Wet van 22 augustus 1947, tot invoering van een buitengewoon pensioen voor deelnemers aan het verzet, alsmede voor hun nagelaten betrekkingen

Type Wet
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 96
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de personen, bedoeld in artikel 14, vierde lid, eerste volzin, onder a en b, alsmede ten aanzien van de moeder, de grootmoeder en de schoonmoeder van een overleden deelnemer aan het verzet.

4.

Indien de weduwe in het genot was van een garantietoeslag als bedoeld in artikel 31e, bedraagt de afkoopsom, bedoeld in het eerste lid, indien dat voor haar gunstiger is, vierentwintig maal het bedrag van de garantietoeslag, die zij genoot over de maand, voorafgaande aan de maand waarin dat volgende huwelijk heeft plaatsgevonden.

Artikel 29

Het buitengewoon pensioen van de weduwe en dat van een gewezen echtgenote worden niet uitbetaald over de tijd, gedurende welke de vrouw in concubinaat leeft.

Artikel 29a

Het buitengewoon pensioen van personen, die zijn gepensioneerd krachtens het bepaalde in artikel 17, e en g, wordt niet, dan wel slechts ten dele, uitbetaald over de tijd, gedurende welke op grond van de omstandigheden, waarin die personen verkeren, voor uitbetaling, dan wel voor volledige uitbetaling geen noodzaak bestaat.

Artikel 30

Een tijdelijk buitengewoon pensioen, verleend op grond van artikel 16, eerste en derde lid, of een blijvend buitengewoon pensioen, verleend op grond van artikel 16, vijfde lid, houdt op met de door de Sociale verzekeringsbank te bepalen datum, wanneer de vermiste of hij, te wiens aanzien bij rechterlijke uitspraak de vermissing is vastgesteld in leven blijkt te zijn.

Artikel 30a

1.

Zo spoedig mogelijk na het overlijden van een deelnemer aan het verzet, die op het tijdstip van zijn overlijden recht op buitengewoon pensioen ontleende aan artikel 4, wordt een uitkering (overlijdensuitkering) ten bedrage van tweemaal het bedrag van het buitengewoon pensioen van de overledene over de maand, waarin hij is overleden, uitbetaald:

  • a. aan de langstlevende der echtgenoten, indien de overledene niet duurzaam van de andere echtgenoot gescheiden leefde;
  • b. bij ontstentenis van de onder a bedoelde persoon aan de minderjarige kinderen die in familierechtelijke betrekking tot de overledene stonden of minderjarige kinderen, waarvoor de overledene ten tijde van het overlijden de pleegouderlijke zorg droeg;
  • c. bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde personen aan ouders, meerderjarige kinderen, broers of zusters van de overledene, indien de overledene ten tijde van het overlijden grotendeels in de kosten van het bestaan van deze betrekkingen voorzag;
  • d. bij ontstentenis van de onder a, b en c bedoelde personen aan degenen, ten aanzien van wie de overledene ten tijde van het overlijden grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij tot zijn overlijden duurzaam in gezinsverband heeft geleefd.
2.

In het eerste lid wordt verstaan onder:

  • a. buitengewoon pensioen: het pensioen, bedoeld in artikel 9, verhoogd met de vermeerdering, bedoeld in de artikelen 10 en 11, ongeacht het bepaalde in artikel 12;
  • b. het bedrag van het buitengewoon pensioen: het pensioenbedrag, bedoeld in artikel 31b;
  • c. pleegouderlijke zorg: de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van een kind, als ware het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor.
3.

Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de weduwe of de gewezen echtgenote van een deelnemer aan het verzet wordt, indien die weduwe of die gewezen echtgenote op het tijdstip van haar overlijden recht op buitengewoon pensioen ontleende aan artikel 14, eerste onderscheidenlijk tweede lid, een uitkering (overlijdensuitkering) ten bedrage van tweemaal het bedrag van het buitengewoon pensioen van de overledene over de maand, waarin zij is overleden, uitbetaald aan de minderjarige kinderen die in familierechtelijke betrekking tot de overledene stonden, welke met het overlijden van hun moeder ouderloos zijn geworden, of minderjarige kinderen, waarvoor de overledene ten tijde van het overlijden de pleegouderlijke zorg droeg. Het bepaalde in de vorige volzin is van overeenkomstige toepassing na het overlijden van de weduwnaar of de gewezen echtgenoot van een vrouwelijke deelnemer aan het verzet.

