Besluit van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 7 mei 2026, BZ2627337, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Fair Focus on Trade)
Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Gelet op de artikel 4.2, eerste lid, sub c, en artikel 4.3, eerste lid, sub c, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;
Besluit:
Artikel 1
Voor subsidieverlening op grond van artikel 4.2, eerste lid, sub c, en artikel 4.3, eerste lid, sub c, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 voor activiteiten ten behoeve van capaciteitsversterking van, dienstverlening door en het voeren van dialoog door maatschappelijke organisaties in of voor lage- en middeninkomenslanden, op het thema bevorderen van schone en eerlijke handel, gelden voor de periode vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2030 de als bijlage (inclusief de annexen) bij dit besluit gevoegde beleidsregels.
Artikel 2
Aanvragen voor subsidie in het kader van het Subsidieprogramma Fair Focus on Trade worden ingediend vanaf 30 juni 2026 12:00 CET tot en met 11 augustus 2026 12:00 CET.
Aanvragen voor subsidie in het kader van het Subsidieprogramma Fair Focus on Trade worden ingediend aan de hand van een door de minister vastgesteld en beschikbaar gesteld formulier1https://english.rvo.nl/subsidies-financing/fair-focus-on-trade en de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.
Artikel 3
Voor het in artikel 1 genoemde tijdvak geldt een subsidieplafond van € 83 miljoen.
Meerjarige subsidies kunnen worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begrotingen voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.
Artikel 4
De verdeling van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid, vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die daaraan het beste voldoen het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding van de beschikbare middelen, als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Uit oogpunt van doelmatigheid en evenwichtige spreiding van de beschikbare middelen zal er voor elk doelland, genoemd in annex 1 bij de bijlage bij dit besluit, per primaire waardeketen niet meer dan één subsidieaanvraag in aanmerking kunnen komen voor subsidieverlening.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2031, met dien verstande dat het besluit van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidieprogramma Fair Focus on Trade.
Bijlage
1. Achtergrond
Het kabinet wil met Focus, het beleidskader voor samenwerking met maatschappelijke organisaties in ontwikkelingshulp 2026–20302Kamerbrief van 27 juni 2025, Kamerstukken II, 2024–2025, 36 180, nr. 168, Doen waar Nederland goed in is – Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking., technische en financiële ondersteuning bieden aan, met name lokale, maatschappelijke organisaties, zodat zij diensten kunnen verlenen en dialoog kunnen voeren die relevant zijn voor het bereiken van acht thematische beleidsdoelen.
Het kabinet verwacht dat de implementatie van Focus met name lokale maatschappelijke organisaties op gerichtere en efficiëntere manier verder in staat stelt om ontwikkelingssamenwerking te laten aansluiten op de eigen behoeften, toekomstvisie en bestaanszekerheid van lokale gemeenschappen.
Het Subsidieprogramma Fair Focus on Trade (hierna: subsidieprogramma) is de uitwerking van één van de acht instrumenten onder Focus. Het doel van dit subsidieprogramma is het bevorderen van schone en eerlijke handel door versterking van (lokale) maatschappelijke organisaties. Maatschappelijke organisaties spelen een belangrijke rol in sociaal-economische ontwikkeling. Zij zorgen ervoor dat ontwikkelingssamenwerking een verschil maakt in de doellanden van dit subsidieprogramma Dit subsidieprogramma richt zich daarbij op waardeketens die belangrijk zijn voor zowel de doellanden als Nederland of Europa. Door ook het Nederlandse deel van de waardeketen mee te nemen zal de lokale impact, en daarmee de doeltreffendheid, en duurzaamheid van het subsidieprogramma worden vergroot3Voor grondstoffen geldt dat waardeketens erg lang en complex kunnen zijn, en lastig traceerbaar voor Nederlandse ondernemingen aan het eind van de waardeketen, waardoor dit verband veel indirecter is. Toch zal bijvoorbeeld via het delen van lessen in het convenant hernieuwbare energie ook kunnen worden bijgedragen aan IMVO-implementatie van ondernemingen in Nederland.. Door in Nederland te werken aan gepaste zorgvuldigheid, verantwoorde inkooppraktijken wordt voorkomen dat kosten voor verduurzaming worden doorgeschoven in de waardeketen. Het lokale verdien- en investeringsvermogen wordt hiermee bevorderd, maar ook de weerbaarheid van de waardeketen en de leveringszekerheid van producten naar Nederland die met inachtneming van internationale IMVO-standaarden zijn geproduceerd.4In het bijzonder internationale raamwerken zoals de OESO-richtlijnen en de United Nations Guiding Principles on Business & Human Rights en Europese IMVO- en gerelateerde wet- en regelgeving zoals CSDDD, ontbossingsverordening, dwangarbeidverordening, conflictmineralenverordening, enzovoorts.
