Wijzigingsgeschiedenis

Burgerlijk Wetboek Boek 1, Personen- en familierecht

61 versions · 2025-07-05
2025-07-05
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365, 423
2025-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365, 423
2024-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365, 423
2023-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365, 423
2023-05-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365, 423
2023-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365, 423
2022-10-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — art. 3
2021-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365 y 2 más
2020-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365, 423
2019-01-29
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365, 423
2018-09-19
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365 y 17 más
2018-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365, 423
2017-09-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — art. 3
2017-02-28
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365, 423
2017-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 107, 357 y 5 más
2016-08-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 107, 357 y 5 más
2016-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 107, 357 y 5 más
2016-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 107, 357 y 5 más
2015-12-05
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — art. 3
2015-09-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365, 423
2015-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — art. 3
2015-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365 y 17 más
2014-11-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365 y 2 más
2014-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365 y 2 más
2014-04-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — art. 3
2014-02-15
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365 y 2 más
2014-01-06
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365 y 2 más
2014-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 12, 1 y 27 más
2013-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365 y 2 más
2013-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365 y 2 más
2012-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 357, 365 y 2 más
2011-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 107, 123 y 11 más
2011-04-30
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 2, 107, 107 y 66 más
2010-10-10
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 4 más
2010-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 4 más
2009-10-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 4 más
2009-08-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 4 más
2009-03-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 4 más
2009-02-28
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 4 más
2009-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 26 más
2008-09-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 5 más
2008-03-26
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 5 más
2008-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 5 más
2007-05-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 5 más
2007-04-25
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 6 más
2007-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 6 más
2006-05-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 6 más
2006-03-08
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 6 más
2005-10-15
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 6 más
2005-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 6 más
2004-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 6 más
2004-06-30
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 6 más
2004-05-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 6 más
2004-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 6 más
2003-06-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 6 más
2003-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 123, 128 y 6 más
2002-09-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 108, 123 y 43 más
2002-08-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 108, 123 y 9 más
2002-07-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 107, 108, 123 y 10 más
2002-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — arts. 92, 184, 185 y 11 más

Wijzigingen op 2002-01-01

@@ -4471,1151 +4471,3 @@
1. Het mentorschap eindigt door het verstrijken van de tijdsduur waarvoor het is ingesteld en door de dood of ondercuratelestelling van de betrokkene.
2. De kantonrechter kan, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat, het mentorschap opheffen op verzoek van de betrokkene, zijn mentor of het openbaar ministerie. De beschikking treedt in werking zodra zij in kracht van gewijsde is gegaan, tenzij zij een eerder tijdstip van ingang aanwijst.
#### Paragraaf 1. Algemene regels voor verrekenbedingen
#### Paragraaf 2. Periodieke verrekenbedingen
#### Paragraaf 3. Finale verrekenbedingen
### Afdeling 3. Giften bij huwelijkse voorwaarden
## Titel 9. Ontbinding van het huwelijk
### Afdeling 1. Ontbinding van het huwelijk in het algemeen
### Afdeling 2. Echtscheiding
## Titel 10. Scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
### Afdeling 1. Scheiding van tafel en bed
### Afdeling 2. Ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
##### Artikel 187
Vervallen
## Titel 11. Afstamming
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 2. Ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap
### Afdeling 3. Erkenning
### Afdeling 5. Inroeping of betwisting van staat
### Afdeling 6. De bijzondere curator
## Titel 12. Adoptie
## Titel 13. Minderjarigheid
### Afdeling 2. Handlichting
### Afdeling 3. De raad voor de kinderbescherming
## Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 2. Ouderlijk gezag
#### § 1. Het gezamenlijk gezag van ouders binnen en buiten huwelijk en het gezag van één ouder na scheiding
#### Paragraaf 1a. Het gezamenlijk gezag van ouders binnen een geregistreerd partnerschap
#### § 2. Het gezag van één ouder anders dan na scheiding
#### § 2a. Gezag na meerderjarigverklaring
#### § 3. Het bewind van de ouders
### Afdeling 3. Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de gezagsuitoefening door de ouders en de gezagsuitoefening door één van hen
### Afdeling 3A. Gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
#### Paragraaf 1. Het gezamenlijk gezag van rechtswege van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
#### Paragraaf 2. Het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder krachtens rechterlijke beslissing
#### Paragraaf 3. Gemeenschappelijke bepalingen inzake het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
### Afdeling 4. Ondertoezichtstelling van minderjarigen
### Afdeling 5. Ontheffing en ontzetting van het ouderlijk gezag
### Afdeling 6. Voogdij
#### § 1. Voogdij in het algemeen
##### Artikel 283
Vervallen
#### § 2. Voogdij door een der ouders opgedragen
#### § 3. Voogdij door de rechter opgedragen
#### § 4. Voogdij van rechtspersonen
#### § 5. Ontslag van de voogdij
#### § 7. Ondertoezichtstelling van onder voogdij staande minderjarigen
#### § 8. Ontzetting van voogdij
#### § 10. Het bewind van de voogd
#### § 11. De rekening en verantwoording bij het einde van de voogdij
## Titel 15. Omgang en informatie
## Titel 16. Curatele
## Titel 17. Levensonderhoud
### Afdeling 1. Algemene bepalingen
### Afdeling 2. Voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen en stiefkinderen
## Titel 18. Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
### Afdeling 1. Onderbewindstelling in geval van afwezigheid
### Afdeling 2. Personen wier bestaan onzeker is
### Afdeling 3. Vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
## Titel 19. Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen
## Titel 20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen
##### Artikel 283
De verzoeken die de stichting, bedoeld in [artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016637&artikel=1), dan wel de rechtspersoon, bedoeld in [artikel 302, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=14&afdeling=6&paragraaf=4&artikel=302&z=2008-03-26&g=2008-03-26), in verband met de uitoefening van de voogdij tot de rechter richt, kunnen worden ingediend zonder procureur en worden kosteloos behandeld. De grossen, afschriften, en uittreksels, die zij tot dit doel aanvragen, worden hun door de griffiers vrij van alle kosten uitgereikt.
