← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 5 juni 2020, nr. WJZ/ 20110425, tot instelling van de Commissie Mijnbouwschade (Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade)

Geldende tekst a fecha 2025-10-17

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

I. Algemeen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

II. Commissie mijnbouwschade

Artikel 2
1.

Er is een Commissie Mijnbouwschade, deze bestaat uit:

2.

De algemene kamer van de Commissie heeft tot taak om naar aanleiding van een schademelding van een schademelder advies uit te brengen over de vraag:

3.

De Limburg kamer van de Commissie heeft als taak om naar aanleiding van een verzoek om advies als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg advies uit te brengen.

4.

Een schademelding wordt door de Commissie niet in behandeling genomen indien:

5.

De Commissie kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, afwijken van het vierde lid, onderdelen a tot en met e, ten einde onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen.

6.

De Commissie kan op verzoek van een mijnbouwonderneming afwijken van het vierde lid.

7.

De Commissie voert haar taak:

8.

Wijziging van:

De Commissie kan de Minister verzoeken om een wijziging van een protocol indien zij aanvulling of aanpassing van een protocol wenselijk of noodzakelijk acht.

9.

De Commissie stelt haar eigen werkwijze vast, met inachtneming van het protocol, opgenomen inbijlage 1, en maakt deze werkwijze bekend.

10.

De Commissie kan zich laten bijstaan door deskundigen. De werkwijze van de Commissie omvat de wijze waarop onderzoek wordt verricht, de kwaliteitseisen die gesteld worden aan de door de Commissie ingeschakelde deskundigen, de werkwijze van de deskundigen en de vergoeding van hun kosten.

Artikel 3
1.

De Commissie bestaat uit:

2.

De leden van de Commissie worden benoemd, geschorst en ontslagen door de Minister. Benoeming vindt plaats voor een periode van ten hoogste vier jaar.

3.

De leden van de Commissie zijn onpartijdig en hun benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid en onpartijdigheid die nodig is voor de uitoefening van de taak van de Commissie.

4.

De voorzitter is een rechter of een voormalig rechter, de vicevoorzitter is een rechter, een voormalig rechter of een jurist met ervaring in geschilbeslechting en de leden van de Commissie beschikken gezamenlijk over deskundigheid op het gebied van in ieder geval:

5.

Schorsing en ontslag van de leden vinden plaats wegens:

6.

De leden van de Commissie worden op eigen verzoek ontslagen.

7.

De Commissie kan één van haar leden opdragen namens de Commissie advies uit te brengen over de behandeling van een schademelding.

8.

De Minister stelt huisvesting ter beschikking aan de Commissie.

Artikel 4
1.

Aan de leden van de Commissie wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 17, trede 10 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984.

2.

In een besluit tot benoeming van een lid van de Commissie wordt de arbeidsduurfactor voor de vergoeding vastgesteld.

Artikel 5
1.

De Commissie wordt ondersteund door de uitvoeringsorganisatie.

2.

De Minister stelt personeel en huisvesting ter beschikking aan de uitvoeringsorganisatie.

3.

De uitvoeringsorganisatie is voor zijn werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de Commissie.

4.

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de Commissie bewaard in het archief van dat ministerie.

III. Slotbepalingen

Artikel 6

De Commissie brengt jaarlijks aan de Minister een verslag uit over haar werkzaamheden van het afgelopen jaar. In dit verslag wordt in elk geval aandacht besteed aan de door de Commissie gehanteerde werkwijze, procedures en beoordelingsmethodiek.

Artikel 7
1.

Jaarlijks vindt in opdracht van de Minister een evaluatie plaats van de behandeling van schademeldingen door de Commissie.

2.

De Minister kan, bijvoorbeeld indien zich een incident van bodembeweging heeft voorgedaan, opdracht geven tot een aanvullende evaluatie van de behandeling van schademeldingen door de Commissie.

3.

De Minister maakt het verslag van de evaluatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, openbaar.

Artikel 8
1.

Ten behoeve van de goede uitvoering van artikel 2, tweede lid tot en met vierde lid, verwerkt de Commissie de nodige gegevens, waaronder persoonsgegevens. De Commissie is verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking.

2.

