestedingen.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een periodieke indicatieve aankondiging als bedoeld in artikel 3.56, vierde lid.

Artikel 3.55
1.

Indien een speciale-sectorbedrijf een regeling voor de erkenning van ondernemers als bedoeld in artikel 3.66 wil invoeren, stelt hij met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen aangaande deze regeling een aankondiging op, waarin het doel van de regeling en de wijze waarop inzage in de regeling kan worden verkregen, worden aangegeven.

2.

Een speciale-sectorbedrijf vermeldt in de aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling de geldigheidsduur van de erkenningsregeling.

3.

Het speciale-sectorbedrijf stelt langs elektronische weg met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen de Europese Commissie op de hoogte:

§ 3.3.2.2. Aankondiging

Artikel 3.56
1.

Paragraaf 2.3.2.2, met uitzondering van de artikelen 2.62, vierde lid, onderdeel c, 2.63 en 2.66, is van overeenkomstige toepassing op een speciale-sectorbedrijf dat voornemens is een speciale-sectoropdracht te gunnen, met dien verstande dat in artikel 2.62, vierde lid, onderdeel b, voor bijlage XIV van richtlijn 2014/24/EU wordt gelezen: bijlage XVII van richtlijn 2014/25/EU.

2.

Het speciale-sectorbedrijf geeft in de aankondiging of in de uitnodiging tot inschrijving aan welke bewijsmiddelen met betrekking tot de gestelde eisen en de technische specificaties, eisen en normen hij van de ondernemer verlangt.

3.

Als aankondiging als bedoeld in het eerste lid kan het speciale-sectorbedrijf volstaan met een aankondiging betreffende het bestaan van een erkenningsregeling of een periodieke indicatieve aankondiging, indien die laatste:

4.

Voor sociale en andere specifieke diensten als bedoeld in bijlage XVII van richtlijn 2014/25/EU, kan het speciale-sectorbedrijf als aankondiging als bedoeld in het eerste lid volstaan met een bij herhaling bekend gemaakte aankondiging betreffende het bestaan van een erkenningsregeling of een periodieke indicatieve aankondiging, indien die laatste vermeldt:

5.

Het derde lid is niet van toepassing indien de speciale-sectoropdracht een opdracht als bedoeld in dat lid betreft, waarop de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging kan worden toegepast.

Artikel 3.57
1.

Het speciale-sectorbedrijf biedt met elektronische middelen kosteloze, rechtstreekse en volledige toegang tot de aanbestedingsstukken vanaf de datum van bekendmaking van de aankondiging of vanaf de datum van verzending van de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling, bedoeld in artikel 3.73.

2.

Indien de aankondiging bestaat uit een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling wordt de toegang, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk geboden, maar uiterlijk vanaf de datum waarop de uitnodiging tot inschrijving of tot onderhandeling is verzonden.

3.

Het speciale-sectorbedrijf vermeldt in de aankondiging het internetadres waar de aanbestedingsstukken toegankelijk zijn.

4.

Indien het speciale-sectorbedrijf in afwijking van het eerste lid geen kosteloze, rechtstreekse en volledige toegang tot de aanbestedingsstukken langs elektronische weg biedt in een geval als bedoeld in artikel 3.50b, kan het speciale-sectorbedrijf in de aankondiging aangeven dat de aanbestedingsstukken zullen worden toegezonden per post of via een andere geschikte vervoerder, of per post of via een andere geschikte vervoerder en langs elektronische weg.

5.

Indien het speciale-sectorbedrijf in afwijking van het eerste lid geen kosteloze, rechtstreekse en volledige toegang tot bepaalde aanbestedingsstukken langs elektronische weg biedt omdat hij voornemens is eisen te stellen die tot doel hebben de vertrouwelijke aard van de informatie die hij gedurende de aanbestedingsprocedure beschikbaar stelt te beschermen, vermeldt het speciale-sectorbedrijf in de aankondiging, in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling, bedoeld in artikel 3.73, of in de aanbestedingsstukken indien de aankondiging bestaat uit een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling, welke eisen hij ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van die informatie stelt en hoe toegang kan worden verkregen tot de betrokken documenten.

6.

In een geval als bedoeld in het vierde en vijfde lid stelt het speciale-sectorbedrijf de aanbestedingsstukken op enigerlei wijze kosteloos ter beschikking.

7.

Indien het speciale-sectorbedrijf de aanbestedingsstukken voor de speciale-sectoropdracht ook op andere wijze dan ter uitvoering van het eerste lid beschikbaar stelt, kan het speciale-sectorbedrijf de kosten voor die wijze van verstrekking in rekening brengen bij degenen die om die andere wijze van verstrekking van de aanbestedingsstukken hebben gevraagd.

§ 3.3.2.3. Termijnen

Artikel 3.58

Een speciale-sectorbedrijf stelt de termijn voor het indienen van verzoeken tot deelneming of inschrijvingen vast met inachtneming van het voorwerp van de opdracht, de voor de voorbereiding van het verzoek of de inschrijving benodigde tijd en de in deze paragraaf gestelde regels omtrent termijnen.

Artikel 3.59
1.

Voor openbare procedures bedraagt de termijn voor het indienen van de inschrijvingen ten minste 45 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging.

2.

Voor niet-openbare procedures, onderhandelingsprocedures met aankondiging, de concurrentiegerichte dialoog en het innovatiepartnerschap bedraagt de termijn voor het indienen van een verzoek tot deelneming ten minste 30 dagen en in geen geval minder dan 15 dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging.

3.

Voor de niet-openbare procedures en onderhandelingsprocedures met aankondiging bedraagt bij een uitnodiging van een speciale-sectorbedrijf overeenkomstig artikel 3.73, eerste lid, de termijn tot bevestiging van belangstelling ten minste 30 dagen en in geen geval minder dan 15 dagen, te rekenen van de datum van verzending van de uitnodiging.

4.

Bij de niet-openbare procedures en onderhandelingsprocedures met aankondiging kan de termijn voor het indienen van een inschrijving in onderling overleg tussen het speciale-sectorbedrijf en de uitgekozen gegadigden worden vastgesteld, mits alle gegadigden evenveel tijd krijgen om hun inschrijvingen voor te bereiden en in te dienen.

5.

Indien geen overeenstemming over een termijn als bedoeld in het vierde lid wordt bereikt, bedraagt deze ten minste 24 dagen en niet minder dan 10 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.

Artikel 3.60

Een speciale-sectorbedrijf dat een periodieke indicatieve aankondiging heeft gedaan die niet als aankondiging als bedoeld in artikel 3.56, derde lid, wordt gebruikt, kan de termijn voor het indienen van inschrijvingen bij openbare procedures inkorten tot 29 dagen, maar in geen geval tot minder dan 22 dagen, indien de periodieke indicatieve aankondiging:

Afdeling 3.3.3. Bestek

§ 3.3.3.1. Technische specificaties

Artikel 3.61
1.

Paragraaf 2.3.3.1, met uitzondering van artikel 2.76, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

2.

Een speciale-sectorbedrijf formuleert de technische specificaties:

3.

Een speciale-sectorbedrijf doet een verwijzing als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vergezeld gaan van de woorden «of gelijkwaardig».

Artikel 3.62
1.

Een speciale-sectorbedrijf deelt op verzoek van ondernemers die belangstelling hebben voor een speciale-sectoropdracht de technische specificaties mede die regelmatig in zijn speciale-sectoropdrachten worden vermeld, of de technische specificaties die hij voornemens is toe te passen voor speciale-sectoropdrachten waarvoor een periodieke indicatieve aankondiging met een uitnodiging overeenkomstig artikel 3.73, eerste lid, is gedaan.

2.

Een speciale-sectorbedrijf biedt met elektronische middelen kosteloze, rechtstreeks en volledige toegang tot de technische specificaties, bedoeld in het eerste lid.

3.

In afwijking van het tweede lid kan een speciale-sectorbedrijf de technische specificaties met andere middelen dan langs elektronische weg aan de belangstellende ondernemers verzenden bij toepassing van artikel 3.50, tweede lid, of artikel 3.50b.

4.

Indien de technische specificaties, bedoeld in het eerste lid, gebaseerd zijn op documenten waarover belangstellende ondernemers zonder belemmeringen en kosteloos langs elektronische weg kunnen beschikken, kan het speciale-sectorbedrijf ermee volstaan een verwijzing naar deze documenten op te nemen.

§ 3.3.3.2. Onderaanneming, bijzondere voorwaarden, voorbehouden opdracht en varianten

Artikel 3.63

De paragrafen 2.3.3.2 tot en met 2.3.3.5 zijn van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten, met dien verstande dat in artikel 2.81, tweede lid voor bijlage X van richtlijn 2014/24/EU wordt gelezen: bijlage XIV van richtlijn 2014/25/EU.

Afdeling 3.3.4. Eigen verklaring

Artikel 3.64

Afdeling 2.3.4 is van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

Afdeling 3.3.5. Selectie

Artikel 3.65
1.

Het speciale-sectorbedrijf stelt bij procedures voor het gunnen van speciale-sectoropdrachten objectieve voorschriften en selectiecriteria vast en stelt die voorschriften en criteria ter beschikking aan belangstellende ondernemers.

2.

Bij een niet-openbare procedure, een concurrentiegerichte dialoog, een innovatiepartnerschap, een onderhandelingsprocedure met aankondiging of een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging, kan het speciale-sectorbedrijf objectieve voorschriften en criteria vaststellen om de gegadigden te beperken tot een aantal dat wordt gerechtvaardigd door het noodzakelijke evenwicht tussen enerzijds de specifieke kenmerken van de procedure en anderzijds de daarvoor vereiste middelen. Het speciale-sectorbedrijf stelt het aantal gegadigden zodanig vast dat voldoende concurrentie blijft gewaarborgd.

3.

De voorschriften en criteria, bedoeld in het eerste lid, kunnen de in de artikelen 2.86 en 2.87 genoemde uitsluitingsgronden omvatten, waarbij van de toepassing van deze artikelen kan worden afgezien op de in artikel 2.88 genoemde gronden en indien het een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 2.86, vierde lid, betreft, tevens op de in artikel 2.86a genoemde grond.

4.

Het speciale-sectorbedrijf stelt een gegadigde of inschrijver waarop een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 2.86, eerste of derde lid, of artikel 2.87 van toepassing is, in de gelegenheid te bewijzen dat hij voldoende maatregelen heeft genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen. Indien het speciale-sectorbedrijf dat bewijs toereikend acht, wordt de betrokken gegadigde of inschrijver niet uitgesloten. Artikel 2.87a, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

5.

Indien het speciale-sectorbedrijf de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap, een publiekrechtelijke instelling of een samenwerkingsverband van deze overheden of publiekrechtelijke instellingen is, neemt dat bedrijf, in afwijking van het vierde lid, in ieder geval de in artikel 2.86 genoemde uitsluitingsgronden in de voorschriften en criteria op waarbij van de toepassing van dit artikel kan worden afgezien op de in artikel 2.88 genoemde gronden en indien het een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 2.86, vierde lid, betreft, tevens op de in artikel 2.86a genoemde gronden.

6.

Een speciale-sectorbedrijf kan, na gebruik van de onlinedatabank van certificaten e-Certis, aan gegadigden en inschrijvers geschiktheidseisen als bedoeld in artikel 2.90, tweede lid, stellen.

7.

De artikelen 2.90, tweede tot en met achtste lid, 2.92a en 2.95, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op een speciale-sectorbedrijf dat geschiktheidseisen stelt.

8.

De artikelen 2.91, eerste en derde lid, en 2.93, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de ondernemer waarop geschiktheidseisen van toepassing zijn.

Hoofdstuk 3.4. Erkenningsregeling

Artikel 3.66
1.

Een speciale-sectorbedrijf kan een regeling voor de erkenning van ondernemers invoeren en beheren. Deze regeling kan verscheidene fasen van erkenning van geschiktheid omvatten.

2.

Een erkenningsregeling bevat objectieve voorschriften en criteria voor de uitsluiting en selectie van ondernemers die een erkenning aanvragen.

3.

Een speciale-sectorbedrijf dat een regeling als bedoeld in het eerste lid invoert of beheert, waarborgt dat de ondernemers te allen tijde een erkenning kunnen aanvragen.

4.

Een speciale-sectorbedrijf beheert de regeling, bedoeld in het eerste lid, op basis van door het bedrijf omschreven objectieve criteria en voorschriften.

5.

Indien de objectieve voorschriften en criteria van een regeling, bedoeld in het eerste lid, technische specificaties bevatten, is artikel 3.61 van toepassing. De criteria en voorschriften inzake erkenning kunnen zo nodig worden herzien.

6.

De criteria en voorschriften, bedoeld in het tweede lid, kunnen de uitsluitingscriteria, genoemd in de artikelen 2.86 en 2.87, omvatten onder de daarin genoemde voorwaarden en met overeenkomstige toepassing van de artikelen 2.86a tot en met 2.89, met dien verstande dat, indien een regeling voor de erkenning van ondernemers wordt ingevoerd door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap, een publiekrechtelijke instelling of een samenwerkingsverband van deze overheden of publiekrechtelijke instellingen die een speciale-sectoropdracht plaatst in het kader van een van de activiteiten, genoemd in afdeling 3.1.1, ook artikel 2.86 van overeenkomstige toepassing is.

7.

Indien de criteria en voorschriften inzake erkenning, bedoeld in het tweede lid, eisen omvatten betreffende de economische en financiële draagkracht of de technische bekwaamheid of beroepsbekwaamheid van de ondernemer, kan deze zich beroepen op de draagkracht van andere natuurlijke personen of rechtspersonen ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen of rechtspersonen. In dat geval is artikel 3.65a van overeenkomstige toepassing.

8.

Een speciale-sectorbedrijf stelt de criteria en voorschriften inzake erkenning, bedoeld in het tweede lid, desgevraagd ter beschikking aan ondernemers. Indien deze criteria en voorschriften worden herzien, wordt dit de betrokken ondernemers medegedeeld.

9.

Een speciale-sectorbedrijf dat van oordeel is dat de regeling voor de erkenning van ondernemers van bepaalde andere instanties aan de voorwaarden voldoet, deelt de betrokken ondernemers de namen van deze andere instanties mede.

10.

Een speciale-sectorbedrijf houdt een lijst van erkende ondernemers bij, die naar de aard van de opdrachten waarvoor de erkenning geldt in categorieën kan worden ingedeeld.

11.

De vergoeding die een speciale-sectorbedrijf verlangt voor een aanvraag voor een erkenning, voor een wijziging daarin of voor het behouden van een verkregen erkenning, moet evenredig zijn met de gemaakte kosten.

Artikel 3.67
1.

Een speciale-sectorbedrijf dat een regeling voor de erkenning van ondernemers invoert en beheert, stelt de verzoekers binnen zes maanden na het indienen van het verzoek om erkenning in kennis inzake hun erkenning.

2.

Indien de beslissing omtrent de erkenning meer dan vier maanden vanaf het indienen van het verzoek om erkenning in beslag neemt, informeert het speciale-sectorbedrijf de verzoeker binnen twee maanden na deze indiening over de redenen waarom deze termijn langer is en over de datum waarop op zijn verzoek wordt beslist.

3.

Een speciale-sectorbedrijf stelt degene van wie een verzoek om erkenning is afgewezen zo spoedig mogelijk na die beslissing, doch uiterlijk binnen vijftien dagen, daarvan in kennis en motiveert deze afwijzing aan de hand van de erkenningscriteria, bedoeld in artikel 3.66, tweede lid.

4.

Een speciale-sectorbedrijf kan de erkenning van een ondernemer slechts intrekken op grond van de criteria, bedoeld in artikel 3.66, tweede lid.

5.

Een speciale-sectorbedrijf brengt de betrokkene het voornemen om een erkenning in te trekken en de redenen daartoe, uiterlijk vijftien dagen vóór de datum waarop de erkenning zal worden ingetrokken schriftelijk ter kennis.

Artikel 3.68
1.

Indien het speciale-sectorbedrijf uitsluitingsgronden heeft vastgesteld, is 2.3.5.2 van overeenkomstige toepassing.

2.

De artikelen 2.101, eerste en tweede lid, 2.102 en 2.102a zijn van overeenkomstige toepassing.

3.

Een speciale-sectorbedrijf kan bij toepassing van de openbare procedure inschrijvingen onderzoeken voordat de geschiktheid van de inschrijvers is beoordeeld, indien dit met inachtneming van het bepaalde in afdeling 3.3.5 en in hoofdstuk 3.4 tot en met paragraaf 3.4.3.3 ten aanzien van erkenning, uitsluiting, geschiktheid, selectie en gunning plaatsvindt.

Artikel 3.69
1.

Voor de selectie van deelnemers aan een procedure:

2.

Een speciale-sectorbedrijf dat een aankondiging doet door een mededeling inzake het bestaan van een regeling voor de erkenning van ondernemers met het oog op selectie van deelnemers in procedures voor de specifieke opdrachten waarop de aankondiging betrekking heeft:

3.

Een speciale-sectorbedrijf toetst de door de aldus geselecteerde inschrijvers ingediende inschrijvingen aan de op de inschrijvingen toepasselijke bepalingen en voorschriften, en gunt de opdracht op basis van de criteria, bedoeld in de artikelen 2.114, 2.115 en 2.116, en met inachtneming van het bepaalde in artikel 2.83 dat van overeenkomstige toepassing is op speciale-sectoropdrachten.

Artikel 3.70
1.

Een speciale-sectorbedrijf dat de deelnemers aan een niet-openbare procedure een onderhandelingsprocedure, een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap kiest en een beslissing neemt over erkenning of de erkenningscriteria of de regeling voor de erkenning van ondernemers herziet, eist geen bewijzen die een doublure zouden vormen met reeds beschikbare objectieve bewijzen.

2.

Een speciale-sectorbedrijf dat de overlegging verlangt van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, met inbegrip van normen inzake de toegankelijkheid van personen met een handicap verwijst naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door conformiteitsbeoordelingsinstanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering.

3.

Een speciale-sectorbedrijf erkent gelijkwaardige verklaringen van in andere lidstaten van de Europese Unie gevestigde instanties. Een speciale-sectorbedrijf aanvaardt ook andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking indien de ondernemer die certificaten niet binnen de gestelde termijnen kan verwerven om redenen die hem niet aangerekend kunnen worden, mits de ondernemer bewijst dat de voorgestelde maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking aan de kwaliteitsnormen voldoen van ondernemers.

4.

Een speciale-sectorbedrijf dat de overlegging verlangt van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer aan bepaalde systemen of normen inzake milieubeheer voldoet, verwijst naar:

5.

Een speciale-sectorbedrijf aanvaardt andere passende bewijzen van gelijkwaardige maatregelen inzake milieubeheer, indien een ondernemer aantoonbaar niet de mogelijkheid heeft gehad het door het speciale-sectorbedrijf aangegeven specifieke certificaat of een gelijkwaardig certificaat binnen de gestelde termijnen te verwerven om redenen die hem niet aangerekend kunnen worden, mits de ondernemer aantoont dat de maatregelen gelijkwaardig zijn aan die welke op grond van het toepasselijke milieubeheersysteem of de toepasselijke norm vereist zijn.

Afdeling 3.3.6. Mededeling van uitsluiting en afwijzing

Artikel 3.71

De artikelen 2.103, eerste tot en met derde lid, en 2.104 zijn van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

Afdeling 2a.3.1. Algemeen

§ 3.3.7.1. Inschrijving

Artikel 3.72

Paragraaf 2.3.8.2 is van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

Artikel 3.73
1.

