← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 16 november 2018, nr. 2018-0000893805, houdende nadere regels inzake de rechtspositie van staten- en commissieleden, gedeputeerden, commissarissen van de Koning, raads- en commissieleden, wethouders, burgemeesters en de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en de voorzitters van de waterschappen (Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers)

Geldende tekst a fecha 2025-12-18

Gelet op de artikelen 2.1.7, tweede lid, 2.2.7, zesde lid, 2.2.8, derde lid, 2.2.9, tweede lid, 2.2.10, elfde lid, 2.4.3, tweede lid, 3.1.7, tweede lid, 3.2.7, zesde lid, 3.2.8, derde lid, 3.2.9, tweede lid, 3.2.10, elfde lid, 3.4.3, tweede lid, 4.1.7, tweede lid, 4.2.7, tweede lid, 4.2.9, tweede lid, 4.2.10, elfde lid, en 4.4.3, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1.1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Wijze van declareren

Indien op grond van deze regeling of het besluit werkelijk gemaakte kosten worden vergoed, geschiedt het declareren van die kosten onder overlegging van bewijsstukken.

Hoofdstuk 2. Provincies

Hoofdstuk 3. Gemeenten

Artikel 3.1. Reis- en verblijfkostenvergoeding raads- en commissieleden
1.

Voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden of wordt aan een raads- of commissielid vergoed:

2.

Voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden aan een raads- of commissielid bij gebruik van een eigen vervoermiddel tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.

3.

Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

4.

Indien een raads- of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel voor reizen voor woon- werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. Bij gebruik van die voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden aan een raads- of commissielid tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.

5.

De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raads- of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.

Artikel 3.2. Verhuiskosten burgemeester en wethouders
1.

De vergoeding van verhuiskosten, bedoeld in artikel 3.2.7, eerste lid, van het besluit, en de vergoeding van de kosten voor verhuizing in verband met ontslag of niet-herbenoeming, bedoeld in artikel 3.2.7, vierde lid, van het besluit betreft:

2.

Het recht op vergoeding van verhuiskosten vervalt, indien betrokkene niet binnen drie jaar na zijn benoeming is verhuisd.

Artikel 3.3. Vergoeding kosten tijdelijke huisvesting burgemeester en wethouders
1.

De vergoeding voor tijdelijke huisvesting, bedoeld in artikel 3.2.7, tweede lid, onder a, van het besluit, bedraagt per maand het bedrag van de gemaakte kosten voor tijdelijke huisvesting, doch ten hoogste 18% van de bezoldiging van de burgemeester of de wethouder bedoeld in artikel 3.2.1, eerste onderscheidenlijk derde lid, van het besluit.

2.

In de gemaakte kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn begrepen de kosten voor energie en water, maar niet de kosten voor overige diensten of zaken.

3.

De reiskosten voor één bezoek per week aan de woning waar de burgemeester of de wethouder ten tijde van de benoeming woonde, bedoeld in artikel 3.2.7, tweede lid, onder b, van het besluit worden met overeenkomstige toepassing van artikel 3.6, eerste tot en met vierde lid, vergoed.

Artikel 3.4. Tegemoetkoming kosten dubbele woonlasten burgemeester en wethouders
1.

De tegemoetkoming in de kosten van dubbele woonlasten, bedoeld in artikel 3.2.7, derde lid, van het besluit bestaat uit het bedrag van de gemaakte kosten van huisvesting en bedraagt ten hoogste 18% van de bezoldiging van de burgemeester of de wethouder.

2.

Onder de gemaakte kosten van huisvesting, bedoeld in het eerste lid, worden verstaan:

3.

De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, gaat in op de eerste dag van de maand waarop de dubbele woonlasten ontstaan en eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin de woning waar betrokkene ten tijde van zijn benoeming woonde, is verkocht, of na afloop van de in artikel 3.2.7, derde lid, van het besluitgenoemde termijn van drie jaar. De datum van verkoop wordt bepaald op de dag dat de akte betreffende de overdracht van de woning bij de notaris is gepasseerd.

4.

De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend indien:

5.

