Wet van 10 december 1964, houdende nadere regelen met betrekking tot kansspelen

Type Wet
Publication 2025-02-12
State In force
Source BWB
artikelen 200
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, de verspreide wettelijke bepalingen betreffende kansspelen te herzien en in één wet onder te brengen en voorts de tijdelijke bepalingen betreffende sportprijsvragen door blijvende te vervangen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Titel I. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

Behoudens het in Titel Va van deze wet bepaalde is het verboden:

  • a. gelegenheid te geven om mede te dingen naar prijzen of premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen, tenzij daarvoor ingevolge deze wet vergunning is verleend;
  • b. de deelneming hetzij aan een onder a bedoelde gelegenheid, gegeven zonder vergunning ingevolge deze wet, hetzij aan een overeenkomstige gelegenheid, gegeven buiten het Rijk in Europa, te bevorderen, daartoe middelen te verschaffen of daartoe voor openbaarmaking of verspreiding bestemde stukken in voorraad te hebben;
  • c. gebruik te maken van een onder a bedoelde gelegenheid, wetende dat voor het geven daarvan geen vergunning ingevolge deze wet is verleend;
  • d. opzettelijk in strijd met de waarheid het vermoeden te wekken dat voor een gelegenheid als onder a bedoeld ingevolge deze wet vergunning is verleend, of dat aan de verleende vergunning geen voorschrift of niet al de gestelde voorschriften zijn verbonden.
2.

Het is verboden te handelen in strijd met de aan de verleende vergunning verbonden voorschriften.

3.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder c, is niet van toepassing ten aanzien van de ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, bij de rechtmatige uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 34c.

Artikel 1a
1.

Onder een gelegenheid als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, wordt tevens begrepen het piramidespel en poker.

2.

Onder het piramidespel wordt verstaan een gelegenheid waarbij deelnemers een goed afgeven of een verplichting aangaan teneinde daaruit een voordeel te verwerven dat geheel of ten dele afhankelijk is van de afgifte van een goed of het aangaan van een verplichting door latere deelnemers.

Artikel 2

Artikel 1 is niet van toepassing op:

  • a. gelegenheden als daarin bedoeld, die noch voor het publiek zijn opengesteld, noch bedrijfsmatig worden gegeven;
  • b. levensverzekeringen, aangegaan met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen;
  • c. door een publiekrechtelijk lichaam tegen een niet hogere dan de parikoers voor het publiek opengestelde werkelijke geldleningen, die een jaarlijkse en jaarlijks ter beschikking te stellen rente geven, niet lager dan een door Onze Minister van Financiën vast te stellen percentage, terwijl aan de schuldbewijzen van die leningen bijkomstig een kans op het winnen van premies is verbonden.
Artikel 3
1.

Tenzij deze wet anders bepaalt kan voor een gelegenheid als in artikel 1, onder a, bedoeld vergunning worden verleend, indien deze gelegenheid wordt opengesteld uitsluitend ten einde met de opbrengst daarvan enig algemeen belang te dienen. De vergunning wordt verleend door burgemeester en wethouders van de gemeente waar de aanwijzing van de winnaars zal geschieden, indien de prijzen en premies gezamenlijk geen grotere waarde hebben dan € 4500 en bij een grotere waarde door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing voor gelegenheden, waarbij de spelers gemeenschappelijk aan een kansspel kunnen deelnemen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op piramidespelen.

4.

Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de vergunning, bedoeld in het eerste lid en, voorzover de vergunning door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a wordt verleend, deze betrekking heeft op een incidenteel kansspel.

Artikel 4
1.

Onze Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën kunnen aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid vergunning verlenen tot het openstellen van een tegen een niet hogere dan de parikoers uit te geven werkelijke geldlening, die een jaarlijkse en jaarlijks ter beschikking te stellen rente geeft, niet lager dan een door Onze Minister van Financiën vast te stellen percentage, terwijl aan de schuldbewijzen van die lening bijkomstig de kans op het winnen van premies is verbonden.

2.

Een vergunning als in lid 1 bedoeld kan alleen worden verleend voor geldleningen, uit te geven teneinde met het geplaatste geld enig algemeen belang te dienen.

Artikel 5
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gronden waarop een aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een vergunning als bedoeld in de artikelen 3 en 4 kan worden afgewezen.

2.

De aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een vergunning kan in ieder geval worden afgewezen en de vergunning kan in ieder geval worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Voordat de aanvraag wordt afgewezen of de vergunning wordt ingetrokken, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

3.

De vergunning kan worden verleend onder een beperking verband houdend met de aard en de organisatie van de kansspelen. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van de verantwoorde, betrouwbare en controleerbare organisatie van de kansspelen en de afdracht van de opbrengst. De beperkingen en voorschriften kunnen worden gewijzigd.

4.

De vergunning kan in ieder geval worden ingetrokken, indien:

  • a. de gegevens, die met het oog op de verkrijging van de vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig zijn gebleken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn gegeven indien bij de beoordeling daarvan de juiste en volledige gegevens bekend waren geweest;
  • b. niet of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de verlening van de vergunning;
  • c. een aan de vergunning verbonden voorschrift of een beperking waaronder de vergunning is verleend, is overtreden;
  • d. onvoldoende medewerking is verleend aan het toezicht op de naleving en de handhaving van de bij of krachtens deze wet en de Wet op de kansspelbelasting gestelde voorschriften.
5.

De vergunning kan worden geschorst op grond van ernstige vermoedens dat er grond bestaat om de vergunning in te trekken.

6.

De vergunning is niet overdraagbaar.

7.

Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot:

  • a. de termijn waarbinnen een beschikking op de aanvraag omtrent een vergunning als bedoeld in de artikelen 3 en 4 wordt gegeven;
  • b. de geldigheidsduur van de vergunning;
  • c. de beperkingen en voorschriften, bedoeld in het derde lid;
  • d. de intrekking en schorsing van de vergunning;
  • e. de organisatie van de kansspelen; en
  • f. de verplichtingen van de vergunninghouder.
Artikel 6

Voor de behandeling van een aanvraag omtrent een vergunning als bedoeld in de artikelen 3, 4, 9, 14b, 16, 24, 27b en 27h is overeenkomstig door Onze Minister van Veiligheid en Justitie gestelde regels een vergoeding verschuldigd. Als betaling achterwege blijft, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Artikel 4:5, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Artikel 7

Het is de vergunninghouder verboden, enig voorschrift van een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur niet in acht te nemen.

Titel Ia. Enige bijzondere vormen van kansspel

Artikel 7a

Het in Titel I bepaalde is niet van toepassing op het houden van winkelweekacties en het organiseren van kleine kansspelen, indien wordt voldaan aan de bepalingen van deze Titel.

Artikel 7b
1.

Onder winkelweekacties worden verstaan die kansspelen, welke voor bijzondere gelegenheden en ten hoogste tweemaal per jaar voor een beperkte periode van ten hoogste vier weken worden georganiseerd door een groepering van tien of meer ondernemers of filiaalhouders in de detailhandel, het ambacht of het horecabedrijf, die in een of aan elkaar grenzende gemeenten hun bedrijf uitoefenen.

2.

Voor het houden van winkelweekacties als in lid 1 bedoeld moet vergunning worden verkregen van de Kamer van Koophandel, waaronder de gemeente waar de winkelweekactie zal worden gehouden, ressorteert.

3.

De vergunning wordt verleend, indien en op voorwaarde dat de prijzen of premies in geld of goederen, die ter beschikking van de deelnemers worden gesteld, gezamenlijk geen grotere waarde hebben dan € 11.950,- (elf duizend negenhonderd en vijftig euro) en de deelnemersbewijzen door de betreffende ondernemers aan hun afnemers om niet ter beschikking worden gesteld.

4.

De Kamer van Koophandel is bevoegd een vergunning niet aanstonds te verlenen, indien een ordelijk verloop van zaken zulks gewenst doet zijn; zij kan aan de vergunning voorschriften verbinden.

5.

De Kamer van Koophandel weigert een gevraagde vergunning of trekt een verleende vergunning in, indien aannemelijk is, dat bij de wet of de vergunning gestelde voorschriften niet zullen worden nageleefd of zodanige voorschriften niet zijn nageleefd.

6.

Voor de behandeling van een aanvraag om een vergunning moet een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag worden betaald. De voordracht tot vaststelling of wijziging van deze algemene maatregel van bestuur wordt Ons gedaan door Onze Ministers van Veiligheid en Justitie en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Artikel 7c
1.

Onder het organiseren van het kleine kansspel wordt verstaan het door een ten minste drie jaar bestaande Nederlandse vereniging, die krachtens zijn statuten een duidelijk omschreven doel - niet zijnde de beoefening van enigerlei vorm van kansspel - beoogt te dienen, ten bate van een genoemd, niet met het algemeen belang in strijd zijnd doel beleggen van een bijeenkomst, waar gelegenheid tot het deelnemen aan het kleine kansspel wordt gegeven, waarbij de prijzen of premies in geld of goederen, die door de deelnemers aan het spel kunnen worden verkregen, geen hogere waarde hebben dan € 400,- per serie of set en de gezamenlijke waarde daarvan niet meer bedraagt dan € 1.550,- per bijeenkomst.

2.

Het is verboden een bijeenkomst, waar gelegenheid tot het deelnemen aan het kleine kansspel wordt gegeven, te organiseren:

  • a. indien niet ten minste veertien dagen tevoren aan burgemeester en wethouders van de gemeente, waar de bijeenkomst zal plaatsvinden, op door hen aan te geven wijze of bij gebreke vandien bij aangetekend schrijven, mededeling is gedaan van de plaats waar en het tijdstip waarop de bijeenkomst wordt georganiseerd,
  • b. indien burgemeester en wethouders zodanige bijeenkomst hebben verboden.
3.

Burgemeester en wethouders verbieden zodanige bijeenkomst, indien op de, in de in het voorgaande lid bedoelde mededeling aangegeven dag in de mede daarin aangemelde lokaliteit reeds een soortgelijke bijeenkomst zal plaatsvinden, of indien aannemelijk is dat een of meerdere leden van de vereniging die de bijeenkomst organiseert, persoonlijk voordeel daaruit verwerven dan wel dat bij de wet of door hen gestelde voorschriften niet zullen worden nageleefd of zodanige voorschriften niet zijn nageleefd.

Artikel 7d

Als klein kansspel in de zin van deze Titel worden aangemerkt het kienspel, vogelpiekspel, rad van avontuur en vergelijkbare, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen vormen van kansspel.

Artikel 7e
1.

De in artikel 7b en artikel 7c vastgestelde bedragen worden van rechtswege gewijzigd met een door Onze Minister van Veiligheid en Justitie vast te stellen percentage, telkens wanneer de consumentenprijsindex per 30 september van enig jaar ten minste tien procent afwijkt van het overeenkomstige indexcijfer in het jaar, dat die bedragen werden vastgesteld.

2.

De wijziging gaat in op 1 januari volgende op de in het eerste lid genoemde datum.

3.

Het percentage van de wijziging wijkt niet meer af van het procentuele verschil tussen de in het eerste lid bedoelde indexcijfers dan nodig is om de bedragen vast te stellen op het naastbij gelegen veelvoud van € 50.

Titel II. De staatsloterij

Artikel 8
1.

Tot het organiseren van de staatsloterij kan uitsluitend vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

2.

Onder een staatsloterij wordt verstaan een loterij waarbij door trekking de nummers van de deelnamebewijzen worden aangewezen waarop de prijzen vallen en waarbij ten minste 60% van de door de deelnemers betaalde inleg aan prijzen wordt uitgeloofd.

