Wet van 24 april 1986, op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen
- b. indien een te rapporteren persoon als bedoeld in onderdeel a een natuurlijk persoon is: de geboortedatum en de geboorteplaats van die persoon en of die persoon een geldige eigen verklaring heeft verstrekt;
- c. indien de rekeninghouder een entiteit is waarvan op grond van de identificatie- en rapportagevoorschriften, bedoeld in artikel 10a, is vastgesteld dat deze een of meer uiteindelijk belanghebbenden heeft die een te rapporteren persoon is, onderscheidenlijk zijn:
- 1°. de naam, het adres, de fiscale woonstaat en het fiscale identificatienummer van die entiteit;
- 2°. de naam, het adres, de fiscale woonstaat, het fiscale identificatienummer, de geboortedatum en de geboorteplaats van die te rapporteren persoon;
- 3°. de rol of rollen op grond waarvan elke te rapporteren persoon een uiteindelijk belanghebbende van die entiteit is;
- 4°. of voor elke te rapporteren persoon een geldige eigen verklaring is verstrekt;
- d. of de te rapporteren rekening een gezamenlijke rekening is en, indien dat het geval is, het aantal gezamenlijke rekeninghouders;
- e. het rekeningnummer of, bij het ontbreken van een rekeningnummer, het functionele equivalent daarvan, het soort rekening en of het om een bestaande of nieuwe rekening gaat;
- f. de naam en het identificatienummer van de rapporterende financiële instelling;
- g. het saldo of de waarde van de rekening, in geval van een kapitaalverzekering of lijfrenteverzekering met inbegrip van de geldswaarde of waarde bij afkoop, aan het eind van het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd, of, indien de rekening tijdens dat jaar of die periode werd opgeheven, het feit dat de rekening werd opgeheven.
Een rapporterende financiële instelling vermeldt bij de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, ten aanzien van elk bedrag de valuta waarin het bedrag is uitgedrukt.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het uiterste tijdstip en de wijze waarop de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, aan Onze Minister worden verstrekt.
Artikel 10c
Een rapporterende financiële instelling verstrekt jaarlijks ter zake van elke bij haar aangehouden te rapporteren rekening aan Onze Minister, naast de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, de volgende gegevens en inlichtingen:
- a. indien het een bewaarrekening betreft:
- 1°. het op of ter zake van die rekening gestorte of bijgeschreven totale brutobedrag aan rente, totale brutobedrag aan dividenden en totale brutobedrag aan overige inkomsten gegenereerd met betrekking tot de activa op de rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd;
- 2°. de totale bruto-opbrengsten van de verkoop, terugbetaling of afkoop van financiële activa, die zijn gestort of bijgeschreven op die rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd ter zake waarvan de rapporterende financiële instelling voor de rekeninghouder optrad als bewaarder, makelaar, vertegenwoordiger of anderszins als gevolmachtigde;
- b. indien het een depositorekening betreft: het totale brutobedrag aan rente dat is gestort of bijgeschreven op die rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd;
- c. indien het een andere rekening betreft dan bedoeld in de onderdelen a en b: het totale brutobedrag dat is betaald of bijgeschreven op die rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd ter zake waarvan de rapporterende financiële instelling een betalingsverplichting heeft of debiteur is, met inbegrip van het totaalbedrag aan afbetalingen aan de rekeninghouder van die rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover wordt gerapporteerd;
- d. indien het een aandelenbelang betreft als bedoeld in bijlage I, deel VIII, onderdeel C, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU in een beleggingsentiteit als bedoeld in bijlage I, deel VIII, onderdeel A, onder 6 bis, van Richtlijn 2011/16/EU die een juridische constructie is: de rol of rollen op grond waarvan de te rapporteren persoon een houder van een aandelenbelang is.
Artikel 10b, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, hoeft een rapporterende financiële instelling de bruto-opbrengsten niet te rapporteren voor zover zij die opbrengsten met toepassing van de bepalingen van hoofdstuk II, afdeling 4aca, rapporteert, tenzij zij voor een bepaalde groep te rapporteren rekeningen anders besluit.
Artikel 10d
In afwijking van artikel 10b, eerste lid, onderdelen a, b en c, is een rapporterende financiële instelling ter zake van een bestaande rekening niet verplicht het fiscale identificatienummer of de geboortedatum van de te rapporteren persoon of de rekeninghouder te verstrekken indien dat fiscale identificatienummer, onderscheidenlijk die geboortedatum, niet in het dossier van de rapporterende financiële instelling voorhanden is en de rapporterende financiële instelling niet uit hoofde van andere wetgeving of enig rechtsinstrument van de Europese Unie verplicht is dat gegeven te verzamelen.
Een rapporterende financiële instelling verricht redelijke inspanningen om aan het einde van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarin een bestaande rekening als te rapporteren rekening is aangemerkt en telkens wanneer de informatie betreffende die rekening op grond van het bij of krachtens de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme gestelde moet worden bijgewerkt het fiscale identificatienummer, bedoeld in het eerste lid, en de geboortedatum, bedoeld in het eerste lid, te verkrijgen.
Artikel 10e
In afwijking van artikel 10b, eerste lid, onderdelen a en c, is een rapporterende financiële instelling niet verplicht het fiscale identificatienummer van een te rapporteren persoon of een rekeninghouder te verstrekken indien de fiscale woonstaat van die te rapporteren persoon, onderscheidenlijk van die rekeninghouder, hem geen fiscaal identificatienummer heeft verstrekt.
Artikel 10f
In afwijking van artikel 10b, eerste lid, onderdeel b, is een rapporterende financiële instelling niet verplicht de geboorteplaats van een te rapporteren persoon te verstrekken, tenzij:
- a. de rapporterende financiële instelling krachtens andere wetgeving of uit hoofde van een rechtsinstrument van de Europese Unie dat van kracht is of op 5 januari 2015 van kracht was, verplicht is of was die geboorteplaats te verkrijgen en te rapporteren, en
- b. de geboorteplaats beschikbaar is in de elektronisch doorzoekbare gegevens die door de rapporterende financiële instelling worden beheerd.
Afdeling 4b. Strafbepaling en betekening
Afdeling 4a. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen volgens de Common Reporting Standard
Afdeling 4a. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen volgens de Common Reporting Standard
Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand
Afdeling 6. Algemene bepalingen
Afdeling 4ab. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies
Afdeling 1. Verzoeken om bijstand
Afdeling 4. Algemene bepalingen
Hoofdstuk IV. Slotbepaling
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 34a
De artikelen 2, eerste lid, onderdelen e en g, 4a tot en met 4k, 4m tot en met 4p, 6a en 14, vijfde lid, en de daarop gebaseerde bepalingen, zoals deze op 31 december 2015 luidden, zijn van overeenkomstige toepassing ter zake van rentebetalingen die vóór 1 januari 2016 hebben plaatsgevonden.
De artikelen 2, eerste lid, onderdeel e, 4l en 4n, zoals deze op 31 december 2015 luidden, zijn van overeenkomstige toepassing op een verzoek als bedoeld in artikel 4l in verband met rentebetalingen die zijn gedaan na 31 december 2015.