4.

In het derde lid wordt verstaan onder:

  • a. buitengewoon pensioen: het pensioen, bedoeld in artikel 17, a en b, onderscheidenlijk i en j, vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 18 en 19, ongeacht het bepaalde in artikel 20;
  • b. het bedrag van het buitengewoon pensioen: het pensioenbedrag, bedoeld in artikel 31b;
  • c. pleegouderlijke zorg: hetgeen daaronder wordt verstaan in het eerste lid.
5.

Indien er geen rechthebbenden als bedoeld in het eerste en derde lid zijn, is de Sociale verzekeringsbank, na ter zake de Stichting 1940-1945 te hebben gehoord, bevoegd de in die leden bedoelde uitkering geheel of gedeeltelijk uit te betalen aan de persoon of de personen, die daarvoor naar zijn oordeel op billijkheidsoverwegingen in aanmerking komt respectievelijk komen, mits deze daartoe binnen zes maanden na het overlijden een verzoek bij genoemde Sociale verzekeringsbank heeft onderscheidenlijk hebben ingediend.

6.

Op een krachtens dit artikel verleende uitkering worden op grond van hetzelfde overlijden krachtens andere wettelijke voorschriften verstrekte uitkeringen van overeenkomstige aard in mindering gebracht, indien die andere uitkeringen voortvloeien uit door de overledene genoten inkomsten als bedoeld in artikel 12, derde lid.

7.

De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing ingeval van vermissing van een buitengewoon pensioengerechtigde deelnemer aan het verzet en van een buitengewoon pensioengerechtigde weduwe (weduwnaar) of gewezen echtgenote (echtgenoot) van een deelnemer (deelneemster) aan het verzet.

8.

Indien meer pensioen is uitbetaald dan overeenstemt met artikel 27, wordt het teveel betaalde teruggevorderd, voor zover verrekening daarvan kan plaatsvinden met een overlijdensuitkering krachtens dit artikel.

9.

Indien een vermiste in leven blijkt te zijn, kan hetgeen aan tijdelijk pensioen, als bedoeld in artikel 16, en aan een krachtens dit artikel verleende overlijdensuitkering is uitbetaald, worden teruggevorderd.

hoofdstuk Zevende. Van de welvaartsvastheid der buitengewone pensioenen

Artikel 31

Voor de toepassing van artikel 31a en van de tot uitvoering daarvan genomen besluiten worden verstaan onder:

Artikel 31a

1.

Het buitengewoon pensioen of de garantietoeslag wordt door de Sociale verzekeringsbank aangepast overeenkomstig de normen en voorwaarden waarmee het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag ingevolge artikel 14 van die wet wordt herzien.

2.

De pensioenbedragen, bedoeld in artikel 31b, eerste lid, onder a, worden door Onze Minister, naar gelang de grondslagen waarvan zij zijn afgeleid, aangepast overeenkomstig de normen en voorwaarden waarmee het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag ingevolge artikel 14 van die wet wordt herzien.

3.

Bij de aanpassing, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van het laatst vastgestelde dan wel overeenkomstig het eerste lid aangepaste buitengewoon pensioen of van de laatst vastgestelde dan wel overeenkomstig het eerste lid aangepaste garantietoeslag.

4.

De aanpassing, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.

5.

Het aangepaste buitengewoon pensioen of de aangepaste garantietoeslag, bedoeld in het vierde lid, wordt betaald bij de eerstvolgende betaling nadat de aanpassing heeft plaatsgevonden.

Artikel 31b

1.

Indien artikel 31a toepassing heeft gevonden worden bedoeld met:

  • a. pensioenbedragen: de krachtens dat artikel verhoogde of verlaagde bedragen;
  • b. grondslagen, welke voor de toepassing van artikel 12, tweede lid, gelden voor de verrekening van inkomsten met het buitengewoon pensioen: de in artikel 31, onder b, bedoelde grondslagen, welke, overeenkomstig het in artikel 31a voor de pensioenbedragen bepaalde, fictief zijn herzien;
2.