Artikel 9
1.

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hem te bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van de staatsloterij.

2.

De opbrengst van de staatsloterij - na aftrek van de prijzen en kosten - wordt jaarlijks aan de Staat afgedragen.

Artikel 10
1.

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van de staatsloterij.

2.

De voorschriften hebben onder meer betrekking op:

  • a. het aantal loterijen dat per jaar wordt gehouden;
  • b. de mogelijkheid tot het uitgeven van deelloten, recht gevende op een evenredig deel van de prijs, waarin loten kunnen zijn verdeeld;
  • c. de maximum verkoopprijs van de loten;
  • d. de wijze waarop de trekkingen plaatsvinden;
  • e. de eisen aan organisatie en produkt;
  • f. de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de prijzen betaalbaar zijn;
  • g. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
  • h. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag.
3.

De voorschriften kunnen worden gewijzigd en aangevuld.

Artikel 11

De ingevolge artikel 9 verleende vergunning kan tussentijds door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de ingevolge artikel 10 vastgestelde voorschriften worden overtreden.

Artikel 12
1.

De Algemene Rekenkamer kan het financiële beheer dat door de krachtens artikel 9 aangewezen rechtspersoon gevoerd is en de jaarlijkse financiële verantwoording daarover onderzoeken.

Artikel 13

Behoudens ingevolge een door de krachtens artikel 9 aangewezen rechtspersoon verleende uitdrukkelijke toestemming is het verboden, onverschillig voor welk doel en onverschillig op welke wijze, gebruik te maken van of invloed toe te kennen aan de uitslag van de trekkingen in de staatsloterij.

Artikel 14

Behoudens aan degenen die daartoe door de krachtens artikel 9 aangewezen rechtspersoon gemachtigd zijn, is het aan een ieder verboden bij wijze van beroep of gewoonte loten of gedeelten van loten in de staatsloterij of onder deze naam te verkopen, te koop aan te bieden, af te leveren, uit te delen of ten verkoop of ter uitdeling in voorraad te hebben, af te lossen of op enige andere wijze de middellijke of onmiddellijke deelneming in voormelde loterij open te stellen of te bevorderen.

Titel IIa. De instantloterij

Artikel 14a
1.

Tot het organiseren van een instantloterij kan uitsluitend vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

2.

Onder instantloterij wordt verstaan een loterij waarbij de prijsbepaling van de winnende loten geschiedt voordat een aanvang wordt gemaakt met de uitgifte van de deelnamebewijzen.

Artikel 14b
1.

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan met het oog op de belangen van instellingen werkzaam ten algemene nutte, in het bijzonder op het gebied van sport en lichamelijke vorming, van de cultuur, het maatschappelijk welzijn en de volksgezondheid, aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hem te bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van een instantloterij.

2.

De opbrengst van de instantloterij - na aftrek van de prijzen en kosten - komt ten goede aan de belangen, die de rechtspersoon beoogt te dienen met het organiseren van de instantloterij.

3.

Van de opbrengst van de instantloterij wordt ten minste 47,5% bestemd voor uitkering aan prijzen.

Artikel 14c
1.

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van een instantloterij.

2.

De voorschriften hebben onder meer betrekking op:

  • a. het aantal te houden instantloterijen en het aantal uit te geven deelnamebewijzen per instantloterij;
  • b. de inrichtingen waar deelnamebewijzen verkrijgbaar worden gesteld en de maximale inleg per deelnamebewijs;
  • c. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en het voorkomen van fraude en misbruik;
  • d. de administratie en de dekking van de aan de organisatie verbonden kosten;
  • e. de wijze van werving en reclame;
  • f. de bestemming van de opbrengst van de gehouden instantloterijen;
  • g. de statuten en reglementen van de rechtspersoon;
  • h. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
  • i. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag.
3.

Van de voorschriften wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. Zij kunnen worden gewijzigd en aangevuld.

Artikel 14d
1.

Als deelnemers mogen niet worden toegelaten personen die nog niet de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.

2.

Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die ingevolge het eerste lid niet als deelnemer mocht worden toegelaten of een persoon die bij de deelneming gehandeld heeft in strijd met de door de rechtspersoon gestelde voorwaarden, wordt deze deelneming buiten aanmerking gelaten.

Artikel 14e

De ingevolge artikel 14b verleende vergunning kan tussentijds door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de bij of krachtens deze titel vastgestelde voorschriften worden overtreden.

Titel III. Sportprijsvragen

Artikel 15
1.

Tot het organiseren van sportweddenschappen kan uitsluitend vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

2.

Onder sportweddenschappen worden verstaan weddenschappen, welke erop zijn gericht deelnemers uitslagen van tevoren aangekondigde sportwedstrijden, met uitzondering van harddraverijen en paardenrennen, te doen raden of voorspellen.

3.

Indien een of meer der aangekondigde sportwedstrijden op de bepaalde dag geen doorgang vinden, kan voor de niet gespeelde wedstrijden een vervangende uitslag gelden.

4.

Aan de deelnemers aan een sportweddenschap kan tevens gelegenheid worden gegeven tot deelneming aan een kansspel waarbij de volgnummers van de deelnamebewijzen aan de sportweddenschap de lotnummers vormen.

Artikel 16
1.

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan met het oog op de belangen van instellingen werkzaam ten algemenen nutte, in het bijzonder op het gebied van sport en lichamelijke vorming, van de cultuur, het maatschappelijk welzijn en de volksgezondheid, aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hem te bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van sportweddenschappen.

2.

De opbrengst van een sportweddenschap - na aftrek van de prijzen en kosten - komt ten goede aan de belangen, die de rechtspersoon beoogt te dienen met het aanleggen en houden van sportweddenschappen.

3.