##### Artikel 247a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 2. Ouderlijk gezag
#### § 1. Het gezamenlijk gezag van ouders binnen en buiten huwelijk en het gezag van één ouder na scheiding
#### Paragraaf 1a. Het gezamenlijk gezag van ouders binnen een geregistreerd partnerschap
#### § 2. Het gezag van één ouder anders dan na scheiding
#### § 2a. Gezag na meerderjarigverklaring
#### § 3. Het bewind van de ouders
### Afdeling 3. Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de gezagsuitoefening door de ouders en de gezagsuitoefening door één van hen
### Afdeling 3A. Gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
#### Paragraaf 1. Het gezamenlijk gezag van rechtswege van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
#### Paragraaf 3. Gemeenschappelijke bepalingen inzake het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
### Afdeling 4. Ondertoezichtstelling van minderjarigen
### Afdeling 5. Ontheffing en ontzetting van het ouderlijk gezag
### Afdeling 6. Voogdij
#### § 1. Voogdij in het algemeen
#### § 3. Voogdij door de rechter opgedragen
#### § 4. Voogdij van rechtspersonen
#### § 5. Ontslag van de voogdij
#### § 6. Onbevoegdheid tot de voogdij
#### § 7. Ondertoezichtstelling van onder voogdij staande minderjarigen
#### § 8. Ontzetting van voogdij
#### § 9. Het toezicht van de voogd over de persoon van de minderjarige
#### § 10. Het bewind van de voogd
#### § 11. De rekening en verantwoording bij het einde van de voogdij
## Titel 15. Omgang en informatie
## Titel 16. Curatele
## Titel 17. Levensonderhoud
### Afdeling 1. Algemene bepalingen
### Afdeling 2. Voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen en stiefkinderen
## Titel 18. Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
### Afdeling 2. Personen wier bestaan onzeker is
### Afdeling 3. Vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
## Titel 19. Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen
## Titel 20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen
##### Artikel 19k
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 5. Latere vermeldingen
### Afdeling 6. Akten van inschrijving van bepaalde rechterlijke uitspraken
### Afdeling 7. De bewijskracht van akten van de burgerlijke stand alsmede van afschriften en uittreksels
### Afdeling 8. De openbaarheid van de akten van de burgerlijke stand
### Afdeling 9. De aanvulling van de registers van de burgerlijke stand en de verbetering van de daarin voorkomende akten en latere vermeldingen
### Afdeling 10. Inschrijving van buitenlandse akten en de rechterlijke last tot het opmaken van een vervangende akte van geboorte
### Afdeling 11. De verklaring voor recht omtrent de rechtsgeldigheid in Nederland van een buitenlandse akte of uitspraak
### Afdeling 12. Voorziening tegen de weigering tot het opmaken van een akte van de burgerlijke stand of tot een andere verrichting
### Afdeling 13. De rechterlijke last tot wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte
### Afdeling 14. De Commissie van advies voor de zaken betreffende de burgerlijke staat en de nationaliteit
## Titel 5. Het huwelijk
### Algemene bepaling
### Afdeling 1. Vereisten tot het aangaan van een huwelijk
### Afdeling 2. Formaliteiten die aan de voltrekking van het huwelijk moeten voorafgaan
### Afdeling 3. Stuiting van het huwelijk
### Afdeling 4. De voltrekking van het huwelijk
### Afdeling 5. Nietigverklaring van een huwelijk
### Afdeling 5A. Omzetting van een huwelijk in een geregistreerd partnerschap
### Afdeling 6. Bewijs van het bestaan van het huwelijk
## Titel 5A. Het geregistreerd partnerschap
## Titel 6. Rechten en verplichtingen van echtgenoten
## Titel 7. De wettelijke gemeenschap van goederen
### Afdeling 1. Algemene bepalingen
##### Artikel 96a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 96b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 3. Ontbinding van de gemeenschap
### Afdeling 4. Opheffing van de gemeenschap bij beschikking
## Titel 8. Huwelijkse voorwaarden
### Afdeling 1. Huwelijkse voorwaarden in het algemeen
### Afdeling 2. Verrekenbedingen
#### Paragraaf 1. Algemene regels voor verrekenbedingen
#### Paragraaf 2. Periodieke verrekenbedingen
#### Paragraaf 3. Finale verrekenbedingen
### Afdeling 3. Giften bij huwelijkse voorwaarden
## Titel 9. Ontbinding van het huwelijk
### Afdeling 1. Ontbinding van het huwelijk in het algemeen
### Afdeling 2. Echtscheiding
## Titel 10. Scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
### Afdeling 1. Scheiding van tafel en bed
### Afdeling 2. Ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
##### Artikel 188
Vervallen
## Titel 11. Afstamming
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 2. Ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap
### Afdeling 3. Erkenning
### Afdeling 5. Inroeping of betwisting van staat
### Afdeling 6. De bijzondere curator
## Titel 12. Adoptie
## Titel 13. Minderjarigheid
### Afdeling 2. Handlichting
### Afdeling 3. De raad voor de kinderbescherming
## Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 2. Ouderlijk gezag
#### § 1. Het gezamenlijk gezag van ouders binnen en buiten huwelijk en het gezag van één ouder na scheiding
#### Paragraaf 1a. Het gezamenlijk gezag van ouders binnen een geregistreerd partnerschap
#### § 2. Het gezag van ouders anders dan na scheiding
#### § 2a. Gezag na meerderjarigverklaring
#### § 3. Het bewind van de ouders
### Afdeling 3A. Gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
#### Paragraaf 1. Het gezamenlijk gezag van rechtswege van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
#### Paragraaf 3. Gemeenschappelijke bepalingen inzake het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
### Afdeling 4. Ondertoezichtstelling van minderjarigen
### Afdeling 5. Ontheffing en ontzetting van het ouderlijk gezag
### Afdeling 6. Voogdij
#### § 1. Voogdij in het algemeen
#### § 3. Voogdij door de rechter opgedragen
#### § 4. Voogdij van rechtspersonen
#### § 5. Ontslag van de voogdij
#### § 7. Ondertoezichtstelling van onder voogdij staande minderjarigen
#### § 8. Ontzetting van voogdij
#### § 10. Het bewind van de voogd
#### § 11. De rekening en verantwoording bij het einde van de voogdij
## Titel 15. Omgang en informatie
## Titel 16. Curatele
## Titel 17. Levensonderhoud
### Afdeling 1. Algemene bepalingen
### Afdeling 2. Voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen en stiefkinderen
## Titel 18. Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
### Afdeling 2. Personen wier bestaan onzeker is
### Afdeling 3. Vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
## Titel 19. Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen
## Titel 20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen
##### Artikel 87
1. Indien een echtgenoot ten laste van het vermogen van de andere echtgenoot een goed dat tot zijn eigen vermogen zal behoren, verkrijgt of indien ten laste van het vermogen van de andere echtgenoot een schuld ter zake van een tot zijn eigen vermogen behorend goed wordt voldaan of afgelost, ontstaat voor de eerstgenoemde echtgenoot een plicht tot vergoeding.
