← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 november 2024, nr. OVO/49012382, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor technologieonderwijs in het primair en voortgezet onderwijs (Subsidieregeling Techkwadraat 2025–2028)

Geldende tekst a fecha 2024-11-27

Gelet op artikel 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 71 van de Wet op het primair onderwijsartikel 67 van de Wet primair onderwijs BES en artikel 71 van de Wet op de expertisecentra;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen
Artikel 1.2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 1.3. Doel van de regeling en te subsidiëren activiteiten
1.

De minister kan subsidie verstrekken aan een penvoerder van een Techkwadraatregio om in regioverband in de schooljaren 2025/2026, 2026/2027 en 2027/2028 vorm te geven aan toekomstbestendig, dekkend en kwalitatief hoogstaand technologieonderwijs binnen het bekostigd funderend onderwijs, voor:

2.

Op grond van deze regeling komen de kosten voor de volgende activiteiten voor subsidie in aanmerking:

3.

Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:

Artikel 1.4. Cofinanciering
1.

Aan het einde van de subsidieperiode moet een cofinanciering van ten minste 20% van de totale meerjarenbegroting van het project zijn behaald door bedrijven, organisaties uit buitenschoolse leeromgevingen of andere publieke en private partijen. De cofinanciering moet in geld of in geld waardeerbaar zijn.

2.

De cofinanciering die afkomstig is van bedrijven bedraagt ten minste 10% van de totale meerjarenbegroting.

3.

De penvoerder staat garant voor de cofinanciering.

Artikel 1.5. Penvoerder
1.

Het bevoegd gezag van één van de vestigingen van een school die deel uitmaakt van de Techkwadraatregio, treedt namens de vestigingen in de samenwerkingsovereenkomst op als penvoerder.

2.

Subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende activiteiten.

3.

Bij de aanvraag wordt een door alle vestigingen in de Techkwadraatregio getekende verklaring gevoegd waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder over de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt.

Artikel 1.6. Techkwadraatregio
1.

Een Techkwadraatregio is een regio waarbinnen onderwijs, bedrijfsleven en organisaties actief in de buitenschoolse leeromgeving gezamenlijk vormgeven aan toekomstbestendig, dekkend en kwalitatief hoogstaand technologieonderwijs binnen het bekostigd funderend onderwijs waarbij wordt gestimuleerd en gefaciliteerd dat alle leerlingen in het funderend onderwijs structureel in aanraking komen met kwalitatief hoogstaand technologieonderwijs, en waarvoor een aanvraag kan worden ingediend als bedoeld in het tweede lid.

2.

Een aanvraag door de penvoerder van een Techkwadraatregio komt in aanmerking voor subsidie voor zover:

3.

Een vestiging van een school kan aan maximaal één Techkwadraatregio deelnemen.

Artikel 1.7. Vooraanmelding subsidieaanvraag 2025
1.

Voorafgaand aan een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onder b kan de penvoerder een vooraanmelding doen.

2.

Voor de vooraanmelding wordt gebruik gemaakt van het formulier dat bekend is gemaakt op de website www.dus-i.nl.

3.

De vooraanmelding bestaat uit:

4.

De vooraanmelding wordt ingediend van 1 september 2025 tot en met 26 september 2025.

Artikel 1.8. Subsidieaanvraag
1.

Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het aanvraagformulier dat wordt bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl.

2.

In aanvulling op de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling bevat de aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid:

3.

De subsidieaanvraag kan worden ingediend:

4.

Aanvragen die worden ingediend buiten een in het derde lid bedoeld aanvraagtijdvak, worden afgewezen.

Artikel 1.9. Aanvullen subsidieaanvraag bij uitbreiding in 2026
1.

Als het subsidieplafond, bedoeld in artikel 1.14, nog niet is uitgeput krijgt de penvoerder van een Techkwadraatregio, als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel a, de gelegenheid om aanvullende subsidie aan te vragen indien de Techkwadraatregio wordt uitgebreid met minimaal één vestiging van een vo-school of drie vestigingen van po-scholen.

2.

Voor de aanvullende subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het aanvraagformulier dat wordt bekend gemaakt op de website www.dus-i.nl.

3.

De subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel a, wordt gewijzigd op de volgende punten:

4.

De aanvullende subsidieaanvraag kan worden ingediend van 25 november 2025, 09.00 uur tot en met 23 december 2025, 16.00 uur.

5.

De aanvullende aanvragen die worden ingediend na sluiting van het aanvraagtijdvak als bedoeld in het vierde lid worden afgewezen.

Artikel 1.10. Beoordeling adviescommissie
1.