Hoofdstuk IV. Slotbepaling
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2b
Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 6d wordt verstaan onder een voorafgaande grensoverschrijdende ruling: een uitlating door of namens de inspecteur, dan wel Onze Minister, ongeacht of er effectief gebruik van wordt gemaakt, die:
- a. is gedaan ten aanzien van een persoon of groep van personen die zich daarop kan, onderscheidenlijk kunnen, beroepen;
- b. de interpretatie of toepassing betreft van een wettelijke bepaling ter uitvoering of handhaving van de nationale belastingwetgeving;
- c. betrekking heeft op een grensoverschrijdende transactie, op de mogelijke aanwezigheid van een vaste inrichting in Nederland of in een ander rechtsgebied of op een natuurlijk persoon die op grond van een door de inspecteur dan wel Onze Minister afgegeven ruling al dan niet fiscaal ingezetene van Nederland is; en
- d. eerder tot stand is gekomen dan:
- 1°. de grensoverschrijdende transactie;
- 2°. de activiteiten in Nederland of in een ander rechtsgebied op grond waarvan mogelijkerwijs sprake is van een vaste inrichting; of
- 3°. de indiening van een belastingaangifte voor het tijdvak waarin de grensoverschrijdende transactie of de activiteiten in Nederland of in een ander rechtsgebied hebben plaatsgevonden.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder een grensoverschrijdende transactie:
- a. een transactie of reeks van transacties waarbij niet alle partijen bij de transactie of reeks van transacties hun fiscale woonplaats hebben in Nederland;
- b. een transactie of reeks van transacties waarbij een of meer van de partijen bij de transactie of reeks van transacties hun fiscale woonplaats tegelijkertijd in Nederland en in een ander rechtsgebied hebben;
- c. een transactie of reeks van transacties waarbij een van de partijen bij de transactie of reeks van transacties met een fiscale woonplaats in Nederland haar bedrijf uitoefent via een vaste inrichting in een ander rechtsgebied dan Nederland en de transactie of reeks van transacties alle of een deel van de activiteiten van de vaste inrichting uitmaakt, onderscheidenlijk uitmaken, waaronder tevens begrepen de regelingen die worden getroffen door een persoon ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten die hij in een ander rechtsgebied via een vaste inrichting uitoefent;
- d. een transactie of reeks van transacties die een grensoverschrijdend effect heeft, onderscheidenlijk hebben.
Artikel 2c
Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 6d wordt verstaan onder een voorafgaande verrekenprijsafspraak: een uitlating door of namens de inspecteur, dan wel Onze Minister, ongeacht of er effectief gebruik van wordt gemaakt, die:
- a. is gedaan ten aanzien van een persoon of groep van personen die zich daarop kan, onderscheidenlijk kunnen, beroepen;
- b. voordat grensoverschrijdende transacties tussen gelieerde lichamen hebben plaatsgevonden, een passende reeks criteria vaststelt voor de bepaling van de verrekenprijzen voor die transacties of voor de toerekening van winsten aan een vaste inrichting.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder een grensoverschrijdende transactie:
- a. een transactie of reeks van transacties tussen gelieerde lichamen die niet allemaal hun fiscale woonplaats in Nederland hebben; of
- b. een transactie of reeks van transacties die een grensoverschrijdend effect heeft, onderscheidenlijk hebben.
Lichamen zijn voor de toepassing van dit artikel gelieerde lichamen indien een lichaam, onmiddellijk of middellijk, deelneemt aan de leiding van of het toezicht op, dan wel in het kapitaal van een ander lichaam of indien eenzelfde persoon onmiddellijk of middellijk, deelneemt aan de leiding van of het toezicht op, dan wel in het kapitaal van het ene en het andere lichaam.
Verrekenprijzen als bedoeld in het eerste lid zijn de prijzen die een lichaam aan gelieerde lichamen in rekening brengt voor de overdracht van materiële en immateriële goederen of voor het verlenen van diensten.
Hoofdstuk IA. Reikwijdte van inlichtingenuitwisseling
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Paragraaf 2. Renseignering
Paragraaf 2. Renseignering
Hoofdstuk II. Vormen van door Nederland te verlenen bijstand
Afdeling 2. Automatisch verstrekken van inlichtingen
Artikel 6d
Onze Minister verstrekt op grond van Richtlijn 2011/16/EU de bevoegde autoriteit van elke lidstaat en de Europese Commissie automatisch de volgende inlichtingen over voorafgaande grensoverschrijdende rulings of voorafgaande verrekenprijsafspraken:
- a. de identificatiegegevens van de relevante persoon, niet zijnde een natuurlijke persoon, tenzij de voorafgaande grensoverschrijdende ruling betrekking heeft op een natuurlijk persoon en overeenkomstig het derde lid wordt verstrekt, en in voorkomend geval van de groep personen waartoe deze behoort;
- b. een samenvatting van de inhoud van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak, waaronder een algemene omschrijving van de relevante zakelijke activiteiten of transacties of reeks van transacties, alsook alle andere inlichtingen die voor de bevoegde autoriteit van de lidstaat nuttig kunnen zijn bij de evaluatie van een mogelijk belastingrisico, met dien verstande dat die verstrekking niet mag leiden tot de openbaarmaking van:
- 1°. een commercieel, industrieel of beroepsgeheim;
- 2°. inlichtingen indien de openbare orde van de Nederlandse staat zich daartegen verzet;
- c. de datum waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak is afgegeven, gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;
- d. de aanvangsdatum van de geldigheidsperiode van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak, indien vermeld;
- e. de einddatum van de geldigheidsperiode van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak, indien vermeld;
- f. het type grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak;
- g. het bedrag van de transactie of reeks van transacties waar de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak op ziet, indien dit bedrag in de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak is vermeld;
- h. in het geval van een voorafgaande verrekenprijsafspraak: de beschrijving van de criteria die zijn gebruikt voor de verrekenprijsvaststelling of de verrekenprijs zelf;
- i. in het geval van een voorafgaande verrekenprijsafspraak: de methode die wordt gebruikt voor de verrekenprijsvaststelling of de verrekenprijs zelf;
- j. de namen van andere lidstaten, indien van toepassing, waarvoor de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of de voorafgaande verrekenprijsafspraak naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn;
- k. de personen, niet zijnde natuurlijke personen, tenzij de voorafgaande grensoverschrijdende ruling betrekking heeft op een natuurlijk persoon en overeenkomstig het derde lid wordt verstrekt, in andere lidstaten, indien van toepassing, voor wie de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of de voorafgaande verrekenprijsafspraak naar alle waarschijnlijkheid van belang zal zijn en de vermelding met welke lidstaten de betrokken personen in dat geval verbonden zijn;
- l. de vermelding of de verstrekte inlichtingen gebaseerd zijn op de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of de voorafgaande verrekenprijsafspraak zelf, dan wel op het verzoek, bedoeld in het vierde lid.
In afwijking van het eerste lid worden de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, h en k, niet aan de Europese Commissie verstrekt.
Het eerste lid is niet van toepassing op een voorafgaande grensoverschrijdende ruling ingeval deze uitsluitend betrekking heeft op belastingzaken van een of meer natuurlijke personen, tenzij:
- a. het bedrag van de transactie of reeks van transacties van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling groter is dan € 1.500.000 of het equivalent daarvan in een andere valuta, indien dat bedrag wordt vermeld in de voorafgaande grensoverschrijdende ruling; of
- b. de voorafgaande grensoverschrijdende ruling bepaalt of een persoon al dan niet fiscaal ingezetene van Nederland is.
