← Geldende tekst · Geschiedenis

Wet van 17 juni 2013, houdende regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet)

Geldende tekst a fecha 2021-10-09

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, omwille van de bescherming van de verbruikers, met inachtneming van het belang van een betrouwbaar, duurzaam, milieuhygiënisch verantwoord en een doelmatig functioneren van de warmtevoorziening een regeling tot stand te brengen met betrekking tot de levering van warmte aan verbruikers;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2013/325 gesteld op 1 november 2013.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen soorten installaties worden aangewezen die niet worden aangemerkt als een «afleverset voor warmte».

Hoofdstuk 2. Levering van warmte

§ 1.2. Reikwijdte

Artikel 2
1.

Een leverancier draagt zorg voor een betrouwbare levering van warmte tegen redelijke voorwaarden en met inachtneming van een goede kwaliteit van dienstverlening.

2.

Een leverancier verstrekt de verbruikers:

3.

Ten aanzien van de levering van warmte brengt de leverancier ten hoogste in rekening:

4.

Een leverancier onthoudt zich van iedere vorm van ongerechtvaardigd onderscheid jegens zijn verbruikers.

5.

Een leverancier stelt verbruikers op toereikende wijze in kennis van elke wijziging van de prijzen voor levering van warmte en van elk voornemen tot wijziging van de aan de leveringsovereenkomst verbonden voorwaarden voor levering van warmte.

6.

De boekhouding van een leverancier bevat betrouwbare en op een inzichtelijke wijze vorm gegeven informatie over de integrale kosten en opbrengsten die verband houden met de levering van warmte en het verrichten van de aansluiting.

7.

Een leverancier houdt een storingsregistratie bij betreffende de levering van warmte en publiceert deze jaarlijks op geschikte wijze.

8.

Een producent aangesloten op een warmtenet is verplicht op verzoek van de leverancier te onderhandelen over het beschikbaar stellen van warmte tegen redelijke prijzen en voorwaarden.

Artikel 3
1.

Een in Nederland gevestigde leverancier verstrekt een verbruiker, in aanvulling op de gegevens bedoeld in artikel 230m, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, voordat de verbruiker gebonden is aan een overeenkomst tot levering van warmte op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende informatie:

2.

Artikel 230m, eerste lid, van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing op een overeenkomst tot levering van warmte tussen een leverancier een verbruiker die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

3.

Artikel 230v van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing op de informatieverplichtingen voor leveranciers bedoeld in het eerste en het tweede lid.

Artikel 4
1.

De leverancier stelt al hetgeen redelijkerwijs in zijn vermogen ligt in het werk om afsluiting dan wel onderbreking van de levering van warmte te voorkomen, of indien een onderbreking van de levering van warmte optreedt, deze zo snel mogelijk te verhelpen. Afsluiting van een verbruiker wordt in het bijzonder voorkomen in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar.

2.

De leverancier stelt een verbruiker tenminste drie dagen van tevoren op de hoogte van door hem geplande werkzaamheden waarbij de levering van warmte aan de verbruiker moet worden onderbroken.

3.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over afsluiting van de levering van een verbruiker van warmte alsmede over preventieve maatregelen om de afsluiting van een verbruiker waar mogelijk te voorkomen.

Artikel 5
1.

De Autoriteit Consument en Markt stelt de maximumprijs vast die een leverancier ten hoogste zal berekenen voor de levering van warmte. Van het besluit tot vaststelling van een maximumprijs wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

2.

De maximumprijs kan per aflevertemperatuur verschillen en:

3.

Het gebruiksonafhankelijk deel van de maximumprijs voor aansluitingen van meer dan 100 kilowatt kan verschillen van het gebruiksonafhankelijk deel van de maximumprijs voor aansluitingen van maximaal 100 kilowatt.

4.

In afwijking van het eerste lid en het tweede lid, onderdeel a, wordt een maximumprijs voor gebruik van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen systeem dat mede dient voor levering van warmte vastgesteld met een bij die maatregel vast te stellen methode.

5.

De maximumprijs, bedoeld in het eerste en vierde lid, treedt in werking op een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen datum en geldt tot 1 januari van het jaar volgend op de datum van inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de maximumprijs. Indien op 1 januari de maximumprijs voor dat jaar nog niet is vastgesteld, geldt de laatst vastgestelde maximumprijs tot de datum van inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de maximumprijs voor het volgende jaar.

