Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 11 juni 1987, houdende het treffen van een inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen van wie het inkomen duurzaam minder bedraagt dan het sociaal minimum en die als gevolg daarvan het bedrijf of beroep hebben beëindigd

93 versions · 2026-02-04
2026-02-04
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2026-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2025-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2025-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2024-12-18
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2024-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2024-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2023-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2023-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2022-08-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2022-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2022-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2021-12-21
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2021-11-15
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2021-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2021-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2020-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2020-04-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2020-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2019-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2019-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2018-07-28
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2018-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2018-05-25
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2018-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2017-10-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2017-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2017-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2016-12-08
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2016-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2016-04-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2016-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2015-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2015-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2014-10-18
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2014-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2014-04-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2014-01-06
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2014-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2013-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2013-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2012-12-28
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2012-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2012-04-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2012-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2011-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2011-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2010-10-10
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2010-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2010-02-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2010-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2009-12-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2009-10-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2009-08-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2009-07-28
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2009-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2009-04-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2009-03-25
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2009-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2008-12-19
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2008-08-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2008-07-18
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2008-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2008-06-13
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2008-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2007-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2007-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2006-12-23
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2006-12-13
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2006-10-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2006-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2006-03-08
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2006-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2005-12-29
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2005-09-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2005-05-11
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2005-04-15
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2005-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2004-07-23
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2004-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2004-04-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2004-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez

Wijzigingen op 2004-01-01

@@ -14,7 +14,7 @@
- a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- b. burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=11&z=2003-09-01&g=2003-09-01);
- b. burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=11&z=2004-01-01&g=2004-01-01);
- c. Centrale organisatie werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in [hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&hoofdstuk=4);
@@ -24,7 +24,7 @@
- f. het Inlichtingenbureau: het Inlichtingenbureau, bedoeld in [artikel 63 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=63);
- g. netto minimumloon: de som van het netto minimumloon en de netto aanspraak op de minimumvakantiebijslag als bedoeld in [artikel 55, eerste lid, van de Algemene bijstandswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007333&artikel=55).
- g. netto minimumloon: de som van het netto minimumloon en de netto aanspraak op de minimumvakantiebijslag als bedoeld in [artikel 37, eerste lid, van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=37).
##### Artikel 2
@@ -72,7 +72,7 @@
- a. als echtgenoot aangemerkt degene die niet duurzaam gescheiden leeft van de gewezen zelfstandige met wie hij gehuwd is;
- b. als echtgenoot mede aangemerkt de niet met de gewezen zelfstandige gehuwde persoon met wie de gewezen zelfstandige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad.
- b. als echtgenoot mede aangemerkt de niet met de gewezen zelfstandige gehuwde persoon met wie de gewezen zelfstandige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte.
3. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee meerderjarigen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
@@ -98,7 +98,7 @@
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. alleenstaande gewezen zelfstandige: de niet gehuwde dan wel duurzaam gescheiden levende gewezen zelfstandige, die niet een gezamenlijke huishouding voert als bedoeld in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2003-09-01&g=2003-09-01), tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
- a. alleenstaande gewezen zelfstandige: de niet gehuwde dan wel duurzaam gescheiden levende gewezen zelfstandige, die niet een gezamenlijke huishouding voert als bedoeld in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2004-01-01&g=2004-01-01), tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
- b. kind: het kind jonger dan 18 jaar, dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden van een ander dan de gewezen zelfstandige behoort en voor wie de gewezen zelfstandige op grond van de [Algemene kinderbijslagwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002368) kinderbijslag ontvangt dan wel zal ontvangen.
@@ -116,21 +116,21 @@
- c. de alleenstaande gewezen zelfstandige zonder kinderen.
2. De in het eerste lid bedoelde voorwaarden zijn voor de gewezen zelfstandige, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2003-09-01&g=2003-09-01):
2. De in het eerste lid bedoelde voorwaarden zijn voor de gewezen zelfstandige, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2004-01-01&g=2004-01-01):
- 1°. de gewezen zelfstandige heeft gedurende drie jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag, onafgebroken rechtmatig een bedrijf of beroep in Nederland uitgeoefend en gedurende de zeven jaar daarvoor eveneens rechtmatig een bedrijf of beroep in Nederland uitgeoefend dan wel arbeid in dienstbetrekking verricht;
- 2°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige bedroeg de laatste drie boekjaren gemiddeld minder dan ƒ 36 800 per 1 juli 2003: € 22.001,00 per jaar;
- 3°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige zou bij voortzetting van het bedrijf of beroep naar verwachting duurzaam minder dan ƒ 36 800 per 1 juli 2003: € 22.001,00 per jaar bedragen; en
- 2°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige bedroeg de laatste drie boekjaren gemiddeld minder dan ƒ 36 800 per 1 januari 2004: € 22.695,00 per jaar;
- 3°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige zou bij voortzetting van het bedrijf of beroep naar verwachting duurzaam minder dan ƒ 36 800 per 1 januari 2004: € 22.695,00 per jaar bedragen; en
- 4°. de aanvraag is ingediend voor het beëindigen van het bedrijf of beroep en de beëindiging heeft plaatsgevonden binnen een periode van anderhalf jaar, volgend op het tijdstip van aanvraag.
3. De in het eerste lid bedoelde voorwaarden zijn voor de gewezen zelfstandige, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2003-09-01&g=2003-09-01):
3. De in het eerste lid bedoelde voorwaarden zijn voor de gewezen zelfstandige, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2004-01-01&g=2004-01-01):
- 1°. de gewezen zelfstandige heeft gedurende drie jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag, onafgebroken rechtmatig een bedrijf of beroep in Nederland uitgeoefend;
- 2°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige zou bij voortzetting van het bedrijf of beroep naar verwachting duurzaam minder dan ƒ 36 800 per 1 juli 2003: € 22.001,00 per jaar bedragen; en
- 2°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige zou bij voortzetting van het bedrijf of beroep naar verwachting duurzaam minder dan ƒ 36 800 per 1 januari 2004: € 22.695,00 per jaar bedragen; en
- 3°. de aanvraag is ingediend voor het beëindigen van het bedrijf of beroep en de beëindiging heeft plaatsgevonden binnen een periode van anderhalf jaar, volgend op het tijdstip van aanvraag.
@@ -138,11 +138,11 @@
5. De grondslag bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat voor:
- a. de gewezen zelfstandige en de echtgenoot de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 569,82;
- b. de alleenstaande gewezen zelfstandige met een of meer kinderen de grondslag netto gelijk is aan € 1.025,68;
- c. voor de alleenstaande gewezen zelfstandige zonder kinderen netto gelijk is aan € 797,74.
- a. de gewezen zelfstandige en de echtgenoot de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 578,272;
- b. de alleenstaande gewezen zelfstandige met een of meer kinderen de grondslag netto gelijk is aan € 1.040,89;
- c. voor de alleenstaande gewezen zelfstandige zonder kinderen netto gelijk is aan € 809,58.
6. Onze Minister herziet de bedragen, genoemd in het tweede lid, 2° en 3°, en in het derde lid, 2°, met ingang van een door hem te bepalen dag zodanig, dat deze netto gelijk zijn aan het netto minimumloon.
@@ -188,9 +188,9 @@
- b. voor de alleenstaande gewezen zelfstandige: zijn inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven.
2. Als inkomen wordt voorts aangemerkt het inkomen uit het vermogen waarover de gewezen zelfstandige en zijn echtgenoot na de beëindiging van het bedrijf of beroep beschikken, met dien verstande dat daarbij een vermogen van ƒ 202 000 per 1 januari 2003: € 109.368,00 buiten beschouwing blijft. Het inkomen uit vermogen wordt bepaald op 5%Bij Stcrt. 1996/247 is dit percentage m.i.v. 1 januari 1997 vastgesteld op 4%. per jaar van het vermogen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere en zonodig afwijkende regels gesteld met betrekking tot het inkomen, bedoeld in het eerste lid en in [artikel 5, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=1&artikel=5&z=2003-09-01&g=2003-09-01). Daarbij kunnen tevens nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vaststelling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid en in [artikel 5, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=1&artikel=5&z=2003-09-01&g=2003-09-01), alsmede de periode waarop de vaststelling betrekking heeft.
