Wet van 6 november 1986, houdende het treffen van een inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers van wie het recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet is geëindigd

Type Wet
Publication 2026-02-04
State In force
Source BWB
artikelen 174
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Artikel 43

Vervallen

§ 2. Inlichtingenverplichting en gegevensuitwisseling

Artikel 44

1.

Ieder is verplicht desgevraagd en bevoegd uit eigen beweging aan het college kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken omtrent feiten en omstandigheden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet ten opzichte van een persoon te wiens behoeve een uitkering is gevraagd of wordt verleend en die in zijn dienst dan wel voor hem arbeid verricht, heeft verricht of zou kunnen gaan verrichten. De verplichting strekt zich mede uit tot de inkomsten van een persoon van wie uitkeringen ingevolge hoofdstuk II, paragraaf 5, worden of kunnen worden teruggevorderd.

2.

De opgaven en inlichtingen moeten desgevraagd schriftelijk, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, binnen een door het college schriftelijk te stellen termijn worden verstrekt.

3.

Op verzoek van het college legt de meerderjarige persoon die in dezelfde woning als de werkloze werknemer zijn hoofdverblijf heeft, als bedoeld in artikel 5, eerste en derde lid, desgevraagd alle gegevens en inlichtingen over die voor de beoordeling van de aanspraak op uitkering van belang kunnen zijn.

Artikel 45

1.

De hieronder vermelde instanties zijn verplicht desgevraagd aan het college kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet:

  • a. het college van andere gemeenten;
  • b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank;
  • c. de Belastingdienst;
  • f. de Kamer van Koophandel, met dien verstande dat dit, in afwijking van de aanhef van dit lid, geschiedt tegen betaling van de daarvoor op grond van de Handelsregisterwet 2007 vastgestelde vergoeding;
  • g. de korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee in de zin van de Vreemdelingenwet 2000;
  • i. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • j. Onze Minister van Veiligheid en Justitie voor zover het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen of de persoon die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;
  • k. de instanties en personen die woonruimte verhuren;
  • l. de instanties die in het kader van de openbare nutsvoorziening energie en water leveren;
  • m. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de arbeidsinschakeling van personen bevorderen;
2.

Het vragen door burgemeester en wethouders en het verstrekken door de in het eerste lid bedoelde instanties van de in het eerste lid bedoelde opgaven en inlichtingen kan geschieden door tussenkomst van het Inlichtingenbureau.

3.

Griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, zijn verplicht desgevraagd aan het college kosteloos alle gegevens en uittreksels of afschriften van uitspraken, registers en andere stukken te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.

4.

De in het eerste en het derde lid bedoelde verplichtingen strekken zich mede uit tot degene:

  • b. die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, of ten aanzien van wie dat redelijkerwijs kan worden vermoed, als degene:
  • 1°. te wiens behoeve een uitkering ingevolge deze wet is gevraagd of wordt verleend;
5.

De in het eerste en het derde lid bedoelde opgaven en inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, en zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na ontvangst van het verzoek hiertoe, verstrekt.

6.

De in het eerste lid, onderdeel a tot en met j, genoemde instanties treffen desgevraagd met het college en met het Inlichtingenbureau een regeling met betrekking tot de mededeling van wijzigingen in de eerder aan hen gevraagde opgaven en inlichtingen.

7.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het derde lid en de inhoud en vormgeving van de in het zesde lid bedoelde regelingen.

8.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen een of meer van de in het eerste lid bedoelde instanties worden aangewezen die ten behoeve van aan het college te verstrekken opgaven en inlichtingen, de door het Inlichtingenbureau aan deze instanties verstrekte gegevens van aldaar op dat moment nog onbekende personen opslaan. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. Bij toepassing van de eerste volzin wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald op welke wijze en gedurende welke termijn deze gegevens worden opgeslagen.

9.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere instanties en personen dan genoemd in het eerste en het derde lid worden aangewezen voor wie de verplichtingen, bedoeld in het eerste tot en met zevende lid, eveneens gelden, voorzover het betreft de verstrekking van nader bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen inlichtingen en opgaven met betrekking tot inkomen en vermogen.

10.

Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het negende lid kan tevens worden bepaald dat de daar bedoelde verplichting alleen geldt jegens ambtenaren met opsporingsbevoegdheid.

