Wet van 27 november 1986, houdende regelen inzake het verhandelen van meststoffen en de afvoer van mestoverschotten
| Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e | Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten | Nummer diercategorie | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen: | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen: | Aantal grootvee-eenheden per dier van de onderscheiden diercategorieën |
|---|---|---|---|---|---|
| fosfaat | stikstof | ||||
| I. Rundvee | Fok- en gebruiksvee | ||||
| • Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) | 100 | 41,00 | 161,00 | 1,000 | |
| • Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd): | |||||
| – jonger dan 1 jaar | 101 | 9,00 | 52,00 | 0,220 | |
| – 1 jaar en ouder | 102 | 18,00 | 110,00 | 0,439 | |
| • Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee): | |||||
| – jonger dan 1 jaar | 103 | 12,00 | 52,00 | 0,293 | |
| – 1 jaar en ouder | 104 | 22,00 | 120,00 | 0,537 | |
| Witvleesproductie | |||||
| • Vleeskalveren (doorgaans binnen 6 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met melkproducten afgemest): | |||||
| – startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 2 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 2 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 110 | 2,40 | 4,00 | 0,059 | |
| – van startkalf tot vleeskalf, van ca. 2 tot ca. 6 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 2 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 6 maanden) | 111 | 6,10 | 16,00 | 0,149 | |
| – vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 6 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 6 maanden) | 112 | 5,20 | 12,00 | 0,127 | |
| Roodvleesproductie | |||||
| • Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) | 120 | 41,00 | 129,00 | 1,000 | |
| • Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees): | |||||
| – startkalf t.b.v. vleesstier, ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 121 | 6,70 | 6,00 | 0,163 | |
| – van startkalf tot vleesstier, ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) | 122 | 14,90 | 50,00 | 0,363 | |
| – vleesstier, ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) | 123 | 13,40 | 42,00 | 0,327 | |
| • Overige vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën «weidekoeien» of «vleesstieren»; ook vleesstieren, vrouwelijke dieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden): | |||||
| – jonger dan 1 jaar | 124 | 12,00 | 52,00 | 0,293 | |
| – 1 jaar en ouder | 125 | 20,00 | 110,00 | 0,488 | |
| II. Varkens | Fokkerij/vermeerdering | ||||
| • Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn): | |||||
| • waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) | 400 | 14,60 | 25,00 | 0,356 | |
| – waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) | 401 | 20,30 | 35,00 | 0,495 | |
| • Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij): | |||||
| – van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) | 402 | 7,10 | 15,00 | 0,173 | |
| – van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) | 403 | 11,80 | 20,00 | 0,288 | |
| – van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact 25 kg tot de eerste dekking) | 404 | 8,20 | 16,00 | 0,200 | |
| • Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) | 405 | 8,10 | 12,00 | 0,198 | |
| • Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) | 406 | 13,80 | 27,00 | 0,337 | |
| • Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) | 407 | 2,70 | 5,5 | 0,066 | |
| Mesterij | |||||
| • Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) | 410 | 11,80 | 20,00 | 0,288 | |
| • Vleesvarkens (varkens die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 kg) | 411 | 7,40 | 18,00 | 0,180 | |
| III. Kippen | Legrassen | ||||
| • Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) | 300 | 0,20 | 0,42 | 0,005 | |
| • Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren –, vanaf exact 18 weken) | 301 | 0,50 | 0,90 | 0,012 | |
| Vleesrassen | |||||
| • Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) | 310 | 0,25 | 0,62 | 0,006 | |
| • Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) | 311 | 0,74 | 1,50 | 0,018 | |
| • Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) | 312 | 0,24 | 0,63 | 0,006 | |
| IV. Kalkoenen | Voor broedeieren | ||||
| • Hennen en hanen voor de productie van broedeieren: | |||||
| – ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) | 200 | 0,26 | 0,43 | 0,006 | |
| – ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) | 201 | 1,47 | 2,40 | 0,036 | |
| – ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) | 202 | 2,00 | 3,20 | 0,049 | |
| Vleeskalkoenen | |||||
| • Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) | 210 | 0,79 | 2,20 | 0,019 | |
| V. Schapen | • Fokschapen, inclusief de lammeren tot ca. 25 kg (alle ooien die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 550 | 5,10 | 25,00 | 0,124 |
