Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 16 september 1965, houdende vaststelling van het bewijs van verzekering voor de niet-kentekenplichtige motorrijtuigen en enkele regelen met betrekking tot het bewijs van vrijstelling

9 versions · 2023-12-23
2023-12-23
Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen —
2018-07-01
Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen

Wijzigingen op 2018-07-01

@@ -16,15 +16,15 @@
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
- a. wet: de [Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415);
- b. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- a. wet: [Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415);
- b. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- c. motorrijtuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in [artikel 1 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=1);
- d. gehandicaptenvoertuig: voertuig dat is uitgerust met een motor, dat niet breder is dan 1,10 m, waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en dat is ingericht voor het vervoer van een invalide;
- e. verzekeraar: de verzekeraar, als bedoeld in [artikel 2, vijfde lid, der wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2);
- d. gehandicaptenvoertuig: voertuig dat is uitgerust met een motor, dat niet breder is dan 1,10 m, waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte;
- e. verzekeraar: verzekeraar als bedoeld in [artikel 2, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2);
- f. weg en terrein: hetgeen daaronder wordt verstaan in [artikel 1 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=1);
@@ -42,25 +42,25 @@
##### Artikel 2
1. Behoudens het bepaalde in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=6&z=2014-01-01&g=2014-01-01) moet de bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij zich hebben:
- a. een geldige verzekeringsplaat, welke op de in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=3&z=2014-01-01&g=2014-01-01), voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd en welke behoort bij de verzekering bedoeld onder b; alsmede
1. Behoudens het bepaalde in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=6&z=2018-07-01&g=2018-07-01) moet de bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij zich hebben:
- a. een geldig bewijs van verzekering, welke op de in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=3&z=2018-07-01&g=2018-07-01), voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd en welke behoort bij de verzekering, bedoeld onder b; alsmede
- b. een document waaruit blijkt dat met betrekking tot het door hem bestuurde gehandicaptenvoertuig een verzekering overeenkomstig de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415) van kracht is.
2. De verzekeringsplaat en het document, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt door de verzekeraar.
2. Het bewijs van verzekering en het document, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt door de verzekeraar.
##### Artikel 3
1. De verzekeringsplaat, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=2&z=2014-01-01&g=2014-01-01), wordt bevestigd op het achterspatbord in verticale of nagenoeg verticale stand en in de breedterichting van het gehandicaptenvoertuig, op zodanige wijze dat de op de plaat vermelde letters zich boven de op de plaat vermelde cijfers bevinden en de letters en cijfers goed zichtbaar zijn. Indien het gehandicaptenvoertuig meer achterwielen heeft, behoeft slechts één verzekeringsplaat op één van de achterspatborden te worden aangebracht. Indien het gehandicaptenvoertuig is voorzien van een bak of opbouw mag de verzekeringsplaat in plaats van op het achterspatbord ook worden bevestigd op de achterzijde van de bak of opbouw, zoveel mogelijk aan de uiterste linkerzijde daarvan.
2. De verzekeringsplaat kan worden gebruikt met ingang van 1 januari van het kalenderjaar dat erop staat vermeld. De geldigheidsduur van de plaat eindigt op 30 april van het daarop volgende jaar om 24.00 uur.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de kenmerken van de verzekeringsplaat.
1. Het bewijs van verzekering, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=2&z=2018-07-01&g=2018-07-01), wordt bevestigd op het achterspatbord in verticale of nagenoeg verticale stand en in de breedterichting van het gehandicaptenvoertuig, op zodanige wijze dat de op het bewijs vermelde letters zich boven de op het bewijs vermelde cijfers bevinden en de letters en cijfers goed zichtbaar zijn. Indien het gehandicaptenvoertuig meer achterwielen heeft, behoeft slechts één bewijs van verzekering op één van de achterspatborden te worden aangebracht. Indien het gehandicaptenvoertuig is voorzien van een bak of opbouw mag het bewijs van verzekering in plaats van op het achterspatbord ook worden bevestigd op de achterzijde van de bak of opbouw, zoveel mogelijk aan de uiterste linkerzijde daarvan.