Het eerste lid is niet van toepassing op bilaterale of multilaterale voorafgaande verrekenprijsafspraken met derde landen indien het verdrag uit hoofde waarvan over de voorafgaande verrekenprijsafspraken is onderhandeld, niet toestaat dat deze verrekenprijsafspraken aan derden worden vrijgegeven. Ingeval de eerste volzin toepassing vindt, worden de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, verstrekt op basis van het verzoek dat tot de bilaterale of multilaterale voorafgaande verrekenprijsafspraak heeft geleid.
Onze Minister verstrekt de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, onverwijld zodra de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak is afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd en:
- a. ingeval de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak in het eerste halfjaar van een kalenderjaar is afgegeven, gemaakt, gewijzigd of hernieuwd: uiterlijk binnen drie maanden na afloop van dat eerste halfjaar;
- b. ingeval de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak in het tweede halfjaar van een kalenderjaar is afgegeven, gemaakt, gewijzigd of hernieuwd: uiterlijk binnen drie maanden na afloop van dat kalenderjaar.
Het derde lid, onderdeel b, is niet van toepassing op voorafgaande grensoverschrijdende rulings inzake bronbelasting op door niet-ingezetenen genoten inkomsten als bedoeld in artikel 6b, eerste lid, onderdelen a, b en d.
Afdeling 3. Spontaan verstrekken van inlichtingen
Afdeling 4a. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen volgens de Common Reporting Standard
Afdeling 4ab. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies
Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand
Afdeling 4ad. Gegevensbescherming
Afdeling 1. Verzoeken om bijstand
Hoofdstuk IIIA. Overgangsrecht
Hoofdstuk IV. Slotbepaling
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 6e
Onze Minister verstrekt op grond van Richtlijn 2011/16/EU automatisch het door een rapporterende entiteit die fiscaal inwoner is van Nederland aan de inspecteur verstrekte landenrapport, bedoeld in artikel 29e van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, aan de bevoegde autoriteit van elke lidstaat waarvan, blijkens de informatie in het landenrapport, een of meer groepsentiteiten van de multinationale groep van de rapporterende entiteit fiscaal inwoner zijn of waarin deze aan belasting zijn onderworpen met betrekking tot de activiteiten die via een vaste inrichting worden uitgeoefend.
Onze Minister verstrekt het landenrapport, bedoeld in het eerste lid, binnen vijftien maanden na de laatste dag van het verslagjaar van de multinationale groep waarop het landenrapport betrekking heeft.
Onze Minister stelt elke lidstaat in kennis van een bericht als bedoeld in artikel 29d, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Voor de toepassing van dit artikel worden de begrippen groepsentiteit, multinationale groep, rapporterende entiteit en verslagjaar opgevat in de zin van artikel 29b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Afdeling 3. Spontaan verstrekken van inlichtingen
Afdeling 4. Onderzoek in het kader van te verlenen bijstand
Afdeling 4. Onderzoek in het kader van te verlenen bijstand
Afdeling 4aa. Toegang tot antiwitwasinlichtingen
Afdeling 4aa. Toegang tot antiwitwasinlichtingen
Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand
Afdeling 1. Verzoeken om bijstand
Afdeling 4ad. Gegevensbescherming
Afdeling 4b. Strafbepaling en betekening
Afdeling 4b. Strafbepaling en betekening
Hoofdstuk IIIA. Overgangsrecht
Hoofdstuk IIIA. Overgangsrecht
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 10g
Onze Minister verkrijgt met het oog op de tenuitvoerlegging en handhaving van de tot uitvoering van Richtlijn 2011/16/EU strekkende bepalingen van deze wet en de daarop berustende bepalingen en teneinde te waarborgen dat de administratieve samenwerking waarin Richtlijn 2011/16/EU voorziet, functioneert, desgevraagd binnen een door hem te stellen termijn en op een door hem te bepalen wijze toegang tot de mechanismen, procedures, documenten en overige inlichtingen, bedoeld in de artikelen 13, 30, 31, 32 bis en 40 van Richtlijn (EU) 2015/849, voor zover deze artikelen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op verkrijging van toegang met het oog op de tenuitvoerlegging en handhaving van artikel 2a en afdeling 4a en de daarop berustende bepalingen, alsmede met het oog op het nakomen van overeenkomsten met rechtsgebieden op grond waarvan het land Nederland de informatie, bedoeld in de artikelen 10b en 10c, aan die rechtsgebieden zal verstrekken.
Afdeling 4aa. Toegang tot antiwitwasinlichtingen
Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand
Afdeling 2. Automatisch en spontaan verkregen inlichtingen
Hoofdstuk IV. Slotbepaling
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2d
Voor de toepassing van dit artikel, artikel 8, eerste lid, hoofdstuk II, afdeling 4ab, en de daarop berustende bepalingen en artikel 11 wordt verstaan onder:
- a. grensoverschrijdende constructie: een constructie als bedoeld in artikel 3, achttiende lid, van Richtlijn 2011/16/EU;
- b. meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie: een grensoverschrijdende constructie als bedoeld in artikel 3, negentiende lid, van Richtlijn 2011/16/EU;
- c. wezenskenmerk: een eigenschap of kenmerk van een grensoverschrijdende constructie die geldt als een indicatie van een mogelijk risico op belastingontwijking als bedoeld in bijlage IV van Richtlijn 2011/16/EU;
- d. intermediair: een persoon als bedoeld in artikel 3, eenentwintigste lid, van Richtlijn 2011/16/EU;
- e. relevante belastingplichtige: een persoon als bedoeld in artikel 3, tweeëntwintigste lid, van Richtlijn 2011/16/EU;
- f. verbonden onderneming: een persoon die gelieerd is aan een andere persoon als bedoeld in artikel 3, drieëntwintigste lid, van Richtlijn 2011/16/EU;
- g. marktklare constructie: een grensoverschrijdende constructie als bedoeld in artikel 3, vierentwintigste lid, van Richtlijn 2011/16/EU;
- h. constructie op maat: een grensoverschrijdende constructie als bedoeld in artikel 3, vijfentwintigste lid, van Richtlijn 2011/16/EU;
- i. cliënt: een persoon als bedoeld in artikel 3, onder 31, van Richtlijn 2011/16/EU.
Voor zover voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, de main benefit test, bedoeld in bijlage IV, deel I, van Richtlijn 2011/16/EU, toepassing vindt, wordt aan die test voldaan indien kan worden aangetoond dat het belangrijkste voordeel dat of een van de belangrijkste voordelen die, gelet op alle relevante feiten en omstandigheden, redelijkerwijs te verwachten valt van een constructie het verkrijgen van een belastingvoordeel is.
Hoofdstuk IA. Reikwijdte van inlichtingenuitwisseling
Afdeling 1. Algemeen
Afdeling 2. Inkomsten uit spaargelden
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Paragraaf 3. Formele bepalingen
Hoofdstuk II. Vormen van door Nederland te verlenen bijstand
Artikel 6f
Onze Minister verstrekt op grond van Richtlijn 2011/16/EU de bevoegde autoriteit van elke lidstaat automatisch de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 10h, tweede lid.