11.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie verstrekt ten aanzien van de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen of de persoon die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, onverwijld en kosteloos de beschikbare informatie en alle overige opgaven en inlichtingen, die van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, aan het college, door tussenkomst van het Inlichtingenbureau, waarbij hij gebruik kan maken van het het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.

12.

De Belastingdienst verstrekt aan het college zonder dat daaraan een verzoek ten grondslag ligt gegevens als bedoeld in het eerste lid over samenloop van een uitkering met inkomen uit of in verband met arbeid of bedrijf, die bij de uitvoering van een belastingwet of bij de invordering van enige rijksbelasting bekend zijn geworden voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.

Artikel 46

1.

Het is een ieder verboden hetgeen hem uit of in verband met enige werkzaamheid bij de uitvoering van deze wet over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt medegedeeld, verder bekend te maken dan voor de uitvoering van deze wet noodzakelijk is dan wel op grond van deze wet is voorgeschreven of toegestaan.

2.

Het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing indien:

  • a. enig wettelijk voorschrift tot bekendmaking verplicht;
  • b. degene op wie de gegevens betrekking hebben schriftelijk heeft verklaard tegen de verstrekking van deze gegevens geen bezwaar te hebben;
  • c. de gegevens niet herleidbaar zijn tot individuele natuurlijke personen.
3.

Ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek kunnen desgevraagd gegevens aan derden worden verstrekt voor zover de persoonlijke levenssfeer van de belanghebbenden daardoor niet onevenredig wordt geschaad.

4.

Degene die op grond van deartikelen 44 tot en met 48 gegevens verstrekt dient na te gaan of degene aan wie de gegevens worden verstrekt redelijkerwijs bevoegd is te achten om die gegevens te verkrijgen.

Artikel 47

Het college is verplicht, indien zij bij de uitvoering van deze wet het gegronde vermoeden krijgen van een misdrijf dat is gepleegd ten nadele van een uitvoeringsorgaan van de sociale verzekeringswetten of van een overheidsorgaan, voorzover dit is belast met het verrichten van uitkeringen, het doen van verstrekkingen dan wel het heffen van bijdragen, het betrokken orgaan hiervan in kennis te stellen.

Artikel 48

1.

Het college is bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd, onverminderd artikel 107 van de Vreemdelingenwet 2000, uit de administratie terzake van de uitvoering van deze wet aan de hieronder vermelde organen en derden kosteloos de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de hierbij vermelde wetten of wettelijke regelingen:

  • e. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen;
  • f. buitenlandse organen voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang;
  • g. bestuursorganen van Aruba, Curaçao, en Sint Maarten voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang;
  • i. Onze Minister van Veiligheid en Justitie in verband met de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen.
2.

Het verstrekken door burgemeester en wethouders aan de in het eerste lid bedoelde instanties van de in het eerste lid bedoelde gegevens kan geschieden door tussenkomst van het Inlichtingenbureau.

3.

De in het eerste lid bedoelde gegevensverstrekking vindt niet plaats indien de persoonlijke levenssfeer van de belanghebbenden daardoor onevenredig wordt geschaad.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin en de wijze waarop in ieder geval gegevens dienen te worden verstrekt.

Artikel 49

1.

Bij de verstrekking van gegevens door het college, het Inlichtingenbureau en de in de artikelen 45 en 48 bedoelde instanties wordt, indien daartoe bevoegd, gebruik gemaakt van het burgerservicenummer.

2.

Derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen, maken gebruik van het burgerservicenummer voor zover dat noodzakelijk is voor het verrichten van werkzaamheden die in het kader van een voorziening als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a, worden uitgevoerd.

Artikel 50

Vervallen

Artikel 51

Vervallen

Paragraaf 4. Informatie

Artikel 52

1.

Onze Minister kan, indien hij met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen vaststelt, aan het college, nadat het college gedurende acht weken in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, een aanwijzing geven. Hij treedt daarbij niet in de besluitvorming inzake individuele gevallen.

2.

In de aanwijzing wordt een termijn opgenomen waarbinnen het college de uitvoering in overeenstemming heeft gebracht met de aanwijzing.

Artikel 53

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.

§ 4. Beleidsinformatie

Artikel 54

1.

Het college dient jaarlijks bij Onze Minister een beeld van de uitvoering in.

2.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake het beeld van de uitvoering.

Artikel 55

1.

