← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, en de Tsjechische Republiek inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen

Geldende tekst a fecha 2015-06-29

Het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba,

en

de Tsjechische Republiek,

Geleid door de wens de uitwisseling van informatie betreffende belastingen te vergemakkelijken;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Doelstelling en reikwijdte van het Verdrag
1.

De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen verlenen elkaar bijstand door middel van de uitwisseling van informatie die naar verwachting van belang zal zijn voor de toepassing en handhaving van de nationale wetten van de verdragsluitende partijen die betrekking hebben op de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is. Deze informatie omvat informatie die naar verwachting van belang zal zijn voor de bepaling, vaststelling en inning van deze belastingen, de invordering en tenuitvoerlegging van belastingvorderingen of het onderzoek naar of de vervolging van belastingzaken. Informatie wordt uitgewisseld in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en wordt vertrouwelijk behandeld op de wijze voorzien in artikel 9. De uit hoofde van de wetgeving of de bestuursrechtelijke praktijk van de aangezochte partij aan personen toegekende rechten en waarborgen blijven van toepassing voor zover zij de doeltreffende uitwisseling van informatie niet onnodig verhinderen of vertragen.

2.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft is dit Verdrag uitsluitend van toepassing op Aruba.

Artikel 2. Rechtsmacht

Een aangezochte partij is niet verplicht informatie te verstrekken die noch in het bezit is van haar autoriteiten, noch in het bezit of in de macht van personen die onder haar territoriale rechtsmacht vallen.

Artikel 3. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
1.

De belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is betreffen in de Tsjechische Republiek bestaande belastingen van elke soort en benaming en in Aruba bestaande belastingen van elke soort en benaming, met inbegrip van accijnzen.

2.

Dit Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke belastingen die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. Indien de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen zulks overeenkomen, is dit Verdrag ook van toepassing op alle in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. Voorts kunnen de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, in onderling overleg tussen de verdragsluitende partijen in de vorm van een briefwisseling worden uitgebreid of aangepast. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die zijn aangebracht in de belastingheffing en daarmee samenhangende maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie waarop het Verdrag van toepassing is.

Artikel 4. Algemene begripsomschrijvingen
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij anders is omschreven,

2.

Voor de toepassing op enig moment van dit Verdrag door een verdragsluitende partij heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat tijdstip heeft volgens de wetgeving van die partij met betrekking tot belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die partij prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die partij aan die uitdrukking wordt gegeven.

Artikel 5. Uitwisseling van informatie op verzoek
1.

De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij verstrekt op verzoek informatie ten behoeve van de in artikel 1 bedoelde doelstellingen. Dergelijke informatie wordt uitgewisseld ongeacht of de onderzochte gedragingen, indien deze in de aangezochte partij zouden plaatsvinden, uit hoofde van de wetgeving van de aangezochte partij als een strafbaar feit zouden worden aangemerkt.

2.

Indien de informatie in het bezit van de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij niet toereikend is om aan het verzoek om informatie te voldoen, treft die partij alle toepasselijke maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie teneinde de verzoekende partij de verzochte informatie te verstrekken, ongeacht het feit dat de aangezochte partij ten behoeve van haar eigen belastingheffing niet over dergelijke informatie hoeft te beschikken.

3.

Indien de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij daar specifiek om verzoekt, is de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij gehouden uit hoofde van dit artikel informatie te verstrekken, voor zover zulks is toegestaan in overeenstemming met haar nationale wetgeving, in de vorm van getuigenverklaringen en gewaarmerkte afschriften van originele stukken.

4.

Elke verdragsluitende partij waarborgt dat haar bevoegde autoriteiten ten behoeve van de in artikel 1 van dit Verdrag omschreven doelstellingen over de bevoegdheid beschikken op verzoek het navolgende te verkrijgen en te verstrekken:

5.

De bevoegde autoriteit van de verzoekende partij verstrekt de volgende informatie aan de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij teneinde aan te tonen dat deze naar verwachting van belang zal zijn voor het verzoek:

6.

