← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van 18 januari 2022 nr. 2022-0000019027, houdende regels met betrekking tot een subsidieregeling voor verduurzaming en onderhoud voor verhuurders (Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen)

Geldende tekst a fecha 2026-01-01

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 6, vijfde lid, onderdeel b, en zevende lid, 8, eerste en tweede lid, 11, eerste, tweede en derde lid, 14, en 20 van het Kaderbesluit BZK-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel energiebesparing, duurzame warmteopties en onderhoud te stimuleren in bestaande huurwoningen en monumentale huurwoningen.

Artikel 3. Staatssteun
1.

Bij de verstrekking van een subsidie op grond van deze regeling van € 25.000 of meer voor de kosten van energiebesparende maatregelen, duurzame warmteopties, een maatwerkadvies en een duurzaam monumentenadvies wordt toepassing gegeven aan:

2.

Bij de verstrekking van subsidie op grond van deze regeling van minder dan € 25.000 voor de kosten van energiebesparende maatregelen, duurzame warmteopties, een maatwerkadvies en een duurzaam monumentenadvies wordt toepassing gegeven aan de de-minimisverordening.

3.

Bij de verstrekking van subsidie op grond van deze regeling voor de kosten van onderhoudsmaatregelen wordt toepassing gegeven aan de de-minimisverordening.

Artikel 4. Subsidieplafond en wijze van verdeling
1.

Het subsidieplafond bedraagt € 152.000.000.

2.

De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 5. Energiebesparende maatregelen

Energiebesparende maatregelen zijn het door een branchegerelateerd bedrijf in een woning laten aanbrengen van isolatiemateriaal, dat is voorzien van een prestatieverklaring, voor één of meer van de volgende typen energiebesparende maatregelen:

Artikel 6. Onderhoudsmaatregelen

Onderhoudsmaatregelen zijn het door een branchegerelateerd bedrijf laten:

Artikel 7. Maatwerkadvies of duurzaam monumentenadvies
1.

Een maatwerkadvies is een op het moment van indiening van de aanvraag niet ouder dan drie jaar door een EP-maatwerkadviseur opgesteld rapport dat in EP-online is geregistreerd en het volgende bevat:

2.

Een duurzaam monumentenadvies is een op het moment van indiening van de aanvraag niet ouder dan drie jaar door een ERM-adviseur opgesteld rapport dat uitsluitend betrekking heeft op monumentale huurwoningen en minimaal voldoet aan niveau 2, waarbij onderzoek wordt gedaan naar de huidige situatie en kansen voor energiebesparing en -opwekking met oog voor de monumentale waarden en gebouwgebruik.

Artikel 8. Activiteiten en voorwaarden
1.

De Minister kan aan een verhuurder ten behoeve van een huurwoning of monumentale huurwoning waarvan hij ten tijde van de subsidieaanvraag eigenaar is, subsidie verstrekken voor:

2.

Subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel b, wordt uitsluitend verstrekt in combinatie met subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel a, en wanneer het advies is opgesteld voorafgaand aan het uitvoeren van de in het advies geadviseerde maatregelen.

3.

Subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel a, wordt slechts verstrekt voor maatregelen die uitgevoerd zijn na de datum van inwerkingtreding van deze regeling.

4.

Per adres wordt voor dezelfde maatregel slechts eenmaal subsidie op grond van dit artikel verstrekt.

5.

Het vierde lid is niet van toepassing op een tweede aanvraag voor:

6.

Er wordt op grond van het eerste lid geen subsidie verstrekt ten behoeve van een huurwoning of monumentale huurwoning die in eigendom is van een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.

Artikel 9. Hoogte van de subsidie voor maatregelen, maatwerkadvies en duurzaam monumentenadvies
1.

De subsidie voor maatregelen en maatwerkadvies bedraagt:

2.

In het geval een aanvraag voor subsidie voor één maatregel wordt ingediend, bedraagt het subsidiebedrag de helft van het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, tenzij de aanvraag:

3.