2. De vergoeding beloopt een gedeelte van de waarde van het goed op het tijdstip waarop de vergoeding wordt voldaan. Dit gedeelte:
- a. is in het geval van een verkrijging ten laste van het vermogen van de andere echtgenoot evenredig aan het uit diens vermogen afkomstige aandeel in de tegenprestatie voor het goed;
- b. komt in het geval van een voldoening of aflossing ten laste van het vermogen van de andere echtgenoot overeen met de verhouding tussen het uit diens vermogen voldane of afgeloste bedrag ten opzichte van de waarde van het goed op het tijdstip van die voldoening of aflossing.
3. Ten aanzien van de vergoeding gelden voorts de volgende regels:
- a. tenzij de echtgenoot het vermogen van de andere echtgenoot met diens toestemming heeft aangewend op de wijze als bedoeld in het eerste lid, beloopt de vergoeding ten minste het nominale bedrag dat ten laste van het vermogen van de andere echtgenoot is gekomen;
- b. ter zake van goederen die naar hun aard bestemd zijn om te worden verbruikt, beloopt de vergoeding steeds het nominale bedrag dat ten laste van het vermogen van de andere echtgenoot is gekomen;
- c. ter zake van goederen die inmiddels zijn vervreemd zonder dat daarvoor andere goederen in de plaats zijn gekomen, wordt in plaats van de waarde, bedoeld in de aanhef van het tweede lid, uitgegaan van de waarde ten tijde van de vervreemding. Met een vervreemding wordt gelijkgesteld het onherroepelijk worden van een begunstiging bij een sommenverzekering of een andere begunstiging bij een beding ten behoeve van een derde.
4. Echtgenoten kunnen bij overeenkomst afwijken van het eerste lid tot en met het derde lid. Geen vergoeding is verschuldigd voorzover door de verkrijging, voldoening of aflossing ten laste van het vermogen van de andere echtgenoot wordt voldaan aan een op die echtgenoot rustende verbintenis.
5. Kan de vergoeding overeenkomstig het eerste tot en met het vierde lid niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan wordt zij geschat.
### Afdeling 3. Erkenning
### Afdeling 6. De bijzondere curator
## Titel 13. Minderjarigheid
### Afdeling 3. De raad voor de kinderbescherming
### Afdeling 4. Registers betreffende het over minderjarigen uitgeoefende gezag
## Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 2. Ouderlijk gezag
#### Paragraaf 1a. Het gezamenlijk gezag van ouders binnen een geregistreerd partnerschap
#### § 2a. Gezag na meerderjarigverklaring
#### § 3. Het bewind van de ouders
### Afdeling 3. Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de gezagsuitoefening door de ouders en de gezagsuitoefening door één van hen
### Afdeling 3A. Gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
#### Paragraaf 1. Het gezamenlijk gezag van rechtswege van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
#### Paragraaf 3. Gemeenschappelijke bepalingen inzake het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
### Afdeling 4. Ondertoezichtstelling van minderjarigen
### Afdeling 5. Ontheffing en ontzetting van het ouderlijk gezag
### Afdeling 6. Voogdij
#### § 1. Voogdij in het algemeen
#### § 3. Voogdij door de rechter opgedragen
#### § 4. Voogdij van rechtspersonen
#### § 7. Ondertoezichtstelling van onder voogdij staande minderjarigen
#### § 8. Ontzetting van voogdij
#### § 9. Het toezicht van de voogd over de persoon van de minderjarige
#### § 10. Het bewind van de voogd
#### § 11. De rekening en verantwoording bij het einde van de voogdij
## Titel 15. Omgang en informatie
## Titel 16. Curatele
## Titel 17. Levensonderhoud
### Afdeling 1. Algemene bepalingen
### Afdeling 2. Voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen en stiefkinderen
## Titel 18. Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
### Afdeling 2. Personen wier bestaan onzeker is
### Afdeling 3. Vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
## Titel 19. Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen
##### Artikel 446a
De bewindvoerder doet telkens na verloop van vijf jaren, of zo veel eerder als de kantonrechter bepaalt, aan deze verslag van het verloop van het bewind. Hij laat zich daarbij met name uit over de vraag of het bewind dient voort te duren dan wel of een minder ver, of een verder strekkende voorziening aangewezen is. Feiten die voor het bewind en het voortduren daarvan van betekenis zijn, deelt hij terstond aan de kantonrechter mede.
## Titel 20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen
##### Artikel 202a
1. Het in [artikel 198, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=11&afdeling=1&artikel=198&z=2014-04-01&g=2014-04-01), bedoelde moederschap kan, op de grond dat de moeder niet de biologische moeder van het kind is, worden ontkend:
- a. door de moeder, bedoeld in [artikel 198, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=11&afdeling=1&artikel=198&z=2014-04-01&g=2014-04-01);
- b. door de moeder, bedoeld in [artikel 198, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=11&afdeling=1&artikel=198&z=2014-04-01&g=2014-04-01);
- c. door het kind zelf.
2. De moeder, bedoeld in [artikel 198, eerste lid, onder a of onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=11&afdeling=1&artikel=198&z=2014-04-01&g=2014-04-01), kan het in artikel 198, eerste lid, onder b, bedoelde moederschap niet ontkennen, indien de moeder, bedoeld in het eerste lid, onder b, vóór het huwelijk of geregistreerd partnerschap heeft kennis gedragen van de zwangerschap of heeft ingestemd met de kunstmatige donorbevruchting, bedoeld in artikel 198, eerste lid, onder b.
3. Het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning wordt door de moeder, bedoeld in [artikel 198, eerste lid, onder a of onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=11&afdeling=1&artikel=198&z=2014-04-01&g=2014-04-01), bij de rechtbank ingediend binnen een jaar na de geboorte van het kind.