De minister stelt een onafhankelijke adviescommissie in die de minister adviseert over de subsidieaanvragen, bedoeld in de artikelen 1.8 en 1.9.

2.

Een subsidieaanvraag wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria en deelaspecten:

3.

De criteria en deelaspecten zijn uitgewerkt in een beoordelingskader, dat als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd.

4.

De subsidie wordt slechts verleend indien de aanvraag op alle deelaspecten minimaal 6 van de 10 punten en een voldoende op de onderbouwde en sluitende begroting scoort, bedoeld in bijlage 1.

Artikel 1.11. Besluitvorming en gewijzigde aanvraag
1.

De minister beslist uiterlijk:

2.

Indien de minister een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, afwijst, anders dan vanwege de overschrijding van het subsidieplafond:

Artikel 1.12. Algemene verplichtingen subsidie
1.

Aan de subsidieverstrekking zijn de volgende verplichtingen verbonden:

2.

De minister kan een formulier vaststellen ten behoeve van het eindverslag.

Artikel 1.13. Verplichtingen voortgangsrapportage
1.

De voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 1.12, eerste lid, onderdelen d en e, omvat ten minste:

2.

De minister kan een formulier vaststellen ten behoeve van de voortgangsrapportage.

Artikel 1.14. Subsidieplafond

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal € 129 miljoen beschikbaar.

Artikel 1.15. Subsidiebedrag
1.

Het subsidiebedrag per aanvraag als bedoeld in de artikel 1.3, eerste lid en artikel 1.9, bestaat uit:

2.

Het bedrag per vestiging wordt berekend door het aantal vestigingen als bedoeld in artikel 1.6, tweede lid, onderdeel c, dat deelneemt aan de Techkwadraatregio te vermenigvuldigen met:

3.

Het bedrag per leerling wordt berekend door het aantal leerlingen, dat op de peildatum bedoeld in het vijfde lid stond ingeschreven op de vestigingen, bedoeld in artikel 1.6, tweede lid, onderdeel c, die deelnemen aan de Techkwadraatregio te vermenigvuldigen met:

4.

Het subsidiebedrag per aanvraag als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, wordt berekend door de bedragen uit het tweede en derde lid bij elkaar op te tellen.

5.

Het bedrag in het derde lid wordt berekend op basis van het aantal leerlingen ingeschreven op de vestigingen die deelnemen aan de Techkwadraatregio op basis van de voorlopige telling, zoals geregistreerd bij DUO. Voor vestigingen van po-scholen wordt 1 februari 2024 als peildatum gehanteerd, en voor vestigingen van vo-scholen wordt 1 oktober 2024 als peildatum gehanteerd.

6.

Het aanvullende subsidiebedrag als bedoeld in artikel 1.9 wordt berekend door de bedragen uit het tweede en derde lid bij elkaar op te tellen voor de vestigingen waarmee de Techkwadraatregio is uitgebreid.

Artikel 1.16. Wijze van verdeling beschikbare middelen eerste aanvraagperiode
1.

Indien de toewijzing van alle daarvoor in aanmerking komende volledige aanvragen als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel a, voor een subsidie leidt tot overschrijding van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 1.14, krijgt de aanvraag voor de Techkwadraatregio van Caribisch Nederland, bedoeld in artikel 2.1, onderdeel b, voorrang.

2.

Vervolgens verdeelt de minister het beschikbare bedrag door:

3.

Indien na toepassing van het eerste en tweede lid nog middelen resteren en de toewijzing van alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen als bedoeld artikel 1.11, tweede lid, onderdeel a, leidt tot overschrijding van het subsidieplafond als bedoeld in artikel 1.14, wordt het beschikbare bedrag door loting verdeeld.

Artikel 1.17. Wijze van verdeling beschikbare middelen tweede aanvraagperiode en aanvullende aanvragen
1.

Indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 1.14, na het verstrekken van subsidie als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel a, nog niet is uitgeput worden de resterende gelden als volgt verdeeld:

2.

Indien na toepassing van het eerste lid nog middelen resteren en de toewijzing van alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen als bedoeld artikel 1.11, tweede lid, onderdeel b, leidt tot overschrijding van het subsidieplafond als bedoeld in artikel 1.14, wordt het beschikbare bedrag verdeeld door loting verdeeld.

Artikel 1.18. Besteding subsidie
1.

De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. Niet bestede middelen worden teruggevorderd.

2.

De subsidie wordt voor 31 augustus 2028 besteed.

Artikel 1.19. Verlening en betaling subsidie
1.

Bij goedkeuring wordt de subsidie verleend binnen 22 weken na sluiting van de aanvraagtermijn.

