Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 23 september 1912, houdende nieuwe regeling van het auteursrecht

31 versions · 2026-01-01
2025-07-01
Auteurswet — art. 30
2025-02-04
Auteurswet — art. 30
2022-10-01
Auteurswet — art. 30
2022-06-07
Auteurswet — art. 30
2018-10-11
Auteurswet — art. 30
2017-09-01
Auteurswet — art. 30
2015-01-01
Auteurswet — art. 30
2013-01-01
Auteurswet — art. 30
2012-01-01
Auteurswet — art. 30
2009-01-01
Auteurswet — art. 30
2008-03-26
Auteurswet — art. 30
2006-01-20
Auteurswet — art. 30
2004-07-01
Auteurswet — art. 30
2003-07-15
Auteurswet — art. 30
2003-01-01
Auteurswet — art. 30
2002-01-01
Auteurswet — arts. 1, 1, 2 y 18 más

Wijzigingen op 2002-01-01

@@ -867,573 +867,3 @@
Deze wet treedt in het Rijk in Europa in werking op den eersten dag der maand volgende op die, waarin zij afgekondigd wordt.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16h
1. Een reprografische verveelvoudiging van een artikel in een dag-, nieuws- of weekblad of een tijdschrift of van een klein gedeelte van een boek en van de in zo'n werk opgenomen andere werken wordt niet beschouwd als inbreuk op het auteursrecht, mits voor deze verveelvoudiging een vergoeding wordt betaald.
2. Een reprografische verveelvoudiging van het gehele werk wordt niet beschouwd als inbreuk op het auteursrecht, indien van een boek naar redelijkerwijs mag worden aangenomen geen nieuwe exemplaren tegen betaling, in welke vorm dan ook, aan derden ter beschikking worden gesteld, mits voor deze verveelvoudiging een vergoeding wordt betaald.
##### Artikel 16i
De vergoeding, bedoeld in [artikel 16h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16h&z=2003-02-01&g=2003-02-01), wordt berekend over iedere pagina waarop een werk als bedoeld in het eerste en tweede lid van dat artikel reprografisch verveelvoudigd is.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld en kunnen nadere regels en voorwaarden worden gesteld.
##### Artikel 16j
Een met inachtneming van [artikel 16h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16h&z=2003-02-01&g=2003-02-01) vervaardigde reprografische verveelvoudiging mag, zonder toestemming van de maker of zijn rechtverkrijgende, alleen worden afgegeven aan personen die in dezelfde onderneming, organisatie of instelling werkzaam zijn, tenzij de afgifte geschiedt ten behoeve van een rechterlijke of administratieve procedure.
##### Artikel 16k
De verplichting tot betaling van de vergoeding, bedoeld in [artikel 16h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16h&z=2003-02-01&g=2003-02-01), vervalt door verloop van drie jaar na het tijdstip waarop de verveelvoudiging vervaardigd is.
De vergoeding is niet verschuldigd indien de betalingsplichtige kan aantonen dat de maker of diens rechtverkrijgende afstand heeft gedaan van het recht op de vergoeding.
##### Artikel 16l
De betaling van de vergoeding, bedoeld in [artikel 16h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16h&z=2003-02-01&g=2003-02-01), dient te geschieden aan een door Onze Minister van Justitie aan te wijzen, naar zijn oordeel representatieve rechtspersoon, die met uitsluiting van anderen belast is met de inning en de verdeling van deze vergoeding.
In aangelegenheden betreffende de inning van de vergoeding vertegenwoordigt de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, de makers of hun rechtverkrijgenden in en buiten rechte.
De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, hanteert voor de verdeling van de geïnde vergoedingen een reglement. Het reglement behoeft de instemming van Onze Minister van Justitie.
De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, staat onder toezicht van een College van Toezicht, waarvan de leden worden benoemd door Onze Minister van Justitie. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het toezicht.
Het eerste en tweede lid vinden geen toepassing voorzover degene die tot betaling van de vergoeding verplicht is, kan aantonen dat hij met de maker of zijn rechtverkrijgende overeengekomen is dat hij de vergoeding rechtstreeks aan deze zal betalen.
##### Artikel 16m
Degene die de vergoeding, bedoeld in [artikel 16h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16h&z=2003-02-01&g=2003-02-01), dient te betalen aan de rechtspersoon, bedoeld in [artikel 16l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16l&z=2003-02-01&g=2003-02-01), eerste lid, is gehouden aan deze opgave te doen van het totale aantal reprografische verveelvoudigingen dat hij per jaar maakt.
De opgave, bedoeld in het eerste lid, behoeft niet gedaan te worden, indien per jaar minder dan een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal reprografische verveelvoudigingen gemaakt wordt.
