Verdrag tot oprichting van een Internationale Organisatie voor wettelijke metrologie
De Staten, welke partij zijn bij dit Verdrag, verlangende in internationaal verband de technische en administratieve vraagstukken op te lossen, welke zijn gerezen als gevolg van de aanwending van meetinstrumenten, en er zich van bewust dat het van belang is, hun streven om tot dit doel te geraken te coördineren, zijn overeengekomen een Internationale Organisatie voor wettelijke metrologie in het leven te roepen, welke als volgt wordt omschreven:
HOOFDSTUK I. Doel van de Organisatie
Artikel I
Er wordt een Internationale Organisatie voor wettelijke metrologie opgericht, welke ten doel heeft:
- 1°. een documentatie en voorlichtingscentrum te vormen
- -. eensdeels omtrent de verschillende nationale diensten welke zich bezig houden met de keuring en de controle van meetinstrumenten welke aan een wettelijke regeling zijn of kunnen worden onderworpen;
- -. anderdeels omtrent de genoemde meetinstrumenten, voor wat betreft hun ontwerp, hun constructie en hun gebruik;
- 2°. de teksten der wettelijke voorschriften omtrent meetinstrumenten en hun gebruik, welke in de verschillende Staten van kracht zijn, te vertalen en uit te geven met alle op het grondwettelijk en administratief recht van deze Staten gebaseerde verklarende aantekeningen, nodig voor een volledig begrip van deze voorschriften;
- 3°. de algemene beginselen van de wettelijke metrologie vast te stellen;
- 4°. de op de wettelijke metrologie betrekking hebbende vraagstukken van wetgevende en verordenende aard, welker oplossing van internationaal belang is te bestuderen, ten einde eenheid te brengen in werkwijzen en regelingen;
- 5°. een standaard-wetsontwerp en een standaard-regeling voor meetinstrumenten en hun gebruik op te stellen;
- 6°. een ontwerp voor de materiële organisatie van een standaard-dienst voor de keuring en de controle van meetinstrumenten uit te werken;
- 7°. de noodzakelijke kenmerken en eigenschappen vast te stellen welke meetinstrumenten ten minste moeten bezitten opdat zij door de Staten-Leden kunnen worden goedgekeurd en opdat hun aanwending kan worden aanbevolen in internationaal verband;
- 8°. de betrekkingen te bevorderen tussen de diensten van Maten en Gewichten of andere met de wettelijke metrologie belaste diensten van elk der Staten-Leden van de Organisatie.
HOOFDSTUK II. Samenstelling der Organisatie
Artikel II
Leden der Organisatie zijn de Staten welke partij zijn bij dit Verdrag.
Artikel III
De organisatie omvat:
- -. een Internationale Conferentie voor wettelijke metrologie,
- -. een Internationale Commissie voor wettelijke metrologie,
- -. een Internationaal Bureau voor wettelijke metrologie,
als hierna wordt uiteengezet.
De Internationale Conferentie voor wettelijke metrologie
Artikel IV
De Conferentie heeft tot taak:
- 1°. de vraagstukken betreffende de doelstelling der Organisatie te bestuderen en alle ten aanzien van die vraagstukken nodige beslissingen te nemen;
- 2°. de instelling te verzorgen van hoofd-organen, belast met de uitvoering van de werkzaamheden der Organisatie;
- 3°. de rapporten te bestuderen en goed te keuren, welke door de verschillende overeenkomstig dit Verdrag ingestelde organen voor wettelijke metrologie na afloop van hun werkzaamheden worden ingediend.
Alle vraagstukken welke de eigen wetgeving en het eigen bestuur van een bepaalde Staat raken, vallen buiten de bevoegdheid van de Conferentie, behalve op uitdrukkelijk verzoek van deze Staat.
Artikel V
De Staten welke partij zijn bij dit Verdrag, maken als lid deel uit van de Conferentie; zij worden er vertegenwoordigd zoals is voorzien in artikel VII en zijn aan de in het Verdrag bepaalde verplichtingen onderworpen.