2.

De minister verleent een voorschot van 100%.

3.

Het voorschot wordt in drie gelijke delen uitbetaald over de jaren 2025, 2026 en 2027 bij een aanvraag als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel a en artikel 1.11, tweede lid, onderdeel a. Een aanvraag als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel b, artikel 1.9 en artikel 1.11, tweede lid, onderdeel b worden uitbetaald in twee gelijke delen in de jaren 2026 en 2027.

Artikel 1.20. Verantwoording
1.

De financiële verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G2, zoals bedoeld in bijlage 4 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

2.

De vaststelling vindt plaats binnen een jaar na de indiening van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.

Hoofdstuk 2. Caribisch nederland

Artikel 2.1. Bijzonderheden Caribisch Nederland

Bij subsidieverstrekking aan scholen in Caribisch Nederland:

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 3.1. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 3.2. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 31 augustus 2029.

Artikel 3.3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Techkwadraat 2025–2028.

Bijlage 1. Beoordelingskader subsidieaanvraag behorende bij artikel 1.10

Criterium Deelaspecten Minimale vereisten
1. Een activiteitenplan inclusief regiovisie dat toeziet op dekkend, toekomstbestendig en kwalitatief hoogstaand technologieonderwijs in de regio. A. De regiovisie bevat een regionale analyse en heeft aandacht voor binnen de regio belangrijke thema’s. 1. In de regiovisie is een onderbouwde keuze gemaakt voor de samenstelling van de regio waarbij zoveel mogelijk aangesloten is bij de bestaande infrastructuur van een techniekregio of techniekluwe regio (STO), of hiervan gemotiveerd is afgeweken door bijvoorbeeld aan te sluiten bij andere bestaande samenwerkingsverbanden en initiatieven. 2. De regiovisie bevat een overzicht van de relevante partijen in de regio, inclusief hoe gewerkt wordt aan samenhang en samenwerking tussen de verschillende partners. 3. Er wordt inzichtelijk gemaakt welke belangen de partners hebben bij dit plan en hoe de individuele belangen worden vertaald in de gezamenlijke doelstellingen van de Techkwadraatregio. 4. De regiovisie bevat een concrete omschrijving welke bestaande samenwerkingen en activiteiten er zijn en hoe hierop wordt voortgebouwd rond technologieonderwijs in de regio. 5. De regiovisie bevat een concrete omschrijving hoe de tijdelijke impuls op basis van deze subsidieregeling tot structureel effect in de regio leidt en een onderbouwde indicatie hoe de Techkwadraatregio na 2028 wordt voortgezet en hoe de tijdelijke impuls op basis van deze subsidieregeling tot structureel effect in de regio leidt. 6. De regiovisie beschrijft hoe er aandacht zal worden besteed aan de binnen de regio belangrijke thema’s waaronder in ieder geval vijf kompaspunten uit het interventiekompas: regionale samenwerking, beroepsontwikkeling, onderwijsontwikkeling, imago en beeldvorming en lerend vermogen.
B. De regiovisie bevat heldere doelstellingen gericht op dekkend, toekomstbestendig kwalitatief hoogstaand technologieonderwijs in het funderend onderwijs 1. De regiovisie bevat een SMART omschrijving van de regionale doelstellingen met betrekking tot de dekking, toekomstbestendigheid en kwaliteit van het technologieonderwijs in het primair en voortgezet onderwijs. 2. Een beschrijving van hoe de werkdruk van leraren en schoolleiders zo veel mogelijk wordt verminderd. 3. De regiovisie bevat een SMART omschrijving van de regionale doelstellingen met betrekking tot het betrekken van ondervertegenwoordigde groepen in de techniek. 4. De doelstellingen sluiten aan bij het huidige onderwijsaanbod door bij de invulling hiervan gebruik te maken van het aanbod uit de omgeving (zoals musea, science centers en bibliotheken) en bestaande netwerken, zoals STO-regio’s en regionale VO-HO-netwerken. 5. De doelstellingen sluiten aan bij het door het Nationaal Groeifonds gefinancierde programma Techkwadraat en in het bijzonder bij het door het programmabureau verstrekte interventiekompas. 6. Er wordt een beschrijving gegeven van de mijlpalen die gedurende de subsidieperiode moeten worden bereikt om de doelstellingen te behalen.