2. Als inkomen wordt voorts aangemerkt het inkomen uit het vermogen waarover de gewezen zelfstandige en zijn echtgenoot na de beëindiging van het bedrijf of beroep beschikken, met dien verstande dat daarbij een vermogen van ƒ 202 000 per 1 januari 2004: € 111.303,00. buiten beschouwing blijft. Het inkomen uit vermogen wordt bepaald op 5% Bij Stcrt. 1996/247 is dit percentage m.i.v. 1 januari 1997 vastgesteld op 4%. per jaar van het vermogen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere en zonodig afwijkende regels gesteld met betrekking tot het inkomen, bedoeld in het eerste lid en in [artikel 5, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=1&artikel=5&z=2004-01-01&g=2004-01-01). Daarbij kunnen tevens nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vaststelling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid en in [artikel 5, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=1&artikel=5&z=2004-01-01&g=2004-01-01), alsmede de periode waarop de vaststelling betrekking heeft.
4. Onze Minister herziet het bedrag, genoemd in het tweede lid, met ingang van een door hem te bepalen dag, voor zover het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie daartoe aanleiding geeft.
@@ -232,11 +232,11 @@
##### Artikel 12
1. Indien doorzending van de aanvraag naar burgemeester en wethouders van een andere gemeente heeft plaatsgevonden en deze van oordeel zijn dat zij evenmin de aanvraag dienen te behandelen, terwijl er geen zekerheid kan worden verkregen over de in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=11&z=2003-09-01&g=2003-09-01) bedoelde woonplaats, dragen burgemeester en wethouders die de doorgezonden aanvraag hebben ontvangen, er zorg voor dat het geschil aanhangig wordt gemaakt.
1. Indien doorzending van de aanvraag naar burgemeester en wethouders van een andere gemeente heeft plaatsgevonden en deze van oordeel zijn dat zij evenmin de aanvraag dienen te behandelen, terwijl er geen zekerheid kan worden verkregen over de in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=11&z=2004-01-01&g=2004-01-01) bedoelde woonplaats, dragen burgemeester en wethouders die de doorgezonden aanvraag hebben ontvangen, er zorg voor dat het geschil aanhangig wordt gemaakt.
2. In afwachting van een beslissing inzake een geschil over toepassing van het eerste lid bestaat het recht op uitkering jegens burgemeester en wethouders van de gemeente waar de belanghebbende werkelijk verblijft.
3. Het[eerste en tweede lid van artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=16&z=2003-09-01&g=2003-09-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de daar genoemde termijnen beginnen te lopen vanaf de mededeling van die doorzending of beslissing.
3. Het[eerste en tweede lid van artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=16&z=2004-01-01&g=2004-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de daar genoemde termijnen beginnen te lopen vanaf de mededeling van die doorzending of beslissing.
4. Uitkeringskosten verleend ingevolge het tweede lid worden vergoed door de gemeente waarvan de taak is waargenomen.
@@ -258,7 +258,7 @@
3. Burgemeester en wethouders verrichten regelmatig een heronderzoek naar de voor het recht op uitkering van belang zijnde gegevens. Het heronderzoek strekt zich mede uit tot de naleving van de aan de uitkering verbonden verplichtingen. Burgemeester en wethouders beoordelen tevens of er aanleiding bestaat de verplichtingen aan te vullen dan wel te wijzigen.
4. Het in het derde en vierde lid bedoelde onderzoek omvat, tenzij op grond van [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=36&z=2003-09-01&g=2003-09-01) ontheffing is verleend van de verplichtingen gericht op inschakeling in de arbeid in dienstbetrekking, mede een onderzoek naar de mogelijkheden van de belanghebbende om door arbeid zelfstandig in het bestaan te voorzien, alsmede de wijze waarop deze mogelijkheden kunnen worden vergroot.
4. Het in het tweede en derde lid bedoelde onderzoek omvat, tenzij op grond van [artikel 37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=37a&z=2004-01-01&g=2004-01-01) ontheffing is verleend van de verplichtingen gericht op inschakeling in de arbeid in dienstbetrekking, mede een onderzoek naar de mogelijkheden van de belanghebbende om door arbeid zelfstandig in het bestaan te voorzien, alsmede de wijze waarop deze mogelijkheden kunnen worden vergroot.
5. Bij beëindiging van de uitkering nemen burgemeester en wethouders, na onderzoek, tijdig een besluit met betrekking tot de wederzijds tussen de gemeente en de belanghebbende resterende verplichtingen en de afwikkeling daarvan.
@@ -272,7 +272,7 @@
##### Artikel 16
1. Burgemeester en wethouders stellen binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag door de Centrale organisatie werk en inkomen bij een aanvraag als bedoeld in [artikel 11a, eerste of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=11a&z=2003-09-01&g=2003-09-01), of door burgemeester en wethouders bij een aanvraag als bedoeld in [artikel 11a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=11a&z=2003-09-01&g=2003-09-01), vast of recht op uitkering bestaat.
1. Burgemeester en wethouders stellen binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag door de Centrale organisatie werk en inkomen bij een aanvraag als bedoeld in [artikel 11a, eerste of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=11a&z=2004-01-01&g=2004-01-01), of door burgemeester en wethouders bij een aanvraag als bedoeld in [artikel 11a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=11a&z=2004-01-01&g=2004-01-01), vast of recht op uitkering bestaat.
2. Indien burgemeester en wethouders niet in staat zijn binnen de termijn bedoeld in het eerste lid een besluit te nemen, kunnen zij deze met ten hoogste dertien weken verlengen. Van de verlenging doen zij mededeling aan de belanghebbende, onder vermelding van het tijdstip waarop de termijn voor het nemen van een besluit zal verstrijken.
@@ -300,7 +300,7 @@
3. Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van uitkering en terzake van weigering van uitkering, herzien burgemeester en wethouders een dergelijk besluit of trekken zij dat in:
- a. indien een gedraging als bedoeld in [artikel 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=20&z=2003-09-01&g=2003-09-01), of het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting , bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2003-09-01&g=2003-09-01), of de [artikelen 28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=28), en [29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=29), heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering;
- a. indien een gedraging als bedoeld in [artikel 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=20&z=2004-01-01&g=2004-01-01), of het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting , bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2004-01-01&g=2004-01-01), of de [artikelen 28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=28), en [29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=29), heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering;
- b. indien anderszins de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.
@@ -326,13 +326,13 @@
1. Bij een besluit tot toekenning of voortzetting van de uitkering wordt, in een bijlage, mededeling gedaan van de rechten en plichten van de belanghebbende, die verband houden met de toekenning of voortzetting van de uitkering bijstand. Hierbij wordt ten minste mededeling gedaan van:
- a. de verplichtingen tot het doen van mededelingen en het verlenen van medewerking, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2003-09-01&g=2003-09-01);
- b. de verplichtingen als bedoeld in [hoofdstuk III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&z=2003-09-01&g=2003-09-01) die in het betrokken geval aan de uitkering zijn verbonden.
- a. de verplichtingen tot het doen van mededelingen en het verlenen van medewerking, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2004-01-01&g=2004-01-01);
- b. de verplichtingen als bedoeld in [hoofdstuk III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&z=2004-01-01&g=2004-01-01) die in het betrokken geval aan de uitkering zijn verbonden.
2. Bij een besluit tot herziening van de uitkering wordt mededeling gedaan van de herziening en, in een bijlage, van de op die herziening betrekking hebbende gewijzigde rechten en plichten van de belanghebbende. Voorts wordt, indien daarvoor aanleiding bestaat, in deze bijlage nogmaals mededeling gedaan van de eerder aan de uitkering verbonden rechten en plichten, bedoeld in het eerste lid.
3. Indien burgemeester en wethouders ter uitvoering van de taak, bedoeld in [artikel 34, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=34&z=2003-09-01&g=2003-09-01), ten behoeve van de belanghebbende een plan hebben opgesteld of hebben laten opstellen, gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces, wordt dit opgenomen in een bijlage bij het besluit tot toekenning, voortzetting of herziening van de uitkering.
3. Indien burgemeester en wethouders ter uitvoering van de taak, bedoeld in [artikel 34, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=34&z=2004-01-01&g=2004-01-01), ten behoeve van de belanghebbende een plan hebben opgesteld of hebben laten opstellen, gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces, wordt dit opgenomen in een bijlage bij het besluit tot toekenning, voortzetting of herziening van de uitkering.
4. De belanghebbende tekent een exemplaar van de bijlage, bedoeld in het eerste en tweede lid, en, indien een plan als bedoeld in het derde lid wordt opgesteld, de bijlage, bedoeld in het derde lid, voor gezien en verstrekt dit aan burgemeester en wethouders. De bijlage wordt tevens getekend door burgemeester en wethouders.
@@ -342,19 +342,19 @@
1. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot:
- a. de periode die de opschorting van de bijstand, bedoeld in [artikel 17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=17&z=2003-09-01&g=2003-09-01), ten hoogste mag duren;
- b. de termijn waarbinnen burgemeester en wethouders de onderzoeken verrichten, bedoeld in [artikel 14, derde, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=14&z=2003-09-01&g=2003-09-01).
