Besluit van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek van 10-6-2026, nr. ROJ2627, tot vaststelling van een subsidieregeling Ruimte voor Onderzoeksjournalistiek 2026–2027
Handelend in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op artikel 8.3 en 8.15a van de Mediawet 2008;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a). Journalistiek handelen: het vergaren, verwerken en verspreiden van informatie en nieuws, waarbij:
- i. het gaat om onafhankelijk tot stand gekomen berichtgeving die bestemd is voor een breed publiek en die bestaat uit originele, eigen content die niet machine-gegenereerd is;
- ii. gestreefd wordt naar zo accuraat en evenwichtig mogelijke berichtgeving; en
- iii. verantwoording wordt afgelegd en transparant wordt gehandeld en waarbij de afzender van de content duidelijk wordt gemaakt.
- b). Journalistieke bedrijfstak: het geheel van private en publieke nieuwsorganisaties gevestigd in Nederland, waarvan de activiteiten zijn gericht op de Nederlandse markt.
- c). Nieuwsorganisatie: een organisatie binnen de journalistieke bedrijfstak waar minimaal 3 fte aan journalisten, in loondienst of op freelancebasis, werkzaam zijn en met als hoofdactiviteit het maken en leveren van een dienst of product waarbij:
- i. minimaal 25 procent van het product of de dienst tot stand is gekomen op basis van journalistiek handelen; en
- ii. die staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
- d). Onderzoeksjournalistiek: kritisch en diepgravend journalistiek onderzoek:
- i. dat wordt uitgevoerd op basis van een onafhankelijk geformuleerde onderzoeksvraag (waarmee vooral bedoeld wordt dat de opzet is om langs journalistieke weg iets te onderzoeken, anders dan aan te tonen) en met toepassing van specifiek onderzoeksjournalistieke methoden;
- ii. dat beoogt feiten en verbanden bloot te leggen die apart of in hun samenhang nog niet zichtbaar waren; en
- iii. waarbij een zeker algemeen maatschappelijk belang in het geding is.
- e). Stimuleringsfonds: het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, bedoeld in artikel 8.2 van de Mediawet 2008.
- f). De-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, C/2023/9700, PB L 2023/2831, 15.12.2023.
- g). De-minimissteun: steun die wordt verleend binnen de kaders van de de-minimisverordening.
Artikel 1.2. Doel van de subsidie en subsidiabele activiteiten
Subsidieverstrekking op grond van deze regeling heeft tot doel dat meer nieuwsorganisaties maatschappelijke impact maken met onderzoeksjournalistiek. Om dit doel te bereiken beoogt de regeling de kennis en vaardigheden van onderzoeksjournalistiek bij nieuwsorganisaties te vergroten en bij te dragen aan de ontwikkeling en bestendiging van een organisatiecultuur en -structuur waarbinnen onderzoeksjournalistiek bedreven kan worden.
Het Stimuleringsfonds kan aan een nieuwsorganisatie subsidie verstrekken voor de kosten van activiteiten ten behoeve van het in lid 1 genoemde doel die worden uitgevoerd in de periode 1 januari 2027 tot en met 31 december 2027.
Een nieuwsorganisatie wordt in het kader van deze regeling door het Stimuleringsfonds ingedeeld in een ontwikkelfase, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen fase 1 (eerste stappen), fase 2 (groeien) en fase 3 (verankeren). De fase-indeling wordt bepaald aan de hand van het aantal eerdere subsidieverleningen aan de nieuwsorganisatie binnen deze regeling of eerdere versies daarvan. Bij een eerste subsidieverlening wordt de aanvrager ingedeeld in fase 1, bij een tweede subsidieverlening in fase 2 en bij een derde subsidieverlening in fase 3.
Deelname aan een door het Stimuleringsfonds aangeboden begeleidingsprogramma maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de subsidieverlening op grond van deze regeling.
Artikel 1.3. Subsidieperiode
Een subsidie kan worden verstrekt voor een periode van maximaal 12 maanden voor de kosten van subsidiabele activiteiten in de periode 1 januari 2027 tot en met 31 december 2027.
Artikel 1.4. Subsidieplafond en deelplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal 861.000 euro beschikbaar, verdeeld over de volgende deelplafonds:
- a. 184.500 euro beschikbaar is voor subsidieaanvragers binnen fase 1;
- b. 492.000 euro beschikbaar is voor subsidieaanvragers binnen fase 2;
- c. 184.500 euro beschikbaar is voor subsidieaanvragers binnen fase 3.
Als op grond van de beoordeling de in aanmerking komende aanvragen leiden tot overschrijding van het deelplafond als bedoeld in het vorige lid, weigert het Stimuleringsfonds een subsidie voor zover door de verstrekking van de subsidie het deelplafond zou worden overschreden.