Ten behoeve van de goede uitwerking van artikel 2, vierde lid, verwerkt de mijnbouwonderneming de nodige gegevens, waaronder persoonsgegevens. De mijnbouwonderneming is verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking.

3.

De Commissie, de mijnbouwonderneming en overige organisaties belast met de behandeling van schade verstrekken elkaar desgevraagd de informatie, waaronder begrepen de persoonsgegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de goede uitvoering van artikel 2, tweede tot en met zesde lid.

Artikel 9

De Commissie, haar leden, de uitvoeringsorganisatie en de eventueel benoemde secretaris en eventuele andere door hen of één van hen in de zaak betrokken personen zijn noch contractueel noch buitencontractueel aansprakelijk voor eventuele schade door eigen of andermans handelen of nalaten of door gebruik van hulpzaken in of rond een schadebehandelingsprocedure, tenzij en voor zover dwingend Nederlands recht anders bepaalt.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 2020.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade.

Bijlage 1. als bedoeld in artikel 1 van het Instellingsbesluit

PROTOCOL VOOR DE BEHANDELING VAN MELDINGEN VAN SCHADE ALS GEVOLG VAN BODEMBEWEGING DOOR AANLEG OF EXPLOITATIE VAN EEN MIJNBOUWWERK TEN BEHOEVE VAN OLIE -EN GASWINNING UIT OF OLIE -EN GASOPSLAG IN EEN KLEIN VELD

Eerste afdeling – algemeen

Artikel 1

In dit protocol wordt verstaan onder:

Artikel 2

Dit protocol is van toepassing op de behandeling van schademeldingen als gevolg van bodembeweging door de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk.

Tweede afdeling – procedure

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Indien na een geïnduceerde beving in een gebied in korte tijd een groter aantal schademeldingen wordt ontvangen door de Commissie, kan de Commissie in overleg met de vertegenwoordigers van de betrokken regionale overheden, in het belang van een voortvarende schadebehandeling met de betrokken mijnbouwonderneming overeenkomen dat de Commissie voor bepaalde categorieën schademeldingen binnen een door de Commissie vastgesteld toepassingsgebied een causaal verband aanneemt en zonder een deskundigenonderzoek ter plaatse een conceptadvies als bedoeld in artikel 8, eerste lid, vaststelt.

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Bijlage 2. als bedoeld in artikel 1 van het Instellingsbesluit

Thuis blijven tijdens inspectie en/of schadeherstel € 95,– per dagdeel
Schoonmaakkosten € 150,– per schademelding
Kosten voor advies door een derde € 95,– per uur voor maximaal 10 uren
Reiskosten € 0,26 per kilometer

Bijlage 3. als bedoeld in artikel 1 protocol

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Onderdeel A. Protocol voor de behandeling van meldingen van schade als gevolg van bodembeweging door aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van olie -en gaswinning uit of olie -en gasopslag in een klein veld

Onderdeel B. Protocol voor de behandeling van meldingen van schade als gevolg van bodembeweging door aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van zoutwinning

Eerste afdeling – algemeen

Artikel 1

In dit protocol wordt verstaan onder:

Artikel 2

Dit protocol is van toepassing op de behandeling van schademeldingen als gevolg van bodembeweging door de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van zoutwinning.

Tweede afdeling – procedure

Artikel 3
1.

Een schademelding wordt ingediend bij de Commissie Mijnbouwschade met behulp van een door de Commissie vastgesteld formulier.

2.

Een schademelding bevat ten minste:

Artikel 4
1.

De Commissie bevestigt de ontvangst van de schademelding zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een week na de ontvangst ervan.

2.

De Commissie biedt de gelegenheid zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van de melding een informeel gesprek tussen de schademelder en de betrokken mijnbouwonderneming om te bezien of partijen, zonder de verdere processtappen als voorzien in dit protocol te doorlopen, tot overeenstemming kunnen komen over de afhandeling van de schademelding.

3.

De Commissie verzoekt de minister, indien gewenst door de schademelder, een procesbegeleider aan te wijzen die de schademelder bijstaat in het informeel gesprek.

4.

Indien de schademelder de Commissie schriftelijk te kennen geeft:

Artikel 5
1.