- a. de periode die de opschorting van de bijstand, bedoeld in [artikel 17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=17&z=2004-01-01&g=2004-01-01), ten hoogste mag duren;
- b. de termijn waarbinnen burgemeester en wethouders de onderzoeken verrichten, bedoeld in [artikel 14, derde, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=14&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop burgemeester en wethouders toepassing geven aan [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=14&z=2003-09-01&g=2003-09-01);
- b. de inhoud van de onderzoeken, bedoeld in [artikel 14, tweede, derde, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=14&z=2003-09-01&g=2003-09-01);
- c. de voorwaarden waaronder van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde termijnen kan worden afgeweken ten aanzien van de onderzoeken, bedoeld in [artikel 14, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=14&z=2003-09-01&g=2003-09-01);
- d. de gevallen waarin kan worden afgezien van het onderzoek, bedoeld in [artikel 14, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=14&z=2003-09-01&g=2003-09-01).
- a. de wijze waarop burgemeester en wethouders toepassing geven aan [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=14&z=2004-01-01&g=2004-01-01);
- b. de inhoud van de onderzoeken, bedoeld in [artikel 14, tweede, derde, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=14&z=2004-01-01&g=2004-01-01);
- c. de voorwaarden waaronder van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde termijnen kan worden afgeweken ten aanzien van de onderzoeken, bedoeld in [artikel 14, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=14&z=2004-01-01&g=2004-01-01);
- d. de gevallen waarin kan worden afgezien van het onderzoek, bedoeld in [artikel 14, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=14&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
##### Artikel 19a
@@ -390,15 +390,15 @@
##### Artikel 20
1. Indien de belanghebbende in de periode voorafgaand aan de aanvraag om een uitkering of nadien zich onvoldoende heeft ingezet voor de voorziening in het bestaan, de verplichting, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2003-09-01&g=2003-09-01), of de [artikelen 28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=28), en [29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=29), niet binnen de door burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de Centrale organisatie werk en inkomen, daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, dan wel een verplichting als bedoeld in [artikel 13, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2003-09-01&g=2003-09-01), [artikel 18, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=18&z=2003-09-01&g=2003-09-01), of een op grond van [hoofdstuk III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&z=2003-09-01&g=2003-09-01) aan de uitkering verbonden verplichting, anders dan de verplichting bedoeld in [artikel 35, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=35&z=2003-09-01&g=2003-09-01), niet of niet behoorlijk is nagekomen, weigeren burgemeester en wethouders de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
2. Indien de belanghebbende die arbeid in dienstbetrekking heeft aanvaard zich verwijtbaar zodanig heeft gedragen dat hij redelijkerwijs heeft moeten begrijpen, dat dit gedrag de beëindiging van zijn dienstbetrekking tot gevolg zou kunnen hebben, dan wel indien de dienstbetrekking eindigt of is beëindigd zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren zijn verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd, weigeren burgemeester en wethouders de uitkering blijvend naar de mate waarin de belanghebbende uit of in verband met deze arbeid inkomen zou hebben kunnen verwerven als bedoeld bij of krachtens [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=1&artikel=8&z=2003-09-01&g=2003-09-01), tenzij het eindigen van de dienstbetrekking belanghebbende niet in overwegende mate kan worden verweten. In dat geval weigeren burgemeester en wethouders de uitkering over een periode van 26 weken gedeeltelijk door het bedrag van de uitkering te verlagen met 50% van het inkomen bedoeld in de eerste volzin.
3. Indien de belanghebbende nalaat passende arbeid te aanvaarden of door eigen toedoen geen passende arbeid verkrijgt, weigeren burgemeester en wethouders de uitkering blijvend naar de mate waarin de belanghebbende met het verrichten van deze arbeid inkomen zou hebben kunnen verwerven als bedoeld bij of krachtens [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=1&artikel=8&z=2003-09-01&g=2003-09-01).
1. Indien de belanghebbende in de periode voorafgaand aan de aanvraag om een uitkering of nadien zich onvoldoende heeft ingezet voor de voorziening in het bestaan, de verplichting, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2004-01-01&g=2004-01-01), of de [artikelen 28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=28), en [29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=29), niet binnen de door burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de Centrale organisatie werk en inkomen, daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, dan wel een verplichting als bedoeld in [artikel 13, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2004-01-01&g=2004-01-01), [artikel 18, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=18&z=2004-01-01&g=2004-01-01), of een op grond van [hoofdstuk III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&z=2004-01-01&g=2004-01-01) aan de uitkering verbonden verplichting, anders dan de verplichting bedoeld in [artikel 35, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=35&z=2004-01-01&g=2004-01-01), niet of niet behoorlijk is nagekomen, weigeren burgemeester en wethouders de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
2. Indien de belanghebbende die arbeid in dienstbetrekking heeft aanvaard zich verwijtbaar zodanig heeft gedragen dat hij redelijkerwijs heeft moeten begrijpen, dat dit gedrag de beëindiging van zijn dienstbetrekking tot gevolg zou kunnen hebben, dan wel indien de dienstbetrekking eindigt of is beëindigd zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren zijn verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd, weigeren burgemeester en wethouders de uitkering blijvend naar de mate waarin de belanghebbende uit of in verband met deze arbeid inkomen zou hebben kunnen verwerven als bedoeld bij of krachtens [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=1&artikel=8&z=2004-01-01&g=2004-01-01), tenzij het eindigen van de dienstbetrekking belanghebbende niet in overwegende mate kan worden verweten. In dat geval weigeren burgemeester en wethouders de uitkering over een periode van 26 weken gedeeltelijk door het bedrag van de uitkering te verlagen met 50% van het inkomen bedoeld in de eerste volzin.
3. Indien de belanghebbende nalaat passende arbeid te aanvaarden of door eigen toedoen geen passende arbeid verkrijgt, weigeren burgemeester en wethouders de uitkering blijvend naar de mate waarin de belanghebbende met het verrichten van deze arbeid inkomen zou hebben kunnen verwerven als bedoeld bij of krachtens [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=1&artikel=8&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
4. Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin hij verkeert. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
5. Indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2003-09-01&g=2003-09-01), of de [artikelen 28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=28), en [29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=29), niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, kunnen burgemeester en wethouders afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven.
5. Indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2004-01-01&g=2004-01-01), of de [artikelen 28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=28), en [29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=29), niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, kunnen burgemeester en wethouders afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven.
6. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kunnen burgemeester en wethouders besluiten af te zien van het opleggen van een maatregel.
@@ -408,11 +408,11 @@
##### Artikel 20a
1. Indien de belanghebbende de verplichting, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2003-09-01&g=2003-09-01), of de [artikelen 28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=28), en [29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=29), niet of niet behoorlijk is nagekomen door geen, onjuiste of onvolledige mededelingen te doen, leggen burgemeester en wethouders hem een boete op van ten hoogste € 2 269.
1. Indien de belanghebbende de verplichting, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2004-01-01&g=2004-01-01), of de [artikelen 28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=28), en [29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=29), niet of niet behoorlijk is nagekomen door geen, onjuiste of onvolledige mededelingen te doen, leggen burgemeester en wethouders hem een boete op van ten hoogste € 2 269.
2. De hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin hij verkeert. Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
3. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2003-09-01&g=2003-09-01), of de [artikelen 28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=28), en [29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=29),niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering kunnen burgemeester en wethouders afzien van het opleggen van een boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven.
3. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2004-01-01&g=2004-01-01), of de [artikelen 28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=28), en [29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=29),niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering kunnen burgemeester en wethouders afzien van het opleggen van een boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven.
4. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kunnen burgemeester en wethouders besluiten af te zien van het opleggen van een boete.
@@ -436,7 +436,7 @@
##### Artikel 20c
1. Het besluit waarbij de boete wordt opgelegd vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moet worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit, bij gebreke van tijdige betaling, overeenkomstig [artikel 20f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3a&artikel=20f&z=2003-09-01&g=2003-09-01) zal worden tenuitvoergelegd.
1. Het besluit waarbij de boete wordt opgelegd vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moet worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit, bij gebreke van tijdige betaling, overeenkomstig [artikel 20f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3a&artikel=20f&z=2004-01-01&g=2004-01-01) zal worden tenuitvoergelegd.
