Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Door de pachtkamer van de rechtbank bedoeld in artikel 48 van de Wet op de rechterlijke organisatie, worden behandeld en beslist alle zaken betreffende
- a. een pachtovereenkomst als bedoeld in de vijfde titel van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
- b. een overeenkomst tot wijziging of beëindiging van een pachtovereenkomst;
- c. een overeenkomst tot het aangaan van een pachtovereenkomst;
- d. een overeenkomst waarbij persoonlijke zekerheid wordt gesteld voor de nakoming van een pachtovereenkomst;
- e. een overeenkomst als bedoeld in de artikelen 399c of 399e van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
- f. een overeenkomst tussen de afgaande en opkomende pachter, verband houdende met de overgang van het bedrijf;
- g. vorderingen tot ontruiming van het gepachte door de pachter of de gewezen pachter en tot opeising van het verpachte van de pachter of gewezen pachter;
- h. vorderingen tot schadevergoeding of betaling van het bedrag, bedoeld in de artikelen 373, eerste en derde lid, en 377, derde en vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
- i. vorderingen tot terugbetaling van te veel betaalde pacht;
- j. vorderingen tot vergoeding van schade wegens onrechtmatig gebruik van het gepachte, nadat de pachtovereenkomst is geëindigd.
Artikel 1019k
Indien een zaak niet behoort tot de bevoegdheid van de pachtkamer, verklaart deze zich zonodig ambtshalve onbevoegd. Behoort de zaak tot de bevoegdheid van de gewone rechter, dan verwijst de pachtkamer de zaak naar de gewone rechter die ingevolge de voor de betreffende zaak geldende bepalingen bevoegd is.
Indien een zaak behoort tot de bevoegdheid van de pachtkamer, maar bij een andere gewone rechter is ingediend, verklaart deze zich ambtshalve onbevoegd en verwijst hij de zaak naar de bevoegde pachtkamer.
Artikel 1019l
Indien een zaak meer vorderingen betreft en ten minste één daarvan een zaak als bedoeld in artikel 1019j onder a tot en met j, worden al deze vorderingen door de pachtkamer behandeld en beslist, voor zover de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet.
In het geval van een vordering in conventie en in reconventie, waarvan ten minste één een vordering betreft als bedoeld in artikel 1019j, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
In geval van een hoofdzaak en een zaak in vrijwaring waarvan er ten minste één een vordering betreft als bedoeld in artikel 1019j, worden deze vorderingen alle door de pachtkamer behandeld en beslist.
Artikel 1019m
Voor de toepassing van de artikelen 1019j tot en met 1019l wordt mede gelet op een wijziging van eis.
Artikel 1019n
Indien binnen de in de wet gestelde termijn een verzoek is ingediend bij de grondkamer en deze beslist, dat zij niet bevoegd is daarvan kennis te nemen, kan het verzoek, indien de pachtkamer van de rechtbank bevoegd is daarvan kennis te nemen en een wettelijke termijn, binnen welke het verzoek bij de pachtkamer moet worden ingediend of de vordering moet worden ingesteld, niet meer kan worden in acht genomen, niettemin nog binnen een maand na de beslissing van de grondkamer bij de pachtkamer worden ingediend of kan de vordering binnen dezelfde termijn worden ingesteld. Hetzelfde geldt, indien een dergelijke beslissing door de Centrale Grondkamer wordt bevestigd dan wel door haar de grondkamer alsnog niet bevoegd wordt verklaard van het verzoek kennis te nemen.
Artikel 1019o
Het hoger beroep van de vonnissen en beschikkingen van de pachtkamer van de rechtbanken wordt ingesteld bij de pachtkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, bedoeld in artikel 69 van de Wet op de rechterlijke organisatie
De termijn van hoger beroep bedraagt één maand na de dag van de uitspraak.
Artikel 1019p
De pachtkamer van het gerechtshof neemt kennis van alle jurisdictie geschillen tussen de pachtkamers van de rechtbanken.
Artikel 1019q
Op zaken, bedoeld in artikel 1019j, zijn de gewone regels van procesrecht van toepassing, voor zover daarvan niet in deze titel wordt afgeweken.
De pachtkamer van de rechtbank treedt in de plaats van de kantonrechter behoudens in de gevallen voorzien bij de artikelen 117, 177, eerste lid, 180, vijfde lid, en 230, derde lid. De artikelen 96–97 zijn niet van toepassing.
Artikel 1019r
Onverminderd het in artikel 193 bepaalde is de pachtkamer bevoegd, zo vaak zulks haar nodig voorkomt, in elke stand van de procedure, de staat van de onroerende zaak door een of meer van haar leden te doen opnemen, mits de griffier hiervan ten minste twee dagen voor de opneming aan partijen heeft kennis gegeven. Van de opneming wordt proces-verbaal opgemaakt.
De pachtkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kan de kosten van een plaatsopneming geheel of ten dele ten laste van de Staat brengen.
Artikel 1019s
De pachtkamer van een rechtbank kan bepalen dat de behandeling van de zaak geheel of gedeeltelijk zal geschieden door een uit haar midden aangewezen rechter-commissaris. De rechter-commissaris oefent daarbij de bevoegdheden uit, aan de pachtkamer toegekend.
De pachtkamer van het gerechtshof kan bepalen dat de behandeling geheel of gedeeltelijk zal geschieden door een uit haar midden aangewezen raadsheer-commissaris. De raadsheer-commissaris oefent daarbij de bevoegdheid uit, aan de pachtkamer van het gerechtshof toegekend.
Artikel 1019t
Met betrekking tot de schriftelijke vastlegging van pachtovereenkomsten of van overeenkomsten tot wijziging of beëindiging van pachtovereenkomsten gelden de volgende bepalingen.
De griffier van de pachtkamer van de rechtbank zendt binnen veertien dagen na de uitspraak van het vonnis, waarbij de overeenkomst schriftelijk wordt vastgelegd, drie gewaarmerkte afschriften van het vonnis aan de bevoegde grondkamer.
De griffier van de pachtkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geeft onverwijld aan de grondkamer kennis van een ingesteld beroep. De grondkamer houdt alsdan de behandeling aan, totdat omtrent de uitslag van het beroep bericht is ontvangen.
Indien de pachtkamer van het gerechtshof in afwijking van de beslissing van de pachtkamer van de rechtbank de overeenkomst niet vastlegt, dan wel niet tot een andere beslissing dan de eerste rechter komt, geeft de griffier daarvan onverwijld kennis aan de bevoegde grondkamer.
Indien de pachtkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, in afwijking van de beslissing van de pachtkamer van de rechtbank, de overeenkomst vastlegt, dan wel de overeenkomst anders vastlegt, zendt de griffier van de pachtkamer van het gerechtshof binnen veertien dagen na de uitspraak van het vonnis drie gewaarmerkte afschriften van het vonnis aan de bevoegde grondkamer.
De griffier van de Hoge Raad geeft onverwijld aan de grondkamer kennis van een ingesteld beroep in cassatie. De grondkamer houdt alsdan de behandeling aan, totdat omtrent de uitslag van beroep bericht is ontvangen. De griffier van de Hoge Raad geeft onverwijld aan de grondkamer kennis van die uitslag.
