Wet van 1 juli 1909, houdende bepalingen ter voorkoming van scheepsrampen, tot het instellen van een onderzoek omtrent voorgekomen scheepsrampen en omtrent maatregelen van tucht ten opzichte van kapiteins, stuurlieden of machinisten
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is bepalingen vast te stellen ter voorkoming van scheepsrampen, tot het instellen van een onderzoek omtrent voorgekomen scheepsrampen en omtrent maatregelen van tucht ten opzichte van schippers, stuurlieden of machinisten;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van deze rijkswet en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- −. bemanning: kapitein en alle personen die zich als officier of gezel aan boord bevinden of zich als zodanig hebben verbonden;
- −. boetecategorie: categorie die voor een overtreding of misdrijf ten hoogste kan worden opgelegd, als bedoeld in:
- a. artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
- b. artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Aruba;
- c. artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Curaçao, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Curaçao;
- d. artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Nederland, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Nederland; of
- e. artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Sint Maarten;
- −. buitengaats brengen: voor zover het betreft het verlaten van
- a. het Europese deel van het Nederlandse gebied en het Duitse gebied, gelegen aan de landzijde van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen lijn: het brengen van een schip aan de buitenzijde van deze lijn;
- b. de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba: het verlaten van een haven in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
- c. Aruba, Curaçao of Sint Maarten: het verlaten van een haven in Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten;
- d. andere gebieden dan vermeld onder a, b en c: het brengen van een schip aan de buitenzijde van de lijn zoals deze door de overheid ter plaatse voor het buitengaats brengen is vastgesteld, dan wel volgens plaatselijke gewoonte wordt aangenomen;
- –. eigenaar:
- a. natuurlijk persoon of rechtspersoon die als eigenaar van het schip staat geregistreerd;
- b. natuurlijk persoon of rechtspersoon die het schip in gebruik heeft genomen en daarmee verantwoordelijkheid voor het gebruik van het schip heeft overgenomen van de eigenaar, bedoeld in onderdeel a, van het schip, hieronder mede begrepen de rompbevrachter; of
- c. indien het een vissersvaartuig betreft: natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de eigenaar, bedoeld in onderdeel a of b, de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het vissersvaartuig heeft overgedragen;
- –. kapitein: gezagvoerder van een schip;
- –. Koninkrijk: Koninkrijk der Nederlanden;
- –. officier: lid van de bemanning, niet zijnde de kapitein, die aan boord van een schip een functie als stuurman, werktuigkundige, maritiem officier, officier elektrotechniek of radio-operator vervult;
- –. ondernemen van een reis: buitengaats brengen van een schip
- –. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- –. passagier: persoon aan boord, met uitzondering van:
- a. de kapitein en de overige leden van de bemanning;
- b. andere personen die, in welke hoedanigheid ook, aan boord ten behoeve van het schip in dienst of tewerkgesteld zijn;
- c. kinderen, die op de dag van inscheping de leeftijd van een jaar nog niet hebben bereikt;
- –. pleziervaartuig: schip dat uitsluitend bestemd is of gebruikt wordt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding, voor zover geen vergoeding wordt betaald voor het vervoer van passagiers;
- –. schip: elke zaak, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft of heeft gedreven;
- –. verscheper: natuurlijk persoon of rechtspersoon die als verscheper wordt genoemd op de zeevrachtbrief, het vervoersdocument of elektronisch vervoersbestand of een vergelijkbaar multimodaal vervoersdocument en in wiens naam of namens wie een overeenkomst van goederenvervoer als bedoeld in artikel 370 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, is afgesloten met een vervoerder;
- –. vissersvaartuig: schip dat is uitgerust of met commercieel oogmerk gebruikt wordt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee;
- –. zeeschip: schip die blijkens zijn constructie bestemd is om in zee te drijven en drijft of heeft gedreven.
