Wet van 24 april 1986, op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen

Type Wet
Publication 2026-04-11
Laatst bijgewerkt 2026-04-15
State In force
Source BWB
artikelen 102
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Een rapporterende financiële instelling vermeldt bij de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, ten aanzien van elk bedrag de valuta waarin het bedrag is uitgedrukt.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het uiterste tijdstip en de wijze waarop de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, aan Onze Minister worden verstrekt.

Artikel 10c

1.

Een rapporterende financiële instelling verstrekt jaarlijks ter zake van elke bij haar aangehouden te rapporteren rekening aan Onze Minister, naast de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, de volgende gegevens en inlichtingen:

2.

Artikel 10b, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, hoeft een rapporterende financiële instelling de bruto-opbrengsten niet te rapporteren voor zover zij die opbrengsten met toepassing van de bepalingen van hoofdstuk II, afdeling 4aca, rapporteert, tenzij zij voor een bepaalde groep te rapporteren rekeningen anders besluit.

Artikel 10d

1.

In afwijking van artikel 10b, eerste lid, onderdelen a, b en c, is een rapporterende financiële instelling ter zake van een bestaande rekening niet verplicht het fiscale identificatienummer of de geboortedatum van de te rapporteren persoon of de rekeninghouder te verstrekken indien dat fiscale identificatienummer, onderscheidenlijk die geboortedatum, niet in het dossier van de rapporterende financiële instelling voorhanden is en de rapporterende financiële instelling niet uit hoofde van andere wetgeving of enig rechtsinstrument van de Europese Unie verplicht is dat gegeven te verzamelen.

2.

Een rapporterende financiële instelling verricht redelijke inspanningen om aan het einde van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarin een bestaande rekening als te rapporteren rekening is aangemerkt en telkens wanneer de informatie betreffende die rekening op grond van het bij of krachtens de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme gestelde moet worden bijgewerkt het fiscale identificatienummer, bedoeld in het eerste lid, en de geboortedatum, bedoeld in het eerste lid, te verkrijgen.

Artikel 10e

In afwijking van artikel 10b, eerste lid, onderdelen a en c, is een rapporterende financiële instelling niet verplicht het fiscale identificatienummer van een te rapporteren persoon of een rekeninghouder te verstrekken indien de fiscale woonstaat van die te rapporteren persoon, onderscheidenlijk van die rekeninghouder, hem geen fiscaal identificatienummer heeft verstrekt.

Artikel 10f

In afwijking van artikel 10b, eerste lid, onderdeel b, is een rapporterende financiële instelling niet verplicht de geboorteplaats van een te rapporteren persoon te verstrekken, tenzij:

Afdeling 4b. Strafbepaling en betekening

Afdeling 4a. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen volgens de Common Reporting Standard

Afdeling 4a. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen volgens de Common Reporting Standard

Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand

Afdeling 6. Algemene bepalingen

Afdeling 4ab. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies

Afdeling 1. Verzoeken om bijstand

Afdeling 4. Algemene bepalingen

Hoofdstuk IV. Slotbepaling

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 34a

1.

De artikelen 2, eerste lid, onderdelen e en g, 4a tot en met 4k, 4m tot en met 4p, 6a en 14, vijfde lid, en de daarop gebaseerde bepalingen, zoals deze op 31 december 2015 luidden, zijn van overeenkomstige toepassing ter zake van rentebetalingen die vóór 1 januari 2016 hebben plaatsgevonden.

2.

De artikelen 2, eerste lid, onderdeel e, 4l en 4n, zoals deze op 31 december 2015 luidden, zijn van overeenkomstige toepassing op een verzoek als bedoeld in artikel 4l in verband met rentebetalingen die zijn gedaan na 31 december 2015.

Hoofdstuk IV. Slotbepaling

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2b

1.

Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 6d wordt verstaan onder een voorafgaande grensoverschrijdende ruling: een uitlating door of namens de inspecteur, dan wel Onze Minister, ongeacht of er effectief gebruik van wordt gemaakt, die:

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder een grensoverschrijdende transactie:

Artikel 2c

1.

Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 6d wordt verstaan onder een voorafgaande verrekenprijsafspraak: een uitlating door of namens de inspecteur, dan wel Onze Minister, ongeacht of er effectief gebruik van wordt gemaakt, die:

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder een grensoverschrijdende transactie:

3.

Lichamen zijn voor de toepassing van dit artikel gelieerde lichamen indien een lichaam, onmiddellijk of middellijk, deelneemt aan de leiding van of het toezicht op, dan wel in het kapitaal van een ander lichaam of indien eenzelfde persoon onmiddellijk of middellijk, deelneemt aan de leiding van of het toezicht op, dan wel in het kapitaal van het ene en het andere lichaam.

4.

Verrekenprijzen als bedoeld in het eerste lid zijn de prijzen die een lichaam aan gelieerde lichamen in rekening brengt voor de overdracht van materiële en immateriële goederen of voor het verlenen van diensten.

Hoofdstuk IA. Reikwijdte van inlichtingenuitwisseling

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Paragraaf 2. Renseignering

Paragraaf 2. Renseignering

Hoofdstuk II. Vormen van door Nederland te verlenen bijstand

Afdeling 2. Automatisch verstrekken van inlichtingen

Artikel 6d

1.

Onze Minister verstrekt op grond van Richtlijn 2011/16/EU de bevoegde autoriteit van elke lidstaat en de Europese Commissie automatisch de volgende inlichtingen over voorafgaande grensoverschrijdende rulings of voorafgaande verrekenprijsafspraken:

2.

In afwijking van het eerste lid worden de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, h en k, niet aan de Europese Commissie verstrekt.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op een voorafgaande grensoverschrijdende ruling ingeval deze uitsluitend betrekking heeft op belastingzaken van een of meer natuurlijke personen, tenzij:

4.

Het eerste lid is niet van toepassing op bilaterale of multilaterale voorafgaande verrekenprijsafspraken met derde landen indien het verdrag uit hoofde waarvan over de voorafgaande verrekenprijsafspraken is onderhandeld, niet toestaat dat deze verrekenprijsafspraken aan derden worden vrijgegeven. Ingeval de eerste volzin toepassing vindt, worden de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, verstrekt op basis van het verzoek dat tot de bilaterale of multilaterale voorafgaande verrekenprijsafspraak heeft geleid.

5.

Onze Minister verstrekt de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, onverwijld zodra de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak is afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd en:

6.

Het derde lid, onderdeel b, is niet van toepassing op voorafgaande grensoverschrijdende rulings inzake bronbelasting op door niet-ingezetenen genoten inkomsten als bedoeld in artikel 6b, eerste lid, onderdelen a, b en d.

Afdeling 3. Spontaan verstrekken van inlichtingen

Afdeling 4a. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen volgens de Common Reporting Standard

Afdeling 4ab. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies

Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand

Afdeling 4ad. Gegevensbescherming

Afdeling 1. Verzoeken om bijstand

Hoofdstuk IIIA. Overgangsrecht

Hoofdstuk IV. Slotbepaling

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 6e

1.

Onze Minister verstrekt op grond van Richtlijn 2011/16/EU automatisch het door een rapporterende entiteit die fiscaal inwoner is van Nederland aan de inspecteur verstrekte landenrapport, bedoeld in artikel 29e van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, aan de bevoegde autoriteit van elke lidstaat waarvan, blijkens de informatie in het landenrapport, een of meer groepsentiteiten van de multinationale groep van de rapporterende entiteit fiscaal inwoner zijn of waarin deze aan belasting zijn onderworpen met betrekking tot de activiteiten die via een vaste inrichting worden uitgeoefend.

2.

Onze Minister verstrekt het landenrapport, bedoeld in het eerste lid, binnen vijftien maanden na de laatste dag van het verslagjaar van de multinationale groep waarop het landenrapport betrekking heeft.

3.