2. Het bewijs van verzekering kan worden gebruikt met ingang van 1 januari van het kalenderjaar dat erop staat vermeld. De geldigheidsduur van het bewijs eindigt op 30 april van het daarop volgende jaar om 24.00 uur.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de kenmerken van het bewijs van verzekering.
##### Artikel 4
1. In het document, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=2&z=2014-01-01&g=2014-01-01), worden ten tenminste de volgende gegevens vermeld:
1. In het document, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=2&z=2018-07-01&g=2018-07-01), worden ten minste de volgende gegevens vermeld:
- a. naam en adres van de verzekeraar;
@@ -76,11 +76,11 @@
3. De geldigheidsduur van het document eindigt gelijktijdig met die van de bijbehorende verzekeringsplaat en vangt niet eerder aan dan met ingang van 1 januari van het op de verzekeringsplaat vermelde jaar.
4. Het model van het document, bedoeld in dit artikel, behoeft de goedkeuring van of wordt vastgesteld door Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Justitie. Onze laatstgenoemde Minister kan, na overleg met Onze Minister, bepalen, dat door of vanwege de verzekeraar een afschrift van het document of van een deel daarvan binnen een bepaalde termijn aan een door hem aangewezen instantie moet worden toegezonden.
4. Het model van het document, bedoeld in dit artikel, behoeft de goedkeuring van of wordt vastgesteld door Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Justitie en Veiligheid. Onze laatstgenoemde Minister kan, na overleg met Onze Minister, bepalen, dat door of vanwege de verzekeraar een afschrift van het document of van een deel daarvan binnen een bepaalde termijn aan een door hem aangewezen instantie moet worden toegezonden.
5. In afwijking van het eerste lid kan een verzekeraar, mits hem een geldig ten name van de verzekeringnemer gesteld fabrikanten- of handelaarsbewijs W.A.M. (gehandicaptenvoertuigen) wordt getoond, in het document, in plaats van het merk en ingeslagen identificatienummer van het gehandicaptenvoertuig vermelden: «gehandicaptenvoertuig, deel uitmakende van de fabrieks- of handelsvoorraad van de verzekeringnemer». De verzekeraar tekent de verstrekking van een zodanig document op door Onze Minister te bepalen wijze op het in de eerste volzin bedoelde bewijs aan.
6. Een document, als bedoeld in het vijfde lid, is slechts geldig indien:
6. Het document, bedoeld in het vijfde lid, is slechts geldig, indien:
- a. tevens een geldig ten name van de verzekeringnemer gesteld fabrikanten- of handelaarsbewijs W.A.M. (gehandicaptenvoertuigen) bij het gehandicaptenvoertuig aanwezig is en dit bewijs op de eerste vordering van de personen, belast met de opsporing van de in de wet strafbaar gestelde feiten, behoorlijk ter inzage wordt afgegeven;
@@ -92,9 +92,9 @@
##### Artikel 5
1. Behoudens het bepaalde in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=6&z=2014-01-01&g=2014-01-01) of ontheffing door Onze Minister moet de bestuurder van een motorrijtuig, dat geen kenteken als bedoeld in [artikel 36, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=36) behoeft en dat geen gehandicaptenvoertuig is, een document bij zich hebben, waaruit blijkt, dat met betrekking tot het door hem bestuurde motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de wet van kracht is.
2. Het document, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt door de verzekeraar. In dit document moeten tenminste de volgende gegevens zijn vermeld:
1. Behoudens het bepaalde in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=6&z=2018-07-01&g=2018-07-01) of ontheffing door Onze Minister moet de bestuurder van een motorrijtuig, dat geen kenteken als bedoeld in [artikel 36, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=36) behoeft en dat geen gehandicaptenvoertuig is, een document bij zich hebben, waaruit blijkt, dat met betrekking tot het door hem bestuurde motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de wet van kracht is.
