Wet van 27 november 1986, houdende regelen inzake het verhandelen van meststoffen en de afvoer van mestoverschotten

Type Wet
Publication 2025-12-09
Laatst bijgewerkt 2026-04-18
State In force
Source BWB
artikelen 255
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten Nummer diercategorie Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen: Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen: Aantal grootvee-eenheden per dier van de onderscheiden diercategorieën
fosfaat stikstof
I. Rundvee Fok- en gebruiksvee
• Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) 100 41,00 161,00 1,000
• Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd):
– jonger dan 1 jaar 101 9,00 52,00 0,220
– 1 jaar en ouder 102 18,00 110,00 0,439
• Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee):
– jonger dan 1 jaar 103 12,00 52,00 0,293
– 1 jaar en ouder 104 22,00 120,00 0,537
Witvleesproductie
• Vleeskalveren (doorgaans binnen 6 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met melkproducten afgemest):
– startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 2 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 2 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) 110 2,40 4,00 0,059
– van startkalf tot vleeskalf, van ca. 2 tot ca. 6 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 2 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 6 maanden) 111 6,10 16,00 0,149
– vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 6 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 6 maanden) 112 5,20 12,00 0,127
Roodvleesproductie
• Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) 120 41,00 129,00 1,000
• Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees):
– startkalf t.b.v. vleesstier, ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) 121 6,70 6,00 0,163
– van startkalf tot vleesstier, ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) 122 14,90 50,00 0,363
– vleesstier, ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) 123 13,40 42,00 0,327
• Overige vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën «weidekoeien» of «vleesstieren»; ook vleesstieren, vrouwelijke dieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden):
– jonger dan 1 jaar 124 12,00 52,00 0,293
– 1 jaar en ouder 125 20,00 110,00 0,488
II. Varkens Fokkerij/vermeerdering
• Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn):
• waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) 400 14,60 25,00 0,356
– waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) 401 20,30 35,00 0,495
• Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij):
– van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) 402 7,10 15,00 0,173
– van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) 403 11,80 20,00 0,288
– van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact 25 kg tot de eerste dekking) 404 8,20 16,00 0,200
• Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) 405 8,10 12,00 0,198
• Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) 406 13,80 27,00 0,337
• Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) 407 2,70 5,5 0,066
Mesterij
• Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) 410 11,80 20,00 0,288
• Vleesvarkens (varkens die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 kg) 411 7,40 18,00 0,180
III. Kippen Legrassen
• Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) 300 0,20 0,42 0,005
• Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren –, vanaf exact 18 weken) 301 0,50 0,90 0,012
Vleesrassen
• Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) 310 0,25 0,62 0,006
• Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) 311 0,74 1,50 0,018
• Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) 312 0,24 0,63 0,006
IV. Kalkoenen Voor broedeieren
• Hennen en hanen voor de productie van broedeieren:
– ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) 200 0,26 0,43 0,006
– ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) 201 1,47 2,40 0,036
– ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) 202 2,00 3,20 0,049
Vleeskalkoenen
• Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) 210 0,79 2,20 0,019
V. Schapen • Fokschapen, inclusief de lammeren tot ca. 25 kg (alle ooien die ten minste éénmaal hebben gelammerd) 550 5,10 25,00 0,124
• Overige schapen (alle lammeren zwaarder dan 25 kg, alle fokrammen en overhouders) 551 3,20 17,00 0,078
VI. Vossen • Fokmoeren, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 700 2,90 4,60 0,071
• Fokrekels 701 2,10 3,50 0,051
• Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) 702 2,10 3,50 0,051
VII. Nertsen • Fokteven, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 750 1,00 1,60 0,024
• Fokreuen 751 0,80 1,30 0,020
• Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) 752 0,80 1,30 0,020
VIII. Geiten • Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) 600 4,70 19,00 0,115
• Overige geiten (geitelammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) 601 2,50 14,00 0,061
IX. Eenden • Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en leg-eenden) 800 1,10 2,00 0,027
• Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) 801 0,60 1,20 0,015
X. Konijnen • Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 900 1,80 3,80 0,044
• Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen 901 1,00 2,10 0,024
• Opfokkonijnen (jonge, nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) 902 0,80 1,70 0,020
• Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) 903 0,40 1,00 0,010
XI Parelhoenders Vleesparelhoenders 951 0,34 0,67 0,008