Indien de burgemeester of de wethouder een tegemoetkoming in de kosten voor dubbele woonlasten ontvangt, worden met overeenkomstige toepassing van artikel 3.6, eerste tot en met vierde lid, de reiskosten voor één bezoek per week aan de woning waarin hij ten tijde van zijn benoeming woonde vergoed.

Artikel 3.5. Ter beschikking gestelde woning burgemeester en wethouders
1.

De eigen bijdrage per maand voor het bewonen van een ter beschikking gestelde woning, bedoeld in artikel 3.2.8 van het besluit, betreft een bedrag ter grootte van 18% van de bezoldiging, bedoeld in artikel 3.2.1, eerste of derde lid, van het besluit.

2.

Indien het college van burgemeester en wethouders vaststelt dat de economische huurwaarde van de ter beschikking gestelde woning lager is dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, stelt het college de eigen bijdrage per maand in afwijking van het eerste lid vast op dat lagere bedrag.

3.

Bij het bewonen van een ter beschikking gestelde woning draagt de burgemeester of de wethouder de onderhoudskosten welke volgens de wet ten laste van de huurder zijn.

Artikel 3.6. Reis- en verblijfkosten burgemeester en wethouders
1.

Voor woon-werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden of wordt aan de burgemeester of de wethouder vergoed:

2.

Voor woon-werkverkeer alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden aan de burgemeester of de wethouder bij gebruik van een eigen vervoermiddel tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.

3.

Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

4.

Indien de burgemeester of de wethouder een functionele beperking heeft, kan incidenteel voor reizen voor woon- werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. Bij gebruik van die voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden aan de burgemeester of de wethouder tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.

5.

Aan de burgemeester of de wethouder wordt vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer uitsluitend toegekend:

6.

De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die de burgemeester of de wethouder maakt in verband met reizen voor de uitoefening van het ambt worden aan hem vergoed.

Artikel 3.7. Bijzondere bepalingen reiskostenvergoeding burgemeester
1.

Indien de burgemeester voor de uitoefening van zijn functie voor vervoer met een bestemming binnen de gemeente, anders dan voor woon-werkverkeer, regelmatig gebruik maakt van de eigen personenauto, kan hem voor dat vervoer op zijn verzoek in plaats van de vergoeding, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, een vaste vergoeding worden toegekend.

2.

De vaste vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per maand:

3.

Een burgemeester die de beschikking heeft over een dienstauto en daarnaast regelmatig gebruik maakt van een eigen personenauto, ontvangt een vergoeding die is gebaseerd op de helft van de in het tweede lid genoemde bedragen.

Artikel 3.8. Ter beschikking gestelde auto burgemeester en wethouders
1.

De eigen bijdrage per maand voor het gebruik, anders dan voor zakelijke of bestuurlijke doeleinden, van een aan de burgemeester of de wethouder ter beschikking gestelde auto, bedoeld in artikel 3.2.10, eerste lid, van het besluit, wordt, voor zover nodig op basis van nacalculatie, berekend volgens de formule (a/b)p/12, waarbij:

2.

Voor woon-werkverkeer alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden aan de burgemeester of de wethouder bij gebruik van een ter beschikking gestelde auto tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed, mits deze kosten niet uit anderen hoofde worden vergoed.

3.

Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

Hoofdstuk 3. Gemeenten

Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 5.1. Overgangsbepalingen
1.

Aan de commissaris die op 27 maart 2019 in functie was, wordt op zijn verzoek tot uiterlijk de datum van zijn herbenoeming, bij gebruik van een eigen auto, reiskostenvergoeding verstrekt met toepassing van de Regeling rechtspositie commissarissen van de Koning, zoals die luidde op 27 maart 2019. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin kan slechts eenmaal worden ingediend.

2.

De waarnemend burgemeester die op 31 januari 2016 in functie was, heeft zolang hij die functie in die gemeente vervult, aanspraak op vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer op basis van artikel 5 van de Regeling rechtspositie burgemeesters, zoals dat luidde op 31 januari 2016.

3.