Onze Minister stelt elke lidstaat in kennis van een bericht als bedoeld in artikel 29d, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

4.

Voor de toepassing van dit artikel worden de begrippen groepsentiteit, multinationale groep, rapporterende entiteit en verslagjaar opgevat in de zin van artikel 29b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Afdeling 3. Spontaan verstrekken van inlichtingen

Afdeling 4. Onderzoek in het kader van te verlenen bijstand

Afdeling 4. Onderzoek in het kader van te verlenen bijstand

Afdeling 4aa. Toegang tot antiwitwasinlichtingen

Afdeling 4aa. Toegang tot antiwitwasinlichtingen

Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand

Afdeling 1. Verzoeken om bijstand

Afdeling 4ad. Gegevensbescherming

Afdeling 4b. Strafbepaling en betekening

Afdeling 4b. Strafbepaling en betekening

Hoofdstuk IIIA. Overgangsrecht

Hoofdstuk IIIA. Overgangsrecht

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 10g

1.

Onze Minister verkrijgt met het oog op de tenuitvoerlegging en handhaving van de tot uitvoering van Richtlijn 2011/16/EU strekkende bepalingen van deze wet en de daarop berustende bepalingen en teneinde te waarborgen dat de administratieve samenwerking waarin Richtlijn 2011/16/EU voorziet, functioneert, desgevraagd binnen een door hem te stellen termijn en op een door hem te bepalen wijze toegang tot de mechanismen, procedures, documenten en overige inlichtingen, bedoeld in de artikelen 13, 30, 31, 32 bis en 40 van Richtlijn (EU) 2015/849, voor zover deze artikelen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op verkrijging van toegang met het oog op de tenuitvoerlegging en handhaving van artikel 2a en afdeling 4a en de daarop berustende bepalingen, alsmede met het oog op het nakomen van overeenkomsten met rechtsgebieden op grond waarvan het land Nederland de informatie, bedoeld in de artikelen 10b en 10c, aan die rechtsgebieden zal verstrekken.

Afdeling 4aa. Toegang tot antiwitwasinlichtingen

Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand

Afdeling 2. Automatisch en spontaan verkregen inlichtingen

Hoofdstuk IV. Slotbepaling

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2d

1.

Voor de toepassing van dit artikel, artikel 8, eerste lid, hoofdstuk II, afdeling 4ab, en de daarop berustende bepalingen en artikel 11 wordt verstaan onder:

2.

Voor zover voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, de main benefit test, bedoeld in bijlage IV, deel I, van Richtlijn 2011/16/EU, toepassing vindt, wordt aan die test voldaan indien kan worden aangetoond dat het belangrijkste voordeel dat of een van de belangrijkste voordelen die, gelet op alle relevante feiten en omstandigheden, redelijkerwijs te verwachten valt van een constructie het verkrijgen van een belastingvoordeel is.

Hoofdstuk IA. Reikwijdte van inlichtingenuitwisseling

Afdeling 1. Algemeen

Afdeling 2. Inkomsten uit spaargelden

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Paragraaf 3. Formele bepalingen

Hoofdstuk II. Vormen van door Nederland te verlenen bijstand

Artikel 6f

1.

Onze Minister verstrekt op grond van Richtlijn 2011/16/EU de bevoegde autoriteit van elke lidstaat automatisch de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 10h, tweede lid.

2.

Onze Minister verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, binnen een maand te rekenen vanaf het einde van het kwartaal waarin die gegevens en inlichtingen zijn verstrekt.

Afdeling 3. Spontaan verstrekken van inlichtingen

Afdeling 4a. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen volgens de Common Reporting Standard

Artikel 10h

1.

Een intermediair verstrekt aan Onze Minister over een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, waarvan hij kennis of bezit of waarover hij controle heeft, indien hij:

2.

De gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn, voor zover van toepassing:

3.