Indien:

informeert de Commissie de schademelder en de mijnbouwonderneming zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee weken na de schriftelijke kennisgeving, bedoeld in onderdelen a en b, dan wel binnen zes weken na het informeren van de mijnbouwonderneming over de wens van de schademelder om informeel in overleg te treden in de situatie bedoeld in onderdeel c, of zijn melding door de Commissie in behandeling wordt genomen en, indien de melding in behandeling genomen wordt, over de te volgen procedure en de zaakbegeleider die door de Commissie wordt toegewezen aan de schademelder.

2.

De termijn bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kan door de Commissie met instemming van de schademelder eenmalig met maximaal 4 weken worden verlengd.

3.

De Commissie stelt de schademelder een redelijke termijn voor aanvulling van de gegevens en stukken voor zover deze nodig zijn om een advies uit te brengen naar aanleiding van een schademelding en de schademelder deze redelijkerwijs ter beschikking heeft of kan krijgen.

4.

De Commissie kan de schademelder in de gelegenheid stellen om een mondelinge toelichting te geven op zijn schademelding.

5.

De Commissie stelt de mijnbouwonderneming in de gelegenheid om binnen een door de Commissie te stellen redelijke termijn gegevens en stukken aan te leveren die naar het oordeel van de mijnbouwonderneming nodig zijn om een advies uit te brengen naar aanleiding van de schademelding.

Artikel 6
1.

De Commissie wijst naar aanleiding van een schademelding één of meerdere deskundigen aan om, binnen een daartoe door de Commissie gestelde termijn van ten hoogste zes maanden na ontvangst van de schademelding, een deskundigenrapport uit te brengen in het licht van de door de Commissie op te stellen advies, waarbij het onderzoek zal worden verricht op basis van een in de branche gangbare, algemeen erkende beoordelingsmethodiek voor schadevaststelling. De Commissie streeft ernaar dat de opname door de deskundige zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen drie maanden na aanwijzing van de deskundige plaatsvindt.

2.

De Commissie stelt partijen in kennis van de aanwijzing van één of meerdere deskundigen.

3.

De deskundige stelt een onderzoek in naar en geeft zijn deskundig oordeel over:

4.

De deskundige maakt bij zijn onderzoek gebruik van de uitkomsten van de bouwkundige opnames die op grond van artikel 35, eerste lid, onderdeel g, van de Mijnbouwwet zijn verricht ten behoeve van het instemmingsbesluit, bedoeld in artikel 34, derde lid, van de Mijnbouwwet in het betreffende gebied.

5.

Indien de deskundige over een van de in het derde lid genoemde onderdelen geen oordeel kan geven, dan geeft hij in zijn rapport aan welk onderdeel dit betreft en om welke reden hij geen oordeel kon geven.

6.

De deskundige zendt het rapport met bevindingen aan de Commissie.

7.

De deskundige werkt volgens de werkwijze zoals vastgesteld door de Commissie op basis van artikel 2, negende lid, van het Instellingsbesluit en neemt de regels van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht in acht.

8.

Indien de deskundige binnen de termijn zoals vastgesteld door de Commissie geen rapport kan uitbrengen, deelt de deskundige dit aan de Commissie mee voor het einde van de termijn en onder opgaaf van reden. De deskundige geeft daarbij een zo kort mogelijke termijn die maximaal drie maanden bedraagt waarbinnen wel kan worden gerapporteerd.

9.

Indien het voor het uitbrengen van een rapport noodzakelijk is dat meer of andere deskundigen worden benoemd om onderzoek te doen, kan de deskundige de Commissie daarom verzoeken of kan de Commissie uit eigen beweging besluiten om een aanvullend rapport te vragen.

Artikel 7
1.

De Commissie stelt een conceptadvies als bedoeld in artikel 9, eerste lid, vast zonder een deskundige als bedoeld in artikel 6, eerste lid, aan te wijzen, indien uit een eerste inhoudelijke beoordeling van de schademelding blijkt dat de schademelding:

2.

De Commissie geeft in het conceptadvies gemotiveerd aan waarom toepassing is gegeven aan het eerste lid.

3.

De Commissie kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, afwijken van het eerste lid ten einde onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen.

