Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
De Verdragsluitende Regeringen,
Geleid door de wens de beveiliging van mensenlevens op zee te bevorderen door in onderlinge overeenstemming hiertoe dienende eenvormige beginselen en voorschriften vast te stellen,
Overwegend dat dit doel het best kan worden bereikt door het sluiten van een Verdrag ter vervanging van het Internationale Verdrag voor de Beveiliging van Mensenlevens op Zee, 1960, met inachtneming van de ontwikkelingen sedert dat Verdrag werd gesloten,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel I. Algemene verplichtingen krachtens het Verdrag
(a). De Verdragsluitende Regeringen verbinden zich uitvoering te geven aan de bepalingen van dit Verdrag, en van de Bijlage daarbij, die een integrerend deel vormt van dit Verdrag.
Elke verwijzing naar dit Verdrag houdt terzelfder tijd een verwijzing naar de Bijlage in.
(b). De Verdragsluitende Regeringen verbinden zich, alle wetten, besluiten, beschikkingen en voorschriften uit te vaardigen en alle andere maatregelen te nemen, die nodig zijn voor de volledige tenuitvoerlegging van dit Verdrag ten einde te verzekeren dat, uit een oogpunt van de beveiliging van mensenlevens, een schip geschikt is voor de dienst waarvoor het is bestemd.
Artikel II. Toepassing
Dit Verdrag is van toepassing op schepen die gerechtigd zijn de vlag te voeren van Staten waarvan de Regeringen Verdragsluitende Regeringen zijn.
Artikel III. Wetten, Voorschriften
De Verdragsluitende Regeringen verbinden zich aan de Secretaris-Generaal van de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie (hierna te noemen de Organisatie) toe te zenden en aldaar te deponeren:
- (a). een lijst van niet-gouvernementele organisaties die gemachtigd zijn namens hen te handelen bij de toepassing van maatregelen betreffende de beveiliging van mensenlevens op zee, ten einde deze lijst mede te delen aan de Verdragsluitende Regeringen, die haar ter kennis brengen van hun ambtenaren;
- (b). de tekst van de terzake van de verschillende onderwerpen binnen de werkingssfeer van dit Verdrag uit te vaardigen wetten, besluiten, beschikkingen en voorschriften;
- (c). een voldoende aantal exemplaren van hun certificaten, die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag worden uitgereikt, ten einde deze toe te zenden aan de Verdragsluitende Regeringen, die ze ter kennis brengen van hun ambtenaren.
Artikel IV. Gevallen van overmacht
(a). Een schip dat bij de aanvang van een reis niet onderworpen is aan de bepalingen van dit Verdrag, zal dit ook niet worden tengevolge van een afwijking van zijn voorgenomen route, die is te wijten aan slecht weer of enige andere vorm van overmacht.
(b). Personen die aan boord zijn door overmacht of tengevolge van de verplichtingen van de kapitein schipbreukelingen of andere personen te vervoeren, mogen niet in aanmerking worden genomen bij de vraag of een schip voldoet aan de bepalingen van dit Verdrag.
Artikel V. Vervoer van personen in geval van nood
(a). Ten einde de evacuatie van personen wier leven gevaar loopt te kunnen verzekeren, kan een Verdragsluitende Regering toestaan, een groter aantal personen met haar schepen te vervoeren dan volgens dit Verdrag anders is toegelaten.
(b). Een dergelijke toestemming ontneemt de andere Verdragsluitende Regeringen niet het hun overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag toekomende recht van controle op zulke schepen, wanneer die schepen in hun havens komen.
(c). De Verdragsluitende Regering die een dergelijke toestemming geeft, moet hiervan kennisgeven aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie onder vermelding van de omstandigheden.
Artikel VI. Eerder gesloten Verdragen en Overeenkomsten
(a). Dit Verdrag vervangt en beëindigt voor de Verdragsluitende Regeringen het Internationale Verdrag voor de Beveiliging van Mensenlevens op Zee, ondertekend te Londen op 17 juni 1960.
(b). Alle andere verdragen, overeenkomsten en regelingen, betrekking hebbende op de beveiliging van mensenlevens op zee of op aanverwante aangelegenheden die thans van kracht zijn tussen Regeringen die partij zijn bij dit Verdrag, zullen gedurende de hiervoor vastgestelde tijd volledig van kracht blijven, voor zover het betreft:
- (i). schepen waarop dit Verdrag niet van toepassing is;
- (ii). schepen waarop dit Verdrag van toepassing is, ten aanzien van aangelegenheden, waarin niet uitdrukkelijk is voorzien in dit Verdrag.