Aan de burgemeester die op de 31 december 2018 in functie was, wordt op zijn verzoek tot uiterlijk de datum van zijn herbenoeming bij gebruik van een eigen auto reiskostenvergoeding verstrekt met toepassing van de Regeling rechtspositie burgemeesters, zoals die luidde op 31 december 2018. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin kan slechts eenmaal worden ingediend.

4.

Aan de wethouder die de 31 december 2018 in functie was, wordt op zijn verzoek tot uiterlijk de datum waarop hij op grond van artikel 42 van de Gemeentewet aftreedt bij gebruik van een eigen auto reiskostenvergoeding verstrekt met toepassing van de Regeling rechtspositie wethouders, zoals die luidde op 31 december 2018. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin kan slechts eenmaal worden ingediend.

5.

Aan de voorzitter van een waterschap die op 27 maart 2019 in functie was, wordt op zijn verzoek tot uiterlijk de datum van zijn herbenoeming bij gebruik van een eigen auto reiskostenvergoeding verstrekt met toepassing van artikel 3.6 van het Waterschapsbesluit, zoals dat luidde op 27 maart 2019. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin kan slechts eenmaal worden ingediend.

Artikel 5.2. Intrekken regelingen
2.
3.
4.

De Regeling rechtspositie wethouders wordt ingetrokken.

Artikel 5.3. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

2.

In afwijking van het eerste lid, treden de hoofdstukken 2 en 4 en de artikelen 5.1, eerste en vijfde lid, en 5.2, eerste en tweede lid, in werking met ingang van 28 maart 2019.

Artikel 5.4. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2.1. Reis- en verblijfkostenvergoeding staten- en commissieleden
1.

Voor het bijwonen van vergaderingen van provinciale staten en commissies alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden of wordt aan een staten- of commissielid vergoed:

2.

Voor het bijwonen van vergaderingen van provinciale staten en commissies alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden aan een staten- of commissielid bij gebruik van een eigen vervoermiddel tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.

3.

Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

4.

Indien een staten- of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel voor reizen voor woon- werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. Bij gebruik van die voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden aan een staten- of commissielid tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.

5.

De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een staten- of commissielid maakt in verband met reizen voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de provincie vergoed.

Artikel 2.2. Verhuiskosten commissaris en gedeputeerden
1.

De vergoeding van verhuiskosten, bedoeld in artikel 2.2.7, eerste lid, van het besluit en de vergoeding van de kosten voor verhuizing in verband met ontslag of niet-herbenoeming, bedoeld in artikel 2.2.7, vierde lid, van het besluit betreft:

2.

Het recht op vergoeding van verhuiskosten vervalt indien betrokkene niet binnen drie jaar na zijn benoeming is verhuisd.

Artikel 2.3. Vergoeding kosten tijdelijke huisvesting commissaris en gedeputeerden
1.

De vergoeding voor tijdelijke huisvesting, bedoeld in artikel 2.2.7, tweede lid, onder a, van het besluit, bedraagt per maand het bedrag van de gemaakte kosten voor tijdelijke huisvesting, doch ten hoogste 18% van de bezoldiging van de commissaris of de gedeputeerde, bedoeld in artikel 2.2.1, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van het besluit.

2.

In de gemaakte kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn begrepen de kosten voor energie en water, maar niet de kosten voor overige diensten of zaken.

3.

De reiskosten voor één bezoek per week aan de woning waar de commissaris of de gedeputeerde ten tijde van de benoeming woonde, bedoeld in artikel 2.2.7, tweede lid, onder b, van het besluit, worden met overeenkomstige toepassing van artikel 2.6, eerste tot en met vierde lid, vergoed.

Artikel 2.4. Tegemoetkoming kosten dubbele woonlasten commissaris en gedeputeerden
1.

De tegemoetkoming in de kosten van dubbele woonlasten, bedoeld in artikel 2.2.7, derde lid, van het besluit, bestaat uit het bedrag van de gemaakte kosten van huisvesting en bedraagt ten hoogste 18% van de bezoldiging van de commissaris of de gedeputeerde, bedoeld in artikel 2.2.1, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van het besluit.

2.

Onder de gemaakte kosten van huisvesting, bedoeld in het eerste lid, worden verstaan:

3.