De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij doet de verzochte informatie zo spoedig mogelijk toekomen aan de verzoekende partij. Teneinde een snel antwoord te waarborgen:

Artikel 6. Spontane uitwisseling van informatie

De verdragsluitende partijen kunnen elkaar zonder voorafgaand verzoek de informatie verstrekken waarvan zij op de hoogte zijn en die naar verwachting van belang kan zijn in overeenstemming met artikel 1.

Artikel 7. Belastingcontrole in het buitenland
1.

Een verdragsluitende partij kan vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de andere verdragsluitende partij toestaan het grondgebied van de eerstgenoemde verdragsluitende partij binnen te komen teneinde, met schriftelijke toestemming van de betrokkenen, personen te ondervragen en stukken te onderzoeken, met inachtneming van de nationale regelgeving. De bevoegde autoriteit van de als tweede genoemde verdragsluitende partij stelt de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde verdragsluitende partij in kennis van het tijdstip en de locatie van de bijeenkomst met de betrokken natuurlijke personen.

2.

Op verzoek van de bevoegde autoriteit van de ene verdragsluitende partij kan de bevoegde autoriteit van de andere verdragsluitende partij, voor zover toegestaan ingevolge haar nationale recht, na een verzoek binnen een redelijke termijn van de verzoekende partij, vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde verdragsluitende partij toestaan aanwezig te zijn bij het daarvoor in aanmerking komende deel van een belastingcontrole in de als tweede genoemde verdragsluitende partij.

3.

Indien het in het tweede lid bedoelde verzoek wordt ingewilligd, stelt de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende partij die de controle uitvoert, de bevoegde autoriteit van de andere partij zo spoedig mogelijk in kennis van het tijdstip en de locatie van de controle, de autoriteit of functionaris die de controle zal uitvoeren en van de procedures en voorwaarden die bij de eerstgenoemde verdragsluitende partij vereist zijn voor de uitvoering van de controle. Alle beslissingen met betrekking tot het uitvoeren van de belastingcontrole worden genomen door de partij die de controle uitvoert.

Artikel 8. Mogelijkheid een verzoek af te wijzen
1.

Van de aangezochte partij kan niet worden verlangd dat zij informatie verkrijgt of verstrekt die de verzoekende partij krachtens haar eigen wetgeving niet zou kunnen verkrijgen ten behoeve van de toepassing of handhaving van haar eigen belastingwetten. De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij kan weigeren bijstand te verlenen indien het verzoek niet in overeenstemming met dit Verdrag is gedaan.

2.

De bepalingen van dit Verdrag mogen een verdragsluitende partij niet verplichten informatie te verstrekken waardoor een handelsgeheim, zakelijk geheim, industrieel, commercieel of beroepsgeheim of handelsproces zou worden onthuld. Niettegenstaande het voorgaande zal de informatie bedoeld in artikel 5, vierde lid, niet als geheim of handelsproces worden behandeld uitsluitend op grond van het feit dat zij aan de in dat lid gestelde criteria voldoet.

3.

De bepalingen van dit Verdrag mogen een verdragsluitende partij niet verplichten informatie te verkrijgen of te verstrekken waardoor vertrouwelijke communicatie tussen een cliënt en een advocaat of een andere erkende juridische vertegenwoordiger zou worden onthuld indien dergelijke communicatie:

4.

De aangezochte partij kan een verzoek om informatie afwijzen indien openbaarmaking van de informatie in strijd zou zijn met de openbare orde (ordre public).

5.

Een verzoek om informatie wordt niet geweigerd op grond van het feit dat de belastingvordering die aanleiding gaf tot het verzoek wordt betwist.

6.

De aangezochte partij kan een verzoek om informatie afwijzen indien de informatie door de verzoekende partij wordt gevraagd om een bepaling van de belastingwetgeving van de verzoekende partij toe te passen of te handhaven die, of een daarmee verband houdend vereiste dat, discriminatie inhoudt van een onderdaan of inwoner van de aangezochte partij ten opzichte van een onderdaan of inwoner van de verzoekende partij die zich in dezelfde omstandigheden bevindt.