### Hoofdstuk II. De uitoefening en de handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht
##### Artikel 29a
Vervallen
### Hoofdstuk III. De duur van het auteursrecht
### Hoofdstuk IV. Wijziging van de [Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860) en van het [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854)
### Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen betreffende filmwerken
### Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen betreffende computerprogramma's
### Hoofdstuk VII. Bescherming van na het verstrijken van de beschermingsduur openbaar gemaakte werken
### Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16ga
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk II. De uitoefening en de handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht
##### Artikel 29a
Vervallen
### Hoofdstuk IV. Wijziging van de [Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860) en van het [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854)
### Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen betreffende filmwerken
### Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen betreffende computerprogramma's
### Hoofdstuk VII. Bescherming van na het verstrijken van de beschermingsduur openbaar gemaakte werken
### Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 13a
Onder de verveelvoudiging van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet verstaan de tijdelijke reproductie die van voorbijgaande of incidentele aard is, en die een integraal en essentieel onderdeel vormt van een technisch procédé dat wordt toegepast met als enig doel
- a). de doorgifte in een netwerk tussen derden door een tussenpersoon of
- b). een rechtmatig gebruik
van een werk mogelijk te maken, en die geen zelfstandige economische waarde bezit.
#### § 6. De beperkingen van het auteursrecht
##### Artikel 15h
Tenzij anders overeengekomen, wordt niet als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst beschouwd het door middel van een besloten netwerk beschikbaar stellen van een werk dat onderdeel uitmaakt van verzamelingen van voor het publiek toegankelijke bibliotheken en musea of archieven die niet het behalen van een direct of indirect economisch of commercieel voordeel nastreven, door middel van daarvoor bestemde terminals in de gebouwen van die instellingen aan individuele leden van het publiek voor onderzoek of privé-studie.
##### Artikel 15i
1. Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de verveelvoudiging of openbaarmaking die uitsluitend bestemd is voor mensen met een handicap, mits deze direct met de handicap verband houdt, van niet commerciële aard is en wegens die handicap noodzakelijk is.
2. Voor de verveelvoudiging of openbaarmaking, bedoeld in het eerste lid, is ten behoeve van de maker of diens rechtverkrijgenden een billijke vergoeding verschuldigd.
##### Artikel 16n
1. Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de verveelvoudiging door voor het publiek toegankelijke bibliotheken en musea of archieven die niet het behalen van een direct of indirect economisch of commercieel voordeel nastreven, indien die verveelvoudiging geschiedt met als enig doel:
- 1°. het exemplaar van het werk te restaureren;
- 2°. bij dreiging van verval van het exemplaar van het werk een verveelvoudiging daarvan te behouden voor de instelling;
- 3°. het werk raadpleegbaar te houden als de technologie waarmee het toegankelijk gemaakt kan worden in onbruik raakt.
2. De in het eerste lid bedoelde verveelvoudigingen zijn slechts geoorloofd indien:
- 1°. de exemplaren van het werk deel uitmaken van de verzameling van de voor het publiek toegankelijke bibliotheken en musea of archieven die een beroep op deze beperking doen; en
- 2°. [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=25&z=2004-09-01&g=2004-09-01) in acht wordt genomen.
##### Artikel 18a
Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de incidentele verwerking ervan als onderdeel van ondergeschikte betekenis in een ander werk.
##### Artikel 18b
Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de openbaarmaking of verveelvoudiging ervan in het kader van een karikatuur, parodie of pastiche mits het gebruik in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is.
### Hoofdstuk II. De uitoefening en de handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht
##### Artikel 29a
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder «technische voorzieningen» verstaan technologie, inrichtingen of onderdelen die in het kader van hun normale werking dienen voor het voorkomen of beperken van handelingen ten aanzien van werken, die door de maker of zijn rechtverkrijgenden niet zijn toegestaan. Technische voorzieningen worden geacht «doeltreffend» te zijn indien het gebruik van een beschermd werk door de maker of zijn rechtverkrijgenden wordt beheerst door middel van toegangscontrole of door toepassing van een beschermingsprocédé zoals encryptie, vervorming of andere transformatie van het werk of een kopieerbeveiliging die de beoogde bescherming bereikt.
2. Degene, die doeltreffende technische voorzieningen omzeilt en dat weet of redelijkerwijs behoort te weten, handelt onrechtmatig.
3. Degene die diensten verricht of inrichtingen, producten of onderdelen vervaardigt, invoert, distribueert, verkoopt, verhuurt, adverteert of voor commerciële doeleinden bezit die:
- a). aangeboden, aangeprezen of in de handel gebracht worden met het doel om de beschermende werking van doeltreffende technische voorzieningen te omzeilen, of
- b). slechts een commercieel beperkt doel of nut hebben anders dan het omzeilen van de beschermende werking van doeltreffende technische voorzieningen, of
- c). vooral ontworpen, vervaardigd of aangepast worden met het doel het omzeilen van de doeltreffende technische voorzieningen mogelijk of gemakkelijker te maken,
handelt onrechtmatig.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden vastgesteld die de maker of zijn rechtverkrijgenden er toe verplichten aan de gebruiker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst voor doeleinden als omschreven in de [artikelen 15i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=15i&z=2004-09-01&g=2004-09-01), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16&z=2004-09-01&g=2004-09-01), [16b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16b&z=2004-09-01&g=2004-09-01), [16c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16c&z=2004-09-01&g=2004-09-01), [16h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16h&z=2004-09-01&g=2004-09-01), [16n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16n&z=2004-09-01&g=2004-09-01), [17b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=17b&z=2004-09-01&g=2004-09-01) en [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=22&z=2004-09-01&g=2004-09-01) van deze wet de nodige middelen te verschaffen om van deze beperkingen te profiteren, mits de gebruiker rechtmatig toegang tot het door de technische voorziening beschermde werk heeft. Het bepaalde in de voorgaande zin geldt niet ten aanzien van werken die onder contractuele voorwaarden aan gebruikers beschikbaar worden gesteld op een door hen individueel gekozen plaats en tijd.