6.

Na de inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de maximumprijs, bedoeld in het eerste en vierde lid, worden de prijzen voor levering van warmte die hoger zijn dan de maximumprijs van rechtswege gesteld op die maximumprijs.

7.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de elementen en de wijze van berekening van de maximumprijs, bedoeld in het eerste lid, en de indeling in verschillende temperatuurcategorieën, op grond van het tweede lid.

8.

De voordracht voor de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het zevende lid, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel 6
1.

Indien door een leverancier bij een verbruiker een eenmalige aansluitbijdrage in rekening wordt gebracht voor een aansluiting op een warmtenet, bedraagt deze bijdrage niet meer dan een door Autoriteit Consument en Markt vast te stellen bedrag.

2.

Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, kan voor verschillende categorieën aansluitingen verschillend worden vastgesteld afhankelijk van de bestanddelen waarvoor de bijdrage in rekening wordt gebracht.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot

Artikel 7
1.

De Autoriteit Consument en Markt verzamelt, analyseert en bewerkt inlichtingen en gegevens met betrekking tot de ontwikkeling van de rendementen in de warmteleveringsmarkt. De Autoriteit Consument en Markt brengt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na twee jaar aan Onze Minister verslag uit van de monitoring.

2.

De Autoriteit Consument en Markt toetst of het rendement van een leverancier op al zijn netten gezamenlijk hoger is dan een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement.

3.

Indien het rendement van een leverancier op al zijn netten gezamenlijk hoger is dan een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement, kan de Autoriteit Consument en Markt het meer dan redelijk behaalde rendement door middel van een correctiefactor laten verdisconteren in de toekomstige tarieven van die leverancier.

4.

Bij beleidsregel van de Autoriteit Consument en Markt worden nadere regels gesteld ter uitvoering van de leden twee en drie, waarbij in ieder geval regels worden gesteld over:

Artikel 8
1.

Een leverancier heeft, met uitzondering van gevallen waarin dit voor de levering van warmte niet noodzakelijk is, tot taak er zorg voor te dragen dat binnen een redelijke termijn en tegen ten hoogste een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen tarief een afleverset voor warmte in gebruik kan worden genomen wanneer:

Het tarief kan verschillen voor verschillende categorieën en aanvullende functionaliteiten van afleversets voor warmte

2.

Een leverancier heeft tot taak er zorg voor te dragen dat binnen een redelijke termijn aan een verbruiker een individuele meter ter beschikking wordt gesteld door middel van verhuur die het actuele warmteverbruik kan weergeven.

3.

Indien een meetinrichting wordt geïnstalleerd, is deze op afstand uitleesbaar.

4.

Een leverancier leest meetgegevens van een verbruiker, die beschikt over een meetinrichting die op afstand uitleesbaar is, niet op afstand uit indien de verbruiker hierom verzoekt.

5.

Het tarief voor de meting van het warmteverbruik door middel van een individuele meter wordt vastgesteld op basis van het gewogen gemiddelde van de meettarieven voor G6 aansluitingen van de gasmeter van de netbeheerders van de gastransportnetten niet zijnde de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor het jaar t.

6.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent:

7.

Het is anderen dan de desbetreffende leverancier verboden een taak uit te voeren als bedoeld in het eerste en tweede lid.

8.

Een afleverset voor warmte ten behoeve van warmtelevering aan één verbruiker wordt door middel van verhuur tegen ten hoogste het voor die afleverset vastgestelde tarief, bedoeld in het eerste lid, ter beschikking gesteld.

9.

Indien een gebouw waarin zich meerdere woon- of bedrijfsruimtes bevinden verwarmd wordt met behulp van een centrale productieinstallatie voor warmte die zich in het betreffende gebouw of in een nabij gelegen gebouw of bouwwerk bevindt, meet de leverancier de hoeveelheid warmte die de centrale installatie produceert.

10.

Een leverancier installeert een meter bij een afleverset voor warmte.

11.

In afwijking van het tweede lid, installeert een leverancier tevens een individuele meter om het warmteverbruik te meten in iedere eenheid in een appartementengebouw of iedere eenheid in een multifunctioneel gebouw die warmte ontvangt uit een warmtenet waar dat technisch haalbaar en kostenefficiënt is.