Bijlage A. Behorende bij de Meststoffenwet

Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten Nummer diercategorie Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen: Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen: Aantal grootvee-eenheden per dier van de onderscheiden diercategorieën
fosfaat stikstof
I. Rundvee Fok- en gebruiksvee
• Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) 100 41,00 161,00 1,000
• Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd):
– jonger dan 1 jaar 101 9,00 52,00 0,220
– 1 jaar en ouder 102 18,00 110,00 0,439
• Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee):
– jonger dan 1 jaar 103 12,00 52,00 0,293
– 1 jaar en ouder 104 22,00 120,00 0,537
Witvleesproductie
• Vleeskalveren (doorgaans binnen 6 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met melkproducten afgemest):
– startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 2 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 2 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) 110 2,40 4,00 0,059
– van startkalf tot vleeskalf, van ca. 2 tot ca. 6 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 2 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 6 maanden) 111 6,10 16,00 0,149
– vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 6 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 6 maanden) 112 5,20 12,00 0,127
Roodvleesproductie
• Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) 120 41,00 129,00 1,000
• Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees):
– startkalf t.b.v. vleesstier, ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) 121 6,70 6,00 0,163
– van startkalf tot vleesstier, ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) 122 14,90 50,00 0,363
– vleesstier, ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) 123 13,40 42,00 0,327
• Overige vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën «weidekoeien» of «vleesstieren»; ook vleesstieren, vrouwelijke dieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden):
– jonger dan 1 jaar 124 12,00 52,00 0,293
– 1 jaar en ouder 125 20,00 110,00 0,488
II. Varkens Fokkerij/vermeerdering
• Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn):
• waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) 400 14,60 25,00 0,356
– waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) 401 20,30 35,00 0,495
• Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij):
– van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) 402 7,10 15,00 0,173
– van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) 403 11,80 20,00 0,288
– van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact 25 kg tot de eerste dekking) 404 8,20 16,00 0,200
• Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) 405 8,10 12,00 0,198
• Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) 406 13,80 27,00 0,337
• Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) 407 2,70 5,5 0,066
Mesterij
• Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) 410 11,80 20,00 0,288
• Vleesvarkens (varkens die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 kg) 411 7,40 18,00 0,180
III. Kippen Legrassen
• Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) 300 0,20 0,42 0,005
• Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren –, vanaf exact 18 weken) 301 0,50 0,90 0,012
Vleesrassen
• Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) 310 0,25 0,62 0,006
• Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) 311 0,74 1,50 0,018
• Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) 312 0,24 0,63 0,006
IV. Kalkoenen Voor broedeieren
• Hennen en hanen voor de productie van broedeieren:
– ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) 200 0,26 0,43 0,006
– ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) 201 1,47 2,40 0,036
– ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) 202 2,00 3,20 0,049
Vleeskalkoenen
• Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) 210 0,79 2,20 0,019
V. Schapen • Fokschapen, inclusief de lammeren tot ca. 25 kg (alle ooien die ten minste éénmaal hebben gelammerd) 550 5,10 25,00 0,124
• Overige schapen (alle lammeren zwaarder dan 25 kg, alle fokrammen en overhouders) 551 3,20 17,00 0,078
VI. Vossen • Fokmoeren, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 700 2,90 4,60 0,071
• Fokrekels 701 2,10 3,50 0,051
• Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) 702 2,10 3,50 0,051
VII. Nertsen • Fokteven, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 750 1,00 1,60 0,024
• Fokreuen 751 0,80 1,30 0,020
• Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) 752 0,80 1,30 0,020
VIII. Geiten • Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) 600 4,70 19,00 0,115
• Overige geiten (geitelammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) 601 2,50 14,00 0,061
IX. Eenden • Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en leg-eenden) 800 1,10 2,00 0,027
• Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) 801 0,60 1,20 0,015
X. Konijnen • Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 900 1,80 3,80 0,044
• Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen 901 1,00 2,10 0,024
• Opfokkonijnen (jonge, nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) 902 0,80 1,70 0,020
• Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) 903 0,40 1,00 0,010
XI Parelhoenders Vleesparelhoenders 951 0,34 0,67 0,008

Artikel B1

Onder overige organische meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, worden de volgende meststoffen verstaan:

Artikel B1

Onder overige organische meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, worden de volgende meststoffen verstaan:

Bijlage C. Behorende bij de Meststoffenwet

Artikel B2

Onder andere meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, worden meststoffen, alsmede mengsels van meststoffen verstaan, die vallen onder de volgende typeaanduidingen:

1.

