Wet van 6 november 1986, tot verzekering van werknemers tegen geldelijke gevolgen van werkloosheid
De artikelen 17, 17a, 17b, 18, artikel 19, eerste lid, onderdelen e tot en met n, derde tot en met zevende lid, negende lid, en elfde tot en met veertiende lid, 20, eerste lid, onderdeel c, 28, 35, 41, 42, 42a en 47 zijn niet van toepassing op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering en de betaling van de uitkering op grond van dit hoofdstuk.
Voor zover bij of krachtens dit hoofdstuk niet anders is bepaald zijn de overige artikelen van deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zoveel nodig, van overeenkomstige toepassing op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering en de betaling van de uitkering op grond van dit hoofdstuk.
Hoofdstuk VII. Verhaal
Artikel 69
Vervallen
Artikel 70
Vervallen
Artikel 71
Vervallen
Hoofdstuk VI. Reïntegratiemaatregelen
Artikel 72
Vervallen
Artikel 72a
De overheidswerkgever heeft tot taak de inschakeling in de arbeid te bevorderen van:
- a. een persoon die uit hoofde van een dienstbetrekking als overheidswerknemer met die overheidswerkgever recht heeft op uitkering op grond van hoofdstuk II;
- b. een overheidswerknemer die kan aantonen dat de dienstbetrekking binnen vier maanden zal eindigen en van wie naar het oordeel van het UWV redelijkerwijs valt aan te nemen dat hij recht zal hebben op een uitkering op grond van hoofdstuk II.
Artikel 73
De werknemer die recht heeft op een uitkering op grond van deze wet heeft recht op ondersteuning bij arbeidsinschakeling.
Artikel 74
Vervallen
Artikel 75
Onze Minister is bevoegd regels te stellen op grond waarvan, in bij die regels aan te geven gevallen en met inachtneming van bij die regels te stellen beperkingen, de werknemer bevoegd is deel te nemen aan een opleiding of scholing in dagonderwijs.
Artikel 76
Indien de werknemer die recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk II, deelneemt of gaat deelnemen aan een voor hem, naar het oordeel van het UWV, noodzakelijke opleiding of scholing, blijft volgens door Onze Minister te stellen regels het recht op uitkering op grond van dat hoofdstuk bestaan.
In de door Onze Minister te stellen regels, die voor verschillende groepen werknemers verschillend kunnen luiden, worden in ieder geval voorschriften en beperkingen gegeven met betrekking tot de aard, de omvang en de duur van de opleiding of scholing.
Artikel 77
Vervallen
Artikel 78
De werknemer, ten aanzien van wie artikel 75, 76, 76a, 77 of 77a wordt toegepast, wordt geacht werkloos te zijn en te blijven zolang die toepassing duurt.
Hoofdstuk VII. Verhaal
§ 1. Het Algemeen Werkloosheidsfonds en de wachtgeldfondsen
Artikel 78a
Vervallen
Artikel 79
Het UWV verhaalt op de overheidswerkgever tot wie de dienstbetrekking bestond uit hoofde waarvan de overheidswerknemer de in onderdeel a bedoelde uitkering ontvangt:
- a. de op grond van hoofdstuk II te betalen uitkering aan die overheidswerknemer, met uitzondering van de premie verschuldigd over een uitkering, als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen;
- b. de op grond van enige wet over de uitkering, bedoeld in onderdeel a, door het UWV verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, die niet op deze uitkering in mindering kunnen worden gebracht, met uitzondering van de premie verschuldigd over een uitkering, als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder uitkering niet verstaan de uitkering aan een persoon:
- a. voor wie een beschikking geldt als bedoeld in artikel 4a van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin hij met betrekking tot de, in de in het eerste lid bedoelde dienstbetrekking, verrichte soort van werkzaamheden wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van die wet;
- b. waarvan het de overheidswerkgever niet redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat deze tot hem in een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking stond;
- c. welke op grond van deze wet wordt ontvangen in de eerste dertien weken van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Perioden van ongeschiktheid worden samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8 of3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.
Op het totaal van de bedragen die op de overheidswerkgever op grond van het eerste lid over enig tijdvak wordt verhaald, wordt in mindering gebracht hetgeen het UWV in dat tijdvak ontvangt door de toepassing van artikel 36, onder aftrek van de daarop betrekking hebbende uitvoeringskosten, voorzover die toepassing betrekking heeft op uitkeringen en premies die eerder op grond van dat lid op de overheidswerkgever zijn verhaald.
Indien hetgeen op grond van het derde lid in mindering wordt gebracht het totaal van de bedragen die op de overheidswerkgever over het betrokken tijdvak wordt verhaald overtreft, wordt dat meerdere door het UWV betaald aan de overheidswerkgever.
Indien de overheidswerkgever, bedoeld in het eerste lid, niet meer bestaat, wordt voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid onder overheidswerkgever verstaan de rechtsopvolger van die overheidswerkgever. De eerste zin is niet van toepassing met betrekking tot de rechtsopvolger na faillissement.
Het UWV kan de in het eerste lid bedoelde bedragen invorderen bij dwangbevel.