Het subsidieprogramma is onderdeel van het flankerend beleid van het kabinet bij Europese IMVO5Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.-gerelateerde wet- en regelgeving. De verschuiving van vrijwillige IMVO-standaarden naar IMVO-gerelateerde wet- en regelgeving zal een belangrijke impact hebben op wereldwijde waardeketens. Om de wetgeving effectief te kunnen implementeren is ondersteuning van het bedrijfsleven van essentieel belang. Dit subsidieprogramma draagt daar in belangrijke mate aan bij via de onmisbare rol van het maatschappelijk middenveld. Het versterken van het maatschappelijk middenveld is tevens één van de doelstellingen binnen het Nationaal Actieplan Bedrijfsleven en Mensenrechten, de nationale doorvertaling van de United Nations Guiding Principles on Business & Human Rights. Ook de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen benadrukken het belang van een goed functionerend maatschappelijk middenveld voor het effectief uitvoeren van gepaste zorgvuldigheid (due diligence).
Met dit subsidieprogramma wordt ingezet op het versterken van lokale maatschappelijke organisaties, waarbij Nederlandse kennis en kunde wordt aangewend om de verbinding met Nederlandse ondernemingen aan het einde van de waardeketen te maken (zie hierboven). Denk aan de bekende Nederlandse Diamantbenadering6Deze aanpak verwijst naar samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties om gezamenlijke economische en ontwikkelingsdoelen te bereiken., zoals toegepast bij de verduurzaming van de cacaoketen via het Dutch Initiative on Sustainable Cocoa (DISCO), of aan Nederlandse maatschappelijke organisaties die goed de verbinding kunnen leggen tussen lokale maatschappelijke organisaties en Nederlandse ondernemingen voor het stimuleren van schone en eerlijke handel.
Het subsidieprogramma volgt de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, de United Nations Guiding Principles on Business & Human Rights, en de thema’s die hierin naar voren komen. In het subsidieprogramma worden economische, sociale en vergroeningsaspecten integraal benaderd conform het People, Planet, Profit principe (zie annex 2 bij deze beleidsregels). Maatschappelijke organisaties kunnen met behulp van dit subsidieprogramma en met hun goede kennis van de Nederlandse en Europese markt lokale maatschappelijke organisaties verbinden met Nederlandse ondernemingen en hun toeleveranciers om zo bij te dragen aan schone en eerlijke handel.
De invulling van dit subsidieprogramma is in lijn met de beleidsuitgangspunten van het bredere beleidskader Focus en sluit aan op andere subsidieprogramma’s en initiatieven van het Ministerie van Buitenlandse Zaken die raakvlakken hebben met IMVO. Dit betreft onder andere het Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen7https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/subsidieprogramma-verantwoord-ondernemen-spvo, het Subsidieprogramma Sectorale Samenwerking IMVO8https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/sectorale-samenwerking-imvo, het European Partnership for Responsible Minerals9https://europeanpartnership-responsibleminerals.eu/ en het MVO-steunpunt10https://www.rvo.nl/onderwerpen/mvo-steunpunt.
2. Uitvoerder
De minister heeft de uitvoering van het subsidieprogramma opgedragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), agentschap van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. RVO zal het subsidieprogramma uitvoeren namens de minister op grond van een aan RVO verleend mandaat.