Artikel 2
Behoudende het bepaalde in het vijfde lid, zijn deze rijkswet en daarop berustende bepalingen van toepassing op zeeschepen die gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren, met uitzondering van:
- a. oorlogsschepen, marinehulpschepen of andere schepen die de vlag van het Koninkrijk voeren en in gebruik zijn voor de uitvoering van de militaire taak;
- b. reddingvaartuigen;
- c. onoverdekte vissersvaartuigen, die in de regel niet buiten het zicht van de kust worden gebracht;
- d. pleziervaartuigen;
en, behoudens het bepaalde in artikel 2bis:
- e. schepen, die slechts bij uitzondering, hetzij over korte afstand, hetzij gesleept zonder de bemanning, buitengaats worden gebracht;
- f. schepen, die hetzij in een land van het Koninkrijk voor buitenlandse rekening zijn gebouwd, hetzij naar het buitenland zijn verkocht, en die over zee naar hun bestemmingsplaats moeten worden gebracht;
- g. schepen, welke uitsluitend voor het houden van een proefvaart een reis ondernemen.
Deze rijkswet en daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES, met uitzondering van:
- a. reddingvaartuigen;
- b. onoverdekte vissersvaartuigen, die in de regel niet buiten het zicht van de kust worden gebracht;
- c. pleziervaartuigen;
en, behoudens het bepaalde in artikel 2bis:
- d. schepen, die slechts bij uitzondering, hetzij over korte afstand, hetzij gesleept zonder de bemanning, buitengaats worden gebracht;
- e. schepen, die hetzij in een land van het Koninkrijk voor buitenlandse rekening zijn gebouwd, hetzij naar het buitenland zijn verkocht, en die over zee naar hun bestemmingsplaats moeten worden gebracht;
- f. schepen, welke uitsluitend voor het houden van een proefvaart een reis ondernemen.
De bepalingen van deze rijkswet en daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op bij Landsverordening van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten aangewezen landsvaartuigen of op daarbij aangewezen schepen, varende met een zeebrief van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten.
Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen categorieën van schepen geheel of gedeeltelijk van de toepassing van één of meer krachtens deze rijkswet gegeven regels en voorschriften worden uitgezonderd.
In uitzonderlijke gevallen kan hetgeen bij of krachtens deze rijkswet is geregeld, bij algemene maatregel van rijksbestuur van toepassing worden verklaard op categorieën schepen die krachtens het eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de toepassing van deze rijkswet zijn uitgezonderd.
Met betrekking tot de bemanning van schepen in openbare dienst zijn de artikelen 34 tot en met 41 en 48 tot en met 51 niet van toepassing.
Artikel 2bis
Een kapitein van een schip, bedoeld onder één van de uitzonderingen opgenomen in artikel 2, eerste lid, onderdelen e tot en met g, of artikel 2, tweede lid, onderdelen d tot en met f, draagt er zorg voor dat met zijn schip geen reis ondernomen wordt zonder vergunning afgegeven door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.
Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. De vergunning geldt voor een daarbij bepaalde periode.
In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt een weigering van een vergunning schriftelijk en gemotiveerd gegeven. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan tegen de weigering van een vergunning bezwaar worden gemaakt bij het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met het weigeren van een vergunning gelijkgesteld het schriftelijk weigeren een vergunning te verlenen alsmede het niet tijdig verlenen van een vergunning. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt een besluit omtrent het verlenen van een vergunning genomen binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.
Een ambtenaar, belast inzake douane, verleent geen expeditie voor een schip, indien geen geldige vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden getoond.
Hoofdstuk II. Voorkoming van scheepsrampen
§ 1. Veiligheidsvoorschriften
Artikel 3
Er wordt geen reis ondernomen, tenzij de voor het schip benodigde certificaten zijn afgegeven, welke nog geldig zijn op het ogenblik van vertrek.
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt vastgesteld welke certificaten benodigd zijn. Aan certificaten kunnen door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie voorschriften en beperkingen worden verbonden.
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt de geldigheidsduur van de certificaten vastgesteld.
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kan worden bepaald dat voor schepen van een bepaalde categorie geen certificaten als bedoeld in het eerste lid benodigd zijn.
Een ambtenaar, belast inzake douane, verleent geen expeditie voor een schip dat bestemd is om buitengaats te worden gebracht, wanneer daarvoor op eerste aanvraag geen geldig certificaat is getoond, waaruit de deugdelijkheid van het schip blijkt.