##### Artikel 29b
1. Degene die opzettelijk en zonder daartoe gerechtigd te zijn elektronische informatie betreffende het beheer van rechten verwijdert of wijzigt, of werken van letterkunde, wetenschap of kunst waaruit op ongeoorloofde wijze dergelijke informatie is verwijderd of waarin op ongeoorloofde wijze dergelijke informatie is gewijzigd, verspreidt, ter verspreiding invoert, uitzendt of anderszins openbaar maakt, en weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij zodoende aanzet tot inbreuk op het auteursrecht, dan wel een dergelijke inbreuk mogelijk maakt, vergemakkelijkt of verbergt, handelt onrechtmatig.
2. Onder «informatie betreffende het beheer van rechten» wordt in dit artikel verstaan alle door de maker of zijn rechtverkrijgenden verstrekte informatie welke verbonden is met een verveelvoudiging van een werk of bij de openbaarmaking van een werk bekend wordt gemaakt, die dient ter identificatie van het werk, dan wel van de maker of zijn rechtverkrijgenden, of informatie betreffende de voorwaarden voor het gebruik van het werk, alsmede de cijfers of codes waarin die informatie is vervat.
### Hoofdstuk IV. Wijziging van de [Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860) en van het [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854)
### Hoofdstuk VII. Bescherming van na het verstrijken van de beschermingsduur openbaar gemaakte werken
### Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 43a
1. Het volgrecht is het recht van de maker en van zijn rechtverkrijgenden krachtens erfopvolging om bij iedere verkoop van een origineel van een kunstwerk waarbij een professionele kunsthandelaar is betrokken, met uitzondering van de eerste vervreemding door de maker, een vergoeding te ontvangen.
2. Het volgrecht is niet overdraagbaar, uitgezonderd in het geval van overdracht krachtens legaat.
3. Van het volgrecht kan geen afstand worden gedaan.
4. De vergoeding bedoeld in het eerste lid is opeisbaar vanaf het tijdstip dat de koopprijs van het origineel van het kunstwerk opeisbaar is, doch uiterlijk vanaf drie maanden na het totstandkomen van de koopovereenkomst.
##### Artikel 43b
Bij algemene maatregel van bestuur wordt de hoogte van de vergoeding, bedoeld in [artikel 43a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=IV&artikel=43a&z=2006-04-01&g=2006-04-01), vastgesteld en kunnen regels worden gesteld omtrent de verschuldigdheid van de vergoeding.
##### Artikel 43c
1. De verplichting tot betaling van de vergoeding, bedoeld in [artikel 43a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=IV&artikel=43a&z=2006-04-01&g=2006-04-01), rust op de bij de verkoop betrokken professionele kunsthandelaar. Indien meer dan één professionele kunsthandelaar bij een verkoop is betrokken, zijn zij hoofdelijk voor deze vergoeding aansprakelijk.
2. Een rechtsvordering tot betaling van de vergoeding bedoeld in [artikel 43a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=IV&artikel=43a&z=2006-04-01&g=2006-04-01), verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de rechthebbende zowel met de opeisbaarheid van de vergoeding als met de tot de betaling van de vergoeding verplichte persoon bekend is geworden, en in ieder geval door verloop van twintig jaren na het tijdtip waarop de vergoeding opeisbaar is geworden.
##### Artikel 43d
De gerechtigde op het volgrecht kan gedurende drie jaar na het tijdstip waarop de vergoeding bedoeld in [artikel 43a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=IV&artikel=43a&z=2006-04-01&g=2006-04-01), opeisbaar is geworden, van degene die verplicht is tot betaling van de vergoeding alle inlichtingen verlangen die noodzakelijk zijn om de betaling van de vergoeding veilig te stellen.
##### Artikel 43e
1. Het volgrecht vervalt op het tijdstip waarop het auteursrecht vervalt.
2. In afwijking van het eerste lid is bij een verkoop van een origineel van een kunstwerk tot 1 januari 2010 de vergoeding, bedoeld in [artikel 43a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=IV&artikel=43a&z=2006-04-01&g=2006-04-01), niet verschuldigd aan de rechtverkrijgenden van de maker krachtens erfopvolging.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan de in het tweede lid bedoelde periode worden verlengd tot uiterlijk 1 januari 2012.
##### Artikel 43f
Onverminderd het bepaalde in [artikel 43g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=IV&artikel=43g&z=2006-04-01&g=2006-04-01) is dit hoofdstuk van toepassing op originelen van kunstwerken die op 1 januari 2006 in ten minste één lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992 beschermd worden door de nationale wetgeving op het gebied van het auteursrecht.
##### Artikel 43g
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op makers van originelen van kunstwerken die:
- a. onderdaan zijn van één van de lidstaten van de Europese Unie en hun rechtverkrijgenden;
- b. onderdaan zijn van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992 en hun rechtverkrijgenden; of
- c. hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben en hun rechtverkrijgenden.