3. Begrippen
In het subsidieprogramma wordt verstaan onder:
4. Subsidieprogramma Fair Focus on Trade
4.1. Beleidsuitgangspunten, doel, sectoren en doellanden en thema’s
4.1.1. Beleidsuitgangspunten
Voor alle instrumenten van Focus gelden dezelfde beleidsuitgangspunten. Deze beleidsuitgangspunten zijn het referentiekader voor de vereisten en criteria voor de beoordeling en selectie van aanvragen onder het subsidieprogramma, evenals voor de vormgeving van de door de aanvragers te ontwikkelen en uit te voeren activiteiten. Het gaat daarbij om:
4.1.2. Doel
Het doel van het subsidieprogramma is het bevorderen van schone en eerlijke handel door versterking van lokale maatschappelijke organisaties zodat zij diensten kunnen verlenen en dialoog kunnen voeren die daarvoor relevant zijn. Het is belangrijk om dit te doen in verbinding met voor Nederland en Europa belangrijke waardeketens omdat daarmee de lokale impact kan worden vergroot (zie paragraaf 1) en er tegelijk ook een positief effect mogelijk is voor de implementatie van IMVO-wet- en regelgeving. Uiteindelijk wordt het lokale verdien- en investeringsvermogen hiermee bevorderd, maar ook de weerbaarheid van waardeketens en leveringszekerheid van producten naar Nederland die met inachtneming van internationale IMVO-standaarden zijn geproduceerd.
Maatschappelijke organisaties kunnen een belangrijke rol spelen in een multistakeholderaanpak, zoals de Nederlandse Diamantbenadering waarin economisch succesvolle bedrijfsmodellen worden ontwikkeld die misstanden in waardeketens verminderen en uitbannen. Of ze kunnen een rol spelen bij de opschaling van best practices binnen een sector. Maatschappelijke organisaties kunnen ook de stem helpen versterken van lokale producenten en werknemers, bijvoorbeeld door sociale dialoog ter verbetering van arbeidsrechten. Andere stakeholders die een belangrijke rol spelen in ketenverduurzaming zijn brancheorganisaties, sociale partners, de overheden in productielanden, de Nederlandse overheid en de Europese Commissie.
4.1.3. Focus sectoren, waardeketens en beleidsprioriteiten per doelland
De focus van dit subsidieprogramma ligt op de sectoren landbouw/agrofood, mijnbouw/grondstoffen en kleding/textiel, en daarbinnen op waardeketens die voor zowel de doellanden als Nederland of Europa belangrijk zijn en waar risico’s op misstanden groot zijn. Daarnaast moeten de door aanvragers geselecteerde primaire sectoren en waardeketens aansluiten op Nederlandse beleidsprioriteiten per doelland zoals geformuleerd in annex 1 bij deze beleidsregels. De geografische focus is gericht op 21 doellanden in Afrika en Azië.
4.1.4. Thema’s
Het subsidieprogramma volgt de OESO-richtlijnen en de United Nations Guiding Principles on Business & Human Rights, en de thema’s die hierin naar voren komen, waarbij economische, sociale en vergroeningsaspecten integraal worden benaderd conform het People, Planet, Profit principe (zie annex 2 bij deze beleidsregels).
4.2. Wie kunnen in aanmerking komen voor een subsidie
Subsidies in het kader van het subsidieprogramma zijn bedoeld voor maatschappelijke organisaties die:
Daarnaast gelden de volgende vereisten:
De bezoldiging van de individuele leden van management en bestuur van de aanvrager bedraagt, uiterlijk met ingang van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd, per kalenderjaar niet meer dan de hieronder vermelde maxima:
De aanvrager neemt in de aanvraag, conform motie 36 180-15912Gewijzigde motie van het lid De Korte over het recht op leefbaar loon als ambitie opnemen in de nieuwe subsidiekaders voor ontwikkelingshulp (t.v.v. 36 180-159), expliciet en integraal als ambitie op dat er wordt toegewerkt naar een leefbaar loon13Definitie leefbaar loon (ILO): A living wage is the wage level that is necessary to afford a decent standard of living for workers and their families, taking into account the country circumstances and calculated for the work performed during the normal hours of work (link: Report of the Meeting of Experts on wage policies, including living wages (Geneva, 19–23 February 2024)) voor mensen die op lokaal niveau werkzaam zijn (artikel 23 van het Internationaal Verdrag van de Rechten van de Mens). In de verplichtingen die in de subsidieverleningsbeschikkingen zullen worden opgenomen over jaarlijkse rapportages zal de voortgang op het behalen van de ambitie om een leefbaar loon te betalen aan lokale medewerkers worden opgenomen. Om een leefbaar loon niveau te bepalen, kan gebruik worden gemaakt van verschillende leefbaar-loonbenchmarks die worden aanbevolen via de IDH Living Wage Roadmap14https://www.idhsustainabletrade.com/living-wage-platform/.