De forfaitaire omrekennorm, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, onderscheidenlijk stikstof per 1000 kilogram dierlijke meststof, onderscheiden naar mestvorm, diercategorie en bedrijfssysteem, zijn opgenomen in de na dit artikel opgenomen tabel.

2.

Indien niet alle dieren van eenzelfde diercategorie met een drinkwatersysteem gedrenkt worden dat bij dezelfde mestcategorie behoort, wordt het fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte per 1000 kilogram dierlijke meststof behorende bij de mestcategorie voor overige drinkwatersystemen gehanteerd.

2.

Indien niet alle dieren van eenzelfde diercategorie met een drinkwatersysteem gedrenkt worden dat bij dezelfde mestcategorie behoort, wordt het fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte per 1000 kilogram dierlijke meststof behorende bij de mestcategorie voor overige drinkwatersystemen gehanteerd.

Tabel. behorende bij bijlage C bij de Meststoffenwet

Bijlage D. Behorende bij de Meststoffenwet

Tabel. , behorende bij bijlage C bij de Meststoffenwet

1.

De aanvoerposten, bedoeld in de artikelen 22, 25, eerste lid, en 28 zijn:

1.

De aanvoerposten, bedoeld in de artikelen 22, 25, eerste lid, en 28 zijn:

Artikel D1

1.

De aanvoerposten, bedoeld in de artikelen 22, 25, eerste lid, en 28 zijn:

2.

Als aanvoerpost geldt tevens het ruwvoer gebruikt door uitgeschaarde dieren of door tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren, voor zover de betreffende hoeveelheden fosfaat en stikstof in de dieren zelf worden vastgelegd.

Artikel D2

1.

De afvoerposten, bedoeld in artikel 25, tweede lid, zijn:

Artikel D3

Voor de toepassing van de artikelen D1 en D2 wordt onder de aanvoerpost meststoffen niet begrepen de hoeveelheid dierlijke meststoffen geproduceerd door ingeschaarde of tijdelijk ter weiding aangenomen dieren, en onder de afvoerpost dierlijke meststoffen niet begrepen de hoeveelheid dierlijke meststoffen geproduceerd door uitgeschaarde of door tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren.

Voor de toepassing van de artikelen D1 en D2 wordt onder de aanvoerpost meststoffen niet begrepen de hoeveelheid dierlijke meststoffen geproduceerd door ingeschaarde of tijdelijk ter weiding aangenomen dieren, en onder de afvoerpost dierlijke meststoffen niet begrepen de hoeveelheid dierlijke meststoffen geproduceerd door uitgeschaarde of door tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren.

Artikel D4

2.

De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in andere meststoffen wordt vastgesteld overeenkomstig de ter zake door de leverancier verstrekte gegevens. Deze gegevens worden gebaseerd op het gewicht of volume en het fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte van de meststoffen.

3.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de hoeveelheid stikstof in compost als bedoeld in artikel B1, onderdeel b, van bijlage B die ten hoogste 16 gram stikstof per kilogram droge stof bevat niet in aanmerking genomen.

3.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de hoeveelheid stikstof in compost als bedoeld in artikel B1, onderdeel b, van bijlage B die ten hoogste 16 gram stikstof per kilogram droge stof bevat niet in aanmerking genomen.

Artikel D5

1.

De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in diervoeders andere dan het ruwvoer en enkelvoudig krachtvoer, opgenomen in tabel II van deze bijlage, wordt vastgesteld overeenkomstig de ter zake door de leverancier verstrekte gegevens. Deze gegevens worden gebaseerd op het gewicht of volume en het fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte van de geleverde diervoeders.