Het UWV kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste tot en met derde lid en het vijfde lid.
Artikel 80
Een beschikking tot verhaal van uitkering, premies of vergoeding als bedoeld in artikel 79, eerste lid, wordt niet meer gegeven indien meer dan vijf jaren sedert het einde van het kalenderjaar zijn verstreken, waarin zij zijn betaald of afgedragen.
Uitkering, premies of vergoeding, die niet zijn ingevorderd binnen tien jaren na het geven van de beschikking tot verhaal, worden niet meer ingevorderd.
De rechtsvordering tot terugbetaling van een onverschuldigd betaald bedrag in verband met verhaal van uitkering, premies of vergoeding verjaart door verloop van vijf jaren sedert het einde van het kalenderjaar waarin de beschikking tot verhaal is gegeven.
Artikel 81
De vordering van het UWV wegens verhaal als bedoeld in artikel 79, eerste lid, is bevoorrecht op alle goederen van de werkgever en gaat boven alle andere voorrechten met uitzondering van die van de artikelen 287 en 288 onder a, alsmede dat van artikel 284 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 82
Vervallen
Artikel 82a
De werkgever wordt, op diens aanvraag, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van de dienstbetrekking voor de werknemer die op de dag van aanvang van die dienstbetrekking een arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten een korting toegekend van € 1021 per jaar op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel 81, eerste en derde lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar na aanvang van de dienstbetrekking gedaan.
De werkgever wordt, op diens aanvraag, met betrekking tot de werknemer die arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende één jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel gedurende één jaar nadat diens arbeidsplaats is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer, een korting van € 1021 per jaar ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds toegekend op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel 81, eerste en derde lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar nadat de werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijke heeft hervat dan wel binnen één jaar nadat de arbeidsplaats is aangepast gedaan.
Het tweede en derde lid zijn slechts van toepassing indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar tenminste 50% van het naar een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar. Voor de werknemer wiens loon minder dan 50% van het hiervoor bedoelde minimumloon bedraagt, geldt een bedrag van € 227. Onverminderd het eerste en tweede lid en de tweede volzin, wordt de werkgever een korting op de verschuldigde premie toegekend van € 680 voor de werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en diegenen die na rea-toets recht hebben op het rea-instrumentarium en bij wie hun beperking al voor hun 17e verjaardag bestond.
Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, wordt slechts in behandeling genomen als de werkgever gelijktijdig met de aanvraag een plan van aanpak als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overlegt.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder loon niet verstaan een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering alsmede de toeslag daarop op grond van de Toeslagenwet.
Bij ministeriële regeling worden nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de situaties waaronder bij onderbrekingen van het dienstverband dan wel bij opeenvolgende dienstverbanden bij dezelfde dan wel een andere werkgever, in afwijking van het eerste en tweede lid wel premie verschuldigd is.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede uitvoering van het eerste, tweede en derde lid.
Bij ministeriële regeling kunnen de bedragen, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden gewijzigd.
Indien de toepassing van dit artikel er toe zou leiden dat een negatieve premie wordt geheven, wordt de premie op nihil vastgesteld.
Artikel 83
Vervallen
Artikel 84
Vervallen
Artikel 85
Vervallen
Artikel 86
Vervallen
Artikel 87
Vervallen
Artikel 88
Vervallen
Artikel 89
Vervallen
Artikel 90
Vervallen
Artikel 91
Vervallen
Artikel 92
Vervallen
Artikel 93
Vervallen
Artikel 93a
Vervallen
Artikel 93b
Vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 72, tweede lid, komen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
De subsidies, bedoeld in artikel 73a, en de kosten in verband met de uitvoering van dat artikel komen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
Artikel 94
Vervallen
Artikel 95
Vervallen
Artikel 96
Vervallen
Artikel 97
Vervallen
§ 2. Het Uitvoeringsfonds voor de overheid
Artikel 97a
De middelen tot dekking van de uitgaven van het Uitvoeringsfonds voor de overheid, alsmede de middelen benodigd voor het vormen en in stand houden van een reserve in dat fonds, worden gevonden door het in rekening brengen van de uitgaven, bedoeld in artikel 97b, eerste lid, bij de overheidswerkgevers en door het heffen van premie.
Artikel 97b
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verhaalt op de overheidswerkgever tot wie de dienstbetrekking bestond uit hoofde waarvan de overheidswerknemer de in onderdeel a bedoelde uitkering ontvangt:
- a. de op grond van deze wet te betalen uitkering aan een persoon als bedoeld in artikel 78a, met uitzondering van de premie, bedoeld in artikel 97d, tweede lid;
- b. de op grond van enige wet over de uitkering, bedoeld in onderdeel a, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies die niet op deze uitkering in mindering kunnen worden gebracht, met uitzondering van de premie, bedoeld in artikel 97d, tweede lid;
- c. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 97f, onderdeel i;
- d. de vergoeding, bedoeld in artikel 97h, die betrekking heeft op de persoon die de in onderdeel a bedoelde uitkering ontving.
