← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht en tenuitvoerlegging van de FATCA

Geldende tekst a fecha 2019-03-26

Overwegende dat

het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Verenigde Staten van Amerika,

(hierna elk afzonderlijk te noemen „partij” en tezamen „partijen”) reeds lang nauwe betrekkingen onderhouden ten behoeve van de wederzijdse bijstand in belastingzaken van de Verenigde Staten en Nederland en een verdrag wensen te sluiten ter verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht door voort te bouwen op deze betrekkingen;

Overwegende dat artikel 30 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, gesloten te Washington op 18 december 1992, zoals gewijzigd in 1993 en 2004 (het „Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting”) en het Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken, gedaan te Straatsburg op 25 januari 1988 (het „WABB-verdrag”) machtigen tot het uitwisselen van informatie voor belastingdoeleinden, daaronder begrepen op automatische basis (hierna wordt met de „Verdragen” verwezen naar het Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting en het WABB-verdrag en eventuele wijzigingen daarvan die voor beide partijen van kracht zijn);

Overwegende dat de Verenigde Staten van Amerika bepalingen hebben vastgesteld die algemeen bekend staan als de Foreign Account Tax Compliance Act (de „FATCA”), waarmee een rapportageregeling voor financiële instellingen ter zake van bepaalde rekeningen wordt ingevoerd;

Overwegende dat de regering van Nederland voorstander is van de onderliggende beleidsdoelstelling van de FATCA: verbetering van de naleving van de belastingplicht;

Overwegende dat de FATCA diverse discussiepunten heeft opgeroepen, waaronder de vraag of de Nederlandse financiële instellingen vanwege nationale juridische belemmeringen kunnen voldoen aan bepaalde aspecten van de FATCA;

Overwegende dat de regering van de Verenigde Staten van Amerika informatie verzamelt over bepaalde rekeningen van inwoners van Nederland die worden beheerd door Amerikaanse financiële instellingen en zich verbindt deze informatie met de regering van Nederland uit te wisselen en streeft naar uitwisseling op gelijkwaardig niveau;

Overwegende dat de regering van de Verenigde Staten en de regering van Nederland streven naar samenwerking op de langere termijn teneinde te komen tot gezamenlijke rapportage- en due diligence-normen voor financiële instellingen;

Overwegende dat de regering van de Verenigde Staten van Amerika onderkent dat de rapportageverplichtingen uit hoofde van de FATCA dienen te worden afgestemd op andere fiscale rapportageverplichtingen van Nederlandse financiële instellingen jegens de Verenigde Staten teneinde dubbele rapportage te voorkomen;

Overwegende dat een intergouvernementele aanpak van de implementatie van de FATCA juridische belemmeringen zou kunnen wegnemen en de administratieve lasten voor de Nederlandse financiële instellingen zou kunnen verminderen;

Overwegende dat de regeringen van de partijen een verdrag wensen te sluiten ter verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht en voorzieningen te treffen voor de implementatie van de FATCA op basis van nationale rapportage en wederzijdse automatische uitwisseling uit hoofde van de Verdragen en met inachtneming van de vertrouwelijkheid en andere daarin voorziene beschermingsmechanismen, met inbegrip van bepalingen ter beperking van het gebruik van de uit hoofde van de Verdragen uitgewisselde informatie;

Zijn de partijen thans het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag en de bijlagen daarbij („Verdrag”), hebben de onderstaande uitdrukkingen de volgende betekenis:

2.

Een uitdrukking die niet wordt omschreven in dit Verdrag, heeft, tenzij de context anders vereist, of indien de bevoegde autoriteiten (in overeenstemming met hun nationale wetgeving) gezamenlijk een betekenis overeenkomen, de betekenis welke die uitdrukking op dat tijdstip heeft volgens de wetgeving van de partij die dit Verdrag toepast, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die partij prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die partij aan die uitdrukking wordt gegeven.

Artikel 2. Verplichtingen tot het verkrijgen en uitwisselen van informatie ten aanzien van te rapporteren rekeningen
1.

Onverminderd de bepalingen van artikel 3 van dit Verdrag verkrijgt elke partij de informatie omschreven in het tweede lid van dit artikel ter zake van alle te rapporteren rekeningen en wisselt zij deze informatie overeenkomstig beide of één van beide Verdragen jaarlijks automatisch uit met de andere partij.

2.

De volgende informatie dient te worden verkregen en uitgewisseld:

Artikel 3. Tijdstip en wijze van informatie-uitwisseling
1.