2. Op verzoek van de belanghebbende die het in het eerste lid bedoelde besluit wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, dragen burgemeester en wethouders er zoveel mogelijk zorg voor dat de in dat besluit vermelde informatie aan de belanghebbende wordt medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
@@ -452,7 +452,7 @@
##### Artikel 20e
1. Een boete wordt opgelegd binnen een jaar nadat burgemeester en wethouders de belanghebbende overeenkomstig [artikel 20**b**, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3a&artikel=20b&z=2003-09-01&g=2003-09-01), in de gelegenheid hebben gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Indien terzake aangifte is gedaan of proces-verbaal is opgemaakt en ingezonden vangt de termijn van een jaar aan op de dag na die waarop het openbaar ministerie aan burgemeester en wethouders heeft medegedeeld dat geen strafvervolging wordt ingesteld.
1. Een boete wordt opgelegd binnen een jaar nadat burgemeester en wethouders de belanghebbende overeenkomstig [artikel 20**b**, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3a&artikel=20b&z=2004-01-01&g=2004-01-01), in de gelegenheid hebben gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Indien terzake aangifte is gedaan of proces-verbaal is opgemaakt en ingezonden vangt de termijn van een jaar aan op de dag na die waarop het openbaar ministerie aan burgemeester en wethouders heeft medegedeeld dat geen strafvervolging wordt ingesteld.
2. Een boete wordt in elk geval niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de desbetreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
@@ -478,7 +478,7 @@
10. De tenuitvoerlegging van een besluit met toepassing van dit artikel geschiedt zodanig dat de belanghebbende blijft beschikken over een inkomen gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in de [artikelen 475c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=475c) en [475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=475d).
11. Het tiende lid geldt niet zolang de belanghebbende zijn verplichting bedoeld in [artikel 20a, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3a&artikel=20a&z=2003-09-01&g=2003-09-01), niet of niet behoorlijk nakomt.
11. Het tiende lid geldt niet zolang de belanghebbende zijn verplichting bedoeld in [artikel 20a, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3a&artikel=20a&z=2004-01-01&g=2004-01-01), niet of niet behoorlijk nakomt.
#### § 4. De betaling van de uitkering
@@ -514,7 +514,7 @@
##### Artikel 25
1. De uitkering die als gevolg van een besluit als bedoeld in de[artikelen 17, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=17&z=2003-09-01&g=2003-09-01), of [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=20&z=2003-09-01&g=2003-09-01) ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt van de betrokkene teruggevorderd.
1. De uitkering die als gevolg van een besluit als bedoeld in de[artikelen 17, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=17&z=2004-01-01&g=2004-01-01), of [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=20&z=2004-01-01&g=2004-01-01) ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt van de betrokkene teruggevorderd.
2. Het in aanmerking nemen van in de voorafgaande drie maanden ontvangen inkomen, wordt niet als terugvordering beschouwd.
@@ -524,7 +524,7 @@
##### Artikel 25a
1. In afwijking van [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=25&z=2003-09-01&g=2003-09-01) kunnen burgemeester en wethouders, op verzoek van belanghebbende, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering van de uitkering af te zien, indien:
1. In afwijking van [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=25&z=2004-01-01&g=2004-01-01) kunnen burgemeester en wethouders, op verzoek van belanghebbende, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering van de uitkering af te zien, indien:
- a. redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;
@@ -552,11 +552,11 @@
##### Artikel 25b
In afwijking van [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=25&z=2003-09-01&g=2003-09-01) kunnen burgemeester en wethouders, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
In afwijking van [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=25&z=2004-01-01&g=2004-01-01) kunnen burgemeester en wethouders, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
##### Artikel 25c
1. In afwijking van [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=25&z=2003-09-01&g=2003-09-01) kunnen burgemeester en wethouders besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien de belanghebbende:
1. In afwijking van [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=25&z=2004-01-01&g=2004-01-01) kunnen burgemeester en wethouders besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien de belanghebbende:
- a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
@@ -570,7 +570,7 @@
- a. het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de [artikelen 475c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=475c) en [475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=475d) niet te boven is gegaan; en
- b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2003-09-01&g=2003-09-01), of de [artikelen 28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=28), en [29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=29).
- b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2004-01-01&g=2004-01-01), of de [artikelen 28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=28), en [29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=29).
3. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.
@@ -608,15 +608,15 @@
##### Artikel 26
1. Indien de uitkering met inachtneming van [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2003-09-01&g=2003-09-01), is verleend, worden voor de toepassing van deze paragraaf als belanghebbenden aangemerkt de in dat artikel bedoelde personen.
2. Indien de uitkering met inachtneming van [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2003-09-01&g=2003-09-01) had moeten worden verleend, maar zulks achterwege is gebleven omdat de belanghebbende onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt, dan wel de verplichting, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2003-09-01&g=2003-09-01), of de [artikelen 28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=28), en [29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=29), niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt de gedurende het betrokken tijdvak ten onrechte verleende uitkering mede teruggevorderd van de persoon met wiens inkomen bij de verlening van de uitkering rekening had moeten worden gehouden.
1. Indien de uitkering met inachtneming van [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2004-01-01&g=2004-01-01), is verleend, worden voor de toepassing van deze paragraaf als belanghebbenden aangemerkt de in dat artikel bedoelde personen.
2. Indien de uitkering met inachtneming van [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2004-01-01&g=2004-01-01) had moeten worden verleend, maar zulks achterwege is gebleven omdat de belanghebbende onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt, dan wel de verplichting, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2004-01-01&g=2004-01-01), of de [artikelen 28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=28), en [29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=29), niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt de gedurende het betrokken tijdvak ten onrechte verleende uitkering mede teruggevorderd van de persoon met wiens inkomen bij de verlening van de uitkering rekening had moeten worden gehouden.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van de ten onrechte verleende uitkering.
##### Artikel 27
1. Het besluit tot terugvordering vermeldt hetgeen teruggevorderd wordt, de termijn of termijnen waarbinnen moet worden betaald, alsmede dat het besluit, bij gebreke van tijdige betaling, op de wijze als omschreven in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=28&z=2003-09-01&g=2003-09-01) zal worden tenuitvoergelegd.
1. Het besluit tot terugvordering vermeldt hetgeen teruggevorderd wordt, de termijn of termijnen waarbinnen moet worden betaald, alsmede dat het besluit, bij gebreke van tijdige betaling, op de wijze als omschreven in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=28&z=2004-01-01&g=2004-01-01) zal worden tenuitvoergelegd.
2. De persoon van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan burgemeester en wethouders de inlichtingen te verstrekken die voor terugvordering ingevolge deze paragraaf van belang zijn.
@@ -624,7 +624,7 @@
1. Het besluit tot terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het [Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](onbekend).
2. [Artikel 20f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3a&artikel=20f&z=2003-09-01&g=2003-09-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in de [artikelen 475c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=475c) en [475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=475d) niet te boven is gegaan, burgemeester en wethouders de aflossingsbedragen lager vaststellen.
2. [Artikel 20f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3a&artikel=20f&z=2004-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in de [artikelen 475c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=475c) en [475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=475d) niet te boven is gegaan, burgemeester en wethouders de aflossingsbedragen lager vaststellen.
##### Artikel 29
@@ -638,7 +638,7 @@
##### Artikel 31
Onder uitkering in de zin van deze paragraaf wordt verstaan de uitkering, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=2&artikel=9&z=2003-09-01&g=2003-09-01), verminderd met de inhouding op grond van [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=2&artikel=10&z=2003-09-01&g=2003-09-01) en vermeerderd met het werkgeversaandeel in de premie ingevolge de [Ziekenfondswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002460).
Onder uitkering in de zin van deze paragraaf wordt verstaan de uitkering, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=2&artikel=9&z=2004-01-01&g=2004-01-01), verminderd met de inhouding op grond van [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=2&artikel=10&z=2004-01-01&g=2004-01-01) en vermeerderd met het werkgeversaandeel in de premie ingevolge de [Ziekenfondswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002460).
##### Artikel 32
@@ -652,15 +652,23 @@
##### Artikel 34
1. De uitkering is erop gericht de belanghebbende in staat te stellen zelfstandig in het bestaan te voorzien. Burgemeester en wethouders bevorderen dat de belanghebbende gebruik maakt van voorzieningen die bijdragen aan diens zelfstandige bestaansvoorziening. Zij dragen zorg voor voorlichting en bemiddeling die daartoe noodzakelijk zijn.
2. Burgemeester en wethouders werken samen met de Centrale organisatie werk en inkomen en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om de inschakeling van ontvangers van een uitkering op grond van deze wet in het arbeidsproces te bevorderen.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de samenwerking bedoeld in het tweede lid.