Op het totaal van de bedragen die op de overheidswerkgever op grond van het eerste lid over enig tijdvak wordt verhaald, wordt in mindering gebracht hetgeen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in dat tijdvak ontvangt door de toepassing van artikel 36, onder aftrek van de daarop betrekking hebbende uitvoeringskosten, voorzover die toepassing betrekking heeft op uitkeringen, premies en tegemoetkomingen die eerder op grond van dat lid op de overheidswerkgever zijn verhaald.
Indien hetgeen op grond van het tweede lid in mindering wordt gebracht het totaal van de bedragen die op de overheidswerkgever over het betrokken tijdvak wordt verhaald overtreft, wordt dat meerdere door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaald aan de overheidswerkgever.
Indien de overheidswerkgever, bedoeld in het eerste lid, niet meer bestaat, wordt voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid onder overheidswerkgever verstaan de rechtsopvolger van die overheidswerkgever. De eerste zin is niet van toepassing met betrekking tot de rechtsopvolger na faillissement.
Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering, premies, tegemoetkoming of vergoeding worden verhaald, vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moeten worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit bij gebreke van tijdige betaling, overeenkomstig het zesde tot en met achtste lid zal worden ten uitvoer gelegd.
Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering, premies, tegemoetkoming of vergoeding worden verhaald, levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De titel heeft mede betrekking op de rente en kosten, bedoeld in het achtste lid.
Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering, premies, tegemoetkoming of vergoeding worden verhaald, wordt bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op kosten van de overheidswerkgever of diens rechtsopvolger betekend en ten uitvoer gelegd.
Bij gebreke van tijdige betaling wordt het te verhalen bedrag verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten.
De artikelen 13 en 16 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot dit artikel.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste tot en met derde lid en het vijfde lid.
Artikel 97c
De premie is verschuldigd door de overheidswerkgever. Deze betaalt de premie aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
De overheidswerkgever mag de door hem verschuldigde premie niet verhalen op de overheidswerknemer. Elk beding waarbij van de eerste zin wordt afgeweken is nietig.
De premie wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geheven naar een door Onze Minister vastgesteld percentage van het loon dat, in het tijdvak waarover de betaling loopt, is genoten door de overheidswerknemer. Dit percentage kan uitsluitend voor verschillende werkgevers verschillen, omdat bij de vaststelling daarvan ten aanzien van de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 63 van de Ziektewet, uitkeringen op grond van artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van die wet, vermeerderd met een opslag in verband met kosten ter zake van de betaling van die uitkeringen en van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 63a, eerste lid, van die wet, alsmede de op grond van enige wet over die uitkeringen verschuldigde premies die niet op die uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, buiten beschouwing blijven.
Op gelijke wijze als in het derde lid bepaald kan een vastgesteld percentage te allen tijde worden herzien.
Indien een herziening van het in het derde lid bedoelde percentage ingaat op een ander tijdstip dan 1 januari, stelt Onze Minister een voor alle overheidswerkgevers gemiddeld percentage vast dat zal gelden voor het gehele kalenderjaar.
De overheidswerkgever wordt, op diens aanvraag, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van de dienstbetrekking voor de overheidswerknemer die op de dag van aanvang van die dienstbetrekking een arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten een korting van € 1021 per jaar toegekend op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in het eerste lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar na aanvang van de dienstbetrekking gedaan.
De overheidswerkgever wordt, op diens aanvraag, met betrekking tot de overheidswerknemer die arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende één jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel gedurende één jaar nadat diens arbeidsplaats is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer, een korting van € 1021 per jaar toegekend op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in het eerste lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar nadat de overheidswerknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijke heeft hervat dan wel binnen één jaar nadat de arbeidsplaats is aangepast gedaan.
Het zesde en zevende lid zijn slechts van toepassing indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar tenminste 50% van het naar een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar. Voor de werknemer wiens loon minder dan 50% van het hiervoor bedoelde minimumloon bedraagt, geldt een bedrag van € 227. Onverminderd het zesde en zevende lid en de tweede volzin, wordt de werkgever een korting op de verschuldigde premie toegekend van € 680 voor de werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en diegenen die na rea-toets recht hebben op het rea-instrumentarium en bij wie hun beperking al voor hun 17e verjaardag bestond.
Een aanvraag als bedoeld in het zevende lid, wordt slechts in behandeling genomen als de werkgever gelijktijdig met de aanvraag een plan van aanpak als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overlegt.
Voor de toepassing van het zesde en zevende lid wordt onder loon niet verstaan een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering alsmede de toeslag daarop op grond van de Toeslagenwet.
Bij ministeriële regeling worden nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de situaties waaronder bij onderbrekingen van het dienstverband dan wel bij opeenvolgende dienstverbanden bij dezelfde dan wel een andere werkgever, in afwijking van het zesde en zevende lid wel premie verschuldigd is.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede uitvoering van het zesde, zevende en achtste lid.
Bij ministeriële regeling kunnen de bedragen, bedoeld in het zesde, zevende en achtste lid, worden gewijzigd.
Indien de toepassing van dit artikel er toe zou leiden dat een negatieve premie wordt geheven, wordt de premie op nihil vastgesteld.