Artikel 8

Indien na een geïnduceerde beving in een gebied in korte tijd een groter aantal schademeldingen wordt ontvangen door de Commissie, kan de Commissie in overleg met de vertegenwoordigers van de betrokken regionale overheden, in het belang van een voortvarende schadebehandeling met de betrokken mijnbouwonderneming overeenkomen dat de Commissie voor bepaalde categorieën schademeldingen binnen een door de Commissie vastgesteld toepassingsgebied een causaal verband aanneemt en zonder een deskundigenonderzoek ter plaatse een conceptadvies als bedoeld in artikel 9, eerste lid, vaststelt.

Artikel 9
1.

De Commissie stelt binnen vier weken nadat de deskundige zijn rapport heeft uitgebracht zijn conceptadvies op.

2.

De Commissie stelt partijen in de gelegenheid binnen een door de Commissie vast te stellen termijn mondeling of schriftelijk hun zienswijze te geven op een conceptadvies.

3.

De Commissie kan uit eigen beweging of op verzoek van een partij of de partijen, een derde partij in de gelegenheid stellen binnen een door de Commissie vast te stellen termijn mondeling of schriftelijk een zienswijze te geven op een conceptadvies.

4.

De termijn, bedoeld in het tweede lid, kan op verzoek van partijen één maal met een door de Commissie vast te stellen termijn worden verlengd.

5.

Indien één van de partijen op basis van het conceptadvies van oordeel is dat de Commissie met het advies buiten haar bevoegdheid op grond van artikel 2, tweede tot en met zesde lid, van het Instellingsbesluit treedt of in strijd handelt met de uitgangspunten van dit protocol, dan kan deze partij de minister binnen de door de Commissie in het eerste lid bedoelde termijn gemotiveerd verzoeken om een derde partij opdracht te geven om binnen een door de minister te stellen termijn een onafhankelijk en deskundig oordeel te geven over de vraag of de Commissie met haar oordeel in het conceptadvies haar bevoegdheden te buiten gaat of in strijd handelt met de uitgangspunten van dit protocol.

6.

De minister stuurt na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het vijfde lid, een afschrift van dit verzoek aan de Commissie en de andere bij het conceptadvies betrokken partijen.

7.

De minister doet het oordeel van de derde partij, bedoeld in het vijfde lid, na ontvangst van dit oordeel toekomen aan de Commissie en partijen.

8.

De Commissie geeft uitvoering aan het in het vijfde lid bedoelde oordeel.

Artikel 10
1.

De Commissie stelt binnen twee weken na ommekomst van de zienswijze termijn, bedoeld in artikel 9, tweede of vierde lid, of indien van toepassing na ontvangst van het oordeel bedoeld in artikel 9, vijfde lid, een advies als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Instellingsbesluit vast.

2.

Het advies wordt op schrift gesteld, door de Commissie ondertekend en aan partijen toegezonden.

3.

Het advies bevat in elk geval:

Artikel 11
1.

Een partij kan tot acht weken na de dagtekening van het advies de Commissie verzoeken een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere fout die zich voor eenvoudig herstel leent in het advies te verbeteren.

2.

Als de Commissie het advies verbetert, dan wordt dit in een apart stuk vermeld. Het stuk wordt zo spoedig mogelijk aan partijen gezonden.

Artikel 12
1.

Indien de Commissie in zijn advies heeft geoordeeld dat de mijnbouwonderneming een schadebedrag moet vergoeden aan de schademelder, zendt de Commissie aan de schademelder tevens een instemmingsformulier.

2.

Indien schademelder instemt met het advies, inclusief het daarin genoemde schadebedrag, verklaart de schademelder hiermee in te stemmen door ondertekening en het terugsturen van dit formulier aan de Commissie.

3.

Op het instemmingsformulier vult de schademelder de gevraagde gegevens in die noodzakelijk zijn voor de uitbetaling van het schadebedrag door de mijnbouwonderneming aan de schademelder.

4.

De Commissie stuurt het instemmingsformulier per ommegaande door aan de betreffende mijnbouwonderneming.”