Onze Minister verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, binnen een maand te rekenen vanaf het einde van het kwartaal waarin die gegevens en inlichtingen zijn verstrekt.
Afdeling 3. Spontaan verstrekken van inlichtingen
Afdeling 4a. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen volgens de Common Reporting Standard
Artikel 10h
Een intermediair verstrekt aan Onze Minister over een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, waarvan hij kennis of bezit of waarover hij controle heeft, indien hij:
- a. fiscaal inwoner is van Nederland;
- b. een vaste inrichting heeft in Nederland door middel waarvan de diensten met betrekking tot de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie, bedoeld in het tweede lid, worden verleend;
- c. is opgericht naar Nederlands recht of onder de toepassing van de Nederlandse wetgeving valt; of
- d. in Nederland is ingeschreven bij een beroepsorganisatie in verband met de verlening van juridische, fiscale of adviesdiensten.
De gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn, voor zover van toepassing:
- a. de naam, de fiscale woonplaats en het fiscale identificatienummer van de intermediair, met uitzondering van de intermediair die zich met vrucht kan beroepen op artikel 53a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, relevante belastingplichtige en, indien relevant, personen die een verbonden onderneming vormen met de relevante belastingplichtige;
- b. indien de intermediair of de relevante belastingplichtige een natuurlijk persoon is: de geboortedatum en de geboorteplaats van die persoon;
- c. nadere bijzonderheden over de wezenskenmerken op grond waarvan de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie gemeld moet worden;
- d. een samenvatting van de inhoud van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie, met onder meer de benaming waaronder zij algemeen bekendstaat, indien voorhanden, en een beschrijving van de relevante constructies, alsook alle andere inlichtingen die voor de bevoegde autoriteit van belang kunnen zijn bij het beoordelen van een mogelijk belastingrisico, die niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handelsgeheim, bedrijfsgeheim, nijverheidsgeheim of beroepsgeheim of een fabriekswerkwijze of handelswerkwijze, of van inlichtingen waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde;
- e. de datum waarop de eerste stap van de implementatie van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is of zal worden gezet;
- f. nadere bijzonderheden van de nationale bepalingen die aan de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie ten grondslag liggen;
- g. de waarde van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie;
- h. de lidstaat van de relevante belastingplichtige en eventuele andere lidstaten waarop de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn;
- i. de identificatiegegevens van andere personen in een lidstaat op wie de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn, waarbij wordt vermeld met welke lidstaten die personen een relatie hebben.
De intermediair, bedoeld in het eerste lid, stelt in het geval van marktklare constructies elke drie maanden een periodiek verslag op met een overzicht van nieuwe meldingsplichtige gegevens en inlichtingen als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdelen a, b, e, h en i, waarvan hij sinds het laatst ingediende verslag kennis, bezit of controle heeft gekregen en verstrekt dit aan Onze Minister.
Indien de intermediair, bedoeld in het eerste lid, op grond van een met artikel 8 bis ter, eerste of tweede lid, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling verplicht is de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, ook aan de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat te verstrekken, worden die gegevens en inlichtingen alleen verstrekt aan de lidstaat die als eerste voorkomt op de lijst, bedoeld in artikel 8 bis ter, derde lid, van Richtlijn 2011/16/EU. De intermediair is ontheven van de verplichting, bedoeld in het eerste of derde lid, indien hij aannemelijk kan maken dat de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, aan de laatstbedoelde lidstaat zijn verstrekt.
Artikel 53a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing. Als de intermediair, bedoeld in het eerste lid, zich op deze overeenkomstige toepassing beroept, stelt hij zijn cliënt, indien deze een intermediair is, of, bij gebreke daarvan, indien die cliënt de relevante belastingplichtige is, onverwijld in kennis van diens verplichtingen op grond van een met artikel 8 bis ter, eerste, tweede of zesde lid, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling.
Bij afwezigheid van een intermediair geldt de verplichting, bedoeld in het eerste lid, voor de relevante belastingplichtige die:
- a. fiscaal inwoner is van Nederland;
- b. een vaste inrichting heeft in Nederland die begunstigde van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is;
- c. in Nederland inkomsten ontvangt of winsten genereert, hoewel hij niet fiscaal inwoner van een lidstaat is noch een vaste inrichting in een lidstaat heeft; of
- d. in Nederland een activiteit uitoefent, hoewel hij niet fiscaal inwoner van een lidstaat is noch een vaste inrichting in een lidstaat heeft.
Het zesde lid is van overeenkomstige toepassing ingeval naast de intermediair of intermediairs die zich ingevolge het vijfde lid op de overeenkomstige toepassing van artikel 53a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of op een bepaling als bedoeld in artikel 8 bis ter, vijfde lid, van Richtlijn 2011/16/EU beroept, onderscheidenlijk beroepen, geen andere intermediair bij dezelfde meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is betrokken.
Indien de relevante belastingplichtige, bedoeld in het zesde lid, op grond van een met artikel 8 bis ter, zesde lid, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling verplicht is de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, ook aan de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat te verstrekken, worden die gegevens en inlichtingen alleen verstrekt aan de lidstaat die als eerste voorkomt op de lijst, bedoeld in artikel 8 bis ter, zevende lid, van Richtlijn 2011/16/EU. De relevante belastingplichtige is ontheven van de verplichting, bedoeld in het zesde lid, indien hij aannemelijk kan maken dat de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, in de laatstbedoelde lidstaat zijn verstrekt.
De intermediair, bedoeld in het eerste lid, is ontheven van de verplichting tot het verstrekken van de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, indien hij aannemelijk kan maken dat die gegevens en inlichtingen op grond van een met artikel 8 bis ter, eerste of tweede lid, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling door een andere intermediair zijn verstrekt.
Indien sprake is van meer dan één relevante belastingplichtige met betrekking tot een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie rust de verplichting tot het verstrekken van de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, op de relevante belastingplichtige die als eerste voorkomt op de lijst, bedoeld in artikel 8 bis ter, tiende lid, van Richtlijn 2011/16/EU. De relevante belastingplichtige, bedoeld in het zesde lid, is ontheven van de verplichting tot het verstrekken van de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, indien hij aannemelijk kan maken dat die gegevens en inlichtingen op grond van een met artikel 8 bis ter, zesde lid, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling door een andere relevante belastingplichtige zijn verstrekt.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het uiterste tijdstip en de wijze waarop de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, aan Onze Minister worden verstrekt.
Afdeling 4b. Strafbepaling en betekening
Afdeling 4aa. Toegang tot antiwitwasinlichtingen
Afdeling 4ab. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies
Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand
Afdeling 4aca. Verplichtingen ten behoeve van de verzameling en verificatie van inlichtingen over gebruikers door rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten en de rapportage daarvan
Afdeling 3. Onderzoek in het kader van verzoeken om bijstand
Afdeling 4. Algemene bepalingen
Hoofdstuk IIIA. Overgangsrecht
Hoofdstuk IV. Slotbepaling
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 10fa
Als sprake is van een overeenkomst of praktijk waarvan het primaire doel naar redelijkerwijs moet worden aangenomen is het omzeilen van een verplichting als bedoeld in deze afdeling of de daarop berustende bepalingen, geldt die verplichting alsof die overeenkomst, onderscheidenlijk die praktijk, er niet is.
Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand
Afdeling 6. Algemene bepalingen
Afdeling 4. Algemene bepalingen
Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand
Hoofdstuk IV. Slotbepaling
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2e
Voor de toepassing van dit artikel, artikel 6g, artikel 8, eerste lid, hoofdstuk II, afdeling 4ac, en de daarop berustende bepalingen en artikel 11 wordt verstaan onder:
- a. platform: een platform als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU;
- b. platformexploitant: een entiteit als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 2, van Richtlijn 2011/16/EU;
- c. uitgesloten platformexploitant: een platformexploitant als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 3, van Richtlijn 2011/16/EU;
- d. rapporterende platformexploitant: een platformexploitant als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU;
- e. gekwalificeerde platformexploitant buiten de Unie: een platformexploitant als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 5, van Richtlijn 2011/16/EU;
- f. gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied: een niet-Unierechtsgebied als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 6, van Richtlijn 2011/16/EU;
- g. van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten: een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat en een niet-Unierechtsgebied als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 7, van Richtlijn 2011/16/EU;
- h. relevante activiteit: een activiteit als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 8, van Richtlijn 2011/16/EU;
- i. gekwalificeerde relevante activiteiten: relevante activiteiten als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 9, van Richtlijn 2011/16/EU;
- j. tegenprestatie: een compensatie als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 10, van Richtlijn 2011/16/EU;
- k. persoonlijke dienst: een dienst als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 11, van Richtlijn 2011/16/EU;
- l. verkoper: een gebruiker van een platform als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel B, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU;
- m. actieve verkoper: een verkoper als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel B, onder 2, van Richtlijn 2011/16/EU;
- n. te rapporteren verkoper: een actieve verkoper, die geen uitgesloten verkoper is, die een ingezetene is als bedoeld in bijlage V, deel II, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU van een lidstaat of ingezetene is als bedoeld in deel II, paragraaf D, OESO-modelregels van een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied, of die een onroerend goed heeft verhuurd dat in een lidstaat of gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied is gelegen;
- o. uitgesloten verkoper: een verkoper als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel B, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU;
- p. entiteit: een rechtspersoon of een juridische constructie als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 1, eerste zin, van Richtlijn 2011/16/EU;
- q. gelieerde entiteit van een entiteit: een entiteit die tot de andere entiteit in een verhouding staat als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 1, tweede tot en met vierde zin, van Richtlijn 2011/16/EU;
- r. overheidsinstantie: een instantie als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 2, van Richtlijn 2011/16/EU;
- s. btw-identificatienummer: het unieke nummer, bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU;
- t. hoofdadres: het adres, bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 5, van Richtlijn 2011/16/EU;
- u. rapportageperiode: het kalenderjaar, bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 6, van Richtlijn 2011/16/EU;
- v. eigendomslijst: alle onroerende zaken als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 7, van Richtlijn 2011/16/EU;
- w. identificatiecode van de financiële rekening: het identificatienummer of referentienummer, bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 8, van Richtlijn 2011/16/EU;
- x. goederen: alle materiële zaken;
- y. OESO-modelregels: de modelregels zoals goedgekeurd op 29 juni 2020 met als citeertitel: «OECD (2020), Model Rules for Reporting by Platform Operators with respect to Sellers in the Sharing and Gig Economy, OECD, Paris»;
- z. identificatiedienst voor rapporterende platformexploitanten: een elektronisch proces als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 10, van Richtlijn 2011/16/EU.
Hoofdstuk IA. Reikwijdte van inlichtingenuitwisseling
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Paragraaf 3. Formele bepalingen
Hoofdstuk II. Vormen van door Nederland te verlenen bijstand
Artikel 5bis
Voor een verzoek als bedoeld in artikel 5 zijn de verzochte inlichtingen naar verwachting van belang indien de bevoegde autoriteit van een verzoekende staat op het moment van het verzoek van oordeel is dat er overeenkomstig haar nationale wetgeving een redelijke mogelijkheid bestaat dat de verzochte inlichtingen van belang zullen zijn voor de belastingaangelegenheden van een of meerdere belastingplichtigen, bij naam geïdentificeerd of anderszins, en het verzoek gerechtvaardigd is voor de doeleinden van het onderzoek.
Om het verwachte belang van de verzochte inlichtingen aan te tonen, verstrekt de bevoegde autoriteit van een verzoekende staat ten minste de volgende inlichtingen aan Onze Minister:
- a. het fiscale doel waarvoor de informatie wordt opgevraagd; en
- b. een specificering van de inlichtingen die nodig zijn voor de uitvoering of handhaving van haar nationale wetgeving.
Indien een verzoek als bedoeld in artikel 5 betrekking heeft op een groep belastingplichtigen die niet individueel kunnen worden geïdentificeerd, verstrekt de bevoegde autoriteit van een verzoekende staat aan Onze Minister ten minste de volgende inlichtingen:
- a. een gedetailleerde beschrijving van de groep;
- b. een toelichting bij de van toepassing zijnde wetgeving en bij de feiten op basis waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat de belastingplichtigen in de groep die wetgeving niet hebben nageleefd;
- c. een toelichting bij de manier waarop de gevraagde inlichtingen zouden bijdragen aan het bepalen van de mate waarin de belastingplichtigen in de groep aan de van toepassing zijnde wetgeving voldoen; en
- d. in voorkomend geval, feiten en omstandigheden die verband houden met de betrokkenheid van een derde die actief heeft bijgedragen aan de mogelijke niet-naleving van de van toepassing zijnde wetgeving door de belastingplichtigen in de groep.
Artikel 6g
Onze Minister verstrekt op grond van Richtlijn 2011/16/EU de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is als bedoeld in bijlage V, deel II, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU en, indien de te rapporteren verkoper onroerende zaken verhuurt, in ieder geval aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarin de onroerende zaak is gelegen, automatisch de gegevens en inlichtingen, bedoeld in de artikelen 10j, tweede, derde, vijfde en negende lid, en 10l, derde en vijfde lid.
Onze Minister verstrekt de gegevens en inlichtingen uiterlijk twee maanden na het einde van de rapportageperiode waarop de op de rapporterende platformexploitant toepasselijke rapportageverplichtingen betrekking hebben.
Afdeling 4bis. Gezamenlijke audits
Artikel 10i
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden verzamel- en verificatievereisten gesteld aan rapporterende platformexploitanten als bedoeld in de artikelen 10j, eerste lid, en 10l, tweede lid, met het oog op het door die platformexploitanten rapporteren van gegevens en inlichtingen als bedoeld in de artikelen 10j tot en met 10l, alsmede regels met betrekking tot de wijze waarop die gegevens en inlichtingen aan Onze Minister worden verstrekt.
Artikel 10j
Een rapporterende platformexploitant die niet kiest voor rapportage in een andere lidstaat als bedoeld in artikel 10k rapporteert aan Onze Minister de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, met betrekking tot de rapportageperiode uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin een verkoper als te rapporteren verkoper is aangemerkt, ingeval die rapporterende platformexploitant fiscaal ingezetene is van Nederland of, indien dat niet het geval is en die rapporterende platformexploitant ook geen fiscaal ingezetene is van een lidstaat, voldoet aan de voorwaarde dat:
- a. hij is opgericht naar Nederlands recht;
- b. de plaats van de werkelijke leiding zich in Nederland bevindt; of
- c. hij een vaste inrichting in Nederland heeft en geen gekwalificeerde platformexploitant buiten de Europese Unie is.
De gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn met betrekking tot de rapporterende platformexploitant zelf:
- a. de naam, het geregistreerde kantooradres, het fiscale identificatienummer en, in voorkomend geval, het op grond van artikel 10l, tweede lid, toegewezen individuele registratienummer van de rapporterende platformexploitant;
- b. de handelsnaam of -namen van het platform of de platformen waarover de rapporterende platformexploitant rapporteert.
De gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn met betrekking tot elke te rapporteren verkoper die ingezetene is als bedoeld in bijlage V, deel II, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU van een lidstaat en een andere relevante activiteit heeft verricht dan de verhuur van onroerende zaken:
- a. de inlichtingen die op grond van bijlage V, deel II, onderdeel B, van Richtlijn 2011/16/EU worden verzameld;
- b. de identificatiecode van de financiële rekening, voor zover bekend bij de rapporterende platformexploitant en voor zover de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is als bedoeld in bijlage V, deel II, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU niet heeft bekendgemaakt dat zij niet voornemens is de identificatiecode van de financiële rekening voor dat doel te gebruiken;
- c. de naam van de houder van de financiële rekening waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd indien deze verschillend is van de naam van de te rapporteren verkoper en voor zover deze bekend is bij de rapporterende platformexploitant, alsook alle andere financiële identificatiegegevens waarover de rapporterende platformexploitant beschikt met betrekking tot die rekeninghouder;
- d. elke lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is als bedoeld in bijlage V, deel II, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU;
- e. de totale tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd, weergegeven per kwartaal van de rapportageperiode, en het aantal relevante activiteiten waarvoor deze is betaald of gecrediteerd;
- f. alle honoraria, commissielonen of belastingen die door de rapporterende platformexploitant werden ingehouden of geheven, weergegeven per kwartaal van de rapportageperiode.
De gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn met betrekking tot elke te rapporteren verkoper die een andere relevante activiteit heeft verricht dan de verhuur van onroerende zaken en die ingezetene is als bedoeld in deel II, paragraaf D, OESO-modelregels van een niet-Unierechtsgebied dat een van kracht zijnde adequate overeenkomst heeft met Nederland die voorziet in de wederkerige uitwisseling van gelijkwaardige inlichtingen tussen Nederland en die staat:
- a. de inlichtingen die op grond van deel II, paragraaf B, OESO-modelregels worden verzameld;
- b. ieder ander beschikbaar fiscaal identificatienummer, inclusief de staat van uitgifte;
- c. de identificatiecode van de financiële rekening, voor zover bekend bij de rapporterende platformexploitant en voor zover de bevoegde autoriteit van de staat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is als bedoeld in de aanhef, niet heeft bekendgemaakt dat zij niet voornemens is de identificatiecode van de financiële rekening voor dat doel te gebruiken;
- d. de naam van de houder van de financiële rekening waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd indien deze verschillend is van de naam van de te rapporteren verkoper en voor zover deze bekend is bij de rapporterende platformexploitant, alsook alle andere financiële identificatiegegevens waarover de rapporterende platformexploitant beschikt met betrekking tot die rekeninghouder;
- e. elke staat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is als bedoeld in deel II, paragraaf D, OESO-modelregels;
- f. de totale tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd, weergegeven per kwartaal van de rapportageperiode, en het aantal relevante activiteiten waarvoor deze is betaald of gecrediteerd;
- g. alle honoraria, commissielonen of belastingen die door de rapporterende platformexploitant werden ingehouden of geheven, weergegeven per kwartaal van de rapportageperiode.
De gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn met betrekking tot elke te rapporteren verkoper die ingezetene is als bedoeld in bijlage V, deel II, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU van een lidstaat en als relevante activiteit de verhuur van onroerende zaken heeft verricht:
- a. de inlichtingen die op grond van bijlage V, deel II, onderdeel B, van Richtlijn 2011/16/EU worden verzameld;
- b. de identificatiecode van de financiële rekening, voor zover bekend bij de rapporterende platformexploitant en voor zover de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is als bedoeld in bijlage V, deel II, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU niet heeft bekendgemaakt dat zij niet voornemens is de identificatiecode van de financiële rekening voor dat doel te gebruiken;
- c. de naam van de houder van de financiële rekening waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd indien deze verschillend is van de naam van de te rapporteren verkoper en voor zover deze bekend is bij de rapporterende platformexploitant, alsook alle andere financiële identificatiegegevens waarover de rapporterende platformexploitant beschikt met betrekking tot die rekeninghouder;
- d. elke lidstaat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is als bedoeld in bijlage V, deel II, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU;
- e. het adres van elke eigendomslijst, vastgesteld op basis van de procedures als omschreven in bijlage V, deel II, onderdeel E, van Richtlijn 2011/16/EU en, indien beschikbaar, het kadasternummer of het equivalent daarvan in het nationale recht van de lidstaat waar de onroerende zaak gelegen is;
- f. de totale tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd, weergegeven per kwartaal van de rapportageperiode, en het aantal relevante activiteiten dat is verricht voor elke eigendomslijst;
- g. alle honoraria, commissielonen of belastingen die door de rapporterende platformexploitant werden ingehouden of geheven, weergegeven per kwartaal van de rapportageperiode;
- h. voor zover beschikbaar, het aantal dagen dat elke eigendomslijst werd verhuurd tijdens de rapportageperiode en het type van elke eigendomslijst.
De gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn met betrekking tot elke te rapporteren verkoper die als relevante activiteit de verhuur van onroerende zaken heeft verricht en die ingezetene is als bedoeld in deel II, paragraaf D, OESO-modelregels van een niet-Unierechtsgebied dat een van kracht zijnde adequate overeenkomst heeft met Nederland die voorziet in de wederkerige uitwisseling van gelijkwaardige inlichtingen tussen Nederland en die staat:
- a. de inlichtingen die op grond van deel II, paragraaf B, OESO-modelregels worden verzameld;
- b. ieder ander beschikbaar fiscaal identificatienummer, inclusief de staat van uitgifte;
- c. de identificatiecode van de financiële rekening, voor zover bekend bij de rapporterende platformexploitant en voor zover de bevoegde autoriteit van de staat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is als bedoeld in de aanhef, niet heeft bekendgemaakt dat zij niet voornemens is de identificatiecode van de financiële rekening voor dat doel te gebruiken;
- d. de naam van de houder van de financiële rekening waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd indien deze verschillend is van de naam van de te rapporteren verkoper en voor zover deze bekend is bij de rapporterende platformexploitant, alsook alle andere financiële identificatiegegevens waarover de rapporterende platformexploitant beschikt met betrekking tot die rekeninghouder;
- e. elke staat waarvan de te rapporteren verkoper een ingezetene is als bedoeld in deel II, paragraaf D, OESO-modelregels;
- f. het adres van elke eigendomslijst, vastgesteld op basis van de procedures als omschreven in deel II, paragraaf E, OESO-modelregels en, indien beschikbaar, het kadasternummer of het equivalent daarvan in het nationale recht van de lidstaat waar de onroerende zaak gelegen is;
- g. de totale tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd, weergegeven per kwartaal van de rapportageperiode, en het aantal relevante activiteiten dat is verricht voor elke eigendomslijst;
- h. alle honoraria, commissielonen of belastingen die door de rapporterende platformexploitant werden ingehouden of geheven, weergegeven per kwartaal van de rapportageperiode;
- i. voor zover beschikbaar, het aantal dagen dat elke eigendomslijst werd verhuurd tijdens de rapportageperiode en het type van elke eigendomslijst.