Behalve de leden kunnen aan de Conferentie in de hoedanigheid van Correspondent deel nemen:
- 1°. Staten of gebieden welke nog geen partij kunnen of willen zijn bij het Verdrag;
- 2°. de internationale Unies welker werkzaamheden in verband staan met die van de Organisatie.
De Correspondenten worden niet ter Conferentie vertegenwoordigd, maar zij kunnen waarnemers er heen afvaardigen, die slechts een raadgevende stem hebben. Zij behoeven niet de contributies te betalen, welke gelden voor de Staten-Leden, maar zij zijn verplicht, de kosten te betalen van de diensten welke zij eventueel vragen en van de abonnementen op de publikaties van de Organisatie.
Artikel VI
De Staten-Leden verplichten zich, aan de Conferentie al die in hun bezit zijnde documentatie te verschaffen, welke, naar hun mening, de Organisatie in staat kan stellen, de op haar rustende taak naar behoren te vervullen.
Artikel VII
De Staten-Leden vaardigen naar de bijeenkomsten van de Conferentie ten hoogste drie officiële vertegenwoordigers af. Zo mogelijk moet een van hen in zijn land ambtenaar in werkelijke dienst zijn van de Dienst van Maten en Gewichten of van een andere dienst welke zich bezig houdt met wettelijke metrologie. Slechts een van hen heeft stemrecht.
Deze afgevaardigden behoeven niet van volmacht te zijn voorzien, behalve, op verzoek van de Commissie, in bijzondere gevallen en voor nauwkeurig omschreven kwesties.
Iedere Staat draagt de kosten welke betrekking hebben op zijn vertegenwoordiging ter Conferentie.
De Leden van de Commissie, die niet door hun Regering mochten zijn afgevaardigd, hebben het recht, met raadgevende stem aan de bijeenkomsten deel te nemen.
Artikel VIII
Ten aanzien van aanbevelingen welke gedaan moeten worden voor een gemeenschappelijk optreden der Staten-Leden op de in artikel I omschreven gebieden, besluit de Conferentie.
De besluiten van de Conferentie kunnen slechts bindend worden indien het aantal aanwezige Staten-Leden minstens gelijk is aan twee derde van het totaal aantal Staten-Leden en indien deze besluiten minstens vier vijfde der uitgebrachte stemmen hebben verkregen. Het aantal uitgebrachte stemmen moet tenminste gelijk zijn aan vier vijfde van het aantal aanwezige Staten-Leden.
Onthoudingen, blanco of ongeldige stemmen worden niet beschouwd als uitgebrachte stemmen.
De besluiten worden onmiddellijk ter bestudering en bij wijze van inlichting of aanbeveling medegedeeld aan de Staten-Leden. De Staten-Leden nemen de morele verplichting op zich, deze besluiten zoveel mogelijk toe te passen.
Bij iedere stemming betreffende inrichting, beleid of bestuur en het huishoudelijk reglement van de Conferentie, van de Commissie of van het Bureau en betreffende alle soortgelijke zaken, is de volstrekte meerderheid voldoende om de voorgenomen beslissing uitvoerbaar te maken, waarbij het minimum aantal aanwezige leden en het minimum aantal uitgebrachte stemmen dezelfde zijn als boven genoemd. De stem van de Staat welks afgevaardigde het voorzitterschap bekleedt, is beslissend bij staking der stemmen.
Artikel IX
De Conferentie kiest uit haar midden, voor de duur van elk der zittingen, een Voorzitter en twee Vice-Voorzitters; aan hen is de Directeur van het Bureau als secretaris toegevoegd.
Artikel X
De Conferentie komt ten minste elke zes jaren bijeen na oproeping door de Voorzitter van de Commissie of, in geval van verhindering, na oproeping door de Directeur van het Bureau indien bij hem een aanvraag, uitgegaan van ten minste de helft van de leden van de Commissie, is ingediend. Zij bepaalt, aan het einde van haar werkzaamheden, plaats en datum van de volgende bijeenkomst of machtigt de Commissie hiertoe.