| • Overige schapen (alle lammeren zwaarder dan 25 kg, alle fokrammen en overhouders) | 551 | 3,20 | 17,00 | 0,078 | |
| VI. Vossen | • Fokmoeren, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 700 | 2,90 | 4,60 | 0,071 |
| • Fokrekels | 701 | 2,10 | 3,50 | 0,051 | |
| • Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) | 702 | 2,10 | 3,50 | 0,051 | |
| VII. Nertsen | • Fokteven, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 750 | 1,00 | 1,60 | 0,024 |
| • Fokreuen | 751 | 0,80 | 1,30 | 0,020 | |
| • Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) | 752 | 0,80 | 1,30 | 0,020 | |
| VIII. Geiten | • Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 600 | 4,70 | 19,00 | 0,115 |
| • Overige geiten (geitelammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) | 601 | 2,50 | 14,00 | 0,061 | |
| IX. Eenden | • Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en leg-eenden) | 800 | 1,10 | 2,00 | 0,027 |
| • Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) | 801 | 0,60 | 1,20 | 0,015 | |
| X. Konijnen | • Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 900 | 1,80 | 3,80 | 0,044 |
| • Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen | 901 | 1,00 | 2,10 | 0,024 | |
| • Opfokkonijnen (jonge, nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) | 902 | 0,80 | 1,70 | 0,020 | |
| • Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) | 903 | 0,40 | 1,00 | 0,010 | |
| XI Parelhoenders | Vleesparelhoenders | 951 | 0,34 | 0,67 | 0,008 |
Bijlage A. Behorende bij de Meststoffenwet
| Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e | Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten | Nummer diercategorie | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen: | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen: | Aantal grootvee-eenheden per dier van de onderscheiden diercategorieën |
|---|---|---|---|---|---|
| fosfaat | stikstof | ||||
| I. Rundvee | Fok- en gebruiksvee | ||||
| • Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) | 100 | 41,00 | 161,00 | 1,000 | |
| • Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd): | |||||
| – jonger dan 1 jaar | 101 | 9,00 | 52,00 | 0,220 | |
| – 1 jaar en ouder | 102 | 18,00 | 110,00 | 0,439 | |
| • Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee): | |||||
| – jonger dan 1 jaar | 103 | 12,00 | 52,00 | 0,293 | |
| – 1 jaar en ouder | 104 | 22,00 | 120,00 | 0,537 | |
| Witvleesproductie | |||||
| • Vleeskalveren (doorgaans binnen 6 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met melkproducten afgemest): | |||||
| – startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 2 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 2 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 110 | 2,40 | 4,00 | 0,059 | |
| – van startkalf tot vleeskalf, van ca. 2 tot ca. 6 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 2 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 6 maanden) | 111 | 6,10 | 16,00 | 0,149 | |
| – vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 6 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 6 maanden) | 112 | 5,20 | 12,00 | 0,127 | |
| Roodvleesproductie | |||||
| • Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) | 120 | 41,00 | 129,00 | 1,000 | |
| • Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees): | |||||
| – startkalf t.b.v. vleesstier, ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 121 | 6,70 | 6,00 | 0,163 | |
| – van startkalf tot vleesstier, ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) | 122 | 14,90 | 50,00 | 0,363 | |
| – vleesstier, ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) | 123 | 13,40 | 42,00 | 0,327 | |
| • Overige vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën «weidekoeien» of «vleesstieren»; ook vleesstieren, vrouwelijke dieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden): | |||||
| – jonger dan 1 jaar | 124 | 12,00 | 52,00 | 0,293 | |
| – 1 jaar en ouder | 125 | 20,00 | 110,00 | 0,488 | |
| II. Varkens | Fokkerij/vermeerdering | ||||
| • Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn): | |||||
| • waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) | 400 | 14,60 | 25,00 | 0,356 | |
| – waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) | 401 | 20,30 | 35,00 | 0,495 | |
| • Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij): | |||||
| – van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) | 402 | 7,10 | 15,00 | 0,173 | |
| – van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) | 403 | 11,80 | 20,00 | 0,288 | |
| – van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact 25 kg tot de eerste dekking) | 404 | 8,20 | 16,00 | 0,200 | |
| • Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) | 405 | 8,10 | 12,00 | 0,198 | |
| • Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) | 406 | 13,80 | 27,00 | 0,337 | |
| • Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) | 407 | 2,70 | 5,5 | 0,066 | |
