← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag inzake postale financiële diensten

Geldende tekst a fecha 2004-10-11

Gelet op artikel 22, vierde lid, van de op 10 juli 1964 te Wenen totstandgekomen Constitutie van de Wereldpostunie, hebben de ondergetekenden, gevolmachtigden van de Regeringen van de lidstaten van de Unie, in gemeenschappelijk overleg en onder voorbehoud van artikel 25, vierde lid, van genoemde Constitutie, het volgende Verdrag vastgesteld.

HOOFDSTUK I. INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1. Voorwerp van het Verdrag
1.

Dit Verdrag is van toepassing op alle vormen van dienstverlening gericht op de overmaking van postale gelden. De verdragsluitende landen komen in gemeenschappelijk overleg overeen welke producten in dit Verdrag zij van plan zijn in hun wederzijdse betrekkingen aan te bieden.

2.

Niet-postale instanties kunnen, door tussenkomst van de postdienst, de postchequedienst, of een instantie die een netwerk voor de overmaking van postale gelden beheert, deelnemen aan de uitwisselingen waarop de bepalingen van dit Verdrag van toepassing zijn. Deze moeten overleg plegen met de postdienst van hun land om de volledige uitvoering van alle bepalingen van het Verdrag te waarborgen en, in het kader van dit overleg, voor de uitoefening van hun rechten en de nakoming van hun in dit Verdrag vastgelegde verplichtingen in hun hoedanigheid van postale instanties. De postdienst is hun intermediair in hun betrekkingen met de postdiensten van de overige verdragsluitende landen en met het Internationaal Bureau.

Artikel 2. Verschillende diensten die kunnen worden aangeboden
1.

Postwissel

2.

Overschrijving

3.

Postcheque

4.

Opname bij POSTNET-geldautomaten

5.

Overige diensten:

HOOFDSTUK II. INDIENING VAN BETAALOPDRACHTEN

Artikel 3. Uitgifte van acceptgirokaarten en acceptatie van betaalopdrachten (munteenheid, wisselkoers, bedrag)
1.

Behoudens bijzondere afspraken wordt het bedrag van acceptgiro's en betaalopdrachten uitgedrukt in de munteenheid van het land van uitbetaling.

2.

De postdienst van uitgifte stelt de wisselkoers vast van zijn munteenheid in de munteenheid van het land van uitbetaling.

3.

Behoudens besluiten door de betrokken postdiensten is het bedrag van de overmaking van gelden onbeperkt.

4.

Het staat de postdienst van uitgifte volledig vrij de documenten en wijze van indiening van acceptgiro's en betaalopdrachten vast te stellen, behalve wanneer deze langs postale weg moeten worden overgemaakt. In dat geval mogen uitsluitend de in de Regeling bedoelde formulieren worden gebruikt.

5.

De via telecommunicatie te verzenden acceptgiro's en betaalopdrachten zijn onderworpen aan de bepalingen van het reglement inzake internationale telecommunicatie.

Artikel 4. Heffingen
1.

De postdienst van uitgifte bepaalt vrijelijk de bij uitgifte op te leggen heffing. Aan deze hoofdheffing kunnen eventueel heffingen worden toegevoegd die samenhangen met de aan de afzender verleende bijzondere diensten.

2.

De postdienst van uitgifte kan, na overleg met de met de betaling belaste postdienst, aan de afzender, op zijn verzoek heffingen opleggen die samenhangen met de aan de begunstigde verleende bijzondere diensten. Het bedrag van deze heffingen wordt teruggestort bij de met de betaling belaste postdienst.

3.

De overmaking van gelden die, door tussenkomst van een land dat partij is bij deze Regeling, tussen een land dat partij is en een land dat geen partij is worden uitgewisseld, kunnen door de tussenkomende postdienst worden onderworpen aan een extra heffing, die door deze laatste dienst wordt vastgesteld aan de hand van de kosten van de door hem verrichte transacties, waarvan het bedrag door de betrokken postdiensten wordt overeengekomen en op het bedrag van de acceptgiro in mindering wordt gebracht; deze heffing kan evenwel aan de afzender worden opgelegd en aan de postdienst van het tussenkomende land worden toegekend indien de betrokken postdiensten hiertoe overeenstemming hebben bereikt.