Artikel 1019u
In zaken als bedoeld in artikel 1019j die met een verzoek moeten worden ingeleid, is de pachtkamer bevoegd van de rechtbank binnen welker rechtsgebied het gepachte of het grootste deel daarvan is gelegen. Indien het een hoeve betreft, is de pachtkamer bevoegd van de rechtbank binnen welker rechtsgebied het hoofdgebouw, tot de hoeve behorend, gelegen is.
Artikel 1019v
De bepalingen betreffende wraking en verschoning van rechters zijn van overeenkomstige toepassing op de deskundige leden van de pachtkamers van de rechtbanken en de pachtkamer van het gerechtshof, bedoeld in de artikelen 48, derde lid, en 69, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie en hun plaatsvervangers.
Boek Vierde. Arbitrage
titel Twaalfde. Van rechtspleging in zaken betreffende onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden
afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage en de benoeming tot arbiter
afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage en de benoeming tot arbiter
afdeling Derde. Het arbitraal vonnis
afdeling Tweede. Het arbitraal geding
afdeling Derde. Het arbitraal vonnis
afdeling Tweede. Het arbitraal geding
titel Eerste. Arbitrage in Nederland
Artikel 1011a
Een rechtsvordering tot teruggave van een roerende zaak, gegrond op artikel 6.7 van de Erfgoedwet, wordt ingesteld tegen de bezitter of, bij ontstentenis van een bezitter, tegen de houder van het cultuurgoed voor de naar de regels van dit wetboek bevoegde rechter.
Op straffe van nietigheid dienen tezamen met de dagvaarding te worden betekend:
- a. een document waarin de roerende zaak waarvan teruggave wordt gevorderd, wordt beschreven en waaruit blijkt dat deze zaak een cultuurgoed is in de zin van artikel 6.1, onder c, van de Erfgoedwet en derhalve van wezenlijk belang voor het cultureel erfgoed van de verdragsstaat waaruit het cultuurgoed afkomstig is;
- b. een verklaring van de verdragsstaat waaruit het cultuurgoed afkomstig is, dat dit cultuurgoed buiten het grondgebied van die staat is geraakt met schending van de regels die door die staat in overeenstemming met de doelstellingen van het Unesco-verdrag 1970, bedoeld in artikel 6.1, onder a, van de Erfgoedwet zijn vastgesteld ter zake van de uitvoer en de eigendomsoverdracht van cultuurgoederen, dan wel dat dit cultuurgoed is ontvreemd in die verdragsstaat.
Artikel 1011b
Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan ten behoeve van een verdragsstaat die aanspraak op teruggave van een cultuurgoed maakt, de nodige maatregelen als bedoeld in artikel 1010 nemen.
Artikel 1011c
De kosten die voortvloeien uit de uitvoering van een rechterlijke beslissing tot teruggave van een roerende zaak ingevolge artikel 1011a, komen ten laste van de staat die de rechtsvordering heeft ingesteld. Indien de vordering is ingesteld door de rechthebbende op het cultuurgoed komen die kosten ten laste van die rechthebbende. Hetzelfde geldt voor de kosten, gemaakt voor het materiële behoud van het cultuurgoed en voor de kosten van eventuele voorlopige maatregelen, als bedoeld in artikel 1010.
Artikel 1011d
Indien het cultuurgoed bij teruggave bloot komt te staan aan gevaar, kan de rechter de tenuitvoerlegging van een op grond van artikel 1011a verkregen uitspraak schorsen tot het moment waarop het cultuurgoed bij teruggave geen gevaar meer loopt.
titel Twaalfde. Van rechtspleging in zaken betreffende onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden
Titel 13. Van rechtspleging in zaken betreffende de teruggave van cultuurgoederen
titel Tiende. Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen
Boek Vierde. Arbitrage
titel Twaalfde. Van rechtspleging in zaken betreffende onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden
afdeling Vierde. De tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis
afdeling Derde. Het arbitraal vonnis
afdeling Eerste A. De overeenkomst tot arbitrage en de bevoegdheid van de gewone rechter
afdeling Derde. Het arbitraal vonnis
Titel 18. Van rechtspleging in zaken betreffende een arbeidsovereenkomst op grond waarvan de werknemer arbeid verricht op het continentaal plat
Artikel 438c
Wanneer voor de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing een financiële waarborg is vereist, wordt een gelijkwaardige bij een in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde bank of verzekeraar gestelde waarborg erkend. Die banken moeten in een lidstaat van de Europese Unie erkend zijn overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PbEU 2013, L 176), en die verzekeraars overeenkomstig richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2009, L 335).
titel Eerste. Algemene regels
afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn
Eerste afdeling A. Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn
Eerste afdeling A. Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn
Eerste afdeling A. Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn
Eerste afdeling A. Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn
afdeling Tweede. Van executoriaal beslag onder derden
Tweede afdeling c. Van executoriaal beslag op de rechten uit een sommenverzekering
§ 1. Algemene bepalingen
§ 1. Algemene bepalingen
afdeling Derde. Van de verdeling van de opbrengst der executie
Tweede afdeling B. Van executoriaal beslag onder de schuldeiser zelf
titel Derde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op onroerende zaken
afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op onroerende zaken
afdeling Tweede. Van executoriale verkoop van onroerende zaken
afdeling Derde. Van opvordering door derden
afdeling Vierde. Van executie door een hypotheekhouder
titel Vierde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen
afdeling Vijfde. Van de verdeling van de opbrengst van de executie
afdeling Vijfde. Van de verdeling van de opbrengst van de executie
titel Vierde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen
afdeling Eerste. Lijfsdwang
afdeling Eerste. Lijfsdwang
Boek Derde. Van regtspleging van onderscheiden aard
titel Zesde. Van het vereffenen van schadevergoeding
Afdeling Eerste. Algemene bepalingen
Afdeling Tweede. Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren
titel Tweede. Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap
afdeling Tweede. Van ontzegeling
afdeling Derde. Van boedelbeschrijving
afdeling Tweede. Van ontzegeling
afdeling Tweede. Van ontzegeling
titel Vierde. Van middelen tot bewaring van zijn recht
afdeling Eerste. Algemene bepalingen
afdeling Eerste. Algemene bepalingen
Vijfde afdeling A. Van conservatoir beslag op de rechten uit een sommenverzekering
afdeling Zevende. Van conservatoir beslag tot afgifte van zaken en levering van goederen
afdeling Achtste. Van conservatoir beslag tegen schuldenaren zonder bekende woonplaats in Nederland
titel Vijfde. Rekenprocedure
Titel Zesde. Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht
Afdeling Negende. Van middelen tot bewaring van zijn recht op goederen der gemeenschap
afdeling Tweede. Rechtspleging in scheidingszaken
§ 2. Voorlopige voorzieningen
§ 2. Voorlopige voorzieningen
§ 1. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
titel Zevende. Enige bijzondere rechtsplegingen
afdeling Eerste. Afschrift, uittreksel en inzage van akten en andere bewijsmiddelen
afdeling Tweede. Van gerechtelijke bewaring
titel Negende. Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels
afdeling Tweede. Bijzondere bepalingen
titel Tiende. Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen
titel Negende. Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels
titel Negende. Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels
titel Tiende. Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen
Boek Vierde. Arbitrage
Titel 13. Van rechtspleging in zaken betreffende de teruggave van cultuurgoederen
afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage
afdeling Derde. Het arbitraal vonnis
afdeling Vijfde. De vernietiging en de herroeping van het arbitraal vonnis
afdeling Tweede. Het arbitraal geding
afdeling Derde. Het arbitraal vonnis
Titel 17. Van rechtspleging in deelgeschillen betreffende letsel- en overlijdensschade
Artikel 156a
Onderhandse akten kunnen op een andere wijze dan bij geschrift worden opgemaakt op zodanige wijze dat het degene ten behoeve van wie de akte bewijs oplevert, in staat stelt om de inhoud van de akte op te slaan op een wijze die deze inhoud toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de akte bestemd is te dienen, en die een ongewijzigde reproductie van de inhoud van de akte mogelijk maakt.