4. Het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning wordt door het kind bij de rechtbank ingediend uiterlijk binnen drie jaren nadat het kind meerderjarig is geworden.
##### Artikel 202b
1. Overlijdt de moeder, bedoeld in [artikel 198, eerste lid, onder a of onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=11&afdeling=1&artikel=198&z=2014-04-01&g=2014-04-01), voor de afloop van de in [artikel 202a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=11&afdeling=2a&artikel=202a&z=2014-04-01&g=2014-04-01), gestelde termijn, dan kan een afstammeling van deze moeder in de eerste graad of, bij gebreke van zodanige afstammeling, een ouder van deze moeder, de rechtbank verzoeken de ontkenning van het moederschap gegrond te verklaren. Het verzoek wordt gedaan binnen een jaar na de dag van overlijden of nadat het overlijden ter kennis van verzoeker is gekomen.
2. Op de ontkenning van het moederschap zijn de [artikelen 201, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=11&afdeling=2&artikel=201&z=2014-04-01&g=2014-04-01), en [202](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=11&afdeling=2&artikel=202&z=2014-04-01&g=2014-04-01) van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 3. Erkenning
##### Artikel 205a
1. Een verzoek tot vernietiging van de door de moeder gedane erkenning kan, op de grond dat de moeder niet de biologische moeder van het kind is, bij de rechtbank worden ingediend:
- a. door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid heeft plaatsgevonden;
- b. door de erkenner, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen;
- c. door de andere moeder, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden bewogen is toestemming tot de erkenning te geven.
2. Op de vernietiging van de erkenning is [artikel 205, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=11&afdeling=3&artikel=205&z=2014-04-01&g=2014-04-01), van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 6. De bijzondere curator
## Titel 13. Minderjarigheid
### Afdeling 3. De raad voor de kinderbescherming
## Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 2. Ouderlijk gezag
#### Paragraaf 1a. Het gezamenlijk gezag van ouders binnen een geregistreerd partnerschap
#### § 2a. Gezag na meerderjarigverklaring
#### § 3. Het bewind van de ouders
#### Paragraaf 1. Het gezamenlijk gezag van rechtswege van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
#### Paragraaf 3. Gemeenschappelijke bepalingen inzake het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
### Afdeling 3B. Maatregel van opgroeiondersteuning
### Afdeling 4. Ondertoezichtstelling van minderjarigen
### Afdeling 5. Ontheffing en ontzetting van het ouderlijk gezag
### Afdeling 6. Voogdij
#### § 1. Voogdij in het algemeen
#### § 4. Voogdij van rechtspersonen
#### § 7. Ondertoezichtstelling van onder voogdij staande minderjarigen
#### § 9. Het toezicht van de voogd over de persoon van de minderjarige
#### § 10. Het bewind van de voogd
#### § 11. De rekening en verantwoording bij het einde van de voogdij
## Titel 16. Curatele
## Titel 17. Levensonderhoud
### Afdeling 1. Algemene bepalingen
### Afdeling 2. Voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen en stiefkinderen
## Titel 18. Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
### Afdeling 2. Personen wier bestaan onzeker is
### Afdeling 3. Vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
## Titel 19. Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen
## Titel 20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen
##### Artikel 262a
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2014/442.
1. De stichting stelt ter uitvoering van haar taak als eerste de ouder of ouders met gezag in de gelegenheid om samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving behoren binnen zes weken een plan van aanpak op te stellen of een bestaand plan aan te passen. Slechts indien de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van het kind hiertoe aanleiding geven of de belangen van het kind anderszins geschaad worden, kan de stichting hiervan afzien.
2. Indien het plan van aanpak geschikt is om binnen de duur van de ondertoezichtstelling de concrete bedreigingen, bedoeld in [artikel 255, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=14&afdeling=4&artikel=255&z=2015-01-01&g=2015-01-01), weg te nemen, geldt het als het plan, bedoeld in [artikel 13, derde lid, van de Wet op de jeugdzorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016637&artikel=13). Indien het plan van aanpak naar het oordeel van de stichting niet geschikt is om de concrete bedreigingen weg te nemen, deelt de stichting dit binnen vijf werkdagen na de aanbieding van het plan van aanpak gemotiveerd aan de ouder of ouders met gezag mede, en stelt zij hen in de gelegenheid om het plan van aanpak binnen twee weken aan te passen. Indien de stichting binnen deze termijn geen aangepast plan van aanpak ontvangt of een plan van aanpak ontvangt dat naar haar oordeel evenmin geschikt is om de concrete bedreigingen weg te nemen, stelt zij alsnog zelf een plan als bedoeld in artikel 13, derde lid, van de Wet op de jeugdzorg op.
3. Op verzoek van een met het gezag belaste ouder of de minderjarige van twaalf jaar of ouder kan de kinderrechter het plan van aanpak laten gelden als het plan, bedoeld in [artikel 13, derde lid, van de Wet op de jeugdzorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016637&artikel=13). [Artikel 264, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=14&afdeling=4&artikel=264&z=2015-01-01&g=2015-01-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 262b
Geschillen die de uitvoering van de ondertoezichtstelling betreffen, die omtrent gedragingen als bedoeld in [artikel 4.2.1 van de Jeugdwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&artikel=4.2.1), uitgezonderd, kunnen aan de kinderrechter worden voorgelegd. De kinderrechter neemt op verzoek van een met het gezag belaste ouder, de minderjarige van twaalf jaar of ouder, de gecertificeerde instelling, degene die de minderjarige als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, of de zorgaanbieder of de aanbieder van de jeugdhulp als bedoeld in [artikel 1.1 van de Jeugdwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&artikel=1.1), waar de minderjarige is geplaatst, een zodanige beslissing als hem in het belang van de minderjarige wenselijk voorkomt. Hij beproeft alvorens te beslissen een vergelijk tussen de betrokkenen.
##### Artikel 265a
Plaatsing van de minderjarige gedurende dag en nacht buiten het gezin geschiedt uitsluitend met een machtiging tot uithuisplaatsing.
##### Artikel 265b
1. Indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid, kan de kinderrechter de gecertificeerde instelling, bedoeld in [artikel 1.1 van de Jeugdwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&artikel=1.1), die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen.