12.

Als de installatie van een individuele meter niet technisch haalbaar of niet kostenefficiënt is, installeert een leverancier waar dat kostenefficiënt is individuele warmtekostenverdelers.

13.

Als de installatie van individuele warmtekostenverdelers niet kostenefficiënt is, hanteert een leverancier een andere kostenefficiënte methode voor de meting van het warmteverbruik.

14.

De installatie van een individuele meter om het warmteverbruik te meten als bedoeld in het elfde tot en met dertiende lid is in elk geval technisch haalbaar en kostenefficiënt indien:

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop wordt bepaald in welke andere situaties de installatie van een individuele meter om het warmteverbruik te meten technisch haalbaar of kostenefficiënt is, onderscheidenlijk installatie van individuele kostenverdelers kostenefficiënt is.

Artikel 8a
1.

Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter als bedoeld in artikel 8, baseert hij, onverminderd artikel 8, tweede lid, de kosten met inachtneming van artikel 2, vierde lid, op individuele warmtekostenverdelers die het warmteverbruik van elke radiator meten, tenzij de installatie daarvan niet kostenefficiënt is.

2.

Indien de leverancier de aan de verbruiker in rekening te brengen kosten voor de levering van warmte niet baseert op een individuele warmtemeter of individuele warmtekostenverdelers, baseert hij de kosten met inachtneming van artikel 2, vierde lid, op een voor alle verbruikers inzichtelijke kostenverdeelsystematiek.

3.

De kostenverdeelsystematiek, bedoeld in het tweede lid, gaat uit van een binnen de technische en financiële mogelijkheden zo nauwkeurig mogelijke benadering van het werkelijke aandeel van het verbruik van de individuele verbruiker.

4.

In afwijking van het derde lid kunnen als onderdeel van de kostenverdeelsystematiek aan individuele verbruikers worden toegerekend:

5.

Indien een onroerende zaak, die is gebouwd voor inwerkingtreding van dit lid, bestaat uit meerdere woon -of bedrijfsruimten kan de leverancier het individueel warmtegebruik van de verbruiker, zoals gemeten op grond van artikel 8 of artikel 8a, eerste of tweede lid, corrigeren aan de hand van correctiefactoren die door de leverancier zijn vastgesteld met inachtname van de daarvoor gangbare technische normen voor:

6.

De warmtekostenverdelers en andere technische voorzieningen voor benadering, meting of registratie van het aandeel van de individuele verbruiker in het totale verbruik, worden aan de hand van daarvoor gangbare technische normen geïnstalleerd en toegepast.

7.

Op daartoe strekkend verzoek van één of meer verbruikers laat de leverancier éénmalig door een onafhankelijke, voor zowel verbruiker als leverancier aanvaardbare deskundige onderzoek uitvoeren naar de mate waarin de kostenverdeelsystematiek voor die verbruiker of verbruikers, voldoet aan het eerste tot en met vierde lid. De helft van de kosten van dit onderzoek komt voor rekening van de leverancier.

8.

Op daartoe strekkend verzoek van één of meer verbruikers laat de leverancier de werking van de warmtekostenverdelers controleren door een onafhankelijke, voor zowel verbruiker als leverancier aanvaardbare deskundige. De toedeling van de kosten van dit onderzoek tussen verbruikers en leverancier vindt plaats op basis van de conclusie van het onderzoek.

9.

Indien de verbruiker of verbruikers en de leverancier niet tot overeenstemming komen over de keuze van een voor beiden aanvaardbare deskundige dan kan de Autoriteit Consument en Markt worden gevraagd om deze aan te wijzen.

10.

De leverancier verleent aan het onderzoek de nodige medewerking.

11.

Indien bestaande technische voorzieningen als bedoeld in het zesde lid worden vervangen, zorgt de leverancier dat de nieuwe voorzieningen van een type zijn waarvan een onafhankelijke deskundige aan de hand van daarvoor gangbare technische normen de deugdelijkheid heeft vastgesteld.

12.

In dit artikel wordt onder een verbruiker mede verstaan een eindgebruiker als bedoeld in artikel 10bis, eerste lid, eerste alinea van richtlijn 2012/27/EU het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PbEU 2012, L315).