Van de gezamenlijke opbrengst van de ingevolge deze titel en titel IVa georganiseerde kansspelen wordt, gerekend over een kalenderjaar, ten minste 47,5% bestemd voor uitkering aan prijzen.

Artikel 17

Vervallen

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20
1.

Als deelnemers mogen niet worden toegelaten personen, die nog niet de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.

2.

Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die ingevolge het eerste lid niet als deelnemer mocht worden toegelaten of indien als winnaar wordt aangewezen een deelnemer die bij de deelneming gehandeld heeft in strijd met de door de rechtspersoon voor deelneming gestelde voorwaarden, wordt de inzending buiten aanmerking gelaten.

Artikel 21
1.

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van sportweddenschappen.

2.

De voorschriften hebben onder meer betrekking op:

  • a. het aantal te houden sportweddenschappen;
  • b. de wijze van bepaling van de vervangende uitslagen en het prijzenschema;
  • c. de administratie en de dekking van de aan de organisatie verbonden kosten;
  • d. de bestemming van de opbrengst van de gehouden sportweddenschappen;
  • e. de statuten en reglementen van de rechtspersoon;
  • f. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
  • g. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag;
  • h. het onderkennen en voorkomen van manipulatie met sportwedstrijden.
3.

De houder van een ingevolge artikel 16 verleende vergunning is verplicht informatie over verdachte gokpatronen bij de kansspelautoriteit te melden. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over hetgeen onder informatie over verdachte gokpatronen wordt verstaan en over de wijze waarop de melding aan de kansspelautoriteit moet plaatsvinden.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels en criteria gesteld met betrekking tot de vergunning voor het organiseren van sportweddenschappen. Deze regels en criteria hebben in ieder geval betrekking op:

  • a. de sportweddenschappen die op grond van een vergunning mogen worden georganiseerd, waarbij spelregels en andere kenmerken van die sportweddenschappen kunnen worden gegeven;
  • b. regels met betrekking tot het onderkennen en voorkomen van manipulatie met sportwedstrijden.
5.

De regels en criteria, bedoeld in het vierde lid, worden in beginsel vastgesteld na overleg met de kansspelautoriteit, sportbonden en vergunninghouders die sportweddenschappen aanbieden. Tot de regels, bedoeld in het vierde lid, onder b, kan een lijst behoren met kansspelen, spelregels en andere kenmerken van die spelen die door een vergunninghouder voor het organiseren van sportweddenschappen niet mogen worden aangeboden.

Artikel 22

De ingevolge artikel 16 verleende vergunning kan tussentijds door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de bepalingen van deze titel of de ingevolge artikel 21 vastgestelde voorschriften worden overtreden.

Titel IV. De totalisator

Artikel 23
1.

Tot het organiseren van een totalisator kan uitsluitend vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

2.

Onder totalisator wordt verstaan elke gelegenheid, opengesteld om op de uitslag van harddraverijen en paardenrennen te wedden, met dien verstande dat het totaal van de inleg, behoudens bij of krachtens de wet toegestane aftrek, verdeeld zal worden onder degenen die op de winnaar of op een der prijswinnaars hebben gewed.

Artikel 24

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hem te bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van een totalisator.

Artikel 25
1.

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van een totalisator.

2.

De voorschriften hebben onder meer betrekking op:

  • a. het aantal draverijen en rennen;
  • b. de maximum inzet per persoon;
  • c. het percentage dat vóór de verdeling aan de winnaars der weddenschappen zal worden ingehouden en de bestemming van dit percentage;
  • d. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
  • e. de verplichting om ongeoorloofd wedden of het verlenen van bemiddeling tot wedden op de terreinen waar harddraverijen of paardenrennen worden gehouden zoveel mogelijk tegen te gaan en te doen tegengaan;
  • f. het onderkennen en voorkomen van manipulatie met sportwedstrijden.
3.

De voorschriften kunnen worden gewijzigd en aangevuld.

4.

De houder van een ingevolge artikel 24 verleende vergunning is verplicht informatie over verdachte gokpatronen bij de kansspelautoriteit te melden. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over hetgeen onder informatie over verdachte gokpatronen wordt verstaan en over de wijze waarop de melding aan de kansspelautoriteit moet plaatsvinden.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels en criteria gesteld met betrekking tot de vergunning tot het organiseren van totalisators. Deze regels en criteria hebben in ieder geval betrekking op:

  • a. de totalisators die op grond van een vergunning mogen worden georganiseerd, waarbij spelregels en andere kenmerken van die totalisators kunnen worden gegeven.
  • b. regels met betrekking tot het onderkennen en het voorkomen van manipulatie met totalisators.
6.

De regels en criteria, bedoeld in het vijfde lid, worden in beginsel vastgesteld na overleg met de kansspelautoriteit en vergunninghouders die totalisators aanbieden. Tot de regels, bedoeld in het vijfde lid, onder b, kan een lijst behoren met kansspelen, spelregels en andere kenmerken van die spelen die door een vergunninghouder voor het organiseren van totalisators niet mogen worden aangeboden.

Artikel 26

De ingevolge artikel 24 verleende vergunning kan tussentijds door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de ingevolge artikel 25 vastgestelde voorschriften worden overtreden.

Artikel 27

Het is verboden aan het publiek bemiddeling aan te bieden of te verlenen bij het afsluiten van weddenschappen bij een totalisator.

Titel IVa. De lotto

Artikel 27a
1.

Tot het organiseren van een lotto kan uitsluitend vergunning verleend worden overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

2.

Onder lotto wordt verstaan een kansspel dat erop gericht is deelnemers een aantal symbolen te doen voorspellen, die door loting of trekking worden verkregen uit een van tevoren opgegeven aantal symbolen.

3.

Aan de deelnemers aan een lotto kan tevens gelegenheid worden gegeven tot deelneming aan een kansspel, waarbij de volgnummers van de deelnamebewijzen aan de lotto de lotnummers vormen.

Artikel 27b
1.

