Beleidsregel van de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, van 7 juli 2026, kenmerk 4473372-1100592, houdende regels voor het compenseren van Zvw-budgethouders in verband met de inhouding van werkgeverslasten op het Zvw-pgb (Beleidsregel compensatie Zvw-budgethouders)
Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- –. minister: Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport;
- –. Sociale verzekeringsbank: Sociale verzekeringsbank, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- –. werkgeverslasten: premies voor de verzekeringen als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Wet financiering sociale verzekeringen en de bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet;
- –. zorgverzekeraar: zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet;
- –. Zvw-budgethouder: verzekerde aan wie een Zvw-pgb is toegekend;
- –. Zvw-pgb: Zvw-pgb als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Zorgverzekeringswet.
Artikel 2. Compensatie van in 2025 bekende budgethouders
De minister stelt voor de jaren 2026 en 2027 aan een Zvw-budgethouder een bedrag ter beschikking ten behoeve van de werkgeverslasten indien:
- a. de Zvw-budgethouder met een zorgverlener een arbeidsovereenkomst heeft gesloten die vóór 1 januari 2026 is ingegaan en na die datum is voortgezet;
- b. de Zvw-budgethouder op 31 december 2025 gebruik maakte van de ondersteuning door de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in artikel 13a, achtste lid, van de Zorgverzekeringswet;
- c. de arbeidsverhouding tussen de Zvw-budgethouder en de zorgverlener op 31 december 2025 ingevolge artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Werkloosheidswet, artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Ziektewet, artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 niet als dienstbetrekking werd beschouwd; en
- d. de Sociale verzekeringsbank na 31 december 2025 werkgeverslasten heeft ingehouden alsof die arbeidsverhouding wel als dienstbetrekking wordt beschouwd.
Bij het bepalen van de hoogte van het bedrag neemt de minister als uitgangspunt de over het voorgaande jaar ingediende declaraties.
Het aan een Zvw-budgethouder ter beschikking gestelde bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt beheerd door de zorgverzekeraar van de Zvw-budgethouder.
Artikel 3. Compensatie van in 2026 bekend geworden budgethouders
De minister stelt aan een Zvw-budgethouder een bedrag ter beschikking ten behoeve van de werkgeverslasten indien:
- a. de Zvw-budgethouder met een zorgverlener een arbeidsovereenkomst heeft gesloten die vóór 1 januari 2026 is ingegaan en na die datum is voortgezet;
- b. de Zvw-budgethouder zich na 31 december 2025 heeft aangemeld voor ondersteuning door de Sociale verzekeringsbank als bedoeld in artikel 13a, achtste lid, van de Zorgverzekeringswet;
- c. de arbeidsverhouding tussen de Zvw-budgethouder en de zorgverlener op de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst ingevolge artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Werkloosheidswet, artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Ziektewet, artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 niet als dienstbetrekking werd beschouwd;
- d. de Sociale verzekeringsbank vanaf het moment van de aanmelding, bedoeld in onderdeel b, werkgeverslasten heeft ingehouden alsof die arbeidsverhouding wel als dienstbetrekking wordt beschouwd.
Bij het bepalen van de hoogte van het bedrag neemt de minister de bij de Sociale verzekeringsbank bekende inkomensgegevens van de zorgverlener over het jaar 2026 als uitgangspunt.
Het aan een Zvw-budgethouder ter beschikking gestelde bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt beheerd door de zorgverzekeraar van de Zvw-budgethouder.
Artikel 4. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.