De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, gaat in op de eerste dag van de maand waarop de dubbele woonlasten ontstaan en eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin de woning waar betrokkene ten tijde van zijn benoeming woonde, is verkocht, of na afloop van de in 2.2.7, derde lid, van het besluit genoemde termijn van drie jaar. De datum van verkoop wordt bepaald op de dag dat de akte betreffende de overdracht van de woning bij de notaris is gepasseerd.

4.

De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend indien:

5.

Indien de commissaris of de gedeputeerde een tegemoetkoming in de kosten voor dubbele woonlasten ontvangt, worden met overeenkomstige toepassing van artikel 2.6, eerste tot en met vierde lid, de reiskosten voor één bezoek per week aan de woning waarin hij ten tijde van zijn benoeming woonde vergoed.

Artikel 2.5. Ter beschikking gestelde woning commissaris en gedeputeerden
1.

De eigen bijdrage per maand voor het bewonen van een ter beschikking gestelde woning, bedoeld in artikel 2.2.8 van het besluit, is een bedrag ter grootte van 18% van de bezoldiging, bedoeld in artikel 2.2.1, eerste of tweede lid, van het besluit.

2.

Indien gedeputeerde staten vaststellen dat de economische huurwaarde van de ter beschikking gestelde woning lager is dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, stellen gedeputeerde staten de eigen bijdrage per maand in afwijking van het eerste lid vast op dat lagere bedrag.

3.

Bij het bewonen van een ter beschikking gestelde woning draagt de commissaris of de gedeputeerde de onderhoudskosten welke volgens de wet ten laste van de huurder zijn.

Artikel 2.6. Reis- en verblijfkosten commissaris en gedeputeerden
1.

Voor woon-werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden of wordt aan de commissaris of de gedeputeerde vergoed:

2.

Voor woon-werkverkeer alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden aan de commissaris of de gedeputeerde bij gebruik van een eigen vervoermiddel tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.

3.

Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

4.

Indien de commissaris of de gedeputeerde een functionele beperking heeft, kan incidenteel voor reizen voor woon- werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. Bij gebruik van die voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden aan de commissaris of de gedeputeerde tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.

5.

Aan de commissaris en gedeputeerde wordt vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer uitsluitend toegekend:

6.

De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die de commissaris of de gedeputeerde maakt in verband met reizen voor de uitoefening van het ambt worden aan hem vergoed.

Artikel 2.7

(leeg)

Artikel 2.8. Ter beschikking gestelde auto commissaris en gedeputeerden
1.

De eigen bijdrage per maand voor het gebruik, anders dan voor zakelijke of bestuurlijke doeleinden, van een aan de commissaris of de gedeputeerde ter beschikking gestelde auto, bedoeld in artikel 2.2.10, achtste lid, van het besluit, wordt, voor zover nodig op basis van nacalculatie, berekend volgens de formule (a/b)p/12, waarbij:

2.

Voor woon-werkverkeer alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden aan de commissaris of de gedeputeerde bij gebruik van een ter beschikking gestelde auto tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed, mits deze kosten niet uit anderen hoofde worden vergoed.

3.

Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

Hoofdstuk 3. Gemeenten

Hoofdstuk 4. Waterschappen

Artikel 4.1. Reis- en verblijfkostenvergoeding leden van het algemeen bestuur en commissieleden
1.

Voor het bijwonen van vergaderingen van het algemeen bestuur en commissies alsmede voor reizen gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden of wordt aan een lid van het algemeen bestuur of een commissielid vergoed:

2.

Voor het bijwonen van vergaderingen van het algemeen bestuur en commissies alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden aan een lid van het algemeen bestuur of een commissielid bij gebruik van een eigen vervoermiddel tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.

3.

Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

4.

Indien een lid van het algemeen bestuur of een commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel voor reizen voor woon- werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. Bij gebruik van die voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden aan een lid van het algemeen bestuur of een commissielid tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.

5.

De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een lid van het algemeen bestuur maakt in verband met reizen voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van het waterschap vergoed.

Artikel 4.2. Verhuiskosten voorzitter
1.

De vergoeding van verhuiskosten, bedoeld in artikel 4.2.7, eerste lid, van het besluit, betreft:

2.