Artikel 9. Vertrouwelijkheid

Alle uit hoofde van dit Verdrag door een verdragsluitende partij ontvangen informatie wordt vertrouwelijk behandeld en wordt uitsluitend ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (met inbegrip van rechterlijke instanties en bestuursrechtelijke lichamen) die onder de rechtsmacht van de desbetreffende verdragsluitende partij vallen en betrokken zijn bij de vaststelling of inning van, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbende op de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is. Deze personen of autoriteiten mogen uitsluitend voor deze doeleinden van deze informatie gebruikmaken. Zij mogen de informatie bekendmaken in openbare rechtszittingen of in gerechtelijke beslissingen. De informatie mag niet ter kennis worden gebracht van enige andere persoon, instelling, autoriteit of rechterlijke instantie zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij.

Artikel 10. Kosten

Tenzij de bevoegde autoriteiten van de partijen anders overeenkomen, worden gewone administratiekosten die voortvloeien uit de uitwisseling van informatie uit hoofde van dit Verdrag door elke verdragsluitende partij gedragen voor wat betreft haar eigen grondgebied. De verdragsluitende partijen kunnen overeenstemming bereiken over buitengewone kosten.

Artikel 11. Uitvoeringswetgeving

De verdragsluitende partijen stellen alle wetgeving vast die noodzakelijk is om te voldoen aan en ter uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 12. Procedure voor onderling overleg
1.

De bevoegde autoriteiten trachten moeilijkheden of twijfelpunten die mochten rijzen tussen de verdragsluitende partijen met betrekking tot de uitvoering of de uitlegging van dit Verdrag in onderling overleg op te lossen.

2.

Naast de in het eerste lid van dit artikel bedoelde afspraken kunnen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen in onderling overleg de krachtens de artikelen 5 en 7 te hanteren procedures vaststellen.

3.

De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen teneinde overeenstemming als bedoeld in dit artikel te bereiken.

4.

De verdragsluitende partijen kunnen ook overeenstemming bereiken over andere vormen van geschillenregeling.

Artikel 13. Bijlage

De aangehechte bijlage maakt een integrerend onderdeel uit van dit Verdrag.

Artikel 14. Inwerkingtreding
1.

De verdragsluitende partijen stellen elkaar langs diplomatieke weg schriftelijk in kennis van de voltooiing van hun grondwettelijke en juridische procedures die vereist zijn voor de inwerkingtreding van dit Verdrag.

2.

Het Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na de datum van ontvangst van de laatste kennisgeving. Vanaf de inwerkingtreding is dit Verdrag van toepassing:

Artikel 15. Beëindiging
1.

Elk van de verdragsluitende partijen kan dit Verdrag beëindigen door middel van een kennisgeving van beëindiging langs diplomatieke weg aan de andere verdragsluitende partij.

2.

Deze beëindiging wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving van beëindiging door de andere verdragsluitende partij.

3.

Na de beëindiging van dit Verdrag blijven de verdragsluitende partijen gebonden door de voorwaarden van artikel 9 van dit Verdrag ten aanzien van alle uit hoofde van het Verdrag verkregen informatie.

In deze bijlage zijn de intenties vervat van de verdragsluitende partijen inzake de kwesties die hierin aan de orde komen.

Ad artikel 10
1.

Ingevolge artikel 10 van het Verdrag worden gewone kosten die ontstaan bij de normale gang van zaken bij de tenuitvoerlegging van de nationale belastingwetgeving van de aangezochte partij gedragen door de aangezochte partij indien deze kosten worden gemaakt ten behoeve van het antwoord op een verzoek om informatie. Gewone kosten omvatten interne administratiekosten, beperkte externe kosten en uitgaven voor de overhead die de aangezochte partij heeft gemaakt voor het toetsen en reageren op door de verzoekende partij ingediende verzoeken.

2.

Directe buitengewone kosten gemaakt bij het verlenen van bijstand worden gedragen door de verzoekende partij. Voorbeelden van deze kosten omvatten, maar zijn niet beperkt tot:

3.

Indien de buitengewone kosten die betrekking hebben op een bepaald verzoek naar verwachting meer zullen bedragen dan EUR 500 of het equivalent daarvan in AWG, neemt de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij contact op met de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij teneinde vast te stellen of de verzoekende partij het verzoek wenst te handhaven en bereid is de kosten te dragen.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE in duplicate at The Hague this 29th day of June 2015 in the English language.

For the Kingdom of the Netherlands, in respect of Aruba,

J.A. BOEKHOUDT

For the Czech Republic,

J. REINIŠOVÁ