De intermediair, bedoeld in het eerste lid, stelt in het geval van marktklare constructies elke drie maanden een periodiek verslag op met een overzicht van nieuwe meldingsplichtige gegevens en inlichtingen als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdelen a, b, e, h en i, waarvan hij sinds het laatst ingediende verslag kennis, bezit of controle heeft gekregen en verstrekt dit aan Onze Minister.

4.

Indien de intermediair, bedoeld in het eerste lid, op grond van een met artikel 8 bis ter, eerste of tweede lid, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling verplicht is de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, ook aan de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat te verstrekken, worden die gegevens en inlichtingen alleen verstrekt aan de lidstaat die als eerste voorkomt op de lijst, bedoeld in artikel 8 bis ter, derde lid, van Richtlijn 2011/16/EU. De intermediair is ontheven van de verplichting, bedoeld in het eerste of derde lid, indien hij aannemelijk kan maken dat de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, aan de laatstbedoelde lidstaat zijn verstrekt.

5.

Artikel 53a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing. Als de intermediair, bedoeld in het eerste lid, zich op deze overeenkomstige toepassing beroept, stelt hij zijn cliënt, indien deze een intermediair is, of, bij gebreke daarvan, indien die cliënt de relevante belastingplichtige is, onverwijld in kennis van diens verplichtingen op grond van een met artikel 8 bis ter, eerste, tweede of zesde lid, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling.

6.

Bij afwezigheid van een intermediair geldt de verplichting, bedoeld in het eerste lid, voor de relevante belastingplichtige die:

7.

Het zesde lid is van overeenkomstige toepassing ingeval naast de intermediair of intermediairs die zich ingevolge het vijfde lid op de overeenkomstige toepassing van artikel 53a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of op een bepaling als bedoeld in artikel 8 bis ter, vijfde lid, van Richtlijn 2011/16/EU beroept, onderscheidenlijk beroepen, geen andere intermediair bij dezelfde meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is betrokken.

8.

Indien de relevante belastingplichtige, bedoeld in het zesde lid, op grond van een met artikel 8 bis ter, zesde lid, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling verplicht is de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, ook aan de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat te verstrekken, worden die gegevens en inlichtingen alleen verstrekt aan de lidstaat die als eerste voorkomt op de lijst, bedoeld in artikel 8 bis ter, zevende lid, van Richtlijn 2011/16/EU. De relevante belastingplichtige is ontheven van de verplichting, bedoeld in het zesde lid, indien hij aannemelijk kan maken dat de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, in de laatstbedoelde lidstaat zijn verstrekt.

9.

De intermediair, bedoeld in het eerste lid, is ontheven van de verplichting tot het verstrekken van de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, indien hij aannemelijk kan maken dat die gegevens en inlichtingen op grond van een met artikel 8 bis ter, eerste of tweede lid, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling door een andere intermediair zijn verstrekt.

10.

Indien sprake is van meer dan één relevante belastingplichtige met betrekking tot een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie rust de verplichting tot het verstrekken van de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, op de relevante belastingplichtige die als eerste voorkomt op de lijst, bedoeld in artikel 8 bis ter, tiende lid, van Richtlijn 2011/16/EU. De relevante belastingplichtige, bedoeld in het zesde lid, is ontheven van de verplichting tot het verstrekken van de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, indien hij aannemelijk kan maken dat die gegevens en inlichtingen op grond van een met artikel 8 bis ter, zesde lid, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling door een andere relevante belastingplichtige zijn verstrekt.

11.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het uiterste tijdstip en de wijze waarop de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, aan Onze Minister worden verstrekt.

Afdeling 4b. Strafbepaling en betekening

Afdeling 4aa. Toegang tot antiwitwasinlichtingen

Afdeling 4ab. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies

Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand

Afdeling 4aca. Verplichtingen ten behoeve van de verzameling en verificatie van inlichtingen over gebruikers door rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten en de rapportage daarvan

Afdeling 3. Onderzoek in het kader van verzoeken om bijstand

Afdeling 4. Algemene bepalingen

Hoofdstuk IIIA. Overgangsrecht

Hoofdstuk IV. Slotbepaling

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 10fa

Als sprake is van een overeenkomst of praktijk waarvan het primaire doel naar redelijkerwijs moet worden aangenomen is het omzeilen van een verplichting als bedoeld in deze afdeling of de daarop berustende bepalingen, geldt die verplichting alsof die overeenkomst, onderscheidenlijk die praktijk, er niet is.

Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand

Afdeling 6. Algemene bepalingen

Afdeling 4. Algemene bepalingen

Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand

Hoofdstuk IV. Slotbepaling

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2e

Voor de toepassing van dit artikel, artikel 6g, artikel 8, eerste lid, hoofdstuk II, afdeling 4ac, en de daarop berustende bepalingen en artikel 11 wordt verstaan onder:

Hoofdstuk IA. Reikwijdte van inlichtingenuitwisseling

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Paragraaf 3. Formele bepalingen

Hoofdstuk II. Vormen van door Nederland te verlenen bijstand

Artikel 5bis

1.

Voor een verzoek als bedoeld in artikel 5 zijn de verzochte inlichtingen naar verwachting van belang indien de bevoegde autoriteit van een verzoekende staat op het moment van het verzoek van oordeel is dat er overeenkomstig haar nationale wetgeving een redelijke mogelijkheid bestaat dat de verzochte inlichtingen van belang zullen zijn voor de belastingaangelegenheden van een of meerdere belastingplichtigen, bij naam geïdentificeerd of anderszins, en het verzoek gerechtvaardigd is voor de doeleinden van het onderzoek.

2.

Om het verwachte belang van de verzochte inlichtingen aan te tonen, verstrekt de bevoegde autoriteit van een verzoekende staat ten minste de volgende inlichtingen aan Onze Minister:

3.

Indien een verzoek als bedoeld in artikel 5 betrekking heeft op een groep belastingplichtigen die niet individueel kunnen worden geïdentificeerd, verstrekt de bevoegde autoriteit van een verzoekende staat aan Onze Minister ten minste de volgende inlichtingen:

Artikel 6g

1.

Onze Minister verstrekt op grond van Richtlijn 2011/16/EU de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is als bedoeld in bijlage V, deel II, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU en, indien de te rapporteren verkoper onroerende zaken verhuurt, in ieder geval aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarin de onroerende zaak is gelegen, automatisch de gegevens en inlichtingen, bedoeld in de artikelen 10j, tweede, derde, vijfde en negende lid, en 10l, derde en vijfde lid.

2.

Onze Minister verstrekt de gegevens en inlichtingen uiterlijk twee maanden na het einde van de rapportageperiode waarop de op de rapporterende platformexploitant toepasselijke rapportageverplichtingen betrekking hebben.

Afdeling 4bis. Gezamenlijke audits

Artikel 10i

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden verzamel- en verificatievereisten gesteld aan rapporterende platformexploitanten als bedoeld in de artikelen 10j, eerste lid, en 10l, tweede lid, met het oog op het door die platformexploitanten rapporteren van gegevens en inlichtingen als bedoeld in de artikelen 10j tot en met 10l, alsmede regels met betrekking tot de wijze waarop die gegevens en inlichtingen aan Onze Minister worden verstrekt.

Artikel 10j

1.

Een rapporterende platformexploitant die niet kiest voor rapportage in een andere lidstaat als bedoeld in artikel 10k rapporteert aan Onze Minister de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, met betrekking tot de rapportageperiode uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin een verkoper als te rapporteren verkoper is aangemerkt, ingeval die rapporterende platformexploitant fiscaal ingezetene is van Nederland of, indien dat niet het geval is en die rapporterende platformexploitant ook geen fiscaal ingezetene is van een lidstaat, voldoet aan de voorwaarde dat:

2.

De gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn met betrekking tot de rapporterende platformexploitant zelf:

3.

De gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn met betrekking tot elke te rapporteren verkoper die ingezetene is als bedoeld in bijlage V, deel II, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU van een lidstaat en een andere relevante activiteit heeft verricht dan de verhuur van onroerende zaken:

4.

De gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn met betrekking tot elke te rapporteren verkoper die een andere relevante activiteit heeft verricht dan de verhuur van onroerende zaken en die ingezetene is als bedoeld in deel II, paragraaf D, OESO-modelregels van een niet-Unierechtsgebied dat een van kracht zijnde adequate overeenkomst heeft met Nederland die voorziet in de wederkerige uitwisseling van gelijkwaardige inlichtingen tussen Nederland en die staat:

5.

De gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn met betrekking tot elke te rapporteren verkoper die ingezetene is als bedoeld in bijlage V, deel II, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU van een lidstaat en als relevante activiteit de verhuur van onroerende zaken heeft verricht:

6.

De gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn met betrekking tot elke te rapporteren verkoper die als relevante activiteit de verhuur van onroerende zaken heeft verricht en die ingezetene is als bedoeld in deel II, paragraaf D, OESO-modelregels van een niet-Unierechtsgebied dat een van kracht zijnde adequate overeenkomst heeft met Nederland die voorziet in de wederkerige uitwisseling van gelijkwaardige inlichtingen tussen Nederland en die staat:

7.

De inlichtingen met betrekking tot de tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd in een fiduciaire valuta worden gerapporteerd in de munt waarin zij is betaald of gecrediteerd. Ingeval de tegenprestatie is betaald of gecrediteerd in een andere vorm dan een fiduciaire valuta, worden de inlichtingen gerapporteerd in de lokale munt, waarbij zij worden omgezet of gewaardeerd in die munt op een door de rapporterende platformexploitant consistent vastgestelde wijze.

8.

De rapporterende platformexploitant, bedoeld in het eerste lid, is ontheven van de verplichting tot het rapporteren van de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede, derde,vierde, vijfde en zesde lid, aan Onze Minister indien hij aannemelijk maakt dat die gegevens en inlichtingen bedoeld in het tweede, derde en vijfde lid op grond van een met artikel 8 bis quater, eerste lid, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling door een andere rapporterende platformexploitant zijn gerapporteerd.

9.

In afwijking van het derde lid, onderdeel a, en het vijfde lid, onderdeel a, rapporteert de rapporterende platformexploitant de naam van de te rapporteren verkoper, de identificatiecode of identificatiecodes van de identificatiedienst voor rapporterende platformexploitanten en de lidstaat of lidstaten van afgifte indien de rapporterende platformexploitant gebruik heeft gemaakt van een identificatiedienst voor rapporterende platformexploitanten om de identiteit en alle fiscale woonplaatsen van de te rapporteren verkoper vast te stellen.

Artikel 10k

1.

Een rapporterende platformexploitant die zowel in Nederland als in een of meer andere lidstaten voldoet aan een met bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 4, subonderdeel a, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling kiest in welke van die lidstaten hij de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 10j, tweede, derde en vijfde lid, rapporteert.

2.

De rapporterende platformexploitant, bedoeld in het eerste lid, stelt alle bevoegde autoriteiten van de lidstaten ten aanzien waarvan hij voldoet aan een met bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 4, subonderdeel a, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling in kennis van zijn keuze als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 10l

1.

Een rapporterende platformexploitant als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, punt 4, subonderdeel b, van Richtlijn 2011/16/EU registreert zich bij de aanvang van zijn activiteit als rapporterende platformexploitant of op het moment waarop hij als rapporterende platformexploitant kwalificeert bij de bevoegde autoriteit van een lidstaat.

2.

Indien de rapporterende platformexploitant, bedoeld in het eerste lid, ervoor kiest zich in Nederland te registreren, kent Onze Minister hem een individueel registratienummer toe. Onze Minister deelt dit individueel registratienummer via elektronische weg mee aan de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten.

3.

De rapporterende platformexploitant, bedoeld in het tweede lid, verstrekt aan Onze Minister de volgende inlichtingen:

4.