(c). Echter zullen de bepalingen van dit Verdrag prevaleren, ingeval eerdergenoemde verdragen, overeenkomsten of regelingen in strijd zijn met de bepalingen van dit Verdrag.
(d). Alle aangelegenheden die niet uitdrukkelijk zijn geregeld in dit Verdrag, blijven onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Regeringen.
Artikel VII. Bijzondere regelingen bij overeenkomst getroffen
Wanneer overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag tussen alle of sommige van de Verdragsluitende Regeringen bij overeenkomst bijzondere regelingen worden getroffen, moeten deze regelingen aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie worden medegedeeld, ten einde deze ter kennis te brengen van alle Verdragsluitende Regeringen.
Artikel VIII. Wijzigingen
(a). Dit Verdrag kan worden gewijzigd door middel van een van de twee der in de volgende leden aangegeven procedures.
(b). Wijzigingen na bestudering binnen de Organisatie:
- (i). Elke door een Verdragsluitende Regering voorgestelde wijziging wordt ingediend bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie, die deze dan ten minste zes maanden voordat zij behandeld zal worden toezendt aan alle Leden van de Organisatie en aan alle Verdragsluitende Regeringen,
- (ii). Elke op de hierboven aangegeven wijze voorgestelde en toegezonden wijziging wordt voorgelegd aan de Maritieme Veiligheidscommissie van de Organisatie ter behandeling.
- (iii). Verdragsluitende Regeringen van Staten, ongeacht of zij Lid zijn van de Organisatie, zijn gerechtigd deel te nemen aan de besprekingen van de Maritieme Veiligheidscommissie voor de bestudering en aanneming van wijzigingen.
- (iv). Wijzigingen worden aangenomen met een twee derde meerderheid van de Verdragsluitende Regeringen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen in de Maritieme Veiligheidscommissie, die is uitgebreid zoals bepaald onder (iii) van dit lid (hierna te noemen „de uitgebreide Maritieme Veiligheidscommissie”), op voorwaarde dat ten minste een derde van de Verdragsluitende Regeringen aanwezig is op het tijdstip van stemming,
- (v). Overeenkomstig het bepaalde onder (iv) van dit lid aangenomen wijzigingen worden door de Secretaris-Generaal van de Organisatie ter kennis gebracht van alle Verdragsluitende Regeringen ten einde aanvaarding te verkrijgen.
- (vi). Indien evenwel binnen de aangegeven periode hetzij meer dan een derde van de Verdragsluitende Regeringen, hetzij Verdragsluitende Regeringen waarvan de gezamenlijke koopvaardijvloten niet minder dan vijftig percent van de bruto tonnage van de wereldkoopvaardijvloot vormen, de Secretaris-Generaal van de Organisatie ervan in kennis stellen, dat zij bezwaar hebben tegen de wijziging, wordt deze wijziging geacht niet te zijn aanvaard.
- (1). Een wijziging van een artikel van het Verdrag of van Hoofdstuk I van de Bijlage wordt geacht te zijn aanvaard op de datum waarop zij is aanvaard door twee derde van de Verdragsluitende Regeringen.
- (2). Een wijziging van de Bijlage, behalve van Hoofdstuk I, wordt geacht te zijn aanvaard:
- (aa). na afloop van twee jaar van de datum waarop zij ter kennis van de Verdragsluitende Regeringen is gebracht ten einde aanvaarding te verkrijgen; of
- (bb). aan het einde van een andere periode, die niet korter mag zijn dan een jaar, indien zulks is bepaald op het tijdstip van aanneming ervan met een twee derde meerderheid van de Verdragsluitende Regeringen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen in de uitgebreide Maritieme Veiligheidscommissie.
- (vii).
- (1). Een wijziging van een artikel van het Verdrag of van Hoofdstuk I van de Bijlage treedt in werking ten aanzien van die Verdragsluitende Regeringen die haar hebben aanvaard, zes maanden na de datum waarop zij geacht wordt te zijn aanvaard en ten aanzien van elke Verdragsluitende Regering die haar na die datum aanvaardt, zes maanden na de datum van aanvaarding door die Verdragsluitende Regering.