Voor het aantonen van de organisatiecapaciteit en het integriteitsbeleid, maakt dit subsidieprogramma gebruik van de Organisational Risk and Integrity Assessment (ORIA). Specificatie over welke documentatie de aanvrager hiervoor moet overleggen, is te vinden in de ORIA assessment handleiding op de RVO website.16https://english.rvo.nl/subsidies-financing/fair-focus-on-trade
Organisaties die in ieder geval niet in aanmerking komen voor subsidie zijn:
Een aanvrager kan ten hoogste voor twee subsidies in aanmerking komen. In geval meer dan twee aanvragen worden ingediend, wordt de aanvraag die als derde (en eventuele volgende) is ontvangen afgewezen en niet beoordeeld.
4.3. Subsidiabele activiteiten
4.3.1. Rolverdeling
De aanvrager wendt de gevraagde subsidie aan voor elk van de onderstaande activiteiten17Elke aanvraag moet dus ook betrekking hebben op elk van deze activiteitensoorten.:
Het met de gevraagde subsidie verstrekken van financiële steun is alleen subsidiabel als de betreffende subsidiemiddelen worden aangewend voor financiële ondersteuning van door partners uit te voeren dienstverlening en dialoog, niet voor (verdere door-)financiering naar andere maatschappelijke organisaties.
De aanvrager ontwikkelt en hanteert zelf eigen en transparante selectiemechanismen voor beoordeling en selectie van financieel of met capaciteitsversterking te steunen (in-country) partners die passen binnen dit subsidieprogramma. De aanvrager geeft hierin duidelijke randvoorwaarden en richting. Tegelijk laat de aanvrager partners zoveel mogelijk ruimte om eigen keuzes te maken die aansluiten op de lokale context.
4.3.2. Inhoudelijke vereisten
Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van dit subsidieprogramma moet de aanvraag betrekking hebben op een planmatige integrale aanpak van activiteiten (ook wel te noemen: project). Deze activiteiten dienen bij te dragen aan het bevorderen van schone en eerlijke handel in door de aanvrager geselecteerde waardeketen(s), door versterking van lokale maatschappelijke organisaties. Daarbij is het noodzakelijk om activiteiten te richten op voor doellanden en Nederland belangrijke waardeketens, ten behoeve van het behalen van de doelen van dit subsidieprogramma (zie paragraaf 4.1). Aanvragers en (in-country) partners hebben elk hun rol in de waardeketen om zo gezamenlijk bij te dragen aan de verduurzaming van de gehele waardeketen.
Om subsidiabel te kunnen zijn geldt verder dat er minimaal sprake moet zijn van:
4.3.3. Niet-subsidiabele activiteiten
Niet subsidiabel zijn in ieder geval de volgende activiteiten:
4.4. Subsidiabele activiteiten – per activiteitensoort
4.4.1. Financieringsactiviteiten
De aanvrager verstrekt financiële ondersteuning aan partners voor door hen uit te voeren dienstverlening en dialoog die relevant zijn voor de doelstellingen en thematische prioriteiten van dit subsidieprogramma. In de inceptiefase van het project worden de partners geselecteerd (zie hierna, paragraaf 4.5). Het is aan de aanvrager om met inachtneming van de beleidsregels van dit subsidieprogramma, criteria op te stellen en te hanteren voor de selectie, en een passende vorm te vinden voor de relaties die hij aangaat met de door hem geselecteerde partners. In de subsidieverleningsbeschikking zullen verplichtingen worden opgenomen die waarborgen dat de subsidieontvanger de besteding van de subsidiemiddelen naar behoren zal verantwoorden jegens de minister.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.