De pensioenbedragen alsmede de bedragen van de grondslagen en de maxima, bedoeld in het eerste lid, worden naar boven afgerond tot hele euro’s.

Artikel 31c

Vervallen

Artikel 31d

Vervallen

Hoofdstuk 7A. De garantietoeslag

Artikel 31e

1.

Indien het maandinkomen van

  • a. een deelnemer aan het verzet die recht heeft op een buitengewoon pensioen,
  • c. een weduwnaar, genoemd in artikel 14, vierde lid, onder a, die recht heeft op een buitengewoon pensioen, lager is dan het op grond van artikel 31f van toepassing zijnde normbedrag, wordt aan die buitengewoon gepensioneerde een garantietoeslag verleend, gelijk aan het verschil tussen zijn of haar maandinkomen en het van toepassing zijnde normbedrag.
2.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het inkomen, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 31f

Het van toepassing zijnde normbedrag bedraagt:

Artikel 31g

De garantietoeslag gaat in op de eerste dag van de maand, waarin het recht op de garantietoeslag is ontstaan.

hoofdstuk Achtste. Bijzondere bepalingen aan alle buitengewone pensioenen en garantietoeslagen gemeen

Artikel 31h

1.

Indien de pensioengerechtigde over zijn buitengewoon pensioen of garantietoeslag de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet, verschuldigd is, heeft hij recht op een toeslag. Deze toeslag bedraagt het percentage van het buitengewoon pensioen of de garantietoeslag dat overeenkomt met het bijdragepercentage, bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet, vermenigvuldigd met anderhalf, voorzover het pensioen of de garantietoeslag is te rekenen tot het deel van het bijdrage-inkomen, bedoeld in artikel 43, tweede lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet.

2.

Indien de pensioengerechtigde over zijn buitengewoon pensioen of garantietoeslag de bijdrage, bedoeld in artikel 68b, vijfde lid, of artikel 69, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet, verschuldigd is, heeft hij recht op een toeslag. Voor de berekening van deze toeslag is het eerste lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing.

3.

Het in aanmerking te nemen bijdrage-inkomen bedraagt op jaarbasis ten hoogste het bedrag, bedoeld in artikel 43, derde lid, van de Zorgverzekeringswet.

4.

Op de toeslagen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is het achtste hoofdstuk van toepassing, met uitzondering van de artikelen 31i en 35a.

Artikel 32

1.

De buitengewone pensioenen en de garantietoeslagen worden maandelijks voldaan.

2.

De eerste termijn wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen dertien weken na de toekenning, vastgesteld en betaald.

3.

Indien de door belanghebbende verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor het vaststellen van het bedrag van de eerste termijn, verzoekt de Sociale verzekeringsbank de belanghebbende deze gegevens en bescheiden alsnog te verstrekken. De periode van dertien weken, bedoeld in het tweede lid, wordt in zodanig geval opgeschort met ingang van de dag waarop de Sociale verzekeringsbank vorenbedoeld verzoek heeft gedaan tot de dag waarop de gegevens en bescheiden zijn verstrekt.

4.

De termijnen van een buitengewoon pensioen en van een garantietoeslag, welke niet zijn ingevorderd binnen een jaar na de eerste maand, waarin de uitkering daarvan had mogen plaats hebben, worden niet meer uitbetaald, tenzij de belanghebbende ten genoege van de Sociale verzekeringsbank kan aantonen, dat het overschrijden van die termijn het gevolg is geweest van omstandigheden, van zijn wil onafhankelijk.

5.

De uitbetaling van een buitengewoon pensioen en van een garantietoeslag geschiedt op de wijze bij algemene maatregel van bestuur te bepalen.

Artikel 33

1.