Artikel D6

3.

De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in het ruwvoer bedoeld in de artikelen D1, tweede lid, en D2, tweede lid, van deze bijlage, wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde aantal in het betreffende kalenderjaar uitgeschaarde of tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren, onderscheidenlijk ingeschaarde of tijdelijk ter weiding aangenomen dieren, en de forfaitaire normen per dier per jaar, welke zijn opgenomen in tabel III van deze bijlage.

Artikel D6

De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in de dieren, wordt vastgesteld op basis van de in tabel IV van deze bijlage opgenomen forfaitaire fosfaatgehaltes, onderscheidenlijk stikstofgehaltes per dier, dan wel op basis van het gewicht van de dieren en de in tabel IVa bij deze bijlage opgenomen forfaitaire fosfaatgehaltes, onderscheidenlijk stikstofgehaltes per kilogram levend gewicht.

De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in dierlijke producten wordt vastgesteld op basis van het gewicht en de in tabel V opgenomen forfaitaire fosfaatgehaltes, onderscheidenlijk stikstofgehaltes per kilogram product.

Artikel D8

Artikel D8

Tabel II van bijlage D. : de voor de onderscheiden soorten ruwvoer en enkelvoudig krachtvoer die op het bedrijf worden aangevoerd geldende forfaitaire fosfaat- en stikstofgehaltes

Tabel I van bijlage D. : de afvoerpost «ruwvoer» en de voor de onderscheiden soorten ruwvoer geldende forfaitaire fosfaat- en stikstofgehaltes

Tabel I. van bijlage D: de afvoerpost «ruwvoer» en de voor de onderscheiden soorten ruwvoer geldende forfaitaire fosfaat- en stikstofgehaltes

Tabel II. van bijlage D: de voor de onderscheiden soorten ruwvoer en enkelvoudig krachtvoer die op het bedrijf worden aangevoerd geldende forfaitaire fosfaat- en stikstofgehaltes

Bijlage E. behorend bij de artikelen 58ab en 58ag van de Meststoffenwet

Forfaitaire mestproductienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar als bedoeld in de artikelen 58ab en 58ag

Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten Nummer diercategorie Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof in het jaar 2002 Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof in de jaren 2003 e.v
I Rundvee Fok- en gebruiksvee
• Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) 100 101,8 107,4
• Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd):
• jonger dan 1 jaar 101 34,2 36,1
• 1 jaar en ouder 102 69,9 73,8
• Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee):
• jonger dan 1 jaar 103 28,3 29,8
• 1 jaar en ouder 104 54,0 57,0
Witvleesproductie
• Vleeskalveren (doorgaans binnen 6 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met melkproducten afgemest):
• startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 2 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 2 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) 110 4,5 4,8
• van startkalf tot vleeskalf, van ca. 2 tot ca. 6 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 2 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 6 maanden) 111 11,2 11,8
• vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 6 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 6 maanden) 112 8,8 9,3
Rosévleesproductie
• Vleeskalveren voor de productie van rosévlees (doorgaans binnen 8 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met ruwvoer en krachtvoer afgemest):
• startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) 110B 9,8 10,4
• van startkalf tot vleeskalf, van ca. 3 tot ca. 8 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 8 maanden) 111B 26,6 28,0
• vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 8 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 8 maanden) 112B 19,7 20,8
Roodvleesproductie
• Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) 120 70,1 74,0
• Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees):
• startkalf t.b.v. vleesstier, van ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) 121 7,0 7,4
• van startkalf tot vleesstier, van ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) 122 28,8 30,4
• vleesstier, van ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) 123 24,8 26,1
• Overig vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën «weidekoeien» of «vleesstieren»; ook vleesstieren, vrouwelijke dieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden):
• jonger dan 1 jaar 124 28,0 29,5
• 1 jaar en ouder 125 69,2 73,1
II Varkens Fokkerij/vermeerdering
• Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn):
• waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) 400 14,6 15,4
• waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) 401 18,6 19,7
• Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij):
• van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) 402 7,2 7,6
•van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) 403 11,1 11,7
• van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact 25 kg tot de eerste dekking) 404 7,5 7,9
• Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) 405 6,8 7,2
• Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) 406 14,3 15,1
• Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) 407 2,4 2,6
Mesterij
• Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) 410 15,4 16,2
• Vleesvarkens (varkens die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 kg) 411 7,5 7,9
III Kippen Legrassen
• Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) 300 0,212 0,224
• Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren –, vanaf exact 18 weken) 301 0,449 0,474
Vleesrassen
• Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) 310 0,116 0,123
• Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) 311 0,436 0,460
• Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) 312 0,351 0,371
IV Kalkoenen Voor broedeieren
• Hennen en hanen voor de productie van broedeieren:
• ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) 200 0,307 0,324
• ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) 201 1,233 1,302
• ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) 202 1,602 1,691
Vleeskalkoenen
• Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) 210 0,936 0,988
V Vossen • Fokmoeren, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 700 1,78 1,88
• Fokrekels 701 1,40 1,48
• Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) 702 1,26 1,33
VI Nertsen • Fokteven, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 750 0,66 0,69
• Fokreuen 751 0,77 0,81
• Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) 752 0,54 0,57
VII Geiten • Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) 600 7,1 7,5
• Overige geiten (geitenlammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) 601 5,1 5,4
VIII Eenden • Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en legeenden) 800 0,53 0,56
• Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) 801 0,41 0,44
IX Konijnen •Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 900 1,31 1,39
• Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen) 901 0,79 0,84
• Opfokkonijnen (jonge, nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) 902 1,07 1,13
• Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) 903 0,43 0,45
X Parelhoenders • Vleesparelhoenders 951 0,463 0,488