Artikel XI
De officiële taal van de Organisatie is de Franse taal.
De Conferentie kan echter bepalen, dat één of meer andere talen worden gebruikt tijdens de werkzaamheden en de debatten.
Internationale Commissie voor wettelijke metrologie
Artikel XII
De in artikel I beoogde taken worden geëntameerd en verder uitgevoerd door een internationale Commissie voor wettelijke metrologie als werkorgaan van de Conferentie.
Artikel XIII
De Commissie bestaat uit één vertegenwoordiger van elk der bij de Organisatie aangesloten Staten.
Deze Vertegenwoordigers worden aangewezen door de Regering van hun land.
Zij moeten ambtenaren in werkelijke dienst zijn, behorend tot de dienst der meetinstrumenten, of een actieve officiële functie bekleden op het terrein van de wettelijke metrologie.
Hun lidmaatschap van de Commissie houdt op, zodra zij niet meer voldoen aan bovengenoemde voorwaarden en het is dan de taak van de betrokken Regeringen hun plaatsvervangers aan te wijzen.
Zij stellen hun ervaring, hun adviezen en hun werkzaamheid ten dienste van de Commissie, maar binden noch hun Regering noch hun dienst.
De leden van de Commissie nemen rechtens deel aan de bijeenkomsten van de Conferentie met raadgevende stem. Zij kunnen één van de afgevaardigden van hun Regering ter Conferentie zijn.
De Voorzitter kan ieder wiens medewerking hij nuttig acht, uitnodigen aan de bijeenkomsten van de Commissie deel te nemen, met raadgevende stem.
Artikel XIV
Natuurlijke personen die een rol hebben gespeeld in de metrologische wetenschap of industrie, of oud-leden der Commissie kunnen, bij besluit van deze Commissie, de titel van erelid ontvangen. Zij kunnen de bijeenkomsten bijwonen, met raadgevende stem.
Artikel XV
De Commissie kiest uit haar midden een Voorzitter, een eerste en een tweede Vice-Voorzitter, die worden gekozen voor de tijd van zes jaar en herkiesbaar zijn. Als evenwel hun mandaat verstrijkt in de tijd tussen twee zittingen van de Commissie, wordt het automatisch verlengd tot de tweede van deze zittingen. Aan hen is de Directeur van het Bureau als Secretaris toegevoegd.
De Commissie kan bepaalde harer functies aan haar Voorzitter overdragen.
De Voorzitter vervult de taken die door de Commissie aan hem worden overgedragen en vervangt de Commissie indien spoedbesluiten moeten worden genomen. Van deze besluiten geeft hij binnen de kortst mogelijke termijn de leden van de Commissie kennis en legt hij rekenschap af.
Wanneer er aanwijzing is dat zich kwesties van gemeenschappelijk belang voor de Commissie en voor op hetzelfde terrein werkzame Organisaties zullen voordoen, vertegenwoordigt de Voorzitter de Commissie bij deze Organisaties.
In geval van afwezigheid, verhindering, beëindiging van mandaat, aftreden of overlijden van de Voorzitter, wordt diens functie tijdelijk door de eerste Vice-Voorzitter waargenomen.
Artikel XVI
De Commissie komt ten minste iedere twee jaar bijeen na oproeping door haar Voorzitter of, in geval van diens verhindering, na oproeping door de Directeur van het Bureau indien bij hem een aanvraag, uitgegaan van ten minste de helft van de leden der Commissie, is ingediend.
Behalve om bijzondere reden, hebben de gewone zittingen plaats in het land waar het Bureau is gevestigd.
Bijeenkomsten van informatieve aard kunnen echter worden gehouden in het grondgebied van de verschillende Staten-Leden.