De rapporterende platformexploitant, bedoeld in het tweede lid, stelt Onze Minister in kennis van iedere wijziging die zich voordoet ten aanzien van de inlichtingen, bedoeld in het derde lid.

5.

De rapporterende platformexploitant, bedoeld in het tweede lid, rapporteert aan Onze Minister de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het derde lid en in artikel 10j, derde, vijfde of negende lid, met betrekking tot de rapportageperiode uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper als te rapporteren verkoper is aangemerkt.

6.

De rapporterende platformexploitant, bedoeld in het tweede lid, rapporteert aan Onze Minister de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het derde lid en in artikel 10j, vierde en zesde lid, met betrekking tot de rapportageperiode uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper als te rapporteren verkoper is aangemerkt.

7.

In afwijking van het vijfde lid is de rapporterende platformexploitant, bedoeld in het tweede lid, niet verplicht de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 10j, derde, vijfde of negende lid, aan Onze Minister te rapporteren die betrekking hebben op gekwalificeerde relevante activiteiten die vallen onder een van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten, die reeds voorziet in de automatische uitwisseling van gelijkwaardige inlichtingen met een lidstaat over te rapporteren verkopers die ingezetene zijn van die lidstaat.

8.

Artikel 10j, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de rapporterende platformexploitant, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 10m

1.

Onze Minister verwijdert een rapporterende platformexploitant uit het centraal register indien:

2.

Indien de rapporterende platformexploitant, bedoeld in artikel 10l, tweede lid, na twee aanmaningen van Onze Minister niet voldoet aan de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 10l, derde tot en met vijfde lid, trekt Onze Minister de registratie, bedoeld in artikel 10l, tweede lid, in.

3.

De intrekking, bedoeld in het tweede lid vindt niet eerder plaats dan na het verstrijken van dertig dagen na de tweede aanmaning en niet later dan na het verstrijken van negentig dagen na die aanmaning.

4.

Een rapporterende platformexploitant als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 4, subonderdeel b, van Richtlijn 2011/16/EU ten aanzien van wie de registratie is ingetrokken op grond van een met artikel 8 bis quater, vierde lid, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling, kan zich enkel in Nederland registreren indien hij aan Onze Minister passende waarborgen verstrekt inzake zijn vaste voornemen om te voldoen aan de rapportageverplichtingen, bedoeld in artikel 10l, derde tot en met vijfde lid.

Artikel 10n

Indien Onze Minister vaststelt dat een platformexploitant een uitgesloten platformexploitant is, stelt hij de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten daarvan, alsmede van eventuele latere wijzigingen, in kennis.

Artikel 10o

Onverminderd artikel 10p, verstrekt een rapporterende platformexploitant als bedoeld in de artikelen 10j, eerste lid, en 10l, tweede lid, de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 10j, derde, vierde, vijfde en zesde lid, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper is aangemerkt als een te rapporteren verkoper tevens aan de te rapporteren verkoper waarop die gegevens en inlichtingen betrekking hebben.

Artikel 10p

Elke rapporterende financiële instelling als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel a, intermediair als bedoeld in artikel 10h, eerste lid, rapporterende platformexploitant als bedoeld in de artikelen 10j, eerste lid, of 10l, tweede lid, of rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten als bedoeld in de artikelen 10ob, eerste of tweede lid, of 10od, vierde lid, is gehouden:

Artikel 10q

1.

Indien een gegevensinbreuk in Nederland plaatsvindt, meldt Onze Minister die inbreuk en alle daaropvolgende corrigerende maatregelen onverwijld aan de Europese Commissie.

2.

Indien de gegevensinbreuk niet onmiddellijk en op passende wijze onder controle kan worden gebracht, verzoekt Onze Minister de Europese Commissie schriftelijk om een schorsing van de toegang tot het CCN-netwerk voor de toepassing van deze wet.

3.

Onze Minister kan de uitwisseling van inlichtingen met een lidstaat waar een gegevensinbreuk heeft plaatsgevonden schorsen door de Europese Commissie en de betrokken lidstaat daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Een dergelijke schorsing wordt onmiddellijk van kracht.