- (2). Een wijziging van de Bijlage, behalve van Hoofdstuk I, treedt in werking ten aanzien van alle Verdragsluitende Regeringen, behalve die welke bezwaar tegen de wijziging hebben gemaakt krachtens het bepaalde onder (vi) (2) van dit lid en die deze bezwaren niet hebben ingetrokken, zes maanden na de datum waarop zij wordt geacht te zijn aanvaard. Vóór de datum die is vastgesteld voor de inwerkingtreding, kan elke Verdragsluitende Regering de Secretaris-Generaal van de Organisatie ervan in kennis stellen dat zij zich onthoudt van het geven van uitvoering aan deze wijziging voor een periode van niet langer dan een jaar te rekenen van de datum van de inwerkingtreding ervan, of voor een langere periode, vast te stellen met een twee derde meerderheid van de Verdragsluitende Regeringen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen in de uitgebreide Maritieme Veiligheidscommissie op het tijdstip van aanneming van de wijziging.
(c). Wijziging door een Conferentie:
- (i). Op verzoek van een Verdragsluitende Regeringe, waarmede door ten minste een derde van de Verdragsluitende Regeringen wordt ingestemd, wordt door de Organisatie een Conferentie van Verdragsluitende Regeringen bijeengeroepen ten einde wijzigingen van dit Verdrag te bestuderen.
- (ii). Iedere door een zodanige Conferentie met een twee derde meerderheid van de Verdragsluitende Regeringen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen, aangenomen wijziging wordt door de Secretaris-Generaal van de Organisatie ter kennis gebracht van alle Verdragsluitende Regeringen ten einde aanvaarding te verkrijgen.
- (iii). Tenzij de Conferentie anders besluit, wordt de wijziging geacht te zijn aanvaard en treedt zij in werking overeenkomstig de procedures aangegeven in onderscheidenlijk letters (b) (vi) en (b) (vii) van dit artikel, met dien verstande dat de verwijzingen daarin naar de uitgebreide Maritieme Veiligheidscommissie worden verstaan als verwijzingen naar de Conferentie.
- (i). Een Verdragsluitende Regering die een wijziging van de Bijlage die in werking is getreden, heeft aanvaard, is niet verplicht de toepassing van dit Verdrag uit te strekken tot de certificaten afgegeven ten behoeve van een schip dat gerechtigd is de vlag te voeren van een Staat waarvan de Regering, ingevolge het bepaalde in letter (b) (vi) (2) van dit artikel, bezwaar heeft gemaakt tegen de wijziging en dit bezwaar niet heeft ingetrokken, doch alleen voor zover de certificaten betrekking hebben op aangelegenheden die vallen onder de desbetreffende wijziging.
- (ii). Een Verdragsluitende Regering die een wijziging van de Bijlage die in werking is getreden, heeft aanvaard, strekt de toepassing van dit Verdrag uit tot de certificaten afgegeven ten behoeve van een schip dat gerechtigd is de vlag te voeren van een Staat waarvan de Regering, ingevolge het bepaalde in letter (b) (vi) (2) van dit artikel, de Secretaris-Generaal van de Organisatie heeft medegedeeld dat zij zich ontheven acht van de verplichting de wijziging ten uitvoer te leggen.
(e). Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, is een krachtens dit artikel tot stand gekomen wijziging van dit Verdrag, die betrekking heeft op de constructie van een schip, alleen van toepassing op schepen waarvan de kiel is gelegd of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt, op of na de datum waarop die wijziging in werking treedt.
(f). Elke verklaring van aanvaarding van of van bezwaar tegen een wijziging, of elke kennisgeving gedaan krachtens het bepaalde in letter (b) (vii) (2) van dit artikel, wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de Secretaris-Generaal van de Organisatie, die alle Verdragsluitende Regeringen in kennis stelt van een zodanige kennisgeving en van de datum van ontvangst ervan.
(g). De Secretaris-Generaal van de Organisatie stelt alle Verdragsluitende Regeringen in kennis van wijzigingen die krachtens dit artikel in werking treden, alsmede van de datum waarop elke wijziging in werking treedt.
Artikel IX. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding
(a). Dit Verdrag blijft open voor ondertekening op het hoofdkantoor van de Organisatie van 1 november 1974 tot 1 juli 1975 en blijft daarna open voor toetreding. Staten kunnen partij bij dit Verdrag worden door:
- (i). ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
- (ii). ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
- (iii). toetreding.
(b). Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door de nederlegging van een hiertoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
(c). De Secretaris-Generaal van de Organisatie doet de Regeringen van alle Staten die dit Verdrag hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden mededeling van iedere ondertekening of van de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, alsmede van de datum van nederlegging daarvan.
