Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 26 juni 1975, houdende voorlopige regeling schadefonds geweldsmisdrijven
10 versions
· 2024-07-01
2024-07-01
Wet schadefonds geweldsmisdrijven — art. 11
2020-01-01
Wet schadefonds geweldsmisdrijven — art. 11
2019-04-01
Wet schadefonds geweldsmisdrijven — art. 11
Wijzigingen op 2019-04-01
@@ -10,31 +10,27 @@
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
het fonds: het schadefonds geweldsmisdrijven, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002979&artikel=2&z=2019-01-01&g=2019-01-01);
het fonds: het schadefonds geweldsmisdrijven, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002979&artikel=2&z=2019-04-01&g=2019-04-01);
Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid;
de commissie: de commissie, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002979&artikel=8&z=2019-01-01&g=2019-01-01), die met het beheer van het fonds is belast;
de commissie: de commissie, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002979&artikel=8&z=2019-04-01&g=2019-04-01);
de benadeelde: het slachtoffer, onderscheidenlijk de nabestaande, door of namens wie een aanvraag voor een uitkering bij het fonds is ingediend.
de benadeelde: het slachtoffer, onderscheidenlijk de nabestaande, door of namens wie een aanvraag voor een uitkering bij de commissie is ingediend.
##### Artikel 2
1. Er is een schadefonds geweldsmisdrijven. Onze Minister verstrekt het fonds jaarlijks een subsidie voor de kosten van de uitvoering van deze wet, voor zover niet op andere wijze in de vergoeding van deze kosten kan worden voorzien.
2. In afwijking van [artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:21) is titel 4.2 van die wet van toepassing.
3. Het fonds is rechtspersoon en gevestigd te Rijswijk. De voorzitter van de commissie, of degene die hem vervangt, vertegenwoordigt het fonds in en buiten rechte.
Er is een Schadefonds Geweldsmisdrijven waaruit uitkeringen kunnen worden gedaan als bij of krachtens deze wet bepaald.
##### Artikel 3
1. Uit het fonds kunnen uitkeringen worden gedaan:
1. Uitkering kan worden gedaan
- a. aan een ieder die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen;
- b. aan een ieder die ten gevolge van een aan boord van een Nederlands vaartuig of luchtvaartuig buiten Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen;
- c. aan nabestaanden en naasten van een onder a of b bedoeld persoon, indien deze ten gevolge van het misdrijf is overleden of ernstig en blijvend letsel heeft, als bedoeld in [artikel 107, eerste lid, onder b, van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=107), of aan nabestaanden van een persoon die als gevolg van overtreding van [artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=6) of van [artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=307) is overleden;
- c. aan nabestaanden en naasten van een onder a of b bedoeld persoon, indien deze ten gevolge van het misdrijf is overleden of ernstig en blijvend letsel heeft, als bedoeld in [artikel 107, eerste lid, onder b, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=107), of aan nabestaanden van een persoon die als gevolg van overtreding van [artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=6) of van [artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=307) is overleden;
- d. aan anderen dan de onder c bedoelde personen, die de kosten van lijkbezorging hebben voldaan van een onder a of b bedoeld persoon, indien deze ten gevolge van het misdrijf is overleden.
@@ -56,7 +52,7 @@
1. De uitkering wordt naar redelijkheid en billijkheid bepaald. Zij beloopt ten hoogste het bedrag van de door het letsel of overlijden veroorzaakte schade, daaronder begrepen immateriële schade van nabestaanden.
2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke bedragen ten hoogste kunnen worden uitgekeerd. Deze bedragen kunnen verschillen naar gelang van de aard van de schade.
2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke bedragen ten hoogste kunnen worden uitgekeerd.
##### Artikel 5
@@ -64,27 +60,27 @@
##### Artikel 6
1. Het fonds houdt bij het doen van een uitkering rekening met schadevergoeding die het slachtoffer langs burgerrechtelijke weg kan verhalen of heeft verhaald en met overige vergoedingen van schade die als gevolg van het misdrijf aan het slachtoffer zijn of kunnen worden vergoed.
1. Bij het doen van een uitkering wordt rekening gehouden met de schadevergoeding die het slachtoffer langs burgerrechtelijke weg kan verhalen of heeft verhaald en met overige vergoedingen van schade die als gevolg van het misdrijf aan het slachtoffer zijn of kunnen worden verstrekt.
2. In het geval dat het fonds van oordeel is, al dan niet op verzoek van de aanvrager, dat het afwachten van de procedures bedoeld in het eerste lid onredelijk lang zou duren, kan het fonds aan de aanvrager een uitkering toekennen. Het fonds stelt daarbij de voorwaarde dat het door het slachtoffer ontvangen vergoedingen bedoeld in het eerste lid, waarvan het fonds na de uitkering kennis krijgt, alsnog in mindering op het bedrag van de uitkering kan brengen.
2. Een uitkering wordt verstrekt onder de voorwaarde dat de schade waarop de uitkering betrekking heeft niet op andere wijze is of wordt vergoed. Bij de verstrekking van de uitkering kan de voorwaarde worden gesteld dat het slachtoffer een vordering ter zake van de schade op derden aan de Staat overdraagt.