De gepensioneerde, die is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van drie maanden, tot plaatsing in een Rijkswerkinrichting, tot plaatsing in een tuchtschool voor drie maanden, of tot enige zwaardere straf, of op bevel van de rechter ter beschikking van de Regering is gesteld, mist over de tijd gedurende welke hij zijn straf ondergaat of van Regeringswege in zijn opvoeding wordt voorzien, of gedurende welke hij zich door de vlucht aan de tenuitvoerlegging van het vonnis onttrekt, het genot van buitengewoon pensioen en garantietoeslag.

2.

De Sociale verzekeringsbank is bevoegd het pensioenbedrag en het bedrag van de garantietoeslag over die tijd geheel of ten dele aan of ten behoeve van de echtgenoot, afstammelingen in de rechte linie, die de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet hebben bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn, of bloedverwanten in de opgaande linie van de gepensioneerde te doen uitbetalen.

3.

De Sociale verzekeringsbank is tevens bevoegd om, voor zover van de bevoegdheid in het vorige lid bedoeld, geen gebruik is gemaakt, de gepensioneerde, die al of niet voorwaardelijk uit de gevangenis, uit de Rijkswerkinrichting of uit de tuchtschool is ontslagen, of wiens opvoeding van Regeringswege is beëindigd, in het genot te stellen van een uitkering, ten bedrage van ten hoogste de helft van het niet uitgekeerde bedrag, tot een maximum van de helft van het jaarlijkse bedrag van het buitengewoon pensioen en de garantietoeslag.

Artikel 34

1.

Het buitengewoon pensioen wordt door de Sociale verzekeringsbank vervallen verklaard:

    1. wanneer gedurende vijf achtereenvolgende jaren na de eerste dag, waarop een termijn daarvan kan worden geïnd, iedere invordering is achterwege gebleven;
    1. wanneer de gepensioneerde:
  • a. van Nederlandse nationaliteit zijnde, zonder Onze toestemming zich in vreemde krijgsdienst of vreemde burgerlijke overheidsdienst begeeft;
  • b. niet van Nederlandse nationaliteit zijnde, zich in vreemde krijgsdienst of vreemde burgerlijke overheidsdienst bevindt of begeeft bij een mogendheid, die met Nederland in oorlog is, ook al is die mogendheid zijn eigen vaderland.
2.

In bijzondere gevallen kan een op grond van dit artikel vervallen buitengewoon pensioen door de Sociale verzekeringsbank opnieuw worden toegekend. Een dergelijk besluit wordt niet genomen dan nadat daarin bij koninklijk besluit is toegestemd. Toestemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

Artikel 35

Indien een buitengewoon pensioengerechtigde in een inrichting ter verpleging van geesteszieken of zwakzinnigen is opgenomen, of, niet opgenomen zijnde in zodanige inrichting, op grond van geestelijke gestoordheid niet in staat is kwijting te verlenen voor de uitbetaling van zijn buitengewoon pensioen en zijn garantietoeslag, is de Sociale verzekeringsbank bevoegd het buitengewoon pensioen en de garantietoeslag uit te betalen aan een door hem aan te wijzen persoon of instelling. In andere bijzondere gevallen is de Sociale verzekeringsbank eveneens bevoegd het buitengewoon pensioen en de garantietoeslag in plaats van aan de pensioengerechtigde zonder diens machtiging uit te betalen aan een door hem in overleg met de Stichting 1940-1945 aan te wijzen persoon of instelling.

Artikel 35a

De Sociale verzekeringsbank is bevoegd geheel of gedeeltelijk van invordering af te zien van uit de toepassing van deze wet voortvloeiende aan het Rijk toekomende vorderingen, dan wel deze vorderingen geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden. Een dergelijk besluit wordt niet genomen dan nadat Onze Minister daarin heeft toegestemd. Toestemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

Artikel 36

Vervallen

Artikel 36a

1.

De pensioenbedragen, bedoeld in artikel 31b, de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 30a, de garantietoeslag, bedoeld in artikel 31e, en de vergoedingen zijn niet vatbaar voor vervreemding of verpanding.

2.

De overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 30a, en de vergoedingen zijn niet vatbaar voor beslag.

3.

Volmacht tot ontvangst van het buitengewoon pensioen, van de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 30a, de garantietoeslag, bedoeld in artikel 31e, of van de vergoedingen is steeds herroepelijk.

