← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag inzake postale financiële diensten

Geldende tekst a fecha 2008-08-12

Gelet op artikel 22.4 van de op 10 juli 1964 te Wenen tot stand gekomen Constitutie van de Wereldpostunie, hebben de ondergetekenden, gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten van de Unie, in gemeenschappelijk overleg en onder voorbehoud van artikel 25.4 van genoemde Constitutie, het volgende Verdrag vastgesteld, dat aansluit bij de beginselen van genoemde Constitutie teneinde een beveiligde postale financiële dienst in te stellen, die is aangepast aan en toegankelijk is voor een zo groot mogelijk aantal gebruikers, op basis van een systeem dat interoperabiliteit met de netwerken van de aangewezen marktdeelnemers mogelijk maakt.

DEEL I. OP DE POSTALE FINANCIËLE DIENSTEN VAN TOEPASSING ZIJNDE GEMEENSCHAPPELIJKE BEGINSELEN

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Reikwijdte van het Verdrag
1.

Elke lidstaat stelt al het mogelijke in het werk om ervoor te zorgen dat ten minste één van de volgende postale financiële diensten op zijn grondgebied wordt verzorgd:

2.

De maatregelen ter uitvoering van dit Verdrag worden vastgelegd in de Regeling.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen
1.

Bevoegde autoriteit: elke nationale autoriteit van een lidstaat die, ingevolge bij wet- of regelgeving verleende bevoegdheden, toezicht houdt op de activiteit van de aangewezen aanbieder of van de in dit artikel bedoelde personen. De bevoegde autoriteit kan een beroep doen op de bestuurlijke of gerechtelijke autoriteiten die betrokken zijn bij de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, in het bijzonder op de nationale financiële-inlichtingeneenheid en op de toezichthoudende autoriteiten.

2.

Voorschot:g edeeltelijke, vervroegde storting door de aangewezen aanbieder van uitschrijving ten gunste van de aangewezen aanbieder van uitbetaling ter financiële verlichting van de postale financiële diensten van de aangewezen aanbieder van uitbetaling.

3.

Witwassen van geld: omwisseling of overdracht van deviezen door een instantie of individu die weet dat deze deviezen afkomstig zijn van een criminele activiteit of deelneming aan een dergelijke activiteit, met het oogmerk de onrechtmatige herkomst ervan te verbergen of te verhullen of personen die hebben deelgenomen aan de voortzetting van deze activiteit te helpen zich aan de juridische gevolgen van hun handelingen te onttrekken; het witwassen van geld moet zelfs als zodanig worden aangemerkt wanneer de activiteiten waaruit de wit te wassen goederen voortkomen, worden vervolgd op het grondgebied van een andere lidstaat of van een derde land.

4.

Afscheiding: verplichte scheiding van de gelden van gebruikers van die van de aangewezen aanbieder, ter voorkoming van het gebruik van de gelden van gebruikers voor andere doeleinden dan de uitvoering van de transacties door de postale financiële diensten.

5.

Clearinghouse: in het kader van multilaterale uitwisselingen behandelt een clearinghouse de wederzijdse schulden en vorderingen die voortvloeien uit de diensten die door de ene aanbieder ten gunste van een andere aanbieder worden geleverd. De taak van een clearinghouse is het bijhouden van de uitwisselingen tussen de aanbieders, waarvan de vereffening geschiedt via een vereffeningsbank, alsmede het nemen van de nodige maatregelen in geval van problemen bij de vereffening.

6.

Clearing: systeem waarmee het aantal door de instelling te verrichten betalingen van de periodieke debet- en creditsaldi van de betrokken partners tot een minimum wordt beperkt. De clearing bestaat uit twee fasen: vaststelling van de bilaterale saldi en vervolgens, door optelling van de bilaterale saldi, berekening van het totale saldo van elke partner ten opzichte van de gemeenschap, teneinde slechts een enkele vereffening uit te voeren, afhankelijk van het debet- of creditsaldo van de betrokken instelling.

7.

Verzamelrekening: verzameling op een enkele rekening van gelden die van verschillende bronnen afkomstig zijn.

8.

Clearingrekening: lopende girorekening die de aangewezen aanbieders in het kader van bilaterale betrekkingen wederzijds voor elkaar openen en via welke de wederzijdse schulden en vorderingen worden vereffend.

9.

Criminaliteit: elke vorm van deelneming aan het plegen van een misdrijf of strafbaar feit, in de betekenis van de nationale wetgeving.

10.

Borg: bedrag dat in de vorm van contanten of waardepapieren wordt ingelegd ter waarborging van de betalingen tussen aangewezen aanbieders.

11.

Geadresseerde: natuurlijke persoon of rechtspersoon die door de afzender als begunstigde van de postwissel of -overschrijving wordt aangewezen.

12.

Derde valuta: valuta die wordt gebruikt wanneer twee valuta niet kunnen worden omgewisseld of die wordt gebruikt ten behoeve van de clearing/vereffening van rekeningen.

13.

Waakzaamheidsplicht ten aanzien van gebruikers: algemene plicht van de aangewezen aanbieders, die de volgende verplichtingen omvat:

14.

Elektronische gegevens betreffende de postale betaalopdrachten: langs elektronische weg door een aangewezen aanbieder naar een andere aangewezen aanbieder verzonden gegevens betreffende de uitvoering van postale betaalopdrachten, een klacht, een adreswijziging of -verbetering, of een terugbetaling; deze gegevens worden door de aangewezen markdeelnemers ingevoerd of automatisch door hun informatiesystemen gegenereerd en bevatten een wijziging van de status van de postale betaalopdracht of van het opdrachtverzoek.