1. Burgemeester en wethouders zijn verantwoordelijk voor:
- a. het ondersteunen van personen die een uitkering op grond van deze wet ontvangen bij arbeidsinschakeling en, indien burgemeester en wethouders daarbij het aanbieden van een voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling noodzakelijk achten, voor het bepalen en aanbieden van deze voorziening, en;
- b. het verlenen van een uitkering aan de werkloze werknemer, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
2. Burgemeester en wethouders werken bij de uitvoering van het eerste lid, onderdeel a, samen met de Centrale organisatie werk en inkomen en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
3. Burgemeester en wethouders laten werkzaamheden die in het kader van de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden uitgevoerd, zo veel mogelijk verrichten door derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen.
4. Burgemeester en wethouders kunnen de uitvoering van deze wet, behoudens de vaststelling van de rechten en plichten van de belanghebbende en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door derden laten verrichten. Burgemeester en wethouders kunnen de in de eerste volzin bedoelde vaststelling en beoordeling mandateren aan bestuursorganen.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tweede tot en met het vierde lid, waarbij kan worden bepaald dat een deel van de werkzaamheden, bedoeld in het derde lid, niet door derden hoeft te worden verricht.
##### Artikel 35
1. De belanghebbende die voor de zelfstandige voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking is vanaf de dag van melding als bedoeld in [artikel 16a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=16a&z=2003-09-01&g=2003-09-01), verplicht:
1. De belanghebbende die voor de zelfstandige voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking is vanaf de dag van melding als bedoeld in [artikel 16a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=16a&z=2004-01-01&g=2004-01-01), verplicht:
- a. naar vermogen te trachten arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen;
@@ -684,9 +692,9 @@
##### Artikel 36
1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten verplichtingen als bedoeld in [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=35&z=2003-09-01&g=2003-09-01) niet op te leggen, dan wel van zodanige verplichtingen tijdelijk ontheffing te verlenen, in gevallen waarin daartoe naar hun oordeel aanleiding bestaat om redenen van medische of sociale aard, dan wel om redenen gelegen in de aard en het doel van de uitkering.
2. Voor de ouder met een volledige verzorgende taak voor één of meer kinderen, dan wel pleegkinderen, jonger dan vijf jaar gelden niet de verplichtingen, bedoeld in [artikel 35, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=35&z=2003-09-01&g=2003-09-01).
1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten verplichtingen als bedoeld in [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=35&z=2004-01-01&g=2004-01-01) niet op te leggen, dan wel van zodanige verplichtingen tijdelijk ontheffing te verlenen, in gevallen waarin daartoe naar hun oordeel aanleiding bestaat om redenen van medische of sociale aard, dan wel om redenen gelegen in de aard en het doel van de uitkering.
2. Voor de ouder met een volledige verzorgende taak voor één of meer kinderen, dan wel pleegkinderen, jonger dan vijf jaar gelden niet de verplichtingen, bedoeld in [artikel 35, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=35&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
3. Indien de uitkering is toegekend aan een ouder met een gedeeltelijke verzorgende taak of aan echtgenoten die de verzorgende taak bedoeld in het tweede lid gezamenlijk uitoefenen, geldt dat de verplichtingen bedoeld in dit hoofdstuk aan die ouder onderscheidenlijk die echtgenoten worden opgelegd met dien verstande, dat deze onderscheidenlijk ieder van beiden voor de helft van de gebruikelijke volledige arbeidstijd per week beschikbaar moet zijn voor inschakeling in de arbeid.
@@ -736,7 +744,7 @@
##### Artikel 37
1. Burgemeester en wethouders kunnen de belanghebbende die een scholing of opleiding gaat volgen die noodzakelijk wordt geacht voor de inschakeling in de arbeid, ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in [artikel 35, eerste lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=35&z=2003-09-01&g=2003-09-01), voor ten hoogste de duur en de omvang van die scholing of opleiding. Scholing of opleiding wordt slechts noodzakelijk geacht voor inschakeling in de arbeid, indien aantoonbare inspanningen van belanghebbende om arbeid te verkrijgen geen resultaat hebben gehad.
1. Burgemeester en wethouders kunnen de belanghebbende die een scholing of opleiding gaat volgen die noodzakelijk wordt geacht voor de inschakeling in de arbeid, ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in [artikel 35, eerste lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=35&z=2004-01-01&g=2004-01-01), voor ten hoogste de duur en de omvang van die scholing of opleiding. Scholing of opleiding wordt slechts noodzakelijk geacht voor inschakeling in de arbeid, indien aantoonbare inspanningen van belanghebbende om arbeid te verkrijgen geen resultaat hebben gehad.
2. Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot het aanmerken van scholing of opleidingen als noodzakelijk voor de inschakeling in de arbeid, die bij de beoordeling bedoeld in het eerste lid in acht worden genomen.
@@ -746,13 +754,13 @@
##### Artikel 37a
Burgemeester en wethouders kunnen de belanghebbende die deelneemt aan activiteiten die bijdragen tot sociale activering als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onder a, van de Wet inschakeling werkzoekenden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009083&artikel=3), ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in [artikel 35, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=35&z=2003-09-01&g=2003-09-01), voor ten hoogste de duur van die activiteiten.
Burgemeester en wethouders kunnen de belanghebbende die deelneemt aan activiteiten die bijdragen tot sociale activering als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onder a, van de Wet inschakeling werkzoekenden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009083&artikel=3), ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in [artikel 35, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=35&z=2004-01-01&g=2004-01-01), voor ten hoogste de duur van die activiteiten.
##### Artikel 38
1. Indien de belanghebbende werkzaamheden zonder beloning gaat verrichten, dient de belanghebbende dit zo spoedig mogelijk te melden aan burgemeester en wethouders.
2. Voor de belanghebbende die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de [Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565), die op een proefplaats bij een werkgever gedurende maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden verricht, niet zijnde werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, gelden voor de duur van de werkzaamheden op die proefplaats de verplichtingen, genoemd in [artikel 35, eerste lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=35&z=2003-09-01&g=2003-09-01) niet.
2. Voor de belanghebbende die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de [Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565), die op een proefplaats bij een werkgever gedurende maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden verricht, niet zijnde werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, gelden voor de duur van de werkzaamheden op die proefplaats de verplichtingen, genoemd in [artikel 35, eerste lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=35&z=2004-01-01&g=2004-01-01) niet.
3. De onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats zijn:
@@ -772,7 +780,7 @@
##### Artikel 40
De uitvoering van deze wet berust bij burgemeester en wethouders.
Vervallen
##### Artikel 41
@@ -784,51 +792,27 @@
- c. het onderzoek dat is verricht naar de juistheid en de volledigheid van de verstrekte gegevens en de overgelegde bescheiden.
2. Onze Minister stelt, na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, regels aangaande de in het eerste lid bedoelde administratie.
2. Onze Minister stelt, na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, regels aangaande de in het eerste lid bedoelde administratie.
##### Artikel 42
1. Het gemeentebestuur draagt zorg voor de totstandkoming van een plan en een beleidsverslag, als bedoeld in [artikel 110 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=110), gericht op:
- a. de bevordering van een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een uitkering alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet; en
- b. de bevordering van de zelfstandige bestaansvoorziening door middel van inschakeling in de arbeid in dienstbetrekking;
- c. de uitbesteding van taken met betrekking tot de inschakeling in het arbeidsproces van uitkeringsgerechtigden; en
- d. de realisatie en de vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de wet met inachtneming van [artikel 150 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=150).
2. Het in het eerste lid bedoelde plan en beleidsverslag worden, in afwijking van [artikel 110, derde lid, van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=110), elk kalenderjaar vastgesteld.
3. Het deel van het plan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel **a**, bevat ten minste een beschrijving van de wijze waarop burgemeester en wethouders:
- a. toepassing geven aan [artikel 14, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=14&z=2003-09-01&g=2003-09-01), en [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=2&artikel=45&z=2003-09-01&g=2003-09-01);
- b. zorg dragen voor een toereikende controle op het nakomen van de verplichting, bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2003-09-01&g=2003-09-01), en voor de strafrechtelijke of bestuursrechtelijke afdoening in geval van niet nakoming van deze verplichting.
4. Het deel van het plan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel **b**, bevat ten minste een beschrijving van de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan de samenwerking als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=34&z=2003-09-01&g=2003-09-01), en de daarover gemaakte afspraken.
5. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de voorwaarden waaraan het plan en het beleidsverslag dienen te voldoen, indien daarmee tevens een gebruik ten behoeve van het toezicht wordt beoogd.
Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de realisatie en vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de wet, met inachtneming van [artikel 150 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=150).
##### Artikel 43
1. Burgemeester en wethouders kunnen slechts met toestemming van de gemeenteraad aan gemeenteambtenaren mandaat verlenen tot het nemen van besluiten inzake de verlening van uitkering. Burgemeester en wethouders geven daarbij algemene instructies.