Indien een periodieke indicatieve aankondiging als bedoeld in artikel 3.56, derde lid, is gedaan, nodigt het speciale-sectorbedrijf ondernemers die hun belangstelling eerder kenbaar hebben gemaakt gelijktijdig en schriftelijk uit om hun eerder getoonde belangstelling te bevestigen.

2.

Op een uitnodiging als bedoeld in het eerste lid, is artikel 3.71b van overeenkomstige toepassing.

§ 2a.3.2.1. Aankondiging

Artikel 3.74
1.

De paragrafen 2.3.8.4 tot en met 2.3.8.6 en 2.3.8.7a zijn van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten, met uitzondering van artikel 2.117.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid wordt in artikel 2.115a, vierde lid, voor «bijlage XIII van richtlijn 2014/24/EU» gelezen «bijlage XV van richtlijn 2014/25/EU» en wordt in artikel 2.116, tweede lid, onderdeel d, en vijfde lid, voor «bijlage X van richtlijn 2014/24/EU» telkens gelezen: bijlage XIV van richtlijn 2014/25/EU.

§ 3.3.7.3. Gunningsbeslissing

Artikel 3.75

Paragraaf 2.3.8.8 is van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

Artikel 3.76
1.

Een speciale-sectorbedrijf past het tweede tot en met vijfde lid van dit artikel toe op inschrijvingen die producten bevatten uit derde landen waarmee de Europese Gemeenschappen geen multilateraal of bilateraal verdrag hebben gesloten dat de communautaire ondernemingen op vergelijkbare wijze daadwerkelijk toegang verschaft tot de markten van deze derde landen.

2.

Een speciale-sectorbedrijf kan iedere inschrijving die wordt ingediend met het oog op de gunning van een opdracht voor leveringen, afwijzen indien het aandeel van de uit derde landen afkomstige goederen, waarvan de oorsprong wordt vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269), meer dan vijftig procent uitmaakt van de totale waarde van de goederen waarop deze inschrijving betrekking heeft.

3.

Indien twee of meer inschrijvingen volgens de gunningcriteria van artikelen 2.113 en 2.115 gelijkwaardig zijn, geeft het speciale-sectorbedrijf de voorkeur aan de inschrijving die niet krachtens het tweede lid kan worden afgewezen. Indien het prijsverschil niet meer dan drie procent bedraagt, wordt het bedrag van de inschrijving door het speciale-sectorbedrijf als gelijkwaardig beschouwd.

4.

Een speciale-sectorbedrijf kan afwijken van het derde lid indien hij hierdoor genoodzaakt zou zijn apparatuur aan te schaffen met technische kenmerken die afwijken van de bestaande apparatuur, en dit tot onverenigbaarheid of tot technische moeilijkheden bij het gebruik of het onderhoud zou leiden of buitensporige kosten met zich mee zou brengen.

5.

Een speciale-sectorbedrijf laat bij het bepalen van het aandeel van uit derde landen afkomstige goederen, bedoeld in het tweede lid, de derde landen buiten beschouwing ten gunste waarvan de toepassing van richtlijn 2014/25/EU bij besluit van de Raad van de Europese Unie overeenkomstig het eerste lid is uitgebreid.

6.

Voor de toepassing van dit artikel worden de programmatuurtoepassingen die in telecommunicatienetten worden gebruikt, als goederen beschouwd.

§ 3.3.7.4. Verslaglegging en bekendmaking

Artikel 3.77
1.

Een speciale-sectorbedrijf bewaart passende informatie over iedere speciale-sectoropdracht en ieder dynamisch aankoopsysteem, opdat het bedrijf later de genomen beslissingen kan motiveren met betrekking tot:

2.

Indien informatie als bedoeld in het eerste lid vermeld staat in de aankondiging van een gegunde speciale-sectoropdracht, kan het speciale-sectorbedrijf voor een motivering verwijzen naar die aankondiging.

3.

Een speciale-sectorbedrijf documenteert het verloop van een aanbestedingsprocedure door voldoende documenten te bewaren die beslissingen in iedere fase van een aanbestedingsprocedure onderbouwen.

4.

Tot de documentatie, bedoeld in het derde lid, worden in ieder geval gerekend documenten betreffende communicatie met ondernemers, de voorbereiding van aanbestedingsstukken, eventuele dialoog of onderhandeling en selectie en gunning van een speciale-sectoropdracht.

5.

De informatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt gedurende ten minste drie jaar na de datum van gunning van de speciale-sectoropdracht bewaard.

6.

Het speciale-sectorbedrijf verstrekt binnen de in het vijfde lid genoemde periode van drie jaar de Europese Commissie op haar verzoek de nodige informatie.

Artikel 3.78
1.

De artikelen 2.134, 2.136 en 2.138 zijn van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten, met dien verstande dat in artikel 2.134, derde lid, voor «bijlage XIV van richtlijn 2014/24/EU» wordt gelezen: bijlage XVII van richtlijn 2014/25/EU.

2.

Indien een periodieke indicatieve aankondiging als bedoeld in artikel 3.56, derde lid, is gedaan en het speciale-sectorbedrijf heeft besloten geen verdere opdrachten te gunnen voor de periode waarop de periodieke indicatieve aankondiging betrekking heeft, wordt dit vermeld in de aankondiging van de gegunde speciale-sectoropdracht.

3.

Indien een speciale-sectorbedrijf een opdracht plaatst in verband met onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten:

Artikel 3.79

Het speciale-sectorbedrijf bewaart ten minste gedurende de looptijd van de speciale-sectoropdracht kopieën van de gesloten overeenkomsten met een waarde van ten minste:

Hoofdstuk 3.4. Overige voorschriften voor de procedures met betrekking tot de raamovereenkomst, het dynamisch aankoopsysteem en de prijsvraag

Artikel 3.80
1.

De looptijd van een raamovereenkomst is ten hoogste acht jaar, behalve in uitzonderingsgevallen die deugdelijk gemotiveerd zijn.

2.

De plaatsing van speciale-sectoropdrachten met gebruikmaking van een raamovereenkomst, vindt plaats op basis van objectieve eisen en criteria die staan vermeld in de aanbestedingsstukken bij de procedure die tot de raamovereenkomst heeft geleid.

3.

De objectieve eisen en criteria, bedoeld in het tweede lid, waarborgen de gelijke behandeling van de ondernemers die partij zijn bij de raamovereenkomst.

4.

Bij de plaatsing van speciale-sectoropdrachten met gebruikmaking van een raamovereenkomst, is het toegestaan de ondernemers die partij bij de raamovereenkomst zijn nogmaals tot mededinging op te roepen.

5.

Bij een nieuwe aankondiging stelt het speciale-sectorbedrijf voor elke speciale-sectoropdracht met gebruikmaking van een raamovereenkomst een voldoende lange termijn vast voor de indiening van een inschrijving op die opdracht.

6.

De speciale-sectoropdracht, bedoeld in het vijfde lid, wordt gegund aan de inschrijver die op grond van de in de specificaties van de raamovereenkomst vastgestelde gunningscriteria de beste inschrijving heeft ingediend.

Deel 4. Overige bepalingen

Hoofdstuk 4.1. Gedragsverklaring aanbesteden

Afdeling 4.1.1. Algemene bepalingen

Artikel 4.1

Een gedragsverklaring aanbesteden is een verklaring van Onze Minister van Veiligheid en Justitie dat uit een onderzoek naar de in de artikel 4.7 bedoelde gegevens is gebleken dat tegen de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon geen bezwaren bestaan in verband met inschrijving op overheidsopdrachten, speciale-sectoropdrachten, concessieopdrachten, prijsvragen of opdrachten als bedoeld in de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied.

Artikel 4.2

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder rechtspersoon verstaan een rechtspersoon als bedoeld in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek alsmede daarmee gelijkgestelde organisaties als bedoeld in artikel 51, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 4.3

De beslissing omtrent de afgifte van een gedragsverklaring aanbesteden wordt aangemerkt als een beschikking in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 4.4
1.

Een aanvraag om de afgifte van een gedragsverklaring aanbesteden wordt ingediend bij Onze Minister van Veiligheid en Justitie door degene omtrent wiens gedrag een verklaring wordt gevraagd of door een vertegenwoordiger van de rechtspersoon omtrent wiens gedrag een verklaring wordt gevraagd.

2.

De aanvrager verstrekt bij zijn aanvraag:

3.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie onderzoekt de volledigheid van de bij de aanvraag verstrekte gegevens en verschaft zich de nodige zekerheid over de identiteit van de aanvrager.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen worden gesteld ter uitvoering van het derde lid.

Artikel 4.5
1.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie beslist op de aanvraag met betrekking tot de afgifte van de gedragsverklaring aanbesteden:

2.

De in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde beslistermijnen kunnen eenmaal worden verlengd met vier onderscheidenlijk acht weken.

Artikel 4.6

Artikel 39 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens is van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 4.1.2. Toetsingscriteria

Artikel 4.7
1.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie betrekt in zijn beoordeling van de aanvraag om een gedragsverklaring aanbesteden uitsluitend de gegevens met betrekking tot:

2.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een rechtspersoon is artikel 35, tweede lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens van overeenkomstige toepassing.

3.

In het in het tweede lid bedoelde geval betrekt Onze Minister van Veiligheid en Justitie bij zijn beoordeling tevens de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde gegevens van de in artikel 4.4, tweede lid, onderdelen b en c, bedoelde personen.

Artikel 4.8
1.

Veroordelingen als bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, onderdeel a, worden in de beoordeling betrokken voor zover zij in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag onherroepelijk zijn geworden.

2.

Veroordelingen en beschikkingen als bedoeld in artikel 4,7 eerste lid, onderdelen b, c en d, worden in de beoordeling betrokken voor zover zij in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag onherroepelijk zijn geworden.

Artikel 4.9
1.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie betrekt bij zijn onderzoek met betrekking tot de afgifte van een gedragsverklaring aanbesteden van een natuurlijk persoon de met betrekking tot de aanvrager vermelde justitiële gegevens in de justitiële documentatie, bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

2.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie betrekt bij zijn onderzoek met betrekking tot de afgifte van een gedragsverklaring aanbesteden van een rechtspersoon de gegevens in de justitiële documentatie, bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, op naam van de rechtspersoon en omtrent de in artikel 4.7, tweede en derde lid, bedoelde personen.

Afdeling 4.1.3. Beoordeling

Artikel 4.10
1.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie weigert de afgifte van de gedragsverklaring aanbesteden, ingeval de aanvrager een natuurlijke persoon is, indien binnen de in artikel 4.8 bedoelde termijn:

2.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie weigert de afgifte van de gedragsverklaring aanbesteden, ingeval de aanvrager een rechtspersoon is, indien binnen de in artikel 4.8 bedoelde termijn:

3.

Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ingeval van veroordelingen van personen als bedoeld in artikel 4.4, onderdeel c, die op het tijdstip van het nemen van het besluit omtrent de afgifte van de gedragsverklaring aanbesteden nog een beleidsbepalende functie binnen de rechtspersoon vervullen.

4.

Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, wordt een taakstraf van 1 uur gelijkgesteld met een geldboete van 80 euro en een voorwaardelijke gevangenisstraf of hechtenis van 1 dag met een geldboete van 160 euro.

Artikel 4.11
1.

Alvorens te beslissen tot weigering van de afgifte van de gedragsverklaring aanbesteden, stelt Onze Minister van Veiligheid en Justitie degene van wie een of meer gegevens als bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, onderdelen a en b, ten grondslag hebben gelegen aan de beslissing, in de gelegenheid om binnen twee weken een verzoek als bedoeld in artikel 22 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens dan wel de artikelen 16 en 17 van de Algemene verordening gegevensbescherming te doen.

2.

De in artikel 4.5 gestelde termijn voor de beslissing op de aanvraag wordt opgeschort met ingang van de dag waarop Onze Minister van Veiligheid en Justitie de gelegenheid heeft geboden tot het doen van een verzoek als bedoeld in het eerste lid tot de dag waarop een schriftelijke mededeling is gedaan dat geen verzoek zal worden ingediend of twee weken zijn verstreken, dan wel tot de dag waarop de procedure naar aanleiding van een verzoek is beëindigd.

3.

De aanvrager van de gedragsverklaring aanbesteden wordt in kennis gesteld van de opschorting.

Hoofdstuk 4.2. Nadere uitvoeringsregels

Afdeling 4.2.1. Nadere regels ter uitvoering van de richtlijnen

Artikel 4.12
1.

Ter uitvoering van de richtlijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU wordenbij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld omtrent:

2.

Ter uitvoering van richtlijn 2014/24/EU kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de instelling, afgifte en bewijskracht van certificaten dan wel de instelling van, opname in en bewijskracht van de opname op een erkenningslijst.

Afdeling 4.2.2. Het elektronische systeem voor aanbestedingen

Artikel 4.13
1.

Onze Minister draagt zorg voor het inrichten, instandhouden, de werking en het beveiligen van een elektronisch systeem voor aanbestedingen, met behulp waarvan:

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toegang tot en aansluiting op het elektronische systeem voor aanbestedingen ten behoeve van het doen van aankondigingen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b.

3.

Het elektronische systeem, bedoeld in het eerste lid, stelt koppelvlakken ter beschikking voor de aansluiting van en geautomatiseerde gegevensuitwisseling met systemen van gegevensverwerking van aanbestedende diensten of speciale-sectorbedrijven en van ondernemingen die advies- en ondersteuningsdiensten aanbieden.

Artikel 4.14
1.

Onze Minister stelt door middel van het elektronische systeem van aanbesteden de door de Europese Commissie met inachtneming van artikel 33, eerste lid, van richtlijn 2014/23/EU, de artikelen 51, eerste lid, 75, derde lid, en 79, derde lid, van richtlijn 2014/24/EU en artikel 71, eerste lid, van richtlijn 2014/25/EU vastgestelde formulieren beschikbaar voor:

2.

Onze Minister kan door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen tevens formulieren ter beschikking stellen voor aankondigingen waarop deel 2, 2a of 3 van deze wet niet van toepassing zijn.

3.

Op verzoek van de aanbestedende dienst, het speciale-sectorbedrijf of de concessiehouder wijst Onze Minister de Europese Commissie op gegevens die niet voor publicatie bestemd zijn. Deze gegevens worden niet door middel van het elektronische systeem van aanbesteden bekendgemaakt.

4.

Onze Minister draagt er zorg voor dat door middel van het elektronische systeem van aanbesteden de mededelingen, genoemd in artikel 4.13, onder a, langs elektronische weg ter publicatie worden gezonden aan de Europese Commissie overeenkomstig het model en op de wijze, bedoeld in bijlage XI van richtlijn 2014/23/EU, in het derde punt van bijlage VIII van richtlijn 2014/24/EU of in het derde punt van bijlage IX van richtlijn 2014/25/EU.

5.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit van de Europese Commissie als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van richtlijn 2014/23/EU, de artikelen 51, eerste lid, 75, derde lid, en 79, derde lid, van richtlijn 2014/24/EU en de artikelen 71, eerste lid, 92, derde lid, en 96, tweede lid, van richtlijn 2014/25/EU.

Hoofdstuk 4.3. Vernietigbaarheid en boete

Afdeling 4.3.1. Vernietigbaarheid

Artikel 4.15
1.

Een als resultaat van een gunningsbeslissing gesloten overeenkomst is in rechte vernietigbaar op een van de volgende gronden:

2.

De vordering tot vernietiging wordt door een ondernemer die zich door een gunningsbeslissing benadeeld acht ingesteld:

Artikel 4.16
1.

Artikel 4.15, eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf:

2.

Artikel 4.15, eerste lid, aanhef en onder c, is niet van toepassing indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf:

Artikel 4.17
1.

De aankondiging, bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, onder b, bevat tenminste de volgende gegevens:

2.

De bekendmaking van de aankondiging, bedoeld in het eerste lid, geschiedt langs elektronische weg, met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf gebruikt voor de bekendmaking van de aankondiging, bedoeld in het eerste lid, het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

Artikel 4.18
1.

De rechter kan besluiten een overeenkomst niet te vernietigen indien, alle relevante aspecten in aanmerking genomen, dwingende redenen van algemeen belang het noodzakelijk maken dat de overeenkomst in stand blijft.

2.

Economische belangen mogen alleen als een dwingende reden als bedoeld in het eerste lid worden beschouwd indien vernietiging in uitzonderlijke omstandigheden onevenredig grote gevolgen zou hebben. Economische belangen die rechtstreeks verband houden met de betrokken overeenkomst, mogen evenwel geen dwingende reden als bedoeld in het eerste lid vormen. Zodanige belangen omvatten onder meer de kosten die voortvloeien uit vertraging bij de uitvoering van de overeenkomst, de kosten van een nieuwe aanbestedingsprocedure, de kosten die veroorzaakt worden door het feit dat een andere onderneming de overeenkomst uitvoert, en de kosten van de wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit de vernietiging.

Artikel 4.19
1.

Indien de rechter toepassing geeft aan artikel 4.18, eerste lid, kan de rechter op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve de looptijd van de overeenkomst verkorten.

2.

De rechter houdt in ieder geval rekening met de ernst van de overtreding, het gedrag van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf, de aard van de overeenkomst en, in voorkomend geval, met de mogelijkheid om de werking van een vernietiging te beperken.

Artikel 4.20
1.

Indien de rechter toepassing heeft gegeven aan artikel 4.18, eerste lid, of indien de overeenkomst wel wordt vernietigd op grond van artikel 4.15, eerste lid, maar aan die vernietiging de werking geheel of gedeeltelijk wordt ontzegd, wordt door de griffie van de rechtbank onverwijld en kosteloos een afschrift van de uitspraak gezonden aan Onze Minister en aan de Autoriteit Consument en Markt.

2.

Onze Minister draagt zorg dat afschriften van uitspraken als bedoeld in het eerste lid eenmaal per jaar aan de Europese Commissie worden gezonden.

Afdeling 4.3.2. Boete

Artikel 4.21
1.

De Autoriteit Consument en Markt legt de aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat partij is bij een overeenkomst waarbij toepassing is gegeven aan artikel 4.18, eerste lid, een bestuurlijke boete op.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de overeenkomst in rechte is vernietigd doch de werking geheel of gedeeltelijk aan die vernietiging is ontzegd.

3.

De in het eerste lid bedoelde boete is afschrikkend, evenredig en doeltreffend, beschouwd in samenhang met de in artikel 4.19 bedoelde verkorting van de looptijd.

4.

De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste vijftien procent van de geraamde waarde van de desbetreffende opdracht. Bij het bepalen van de hoogte van de boete neemt de Autoriteit Consument en Markt de relevante omstandigheden van het geval, waaronder de ernst van de overtreding, in acht.

Artikel 4.22

De Autoriteit Consument en Markt neemt de beschikking, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, niet dan nadat de uitspraak, bedoeld in artikel 4.20, eerste lid, kracht van gewijsde heeft gekregen.

Artikel 4.23
1.

De Autoriteit Consument en Markt kan onder haar ressorterende ambtenaren aanwijzen als toezichthouders ten behoeve van het opmaken van een rapport als bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

2.

Alvorens een boete op te leggen kunnen de door de Autoriteit Consument en Markt daartoe aangewezen ambtenaren de overeenkomst en de boekhouding onderzoeken teneinde de voor het vaststellen van de boete in aanmerking komende financiële gegevens te bepalen. Zij kunnen zich laten bijstaan door een onafhankelijk financieel deskundige.

3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf is verplicht mee te werken aan de onderzoeken, bedoeld in het tweede lid.