Het college verstrekt desgevraagd aan Onze Minister gegevens en inlichtingen die hij voor de statistiek, informatievoorziening en beleidsvorming met betrekking tot deze wet nodig heeft.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de soort informatie die het college verstrekt en de wijze waarop het college de gegevens en inlichtingen verzamelt en verstrekt, waarbij kan worden bepaald, dat categorieën van gemeenten bepaalde inlichtingen niet hoeven te verzamelen en te verstrekken.

3.

De gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, en het beeld van de uitvoering, bedoeld in artikel 54, worden kosteloos verstrekt.

Hoofdstuk V

Artikel 56

Vervallen

Artikel 57

Vervallen

Artikel 58

Vervallen

Artikel 59

Vervallen

Artikel 59a

Vervallen

Hoofdstuk VI. Rechtsbescherming

Artikel 60

Voor de toepassing van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht wordt met een besluit gelijkgesteld het nalaten van een handeling die strekt tot uitvoering van het besluit inzake de verlening of terugvordering van de uitkering of het verrichten van een handeling die afwijkt van dat besluit.

Artikel 60a

Vervallen

Artikel 60b

1.

Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van artikel 3, tweede tot en met zesde lid, en de daarop berustende bepalingen.

2.

Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen de uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof.

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen

Artikel 61

Paragraaf 3 van Hoofdstuk V blijft van toepassing op de vaststelling van de vergoeding, uitkering en kosten, bedoeld in artikel 59c, zoals dit artikel luidde voor inwerkingtreding van de Wet van 17 december 2009 tot bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten (Stb. 592), voor kosten die betrekking hebben op kalenderjaren gelegen voor die van inwerkingtreding van die wet.

Artikel 62

Vervallen

Artikel 62a

Het recht tot strafvordering vervalt indien burgemeester en wethouders aan de belanghebbende ter zake van hetzelfde feit reeds een boete hebben opgelegd.

Artikel 63

1.

Onverminderd het derde lid wordt tot een bij ministeriële regeling bepaald tijdstip, dat voor verschillende groepen personen verschillend kan worden vastgesteld, onder werkloze werknemer in deze wet en de daarop berustende bepalingen mede verstaan: de persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen op grond van artikel 2, onderdeel c of d, zoals dat luidde op die dag, werd aangemerkt als werkloze werknemer.

2.

Onder werkloze werknemer in deze wet en de daarop berustende bepaling wordt mede verstaan: de persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 1.10, onderdeel C, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen werd aangemerkt als werkloze werknemer op grond van artikel 2, onderdeel c of d, en die op grond van artikel 3 van de Toeslagenwet geen recht heeft op een toeslag op grond van die wet.

3.

Artikel 7 is niet van toepassing op de persoon die als gevolg van de inwerkingtreding van artikel 1.11, onderdeel A, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen geen werkloze werknemer is en de echtgenoot van die persoon.

Hoofdstuk VI. Rechtsbescherming

Artikel 64

1.

In het belang van een goede uitvoering van het bij en krachtens deze wet bepaalde kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld.

2.

Onze Minister kan, wanneer hij overweegt een voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur te doen en naar zijn oordeel een gewichtige reden een onmiddellijke voorziening eist, overeenkomstig de in overweging zijnde maatregel regels stellen.

3.

De regeling bedoeld in het tweede lid blijft, behoudens eerdere intrekking, van kracht totdat de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur in werking treedt, doch uiterlijk tot 12 maanden na de dag van inwerkingtreding.

Artikel 64a

Vervallen

Artikel 65

Deze wet treedt in werking op een bij of krachtens wet te bepalen tijdstip.

Artikel 66

Deze wet kan worden aangehaald als Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 4a

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. arbeidsinschakeling: het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a;
  • b. sociale activering: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie;

Hoofdstuk II. De uitkering

§ 1. De voorwaarden voor het recht op uitkering

Artikel 6

1.

Geen recht op uitkering heeft de werkloze werknemer die:

  • a. buiten Nederland woont of aldaar anders dan tijdelijk verblijf houdt;
  • c. die rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
  • d. zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;
2.