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 58apa

Vervallen

Hoofdstuk VI. Overige bepalingen

Artikel 67

De ministeriële regelingen bedoeld in hoofdstuk IV, behoudens titel 6, en in artikel 59 worden vastgesteld door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Artikel 68

Onze Minister doet over de werking van deze wet telkens na twee jaren een verslag aan de beide Kamers der Staten-Generaal toekomen.

Hoofdstuk VII. Toezicht

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Bijlage A. Behorende bij de Meststoffenwet

Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten Nummer diercategorie Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat Aantal grootvee-eenheden per dier van de onderscheiden diercategorieën
I. Rundvee Fok- en gebruiksvee
• Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) 100 41,00 1,000
• Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd):
– jonger dan 1 jaar 101 9,00 0,220
– 1 jaar en ouder 102 18,00 0,439
• Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee):
– jonger dan 1 jaar 103 12,00 0,293
– 1 jaar en ouder 104 22,00 0,537
Witvleesproductie
• Vleeskalveren (doorgaans binnen 6 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met melkproducten afgemest):
– startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 2 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 2 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) 110 2,40 0,059
– van startkalf tot vleeskalf, van ca. 2 tot ca. 6 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 2 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 6 maanden) 111 6,10 0,149
– vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 6 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 6 maanden) 112 5,20 0,127
Roodvleesproductie
• Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) 120 41,00 1,000
• Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees):
– startkalf t.b.v. vleesstier, ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) 121 6,70 0,163
– van startkalf tot vleesstier, ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) 122 14,90 0,363
– vleesstier, ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) 123 13,40 0,327
• Overige vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën «weidekoeien» of «vleesstieren»; ook vleesstieren, vrouwelijke dieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden):
– jonger dan 1 jaar 124 12,00 0,293
– 1 jaar en ouder 125 20,00 0,488
II. Varkens Fokkerij/vermeerdering
• Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn):
• waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) 400 14,60 0,356
– waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) 401 20,30 0,495
• Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij):
– van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) 402 7,10 0,173
– van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) 403 11,80 0,288
– van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact 25 kg tot de eerste dekking) 404 8,20 0,200
• Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) 405 8,10 0,198
• Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) 406 13,80 0,337
• Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) 407 2,70 0,066
Mesterij
• Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) 410 11,80 0,288
• Vleesvarkens (varkens die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 kg) 411 7,40 0,180
III. Kippen Legrassen
• Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) 300 0,20 0,005
• Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren –, vanaf exact 18 weken) 301 0,50 0,012
Vleesrassen
• Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) 310 0,25 0,006
• Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) 311 0,74 0,018
• Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) 312 0,24 0,006
IV. Kalkoenen Voor broedeieren
• Hennen en hanen voor de productie van broedeieren:
– ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) 200 0,26 0,006
– ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) 201 1,47 0,036
– ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) 202 2,00 0,049
Vleeskalkoenen
• Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) 210 0,79 0,019
V. Schapen • Fokschapen, inclusief de lammeren tot ca. 25 kg (alle ooien die ten minste éénmaal hebben gelammerd) 550 5,10 0,124
• Overige schapen (alle lammeren zwaarder dan 25 kg, alle fokrammen en overhouders) 551 3,20 0,078
VI. Vossen • Fokmoeren, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 700 2,90 0,071
• Fokrekels 701 2,10 0,051
• Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) 702 2,10 0,051
VII. Nertsen • Fokteven, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 750 1,00 0,024
• Fokreuen 751 0,80 0,020
• Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) 752 0,80 0,020
VIII. Geiten • Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) 600 4,70 0,115
• Overige geiten (geitelammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) 601 2,50 0,061
IX. Eenden • Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en leg-eenden) 800 1,10 0,027
• Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) 801 0,60 0,015
X. Konijnen • Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 900 1,80 0,044
• Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen 901 1,00 0,024
• Opfokkonijnen (jonge, nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) 902 0,80 0,020
• Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) 903 0,40 0,010
XI Parelhoenders Vleesparelhoenders 951 0,34 0,008