| Mesterij | |||||
| • Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) | 410 | 11,80 | 20,00 | 0,288 | |
| • Vleesvarkens (varkens die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 kg) | 411 | 7,40 | 18,00 | 0,180 | |
| III. Kippen | Legrassen | ||||
| • Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) | 300 | 0,20 | 0,42 | 0,005 | |
| • Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren –, vanaf exact 18 weken) | 301 | 0,50 | 0,90 | 0,012 | |
| Vleesrassen | |||||
| • Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) | 310 | 0,25 | 0,62 | 0,006 | |
| • Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) | 311 | 0,74 | 1,50 | 0,018 | |
| • Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) | 312 | 0,24 | 0,63 | 0,006 | |
| IV. Kalkoenen | Voor broedeieren | ||||
| • Hennen en hanen voor de productie van broedeieren: | |||||
| – ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) | 200 | 0,26 | 0,43 | 0,006 | |
| – ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) | 201 | 1,47 | 2,40 | 0,036 | |
| – ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) | 202 | 2,00 | 3,20 | 0,049 | |
| Vleeskalkoenen | |||||
| • Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) | 210 | 0,79 | 2,20 | 0,019 | |
| V. Schapen | • Fokschapen, inclusief de lammeren tot ca. 25 kg (alle ooien die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 550 | 5,10 | 25,00 | 0,124 |
| • Overige schapen (alle lammeren zwaarder dan 25 kg, alle fokrammen en overhouders) | 551 | 3,20 | 17,00 | 0,078 | |
| VI. Vossen | • Fokmoeren, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 700 | 2,90 | 4,60 | 0,071 |
| • Fokrekels | 701 | 2,10 | 3,50 | 0,051 | |
| • Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) | 702 | 2,10 | 3,50 | 0,051 | |
| VII. Nertsen | • Fokteven, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 750 | 1,00 | 1,60 | 0,024 |
| • Fokreuen | 751 | 0,80 | 1,30 | 0,020 | |
| • Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) | 752 | 0,80 | 1,30 | 0,020 | |
| VIII. Geiten | • Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 600 | 4,70 | 19,00 | 0,115 |
| • Overige geiten (geitelammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) | 601 | 2,50 | 14,00 | 0,061 | |
| IX. Eenden | • Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en leg-eenden) | 800 | 1,10 | 2,00 | 0,027 |
| • Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) | 801 | 0,60 | 1,20 | 0,015 | |
| X. Konijnen | • Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 900 | 1,80 | 3,80 | 0,044 |
| • Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen | 901 | 1,00 | 2,10 | 0,024 | |
| • Opfokkonijnen (jonge, nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) | 902 | 0,80 | 1,70 | 0,020 | |
| • Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) | 903 | 0,40 | 1,00 | 0,010 | |
| XI Parelhoenders | Vleesparelhoenders | 951 | 0,34 | 0,67 | 0,008 |
Artikel B1
Onder overige organische meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, worden de volgende meststoffen verstaan:
Artikel B1
Onder overige organische meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, worden de volgende meststoffen verstaan:
Bijlage C. Behorende bij de Meststoffenwet
Artikel B2
Onder andere meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, worden meststoffen, alsmede mengsels van meststoffen verstaan, die vallen onder de volgende typeaanduidingen:
De forfaitaire omrekennorm, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, onderscheidenlijk stikstof per 1000 kilogram dierlijke meststof, onderscheiden naar mestvorm, diercategorie en bedrijfssysteem, zijn opgenomen in de na dit artikel opgenomen tabel.
Indien niet alle dieren van eenzelfde diercategorie met een drinkwatersysteem gedrenkt worden dat bij dezelfde mestcategorie behoort, wordt het fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte per 1000 kilogram dierlijke meststof behorende bij de mestcategorie voor overige drinkwatersystemen gehanteerd.
Indien niet alle dieren van eenzelfde diercategorie met een drinkwatersysteem gedrenkt worden dat bij dezelfde mestcategorie behoort, wordt het fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte per 1000 kilogram dierlijke meststof behorende bij de mestcategorie voor overige drinkwatersystemen gehanteerd.
Tabel. behorende bij bijlage C bij de Meststoffenwet
Bijlage D. Behorende bij de Meststoffenwet
Tabel. , behorende bij bijlage C bij de Meststoffenwet
De aanvoerposten, bedoeld in de artikelen 22, 25, eerste lid, en 28 zijn:
De aanvoerposten, bedoeld in de artikelen 22, 25, eerste lid, en 28 zijn:
Artikel D1
De aanvoerposten, bedoeld in de artikelen 22, 25, eerste lid, en 28 zijn:
Als aanvoerpost geldt tevens het ruwvoer gebruikt door uitgeschaarde dieren of door tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren, voor zover de betreffende hoeveelheden fosfaat en stikstof in de dieren zelf worden vastgelegd.