4.

Indien ingevolge de bepalingen van de Regeling duplicaten van betaalopdrachten kunnen worden verlangd en indien de postdiensten geen fouten hebben gemaakt, kan hiervoor door de postdienst bij welke een verzoek is gedaan een heffing worden opgelegd aan de afzender of de begunstigde, behalve wanneer deze heffing reeds is opgelegd voor het bericht van betaling.

5.

Documenten, acceptgiro's en betaalopdrachten die betrekking hebben op de overmaking langs postale weg van tussen de postdiensten uitgewisselde postale gelden zijn, onder de in de artikelen 8.2 en 3.1 tot en met 3.3 van het Verdrag bedoelde voorwaarden, vrijgesteld van alle heffingen.

HOOFDSTUK III. VERZENDING VAN BETAALOPDRACHTEN

Artikel 5. Middelen voor uitwisseling
1.

De uitwisseling langs postale weg vindt rechtstreeks plaats tussen kantoor van uitgifte en kantoor van uitbetaling of door tussenkomst van uitwisselingskantoren, door middel van de in de Regeling bedoelde formulieren.

2.

De uitwisseling door middel van telecommunicatie vindt plaats door middel van rechtstreekse verzending aan een kantoor van uitbetaling of aan een uitwisselingskantoor, mits alle nodige maatregelen met betrekking tot de veiligheid van de uitwisselingen op basis van onderlinge overeenstemming tussen de betrokken postdiensten in acht worden genomen.

3.

De overmakingen van gelden kunnen aan het land van uitbetaling worden aangeboden op magneetbanden of op elke andere tussen de postdiensten overeengekomen drager. De postdiensten van uitbetaling zijn vrij in hun keuze van de formulieren die zij gebruiken waarop de in contanten aan de begunstigden uit te betalen bedragen vermeld staan.

4.

Alle overmakingen kunnen worden gedaan via elektronische netwerken, al naar gelang de door de betrokken postdiensten gehanteerde bijzondere conventies.

5.

De postdiensten kunnen overeenkomen andere middelen voor uitwisseling te gebruiken dan de in artikel 5.1 tot en met 5.4 bedoelde middelen.

HOOFDSTUK IV. BEHANDELING IN HET LAND VAN UITBETALING EN KLACHTEN

Artikel 6. Uitbetaling
1.

In beginsel moet het volledige bedrag van de wissel aan de begunstigde worden uitbetaald; indien de begunstigde om aanvullende bijzondere diensten verzoekt, kunnen facultatieve heffingen worden opgelegd.

2.

De geldigheid van wissels bedraagt:

3.

Na deze termijn worden door het kantoor van uitbetaling ontvangen wissels slechts uitbetaald wanneer deze op verzoek van het kantoor van uitbetaling zijn voorzien van een door de postdienst van uitgifte aangewezen dienst aangebrachte verklaring tot verlenging van de geldigheid (visa pour date). Deze verklaring voorziet wissels, vanaf de datum waarop de verklaring wordt afgegeven, van een nieuwe geldigheidstermijn die gelijk is aan die van een wissel die op dezelfde dag zou zijn uitgegeven. Van wissels die op de in artikel 5.3 bedoelde wijze door de postdiensten van uitbetaling worden ontvangen, mag de geldigheidstermijn niet worden verlengd.

4.

Indien de niet-betaling van een wissel vóór het verstrijken van de geldigheidsduur niet het gevolg is van een fout van de dienst kan een toeslag voor verlenging van de geldigheid worden geheven, die door de postdienst van uitbetaling wordt vastgesteld.

5.

De uitbetaling van wissels vindt plaats op basis van de regelgeving van het land van uitbetaling.

Artikel 7. Klachten
1.

De bepalingen van artikel 30 van het Verdrag zijn van toepassing.

Artikel 8. Aansprakelijkheid
1.

Beginsel en reikwijdte van de aansprakelijkheid

HOOFDSTUK V. AFTREK, CLEARANCE-REKENINGEN

Artikel 9. Vergoeding van de postdienst van uitbetaling
1.