De inlichtingen met betrekking tot de tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd in een fiduciaire valuta worden gerapporteerd in de munt waarin zij is betaald of gecrediteerd. Ingeval de tegenprestatie is betaald of gecrediteerd in een andere vorm dan een fiduciaire valuta, worden de inlichtingen gerapporteerd in de lokale munt, waarbij zij worden omgezet of gewaardeerd in die munt op een door de rapporterende platformexploitant consistent vastgestelde wijze.
De rapporterende platformexploitant, bedoeld in het eerste lid, is ontheven van de verplichting tot het rapporteren van de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede, derde,vierde, vijfde en zesde lid, aan Onze Minister indien hij aannemelijk maakt dat die gegevens en inlichtingen bedoeld in het tweede, derde en vijfde lid op grond van een met artikel 8 bis quater, eerste lid, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling door een andere rapporterende platformexploitant zijn gerapporteerd.
In afwijking van het derde lid, onderdeel a, en het vijfde lid, onderdeel a, rapporteert de rapporterende platformexploitant de naam van de te rapporteren verkoper, de identificatiecode of identificatiecodes van de identificatiedienst voor rapporterende platformexploitanten en de lidstaat of lidstaten van afgifte indien de rapporterende platformexploitant gebruik heeft gemaakt van een identificatiedienst voor rapporterende platformexploitanten om de identiteit en alle fiscale woonplaatsen van de te rapporteren verkoper vast te stellen.
Artikel 10k
Een rapporterende platformexploitant die zowel in Nederland als in een of meer andere lidstaten voldoet aan een met bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 4, subonderdeel a, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling kiest in welke van die lidstaten hij de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 10j, tweede, derde en vijfde lid, rapporteert.
De rapporterende platformexploitant, bedoeld in het eerste lid, stelt alle bevoegde autoriteiten van de lidstaten ten aanzien waarvan hij voldoet aan een met bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 4, subonderdeel a, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling in kennis van zijn keuze als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 10l
Een rapporterende platformexploitant als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, punt 4, subonderdeel b, van Richtlijn 2011/16/EU registreert zich bij de aanvang van zijn activiteit als rapporterende platformexploitant of op het moment waarop hij als rapporterende platformexploitant kwalificeert bij de bevoegde autoriteit van een lidstaat.
Indien de rapporterende platformexploitant, bedoeld in het eerste lid, ervoor kiest zich in Nederland te registreren, kent Onze Minister hem een individueel registratienummer toe. Onze Minister deelt dit individueel registratienummer via elektronische weg mee aan de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten.
De rapporterende platformexploitant, bedoeld in het tweede lid, verstrekt aan Onze Minister de volgende inlichtingen:
- a. zijn naam;
- b. zijn postadres;
- c. zijn elektronische adressen, met inbegrip van websites;
- d. indien beschikbaar, een aan hem toegekend fiscaal identificatienummer;
- e. een verklaring met informatie over zijn identificatie voor btw-doeleinden binnen de Europese Unie, op grond van titel XII, hoofdstuk 6, afdelingen 2 en 3, van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU 2006, L 347).
- f. een overzicht van de lidstaten waarvan de te rapporteren verkopers ingezetenen zijn als bedoeld in bijlage V, deel II, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU.
De rapporterende platformexploitant, bedoeld in het tweede lid, stelt Onze Minister in kennis van iedere wijziging die zich voordoet ten aanzien van de inlichtingen, bedoeld in het derde lid.
De rapporterende platformexploitant, bedoeld in het tweede lid, rapporteert aan Onze Minister de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het derde lid en in artikel 10j, derde, vijfde of negende lid, met betrekking tot de rapportageperiode uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper als te rapporteren verkoper is aangemerkt.
De rapporterende platformexploitant, bedoeld in het tweede lid, rapporteert aan Onze Minister de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het derde lid en in artikel 10j, vierde en zesde lid, met betrekking tot de rapportageperiode uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper als te rapporteren verkoper is aangemerkt.
In afwijking van het vijfde lid is de rapporterende platformexploitant, bedoeld in het tweede lid, niet verplicht de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 10j, derde, vijfde of negende lid, aan Onze Minister te rapporteren die betrekking hebben op gekwalificeerde relevante activiteiten die vallen onder een van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten, die reeds voorziet in de automatische uitwisseling van gelijkwaardige inlichtingen met een lidstaat over te rapporteren verkopers die ingezetene zijn van die lidstaat.
Artikel 10j, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de rapporterende platformexploitant, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 10m
Onze Minister verwijdert een rapporterende platformexploitant uit het centraal register indien:
- a. de platformexploitant Onze Minister ervan in kennis stelt dat hij niet langer als platformexploitant actief is;
- b. er bij gebreke van een kennisgeving op grond van onderdeel a redenen zijn om te veronderstellen dat de platformexploitant zijn activiteiten heeft beëindigd;
- c. de platformexploitant niet langer beantwoordt aan de voorwaarden van bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU;
- d. Onze Minister de registratie, bedoeld in artikel 10l, tweede lid, op grond van het tweede lid heeft ingetrokken.
Indien de rapporterende platformexploitant, bedoeld in artikel 10l, tweede lid, na twee aanmaningen van Onze Minister niet voldoet aan de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 10l, derde tot en met vijfde lid, trekt Onze Minister de registratie, bedoeld in artikel 10l, tweede lid, in.
De intrekking, bedoeld in het tweede lid vindt niet eerder plaats dan na het verstrijken van dertig dagen na de tweede aanmaning en niet later dan na het verstrijken van negentig dagen na die aanmaning.
Een rapporterende platformexploitant als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 4, subonderdeel b, van Richtlijn 2011/16/EU ten aanzien van wie de registratie is ingetrokken op grond van een met artikel 8 bis quater, vierde lid, van Richtlijn 2011/16/EU overeenkomende wettelijke bepaling, kan zich enkel in Nederland registreren indien hij aan Onze Minister passende waarborgen verstrekt inzake zijn vaste voornemen om te voldoen aan de rapportageverplichtingen, bedoeld in artikel 10l, derde tot en met vijfde lid.
Artikel 10n
Indien Onze Minister vaststelt dat een platformexploitant een uitgesloten platformexploitant is, stelt hij de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten daarvan, alsmede van eventuele latere wijzigingen, in kennis.
Artikel 10o
Onverminderd artikel 10p, verstrekt een rapporterende platformexploitant als bedoeld in de artikelen 10j, eerste lid, en 10l, tweede lid, de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 10j, derde, vierde, vijfde en zesde lid, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper is aangemerkt als een te rapporteren verkoper tevens aan de te rapporteren verkoper waarop die gegevens en inlichtingen betrekking hebben.