§ 2.2. Bijzondere bepalingen ten aanzien van vergunninghouders

Artikel 9
1.

Het is verboden zonder vergunning warmte te leveren aan verbruikers.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet ten aanzien van een leverancier die:

Artikel 10
1.

Onze Minister verleent op aanvraag een vergunning indien de aanvrager genoegzaam aantoont dat hij:

2.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van en de procedure voor aanvraag van een vergunning en de criteria, bedoeld in het eerste lid.

3.

Onze Minister kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een vergunning. Aan de vergunning wordt in ieder geval een voorschrift verbonden omtrent de minimum- en maximumtemperatuur van de te leveren warmte. De minimum- en maximumtemperatuur van de te leveren warmte kan voor ieder warmtenet of deel van een warmtenet verschillen.

4.

Onze Minister kan de aan een vergunning verbonden voorschriften of beperkingen wijzigen.

5.

Een vergunning kan slechts worden overgedragen met toestemming van Onze Minister. Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11
1.

Onze Minister kan een vergunning intrekken. Onze Minister gaat slechts tot intrekking van de vergunning over, voor zover het belang van een betrouwbare levering van warmte tegen redelijke voorwaarden en een goede kwaliteit van de dienstverlening aan verbruikers zich daartegen niet verzet.

2.

Onze Minister kan een vergunning intrekken, indien:

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de criteria voor het intrekken van een vergunning en de procedure bij intrekking van een vergunning. De voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel 12
1.

Een vergunninghouder biedt verbruikers een ruime keuze uit betalingswijzen.

2.

De vergunninghouder zorgt jegens verbruikers voor een goede bereikbaarheid. De vergunninghouder handelt correspondentie van verbruikers binnen tien werkdagen af. Indien een oplossing in deze periode niet mogelijk is, ontvangt de verbruiker binnen vijf werkdagen bericht binnen welke termijn een adequate reactie kan worden verwacht.

3.

De vergunninghouder gebruikt aan hem verstrekte gegevens over verbruikers uitsluitend voor het uitvoeren van de in deze wet aan de vergunninghouder opgedragen taken.

Artikel 12a
1.

De vergunninghouder voert een afzonderlijke boekhouding met betrekking tot de levering van warmte en, indien van toepassing, voor de levering van koude.

2.

De vergunninghouder publiceert een jaarrekening en een bestuursverslag overeenkomstig titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

3.

Het bestuursverslag, bedoeld in het tweede lid, bevat tevens betrouwbare en op een inzichtelijke wijze vorm gegeven informatie over:

4.

De in het bestuursverslag opgenomen informatie als bedoeld in het derde lid, onderdeel a en b, is voorzien van een accountantsverklaring.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste, tweede en derde lid en artikel 2, zesde lid.

§ 2.3. Noodvoorziening

Artikel 12b
1.

Een leverancier of een producent, die voornemens is de levering of de productie van warmte te beëindigen dan wel redelijkerwijs moet voorzien dat hij niet langer aan zijn wettelijke verplichtingen zal kunnen voldoen, meldt dit onverwijld aan Onze Minister. Onze Minister treedt in overleg met de leverancier of de producent die de melding heeft gedaan alsmede met de overige bij de levering van warmte betrokken personen.

2.

Onze Minister kan, indien hem blijkt dat een leverancier in onvoldoende mate kan of zal kunnen voorzien in de levering van warmte, de leverancier opdragen voorzieningen te treffen teneinde zeker te stellen dat de levering van warmte, in voldoende mate plaatsvindt.

3.

Onze Minister is bevoegd tot toepassing van een last onder bestuursdwang ter handhaving van een opdracht als bedoeld in het tweede lid.

4.

Indien de leverancier niet voldoet aan een opdracht als bedoeld in het tweede lid of indien naar het oordeel van Onze Minister door de bedrijfsvoering van deze leverancier de continuïteit of de betrouwbaarheid van de warmtelevering in gevaar komt en onverwijld ingrijpen noodzakelijk is, kan Onze Minister de leverancier aanzeggen dat hij vanaf een bepaald tijdstip voor een bepaalde termijn de opdrachten dient op te volgen die aan hem worden verstrekt door een door Onze Minister aangewezen persoon.