Artikel D2
De afvoerposten, bedoeld in artikel 25, tweede lid, zijn:
Artikel D3
Voor de toepassing van de artikelen D1 en D2 wordt onder de aanvoerpost meststoffen niet begrepen de hoeveelheid dierlijke meststoffen geproduceerd door ingeschaarde of tijdelijk ter weiding aangenomen dieren, en onder de afvoerpost dierlijke meststoffen niet begrepen de hoeveelheid dierlijke meststoffen geproduceerd door uitgeschaarde of door tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren.
Voor de toepassing van de artikelen D1 en D2 wordt onder de aanvoerpost meststoffen niet begrepen de hoeveelheid dierlijke meststoffen geproduceerd door ingeschaarde of tijdelijk ter weiding aangenomen dieren, en onder de afvoerpost dierlijke meststoffen niet begrepen de hoeveelheid dierlijke meststoffen geproduceerd door uitgeschaarde of door tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren.
Artikel D4
De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in andere meststoffen wordt vastgesteld overeenkomstig de ter zake door de leverancier verstrekte gegevens. Deze gegevens worden gebaseerd op het gewicht of volume en het fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte van de meststoffen.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de hoeveelheid stikstof in compost als bedoeld in artikel B1, onderdeel b, van bijlage B die ten hoogste 16 gram stikstof per kilogram droge stof bevat niet in aanmerking genomen.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de hoeveelheid stikstof in compost als bedoeld in artikel B1, onderdeel b, van bijlage B die ten hoogste 16 gram stikstof per kilogram droge stof bevat niet in aanmerking genomen.
Artikel D5
De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in diervoeders andere dan het ruwvoer en enkelvoudig krachtvoer, opgenomen in tabel II van deze bijlage, wordt vastgesteld overeenkomstig de ter zake door de leverancier verstrekte gegevens. Deze gegevens worden gebaseerd op het gewicht of volume en het fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte van de geleverde diervoeders.
Artikel D6
De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in het ruwvoer bedoeld in de artikelen D1, tweede lid, en D2, tweede lid, van deze bijlage, wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde aantal in het betreffende kalenderjaar uitgeschaarde of tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren, onderscheidenlijk ingeschaarde of tijdelijk ter weiding aangenomen dieren, en de forfaitaire normen per dier per jaar, welke zijn opgenomen in tabel III van deze bijlage.
Artikel D6
De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in de dieren, wordt vastgesteld op basis van de in tabel IV van deze bijlage opgenomen forfaitaire fosfaatgehaltes, onderscheidenlijk stikstofgehaltes per dier, dan wel op basis van het gewicht van de dieren en de in tabel IVa bij deze bijlage opgenomen forfaitaire fosfaatgehaltes, onderscheidenlijk stikstofgehaltes per kilogram levend gewicht.
De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in dierlijke producten wordt vastgesteld op basis van het gewicht en de in tabel V opgenomen forfaitaire fosfaatgehaltes, onderscheidenlijk stikstofgehaltes per kilogram product.
Artikel D8
Artikel D8
Tabel II van bijlage D. : de voor de onderscheiden soorten ruwvoer en enkelvoudig krachtvoer die op het bedrijf worden aangevoerd geldende forfaitaire fosfaat- en stikstofgehaltes
Tabel I van bijlage D. : de afvoerpost «ruwvoer» en de voor de onderscheiden soorten ruwvoer geldende forfaitaire fosfaat- en stikstofgehaltes
Tabel I. van bijlage D: de afvoerpost «ruwvoer» en de voor de onderscheiden soorten ruwvoer geldende forfaitaire fosfaat- en stikstofgehaltes
Tabel II. van bijlage D: de voor de onderscheiden soorten ruwvoer en enkelvoudig krachtvoer die op het bedrijf worden aangevoerd geldende forfaitaire fosfaat- en stikstofgehaltes
Bijlage E. behorend bij de artikelen 58ab en 58ag van de Meststoffenwet
Forfaitaire mestproductienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar als bedoeld in de artikelen 58ab en 58ag
| Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e | Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten | Nummer diercategorie | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof in het jaar 2002 | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof in de jaren 2003 e.v |
|---|---|---|---|---|
| I Rundvee | Fok- en gebruiksvee | |||
| • Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) | 100 | 101,8 | 107,4 | |
| • Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd): | ||||
| • jonger dan 1 jaar | 101 | 34,2 | 36,1 | |
| • 1 jaar en ouder | 102 | 69,9 | 73,8 | |
| • Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee): | ||||
| • jonger dan 1 jaar | 103 | 28,3 | 29,8 | |
| • 1 jaar en ouder | 104 | 54,0 | 57,0 | |
| Witvleesproductie | ||||
| • Vleeskalveren (doorgaans binnen 6 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met melkproducten afgemest): | ||||
| • startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 2 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 2 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 110 | 4,5 | 4,8 | |
| • van startkalf tot vleeskalf, van ca. 2 tot ca. 6 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 2 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 6 maanden) | 111 | 11,2 | 11,8 | |
| • vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 6 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 6 maanden) | 112 | 8,8 | 9,3 | |
| Rosévleesproductie | ||||
| • Vleeskalveren voor de productie van rosévlees (doorgaans binnen 8 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met ruwvoer en krachtvoer afgemest): | ||||
| • startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 110B | 9,8 | 10,4 | |
| • van startkalf tot vleeskalf, van ca. 3 tot ca. 8 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 8 maanden) | 111B | 26,6 | 28,0 | |
| • vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 8 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 8 maanden) | 112B | 19,7 | 20,8 | |
| Roodvleesproductie | ||||
| • Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) | 120 | 70,1 | 74,0 | |
| • Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees): | ||||
| • startkalf t.b.v. vleesstier, van ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 121 | 7,0 | 7,4 | |
| • van startkalf tot vleesstier, van ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) | 122 | 28,8 | 30,4 | |
| • vleesstier, van ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) | 123 | 24,8 | 26,1 | |
| • Overig vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën «weidekoeien» of «vleesstieren»; ook vleesstieren, vrouwelijke dieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden): | ||||
| • jonger dan 1 jaar | 124 | 28,0 | 29,5 | |
| • 1 jaar en ouder | 125 | 69,2 | 73,1 | |
| II Varkens | Fokkerij/vermeerdering | |||
| • Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn): | ||||
| • waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) | 400 | 14,6 | 15,4 | |
| • waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) | 401 | 18,6 | 19,7 | |
| • Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij): | ||||
| • van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) | 402 | 7,2 | 7,6 | |
| •van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) | 403 | 11,1 | 11,7 | |
| • van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact 25 kg tot de eerste dekking) | 404 | 7,5 | 7,9 | |
| • Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) | 405 | 6,8 | 7,2 | |
| • Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) | 406 | 14,3 | 15,1 | |
| • Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) | 407 | 2,4 | 2,6 | |
| Mesterij | ||||
| • Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) | 410 | 15,4 | 16,2 | |
| • Vleesvarkens (varkens die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 kg) | 411 | 7,5 | 7,9 | |
| III Kippen | Legrassen | |||
| • Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) | 300 | 0,212 | 0,224 | |
| • Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren –, vanaf exact 18 weken) | 301 | 0,449 | 0,474 | |
| Vleesrassen | ||||
| • Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) | 310 | 0,116 | 0,123 | |
| • Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) | 311 | 0,436 | 0,460 | |
| • Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) | 312 | 0,351 | 0,371 | |
| IV Kalkoenen | Voor broedeieren | |||
| • Hennen en hanen voor de productie van broedeieren: | ||||
| • ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) | 200 | 0,307 | 0,324 | |
| • ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) | 201 | 1,233 | 1,302 | |
| • ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) | 202 | 1,602 | 1,691 | |
| Vleeskalkoenen | ||||
| • Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) | 210 | 0,936 | 0,988 | |
| V Vossen | • Fokmoeren, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 700 | 1,78 | 1,88 |
| • Fokrekels | 701 | 1,40 | 1,48 | |
| • Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) | 702 | 1,26 | 1,33 | |
| VI Nertsen | • Fokteven, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 750 | 0,66 | 0,69 |
| • Fokreuen | 751 | 0,77 | 0,81 | |
| • Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) | 752 | 0,54 | 0,57 | |
| VII Geiten | • Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 600 | 7,1 | 7,5 |
| • Overige geiten (geitenlammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) | 601 | 5,1 | 5,4 | |
| VIII Eenden | • Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en legeenden) | 800 | 0,53 | 0,56 |
| • Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) | 801 | 0,41 | 0,44 | |
| IX Konijnen | •Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 900 | 1,31 | 1,39 |
| • Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen) | 901 | 0,79 | 0,84 | |
| • Opfokkonijnen (jonge, nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) | 902 | 1,07 | 1,13 | |
| • Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) | 903 | 0,43 | 0,45 | |
| X Parelhoenders | • Vleesparelhoenders | 951 | 0,463 | 0,488 |
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 58apa
Vervallen
Hoofdstuk VI. Overige bepalingen
Artikel 67
De ministeriële regelingen bedoeld in hoofdstuk IV, behoudens titel 6, en in artikel 59 worden vastgesteld door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Artikel 68
Onze Minister doet over de werking van deze wet telkens na twee jaren een verslag aan de beide Kamers der Staten-Generaal toekomen.