2. Dit hoofdstuk is voorts van toepassing op makers van originelen van kunstwerken en hun rechtverkrijgenden die onderdaan zijn van een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie of van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992, in de mate waarin en de duur waarvoor die staat het volgrecht erkent ten behoeve van makers van originelen van kunstwerken uit de lidstaten van de Europese Unie en de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992 en hun rechtverkrijgenden.
### Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen betreffende filmwerken
### Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen betreffende computerprogramma's
### Hoofdstuk VII. Bescherming van na het verstrijken van de beschermingsduur openbaar gemaakte werken
### Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 26d
De rechter kan op vordering van de maker, tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op het auteursrecht te maken, bevelen de diensten die worden gebruikt om die inbreuk te maken, te staken.
##### Artikel 26e
De voorzieningenrechter kan op vordering van de maker of zijn rechtverkrijgende tijdelijke voortzetting van de vermeende inbreuk toestaan onder de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld voor vergoeding van de door de maker of zijn rechtverkrijgende geleden schade. Onder dezelfde voorwaarden kan de rechter voortzetting van de dienstverlening door de tussenpersoon als bedoeld in [artikel 26d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=II&artikel=26d&z=2007-05-01&g=2007-05-01) toestaan.
### Hoofdstuk III. De duur van het auteursrecht
### Hoofdstuk IV. Bijzondere bepalingen betreffende het volgrecht
### Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen betreffende computerprogramma's
### Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 40a
Indien in het geval van een muziekwerk met woorden het auteursrecht op de muziek en het auteursrecht op de woorden berusten bij verschillende personen, vervalt het auteursrecht door verloop van 70 jaren, te rekenen van de 1e januari van het jaar volgende op het sterfjaar van de langstlevende van hen.
### Hoofdstuk IV. Bijzondere bepalingen betreffende het volgrecht
### Hoofdstuk VII. Bescherming van na het verstrijken van de beschermingsduur openbaar gemaakte werken
### Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16o
1. Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onder 1, 5 of 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=3&artikel=10&z=2014-10-29&g=2014-10-29), wordt niet beschouwd de reproductie of beschikbaarstelling door voor het publiek toegankelijke bibliotheken, onderwijsinstellingen en musea, alsmede archieven en instellingen voor cinematografisch of audiovisueel erfgoed die niet het behalen van een direct of indirect economisch of commercieel voordeel nastreven, van een voor het eerst in een lidstaat van de Europese Unie of in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte openbaar gemaakt werk mits:
- a. het werk deel uitmaakt van de eigen verzameling van de hiervoor bedoelde organisaties;
- b. de rechthebbende op het werk na een zorgvuldig onderzoek als bedoeld in [artikel 16p](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16q&z=2014-10-29&g=2014-10-29) niet is geïdentificeerd en opgespoord; en
- c. de reproductie en beschikbaarstelling geschiedt in het kader van de uitoefening van een publieke taak, in het bijzonder het behouden en restaureren van de werken en het verstrekken van voor culturele en onderwijsdoeleinden bestemde toegang tot de werken uit de eigen verzameling van de hiervoor bedoelde organisaties.
2. Indien aan twee of meer personen het auteursrecht toekomt op het werk en na een zorgvuldige onderzoek niet alle rechthebbenden zijn geïdentificeerd en opgespoord, kan het werk alleen worden gereproduceerd en beschikbaar gesteld indien de opgespoorde rechthebbende met betrekking tot de rechten waarover hij beschikt daarvoor toestemming verleent. De organisaties, genoemd in het eerste lid, vermelden bij de beschikbaarstelling de geïdentificeerde, maar niet opgespoorde rechthebbende(n).
3. Een werk dat niet eerder is openbaar gemaakt, kan worden gereproduceerd en beschikbaar gesteld, overeenkomstig het eerste lid, indien het werk met toestemming van de rechthebbende in de in het eerste lid onder a bedoelde verzameling is opgenomen en redelijkerwijs aannemelijk is dat de rechthebbende zich niet tegen de reproductie en beschikbaarstelling zou verzetten.
4. De organisaties, genoemd in het eerste lid, mogen met de reproductie en beschikbaarstelling inkomsten generen op voorwaarde dat deze inkomsten uitsluitend dienen ter vergoeding van de kosten van de digitalisering en beschikbaarstelling van de in het eerste lid bedoelde werken.
##### Artikel 16p
1. Het zorgvuldig onderzoek naar de rechthebbende, als bedoeld in [artikel 16o, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16o&z=2014-10-29&g=2014-10-29), wordt uitgevoerd door voor ieder werk als bedoeld in artikel 16o, eerste lid, en voor ieder daarin opgenomen werk van letterkunde, wetenschap of kunst de voor de desbetreffende categorie van werken geschikte bronnen voor het opsporen van rechthebbenden te raadplegen. Op voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap worden bij algemene maatregel van bestuur regels gegeven ten aanzien van de bij het onderzoek te raadplegen bronnen.
2. Het onderzoek vindt plaats in de lidstaat waarin het werk voor het eerst is openbaar gemaakt. Voor filmwerken vindt het onderzoek plaats in de lidstaat waar de producent zijn zetel of gewone woonplaats heeft.