Artikel 97d
De overheidswerkgever mag op het loon van de overheidswerknemer een bedrag inhouden overeenkomstig hetgeen op grond van de artikelen 81, derde lid, 84 en 86 verschuldigd zou zijn door de overheidswerknemer indien die artikelen op hem van toepassing zouden zijn.
Over een uitkering op grond van deze wet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en over een toeslag op grond van de Toeslagenwet aan een persoon als bedoeld in artikel 78a wordt premie geheven overeenkomstig de artikelen 81, derde lid, 83, 84, 85, derde en vierde lid, en artikel 86, eerste, derde en vierde lid.
Ingeval het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een aan een overheidswerknemer toegekende uitkering als bedoeld in het tweede lid aan een overheidswerkgever betaalt met het oogmerk die uitkering door diens tussenkomst te doen uitbetalen:
- a. wordt de bedoelde uitkering niet vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premie op grond van het tweede lid en wordt die uitkering verminderd met het door de overheidswerknemer of gewezen overheidswerknemer verschuldigde deel van de premie op grond van dat lid;
- b. treedt, in afwijking van artikel 11, vierde lid, artikel 10, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, en artikel 11, derde lid, van de Ziektewet, voorzover die artikelleden betrekking hebben op de premie, bedoeld in het tweede lid, de overheidswerkgever niet in de plaats van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
- c. wordt voor de inhouding, bedoeld in het eerste lid, onder loon niet verstaan de uitkering, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 97e
Ten gunste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid komen:
- a. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door de toepassing van artikel 97b;
- b. de premies op grond van artikel 97c;
- c. de premies op grond van artikel 97d, tweede lid;
- d. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door de toepassing van de artikelen 27a en 36, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen, die ten laste van dat fonds zijn gebracht;
- e. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door de uitoefening van zijn bevoegdheid op grond van artikel 66 indien de in dat artikel bedoelde werkgever een overheidswerkgever is;
- f. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door de toepassing van artikel 45a van de Ziektewet, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen, die ten laste van dat fonds zijn gebracht;
- g. vervallen;
- h. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door toepassing van de artikelen 38, vierde lid, en 39a van de Ziektewet, indien de in het toegepaste artikel bedoelde werkgever een overheidswerkgever is;
- i. de bijdragen van de overheidswerkgever of overheidswerknemer in de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdelen e, f en g, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- j. vervallen;
- k. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door toepassing van de artikelen 63, negende lid, 63a, derde tot en met vijfde lid, en 63b, tweede lid, van de Ziektewet.
Artikel 97f
Ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid komen:
- a. de op grond van deze wet te betalen uitkeringen aan de personen, bedoeld in artikel 78a;
- b. de op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a tot en met f, van de Ziektewet te betalen uitkeringen aan de personen, bedoeld in artikel 78a;
- c. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in de onderdelen a en b bedoelde uitkeringen;
- d. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in onderdeel a en b, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
- e. de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdelen e, f en g, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, indien dat op verzoek van een overheidswerkgever of overheidswerknemer is ingesteld;
- f. de uitvoeringskosten, voorzover betrekking hebbend op de uitvoering van de artikelen 38, vierde lid, 39 en 39a van de Ziektewet ten aanzien van overheidswerkgevers en overheidswerknemers, die niet reeds op grond van onderdeel c ten laste van dat fonds worden gebracht, voorzover deze betrekking hebben op de uitvoering van artikel 629, derde lid, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
- g. de korting op de door de overheidswerkgever verschuldigde premie, bedoeld in artikel 97c, zesde lid;
- h. het op grond van artikel 42 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedrag;
- i. vervallen;
- j. de op diens aanvraag aan de werkgever door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te verlenen vergoeding van de schade, die de werkgever lijdt door toepassing van artikel 22b, eerste lid, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten;
- k. de uitvoeringskosten verbonden aan werkzaamheden gericht op het ontvangen van bedragen, premies en bijdragen als bedoeld in artikel 97e;
- l. de kosten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 63a, vierde en vijfde lid, van de Ziektewet alsmede de schade, bedoeld het zesde lid van dat artikel, die wordt vergoed aan een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 63 van die wet en de daaraan verbonden uitvoeringskosten;
- m. de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet kinderopvang ten behoeve van de ouder die een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder h, van die wet;
- n. de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen en de daaraan verbonden uitvoeringskosten.
In afwijking van het eerste lid, onderdelen b, c en d, komen de uitkeringen, die worden betaald door een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 63 van de Ziektewet of een werkgever die een onderneming verkrijgt als bedoeld in artikel 63b, derde lid, van die wet, en de door hem gemaakte kosten ter zake van de betaling van die uitkeringen en van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, van die wet, alsmede de op grond van enige wet over die uitkeringen verschuldigde premies die niet op die uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, niet ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
Artikel 97g
Vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 72, tweede lid, voor zover dat artikel wordt toegepast ten aanzien van personen als bedoeld in artikel 78a, komen ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
De subsidies, bedoeld in artikel 73a en de kosten in verband met de uitvoering van dat artikel komen, voor zover dat artikel wordt toegepast ten aanzien van personen als bedoeld in artikel 78a, ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
Artikel 97h
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vergoedt, ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid, aan het Rijk bijdragen die vanwege het Rijk worden verleend aan uit het buitenland afkomstige werknemers, die geen Nederlander zijn en die terugkeren naar hun land van herkomst of emigreren naar een ander land en tot het tijdstip van vertrek uitkering op grond van deze wet ontvangen.