Hoofdstuk VII. Toezicht
Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Bijlage A. Behorende bij de Meststoffenwet
| Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e | Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten | Nummer diercategorie | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat | Aantal grootvee-eenheden per dier van de onderscheiden diercategorieën |
|---|---|---|---|---|
| I. Rundvee | Fok- en gebruiksvee | |||
| • Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) | 100 | 41,00 | 1,000 | |
| • Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd): | ||||
| – jonger dan 1 jaar | 101 | 9,00 | 0,220 | |
| – 1 jaar en ouder | 102 | 18,00 | 0,439 | |
| • Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee): | ||||
| – jonger dan 1 jaar | 103 | 12,00 | 0,293 | |
| – 1 jaar en ouder | 104 | 22,00 | 0,537 | |
| Witvleesproductie | ||||
| • Vleeskalveren (doorgaans binnen 6 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met melkproducten afgemest): | ||||
| – startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 2 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 2 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 110 | 2,40 | 0,059 | |
| – van startkalf tot vleeskalf, van ca. 2 tot ca. 6 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 2 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 6 maanden) | 111 | 6,10 | 0,149 | |
| – vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 6 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 6 maanden) | 112 | 5,20 | 0,127 | |
| Roodvleesproductie | ||||
| • Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) | 120 | 41,00 | 1,000 | |
| • Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees): | ||||
| – startkalf t.b.v. vleesstier, ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 121 | 6,70 | 0,163 | |
| – van startkalf tot vleesstier, ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) | 122 | 14,90 | 0,363 | |
| – vleesstier, ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) | 123 | 13,40 | 0,327 | |
| • Overige vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën «weidekoeien» of «vleesstieren»; ook vleesstieren, vrouwelijke dieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden): | ||||
| – jonger dan 1 jaar | 124 | 12,00 | 0,293 | |
| – 1 jaar en ouder | 125 | 20,00 | 0,488 | |
| II. Varkens | Fokkerij/vermeerdering | |||
| • Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn): | ||||
| • waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) | 400 | 14,60 | 0,356 | |
| – waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) | 401 | 20,30 | 0,495 | |
| • Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij): | ||||
| – van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) | 402 | 7,10 | 0,173 | |
| – van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) | 403 | 11,80 | 0,288 | |
| – van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact 25 kg tot de eerste dekking) | 404 | 8,20 | 0,200 | |
| • Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) | 405 | 8,10 | 0,198 | |
| • Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) | 406 | 13,80 | 0,337 | |
| • Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) | 407 | 2,70 | 0,066 | |
| Mesterij | ||||
| • Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) | 410 | 11,80 | 0,288 | |
| • Vleesvarkens (varkens die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 kg) | 411 | 7,40 | 0,180 | |
| III. Kippen | Legrassen | |||
| • Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) | 300 | 0,20 | 0,005 | |
| • Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren –, vanaf exact 18 weken) | 301 | 0,50 | 0,012 | |
| Vleesrassen | ||||
| • Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) | 310 | 0,25 | 0,006 | |
| • Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) | 311 | 0,74 | 0,018 | |
| • Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) | 312 | 0,24 | 0,006 | |
| IV. Kalkoenen | Voor broedeieren | |||
| • Hennen en hanen voor de productie van broedeieren: | ||||
| – ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) | 200 | 0,26 | 0,006 | |
| – ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) | 201 | 1,47 | 0,036 | |
| – ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) | 202 | 2,00 | 0,049 | |
| Vleeskalkoenen | ||||
| • Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) | 210 | 0,79 | 0,019 | |
| V. Schapen | • Fokschapen, inclusief de lammeren tot ca. 25 kg (alle ooien die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 550 | 5,10 | 0,124 |
| • Overige schapen (alle lammeren zwaarder dan 25 kg, alle fokrammen en overhouders) | 551 | 3,20 | 0,078 | |
| VI. Vossen | • Fokmoeren, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 700 | 2,90 | 0,071 |
| • Fokrekels | 701 | 2,10 | 0,051 | |
| • Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) | 702 | 2,10 | 0,051 | |
| VII. Nertsen | • Fokteven, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 750 | 1,00 | 0,024 |
| • Fokreuen | 751 | 0,80 | 0,020 | |
| • Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) | 752 | 0,80 | 0,020 | |
| VIII. Geiten | • Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 600 | 4,70 | 0,115 |
| • Overige geiten (geitelammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) | 601 | 2,50 | 0,061 | |
| IX. Eenden | • Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en leg-eenden) | 800 | 1,10 | 0,027 |
| • Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) | 801 | 0,60 | 0,015 | |
| X. Konijnen | • Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 900 | 1,80 | 0,044 |
| • Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen | 901 | 1,00 | 0,024 | |
| • Opfokkonijnen (jonge, nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) | 902 | 0,80 | 0,020 | |
| • Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) | 903 | 0,40 | 0,010 | |
| XI Parelhoenders | Vleesparelhoenders | 951 | 0,34 | 0,008 |
Artikel B1
Onder overige organische meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, worden de volgende meststoffen verstaan:
Artikel B1
Onder overige organische meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, worden de volgende meststoffen verstaan:
Bijlage C. Behorende bij de Meststoffenwet
Enig artikel
Bij menging van verschillende mestcategorieën wordt door middel van de mengverhouding het gemiddelde fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte per 1000 kilogram mest berekend.