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan met het oog op de belangen van instellingen werkzaam ten algemenen nutte, in het bijzonder op het gebied van sport en lichamelijke vorming, van de cultuur, het maatschappelijk welzijn en de volksgezondheid, aan de krachtens artikel 16 aangewezen rechtspersoon voor een door hem te bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van lotto's.

2.

De opbrengst van de lotto - na aftrek van prijzen en kosten - komt ten goede aan de belangen, die de rechtspersoon met het aanleggen en houden daarvan beoogt te dienen.

3.

Van de gezamenlijke opbrengst van de ingevolge deze titel en titel III georganiseerde kansspelen wordt, gerekend over een kalenderjaar, ten minste 47,5% bestemd voor uitkering aan prijzen.

Artikel 27c
1.

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van een lotto.

2.

De voorschriften hebben onder meer betrekking op:

  • a. het aantal te houden lotto's;
  • b. de wijze van prijsbepaling en het prijzenschema;
  • c. de administratie en de dekking van de aan de organisatie verbonden kosten;
  • d. de bestemming van de opbrengst van de gehouden lotto's;
  • e. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
  • f. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag.
3.

De voorschriften kunnen worden gewijzigd en aangevuld.

Artikel 27d

Vervallen

Artikel 27e
1.

Als deelnemers mogen niet worden toegelaten personen die nog niet de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.

2.

Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die ingevolge het eerste lid niet als deelnemer mocht worden toegelaten of indien als winnaar wordt aangewezen een deelnemer die bij de deelneming gehandeld heeft in strijd met de door de rechtspersoon voor deelneming gestelde voorwaarden, wordt de inzending buiten aanmerking gelaten.

Artikel 27f

De ingevolge artikel 27b verleende vergunning kan tussentijds door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften worden overtreden.

Titel IVb. Casinospelen

Artikel 27g
1.

Tot het organiseren van een speelcasino kan uitsluitend vergunning verleend worden overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

2.

Onder speelcasino wordt verstaan de voor het publiek opengestelde of bedrijfsmatig gedreven inrichting, waar door middel van gemeenschappelijk beoefende kansspelen aan de deelnemers de gelegenheid wordt gegeven om mede te dingen naar prijzen of premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling, waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen.

Artikel 27h
1.

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hem te bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van speelcasino's.

2.

De opbrengst van de speelcasino’s - na aftrek van de prijzen en kosten - strekt ten bate van de schatkist.

3.

De vestiging van een speelcasino behoeft de voorafgaande instemming van de raad van de betrokken gemeente.

Artikel 27i
1.

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van speelcasino's.

2.

De voorschriften hebben onder meer betrekking op:

  • a. de gemeenten waar een speelcasino kan worden gevestigd;
  • b. het aantal en de soort van de te organiseren spelen en de wijze waarop deze worden beoefend, alsmede de overige toe te laten activiteiten;
  • c. de minimum en de maximum inzet per persoon en per speelkans, alsmede de overige aan deelneming te stellen voorwaarden;
  • d. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en het voorkomen van fraude en misbruik;
  • e. de wijze van werving en reclame;
  • f. de administratie en de dekking van de aan de organisatie verbonden kosten;
  • g. de statuten en reglementen van de rechtspersoon;
  • h. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
  • i. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag;
  • j. het voorkomen van kansspelverslaving.
3.

Van de voorschriften wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. Zij kunnen worden gewijzigd en aangevuld.

Artikel 27j
1.

Onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 4a, biedt de houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino geen toegang tot het speelcasino aan een persoon:

  • a. die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;
  • b. wiens gegevens zijn opgenomen in het register, bedoeld in artikel 33h;
  • c. ten aanzien van wie hij redelijkerwijs moet vermoeden dat deze door onmatige deelname aan kansspelen of door kansspelverslaving schade kan berokkenen aan zichzelf of aan naasten.
2.

Bij de toepassing van het eerste lid kan de vergunninghouder gebruik maken van het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.

3.

Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die ingevolge het eerste lid niet tot een speelcasino mocht worden toegelaten of een persoon die bij de deelneming gehandeld heeft in strijd met de door de vergunninghouder gestelde voorwaarden, wordt deze deelneming buiten aanmerking gelaten.

Artikel 27k

De ingevolge artikel 27h verleende vergunning kan door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften worden overtreden.

Artikel 27l
1.

De Algemene Rekenkamer kan het financiële beheer dat door de krachtens artikel 27h aangewezen rechtspersoon gevoerd is en de jaarlijkse financiële verantwoording daarover onderzoeken.

Artikel 27m

Vervallen

Artikel 27n

Vervallen

Artikel 27o

Vervallen

Artikel 27p

Vervallen

Artikel 27q

Vervallen

Artikel 27r

Vervallen

Artikel 27s

Vervallen

Artikel 27t

Vervallen

Artikel 27u

Vervallen

Artikel 27v

Vervallen

Artikel 27w

Vervallen

Artikel 27x

Vervallen

Artikel 27y

Vervallen

Artikel 27z

Vervallen

Titel V. Prijsvragen

Artikel 28

Vervallen

Artikel 29

Vervallen

Titel V. Prijsvragen

§ 1. Inleidende bepalingen

Artikel 30

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen;
  • b. behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het recht op gratis spellen en het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de spelduur verlengd of het recht op gratis spelen verkregen wordt;
  • c. kansspelautomaat: een speelautomaat, die geen behendigheidsautomaat is;
  • 1°. waar het café en het restaurantbezoek op zichzelf staat en waar geen andere activiteiten plaatsvinden, waaraan een zelfstandige betekenis kan worden toegekend en
  • 2°. waarvan de activiteiten in belangrijke mate gericht zijn op personen van 18 jaar en ouder.
  • e. laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet, waarin rechtmatig het horecabedrijf als bedoeld in dat artikellid wordt uitgeoefend, die geen hoogdrempelige inrichting is.
Artikel 30a
1.