4.

Bij overtreding van het derde lid is artikel 12m, derde lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4.24

Indien de overeenkomst, bedoeld in artikel 4.21, is gesloten of mede is gesloten ten bate van de Autoriteit Consument en Markt, worden de bevoegdheden van de artikelen 4.21 tot en met 4.23 uitgeoefend door Onze Minister.

Artikel 4.25

Vervallen

Hoofdstuk 4.4. Arbitrage en klachten

Artikel 4.26

Indien terzake van een aanbestedingsgeschil arbitrage is overeengekomen:

Artikel 4.27

Onze Minister bevordert de instelling van een commissie die tot doel heeft onafhankelijk advies te geven over klachten met betrekking tot aanbestedingsprocedures.

Hoofdstuk 4.5. Evaluatiebepalingen

Artikel 4.28
1.

Onze Minister onderzoekt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet de wijze waarop aanbestedende diensten overheidsopdrachten voor leveringen en diensten beneden de in afdeling 2.1.1 van deze wet bedoelde waarden plaatsen. Hij doet daarvan verslag aan de Staten-Generaal.

2.

Indien uit de in het eerste lid bedoelde evaluatie blijkt dat het plaatsen van opdrachten als bedoeld in dat lid op onvoldoende uniforme wijze geschiedt kan bij algemene maatregel van bestuur een richtsnoer worden aangewezen waarin voorschriften zijn vervat met betrekking tot de wijzen waarop door bij die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen aanbestedende diensten overheidsopdrachten als bedoeld in het eerste lid worden geplaatst.

3.

Indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, past de aanbestedende dienst de voorschriften toe of motiveert een afwijking van een of meer van die voorschriften in de aanbestedingsstukken.

4.

De in het derde lid bedoelde motivering wordt op diens schriftelijk verzoek aan een ondernemer verstrekt.

5.

De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. De voordracht wordt gedaan door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat in overeenstemming met Onze Minister of Ministers wie het mede aangaat.

Artikel 4.29

Onze Minister onderzoekt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk en doet daarvan verslag aan de Staten-Generaal. In het verslag wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de toegang van ondernemers tot opdrachten en aan de naleving.

Hoofdstuk 4.6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 4.30
1.

Indien een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf voor het tijdstip van inwerkingtreding van deel 2 onderscheidenlijk deel 3 van deze wet met toepassing van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten of het Besluit aanbestedingen speciale sectoren een aankondiging van een aanbesteding heeft gedaan dan wel overeenkomstig de bepalingen van het desbetreffende besluit een aanbestedingsprocedure zonder aankondiging is gestart en in het kader daarvan een of meer ondernemers heeft verzocht een inschrijving in te dienen, is op die aanbesteding het recht van toepassing zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deel 2 onderscheidenlijk deel 3 van deze wet.

2.

De afdelingen 1.2.2, 1.2.3 en hoofdstuk 1.3 zijn niet van toepassing op aanbestedingen met betrekking waartoe voor het tijdstip van inwerkingtreding van deel 1 van deze wet een aankondiging is bekendgemaakt of twee of meer ondernemers zijn uitgenodigd om een inschrijving in te dienen.

Artikel 4.31

Tot een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.89 kan een gegadigde of inschrijver, in afwijking van artikel 2.89, tweede lid, door middel van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens die op het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving niet ouder is dan een jaar, aantonen dat de uitsluitingsgronden, bedoeld in de artikelen 2.86 en 2.87, onderdelen b en c, op hem niet van toepassing zijn.

Artikel 4.32

In afwijking van artikel 4.7, eerste lid, onderdelen c en d, betrekt Onze Minister van Veiligheid en Justitie geen gegevens inzake onherroepelijke beschikkingen wegens overtreding van de Mededingingswet als bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, onderdeel c, of wegens overtreding van artikel 101 of artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie als bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, onderdeel d, bij zijn beoordeling van de aanvraag om een gedragsverklaring aanbesteden van een rechtspersoon die werkzaam is op het terrein van de bouwnijverheid indien;

Artikel 4.33

Indien een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de wet van 22 juni 2016 tot wijziging van de Aanbestedingswet 2012 in verband met de implementatie van aanbestedingsrichtlijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU (Stb. 2016, 241) met toepassing van de bepalingen van deze wet zoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip een aankondiging van een aanbesteding heeft gedaan of overeenkomstig de genoemde bepalingen een aanbestedingsprocedure zonder aankondiging is gestart en in het kader daarvan een of meer ondernemers heeft verzocht een inschrijving in te dienen dan wel op andere wijze ten behoeve van het sluiten van een schriftelijke overeenkomst tot het verrichten van werken, leveringen of diensten een of meer ondernemers heeft benaderd, is op die aanbesteding het recht van toepassing zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van het hiervoor bedoelde artikel I.

Artikel 4.34
1.

In afwijking van artikel 2.11, zevende lid, en artikel 3.10, achtste lid, kan een aankoopcentrale bepalen dat de communicatie en informatie-uitwisseling voor een aanbestedingsprocedure van een aankoopcentrale tot 18 april 2017 plaatsvindt per post of via een andere geschikte vervoerder, per fax of een combinatie van deze middelen, al dan niet gecombineerd met elektronische middelen.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing in de gevallen, bedoeld in de artikelen 2.59, eerste lid, 2.62, tweede lid, en 2.145, eerste lid.

3.

Indien een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf voor 18 april 2017 met toepassing van de bepalingen van deze wet zoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip een aankondiging van een aanbesteding heeft gedaan of overeenkomstig de genoemde bepalingen een aanbestedingsprocedure zonder aankondiging is gestart en in het kader daarvan een of meer ondernemers heeft verzocht een inschrijving in te dienen dan wel op andere wijze ten behoeve van het sluiten van een schriftelijke overeenkomst tot het verrichten van werken, leveringen of diensten een of meer ondernemers heeft benaderd, is op die aanbesteding het recht van toepassing zoals dat gold onmiddellijk voor 18 april 2017.

Artikel 4.35
1.

In afwijking van artikel 2.52a, eerste lid, kan een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf bepalen dat de communicatie tussen een aanbestedende dienst en een ondernemer of tussen een speciale-sectorbedrijf en een ondernemer tot 1 juli 2017 plaatsvindt per post of via een andere geschikte vervoerder, per fax of een combinatie van deze middelen, al dan niet gecombineerd met elektronische middelen.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing in de gevallen, bedoeld in de artikelen 2.59, eerste lid, 2.62, tweede lid, en 2.145, eerste lid.

3.

Indien een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf voor 1 juli 2017 met toepassing van de bepalingen van deze wet zoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip een aankondiging van een aanbesteding heeft gedaan of overeenkomstig de genoemde bepalingen een aanbestedingsprocedure zonder aankondiging is gestart en in het kader daarvan een of meer ondernemers heeft verzocht een inschrijving in te dienen dan wel op andere wijze ten behoeve van het sluiten van een schriftelijke overeenkomst tot het verrichten van werken, leveringen of diensten een of meer ondernemers heeft benaderd, is op die aanbesteding het recht van toepassing zoals dat gold onmiddellijk voor 1 juli 2017.

Artikel 4.36

In afwijking van artikel 2.89, tweede lid, kan een inschrijver of gegadigde tot een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de wet van [p.m. datum] tot wijziging van de Aanbestedingswet 2012 in verband met de implementatie van aanbestedingsrichtlijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU (Stb. p.m. jaartal, volgnummer) door middel van een gedragsverklaring aanbesteden die op het tijdstip van indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving niet ouder is dan twee jaar, aantonen dat de uitsluitingsgronden, bedoeld in de artikelen 2.86 en 2.87, onderdelen b en c, voor zover het een onherroepelijke veroordeling of een onherroepelijke beschikking wegens overtreding van de mededingingsregels betreft, op hem niet van toepassing zijn.

Artikel 4.37

Wijzigt de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Artikel 4.38

Wijzigt deze wet.

Artikel 4.39

Wijzigt deze wet en de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 4.40

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit bepaald tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan, verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 4.41

Deze wet wordt aangehaald als: Aanbestedingswet, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Afdeling 3.4.1. Deelname en toepassing

Afdeling 3.4.2. Mededeling van uitsluiting en afwijzing

Afdeling 3.4.3. Gunningsfase

§ 3.4.3.1. Inschrijving

§ 3.4.3.2. Gunningcriteria, abnormaal lage inschrijving en elektronische veiling

§ 2a.3.2.2. Termijnen

§ 3.4.3.4. Verslaglegging en bekendmaking

Hoofdstuk 3.5. Overige voorschriften voor de procedures met betrekking tot de raamovereenkomst, het dynamisch aankoopsysteem en de prijsvraag

Deel 4. Overige bepalingen

Hoofdstuk 4.1. Gedragsverklaring aanbesteden

Afdeling 4.1.1. Algemene bepalingen

Afdeling 4.1.2. Toetsingscriteria

Afdeling 2a.4.2. Mededeling van uitsluiting en afwijzing

Hoofdstuk 4.2. Nadere uitvoeringsregels

Afdeling 4.2.1. Nadere regels ter uitvoering van de richtlijnen

Afdeling 4.2.2. Het elektronische systeem voor aanbestedingen

Hoofdstuk 4.3. Vernietigbaarheid en boete

Afdeling 4.3.1. Vernietigbaarheid

Afdeling 4.3.2. Boete

Hoofdstuk 4.4. Arbitrage en klachten

Hoofdstuk 4.5. Evaluatiebepalingen

Hoofdstuk 4.6. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 1.10a
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf ontwerpt geen overheidsopdracht, speciale-sectoropdracht of concessieopdracht met het oogmerk om zich te onttrekken aan de toepassing van deel 2, deel 2a of deel 3 van deze wet of om de mededinging op kunstmatige wijze te beperken.

2.

De mededinging is kunstmatig beperkt indien de overheidsopdracht, speciale-sectoropdracht of concessieopdracht is ontworpen met het doel bepaalde ondernemers ten onrechte te bevoordelen of te benadelen.

Artikel 1.10b
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf neemt passende maatregelen om fraude, bevoordeling, corruptie en belangenconflicten tijdens een aanbestedingsprocedure doeltreffend te voorkomen, te onderkennen en op te lossen, teneinde vervalsing van de mededinging te vermijden, de transparantie van de procedure te waarborgen en gelijke behandeling van alle ondernemers te verzekeren.

2.

Onder belangenconflicten als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval de situatie verstaan waarin personeelsleden van de aanbestedende dienst, het speciale-sectorbedrijf of de namens de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf optredende publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instantie die een aanvullende aankoopactiviteit op de markt aanbiedt, die betrokken zijn bij de uitvoering van de aanbestedingsprocedure of invloed kunnen hebben op het resultaat van deze procedure, direct of indirect, financiële, economische of andere persoonlijke belangen hebben die geacht kunnen worden hun onpartijdigheid of onafhankelijkheid bij deze procedure in het gedrang te brengen.

Afdeling 1.2.3. Uitgangspunten bij nationale aanbestedingen

Afdeling 1.2.4. Uitgangspunten bij de meervoudig onderhandse procedure

Hoofdstuk 1.3. Administratieve voorschriften bij aanbestedingen

Artikel 1.21a

De artikelen 2.81, tweede lid, en 2.81a zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 1.4. Voorschriften voor het aanbesteden van werken door aanbestedende diensten

Deel 2. Overheidsopdrachten en prijsvragen voor overheidsopdrachten

Hoofdstuk 2.1. Reikwijdte

Afdeling 2.1.1. Toepassingsbereik

§ 2.1.1.1. Toepassingsbereik overheidsopdrachten

Artikel 2.6a

In afwijking van de artikelen 2.2, 2.3, 2.5 en 2.6 is het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet van toepassing op overheidsopdrachten en prijsvragen voor sociale en andere specifieke diensten, bedoeld in bijlage XIV van richtlijn 2014/24/EU, waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 4, onderdeel d, van richtlijn 2014/24/EU genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

Artikel 2.11a
1.

Twee of meer aanbestedende diensten kunnen overeenkomen specifieke aanbestedingsprocedures gezamenlijk uit te voeren.

2.

Indien een volledige aanbestedingsprocedure gezamenlijk wordt uitgevoerd namens en voor rekening van alle betrokken aanbestedende diensten, zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor het nakomen van hun verplichtingen op grond van deel 2 van deze wet.

3.

Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien een aanbestedende dienst de procedure beheert en optreedt namens zichzelf en de andere betrokken aanbestedende diensten.

4.

Indien een aanbestedingsprocedure niet volledig gezamenlijk wordt uitgevoerd namens en voor rekening van de betrokken aanbestedende diensten, zijn zij uitsluitend gezamenlijk verantwoordelijk voor de gezamenlijk uitgevoerde delen.

5.

In het geval, bedoeld in het vierde lid, is elke aanbestedende dienst als enige verantwoordelijk voor het nakomen van zijn verplichtingen bij of krachtens deel 2 van deze wet met betrekking tot de delen die hij in eigen naam en voor eigen rekening uitvoert.

Artikel 2.11b
1.

Aanbestedende diensten in verschillende lidstaten van de Europese Unie kunnen gezamenlijk een overheidsopdracht plaatsen, een dynamisch aankoopsysteem exploiteren of, met inachtneming van artikel 2.140, eerste lid, een opdracht plaatsen in het kader van de raamovereenkomst of het dynamisch aankoopsysteem.

2.

In een geval als bedoeld in het eerste lid, sluiten de deelnemende aanbestedende diensten een overeenkomst die het volgende bepaalt:

tenzij deze elementen reeds zijn geregeld door een tussen de betrokken lidstaten van de Europese Unie gesloten internationale overeenkomst.

3.

De verdeling van verantwoordelijkheden en de toepasselijke nationale bepalingen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, worden in de aanbestedingsstukken vermeld.

4.

In een geval als bedoeld in het eerste lid voldoet een deelnemende aanbestedende dienst aan zijn verplichtingen bij of krachtens deel 2 van deze wet indien hij werken, leveringen of diensten verwerft van een aanbestedende dienst in een andere lidstaat van de Europese Unie die voor de aanbestedingsprocedure verantwoordelijk is.

5.

Nationale bepalingen van de lidstaat van de Europese Unie waar een aankoopcentrale is gevestigd, zijn van toepassing op het door die aankoopcentrale:

6.

Indien aanbestedende diensten uit verschillende lidstaten van de Europese Unie een gezamenlijke entiteit hebben opgericht, met inbegrip van een entiteit opgericht krachtens het recht van de Europese Unie, komen de deelnemende aanbestedende diensten bij besluit van het bevoegde orgaan van de gezamenlijke organisatie overeen welke nationale aanbestedingsregels van toepassing zijn:

7.

Een overeenkomst als bedoeld in het zesde lid kan:

8.

Aanbestedende diensten maken geen gebruik van een mogelijkheid als bedoeld in dit artikel met het oogmerk om zich te onttrekken aan voor hen dwingende publiekrechtelijke bepalingen overeenkomstig het recht van de Europese Unie.

§ 2.1.1.2. Afbakening samengestelde opdrachten

Artikel 2.12a
1.

Een aanbestedende dienst plaatst een overheidsopdracht die betrekking heeft op een combinatie van werken, leveringen of diensten waarop deel 2 van deze wet van toepassing is, overeenkomstig de bepalingen die gelden voor het hoofdvoorwerp van de desbetreffende overheidsopdracht.

2.

In het geval van een gemengde overheidsopdracht als bedoeld in het eerste lid, die ten dele betrekking heeft op diensten als bedoeld in paragraaf 2.2.1.8 en ten dele op andere diensten, of een gemengde overheidsopdracht als bedoeld in het eerste lid, die ten dele betrekking heeft op diensten en ten dele op leveringen, wordt het hoofdvoorwerp bepaald door de hoogst geraamde waarde van de respectieve diensten of leveringen.

Artikel 2.12b
1.

Dit artikel is van toepassing op opdrachten die zowel onderdelen omvatten waarop deel 2 van deze wet van toepassing is als onderdelen waarop dat deel niet van toepassing is.

2.

Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien niet deelbaar is in verschillende onderdelen, gelden de bepalingen die van toepassing zijn op het hoofdvoorwerp van de desbetreffende opdracht.

3.

Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien deelbaar is in verschillende onderdelen, kan de aanbestedende dienst voor de afzonderlijke onderdelen van die opdracht afzonderlijke opdrachten plaatsen, of één algemene opdracht plaatsen.

4.

De aanbestedende dienst die voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten plaatst, past voor elk van die afzonderlijke opdrachten de bepalingen toe, welke op grond van de kenmerken van het betrokken afzonderlijke onderdeel daarop dienen te worden toegepast.

5.

Indien de aanbestedende dienst één algemene opdracht plaatst, is deel 2 van deze wet van toepassing op die opdracht ongeacht de waarde van de onderdelen waarop bij afzonderlijke plaatsing andere bepalingen van toepassing zouden zijn, en ongeacht de bepalingen die bij afzonderlijke plaatsing voor die onderdelen hadden gegolden.

6.

Indien de algemene opdracht onderdelen bevat van overheidsopdrachten voor leveringen, werken en diensten en van concessieopdrachten, wordt de opdracht geplaatst overeenkomstig deel 2 van deze wet, mits de geraamde waarde van het deel van de opdracht dat een onder deel 2 vallende overheidsopdracht vormt, berekend overeenkomstig afdeling 2.1.2, ten minste gelijk is aan het in artikel 2.1 bedoelde bedrag.

7.

In het geval van een algemene opdracht die zowel onderdelen omvat waarop deel 2 van deze wet van toepassing is, als activiteiten waarop deel 3 van deze wet van toepassing is, worden de toepasselijke regels, in afwijking van het vijfde lid, vastgesteld overeenkomstig de artikelen 3.10d en 3.10e.

8.

Het eerste lid is niet van toepassing als op een onderdeel van een opdracht als bedoeld in dat lid de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied of artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is.

Artikel 2.12c
1.

Dit artikel is van toepassing op opdrachten die onderdelen omvatten waarop deel 2 van deze wet van toepassing is en onderdelen waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is.

2.

Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien niet deelbaar is, kan de opdracht:

3.

Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien deelbaar is, kan de aanbestedende dienst voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten plaatsen, of één algemene opdracht plaatsen.

4.

De aanbestedende dienst die voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten plaatst, past voor elk van die afzonderlijke opdrachten de bepalingen toe, welke op grond van de kenmerken van het betrokken afzonderlijke onderdeel daarop dienen te worden toegepast.

5.

Indien de aanbestedende dienst één algemene opdracht plaatst, worden de toepasselijke bepalingen vastgesteld op grond van de volgende criteria:

6.

Het vijfde lid, onderdeel a, is van toepassing op opdrachten waarop zowel onderdeel a als onderdeel b van dat lid van toepassing zijn.

7.

De aanbestedende dienst plaatst een opdracht als bedoeld in het eerste lid evenwel niet met het oogmerk om zich te onttrekken aan de toepassing van deel 2 van deze wet of de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied.

Afdeling 2.1.2. Raming van de waarde

§ 2.1.2.1. Algemene bepalingen

§ 2.1.2.2. De raming van overheidsopdrachten

Artikel 2.15a
1.

Indien een aanbestedende dienst uit afzonderlijke operationele eenheden bestaat, wordt bij de bepaling van de geraamde waarde van de overheidsopdracht de totale geraamde waarde van deze eenheden betrokken.

2.