2. Het document, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt door de verzekeraar. In dit document moeten ten minste de volgende gegevens zijn vermeld:
- a. naam en adres van de verzekeraar(s);
@@ -106,11 +106,11 @@
3. Indien overeenkomstig [artikel 12, derde lid, der wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=12) is bedongen, dat de verzekering eindigt wanneer de verplichting tot verzekering met betrekking tot het motorrijtuig op een ander overgaat, moet dit op het document worden vermeld.
4. Het model van het document, bedoeld in dit artikel, behoeft de goedkeuring van of wordt vastgesteld door Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Justitie.
4. Het model van het document, bedoeld in dit artikel, behoeft de goedkeuring van of wordt vastgesteld door Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Justitie en Veiligheid.
5. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan een verzekeraar, mits hem een geldig ten name van de verzekeringnemer gesteld fabrikanten- of handelaarsbewijs W.A.M. (andere niet-kentekenplichtige motorrijtuigen dan gehandicaptenvoertuigen) wordt getoond, in het document in plaats van de omschrijving van het motorrijtuig vermelden: motorrijtuig, deel uitmakende van de fabrieks- of handelsvoorraad van de verzekeringnemer. De verzekeraar tekent de verstrekking van een zodanig document op door Onze Minister te bepalen wijze op het in de eerste volzin bedoelde bewijs aan.
6. Een document, als bedoeld in het vorige lid, is slechts geldig indien:
6. Het document, bedoeld in het vijfde lid, is slechts geldig, indien:
- a. tevens een geldig ten name van de verzekeringnemer gesteld fabrikanten- of handelaarsbewijs W.A.M. (andere niet-kentekenplichtige motorrijtuigen dan gehandicaptenvoertuigen) bij het motorrijtuig aanwezig is en dit bewijs op de eerste vordering van de personen, belast met de opsporing van de in de wet strafbaar gestelde feiten, behoorlijk ter inzage wordt afgegeven;
@@ -120,19 +120,19 @@
- d. het motorrijtuig wordt gebruikt hetzij voor het verrichten van een proefrit ter controle van de goede werking of ten behoeve van de verkoop van het motorrijtuig, hetzij in verband met een zodanige proefrit, met de in- of uitvoer of met de aflevering van het motorrijtuig.
7. De bestuurder van een bromfiets als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) heeft tevens een geldige verzekeringsplaat bij zich, welke op de in het achtste lid voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd en welke behoort bij de verzekering bedoeld in het eerste lid.
8. De verzekeringsplaat wordt bevestigd op de achterzijde van de bromfiets, op zodanige wijze dat de letters zich boven de cijfers bevinden en de letters en cijfers goed zichtbaar zijn. [Artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=3&z=2014-01-01&g=2014-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
9. De verzekeringsplaat wordt verstrekt door de verzekeraar.
7. De bestuurder van een bromfiets als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) heeft tevens een geldig bewijs van verzekering bij zich, welke op de in het achtste lid voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd en welke behoort bij de verzekering, bedoeld in het eerste lid.
8. Het bewijs van verzekering wordt bevestigd op de achterzijde van de bromfiets, op zodanige wijze dat de letters zich boven de cijfers bevinden en de letters en cijfers goed zichtbaar zijn. [Artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=3&z=2018-07-01&g=2018-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
9. Het bewijs van verzekering wordt verstrekt door de verzekeraar.
##### Artikel 5a
1. Onze Minister kan op verzoek aan fabrikanten van of handelaren in gehandicaptenvoertuigen of andere niet-kentekenplichtige motorrijtuigen één of meer fabrikanten- of handelaarsbewijzen W.A.M. (gehandicaptenvoertuigen) of één of meer fabrikanten- of handelaarsbewijzen W.A.M. (andere niet-kentekenplichtige motorrijtuigen dan gehandicaptenvoertuigen) afgeven voor motorrijtuigen, die deel uitmaken van de fabrieks- of handelsvoorraad van verzoeker, en ten behoeve van het gebruik van de betrokken motorrijtuigen als omschreven in [artikel 4, zesde lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=4&z=2014-01-01&g=2014-01-01), onderscheidenlijk in [artikel 5, zesde lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=5&z=2014-01-01&g=2014-01-01). Een dergelijk bewijs, waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld, is ten hoogste vijf jaren geldig.