5.

Bij de aanzegging, bedoeld in het vierde lid, geeft Onze Minister aan ter bescherming van welk belang de aanzegging geschiedt. De aangewezen persoon verstrekt uitsluitend opdrachten ter bescherming van dit belang. Bij de aanzegging kunnen voorschriften en beperkingen worden gesteld aan de te geven opdrachten.

6.

De leverancier verschaft de door Onze Minister aangewezen persoon desgevraagd alle medewerking.

7.

Voor schade ten gevolge van handelingen die zijn verricht in strijd met een opdracht als bedoeld in het vierde lid, zijn bestuurders persoonlijk aansprakelijk tegenover de leverancier.

Artikel 12c
1.

Onze Minister kan een of meer vergunninghouders aanwijzen als noodleverancier om warmte te leveren aan door hem nader aangeduide verbruikers.

2.

Indien de leverancier tevens netbeheerder is, krijgt de noodleverancier het beheer over het warmtenet en verricht correctieve onderhoudswerkzaamheden.

3.

Onze Minister kan voorwaarden en beperkingen verbinden aan de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, en stelt bij de aanwijzing een redelijke vergoeding vast voor de uitvoering van de opgedragen taak.

4.

Onze Minister kan een producent opdragen warmte te produceren en deze warmte ter beschikking te stellen aan een door hem aangewezen noodleverancier.

5.

Onze Minister kan voorwaarden en beperkingen verbinden aan de opdracht, bedoeld in het vierde lid, en stelt bij de opdracht een redelijke vergoeding vast voor de uitvoering van de opgedragen taak.

6.

Een ieder is verplicht medewerking te verlenen aan de noodleverancier, bedoeld in het eerste lid, of de producent, bedoeld in het vierde lid, voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

Artikel 12d
1.

Onze Minister kan een netbeheerder als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Gaswet, opdracht geven tot het aanleggen van een gastransportnet in het door hem aangewezen gebied. Verbruikers ontvangen een gehele of gedeeltelijke tegemoetkoming in verband met de kosten van de aansluiting op het gastransportnet.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid en over de wijze waarop de betrokken verbruikers een gehele of gedeeltelijke tegemoetkoming ontvangen, waarbij de hoogte van de tegemoetkoming voor verschillende groepen verbruikers verschillend kan worden vastgesteld.

3.

De opdracht, bedoeld in het eerste lid, wordt niet gegeven dan nadat Onze Minister onderzocht heeft of anders dan door aanleg van een gastransportnet voorzien kan worden in een volwaardig alternatief voor het warmtenet. Indien uit dit onderzoek blijkt dat een volwaardig alternatief beschikbaar is dat uit oogpunt van duurzaamheid, kosten of een ander publiek belang de voorkeur verdient bevordert Onze Minister de totstandkoming van dat alternatief.

Hoofdstuk 3. Informatieverstrekking

Artikel 13
1.

Onze Minister kan van een producent, een leverancier of een verbruiker de gegevens en inlichtingen verlangen die hij nodig heeft voor de uitvoering van deze wet en voor het opstellen van het energierapport, bedoeld in artikel 2 van de Elektriciteitswet 1998.

2.

Degene aan wie een verzoek is gedaan om gegevens en inlichtingen te verstrekken, is verplicht binnen de door Onze Minister te stellen redelijke termijn alle medewerking te verlenen die hij redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.

3.

Onze Minister gebruikt gegevens of inlichtingen welke hij heeft verkregen in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van een van zijn taken op grond van deze wet uitsluitend voor de uitoefening van die taak.

Artikel 14

Vervallen

Hoofdstuk 4. Handhaving

Artikel 15

De Autoriteit Consument en Markt is belast met taken ter uitvoering van deze wet en het toezicht op de naleving van deze wet, met uitzondering van artikel 3d, tweede lid, onderdeel b.

Artikel 16

De Autoriteit Consument en Markt kan bij een producent, leverancier of verbruiker metingen verrichten of doen verrichten. De producent, leverancier of verbruiker gedoogt dat de metingen in zijn leidingen, installaties of hulpmiddelen worden verricht.

Artikel 17

De Autoriteit Consument en Markt kan een bindende gedragslijn opleggen in verband met de naleving van deze wet.