Indien een afzonderlijke operationele eenheid zelfstandig verantwoordelijk is voor zijn aanbestedingen of bepaalde categorieën van aanbestedingen kan, in afwijking van het eerste lid, de waarde van een overheidsopdracht worden bepaald op het niveau van de desbetreffende operationele eenheid.

Afdeling 2.1.3. Uitgezonderde overheidsopdrachten en prijsvragen

Artikel 2.24a
1.

In afwijking van de artikelen 2.1 tot en met 2.6a is het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet niet van toepassing op overheidsopdrachten die door een aanbestedende dienst aan een andere rechtspersoon worden gegund, indien:

2.

In afwijking van de artikelen 2.1 tot en met 2.6a is het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet niet van toepassing indien een gecontroleerde rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid die tevens een aanbestedende dienst is, een overheidsopdracht gunt aan de aanbestedende dienst die hem controleert of aan een andere rechtspersoon die door dezelfde aanbestedende dienst wordt gecontroleerd, mits er geen directe participatie van privékapitaal is in de rechtspersoon aan wie de overheidsopdracht wordt gegund, met uitzondering van vormen van participatie van privékapitaal die geen controle of blokkerende macht inhouden, die vereist zijn krachtens nationale regelgeving welke verenigbaar is met het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en door middel waarvan geen beslissende invloed kan worden uitgeoefend op de gecontroleerde rechtspersoon.

3.

Een aanbestedende dienst oefent op een rechtspersoon toezicht uit zoals op zijn eigen diensten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien hij zowel op strategische doelstellingen als op belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon een beslissende invloed uitoefent.

4.

Het percentage, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, wordt bepaald op basis van de gemiddelde totale omzet of een geschikte alternatieve op activiteit gebaseerde maatstaf, zoals de kosten die door de betrokken rechtspersoon of de aanbestedende dienst zijn gemaakt met betrekking tot diensten, leveringen en werken, over de laatste drie jaren voorafgaand aan de gunning van de overheidsopdracht.

5.

Indien de gemiddelde totale omzet of een geschikte alternatieve op activiteit gebaseerde maatstaf als bedoeld in het vierde lid, over de laatste drie jaren niet beschikbaar of niet langer relevant is in verband met de datum van oprichting of aanvang van de bedrijfsactiviteiten van die rechtspersoon of aanbestedende dienst of in verband met een reorganisatie van zijn activiteiten, kan door middel van bedrijfsprognoses worden aangetoond dat de berekening van de activiteit aannemelijk is.

Artikel 2.24b
1.

In afwijking van de artikelen 2.1 tot en met 2.6a is het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet niet van toepassing op overheidsopdrachten die door een aanbestedende dienst aan een andere rechtspersoon worden gegund, indien:

2.

Aanbestedende diensten worden geacht op een rechtspersoon gezamenlijk toezicht uit te oefenen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien:

3.

Op het percentage, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, is artikel 2.24a, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2.24c
1.

In afwijking van de artikelen 2.1 tot en met 2.6a is het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet niet van toepassing op overheidsopdrachten die uitsluitend tussen twee of meer aanbestedende diensten worden gegund, indien:

2.

Op het percentage, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, is artikel 2.24a, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 2.2. Procedures voor het plaatsen van opdrachten voor aanbestedende diensten

Afdeling 2.2.1. Algemene procedures

§ 2.2.1.1. Algemeen

§ 2.2.1.2. Openbare procedure

§ 2.2.1.3. Niet-openbare procedure

§ 2.2.1.4. Procedure van de concurrentiegerichte dialoog

§ 2.2.1.5. Mededingingsprocedure met onderhandeling

§ 2.2.1.6. Procedure van het innovatiepartnerschap

Artikel 2.31a

Een aanbestedende dienst kan de procedure van het innovatiepartnerschap toepassen voor een overheidsopdracht die is gericht op de ontwikkeling en aanschaf van een innovatief product of werk of een innovatieve dienst welke niet reeds op de markt beschikbaar is.

Artikel 2.31b

De aanbestedende dienst die de procedure van het innovatiepartnerschap toepast doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

§ 2.2.1.7. Onderhandelingsprocedure zonder aankondiging

§ 2.2.1.8. Bijzondere voorschriften betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten voor sociale en andere specifieke diensten

Afdeling 2.2.3. Bijzondere procedures

§ 2.2.3.1. Procedure voor een concessieovereenkomst voor openbare werken

§ 2.2.3.2. Procedure van een prijsvraag

§ 2.2.3.3. Procedure voor het sluiten van een raamovereenkomst

§ 2.2.3.4. Procedure voor een dynamisch aankoopsysteem

Hoofdstuk 2.3. Regels inzake aankondiging, uitsluiting, selectie en gunning

Afdeling 2.3.1. Algemeen

§ 2.3.1.1. Ondernemers

§ 2.3.1.2. Communicatie en inlichtingen

Artikel 2.52a
1.

De communicatie en informatie-uitwisseling tussen een aanbestedende dienst en een ondernemer vindt plaats met behulp van elektronische middelen.

2.

In afwijking van het eerste lid kan een aanbestedende dienst ondernemers bij de inschrijvingsprocedure de mogelijkheid bieden om andere dan elektronische middelen te gebruiken in een geval als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van richtlijn 2014/24/EU.

3.

In afwijking van het eerste lid kan een aanbestedende dienst ondernemers bij de inschrijvingsprocedure de mogelijkheid bieden om andere dan elektronische middelen te gebruiken voor zover dit nodig is:

4.

Mededelingen waarvoor op grond van het tweede lid geen elektronische middelen worden gebruikt, geschieden:

5.

Een wijziging van artikel 22, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van richtlijn 2014/24/EU gaat voor de toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.

6.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het vijfde lid.

Artikel 2.52b
1.

Onverminderd artikel 2.52a, eerste lid, kan mondelinge communicatie tussen een aanbestedende dienst en een ondernemer worden gebruikt voor andere mededelingen dan die betreffende de essentiële elementen van een aanbestedingsprocedure, mits de inhoud van de mondelinge communicatie voldoende gedocumenteerd wordt.

2.

Essentiële elementen van een aanbestedingsprocedure als bedoeld in het eerste lid omvatten de aanbestedingsstukken, verzoeken tot deelneming en inschrijvingen.

3.

Een aanbestedende dienst documenteert de mondelinge communicatie met inschrijvers die van grote invloed kan zijn op de inhoud en beoordeling van de inschrijvingen, voldoende en met passende middelen.

Artikel 2.55a

Op verzoek van een betrokken inschrijver of deelnemer stelt de aanbestedende dienst de inschrijver of deelnemer zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijftien dagen na ontvangst van zijn schriftelijk verzoek, in kennis van het verloop en de voortgang van de onderhandelingen met de inschrijvers of de dialoog met de deelnemers.

Artikel 2.57a

Een aanbestedende dienst kan aan een ondernemer eisen stellen die tot doel hebben de vertrouwelijke aard van de informatie die de aanbestedende dienst gedurende de aanbestedingsprocedure beschikbaar stelt, te beschermen.

Afdeling 2.3.2. Aankondigingen

§ 2.3.2.1. Vooraankondiging

Artikel 2.58a
1.

Indien de vooraankondiging een overheidsopdracht betreft voor sociale en andere specifieke diensten als bedoeld in bijlage XIV van richtlijn 2014/24/EU, vermeldt de aanbestedende dienst in de vooraankondiging in ieder geval:

2.

De in het eerste lid bedoelde vooraankondiging wordt voortdurend bekendgemaakt.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de overheidsopdracht een opdracht als bedoeld in het eerste lid betreft, waarop de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging kon worden toegepast.

§ 2.3.2.2. Aankondiging

§ 2.3.2.3. Termijnen

Artikel 2.74a
1.

Een aanbestedende dienst die geen centrale aanbestedende dienst is kan, in afwijking van artikel 2.71, vierde lid, de termijn voor het indienen van de inschrijvingen bij een niet-openbare procedure of de termijn voor het indienen van de eerste inschrijvingen bij een mededingingsprocedure met onderhandeling in onderlinge overeenstemming met de geselecteerde gegadigden bepalen, mits alle geselecteerde gegadigden evenveel tijd krijgen om hun inschrijving voor te bereiden en in te dienen.

2.

Indien geen overeenstemming over een termijn als bedoeld in het eerste lid wordt bereikt, bedraagt deze ten minste 40 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.

Artikel 2.74b

Een aanbestedende dienst kan de termijn voor het indienen van de inschrijvingen, bedoeld in artikel 2.71, eerste en vierde lid, en artikel 2.74a, tweede lid, met vijf dagen verkorten, indien hij erin toestemt dat inschrijvingen langs elektronische weg worden ingediend.

Afdeling 2.3.3. Bestek

§ 2.3.3.1. Technische specificaties

Artikel 2.78a
1.

Indien een aanbestedende dienst voornemens is een werk, levering of dienst met specifieke milieu-, sociale of andere kenmerken aan te kopen, kan hij in de technische specificaties, gunningscriteria of contractvoorwaarden betreffende de uitvoering van de overheidsopdracht een specifiek keurmerk eisen als bewijs dat het werk, de dienst of de levering overeenstemt met de vereiste voorschriften, mits:

2.

Indien een aanbestedende dienst niet verlangt dat een werk, levering of dienst aan alle keurmerkeisen van een specifiek keurmerk voldoet, geeft hij aan aan welke keurmerkeisen dient te worden voldaan.

3.

Een aanbestedende dienst die een specifiek keurmerk eist, aanvaardt alle keurmerken die bevestigen dat het werk, de levering of de dienst aan gelijkwaardige keurmerkeisen voldoet.

4.

Een aanbestedende dienst aanvaardt andere geschikte bewijsmiddelen, zoals een technisch dossier van de fabrikant, dan het door hem aangegeven specifieke keurmerk of een gelijkwaardig keurmerk, indien een ondernemer:

5.

Indien een keurmerk voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met e, maar daarnaast eisen stelt die geen verband houden met het voorwerp van de opdracht, eist de aanbestedende dienst niet het keurmerk als zodanig, maar stelt de aanbestedende dienst de technische specificaties vast onder verwijzing naar de gedetailleerde technische specificaties van dat keurmerk of delen daarvan die verband houden met het voorwerp van de opdracht en die geschikt zijn voor de omschrijving van de kenmerken van dit voorwerp.

Artikel 2.78b
1.

Een aanbestedende dienst kan van een ondernemer een testverslag of certificaat van een conformiteitsbeoordelingsinstantie verlangen als bewijs van overeenstemming met de voorschriften of criteria in de technische specificaties, gunningscriteria of contractvoorwaarden.

2.

Indien een aanbestedende dienst een certificaat van een specifieke conformiteitsbeoordelingsinstantie eist, aanvaardt hij ook een certificaat van een gelijkwaardige conformiteitsbeoordelingsinstantie.

3.

Een aanbestedende dienst aanvaardt andere dan de in het eerste lid bedoelde bewijsmiddelen, zoals een technisch dossier van de fabrikant, indien een ondernemer:

§ 2.3.3.2. Onderaanneming

§ 2.3.3.3. Bijzondere voorwaarden

Artikel 2.81a

Een aanbestedende dienst meldt niet-naleving van de toepasselijke verplichtingen op het gebied van arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden bij de uitvoering van een overheidsopdracht bij de Inspectie SZW van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel 2.82a
1.

De aanbestedende dienst kan de deelneming aan een procedure voor de gunning van een overheidsopdracht voorbehouden aan een organisatie als beschreven in het tweede lid, mits de opdracht diensten betreft die vallen onder de CPV-codes, genoemd in artikel 77, eerste lid, van richtlijn 2014/24/EU.

2.

Een organisatie als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de hierna volgende voorwaarden:

3.

De looptijd van een overeenkomst, gegund overeenkomstig dit artikel, is niet langer dan drie jaar.

4.

De aankondiging van de opdracht vermeldt een voorbehoud als bedoeld in het eerste lid.

§ 2.3.3.5. Varianten

Afdeling 2.3.4. Eigen verklaring

Afdeling 2.3.5. Uitsluiting, geschiktheid en selectie

§ 2.3.5.1. Uitsluitingsgronden

Artikel 2.86a
1.

De aanbestedende dienst kan afzien van toepassing van artikel 2.86, vierde lid, indien uitsluiting kennelijk onredelijk zou zijn.

2.

Van een kennelijk onredelijke uitsluiting als bedoeld in het eerste lid is onder meer sprake:

Artikel 2.87a
1.

De aanbestedende dienst stelt een gegadigde of inschrijver waarop een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 2.86, eerste of derde lid, of artikel 2.87 van toepassing is, in de gelegenheid te bewijzen dat hij voldoende maatregelen heeft genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen. Indien de aanbestedende dienst dat bewijs toereikend acht, wordt de betrokken gegadigde of inschrijver niet uitgesloten.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid toont de gegadigde of inschrijver aan dat hij, voor zover van toepassing, schade die voortvloeit uit veroordelingen voor strafbare feiten als bedoeld in artikel 2.86 of uit fouten als bedoeld in artikel 2.87 heeft vergoed of heeft toegezegd te vergoeden, dat hij heeft bijgedragen aan opheldering van feiten en omstandigheden door actief mee te werken met de onderzoekende autoriteiten en dat hij concrete technische, organisatorische en personeelsmaatregelen heeft genomen die geschikt zijn om verdere strafbare feiten of fouten te voorkomen.

3.

De aanbestedende dienst beoordeelt de door de gegadigde of inschrijver genomen maatregelen met inachtneming van de ernst en de bijzondere omstandigheden van de strafbare feiten of fouten. Indien de aanbestedende dienst de genomen maatregelen onvoldoende acht, deelt zij dit gemotiveerd mee aan de betrokken gegadigde of inschrijver.

§ 2.3.5.2. Bewijsstukken uitsluitingsgronden

Afdeling 2.3.6. Geschiktheidseisen en selectiecriteria

Artikel 2.92a
1.

Door de aanbestedende dienst te stellen geschiktheidseisen als bedoeld in artikel 2.90, tweede lid, onderdeel b, kunnen onder meer betrekking hebben op de personele en technische middelen en de ervaring waarover de gegadigde of inschrijver moet kunnen beschikken om de overheidsopdracht volgens een passende kwaliteitsnorm uit te voeren.

2.

Indien de aanbestedende dienst eisen stelt met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde ervaring kan de aanbestedende dienst in het bijzonder eisen dat de gegadigde of inschrijver door middel van geschikte referenties inzake in het verleden uitgevoerde opdrachten aantoont over voldoende ervaring te beschikken.

3.

Indien de aanbestedende dienst heeft vastgesteld dat de gegadigde of inschrijver conflicterende belangen heeft die een negatieve invloed kunnen hebben op de uitvoering van de overeenkomst, kan de aanbestedende dienst ervan uitgaan dat de gegadigde of inschrijver niet over de vereiste beroepsbekwaamheid beschikt.

§ 2.3.6.2. Beroepsbevoegdheid

§ 2.3.6.3. Selectie

§ 2.3.6.4. Controle van uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen en selectiecriteria

Artikel 2.102a

De artikelen 2.101, eerste lid, en 2.102, eerste lid, zijn niet van toepassing indien de aanbestedende dienst de desbetreffende bewijsstukken rechtstreeks en kosteloos kan verkrijgen door raadpleging van een nationale databank in een lidstaat of reeds daarover beschikt.

Afdeling 2.3.7. Mededeling van uitsluiting en afwijzing

Afdeling 2.3.8. Gunningsfase

§ 2.3.8.1. Uitnodiging tot inschrijving

§ 2.3.8.2. Inschrijving

Artikel 2.109a
1.

Onverminderd artikel 2.109 wordt in geval van een storing van het elektronische systeem door middel waarvan de inschrijving ingediend moet worden, waardoor het indienen van de inschrijving kort voor het verstrijken van de uiterste termijn niet mogelijk is, een inschrijving aangemerkt als tijdig te zijn ingediend, indien:

2.

Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, versleutelt de inschrijver zijn inschrijving zodanig dat de aanbestedende dienst de inhoud van de inschrijving niet kan achterhalen.

3.

In afwijking van artikel 2.52a, eerste lid, kan een inschrijver voor het indienen van de inschrijving, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, andere dan elektronische middelen gebruiken.

§ 2.3.8.2a. Elektronische catalogus

Artikel 2.109b
1.

In een geval als bedoeld in artikel 2.52a, eerste lid, kan een aanbestedende dienst bepalen dat inschrijvingen in de vorm van een elektronische catalogus worden ingediend of een elektronische catalogus bevatten.

2.

Inschrijvingen die in de vorm van een elektronische catalogus worden ingediend, kunnen vergezeld gaan van andere documenten ter aanvulling van de inschrijving.

Artikel 2.109c

Een aanbestedende dienst bepaalt de technische specificaties en het format van de elektronische catalogus.

Artikel 2.109d

Indien de indiening van inschrijvingen in de vorm van elektronische catalogi door een aanbestedende dienst wordt aanvaard dan wel verplicht is gesteld:

Artikel 2.109e

Een gegadigde of inschrijver stelt een elektronische catalogus op met het oog op deelneming aan een specifieke aanbestedingsprocedure in overeenstemming met de daaraan door de aanbestedende dienst gestelde eisen.

Artikel 2.109f
1.

Indien een raamovereenkomst met meerdere ondernemers is gesloten na indiening van de inschrijvingen in de vorm van elektronische catalogi, kan de aanbestedende dienst voor een specifieke overheidsopdracht opnieuw tot mededinging oproepen op basis van bijgewerkte elektronische catalogi.

2.

In een geval als bedoeld in het eerste lid gebruikt de aanbestedende dienst een van de volgende methoden:

3.

Indien de aanbestedende dienst voor een specifieke overheidsopdracht opnieuw oproept tot mededinging met gebruikmaking van de methode, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b:

4.

Indien een inschrijver instemt met het verzamelen van informatie, bedoeld in het derde lid:

Artikel 2.109g
1.

Een aanbestedende dienst kan bij de plaatsing van een overheidsopdracht binnen een dynamisch aankoopsysteem bepalen dat inschrijvingen in de vorm van een elektronische catalogus worden ingediend.

2.

Een aanbestedende dienst kan een overheidsopdracht binnen een dynamisch aankoopsysteem gunnen met gebruikmaking van de methode, bedoeld in artikel 2.109f, tweede lid, onderdeel b, en onder overeenkomstige toepassing van artikel 2.109f, derde en vierde lid, mits het verzoek om deelneming aan het dynamisch aankoopsysteem vergezeld gaat van een elektronische catalogus in overeenstemming met de technische specificaties en het format zoals vastgesteld door de aanbestedende dienst.

3.

Wanneer een gegadigde in kennis wordt gesteld van het voornemen van de aanbestedende dienst om inschrijvingen op te stellen met gebruikmaking van de methode, bedoeld in artikel 2.109f, tweede lid, onderdeel b, vult de gegadigde de elektronische catalogus aan.

§ 2.3.8.3. Concurrentiegerichte dialoog

§ 2.3.8.4. Gunningscriteria

Artikel 2.113a
1.

Gunningscriteria waarborgen de mogelijkheid van daadwerkelijke mededinging en gaan vergezeld van specificaties aan de hand waarvan de door de inschrijvers verstrekte informatie daadwerkelijk kan worden getoetst om te beoordelen hoe goed de inschrijvingen aan de gunningscriteria voldoen.

2.

Een aanbestedende dienst controleert in geval van twijfel effectief de juistheid van de door de inschrijvers verstrekte informatie en bewijsmiddelen.

Artikel 2.115a
1.

Levenscycluskosten hebben betrekking op de volgende kosten gedurende de levenscyclus van een product, dienst of werk:

2.