Aan een wettelijke verplichting tot het verschaffen van een onderhandse akte kan alleen op een andere wijze dan bij geschrift worden voldaan met uitdrukkelijke instemming van degene aan wie de akte moet worden verschaft. Een instemming ziet, zolang zij niet is herroepen, eveneens op het verschaffen van een gewijzigde onderhandse akte. Het in de eerste zin van dit lid bepaalde lijdt uitzondering indien de akte eveneens is ondertekend door degene aan wie de akte op grond van de wet moet worden verschaft.
§ 3. Openlegging van boeken, bescheiden en geschriften
§ 5. Voorlopig getuigenverhoor
§ 5. Deskundigen
§ 7. Inzage, afschrift of uittreksel van gegevens
afdeling Tiende. Incidentele vorderingen
§ 1. Algemene bepalingen
§ 3. Voeging en tussenkomst
afdeling Elfde. Schorsing en hervatting
afdeling Twaalfde. Het vonnis
§ 6. Zekerheidstelling voor proceskosten
§ 4. Verwijzing en voeging van zaken
afdeling Dertiende. Afbreking van de instantie
§ 2. Afstand van instantie
afdeling Dertiende. Afbreking van de instantie
titel Derde. De verzoekschriftprocedure in eerste aanleg
afdeling Veertiende. Het kort geding
afdeling Eerste. Algemene bepaling
afdeling Vierde. Verloop van de procedure
titel Vierde
titel Vijfde
titel Zevende. Hoger beroep
afdeeling Eerste. Van de zaken aan hooger beroep onderworpen
afdeeling Tweede. Van den termijn van beroep
afdeeling Tweede. Van den termijn van beroep
afdeling Vierde. Hoger beroep tegen beschikkingen
titel Achtste
titel Achtste
Artikel 377
Dit verzet wordt beoordeeld door den regter, bij wien zoodanig vonnis is gewezen. Het wordt aangebragt door eene dagvaarding tegen alle de partijen tusschen welke hetzelve is gevallen, en de algemeene voorschriften wegens de wijze van procederen zijn op dit verzet toepasselijk.
Artikel 378
Indien zoodanig vonnis aan eenen derde is tegengeworpen in een regtsgeding, en het verzet daartegen is ingesteld op den voet van het vorige artikel, staat het vrij aan den regter voor wien dat regtsgeding aanhangig is, indien daartoe gronden bestaan, de schorsing van hetzelve toe te staan, tot dat het ingestelde verzet zal zijn uitgewezen.
Artikel 379
De regter die over een verzet van derden oordeelt, kan, indien daartoe gronden bestaan, de uitvoering van het aangevallen vonnis schorsen, tot dat het verzet zal zijn uitgewezen.
Artikel 380
Bij wettiging van het verzet wordt het vonnis, waartegen dit gerigt is geweest, alleen in zoo verre verbeterd als het de regten van derden heeft benadeeld, ten zij het onsplitsbare der gevallene uitspraak eene geheele vernietiging daarvan noodzakelijk mogt maken.
Artikel 381
Vervallen
titel Tiende. Herroeping
afdeling Eerste. Herroeping van vonnissen
Artikel 382
Een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, kan op vordering van een partij worden herroepen indien:
- a. het berust op bedrog door de wederpartij in het geding gepleegd,
- b. het berust op stukken, waarvan de valsheid na het vonnis is erkend of bij gewijsde is vastgesteld, of
- c. de partij na het vonnis stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden.
Artikel 383
Het rechtsmiddel moet worden aangewend binnen drie maanden nadat de grond voor de herroeping is ontstaan en de eiser daarmee bekend is geworden. De termijn vangt niet aan dan nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
Indien de partij die gronden heeft de herroeping te vorderen binnen die termijn is overleden, is artikel 341 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 384
De vordering tot herroeping wordt gebracht voor de rechter die in laatste feitelijke instantie over de zaak heeft geoordeeld.
Indien de Hoge Raad na vernietiging ten principale recht heeft gedaan, wordt de vordering gebracht voor de rechter van wie het vonnis of het arrest door de Hoge Raad is vernietigd.
Is in laatste feitelijke instantie beslist door de voorzieningenrechter in kort geding, dan wordt de vordering gebracht voor de rechtbank.
Artikel 385
Het geding wordt ingeleid met een dagvaarding die voldoet aan de eisen van artikel 111 en wordt verder gevoerd op de wijze als in de tweede titel is bepaald.
Artikel 386
De vordering tot herroeping schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis niet. De rechter die over de herroeping oordeelt, kan evenwel, desgevorderd, bij voorlopige voorziening de tenuitvoerlegging schorsen.
Artikel 387
De rechter die de voor herroeping aangevoerde grond of gronden juist bevindt, heropent het geding geheel of gedeeltelijk. Hij geeft partijen gelegenheid hun stellingen en verweren te wijzigen en aan te vullen.
Artikel 388
Het vonnis waarbij het geding is heropend, schorst de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis in zoverre.
De beslissing inzake de heropening van het geding is niet vatbaar voor hoger beroep. Een vordering tot herroeping kan daartegen evenmin worden ingesteld.
Artikel 389
Indien de rechter met betrekking tot het geding voor zover het is heropend, tot een ander oordeel komt, doet hij daarin opnieuw uitspraak met herroeping in zoverre van het bestreden vonnis.
afdeling Tweede. Herroeping van beschikkingen
Artikel 390
Een beschikking kan op verzoek van de oorspronkelijke verzoeker of van een belanghebbende worden herroepen op de gronden genoemd in artikel 382, tenzij de aard van de beschikking zich daartegen verzet.
Artikel 391
De artikelen 382 tot en met 384 en 386 tot en met 389 zijn van overeenkomstige toepassing. Overigens wordt het verzoek tot herroeping behandeld op de wijze als in de derde titel is bepaald.
Artikel 392
Vervallen
titel Tiende. Herroeping
afdeling Eerste. Herroeping van vonnissen
Artikel 398
Partijen kunnen beroep in cassatie instellen:
- 1°. tegen uitspraken, die hetzij in eerste en hoogste ressort hetzij in hoger beroep zijn gewezen;
- 2°. tegen vonnissen die in eerste ressort op tegenspraak zijn gewezen, indien partijen nadien zijn overeengekomen het hoger beroep over te slaan.
Artikel 399
Het beroep staat niet open voor hem die zijn bezwaren kan doen herstellen door dezelfde rechter bij wie de zaak heeft gediend.
Artikel 400
Het beroep staat niet open voor hem, die in de uitspraak heeft berust.