Het recht op vergoeding van verhuiskosten vervalt, indien betrokkene niet binnen drie jaar na zijn benoeming is verhuisd.

Artikel 4.3. Vergoeding kosten tijdelijke huisvesting voorzitter en leden dagelijks bestuur
1.

De vergoeding voor de kosten van tijdelijke huisvesting, bedoeld in artikel 4.2.7, tweede lid, onder a, van het besluit, bedraagt per maand het bedrag van de gemaakte kosten voor tijdelijke huisvesting, doch ten hoogste 18% van de bezoldiging, bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, van het besluit.

2.

In de gemaakte kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn begrepen de kosten voor energie en water, maar niet de kosten voor overige diensten of zaken.

3.

De reiskosten voor één bezoek per week aan de woning waar de voorzitter ten tijde van de benoeming woonde, bedoeld in artikel 4.2.7, tweede lid, onder b, van het besluit, worden met overeenkomstige toepassing van artikel 4.6, eerste tot en met vierde lid, vergoed.

Artikel 4.4. Tegemoetkoming kosten dubbele woonlasten voorzitter
1.

De tegemoetkoming in dubbele woonlasten, bedoeld in artikel 4.2.7, derde lid, van het besluit, bestaat uit het bedrag van de gemaakte kosten van huisvesting en bedraagt ten hoogste 18% van de bezoldiging, bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, van het besluit.

2.

Onder de gemaakte kosten van huisvesting, bedoeld in het eerste lid, worden verstaan:

3.

De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, gaat in op de eerste dag van de maand waarop de dubbele woonlasten ontstaan en eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin de woning waar betrokkene ten tijde van zijn benoeming woonde, is verkocht, of na afloop van de in artikel 4.2.7, derde lid, van het besluit, genoemde termijn van drie jaar. De datum van verkoop wordt bepaald op de dag dat de akte betreffende de overdracht van de woning bij de notaris is gepasseerd.

4.

De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend indien:

5.

Indien de voorzitter een tegemoetkoming in de kosten voor dubbele woonlasten ontvangt, worden met overeenkomstige toepassing van artikel 4.6, eerste tot en met vierde lid, de reiskosten voor één bezoek per week aan de woning waarin hij ten tijde van zijn benoeming woonde vergoed.

Artikel 4.5. Ter beschikking gestelde woning voorzitter
1.

De eigen bijdrage per maand voor het bewonen van een ter beschikking gestelde woning, bedoeld in artikel 4.2.8 van het besluit, is een bedrag ter grootte van 18% van de bezoldiging, bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, van het besluit.

2.

Indien het dagelijks bestuur vaststelt dat de economische huurwaarde van de ter beschikking gestelde woning lager is dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, stelt het dagelijks bestuur de eigen bijdrage per maand in afwijking van het eerste lid vast op dat lagere bedrag.

3.

Bij het bewonen van een ter beschikking gestelde woning draagt de voorzitter de onderhoudskosten welke volgens de wet ten laste van de huurder zijn.

Artikel 4.6. Reis- en verblijfkosten voorzitter en leden van het dagelijks bestuur
1.

Voor woon-werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden of wordt aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur vergoed:

2.

Voor woon-werkverkeer alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur bij gebruik van een eigen vervoermiddel tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.

3.

Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

4.

Indien de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur een functionele beperking heeft, kan incidenteel voor reizen voor woon- werkverkeer en voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. Bij gebruik van die voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed.

5.

De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur maakt in verband met reizen voor de uitoefening van het ambt worden aan hem vergoed.

Artikel 4.7

(leeg)

Artikel 4.8. Ter beschikking gestelde auto voorzitter en leden van het dagelijks bestuur
1.

De eigen bijdrage per maand voor het gebruik, anders dan voor zakelijke of bestuurlijke doeleinden, van een aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur ter beschikking gestelde auto, bedoeld in artikel 4.2.10, eerste lid, van het besluit, wordt, voor zover nodig op basis van nacalculatie, berekend volgens de formule (a/b)p/12, waarbij:

2.