15.

Persoonsgegevens: gegevens voor de identificatie van de afzender of de ontvanger. Persoonsgegevens mogen uitsluitend worden gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn ingewonnen.

16.

Postale gegevens: gegevens benodigd voor de afhandeling en het volgen van de uitvoering van de postale betaalopdracht, voor statistische doeleinden alsmede voor het centrale clearingsysteem.

17.

Elektronische gegevensuitwisseling (EDI): uitwisseling, tussen computers, van transactiegegevens door middel van genormaliseerde netwerken en formats die met het systeem van de Unie verenigbaar zijn.

18.

Afzender: natuurlijke persoon of rechtspersoon die een aangewezen aanbieder opdracht geeft tot uitvoering van een postale betaalopdracht overeenkomstig de Akten van de Unie.

19.

Financiering van terrorisme: begrip dat betrekking heeft op de financiering van terroristische handelingen, terroristen en terroristische organisaties.

20.

Gelden van de gebruikers: bedragen die door de afzender in contanten aan de aangewezen aanbieder worden overhandigd, of rechtstreeks, of via elk ander beveiligd monetair middel, worden afgeschreven van de rekening van de afzender die in de boeken van de aangewezen aanbieder van uitschrijving wordt gehouden, en die door de afzender aan de aangewezen aanbieder van uitschrijving of elke andere financiële aanbieder ter beschikking worden gesteld met het oog op de betaling ervan aan een door de afzender aangegeven geadresseerde, overeenkomstig dit Verdrag en de bijbehorende Regeling.

21.

Uitschrijvingsvaluta: valuta van het land van bestemming of door het land van bestemming toegestane derde valuta waarin de postale betaalopdrachten wordt uitgeschreven.

22.

Aangewezen aanbieder van uitschrijving: aangewezen aanbieder die een postale betaalopdracht aan de aangewezen aanbieder van uitbetaling verzendt, overeenkomstig de Akten van de Unie.

23.

Aangewezen aanbieder van uitbetaling: aangewezen aanbieder die belast is met de uitvoering van de postale betaalopdracht in het land van de geadresseerde, overeenkomstig de Akten van de Unie.

24.

Geldigheidstermijn: termijn gedurende welke de postale betaalopdrachten geldig kunnen worden uitgevoerd of herroepen.

25.

Servicetoegangspunt: fysieke of virtuele plaats waar de gebruiker een postale betaalopdracht kan afgeven of ontvangen.

26.

Vergoeding: door de aangewezen aanbieder van uitschrijving aan de aangewezen aanbieder van uitbetaling verschuldigd bedrag voor de betaling aan de geadresseerde.

27.

Herroepelijkheid: mogelijkheid van de afzender om zijn postale betaalopdracht (postwissel of -overschrijving) te herroepen tot op het moment van betaling of aan het einde van de geldigheidstermijn, indien de betaling niet heeft plaatsgevonden.

28.

Tegenpartijrisico: risico dat verband houdt met het in gebreke blijven van een van de partijen bij een contract. Dit uit zich in een risico van verlies of betalingsonvermogen.

29.

Liquiditeitsrisico: risico dat een tegenpartij of een deelnemer aan een vereffeningssysteem tijdelijk niet in staat is zich volledig van een verplichting te kwijten op de datum dat deze opeisbaar wordt.

30.

Signalering van verdachte transacties: op de nationale wetgeving en op de resoluties van de Unie gebaseerde verplichting van de aangewezen aanbieder om informatie over verdachte transacties aan de bevoegde nationale autoriteiten mede te delen.

31.

Tracking en tracing: systeem waarmee het traject van een postale betaalopdracht kan worden gevolgd en op elk moment kan worden vastgesteld waar de opdracht zich bevindt en wat de uitvoeringsstatus ervan is.

32.

Tarief: bedrag dat door een afzender voor een postale financiële dienst aan de aangewezen aanbieder wordt betaald.

33.

Verdachte transactie: postale betaalopdracht of verzoek om een terugbetaling met betrekking tot een eenmalige of herhaalde postale betaalopdracht die verband houdt met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme.

34.

Gebruiker: natuurlijke persoon of rechtspersoon, afzender of geadresseerde, die overeenkomstig dit Verdrag van de postale financiële diensten gebruik maakt.

Artikel 3. Aanwijzing van de aanbieder
1.

De lidstaten doen binnen zes maanden na de afsluiting van het Congres aan het Internationaal Bureau kennisgeving van de naam en het adres van het overheidsorgaan dat is belast met het toezicht op de postale financiële diensten. Bovendien brengen de lidstaten het Internationaal Bureau binnen zes maanden na de afsluiting van het Congres op de hoogte van de naam en het adres van de aanbieder of aanbieders die officieel zijn aangewezen voor de verzorging van de postale financiële diensten via hun netwerk(en) en het vervullen van de verplichtingen die op zijn of hun grondgebieden uit de Akten van de Unie voortvloeien. Tussen twee Congressen in moet elke wijziging betreffende de overheidsinstanties en de officieel aangewezen aanbieders zo snel mogelijk ter kennis van het Internationaal Bureau worden gebracht.

2.

De aangewezen aanbieders verzorgen de postale financiële diensten overeenkomstig dit Verdrag.

Artikel 4. Bevoegdheden van de lidstaten
1.

De lidstaten treffen de nodige maatregelen ter waarborging van de continuïteit van hun postale financiële diensten ingeval hun aangewezen aanbieder(s) in gebreke mochten blijven, onverminderd de aansprakelijkheid van deze aanbieder(s) ten aanzien van andere uit hoofde van de Akten van de Unie aangewezen aanbieders.