Artikel B1

Onder overige organische meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, worden de volgende meststoffen verstaan:

Artikel B1

Onder overige organische meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, worden de volgende meststoffen verstaan:

Bijlage C. Behorende bij de Meststoffenwet

Enig artikel

3.

Bij menging van verschillende mestcategorieën wordt door middel van de mengverhouding het gemiddelde fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte per 1000 kilogram mest berekend.

Tabel. behorende bij bijlage C bij de Meststoffenwet

Bijlage D. Behorende bij de Meststoffenwet

Tabel. , behorende bij bijlage C bij de Meststoffenwet

1.

De aanvoerposten, bedoeld in de artikelen 22, 25, eerste lid, en 28 zijn:

Artikel D2

1.

De afvoerposten, bedoeld in artikel 25, tweede lid, zijn:

Artikel D3

2.

Als afvoerpost geldt tevens het ruwvoer gebruikt door ingeschaarde dieren of door tijdelijk ter weiding aangenomen dieren, voor zover de betreffende hoeveelheden fosfaat en stikstof in de dieren zelf worden vastgelegd.

Artikel D3

2.

De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in andere meststoffen wordt vastgesteld overeenkomstig de ter zake door de leverancier verstrekte gegevens. Deze gegevens worden gebaseerd op het gewicht of volume en het fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte van de meststoffen.

Artikel D5

1.

De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in diervoeders andere dan het ruwvoer en enkelvoudig krachtvoer, opgenomen in tabel II van deze bijlage, wordt vastgesteld overeenkomstig de ter zake door de leverancier verstrekte gegevens. Deze gegevens worden gebaseerd op het gewicht of volume en het fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte van de geleverde diervoeders.

Artikel D6

2.

De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in het ruwvoer en enkelvoudig krachtvoer, opgenomen in de tabellen I en II van deze bijlage, wordt vastgesteld op basis van het gewicht van het voer en de in de tabellen opgenomen forfaitaire fosfaatgehaltes, onderscheidenlijk stikstofgehaltes per kilogram product.

Artikel D6

De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in de dieren, wordt vastgesteld op basis van de in tabel IV van deze bijlage opgenomen forfaitaire fosfaatgehaltes, onderscheidenlijk stikstofgehaltes per dier, dan wel op basis van het gewicht van de dieren en de in tabel IVa bij deze bijlage opgenomen forfaitaire fosfaatgehaltes, onderscheidenlijk stikstofgehaltes per kilogram levend gewicht.

Artikel D7

De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in dierlijke producten wordt vastgesteld op basis van het gewicht en de in tabel V opgenomen forfaitaire fosfaatgehaltes, onderscheidenlijk stikstofgehaltes per kilogram product.