2. De machtiging kan eveneens worden verleend op verzoek van de raad voor de kinderbescherming of op verzoek van het openbaar ministerie. De raad voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie legt bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, het besluit van het college van burgemeester en wethouders, bedoeld in [artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&artikel=2.3) over.
3. De kinderrechter kan in afwijking van het tweede lid een machtiging tot uithuisplaatsing verlenen zonder dat het college van burgemeester en wethouders een daartoe strekkend besluit heeft genomen, indien het belang van het kind dit vergt.
4. Voor opneming en verblijf als bedoeld in [artikel 6.1.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&artikel=6.1.2), of [6.1.3, eerste lid, van de Jeugdwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&artikel=6.1.3) is geen machtiging als bedoeld in het eerste lid vereist, doch een machtiging als bedoeld in genoemde artikelleden. Deze machtiging geldt voor de toepassing van [artikel 265a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=14&afdeling=4&artikel=265a&z=2015-01-01&g=2015-01-01) als een machtiging als bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 265c
1. De duur van de machtiging tot uithuisplaatsing is, behoudens verlenging als bedoeld in het tweede lid, ten hoogste een jaar. Indien een minderjarige voorlopig onder toezicht is gesteld en gelijktijdig een machtiging tot uithuisplaatsing is verleend, komt de duur hiervan niet in mindering op de termijn van ten hoogste een jaar.
2. Op verzoek van de gecertificeerde instelling kan de kinderrechter de duur telkens met ten hoogste een jaar verlengen. Indien de gecertificeerde instelling niet overgaat tot een verzoek, kan verlenging plaatsvinden op verzoek van de raad voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie.
3. Een machtiging vervalt indien deze na verloop van drie maanden niet ten uitvoer is gelegd.
##### Artikel 265d
1. Een uithuisplaatsing kan door de gecertificeerde instelling worden beëindigd indien deze niet langer noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot het verrichten van het onderzoek, bedoeld in [artikel 265b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=14&afdeling=4&artikel=265b&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en het belang van de minderjarige zich tegen beëindiging niet verzet.
2. De met het gezag belaste ouder, de minderjarige van twaalf jaar of ouder of een ander die de minderjarige als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt kunnen wegens gewijzigde omstandigheden de gecertificeerde instelling verzoeken:
- a. de uithuisplaatsing te beëindigen;
- b. de duur ervan te bekorten;
- c. af te zien van een krachtens de machtiging toegestane wijziging van de verblijfplaats van de minderjarige, tenzij de toestemming reeds met toepassing van [artikel 265i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=14&afdeling=4&artikel=265i&z=2015-01-01&g=2015-01-01) is verleend.
3. De gecertificeerde instelling geeft een schriftelijke beslissing binnen twee weken na ontvangst van het verzoek.
4. Op verzoek van een in het tweede lid genoemde persoon kan de kinderrechter de machtiging geheel of gedeeltelijk intrekken of de duur ervan bekorten. [Artikel 264, eerste lid, tweede volzin, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=14&afdeling=4&artikel=264&z=2015-01-01&g=2015-01-01), alsmede [artikel 265, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=14&afdeling=4&artikel=265&z=2015-01-01&g=2015-01-01), zijn van toepassing.
##### Artikel 265e
1. De kinderrechter kan bij de verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing en ook nadat deze machtiging is verleend, op verzoek bepalen dat het gezag gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de gecertificeerde instelling die het toezicht uitoefent, voor zover dit noodzakelijk is in verband met de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Hij kan dit doen met betrekking tot:
- a. de aanmelding van de minderjarige bij een onderwijsinstelling,
- b. het geven van toestemming voor een medische behandeling van de minderjarige jonger dan twaalf jaar of van de minderjarige van twaalf jaar of ouder die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake, of
- c. het doen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning ten behoeve van de minderjarige als bedoeld in de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14) of [28 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28).
2. De duur van de gedeeltelijke uitoefening van het gezag is niet langer dan die van de verleende machtiging tot uithuisplaatsing.
3. De kinderrechter kan de duur van de gedeeltelijke uitoefening van het gezag telkens met ten hoogste een jaar verlengen.
4. Op verzoek kan een beslissing als bedoeld in het eerste of derde lid wegens gewijzigde omstandigheden worden gewijzigd.
5. De verzoeken, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, kunnen worden gedaan door de gecertificeerde instelling die het toezicht uitoefent. Indien deze gecertificeerde instelling niet tot een verzoek overgaat, zijn de raad voor de kinderbescherming of degene die niet de ouder is en de minderjarige als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt bevoegd tot het doen van het verzoek.
##### Artikel 265f
1. Voor zover noodzakelijk in verband met de uithuisplaatsing van de minderjarige, kan de gecertificeerde instelling voor de duur daarvan de contacten tussen een met het gezag belaste ouder en de minderjarige beperken.
2. De beslissing van de gecertificeerde instelling geldt als een schriftelijke aanwijzing. [Artikel 264](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=14&afdeling=4&artikel=264&z=2015-01-01&g=2015-01-01) en [artikel 265](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=14&afdeling=4&artikel=265&z=2015-01-01&g=2015-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de kinderrechter een zodanige regeling kan vaststellen als hem in het belang van de minderjarige wenselijk voorkomt.
##### Artikel 265g
1. Voor de duur van de ondertoezichtstelling kan de kinderrechter op verzoek van de gecertificeerde instelling een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
2. Op het verzoek van een met het gezag belaste ouder, een omgangsgerechtigde, de minderjarige van twaalf jaar of ouder en de gecertificeerde instelling kan de kinderrechter de in het eerste lid genoemde beslissing wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
3. Zodra de ondertoezichtstelling is geëindigd, geldt de op grond van het eerste lid vastgestelde regeling als een regeling als bedoeld in [artikel 253a, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=14&afdeling=2&paragraaf=1&artikel=253a&z=2015-01-01&g=2015-01-01), dan wel [artikel 377a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=15&artikel=377a&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
##### Artikel 265h
1. Indien een medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar noodzakelijk is om ernstig gevaar voor diens gezondheid af te wenden en de ouder die het gezag uitoefent zijn toestemming daarvoor weigert, kan deze toestemming op verzoek van de gecertificeerde instelling worden vervangen door die van de kinderrechter.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een medische behandeling van een minderjarige van twaalf jaar of ouder die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake.