Artikel XVII
De leden van de Commissie, die verhinderd zijn een bijeenkomst bij te wonen, kunnen hun stem aan een hunner collegae overdragen; deze is dan hun vertegenwoordiger. In dat geval kan eenzelfde lid, behalve zijn eigen stem, niet meer dan twee andere stemmen uitbrengen. De besluiten zijn slechts geldig als het aantal aanwezige en vertegenwoordigde leden ten minste gelijk is aan drie kwart van het aantal tot leden van de Commissie aangewezen personen en als het ontwerp ten minste vier vijfde van de uitgebrachte stemmen heeft verkregen. Het aantal uitgebrachte stemmen moet ten minste gelijk zijn aan vier vijfde van het aantal ter zitting aanwezige en vertegenwoordigde leden.
Onthoudingen, blanco of ongeldige stemmen worden niet beschouwd als uitgebrachte stemmen.
In de tijd tussen de zittingen, alsmede voor zekere speciale gevallen, kan de Commissie haar beraadslagingen schriftelijk voeren.
De in deze vorm genomen besluiten zijn slechts geldig, indien aan alle leden van de Commissie gevraagd is, hun mening te kennen te geven, en indien de besluiten met alle uitgebrachte stemmen zijn goedgekeurd, onder voorwaarde dat het aantal uitgebrachte stemmen ten minste gelijk is aan twee derde van het aantal aangewezen leden.
Onthoudingen, blanco of ongeldige stemmen worden niet beschouwd als uitgebrachte stemmen. Het niet antwoorden binnen door de Voorzitter bepaalde termijn, wordt beschouwd als onthouding.
Artikel XVIII
De Commissie vertrouwt bijzondere studies, experimentele onderzoekingen en laboratorium-werkzaamheden toe aan de bevoegde Diensten van de Staten-Leden, na vooraf hun officiële akkoordverklaring te hebben verkregen. Indien deze taken zekere kosten met zich brengen, geeft de akkoordverklaring aan, in welke verhouding deze kosten door de Organisatie worden gedragen.
De Directeur van het Bureau coördineert en centraliseert het geheel der werkzaamheden.
De Commissie kan bepaalde taken doorlopend of tijdelijk toevertrouwen aan werkgroepen of aan technische of juridische deskundigen; dezen werken volgens door de Commissie gegeven richtlijnen. Indien deze taken bepaalde beloningen of vergoedingen met zich brengen, stelt de Commissie het bedrag daarvan vast.
De Directeur van het Bureau neemt het Secretariaat van deze werkgroepen of van deze groepen deskundigen op zich.
Internationaal Bureau voor wettelijke metrologie
Artikel XIX
Het Internationaal Bureau voor wettelijke metrologie staat onder leiding en toezicht van de Commissie en draagt zorg voor het functioneren van de Conferentie en van de Commissie.
Het Bureau is ermede belast, de bijeenkomsten der Conferentie en der Commissie voor te bereiden, de verbinding tussen de verschillende leden dezer organen te vormen en de betrekkingen met de Staten-Leden of met de correspondenten en hun betrokken diensten te onderhouden.
Het is tevens belast met de uitvoering der in artikel I omschreven studies en werkzaamheden, alsook met het opstellen van processen-verbaal en het uitgeven van een bulletin dat kosteloos aan alle Staten-Leden wordt toegezonden.
Het is het in artikel I bedoelde documentatie- en voorlichtingscentrum.
De Commissie en het Bureau behartigen de uitvoering van de besluiten der Conferentie.
Het Bureau verricht geen experimentele onderzoekingen of laboratorium-werkzaamheden. Het kan echter over behoorlijk uitgeruste demonstratiezalen beschikken om de constructie en de werking van bepaalde toestellen te bestuderen.
Artikel XX
Het Bureau is gevestigd in Frankrijk.
Artikel XXI
Het personeel van het Bureau omvat een Directeur en diens door de Commissie benoemde medewerkers alsmede de vaste of tijdelijke, door de Directeur aangestelde employés of agenten.