Ten behoeve van de verplichting tot informatie-uitwisseling in artikel 2 van dit Verdrag kunnen het bedrag en de aard van betalingen verricht ter zake van een Amerikaanse te rapporteren rekening worden vastgesteld in overeenstemming met de beginselen van de Nederlandse belastingwetgeving, en kunnen het bedrag en de aard van betalingen verricht ter zake van een Nederlandse te rapporteren rekening worden vastgesteld in overeenstemming met de beginselen van de Amerikaanse federale inkomstenbelastingwetgeving.

2.

Ten behoeve van de verplichting tot informatie-uitwisseling in artikel 2 van dit Verdrag dient in de uitgewisselde informatie de valuta te worden vermeld van elk relevant bedrag.

3.

In het kader van artikel 2, tweede lid, van dit Verdrag dient informatie te worden verkregen en uitgewisseld ter zake van 2014 en alle volgende jaren, met dien verstande dat:

4.

Onverminderd het derde lid van dit artikel zijn de partijen ter zake van elke te rapporteren rekening die op 30 juni 2014 wordt beheerd door een rapporterende financiële instelling en met inachtneming van artikel 6, vierde lid, van dit Verdrag niet verplicht de Nederlandse dan wel de U.S. TIN, naargelang hetgeen van toepassing is, van een relevante persoon te verkrijgen en op te nemen in de uit te wisselen informatie, indien het identificatienummer van de desbetreffende belastingplichtige zich niet in het dossier van de rapporterende financiële instelling bevindt. In dat geval verkrijgen de partijen de geboortedatum van de desbetreffende persoon en nemen die op in de uit te wisselen informatie, indien deze zich in het dossier van de rapporterende financiële instelling bevindt.

5.

Onverminderd het derde en vierde lid van dit artikel dient de informatie omschreven in artikel 2 van dit Verdrag te worden uitgewisseld binnen negen maanden na het eind van het kalenderjaar waarop de informatie betrekking heeft.

6.

De bevoegde autoriteiten van Nederland en de Verenigde Staten treffen een regeling uit hoofde van de procedures voor onderling overleg voorzien in artikel 29 van het verdrag ter voorkoming van dubbele belasting en artikel 24 van het WABB-verdrag waarin:

7.

Voor alle informatie die uit hoofde van dit Verdrag wordt uitgewisseld gelden de vertrouwelijkheid en andere beschermingsmechanismen voorzien in de Verdragen, met inbegrip van bepalingen ter beperking van het gebruik van de uitgewisselde informatie.

Artikel 4. Toepassing van de FATCA op Nederlandse financiële instellingen
1.

Behandeling van rapporterende Nederlandse financiële instellingen. Elke rapporterende Nederlandse financiële instelling wordt behandeld als een instelling die voldoet aan en niet onderworpen is aan de inhoudingsplicht van artikel 1471 van de U.S. Internal Revenue Code, mits Nederland ter zake van deze rapporterende Nederlandse financiële instelling voldoet aan zijn verplichtingen uit hoofde van de artikelen 2 en 3 van dit Verdrag en de rapporterende Nederlandse financiële instelling:

Onverminderd het voorgaande is op een rapporterende Nederlandse financiële instelling ter zake waarvan niet voldaan is aan de voorwaarden van dit lid niet de inhoudingsplicht ingevolge artikel 1471 van de U.S. Internal Revenue Code van toepassing, tenzij deze rapporterende Nederlandse financiële instelling ingevolge artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van dit Verdrag door de IRS behandeld wordt als een niet-participerende financiële instelling.

2.

Opschorting van regels voor onwillige rekeninghouders. De Verenigde Staten verlangen niet van rapporterende Nederlandse financiële instellingen dat zij belasting inhouden uit hoofde van artikel 1471 of 1472 van de U.S. Internal Revenue Code ter zake van rekeningen van onwillige rekeninghouders (zoals omschreven in artikel 1471(d)(6) van de U.S. Internal Revenue Code), of dergelijke rekeningen opheffen, indien de Amerikaanse bevoegde Autoriteit met betrekking tot dergelijke rekeningen de informatie ontvangt die bedoeld is in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van dit Verdrag, overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 van dit Verdrag.

3.