2.

In geval van in gebreke blijven van zijn aangewezen aanbieder brengt de lidstaat de andere lidstaten die partij bij dit Verdrag zijn, via het Internationaal Bureau, op de hoogte van:

Artikel 5. Operationele bevoegdheden
1.

De aangewezen aanbieders zijn ten aanzien van de andere aanbieders en de gebruikers verantwoordelijk voor de uitvoering van de postale financiële diensten.

2.

Overeenkomstig de nationale wetgeving zijn zij verantwoordelijk voor de risico’s, zoals de operationele risico’s, liquiditeitsrisico’s en tegenpartijrisico’s.

3.

Met het oog op de uitvoering van de postale financiële diensten waarvan de levering hun door hun respectieve lidstaat is opgedragen, sluiten de aangewezen aanbieders bilaterale of multilaterale overeenkomsten met de aangewezen aanbieders van hun keuze.

Artikel 6. Eigendom van de gelden van de postale financiële diensten
1.

Elk geldbedrag dat met het oog op de uitvoering van een postale betaalopdracht contant wordt overhandigd of van een rekening wordt afgeschreven, blijft eigendom van de afzender tot het moment waarop het aan de geadresseerde wordt uitbetaald of op diens rekening wordt bijgeschreven.

2.

Gedurende de geldigheidstermijn van de postale betaalopdracht kan de afzender de opdracht herroepen tot op het moment waarop het overeenkomstige bedrag aan de geadresseerde wordt uitbetaald of op diens rekening wordt bijgeschreven.

Artikel 7. Bestrijding van het witwassen van geld, van de financiering van terrorisme en van financiële criminaliteit
1.

De aangewezen aanbieders stellen alle nodige middelen in het werk om de uit de nationale en internationale wetgeving voortvloeiende verplichtingen na te komen, met inbegrip van de verplichtingen op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld, van de financiering van terrorisme en van financiële criminaliteit.

2.

Overeenkomstig de nationale wet- en regelgeving moeten zij verdachte transacties bij de bevoegde autoriteiten van hun land melden.

3.

De Regeling vermeldt de precieze verplichtingen van de aangewezen aanbieders betreffende de identificatie van de gebruiker, de benodigde waakzaamheid en de uitvoeringsprocedures betreffende de regelgeving op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld, de financiering van terrorisme en van financiële criminaliteit.

Artikel 8. Vertrouwelijkheid
1.

De aangewezen aanbieders eerbiedigen de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens en gebruiken deze gegevens met inachtneming van de nationale wetgeving en, in voorkomend geval, van de internationale verplichtingen en van de Regeling. De bepalingen van dit artikel vormen geen beletsel voor de verstrekking van persoonsgegevens naar aanleiding van een verzoek dat is gedaan met inachtneming van de nationale wetgeving van elke lidstaat.

2.

De voor de uitvoering van een postale betaalopdracht benodigde gegevens zijn vertrouwelijk.

3.

Ten behoeve van eventuele statistische doeleinden voor de beoordeling van de kwaliteit van de dienstverlening en de centrale clearing, zijn de aangewezen aanbieders verplicht ten minste eenmaal per jaar postale gegevens aan het Internationaal Bureau van de Wereldpostunie mede te delen. De individuele postale gegevens worden door het Internationaal Bureau vertrouwelijk behandeld.

Artikel 9. Technologische neutraliteit
1.

De uitwisseling van de gegevens die benodigd zijn voor de levering van de in dit Verdrag bedoelde diensten wordt beheerst door het principe van technologische neutraliteit; dit houdt in dat de levering van deze diensten niet afhangt van het gebruik van een specifieke technologie.

2.

De uitvoeringsmodaliteiten voor de postale betaalopdrachten, zoals de voorwaarden voor aanbieding, invoer, verzending, betaling, terugbetaling, klachtafhandeling of de termijn voor de terbeschikkingstelling van gelden aan de geadresseerden, kunnen afhankelijk van de voor de verzending van de postale betaalopdracht gebruikte technologie variëren.

3.

De postale financiële diensten kunnen worden geleverd in de vorm van een combinatie van verschillende technologieën.

HOOFDSTUK II. ALGEMENE BEGINSELEN EN KWALITEIT VAN DE DIENSTVERLENING

Artikel 10. Algemene beginselen
1.

Toegankelijkheid via het netwerk

2.

Scheiding van gelden

3.

Uitschrijvingsvaluta en uitbetalingsvaluta van de postale betaalopdrachten

4.

Niet-verwerping

5.

Uitvoering van postale betaalopdrachten

6.

Tariefstelling

7.

Tarifaire vrijstelling

8.

Vergoeding van de aangewezen aanbieder van uitbetaling

9.

Frequentie van de vereffeningen tussen aangewezen aanbieders

10.

Verplichte informatieverstrekking aan de gebruikers

Artikel 11. Kwaliteit van de dienstverlening
1.

De aangewezen aanbieders kunnen besluiten de postale financiële diensten te identificeren door middel van een collectief merk.

HOOFDSTUK III. BEGINSELEN MET BETREKKING TOT DE GEAUTOMATISEERDE UITWISSELING VAN GEGEVENS

Artikel 12. Interoperabiliteit
1.

Netwerken

Artikel 13. Beveiliging van de elektronische uitwisselingen
1.

De aangewezen aanbieders zijn verantwoordelijk voor de goede werking van hun apparatuur.

2.