3. Voor een werk als bedoeld in [artikel 16o, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16o&z=2014-10-29&g=2014-10-29), vindt het onderzoek plaats in de lidstaat waar de organisatie die het werk met toestemming van de rechthebbende in de eigen verzameling heeft opgenomen, is gevestigd.
4. Indien er aanwijzingen zijn dat informatie over de rechthebbende aanwezig is in een andere lidstaat, worden ook de in die lidstaat voor een zorgvuldig onderzoek voorgeschreven bronnen geraadpleegd.
5. De organisaties, bedoeld in [artikel 16o, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16o&z=2014-10-29&g=2014-10-29), houden bij welke bronnen in het kader van het onderzoek zijn geraadpleegd en welke informatie hieruit is voortgekomen. De organisaties verstrekken de volgende gegevens aan een op voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen instantie, ten behoeve van doorgeleiding aan het Harmonisatiebureau voor de Interne Markt:
- a. de resultaten van het zorgvuldig onderzoek dat door de organisaties is verricht en dat tot de conclusie heeft geleid dat het werk verweesd is;
- b. de wijze waarop het werk zal worden gebruikt;
- c. de contactgegevens van de organisaties; en
- d. voor zover van toepassing, iedere wijziging in de status van het werk.
Op voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld over de aan te leveren gegevens en de wijze van aanleveren.
6. Voor verweesde werken opgenomen in de databank van het Harmonisatiebureau, genoemd in het vijfde lid, is voor de reproductie en beschikbaarstelling als bedoeld in [artikel 16o, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16o&z=2014-10-29&g=2014-10-29), een zorgvuldig onderzoek als bedoeld in artikel 16o, eerste lid, onder b, niet noodzakelijk.
##### Artikel 16q
Het gebruik van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst overeenkomstig artikel 16o, eerste lid, wordt beëindigd indien een rechthebbende met betrekking tot de rechten waar hij over beschikt, gebruik maakt van de mogelijkheid om de status van verweesd werk te beëindigen. De organisaties bedoeld in [artikel 16o, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16o&z=2014-10-29&g=2014-10-29), zijn aan de rechthebbende een billijke vergoeding verschuldigd voor het gebruik dat op grond van artikel 16o van het werk is gemaakt.
##### Artikel 16r
Voor de toepassing van de [artikelen 16o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16o&z=2014-10-29&g=2014-10-29), [16p](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16p&z=2014-10-29&g=2014-10-29), [16q](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16q&z=2014-10-29&g=2014-10-29) en [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=17&z=2014-10-29&g=2014-10-29) wordt onder beschikbaarstelling verstaan het, per draad of draadloos, beschikbaar stellen van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst voor het publiek op zodanige wijze dat de leden van het publiek op een door hen gekozen individuele plaats en tijd toegang hebben tot het werk.
### Hoofdstuk II. De uitoefening en de handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht
### Hoofdstuk III. De duur van het auteursrecht
### Hoofdstuk IV. Bijzondere bepalingen betreffende het volgrecht
### Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen betreffende filmwerken
### Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen betreffende computerprogramma's
### Hoofdstuk VII. Bescherming van na het verstrijken van de beschermingsduur openbaar gemaakte werken
### Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 25b
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op een overeenkomst die de verlening van exploitatiebevoegdheid ten aanzien van het auteursrecht van de maker aan een wederpartij tot hoofddoel heeft, tenzij artikel 3.28 Beneluxverdrag voor de Intellectuele Eigendom van toepassing is.
2. [Artikel 25f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=Ia&artikel=25f&z=2015-07-01&g=2015-07-01) is van toepassing op een overeenkomst waarbij de maker het auteursrecht geheel of gedeeltelijk overdraagt of waarbij door de maker een exclusieve licentie is verleend.
3. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de maker als bedoeld in de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=2&artikel=7&z=2015-07-01&g=2015-07-01) en [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=2&artikel=8&z=2015-07-01&g=2015-07-01).
4. Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op de natuurlijke persoon die het auteursrecht als erfgenaam of legataris van de maker heeft verkregen.
##### Artikel 25c
1. De maker heeft recht op een in de overeenkomst te bepalen billijke vergoeding voor de verlening van exploitatiebevoegdheid.
2. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan, een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen adviesorgaan gehoord, de hoogte van een billijke vergoeding vaststellen voor een specifieke branche en voor een bepaalde periode na overleg met Onze Minister van Veiligheid en Justitie. De vaststelling van een billijke vergoeding geschiedt met inachtneming van het belang van het behoud van de culturele diversiteit, de toegankelijkheid van cultuur, een doelstelling van sociaal beleid en het belang van de consument.
3. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gaat alleen over tot vaststelling als bedoeld in het tweede lid op gezamenlijk verzoek van een in de desbetreffende branche bestaande vereniging van makers en een exploitant of een vereniging van exploitanten. Het verzoek bevat een gezamenlijk gedragen advies inzake een billijke vergoeding, alsmede een duidelijke afbakening van de branche waarop het verzoek betrekking heeft.