Indien een aanbestedende dienst de kosten aan de hand van de levenscycluskosten raamt, vermeldt hij in de aanbestedingsstukken:

3.

De methode die wordt gebruikt voor de raming van de aan externe milieueffecten toegerekende kosten voldoet aan de volgende voorwaarden:

4.

Indien een gemeenschappelijke methode voor de berekening van de levenscycluskosten verplicht is op grond van een bindende EU-rechtshandeling, genoemd in bijlage XIII van richtlijn 2014/24/EU, wordt die gemeenschappelijke methode toegepast voor de raming van de levenscycluskosten.

§ 2.3.8.5. Abnormaal lage inschrijvingen

§ 2.3.8.6. Elektronische veiling

§ 2.3.8.7. Mededingingsprocedure met onderhandeling

Artikel 2.126a
1.

Bij toepassing van de mededingingsprocedure met onderhandeling onderhandelt de aanbestedende dienst met de inschrijvers over hun eerste inschrijving en elke daaropvolgende inschrijving, met uitzondering van de definitieve inschrijving, bedoeld in het zevende lid, om de inhoud ervan te verbeteren.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien de aanbestedende dienst de in artikel 2.126, vierde lid, bedoelde mogelijkheid toepast.

3.

De aanbestedende dienst onderhandelt niet met de inschrijvers over de in artikel 2.126, eerste lid, bedoelde gunningscriteria en de in artikel 2.126, tweede lid, bedoelde minimumeisen.

4.

De aanbestedende dienst waarborgt tijdens de onderhandelingen de gelijke behandeling van alle inschrijvers en verstrekt geen informatie die een of meer inschrijvers kan bevoordelen boven andere.

5.

De aanbestedende dienst stelt alle inschrijvers wier inschrijving niet na afronding van een fase als bedoeld in artikel 126, vijfde lid, is afgewezen, in kennis van andere wijzigingen in de technische specificaties of aanbestedingsstukken dan die waarbij de minimumeisen worden vastgesteld, waarna die inschrijvers voldoende tijd krijgen om hun inschrijving naar aanleiding van deze wijzigingen, indien nodig, aan te passen en opnieuw in te dienen.

6.

In afwijking van artikel 2.57 verstrekt de aanbestedende dienst vertrouwelijke inlichtingen die een gegadigde of inschrijver met wie hij onderhandelt aan hem heeft verstrekt, slechts aan de andere deelnemers, indien de desbetreffende deelnemer daarvoor toestemming heeft gegeven. In het verzoek om toestemming van de desbetreffende deelnemer geeft de aanbestedende dienst aan welke specifieke inlichtingen hij wil verstrekken.

7.

Indien de aanbestedende dienst voornemens is de onderhandelingen af te sluiten stelt hij de resterende inschrijvers daarvan in kennis en stelt hij een gemeenschappelijke termijn vast voor de indiening van nieuwe of aangepaste inschrijvingen.

§ 2.3.8.7a. Innovatiepartnerschap

Artikel 2.126b
1.

Bij toepassing van de procedure van het innovatiepartnerschap geschiedt de gunning van de overheidsopdracht op basis van het criterium de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding.

2.

De aanbestedende dienst beschrijft in de aanbestedingsstukken zijn behoefte aan innovatieve producten, diensten of werken en geeft aan dat met de aanschaf van reeds op de markt beschikbare producten, diensten of werken niet in die behoefte kan worden voorzien.

3.

De aanbestedende dienst bepaalt in de aanbestedingsstukken tevens welke elementen van de in het tweede lid bedoelde beschrijving de minimumeisen zijn waaraan de inschrijving moet voldoen.

4.

De aanbestedende dienst verschaft in de aanbestedingsstukken informatie die voldoende nauwkeurig is om ondernemers in staat te stellen te bepalen wat de aard en strekking van de gevraagde oplossing is en te beslissen over deelneming aan de procedure.

5.

Indien de aanbestedende dienst door toepassing van de gunningscriteria de procedure van het innovatiepartnerschap in opeenvolgende fasen wil laten verlopen, zodat het aantal inschrijvingen waarover moet worden onderhandeld wordt beperkt, vermeldt hij dat in de aanbestedingsstukken.

6.

De aanbestedende dienst bepaalt in de aanbestedingsstukken welke regels op de intellectuele eigendomsrechten van toepassing zijn.

7.

Bij het selecteren van de gegadigden past de aanbestedende dienst in het bijzonder criteria toe inzake het potentieel van de kandidaten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling en hun vermogen om vernieuwende oplossingen te ontwikkelen en toe te passen.

8.

Alleen de ondernemers die na beoordeling van de gevraagde informatie door de aanbestedende dienst daartoe worden uitgenodigd, kunnen projecten voor onderzoek en ontwikkeling indienen die voldoen aan de door de aanbestedende dienst vastgestelde behoeften en waaraan niet door bestaande oplossingen kan worden voldaan.

Artikel 2.126c
1.

Bij toepassing van de procedure van het innovatiepartnerschap onderhandelt de aanbestedende dienst met de inschrijvers over hun eerste en over elke daaropvolgende inschrijving, met uitzondering van de definitieve inschrijving, om de inhoud ervan te verbeteren.

2.

De aanbestedende dienst onderhandelt niet met de inschrijvers over de gunningscriteria en de in artikel 2.126b, derde lid, bedoelde minimumeisen.

3.

De aanbestedende dienst waarborgt tijdens de onderhandelingen de gelijke behandeling van alle inschrijvers en verstrekt geen informatie die een of meer inschrijvers kan bevoordelen boven andere.

4.

In afwijking van artikel 2.57 verstrekt de aanbestedende dienst vertrouwelijke inlichtingen die een gegadigde of inschrijver met wie hij onderhandelt aan hem heeft verstrekt, slechts aan de andere deelnemers, indien de desbetreffende deelnemer daarvoor toestemming heeft gegeven. In het verzoek om toestemming van de desbetreffende deelnemer geeft de aanbestedende dienst aan welke specifieke inlichtingen hij wil verstrekken.

5.

De aanbestedende dienst stelt alle inschrijvers wier inschrijving na afronding van een fase als bedoeld in artikel 2.126b, vijfde lid, niet is afgewezen, schriftelijk in kennis van andere wijzigingen in de technische specificaties of andere aanbestedingsstukken dan die waarbij de minimumeisen worden vastgesteld, waarna de inschrijvers voldoende tijd krijgen om hun inschrijvingen naar aanleiding van deze wijzigingen, indien nodig, aan te passen en opnieuw in te dienen.

Artikel 2.126d
1.

De aanbestedende dienst kan het innovatiepartnerschap met één partner sluiten dan wel met verschillende partners die afzonderlijke onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten voor hun rekening nemen.

2.

De aanbestedende dienst structureert het innovatiepartnerschap in opeenvolgende fasen die de reeks stappen in het onderzoeks- en innovatieproces volgen, hetgeen de fabricage van goederen, de verlening van diensten of de voltooiing van werken kan omvatten.

3.

In het innovatiepartnerschap worden tussentijdse, door de partners te bereiken doelen bepaald, en wordt voorzien in betaling van de vergoeding in passende termijnen.

4.

De aanbestedende dienst ziet erop toe dat de structuur van het partnerschap en in het bijzonder de duur en de waarde van de verschillende fasen een afspiegeling zijn van de innovatiegraad van de voorgestelde oplossing en van de reeks van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die vereist zijn voor de ontwikkeling van een innovatieve en nog niet op de markt beschikbare oplossing, waarbij de geraamde waarde van de levering, de dienst of het werk niet onevenredig mag zijn in verhouding tot de investering voor de ontwikkeling ervan.

5.

In afwijking van artikel 2.57 verstrekt de aanbestedende dienst bij een innovatiepartnerschap met meer partners, aan hem voorgestelde oplossingen of andere door een partner in het kader van het partnerschap meegedeelde vertrouwelijke inlichtingen, slechts aan andere partners, indien de desbetreffende partner daarvoor toestemming heeft gegeven. In het verzoek om toestemming van de desbetreffende partner geeft de aanbestedende dienst aan welke specifieke inlichtingen hij wil verstrekken.

6.

Indien de aanbestedende dienst na elke fase het innovatiepartnerschap wil kunnen beëindigen of, bij een innovatiepartnerschap met verschillende partners, het aantal partners wil kunnen verminderen door individuele opdrachten in te trekken, vermeldt hij dat in de aanbestedingsstukken. De aanbestedende dienst vermeldt hierbij tevens de voorwaarden voor beëindiging van het innovatiepartnerschap of de vermindering van het aantal partners.

7.

De door de aanbestedende dienst aan te schaffen producten, diensten of werken voldoen aan het door de aanbestedende dienst met de partners afgesproken prestatieniveau en blijven onder de maximumkosten.

§ 2.3.8.8. Gunningsbeslissing

§ 2.3.8.9. Verslaglegging en bekendmaking

§ 2.3.8.10. Bewaarplicht gedurende de looptijd van de overheidsopdracht

Artikel 2.138a

De aanbestedende dienst bewaart ten minste gedurende de looptijd van de overheidsopdracht kopieën van de gesloten overeenkomsten met een waarde van ten minste:

Hoofdstuk 2.4. Voorschriften voor de bijzondere procedures

Afdeling 2.4.1. Bijzondere voorschriften bij het plaatsen van een overheidsopdracht via een raamovereenkomst

Afdeling 2.4.2. Bijzondere voorschriften voor het plaatsen van een overheidsopdracht via een dynamisch aankoopsysteem

Artikel 2.146a
1.

Een ondernemer kan gedurende de looptijd van een dynamisch aankoopsysteem een verzoek tot toelating aan het dynamisch aankoopsysteem indienen.

2.

De aanbestedende dienst beoordeelt het verzoek tot toelating binnen tien werkdagen na ontvangst van het verzoek. Artikel 2.144, tweede lid, is van toepassing.

3.

De aanbestedende dienst kan de termijn, bedoeld in het tweede lid, verlengen tot vijftien werkdagen, in het bijzonder vanwege de noodzaak om aanvullende documentatie te bestuderen of om anderszins te controleren of aan de geschiktheidseisen wordt voldaan.

4.

Onverminderd het derde lid kan de aanbestedende dienst, zolang de uitnodiging tot inschrijving voor de eerste specifieke overheidsopdracht nog niet is verzonden, de in het tweede lid bedoelde termijn verlengen met een in de aanbestedingsstukken te vermelden termijn, mits tijdens die verlenging geen uitnodiging tot inschrijving wordt gedaan.

5.

Artikel 2.146, derde lid, is van toepassing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid.

Afdeling 2.4.3. Bijzondere voorschriften betreffende de bouw van een complex sociale woningen

Afdeling 2.4.4. Bijzondere voorschriften voor concessieovereenkomsten voor openbare werken

Afdeling 2.4.5. Voorschriften betreffende de procedure van een prijsvraag

Hoofdstuk 2.5. Wijziging van overheidsopdrachten

Artikel 2.163a

Een wijziging van een overheidsopdracht tijdens de looptijd ervan kan uitsluitend zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet plaatsvinden in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen.

Artikel 2.163b
1.

Een overheidsopdracht kan zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet worden gewijzigd indien:

2.

Indien een overheidsopdracht een indexeringsclausule bevat, wordt voor de berekening van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, het geactualiseerde bedrag als referentiewaarde gehanteerd.

3.

Indien opeenvolgende wijzigingen van een overheidsopdracht worden doorgevoerd, wordt de waarde beoordeeld op basis van de netto cumulatieve waarde van die opeenvolgende wijzigingen.

Artikel 2.163c
1.

Een overheidsopdracht kan zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet worden gewijzigd indien de wijziging, ongeacht de geldelijke waarde ervan, in de oorspronkelijke aanbestedingsstukken is opgenomen in duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige herzieningsclausules, waaronder prijsherzieningsclausules of opties.

2.

Herzieningsclausules als bedoeld in het eerste lid:

Artikel 2.163d
1.

Een overheidsopdracht kan zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet worden gewijzigd indien:

2.

Indien een overheidsopdracht een indexeringsclausule bevat, wordt voor de berekening van de prijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, de geactualiseerde prijs als referentiewaarde gehanteerd.

3.

Indien opeenvolgende wijzigingen van een overheidsopdracht worden doorgevoerd, geldt de beperking van het eerste lid, onderdeel d, voor de waarde van elke wijziging.

4.

Een aanbestedende dienst voert geen opeenvolgende wijzigingen van een overheidsopdracht door met het oogmerk zich te onttrekken aan de toepassing van deel 2 van deze wet.

5.

Een aanbestedende dienst maakt een wijziging van een overheidsopdracht die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, bekend door een aankondiging hiervan op het elektronische systeem voor aanbestedingen.

6.

De in het vijfde lid bedoelde bekendmaking geschiedt door middel van een op het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gesteld formulier.

Artikel 2.163e
1.

Een overheidsopdracht kan zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet worden gewijzigd indien:

2.

Artikel 2.163d, tweede tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2.163f

Een overheidsopdracht kan zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet worden gewijzigd indien een nieuwe opdrachtnemer de opdrachtnemer aan wie de aanbestedende dienst de overheidsopdracht oorspronkelijk had gegund, vervangt ten gevolge van:

Artikel 2.163g
1.

Een overheidsopdracht kan zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet worden gewijzigd indien de wijzigingen, ongeacht de waarde ervan, niet wezenlijk zijn.

2.

Een wijziging van een overheidsopdracht is wezenlijk als bedoeld in het eerste lid, indien de overheidsopdracht hierdoor materieel verschilt van de oorspronkelijke opdracht.

3.

Een wijziging van een overheidsopdracht is in ieder geval wezenlijk indien:

Deel 2a. Concessieopdrachten

Hoofdstuk 2a.1. Reikwijdte

Afdeling 2a.1.1. Toepassingsgebied

Artikel 2a.1

Het bepaalde bij of krachtens deel 2a van deze wet is van toepassing op het plaatsen van concessieopdrachten voor werken of diensten door een:

Afdeling 2a.1.2. Toepassingsbereik

§ 2a.1.2.1. Toepassingsbereik concessieopdrachten

Artikel 2a.2
1.

Het bepaalde bij of krachtens deel 2a van deze wet is van toepassing op het plaatsen van concessieopdrachten waarvan de geraamde waarde, exclusief omzetbelasting, gelijk is aan of hoger is dan het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, van richtlijn 2014/23/EU.

2.

Een wijziging van het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, van richtlijn 2014/23/EU, gaat voor de toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.

3.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 2a.3

Indien de waarde van een concessieopdracht op het tijdstip van de gunning meer dan 20% hoger is dan het geraamde bedrag, is voor de toepassing van artikel 2a.2, eerste lid, de geraamde waarde de waarde van de concessieopdracht op het tijdstip van de gunning.

§ 2a.1.2.2. Afbakening samengestelde opdrachten

Artikel 2a.4
1.

Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf plaatst een concessieopdracht die betrekking heeft op een combinatie van werken of diensten waarop deel 2a van deze wet van toepassing is, overeenkomstig de bepalingen die gelden voor het hoofdvoorwerp van de desbetreffende opdracht.

2.

In het geval van een gemengde concessieopdracht als bedoeld in het eerste lid, die ten dele betrekking heeft op sociale en andere specifieke diensten, genoemd in bijlage IV bij richtlijn 2014/23/EU en ten dele op andere diensten, wordt het hoofdvoorwerp bepaald door de hoogst geraamde waarde van de desbetreffende diensten.

Artikel 2a.5
1.

Dit artikel is van toepassing op opdrachten die zowel onderdelen omvatten waarop deel 2a van deze wet van toepassing is, als onderdelen waarop deel 2a van deze wet niet op van toepassing is.

2.

Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien niet deelbaar is in verschillende onderdelen, gelden de bepalingen die van toepassing zijn op het hoofdvoorwerp van de desbetreffende opdracht.

3.

Indien een opdracht als bedoeld in het vijfde lid zowel onderdelen bevat van een concessieopdracht als onderdelen van een overheidsopdracht waarop deel 2 van deze wet van toepassing is of onderdelen van een speciale-sectoropdracht waarop deel 3 van deze wet van toepassing is, wordt de gemengde opdracht gegund overeenkomstig de bepalingen van deel 2 respectievelijk deel 3 van deze wet.

4.

Indien een opdracht als bedoeld in het tweede lid zowel onderdelen van een concessieopdracht voor diensten als van een overheidsopdracht voor leveringen omvat, wordt het hoofdvoorwerp bepaald door de hoogst geraamde waarde van de diensten respectievelijk de leveringen.

5.

Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien deelbaar is in verschillende onderdelen, kan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf voor de afzonderlijke onderdelen van die opdracht afzonderlijke opdrachten plaatsen, of één algemene opdracht plaatsen.

6.

De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat afzonderlijke opdrachten voor afzonderlijke onderdelen plaatst, past voor elk van de afzonderlijke opdrachten de bepalingen toe, welke op grond van de kenmerken van het betrokken afzonderlijke onderdeel daarop dienen te worden toegepast.

7.

Indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf één algemene opdracht plaatst, is deel 2a van deze wet van toepassing op die opdracht, ongeacht de waarde van de onderdelen waarop bij afzonderlijke plaatsing andere bepalingen van toepassing zouden zijn, en ongeacht de bepalingen die bij afzonderlijke plaatsing voor die onderdelen hadden gegolden, tenzij anders is bepaald in het derde lid of in artikel 2a.6.

8.

Het eerste lid is niet van toepassing als op een onderdeel van een opdracht als bedoeld dat lid de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied of artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is.

Artikel 2a.6
1.

Dit artikel is van toepassing op opdrachten die onderdelen omvatten waarop deel 2a van deze wet van toepassing is, en onderdelen waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is.

2.

Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien niet deelbaar is, kan de opdracht zonder toepassing van deze wet worden geplaatst indien die opdracht onderdelen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, waarbij de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf echter alsnog de keuze heeft om de opdracht te plaatsen overeenkomstig deel 2a van deze wet of overeenkomstig de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied.

3.

Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien deelbaar is in verschillende onderdelen, kan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten plaatsen, of één algemene opdracht plaatsen.

4.

De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten plaatst, past voor elk van de afzonderlijke opdrachten de bepalingen toe, welke op grond van de kenmerken van het betrokken afzonderlijke onderdeel daarop dienen te worden toegepast.

5.

Indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf één algemene opdracht plaatst, worden de toepasselijke bepalingen vastgesteld op grond van de volgende criteria:

6.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf plaatst een algemene opdracht evenwel niet met het oogmerk om zich te onttrekken aan de toepassing van deel 2a van deze wet of dienovereenkomstig de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied.

7.

In het geval van een opdracht die betrekking heeft op verscheidene activiteiten, waarbij op één onderdeel bijlage II van richtlijn 2014/23/EU of deel 3 van deze wet van toepassing is en op een ander onderdeel artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is, worden de toepasselijke bepalingen bepaald op grond van artikel 2a.7, respectievelijk de artikelen 3.10e, eerste tot en met derde lid, 3.10g, 3.29 en 3.30.

Artikel 2a.7
1.

Dit artikel is van toepassing op opdrachten van speciale-sectorbedrijven die onderdelen bevatten, genoemd in bijlage II van richtlijn 2014/23/EU, en andere onderdelen.

2.

Het speciale-sectorbedrijf kan per afzonderlijke activiteit afzonderlijke opdrachten plaatsen of één algemene opdracht plaatsen.

3.