Tabel. behorende bij bijlage C bij de Meststoffenwet
Bijlage D. Behorende bij de Meststoffenwet
Tabel. , behorende bij bijlage C bij de Meststoffenwet
De aanvoerposten, bedoeld in de artikelen 22, 25, eerste lid, en 28 zijn:
Artikel D2
De afvoerposten, bedoeld in artikel 25, tweede lid, zijn:
Artikel D3
Als afvoerpost geldt tevens het ruwvoer gebruikt door ingeschaarde dieren of door tijdelijk ter weiding aangenomen dieren, voor zover de betreffende hoeveelheden fosfaat en stikstof in de dieren zelf worden vastgelegd.
Artikel D3
De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in andere meststoffen wordt vastgesteld overeenkomstig de ter zake door de leverancier verstrekte gegevens. Deze gegevens worden gebaseerd op het gewicht of volume en het fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte van de meststoffen.
Artikel D5
De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in diervoeders andere dan het ruwvoer en enkelvoudig krachtvoer, opgenomen in tabel II van deze bijlage, wordt vastgesteld overeenkomstig de ter zake door de leverancier verstrekte gegevens. Deze gegevens worden gebaseerd op het gewicht of volume en het fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte van de geleverde diervoeders.
Artikel D6
De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in het ruwvoer en enkelvoudig krachtvoer, opgenomen in de tabellen I en II van deze bijlage, wordt vastgesteld op basis van het gewicht van het voer en de in de tabellen opgenomen forfaitaire fosfaatgehaltes, onderscheidenlijk stikstofgehaltes per kilogram product.
Artikel D6
De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in de dieren, wordt vastgesteld op basis van de in tabel IV van deze bijlage opgenomen forfaitaire fosfaatgehaltes, onderscheidenlijk stikstofgehaltes per dier, dan wel op basis van het gewicht van de dieren en de in tabel IVa bij deze bijlage opgenomen forfaitaire fosfaatgehaltes, onderscheidenlijk stikstofgehaltes per kilogram levend gewicht.
Artikel D7
De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in dierlijke producten wordt vastgesteld op basis van het gewicht en de in tabel V opgenomen forfaitaire fosfaatgehaltes, onderscheidenlijk stikstofgehaltes per kilogram product.