4. Een vereniging als bedoeld in het derde lid is representatief en onafhankelijk. Uit de statuten van de vereniging blijkt dat zij tot doel heeft Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een advies als bedoeld in het derde lid uit te brengen.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld in verband met de indiening van het verzoek door verenigingen van makers en exploitanten en de vaststelling van een billijke vergoeding door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
6. Indien de maker exploitatiebevoegdheden heeft verleend ten aanzien van een exploitatie op een ten tijde van sluiting van de overeenkomst nog onbekende wijze en de wederpartij gaat hiertoe over, is hij de maker hiervoor een aanvullende billijke vergoeding verschuldigd. Is de bevoegdheid door de wederpartij van de maker overgedragen aan een derde die tot de bedoelde exploitatie overgaat, dan kan de maker de aanvullende billijke vergoeding van de derde vorderen.
##### Artikel 25d
1. De maker kan in rechte een aanvullende billijke vergoeding vorderen van zijn wederpartij, indien de overeengekomen vergoeding gelet op de wederzijdse prestaties een ernstige onevenredigheid vertoont in verhouding tot de opbrengst van de exploitatie van het werk.
2. Indien de ernstige onevenredigheid tussen de vergoeding van de maker en de opbrengst van de exploitatie van het werk is ontstaan nadat het auteursrecht door de wederpartij van de maker aan een derde is overgedragen, kan de maker de vordering als bedoeld in het eerste lid tegen de derde instellen.
##### Artikel 25e
1. De maker kan de overeenkomst geheel of gedeeltelijk ontbinden indien de wederpartij het auteursrecht op het werk niet binnen een redelijke termijn na het sluiten van de overeenkomst in voldoende mate exploiteert of, na het aanvankelijk verrichten van exploitatiehandelingen, het auteursrecht niet langer in voldoende mate exploiteert. De voorgaande zin is niet van toepassing indien het aan de maker is toe te rekenen dat het auteursrecht binnen de termijn niet in voldoende mate wordt geëxploiteerd of indien de wederpartij een zodanig zwaarwichtig belang heeft bij instandhouding van de overeenkomst dat het belang van de maker daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.
2. Indien het auteursrecht aan meerdere makers toebehoort en de bijdrage van de maker geen scheidbaar werk vormt, kan de maker de overeenkomst alleen ontbinden met instemming van de andere makers. Indien een maker zijn instemming onthoudt en de overige makers hierdoor onevenredig worden benadeeld, kan de ontbinding van de overeenkomst uitsluitend in rechte geschieden.
3. Voorzover exploitatie door de wederpartij niet blijvend onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding van de overeenkomst pas nadat de maker aan de wederpartij schriftelijk een redelijke termijn heeft gegund het werk alsnog in voldoende mate te exploiteren en exploitatie binnen deze termijn uitblijft.
4. Op verzoek van de maker verstrekt de wederpartij voor het verstrijken van de termijn bedoeld in het derde lid hem een schriftelijke opgave van de omvang van de exploitatie.
5. In overeenstemming met [artikel 6:267 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=267) vindt ontbinding van de overeenkomst plaats door een schriftelijke verklaring van de maker aan de wederpartij. Op vordering van de maker kan de ontbinding van de overeenkomst ook door de rechter worden uitgesproken.
6. Indien het auteursrecht door de wederpartij van de maker is overgedragen aan een derde, kan de maker zijn uit de ontbinding voortvloeiende rechten ook tegen deze derde geldend maken, nadat hij deze zo spoedig mogelijk schriftelijk van de ontbinding mededeling heeft gedaan.
7. Indien de wederpartij of de derde niet binnen een hem gestelde redelijke termijn tot teruglevering van het auteursrecht overgaat, kan de rechter op vordering van de maker een in de gegeven omstandigheden redelijk bedrag vaststellen dat de wederpartij dan wel de derde aan de maker dient te vergoeden, naast de mogelijk aan de maker verschuldigde schadevergoeding.
##### Artikel 25f
1. Een beding dat voor een onredelijk lange of onvoldoende bepaalde termijn aanspraken op de exploitatie van toekomstige werken van de maker inhoudt, is vernietigbaar.
2. Een beding dat, gelet op de aard en inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen of de overige omstandigheden van het geval, voor de maker onredelijk bezwarend is, is vernietigbaar.
3. Indien door de wederpartij is bedongen dat de overeenkomst tussentijds kan worden opgezegd, geldt deze bevoegdheid onder gelijke voorwaarden eveneens voor de maker.
##### Artikel 25fa
De maker van een kort werk van wetenschap waarvoor het onderzoek geheel of gedeeltelijk met Nederlandse publieke middelen is bekostigd, heeft het recht om dat werk na verloop van een redelijke termijn na de eerste openbaarmaking ervan, om niet beschikbaar te stellen voor het publiek, mits de bron van de eerste openbaarmaking daarbij op duidelijke wijze wordt vermeld.
##### Artikel 25g
1. Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan een geschillencommissie aanwijzen voor de beslechting van geschillen tussen een maker en zijn wederpartij of een derde inzake de toepassing van [artikel 25c, eerste en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=Ia&artikel=25c&z=2015-07-01&g=2015-07-01), [25d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=Ia&artikel=25d&z=2015-07-01&g=2015-07-01), [25e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=Ia&artikel=25e&z=2015-07-01&g=2015-07-01) of [25f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=Ia&artikel=25f&z=2015-07-01&g=2015-07-01).
