Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

Type Verdrag
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Verdragsluitende Regeringen,

Geleid door de wens de beveiliging van mensenlevens op zee te bevorderen door in onderlinge overeenstemming hiertoe dienende eenvormige beginselen en voorschriften vast te stellen,

Overwegend dat dit doel het best kan worden bereikt door het sluiten van een Verdrag ter vervanging van het Internationale Verdrag voor de Beveiliging van Mensenlevens op Zee, 1960, met inachtneming van de ontwikkelingen sedert dat Verdrag werd gesloten,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel I. Algemene verplichtingen krachtens het Verdrag

(a). De Verdragsluitende Regeringen verbinden zich uitvoering te geven aan de bepalingen van dit Verdrag, en van de Bijlage daarbij, die een integrerend deel vormt van dit Verdrag.

Elke verwijzing naar dit Verdrag houdt terzelfder tijd een verwijzing naar de Bijlage in.

(b). De Verdragsluitende Regeringen verbinden zich, alle wetten, besluiten, beschikkingen en voorschriften uit te vaardigen en alle andere maatregelen te nemen, die nodig zijn voor de volledige tenuitvoerlegging van dit Verdrag ten einde te verzekeren dat, uit een oogpunt van de beveiliging van mensenlevens, een schip geschikt is voor de dienst waarvoor het is bestemd.

Artikel II. Toepassing

Dit Verdrag is van toepassing op schepen die gerechtigd zijn de vlag te voeren van Staten waarvan de Regeringen Verdragsluitende Regeringen zijn.

Artikel III. Wetten, Voorschriften

De Verdragsluitende Regeringen verbinden zich aan de Secretaris-Generaal van de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie (hierna te noemen de Organisatie) toe te zenden en aldaar te deponeren:

Artikel IV. Gevallen van overmacht

(a). Een schip dat bij de aanvang van een reis niet onderworpen is aan de bepalingen van dit Verdrag, zal dit ook niet worden tengevolge van een afwijking van zijn voorgenomen route, die is te wijten aan slecht weer of enige andere vorm van overmacht.

(b). Personen die aan boord zijn door overmacht of tengevolge van de verplichtingen van de kapitein schipbreukelingen of andere personen te vervoeren, mogen niet in aanmerking worden genomen bij de vraag of een schip voldoet aan de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel V. Vervoer van personen in geval van nood

(a). Ten einde de evacuatie van personen wier leven gevaar loopt te kunnen verzekeren, kan een Verdragsluitende Regering toestaan, een groter aantal personen met haar schepen te vervoeren dan volgens dit Verdrag anders is toegelaten.

(b). Een dergelijke toestemming ontneemt de andere Verdragsluitende Regeringen niet het hun overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag toekomende recht van controle op zulke schepen, wanneer die schepen in hun havens komen.

(c). De Verdragsluitende Regering die een dergelijke toestemming geeft, moet hiervan kennisgeven aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie onder vermelding van de omstandigheden.

Artikel VI. Eerder gesloten Verdragen en Overeenkomsten

(a). Dit Verdrag vervangt en beëindigt voor de Verdragsluitende Regeringen het Internationale Verdrag voor de Beveiliging van Mensenlevens op Zee, ondertekend te Londen op 17 juni 1960.

(b). Alle andere verdragen, overeenkomsten en regelingen, betrekking hebbende op de beveiliging van mensenlevens op zee of op aanverwante aangelegenheden die thans van kracht zijn tussen Regeringen die partij zijn bij dit Verdrag, zullen gedurende de hiervoor vastgestelde tijd volledig van kracht blijven, voor zover het betreft:

(c). Echter zullen de bepalingen van dit Verdrag prevaleren, ingeval eerdergenoemde verdragen, overeenkomsten of regelingen in strijd zijn met de bepalingen van dit Verdrag.

(d). Alle aangelegenheden die niet uitdrukkelijk zijn geregeld in dit Verdrag, blijven onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Regeringen.

Artikel VII. Bijzondere regelingen bij overeenkomst getroffen

Wanneer overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag tussen alle of sommige van de Verdragsluitende Regeringen bij overeenkomst bijzondere regelingen worden getroffen, moeten deze regelingen aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie worden medegedeeld, ten einde deze ter kennis te brengen van alle Verdragsluitende Regeringen.