4.

Elk beding, strijdig met enige bepaling van dit artikel, is nietig.

hoofdstuk Negende. Van het indienen van een bezwaarschrift en van beroep

Artikel 37

In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift dertien weken, indien de belanghebbende in het buitenland gevestigd is.

Artikel 37a

Vervallen

Artikel 37b

1.

Van de beslissing op het bezwaarschrift wordt mededeling gedaan aan de Stichting 1940-1945.

2.

Artikel 25b is van overeenkomstige toepassing.

3.

In afwijking van artikel 7:10, eerste, derde en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de Raad of de Sociale verzekeringsbank binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Ingeval van bijzondere omstandigheden kan deze termijn eenmaal met ten hoogste vier weken worden verlengd. Van de verlenging doet de Raad of de Sociale verzekeringsbank schriftelijk mededeling aan de belanghebbende en aan de Stichting 1940-1945.

4.

Indien de belanghebbende in het buitenland gevestigd is, worden de termijnen, bedoeld in het derde lid, ieder met acht weken verlengd.

Artikel 37c

Vervallen

Artikel 38

In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift dertien weken, indien de belanghebbende in het buitenland is gevestigd.

Artikel 38a

Vervallen

Artikel 39

Vervallen

Artikel 40

Vervallen

hoofdstuk Tiende. Van herziening van gegeven beschikkingen

Artikel 41

1.

Indien de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, als bedoeld in artikel 4, de deelnemer aan het verzet in een toestand brengen die, had deze op het tijdstip van de toekenning van het buitengewoon pensioen bestaan hem recht zou gegeven hebben op een hoger buitengewoon pensioen dan verleend werd, wordt hij op een door of namens hem ingediende aanvrage alsnog in het genot gesteld van dat hoger buitengewoon pensioen.

2.

Wanneer de aanvrage tot het verkrijgen van een hoger buitengewoon pensioen als bedoeld in het eerste lid niet binnen twee jaren ná de dag, waarop het ingevolge het bepaalde in het eerste lid zou kunnen ingaan, is ontvangen, gaat het hoger buitengewoon pensioen in op de eerste dag der maand, volgende op die, waarin de aanvrage is binnengekomen.

Artikel 41a

1.

De pensioengrondslag van de deelnemer aan het verzet, die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie jaren andere of meer omvattende werkzaamheden heeft verricht dan die, in verband waarmede deze grondslag is vastgesteld, of voor het geval, dat het bepaalde in artikel 8, vierde lid, toepassing heeft gevonden, door het verrichten van werkzaamheden gedurende een zelfde periode inkomsten heeft genoten, wordt, indien betrokkene deze werkzaamheden op grond van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, bedoeld in artikel 4, of van de verergering daarvan heeft moeten beëindigen, op diens verzoek of op verzoek van zijn nagelaten betrekkingen opnieuw vastgesteld. Deze hernieuwde vaststelling geschiedt op de wijze, bepaald in artikel 8, met dien verstande, dat voor het deel van de grondslag dat verband hield met inkomsten uit werkzaamheden van de deelnemer aan het verzet, bij de hernieuwde vaststelling van dat deel van de grondslag rekening wordt gehouden met de omstandigheden in het jaar, waarin de in de vorige volzin bedoelde werkzaamheden moesten worden beëindigd of - zo dit voor belanghebbende gunstig zou zijn - het jaar, voorafgaande aan dat, waarin de inkomsten uit die werkzaamheden tengevolge van een verwonding, verminking, ziekten of gebreken, bedoeld in artikel 4, of van de verergering daarvan vermindering hebben ondergaan.

2.

Indien de pensioengrondslag opnieuw wordt vastgesteld, wordt tevens het invaliditeitspercentage, als bedoeld in artikel 9, opnieuw bepaald.

3.

De nieuwe vaststelling van de pensioengrondslag en van het invaliditeitspercentage, blijft achterwege, indien blijkt, dat deze niet zou leiden tot een hoger buitengewoon pensioen.

4.

Het op de herziene grondslag gebaseerde pensioen gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden zijn beëindigd. Het bepaalde in artikel 26, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Jaar voor jaar wordt geen lager bedrag betaalbaar gesteld dan indien het eerste lid geen toepassing had gevonden.