Bijlage 2. als bedoeld in artikel 1 van het Instellingsbesluit

Thuis blijven tijdens inspectie en/of schadeherstel € 95,– per dagdeel
Schoonmaakkosten € 150,– per schademelding
Kosten voor advies door een derde € 95,– per uur voor maximaal 10 uren
Reiskosten € 0,26 per kilometer

Bijlage 3. als bedoeld in artikel 1 protocol

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Onderdeel C. Protocol voor de behandeling van meldingen van schade als gevolg van bodembeweging door exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van opslag van stoffen in zoutcavernes

Eerste afdeling – algemeen

Artikel 1

In dit protocol wordt verstaan onder:

Artikel 2

Dit protocol is van toepassing op de behandeling van schademeldingen als gevolg van bodembeweging door de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van de opslag van stoffen in een zoutcaverne op land.

Tweede afdeling – procedure

Artikel 3
1.

Een schademelding wordt ingediend bij de Commissie Mijnbouwschade met behulp van een door de Commissie vastgesteld formulier.

2.

Een schademelding bevat ten minste:

Artikel 4
1.

De Commissie bevestigt de ontvangst van de schademelding zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een week na de ontvangst ervan.

2.

De Commissie biedt de gelegenheid zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van de melding een informeel gesprek tussen de schademelder en de betrokken mijnbouwonderneming om te bezien of partijen, zonder de verdere processtappen als voorzien in dit protocol te doorlopen, tot overeenstemming kunnen komen over de afhandeling van de schademelding.

3.

De Commissie verzoekt de minister, indien gewenst door de schademelder, een procesbegeleider aan te wijzen die de schademelder bijstaat in het informeel gesprek.

4.

Indien de schademelder de Commissie schriftelijk te kennen geeft:

Artikel 5
1.

Indien:

informeert de Commissie de schademelder en de mijnbouwonderneming zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee weken na de schriftelijke kennisgeving, bedoeld in onderdelen a en b, dan wel binnen zes weken na het informeren van de mijnbouwonderneming over de wens van de schademelder om informeel in overleg te treden in de situatie bedoeld in onderdeel c, of zijn melding door de Commissie in behandeling wordt genomen en, indien de melding in behandeling genomen wordt, over de te volgen procedure en de zaakbegeleider die door de Commissie wordt toegewezen aan de schademelder.

2.

De termijn bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kan door de Commissie met instemming van de schademelder eenmalig met maximaal 4 weken worden verlengd.

3.

De Commissie stelt de schademelder een redelijke termijn voor aanvulling van de gegevens en stukken voor zover deze nodig zijn om een advies uit te brengen naar aanleiding van een schademelding en de schademelder deze redelijkerwijs ter beschikking heeft of kan krijgen.

4.

De Commissie kan de schademelder in de gelegenheid stellen om een mondelinge toelichting te geven op zijn schademelding.

5.

De Commissie stelt de mijnbouwonderneming in de gelegenheid om binnen een door de Commissie te stellen redelijke termijn gegevens en stukken aan te leveren die naar het oordeel van de mijnbouwonderneming nodig zijn om een advies uit te brengen naar aanleiding van de schademelding.

Artikel 6
1.

De Commissie wijst naar aanleiding van een schademelding één of meerdere deskundigen aan om, binnen een daartoe door de Commissie gestelde termijn van ten hoogste zes maanden na ontvangst van de schademelding, een deskundigenrapport uit te brengen in het licht van het door de Commissie op te stellen advies, waarbij het onderzoek zal worden verricht op basis van een in de branche gangbare, algemeen erkende beoordelingsmethodiek voor schadevaststelling. De Commissie streeft ernaar dat de opname door de deskundige zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen drie maanden na aanwijzing van de deskundige plaatsvindt.

2.

De Commissie stelt partijen in kennis van de aanwijzing van één of meerdere deskundigen.

3.

De deskundige stelt een onderzoek in naar en geeft zijn deskundig oordeel over:

4.

De deskundige maakt bij zijn onderzoek gebruik van de uitkomsten van de bouwkundige opnames die op grond van artikel 35, eerste lid, onderdeel g, van de Mijnbouwwet zijn verricht ten behoeve van het instemmingsbesluit, bedoeld in artikel 34, derde lid, van de Mijnbouwwet in het betreffende gebied.

5.