Bijzondere behandeling van Nederlandse pensioenregelingen. Voor de toepassing van de artikelen 1471 en 1472 van de U.S. Internal Revenue Code behandelen de Verenigde Staten de Nederlandse pensioenregelingen omschreven in Bijlage II naar gelang van het geval als FATCA-conform geachte buitenlandse financiële instellingen of als vrijgestelde begunstigden. Daartoe wordt onder een Nederlandse pensioenregeling mede verstaan een entiteit die is opgericht of zich bevindt in en valt onder de regelgeving van Nederland, of een vooraf aangewezen contractuele of wettelijke regeling die wordt aangewend voor het verstrekken van pensioenuitkeringen of het verwerven van inkomsten voor het verstrekken van dergelijke uitkeringen ingevolge de Nederlandse wetgeving en die regels bevat inzake bijdragen, uitdelingen, verslaglegging, sponsorship en belastingheffing.

4.

Identificatie en behandeling van andere FATCA-conform geachte buitenlandse financiële instellingen en vrijgestelde begunstigden. De Verenigde Staten behandelen elke niet-rapporterende Nederlandse financiële instelling als een FATCA-conform geachte buitenlandse financiële instelling of als een vrijgestelde begunstigde, naargelang van het geval, voor de toepassing van artikel 1471 van de U.S. Internal Revenue Code.

5.

Bijzondere regels omtrent gelieerde entiteiten en filialen die niet-participerende financiële instellingen zijn. Indien een Nederlandse financiële instelling die voor het overige voldoet aan de vereisten omschreven in het eerste lid van dit artikel of wordt omschreven in het derde of vierde lid van dit artikel, een gelieerde entiteit of gelieerd filiaal bezit die of dat opereert in een staat die belet dat deze entiteit of dat filiaal voldoet aan de vereisten voor buitenlandse participerende financiële instellingen of FATCA-conform geachte buitenlandse financiële instellingen voor de toepassing van artikel 1471 van de U.S. Internal Revenue Code, of een gelieerde entiteit of gelieerd filiaal bezit die of dat uitsluitend vanwege het aflopen van de overgangsregeling voor beperkte (limited) buitenlandse financiële instellingen en beperkte (limited) filialen ingevolge de desbetreffende voorschriften van het Amerikaanse ministerie van Financiën wordt behandeld als een buitenlandse niet-participerende financiële instelling, blijft deze Nederlandse financiële instelling voldoen aan de voorwaarden van dit Verdrag en wordt deze voor de toepassing van artikel 1471 van de U.S. Internal Revenue Code onverkort behandeld als een FATCA-conform geachte buitenlandse financiële instelling of vrijgestelde begunstigde, naargelang van hetgeen het geval is, mits:

6.

Afstemming van het tijdschema. Onverminderd het derde en vijfde lid van artikel 3 van dit Verdrag:

7.

Afstemming van begripsomschrijvingen met de voorschriften van het Amerikaanse ministerie van Financiën. Onverminderd artikel 1 van dit Verdrag en de begripsomschrijvingen vervat in de Bijlagen bij dit Verdrag kan Nederland bij de implementatie van dit Verdrag gebruikmaken van, en Nederlandse financiële instellingen het gebruik toestaan van, een begripsomschrijving in de relevante voorschriften van het Amerikaanse ministerie van Financiën in plaats van een dienovereenkomstige begripsomschrijving in dit Verdrag, mits de toepassing ervan niet ten koste gaat van de doelstellingen van dit Verdrag.

Artikel 5. Samenwerking ten behoeve van naleving en handhaving
1.

Kleine en administratieve fouten. Een bevoegde autoriteit stelt de bevoegde autoriteit van de andere partij in kennis indien de eerstgenoemde bevoegde autoriteit redenen heeft om aan te nemen dat administratieve of andere kleine fouten mogelijk hebben geleid tot onjuiste of incomplete rapportage of tot andere inbreuken op dit Verdrag. De bevoegde autoriteit van de andere partij past haar nationale recht (met inbegrip van de van toepassing zijnde sancties) toe teneinde de gecorrigeerde en/of volledige informatie te verkrijgen of andere inbreuken op dit Verdrag te verhelpen.

2.

Significante niet-nakoming.

3.

Externe dienstverleners. Elke partij kan rapporterende financiële instellingen toestaan gebruik te maken van externe dienstverleners teneinde te voldoen aan de hun door een partij opgelegde verplichtingen voorzien in dit Verdrag, maar de rapporterende financiële instellingen blijven verantwoordelijk voor deze verplichtingen.

4.

Preventieve maatregelen. De partijen implementeren de nodige maatregelen om te voorkomen dat financiële instellingen praktijken uitoefenen die beogen de uit hoofde van dit Verdrag vereiste rapportage te omzeilen.