De in het eerste lid bedoelde vergoedingen zijn ten hoogste gelijk aan de bedragen, die de in het eerste lid bedoelde werknemers op grond van deze wet zouden hebben kunnen ontvangen ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid, indien zij werkloos waren gebleven en niet naar hun land van herkomst of een ander land waren vertrokken.
Onze Minister stelt regels met betrekking tot de aan het Rijk te vergoeden bijdragen, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 97i
Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan een bedrag worden vastgesteld dat, in verband met de toepassing van de artikelen 85, derde en vijfde lid, 86, eerste lid, en 97d, tweede lid, op uitkeringen op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, volgens een bij die regeling te bepalen verdeling wordt afgedragen aan het Uitvoeringsfonds voor de overheid dan wel de wachtgeldfondsen en het Algemeen Werkloosheidsfonds.
Artikel 97j
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan regels stellen omtrent de verrekening tussen het Uitvoeringsfonds voor de overheid enerzijds en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen anderzijds van ontvangen premies en overige ontvangsten enerzijds en van verstrekte uitkeringen en gemaakte kosten anderzijds.
§ 3. Sectorindeling
Artikel 97k
Onze Minister deelt het bedrijfs- en beroepsleven in sectoren in, waarbij elke sector één of meer takken van bedrijf of beroep of gedeelten daarvan omvat, nadat hij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de gelegenheid heeft gesteld daarover advies uit te brengen.
Onze Minister kan een sector als bedoeld in het eerste lid indelen in sectoronderdelen, waarbij elk sectoronderdeel de bedrijfsactiviteiten vanéé n of meer werkgevers omvat.
Indien Onze Minister een sector in sectoronderdelen heeft ingedeeld, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten aanzien van elke bij de betrokken sector aangesloten werkgever vast bij welk sectoronderdeel de werkgever behoort of bij welk sectoronderdeel de werkzaamheden die hij doet verrichten, behoren.
Artikel 97l
Een werkgever is van rechtswege aangesloten bij de op grond van artikel 97k vastgestelde sector waartoe de werkzaamheden behoren die hij als werkgever doet verrichten.
Indien een werkgever werkzaamheden doet verrichten die behoren tot verschillende sectoren, is hij van rechtswege aangesloten bij de sector waartoe de werkzaamheden behoren waarvoor hij als werkgever in de regel het grootste bedrag aan loon betaalt of vermoedelijk zal betalen.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan met betrekking tot de aansluiting van een of meer categorieën van werkgevers bij een sector regels stellen die afwijken van het eerste of tweede lid.
Artikel 97m
De werkgever die op grond van artikel 97l bij een sector is aangesloten of ophoudt bij een sector aangesloten te zijn, doet daarvan schriftelijk melding bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te stellen termijn.
Een melding als bedoeld in het eerste lid is geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen deelt een werkgever mee, bij welke sector en vanaf welke datum hij op grond van artikel 97l is aangesloten. Indien de mededeling afwijkt van de melding, bedoeld in het eerste lid, geldt de mededeling als een beschikking.
In afwijking van artikel 97l, tweede lid, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd ambtshalve of op verzoek te besluiten dat een werkgever met ingang van een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan te geven datum voor door dit instituut aan te wijzen werkzaamheden is aangesloten bij een andere sector dan de sector waartoe de werkzaamheden behoren die hij overigens doet verrichten.
Artikel 97n
Indien één of meer werkgevers van een sector overgaan naar een andere sector, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten dat tevens een deel van het vermogen van dit instituut, dat betrekking heeft op het door dit instituut voor die sector afzonderlijk beheerde en geadministreerde wachtgeldfonds, overgaat naar het vermogen dat betrekking heeft op een door dit instituut voor een andere sector afzonderlijk beheerd en geadministreerd wachtgeldfonds.
Met betrekking tot het eerste lid stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen regels omtrent:
- a. de gevallen waarin vermogen overgaat;
- b. de wijze van berekening van vermogensbestanddelen;
- c. de termijnen waarin en de wijze waarop vermogen overgaat.
Hoofdstuk VIII. De uitvoeringsorganisatie
Artikel 98
In de uitvoering van deze wet wordt voorzien door het UWV.
Artikel 99
De werknemer is verzekerd bij het UWV.
Artikel 100
Vervallen
Artikel 101
Het UWV stelt een uitkeringsreglement werkloosheidsverzekeringen vast.
