← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 23 augustus 2016, houdende eisen opleiding ter voorbereiding op het beroep van gerechtsdeurwaarder, alsmede regeling van het maximum aantal kandidaat-gerechtsdeurwaarders dat ten behoeve van zijn stage onder verantwoordelijkheid van één gerechtsdeurwaarder werkzaam kan zijn (Besluit opleiding en stage gerechtsdeurwaardersambt)

Geldende tekst a fecha 2016-07-01
Artikel 1

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 2

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 4

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 5

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 6

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 7
1.

De erkenning van de Hogeschool Utrecht zoals verleend door de minister van Justitie bij Besluit van 25 augustus 2003, (Stcrt. 2003, 164) en gewijzigd bij Besluit van 5 april 2006 (Stcrt. 2006, 86), zoals die gold voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel U, van de Wet van 17 februari 2016 tot wijziging van de Gerechtsdeurwaarderswet in verband met de evaluatie van het functioneren van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, alsmede de regeling van enkele andere onderwerpen in die wet (Stb 2016, 93), geldt als een erkenning in de zin van artikel 2, eerste lid, van dit besluit.

2.

In afwijking van artikel 6 geldt voor de gerechtsdeurwaarder die op 1 juli 2016 op grond van artikel IV, eerste lid, onderdeel b, van de Wet van 17 februari 2016 tot wijziging van de Gerechtsdeurwaarderswet in verband met de evaluatie van het functioneren van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, alsmede de regeling van enkele andere onderwerpen in die wet (Stb 2016, 93), drie kandidaat-gerechtsdeurwaarders aan zich toegevoegd heeft, uitsluitend met betrekking tot deze personen en voor de duur van maximaal één jaar, het maximum aantal kandidaat-gerechtsdeurwaarders van drie.

Artikel 8

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 27 juni 2016, nr. 777640;

Gelet op de artikelen 25a en 25b, derde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 13 juli 2016, nr. W03.16.0166/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 12 augustus 2016, nr.784232;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.