Het personeel van het Bureau en eventueel de in artikel XVIII bedoelde deskundigen, worden bezoldigd. Zij ontvangen hetzij salaris of loon, hetzij vergoedingen; de betreffende bedragen worden vastgesteld door de Commissie.
De rechtspositie van de Directeur, de medewerkers en de employés of agenten wordt vastgesteld door de Commissie, met name wat betreft de aanstellings-, arbeids- en pensioenvoorwaarden en de interne regelingen. De Directeur benoemt en ontslaat de agenten en de employés van het Bureau, behalve wat betreft de door de Commissie aangewezen medewerkers die slechts bij besluit van de Commissie door deze maatregel kunnen worden getroffen.
Artikel XXII
De Directeur draagt zorg voor het functioneren van het Bureau onder toezicht en leiding van de Commissie, tegenover welke hij verantwoordelijk is en aan welke hij, bij elke gewone zitting een verslag van zijn beheer moet uitbrengen.
De Directeur ontvangt en int de inkomsten, stelt de begroting op, doet alle personeel- en materiaal-uitgaven, stelt de betreffende bedragen betaalbaar en beheert de geldmiddelen.
De Directeur is rechtens secretaris van de Conferentie en van de Commissie.
Artikel XXIII
De Regeringen der Staten-Leden verklaren, dat het Bureau wordt erkend als instelling van algemeen belang, dat het rechtspersoonlijkheid bezit en dat het, in algemene zin, de voorrechten en faciliteiten geniet, welke door de in elk der Staten-Leden geldende wettelijke bepalingen gewoonlijk aan intergouvernementele instellingen worden verleend.
HOOFDSTUK III. Financiële bepalingen
Artikel XXIV
De Conferentie stelt voor een financiële periode, gelijk aan de tijd tussen twee zittingen, de volgende bedragen vast:
- -. het globale bedrag aan kredieten, benodigd voor het dekken van uitgaven voor het functioneren der Organisaties;
- -. het jaarlijks bedrag aan kredieten dat gereserveerd moet worden om noodzakelijke buitengewone uitgaven te kunnen bestrijden en om de uitvoering der begroting te verzekeren ingeval de ontvangsten onvoldoende mochten zijn.
De kredieten zijn uitgedrukt in goudfranken. De pariteit tussen de goudfrank en de Franse frank is die welke wordt aangegeven door de „Banque de France”.
Gedurende de financiële periode kan de Commissie zich wenden tot de Staten-Leden, als zij meent dat een verhoging van de kredieten noodzakelijk is om de taken der Organisatie te volvoeren dan wel om aan een verandering van de economische toestand het hoofd te bieden.
Indien de financiële periode verstrijkt zonder dat de Conferentie is bijeengekomen dan wel geldig heeft kunnen beraadslagen, wordt de financiële periode tot aan de volgende geldige zitting verlengd.
De oorspronkelijk toegewezen kredieten worden verhoogd naar verhouding van de tijd dezer verlenging.
Tijdens deze financiële periode stelt de Commissie, binnen de grens van de toegestane kredieten, het bedrag vast van de voor de werkzaamheden dienende uitgaven welke betrekking hebben op de begrotingstermijn, gelijk aan de tijd tussen de zittingen. Zij houdt toezicht op de belegging van het beschikbaar kapitaal.
Indien de begrotingstermijn verstrijkt zonder dat de Commissie is bijeengekomen dan wel geldig heeft kunnen beraadslagen, beslissen de Voorzitter en de Directeur van het Bureau over de verlenging tot de volgende geldige zitting, van het geheel of van een deel der begroting voor de verstreken periode.
Artikel XXV
De Directeur van het Bureau is gemachtigd, op eigen gezag de uitgaven voor het functioneren van de Organisatie vast te stellen en te regelen.
Slechts met toestemming van de Voorzitter der Commissie mag hij:
- -. de buitengewone uitgaven regelen;
- -. aan de reserve-kredieten fondsen onttrekken, welke noodzakelijk zijn om de uitvoering van de begroting te verzekeren ingeval de ontvangsten onvoldoende mochten zijn.