Onverminderd het elders in deze wet dienaangaande bepaalde, bevat het uitkeringsreglement bepalingen omtrent:
- a. voorschriften ten behoeve van een doelmatige controle, die ten aanzien van de werknemers moeten worden genomen;
- b. voorschriften met betrekking tot het genieten van vakantie tijdens de duur van de uitkering;
- c. voorschriften in verband met de betaling van de uitkering door tussenkomst van de werkgever, indien tijdens werkloosheid de dienstbetrekking voortduurt;
- d. andere voorwaarden, die aan het ontvangen van uitkering zijn verbonden;
- e. het betalen van een deel van de uitkering in de vorm van bijdragen aan sociale fondsen, waaronder begrepen bonnen, zegels en certificaten, die door het desbetreffende fonds worden uitgegeven of voorgeschreven; en
- f. samenloop van uitkering en inkomsten uit of in verband met arbeid.
Het uitkeringsreglement mag geen bepalingen bevatten, welke strijdig zijn met deze wet en de daarop berustende bepalingen.
Artikel 102
Vervallen
Artikel 103
Vervallen
Artikel 104
Vervallen
Artikel 105
Vervallen
Artikel 106
Vervallen
Artikel 107
Vervallen
Artikel 108
Vervallen
Artikel 109
Vervallen
Artikel 110
Vervallen
Hoofdstuk XA. Experimenten
Artikel 111
Tussen Onze Minister en Onze Minister van Financiën dient overeenstemming te bestaan omtrent te stellen regels als bedoeld in artikel 12.
Artikel 112
Vervallen
Artikel 113
Vervallen
Artikel 114
Vervallen
Artikel 114a
Vervallen
Artikel 115
Vervallen
Artikel 116
De door het UWV op grond van de artikelen 26, tweede lid, 59 en 79, zevende lid, gestelde regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
Een door het UWV vastgesteld uitkeringsreglement werkloosheidsverzekeringen, bedoeld in artikel 101, eerste lid, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
Artikel 117
Vervallen
Artikel 118
Vervallen
Artikel 119
Vervallen
Artikel 120
Vervallen
Artikel 121
Vervallen
Artikel 122
Vervallen
Artikel 123
Vervallen
Artikel 77
Vervallen
Artikel 125
Vervallen
Artikel 126
In afwijking van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht is de werkgever geen belanghebbende bij een besluit van het UWV over het verzekerd zijn op grond van deze wet als bedoeld in artikel 127a, eerste lid.
Hoofdstuk X. Bezwaar, administratief beroep en beroep bij de Centrale Raad van Beroep
Artikel 127
Vervallen
Artikel 127a
Een aanvraag tot het geven van een beschikking over het verzekerd zijn op grond van deze wet kan door de werknemer uitsluitend bij het UWV worden ingediend. Het UWV geeft de beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
Een beschikking over de betaling van een voorschot op grond van artikel 31 of 4:95, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt gegeven binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.
Een beschikking op grond van hoofdstuk IV en de daarop berustende bepalingen wordt gegeven binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.
Indien een beschikking als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid niet binnen de toepasselijke termijn kan worden gegeven, wordt dit schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
Artikel 127b
Vervallen
Artikel 128
Vervallen
Artikel 129
In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist het UWV binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
Artikel 129a
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten, waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.
Artikel 129b
Het bezwaar of beroep van een werkgever tegen het verhaal, bedoeld in artikel 79, eerste lid, kan niet zijn gegrond op de grief dat de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld.
Artikel 129c
Ten aanzien van besluiten waaraan een medische beoordeling ten grondslag ligt zijn de artikelen 103 tot en met 110 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen van overeenkomstige toepassing.
Artikel 129d
Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen terzake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 2 tot en met 12 en 14, eerste lid, en de daarop berustende bepalingen.
Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen de uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof.
Hoofdstuk XI. Straf- en slotbepalingen
Artikel 130
Bij algemene maatregel van bestuur kan bij wijze van experiment, met het oog op het onderzoeken van mogelijkheden om deze wet met betrekking tot de inschakeling in de arbeid van werknemers die recht op uitkering hebben op grond van hoofdstuk II, doeltreffender uit te voeren, worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 24, 26 en 72 tot en met 78 van deze wet. Bij toepassing van de eerste zin wordt bij algemene maatregel van bestuur geregeld op welke wijze van welke artikelen wordt afgeweken.
Een experiment als bedoeld in het eerste lid duurt ten hoogste vier jaar. Indien, voor een experiment is afgelopen, een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling, kan het experiment worden verlengd tot het tijdstip waarop het voorstel van wet in werking treedt. Het eerste lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van een experiment en voorzieningen worden getroffen voor zich gedurende een experiment voordoende onvoorziene gevallen.
Onze Minister meldt aan de Staten-Generaal hoe het experiment in de praktijk is verlopen, alsmede zijn standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment.
De voordracht voor krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregelen van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 130a
Vervallen
Artikel 130b
Vervallen
Artikel 130c
Vervallen
Artikel 130d
Vervallen
Artikel 130e
Vervallen
Artikel 130f
Vervallen
Hoofdstuk XB. Overgangsbepalingen
Artikel 130g
De artikelen 82, tweede lid, 82a, eerste lid, en 97c, zesde lid, zoals deze artikelen luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende bepalingen van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen, zijn niet van toepassing indien de dienstbetrekking is aangegaan voor 1 januari 2002.