2. Het mandaat kan zich niet uitstrekken tot het beslissen op bezwaarschriften en het instellen van beroep.
3. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van organen, ingesteld bij of krachtens de wet, ter behartiging van belangen waarbij meer dan een gemeente is betrokken en ten aanzien van de Centrale organisatie werk en inkomen.
Vervallen
#### § 2. Inlichtingenverplichting en gegevensuitwisseling
##### Artikel 44
1. Ieder is verplicht desgevraagd en bevoegd uit eigen beweging aan burgemeester en wethouders kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken omtrent feiten en omstandigheden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet ten opzichte van een persoon te wiens behoeve een uitkering is gevraagd of wordt verleend en die in zijn dienst dan wel te zijnen behoeve werkt of heeft gewerkt. De verplichting strekt zich mede uit tot de inkomsten van een persoon van wie uitkeringen ingevolge [hoofdstuk II, paragraaf 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=5&z=2003-09-01&g=2003-09-01), worden of kunnen worden teruggevorderd.
1. Ieder is verplicht desgevraagd en bevoegd uit eigen beweging aan burgemeester en wethouders kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken omtrent feiten en omstandigheden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet ten opzichte van een persoon te wiens behoeve een uitkering is gevraagd of wordt verleend en die in zijn dienst dan wel te zijnen behoeve werkt of heeft gewerkt. De verplichting strekt zich mede uit tot de inkomsten van een persoon van wie uitkeringen ingevolge [hoofdstuk II, paragraaf 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=5&z=2004-01-01&g=2004-01-01), worden of kunnen worden teruggevorderd.
2. De opgaven en inlichtingen moeten desgevraagd schriftelijk, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, binnen een door burgemeester en wethouders schriftelijk te stellen termijn worden verstrekt.
##### Artikel 45
1. De hieronder vermelde instanties zijn verplicht desgevraagd aan burgemeester en wethouders of, indien burgemeester en wethouders op grond van [artikel 43, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=1&artikel=43&z=2003-09-01&g=2003-09-01), aan de Centrale organisatie werk en inkomen mandaat hebben verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening van uitkering, aan de Centrale organisatie werk en inkomen, kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet:
1. De hieronder vermelde instanties zijn verplicht desgevraagd aan burgemeester en wethouders of, indien burgemeester en wethouders op grond van [artikel 43, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=1&artikel=43&z=2004-01-01&g=2004-01-01), aan de Centrale organisatie werk en inkomen mandaat hebben verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening van uitkering, aan de Centrale organisatie werk en inkomen, kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet:
- a. burgemeester en wethouders van andere gemeenten;
@@ -854,21 +838,23 @@
- l. de instanties en personen die woonruimte verhuren;
- m. de instanties die in het kader van de openbare nutsvoorziening energie en water leveren.
- m. de instanties die in het kader van de openbare nutsvoorziening energie en water leveren;
- n. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de arbeidsinschakeling van personen bevorderen.
2. Het vragen door burgemeester en wethouders en het verstrekken door de in het eerste lid bedoelde instanties van de in het eerste lid bedoelde opgaven en inlichtingen geschiedt in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen door tussenkomst van het Inlichtingenbureau. Het Inlichtingenbureau voert ten behoeve van de verwerking van deze opgaven en inlichtingen een administratie.
3. Griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, zijn verplicht desgevraagd aan burgemeester en wethouders of, indien burgemeester en wethouders op grond van [artikel 43, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=1&artikel=43&z=2003-09-01&g=2003-09-01), aan de Centrale organisatie werk en inkomen mandaat hebben verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening van uitkering, aan de Centrale organisatie werk en inkomen, kosteloos alle gegevens en uittreksels of afschriften van uitspraken, registers en andere stukken te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.
3. Griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, zijn verplicht desgevraagd aan burgemeester en wethouders of, indien burgemeester en wethouders op grond van [artikel 43, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=1&artikel=43&z=2004-01-01&g=2004-01-01), aan de Centrale organisatie werk en inkomen mandaat hebben verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening van uitkering, aan de Centrale organisatie werk en inkomen, kosteloos alle gegevens en uittreksels of afschriften van uitspraken, registers en andere stukken te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.
4. De in het eerste en het derde lid bedoelde verplichtingen strekken zich mede uit tot degene:
- a. van wie kosten van uitkeringen worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge [hoofdstuk II, paragraaf 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=5&z=2003-09-01&g=2003-09-01);
- a. van wie kosten van uitkeringen worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge [hoofdstuk II, paragraaf 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=5&z=2004-01-01&g=2004-01-01);
- b. die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, of ten aanzien van wie dat redelijkerwijs kan worden vermoed, als degene:
- 1°. te wiens behoeve een uitkering ingevolge deze wet is gevraagd of wordt verleend;
- 2°. van wie kosten van uitkering worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge [hoofdstuk II, paragraaf 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=5&z=2003-09-01&g=2003-09-01).
- 2°. van wie kosten van uitkering worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge [hoofdstuk II, paragraaf 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=5&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
5. De in het eerste en het derde lid bedoelde opgaven en inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, en zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na ontvangst van het verzoek hiertoe, verstrekt.
@@ -896,7 +882,7 @@
3. Ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek kunnen desgevraagd gegevens aan derden worden verstrekt voor zover de persoonlijke levenssfeer van de belanghebbenden daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
4. Degene die op grond van de[artikelen 44 tot en met 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=2&artikel=44&z=2003-09-01&g=2003-09-01) gegevens verstrekt dient na te gaan of degene aan wie de gegevens worden verstrekt redelijkerwijs bevoegd is te achten om die gegevens te verkrijgen.
4. Degene die op grond van de[artikelen 44 tot en met 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=2&artikel=44&z=2004-01-01&g=2004-01-01) gegevens verstrekt dient na te gaan of degene aan wie de gegevens worden verstrekt redelijkerwijs bevoegd is te achten om die gegevens te verkrijgen.
##### Artikel 47
@@ -910,11 +896,15 @@
- b. de belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting of premies volksverzekeringen;
- c. burgemeester en wethouders van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet, de [Algemene bijstandswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007333), de [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044) en de [Wet inkomensvoorziening kunstenaars](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009344);
- c. burgemeester en wethouders van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet, de [Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703), de [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044) en de [Wet inkomensvoorziening kunstenaars](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009344);
- d. het College voor zorgverzekeringen, genoemd in [artikel 1a van de Ziekenfondswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002460&artikel=1a), het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in [artikel 1u van de Ziekenfondswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002460&artikel=1u), en de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars en de uitvoeringsorganen, bedoeld in [artikel 4 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614&artikel=4), voor de uitvoering van de [Ziekenfondswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002460) en de[Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614);
- e. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen.
- e. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen;
- f. buitenlandse organen voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang;
- g. bestuursorganen van de Nederlandse Antillen en Aruba voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevensverstrekking vindt niet plaats indien de persoonlijke levenssfeer van de belanghebbenden daardoor onevenredig wordt geschaad.
@@ -924,11 +914,11 @@
1. In de administratie van de gemeente en van het Inlichtingenbureau terzake van de uitvoering van deze wet wordt het sociaal-fiscaalnummer opgenomen waaronder een natuurlijk persoon is geregistreerd bij de rijksbelastingdienst.
2. Bij de verstrekking van gegevens door burgemeester en wethouders, het Inlichtingenbureau en de in [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=2&artikel=45&z=2003-09-01&g=2003-09-01) en [48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=2&artikel=48&z=2003-09-01&g=2003-09-01) genoemde organen en personen wordt, indien daartoe bevoegd, gebruik gemaakt van dit sociaal-fiscaalnummer.
2. Bij de verstrekking van gegevens door burgemeester en wethouders, het Inlichtingenbureau en de in [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=2&artikel=45&z=2004-01-01&g=2004-01-01) en [48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=2&artikel=48&z=2004-01-01&g=2004-01-01) genoemde organen en personen wordt, indien daartoe bevoegd, gebruik gemaakt van dit sociaal-fiscaalnummer.
##### Artikel 50
Ten behoeve van het gebruik van het sociaal-fiscaalnummer in de in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=1&artikel=41&z=2003-09-01&g=2003-09-01) bedoelde administratie kent Onze Minister van Financiën, in overeenstemming met Onze Minister, aan de uitkeringsgerechtigden die niet reeds ten behoeve van de belastingheffing bij de rijksbelastingdienst zijn geregistreerd, een sociaal-fiscaalnummer toe.