Ter waarborging van de authenticiteit en integriteit van de verzonden gegevens, moet de elektronische verzending van gegevens worden beveiligd.

3.

De aangewezen aanbieders moeten de transacties overeenkomstig de internationale normen beveiligen.

Artikel 14. Tracking en tracing
1.

De door de aangewezen aanbieders gebruikte systemen moeten het mogelijk maken de verwerking van de postale betaalopdracht en de eventuele herroeping ervan door de afzender, te volgen tot aan het moment waarop het overeenkomstige bedrag aan de geadresseerde wordt betaald of op diens rekening wordt bijgeschreven of, in voorkomend geval, aan de afzender wordt terugbetaald.

DEEL II. OP DE POSTALE FINANCIËLE DIENSTEN VAN TOEPASSING ZIJNDE REGELS

HOOFDSTUK I. VERWERKING VAN POSTALE BETAALOPDRACHTEN

Artikel 15. Indiening, invoer en verzending van postale betaalopdrachten
1.

De voorwaarden voor de indiening, invoer en verzending van postale betaalopdrachten worden vastgelegd in de Regeling.

2.

De geldigheidsduur van postale betaalopdrachten kan niet worden verlengd. De geldigheidsduur wordt vastgelegd in de Regeling.

Artikel 16. Verificatie en terbeschikkingstelling van de gelden
1.

Na verificatie van de identiteit van de geadresseerde overeenkomstig de nationale wetgeving en na verificatie van de juistheid van de door de geadresseerde verstrekte informatie, gaat de aangewezen aanbieder over tot contante betaling. Bij een stortingspostwissel of overschrijving maakt de aangewezen aanbieder het bedrag over op de rekening van de geadresseerde.

2.

De termijn voor de terbeschikkingstelling van de gelden wordt vastgesteld in multilaterale of bilaterale overeenkomsten tussen de aangewezen aanbieders.

Artikel 17. Maximumbedrag
1.

De aangewezen aanbieders delen de overeenkomstig hun nationale wetgeving vastgestelde maximumbedragen bij verzending en bij ontvangst mede aan het Internationaal Bureau van de Unie.

Artikel 18. Terugbetaling
1.

Reikwijdte van de terugbetaling

HOOFDSTUK II. KLACHTEN EN AANSPRAKELIJKHEID

Artikel 19. Klachten
1.

Klachten kunnen worden ingediend binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag volgend op de dag van aanvaarding van de postale betaalopdracht.

2.

Onder voorbehoud van hun nationale wetgeving zijn de aangewezen aanbieders gerechtigd bij hun cliënten kosten in rekening te brengen voor klachten met betrekking tot postale betaalopdrachten.

Artikel 20. Aansprakelijkheid van de aangewezen aanbieders ten aanzien van de gebruikers
1.

Verwerking van gelden

Artikel 21. Onderlinge verplichtingen en aansprakelijkheid van de aangewezen aanbieders
1.

Elke aangewezen aanbieder is aansprakelijk voor zijn eigen fouten.

2.

De voorwaarden en reikwijdte van de aansprakelijkheid worden vastgelegd in de Regeling.

Artikel 22. Vrijstelling van de aansprakelijkheid van de aangewezen aanbieders
1.

De aangewezen aanbieders zijn niet aansprakelijk:

Artikel 23. Voorbehouden inzake aansprakelijkheid
1.

Op de in de artikelen 20 tot en met 22 voorgeschreven bepalingen inzake aansprakelijkheid kan, behoudens bij bilaterale overeenkomst, geen voorbehoud worden gemaakt.

HOOFDSTUK III. FINANCIËLE BETREKKINGEN

Artikel 24. Boekhoudkundige en financiële regels
1.

Boekhoudkundige regels

2.

Opstelling van de maandelijkse en algemene rekeningen

3.

Voorschot

4.

Verzamelrekening

5.

Borg

Artikel 25. Vereffening en clearing
1.

Centrale vereffening

2.

Bilaterale vereffening

DEEL III. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 26. Tijdens het Congres gemaakte voorbehouden
1.

Elk voorbehoud dat onverenigbaar is met het voorwerp en het doel van de Unie is niet toegestaan.

2.

Als stelregel geldt dat de lidstaten die de andere lidstaten niet van hun mening kunnen overtuigen voor zover mogelijk moeten trachten zich bij de mening van de meerderheid aan te sluiten. Voorbehouden mogen uitsluitend in geval van absolute noodzaak worden gemaakt en moeten naar behoren met redenen worden omkleed.

3.

Een voorbehoud op de artikelen van dit Verdrag moet aan het Congres worden voorgelegd in de vorm van een schriftelijk voorstel in een van de werktalen van het Internationaal Bureau, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement van Orde van het Congres.

4.

Om van kracht te worden, moet het aan het Congres voorgelegde voorbehoud worden goedgekeurd door de meerderheid die per geval voor de wijziging van het artikel waarop het voorbehoud betrekking heeft, benodigd is.

5.

In beginsel wordt het voorbehoud toegepast op basis van wederkerigheid tussen de lidstaat die het voorbehoud heeft gemaakt en de overige lidstaten.

6.

De voorbehouden bij dit Verdrag worden opgenomen in het Slotprotocol ervan, op basis van de door het Congres goedgekeurde voorstellen.

Artikel 27. Slotbepalingen
1.

Het Postverdrag is in voorkomend geval mutatis mutandis van toepassing op alles wat niet uitdrukkelijk in dit Verdrag is geregeld.

2.

Artikel 4 van de Constitutie is niet van toepassing op dit Verdrag.

3.