Artikel 18
1.

De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet de overtreder een last onder dwangsom opleggen.

2.

De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 4a, eerste lid, 5, eerste en vierde lid, 5a, eerste lid, 9, eerste lid, 13, 17, 21, eerste tot en met derde lid en 40 de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder.

3.

De bestuurlijke boete die ingevolge het tweede lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.

Artikel 19

Vervallen

Hoofdstuk 5. Bijdragen

Artikel 20
1.

Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels is een vergoeding verschuldigd voor het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 10, eerste lid, alsmede voor het verkrijgen van toestemming als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, voor ten hoogste de kosten die gemoeid zijn met het geven van die beschikkingen.

2.

Het verschuldigde bedrag kan worden ingevorderd bij dwangbevel.

Artikel 21
1.

Een netbeheerder en een leverancier die van diens warmtenet gebruik maakt treden op verzoek van een producent in overleg met die producent over toegang tot het warmtenet ten behoeve van transport van warmte.

2.

Na ontvangst van een verzoek geeft de netbeheerder de verzoeker inzicht in:

3.

Na ontvangst van een verzoek geeft de leverancier de verzoeker inzicht in:

4.

Een netbeheerder doet een verzoeker als bedoeld in het eerste lid uit eigener beweging of op diens verzoek een deugdelijk gemotiveerde schriftelijke beslissing toekomen over het verlenen van toegang tot het warmtenet.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de eisen waaraan een verzoek als bedoeld in het eerste lid ten minste moet voldoen, de termijn waarbinnen de informatie, bedoeld in het tweede en derde lid, moet zijn verschaft en de termijn waarbinnen het overleg, bedoeld in het eerste lid, wordt gestart.

Hoofdstuk 6. Geschillenbeslechting

Artikel 22

Vervallen

Hoofdstuk 4. Handhaving

Artikel 23

Een representatieve organisatie wordt geacht belanghebbende te zijn bij besluiten, niet zijnde beschikkingen, genomen op grond van deze wet.

Artikel 24
1.

In dit artikel wordt onder «inbreuk» verstaan: elk handelen of nalaten van een leverancier dat in strijd is met het bepaalde in de artikelen 2, derde lid, 4, eerste lid, of 5, eerste lid en dat nadeel toebrengt aan de collectieve belangen van verbruikers.

2.

Op verzoek van een representatieve organisatie kan het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevelen dat een inbreuk door de leverancier die de inbreuk maakt wordt gestaakt.

3.

Het College kan eveneens worden verzocht degene die de inbreuk maakt te veroordelen tot het openbaar maken of openbaar laten maken van de beschikking, zulks op een door het College te bepalen wijze en op kosten van de door het College aan te geven partij of partijen.

4.

Geschillen terzake de tenuitvoerlegging van de in het eerste en tweede lid bedoelde veroordelingen worden bij uitsluiting door het College van Beroep voor het bedrijfsleven beslist.

Hoofdstuk 8. Garanties van oorsprong

Paragraaf 1:. Subsidie

Artikel 43

Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastuctuur en Milieu, aan een producent eisen stellen met betrekking tot het nuttig gebruik van restwarmte. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake nadere regels worden gesteld; deze kunnen tevens betrekking hebben op het instellen van een heffing ter zake van lozing van restwarmte dan wel op een verbod daarvan.

Artikel 44

Vervallen

Artikel 45
1.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

2.

Het koninklijk besluit waardoor artikel 7, tweede tot en met vierde lid, in werking treedt, treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel 46

Deze wet wordt aangehaald als: Warmtewet.

Paragraaf 2:. Tarieven

Artikel 29

Vervallen

Artikel 30

Vervallen

Artikel 31

Vervallen

Paragraaf 3:. Lozing van restwarmte

Artikel 32

Vervallen

Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten

Artikel 33

Wijzigt de Elektriciteitswet 1998.

Artikel 34

Wijzigt de Gaswet.

Artikel 35

Vervallen

Artikel 36

Wijzigt de boeken 5, 6, 7 en 8 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 37

Wijzigt de Mededingingswet.

Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 38

Voor de toepassing van de Belemmeringenwet Verordeningen en de Belemmeringenwet Privaatrecht worden werken, die worden of zijn uitgevoerd ten behoeve van de levering van warmte, aangemerkt als openbare werken van algemeen nut.