De begrotingsoverschotten blijven tijdens de gehele financiële periode beschikbaar.
Het begrotingsbeheer van de Directeur moet ter controle worden overgelegd aan de Commissie, die het tijdens elke zitting verifieert.
Na afloop der financiële periode legt de Commissie ter controle aan de Conferentie een beheersverslag over.
De Conferentie bepaalt de bestemming welke moet worden gegeven aan de begrotingsoverschotten. Het bedrag van deze overschotten kan worden afgetrokken van de contributies der Staten-Leden dan wel worden toegevoegd aan de reserve-kredieten.
Artikel XXVI
De uitgaven van de Organisatie worden gedekt:
- 1°. door een jaarlijkse contributie der Staten-Leden. Het totaal der bijdragen voor een financiële periode wordt bepaald naar de omvang der door de Conferentie toegestane kredieten, met inachtneming van een raming der inkomsten van de hierna onder 2° tot 5° vermelde posten. Teneinde de onderscheidene bijdragen vast te stellen, worden de Staten-Leden, naar de totale bevolking van het moederland en van de gebieden welke zij hebben verklaard te vertegenwoordigen, ingedeeld in vier klassen: Het bevolkingscijfer wordt naar beneden afgerond op hele miljoenen. Als in een Staat de gebruiksfrequentie van meetinstrumenten aanzienlijk onder het gemiddelde ligt, kan deze Staat aanvragen, te worden geplaatst in een lagere klasse dan in die waarin hij zou moeten worden geplaatst op grond van zijn bevolkingsaantal. Volgens de klassen verhouden de bijdragen zich als 1 : 2 : 4 : 8. Teneinde de jaarlijkse contributie van een Staat-Lid vast te stellen, wordt de bijdrage gelijkelijk verdeeld over alle jaren van de financiële periode. Teneinde van het begin af een garantie te stellen om schommelingen in de binnenkomst der ontvangsten te niet te doen, verlenen de Staten-Leden voorschotten op hun komende jaarlijkse bijdragen. Het bedrag van deze voorschotten en de tijd waarvoor zij gelden, worden bepaald door de Conferentie. Indien de financiële periode verstrijkt zonder dat de Conferentie is bijeengekomen dan wel geldig heeft kunnen beraadslagen, worden de jaarlijkse bijdragen volgens dezelfde maatstaf verlengd tot een geldige zitting der Conferentie;
- Klasse 1. -. Bevolking van 10 miljoen inwoners of minder;
- Klasse 2. -. Bevolking van meer dan 10 miljoen tot en met 40 miljoen;
- Klasse 3. -. Bevolking van meer dan 40 miljoen tot en met 100 miljoen;
- Klasse 4. -. Bevolking van meer dan 100 miljoen.
- 2°. door de opbrengst van de verkoop der publikaties en van de aan de Correspondenten bewezen diensten;
- 3°. door de inkomsten uit de belegging der beschikbare gelden;
- 4°. door de bijdragen voor de lopende financiële periode en door de entreegelden der nieuw toegetreden Staten - door bijdragen met terugwerkende kracht en entreegelden van Staten die wederom lid worden - door de achterstallige bijdragen van Staten-Leden die hun betalingen hervatten na deze te hebben onderbroken;
- 5°. door toelagen, subsidies, schenkingen, legaten en andere diverse ontvangsten.
Teneinde buitengewone werkzaamheden mogelijk te maken kunnen door bepaalde Staten-Leden buitengewone toelagen worden verleend. Deze zijn niet opgenomen in de algemene begroting en aparte rekeningen worden ervan bijgehouden.
De jaarlijkse bijdragen worden in goudfranken vastgesteld. Zij worden in Franse franken betaald of in inwisselbare valuta.
De pariteit tussen de goudfrank en de Franse frank is die welke door de „Banque de France” is vastgesteld, waarbij de geldige koers de koers op de dag van betaling is.