Afdeling 5. Medewerking in het kader van te verlenen bijstand

Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand

Afdeling 1. Verzoeken om bijstand

Afdeling 2. Automatisch en spontaan verkregen inlichtingen

Afdeling 3. Onderzoek in het kader van verzoeken om bijstand

Afdeling 3. Onderzoek in het kader van verzoeken om bijstand

Afdeling 4. Algemene bepalingen

Hoofdstuk IIIA. Overgangsrecht

Hoofdstuk IV. Slotbepaling

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 10bis

1.

Onze Minister kan door de bevoegde autoriteit van een of meer verzoekende lidstaten worden verzocht een gezamenlijke audit uit te voeren.

2.

Onze Minister reageert op het verzoek binnen een termijn van 60 dagen na ontvangst van dat verzoek. Onze Minister kan het verzoek om gemotiveerde redenen verwerpen.

3.

Een gezamenlijke audit die in Nederland plaatsvindt, wordt uitgevoerd op een vooraf door Onze Minister en de bevoegde autoriteit van een of meer verzoekende lidstaten overeengekomen en gecoördineerde wijze, met inbegrip van taalregelingen, en in overeenstemming met de Nederlandse wetgeving en de in Nederland geldende procedures.

4.

Onverminderd het derde lid:

5.

Onze Minister wijst een vertegenwoordiger aan die voor Nederland wordt belast met het toezicht op en de coördinatie van de activiteiten van een gezamenlijke audit in Nederland.

6.

De rechten en plichten van door de bevoegde autoriteit van een of meer verzoekende lidstaten gemachtigde ambtenaren die deelnemen aan een gezamenlijke audit in Nederland worden, in geval van hun aanwezigheid bij die activiteiten, vastgesteld overeenkomstig de Nederlandse wetgeving. De ambtenaren zijn gehouden aan de Nederlandse wetgeving en oefenen in ieder geval geen bevoegdheden uit die verder gaan dan de bevoegdheden die aan hen krachtens de wetgeving van hun lidstaat zijn verleend.

Artikel 10ter

1.

Indien wordt overgegaan tot een gezamenlijke audit als bedoeld in artikel 10bis, eerste lid, streeft Onze Minister ernaar met de bevoegde autoriteit van een of meer verzoekende lidstaten overeenstemming te bereiken over:

2.

De bevindingen van de gezamenlijke audit worden opgenomen in een eindverslag.

3.

In het eindverslag worden ook de punten opgenomen waarover Onze Minister en de bevoegde autoriteit van een of meer verzoekende lidstaten het eens zijn. Deze punten worden in aanmerking genomen bij de relevante instrumenten die Onze Minister naar aanleiding van de gezamenlijke audit kan uitvaardigen.

4.

De geauditeerde persoon wordt binnen zestig dagen na het uitbrengen van het eindverslag in kennis gesteld van het resultaat van de gezamenlijke audit en krijgt een kopie van dat eindverslag.

5.

De handelingen die Onze Minister verricht naar aanleiding van een gezamenlijke audit, alsmede eventuele verdere procedures, vinden plaats overeenkomstig de Nederlandse wetgeving.

Afdeling 4aa. Toegang tot antiwitwasinlichtingen

Afdeling 1. Verzoeken om bijstand

Afdeling 2. Automatisch en spontaan verkregen inlichtingen

Afdeling 3a. Gezamenlijke audits

Artikel 27a

Onze Minister kan de bevoegde autoriteit van een lidstaat verzoeken een gezamenlijke audit uit te voeren.

Afdeling 4. Algemene bepalingen

Hoofdstuk IIIA. Overgangsrecht

Hoofdstuk IV. Slotbepaling

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2f

Voor de toepassing van dit artikel, artikel 6h, artikel 8, eerste lid, hoofdstuk II, afdeling 4aca, en de daarop berustende bepalingen, artikel 10r en artikel 11 wordt verstaan onder:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)