Voor woon-werkverkeer alsmede voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur bij gebruik van een ter beschikking gestelde auto tevens de parkeer- of stallingkosten, veerkosten en tolkosten vergoed, mits deze kosten niet uit anderen hoofde worden vergoed.

3.

Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2.9
1.

Ten behoeve van een veilige woonplek als bedoeld in artikel 2.3.1, tweede lid, van het besluit worden aan de commissaris of de gedeputeerde de in een beveiligingsadvies geadviseerde beveiligingsmaatregelen verstrekt.

2.

De veiligheidsmaatregelen worden verstrekt ten behoeve van de woonplek:

3.

Indien gedeputeerde staten kosten maken voor de verstrekking van beveiligingsmaatregelen, komen deze ten laste van de provincie.

4.

Het beveiligingsadvies, wordt vastgesteld door de beveiligingsautoriteit van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en schrijft de beveiligingsmaatregelen voor die passend zijn gezien:

5.

De gedeputeerde of commissaris kan slechts aanspraak maken op de verstrekking van beveiligingsmaatregelen:

6.

Indien het woonadres van de commissaris of de gedeputeerde gedurende de uitoefening van diens ambt wijzigt en reeds maatregelen, zijn verstrekt aan de commissaris of de gedeputeerde, kunnen nogmaals maatregelen worden verstrekt voor de nieuwe woonplek, op basis van een nieuw beveiligingsadvies.

7.

In afwijking van het eerste, tweede, vierde en vijfde lid, kunnen een of meer maatregelen voor de duur van de uitoefening van het ambt ter beschikking worden gesteld.

Artikel 3.9
1.

Ten behoeve van een veilige woonplek als bedoeld in artikel 3.3.1, tweede lid, van het besluit worden aan de burgemeester of wethouder de in een beveiligingsadvies geadviseerde beveiligingsmaatregelen verstrekt.

2.

De veiligheidsmaatregelen worden verstrekt ten behoeve van de woonplek:

3.

Indien het college van burgemeester en wethouders kosten maken voor de verstrekking van beveiligingsmaatregelen, komen deze ten laste van de gemeente.

4.

Het beveiligingsadvies, wordt vastgesteld door de beveiligingsautoriteit van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en schrijft de beveiligingsmaatregelen voor die passend zijn gezien:

5.

De burgemeester of wethouder kan slechts aanspraak maken op de verstrekking van beveiligingsmaatregelen:

6.

Indien het woonadres van de burgemeester of wethouder gedurende de uitoefening van diens ambt wijzigt en reeds maatregelen, zijn verstrekt aan de burgemeester of wethouder, kunnen nogmaals maatregelen worden verstrekt voor de nieuwe woonplek, op basis van een nieuw beveiligingsadvies.

7.

In afwijking van het eerste, tweede, vierde en vijfde lid, kunnen een of meer maatregelen voor de duur van de uitoefening van het ambt ter beschikking worden gesteld.

Hoofdstuk 4. Waterschappen

Artikel 4.9
1.

Ten behoeve van een veilige woonplek als bedoeld in artikel 4.3.1, tweede lid, van het besluit worden aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur de in een beveiligingsadvies geadviseerde beveiligingsmaatregelen verstrekt.

2.

De veiligheidsmaatregelen worden verstrekt ten behoeve van de woonplek van de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur.

3.

Indien het dagelijks bestuur kosten maakt voor de verstrekking van beveiligingsmaatregelen, komen deze ten laste van het waterschap.

4.

Het beveiligingsadvies, wordt vastgesteld door de beveiligingsautoriteit van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en schrijft de beveiligingsmaatregelen voor die passend zijn gezien:

5.

De voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur kan slechts aanspraak maken op de verstrekking van beveiligingsmaatregelen:

6.

Indien het woonadres van de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur gedurende de uitoefening van diens ambt wijzigt en reeds maatregelen, zijn verstrekt aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur, kunnen nogmaals maatregelen worden verstrekt voor de nieuwe woonplek, op basis van een nieuw beveiligingsadvies.

7.

In afwijking van het eerste, tweede, vierde en vijfde lid, kunnen een of meer maatregelen voor de duur van de uitoefening van het ambt ter beschikking worden gesteld.

Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.