De artikelen 82, derde lid, 82a, tweede lid, en 97c, zevende lid, zoals deze artikelen luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende bepalingen van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen, zijn niet van toepassing indien de werknemer voor 1 januari 2002 zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel indien diens arbeidsplaats voor die datum is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer.
Zo nodig in afwijking van de artikelen 82, tweede, derde en vierde lid, 82a, eerste, tweede en derde lid, of 97c, zesde, zevende en achtste lid, zoals deze artikelen luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende bepalingen van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen, kan het bedrag dat in mindering wordt gebracht op de door de werkgever verschuldigde premie en de premiekorting met betrekking tot het jaar 2002, in 2003 worden vastgesteld. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit lid nadere regels worden gesteld.
Hoofdstuk XI. Straf- en slotbepalingen
Artikel 131
De werkgever, die zijn verplichting als bedoeld in artikel 13 niet nakomt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
Artikel 132
Een gedraging die in strijd is met een op grond van deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
Artikel 133
Vervallen
Artikel 134
Vervallen
Artikel 135
De in de artikelen 131 en 132 omschreven strafbare feiten zijn overtredingen.
Artikel 135a
Vervallen
Artikel 136
Deze wet treedt in werking op een bij of krachtens wet te bepalen tijdstip.
Artikel 137
Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Werkloosheidswet".
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 130h
Hoofdstuk IIA, Afdeling III, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de wet van 19 december 2003 tot wijziging van de Werkloosheidswet in verband met afschaffing van de vervolguitkering (Stb. 546), blijft van toepassing op een recht op uitkering:
- a. waarvan de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 11 augustus 2003;
- b. ontstaan als gevolg van eindiging van de dienstbetrekking door opzegging, indien de aanzegging van de opzegging heeft plaatsgevonden voor de in onderdeel a genoemde datum;
- c. ontstaan als gevolg van ontbinding door de rechter van de dienstbetrekking, indien de datum waarop de ontbinding is uitgesproken is gelegen voor de in onderdeel a genoemde datum.
De artikelen 48, 51 en 52, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van de in het eerste lid genoemde wet, blijven van toepassing op de persoon:
- a. die voor 11 augustus 2003 recht op uitkering op grond van deze wet had, welk recht eindigt of is geëindigd op grond van het verrichten van werkzaamheden als werknemer, en die terzake van de verrichte werkzaamheden op of na 11 augustus 2003 een nieuw recht op uitkering krijgt, tot aan het moment waarop dat eerste recht zonder toepassing van de artikelen 43 en 50 zou hebben geduurd;
- b. op wie het eerste lid, onderdeel b of c van toepassing is, en wiens recht als bedoeld in dat lid eindigt of is geëindigd op grond van het verrichten van werkzaamheden als werknemer, en die terzake van de verrichte werkzaamheden op of na 11 augustus 2003 een nieuw recht op uitkering krijgt, tot aan het moment waarop dat eerste recht zonder toepassing van de artikelen 43 en 50 zou hebben geduurd.
De artikelen 15, 35c, 52b, derde lid, en 52d, derde tot en met vijfde lid, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van de in het eerste lid genoemde wet, blijven van toepassing op de in het eerste en tweede lid bedoelde rechten respectievelijk personen.
Met opzegging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt gelijkgesteld, ontslag als bedoeld in de artikelen 93 en 94 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of een overeenkomstige bepaling van een soortgelijke regeling.
Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op aanvragen die na 31 december 2019 worden ingediend.
Hoofdstuk XB. Overgangsbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 76a
Het UWV kan toestemming verlenen aan de werknemer, die recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk II, om op een proefplaats bij een werkgever gedurende maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden te verrichten.
Voor de werknemer, bedoeld in het eerste lid, blijft het recht op uitkering op grond van hoofdstuk II bestaan, onverminderd artikel 20, eerste lid, aanhef en onderdeel b, gedurende de periode waarover toestemming is verleend tot het verrichten van die werkzaamheden.
De onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats zijn:
- a. werkzaamheden, waartoe de werknemer met zijn krachten en bekwaamheden in staat is;
- b. werkzaamheden, waarbij de werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een aansprakelijkheidsverzekering ten behoeve van de werknemer heeft afgesloten;
- c. werkzaamheden, die de werknemer niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht; en
- d. werkzaamheden, waarbij er, naar het oordeel van het UWV, een reëel uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste 6 maanden.
Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt de periode waarin een uitkering bij ziekte wordt ontvangen, voor de toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van het eerste tot en met vierde lid.
Artikel 77
Vervallen
Hoofdstuk VII. Financiering
§ 1. Het Algemeen Werkloosheidsfonds en de wachtgeldfondsen
Artikel 93a
Vervallen
§ 2. Het Uitvoeringsfonds voor de overheid
§ 3. Sectorindeling
Hoofdstuk VIII. De uitvoeringsorganisatie
Hoofdstuk X. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en beroep in cassatie
Hoofdstuk XI. Straf- en slotbepalingen
Hoofdstuk XA. Experimenten
Hoofdstuk XB. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk XI. Straf- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 130i
De artikelen 42 en 17b, zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van de wet van 4 november 2004 tot wijziging van de Werkloosheidswet en de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met de vervanging van fictief arbeidsverleden door feitelijk arbeidsverleden en de beperking van het verzorgingsforfait Stb. 2004, 594, blijven van toepassing op een recht op uitkering waarbij de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor of op die dag.