In het geval binnen 24 maanden vanaf het moment van de subsidiebeschikking voor één maatregel een subsidieaanvraag voor een tweede maatregel in dezelfde huurwoning of monumentale huurwoning wordt ingediend, bedraagt het subsidiebedrag voor zowel de eerste als de tweede maatregel het volledige subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 10. Aanvraag
1.

Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend van 1 april 2022 tot 1 januari 2030.

2.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de Minister ter beschikking is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

3.

Een aanvraag kan betrekking hebben op meerdere huurwoningen of monumentale huurwoningen.

4.

In plaats van de gegevens en bescheiden, genoemd in artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit, bevat een aanvraag in ieder geval de volgende gegevens en verklaringen:

5.

Bij aanvragen van minder dan € 25.000 worden tevens de volgende gegevens en zaken meegestuurd:

6.

Indien een aanvraag betrekking heeft op alle huurwoningen of monumentale huurwoningen in hetzelfde gebouw, bevat, in afwijking van het vierde lid, onder a en d, en vijfde lid, onder a, de aanvraag:

Artikel 11. Afwijzingsgronden
1.

De Minister wijst de aanvraag voor een subsidie af voor zover:

2.

De Minister wijst een aanvraag voor subsidie voor maatregelen af indien:

3.

De Minister wijst een aanvraag voor subsidie voor duurzame warmteopties als bedoeld in artikel 5a af indien:

Artikel 12. Wijze van subsidieverstrekking

Bij de verstrekking van een subsidie op grond van deze regeling van minder dan € 25.000 wordt toepassing gegeven aan artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van het Kaderbesluit.

Artikel 13. Vaststelling van de subsidie

Bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie wordt meegestuurd:

Artikel 14. Subsidieverplichtingen
1.

De subsidieontvanger is verplicht:

2.

Indien de uitvoering van de maatregelen binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is, kan de Minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger eenmaal met ten hoogste twaalf maanden verlengen.

3.

Een installatie, waarop de investering in een duurzame warmteoptie betrekking heeft, en waarvoor op grond van deze regeling een subsidie is verleend, wordt niet binnen een jaar na de datum van de subsidievaststelling vervreemd.

4.

Het derde lid is niet van toepassing op de vervreemding van een installatie tezamen met de woning waarin respectievelijk waarop de investering in een duurzame warmteoptie is geïnstalleerd.

Artikel 15. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2022 en vervalt met ingang van 1 januari 2030, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn aangevraagd.

Artikel 16. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH).

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 14a. Overgangsrecht
1.

Een subsidieaanvraag die mogelijk is geworden vanaf het moment van inwerkingtreding van de Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 1 februari 2023, nr. 2022-0000535845, tot wijziging van de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH) in verband met het verruimen van de doelgroep, het toegankelijker maken van maatregelen voor monumentale huurwoningen, en het vervallen van de twee maatregeleneis komt slechts voor subsidie in aanmerking als de maatregel wordt uitgevoerd na 31 maart 2023.

2.

De Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH) zoals die gold direct voorafgaand aan het moment van inwerkingtreding van de Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 1 februari 2023, nr. 2022-0000535845, tot wijziging van de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH) in verband met het verruimen van de doelgroep, het toegankelijker maken van maatregelen voor monumentale huurwoningen, en het vervallen van de twee maatregeleneis blijft van toepassing voor verhuurders die voor 1 april 2023:

3.

Onder een maatwerkadvies als bedoeld in artikel 7, eerste lid, komt ook voor subsidie mede in aanmerking een energieadvies dat in de periode tot 1 juli 2024 is opgesteld door een persoon die voldoet aan de eisen aan de vakbekwaamheid van ‘EPA-adviseur’ conform bijlage 2 van BRL 9500, deel 2.

4.

Een subsidieaanvraag die mogelijk is geworden vanaf het moment van inwerkingtreding van de Regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 27 december 2024 nr. 2024-0000945659, tot wijziging van de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen in verband met het verlengen van de regeling, het verbreden van de regeling met duurzame warmteopties, het introduceren van een bonus voor biobased milieuvriendelijk isolatiemateriaal en het duurzaam monumentenadvies, en enkele andere maatregelen om de regeling beter aan te laten sluiten op de doelgroep komt slechts voor subsidie in aanmerking als de maatregel is uitgevoerd na 31 december 2024.