Artikel 401
Vervallen
afdeling Tweede. Van de termijn van beroep en van deszelfs schorsende kracht
afdeling Eerste. Algemeen
afdeling Vierde. Van de uitspraak in cassatie
afdeling Derde. Van de rechtspleging in cassatie in vorderingsprocedures
Boek Tweede. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van vonnissen, beschikkingen en authentieke akten
titel Eerste. Algemene regels
titel Tweede. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op goederen die geen registergoederen zijn
afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn
Eerste afdeling A. Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn
Eerste afdeling B. Van executoriaal beslag op aandelen op naam in naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
Eerste afdeling A. Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn
Eerste afdeling A. Van executoriaal beslag op rechten aan toonder of order, aandelen op naam en effecten op naam, die geen aandelen zijn
Tweede afdeling B. Van executoriaal beslag onder de schuldeiser zelf
§ 1. Algemene bepalingen
§ 2. Beslag ten laste van de verzekeringnemer op diens rechten uit een levensverzekering
Tweede afdeling c. Van executoriaal beslag op de rechten uit een sommenverzekering
Tweede afdeling c. Van executoriaal beslag op de rechten uit een sommenverzekering
titel Derde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op onroerende zaken
afdeling Derde. Van de verdeling van de opbrengst der executie
afdeling Tweede. Van executoriale verkoop van onroerende zaken
afdeling Tweede. Van executoriale verkoop van onroerende zaken
afdeling Derde. Van opvordering door derden
titel Vierde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen
afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op en executie van schepen
afdeling Zesde. Van gedwongen ontruiming
titel Vijfde. Van lijfsdwang en deszelfs tenuitvoerlegging en van dwangsom
afdeling Tweede. Tenuitvoerlegging en ontslag
afdeling Eerste. Lijfsdwang
titel Zesde. Van het vereffenen van schadevergoeding
titel Zesde. Van het vereffenen van schadevergoeding
Boek Derde. Van regtspleging van onderscheiden aard
titel Zesde. Van het vereffenen van schadevergoeding
Afdeling Eerste. Algemene bepalingen
Afdeling Tweede. Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren
titel Tweede. Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap
afdeling Tweede. Van ontzegeling
afdeling Tweede. Van ontzegeling
afdeling Tweede. Van ontzegeling
titel Vierde. Van middelen tot bewaring van zijn recht
afdeling Derde. Van boedelbeschrijving
afdeling Derde. Van conservatoir beslag op aandelen op naam, en effecten op naam die geen aandelen zijn
afdeling Eerste. Algemene bepalingen
Vijfde afdeling A. Van conservatoir beslag op de rechten uit een sommenverzekering
afdeling Zevende. Van conservatoir beslag tot afgifte van zaken en levering van goederen
Afdeling Negende. Van middelen tot bewaring van zijn recht op goederen der gemeenschap
titel Vijfde. Rekenprocedure
Titel Zesde. Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht
afdeling Achtste. Van conservatoir beslag tegen schuldenaren zonder bekende woonplaats in Nederland
afdeling Tweede. Rechtspleging in scheidingszaken
§ 1. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
§ 2. Voorlopige voorzieningen
§ 1. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
titel Zevende. Enige bijzondere rechtsplegingen
afdeling Eerste. Afschrift, uittreksel en inzage van akten en andere bewijsmiddelen
afdeling Tweede. Van gerechtelijke bewaring
afdeling Eerste. Algemene bepalingen
afdeling Tweede. Bijzondere bepalingen
titel Tiende. Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen
titel Negende. Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels
titel Negende. Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels
titel Elfde. Van rechtspleging inzake jaarrekeningen en jaarverslagen
Artikel 1019w
Indien een persoon een ander aansprakelijk houdt voor schade die hij lijdt door dood of letsel, kan ieder van hen of kunnen zij gezamenlijk, ook voordat de zaak ten principale aanhangig is, de rechter verzoeken te beslissen over een geschil omtrent of in verband met een deel van hetgeen ter zake tussen hen rechtens geldt en waarvan de beëindiging kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst over de vordering als bedoeld in artikel 1019x, derde lid, onder a.
Onder een persoon die schade door dood of letsel lijdt, wordt mede begrepen de persoon die een vordering ter zake van deze schade onder algemene titel heeft verkregen, alsmede de persoon die een vordering op grond van artikel 107 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek heeft.
Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan ook worden gedaan in het geval dat een benadeelde ingevolge artikel 954 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel uit hoofde van een aan hem door de wet toegekend eigen recht op schadevergoeding, betaling van een verzekeraar verlangt.
Artikel 1019x
Het verzoek wordt gedaan aan de rechter die vermoedelijk bevoegd zal zijn van de zaak, indien deze ten principale aanhangig wordt gemaakt, kennis te nemen. Indien de zaak door de kantonrechter moet worden behandeld en beslist, wordt het verzoek gedaan aan de kantonrechter. De rechter beoordeelt summierlijk of hij absoluut bevoegd is en of de zaak door de kantonrechter moet worden behandeld en beslist.
Indien een der partijen reeds eerder een verzoek als bedoeld in artikel 1019w, eerste lid, heeft gedaan, wordt het verzoek gedaan aan de rechter die het eerdere verzoek behandelt of laatstelijk behandeld heeft. Onverminderd artikel 71 is deze rechter tevens bevoegd kennis te nemen van de zaak ten principale indien deze wordt aangebracht. Indien de zaak ten principale reeds aanhangig is, wordt het verzoek gedaan aan de rechter voor wie de zaak ten principale aanhangig is.
Het verzoekschrift vermeldt naast de in artikel 278, eerste lid, bedoelde gegevens:
- a. de aard en het vermoedelijke beloop van de vordering;
- b. een omschrijving van het deelgeschil;
- c. een zakelijk overzicht van de inhoud en het verloop van de onderhandelingen over de vordering;
- d. de naam en de woonplaats van de wederpartij.
Indien over de vordering reeds eerder een verzoek als bedoeld in artikel 1019w, eerste lid, is gedaan, wordt daarvan melding gemaakt en worden de processtukken en, indien gegeven, de beschikking bij het verzoekschrift gevoegd.
Artikel 1019ij
De rechter kan, op verzoek van partijen of van een van hen dan wel ambtshalve, een verschijning van partijen voor een mondelinge behandeling bevelen.
Op de mondelinge behandeling kan ook de vraag hoe partijen verder zullen trachten een vaststellingsovereenkomst te bereiken, of de verdere wijze van behandeling van geschillen over de vordering, worden besproken. Artikel 199, derde lid, is van toepassing.
Artikel 1019z
De rechter wijst het verzoek af voor zover de verzochte beslissing naar zijn oordeel onvoldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst.
Artikel 1019aa
De rechter begroot de kosten bij de behandeling van het verzoek aan de zijde van de persoon die schade door dood of letsel lijdt in de beschikking en neemt daarbij alle redelijke kosten als bedoeld in artikel 96, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in aanmerking.
De in het eerste lid bedoelde kosten gelden als kosten als bedoeld in artikel 96, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat in afwijking van het derde lid van die bepaling de regels betreffende de proceskosten niet van toepassing zijn in het geval de vordering ten principale aanhangig is gemaakt.
Artikel 289 is niet van toepassing.
Artikel 1019bb
Tegen de beschikking op het verzoek staat geen voorziening open, onverminderd artikel 1019cc, derde lid.