Indien de deskundige over een van de in het derde lid genoemde onderdelen geen oordeel kan geven, dan geeft hij in zijn rapport aan welk onderdeel dit betreft en om welke reden hij geen oordeel kon geven.

6.

De deskundige zendt het rapport met bevindingen aan de Commissie.

7.

De deskundige werkt volgens de werkwijze zoals vastgesteld door de Commissie op basis van artikel 2, negende lid, van het Instellingsbesluit en neemt de regels van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht in acht.

8.

Indien de deskundige binnen de termijn zoals vastgesteld door de Commissie geen rapport kan uitbrengen, deelt de deskundige dit aan de Commissie mee voor het einde van de termijn en onder opgaaf van reden. De deskundige geeft daarbij een zo kort mogelijke termijn die maximaal drie maanden bedraagt waarbinnen wel kan worden gerapporteerd.

9.

Indien het voor het uitbrengen van een rapport noodzakelijk is dat meer of andere deskundigen worden benoemd om onderzoek te doen, kan de deskundige de Commissie daarom verzoeken of kan de Commissie uit eigen beweging besluiten om een aanvullend rapport te vragen.

Artikel 7
1.

De Commissie stelt een conceptadvies als bedoeld in artikel 9, eerste lid, vast zonder een deskundige als bedoeld in artikel 6, eerste lid, aan te wijzen, indien uit een eerste inhoudelijke beoordeling van de schademelding blijkt dat de schademelding:

2.

De Commissie geeft in het conceptadvies gemotiveerd aan waarom toepassing is gegeven aan het eerste lid.

3.

De Commissie kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, afwijken van het eerste lid ten einde onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen.

Artikel 8

Indien na een geïnduceerde beving in een gebied in korte tijd een groter aantal schademeldingen wordt ontvangen door de Commissie, kan de Commissie in overleg met de vertegenwoordigers van de betrokken regionale overheden, in het belang van een voortvarende schadebehandeling met de betrokken mijnbouwonderneming overeenkomen dat de Commissie voor bepaalde categorieën schademeldingen binnen een door de Commissie vastgesteld toepassingsgebied een causaal verband aanneemt en zonder een deskundigenonderzoek ter plaatse een conceptadvies als bedoeld in artikel 9, eerste lid, vaststelt.

Artikel 9
1.

De Commissie stelt binnen vier weken nadat de deskundige zijn rapport heeft uitgebracht zijn conceptadvies op.

2.

De Commissie stelt partijen in de gelegenheid binnen een door de Commissie vast te stellen termijn mondeling of schriftelijk hun zienswijze te geven op een conceptadvies.

3.

De Commissie kan uit eigen beweging of op verzoek van een partij of de partijen, een derde partij in de gelegenheid stellen binnen een door de Commissie vast te stellen termijn mondeling of schriftelijk een zienswijze te geven op een conceptadvies.

4.

De termijn, bedoeld in het tweede lid, kan op verzoek van partijen één maal met een door de Commissie vast te stellen termijn worden verlengd.

5.

Indien één van de partijen op basis van het conceptadvies van oordeel is dat de Commissie met het advies buiten haar bevoegdheid op grond van artikel 2, tweede tot en met zesde lid, van het Instellingsbesluit treedt of in strijd handelt met de uitgangspunten van dit protocol, dan kan deze partij de minister binnen de door de Commissie in het eerste lid bedoelde termijn gemotiveerd verzoeken om een derde partij opdracht te geven om binnen een door de minister te stellen termijn een onafhankelijk en deskundig oordeel te geven over de vraag of de Commissie met haar oordeel in het conceptadvies haar bevoegdheden te buiten gaat of in strijd handelt met de uitgangspunten van dit protocol.

6.

De minister stuurt na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het vijfde lid, een afschrift van dit verzoek aan de Commissie en de andere bij het conceptadvies betrokken partijen.

7.

De minister doet het oordeel van de derde partij, bedoeld in het vijfde lid, na ontvangst van dit oordeel toekomen aan de Commissie en partijen.

8.

De Commissie geeft uitvoering aan het in het vijfde lid bedoelde oordeel.

Artikel 10
1.