Deze Titel is niet van toepassing op behendigheidsautomaten die zonder middellijke of onmiddellijke betaling of inworp door de speler of een derde in werking kunnen worden gesteld en waarvan het spelresultaat niet kan leiden tot de onmiddellijke uitkering van prijzen of premies.

2.

Deze Titel is niet van toepassing op bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen typen van speelautomaten die worden gebruikt of bestemd zijn om te worden gebruikt ter gelegenheid van kermissen, en die zodanig zijn ingericht, dat het bespelen ervan niet kan leiden tot de uitkering van geldprijzen, of tot de onmiddellijke uitkering van premies, waardebonnen of penningen, die een waarde vertegenwoordigen van meer dan het veertigvoud van de inzet per spel.

§ 1. Inleidende bepalingen

Artikel 30b
1.

Het is verboden, behoudens het in deze Titel bepaalde, zonder vergunning van de burgemeester een of meer kansspelautomaten aanwezig te hebben

  • a. op of aan de openbare weg;
  • b. op voor het publiek toegankelijke plaatsen;
  • c. in niet voor het publiek toegankelijke inrichtingen:
  • 2°. waarin het hotel-, het pension-, het restaurant-, het café-, het cafetaria-, het lunchroom- of het partycateringbedrijf wordt uitgeoefend, of waarin de verstrekking van logies, gepaard gaande met dienstverlening of de verstrekking van maaltijden, spijzen of dranken voor verbruik ter plaatse, als bedrijf plaats heeft, niet zijnde ondernemingen waarin uitsluitend het contractcateringbedrijf wordt uitgeoefend of waarin uitsluitend contractcateringactiviteiten als bedrijf plaats hebben.
2.

Het eerste lid is niet van toepassing op het aanwezig hebben van kansspelautomaten op voor het publiek toegankelijke plaatsen, uitsluitend ten behoeve van het verkopen daarvan of van het krachtens een vergunning als bedoeld in artikel 30h, eerste lid, in gebruik geven daarvan aan anderen ten behoeve van de uitoefening van hun bedrijf.

Artikel 30c
1.

De vergunning kan slechts worden verleend, indien zij betreft het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten:

  • a. in een hoogdrempelige inrichting;
  • b. in een inrichting, anders dan onder a, bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te beoefenen, indien het houden van een zodanige inrichting krachtens een vergunning van de burgemeester bij gemeentelijke verordening is toegestaan.
2.

Bij gemeentelijke verordening wordt het aantal kansspelautomaten vastgesteld waarvoor per inrichting, als bedoeld in het eerste lid, vergunning wordt verleend, met dien verstande dat voor een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onder a, het aantal kansspelautomaten waarvoor vergunning kan worden verleend, op twee wordt bepaald.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën inrichtingen worden aangewezen die als laagdrempelige inrichtingen worden aangemerkt.

4.

Indien zich binnen een laagdrempelige inrichting een horecalokaliteit als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet bevindt, waarin rechtmatig alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse wordt verstrekt, dan wordt deze lokaliteit als hoogdrempelige inrichting aangemerkt voor de toepassing van deze titel, indien:

  • b. de overige ruimten in die inrichting door het publiek uitsluitend te bereiken zijn zonder eerst deze lokaliteit te betreden.
5.

Indien met toepassing van het vierde lid meerdere ruimten binnen een laagdrempelige inrichting als hoogdrempelige inrichting kunnen worden aangemerkt, wordt, in afwijking van het vierde lid, met behulp van de omschrijving als bedoeld in artikel 30, onder d, bepaald of er sprake is van een of van meerdere hoogdrempelige inrichtingen.

Artikel 30d
1.

Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen verbonden worden, die zo nodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken. Aan de vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat alleen kansspelautomaten mogen worden opgesteld, welke in eigendom toebehoren aan personen die in het bezit zijn van de in artikel 30h, eerste lid, bedoelde vergunning en dat de vergunninghouder zorgdraagt voor een beleid ter voorkoming van kansspelverslaving. Indien de omstandigheden ter plaatse daartoe aanleiding geven, worden aan de vergunning voorts voorschriften verbonden ten aanzien van de wijze van werving en reclame, gericht tot de speler.

2.

De vergunning wordt voor bepaalde of onbepaalde tijd verleend.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de bij de aanvraag van de vergunning verschuldigde vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de vergunning, en voor de kosten verbonden aan het toezicht op de naleving door de vergunninghouder van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

  • a. de eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag, waaraan de aanvrager van de vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder a en b, en de bedrijfsleiders en beheerders van deze inrichtingen, dienen te voldoen;
  • b. de eis dat de bedrijfsleiders en beheerder van de in artikel 30c, eerste lid, onder a en b, bedoelde inrichtingen dienen te beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van kansspelautomaten en de daaraan verbonden risico’s van kansspelverslaving;
  • c. het in het eerste lid gestelde voorschrift over het beleid ter voorkoming van kansspelverslaving.
Artikel 30e
1.

De vergunning wordt geweigerd indien:

  • a. door het verlenen der vergunning zou worden afgeweken van het bij of krachtens artikel 30c bepaalde;
2.

De vergunning kan voorts worden geweigerd:

  • a. indien de aanvrager de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen heeft overtreden in de drie jaren voorafgaande aan het moment van aanvraag van de vergunning;
  • b. indien de vrees gewettigd is, dat het verlenen der vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.
3.

De vergunning kan ook worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

4.

Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Artikel 30f
1.

De vergunning wordt ingetrokken:

  • a. indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging der vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
  • b. indien voor een inrichting, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder a en b, niet de vergunning van kracht is, die ingevolge de voor die inrichting geldende bepalingen is vereist;
2.

De vergunning kan voorts worden ingetrokken:

  • a. indien de vergunninghouder de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen heeft overtreden;
  • b. indien de vrees gewettigd is, dat het van kracht blijven der vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.
3.