Artikel 1019cc
Voor zover in de beschikking uitdrukkelijk en zonder voorbehoud is beslist op een of meer geschilpunten tussen partijen betreffende hun materiële rechtsverhouding, is de rechter daaraan in de procedure ten principale op dezelfde wijze gebonden als wanneer de beslissing zou zijn opgenomen in een tussenvonnis in die procedure.
Indien de beschikking tevens een veroordeling van een der partijen inhoudt, komt aan die veroordeling in de procedure ten principale geen verdergaande betekenis toe dan wanneer zij zou zijn opgenomen in een tussen partijen gewezen vonnis in kort geding.
In de procedure ten principale kan van de beschikking, voor zover zij beslissingen als bedoeld in het eerste lid bevat, bij het gerechtshof hoger beroep worden ingesteld als van een tussenvonnis:
- a. binnen drie maanden, te rekenen van de eerste roldatum, dan wel, indien de beschikking nadien is gegeven, binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak van de beschikking, met dien verstande dat de appellant, binnen de grenzen van artikel 332, in het hoger beroep slechts ontvankelijk zal zijn, indien de rechter in eerste aanleg deze mogelijkheid heeft geopend op een daartoe binnen dezelfde termijn door een der partijen gedaan verzoek, waarover de wederpartij is gehoord;
- b. tegelijk met het hoger beroep van het eindvonnis.
Boek Vierde. Arbitrage
titel Eerste. Arbitrage in Nederland
afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage
afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage
afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage
titel Eerste. Arbitrage in Nederland
Artikel 282a
Voor zover bij of krachtens deze wet of een andere wet niet anders is bepaald, houdt de rechter de zaak aan zolang de verzoeker en de belanghebbende het griffierecht niet hebben voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, vierde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.
Heeft de verzoeker het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan, dan verklaart de rechter de verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek. Voordat de rechter hiertoe overgaat, stelt hij de verzoeker in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.
Heeft de belanghebbende het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan, dan betrekt de rechter het ingediende verweerschrift niet bij zijn beslissing op het verzoek. Voordat de rechter hiertoe overgaat, stelt hij de belanghebbende in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.
De rechter laat het eerste lid, tweede lid, eerste volzin, en derde lid, eerste volzin geheel of ten dele buiten toepassing, indien hij van oordeel is dat de toepassing van die bepalingen gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Tegen beslissingen ingevolge het tweede, derde of vierde lid staat geen hogere voorziening open.
Het eerste tot en met vijfde lid is niet van toepassing in zaken bij de voorzieningenrechter.
titel Vierde
titel Vijfde
titel Zesde. Prorogatie van rechtspraak aan het gerechtshof
afdeeling Eerste. Van de zaken aan hooger beroep onderworpen
afdeling Eerste. Van de zaken aan hooger beroep onderworpen
afdeling Vierde. Hoger beroep tegen beschikkingen
titel Achtste
titel Achtste
Artikel 378
Indien zoodanig vonnis aan eenen derde is tegengeworpen in een regtsgeding, en het verzet daartegen is ingesteld op den voet van het vorige artikel, staat het vrij aan den regter voor wien dat regtsgeding aanhangig is, indien daartoe gronden bestaan, de schorsing van hetzelve toe te staan, tot dat het ingestelde verzet zal zijn uitgewezen.
Artikel 379
De regter die over een verzet van derden oordeelt, kan, indien daartoe gronden bestaan, de uitvoering van het aangevallen vonnis schorsen, tot dat het verzet zal zijn uitgewezen.
Artikel 380
Bij wettiging van het verzet wordt het vonnis, waartegen dit gerigt is geweest, alleen in zoo verre verbeterd als het de regten van derden heeft benadeeld, ten zij het onsplitsbare der gevallene uitspraak eene geheele vernietiging daarvan noodzakelijk mogt maken.
Artikel 381
Vervallen
titel Tiende. Herroeping
afdeling Eerste. Herroeping van vonnissen
Artikel 382
Een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, kan op vordering van een partij worden herroepen indien:
- a. het berust op bedrog door de wederpartij in het geding gepleegd,
- b. het berust op stukken, waarvan de valsheid na het vonnis is erkend of bij gewijsde is vastgesteld, of
- c. de partij na het vonnis stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden.
Artikel 383
Het rechtsmiddel moet worden aangewend binnen drie maanden nadat de grond voor de herroeping is ontstaan en de eiser daarmee bekend is geworden. De termijn vangt niet aan dan nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
Indien de partij die gronden heeft de herroeping te vorderen binnen die termijn is overleden, is artikel 341 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 384
De vordering tot herroeping wordt gebracht voor de rechter die in laatste feitelijke instantie over de zaak heeft geoordeeld.
Indien de Hoge Raad na vernietiging ten principale recht heeft gedaan, wordt de vordering gebracht voor de rechter van wie het vonnis of het arrest door de Hoge Raad is vernietigd.
Is in laatste feitelijke instantie beslist door de voorzieningenrechter in kort geding, dan wordt de vordering gebracht voor de rechtbank.
Artikel 385
Het geding wordt ingeleid met een dagvaarding die voldoet aan de eisen van artikel 111 en wordt verder gevoerd op de wijze als in de tweede titel is bepaald.
Artikel 386
De vordering tot herroeping schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis niet. De rechter die over de herroeping oordeelt, kan evenwel, desgevorderd, bij voorlopige voorziening de tenuitvoerlegging schorsen.
Artikel 387
De rechter die de voor herroeping aangevoerde grond of gronden juist bevindt, heropent het geding geheel of gedeeltelijk. Hij geeft partijen gelegenheid hun stellingen en verweren te wijzigen en aan te vullen.
Artikel 388
Het vonnis waarbij het geding is heropend, schorst de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis in zoverre.
De beslissing inzake de heropening van het geding is niet vatbaar voor hoger beroep. Een vordering tot herroeping kan daartegen evenmin worden ingesteld.
Artikel 389
Indien de rechter met betrekking tot het geding voor zover het is heropend, tot een ander oordeel komt, doet hij daarin opnieuw uitspraak met herroeping in zoverre van het bestreden vonnis.
Artikel 390
Een beschikking kan op verzoek van de oorspronkelijke verzoeker of van een belanghebbende worden herroepen op de gronden genoemd in artikel 382, tenzij de aard van de beschikking zich daartegen verzet.
Artikel 391
De artikelen 382 tot en met 384 en 386 tot en met 389 zijn van overeenkomstige toepassing. Overigens wordt het verzoek tot herroeping behandeld op de wijze als in de derde titel is bepaald.
Artikel 392
Vervallen
titel Tiende. Herroeping
afdeling Eerste. Herroeping van vonnissen
Artikel 398
Partijen kunnen beroep in cassatie instellen:
- 1°. tegen uitspraken, die hetzij in eerste en hoogste ressort hetzij in hoger beroep zijn gewezen;
- 2°. tegen vonnissen die in eerste ressort op tegenspraak zijn gewezen, indien partijen nadien zijn overeengekomen het hoger beroep over te slaan.
Artikel 399
Het beroep staat niet open voor hem die zijn bezwaren kan doen herstellen door dezelfde rechter bij wie de zaak heeft gediend.
Artikel 400
Het beroep staat niet open voor hem, die in de uitspraak heeft berust.