De Commissie stelt binnen twee weken na ommekomst van de zienswijze termijn, bedoeld in artikel 9, tweede of vierde lid, of indien van toepassing na ontvangst van het oordeel bedoeld in artikel 9, vijfde lid, een advies als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Instellingsbesluit vast.

2.

Het advies wordt op schrift gesteld, door de Commissie ondertekend en aan partijen toegezonden.

3.

Het advies bevat in elk geval:

Artikel 11
1.

Een partij kan tot acht weken na de dagtekening van het advies de Commissie verzoeken een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere fout die zich voor eenvoudig herstel leent in het advies te verbeteren.

2.

Als de Commissie het advies verbetert, dan wordt dit in een apart stuk vermeld. Het stuk wordt zo spoedig mogelijk aan partijen gezonden.

Artikel 12
1.

Indien de Commissie in zijn advies heeft geoordeeld dat de mijnbouwonderneming een schadebedrag moet vergoeden aan de schademelder, zendt de Commissie aan de schademelder tevens een instemmingsformulier.

2.

Indien de schademelder instemt met het advies, inclusief het daarin genoemde schadebedrag, verklaart de schademelder hiermee in te stemmen door ondertekening en het terugsturen van dit formulier aan de Commissie.

3.

Op het instemmingsformulier vult de schademelder de gevraagde gegevens in die noodzakelijk zijn voor de uitbetaling van het schadebedrag door de mijnbouwonderneming aan de schademelder.

4.

De Commissie stuurt het instemmingsformulier per ommegaande door aan de betreffende mijnbouwonderneming.

Bijlage 2. als bedoeld in artikel 1 van het Instellingsbesluit

Thuis blijven tijdens inspectie en/of schadeherstel € 95,– per dagdeel
Schoonmaakkosten € 150,– per schademelding
Kosten voor advies door een derde € 95,– per uur voor maximaal 10 uren
Reiskosten € 0,26 per kilometer

Bijlage 3. als bedoeld in artikel 1 protocol

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Onderdeel D. Protocol voor behandeling van adviesvragen als bedoeld in artikel 5 van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg (Limburg protocol)

Eerste afdeling – algemeen

Artikel 1. definities

In dit protocol wordt verstaan onder:

Artikel 2. reikwijdte

Dit protocol is van toepassing op de behandeling van adviesvragen met betrekking tot aanvragen om een voorziening als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg.

Tweede afdeling – procedure

Artikel 3. eerste reactie op de adviesvraag
1.

De Commissie informeert de aanvrager zo spoedig mogelijk over de te volgen procedure. Tevens geeft de Commissie de aanvrager informatie over de zaakbegeleider.

2.

De Commissie kan de aanvrager verzoeken om aanvulling van de gegevens en stukken voor zover deze nodig zijn om een advies uit te brengen naar aanleiding van een adviesvraag en de aanvrager deze redelijkerwijs ter beschikking heeft of kan krijgen. De Commissie stelt de aanvrager hiervoor een redelijke termijn.

3.

De Commissie kan de aanvrager in de gelegenheid stellen om een mondelinge toelichting te geven op zijn aanvraag.

Artikel 4. onderzoek ten behoeve van advisering
1.

Ten behoeve van haar advisering:

2.

De Commissie stelt een termijn vast voor de schadeopnemer, kostencalculator en inspecteur om een rapport uit te brengen in het licht van de door de Commissie op te stellen advies, waarbij het onderzoek zal worden verricht op basis van een in de branche gangbare, algemeen erkende beoordelingsmethodiek voor schadevaststelling. De Commissie streeft ernaar dat de eerste opname, kostencalculatie en inspectie zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen drie maanden na de aanwijzing van de schadeopnemer, kostencalculator en inspecteur plaatsvindt. De Commissie kan gemotiveerd van deze termijn afwijken.

3.

De Commissie stelt aanvrager in kennis van de aanwijzing van een, schadeopnemer, kostencalculator, inspecteur als bedoeld in het eerste lid.

4.

De inspecteur stelt een onderzoek in naar en geeft zijn deskundig oordeel over:

5.

De inspecteur maakt bij zijn onderzoek gebruik van de gegevens van het Informatiecentrum Nazorg Steenkoolwinning.

6.