Artikel 42

1.

Een beschikking van de Raad of de Sociale verzekeringsbank kan door hem in het nadeel van de bij die beschikking betrokkene worden herzien op grond van gebleken onjuistheid van aan die beschikking ten grondslag gelegde feiten, dan wel op grond van gegevens die niet bekend waren ten tijde van het geven van die beschikking, en die, zo zij wel bekend waren geweest, tot een andersluidende beschikking zouden hebben geleid. Indien deze herziening zou leiden tot intrekking van het recht op buitengewoon pensioen, wordt de herzieningsbeschikking eerst gegeven nadat de betrokkene door de Raad of de Sociale verzekeringsbank is gehoord.

2.

Indien een ingevolge deze wet genomen beschikking in het nadeel van de belanghebbende wordt herzien, wordt hetgeen reeds was uitbetaald ingevolge die beschikking niet teruggevorderd of verrekend, tenzij in de herzieningsbeschikking is uitgesproken, dat de gebleken onjuistheid van de aan de oorspronkelijke beschikking ten grondslag gelegde feiten was te wijten aan diens opzet dan wel grove nalatigheid.

3.

Een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van dit artikel, wordt aan de Stichting 1940-1945 medegedeeld.

Artikel 42a

De Raad of de Sociale verzekeringsbank is bevoegd, op daartoe door of vanwege de belanghebbende gedane aanvrage, een door de Raad of de Sociale verzekeringsbank of de Centrale Raad van Beroep gegeven beschikking dan wel uitspraak in het voordeel van de bij die beschikking dan wel uitspraak betrokkene te herzien.

Artikel 42b

Op een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van de artikelen 41, 41a en 42a is het vijfde hoofdstuk van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 25, derde lid, en artikel 25a.

hoofdstuk Elfde. Slotbepalingen

Artikel 43

De belanghebbende is verplicht desgevraagd die inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet of krachtens deze wet vastgestelde algemene maatregelen van bestuur.

Artikel 44

Vervallen.

Artikel 45

Vervallen

Artikel 45a

1.

De schoonouders, die op de dag, voorafgaande aan die, waarop artikel 396, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (nieuw) in werking treedt, recht hebben op buitengewoon pensioen krachtens artikel 15, eerste lid, onder e, juncto artikel 17, g, behouden dit recht, indien en voor zolang zij dit zouden hebben, wanneer artikel 464 van het Burgerlijk Wetboek (oud) nog van kracht zou zijn.

2.

De schoonmoeder, die op de dag, voorafgaande aan die, waarop artikel 396, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (nieuw) in werking treedt, uitzicht heeft op wedertoekenning van buitengewoon pensioen krachtens artikel 28, derde lid, behoudt dit uitzicht, indien en voor zolang zij dit zou hebben, wanneer artikel 464 van het Burgerlijk Wetboek (oud) nog van kracht zou zijn.

Artikel 46

De ter uitvoering van deze wet nodige bepalingen worden bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.

Artikel 47

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Wet buitengewoon pensioen 1940-1945".

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

hoofdstuk Achtste. Bijzondere bepalingen aan alle buitengewone pensioenen en garantietoeslagen gemeen

Artikel 31h

Het buitengewoon pensioen, bedoeld in de artikelen 9, 17 en 18a, de garantietoeslag genoemd in artikel 31e, alsmede de vermeerdering, genoemd in de artikelen 10 en 11, worden naar boven afgerond tot hele euro’s.

Artikel 31i

Het buitengewoon pensioen, bedoeld in de artikelen 9, 17 en 18a, de garantietoeslag genoemd in artikel 31e, alsmede de vermeerdering, genoemd in de artikelen 10 en 11, worden naar boven afgerond tot hele euro’s.

hoofdstuk Negende. Van het indienen van een bezwaarschrift en van beroep

hoofdstuk Tiende. Van herziening van gegeven beschikkingen

hoofdstuk Elfde. Slotbepalingen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

hoofdstuk Negende. Van het indienen van een bezwaarschrift en van beroep

hoofdstuk Tiende. Van herziening van gegeven beschikkingen

hoofdstuk Elfde. Slotbepalingen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 42c

1.