Artikel VIII. Wijzigingen

(a). Dit Verdrag kan worden gewijzigd door middel van een van de twee der in de volgende leden aangegeven procedures.

(b). Wijzigingen na bestudering binnen de Organisatie:

(c). Wijziging door een Conferentie:

(e). Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, is een krachtens dit artikel tot stand gekomen wijziging van dit Verdrag, die betrekking heeft op de constructie van een schip, alleen van toepassing op schepen waarvan de kiel is gelegd of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt, op of na de datum waarop die wijziging in werking treedt.

(f). Elke verklaring van aanvaarding van of van bezwaar tegen een wijziging, of elke kennisgeving gedaan krachtens het bepaalde in letter (b) (vii) (2) van dit artikel, wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de Secretaris-Generaal van de Organisatie, die alle Verdragsluitende Regeringen in kennis stelt van een zodanige kennisgeving en van de datum van ontvangst ervan.

(g). De Secretaris-Generaal van de Organisatie stelt alle Verdragsluitende Regeringen in kennis van wijzigingen die krachtens dit artikel in werking treden, alsmede van de datum waarop elke wijziging in werking treedt.

Artikel IX. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding

(a). Dit Verdrag blijft open voor ondertekening op het hoofdkantoor van de Organisatie van 1 november 1974 tot 1 juli 1975 en blijft daarna open voor toetreding. Staten kunnen partij bij dit Verdrag worden door:

(b). Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door de nederlegging van een hiertoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

(c). De Secretaris-Generaal van de Organisatie doet de Regeringen van alle Staten die dit Verdrag hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden mededeling van iedere ondertekening of van de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, alsmede van de datum van nederlegging daarvan.

Artikel X. Inwerkingtreding

(a). Dit Verdrag treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop niet minder dan vijfentwintig Staten, waarvan de gezamenlijke koopvaardijvloten niet minder dan vijftig percent van de bruto tonnage van de wereldkoopvaardijvloot vormen, partij daarbij zijn geworden overeenkomstig artikel IX.

(b). Iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nedergelegd na de datum waarop dit Verdrag in werking treedt, wordt van kracht drie maanden na de datum van nederlegging.

(c). Na de datum waarop een wijziging van dit Verdrag wordt geacht te zijn aanvaard krachtens artikel VIII, heeft iedere nedergelegde akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding betrekking op het gewijzigde Verdrag.

Artikel XI. Opzegging

(a). Een Verdragsluitende Regering kan dit Verdrag na verloop van vijf jaar na de datum waarop het voor die Regering in werking is getreden te allen tijde opzeggen.

(b). Opzegging geschiedt door de nederlegging van een akte van opzegging bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie, die alle andere Verdragsluitende Regeringen in kennis stelt van iedere ontvangen akte van opzegging en van de datum van ontvangst daarvan, alsmede van de datum waarop deze opzegging van kracht wordt.

(c). Een opzegging wordt van kracht één jaar, of een langere periode als is aangegeven in de akte van bekrachtiging, na ontvangst ervan door de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

Artikel XII. Nederlegging en registratie

(a). Dit Verdrag wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan toezendt aan de Regeringen van alle Staten die het hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden.

(b). Zodra dit Verdrag in werking treedt, wordt de tekst door de Secretaris-Generaal van de Organisatie toegezonden aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties voor registratie en publikatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.

Artikel XIII. Talen

Dit Verdrag is opgesteld in een enkel exemplaar in de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. Er zullen officiële vertalingen worden vervaardigd in de Arabische, de Duitse en de Italiaanse taal, welke vertalingen worden nedergelegd bij het ondertekende origineel.

HOOFDSTUK I. ALGEMENE VOORZIENINGEN

DEEL A. - TOEPASSING, BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN, ENZ.

Voorschrift 1. Toepassing
Voorschrift 2. Omschrijvingen

Bij toepassing van deze voorschriften gelden, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, de volgende omschrijvingen:

Voorschrift 3. Uitzonderingen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.