Geen recht op uitkering heeft de echtgenoot, indien ten aanzien van deze, dan wel ten aanzien van de werkloze werknemer zich een omstandigheid voordoet als omschreven in het eerste lid. Indien zich ten aanzien van de echtgenoot een omstandigheid voordoet als omschreven in het eerste lid, wordt de werkloze werknemer aangemerkt als alleenstaande.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat hier te lande verblijvende vreemdelingen, anders dan die bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, recht op uitkering hebben, onverminderd de overige vereisten voor dat recht:

  • a. ter uitvoering van een verdrag dan wel een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, of
4.

Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.

§ 2. De hoogte van de uitkering

§ 3. Het geldend maken van het recht op uitkering

§ 3a. Bestuurlijke boeten

§ 5. Terugvordering

§ 5. Terugvordering

Hoofdstuk III. Rechten en plichten

Hoofdstuk IV. Uitvoering, gegevensverstrekking en informatievoorziening

§ 1. Verantwoordelijkheid voor de uitvoering

§ 2. Inlichtingenverplichting en gegevensuitwisseling

§ 3. Aanwijzingsbevoegdheid en gemeentelijke toezichthouders

Paragraaf 4. Informatie

Hoofdstuk V. Financiering

Paragraaf 1. Vergoeding

Paragraaf 2. Uitkering

Artikel 59b

Vervallen

Paragraaf 3. Vaststelling

Artikel 59c

Vervallen

Artikel 59d

Vervallen

Paragraaf 4. Voorzieningen

Artikel 59e

Vervallen

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen en overgangsbepalingen

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 63a

Voor de toepassing van artikel 9, vierde lid, wordt, indien artikel 130h van de Werkloosheidswet op de in dat lid bedoelde uitkering van toepassing was, voor «artikel 47 of artikel 52i van de Werkloosheidswet» gelezen: artikel 52 van de Werkloosheidswet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2003.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 63b

De artikelen 2 en 9 zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel II van de Wet wijziging WW-stelsel, blijven van toepassing op de persoon wiens eerste werkloosheidsdag als bedoeld in de Werkloosheidswet is gelegen op of voor die dag.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 53a

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.

Paragraaf 1. Vergoeding

Hoofdstuk V. Financiering

Paragraaf 1. Vergoeding

Paragraaf 3. Vaststelling

Paragraaf 3. Vaststelling

Paragraaf 4. Voorzieningen

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen en overgangsbepalingen

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen en overgangsbepalingen

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 38a

Het college kan ter uitvoering van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, degene die uitkering op grond van deze wet ontvangt en voor wie de kans op inschakeling in het arbeidsproces gering is en die daardoor vooralsnog niet bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt, onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten gedurende maximaal twee jaar. Artikel 10a, tweede tot en met zesde en achtste tot en met tiende lid, van de Participatiewet alsmede de regels, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, onderdelen c en d, van die wet, zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk IV. Uitvoering en toezicht

§ 2. Inlichtingenverplichting en gegevensuitwisseling

§ 2. Inlichtingenverplichting en gegevensuitwisseling

Paragraaf 3. Toezicht

Paragraaf 4. Informatie

Hoofdstuk V. Financiering

Paragraaf 1. Vergoeding

Paragraaf 3. Vaststelling

Paragraaf 3. Vaststelling

Paragraaf 4. Voorzieningen

Hoofdstuk VI. Rechtsbescherming

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen en overgangsbepalingen

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 63c

Artikel 9, vierde en vijfde lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de Wet tot invoering en wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (Stb. PM), blijft van toepassing met betrekking tot:

  • a. een recht op uitkering dat voor 1 december 2009 is ontstaan;
  • b. een recht op uitkering dat voor 1 december 2009 is ontstaan, daarna is geëindigd en na 1 december 2009 op grond van artikel 7 van die wet is herleefd, of;
  • c. personen die voor 1 december 2009 voldoen aan artikel 2 maar die voor die datum geen recht hebben op een uitkering.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 63c

Artikel 9, vierde en vijfde lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de Wet tot invoering en wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (Stb. PM), blijft van toepassing met betrekking tot:

  • a. een recht op uitkering dat voor 1 december 2009 is ontstaan;
  • b. een recht op uitkering dat voor 1 december 2009 is ontstaan, daarna is geëindigd en na 1 december 2009 op grond van artikel 7 van die wet is herleefd, of;
  • c. personen die voor 1 december 2009 voldoen aan artikel 2 maar die voor die datum geen recht hebben op een uitkering.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 63d

De artikelen 3, zevende en achtste lid, en 4, tweede lid, zijn niet van toepassing, indien voor de inwerkingtreding van deze artikelleden, op grond van artikel 5 recht bestaat op een uitkering voor de werkloze werknemer en de echtgenoot, omdat de ongehuwde uitkeringsgerechtigde wegens een gezamenlijke huishouding met een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind is aangemerkt als echtgenoot, voor zolang dit recht op uitkering bestaat, tenzij toepassing van de genoemde artikelleden leidt tot een hogere uitkering.