Voorwaarden voor goedkeuring van voorstellen met betrekking tot dit Verdrag en de bijbehorende Regeling:

Artikel 28. Inwerkingtreding en duur van het Verdrag inzake postale financiële diensten
1.

Dit Verdrag treedt in werking op 1 januari 2010 en blijft van kracht tot de inwerkingtreding van de Akten van het volgende Congres.

I. Namens de Arabische Republiek Syrië

„De Arabische Republiek Syrië verklaart dat haar ondertekening van de Akten geen verplichting of aanvaarding inhoudt met betrekking tot enige transactie met de Israëlische postale dienst.”

(Congres–Doc 41.Add 1)

II. Namens de Republiek Argentinië

De Republiek Argentinië roept in herinnering het voorbehoud dat is gemaakt tijdens de bekrachtiging van de Constitutie van de Wereldpostunie, ondertekend te Wenen (Oostenrijk) op 10 juli 1964, en herbevestigt haar soevereiniteit over de Falklandeilanden, Zuid-Georgië en de zuidelijke Sandwicheilanden en Argentijns Antarctica, die onderdeel van haar nationaal grondgebied uitmaken.

De Republiek Argentinië roept tevens in herinnering dat, wat betreft de Falklandeilanden, de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de resoluties 2065(XX), 3160 (XXVIII), 31/49, 37/9, 38/12, 39/6, 40/21, 41/40, 42/19 en 43/25 heeft aangenomen, waarbij zij het bestaan van een soevereiniteitsgeschil erkent en de regeringen van de Republiek Argentinië en van het Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland verzoekt de onderhandelingen voort te zetten teneinde het geschil op te lossen.

De Republiek Argentinië benadrukt tevens dat het Speciale Comité van de Verenigde Naties over dekolonisatie meermalen een uitspraak in die richting heeft gedaan, laatstelijk door middel van een op 12 juni 2008 aangenomen resolutie. Bovendien heeft de Algemene Vergadering van de Organisatie van Amerikaanse Staten op 3 juni een soortgelijk nieuw besluit genomen.

(Congres–Doc 41.Add 2)

III. Namens de Socialistische Republiek Vietnam

De Socialistische Republiek Vietnam:

(Congres–Doc 41.Add 3)

IV. Namens de Republiek Indonesië

De delegatie van de Republiek Indonesië verklaart dat Indonesië de door het 24e Congres van de Wereldpostunie aangenomen Akten zal toepassen in overeenstemming met de constitutie en de wet- en regelgeving van de Republiek Indonesië, met de verplichtingen die uit hoofde van andere verdragen en overeenkomsten waarbij zij partij is op haar rusten en met de beginselen van het internationaal recht.

De delegatie van de Republiek Indonesië behoudt de Regering van haar land het recht voor alle maatregelen te nemen die zij nodig acht ter bescherming van de belangen van de Republiek Indonesië ingeval een van de door dit Congres aangenomen Akten direct of indirect haar soevereiniteit zou aantasten of zou conflicteren met de constitutie of de wet- en regelgeving van het land; ingeval een lidstaat zijn verplichtingen ingevolge de Constitutie, het Verdrag en de Akten van de Wereldpostunie niet zou nakomen; of ingeval de gevolgen van de door een lid gemaakte voorbehouden de belangen van de postale diensten van de Republiek Indonesië zouden bedreigen of zouden leiden tot een onaanvaardbare stijging van haar contributie aan de uitgaven van de Unie.

(Congres–Doc 41.Add 4)

V. Namens België, de Republiek Bulgarije, de Republiek Cyprus, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Republiek Finland, de Franse Republiek, Griekenland, de Republiek Hongarije, Ierland, Italië, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, de Republiek Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, de Slovaakse Republiek, de Republiek Slovenië, Spanje, de Tsjechische Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Kanaaleilanden en het eiland Man en Zweden

De delegaties van de lidstaten van de Europese Unie verklaren dat hun landen de door dit Congres aangenomen Akten zullen toepassen overeenkomstig de verplichtingen die op hen rusten krachtens het Verdrag tot instelling van de Europese Gemeenschap en de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten van de Wereldhandelsorganisatie.

(Congres–Doc 41.Add 5)

VI. Namens de Republiek IJsland, het Vorstendom Liechtenstein en Noorwegen

De delegaties van de Republiek IJsland, van het Vorstendom Liechtenstein en van Noorwegen verklaren dat hun landen de door dit Congres aangenomen Akten zullen toepassen overeenkomstig de verplichtingen die voor hen voortvloeien uit de Overeenkomst tot instelling van de Europese Economische Ruimte en de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten van de Wereldhandelsorganisatie.

(Congres–Doc 41.Add 6)

VII. Namens het Koninkrijk Thailand

Bij de ondertekening van de Slotakten van het 24e Congres van de Wereldpostunie (Genève 2008) heeft de Thaise delegatie het volgende verklaard:

(Congres–Doc 41.Add 7)

VIII. Namens de Republiek Georgië

De delegatie van Georgië verklaart dat haar land de door dit Congres aangenomen Akten, wijzigingen, aanpassingen en aanvullingen zal toepassen voor zover deze verenigbaar zijn met de constitutie, de nationale wetgeving en de universele normen van Georgië, en voor zover deze de nationale soevereiniteit en de belangen van het land niet aantasten.