Artikel 39
1.

Provinciale staten en de gemeenteraad zijn niet bevoegd de productie en levering van warmte in het belang van de energievoorziening aan regels te binden.

2.

Het eerste lid laat onverlet de bevoegdheden van provinciale staten en gemeenteraden bij aanleg, herstel, uitbreiding of vernieuwing van netten.

Artikel 40

Een leverancier meldt zo spoedig mogelijk na inwerkingtreding van deze wet aan de Autoriteit Consument en Markt:

Artikel 41
1.

Het in artikel 2 van de Elektriciteitswet 1998 bedoelde energierapport geeft mede richting aan van rijkswege te nemen beslissingen in de periode, bedoeld in dat artikel, voor zover daarbij het belang van het betrouwbaar, duurzaam, milieuhygiënisch en doelmatig functioneren van de warmtevoorziening in beschouwing moet of kan worden genomen.

2.

Het energierapport bevat in ieder geval een overzicht van de prijsontwikkelingen met betrekking tot levering van warmte.

Artikel 42
1.

Leveranciers die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet reeds warmte leveren en op grond van artikel 9 vergunningplichtig worden, vragen binnen twee jaar na dat tijdstip een vergunning aan als bedoeld in artikel 10, eerste lid.

2.

Onverminderd het eerste lid gelden voor een vergunningplichtige leverancier, tot het tijdstip waarop onherroepelijk op de vergunningaanvraag is beslist, de eisen die zijn opgenomen in paragraaf 2.2.

Artikel 43

Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastuctuur en Milieu, aan een producent eisen stellen met betrekking tot het nuttig gebruik van restwarmte. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake nadere regels worden gesteld; deze kunnen tevens betrekking hebben op het instellen van een heffing ter zake van lozing van restwarmte dan wel op een verbod daarvan.

Artikel 44
1.

Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud van het verslag. Het verslag bevat in ieder geval een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de wet met betrekking tot de prijsstelling van warmte.

3.

De Autoriteit Consument en Markt is belast met de uitvoering van de evaluatie.

Artikel 45
1.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

2.

Het koninklijk besluit waardoor artikel 7, tweede tot en met vierde lid, in werking treedt, treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel 46

Deze wet wordt aangehaald als: Warmtewet.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 25
1.

Onze Minister is belast met het uitgeven en innemen via een elektronisch systeem van garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen.

2.

Onze Minister opent op aanvraag van een in Nederland gevestigde producent, leverancier, handelaar of afnemer een rekening voor warmte uit hernieuwbare bronnen. Bij deze aanvraag overlegt de producent het resultaat van de vaststelling, bedoeld in artikel 27.

3.

Onze Minister boekt op aanvraag garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen op een daarbij aangegeven rekening voor hernieuwbare bronnen, indien een Nederland gevestigde producent bij deze aanvraag de productiemeetgegevens overlegt.

Artikel 26

Onze Minister kan de taken, bedoeld in artikel 25, mandateren aan een niet-ondergeschikte die onafhankelijk is van producenten, leveranciers en handelaren.

Artikel 27

Een meetbedrijf stelt op verzoek van een producent vast of diens productie-installatie geschikt is voor de opwekking van warmte uit hernieuwbare energiebronnen alsmede of de inrichting om te meten geschikt is voor de meting van de warmte uit hernieuwbare energiebronnen die met de productie-installatie wordt opgewekt en op een warmtenet ingevoed.

Artikel 28

Een garantie van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen toont bij uitsluiting aan dat de daarop aangegeven hoeveelheid warmte is opgewekt uit hernieuwbare bronnen.

Artikel 29
1.

Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de tarieven vast voor kosten die gepaard gaan met handelingen met betrekking tot garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen.

2.

Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot:

Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten

Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 8b

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:

§ 2.2. Bijzondere bepalingen ten aanzien van vergunninghouders

§ 2.3. Noodvoorziening

Hoofdstuk 3. Informatieverstrekking

Hoofdstuk 4. Handhaving

Hoofdstuk 5. Bijdragen

Hoofdstuk 6. Geschillenbeslechting

Hoofdstuk 7. Beroep

Hoofdstuk 8. Garanties van oorsprong

Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten

Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 42a

Artikel 3c is niet van toepassing op een overeenkomst die is gesloten is voor inwerkingtreding van dat artikel.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

§ 1.1. Begripsbepalingen

Artikel 1a
1.