2. Wordt het geschil niet binnen drie maanden nadat afschrift van de uitspraak van de geschillencommissie aan partijen werd verzonden bij de rechter aanhangig gemaakt, dan wordt hetgeen in de uitspraak is vastgesteld na het verstrijken van deze termijn geacht te zijn overeengekomen tussen partijen.
3. Een geschil kan ook ten behoeve van makers aanhangig worden gemaakt door een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid voorzover zij de belangen van makers ingevolge haar statuten behartigt.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de financiering, samenstelling, inrichting, procedures, bekostiging, werkwijze van en toezicht op de geschillencommissie.
##### Artikel 25h
1. Van het bepaalde in dit hoofdstuk kan door de maker geen afstand worden gedaan.
2. Ongeacht het recht dat de overeenkomst beheerst, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing indien:
- a. de overeenkomst bij gebreke van een rechtskeuze zou worden beheerst door Nederlands recht, of;
- b. de exploitatiehandelingen geheel of in overwegende mate in Nederland plaatsvinden of dienen plaats te vinden.
### Hoofdstuk II. De uitoefening en de handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht
### Hoofdstuk IV. Bijzondere bepalingen betreffende het volgrecht
### Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen betreffende computerprogramma's
### Hoofdstuk VII. Bescherming van na het verstrijken van de beschermingsduur openbaar gemaakte werken
### Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 15j
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 15k
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 15l
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 15m
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk Ia. De exploitatieovereenkomst
### Hoofdstuk II. De uitoefening en de handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht
### Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen betreffende computerprogramma's
### Hoofdstuk VII. Bescherming van na het verstrijken van de beschermingsduur openbaar gemaakte werken
### Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 2. De maker van het werk
##### Artikel 15n
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 15o
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 18c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk Ia. De exploitatieovereenkomst
##### Artikel 25ca
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk II. De uitoefening en de handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht
##### Artikel 29c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 29d
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 29e
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen betreffende filmwerken
##### Artikel 45ga
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk VII. Bescherming van na het verstrijken van de beschermingsduur openbaar gemaakte werken
### Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12c
Wanneer een omroeporganisatie de programmadragende signalen rechtstreeks aanlevert bij degene die de uitzending van een werk via de kabel of langs andere weg verzorgt zonder dat de omroeporganisatie de signalen zelf gelijktijdig uitzendt, is er sprake van een enkele openbaarmaking van een in een radio- of televisieprogramma opgenomen werk waarvoor de omroeporganisatie en degene die de programmadragende signalen uitzendt ieder voor zijn eigen bijdrage aan die openbaarmaking verantwoordelijk is.
#### § 5. Het verveelvoudigen
#### § 6. De beperkingen van het auteursrecht
### Hoofdstuk Ia. De exploitatieovereenkomst
### Hoofdstuk IV. Bijzondere bepalingen betreffende het volgrecht
### Hoofdstuk IVa. Bijzondere bepalingen betreffende verruimde licenties
#### § 1. Verruimde licenties met betrekking tot werken die niet in de handel verkrijgbaar zijn
##### Artikel 44a
Een overeenkomstig [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=IVa&paragraaf=1&artikel=44&z=2021-06-07&g=2021-06-07) verleende licentie kan betrekking hebben op het gebruik door een cultureel erfgoedinstelling van niet in de handel verkrijgbare werken van letterkunde, wetenschap of kunst in alle lidstaten van de Europese Unie en Europese Economische Ruimte.
##### Artikel 44b
1. Een collectieve beheersorganisatie die licenties verstrekt als bedoeld in dit hoofdstuk, zorgt ervoor dat informatie met het oog op:
- 1°. de identificatie van de werken;
- 2°. de mogelijkheden van de makers of zijn rechtverkrijgenden als bedoeld in [artikel 44, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=IVa&paragraaf=1&artikel=44&z=2021-06-07&g=2021-06-07); en
- 3°. de partijen bij de verleende licenties, de gedekte grondgebieden en de toegestane gebruikswijzen;
ten minste zes maanden voordat de werken openbaar worden gemaakt door de cultureel erfgoedinstelling, te raadplegen is in het portaal dat is ingesteld en wordt beheerd door het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie als bedoeld in Verordening (EU) nr. 386/2012.
2. Een collectieve beheersorganisaties die licenties verstrekt als bedoeld in dit hoofdstuk, treft aanvullende passende publicitaire maatregelen in het Rijk in Europa als dat noodzakelijk is om de algemene bekendheid van de makers of zijn rechtverkrijgenden met de regeling te vergroten. Indien er aanwijzingen zijn, zoals de oorsprong van de werken van letterkunde, wetenschap of kunst, om aan te nemen dat het bewustzijn van de makers of zijn rechtverkrijgenden doeltreffender elders zou kunnen worden verhoogd, dan strekken de in de eerste volzin bedoelde maatregelen zich ook daartoe uit.