De delegatie van Georgië beschermt de rechten van haar Regering:

(Congres–Doc 41.Add 8)

IX. Namens de Bolivariaanse Republiek Venezuela

De Bolivariaanse Republiek Venezuela verklaart dat zij zich het recht voorbehoudt alle nodige maatregelen te nemen voor de bescherming van haar nationale belangen ingeval andere lidstaten van de Wereldpostunie handelingen zouden verrichten die strijdig zijn met de Akten van de Unie of die haar nationale soevereiniteit of haar nationale wetgeving direct of indirect zouden aantasten. Voorts kan de ondertekening van de Akten van de Unie in geen geval worden uitgelegd als een handeling waarbij de Bolivariaanse Republiek Venezuela zou afzien van de rechten die zij als soeverein land bezit of van de beginselen van het internationaal recht die op haar van toepassing zijn in haar hoedanigheid van soeverein land.

(Congres–Doc 41.Add 9)

X. Namens het Koninkrijk Lesotho

De delegatie van het Koninkrijk Lesotho verklaart dat Lesotho de door het 24e Congres van de Wereldpostunie aangenomen Akten zal toepassen in overeenstemming met de constitutie en de wet- en regelgeving van het Koninkrijk Lesotho, met de verplichtingen die uit hoofde van andere verdragen waarbij het partij is op hem rusten en met de beginselen van het internationaal recht.

(Congres–Doc 41.Add 10)

XI. Namens Nieuw-Zeeland

Nieuw-Zeeland past de Akten en de andere door dit Congres aangenomen besluiten uitsluitend toe voor zover deze verenigbaar zijn met de overige op internationaal niveau geldende rechten en verplichtingen, in het bijzonder met de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten.

(Congres–Doc 41.Add 11)

XII. Namens Canada

Canada past de Akten en de andere door dit Congres aangenomen besluiten toe met de meest strikte naleving van zijn rechten en verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie en, in het bijzonder, de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten.

(Congres–Doc 41.Add 12)

XIII. Namens Togo

Bij de ondertekening van de Slotakten van het op 23 juli en 12 augustus 2008 te Genève (Zwitserland) gehouden 24e Congres van de Wereldpostunie (UPU) behoudt de Togolese delegatie de Republiek Togo het recht voor die bepalingen niet toe te passen, welke strijdig zouden zijn met haar wetgeving alsmede met de bepalingen van de internationale verdragen waarbij zij partij is.

De Republiek Togo behoudt zich tevens het recht voor elk door haar nuttig geacht voorbehoud te maken voor de bescherming van haar rechtsorde en haar internationale verplichtingen tot aan de bekrachtiging van deze Akten.

(Congres–Doc 41.Add 13)

XIV. Namens een groep landen

De postale dienst van de Arabische Republiek Syrië herhaalt de verklaring die tijdens het Congres van Boekarest in 2004 is afgelegd door het Koninkrijk Bahrein, de Republiek Irak, de Islamitische Republiek Iran, de Republiek Jemen, de Libisch-Arabische Socialistische Volks-Jamahiriyah, de Republiek Libanon, de Islamitische Republiek Pakistan, het Koninkrijk Saudi-Arabië, de Republiek Tunesië en de Verenigde Arabische Emiraten en verklaart dat hun ondertekening van alle Akten van de Wereldpostunie (24e Congres, 2008) alsmede de eventuele latere bekrachtiging van deze Akten door hun respectieve regeringen niet geldig zijn ten aanzien van het lid dat staat ingeschreven onder de naam Israël en dat deze ondertekening en bekrachtiging geenszins de erkenning van dat lid inhouden.

(Congres–Doc 41.Add 14)

XV. Namens de Republiek Turkije

De delegatie van de Republiek Turkije legt de volgende verklaring af met betrekking tot de deelname aan het 24e Congres van de Wereldpostunie van de delegatie van de Grieks-Cypriotische postale dienst van Zuid-Cyprus, namens de vermeende „Republiek Cyprus”.

Er bestaat geen enkele rechtens of feitelijk bevoegde autoriteit voor de gezamenlijke vertegenwoordiging van Turks-Cyprioten en Grieks-Cyprioten en, dientengevolge, voor Cyprus in zijn geheel. Sedert 1963 vertegenwoordigt de Grieks-Cypriotische postale dienst uitsluitend de Grieks-Cyprioten en hun belangen. Dientengevolge erkent Turkije, in de hoedanigheid van borgstaande macht ingevolge het Waarborgverdrag van 1960, deze postale dienst niet, noch enige van zijn onwettige eisen.

Gelet op het voorgaande, mogen de aanwezigheid en deelname van Turkije bij respectievelijk aan de werkzaamheden van de Wereldpostunie, alsmede de ondertekening van de Slotakte van de Unie in geen geval worden uitgelegd als een erkenning van de zogenaamde „Republiek Cyprus” door Turkije en houdt dit voor Turkije geen verplichting in om in het kader van de activiteiten van de Wereldpostunie uitwisselingen met de zogenaamde Republiek Cyprus te hebben.

(Congres–Doc 41.Add 15)

XVI. Namens Israël

De delegatie van Israël bij het 24e Congres van de Wereldpostunie herhaalt de verklaringen en voorbehouden die tijdens de voorgaande congressen namens Israël zijn afgelegd c.q. gemaakt en wijst zonder voorbehoud alle verklaringen en voorbehouden af die tijdens het huidige Congres (Genève 2008) zijn afgelegd c.q. gemaakt door andere lidstaten van de Unie met het oogmerk de rechten en het statuut van Israël in zijn hoedanigheid van lid van de Wereldpostunie te ontkennen.

Dergelijke verklaringen en voorbehouden zijn in strijd met de letter en de geest van de Constitutie, het Verdrag en de overige verdragen van de UPU. Dientengevolge beschouwt de Israëlische delegatie genoemde verklaringen of voorbehouden onwettig en nietig, en behoudt zij zich bijgevolg de rechten van haar land voor.