Deze wet is van toepassing op levering van warmte aan verbruikers, met uitzondering van levering van warmte door een leverancier die:

2.

In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 8, tweede tot en met vierde, zesde, zevende en negende tot en met veertiende lid, en 8a van toepassing op leveranciers als bedoeld in het eerste lid.

§ 1.3. Experimenten

Hoofdstuk 2. Levering van warmte

§ 2.1. Algemene bepalingen ten aanzien van de levering van warmte

Artikel 3a
1.

De leverancier keert aan een verbruiker een compensatie uit bij een ernstige storing in de levering van warmte waarvan de oorzaak gelegen is in:

2.

De leverancier is niet verplicht tot het uitkeren van een compensatie als bedoeld in het eerste lid, indien de storing, bedoeld in dat lid:

3.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:

Artikel 3b
1.

Verbruikers kunnen geschillen die voortvloeien uit een overeenkomst tot levering van warmte, onverminderd de bevoegdheid van de burgerlijke rechter, voorleggen aan een onafhankelijke geschillencommissie.

2.

De procedure bij de geschillencommissie, bedoeld in het eerste lid, dient snel, transparant, eenvoudig en goedkoop te zijn.

Artikel 3c
1.

Een overeenkomst tot levering van warmte kan door een verbruiker door middel van een opzegging worden ontbonden.

2.

Aan een opzegging hoeft door de leverancier geen gevolg te worden gegeven in gevallen waarin:

3.

Een leverancier reageert schriftelijk op een opzegging als bedoeld in het eerste lid, en motiveert daarin in voorkomend geval waarom de beëindiging niet kan plaatsvinden.

Artikel 3d
1.

Een gebouweigenaar die eigenaar is van een inpandig leidingstelsel dat wordt gebruikt voor het leveren van warmte aan verbruikers is verplicht:

2.

Wanneer zich een storing als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel d, voordoet in het inpandig leidingstelsel van de gebouweigenaar:

Artikel 4a
1.

Indien een leverancier een aansluiting afsluit van een warmtenet of een inpandig leidingstelsel of gedeeltelijk afsluit van een systeem als bedoeld in artikel 5, vierde lid, brengt hij daarvoor ten hoogste een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen tarief in rekening.

2.

Het tarief, bedoeld in het eerste lid, kan verschillen voor verschillende situaties, afhankelijk van de voor die situaties benodigde inspanning van de leverancier.

3.

Indien de afsluiting van een inpandig leidingstelsel, bedoeld in artikel 3d, eerste lid, onderdeel b, wordt uitgevoerd door de gebouweigenaar die eigenaar is van het inpandig leidingstelsel waarop de binneninstallatie van de verbruiker is aangesloten betaalt de leverancier de gebouweigenaar het tarief, bedoeld in het eerste lid.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:

Artikel 5a
1.

In afwijking van artikel 2, derde lid, onderdeel a, onder 1°, kunnen een leverancier en een verbruiker overeenkomen dat aan de verbruiker een prijs in rekening wordt gebracht voor de levering van warmte die afwijkt van de maximumprijs, bedoeld in artikel 5, eerste lid, indien de leverancier de verbruiker aantoonbaar een aanbod voor levering van warmte heeft gedaan dat in ieder geval de mogelijkheid bevat om warmte geleverd te krijgen tegen ten hoogste de maximumprijs, bedoeld in artikel 5, eerste lid.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld waaraan het aanbod, bedoeld in het eerste lid, moet voldoen.

§ 2.2. Bijzondere bepalingen ten aanzien van vergunninghouders

§ 2.3. Noodvoorziening

Hoofdstuk 3. Informatieverstrekking

Hoofdstuk 5. Bijdragen

Hoofdstuk 6. Overleg over toegang voor producenten tot warmtenetten

Hoofdstuk 7. Beroep

Hoofdstuk 8. Garanties van oorsprong

Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten

Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 45a

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip komt artikel 8, derde lid, te luiden:

Meetinrichtingen zijn op afstand uitleesbaar, tenzij dit niet kostenefficiënt is.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.