#### § 2. Verruimde licenties in het algemeen
### Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen betreffende filmwerken
### Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen betreffende computerprogramma's
### Hoofdstuk VII. Bescherming van na het verstrijken van de beschermingsduur openbaar gemaakte werken
### Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 47c
1. Iedere openbaarmaking van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst in:
- a. radioprogramma’s;
- b. televisieprogramma’s die:
- i. nieuws- en actualiteitenprogramma’s betreffen; of
- ii. volledig door de omroeporganisatie, bedoeld in [artikel 1.1. van de Mediawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&artikel=1.1), gefinancierd zijn;
door middel van een ondersteunende onlinedienst die door of onder controle en verantwoordelijkheid van de omroeporganisatie wordt uitgevoerd, alsmede de reproductie die noodzakelijk is voor het aanbieden van deze dienst of voor de toegang tot of het gebruik van deze dienst, wordt geacht enkel plaats te vinden in Nederland, indien de omroeporganisatie hier haar hoofdvestiging heeft. Het vorenstaande is niet van toepassing op televisie-uitzendingen van sportevenementen en de daarin vervatte werken van letterkunde, wetenschap of kunst.
2. Bij het vaststellen van de hoogte van de verschuldigde vergoeding voor een in het eerste lid bedoelde openbaarmaking van een werk wordt rekening gehouden met alle aspecten van de ondersteunende onlinedienst, zoals kenmerken van die dienst, waaronder de duur van de online beschikbaarheid van de programma's, het luisteraars- of kijkerspubliek en de aangeboden taalversies. Het vorenstaande staat er niet aan de in de weg dat de vergoeding wordt gebaseerd op de inkomsten van de omroeporganisatie.
3. Het in het eerste lid bedoelde vermoeden doet geen afbreuk aan de contractuele vrijheid van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of zijn rechtverkrijgenden, en omroeporganisaties om, in overeenstemming met het Unierecht, de exploitatie van het auteursrecht te beperken.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een ondersteunende onlinedienst verstaan het online aanbieden van radio- of televisieprogramma’s gelijktijdig met of voor een bepaalde periode na de uitzending ervan door de omroeporganisatie, alsmede van materiaal dat een ondersteuning vormt van die uitzending.
##### Artikel 47d
1. Het gebruik van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst dat uitsluitend dient ter toelichting bij het onderwijs op grond van de [artikelen 12, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=4&artikel=12&z=2021-06-07&g=2021-06-07), en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=16&z=2021-06-07&g=2021-06-07) door middel van een beveiligde elektronische omgeving wordt geacht uitsluitend plaats te vinden in de lidstaat van de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte waar de onderwijsinstelling is gevestigd.
2. Het gebruik van een werk dat niet in de handel verkrijgbaar is door een cultureel erfgoedinstelling overeenkomstig het in [artikel 18c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=6&artikel=18c&z=2021-06-07&g=2021-06-07) bepaalde wordt geacht uitsluitend plaats te vinden in de lidstaat van de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte waar die cultureel erfgoedinstelling is gevestigd.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 45da
1. Onverminderd [artikel 26a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=II&artikel=26a&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is eenieder die het filmwerk openbaar maakt als bedoeld in [artikel 12, eerste lid, onder 6°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=4&artikel=12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), aan de makers van het filmwerk die deze rechten aan de producent hebben overgedragen, een proportionele billijke vergoeding verschuldigd. Bij een openbaarmaking als bedoeld in [artikel 12c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=I&paragraaf=4&artikel=12c&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is enkel degene die het filmwerk uitzendt aan de makers van het filmwerk die deze rechten aan de producent hebben overgedragen, een proportionele billijke vergoeding verschuldigd. Eenieder die het filmwerk op andere wijze dan vorenbedoeld mededeelt aan het publiek, met uitzondering van een beschikbaarstelling voor het publiek als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder 7° behoudens het in [artikel 45db](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=V&artikel=45db&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bepaalde, is aan de makers van het filmwerk die deze rechten aan de producent hebben overgedragen, een proportionele billijke vergoeding verschuldigd. Van het recht op een proportionele billijke vergoeding kan geen afstand worden gedaan.
2. Het recht op de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgeoefend door een collectieve beheersorganisatie als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014779&artikel=1). [Artikel 26a, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=II&artikel=26a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Degene die de in het eerste lid bedoelde vergoeding verschuldigd is, is gehouden aan de collectieve beheersorganisaties, bedoeld in het tweede lid, de bescheiden of andere informatiedragers ter inzage te geven, waarvan de kennisneming noodzakelijk is voor de vaststelling van de verschuldigdheid, de hoogte en de verdeling van de vergoeding.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven over de uitoefening van het recht bedoeld in het eerste lid.
5. Het recht op een proportionele billijke vergoeding, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een filmwerk waarvan de exploitatie als zodanig niet het doel is.
##### Artikel 45db
Bij algemene maatregel van bestuur kan [artikel 45da](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=V&artikel=45da&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van toepassing worden verklaard op de beschikbaarstelling voor het publiek van het filmwerk. [Artikel 45d, tweede lid, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001886&hoofdstuk=V&artikel=45d&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is alsdan niet van toepassing.
### Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2002-01-01
Auteurswet
original version Tekst op deze datum