(Congres–Doc 41.Add 16)

XVII. Namens de Republiek Azerbeidzjan

Nagorno-Karabach en zeven andere aangrenzende districten, die een integrerend onderdeel van het grondgebied van de Republiek Azerbeidzjan uitmaken, worden nog steeds door de Republiek Armenië bezet.

De zogenaamde „Republiek Nagorno-Karabach” is een kunstmatige, onwettige en niet-erkende territoriale entiteit die is ingesteld naar aanleiding van de illegale bezetting in 1992/1993 van de Azerbeidzjaanse regio Nagorno-Karabach en de buurdistricten door de Armeense strijdkrachten, die in de bovengenoemde bezette regio’s een etnische zuivering hebben uitgevoerd.

Als gevolg van deze bezetting hebben meer dan een miljoen Azerbeidzjanen hun hoofdverblijfplaats moeten verlaten. Als ontheemden in eigen land zijn zij louter vanwege hun Azerbeidzjaanse nationaliteit vluchteling geworden. Veel van hen leven nog in eenvoudige onderkomens en op tijdelijke verblijfplaatsen, ongeduldig en vastberaden wachtend op de dag dat zij naar hun eigen huis kunnen terugkeren.

De internationale gemeenschap heeft een duidelijk, eenduidig standpunt ingenomen ten aanzien van het agressieve beleid van de Republiek Armenië jegens de Republiek Azerbeidzjan. De Veiligheidsraad van de Organisatie van de Verenigde Naties heeft vier resoluties aangenomen (822 van 30 april 1993, 853 van 29 juli 1993, 874 van 14 oktober 1993 en 884 van 12 november 1993), waarin de Raad de volledige, onmiddellijke en onvoorwaardelijke terugtrekking eist van de troepen die het grondgebied van de Republiek Azerbeidzjan bezetten, maar de agressor heeft geen van deze resoluties toegepast.

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft in haar op 14 maart 2008 tijdens de 62e zitting aangenomen resolutie, getiteld „De situatie in de bezette gebieden van Azerbeidzjan”, „opnieuw bevestigd dat zij de soevereiniteit en territoriale integriteit van de Republiek Azerbeidzjan binnen haar internationaal erkende grenzen blijft eerbiedigen en ondersteunen” en „de onmiddellijke, volledige en onvoorwaardelijke terugtrekking eist van alle Armeense strijdkrachten uit de bezette grondgebieden van de Republiek Azerbeidzjan”. De Republiek Armenië heeft deze oproep van de internationale gemeenschap opnieuw naast zich neergelegd.

De permanente bezetting van 20% van het grondgebied van de Republiek Azerbeidzjan door de Republiek Armenië brengt de economie van het land ernstige schade toe.

Het is op de door de Republiek Armenië bezette grondgebieden van de Republiek Azerbeidzjan onmogelijk geworden de bepalingen van het Algemeen Postverdrag betreffende het in omloop brengen van postzegels uit te voeren. Het nepregime van de zogenaamde Republiek Nagorno-Karabach drukt, met directe steun van de Republiek Armenië, illegale postzegels waarmee de bepalingen van het Algemeen Postverdrag van de Unie openlijk worden geschonden en de illegale verspreiding van deze postzegels wordt bevorderd.

Wij zijn van mening dat de Wereldpostunie niet onverschillig tegenover deze situatie mag blijven staan en haar eigen fundamentele documenten, het Handvest van de Verenigde Naties alsmede de resoluties van de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties betreffende het conflict in Nagorno-Karabach tussen Armenië en Azerbeidzjan moet gebruiken teneinde de verspreiding van illegale postzegels door onwettige en niet erkende instanties op doeltreffende wijze te voorkomen, door de nodige maatregelen te nemen tegen een lidstaat, namelijk Armenië, die dit soort met het internationaal recht strijdig zijnde praktijken ondersteunt. Wij maken van deze gelegenheid gebruik om de lidstaten van de Unie en de ondernemingen die met de officiële instemming van deze lidstaten aan de markt deelnemen, niet met de zogenaamde „Republiek Nagorno-Karabach” te communiceren en geen postale betrekkingen met haar te onderhouden.

Wij zijn ervan overtuigd dat dit soort problemen in het kader van de toekomstige activiteiten van de Wereldpostunie zal worden beteugeld en dat in dergelijke situaties de noodzakelijke maatregelen worden genomen.

De Regering van de Republiek Azerbeidzjan is van oordeel dat de postale dienst van de Republiek Azerbeidzjan de enige postale structuur op haar grondgebied is die door de internationale gemeenschap en internationale organisaties wordt erkend.

De Regering van de Republiek Azerbeidzjan is van oordeel dat elke poging die erop is gericht de zogenaamde „Republiek Nagorno-Karabach” voor te stellen als een onafhankelijke staat een overduidelijke schending vormt van de territoriale integriteit en van de soevereiniteit van de Republiek Azerbeidzjan en van andere regels van het internationaal recht alsmede een aantasting van haar recht om de postale diensten te verzorgen.

De Regering van de Republiek Azerbeidzjan verklaart het volgende: „Gelet op bezetting van de regio Nagorno-Karabach en de aangrenzende districten van de Republiek Azerbeidzjan door de strijdkrachten van de Republiek Armenië, behoudt de Republiek Azerbeidzjan zich het recht voor de artikelen van het Algemeen Postverdrag niet toe te passen ten aanzien van de Republiek Armenië.”