##### Artikel 265i
1. De gecertificeerde instelling behoeft de toestemming van de kinderrechter voor wijziging in het verblijf van een minderjarige die ten minste een jaar door een ander als de ouder is opgevoed en verzorgd als behorende tot zijn gezin.
2. De toestemming wordt door de kinderrechter op verzoek van de gecertificeerde instelling verleend en slechts afgewezen indien de kinderrechter dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk oordeelt.
3. Indien de kinderrechter het verzoek, bedoeld in het tweede lid, afwijst, kan hij tevens bepalen dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van kracht blijven voor ten hoogste een jaar. De gecertificeerde instelling is gehouden de machtiging tot uithuisplaatsing ten uitvoer te leggen.
##### Artikel 265j
1. Indien de gecertificeerde instelling oordeelt dat niet-verlenging van de ondertoezichtstelling, bedoeld in [artikel 260, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=14&afdeling=4&artikel=260&z=2015-01-01&g=2015-01-01), of niet-verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, bedoeld in [artikel 265c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=14&afdeling=4&artikel=265c&z=2015-01-01&g=2015-01-01), aangewezen is, doet zij hiervan tijdig doch uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van de duur van de ondertoezichtstelling of machtiging tot uithuisplaatsing en onder overlegging van een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling of de uithuisplaatsing mededeling aan de raad voor de kinderbescherming.
2. De gecertificeerde instelling kan een uithuisplaatsing gedurende de termijn waarvoor zij is toegestaan beëindigen. De gecertificeerde instelling doet van het voornemen daartoe tijdig doch uiterlijk een maand voor het voorgenomen tijdstip van beëindiging en onder overlegging van een verslag van het verloop van de uithuisplaatsing, mededeling aan de raad voor de kinderbescherming.
3. Indien een ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing twee jaar of langer heeft geduurd, gaat het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de gecertificeerde instelling vergezeld van een advies van de raad voor de kinderbescherming met betrekking tot de verlenging van die ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling doet van het voornemen tot een voornoemd verzoek tijdig doch uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van de ondertoezichtstelling mededeling aan de raad voor de kinderbescherming.
##### Artikel 265k
1. Verzoeken op grond van deze afdeling worden schriftelijk gedaan. Voor zover zij aan de kinderrechter zijn gericht, kunnen zij worden ingediend zonder advocaat met uitzondering van het verzoek bedoeld in [artikel 262b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=14&afdeling=4&artikel=262b&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
2. De gecertificeerde instelling die een verzoek indient of ter terechtzitting wordt opgeroepen, zendt bij het verzoekschrift of onverwijld na de oproep, het plan, bedoeld in [artikel 4.1.3, eerste lid, van de Jeugdwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&artikel=4.1.3), en een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling aan de kinderrechter.
3. Het plan en het verslag, bedoeld in het tweede lid, worden eveneens gezonden aan de raad voor de kinderbescherming.
4. De verzoeken die de gecertificeerde instelling ter uitvoering van haar taak tot de rechter richt, kunnen worden ingediend zonder advocaat en worden kosteloos behandeld; de grossen, afschriften en uittreksels, die zij tot dat doel aanvraagt, worden haar door de griffiers vrij van alle kosten uitgereikt.
### Afdeling 6. Voogdij
#### § 1. Voogdij in het algemeen
#### § 2. Voogdij door een der ouders opgedragen
#### § 3. Voogdij door de rechter opgedragen
#### § 5. Ontslag van de voogdij
#### § 7. Ondertoezichtstelling van onder voogdij staande minderjarigen
#### § 9. Het toezicht van de voogd over de persoon van de minderjarige
#### § 10. Het bewind van de voogd
#### § 11. De rekening en verantwoording bij het einde van de voogdij
## Titel 15. Omgang en informatie
## Titel 17. Levensonderhoud
### Afdeling 2. Voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen en stiefkinderen
## Titel 18. Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
### Afdeling 3. Vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
## Titel 20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen
##### Artikel 18d
1. Van alle in registers opgenomen akten van de burgerlijke stand wordt een dubbel of een afschrift gehouden, volgens regels, bij algemene maatregel van bestuur te stellen.
2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld alles wat betreft de bewaring van de dubbelen of de afschriften alsmede van de daarop betrekking hebbende latere vermeldingen.
3. Wanneer akten van de burgerlijke stand verloren zijn gegaan of verminkt zijn, wordt ter vervanging van deze akten van de dubbelen van de akten een afschrift gemaakt door een of meer door Onze Minister van Justitie aan te wijzen Centrale Bewaarplaatsen waar de dubbelen bewaard worden. De afschriften treden in de plaats van de verloren gegane of verminkte akten.
4. Er wordt een lijst opgesteld van de akten die vervangen worden, die in de Staatscourant wordt gepubliceerd.
5. De kosten voor de vervanging van akten van de burgerlijke stand komen ten laste van de Staat, tenzij het de vervanging van akten betreft die bewaard worden door een gemeente. In het laatstgenoemde geval komen de kosten van vervanging voor rekening van de gemeente.
6. Onze Minister van Justitie kan nadere regels stellen omtrent de wijze waarop de vervanging van de akten dient te worden uitgevoerd.