1. Onze Minister kan op verzoek aan fabrikanten van of handelaren in gehandicaptenvoertuigen of andere niet-kentekenplichtige motorrijtuigen één of meer fabrikanten- of handelaarsbewijzen W.A.M. (gehandicaptenvoertuigen) of één of meer fabrikanten- of handelaarsbewijzen W.A.M. (andere niet-kentekenplichtige motorrijtuigen dan gehandicaptenvoertuigen) afgeven voor motorrijtuigen, die deel uitmaken van de fabrieks- of handelsvoorraad van verzoeker, en ten behoeve van het gebruik van de betrokken motorrijtuigen als omschreven in [artikel 4, zesde lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=4&z=2018-07-01&g=2018-07-01), onderscheidenlijk in [artikel 5, zesde lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=5&z=2018-07-01&g=2018-07-01). Een dergelijk bewijs, waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld, is ten hoogste vijf jaren geldig.
2. Vervallen.
3. Onze Minister kan een bewijs, als bedoeld in het eerste lid, ongeldig verklaren, indien naar zijn oordeel degene aan wie het is afgegeven niet langer fabrikant van of handelaar in gehandicaptenvoertuigen onderscheidenlijk andere niet-kentekenplichtige motorrijtuigen dan gehandicaptenvoertuigen is, dan wel indien een bewijs voor andere doeleinden, dan waarvoor het geldig is, wordt of is gebruikt. Een bewijs, dat ongeldig is verklaard, moet door degene aan wie het is afgegeven binnen een week worden ingeleverd bij Onze Minister.
3. Onze Minister kan een bewijs als bedoeld in het eerste lid, ongeldig verklaren, indien naar zijn oordeel degene aan wie het is afgegeven niet langer fabrikant van of handelaar in gehandicaptenvoertuigen onderscheidenlijk andere niet-kentekenplichtige motorrijtuigen dan gehandicaptenvoertuigen is, dan wel indien een bewijs voor andere doeleinden, dan waarvoor het geldig is, wordt of is gebruikt. Een bewijs dat ongeldig is verklaard, moet door degene aan wie het is afgegeven binnen een week worden ingeleverd bij Onze Minister.
##### Artikel 6
@@ -152,37 +152,37 @@
##### Artikel 8
1. Wanneer aan de bestuurder van een gehandicaptenvoertuig, welke aan de Staat toebehoort, dan wel aan de bezitter of de in [artikel 2, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2) bedoelde houder van een gehandicaptenvoertuig, die is vrijgesteld van de verplichting tot het sluiten van een verzekering, een vrijstellingsplaat is uitgereikt, moet deze plaat op het gehandicaptenvoertuig worden bevestigd op dezelfde wijze als is voorgeschreven ten aanzien van de verzekeringsplaten.
2. Wanneer aan de bestuurder van een bromfiets als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1), welke aan de Staat toebehoort, dan wel aan de bezitter of de in [artikel 2, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2) bedoelde houder van een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, die is vrijgesteld van de verplichting tot het sluiten van een verzekering, een vrijstellingsplaat is uitgereikt, wordt deze plaat op de bromfiets bevestigd op dezelfde wijze als is voorgeschreven ten aanzien van de verzekeringsplaten.
3. De vrijstellingsplaat kan worden gebezigd met ingang van de eerste januari van het kalenderjaar, dat erop staat vermeld. De geldigheidsduur van de plaat eindigt op 30 april van het daarop volgende jaar te 24.00 uur.