De vergunning kan ook worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

4.

Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

5.

In de gevallen bedoeld in het eerste lid, tweede lid, onder a, en derde lid kan de burgemeester alvorens de vergunning in te trekken de vergunninghouder in de gelegenheid stellen binnen een daartoe te bepalen termijn tot naleving van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen of de aan de vergunning verbonden voorschriften over te gaan.

6.

Intrekking van de vergunning geschiedt niet voordat de burgemeester van zijn voornemen daartoe de vergunninghouder bij aangetekende brief, onder opgave van redenen, mededeling heeft gedaan en hem in de gelegenheid heeft gesteld zich in persoon of bij gemachtigde door hem of een door hem aangewezen ambtenaar te doen horen. In het geval bedoeld in het tweede lid, onder b, kan, indien dringende omstandigheden zulks vorderen, de vergunning onmiddellijk worden ingetrokken.

Artikel 30g
1.

Het is de vergunninghouder verboden personen beneden de leeftijd van achttien jaar een kansspelautomaat te laten bespelen.

2.

Het is personen beneden de leeftijd van achttien jaar verboden een kansspelautomaat te bespelen op een locatie als bedoeld in artikel 30b, eerste lid.

§ 3. Vergunning tot het exploiteren van speelautomaten

Artikel 30h
1.

Het is verboden zonder vergunning van de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, een of meer speelautomaten te exploiteren.

2.

Onder exploiteren wordt verstaan het bedrijfsmatig en als eigenaar gebruiken of aan een ander in gebruik geven van een of meer speelautomaten.

Artikel 30i
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

  • a. de gegevens, welke bij de aanvraag van een vergunning dienen te worden verstrekt. Deze gegevens bevatten in ieder geval de identiteit van de in het tweede lid, onder b, bedoelde personen;
  • b. de vereiste beschikbaarheid van faciliteiten voor onderhoud en reparatie van speelautomaten.
2.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

  • a. de bij de aanvraag van de vergunning verschuldigde vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de vergunning, en voor de kosten verbonden aan het toezicht op de naleving door de vergunninghouder van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften en de invordering van die kosten verbonden aan dat toezicht;
  • b. de eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag, waaraan de aanvrager van de vergunning, en de bedrijfsleiders en beheerders van de exploitatie dienen te voldoen.
3.

De kosten, bedoeld in het tweede lid, onder a, kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd.

Artikel 30j
1.

Aan de vergunning kunnen uit een oogpunt van toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze Titel bepaalde voorschriften en beperkingen worden verbonden, die zo nodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken, overeenkomstig bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie te stellen regels. Aan de vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat alleen speelautomaten mogen worden opgesteld, indien tot het aanwezig hebben daarvan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 30c. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, worden aan de vergunning voorts voorschriften verbonden ten aanzien van de wijze van werving en reclame, gericht tot de speler.

2.

De vergunning wordt voor bepaalde of onbepaalde tijd verleend.

Artikel 30k
1.

De vergunning wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 30i, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, onder b, geldende eisen.

2.

De vergunning kan voorts worden geweigerd, indien de aanvrager of de andere in artikel 30i, tweede lid, onder b, bedoelde personen, de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen hebben overtreden in de drie jaren voorafgaande aan het moment van aanvraag van de vergunning.

3.

De vergunning kan ook worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

4.

Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Artikel 30l
1.

De vergunning wordt ingetrokken:

  • a. indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging der vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
  • c. indien de vergunninghouder gedurende een jaar na de dag van afgifte van de vergunning met de exploitatie geen begin heeft gemaakt;
2.

De vergunning kan voorts worden ingetrokken, indien de vergunninghouder of de andere in artikel 30i, tweede lid, onder b, bedoelde personen de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen hebben overtreden.

3.

De vergunning kan ook worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

4.

Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

5.

In de gevallen bedoeld in het eerste tot en met het derde lid kan de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, alvorens de vergunning in te trekken de vergunninghouder in de gelegenheid stellen binnen een daartoe te bepalen termijn tot naleving van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen of de aan de vergunning verbonden voorschriften over te gaan.

§ 3. Vergunning tot het exploiteren van speelautomaten

Artikel 30m
1.

Het vervaardigen of invoeren van speelautomaten is verboden, tenzij het speelautomaten betreft die overeenstemmen met een door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, toegelaten model en

  • a. zij ten bewijze daarvan zijn voorzien van het ingevolge artikel 30r, eerste lid, met betrekking tot die toelating vastgestelde merkteken, of
  • b. de vervaardiging of invoer geschiedt door de houder van die toelating of diens gemachtigde.
2.

Het eerste lid is niet van toepassing op speelautomaten:

  • a. die op grond van ouderdom of uiterlijk of uitzonderlijke eigenschappen bijzondere waarde hebben;
  • b. die zijn bestemd voor doorvoer of uitvoer;
  • c. die zonder enige inworp door de speler in werking kunnen worden gesteld en waarvan het spelresultaat niet kan leiden tot de onmiddellijke uitkering van prijzen of premies;
  • d. die zijn bestemd om als model voor toelating te worden aangeboden.
Artikel 30n
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven welke gelden als voorwaarden voor de toelating van een model speelautomaat. De regels hebben betrekking op:

  • a. de op het model aangebrachte informatie ten behoeve van de speler met betrekking tot het spel, het spelkarakter, het spelverloop en de mogelijke spelresultaten;
  • b. de deugdelijkheid, de duurzaamheid en de storingsgevoeligheid van de constructie, daaronder begrepen de mogelijkheid tot beïnvloeding van het spelproces, anders dan door de aan de speler geboden middelen;
  • c. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en het voorkomen van fraude en misbruik;
  • d. het karakter van het spel en het waarborgen van het toevals- of behendigheidskarakter van het spel en het spelverloop.
2.