Het buitengewoon pensioen of de garantietoeslag wordt, met uitzondering van de op grond van artikel 8 vastgestelde pensioengrondslag en het invaliditeitspercentage, bedoeld in artikel 9, opnieuw vastgesteld:

  • b. wanneer de pensioengerechtigde in het huwelijk treedt of zijn huwelijk wordt beëindigd door echtscheiding of overlijden van zijn echtgenoot;
  • c. wanneer de pensioengerechtigde duurzaam gescheiden van zijn echtgenoot gaat leven;
  • d. wanneer een kind of pleegkind van de pensioengerechtigde meerderjarig wordt;
  • e. wanneer de pensioengerechtigde aanspraak maakt op de betaling uit een nieuwe bron van inkomsten, of
  • f. wanneer de pensioengerechtigde geen aanspraak meer kan maken op de betaling uit een bron van inkomsten, tenzij hij het vervallen van die aanspraak heeft bewerkstelligd.
2.

Het eerste lid, onder e en f, is van overeenkomstige toepassing op de inkomsten van de echtgenoot van de pensioengerechtigde, voor zover die inkomsten de hoogte van het buitengewoon pensioen of de garantietoeslag mede bepalen.

3.

De beschikking, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt genomen binnen 13 weken nadat de noodzakelijke gegevens ter kennis van de Sociale verzekeringsbank zijn gebracht.

4.

Hetgeen als gevolg van een beschikking als bedoeld in het eerste of tweede lid te veel dan wel te weinig is uitbetaald, wordt door de Sociale verzekeringsbank teruggevorderd of verrekend dan wel nabetaald. De terugvordering kan in door de Sociale verzekeringsbank te bepalen termijnen plaatsvinden.

Artikel 42d

1.

Op aanvraag van de gerechtigde wordt het buitengewoon pensioen of de garantietoeslag, met uitzondering van de op grond van artikel 8 vastgestelde pensioengrondslag en het invaliditeitspercentage, bedoeld in artikel 9, opnieuw vastgesteld indien het vast te stellen pensioen of de vast te stellen garantietoeslag op de datum van deze aanvraag hoger is dan het laatst vastgestelde of aangepaste pensioen of de laatst vastgestelde of aangepaste garantietoeslag, mits dit niet uitsluitend het gevolg is van de koersomrekening van inkomsten die door de gerechtigde of zijn echtgenoot worden ontvangen.

2.

Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid gaat het opnieuw vastgestelde buitengewoon pensioen of de opnieuw vastgestelde garantietoeslag in op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend.

3.

Op een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van het eerste lid, is artikel 25, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

hoofdstuk Elfde. Slotbepalingen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 1b

Waar in deze wet in een artikel of artikellid sprake is van «de Raad of de Sociale verzekeringsbank» is de taakverdeling in overeenstemming met de artikelen 4 en 6 van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen.

hoofdstuk Tweede. Van het buitengewoon pensioen van de deelnemers aan het verzet

§ 1. Van het recht op buitengewoon pensioen

§ 2. Van de voet waarop buitengewoon pensioen wordt verleend

§ 3. Van de pensioengrondslag

§ 4. Van het pensioenbedrag

hoofdstuk Derde. Van het pensioen der nagelaten betrekkingen

§ 1. Van het recht op buitengewoon pensioen

§ 2. Van de berekening van het buitengewoon pensioen

hoofdstuk Vierde. Van de Buitengewone Pensioenraad

hoofdstuk Vijfde. Van de aanvraag en de toekenning

hoofdstuk Zesde. Van ingang en einde der buitengewone pensioenen

hoofdstuk Zevende. Van de welvaartsvastheid der buitengewone pensioenen

Hoofdstuk 7A. De garantietoeslag

Hoofdstuk 7B. De toeslag inkomensafhankelijke premie

hoofdstuk Achtste. Bijzondere bepalingen aan alle buitengewone pensioenen en garantietoeslagen gemeen

hoofdstuk Elfde. Slotbepalingen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)