Tabel III. van bijlage D: de forfaitair vastgestelde hoeveelheden fosfaat en stikstof vastgelegd in uitgeschaarde, ingeschaarde, elders tijdelijk ter weiding ondergebrachte of tijdelijk ter weiding aangenomen dieren

Bijlage E. behorend bij de artikelen 58ab en 58ag van de Meststoffenwet

Forfaitaire mestproductienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar als bedoeld in de artikelen 58ab en 58ag

Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten Nummer diercategorie Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof in het jaar 2002 Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof in de jaren 2003 e.v
I Rundvee Fok- en gebruiksvee
• Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) 100 101,8 107,4
• Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd):
• jonger dan 1 jaar 101 34,2 36,1
• 1 jaar en ouder 102 69,9 73,8
• Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee):
• jonger dan 1 jaar 103 28,3 29,8
• 1 jaar en ouder 104 54,0 57,0
Witvleesproductie
• Vleeskalveren (doorgaans binnen 6 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met melkproducten afgemest):
• startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 2 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 2 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) 110 4,5 4,8
• van startkalf tot vleeskalf, van ca. 2 tot ca. 6 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 2 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 6 maanden) 111 11,2 11,8
• vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 6 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 6 maanden) 112 8,8 9,3
Rosévleesproductie
• Vleeskalveren voor de productie van rosévlees (doorgaans binnen 8 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met ruwvoer en krachtvoer afgemest):
• startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) 110B 9,8 10,4
• van startkalf tot vleeskalf, van ca. 3 tot ca. 8 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 8 maanden) 111B 26,6 28,0
• vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 8 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 8 maanden) 112B 19,7 20,8
Roodvleesproductie
• Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) 120 70,1 74,0
• Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees):
• startkalf t.b.v. vleesstier, van ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) 121 7,0 7,4
• van startkalf tot vleesstier, van ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) 122 28,8 30,4
• vleesstier, van ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) 123 24,8 26,1
• Overig vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën «weidekoeien» of «vleesstieren»; ook vleesstieren, vrouwelijke dieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden):
• jonger dan 1 jaar 124 28,0 29,5
• 1 jaar en ouder 125 69,2 73,1
II Varkens Fokkerij/vermeerdering
• Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn):
• waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) 400 14,6 15,4
• waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) 401 18,6 19,7
• Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij):
• van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) 402 7,2 7,6
•van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) 403 11,1 11,7
• van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact 25 kg tot de eerste dekking) 404 7,5 7,9
• Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) 405 6,8 7,2
• Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) 406 14,3 15,1
• Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) 407 2,4 2,6
Mesterij
• Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) 410 15,4 16,2
• Vleesvarkens (varkens die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 kg) 411 7,5 7,9
III Kippen Legrassen
• Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) 300 0,212 0,224
• Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren –, vanaf exact 18 weken) 301 0,449 0,474
Vleesrassen
• Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) 310 0,116 0,123
• Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) 311 0,436 0,460
• Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) 312 0,351 0,371
IV Kalkoenen Voor broedeieren
• Hennen en hanen voor de productie van broedeieren:
• ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) 200 0,307 0,324
• ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) 201 1,233 1,302
• ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) 202 1,602 1,691
Vleeskalkoenen
• Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) 210 0,936 0,988
V Vossen • Fokmoeren, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 700 1,78 1,88
• Fokrekels 701 1,40 1,48
• Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) 702 1,26 1,33
VI Nertsen • Fokteven, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 750 0,66 0,69
• Fokreuen 751 0,77 0,81
• Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) 752 0,54 0,57
VII Geiten • Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) 600 7,1 7,5
• Overige geiten (geitenlammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) 601 5,1 5,4
VIII Eenden • Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en legeenden) 800 0,53 0,56
• Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) 801 0,41 0,44
IX Konijnen •Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) 900 1,31 1,39
• Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen) 901 0,79 0,84
• Opfokkonijnen (jonge, nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) 902 1,07 1,13
• Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) 903 0,43 0,45
X Parelhoenders • Vleesparelhoenders 951 0,463 0,488

Bijlage E. behorend bij de artikelen 58ab en 58ag van de Meststoffenwet

Forfaitaire mestproductienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar als bedoeld in de artikelen 58ab en 58ag

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)