Artikel 10p
Elke rapporterende financiële instelling als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel a, intermediair als bedoeld in artikel 10h, eerste lid, rapporterende platformexploitant als bedoeld in de artikelen 10j, eerste lid, of 10l, tweede lid, of rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten als bedoeld in de artikelen 10ob, eerste of tweede lid, of 10od, vierde lid, is gehouden:
- a. elke betrokken natuurlijke persoon in kennis te stellen van het feit dat de hem betreffende gegevens en inlichtingen op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen zullen worden verzameld en gerapporteerd, en
- b. elke betrokken natuurlijke persoon tijdig en, in elk geval, voordat de gegevens en inlichtingen worden gerapporteerd, alle gegevens en inlichtingen te verstrekken waarop hij op grond van Verordening (EU) 2016/679 van de rapporterende financiële instelling, intermediair, rapporterende platformexploitant of rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten recht heeft, zodat die natuurlijke persoon zijn rechten inzake gegevensbescherming kan uitoefenen.
Artikel 10q
Indien een gegevensinbreuk in Nederland plaatsvindt, meldt Onze Minister die inbreuk en alle daaropvolgende corrigerende maatregelen onverwijld aan de Europese Commissie.
Indien de gegevensinbreuk niet onmiddellijk en op passende wijze onder controle kan worden gebracht, verzoekt Onze Minister de Europese Commissie schriftelijk om een schorsing van de toegang tot het CCN-netwerk voor de toepassing van deze wet.
Onze Minister kan de uitwisseling van inlichtingen met een lidstaat waar een gegevensinbreuk heeft plaatsgevonden schorsen door de Europese Commissie en de betrokken lidstaat daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Een dergelijke schorsing wordt onmiddellijk van kracht.
Afdeling 5. Medewerking in het kader van te verlenen bijstand
Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand
Afdeling 1. Verzoeken om bijstand
Afdeling 2. Automatisch en spontaan verkregen inlichtingen
Afdeling 3. Onderzoek in het kader van verzoeken om bijstand
Afdeling 3. Onderzoek in het kader van verzoeken om bijstand
Afdeling 4. Algemene bepalingen
Hoofdstuk IIIA. Overgangsrecht
Hoofdstuk IV. Slotbepaling
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 10bis
Onze Minister kan door de bevoegde autoriteit van een of meer verzoekende lidstaten worden verzocht een gezamenlijke audit uit te voeren.
Onze Minister reageert op het verzoek binnen een termijn van 60 dagen na ontvangst van dat verzoek. Onze Minister kan het verzoek om gemotiveerde redenen verwerpen.
Een gezamenlijke audit die in Nederland plaatsvindt, wordt uitgevoerd op een vooraf door Onze Minister en de bevoegde autoriteit van een of meer verzoekende lidstaten overeengekomen en gecoördineerde wijze, met inbegrip van taalregelingen, en in overeenstemming met de Nederlandse wetgeving en de in Nederland geldende procedures.
Onverminderd het derde lid:
- a. kunnen de door de bevoegde autoriteit van een of meer verzoekende lidstaten gemachtigde ambtenaren, in samenspraak met de ambtenaren van de rijksbelastingdienst of andere ambtenaren die belast zijn met de heffing van belastingen, personen ondervragen en bescheiden onderzoeken;
- b. wordt bewijsmateriaal dat tijdens de activiteiten van een gezamenlijke audit is verzameld, ook wat betreft de toelaatbaarheid daarvan, beoordeeld onder dezelfde juridische voorwaarden als in het geval dat de audit alleen in Nederland was uitgevoerd;
- c. heeft een persoon die aan een gezamenlijke audit wordt onderworpen of erdoor wordt geraakt, dezelfde rechten en plichten als in het geval dat de audit alleen in Nederland was uitgevoerd.
Onze Minister wijst een vertegenwoordiger aan die voor Nederland wordt belast met het toezicht op en de coördinatie van de activiteiten van een gezamenlijke audit in Nederland.
De rechten en plichten van door de bevoegde autoriteit van een of meer verzoekende lidstaten gemachtigde ambtenaren die deelnemen aan een gezamenlijke audit in Nederland worden, in geval van hun aanwezigheid bij die activiteiten, vastgesteld overeenkomstig de Nederlandse wetgeving. De ambtenaren zijn gehouden aan de Nederlandse wetgeving en oefenen in ieder geval geen bevoegdheden uit die verder gaan dan de bevoegdheden die aan hen krachtens de wetgeving van hun lidstaat zijn verleend.
Artikel 10ter
Indien wordt overgegaan tot een gezamenlijke audit als bedoeld in artikel 10bis, eerste lid, streeft Onze Minister ernaar met de bevoegde autoriteit van een of meer verzoekende lidstaten overeenstemming te bereiken over:
- a. de feiten en omstandigheden die relevant zijn voor de gezamenlijke audit; en
- b. de fiscale positie van de geauditeerde persoon op basis van de resultaten van de gezamenlijke audit.
De bevindingen van de gezamenlijke audit worden opgenomen in een eindverslag.
In het eindverslag worden ook de punten opgenomen waarover Onze Minister en de bevoegde autoriteit van een of meer verzoekende lidstaten het eens zijn. Deze punten worden in aanmerking genomen bij de relevante instrumenten die Onze Minister naar aanleiding van de gezamenlijke audit kan uitvaardigen.
De geauditeerde persoon wordt binnen zestig dagen na het uitbrengen van het eindverslag in kennis gesteld van het resultaat van de gezamenlijke audit en krijgt een kopie van dat eindverslag.
De handelingen die Onze Minister verricht naar aanleiding van een gezamenlijke audit, alsmede eventuele verdere procedures, vinden plaats overeenkomstig de Nederlandse wetgeving.
Afdeling 4aa. Toegang tot antiwitwasinlichtingen
Afdeling 1. Verzoeken om bijstand
Afdeling 2. Automatisch en spontaan verkregen inlichtingen
Afdeling 3a. Gezamenlijke audits
Artikel 27a
Onze Minister kan de bevoegde autoriteit van een lidstaat verzoeken een gezamenlijke audit uit te voeren.
Afdeling 4. Algemene bepalingen
Hoofdstuk IIIA. Overgangsrecht
Hoofdstuk IV. Slotbepaling
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2f
Voor de toepassing van dit artikel, artikel 6h, artikel 8, eerste lid, hoofdstuk II, afdeling 4aca, en de daarop berustende bepalingen, artikel 10r en artikel 11 wordt verstaan onder:
- aanbieder van cryptoactivadiensten: een aanbieder van cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder 15, van Verordening (EU) 2023/1114;
- Autoriteit Financiële Markten: Stichting Autoriteit Financiële Markten;
- bijkantoor: een bijkantoor als bedoeld in bijlage VI, deel IV, onderdeel F, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU;
- CARF: het Crypto-Asset Reporting Framework, zoals opgenomen in de publicatie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling met als citeertitel: «OECD (2023), International Standards for Automatic Exchange of Information in Tax Matters: Crypto-Asset Reporting Framework and 2023 update to the Common Reporting Standard, OECD Publishing».
- cryptoactivadiensten: cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder 16, van Verordening (EU) 2023/1114, met inbegrip van diensten en activiteiten die verband houden met staking en uitlenen van een cryptoactivum;
- cryptoactivum: een cryptoactivum als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder 5, van Verordening (EU) 2023/1114;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)