Ten behoeve van het gebruik van het sociaal-fiscaalnummer in de in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=1&artikel=41&z=2004-01-01&g=2004-01-01) bedoelde administratie kent Onze Minister van Financiën, in overeenstemming met Onze Minister, aan de uitkeringsgerechtigden die niet reeds ten behoeve van de belastingheffing bij de rijksbelastingdienst zijn geregistreerd, een sociaal-fiscaalnummer toe.
##### Artikel 51
@@ -938,55 +928,77 @@
##### Artikel 52
1. Onze Minister is verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van deze wet.
2. Dit toezicht wordt onder gezag van Onze Minister uitgeoefend door de Inspectie Werk en Inkomen, genoemd in [hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&hoofdstuk=7), onder leiding van het hoofd van die inspectie. De [artikelen 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=37), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=38), [42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=42) en [44 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=44) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Ten behoeve van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, dienen burgemeester en wethouders jaarlijks bij Onze Minister een verslag in over de uitvoering van deze wet, verstrekken zij hem desgevraagd nadere of andere informatie en verlenen zij hem inzage in de administratie, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=1&artikel=41&z=2003-09-01&g=2003-09-01). Het verslag en de overige informatie worden kosteloos verstrekt.
4. Het verslag omvat mede een opgave van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in de [artikelen 3, eerste lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011670&artikel=3), en [12, eerste lid, onder d, van de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011670&artikel=12).
5. Het verslag is voorzien van een verklaring van de accountant, belast met de in [artikel 213 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=213) voorgeschreven controle omtrent de juistheid en volledigheid van verstrekte gegevens.
6. Onze Minister stelt regels inzake het verslag en over de verklaring en het onderzoek dat resulteert in deze verklaring.
1. Onze Minister houdt toezicht op:
- a. de rechtmatigheid van de uitvoering van deze wet door burgemeester en wethouders;
- b. de doeltreffendheid van deze wet.
2. Het toezicht, bedoeld in het eerste lid, wordt onder gezag van Onze Minister uitgeoefend door de Inspectie Werk en Inkomen, genoemd in [hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&hoofdstuk=7), onder leiding van het hoofd van die inspectie. De [artikelen 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=37), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=38), [42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=42) en [44 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=44) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 53
Onze Minister kan aan burgemeester en wethouders, nadat zij gedurende acht weken in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze naar voren te brengen, aanwijzingen geven met betrekking tot een goede uitvoering van deze wet. Hij treedt daarbij niet in de besluitvorming inzake individuele gevallen.
Onze Minister kan, indien hij met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen constateert, aan burgemeester en wethouders, nadat zij gedurende acht weken in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze naar voren te brengen, een aanwijzing geven. Hij treedt daarbij niet in de besluitvorming inzake individuele gevallen. In een aanwijzing wordt een termijn opgenomen waarbinnen burgemeester en wethouders de uitvoering in overeenstemming hebben gebracht met deze aanwijzing.
#### § 4. Beleidsinformatie
##### Artikel 54
1. Burgemeester en wethouders verstrekken desgevraagd aan Onze Minister kosteloos alle inlichtingen die hij voor de informatievoorziening en de beleidsvorming met betrekking tot deze wet nodig heeft.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verstrekken van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen.
1. Burgemeester en wethouders dienen jaarlijks bij Onze Minister een verslag in over de uitvoering van deze wet. Het verslag omvat mede een opgave van de ten laste van burgemeester en wethouders gebleven kosten, bedoeld in de [artikelen 56, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=1&artikel=56&z=2004-01-01&g=2004-01-01) en [59f, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=4&artikel=59f&z=2004-01-01&g=2004-01-01), en is voorzien van een verklaring van de accountant, belast met de in [artikel 213 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=213) voorgeschreven controle omtrent de getrouwheid van de verstrekte gegevens en de rechtmatigheid van de uitvoering van de wet, alsmede van een oordeel van de gemeenteraad over de uitvoering van de wet.
2. Voorafgaand aan het verslag, bedoeld in het eerste lid, dienen burgemeester en wethouders bij Onze Minister een voorlopig verslag in over de uitvoering.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake het voorlopig verslag, het verslag en over de verklaring en het onderzoek dat resulteert in deze verklaring. Deze regels kunnen voor categorieën van gemeenten verschillen, waarbij kan worden bepaald dat de verplichting het verslag te voorzien van een verklaring niet van toepassing is.
##### Artikel 55
Burgemeester en wethouders zijn verplicht ten behoeve van de statistiek gegevens inzake de uitvoering van deze wet te verzamelen en kosteloos te verstrekken volgens door Onze Minister te stellen regels.
1. Burgemeester en wethouders en de gemeenteraad verstrekken desgevraagd aan Onze Minister de inlichtingen die hij voor het toezicht, de statistiek, de informatievoorziening en de beleidsvorming met betrekking tot deze wet nodig heeft.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop burgemeester en wethouders en de gemeenteraad de in het eerste lid bedoelde inlichtingen verzamelen en verstrekken, waarbij kan worden bepaald dat categorieën van gemeenten bepaalde inlichtingen niet hoeven te verzamelen en te verstrekken.
3. De inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, en de bescheiden, bedoeld in [artikel 54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=4&artikel=54&z=2004-01-01&g=2004-01-01), worden kosteloos verstrekt.
### Hoofdstuk V
##### Artikel 56
Vervallen
1. Onze Minister vergoedt, ten laste van 's Rijks kas, 75% van de in een kalenderjaar ten laste van burgemeester en wethouders gebleven kosten van uitkeringen, waaronder begrepen de premies volksverzekeringen en de ziekenfondspremie die daarover verschuldigd zijn.
2. Onder ten laste van burgemeester en wethouders gebleven kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan, de in een kalenderjaar door de gemeente verleende uitkering, bedoeld in het eerste lid, verminderd met alle ontvangsten van de gemeente in dat jaar in verband met de verlening van uitkering, waaronder begrepen de bedragen die de gemeente ontvangt door toepassing van [artikel 20**a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3a&artikel=20a&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
##### Artikel 57
Vervallen
1. Onze Minister stelt regels met betrekking tot het verlenen van voorschotten op de vergoeding, bedoeld in [artikel 56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=1&artikel=56&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
2. Indien de uitvoering van deze wet door burgemeester en wethouders, of de administratie, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=1&artikel=41&z=2004-01-01&g=2004-01-01) ernstige tekortkomingen vertoont, kan Onze Minister besluiten de voorschotten lager vast te stellen dan uit de op grond van het eerste lid gestelde regels voortvloeit.
##### Artikel 58
Vervallen
1. Voor de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in [artikel 56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=1&artikel=56&z=2004-01-01&g=2004-01-01), die op grond van het eerste lid van dat artikel niet voor vergoeding in aanmerking komen, verstrekt Onze Minister jaarlijks ten laste van 's Rijks kas aan de gemeente een uitkering. De uitkering wordt ten minste drie maanden voorafgaande aan het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft door Onze Minister vastgesteld.
2. Het bedrag van de uitkering wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels berekend aan de hand van het voor ieder jaar bij wet vast te stellen totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid. Bij of krachtens deze maatregel kunnen regels worden gesteld omtrent het verzamelen van gegevens noodzakelijk voor de berekening van het bedrag van de uitkering.
##### Artikel 59
Vervallen
1. Het totale bedrag, bedoeld in [artikel 58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=2&artikel=58&z=2004-01-01&g=2004-01-01), kan in het jaar waarop het bedrag betrekking heeft en in het daaropvolgende jaar bij wet worden verhoogd indien de ontwikkeling van de uitkeringslasten daartoe aanleiding geeft.
2. Indien het totale bedrag wordt herzien, wordt het bedrag waarmee de uitkering, bedoeld in [artikel 58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=2&artikel=58&z=2004-01-01&g=2004-01-01), wordt verhoogd binnen een periode van vier weken na de herziening door Onze Minister vastgesteld.
3. Indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, wordt voor de toepassing van de [artikelen 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=2&artikel=59a&z=2004-01-01&g=2004-01-01) en [59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=2&artikel=59b&z=2004-01-01&g=2004-01-01), onder het bedrag van de uitkering verstaan: het bedrag van de uitkering inclusief de verhoging, bedoeld in het tweede lid.
##### Artikel 59a
Vervallen
1. Indien bij de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in [artikel 59c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=3&artikel=59c&z=2004-01-01&g=2004-01-01), blijkt, dat de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in [artikel 58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=2&artikel=58&z=2004-01-01&g=2004-01-01), in een kalenderjaar meer bedragen dan 115% van het bedrag van de uitkering, bedoeld in [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=2&artikel=58&z=2004-01-01&g=2004-01-01), of meer dan het totaal van het bedrag van de uitkering en het bedrag dat wordt verkregen door een bedrag van € 6,81 te vermenigvuldigen met het aantal inwoners in die gemeente op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar, wordt door Onze Minister ten laste van 's Rijks kas aan de gemeente een aanvullende uitkering toegekend.