C. De aanvraag bevat een activiteitenplan dat aansluit bij de regiovisie en het interventiekompas verspreid door het programmabureau. Het interventiekompas is te vinden in bijlage 2. 1. Het activiteitenplan bevat concrete, realistische en toekomstbestendige acties om de in de regiovisie geformuleerde doelstellingen te bereiken. 2. Het activiteitenplan is opgebouwd op basis van de vijf kompaspunten zoals benoemd in het door het programmabureau verstrekte interventiekompas. 3. Het activiteitenplan bevat een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. 4. Het activiteitenplan bevat voor elke activiteit waar mogelijk een onderbouwing van het evidence-informed karakter van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de activiteit.
2. Uitvoerbaarheid en haalbaarheid. A. Het plan bevat een samenwerkingsovereenkomst met daarin de inrichting van een deskundige en duurzame organisatie die zorg draagt voor sturing op een efficiënte inzet en verantwoording van middelen, samenwerking, planning, evaluatie en communicatie. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande structuren. 1. De samenwerkingsovereenkomst bevat een beschrijving van de manier waarop de samenwerking wordt georganiseerd, en hoe de benodigde expertise op scholen zelf kan worden opgebouwd en kan beklijven. 2. De samenwerkingsovereenkomst bevat een beschrijving van de verdeling van de middelen over de activiteiten. 3. De samenwerkingsovereenkomst bevat een beschrijving van de verantwoordelijkheden van iedere partij en de activiteiten die iedere partij gaat uitvoeren. 4. De samenwerkingsovereenkomst maakt aannemelijk dat de regio gezamenlijk optrekt, van elkaar leert en zo veel mogelijk van elkaars expertise en voorzieningen gebruik maakt, zo ook van bestaande voorzieningen in de regio. 5. De samenwerkingsovereenkomst heeft een open karakter en beschrijft de wijze waarop partijen kunnen toetreden tot de Techkwadraatregio. De overeenkomst is dus flexibel en niet strikt vastomlijnd. De samenwerking kan evolueren naarmate de omstandigheden of behoeften veranderen.
2. Uitvoerbaarheid en haalbaarheid. B. Aansluiting bij reeds lopende regionale trajecten. 1. Het plan bevat een beschrijving van de aansluiting van dit plan op, en zo mogelijk versterking van, eventuele reeds lopende regionale trajecten met overeenkomstige doelen (zoals de regionale VO-HO-netwerken en de Sterk Techniekonderwijs-regio’s), en maakt aannemelijk dat het plan hierop aanvullend is. 2. Indien partijen reeds subsidie ontvangen op basis van de Regeling Sterk Techniekonderwijs of de Regeling Regionaal Investeringsfonds MBO, zijn de regiovisies niet onderling tegenstrijdig en met elkaar verenigbaar.
3. Onderbouwde en sluitende begroting. A. Het plan bevat een realistisch uitgewerkte meerjarenbegroting van de kosten en baten. 1. Er is een inzichtelijke en evenwichtige meerjarenbegroting voor de subsidieperiode die voldoet aan artikel 3.5 van de Kaderregeling. Dit betekent dat (1) de begroting per kompaspunt een overzicht behelst van de geraamde kosten en opbrengsten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd; (2) de begrotingsposten ieder afzonderlijk van een toelichting worden voorzien; en (3) de begroting sluitend is. De begroting geeft inzicht in de loonkosten, materiële kosten en overige kosten. 2. De begroting maakt inzichtelijk hoe de middelen door de regio zijn verdeeld over de activiteiten en wat de omvang van de kosten voor de overhead is.
3. Onderbouwde en sluitende begroting. B. Doelstellingen worden op zo efficiënt mogelijke manier bereikt. 1. Uit de aanvraag blijkt dat de middelen (geld, tijd en menskracht) zo efficiënt mogelijk worden ingezet om maximale resultaten te bereiken. 2. Voor de berekening van de personeelskosten wordt onderscheid gemaakt tussen interne en externe personeelskosten. Voor intern personeel wordt een uurtarief gehanteerd conform de meest recent geraamde GPL. Voor extern personeel wordt een integraal tarief gehanteerd van maximaal € 135,– per uur inclusief BTW. De inzet van vrijwilligers wordt gewaardeerd op ten hoogste het uurtarief van intern personeel.
3. Onderbouwde en sluitende begroting. C. Het plan toont aan hoe de 20% cofinanciering bereikt wordt aan het einde van de subsidieperiode. 1. De cofinanciering van minimaal 20% is weergegeven en volgens de kaders van de regeling geregeld. 2. De aanvraag bevat een beschrijving van de beoogde inbreng van de bedrijven (de kosten van bedrijven) en organisaties gekoppeld aan de activiteiten van de Techkwadraatregio dat overeenkomt met de beschrijving van de cofinanciering.

Bijlage 2. Het interventiekompas

Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.