Artikel 401
Vervallen
afdeling Tweede. Herroeping van beschikkingen
Artikel 402
Het beroep in cassatie moet - behoudens in de gevallen waarin de wet een kortere cassatietermijn voorschrijft - worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak.
In de gevallen, waarin de wet voor het hoger beroep een kortere termijn heeft voorgeschreven, wordt ook de termijn voor het beroep in cassatie verkort en gesteld op het dubbele van de termijn in die gevallen voor het hoger beroep bepaald.
Indien in de vorige instantie een vordering tot vrijwaring geheel of gedeeltelijk is afgewezen op grond van de afwijzing van de vordering in de hoofdzaak, staat het beroep in cassatie daartegen open tot het moment dat in de hoofdzaak in cassatie de conclusie van antwoord wordt genomen.
afdeling Eerste. Algemeen
Artikel 409a
De Hoge Raad houdt de zaak aan zolang de eiser het griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3a, tweede lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.
Indien de eiser het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, verklaart de Hoge Raad eiser niet ontvankelijk in zijn beroep in cassatie, met veroordeling van de eiser in de kosten. Voordat de Hoge Raad hiertoe overgaat, stelt de Hoge Raad eiser in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.
Artikel 127a, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
afdeling Tweede. De termijn van beroep in cassatie in vorderingsprocedures en de schorsende kracht daarvan
afdeling Tweede. De termijn van beroep in cassatie in vorderingsprocedures en de schorsende kracht daarvan
Artikel 427b
Artikel 282a is van overeenkomstige toepassing.
Boek Tweede. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van vonnissen, beschikkingen en authentieke akten
titel Eerste. Algemene regels
titel Tweede. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op goederen die geen registergoederen zijn
afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn
afdeling Tweede. Van executoriaal beslag onder derden
§ 1. Algemene bepalingen
afdeling Derde. Van de verdeling van de opbrengst der executie
titel Derde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op onroerende zaken
afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op onroerende zaken
afdeling Tweede. Van executoriale verkoop van onroerende zaken
afdeling Tweede. Van executoriale verkoop van onroerende zaken
afdeling Vijfde. Van de verdeling van de opbrengst van de executie
titel Vierde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen
afdeling Derde. Van opvordering door derden
afdeling Tweede. Van executoriaal beslag op en executie van luchtvaartuigen
titel Vijfde. Van lijfsdwang en deszelfs tenuitvoerlegging en van dwangsom
afdeling Eerste. Lijfsdwang
afdeling Tweede. Tenuitvoerlegging en ontslag
afdeling Tweede. Tenuitvoerlegging en ontslag
titel Zevende. Van het stellen van zekerheid
Boek Derde. Van regtspleging van onderscheiden aard
titel Zesde. Van het vereffenen van schadevergoeding
Afdeling Eerste. Algemene bepalingen
Afdeling Tweede. Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren
titel Tweede. Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap
Afdeling Tweede. Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren
afdeling Derde. Van boedelbeschrijving
titel Vierde. Van middelen tot bewaring van zijn recht
afdeling Derde. Van conservatoir beslag op aandelen op naam, en effecten op naam die geen aandelen zijn
afdeling Eerste. Algemene bepalingen
Zesde afdeling A. Van conservatoir beslag op schepen
afdeling Achtste. Van conservatoir beslag tegen schuldenaren zonder bekende woonplaats in Nederland
titel Vijfde. Rekenprocedure
titel Vijfde. Rekenprocedure
afdeling Eerste. Rechtspleging in andere zaken dan scheidingszaken
afdeling Tweede. Rechtspleging in scheidingszaken
§ 1. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
§ 3. Nevenvoorzieningen
§ 2. Voorlopige voorzieningen
titel Zevende. Enige bijzondere rechtsplegingen
afdeling Eerste. Afschrift, uittreksel en inzage van akten en andere bewijsmiddelen
afdeling Tweede. Van gerechtelijke bewaring
afdeling Eerste. Algemene bepalingen
afdeling Tweede. Bijzondere bepalingen
titel Negende. Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels
Titel 15. Van rechtspleging in zaken betreffende rechten van intellectuele eigendom
Titel 15. Van rechtspleging in zaken betreffende rechten van intellectuele eigendom
Titel 13. Van rechtspleging in zaken betreffende de teruggave van cultuurgoederen
Boek Vierde. Arbitrage
titel Eerste. Arbitrage in Nederland
afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage
afdeling Eerste A. De overeenkomst tot arbitrage en de bevoegdheid van de gewone rechter
afdeling Eerste A. De overeenkomst tot arbitrage en de bevoegdheid van de gewone rechter
afdeling Eerste A. De overeenkomst tot arbitrage en de bevoegdheid van de gewone rechter
Titel 18. Van rechtspleging in zaken betreffende een arbeidsovereenkomst op grond waarvan de werknemer arbeid verricht op het continentaal plat
Artikel 127a
De rechter houdt de zaak aan zolang de eiser het griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, derde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.
Indien de eiser het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, ontslaat de rechter de gedaagde van de instantie, met veroordeling van de eiser in de kosten. Voordat de rechter hiertoe overgaat, stelt hij eiser in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.
De rechter laat het eerste en tweede lid, eerste volzin, geheel of ten dele buiten toepassing, indien hij van oordeel is dat de toepassing van die bepaling, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Tegen beslissingen ingevolge het tweede en derde lid staat geen hogere voorziening open.
afdeling Zevende. Verstek
afdeling Zevende. Verstek
afdeling Achtste. Verzet
§ 1. Algemene bepalingen van bewijsrecht
§ 2. Akten en vonnissen
§ 3. Openlegging van boeken, bescheiden en geschriften
§ 5. Voorlopig getuigenverhoor
§ 6. Deskundigen
§ 7. Plaatsopneming en bezichtiging
afdeling Tiende. Incidentele vorderingen
§ 6. Deskundigen
Artikel 219a
De rechter houdt de zaak aan zolang degene die vordert zich te mogen voegen of te mogen tussenkomen het griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 5, tweede lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.
Heeft degene die de vordering instelt, het griffierecht niet tijdig voldaan, dan verklaart de rechter hem niet ontvankelijk in de vordering. Voordat de rechter hiertoe overgaat, stelt hij degene die de vordering heeft ingesteld in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.
Artikel 127a, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
§ 4. Verwijzing en voeging van zaken
afdeling Twaalfde. Het vonnis
§ 5. Voorlopige voorzieningen
§ 1. Algemeen
afdeling Dertiende. Afbreking van de instantie
§ 3. Verval van instantie
afdeling Veertiende. Het kort geding
titel Derde. De verzoekschriftprocedure in eerste aanleg
afdeling Eerste. Algemene bepaling
afdeling Tweede. Relatieve bevoegdheid
afdeling Vierde. Verloop van de procedure
titel Vierde
titel Vijfde
titel Vijfde
afdeeling Eerste. Van de zaken aan hooger beroep onderworpen
afdeeling Derde. Van de regtspleging in hooger beroep en de gevolgen van hetzelve
afdeling Tweede. Van den termijn van beroep
titel Achtste
Artikel 380
Bij wettiging van het verzet wordt het vonnis, waartegen dit gerigt is geweest, alleen in zoo verre verbeterd als het de regten van derden heeft benadeeld, ten zij het onsplitsbare der gevallene uitspraak eene geheele vernietiging daarvan noodzakelijk mogt maken.