Zij worden aan het begin van het jaar betaald aan de Directeur van het Bureau.
Artikel XXVII
De Commissie stelt een financiële regeling vast op de voet van de algemene bepalingen der artikelen XXIV en XXVI.
Artikel XXVIII
Een Staat die lid wordt van de Organisatie tijdens één der in artikel XXXVI bedoelde perioden, is tot het einde van deze periode gebonden en is met ingang van het tijdstip der toetreding onderworpen aan dezelfde verplichtingen als de Staten die reeds lid zijn.
Een nieuw Staat-Lid wordt mede-eigenaar van de bezittingen van de Organisatie en is daardoor verplicht een door de Conferentie vastgesteld entreegeld te betalen.
Zijn jaarlijkse bijdrage wordt berekend alsof hij toetrad op de 1ste januari van het jaar, volgend op dat waarin de akten van toetreding of bekrachtiging werden nedergelegd.
Het door hem voor het lopende jaar te betalen bedrag omvat zoveel twaalfde delen van zijn bijdrage als er maanden overblijven. Dit bedrag brengt geen wijziging in de bijdragen voor dat jaar van de andere Leden.
Artikel XXIX
Elk Staat-Lid dat zijn bijdrage niet heeft voldaan gedurende drie achtereenvolgende jaren, wordt reglementair als uittredend beschouwd en van de lijst der Staten-Leden afgevoerd.
De Conferentie onderzoekt echter de omstandigheden van Staten-Leden die zich in een periode van financiële moeilijkheden mochten bevinden en die niet in staat mochten zijn, terstond aan hun verplichtingen te voldoen; in bepaalde gevallen kan de Conferentie hun uitstel verlenen of hun bijdrage verminderen.
Het tekort in de ontvangsten, dat uit het afvoeren van een Staat-Lid voortvloeit, wordt aangevuld uit de reserve-kredieten als bepaald in artikel XXIV.
Vrijwillig uittredende Staten-Leden en reglementair uittredende Staten-Leden verliezen elk recht op mede-eigendom van het totaal der bezittingen van de Organisatie.
Artikel XXX
Een vrijwillig uittredend Staat-Lid kan op zijn verzoek zonder meer wederom lid worden. Hij wordt dan beschouwd als nieuw Staat-Lid, doch entreegeld is slechts verschuldigd indien zijn uittreding langer dan vijf jaar geleden plaatsvond.
Een reglementair uitgetreden Staat-Lid kan op eigen verzoek wederom lid worden, onder voorwaarde dat de op het tijdstip van zijn afvoering onbetaalde bijdragen worden aangezuiverd. Deze met terugwerkende kracht geldende bijdragen worden berekend op basis van de bijdragen voor de jaren voorafgaande aan het tijdstip waarop hij wederom lid wordt. Daarna wordt hij beschouwd als een nieuw Staat-Lid maar het entreegeld wordt vastgesteld met inachtneming van zijn vroegere bijdragen in door de Conferentie vastgestelde verhoudingen.
Artikel XXXI
In geval van ontbinding van de Organisatie worden de baten verdeeld onder de Staten-Leden naar verhouding van het totaal van hun vroegere bijdragen, onder voorbehoud van overeenkomsten welke eventueel gesloten zijn tussen de Staten-Leden die op de datum van de ontbinding geen achterstand hebben ten aanzien van hun bijdragen, en onder voorbehoud van de contractuele of verworven rechten van het in dienst zijnde of gepensioneerde personeel.
HOOFDSTUK IV. Algemene bepalingen
Artikel XXXII
Dit Verdrag blijft tot 31 december 1955 bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Franse Republiek ter ondertekening opengesteld.
Het zal worden bekrachtigd.
De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Regering van de Franse Republiek, die de datum van nederlegging mededeelt aan elk der ondertekenende Staten.