3. Het fonds kan bij de toekenning de op grond van het eerste lid door het slachtoffer ontvangen vergoedingen in mindering brengen. Indien het fonds na de uitkering kennis krijgt van een aan het slachtoffer gedane vergoeding, bedoeld in het eerste lid, kan het dit bedrag alsnog in mindering op het bedrag van de uitkering brengen. Het fonds doet mededeling van deze verrekening aan de aanvrager.
3. Indien na uitkering de schade op andere wijze wordt of blijkt te zijn vergoed kan de door het slachtoffer verkregen vergoeding alsnog in mindering worden gebracht op het bedrag van de uitkering. De commissie kan het onverschuldigd betaalde terugvorderen.
4. De Staat treedt voor het bedrag dat het fonds aan de aanvrager heeft uitgekeerd in de rechten die deze ter zake van de door hem geleden schade tegenover derden heeft.
4. De uitkering komt niet in mindering op het recht op schadevergoeding van het slachtoffer jegens derden. Het slachtoffer betaalt de uitkering terug aan het fonds, voor zover de schade waarop de uitkering betrekking heeft op andere wijze is vergoed.
##### Artikel 7
Een aanvraag voor een uitkering moet bij het fonds worden ingediend binnen tien jaar na de dag waarop het misdrijf is gepleegd. Wordt de aanvraag door een nabestaande gedaan, dan begint die termijn te lopen van de dag van het overlijden. Een na afloop van de termijn ingediende aanvraag wordt niettemin behandeld, indien blijkt dat de aanvraag zo spoedig is ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd.
Een aanvraag voor een uitkering moet bij de commissie worden ingediend binnen tien jaar na de dag waarop het misdrijf is gepleegd. Wordt de aanvraag door een nabestaande gedaan, dan begint die termijn te lopen van de dag van het overlijden. Een na afloop van de termijn ingediende aanvraag wordt niettemin behandeld, indien blijkt dat de aanvraag zo spoedig is ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd.
##### Artikel 8
1. Op de aanvraag wordt beslist door een commissie die met het beheer van het fonds is belast. De commissie kan bij de beoordeling van de aanvraag afwijken van het bepaalde bij deze wet, indien toepassing ervan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
1. Op de aanvraag wordt beslist door een commissie. De commissie kan bij de beoordeling van de aanvraag afwijken van het bepaalde bij deze wet, indien toepassing ervan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
2. De commissie bestaat uit meervoudige en enkelvoudige kamers. Een meervoudige kamer bestaat uit een oneven aantal van ten minste drie leden. Een van de leden wordt door Onze Minister als voorzitter aangewezen. De voorzitter kan, gehoord de commissie, uit de leden een plaatsvervangend voorzitter aanwijzen.
3. De benoeming van de leden van de commissie geschiedt voor ten hoogste vier jaar, behoudens de mogelijkheid van eerder ontslag op eigen verzoek. Herbenoeming kan tweemaal, telkens voor ten hoogste vier jaar, plaatsvinden. Het lidmaatschap eindigt bij het bereiken van de leeftijd van zeventig jaren.
4. Aanvragen van eenvoudige aard die bij de commissie aanhangig worden gemaakt, worden in behandeling genomen door de enkelvoudige kamer. Indien een aanvraag naar het oordeel van deze kamer ongeschikt is voor behandeling, verwijst zij dit naar de meervoudige kamer. De enkelvoudige kamer kan ook in andere gevallen een aanvraag naar de meervoudige kamer verwijzen. De verwijzing kan geschieden in elke stand van het onderzoek. De behandeling van de verwezen aanvraag wordt voortgezet in de stand waain het zich bevindt.
4. Aanvragen van eenvoudige aard die bij de commissie aanhangig worden gemaakt, worden in behandeling genomen door de enkelvoudige kamer. Indien een aanvraag naar het oordeel van deze kamer ongeschikt is voor behandeling, verwijst zij dit naar de meervoudige kamer. De enkelvoudige kamer kan ook in andere gevallen een aanvraag naar de meervoudige kamer verwijzen. De verwijzing kan geschieden in elke stand van het onderzoek. De behandeling van de verwezen aanvraag wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevindt.
5. Indien een aanvraag naar het oordeel van de meervoudige kamer geschikt is voor verdere behandeling door de enkelvoudige kamer, kan zij dit verwijzen naar een enkelvoudige kamer. De vierde en vijfde volzin van het vierde lid zijn van toepassing.
@@ -104,7 +100,7 @@
##### Artikel 11
Vergoeding voor reis- en verblijfkosten, alsmede voor tijdverzuim, wordt toegekend aan de in [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002979&artikel=9&z=2019-01-01&g=2019-01-01), bedoelde getuigen en deskundigen, en aan de benadeelde indien hij op verzoek van de commissie in persoon is verschenen. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld.