(Congres–Doc 41.Add 17)

XVIII. Namens het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

„De Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland heeft geen enkele twijfel ten aanzien van de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk over de Falklandeilanden (Malvinas), de Sandwicheilanden, Zuid-Georgië en de omringende zeegebieden en verwerpt de soevereiniteitsaanspraak van de Regering van Argentinië op deze eilanden en zeegebieden.

Ons standpunt ten aanzien van de soevereiniteit van de Falklandeilanden (Malvinas) is gebaseerd op het beginsel van zelfbeschikking, dat in het Handvest van de Verenigde Naties wordt bevestigd. Zolang de Falklandeilanden zelf geen onderhandelingen over de soevereiniteit van de eilanden wensen te voeren, zijn hierover geen onderhandelingen mogelijk. De inwoners van de Falklandeilanden (Malvinas) geven regelmatig te kennen dat zij de eilanden onder Britse soevereiniteit willen houden.

Het Verenigd Koninkrijk geeft de internationale gemeenschap overigens regelmatig uitleg over zijn standpunt ten aanzien van de Falklandeilanden (Malvinas). Ons standpunt is voor het eerst in detail beschreven door Sir John Sawers, de permanente vertegenwoordiger van het Verenigd Koninkrijk bij de Verenigde Naties, die, bij de uitoefening van zijn antwoordrecht op 1 oktober 2007 schriftelijk antwoord (A/62/469) heeft gegeven op de verklaring die Nestor Carlos Kirchner, President van de Republiek Argentinië, tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 25 september 2007 heeft afgelegd. Het in dit document vervatte standpunt van het Verenigd Koninkrijk is niet veranderd.

Het Verenigd Koninkrijk heeft geen enkele twijfel omtrent zijn soevereiniteit over het Britse Antarctisch grondgebied. In dit verband wijst het Verenigd Koninkrijk op artikel IV van het Verdrag inzake Antarctica, waarbij het Verenigd Koninkrijk en Argentinië beide partij zijn.”

(Congres–Doc 41.Add 18)

XIX. Namens de Republiek Cyprus

De delegatie van de Republiek Cyprus herhaalt bij het 24e Congres van de Wereldpostunie de verklaring die zij heeft afgelegd tijdens de voorgaande Congressen van de Unie en verwerpt de door de Republiek Turkije tijdens het op 11 augustus 2008 te Genève gehouden 24e Congres (CONGRES-Doc 41.Add 15) afgelegde verklaring en gemaakte voorbehoud ten aanzien van de deelname, de rechten en het statuut van de Republiek Cyprus als lid van de Wereldpostunie.

De Turkse standpunten zijn volledig in strijd met de desbetreffende bepalingen van het internationaal recht alsmede met de bijzondere bepalingen van de dwingende resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties betreffende Cyprus. Opgemerkt moet worden dat de Veiligheidsraad van de VN in resoluties 541(1983) en 550(1984) onder meer de afkondiging van de zogenaamde afscheiding van een deel van de Republiek Cyprus heeft veroordeeld. De Veiligheidsraad heeft deze afkondiging juridisch nietig geacht en om de intrekking ervan verzocht. Bovendien heeft de Veiligheidsraad alle staten verzocht geen andere Cypriotische staat te erkennen dan de Republiek Cyprus en „de zich afscheidende entiteit op geen enkele wijze aan te moedigen of te helpen”. Daarnaast is alle staten verzocht de soevereiniteit, onafhankelijkheid, territoriale integriteit en eenheid van de Republiek Cyprus te eerbiedigen. Sinds haar onafhankelijkheid in 1960 is de Republiek Cyprus een lidstaat van de VN, en sinds 1 mei 2004 een lidstaat van de Europese Unie. Daarnaast is zij sinds november 1961 lid van de Wereldpostunie; in deze laatste hoedanigheid neemt zij deel aan alle activiteiten van de Unie. De Regering van de Republiek Cyprus wordt internationaal als zodanig erkend en bezit de benodigde bevoegdheden en het benodigde gezag om de Staat te vertegenwoordigen, ondanks de feitelijke verdeling van het eiland na de Turkse invasie van 1974.

Sinds 1 mei 2004 is de Republiek Cyprus een volwaardig lid van de Europese Unie, hetgeen een bewijs vormt voor het feit dat er slechts een enkele Cypriotische Staat is. In het bij de Akte van toetreding tot de Europese Unie door de Republiek Cyprus gevoegde protocol 10 worden de problemen erkend die de bezetting van een deel van het Cypriotisch grondgebied ten aanzien van het internationaal recht oplevert en wordt gesteld dat de toepassing van het acquis communautaire wordt opgeschort in die gebieden van de Republiek Cyprus waar de Regering van de Republiek Cyprus geen daadwerkelijk toezicht uitoefent.

Gelet op het voorgaande zijn de door de Republiek Turkije afgelegde verklaring en het gemaakte voorbehoud strijdig met de letter en geest van de Constitutie, het Verdrag en de overige verdragen. De delegatie van de Republiek Cyprus is van oordeel dat elke verklaring of elk voorbehoud van deze aard onwettig en nietig is. Zij behoudt zich bijgevolg haar rechten voor.

(Congres–Doc 41.Add 19)

EN FOI DE QUOI, les Plénipotentiaires des Gouvernements des pays contractants ont signé le présent Arrangement en un exemplaire qui est déposé auprès du Directeur général du Bureau international. Une copie en sera remise à chaque Partie par le Bureau international de l’Union postale universelle.

FAIT à Genève, le 12 août 2008.