5.

De Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Woningen (SVOH) zoals die gold direct voorafgaand aan het moment van inwerkingtreding van de Regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 27 december 2024 nr. 2024-0000945659, tot wijziging van de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen in verband met het verlengen van de regeling, het verbreden van de regeling met duurzame warmteopties, het introduceren van een bonus voor biobased milieuvriendelijk isolatiemateriaal en het duurzaam monumentenadvies, en enkele andere maatregelen om de regeling beter aan te laten sluiten op de doelgroep blijft van toepassing op verhuurders die na 31 maart 2023 en voor 1 januari 2025:

6.

Een subsidieaanvraag die mogelijk is geworden vanaf het moment van inwerkingtreding van de Regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van 9 december 2025, nr. 2025-0000034214 tot wijziging van de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH) in verband met de wijziging van technische voorschriften en de subsidievoorwaarden, komt slechts voor subsidie in aanmerking als de maatregel is uitgevoerd na 31 december 2025.

7.

De Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH) zoals die gold direct voorafgaand aan het moment van inwerkingtreding van de Regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van 9 december 2025, nr. 2025-0000034214 tot wijziging van de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH) in verband met de wijziging van technische voorschriften en de subsidievoorwaarden, blijft van toepassing voor verhuurders die voor 1 januari 2026:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 5a. Duurzame warmteopties

Duurzame warmteopties zijn het door een branchegerelateerd bedrijf laten installeren van één of meer van de volgende installaties:

Artikel 9a. Hoogte van subsidie voor duurzame warmteopties
1.

De subsidie voor duurzame warmteopties bedraagt voor:

2.

De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, en onderdeel b, subonderdeel 1°, wordt verhoogd met:

3.

De subsidie, wordt verhoogd met:

4.

De jaarlijkse zonne-energiebijdrage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt voor zonneboilers vastgesteld op:

5.

Afhankelijk van de energie-efficiëntieklasse vermeld op het etiket of de energie-efficiëntieklasse vastgesteld volgens de methode, bedoeld in bijlage II, onderdeel 2, van verordening (EU) nr. 812/2013, bedraagt de verliesfactor van de warmwatertank, bedoeld in het vierde lid, onderdeel c:

6.

In afwijking van het vijfde lid bedraagt de verliesfactor voor een warmwatertank met een volume van 2.000 liter en meer 0,81.

7.

Voor zover de subsidieaanvraag betrekking heeft of mede betrekking heeft op een tweede of volgende investering in een lucht-waterwarmtepomp met een vermogen vanaf 1 kW, wordt per aanvrager per adres of per gebouw, het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdelen 2° en 3°, alsmede de verhoging, bedoeld in het derde lid, slechts éénmaal verstrekt voor deze investering of niet nogmaals verstrekt indien het basisbedrag en de verhoging reeds bij een eerdere subsidieaanvraag zijn verstrekt.

Artikel 9b. Biobased milieuvriendelijk isolatiemateriaal
1.

Indien is geïnvesteerd in biobased milieuvriendelijk isolatiemateriaal, wordt de op grond van artikel 9, eerste lid, onder a tot en met d, berekende subsidie per vierkante meter vermeerderd met:

2.

De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden niet gehalveerd in het geval er sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 9, tweede lid, en het biobased milieuvriendelijk isolatiemateriaal betreft.

Artikel 9c. Maximale totale subsidie per woning
1.

Het subsidiebedrag voor investeringen in maatregelen, een maatwerkadvies of een duurzaam monumenten advies bedraagt ten hoogste € 10.000 per huurwoning of monumentale huurwoning.

2.

Het subsidiebedrag voor investeringen in maatregelen, duurzame warmteopties, een maatwerkadvies of duurzaam monumentenadvies bedraagt ten hoogste € 15.000 per huurwoning of monumentale huurwoning.

Artikel 14b. Gegevensuitwisseling

Ter bepaling van de subsidiehoogte wisselen de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de uitvoeringsorganisatie belast met de uitvoering van Maatregel 29 onderling uitsluitend de volgende gegevens uit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.