### Afdeling 4. De akten van geboorte, van overlijden en de akten houdende attestaties de vita
### Afdeling 5. Latere vermeldingen
### Afdeling 7. De bewijskracht van akten van de burgerlijke stand alsmede van afschriften en uittreksels
### Afdeling 8. De openbaarheid van de akten van de burgerlijke stand
### Afdeling 9. De aanvulling van de registers van de burgerlijke stand en de verbetering van de daarin voorkomende akten en latere vermeldingen
### Afdeling 10. Inschrijving van buitenlandse akten en de rechterlijke last tot het opmaken van een vervangende akte van geboorte
### Afdeling 11. De verklaring voor recht omtrent de rechtsgeldigheid in Nederland van een buitenlandse akte of uitspraak
### Afdeling 12. Voorziening tegen de weigering tot het opmaken van een akte van de burgerlijke stand of tot een andere verrichting
### Afdeling 13. Wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte
### Afdeling 14. De Commissie van advies voor de zaken betreffende de burgerlijke staat en de nationaliteit
## Titel 5. Het huwelijk
### Afdeling 1. Vereisten tot het aangaan van een huwelijk
### Afdeling 2. Formaliteiten die aan de voltrekking van het huwelijk moeten voorafgaan
### Afdeling 3. Stuiting van het huwelijk
### Afdeling 4. De voltrekking van het huwelijk
### Afdeling 5. Nietigverklaring van een huwelijk
### Afdeling 6. Bewijs van het bestaan van het huwelijk
## Titel 5A. Het geregistreerd partnerschap
## Titel 6. Rechten en verplichtingen van echtgenoten
## Titel 7. De wettelijke gemeenschap van goederen
### Afdeling 1. Algemene bepalingen
### Afdeling 2. Het bestuur van de gemeenschap
### Afdeling 3. Ontbinding van de gemeenschap
### Afdeling 4. Opheffing van de gemeenschap bij beschikking
## Titel 8. Huwelijkse voorwaarden
### Afdeling 1. Huwelijkse voorwaarden in het algemeen
### Afdeling 2. Verrekenbedingen
#### Paragraaf 1. Algemene regels voor verrekenbedingen
#### Paragraaf 2. Periodieke verrekenbedingen
#### Paragraaf 3. Finale verrekenbedingen
## Titel 9. Ontbinding van het huwelijk
### Afdeling 1. Ontbinding van het huwelijk in het algemeen
### Afdeling 2. Echtscheiding
## Titel 10. Scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
### Afdeling 1. Scheiding van tafel en bed
### Afdeling 2. Ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
## Titel 11. Afstamming
### Afdeling 3. Erkenning
### Afdeling 4. Gerechtelijke vaststelling van het ouderschap
### Afdeling 6. De bijzondere curator
## Titel 12. Adoptie
## Titel 13. Minderjarigheid
### Afdeling 1. Algemene bepalingen
## Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen
### Afdeling 2. Ouderlijk gezag
#### § 2a. Gezag na meerderjarigverklaring
#### § 3. Het bewind van de ouders
### Afdeling 3. Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de gezagsuitoefening door de ouders en de gezagsuitoefening door één van hen
### Afdeling 3A. Gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
#### Paragraaf 1. Het gezamenlijk gezag van rechtswege van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
#### Paragraaf 3. Gemeenschappelijke bepalingen inzake het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
### Afdeling 4. Ondertoezichtstelling van minderjarigen
### Afdeling 6. Voogdij
#### § 2. Voogdij door een der ouders opgedragen
#### § 3. Voogdij door de rechter opgedragen
#### § 5. Ontslag van de voogdij
#### § 9. Het toezicht van de voogd over de persoon van de minderjarige
#### § 10. Het bewind van de voogd
#### § 11. De rekening en verantwoording bij het einde van de voogdij
## Titel 16. Curatele
## Titel 17. Levensonderhoud
### Afdeling 2. Voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen en stiefkinderen
## Titel 18. Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
### Afdeling 1. Onderbewindstelling in geval van afwezigheid
### Afdeling 2. Personen wier bestaan onzeker is
### Afdeling 3. Vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
## Titel 20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen
##### Artikel 41a
Een huwelijk mag niet worden gesloten tussen hen die elkander, hetzij van nature hetzij familierechtelijk, als bloedverwanten bestaan in de derde of vierde graad in de zijlinie, tenzij de aanstaande echtgenoten bij de ambtenaar van de burgerlijke stand ieder een beëdigde verklaring hebben afgelegd, inhoudende dat zij hun vrije toestemming tot het huwelijk geven.
### Afdeling 2. Formaliteiten die aan de voltrekking van het huwelijk moeten voorafgaan
### Afdeling 3. Stuiting van het huwelijk
### Afdeling 4. De voltrekking van het huwelijk
### Afdeling 5. Nietigverklaring van een huwelijk
### Afdeling 6. Bewijs van het bestaan van het huwelijk
## Titel 5A. Het geregistreerd partnerschap
## Titel 6. Rechten en verplichtingen van echtgenoten
## Titel 7. De wettelijke gemeenschap van goederen
### Afdeling 1. Algemene bepalingen
### Afdeling 2. Het bestuur van de gemeenschap
### Afdeling 3. Ontbinding van de gemeenschap
### Afdeling 4. Opheffing van de gemeenschap bij beschikking
## Titel 8. Huwelijkse voorwaarden
### Afdeling 1. Huwelijkse voorwaarden in het algemeen
### Afdeling 2. Verrekenbedingen
#### Paragraaf 1. Algemene regels voor verrekenbedingen
#### Paragraaf 3. Finale verrekenbedingen
## Titel 9. Ontbinding van het huwelijk
### Afdeling 2. Echtscheiding
## Titel 10. Scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
### Afdeling 1. Scheiding van tafel en bed
### Afdeling 2. Ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
## Titel 11. Afstamming
### Afdeling 2. Ontkenning van het door huwelijk of geregistreerd partnerschap ontstane vaderschap
### Afdeling 4. Gerechtelijke vaststelling van het ouderschap
### Afdeling 5. Inroeping of betwisting van staat
### Afdeling 6. De bijzondere curator
## Titel 12. Adoptie
## Titel 13. Minderjarigheid
### Afdeling 1. Algemene bepalingen
### Afdeling 3. De raad voor de kinderbescherming
### Afdeling 4. Registers betreffende het over minderjarigen uitgeoefende gezag
## Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen
### Afdeling 2. Ouderlijk gezag
#### § 3. Het bewind van de ouders
### Afdeling 3. Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de gezagsuitoefening door de ouders en de gezagsuitoefening door één van hen
### Afdeling 3A. Gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
#### Paragraaf 2. Het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder krachtens rechterlijke beslissing
#### Paragraaf 3. Gemeenschappelijke bepalingen inzake het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
### Afdeling 4. Ondertoezichtstelling van minderjarigen
### Afdeling 5. Beëindiging van het ouderlijk gezag
### Afdeling 6. Voogdij
#### § 3. Voogdij door de rechter opgedragen
#### § 8. Beëindiging van voogdij
#### § 9. Het toezicht van de voogd over de persoon van de minderjarige
#### § 10. Het bewind van de voogd
#### § 11. De rekening en verantwoording bij het einde van de voogdij
## Titel 15. Omgang en informatie
## Titel 16. Curatele
## Titel 17. Levensonderhoud
### Afdeling 1. Algemene bepalingen
### Afdeling 2. Voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen en stiefkinderen
## Titel 18. Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
### Afdeling 1. Onderbewindstelling in geval van afwezigheid
### Afdeling 2. Personen wier bestaan onzeker is
### Afdeling 3. Vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
## Titel 19. Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen
## Titel 20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen
##### Artikel 95a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 3. Ontbinding van de gemeenschap
### Afdeling 4. Opheffing van de gemeenschap bij beschikking
## Titel 8. Huwelijkse voorwaarden
### Afdeling 1. Huwelijkse voorwaarden in het algemeen
### Afdeling 2. Verrekenbedingen
#### Paragraaf 1. Algemene regels voor verrekenbedingen
#### Paragraaf 3. Finale verrekenbedingen
### Afdeling 3. Giften bij huwelijkse voorwaarden
## Titel 9. Ontbinding van het huwelijk
### Afdeling 2. Echtscheiding
## Titel 10. Scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
### Afdeling 1. Scheiding van tafel en bed
### Afdeling 2. Ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
## Titel 11. Afstamming
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 5. Inroeping of betwisting van staat
### Afdeling 6. De bijzondere curator
## Titel 13. Minderjarigheid
### Afdeling 2. Handlichting
### Afdeling 3. De raad voor de kinderbescherming
##### Artikel 242a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 2. Ouderlijk gezag
#### § 3. Het bewind van de ouders
#### Paragraaf 3. Gemeenschappelijke bepalingen inzake het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
### Afdeling 4. Ondertoezichtstelling van minderjarigen
### Afdeling 5. Beëindiging van het ouderlijk gezag
### Afdeling 6. Voogdij
#### § 1. Voogdij in het algemeen
#### § 3. Voogdij door de rechter opgedragen
#### § 5. Ontslag van de voogdij
#### § 10. Het bewind van de voogd
#### § 11. De rekening en verantwoording bij het einde van de voogdij
## Titel 17. Levensonderhoud
### Afdeling 1. Algemene bepalingen
### Afdeling 2. Voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen en stiefkinderen
## Titel 18. Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
### Afdeling 3. Vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
## Titel 20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen
##### Artikel 267a
De rechtbank die een verzoek tot beëindiging van het gezag afwijst, kan een minderjarige onder toezicht te stellen als bedoeld in [artikel 255](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=14&afdeling=4&artikel=255&z=2018-09-19&g=2018-09-19) mits aan de grond hiervoor is voldaan.
### Afdeling 6. Voogdij
#### § 3. Voogdij door de rechter opgedragen
#### § 7. Ondertoezichtstelling van onder voogdij staande minderjarigen
#### § 8. Beëindiging van voogdij
#### § 10. Het bewind van de voogd
#### § 11. De rekening en verantwoording bij het einde van de voogdij
## Titel 16. Curatele
## Titel 17. Levensonderhoud
### Afdeling 2. Voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen en stiefkinderen
## Titel 18. Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
### Afdeling 2. Personen wier bestaan onzeker is
### Afdeling 3. Vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
## Titel 19. Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen
## Titel 20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen
##### Artikel 432a
1. Dit artikel is van toepassing indien het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de rechthebbende woonplaats heeft, schriftelijk aan de griffier van de ingevolge [artikel 266 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=266) bevoegde rechtbank kenbaar heeft gemaakt dat het advies wenst uit te brengen over de vraag of een voldoende behartiging van de belangen van rechthebbenden kan worden bewerkstelligd met een meer passende en minder verstrekkende voorziening dan met de voortzetting van bewind, totdat het college deze verklaring schriftelijk intrekt.
2. De rechter verplicht de bewindvoerder binnen drie maanden na de instelling van een bewind wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden afschrift van de boedelbeschrijving, bedoeld in [artikel 436, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&boek=1&titeldeel=19&artikel=436&z=2021-01-01&g=2021-01-01), en een plan van aanpak te zenden aan het college.
3. De rechter kan de bewindvoerder verplichten binnen drie maanden na de instelling van een bewind wegens een lichamelijke of geestelijke toestand afschrift van de bescheiden, bedoeld in het tweede lid, te zenden aan het college indien tevens sprake is van problematische schulden.
4. Indien de rechter de bewindvoerder verplicht de bescheiden, bedoeld in het tweede lid, te zenden aan het college, kan het college aan de rechter een advies als bedoeld in het eerste lid uitbrengen. De bewindvoerder bericht het college binnen twee weken na de instelling van het bewind over de instelling.
5. Het college verstrekt het advies aan de griffier, de rechthebbende en de bewindvoerder binnen vier weken na ontvangst van de bescheiden, bedoeld in het tweede lid.
6. Indien het college adviseert dat een voldoende behartiging van de belangen van de rechthebbende kan worden bewerkstelligd met een meer passende en minder verstrekkende voorziening, beslist de rechter of het bewind wordt voortgezet dan wel beëindigd. De griffier zendt afschrift van de beschikking aan het college. In afwijking van [artikel 806, eerste lid, onderdeel a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=806) staat voor het college geen hoger beroep open tegen de beschikking.
7. Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de Algemene Verordening Gegevensverwerking is het verbod om gegevens over de gezondheid van de rechthebbende te verwerken niet van toepassing indien de verwerking noodzakelijk is in het kader van het verstrekken van een advies als bedoeld in het eerste lid.
## Titel 20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen
##### Artikel 251b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 3. Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de gezagsuitoefening door de ouders en de gezagsuitoefening door één van hen
### Afdeling 3A. Gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
#### Paragraaf 1. Het gezamenlijk gezag van rechtswege van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
#### Paragraaf 3. Gemeenschappelijke bepalingen inzake het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
### Afdeling 4. Ondertoezichtstelling van minderjarigen
### Afdeling 6. Voogdij
#### § 8. Beëindiging van voogdij
#### § 9. Het toezicht van de voogd over de persoon van de minderjarige
#### § 10. Het bewind van de voogd
#### § 11. De rekening en verantwoording bij het einde van de voogdij
## Titel 15. Omgang en informatie
## Titel 16. Curatele
### Afdeling 2. Personen wier bestaan onzeker is
### Afdeling 3. Vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
## Titel 20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen
2002-01-01
Burgerlijk Wetboek Boek 1
original version Tekst op deze datum