Met betrekking tot de toelating van een model kansspelautomaat worden voorts bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gegeven ten aanzien van:

  • a. de automatische registratie van alle inzetten, uitbetalingen en gespeelde spellen;
  • b. de op het model aangebrachte informatie ter bescherming van de speler en met betrekking tot de leeftijdsgrens die geldt voor het spelen op kansspelautomaten;
  • c. de informatie van de speler, daaronder begrepen de informatie van de speler omtrent het spelverloop middels een informatiesysteem op de kansspelautomaat;
  • d. een op de kansspelautomaat aanwezige voorziening die de speler noodzaakt tot het instellen van een bedrag dat hij maximaal wil verliezen;
  • e. het in werking stellen van het spelproces en het spel;
  • f. de inworp en de inzet, en de vorm en hoogte daarvan;
  • g. het spelverloop en de spelduur;
  • h. de uitbetaling en de uitkering van prijzen en premies, en de vorm, het moment en de hoogte daarvan;
  • i. de kansen op winst en verlies en de hoogte van de bedragen die, gemeten over een bepaalde tijdsduur, gemiddeld gewonnen of verloren kunnen worden;
  • j. het inworp- en uitbetalingsmechanisme;
  • k. andere op de kansspelautomaat aanwezige mechanismen of voorzieningen die een rol spelen in het spelproces;
  • l. de aanwezigheid op de kansspelautomaat van geldwisselapparatuur;
  • m. de verlichting en het geluid van de kansspelautomaat.
3.

Voor de toelating van het model van kansspelautomaten bestemd om te worden opgesteld in een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ten aanzien van de onderwerpen genoemd in het tweede lid, die afwijken van het bij of krachtens het tweede lid bepaalde.

Artikel 30o
1.

De toelating van een model wordt door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, op aanvraag verleend.

2.

Bij elke aanvraag om toelating van een model dienen te worden overgelegd tekeningen en een beschrijving, welke het model zo volledig mogelijk weergeven.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

  • a. de eisen, waaraan bij een aanvraag om toelating van een model dient te worden voldaan;
  • b. de medewerking, die door de aanvrager aan het onderzoek met het oog op de toelating van een model behoort te worden verleend.
4.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de bij de aanvraag van de toelating verschuldigde vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de verklaring houdende toelating, en voor de kosten verbonden aan het toezicht op de naleving door de houder van de toelating van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften. Daarbij kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de invordering van deze kosten. Deze kosten kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd.

5.

Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie worden een of meer instellingen aangewezen die belast zijn met het onderzoek met het oog op de toelating van het model van een speelautomaat.

6.

Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de toelating, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 30p
1.

De toelating van een model wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 30n gegeven voorschriften of niet de redelijke verwachting bestaat, dat overeenkomstig het model vervaardigde speelautomaten aan die voorschriften zullen voldoen.

2.

De toelating van een model kan voorts worden geweigerd:

  • a. indien de aanvrager de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften heeft overtreden in de drie jaren voorafgaande aan het moment van de aanvraag van de toelating van een model;
  • b. indien er naar het oordeel van de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, sprake is van een uit maatschappelijk oogpunt onaanvaardbaar spelconcept.
Artikel 30q
1.

Indien een model wordt toegelaten, wordt een op naam van de aanvrager gestelde, ondertekende en gedagtekende verklaring, houdende de toelating, afgegeven met gebruikmaking van een door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, vast te stellen formulier.

2.

De voorschriften, vastgesteld krachtens artikel 30n, worden, voor zover zij op het toegelaten model betrekking hebben, in de verklaring, houdende de toelating, opgenomen. Daarin kan tevens worden bepaald, dat het model op een in de verklaring vermelde plaats moet worden bewaard.

3.

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan aan een toelating aanvullende voorschriften verbinden uit een oogpunt van toezicht dan wel douanecontrole op de naleving van het bij of krachtens deze Titel bepaalde, die in de verklaring, houdende de toelating, worden opgenomen. Zij kunnen zo nodig worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.

4.

Een gewaarmerkt afschrift van de in artikel 30o, tweede lid, bedoelde tekeningen en beschrijving maakt deel uit van de verklaring.

5.

Van een verklaring, houdende de toelating, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Daarbij worden in elk geval opgenomen de voorschriften, bedoeld in het tweede en derde lid. Van een wijziging, aanvulling of intrekking van de in de verklaring opgenomen voorschriften wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 30r
1.

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, stelt met betrekking tot iedere toelating van een model de merktekens vast die ingevolge die toelating op speelautomaten mogen worden aangebracht. Onze Minister van Veiligheid en Justitie geeft regels omtrent de afgifte van merktekens en afschriften van de verklaring, houdende de toelating.

2.

De houder van een toelating van een model is met uitsluiting van ieder ander gerechtigd om in of op speelautomaten, welke zijn vervaardigd overeenkomstig het model waarvoor een toelating geldt, de met betrekking tot die toelating vastgestelde merktekens aan te brengen. De houder kan derden machtigen de merktekens aan te brengen na voorafgaande mededeling hiervan aan de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a.

3.

Het is ieder ander dan degenen bedoeld in het tweede lid verboden in of op speelautomaten de in het eerste lid bedoelde merktekens aan te brengen.

4.

Het met betrekking tot een toegelaten model vastgestelde merkteken moet op naar dat model vervaardigde speelautomaten zodanig worden aangebracht, dat het voor een speler zichtbaar is en niet verwijderd kan worden zonder de speelautomaat te beschadigen of het merkteken te vernietigen of te beschadigen.

Artikel 30s
1.

De toelating van een model wordt ingetrokken:

  • a. indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging der toelating zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
  • b. indien de krachtens artikel 30n gegeven voorschriften zodanig zijn gewijzigd, dat het model onder de werking van de gewijzigde voorschriften niet zou zijn toegelaten.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)