Artikel 381
Vervallen
titel Negende. Verzet door derden
afdeling Eerste. Herroeping van vonnissen
Artikel 382
Een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, kan op vordering van een partij worden herroepen indien:
- a. het berust op bedrog door de wederpartij in het geding gepleegd,
- b. het berust op stukken, waarvan de valsheid na het vonnis is erkend of bij gewijsde is vastgesteld, of
- c. de partij na het vonnis stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden.
Artikel 383
Het rechtsmiddel moet worden aangewend binnen drie maanden nadat de grond voor de herroeping is ontstaan en de eiser daarmee bekend is geworden. De termijn vangt niet aan dan nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
Indien de partij die gronden heeft de herroeping te vorderen binnen die termijn is overleden, is artikel 341 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 384
De vordering tot herroeping wordt gebracht voor de rechter die in laatste feitelijke instantie over de zaak heeft geoordeeld.
Indien de Hoge Raad na vernietiging ten principale recht heeft gedaan, wordt de vordering gebracht voor de rechter van wie het vonnis of het arrest door de Hoge Raad is vernietigd.
Is in laatste feitelijke instantie beslist door de voorzieningenrechter in kort geding, dan wordt de vordering gebracht voor de rechtbank.
Artikel 385
Het geding wordt ingeleid met een dagvaarding die voldoet aan de eisen van artikel 111 en wordt verder gevoerd op de wijze als in de tweede titel is bepaald.
Artikel 386
De vordering tot herroeping schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis niet. De rechter die over de herroeping oordeelt, kan evenwel, desgevorderd, bij voorlopige voorziening de tenuitvoerlegging schorsen.
Artikel 387
De rechter die de voor herroeping aangevoerde grond of gronden juist bevindt, heropent het geding geheel of gedeeltelijk. Hij geeft partijen gelegenheid hun stellingen en verweren te wijzigen en aan te vullen.
Artikel 388
Het vonnis waarbij het geding is heropend, schorst de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis in zoverre.
De beslissing inzake de heropening van het geding is niet vatbaar voor hoger beroep. Een vordering tot herroeping kan daartegen evenmin worden ingesteld.
Artikel 389
Indien de rechter met betrekking tot het geding voor zover het is heropend, tot een ander oordeel komt, doet hij daarin opnieuw uitspraak met herroeping in zoverre van het bestreden vonnis.
Artikel 390
Een beschikking kan op verzoek van de oorspronkelijke verzoeker of van een belanghebbende worden herroepen op de gronden genoemd in artikel 382, tenzij de aard van de beschikking zich daartegen verzet.
Artikel 391
De artikelen 382 tot en met 384 en 386 tot en met 389 zijn van overeenkomstige toepassing. Overigens wordt het verzoek tot herroeping behandeld op de wijze als in de derde titel is bepaald.
Artikel 392
Vervallen
titel Elfde. Cassatie
afdeling Eerste. Van de zaken aan cassatie onderworpen
Artikel 398
Partijen kunnen beroep in cassatie instellen:
- 1°. tegen uitspraken, die hetzij in eerste en hoogste ressort hetzij in hoger beroep zijn gewezen;
- 2°. tegen vonnissen die in eerste ressort op tegenspraak zijn gewezen, indien partijen nadien zijn overeengekomen het hoger beroep over te slaan.
Artikel 399
Het beroep staat niet open voor hem die zijn bezwaren kan doen herstellen door dezelfde rechter bij wie de zaak heeft gediend.
Artikel 400
Het beroep staat niet open voor hem, die in de uitspraak heeft berust.
Artikel 401
Vervallen
Artikel 402
Het beroep in cassatie moet - behoudens in de gevallen waarin de wet een kortere cassatietermijn voorschrijft - worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak.
In de gevallen, waarin de wet voor het hoger beroep een kortere termijn heeft voorgeschreven, wordt ook de termijn voor het beroep in cassatie verkort en gesteld op het dubbele van de termijn in die gevallen voor het hoger beroep bepaald.
Indien in de vorige instantie een vordering tot vrijwaring geheel of gedeeltelijk is afgewezen op grond van de afwijzing van de vordering in de hoofdzaak, staat het beroep in cassatie daartegen open tot het moment dat in de hoofdzaak in cassatie de conclusie van antwoord wordt genomen.
Artikel 403
Bij overlijden van de in het ongelijk gestelde partij gedurende de loop van de cassatietermijn vangt voor de erfgenamen of rechtverkrijgenden een nieuwe termijn aan op de dag na die van het overlijden.
In ieder geval kan het beroep nog worden ingesteld binnen vier weken na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 185 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 404
Buiten de gevallen, waarin de rechter de voorlopige tenuitvoerlegging heeft toegestaan, heeft het beroep in cassatie schorsende kracht.
afdeling Derde. Van de rechtspleging in cassatie
afdeling Derde. Van de rechtspleging in cassatie in vorderingsprocedures
afdeling Vierde. Van de uitspraak in cassatie
Boek Tweede. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van vonnissen, beschikkingen en authentieke akten
titel Eerste. Algemene regels
titel Tweede. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op goederen die geen registergoederen zijn
afdeling Eerste. Van executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn
Eerste afdeling B. Van executoriaal beslag op aandelen op naam in naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
§ 1. Algemene bepalingen
§ 2. Beslag ten laste van de verzekeringnemer op diens rechten uit een levensverzekering
afdeling Derde. Van de verdeling van de opbrengst der executie
afdeling Vierde. Van executie tot afgifte van roerende zaken, die geen registergoederen zijn
titel Derde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op onroerende zaken
afdeling Vierde. Van executie tot afgifte van roerende zaken, die geen registergoederen zijn
afdeling Zesde. Van gedwongen ontruiming
titel Vierde. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen
afdeling Zesde. Van gedwongen ontruiming
afdeling Zesde. Van gedwongen ontruiming
titel Vijfde. Van lijfsdwang en deszelfs tenuitvoerlegging en van dwangsom
afdeling Eerste. Lijfsdwang
afdeling Eerste. Lijfsdwang
afdeling Eerste. Lijfsdwang
Boek Derde. Van regtspleging van onderscheiden aard
titel Eerste. Van rechtspleging in zaken van verkeersmiddelen en vervoer
Afdeling Eerste. Algemene bepalingen
Afdeling Tweede. Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren
titel Tweede. Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap
afdeling Derde. Van boedelbeschrijving
afdeling Derde. Van boedelbeschrijving
titel Vierde. Van middelen tot bewaring van zijn recht
afdeling Vijfde. Van conservatoir beslag onder de schuldeiser zelf
afdeling Tweede. Van conservatoir beslag in handen van de schuldenaar
afdeling Achtste. Van conservatoir beslag tegen schuldenaren zonder bekende woonplaats in Nederland
Afdeling Negende. Van middelen tot bewaring van zijn recht op goederen der gemeenschap
titel Vijfde. Rekenprocedure
Titel Zesde. Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht
afdeling Eerste. Rechtspleging in andere zaken dan scheidingszaken