Artikel 63e

Vervallen

Artikel 63e*

1.

De artikelen 8 en 20, eerste lid, en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, blijven van toepassing op de persoon op wie een op deze artikelen berustende bepaling werd toegepast op de dag voor inwerkingtreding van die wet, voor zolang de toepassing duurt, doch ten hoogste gedurende twee jaar na de dag waarop die wet in werking is getreden.

2.

Dit artikel vervalt twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 63g

De artikelen 4a, eerste lid, onderdeel c, en 38, zoals deze luidden op de dag voor de inwerkingtreding van de Wet tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden, blijven van toepassing op de alleenstaande ouder die op de dag voor inwerkingtreding van de Wet tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden een ontheffing heeft op grond van artikel 38, gedurende de duur van de ontheffing, doch ten hoogste gedurende zes maanden na inwerkingtreding van die wet.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

§ 4. De betaling van de uitkering

Artikel 29a

Door het college wordt geen medewerking verleend aan een schuldregeling indien een vordering is ontstaan door het opzettelijk of door grove schuld niet of niet behoorlijke nakomen door de belanghebbende van de verplichting, bedoeld in artikel 13, eerste lid, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en hiervoor een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet of niet behoorlijk nakomen van die verplichtingen aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze medewerking leidt tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van deze vordering.

Hoofdstuk III. Rechten en plichten

Hoofdstuk IV. Uitvoering, gegevensverstrekking en informatievoorziening

§ 1. Verantwoordelijkheid voor de uitvoering

§ 3. Aanwijzingsbevoegdheid en gemeentelijke toezichthouders

Hoofdstuk V. Financiering

Paragraaf 2. Uitkering

Paragraaf 4. Voorzieningen

Hoofdstuk VI. Rechtsbescherming

Artikel 63e*

Vervallen

Artikel 3a

In hoofdstuk IV van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder gegevens mede verstaan persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming.

Artikel 63h

Ten aanzien van de persoon wiens eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 juli 2015 blijft artikel 5, vijfde lid, van toepassing zoals dat luidde na de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel C, van de Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten en voor de inwerkingtreding van artikel XIX, onderdeel A, van de Verzamelwet SZW 2015.

Artikel 63i

Ten aanzien van de persoon wiens recht op uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is ontstaan voor 1 juli 2015 blijft artikel 5, vijfde lid, van toepassing zoals dat luidde na de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel C, van de Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten en voor de inwerkingtreding van artikel XIX, onderdeel A, van de Verzamelwet SZW 2015.

Artikel 4b

1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder medisch urenbeperkt verstaan: als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling voor een geringer aantal uren belastbaar zijn dan de arbeidsduur welke in overeenkomstige dienstbetrekkingen in de regel geacht wordt een volledige dienstbetrekking te vormen.

2.

Het college kan:

  • a. ambtshalve vaststellen of een persoon die een uitkering op grond van deze wet ontvangt medisch urenbeperkt is;
  • b. op schriftelijke aanvraag van een persoon die een uitkering op grond van deze wet ontvangt vaststellen of hij medisch urenbeperkt is.
3.

Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan slechts eenmaal per twaalf maanden worden ingediend.

4.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verricht voor het college de werkzaamheden ten behoeve van de vaststelling of een persoon die een uitkering op grond van deze wet ontvangt medisch urenbeperkt is en adviseert het college hierover.