Tabel III. van bijlage D: de forfaitair vastgestelde hoeveelheden fosfaat en stikstof vastgelegd in uitgeschaarde, ingeschaarde, elders tijdelijk ter weiding ondergebrachte of tijdelijk ter weiding aangenomen dieren
Bijlage E. behorend bij de artikelen 58ab en 58ag van de Meststoffenwet
Forfaitaire mestproductienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar als bedoeld in de artikelen 58ab en 58ag
| Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e | Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten | Nummer diercategorie | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof in het jaar 2002 | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof in de jaren 2003 e.v |
|---|---|---|---|---|
| I Rundvee | Fok- en gebruiksvee | |||
| • Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) | 100 | 101,8 | 107,4 | |
| • Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd): | ||||
| • jonger dan 1 jaar | 101 | 34,2 | 36,1 | |
| • 1 jaar en ouder | 102 | 69,9 | 73,8 | |
| • Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee): | ||||
| • jonger dan 1 jaar | 103 | 28,3 | 29,8 | |
| • 1 jaar en ouder | 104 | 54,0 | 57,0 | |
| Witvleesproductie | ||||
| • Vleeskalveren (doorgaans binnen 6 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met melkproducten afgemest): | ||||
| • startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 2 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 2 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 110 | 4,5 | 4,8 | |
| • van startkalf tot vleeskalf, van ca. 2 tot ca. 6 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 2 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 6 maanden) | 111 | 11,2 | 11,8 | |
| • vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 6 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 6 maanden) | 112 | 8,8 | 9,3 | |
| Rosévleesproductie | ||||
| • Vleeskalveren voor de productie van rosévlees (doorgaans binnen 8 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met ruwvoer en krachtvoer afgemest): | ||||
| • startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 110B | 9,8 | 10,4 | |
| • van startkalf tot vleeskalf, van ca. 3 tot ca. 8 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 8 maanden) | 111B | 26,6 | 28,0 | |
| • vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 8 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 8 maanden) | 112B | 19,7 | 20,8 | |
| Roodvleesproductie | ||||
| • Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) | 120 | 70,1 | 74,0 | |
| • Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees): | ||||
| • startkalf t.b.v. vleesstier, van ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 121 | 7,0 | 7,4 | |
| • van startkalf tot vleesstier, van ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) | 122 | 28,8 | 30,4 | |
| • vleesstier, van ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) | 123 | 24,8 | 26,1 | |
| • Overig vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën «weidekoeien» of «vleesstieren»; ook vleesstieren, vrouwelijke dieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden): | ||||
| • jonger dan 1 jaar | 124 | 28,0 | 29,5 | |
| • 1 jaar en ouder | 125 | 69,2 | 73,1 | |
| II Varkens | Fokkerij/vermeerdering | |||
| • Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn): | ||||
| • waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) | 400 | 14,6 | 15,4 | |
| • waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) | 401 | 18,6 | 19,7 | |
| • Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij): | ||||
| • van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) | 402 | 7,2 | 7,6 | |
| •van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) | 403 | 11,1 | 11,7 | |
| • van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact 25 kg tot de eerste dekking) | 404 | 7,5 | 7,9 | |
| • Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) | 405 | 6,8 | 7,2 | |
| • Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) | 406 | 14,3 | 15,1 | |
| • Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) | 407 | 2,4 | 2,6 | |
| Mesterij | ||||
| • Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) | 410 | 15,4 | 16,2 | |
| • Vleesvarkens (varkens die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 kg) | 411 | 7,5 | 7,9 | |
| III Kippen | Legrassen | |||
| • Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) | 300 | 0,212 | 0,224 | |
| • Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren –, vanaf exact 18 weken) | 301 | 0,449 | 0,474 | |
| Vleesrassen | ||||
| • Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) | 310 | 0,116 | 0,123 | |
| • Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) | 311 | 0,436 | 0,460 | |
| • Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) | 312 | 0,351 | 0,371 | |
| IV Kalkoenen | Voor broedeieren | |||
| • Hennen en hanen voor de productie van broedeieren: | ||||
| • ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) | 200 | 0,307 | 0,324 | |
| • ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) | 201 | 1,233 | 1,302 | |
| • ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) | 202 | 1,602 | 1,691 | |
| Vleeskalkoenen | ||||
| • Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) | 210 | 0,936 | 0,988 | |
| V Vossen | • Fokmoeren, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 700 | 1,78 | 1,88 |
| • Fokrekels | 701 | 1,40 | 1,48 | |
| • Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) | 702 | 1,26 | 1,33 | |
| VI Nertsen | • Fokteven, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 750 | 0,66 | 0,69 |
| • Fokreuen | 751 | 0,77 | 0,81 | |
| • Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) | 752 | 0,54 | 0,57 | |
| VII Geiten | • Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 600 | 7,1 | 7,5 |
| • Overige geiten (geitenlammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) | 601 | 5,1 | 5,4 | |
| VIII Eenden | • Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en legeenden) | 800 | 0,53 | 0,56 |
| • Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) | 801 | 0,41 | 0,44 | |
| IX Konijnen | •Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 900 | 1,31 | 1,39 |
| • Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen) | 901 | 0,79 | 0,84 | |
| • Opfokkonijnen (jonge, nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) | 902 | 1,07 | 1,13 | |
| • Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) | 903 | 0,43 | 0,45 | |
| X Parelhoenders | • Vleesparelhoenders | 951 | 0,463 | 0,488 |
Bijlage E. behorend bij de artikelen 58ab en 58ag van de Meststoffenwet
Forfaitaire mestproductienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar als bedoeld in de artikelen 58ab en 58ag
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)