Artikel 3a
Een certificaat wordt alleen afgegeven indien het schip en de bedrijfsvoering over het schip, zowel aan boord als aan de wal, voldoen aan de eisen, daartoe bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur vastgesteld.
De vaststelling van de eisen, bedoeld in het eerste lid, kan voor bepaalde bij of krachtens de maatregel aangewezen onderwerpen geschieden door het van toepassing verklaren van de regels, ter zake gegeven door bij of krachtens de maatregel aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen. Indien een aanwijzing plaatsvindt krachtens de maatregel wordt het besluit tot aanwijzing bekendgemaakt in de Staatscourant, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten.
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt vastgesteld aan welke onderzoeken schepen, ter verkrijging van een certificaat of tijdens de geldigheidsduur daarvan, zijn onderworpen om vast te stellen of zij voldoen aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gegeven met betrekking tot de aanvraag voor het verkrijgen van een certificaat en de daarbij over te leggen bescheiden.
Artikel 4
De kapitein is verplicht, alvorens met zijn schip een reis te ondernemen, ervoor te zorgen dat:
- a. het schip volkomen zeewaardig is en alle daarvoor in aanmerking komende openingen binnenboord en buitenboord afdoende zijn gesloten;
- b. aan boord de benodigde reddings- en veiligheidsmiddelen en medische uitrusting met een bijbehorende handleidingen en aanwijzingen, aanwezig zijn;
- c. aan boord de benodigde zeevaartkundige kaarten, zeevaartkundige publicaties en instrumenten beschikbaar zijn voor de kapitein en deze behoorlijk zijn bijgehouden of op tijd zijn nagezien en bijgesteld;
- d. alle hulpmiddelen die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, aan boord zijn en in deugdelijke staat verkeren, en in het algemeen de scheepsuitrusting aan de eisen van zeewaardigheid en veiligheid voldoet;
- e. de lensinrichting in orde en van voldoende capaciteit is;
- f. de aanwezige elektrische inrichtingen voldoen aan de vastgestelde voorschriften;
- g. de radio-installaties bedrijfsklaar zijn;
- h. de belading, de stuwage en de ballasten van het schip aan de eisen van zeewaardigheid en veiligheid voldoen;
- i. het schip zodanig is geladen, dat het geen geringer vrijboord heeft dan volgens de afgegeven certificaten is toegestaan;
- j. het schip zodanig is bemand dat redelijkerwijs alle werkzaamheden aan boord, met inachtneming van geldende wet- en regelgeving, kunnen worden uitgevoerd, mede gelet op de veiligheid van het schip;
- k. de voorgeschreven stabiliteitsgegevens aan boord zijn;
- l. de met betrekking tot oorlog of oorlogsgevaar gegeven voorschriften in acht zijn genomen;
- m. de met betrekking tot het vervoer van lading gegeven voorschriften in acht zijn genomen;
- n. niet meer passagiers zijn ingescheept dan bij of krachtens deze wet is toegestaan, de alarmrol bekend is gemaakt, de voorgeschreven alarmrollen zijn gehouden en op duidelijke wijze de nodige aanwijzingen zijn aangebracht betreffende de plaatsen waar de reddingmiddelen zijn opgeborgen of geplaatst, hoe deze plaatsen zijn te bereiken en hoe de reddingmiddelen moeten worden gebruikt.
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt vastgesteld aan welke eisen ter voldoening aan het bepaalde in het eerste lid moet worden voldaan.
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot normen voor bemanning en andere personen die, in welke hoedanigheid ook, aan boord ten behoeve van het schip in dienst of tewerkgesteld zijn inzake opleiding, diplomering, wachtdienst en medische geschiktheid.
Artikel 4a
Bij algemene maatregel van rijksbestuur worden voorschriften vastgesteld omtrent routering van schepen.
Artikel 4bis
Vervallen
Artikel 5
Onze Minister kan voor schepen van een bepaalde categorie vrijstelling verlenen van één of meer van de bij of krachtens artikel 3a, eerste lid, of artikel 4 gestelde eisen, zonodig onder het geven van voorschriften en beperkingen, mits zulks zonder gevaar voor deze categorie schepen of hun opvarenden mogelijk is. Een vrijstellingsregeling wordt bekend gemaakt in de Staatscourant, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.