1. Wanneer aan de bestuurder van een gehandicaptenvoertuig, welke aan de Staat toebehoort, dan wel aan de bezitter of de in [artikel 2, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2) bedoelde houder van een gehandicaptenvoertuig, die is vrijgesteld van de verplichting tot het sluiten van een verzekering, een bewijs van vrijstelling is uitgereikt, moet dat bewijs op het gehandicaptenvoertuig worden bevestigd op dezelfde wijze als is voorgeschreven ten aanzien van de bewijzen van verzekering.
2. Wanneer aan de bestuurder van een bromfiets als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1), welke aan de Staat toebehoort, dan wel aan de bezitter of de in [artikel 2, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2) bedoelde houder van een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, die is vrijgesteld van de verplichting tot het sluiten van een verzekering, een bewijs van vrijstelling is uitgereikt, wordt dat bewijs op de bromfiets bevestigd op dezelfde wijze als is voorgeschreven ten aanzien van de bewijzen van verzekering.
3. Het bewijs van vrijstelling kan worden gebezigd met ingang van de eerste januari van het kalenderjaar, dat erop staat vermeld. De geldigheidsduur van het bewijs eindigt op 30 april van het daarop volgende jaar te 24.00 uur.
#### § 5. Strafbepalingen
##### Artikel 9
1. Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van [artikel 2, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2), een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge [paragraaf 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&z=2014-01-01&g=2014-01-01) een verzekeringsplaat moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldige verzekeringsplaat op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van de verzekeringsplaat niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter en de houder op wie de verplichting tot verzekering niet rust.
2. Het is verboden om als bestuurder met een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge het bepaalde in [paragraaf 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&z=2014-01-01&g=2014-01-01) een verzekeringsplaat moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldige verzekeringsplaat op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van de verzekeringsplaat niet goed zichtbaar zijn.
3. Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van [artikel 2, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2), een bromfiets als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1), waarop ingevolge [paragraaf 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&z=2014-01-01&g=2014-01-01) een verzekeringsplaat moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met zodanige bromfiets deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldige verzekeringsplaat op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van de verzekeringsplaat niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter en de houder op wie de verplichting tot verzekering niet rust.
4. Het is verboden om als bestuurder met een bromfiets als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1), waarop ingevolge het bepaalde in [paragraaf 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&z=2014-01-01&g=2014-01-01) een verzekeringsplaat moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanige bromfiets deel te nemen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldige verzekeringsplaat op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van de verzekeringsplaat niet goed zichtbaar zijn.
1. Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van [artikel 2, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2), een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge [paragraaf 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&z=2018-07-01&g=2018-07-01) een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter en de houder op wie de verplichting tot verzekering niet rust.
2. Het is verboden om als bestuurder met een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge het bepaalde in [paragraaf 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&z=2018-07-01&g=2018-07-01) een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn.
3. Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van [artikel 2, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2), een bromfiets als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1), waarop ingevolge [paragraaf 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&z=2018-07-01&g=2018-07-01) een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met zodanige bromfiets deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter en de houder op wie de verplichting tot verzekering niet rust.
4. Het is verboden om als bestuurder met een bromfiets als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1), waarop ingevolge het bepaalde in [paragraaf 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&z=2018-07-01&g=2018-07-01) een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanige bromfiets deel te nemen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn.
##### Artikel 10
1. Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van [artikel 2, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2), een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=4&artikel=8&z=2014-01-01&g=2014-01-01) een vrijstellingsplaat moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met een zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldige vrijstellingsplaat op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van de vrijstellingsplaat niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter van het gehandicaptenvoertuig, indien de houder van het gehandicaptenvoertuig een houder is als bedoeld in [artikel 2, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2).
2. Het is verboden om als bestuurder met een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=4&artikel=8&z=2014-01-01&g=2014-01-01) een vrijstellingsplaat moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldige vrijstellingsplaat op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van de vrijstellingsplaat niet goed zichtbaar zijn.
3. Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van [artikel 2, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2), een bromfiets als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1), waarop ingevolge [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=4&artikel=8&z=2014-01-01&g=2014-01-01) een vrijstellingsplaat moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met een zodanige bromfiets deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldige vrijstellingsplaat op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van de vrijstellingsplaat niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter van de bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, indien de houder van de bromfiets een houder is als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet.
4. Het is verboden om als bestuurder met een bromfiets als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1), waarop ingevolge [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=4&artikel=8&z=2014-01-01&g=2014-01-01) een vrijstellingsplaat moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanige bromfiets deel te nemen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldige vrijstellingsplaat op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van de vrijstellingsplaat niet goed zichtbaar zijn.
1. Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van [artikel 2, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2), een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=4&artikel=8&z=2018-07-01&g=2018-07-01) een bewijs van vrijstelling moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met een zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldig bewijs van vrijstelling op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van vrijstelling niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter van het gehandicaptenvoertuig, indien de houder van het gehandicaptenvoertuig een houder is als bedoeld in [artikel 2, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2).
2. Het is verboden om als bestuurder met een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=4&artikel=8&z=2018-07-01&g=2018-07-01) een bewijs van vrijstelling moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldig bewijs van vrijstelling op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van vrijstelling niet goed zichtbaar zijn.
3. Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van [artikel 2, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=2), een bromfiets als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1), waarop ingevolge [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=4&artikel=8&z=2018-07-01&g=2018-07-01) een bewijs van vrijstelling moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met een zodanige bromfiets deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldig bewijs van vrijstelling op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van vrijstelling niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter van de bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, indien de houder van de bromfiets een houder is als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet.
4. Het is verboden om als bestuurder met een bromfiets als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1), waarop ingevolge [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=4&artikel=8&z=2018-07-01&g=2018-07-01) een bewijs van vrijstelling moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanige bromfiets deel te nemen aan het verkeer op een terrein zonder dat een geldig bewijs van vrijstelling op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van vrijstelling niet goed zichtbaar zijn.
##### Artikel 10a
Overtreding van het bepaalde in de [artikelen 5**a**, derde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=5a&z=2014-01-01&g=2014-01-01), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=5&artikel=9&z=2014-01-01&g=2014-01-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=5&artikel=10&z=2014-01-01&g=2014-01-01) is een strafbaar feit.
Overtreding van het bepaalde in de [artikelen 5**a**, derde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=5a&z=2018-07-01&g=2018-07-01), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=5&artikel=9&z=2018-07-01&g=2018-07-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=5&artikel=10&z=2018-07-01&g=2018-07-01) is een strafbaar feit.
#### § 6. Slotbepalingen
@@ -192,6 +192,12 @@
##### Artikel 12
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 1966, met uitzondering van [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=5&z=2014-01-01&g=2014-01-01), het [vierde en vijfde lid van artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=5&z=2014-01-01&g=2014-01-01), het [vierde lid van artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=5&z=2014-01-01&g=2014-01-01) en het [vierde lid van artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=5&z=2014-01-01&g=2014-01-01), welke in werking treden met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het **Staatsblad**, waarin het besluit wordt geplaatst.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 1966, met uitzondering van [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=5&z=2018-07-01&g=2018-07-01), het [vierde en vijfde lid van artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=5&z=2018-07-01&g=2018-07-01), het [vierde lid van artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=5&z=2018-07-01&g=2018-07-01) en het [vierde lid van artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002503&paragraaf=2&artikel=5&z=2018-07-01&g=2018-07-01), welke in werking treden met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het **Staatsblad**, waarin het besluit wordt geplaatst.
Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Justitie zijn belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
##### Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen.
Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Justitie zijn belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
2014-01-01
Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen —
2011-05-04
Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen —
2011-01-01
Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen —
2006-10-01
Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen —
2005-09-01
Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen —
2001-10-01
Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen —
2001-10-01
Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen
original version Tekst op deze datum