In afwijking van de eerste zin van artikel 17b, tweede lid, worden voor de toepassing van artikel 17, aanhef en onderdeel b, onder 1°, niet reeds in aanmerking genomen kalenderjaren over de periode tot 1 januari 2005, waarin een persoon recht heeft op kinderbijslag op grond van artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet of een andere gezinsbijslag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel j, van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166) voor een tot zijn huishouden behorend kind dat bij de aanvang van dat kalenderjaar de leeftijd van vijf jaar niet heeft bereikt, gelijkgesteld met, en worden dergelijke kalenderjaren over de periode van 1 januari 2005 tot 1 januari 2007 voor drie kwart gelijkgesteld met, kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen.
Artikel 130j
De artikelen 17a, eerste lid, onderdeel c, 17b, eerste lid, onderdeel a, 19, eerste lid, onderdeel m, 28, derde lid, 76, eerste lid, en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van de wet van 23 december 2004 houdende wijziging van enkele socialeverzekeringswetten en enige andere wetten in verband met het aanbrengen van enige vereenvoudigingen, blijven van toepassing op de werknemer die voor de datum van inwerkingtreding van die wet:
- a. een voor hem, naar het oordeel van het UWV, noodzakelijke opleiding of scholing volgt, of
- b. een reïntegratie-uitkering als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, zoals dat artikel luidde op de dag voor de inwerkingtreding van de in de aanhef genoemde wet, ontvangt,
voor de duur van die opleiding of scholing respectievelijk die reïntegratie-uitkering.
In afwijking van artikel 76a blijven artikel 130a en het daarop berustende Tijdelijk besluit proefplaatsing WW, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van de wet van 23 december 2004 houdende wijziging van enkele socialeverzekeringswetten en enige andere wetten in verband met het aanbrengen van enige vereenvoudigingen, van toepassing op de werknemer die voor de datum van inwerkingtreding van die wet werkzaamheden verricht in het kader van het Tijdelijk besluit proefplaatsing WW, voor de duur van die werkzaamheden.
Hoofdstuk XI. Straf- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 130k
De artikelen 92, onderdelen g, h, en i, 93, onderdeel i, 97b, tweede lid, 97e, onderdeel j, en 97f, onderdeel i, zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van de Wet van 28 april 2005 tot wijziging van de Wet arbeid en zorg en enige andere wetten in verband met het tot stand brengen van een recht op langdurend zorgverlof en het aanbrengen van enkele verbeteringen (Stb. 274) blijven van toepassing voor de duur van de periode waarin op grond van artikel IXa van die wet recht bestaat op een financiële tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg.
Hoofdstuk XI. Straf- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 130l
Een aanvraag als bedoeld in artikel 4 van het Tijdelijk besluit preventieve inzet sectorfondsen van een werknemer als bedoeld in artikel 3 van dat besluit wordt vanaf 1 juli 2005 aangemerkt als een aanvraag om werkzaamheden waarmee de taak, bedoeld in artikel 72, eerste lid onderdeel b, wordt uitgevoerd.
Een traject als bedoeld in artikel 4 van het Tijdelijk besluit preventieve inzet sectorfondsen dat is aangevangen voor 1 juli 2005 wordt vanaf die datum aangemerkt als een traject, bedoeld in artikel 72, eerste lid, onder b, met dien verstande dat de duur van het traject hierdoor niet wordt verlengd.
De artikelen 72 en 72a, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van de wet van 16 juli 2005, houdende wijziging van de Werkloosheidswet in verband met het preventief inzetten van reïntegratie-instrumenten, het opdragen van de reïntegratietaak aan overheidswerkgevers, het ondersteunen van WAO-herbeoordeelden bij scholing, het subsidiëren van scholing in het kader van de WAJONG en enkele andere wijzigingen in wetten die de reïntegratie-instrumenten betreffen (Stb. 382), blijven van toepassing op de persoon, die recht heeft op uitkering op grond van hoofdstuk IIa of IIb en van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 juli 2005.
In afwijking van het derde lid is artikel 72a, vierde lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de in het derde lid genoemde wet, slechts van toepassing op door de overheidswerkgever gedane uitgaven die betrekking hebben op tot 1 juli 2006 verrichte activiteiten in verband met de inschakeling in het arbeidsproces van personen als bedoeld in artikel 78a.
Hoofdstuk XI. Straf- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 8a
Degene die op grond van de verplichte verzekering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering een uitkering ontvangt verliest de hoedanigheid van werknemer indien hij niet in Nederland woont.
§ 3. De werkgever
§ 4. Het loon
Hoofdstuk II. De uitkering bij werkloosheid
Afdeling I. Algemene bepalingen
§ 1. De voorwaarden voor het recht op uitkering
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)