Vergoeding voor reis- en verblijfkosten, alsmede voor tijdverzuim, wordt toegekend aan de in [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002979&artikel=9&z=2019-04-01&g=2019-04-01), bedoelde getuigen en deskundigen, en aan de benadeelde indien hij op verzoek van de commissie in persoon is verschenen. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld.
##### Artikel 12
@@ -114,7 +110,7 @@
1. De commissie kan, vooruitlopend op haar beslissing, een voorlopige uitkering doen.
2. De beslissing tot het toekennen van een uitkering doet een vordering op het fonds ontstaan voor het bij die beslissing toegekende bedrag. De secretaris zorgt dat de beslissing zo spoedig mogelijk ten uitvoer wordt gelegd.
2. De beslissing tot het toekennen van een uitkering doet een vordering ontstaan voor het bij die beslissing toegekende bedrag. De secretaris zorgt dat de beslissing zo spoedig mogelijk ten uitvoer wordt gelegd.
##### Artikel 14
@@ -138,11 +134,19 @@
##### Artikel 19
Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inrichting en de administratie van het fonds en het daarop uit te oefenen toezicht.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven betreffende het nemen van besluiten door de commissie ten aanzien van andere slachtoffers dan bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002979&artikel=3&z=2019-04-01&g=2019-04-01) en [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002979&artikel=20&z=2019-04-01&g=2019-04-01). Deze voorschriften zien op het kunnen verlenen van een uitkering aan natuurlijke personen die slachtoffer zijn geworden van een misdrijf of aan hun nabestaanden of naasten.
##### Artikel 20
Vervallen
1. Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Uit het fonds kunnen overeenkomstig deze wet uitkeringen worden gedaan:
- a. aan een ieder die in de openbare lichamen als gevolg van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen;
- b. aan een ieder die ten gevolge van een aan boord van een Nederlands vaartuig of luchtvaartuig buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen.
2. Uitkering kan overeenkomstig [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002979&artikel=3&z=2019-04-01&g=2019-04-01) worden gedaan aan de nabestaanden en naasten van een in het eerste lid bedoelde persoon, aan nabestaanden van een persoon die als gevolg van overtreding van [artikel 320 van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=320) is overleden, alsmede aan anderen dan hier bedoeld die de kosten van lijkbezorging hebben voldaan van een in het eerste lid bedoelde persoon, indien deze ten gevolge van het misdrijf is overleden.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf begrepen: de strafbare poging daartoe.
##### Artikel 21
@@ -156,7 +160,7 @@
1. Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
2. Geen uitkering wordt toegekend ter zake van enig misdrijf dat vóór 1 januari 1973 is voorgevallen. Tenzij op grond van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002979&artikel=7&z=2019-01-01&g=2019-01-01) een langere termijn van toepassing is, kan ten aanzien van een misdrijf dat op of na 1 januari 1973, doch vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is voorgevallen, een aanvraag, als in dat artikel bedoeld, uiterlijk twee maanden na dat tijdstip worden ingediend.
2. Geen uitkering wordt toegekend ter zake van enig misdrijf dat vóór 1 januari 1973 is voorgevallen. Tenzij op grond van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002979&artikel=7&z=2019-04-01&g=2019-04-01) een langere termijn van toepassing is, kan ten aanzien van een misdrijf dat op of na 1 januari 1973, doch vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is voorgevallen, een aanvraag, als in dat artikel bedoeld, uiterlijk twee maanden na dat tijdstip worden ingediend.
##### Artikel 24
@@ -166,9 +170,9 @@
##### Artikel 18a
1. Een ieder die in Nederland zijn gewone verblijfplaats heeft en die na 1 januari 2006 in een andere Lid-Staat van de Europese Unie slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf, kan een aanvraag om een uitkering door de desbetreffende Lid-Staat indienen bij het fonds.
1. Een ieder die in het Europese deel van Nederland zijn gewone verblijfplaats heeft en die na 1 januari 2006 in een andere Lid-Staat van de Europese Unie slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf, kan een aanvraag om een uitkering door de desbetreffende Lid-Staat indienen bij de commissie.
2. Het fonds zendt een aanvraag tot uitkering zo spoedig mogelijk door aan de bevoegde instantie van de desbetreffende Lid-Staat.
2. De commissie zendt een aanvraag tot uitkering zo spoedig mogelijk door aan de bevoegde instantie van de desbetreffende Lid-Staat.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het indienen van een aanvraag om uitkering en de procedure van afhandeling daarvan.
2019-01-01
Wet schadefonds geweldsmisdrijven — arts. 1, 11
2016-07-01
Wet schadefonds geweldsmisdrijven — arts. 1, 11
2012-01-01
Wet schadefonds geweldsmisdrijven — arts. 1, 2, 3 y 16 más
2006-01-01
Wet schadefonds geweldsmisdrijven
2005-07-01
Wet schadefonds geweldsmisdrijven — arts. 1, 18, 23
2002-01-01
Wet schadefonds geweldsmisdrijven — arts. 1, 6, 10 y 5 más
2002-01-01
Wet schadefonds geweldsmisdrijven
original version
Tekst op deze datum