Als na de subsidieverstrekking op grond van deze regeling het beschikbare subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, niet geheel is gebruikt, kan het resterende deel gereserveerd worden ter besteding aan andere doelen van het Stimuleringsfonds.
Indien een deelplafond als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, niet wordt overschreden, kan het Stimuleringsfonds de resterende middelen aanwenden ter verhoging van een ander deelplafond. Het Stimuleringsfonds kan tevens besluiten het subsidieplafond te verhogen. Een besluit als bedoeld in de eerste of tweede volzin wordt bekendgemaakt door publicatie in de Staatscourant en op de website van het Stimuleringsfonds, www.svdj.nl.
Artikel 1.5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Op grond van deze regeling kan uitsluitend subsidie worden verstrekt voor de volgende kosten:
- a). Arbeidskosten: de kosten van een passende beloning van medewerkers op arbeidsplaats(en) uitsluitend ten behoeve van onderzoeksjournalistiek, tot maximaal 58.500 euro naar rato per medewerker per kalenderjaar, inclusief werkgeverslasten.
- b). Ontwikkelbudget: de kosten van cursussen, opleidingen, trainingen, netwerkbijeenkomsten, conferentie- of congresdeelname en softwarelicenties die bijdragen aan het vergroten van de kennis en vaardigheden op het gebied van onderzoeksjournalistiek. Voor deze kosten geldt een vaste besteding van minimaal 3.000 euro per subsidieontvanger.
De subsidiabele kosten worden door de subsidieaanvrager berekend volgens door het Stimuleringsfonds vastgestelde instructies.
Voor subsidie komen uitsluitend de in het eerste lid genoemde kosten in aanmerking, die in rechtstreeks verband staan tot de subsidiabele activiteiten en waarvan in redelijkheid mag worden aangenomen dat deze noodzakelijk zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren.
Kosten zijn uitsluitend subsidiabel indien deze door de subsidieontvanger na het besluit tot subsidieverlening zijn gemaakt.
Niet subsidiabel zijn kosten die reeds uit anderen hoofde zijn of worden gefinancierd.
Verschuldigde btw over de subsidiabele kosten zoals bedoeld in het eerste lid komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking ingeval de subsidieaanvrager deze niet kan verrekenen.
Hoofdstuk 2. Aanvraag tot subsidieverlening
Artikel 2.1. Subsidieaanvrager
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een nieuwsorganisatie als bedoeld in artikel 1.1, onder c.
Een nieuwsorganisatie kan op grond van deze regeling slechts één keer subsidie aanvragen.
Een nieuwsorganisatie kan maximaal drie keer subsidie ontvangen op grond van deze regeling en eerdere versies daarvan.
Als een nieuwsorganisatie al drie keer subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling en eerdere versies daarvan, wordt de volgende aanvraag afgewezen.
Artikel 2.2. Subsidieaanvraag
Een aanvraag wordt uitsluitend ingediend door het invullen van een door het Stimuleringsfonds vastgesteld aanvraagformulier op MijnSVDJ, het subsidieportaal van het Stimuleringsfonds, volgens de daarbij vermelde instructies, en omvat in ieder geval:
- a). een beschrijving van de voorgenomen activiteiten, de ambities en het einddoel van het plan;
- b). een realistische begroting inclusief dekkingsplan, conform een door het Stimuleringsfonds vastgestelde modelbegroting, van de met de voorgenomen activiteiten verband houdende kosten;
- c). concrete voorstellen voor het meten en waarderen van behaalde resultaten waarbij vooraf bepaalde key performance indicators(kpi’s) worden gehanteerd. Deze kpi's worden na subsidieverlening in overleg met het Stimuleringsfonds vastgesteld en dienen als basis voor de evaluatie van de voortgang van het project;
- d). een redactiestatuut of vergelijkbaar document waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager vanuit onafhankelijkheid opereert en werkt volgens vastgestelde journalistieke uitgangspunten en waarden;
- e). het Kamer van Koophandel nummer;
- f). een onderbouwde berekening, conform een door het Stimuleringsfonds vastgesteld format, die laat zien hoeveel journalistieke fte's er in loondienst of als freelancer werken bij de nieuwsorganisatie in twee opeenvolgende maanden tussen 1 april 2026 en 30 juni 2026;
- g). een de-minimisverklaring, volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld model, over de de-minimissteun en andere staatssteun die de aanvrager heeft ontvangen;
- h). drie producties die symbool staan voor de huidige werkwijze.
Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als deze volledig is. Het Stimuleringsfonds beoordeelt binnen een week na indiening van de aanvraag de volledigheid daarvan. In voorkomend geval krijgt de subsidieaanvrager bericht over ontbrekende gegevens, met de uitnodiging om de ontbrekende gegevens alsnog binnen één week aan te leveren, maar in elk geval voor het einde van de periode als genoemd in artikel 2.3, aan te leveren. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.