afdeling Tweede. Rechtspleging in scheidingszaken
§ 1. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
§ 2. Voorlopige voorzieningen
titel Zevende. Enige bijzondere rechtsplegingen
afdeling Eerste. Afschrift, uittreksel en inzage van akten en andere bewijsmiddelen
afdeling Tweede. Van gerechtelijke bewaring
titel Negende. Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels
afdeling Eerste. Algemene bepalingen
afdeling Eerste. Algemene bepalingen
titel Elfde. Van rechtspleging inzake jaarrekeningen en jaarverslagen
titel Elfde. Van rechtspleging inzake jaarrekeningen en jaarverslagen
Titel 17. Van rechtspleging in deelgeschillen betreffende letsel- en overlijdensschade
Boek Vierde. Arbitrage
afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage en de benoeming tot arbiter
afdeling Vierde. De tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis
afdeling Vijfde. De vernietiging en de herroeping van het arbitraal vonnis
afdeling Eerste. De overeenkomst tot arbitrage
titel Eerste. Arbitrage in Nederland
Artikel 108a
Vervallen
afdeling Vierde. Dagvaarding
afdeling Vijfde. Verloop van het geding
afdeling Zevende. Verstek
afdeling Negende. Bewijs
§ 1. Algemene bepalingen van bewijsrecht
§ 2. Akten en vonnissen
§ 4. Getuigen
§ 5. Voorlopig getuigenverhoor
§ 6. Deskundigen
§ 8. Voorlopig bericht of verhoor van deskundigen, voorlopige plaatsopneming en bezichtiging
afdeling Tiende. Incidentele vorderingen
§ 9. Maatregelen tot bescherming van bewijs
§ 3. Voeging en tussenkomst
§ 6. Zekerheidstelling voor proceskosten
afdeling Elfde. Schorsing en hervatting
§ 6. Zekerheidstelling voor proceskosten
§ 1. Algemeen
afdeling Twaalfde. Het vonnis
§ 3. Verval van instantie
afdeling Veertiende. Het kort geding
titel Derde. De verzoekschriftprocedure in eerste aanleg
afdeling Veertiende. Het kort geding
afdeling Tweede. Relatieve bevoegdheid
Artikel 268a
Vervallen
afdeling Derde. Oproeping
titel Vierde
titel Zevende. Hoger beroep
afdeling Tweede. Van den termijn van beroep
afdeling Vierde. Hoger beroep tegen beschikkingen
titel Achtste
titel Achtste
Artikel 382
Een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, kan op vordering van een partij worden herroepen indien:
- a. het berust op bedrog door de wederpartij in het geding gepleegd,
- b. het berust op stukken, waarvan de valsheid na het vonnis is erkend of bij gewijsde is vastgesteld, of
- c. de partij na het vonnis stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden.
Artikel 383
Het rechtsmiddel moet worden aangewend binnen drie maanden nadat de grond voor de herroeping is ontstaan en de eiser daarmee bekend is geworden. De termijn vangt niet aan dan nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
Indien de partij die gronden heeft de herroeping te vorderen binnen die termijn is overleden, is artikel 341 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 384
De vordering tot herroeping wordt gebracht voor de rechter die in laatste feitelijke instantie over de zaak heeft geoordeeld.
Indien de Hoge Raad na vernietiging ten principale recht heeft gedaan, wordt de vordering gebracht voor de rechter van wie het vonnis of het arrest door de Hoge Raad is vernietigd.
Is in laatste feitelijke instantie beslist door de voorzieningenrechter in kort geding, dan wordt de vordering gebracht voor de rechtbank.
Artikel 385
Het geding wordt ingeleid met een dagvaarding die voldoet aan de eisen van artikel 111 en wordt verder gevoerd op de wijze als in de tweede titel is bepaald.
Artikel 386
De vordering tot herroeping schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis niet. De rechter die over de herroeping oordeelt, kan evenwel, desgevorderd, bij voorlopige voorziening de tenuitvoerlegging schorsen.
Artikel 387
De rechter die de voor herroeping aangevoerde grond of gronden juist bevindt, heropent het geding geheel of gedeeltelijk. Hij geeft partijen gelegenheid hun stellingen en verweren te wijzigen en aan te vullen.
Artikel 388
Het vonnis waarbij het geding is heropend, schorst de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis in zoverre.
De beslissing inzake de heropening van het geding is niet vatbaar voor hoger beroep. Een vordering tot herroeping kan daartegen evenmin worden ingesteld.
Artikel 389
Indien de rechter met betrekking tot het geding voor zover het is heropend, tot een ander oordeel komt, doet hij daarin opnieuw uitspraak met herroeping in zoverre van het bestreden vonnis.
Artikel 390
Een beschikking kan op verzoek van de oorspronkelijke verzoeker of van een belanghebbende worden herroepen op de gronden genoemd in artikel 382, tenzij de aard van de beschikking zich daartegen verzet.
Artikel 391
De artikelen 382 tot en met 384 en 386 tot en met 389 zijn van overeenkomstige toepassing. Overigens wordt het verzoek tot herroeping behandeld op de wijze als in de derde titel is bepaald.
Artikel 392
Vervallen
titel Negende. Verzet door derden
Artikel 398
Partijen kunnen beroep in cassatie instellen:
- 1°. tegen uitspraken, die hetzij in eerste en hoogste ressort hetzij in hoger beroep zijn gewezen;
- 2°. tegen vonnissen die in eerste ressort op tegenspraak zijn gewezen, indien partijen nadien zijn overeengekomen het hoger beroep over te slaan.
Artikel 399
Het beroep staat niet open voor hem die zijn bezwaren kan doen herstellen door dezelfde rechter bij wie de zaak heeft gediend.
Artikel 400
Het beroep staat niet open voor hem, die in de uitspraak heeft berust.
Artikel 401
Vervallen
Artikel 402
Het beroep in cassatie moet - behoudens in de gevallen waarin de wet een kortere cassatietermijn voorschrijft - worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak.
In de gevallen, waarin de wet voor het hoger beroep een kortere termijn heeft voorgeschreven, wordt ook de termijn voor het beroep in cassatie verkort en gesteld op het dubbele van de termijn in die gevallen voor het hoger beroep bepaald.
Indien in de vorige instantie een vordering tot vrijwaring geheel of gedeeltelijk is afgewezen op grond van de afwijzing van de vordering in de hoofdzaak, staat het beroep in cassatie daartegen open tot het moment dat in de hoofdzaak in cassatie de conclusie van antwoord wordt genomen.
Artikel 403
Bij overlijden van de in het ongelijk gestelde partij gedurende de loop van de cassatietermijn vangt voor de erfgenamen of rechtverkrijgenden een nieuwe termijn aan op de dag na die van het overlijden.
In ieder geval kan het beroep nog worden ingesteld binnen vier weken na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 185 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 404
Buiten de gevallen, waarin de rechter de voorlopige tenuitvoerlegging heeft toegestaan, heeft het beroep in cassatie schorsende kracht.
Artikel 405
Vervallen
Artikel 406
Vervallen
afdeling Eerste. Algemeen
afdeling Vijfde. Van beroep in cassatie tegen beschikkingen op rekest
Boek Tweede. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging van vonnissen, beschikkingen en authentieke akten
titel Eerste. Algemene regels
titel Tweede. Van de gerechtelijke tenuitvoerlegging op goederen die geen registergoederen zijn
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)