Wet van 27 april 1903, tot vaststelling van een Wetboek van Militair Strafrecht

Type Rijkswet
Publication 2020-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 187
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Artikel 151 is niet van toepassing op hem die door de kennisgeving gevaar voor een strafvervolging zou doen ontstaan voor zichzelf, voor een van zijn bloedverwanten of aangehuwden in de rechte lijn of in de tweede of derde graad van de zijlijn, voor zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot of degene met wie hij een geregistreerd partnerschap is of was aangegaan, of voor een ander, bij wiens vervolging hij zich, uit hoofde van zijn ambt of beroep, van het afleggen van getuigenis zou kunnen verschonen.

Artikel 153

1.

Hij die, mondeling of bij geschrifte, een militair opruit tot enig misdrijf, in dit wetboek omschreven of door hem te begaan onder een der in artikel 44 van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie.

2.

De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien de opruiing betreft een der misdrijven omschreven in de artikelen 92-101 of 121 van het Wetboek van Strafrecht, desertie, strafbare schending van een dienstbevel in tijd van oorlog, muiterij of militair oproer buiten tijd van oorlog.

3.

De schuldige wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie:

  • 2°. indien de opruiing geschiedt aan boord van een oorlogsvaartuig of luchtvaartuig der krijgsmacht, zich ergens bevindende waar geen onmiddellijke hulp te verkrijgen is, en zij muiterij of militair oproer betreft.
4.

Met gelijke straffen wordt gestraft hij die een der in dit artikel vermelde geschriften, waarvan hij de inhoud kent, verspreidt, tentoonstelt, aanslaat of ter verspreiding in voorraad heeft.

Titel XI. Misdrijven met betrekking tot goederen

Artikel 154

Met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die diefstal pleegt en daarbij misbruik heeft gemaakt van de gelegenheid, hem verschaft door zijn inkwartiering of door zijn huisvesting op openbaar gezag.

Artikel 155

Met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft diefstal door een militair gepleegd op een onder zijn bijzondere bewaking of bescherming gestelde plaats.

Artikel 156

1.

Met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt, als schuldig aan plundering, gestraft:

  • 1°. de militair die in tijd van oorlog bij het plegen van diefstal misbruik maakt of dreigt te maken van macht, gelegenheid of middel, hem als militair gegeven;
  • 2°. de persoon, behorende tot de in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak genoemden, die bij het plegen van diefstal misbruik maakt of dreigt te maken van macht, gelegenheid of middel, hem door zijn betrekking tot de krijgsmacht gegeven;
  • 3°. hij die diefstal pleegt aan of tegen een dode, zieke of verwonde, behorende tot de krijgsmacht van een der strijdende partijen. Onder hen, die behoren tot de krijgsmacht van een der strijdende partijen, worden voor de toepassing van deze bepaling gerekend allen, die bij deze krijgsmacht in dienstbetrekking zijn of haar met toestemming van de militaire overheid vergezellen of volgen.
2.

Indien het feit gepleegd is door twee of meer verenigde personen, worden de schuldigen gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 157

1.

Als schuldig aan opzetheling wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie de militair die:

  • a. een goed verwerft, voorhanden heeft of overdraagt, dan wel een persoonlijk recht op of een zakelijk recht ten aanzien van een goed vestigt of overdraagt, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van het goed dan wel het vestigen van het recht wist dat het een door een der in deze titel omschreven misdrijven verkregen goed betrof;
  • b. opzettelijk uit winstbejag een door een der in deze titel omschreven misdrijven verkregen goed voorhanden heeft of overdraagt, dan wel een persoonlijk recht op of zakelijk recht ten aanzien van een door zodanig misdrijf verkregen goed overdraagt.
2.

Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk uit de opbrengst van enig door zodanig misdrijf verkregen goed voordeel trekt.

Artikel 158

1.

Als schuldig aan schuldheling wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar of geldboete van de vierde categorie de militair die:

  • a. een goed verwerft, voorhanden heeft of overdraagt, dan wel een persoonlijk recht op of zakelijk recht ten aanzien van een goed vestigt of overdraagt, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van het goed dan wel het vestigen van het recht redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door een der in deze titel omschreven misdrijven verkregen goed betrof;
  • b. uit winstbejag een goed voorhanden heeft of overdraagt dan wel een persoonlijk recht op of zakelijk recht ten aanzien van een goed overdraagt, terwijl hij redelijkerwijs moet vermoeden dat het een door een der in deze titel omschreven misdrijven verkregen goed betreft.
2.

Met dezelfde straf wordt gestraft hij die uit de opbrengst van enig goed voordeel trekt, terwijl hij redelijkerwijs moet vermoeden dat het een door zodanig misdrijf verkregen goed betreft.

Artikel 159

1.

Hij die opzettelijk en wederrechtelijk een dier, dat ten behoeve van de krijgsmacht wordt gebruikt, doodt, mishandelt, voor de dienst ongeschikt maakt of wegmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

2.