Artikel XXXIII
De Staten die het Verdrag niet hebben ondertekend, kunnen na het verstrijken van de in artikel XXXII bedoelde termijn toetreden.
De akten van toetreding worden nedergelegd bij de Regering van de Franse Republiek, die de datum van nederlegging mededeelt aan alle ondertekenende en toetredende Staten.
Artikel XXXIV
Dit Verdrag treedt in werking dertig dagen na de nederlegging van de zestiende akte van bekrachtiging of toetreding.
Ten aanzien van elke Staat die na deze datum bekrachtigt of toetreedt, treedt het in werking dertig dagen na de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding.
De Regering van de Franse Republiek deelt aan elk der Verdragsluitende Partijen de datum van inwerkingtreding van het Verdrag mede.
Artikel XXXV
Elke Staat kan, op het tijdstip van ondertekening of van bekrachtiging dan wel op elk ander tijdstip, door middel van een aan de Regering van de Franse Republiek gerichte kennisgeving verklaren, dat dit Verdrag van toepassing is op het geheel of op een deel van de gebieden welke hij in internationaal verband vertegenwoordigt.
Dit Verdrag is op het gebied of de gebieden, aangegeven in de kennisgeving, van toepassing met ingang van de dertigste dag na de datum waarop de Regering van de Franse Republiek de kennisgeving heeft ontvangen.
De Regering van de Franse Republiek brengt deze kennisgeving over aan de andere Regeringen.
Artikel XXXVI
Dit Verdrag wordt gesloten voor een tijdvak van twaalf jaar, te rekenen van het begin van zijn inwerkingtreding af.
Het blijft daarna ten aanzien van de Verdragsluitende Partijen die het niet ten minste zes maanden voor het verstrijken van deze termijn hebben opgezegd van kracht voor een tijdvak van zes jaar, en zo vervolgens.
De opzegging geschiedt door schriftelijke kennisgeving aan de Regering van de Franse Republiek, die hiervan aan de Verdragsluitende Partijen mededeling doet.
Artikel XXXVII
De Organisatie kan bij besluit van de Conferentie worden ontbonden, indien althans de afgevaardigden op het tijdstip van de stemming zijn voorzien van een hiertoe strekkende volmacht.
Artikel XXXVIII
Indien het aantal Verdragsluitende Partijen tot minder dan zestien is teruggelopen, kan de Conferentie de Staten-Leden raadplegen om uit te maken, of het Verdrag als vervallen moet worden beschouwd.
Artikel XXXIX
De Conferentie kan aan de Verdragsluitende Partijen wijzigingen van dit Verdrag aanbevelen.
Iedere Verdragsluitende Partij die een wijziging aanvaardt, brengt schriftelijk haar aanvaarding ter kennis aan de Regering van de Franse Republiek, die aan de overige Verdragsluitende Partijen de ontvangst der kennisgeving van aanvaarding mededeelt.
Een wijziging wordt van kracht drie maanden nadat de kennisgevingen van aanvaarding van alle Verdragsluitende Partijen door de Regering van de Franse Republiek zijn ontvangen. Wanneer een wijziging aldus door alle Verdragsluitende Partijen is aanvaard, deelt de Regering van de Franse Republiek dit mede aan de ondertekenende Regeringen en aan alle andere Verdragsluitende Partijen, alsook de datum waarop de wijziging van kracht wordt.
Nadat een wijziging van kracht is geworden, kan geen enkele Regering dit Verdrag bekrachtigen of er toe toetreden zonder tevens deze wijziging te aanvaarden.
Artikel XL
Dit Verdrag wordt opgesteld in de Franse taal in één exemplaar, dat wordt nedergelegd in het archief van de Regering van de Franse Republiek, die aan alle ondertekenende en toetredende Regeringen voor eensluidend gewaarmerkte afschriften verstrekt.
En foi de quoi les Plénipotentiaires ci-après, dont les pouvoirs ont été reconnus en bonne et due forme, ont signé la présente Convention.
Fait à Paris, le 12 octobre 1955.