Het speciale-sectorbedrijf dat afzonderlijke opdrachten plaatst, past voor elk van de afzonderlijke opdrachten de bepalingen toe, welke op grond van de kenmerken van het betrokken afzonderlijke onderdeel daarop dienen te worden toegepast.

4.

Onverminderd de artikelen 2a.4 en 2a.5, zijn het zevende en achtste lid van toepassing indien het speciale-sectorbedrijf één algemene opdracht plaatst.

5.

Indien op een van de in het eerste lid bedoelde activiteiten artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is, is artikel 2a.8 van toepassing.

6.

Het speciale-sectorbedrijf plaatst een algemene opdracht niet met het oogmerk om zich te onttrekken aan de toepassing van deze wet.

7.

Indien de verschillende onderdelen van een opdracht betrekking hebben op meerdere activiteiten, wordt de opdracht geplaatst overeenkomstig de bepalingen die passen bij het hoofdvoorwerp van de betrokken opdracht.

8.

In het geval van opdrachten waarbij niet objectief valt vast te stellen op welke activiteit de opdracht in hoofdzaak betrekking heeft, worden de toepasselijke bepalingen vastgesteld op grond van de volgende criteria:

Artikel 2a.8
1.

Dit artikel is van toepassing op opdrachten van speciale-sectorbedrijven die onderdelen bevatten, genoemd in bijlage II van richtlijn 2014/23/EU, en onderdelen waar defensie- of veiligheidsaspecten aan verbonden zijn.

2.

Het speciale-sectorbedrijf kan per afzonderlijke activiteit afzonderlijke opdrachten plaatsen of één algemene opdracht plaatsen.

3.

Het speciale-sectorbedrijf dat een afzonderlijke opdracht plaatst, past voor elk van de afzonderlijke opdrachten de bepalingen toe, welke op grond van de kenmerken van het betrokken afzonderlijke onderdeel daarop dienen te worden toegepast.

4.

Onverminderd artikel 2a.6, is het zesde lid van toepassing indien het speciale-sectorbedrijf één algemene opdracht plaatst.

5.

Het speciale-sectorbedrijf plaatst één algemene opdracht of afzonderlijke opdrachten evenwel niet met het oogmerk om zich te onttrekken aan de toepassing van deze wet of van de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied.

6.

In het geval van een opdracht die betrekking heeft op een activiteit waarop deel 2a van toepassing is en een andere activiteit waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, of waarop Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is, kan het speciale-sectorbedrijf:

7.

Het zesde lid laat de in de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied voorziene drempelwaarden en uitzonderingen onverlet.

8.

Opdrachten als bedoeld in het zesde lid met zowel activiteiten die vallen onder bijlage II van richtlijn 2014/23/EU als activiteiten waarop de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is, die daarnaast aanbestedingen of andere onderdelen bevatten waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, kunnen worden gegund zonder deze wet toe te passen.

9.

Voor de toepassing van het zesde tot en met achtste lid geldt dat de plaatsing van een algemene opdracht voor meerdere activiteiten objectief gerechtvaardigd dient te zijn en niet tot doel heeft een of meer opdrachten van de toepasselijkheid van deel 2a van deze wet uit te zonderen.

Afdeling 2a.1.3. Raming van de waarde

§ 2a.1.3.1. Algemene bepalingen

Artikel 2a.9
1.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf raamt de waarde van de voorgenomen concessieopdracht overeenkomstig de artikelen 2a.5 tot en met 2a.7.

2.

Artikel 2.14 is van overeenkomstige toepassing.

§ 2a.1.3.2. De raming van concessieopdrachten

Artikel 2a.10
1.

De waarde van een concessieopdracht wordt geraamd naar de waarde op het tijdstip van verzending van de aankondiging van die concessieopdracht of, indien een aankondiging niet is vereist, naar de waarde op het tijdstip waarop de procedure voor de gunning door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf wordt ingeleid.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf baseert de berekening van de geraamde waarde van een concessieopdracht op de tijdens de looptijd van de overeenkomst te behalen omzet van de concessiehouder, exclusief omzetbelasting, als tegenprestatie voor de werken of diensten die het voorwerp uitmaken van de opdracht met inbegrip van de bijkomende leveringen die in het kader van deze werken en diensten worden verricht.

Artikel 2a.11
1.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf raamt waarde van de concessieopdracht volgens een objectieve methode die wordt gespecificeerd in de aanbestedingsstukken.

2.

Bij de berekening van de geraamde waarde van de concessieopdracht houdt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf in voorkomend geval met name rekening met:

Artikel 2a.12
1.

Indien een voorgenomen werk of een voorgenomen aankoop van diensten kan leiden tot concessieopdrachten die gelijktijdig in afzonderlijke percelen worden geplaatst, neemt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag.

2.

Indien de samengestelde waarde van de percelen, bedoeld in het eerste lid, gelijk is aan of groter is dan het in artikel 2a.2, eerste lid, bedoelde bedrag, is het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde van toepassing op de plaatsing van elk perceel.

Afdeling 2a.1.4. Uitgezonderde concessieopdrachten

Artikel 2a.13
1.

In afwijking van de artikelen 2a.1 tot en met 2a.3 is het bepaalde bij of krachtens deel 2a van deze wet niet van toepassing op concessieopdrachten die worden geplaatst door een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf:

2.

Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op concessieopdrachten die door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf worden geplaatst in overeenstemming met door een internationale organisatie of een internationale financiële instelling bepaalde aanbestedingsregels, indien de concessieopdrachten volledig door deze organisatie of instelling worden gefinancierd.

3.

In het geval van een concessieopdracht die voor het grootste deel mede door een internationale organisatie of een internationale financiële instelling gefinancierd wordt, komen de partijen overeen welke aanbestedingsprocedure wordt toegepast.

4.

Het eerste tot en met het derde lid is niet van toepassing op een concessieopdracht waarop de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is.

Artikel 2a.14
1.

In afwijking van de artikelen 2a.1 tot en met 2a.3 is het bepaalde bij of krachtens deel 2a van deze wet niet van toepassing op concessieopdrachten voor diensten die worden gegund aan een aanbestedende dienst, of aan een samenwerkingsverband van aanbestedende diensten, op basis van een uitsluitend recht.

2.

In afwijking van de artikelen 2a.1 tot en met 2a.3 is het bepaalde bij of krachtens deel 2a van deze wet niet van toepassing op concessieopdrachten voor diensten die aan een ondernemer worden gegund op basis van een uitsluitend recht, mits dit uitsluitend recht verenigbaar is met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en met rechtshandelingen van de Europese Unie tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften betreffende de toegang tot de markt die van toepassing zijn op in bijlage II van richtlijn 2014/23/EU bedoelde activiteiten.

3.

In afwijking van het tweede lid, is artikel 2a.52 van toepassing, indien de in dat lid bedoelde sectorale Uniewetgeving niet in sectorspecifieke transparantieverplichtingen voorziet.

Artikel 2a.15
1.

In afwijking van de artikelen 2a.1 tot en met 2a.3 is het bepaalde bij of krachtens deel 2a van deze wet niet van toepassing op concessieopdrachten op het gebied van defensie en veiligheid als bedoeld in de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied waarvoor specifieke procedurevoorschriften van toepassing zijn:

2.

Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is van toepassing op de plaatsing van concessies op het gebied van defensie en veiligheid, bedoeld in de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied, met uitzondering van:

3.

Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op concessieopdrachten die niet anderszins op grond van het tweede lid zijn uitgezonderd, voor zover de bescherming van de essentiële veiligheidsbelangen van een lidstaat niet kan worden gewaarborgd door minder ingrijpende maatregelen, bijvoorbeeld door eisen te stellen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie die de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf in een aanbestedingsprocedure overeenkomstig deel 2a van deze wet beschikbaar stelt.

Artikel 2a.16

Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op concessieopdrachten voor diensten:

Artikel 2a.17
1.

Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op concessieopdrachten voor loterijen, die vallen onder de CPV-code, genoemd in artikel 10, negende lid, van richtlijn 2014/23/EU, en die door de staat aan een ondernemer zijn gegund op basis van een uitsluitend recht.

2.

De toekenning van een uitsluitend recht als bedoeld in het eerste lid, wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 2a.18

Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op concessieopdrachten die speciale-sectorbedrijven gunnen voor de uitoefening van hun activiteiten in een derde land, in omstandigheden waarbij er geen fysieke exploitatie is van een net of van een geografisch gebied binnen de Europese Unie.

Artikel 2a.19

Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op concessieopdrachten die in hoofdzaak tot doel hebben om een aanbestedende dienst, niet zijnde speciale-sectorbedrijf, in staat te stellen openbare communicatienetten beschikbaar te stellen of te exploiteren of aan het publiek één of meer elektronische communicatiediensten te verlenen.

Artikel 2a.20
1.

Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op:

2.

Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op een concessieopdracht indien deze verband houdt met een in het eerste lid genoemde activiteit en betreft:

Artikel 2a.21
1.

Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op het plaatsen van concessieopdrachten:

2.

Indien in verband met de datum van oprichting of de aanvang van de bedrijfsactiviteiten van de verbonden onderneming geen gegevens beschikbaar zijn omtrent de omzet in de drie jaren, voorafgaande aan het plaatsen van de opdracht, voldoet de verbonden onderneming aan de in het eerste lid bedoelde eis indien zij aannemelijk kan maken dat die omzet in de komende periode wordt behaald.

3.

Indien dezelfde of soortgelijke werken of diensten door verschillende met het speciale-sectorbedrijf verbonden ondernemingen waarmee zij een combinatie van ondernemingen vormt worden verricht, wordt het in het eerste lid bedoelde percentage berekend op grond van de totale omzet van deze verbonden ondernemingen, afkomstig van die werken of diensten.

4.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder verbonden onderneming verstaan:

Artikel 2a.22

Onverminderd het bepaalde in artikel 2a.25 en mits de gemeenschappelijke onderneming is opgericht om de betrokken activiteit gedurende een periode van ten minste drie jaar uit te oefenen en het instrument tot oprichting van die gemeenschappelijke onderneming bepaalt dat de speciale-sectorbedrijven waaruit zij bestaat, daar deel van uitmaken voor ten minste dezelfde termijn, is het bepaalde bij of krachtens deel 2a van deze wet niet van toepassing op het plaatsen van concessieopdrachten die:

Artikel 2a.23

Het speciale-sectorbedrijf doet de Europese Commissie op haar verzoek mededeling van de toepassing van de artikelen 2a.21, eerste lid, en vierde lid, onderdeel b, en 2a.22 met betrekking tot:

Artikel 2a.24

Het bij of krachtens deel 2a van deze wet bepaalde is niet van toepassing op door speciale-sectorbedrijven gegunde concessieopdrachten wanneer is vastgesteld dat de activiteit rechtstreeks blootstaat aan concurrentie overeenkomstig artikel 3.21.

Artikel 2a.25

Met betrekking tot het plaatsen van concessieopdrachten zijn voor aanbestedende diensten de artikelen 2.24a tot en met 2.24c van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2a.26

Artikel 2.24, aanhef en onderdeel g, is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten.

Hoofdstuk 2a.2. Procedures voor het plaatsen van concessieopdrachten

Afdeling 2a.2.1. Algemeen

Artikel 2a.27
1.

De looptijd van een concessieopdracht wordt door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf geraamd op basis van de gevraagde werken of diensten.

2.

Voor concessieopdrachten die langer duren dan vijf jaar, wordt de maximale looptijd beperkt tot de periode waarin van een concessiehouder redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij de investeringen die hij heeft gedaan voor de exploitatie van de werken of diensten, samen met een rendement op geïnvesteerde vermogen, kan terug verdienen, rekening houdend met de investeringen die nodig zijn om de contractuele doelstellingen te halen.

3.

Voor de berekening, bedoeld in het tweede lid, worden zowel de initiële investeringen als de investeringen tijdens de looptijd van de opdracht in aanmerking genomen.

Artikel 2a.28
1.

Concessieopdrachten worden gegund op basis van de door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf overeenkomstig artikel 2a.50 vastgestelde gunningscriteria, mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf verstrekt:

3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan het aantal gegadigden of het aantal inschrijvers tot een passend aantal beperken, op voorwaarde dat dit geschiedt op transparante wijze en op basis van objectieve criteria, waarbij het aantal gegadigden dat wordt uitgenodigd, voldoende dient te zijn om daadwerkelijke mededinging te waarborgen.

4.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf deelt alle gegadigden en inschrijvers de beschrijving van de voorgenomen organisatie van de procedure mee, alsook een indicatief tijdschema voor de voltooiing ervan.

5.

Elke wijziging wordt aan alle gegadigden en inschrijvers meegedeeld, en voor zover zij betrekking heeft op de elementen die in de concessieaankondiging openbaar worden gemaakt, aan alle ondernemers bekendgemaakt.

6.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf waarborgt een passende documentatie van de belangrijkste stappen van de procedure op de manier die hij geschikt acht, met inachtneming van artikel 2a.33.

7.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan met de gegadigden en inschrijvers onderhandelingen voeren waarbij het voorwerp van de overeenkomst, de gunningscriteria en de minimumeisen zoals omschreven in de aanbestedingsstukken in de loop van de onderhandelingen niet worden gewijzigd.

Afdeling 2a.2.2. Sociale en andere specifieke diensten

Artikel 2a.29

Concessieopdrachten voor sociale en andere specifieke diensten die zijn opgenomen in bijlage IV van richtlijn 2014/23/EU en waarop deel 2a van deze wet van toepassing is, zijn voor wat betreft de bepalingen uit deel 2a en deel 4 van deze wet, uitsluitend onderworpen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de artikelen 2a.30, tweede lid, 2a.33, 2a.49, 2a.50, 2a.51, 4.15 en 4.16.

Hoofdstuk 2a.3. Regels voor concessieopdrachten inzake aankondiging, uitsluiting, selectie en gunning

Artikel 2a.30
1.

Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf mag de procedure die tot de keuze van een concessiehouder leidt, naar eigen inzicht organiseren, mits deel 2a van deze wet daarbij in acht wordt genomen.

2.

Artikel 2.81, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten, met dien verstande dat voor bijlage X van richtlijn 2014/24/EU vermelde bepalingen van internationaal milieu-, sociaal en arbeidsrecht wordt gelezen: bijlage X van richtlijn 2014/23/EU vermelde bepalingen van internationaal milieu-, sociaal en arbeidsrecht.

Artikel 2a.31

Afdeling 2.3.1 is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten, met uitzondering van artikel 2.51, vijfde lid.

Afdeling 2a.3.2. Aankondigingen

Artikel 2a.32

Paragraaf 2.3.2.2, met uitzondering van artikel 2.63, is van overeenkomstige toepassing op een aanbestedende dienst die of een speciale-sectorbedrijf dat voornemens is een concessieopdracht te gunnen.

Artikel 2a.33
1.

De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat voornemens is een concessieopdracht te gunnen maakt hiertoe een aankondiging van de concessieopdracht bekend.

2.

De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat voornemens is een concessieopdracht voor sociale en andere specifieke diensten, bedoeld in bijlage IV van richtlijn 2014/23/EU, te plaatsen, maakt zijn of haar voornemen bekend door middel van de bekendmaking van een vooraankondiging.

3.

De bekendmaking van een aankondiging als bedoeld in het eerste lid en van een vooraankondiging als bedoeld in het tweede lid, geschiedt langs elektronische weg met gebruikmaking van het elektronische systeem voor aanbestedingen.

4.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf gebruikt voor de bekendmaking van de concessieaankondiging of de concessievooraankondiging het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

5.

Het eerste lid is niet van toepassing indien het werk of de dienst alleen door een bepaalde ondernemer kan worden verricht omdat:

6.

Het vijfde lid, onderdelen b en c, is uitsluitend van toepassing indien er geen redelijk alternatief of substituut bestaat en het ontbreken van mededinging niet het gevolg is van een kunstmatige beperking van de voorwaarden van de concessiegunning.

7.

In afwijking van het eerste lid behoeft de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf niet een nieuwe aankondiging bekend te maken indien er als reactie op een eerdere aanbestedingsprocedure geen verzoeken tot deelneming, inschrijvingen, geschikte verzoeken tot deelneming of geschikte inschrijvingen zijn ingediend, mits de initiële voorwaarden van de concessieopdracht niet wezenlijk worden gewijzigd en aan de Europese Commissie een verslag wordt toegezonden indien zij daarom verzoekt.

8.

Voor de toepassing van het zevende lid wordt een inschrijving ongeschikt bevonden indien zij niet relevant is voor de concessieopdracht, omdat zij, zonder ingrijpende wijzigingen, klaarblijkelijk niet voorziet in de behoeften en eisen van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf, zoals omschreven in de aanbestedingsstukken.

9.

Voor de toepassing van het zevende lid wordt een verzoek tot deelneming ongeschikt bevonden indien:

Artikel 2a.34

Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf stelt de termijn voor de ontvangst van de verzoeken tot deelneming of inschrijvingen vast met inachtneming van de complexiteit van de opdracht, de voor de voorbereiding van de verzoeken tot deelneming of de inschrijvingen benodigde tijd en de in deze paragraaf gestelde regels omtrent termijnen.

Artikel 2a.35
1.

Indien het verzoek tot deelneming of de inschrijving slechts na een bezichtiging ter plaatse, of na inzage ter plaatse van de documenten die ter ondersteuning dienen van de stukken voor de gunning van de concessieopdracht kan worden gedaan, verlengt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de termijn voor het indienen van de verzoeken tot deelneming of de inschrijvingen zodanig dat alle betrokken ondernemers van alle nodige informatie voor de opstelling van de verzoeken tot deelneming of inschrijvingen kennis kunnen nemen.

2.

In de in het eerste lid bedoelde gevallen zijn de termijnen in elk geval langer dan in de artikelen 2a.36 en 2a.37 genoemde termijnen.

Artikel 2a.36

De termijn voor de ontvangst van verzoeken tot deelneming, al dan niet met inschrijvingen voor de concessieopdracht, bedraagt 30 dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de concessieopdracht.

Artikel 2a.37

Indien de procedure verloopt in opeenvolgende fasen bedraagt de termijn voor ontvangst van eerste inschrijvingen ten minste 22 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot het doen van een inschrijving.

Artikel 2a.38

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan de termijn voor ontvangst van inschrijvingen met vijf dagen verlengen indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf aanvaardt dat de inschrijvingen krachtens artikel 2a.31 met andere dan elektronische middelen kunnen worden ingediend.

Afdeling 2a.3.3. Bestek

§ 2a.3.3.1. Technische specificaties

Artikel 2a.39
1.

Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf neemt in de aanbestedingsstukken de technische en functionele specificaties op, waarin de door hem voor een werk, dienst of levering voorgeschreven kenmerken zijn opgenomen.

2.

Specificaties als bedoeld in het eerste lid kunnen ook verwijzen naar het specifieke proces van productie dan wel verrichting of verlening van de gevraagde werken of diensten, voor zover zij verband houden met het voorwerp van de opdracht en in verhouding staan tot de waarde en de doelstellingen daarvan.

3.

Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf verwijst in de technische en functionele eisen niet naar een bepaald fabrikaat, een bepaalde herkomst of een bijzondere werkwijze die kenmerkend is voor de producten of diensten van een bepaalde ondernemer, een merk, een octrooi of een type, waardoor bepaalde ondernemingen of bepaalde producten worden bevoordeeld of uitgesloten, tenzij dit door het voorwerp van de opdracht gerechtvaardigd is.

4.

Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf doet een verwijzing als bedoeld in het derde lid vergezeld gaan van de woorden «of gelijkwaardig».

5.

Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf wijst een inschrijving niet af omdat de aangeboden werken, leveringen of diensten niet voldoen aan de technische en functionele eisen waarnaar is verwezen, indien de inschrijver in zijn inschrijving tot voldoening van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf aantoont dat de door hem voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze voldoen aan de technische en functionele eisen.

§ 2a.3.3.2. Onderaanneming, bijzondere voorwaarden, voorbehouden opdrachten

Artikel 2a.40

Artikel 2.79 is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten.

Artikel 2a.41

Artikel 2.82 is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten, met dien verstande dat in artikel 2.82, tweede lid, voor aankondiging wordt gelezen: aankondiging of, in het geval van concessieopdracht voor diensten als bedoeld in artikel 2a.29 de vooraankondiging.

Afdeling 2a.3.4. Eigen verklaring

Artikel 2a.42

Afdeling 2.3.4 is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten.

Afdeling 2a.3.5. Uitsluiting

Artikel 2a.43
1.

De artikelen 2.86 en 2.86a zijn van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten van aanbestedende diensten.

2.

Speciale-sectorbedrijven die niet tevens aanbestedende dienst zijn, kunnen de in artikel 2.86, eerste tot en met derde lid, genoemde uitsluitingsgronden als selectiecriteria opnemen bij de procedure voor de gunning van een concessieopdracht.

3.

Bij de toepassing van het tweede lid, zijn de artikelen 2.86a en 2.88, onderdeel a, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2a.44
1.

Artikel 2.87 is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel f.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan een inschrijver of gegadigde tevens uitsluiten van deelneming aan een aanbestedingsprocedure indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf jegens de ondernemer heeft vastgesteld dat deze in het geval van een concessieopdracht op het gebied van defensie en veiligheid als bedoeld in Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied niet de betrouwbaarheid heeft vertoond die nodig is om risico’s voor de veiligheid van de lidstaat uit te sluiten.

3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf betrekt bij de toepassing van het tweede lid uitsluitend het niet vertonen van de in dat onderdeel bedoelde betrouwbaarheid welke zich in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving heeft voorgedaan.

Artikel 2a.45

Voor de toepassing van uitsluitingsgronden als bedoeld in de artikelen 2a.43 en 2a.44, is artikel 2.87a van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 2a.4. Geschiktheidseisen en selectiecriteria

Afdeling 2a.4.1. Geschiktheidseisen

Artikel 2a.46
1.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf beoordeelt of aan de voorwaarden voor deelneming is voldaan wat betreft de:

2.

De beoordeling op grond van het eerste lid vind plaats op basis van eigen verklaringen en referenties die als bewijs moeten worden overgelegd overeenkomstig de eisen van de concessieaankondiging.

3.

De in het tweede lid bedoelde eisen zijn niet discriminerend en dienen in verhouding te staan tot het voorwerp van de concessieopdracht.

4.

Alle deelnemingsvoorwaarden houden verband met en staan in verhouding tot de noodzaak ervoor te zorgen dat de concessiehouder de concessieopdracht kan uitvoeren, rekening houdend met het voorwerp van de opdracht en de doelstelling om voor daadwerkelijke mededinging te zorgen.

Artikel 2a.47
1.

Een ondernemer kan zich voor een bepaalde concessieopdracht beroepen op de beroepsbekwaamheid, technische bekwaamheid en financiële en economische draagkracht van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen of rechtspersonen. Een ondernemer toont in dat geval bij de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf aan dat hij gedurende de concessieperiode zal kunnen beschikken over die noodzakelijke middelen van die natuurlijke personen of rechtspersonen.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan eisen dat, indien een ondernemer zich beroept op de financiële draagkracht van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, de ondernemer en die natuurlijke personen of rechtspersonen gezamenlijk instaan voor de uitvoering van de opdracht.

3.

Onder de voorwaarden, genoemd in het eerste en tweede lid, kan een samenwerkingsverband van ondernemers zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of van andere natuurlijke personen of rechtspersonen.

Artikel 2a.48

De artikelen 2.103 en 2.104 zijn van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten.

Afdeling 2a.4.3. Gunningsfase

§ 2a.4.3.1. Inschrijving

Artikel 2a.49

Artikel 2.108 is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten.

§ 2a.4.3.2. Gunningscriteria, abnormaal lage inschrijvingen en elektronische veiling

Artikel 2a.50
1.

Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven gunnen een concessieopdracht op basis van objectieve criteria en bewerkstelligen dat de inschrijvingen onder voorwaarden van daadwerkelijke mededinging worden beoordeeld waardoor een algeheel economisch voordeel voor de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan worden vastgesteld.

2.

Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven stellen gunningscriteria vast die verband houden met het voorwerp van de opdracht.

3.

De gunningscriteria kunnen onder meer sociale, innovatiegerelateerde of milieucriteria omvatten.

4.

De gunningscriteria gaan vergezeld van eisen die het mogelijk maken de door de inschrijvers verstrekte informatie daadwerkelijk te controleren.

5.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf somt de gunningscriteria op in afnemende volgorde van belangrijkheid.

6.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf gaat na of de inschrijvingen daadwerkelijk voldoen aan de gunningscriteria.

7.

In afwijking van het vijfde lid kan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf, indien hij of zij een offerte ontvangt waarin een innovatieve oplossing met een uitzonderlijk hoog functioneel prestatieniveau wordt voorgesteld dat door een zorgvuldig handelende aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf niet kon worden voorzien, bij wijze van uitzondering de volgorde van de gunningscriteria wijzigen, zodat rekening kan worden gehouden met de nieuwe mogelijkheden die door de innovatieve oplossing worden geboden.

8.

In het in het zevende lid bedoelde geval stelt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf alle inschrijvers op de hoogte van de wijziging van de volgorde van de gunningscriteria en doet een nieuwe oproep tot het indienen van inschrijvingen, met inachtneming van de in artikel 2a.37 bedoelde termijnen.

9.

Indien de gunningscriteria zijn bekendgemaakt op het tijdstip van de bekendmaking van de concessieaankondiging, maakt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf bij toepassing van het achtste lid, een nieuwe concessieaankondiging bekend met inachtneming van de in artikel 2a.36, vermelde termijn.

10.

Wijziging van de volgorde van de gunningscriteria mag niet leiden tot discriminatie.

§ 2a.4.3.4. Gunningsbeslissing

Artikel 2a.51

Paragraaf 2.3.8.8 is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten.

§ 2a.4.3.5. Verslaglegging en bekendmaking

Artikel 2a.52
1.

De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat een concessieopdracht heeft gegund maakt de aankondiging van de gegunde concessieopdracht bekend met behulp van het elektronische systeem voor aanbestedingen binnen 48 dagen na de gunning van die concessieopdracht.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf gebruikt voor de mededeling van het resultaat van de procedure het daartoe door middel van het elektronische systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

3.

Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf kan de resultaten, bedoeld in het eerste lid, die gegunde concessieopdrachten voor sociale en andere specifieke diensten als bedoeld in bijlage IV bij richtlijn 2014/23/EU betreffen, per kwartaal bundelen. Indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf daarvoor kiest, zendt hij de gebundelde resultaten binnen 48 dagen na het einde van elk kwartaal toe.

Hoofdstuk 2a.5. Wijziging van concessieopdrachten

Artikel 2a.53

Hoofdstuk 2.5 is van overeenkomstige toepassing op concessieopdrachten, met dien verstande dat:

Deel 3. Speciale-sectoropdrachten en prijsvragen voor speciale-sectoropdrachten

Hoofdstuk 3.1. Reikwijdte

Afdeling 3.1.1. Toepassingsgebied

Artikel 3.3.a

Onder de toevoer van gas, warmte, elektriciteit of water naar vaste netten voor openbare dienstverlening als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2 en 3.3 wordt zowel de groothandel en kleinhandel hierin als de opwekking of productie daarvan begrepen met uitzondering van de winning van gas.

Afdeling 3.1.2. Toepassingsbereik

§ 3.1.2.1. Toepassingsbereik speciale-sectoropdrachten

Artikel 3.9a

In afwijking van de artikelen 3.8 en 3.9 is het bepaalde bij of krachtens deel 3 van deze wet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten en prijsvragen voor sociale en andere specifieke diensten, bedoeld in bijlage XVII van richtlijn 2014/25/EU, waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 15, onderdeel c, van richtlijn 2014/25/EU genoemde bedrag, exclusief omzetbelasting.

Artikel 3.9b
1.

Een wijziging van de bedragen, genoemd in artikel 15 van richtlijn 2014/25/EU, gaat voor de toepassing van de artikelen 3.8 tot en met 3.9a gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.

2.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.9c
1.

Een speciale-sectorbedrijf vermeldt in de aankondiging van een speciale-sectoropdracht, de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling, bedoeld in artikel 3.73, of ingeval van een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling als bedoeld in artikel 3.56, derde lid, in de uitnodiging tot inschrijving, of voor een of meer percelen inschrijvingen kunnen worden ingediend.

2.

Indien meerdere percelen aan dezelfde inschrijver kunnen worden gegund, kan een speciale-sectorbedrijf een speciale-sectoropdracht gunnen voor een combinatie van percelen of voor alle percelen, mits hij in de aankondiging van de speciale-sectoropdracht of in een uitnodiging als bedoeld in het eerste lid:

3.

Onverminderd het eerste lid kan een speciale-sectorbedrijf het aantal aan één inschrijver te gunnen percelen beperken, mits het maximum aantal percelen per inschrijver in de aankondiging van de speciale-sectoropdracht is vermeld.

4.

In een geval als bedoeld in het derde lid vermeldt een speciale-sectorbedrijf in de aanbestedingsstukken de objectieve en niet-discriminerende regels die hij zal toepassen om te bepalen welke percelen zullen worden gegund indien de toepassing van de gunningscriteria zou leiden tot de gunning van meer percelen dan het maximum aantal aan dezelfde inschrijver.

§ 3.1.2.2. Aankoopcentrales en gezamenlijke aanbestedingen

Artikel 3.10a
1.

Twee of meer speciale-sectorbedrijven kunnen overeenkomen specifieke aanbestedingsprocedures gezamenlijk uit te voeren.

2.

Indien een volledige aanbestedingsprocedure gezamenlijk wordt uitgevoerd namens en voor rekening van alle betrokken speciale-sectorbedrijven, zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor het nakomen van hun verplichtingen op grond van deel 3 van deze wet.

3.

Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien een speciale-sectorbedrijf de procedure beheert en optreedt namens zichzelf en de andere betrokken speciale-sectorbedrijven.

4.

Indien een aanbestedingsprocedure niet volledig gezamenlijk wordt uitgevoerd namens en voor rekening van de betrokken speciale-sectorbedrijven, zijn zij uitsluitend gezamenlijk verantwoordelijk voor de gezamenlijk uitgevoerde delen.

5.

In het geval, bedoeld in het vierde lid, is elk speciale-sectorbedrijf als enige verantwoordelijk voor het nakomen van zijn verplichtingen bij of krachtens deel 3 van deze wet met betrekking tot de delen die hij in eigen naam en voor eigen rekening uitvoert.

Artikel 3.10b
1.

Speciale-sectorbedrijven van verschillende lidstaten van de Europese Unie kunnen gezamenlijk een speciale-sectoropdracht plaatsen, een dynamisch aankoopsysteem exploiteren of een opdracht plaatsen in het kader van een raamovereenkomst of het dynamisch aankoopsysteem.

2.

In een geval als bedoeld in het eerste lid, sluiten de deelnemende speciale-sectorbedrijven een overeenkomst die het volgende bepaalt:

tenzij deze elementen reeds zijn geregeld door een tussen de betrokken lidstaten van de Europese Unie gesloten internationale overeenkomst.

3.

De verdeling van verantwoordelijkheden en de toepasselijke nationale bepalingen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, worden in de aanbestedingsstukken vermeld.

4.

In een geval als bedoeld in het eerste lid, voldoet een deelnemende speciale-sectorbedrijf aan zijn verplichtingen bij of krachtens deel 3 van deze wet indien hij werken, leveringen of diensten verwerft van een speciale-sectorbedrijf in een andere lidstaat van de Europese Unie die voor de aanbestedingsprocedure verantwoordelijk is.

5.

Nationale bepalingen van de lidstaat van de Europese Unie waar een aankoopcentrale is gevestigd, zijn van toepassing op het door die aankoopcentrale:

6.

Indien speciale-sectorbedrijven uit verschillende lidstaten van de Europese Unie een gezamenlijke entiteit hebben opgericht, met inbegrip van een entiteit opgericht krachtens het recht van de Europese Unie, komen de deelnemende speciale-sectorbedrijven bij besluit van het bevoegde orgaan van de gezamenlijke organisatie overeen welke nationale aanbestedingsregels van toepassing zijn:

7.

Een overeenkomst als bedoeld in het zesde lid kan:

8.

Speciale-sectorbedrijven maken geen gebruik van een mogelijkheid als bedoeld in dit artikel met het oogmerk om zich te onttrekken aan voor hen dwingende publiekrechtelijke bepalingen overeenkomstig het recht van de Europese Unie.

§ 3.1.2.3. Afbakening samenstelling speciale-sectoropdrachten

Artikel 3.10c
1.

Het speciale-sectorbedrijf plaatst een speciale-sectoropdracht die betrekking heeft op een combinatie van werken, leveringen of diensten waarop deel 3 van deze wet van toepassing is, overeenkomstig de bepalingen die passen bij het hoofdvoorwerp van de betrokken speciale-sectoropdracht.

2.

In het geval van een gemengde speciale-sectoropdracht als bedoeld in het eerste lid, die ten dele betrekking heeft op diensten als bedoeld in paragraaf 3.2.1.8 en ten dele op andere diensten, of een gemengde speciale-sectoropdracht als bedoeld in het eerste lid, die ten dele betrekking heeft op diensten en ten dele op leveringen, wordt het hoofdvoorwerp bepaald door de hoogst geraamde waarde van de respectievelijke diensten of leveringen.

Artikel 3.10d
1.

Dit artikel is van toepassing op opdrachten die zowel onderdelen omvatten waarop deel 3 van deze wet van toepassing is als onderdelen waarop dat deel niet van toepassing is.

2.

Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien niet deelbaar is in verschillende onderdelen, gelden de bepalingen die van toepassing zijn op het hoofdvoorwerp van de desbetreffende opdracht.

3.

Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien deelbaar is in verschillende onderdelen, kan het speciale-sectorbedrijf voor de afzonderlijke onderdelen van die opdracht afzonderlijke opdrachten plaatsen, of één algemene opdracht plaatsen.

4.

Het speciale-sectorbedrijf dat voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten plaatst, past voor elk van die afzonderlijke opdrachten de bepalingen toe, welke op grond van de kenmerken van het betrokken afzonderlijke onderdeel daarop dienen te worden toegepast.

5.

Indien het speciale-sectorbedrijf één algemene opdracht plaatst, is deel 3 van deze wet van toepassing op die opdracht, tenzij in artikel 3.10f anders is bepaald, ongeacht de waarde van de onderdelen waarop bij afzonderlijke plaatsing andere bepalingen van toepassing zouden zijn, en ongeacht de bepalingen die bij afzonderlijke plaatsing voor die onderdelen hadden gegolden.

6.

Indien de algemene opdracht onderdelen bevat van speciale-sectoropdrachten voor leveringen, werken en diensten en van concessieopdrachten, wordt de opdracht geplaatst overeenkomstig deel 3 van deze wet, mits de geraamde waarde van het deel van de opdracht dat een onder deel 3 vallende opdracht vormt, berekend overeenkomstig afdeling 3.1.3, ten minste gelijk is aan het in artikel 3.8 bedoelde bedrag.

Artikel 3.10e
1.

Het speciale-sectorbedrijf kan speciale-sectoropdrachten die op verschillende activiteiten betrekking hebben plaatsen door middel van:

2.

Het speciale-sectorbedrijf mag zich bij de keuze tussen het plaatsen van een speciale-sectoropdracht voor meerdere activiteiten of meerdere speciale-sectoropdrachten voor afzonderlijke activiteiten, niet laten leiden door het oogmerk de opdracht of opdrachten buiten de reikwijdte van deze wet of de Aanbestedingswet op defensie-en veiligheidsgebied te laten vallen.

3.

Het speciale-sectorbedrijf bepaalt de wettelijke voorschriften die van toepassing zijn op een plaatsing van een speciale-sectoropdracht voor een afzonderlijke activiteit aan de hand van de kenmerken van die afzonderlijke activiteit.

4.

Op de plaatsing van een speciale-sectoropdracht voor meerdere activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, zijn de wettelijke voorschriften van toepassing die op de activiteit van toepassing zijn waarvoor de speciale-sectoropdracht in hoofdzaak bestemd is.

5.

Bij de plaatsing van een speciale-sectoropdracht voor meerdere activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, waarvoor niet objectief valt vast te stellen voor welke activiteit de opdracht in hoofdzaak bestemd is:

6.

Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing, indien sprake is van verschillende activiteiten waarvan er een of meer zijn waarop de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied of artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is.

Artikel 3.10f
1.

Dit artikel is van toepassing op opdrachten die onderdelen omvatten waarop deel 3 van deze wet van toepassing is en onderdelen waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is.

2.

Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien niet deelbaar is, kan de opdracht:

3.

Indien een opdracht als bedoeld in het eerste lid objectief gezien deelbaar is, kan het speciale-sectorbedrijf voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten plaatsen, of één algemene opdracht plaatsen.

4.

Het speciale-sectorbedrijf dat voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten plaatst, past voor elk van die afzonderlijke opdrachten de bepalingen toe, welke op grond van de kenmerken van het betrokken afzonderlijke onderdeel daarop dienen te worden toegepast.

5.

Indien het speciale-sectorbedrijf één algemene opdracht plaatst, worden de toepasselijke bepalingen vastgesteld op grond van de volgende criteria:

6.

Het vijfde lid, onderdeel a, is van toepassing op opdrachten waarop zowel onderdeel a als onderdeel b van dat lid van toepassing zijn.

7.

Het speciale-sectorbedrijf plaatst een opdracht als bedoeld in het eerste lid evenwel niet met het oogmerk om zich te onttrekken aan de toepassing van deel 3 van deze wet of de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied.

Artikel 3.10g
1.

Het speciale-sectorbedrijf kan een speciale-sectoropdracht voor meerdere activiteiten als bedoeld in artikel 3.10e, eerste lid, onderdeel a, plaatsen overeenkomstig de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied, indien die wet van toepassing is op een van die activiteiten en op een andere activiteit deel 3 van deze wet.

2.

Het speciale-sectorbedrijf kan een speciale-sectoropdracht voor meerdere activiteiten als bedoeld in artikel 3.10e, eerste lid, onderdeel a, plaatsen zonder toepassing van deel 3 van deze wet, indien op een van die activiteiten artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is en op een andere activiteit deel 3 van deze wet.

3.

Het speciale-sectorbedrijf kan een speciale-sectoropdracht die voldoet aan het eerste lid zonder toepassing van deel 3 van deze wet plaatsen, indien die opdracht een activiteit bevat waarop deel 3 van deze wet van toepassing is, een activiteit waarop de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied van toepassing is en daarnaast tevens activiteiten of onderdelen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is.

4.

Voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid geldt dat de plaatsing van een algemene speciale-sectoropdracht voor meerdere activiteiten objectief gerechtvaardigd dient te zijn en niet tot doel heeft een of meer opdrachten van de toepasselijkheid van deel 3 van deze wet uit te zonderen.