Artikel 2.3. Termijn aanvraag
Een aanvraag wordt ingediend in de periode van 10 augustus 2026 tot en met 28 september 2026 om 23:59 uur.
Hoofdstuk 3. Subsidieverlening
Artikel 3.1. Verdeling subsidie
Het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld op basis van een rangschikking van de aanvragen.
Artikel 3.2. Drempelcriteria
Aanvragen worden door het Stimuleringsfonds eerst beoordeeld aan de hand van het volgende drempelcriterium:
- a). de subsidieaanvrager voldoet aan artikel 2.1, eerste lid. Subsidieaanvragers die behoren tot fase 3 worden tevens beoordeeld aan de hand van het volgende drempelcriterium:
- b). 20 procent van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen wordt bekostigd door de subsidieaanvrager zelf.
Als een aanvraag niet aan de drempelcriteria voldoet, wijst het Stimuleringsfonds de aanvraag af.
Artikel 3.3. Inhoudelijke criteria
Alleen indien de aanvraag voldoet aan artikel 3.2, wordt de aanvraag beoordeeld aan de hand van de volgende inhoudelijke criteria:
- a). Redactionele leiding:in welke mate is de redactionele leiding betrokken bij dit project en worden journalisten adequaat begeleid?
- b). Visie: in hoeverre is er sprake van een duidelijke visie op het bedrijven van onderzoeksjournalistiek?
- c). Duurzaamheid: in welke mate worden de opgedane onderzoeksjournalistieke kennis en vaardigheden geborgd binnen de organisatie? In hoeverre is er sprake van een plan om na de subsidieperiode onderzoeksjournalistiek te verankeren binnen de organisatie?
In de toelichting op deze regeling zijn de criteria en de wijze waarop het Stimuleringsfonds de criteria weegt, uitgewerkt.
Artikel 3.4. Beoordeling inhoudelijke criteria en rangschikking
Het Stimuleringsfonds weegt bij de beoordeling van de inhoudelijke criteria van artikel 3.3 mee in welke ontwikkelfase de subsidieaanvrager zich bevindt.
Bij beoordeling van de inhoudelijke criteria 'Redactionele leiding', 'Visie' en 'Duurzaamheid' wordt het oordeel door het Stimuleringsfonds vertaald in een waardering per criterium. Hierbij wordt gewerkt met een systeem waarin deze waardering wordt omgezet in een cijfer. Zowel de waardering als het cijfer staan op zichzelf; aanvragen worden niet direct met elkaar vergeleken.
Het Stimuleringsfonds komt voor iedere aanvraag voor de criteria ‘Redactionele leiding', 'Visie ' en 'Duurzaamheid' tot een gemotiveerde score volgens een vijfpuntenschaal: 1. onvoldoende, 2. matig, 3. voldoende, 4. goed, 5. zeer goed.
De scores per criterium worden bij elkaar opgeteld en vormen zo de totaalscore van de aanvraag.
Per deelplafond als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, wordt een afzonderlijke rangschikking gemaakt. De rangschikking wordt bepaald door het totaal aantal punten dat wordt behaald.
Een aanvraag komt uitsluitend voor rangschikking in aanmerking indien de totaalscore ten minste gelijk is aan de volgende minimumscore:
- a). Fase 1: 7 punten;
- b). Fase 2: 8 punten;
- c). Fase 3: 8 punten.
Aanvragen die deze minimumscore niet behalen, worden afgewezen, ongeacht of het subsidieplafond is bereikt.
Indien het totaalbedrag van de in aanmerking komende aanvragen het toepasselijke deelplafond overschrijdt, wordt het budget voor de aanvragen binnen fase 1 als volgt verdeeld:
- a). de aanvraag die de meeste punten scoort volgens de rangschikking als genoemd in het vijfde lid, wordt als eerste gehonoreerd;
- b). telkens wordt de daaropvolgende aanvraag die de meeste punten scoort, als eerste gehonoreerd;
- c). indien meerdere aanvragen dezelfde score hebben gehaald en honorering van deze aanvragen tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden, dan worden deze gelijk geëindigde aanvragen als volgt gerangschikt:
- i. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium ‘Redactionele leiding’;
- ii. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium 'Visie’;
- iii. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium ‘Duurzaamheid’;
- iv. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van loting door een notaris.
Indien het totaalbedrag van de in aanmerking komende aanvragen het toepasselijke deelplafond overschrijdt, wordt het budget voor aanvragen binnen fase 2 als volgt verdeeld:
- a). de aanvraag die de meeste punten scoort volgens de rangschikking als genoemd in het vijfde lid, wordt als eerste gehonoreerd;
- b). telkens wordt de daaropvolgende aanvraag die de meeste punten scoort, als eerste gehonoreerd;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.