Indien hij het feit pleegt in tijd van oorlog wordt gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren opgelegd of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 160

1.

Met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie worden gestraft de militairen die in tijd van oorlog met verenigde krachten opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of gedeeltelijk aan een ander toebehoort, vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken of wegmaken, en bij het plegen van dat feit misbruik maken of dreigen te maken van macht, gelegenheid of middel, hun als militair gegeven.

2.

Met gelijke straf worden gestraft de in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak genoemde personen die gelijke handelingen plegen en daarbij misbruik maken of dreigen te maken van macht, gelegenheid of middel, hun door hun betrekking tot de krijgsmacht gegeven.

3.

Artikel 161

De militair, die in tijd van oorlog opzettelijk en wederrechtelijk enige oorlogsbehoefte vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, of die zich opzettelijk en eigendunkelijk ontdoet van enig hem van rijkswege verstrekt wapen, munitie, krijgstoerusting of voedingsmiddel, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 162

De militair, die in tijd van oorlog enig aan hem of aan een andere militair van rijkswege verstrekt goed, wetende dat dit behoort tot de militaire kleding of uitrusting, hetzij zonder schriftelijke vergunning, door of vanwege de bevoegde officier afgegeven, verkoopt, ruilt, ten geschenke, in pand, gebruik of bewaring geeft, hetzij wegmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

Titel XII. Verkeersmisdrijven

Artikel 163

Hij die als bestuurder van een motorrijtuig, een rijwiel of enig ander rij- of voertuig daarmede over enige voor het openbaar of militair verkeer openstaande weg rijdt dan wel als bestuurder van een vaartuig daarmede op enig voor de openbare of militaire scheepvaart openstaand water vaart, onder zodanige invloed van het gebruik van alcoholhoudende drank, dat hij niet in staat moet worden geacht het rij-, voer- of vaartuig naar behoren te besturen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 164

Hij die optreedt als bestuurder van een motorrijtuig, een rijwiel of enig ander rij-, voer- of vaartuig, dat bij de krijgsmacht in gebruik is, onder zodanige invloed van het gebruik van alcoholhoudende drank, dat hij niet in staat moet worden geacht zijn taak, als zodanig, naar behoren te vervullen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Artikel 165

Voor de toepassing van de artikelen 163 en 164 wordt met alcoholhoudende drank gelijkgesteld elke stof, waarvan de bestuurder weet of redelijkerwijze moet weten, dat het gebruik de rijvaardigheid kan verminderen.

Artikel 166

Hij die opzettelijk wederrechtelijk enig motorrijtuig, vaartuig of luchtvaartuig gebruikt, dat bij de krijgsmacht in gebruik is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de tweede categorie.

Boek Derde. Overtredingen

Titel I. Verkeersovertredingen

Artikel 167

Hij die zich op een voor het openbaar of militair verkeer openstaande weg dan wel op een voor de openbare of militaire scheepvaart openstaand water zodanig gedraagt, dat de vrijheid van het verkeer dan wel van de scheepvaart zonder noodzaak wordt belemmerd, of de veiligheid op de weg of op het water in gevaar wordt gebracht of dat redelijkerwijze is aan te nemen dat dit het geval kan zijn, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 167a

Vervallen

Artikel 168

Hij die zich als lid van de bemanning van een luchtvaartuig zodanig gedraagt, dat de vrijheid van het verkeer zonder noodzaak wordt belemmerd of de veiligheid in het luchtruim dan wel op de grond of op het water in gevaar wordt gebracht of dat redelijkerwijze is aan te nemen, dat dit het geval kan zijn, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Artikel 169

Hij die als gebruiker van een voor het openbaar of militair verkeer openstaande weg of als gebruiker van een voor de openbare of militaire scheepvaart openstaand water, dan wel als bestuurder van een motorrijtuig, een rijwiel, enig ander rij- of voertuig, een vaartuig of een luchtvaartuig, dat bij de krijgsmacht in gebruik is, de door of vanwege het bevoegd gezag met betrekking tot het verkeer of de scheepvaart gegeven regels en aanwijzingen niet in acht neemt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van de tweede categorie.

Titel II. Feiten strafbaar gesteld in de buitenlandse wet

Artikel 170

1.

Hij die buiten het Koninkrijk een feit begaat, dat niet met straf wordt bedreigd door enige ingevolge dit wetboek toepasselijke strafbepaling, doch waarvoor hij ingevolge enige op hem toepasselijke wet van het land, waar het feit begaan wordt, strafbaar is, wordt gestraft met hetzij hechtenis van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij één van deze straffen. De opgelegde hechtenis mag in duur het maximum van de tegen het feit in de buitenlandse wet bedreigde vrijheidsstraf niet overtreffen. De opgelegde geldboete mag evenmin het maximum van de in de buitenlandse wet tegen het feit bedreigde geldboete te boven gaan.

2.

De vrijheidsstraf en de geldboete mogen slechts gezamenlijk worden opgelegd, indien dit ook bij toepassing van de buitenlandse wet mogelijk ware geweest.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)