De schadeopnemer, kostencalculator en inspecteur zenden hun rapporten met bevindingen aan de Commissie. Indien de inspecteur over een van de in het vierde lid genoemde onderdelen geen oordeel kan geven, dan geeft hij in zijn rapport aan welk onderdeel dit betreft en om welke reden hij geen oordeel kon geven.

7.

De schadeopnemer, kostencalculator en inspecteur werken volgens de werkwijze zoals vastgesteld door de Commissie op basis van artikel 2, zevende lid, van het Instellingsbesluit.

8.

Indien de inspecteur binnen de termijn zoals vastgesteld door de Commissie geen rapport kan uitbrengen, deelt de inspecteur dit aan de Commissie mee voor het einde van de termijn en onder opgaaf van reden. De deskundige geeft daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen wel kan worden gerapporteerd.

9.

Indien het voor het uitbrengen van een rapport noodzakelijk is dat meer of andere inspecteurs worden benoemd om onderzoek te doen, kan de inspecteur de Commissie daarom verzoeken of kan de Commissie uit eigen beweging besluiten om een aanvullend rapport te vragen.

Artikel 5. beoordeling zonder deskundigenonderzoeken
1.

De Commissie stelt in ieder geval een conceptadvies als bedoeld in artikel 7, eerste lid, vast zonder eerste opname, kostencalculatie en inspectie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen b en c, indien uit een eerste inhoudelijke beoordeling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a blijkt dat de adviesvraag geen mijnbouwschade als bedoeld in artikel 1 van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg betreft.

2.

De Commissie stelt in ieder geval een conceptadvies als bedoeld in artikel 7, eerste lid, vast zonder een inspecteur als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, aan te wijzen, indien uit een eerste opname als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, blijkt dat de adviesvraag:

3.

De Commissie geeft in het conceptadvies gemotiveerd aan waarom toepassing is gegeven aan het eerste en het tweede lid.

4.

De Commissie kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, afwijken van het eerste en het tweede lid.

Artikel 6. procedure in geval van acuut onveilige situatie

Indien de Commissie vermoedt dat er sprake is van een acuut onveilige situatie, als bedoeld in artikel 1 van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg, dan meldt de Commissie dit onverwijld aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woning zich bevindt.

Artikel 7. zienswijze
1.

De Commissie stelt zijn conceptadvies op binnen 6 weken:

2.

De Commissie stelt de aanvrager in de gelegenheid binnen een door de Commissie vast te stellen termijn mondeling of schriftelijk hun zienswijze te geven op een conceptadvies.

3.

De termijn, bedoeld in het tweede lid, kan op verzoek van de aanvrager één keer met een door de Commissie vast te stellen termijn worden verlengd.

Artikel 8. advies Commissie
1.

De Commissie stelt binnen vier weken na ommekomst van de zienswijzetermijn, bedoeld in artikel 7, tweede lid, een advies vast, als bedoeld in artikel 2, derde lid, van dit besluit.

2.

Indien de Commissie het advies niet binnen vier weken na ommekomst van de zienswijzetermijn kan vaststellen, deelt de Commissie dit binnen deze termijn partijen mede en noemt het daarbij een redelijke termijn binnen welke het advies wel kan worden vastgesteld.

3.

Het advies wordt op schrift gesteld of elektronisch vastgelegd, door de Commissie ondertekend en aan partijen toegezonden.

4.

Het advies bevat in elk geval:

Artikel 9. verbetering van het advies
1.

Een partij kan tot acht weken na de dagtekening van het advies de Commissie verzoeken een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere fout die zich voor eenvoudig herstel leent in het advies te verbeteren.

2.

Als de Commissie het advies verbetert, dan wordt dit in een apart stuk vermeld. Het stuk wordt zo spoedig mogelijk aan partijen gezonden.

Bijlage 2. als bedoeld in artikel 1 van het Instellingsbesluit

Thuis blijven tijdens inspectie en/of schadeherstel € 115,– per dagdeel
Schoonmaakkosten € 182,– per schademelding
Kosten voor advies door een derde € 115,– per uur voor maximaal 10 uren
Reiskosten € 0,29 per kilometer

Bijlage 3. als bedoeld in artikel 1 protocol

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.