Artikel X. Inwerkingtreding
(a). Dit Verdrag treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop niet minder dan vijfentwintig Staten, waarvan de gezamenlijke koopvaardijvloten niet minder dan vijftig percent van de bruto tonnage van de wereldkoopvaardijvloot vormen, partij daarbij zijn geworden overeenkomstig artikel IX.
(b). Iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nedergelegd na de datum waarop dit Verdrag in werking treedt, wordt van kracht drie maanden na de datum van nederlegging.
(c). Na de datum waarop een wijziging van dit Verdrag wordt geacht te zijn aanvaard krachtens artikel VIII, heeft iedere nedergelegde akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding betrekking op het gewijzigde Verdrag.
Artikel XI. Opzegging
(a). Een Verdragsluitende Regering kan dit Verdrag na verloop van vijf jaar na de datum waarop het voor die Regering in werking is getreden te allen tijde opzeggen.
(b). Opzegging geschiedt door de nederlegging van een akte van opzegging bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie, die alle andere Verdragsluitende Regeringen in kennis stelt van iedere ontvangen akte van opzegging en van de datum van ontvangst daarvan, alsmede van de datum waarop deze opzegging van kracht wordt.
(c). Een opzegging wordt van kracht één jaar, of een langere periode als is aangegeven in de akte van bekrachtiging, na ontvangst ervan door de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
Artikel XII. Nederlegging en registratie
(a). Dit Verdrag wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan toezendt aan de Regeringen van alle Staten die het hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden.
(b). Zodra dit Verdrag in werking treedt, wordt de tekst door de Secretaris-Generaal van de Organisatie toegezonden aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties voor registratie en publikatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.
Artikel XIII. Talen
Dit Verdrag is opgesteld in een enkel exemplaar in de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. Er zullen officiële vertalingen worden vervaardigd in de Arabische, de Duitse en de Italiaanse taal, welke vertalingen worden nedergelegd bij het ondertekende origineel.
HOOFDSTUK I. ALGEMENE VOORZIENINGEN
DEEL A. - TOEPASSING, BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN, ENZ.
Voorschrift 1. Toepassing
- (a). Deze voorschriften zijn, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, slechts van toepassing op schepen die internationale reizen maken.
- (b). De soorten van schepen waarop ieder hoofdstuk van toepassing is, zijn nader aangeduid, en de mate van toepassing wordt in ieder hoofdstuk omschreven.
Voorschrift 2. Omschrijvingen
Bij toepassing van deze voorschriften gelden, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, de volgende omschrijvingen:
- (a). „Voorschriften” zijn de voorschriften vervat in de Bijlage bij dit Verdrag.
- (b). „Administratie” betekent de Regering van de Staat welks vlag het schip gerechtigd is te voeren.
- (c). „Goedgekeurd” betekent goedgekeurd door de Administratie.
- (d). „Internationale reis” betekent een reis van een land waarop dit Verdrag van toepassing is, naar een haven buiten dit land, of omgekeerd.
- (e). Een passagier is iedere persoon aan boord, behalve:
- (i). de kapitein en de leden van de bemanning of andere personen die, in welke hoedanigheid dan ook, in dienst of te werk gesteld zijn aan boord van een schip ten behoeve van dat schip; en
- (ii). een kind beneden de leeftijd van één jaar.
- (f). Een passagiersschip is een schip dat meer dan 12 passagiers vervoert.
- (g). Een vrachtschip is elk schip dat geen passagiersschip is.
- (h). Een tankschip is een vrachtschip dat is gebouwd of geschikt gemaakt voor het vervoer van vloeibare lading van ontvlambare aard in bulk.
- (i). Een vissersvaartuig is een vaartuig dat gebezigd wordt voor het vangen van vis, walvissen, zeehonden, walrussen of andere levende rijkdommen van de zee.
- (j). Een reactorschip is een schip dat is voorzien van een kernreactor-installatie.
- (k). „Nieuw schip” betekent een schip waarvan de kiel is gelegd of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt, op of na 25 mei 1980.
- (l). „Bestaand schip” betekent een schip dat geen nieuw schip is.
- (m). Een zeemijl is 1852 meter of 6080 voet.
- (n). „Leeftijd van een schip” betekent de tijd verlopen, gerekend vanaf het bouwjaar zoals aangegeven op de registratiebewijzen van het schip.
- (n). „Verjaardatum” betekent de dag en de maand van elk jaar overeenkomend met de vervaldatum van het desbetreffende certificaat.
Voorschrift 3. Uitzonderingen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.