Artikel 6. Wederzijdse verplichting tot voortdurende verbetering van de effectiviteit van informatie-uitwisseling en transparantie
1.

Wederkerigheid. De regering van de Verenigde Staten onderkent de noodzaak te bewerkstelligen dat op gelijk niveau wederzijds automatisch informatie kan worden uitgewisseld met Nederland. De regering van de Verenigde Staten heeft zich verplicht de transparantie verder te verbeteren en de betrekkingen met Nederland voor de uitwisseling te bevorderen door te streven naar het aannemen van regelgeving en het bevorderen en ondersteunen van relevante wetgeving teneinde wederzijdse automatische uitwisseling van informatie op gelijk niveau te bewerkstelligen.

2.

Behandeling van passthru-betalingen en bruto-opbrengsten. De partijen verplichten zich met elkaar en met partnerstaten samen te werken teneinde een praktische en effectieve alternatieve aanpak te ontwikkelen om de beleidsdoelstellingen omtrent inhoudingen over buitenlandse passthru-betalingen en bruto-opbrengsten te verwezenlijken waardoor de administratieve last tot een minimum wordt beperkt.

3.

Ontwikkeling van een gemeenschappelijk model voor rapportage en uitwisseling. De partijen verplichten zich samen te werken met partnerstaten, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling en de Europese Unie teneinde de voorwaarden van dit Verdrag aan te passen aan een gemeenschappelijk model voor de automatische uitwisseling van informatie, met inbegrip van normen op het gebied van rapportage en due diligence voor financiële instellingen.

4.

Documentatie van rekeningen gehouden per 30 juni 2014. Ten aanzien van te rapporteren rekeningen gehouden door rapporterende financiële instellingen per 30 juni 2014:

Artikel 7. Consistente toepassing van de FATCA op partnerstaten
1.

Nederland verkrijgt het voordeel van enigerlei gunstiger voorwaarden onder artikel 4 of Bijlage I van dit Verdrag bij de toepassing van de FATCA op Nederlandse financiële instellingen die zijn toegekend aan een andere partnerstaat op grond van een ondertekend bilateraal verdrag uit hoofde waarvan de andere partnerstaat dezelfde verplichtingen heeft aanvaard als Nederland zoals omschreven in de artikelen 2 en 3 van dit Verdrag en onder dezelfde voorwaarden als omschreven in deze artikelen en de artikelen 5 tot en met 9 van dit Verdrag.

2.

De Verenigde Staten stellen Nederland in kennis van deze gunstiger voorwaarden en deze zullen automatisch uit hoofde van dit Verdrag van toepassing zijn alsof zij waren omschreven in dit Verdrag en van kracht zijn met ingang van de datum van ondertekening van het verdrag dat de gunstiger voorwaarden omvat, tenzij Nederland de toepassing ervan schriftelijk afwijst.

Artikel 8. Overleg en wijzigingen
1.

Bij problemen bij de implementatie van dit Verdrag kan elke partij verzoeken om overleg teneinde passende maatregelen uit te werken om de uitvoering van dit Verdrag te waarborgen.

2.

Dit Verdrag kan met wederzijdse schriftelijke instemming van beide partijen worden gewijzigd. Tenzij anderszins overeengekomen, wordt een wijziging van kracht via de procedures vervat in artikel 10, eerste lid, van dit Verdrag.

Artikel 9. Bijlagen

De Bijlagen vormen een integrerend onderdeel van dit Verdrag.

Artikel 10. Looptijd van het Verdrag
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de datum waarop Nederland de Verenigde Staten er schriftelijk van in kennis stelt dat Nederland de vereiste interne procedures heeft afgerond voor de inwerkingtreding van dit Verdrag en het blijft van kracht tot het wordt beëindigd.

2.

Elk van de partijen kan dit Verdrag beëindigen door middel van een schriftelijke kennisgeving van beëindiging aan de andere partij. Deze opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van twaalf maanden na de datum van de kennisgeving van beëindiging.

3.

Vóór 31 december 2016 overleggen de partijen constructief over wijzigingen van dit Verdrag die nodig mochten zijn teneinde aan te sluiten bij de voortgang omtrent de verplichtingen vervat in artikel 6 van dit Verdrag.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed this Agreement.

DONE at The Hague, in duplicate, in English, this 18th day of December, 2013.

For the Kingdom of the Netherlands,

F.H.H. WEEKERS

For the United States of America,

A.H. STERLING