Hoofdstuk II. De uitkering

§ 1. De voorwaarden voor het recht op uitkering

§ 2. De hoogte van de uitkering

§ 3. Het geldend maken van het recht op uitkering

§ 4. De betaling van de uitkering

Hoofdstuk III. Rechten en plichten

Hoofdstuk IV. Uitvoering, gegevensverstrekking en informatievoorziening

§ 1. Verantwoordelijkheid voor de uitvoering

§ 2. Inlichtingenverplichting en gegevensuitwisseling

§ 3. Aanwijzingsbevoegdheid en gemeentelijke toezichthouders

Hoofdstuk V. Financiering

Hoofdstuk VI. Rechtsbescherming

Artikel 63e*

Vervallen

Artikel 63j

Vervallen

Artikel 63k

Op de persoon die op de dag voor inwerkingtreding van artikel XXI, onderdeel A, van de Verzamelwet SZW 2017 recht heeft op een uitkering op grond van deze wet en toepassing van dat artikel tot een lagere uitkering leidt, blijft artikel 6, tweede lid, tweede zin, zoals dat luidde op die dag voor inwerkingtreding, van toepassing gedurende zes maanden na de dag van inwerkingtreding van artikel XXI, onderdeel A, van de Verzamelwet SZW 2017.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 8a

1.

De inkomsten uit arbeid worden niet met de uitkering verrekend:

  • a. gedurende een aaneengesloten periode van maximaal twaalf maanden voor 15 procent van deze inkomsten per maand, indien dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van deze persoon;
  • b. ten aanzien van degene die medisch urenbeperkt is: voor 15 procent van deze inkomsten per maand.
2.

Nadat de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is verstreken kan het college de periode waarin de inkomsten uit arbeid niet worden verrekend verlengen met een door het college te bepalen periode, indien het college een uitbreiding van de arbeidsomvang gelet op de individuele omstandigheden niet mogelijk acht.

3.

Indien de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of het tweede lid, is verstreken zonder dat deze is verlengd, kan het college nogmaals toepassing geven aan het eerste lid indien de persoon nadien een nieuw dienstverband is aangegaan.

§ 3. Het geldend maken van het recht op uitkering

Artikel 15a

1.

Indien na het eindigen van de uitkering binnen twaalf maanden een nieuwe aanvraag wordt gedaan, kan het college de gegevens die bij hem berusten in verband met de eerdere verlening van de uitkering gebruiken, indien dit leidt tot een, voor de belanghebbende, minder belastende aanvraag.

2.

Het college verifieert de juistheid en actualiteit van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, in de beschikbare bronnen en zo nodig bij de belanghebbende.

§ 4. De betaling van de uitkering

§ 5. Terugvordering

Hoofdstuk III. Rechten en plichten

Artikel 38b

1.

Het college kan op basis van individuele omstandigheden voor degene die inkomen uit arbeid en een uitkering ontvangt, ambtshalve een bufferbudget tot maximaal € 1.000 per kalenderjaar inzetten, indien:

  • a. de belanghebbende als gevolg van inkomstenverrekening instabiliteit in inkomen heeft of zal hebben waardoor die persoon of het gezin gedurende een of meer maanden op maandbasis minder dan de grondslag tot zijn beschikking heeft of daar redelijkerwijs over kan beschikken; en
  • b. het bufferbudget naar het oordeel van het college bijdraagt aan het werken in deeltijd of aan volledige arbeidsinschakeling van deze persoon.
2.

Het college wendt het bufferbudget aan om betalingen aan de belanghebbende te doen, of om een onverschuldigd betaalde uitkering te vereffenen vanwege het in aanmerking nemen van inkomsten uit arbeid, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan de stabiliteit van de inkomensvoorziening in een of meer maanden.

3.

Bij aanwending van het bufferbudget is artikel 5, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

4.

Met ingang van de dag waarop het netto minimumloon, zonder de daarin begrepen aanspraak op vakantiebijslag, wijzigt, wordt het bedrag, genoemd in het eerste lid, gewijzigd met het percentage van deze wijziging.

5.

Het gewijzigde bedrag en de dag waarop de wijziging ingaat, wordt door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.

Artikel 63l

1.

Artikel 8, tweede lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel II, onderdeel C, van de Participatiewet in balans, blijft gedurende twaalf maanden na die dag van toepassing op de persoon aan wie voor die dag een vrijlating is toegekend op grond van dat lid.

2.

Van een persoon aan wie op grond van artikel 8, vijfde lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel II, onderdeel C, van de Participatiewet in balans een vrijlating was toegekend op grond van dat lid, worden de inkomsten uit arbeid met de uitkering verrekend conform artikel 8a, eerste lid, onderdeel a, vanaf de inwerkingtreding vanartikel II, onderdeel D, van die wet, gedurende het restant van de periode, bedoeld in voornoemd artikel 8, vijfde lid.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)