Voor elke uitbetaalde wissel kent de postdienst van uitgifte aan de postdienst van betaling een vergoeding toe, waarvan het bedrag afhankelijk van het gemiddelde maandbedrag van de wissels op een en dezelfde rekening wordt vastgesteld in de Regeling.

2.

In plaats van de in artikel 9.1 bedoelde bedragen kunnen de postdiensten andere vergoedingen overeenkomen of een forfaitaire vergoeding vaststellen voor elke verrichte uitbetaling.

3.

Voor elke overboeking kan de postdienst van bestemming de storting van een aankomsttoeslag verlangen. Deze toeslag kan hetzij worden afgeschreven van de rekening van de begunstigde, hetzij worden betaald door de postdienst van uitgifte door afschrijving van zijn clearance-rekening.

4.

Voor de overmaking van gelden met ontheffing van toeslag worden geen vergoedingen betaald.

5.

Indien de betrokken postdiensten hierover overeenstemming hebben bereikt, kunnen de overmakingen van noodfondsen die door de postdienst van uitgifte zijn vrijgesteld van toeslagen, van vergoeding worden vrijgesteld.

Artikel 10. Financiële betrekkingen tussen de deelnemende postdiensten
1.

De postdiensten komen onderling de te gebruiken technische middelen overeen om hun schulden te vereffenen.

2.

De clearance-rekening

3.

Maandrekening

4.

Door geen enkele eenzijdige maatregel zoals een moratorium, overmakingsverbod, enz. kan inbreuk worden gemaakt op de bepalingen van dit artikel en de daaruit voortvloeiende bepalingen van de Regeling.

HOOFDSTUK VI. DE POSTCHEQUE

Artikel 11. Werking van postcheques
1.

Afgifte van postcheques

2.

Uitbetaling

3.

Aansprakelijkheid

4.

Vergoeding van de postdienst van uitbetaling

HOOFDSTUK VII. HET POSTNET-NETWERK

Artikel 12. Voorwaarden voor toetreding en deelname
1.

Voor de toetreding tot het netwerk is de ondertekening van het POSTNET-verdrag vereist en de betaling van een toegangsrecht.

2.

De voorwaarden voor toetreding tot en deelname aan de dienst zijn vastgesteld in het POSTNET-verdrag.

HOOFDSTUK VIII. REMBOURSZENDINGEN

Artikel 13. Omschrijving van de dienst
1.

Op basis van bilaterale akkoorden kunnen gewone briefpostzendingen, aangetekende briefpostzendingen met waardeaangifte en gewone postpakketten met waardeaangifte onder rembours worden verzonden.

2.

De instantie die de zending heeft besteld draagt de gelden over aan de postale financiële instelling en verzoekt om betaling van het bedrag aan de begunstigde.

HOOFDSTUK IX. DIVERSE BEPALINGEN

Artikel 14. Verzoek om opening van een girorekening in het buitenland
1.

Bij de opening van een girorekening in het buitenland en in het kader van de gebruikelijke verificaties betreffende de verzoeker, plegen de postale en niet-postale financiële instellingen van de landen die partij zijn bij dit Verdrag bilateraal overleg inzake de bijstand die zij elkaar kunnen verlenen.

HOOFDSTUK X. SLOTBEPALINGEN

Artikel 15. Slotbepalingen
1.

Het Verdrag is in voorkomend geval mutatis mutandis van toepassing op alles wat niet uitdrukkelijk in dit Verdrag is geregeld.

2.

Artikel 4 van de Constitutie is niet van toepassing op dit Verdrag.

3.

Voorwaarden voor goedkeuring van voorstellen met betrekking tot dit Verdrag

4.

Dit Verdrag treedt in werking op 1 januari 2001 en blijft van kracht tot de inwerkingtreding van de Akten van het volgende Congres.

EN FOI DE QUOI, les Plénipotentiaires des Gouvernements des pays contractants ont signé le présent Arrangement en un exemplaire qui est déposé auprès du Directeur général du Bureau international. Une copie en sera remise à chaque Partie par le Gouvernement du pays siège du Congrès.

FAIT à Beijing, le 15 septembre 1999.