Afdeling 3.1.3. Raming van de waarde

§ 3.1.3.1. Algemene bepalingen

§ 3.1.3.2. De raming van speciale-sectoropdrachten

Artikel 3.12a

Artikel 2.15a is van overeenkomstige toepassing op een speciale-sectorbedrijf dat uit afzonderlijke operationele eenheden bestaat.

Artikel 3.16a

De artikelen 3.15, tweede lid, en 3.16, tweede lid, zijn niet van toepassing op:

mits de totale geraamde waarde van de onder a of b bedoelde percelen gezamenlijk niet meer bedraagt dan 20% van de totale waarde van alle percelen.

§ 3.1.3.3. De raming van dynamische aankoopsystemen, innovatiepartnerschappen en prijsvragen

Afdeling 3.1.4. Uitgezonderde speciale-sectoropdrachten en prijsvragen

Artikel 3.23a
1.

In afwijking van de artikelen 3.1 tot en met 3.6 is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten die door een aanbestedende dienst aan een andere rechtspersoon wordt gegund, indien:

2.

In afwijking van de artikelen 3.8 en 3.9 is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten, indien een gecontroleerde rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid die tevens een aanbestedende dienst is, een speciale-sectoropdracht gunt aan de aanbestedende dienst die hem controleert of aan een andere rechtspersoon die door dezelfde aanbestedende dienst wordt gecontroleerd, mits er geen directe participatie van privékapitaal is in de rechtspersoon aan wie de speciale-sectoropdracht wordt gegund, met uitzondering van vormen van participatie die geen controle of blokkerende macht inhouden, die vereist zijn krachtens nationale regelgeving welke verenigbaar is met het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en door middel waarvan geen beslissende invloed kan worden uitgeoefend op de gecontroleerde rechtspersoon.

3.

Een aanbestedende dienst oefent op een rechtspersoon toezicht uit zoals op zijn eigen diensten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien hij zowel op strategische doelstellingen als op belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon een beslissende invloed uitoefent.

4.

Het percentage, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, wordt bepaald op basis van de gemiddelde omzet of een geschikte alternatieve op activiteit gebaseerde maatstaf, zoals de kosten die door de betrokken rechtspersoon of de aanbestedende dienst zijn gemaakt met betrekking tot diensten, leveringen en werken, over de laatste drie jaren voorafgaand aan de gunning van de speciale-sectoropdracht.

5.

Indien de gemiddelde totale omzet of een geschikte alternatieve op activiteit gebaseerde maatstaf als bedoeld in het vierde lid, over de laatste drie jaren niet beschikbaar of niet langer relevant is in verband met de datum van oprichting of aanvang van de bedrijfsactiviteiten van die rechtspersoon of aanbestedende dienst of in verband met een reorganisatie van zijn activiteiten, kan door middel van bedrijfsprognoses worden aangetoond dat de berekening van de activiteit aannemelijk is.

Artikel 3.23b
1.

In afwijking van de artikelen 3.1 tot en met 3.6 is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten die door een aanbestedende dienst aan een andere rechtspersoon wordt gegund, indien:

2.

Aanbestedende diensten worden geacht op een rechtspersoon gezamenlijk toezicht uit te oefenen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien:

3.

Op het percentage, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, is artikel 3.23a, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.23c
1.

In afwijking van de artikelen 3.1 tot en met 3.6 is het bij of krachtens deel 3 van deze wet bepaalde niet van toepassing op het plaatsen van speciale-sectoropdrachten die uitsluitend tussen twee of meer aanbestedende diensten worden gegund, indien:

2.

Op het percentage, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, is artikel 3.23a, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3.2. Procedures voor het plaatsen van speciale-sectoropdrachten

Afdeling 3.2.1. Algemene procedures

§ 3.2.1.1. Algemeen

§ 3.2.1.2. Openbare procedure

§ 3.2.1.3. Niet-openbare procedure

§ 3.2.1.4. Concurrentiegerichte dialoog

Artikel 3.34a

Het speciale-sectorbedrijf dat de procedure van de concurrentiegerichte dialoog toepast doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

§ 3.2.1.5. Onderhandelingsprocedure met aankondiging

§ 3.2.1.6. Procedure van het innovatiepartnerschap

Artikel 3.35a

Het speciale-sectorbedrijf kan de procedure van het innovatiepartnerschap toepassen voor een speciale-sectoropdracht die is gericht op de ontwikkeling en aanschaf van een innovatief product of werk of een innovatieve dienst welke niet reeds op de markt beschikbaar is.

Artikel 3.35b

Het speciale-sectorbedrijf dat de procedure van het innovatiepartnerschap toepast doorloopt de volgende stappen. Het speciale-sectorbedrijf:

§ 3.2.1.7. Onderhandelingsprocedure zonder aankondiging

§ 3.2.1.8. Bijzondere voorschriften betreffende het plaatsen van speciale-sectoropdrachten voor sociale en andere specifieke diensten

Afdeling 3.2.3. Bijzondere procedures

§ 3.2.3.1. Procedure van een prijsvraag

§ 3.2.3.2. Procedure voor het sluiten van een raamovereenkomst

§ 3.2.3.3. Procedure voor een dynamisch aankoopsysteem

Hoofdstuk 3.3. Regels voor speciale-sectoropdrachten inzake aankondiging, uitsluiting, selectie en gunning

Afdeling 3.3.1. Algemeen

Artikel 3.50a
1.

Een samenwerkingsverband van ondernemers kan zich inschrijven of zich als gegadigde opgeven.

2.

Een speciale-sectorbedrijf verlangt voor het indienen van een inschrijving of een verzoek tot deelneming van een samenwerkingsverband van ondernemers niet dat het samenwerkingsverband van ondernemers een bepaalde rechtsvorm heeft.

3.

Een speciale-sectorbedrijf kan bepalen op welke wijze een samenwerkingsverband aan de bij en krachtens deze wet gestelde criteria en eisen voor erkenning en kwalitatieve selectie dient te voldoen, mits deze eisen op objectieve gronden berusten en proportioneel zijn.

4.

Een speciale-sectorbedrijf kan aan een samenwerkingsverband andere eisen dan aan individuele deelnemers stellen wat betreft de uitvoering van een speciale-sectoropdracht, mits deze eisen op objectieve gronden berusten en proportioneel zijn.

5.

Een speciale-sectorbedrijf kan van een samenwerkingsverband waaraan de speciale-sectoropdracht wordt gegund, eisen dat het een bepaalde rechtsvorm aanneemt, indien dit voor de goede uitvoering van de speciale-sectoropdracht noodzakelijk is.

Artikel 3.50b
1.

Een speciale-sectorbedrijf kan ondernemers bij de inschrijvingsprocedure de mogelijkheid bieden om andere dan elektronische middelen te gebruiken in een geval als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van richtlijn 2014/25/EU.

2.

Een wijziging van artikel 40, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van richtlijn 2014/25/EU gaat voor de toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.

3.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 3.50c
1.

Een speciale-sectorbedrijf verstrekt nadere inlichtingen over de aanbestedingsstukken uiterlijk tien dagen voor de uiterste datum voor het indienen van de inschrijvingen, mits het verzoek om inlichtingen tijdig voor de uiterste datum voor het indienen van de inschrijvingen is gedaan.

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de in dat lid bedoelde termijn in geval van toepassing van de openbare procedure, waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 2.74, vier dagen.

Afdeling 3.3.2. Aankondigingen

§ 3.3.2.1. Periodieke indicatieve aankondiging en aankondigingen betreffende het bestaan van een erkenningsregeling

§ 3.3.2.2. Aankondiging

§ 3.3.2.3. Termijnen

Artikel 3.60a
1.

Een speciale-sectorbedrijf verlengt de termijn voor het indienen van inschrijvingen met vijf dagen indien aan een ondernemer eisen zijn gesteld die tot doel hebben de vertrouwelijke aard van de informatie die het speciale-sectorbedrijf gedurende de aanbestedingsprocedure beschikbaar stelt te beschermen, of bij toepassing van artikel 3.50, tweede lid, of artikel 3.50b.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing in een geval als bedoeld in het artikel 3.59, vierde lid, en artikel 3.60c.

Artikel 3.60b
1.

Een speciale-sectorbedrijf verlengt de termijnen voor het indienen van de inschrijvingen zodanig dat alle betrokken ondernemers van alle nodige informatie voor de opstelling van de inschrijvingen kennis kunnen nemen, indien:

2.

In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, dient de duur van de verlenging evenredig te zijn aan het belang van de informatie of wijziging.

Artikel 3.60c

In het geval van een urgente situatie, die door het speciale-sectorbedrijf naar behoren is onderbouwd, waarin de in artikel 3.59, eerste lid, bepaalde termijn voor inschrijving niet in acht kan worden genomen, kan een speciale-sectorbedrijf een termijn hiervoor vaststellen van ten minste 15 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de speciale-sectoropdracht.

Artikel 3.60d

Een speciale-sectorbedrijf kan de termijn voor het indienen van de inschrijvingen, bedoeld in artikel 3.59, eerste lid, met vijf dagen verkorten, indien hij erin toestemt dat inschrijvingen langs elektronische weg worden ingediend.

Afdeling 3.3.3. Bestek

§ 3.3.3.1. Technische specificaties

§ 3.3.3.2. Onderaanneming, bijzondere voorwaarden, voorbehouden opdracht en varianten

Afdeling 3.3.4. Eigen verklaring

Afdeling 3.3.5. Uitsluiting en selectie

Artikel 3.65a
1.

Een ondernemer kan zich in het geval dat een speciale-sectorbedrijf eisen stelt aan zijn economische en financiële draagkracht of aan zijn technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid, voor een bepaalde opdracht beroepen op de draagkracht van andere natuurlijke personen of rechtspersonen ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen of rechtspersonen.

2.

Indien de eisen met betrekking tot technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid onderwijs- en beroepskwalificaties betreffen van de dienstverlener, de aannemer of het leidinggevend personeel van de ondernemer of relevante beroepservaring, kan de ondernemer hiervoor een beroep doen op de kwalificaties en ervaring van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, mits die de werken of diensten zelf verrichten waarvoor die kwalificaties of ervaring vereist zijn.

3.

Een ondernemer die zich op de draagkracht of capaciteit van andere entiteiten beroept, toont ten behoeve van het speciale-sectorbedrijf aan dat hij kan beschikken over de voor de uitvoering van de speciale-sector opdracht benodigde middelen, en in het geval hij erkend is op grond van een erkenningsregeling gedurende de gehele geldigheidsduur daarvan.

4.

Onder dezelfde voorwaarden als bedoeld in het eerste tot en met derde lid, kan een samenwerkingsverband van ondernemers zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of aan andere natuurlijke personen of rechtspersonen.

5.

Het speciale-sectorbedrijf kan eisen dat, indien een ondernemer zich beroept op de financiële en economische draagkracht van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, zowel de ondernemer als die andere natuurlijke personen of rechtspersonen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de uitvoering van de desbetreffende speciale-sectoropdracht.

6.

Het speciale-sectorbedrijf toetst of de draagkracht of bekwaamheid van een natuurlijke persoon of rechtspersoon waarop een ondernemer zich beroept, valt onder een door het speciale-sectorbedrijf gestelde uitsluitingsgrond en of deze natuurlijke persoon of rechtspersoon voldoet aan de door het speciale-sectorbedrijf gestelde geschiktheidseisen met betrekking tot de financiële en economische draagkracht of de technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid.

7.

De artikelen 2.92, vijfde en zesde lid, en 2.95, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3.4. Erkenningsregeling

Afdeling 3.4.1. Deelname en toepassing

Artikel 3.66a
1.

Een speciale-sectorbedrijf dat een aankondiging doet inzake het bestaan van een regeling voor de erkenning van ondernemers, selecteert bij het volgen van een procedure tot plaatsing van een speciale-sectoropdracht voor werken, leveringen of diensten waarop die erkenningsregeling betrekking heeft, uitsluitend inschrijvers en deelnemers die volgens deze regeling erkend zijn.

2.

Een procedure als bedoeld in het eerste lid betreft een niet-openbare procedure, een concurrentiegerichte dialoog, een innovatiepartnerschap, een onderhandelingsprocedure met aankondiging, of een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging in de gevallen, bedoeld in de artikelen 3.36 tot en met 3.38.

Afdeling 3.4.2. Mededeling van uitsluiting en afwijzing

Afdeling 3.4.3. Gunningsfase

§ 3.4.3.1. Inschrijving

Artikel 3.71a

Bij toepassing van de niet-openbare procedure, de concurrentiegerichte dialoog, het innovatiepartnerschap, of de onderhandelingsprocedure met aankondiging nodigt het speciale-sectorbedrijf de niet-uitgesloten en niet-afgewezen gegadigden gelijktijdig en schriftelijk uit tot inschrijving, tot deelneming aan de dialoog of tot onderhandelingen.

Artikel 3.71b
1.

De uitnodiging aan de gegadigden, bedoeld in artikel 3.71a, vermeldt het internetadres waar de aanbestedingsstukken rechtstreeks toegankelijk zijn.

2.

In afwijking van het eerste lid bevat de uitnodiging aan de gegadigden, bedoeld in artikel 3.71a, een exemplaar van de aanbestedingsstukken in een geval als bedoeld in artikel 3.57, vierde of vijfde lid, waarbij de aanbestedingsstukken nog niet vrij, rechtstreeks, volledig en kosteloos beschikbaar zijn.

3.

De uitnodiging aan de gegadigden, bedoeld in artikel 3.71a, bevat de informatie, bedoeld in bijlage XIII van richtlijn 2014/25/EU.

§ 3.4.3.1a. Concurrentiegerichte dialoog en elektronische catalogus

Artikel 3.73a

De paragrafen 2.3.8.2a en 2.3.8.3 zijn van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten, met dien verstande dat in artikel 2.109d, onderdeel a, voor «aankondiging van een overheidsopdracht» wordt gelezen: de aankondiging van een speciale-sectoropdracht, de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling, bedoeld in artikel 3.73 of, ingeval van een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling als bedoeld in artikel 3.56, derde lid, in de uitnodiging tot inschrijving of tot onderhandeling.

§ 3.4.3.2. Gunningscriteria, abnormaal lage inschrijving, elektronische veiling en innovatiepartnerschap

Artikel 3.74a
1.

Het speciale-sectorbedrijf kan bij de openbare procedure, de niet-openbare procedure en de onderhandelingsprocedure met aankondiging, de gunningsbeslissing vooraf laten gaan door een elektronische veiling, indien:

2.

Het eerste lid is niet van toepassing voor de aanbesteding van werken of diensten die intellectuele prestaties tot voorwerp van de opdracht hebben.

§ 3.4.3.3. Gunningsbeslissing

§ 3.4.3.4. Verslaglegging en bekendmaking

§ 3.4.3.5. Bewaarplicht gedurende de looptijd van de speciale-sectoropdracht

Hoofdstuk 3.5. Overige voorschriften voor de procedures met betrekking tot de raamovereenkomst, het dynamisch aankoopsysteem en de prijsvraag

Artikel 3.80a

De afdelingen 2.4.2 en 2.4.5, met uitzondering van de artikelen 2.146 en 2.148, zijn van overeenkomstige toepassing op speciale-sectoropdrachten.

Artikel 3.80b
1.

Een ondernemer kan bij de instelling van een dynamisch aankoopsysteem een verzoek tot toelating indienen.

2.

De termijn voor het indienen van een verzoek tot toelating als bedoeld in het eerste lid bedraagt ten minste dertig dagen en in geen geval minder dan 15 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de speciale-sectoropdracht of, wanneer een periodieke indicatieve aankondiging als oproep tot mededinging wordt gebruikt, te rekenen vanaf de datum van verzending van de uitnodiging, bedoeld in artikel 3.73, eerste lid.

3.

Het speciale-sectorbedrijf deelt een ondernemer als bedoeld in het eerste lid zo snel mogelijk mee dat hij is toegelaten tot het dynamisch aankoopsysteem of dat zijn verzoek tot toelating is afgewezen.

Artikel 3.80c
1.

Het speciale-sectorbedrijf nodigt alle tot het dynamisch aankoopsysteem toegelaten ondernemers uit om voor een specifieke speciale-sectoropdracht die binnen dat dynamisch aankoopsysteem wordt geplaatst een inschrijving in te dienen. De artikelen 2.105, eerste lid, en 2.106, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

2.

Indien het dynamisch aankoopsysteem is ingedeeld in categorieën van werken, producten of diensten, nodigt het speciale-sectorbedrijf, in afwijking van het eerste lid, alle ondernemers die zijn toegelaten tot de categorie waarop de desbetreffende speciale-sectoropdracht betrekking heeft, uit om een inschrijving in te dienen.

3.

De termijn voor het indienen van een inschrijving bedraagt ten minste tien dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.

4.

Artikel 2.74a is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in het tweede lid van dat artikel bepaalde termijn bij een speciale-sectoropdracht binnen het dynamisch aankoopsysteem tien dagen bedraagt.

5.

Het speciale-sectorbedrijf kan de speciale-sectoropdracht gunnen aan de inschrijver die de beste inschrijving heeft ingediend op grond van de gunningscriteria die zijn vermeld in de aankondiging van de speciale-sectoropdracht binnen het dynamisch aankoopsysteem, in de uitnodiging, bedoeld in artikel 3.73, eerste lid, of in een uitnodiging tot inschrijving volgend op een aankondiging inzake het bestaan van een erkenningsregeling. Deze criteria kunnen gepreciseerd worden in de uitnodiging voor alle tot het dynamisch aankoopsysteem toegelaten ondernemers.

Hoofdstuk 3.6. Wijziging van speciale-sectoropdrachten

Artikel 3.80d

Hoofdstuk 2.5 is, met uitzondering van de artikelen 2.163d, eerste lid, onderdeel d, tweede en derde lid, en 2.163e, eerste lid, onderdeel c, van overeenkomstige toepassing op een speciale-sectoropdracht, met dien verstande dat:

Deel 4. Overige bepalingen

Hoofdstuk 4.1. Gedragsverklaring aanbesteden

Afdeling 4.1.1. Algemene bepalingen

Afdeling 4.1.2. Toetsingscriteria

Afdeling 4.1.3. Beoordeling

Hoofdstuk 4.2. Nadere uitvoeringsregels

Afdeling 4.2.1. Nadere regels ter uitvoering van de richtlijnen

Artikel 4.12a
1.

Een aanbestedende dienst verstrekt aan Onze Minister op diens verzoek processen-verbaal als bedoeld in artikel 2.132.

2.

Een speciale-sectorbedrijf verstrekt aan Onze Minister op diens verzoek te bewaren passende informatie als bedoeld in artikel 3.77, eerste en tweede lid.

3.

Onze Minister gebruikt de in het eerste lid bedoelde processen-verbaal uitsluitend voor het opstellen van een toezichtsrapport als bedoeld in artikel 83, derde lid, van richtlijn 2014/24/EU en de in het tweede lid bedoelde informatie uitsluitend voor het opstellen van een toezichtsrapport als bedoeld in artikel 99, derde lid, van richtlijn 2014/25/EU.

4.

Artikel 2.57, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op aan Onze Minister verstrekte processen-verbaal of informatie.

Afdeling 4.2.2. Het elektronische systeem voor aanbestedingen

Artikel 4.14a

Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens die noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, en die verband houdt met het faciliteren van het gebruiken van het systeem.

Hoofdstuk 4.3. Vernietigbaarheid en boete

Afdeling 4.3.1. Vernietigbaarheid

Afdeling 4.3.2. Boete

Hoofdstuk 4.4. Arbitrage en klachten

Hoofdstuk 4.5. Evaluatiebepalingen

Hoofdstuk 4.6. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.