2. De hoogte van de aanvullende uitkering is:
- a. gelijk aan het verschil tussen het bedrag van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in [artikel 58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=2&artikel=58&z=2004-01-01&g=2004-01-01), en 115% van het bedrag van de uitkering, of, indien dit groter is,
- b. gelijk aan het verschil tussen het bedrag van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in [artikel 58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=2&artikel=58&z=2004-01-01&g=2004-01-01), en het in het eerste lid bedoelde totaalbedrag.
3. Het percentage en het met het aantal inwoners te vermenigvuldigen bedrag, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden verhoogd of verlaagd.
4. Het aantal inwoners, bedoeld in het eerste lid, wordt ontleend aan de statistiek «Bevolking der gemeenten in Nederland op 1 januari» van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
### Hoofdstuk VI. Rechtsbescherming
@@ -1000,7 +1012,7 @@
##### Artikel 60b
1. Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van [artikel 3, tweede tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2003-09-01&g=2003-09-01), en de daarop berustende bepalingen.
1. Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van [artikel 3, tweede tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2004-01-01&g=2004-01-01), en de daarop berustende bepalingen.
2. Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen de uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof.
@@ -1060,7 +1072,7 @@
##### Artikel 5a
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van gewezen zelfstandigen worden aangewezen die zijn vrijgesteld van de voorwaarden, bedoeld in [artikel 5, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=1&artikel=5&z=2003-09-01&g=2003-09-01).
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van gewezen zelfstandigen worden aangewezen die zijn vrijgesteld van de voorwaarden, bedoeld in [artikel 5, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=1&artikel=5&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
##### Artikel 6
@@ -1121,3 +1133,147 @@
### Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 4a
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. arbeidsinschakeling: het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in [artikel 34, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=34&z=2004-01-01&g=2004-01-01);
- b. sociale activering: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie.
### Hoofdstuk II. De uitkering
#### § 1. De voorwaarden voor het recht op uitkering
##### Artikel 6
1. Geen recht op uitkering ontstaat, zolang het bedrijf of beroep door de zelfstandige en de echtgenoot niet is beëindigd.
2. Voor de gewezen zelfstandige, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel **b,**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2004-01-01&g=2004-01-01) ontstaat geen recht op uitkering ingevolge deze wet, zolang betrokkene geen recht op uitkering heeft op grond van de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656).
3. Geen recht op uitkering heeft de gewezen zelfstandige die:
- a. zelf dan wel van wie de echtgenoot de arbeid in bedrijf of beroep hervat of aanvangt;
- b. buiten Nederland woont of aldaar anders dan tijdelijk verblijf houdt;
- c. niet rechtmatig verblijf houdt in de zin van [artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8);
- d. rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
- e. onbetaald verlof geniet als bedoeld in [artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=1) of die met die persoon gehuwd is, ter hoogte van het bedrag van het verlies van inkomen uit arbeid als gevolg van het genieten van dat verlof, tenzij belanghebbende alleenstaande ouder is voor wie de verplichtingen op grond van [artikel 36, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=III&artikel=36&z=2004-01-01&g=2004-01-01), niet gelden en hij verlof geniet als bedoeld in [hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&hoofdstuk=6).
4. Geen recht op uitkering heeft de echtgenoot, indien ten aanzien van deze, dan wel ten aanzien van de gewezen zelfstandige zich een omstandigheid voordoet als omschreven in het derde lid. Indien zich ten aanzien van de echtgenoot een omstandigheid voordoet als omschreven in het derde lid, onderdelen **b**, **c** en **d**, wordt de gewezen zelfstandige aangemerkt als alleenstaande.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat hier te lande verblijvende vreemdelingen, anders dan die bedoeld in [artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) recht op uitkering hebben, onverminderd de overige vereisten voor dat recht:
- a. ter uitvoering van een verdrag dan wel een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, of
- b. vreemdelingen die, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van [artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in [artikel 8, onder g of h, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
6. Het derde lid, onderdeel d, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting voor justitiële jeugdbescherming zijnde een landelijke voorziening als bedoeld in [artikel 65 van de Wet op de jeugdhulpverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004608&artikel=65).
#### § 2. De hoogte van de uitkering
#### § 3. Het geldend maken van het recht op uitkering
#### § 3a. Administratieve boeten
#### § 4. De betaling van de uitkering
#### § 5. Terugvordering
### Hoofdstuk III. Rechten en plichten
### Hoofdstuk IV. Uitvoering en toezicht
#### § 1. Verantwoordelijkheid voor de uitvoering
#### § 2. Inlichtingenverplichting en gegevensuitwisseling
#### § 3. Toezicht
#### § 4. Informatie
### Hoofdstuk V. Financiering
#### Paragraaf 1. Vergoeding
#### Paragraaf 2. Uitkering
##### Artikel 59b
Onze Minister stelt regels inzake de betaling van:
- a. de uitkering, bedoeld in [artikel 58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=2&artikel=58&z=2004-01-01&g=2004-01-01);
- b. het bedrag waarmee de uitkering op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=2&artikel=59&z=2004-01-01&g=2004-01-01) wordt verhoogd;
- c. de aanvullende uitkering, bedoeld in [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=2&artikel=59a&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
#### Paragraaf 3. Vaststelling
##### Artikel 59c
1. Onze Minister stelt de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in de [artikelen 56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=1&artikel=56&z=2004-01-01&g=2004-01-01) en [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=2&artikel=58&z=2004-01-01&g=2004-01-01), de vergoeding, bedoeld in [artikel 56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=1&artikel=56&z=2004-01-01&g=2004-01-01) en de aanvullende uitkering, bedoeld in [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=2&artikel=59a&z=2004-01-01&g=2004-01-01), vast, binnen een jaar na ontvangst van het verslag en de daarop betrekking hebbende verklaring bedoeld in [artikel 54, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=4&artikel=54&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
2. Indien het verslag niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft of niet is voorzien van een daarop betrekking hebbende verklaring worden de ten laste van de gemeente gebleven kosten ambtshalve vastgesteld.
##### Artikel 59d
1. De volgens opgave van burgemeester en wethouders ten laste gebleven kosten worden bij de vaststelling, bedoeld in [artikel 59c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=3&artikel=59c&z=2004-01-01&g=2004-01-01), buiten aanmerking gelaten indien:
- a. het uitkering betreft die is verleend in strijd met bij of krachtens deze wet gestelde regels, of die niet of niet volledig overeenkomstig [hoofdstuk II, paragraaf 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=5&z=2004-01-01&g=2004-01-01), is of wordt teruggevorderd;
- b. niet is voldaan aan de bij of krachtens de [artikelen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=20&z=2004-01-01&g=2004-01-01) of [20**a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3a&artikel=20a&z=2004-01-01&g=2004-01-01) gestelde regels, voor een bedrag gelijk aan het bedrag waarmee de kosten zouden zijn verlaagd indien burgemeester en wethouders op een juiste wijze toepassing zouden hebben gegeven aan deze artikelen.
2. Indien als gevolg van het niet hebben voldaan door burgemeester en wethouders aan de bij of krachtens de [artikelen 13 tot en met 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=13&z=2004-01-01&g=2004-01-01) en [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=1&artikel=41&z=2004-01-01&g=2004-01-01) gestelde regels, niet kan worden vastgesteld of en voor welk bedrag de ten laste van de gemeenten gebleven kosten buiten aanmerking moeten worden gelaten, wordt volgens door Onze Minister te stellen regels hiervoor een bedrag vastgesteld.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing voorzover naar het oordeel van Onze Minister:
- a. de tekortkomingen van bijzondere aard of geringe betekenis zijn;
- b. burgemeester en wethouders zich voldoende hebben ingespannen om de tekortkomingen op te heffen.
#### Paragraaf 4. Uitvoeringskosten
##### Artikel 59e
1. Onze Minister vergoedt ten laste van 's Rijks kas 90% van de kosten van bij de toepassing van [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=14&z=2004-01-01&g=2004-01-01), aan derden opgedragen onderzoek.
2. Onder onderzoek wordt verstaan een bedrijfseconomisch of bedrijfstechnisch onderzoek, waaronder begrepen de taxatie van vermogensbestanddelen, afgerond met een schriftelijke rapportage, voorzover dit onderzoek noodzakelijk is voor de uitvoering van de bij of krachtens [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=14&z=2004-01-01&g=2004-01-01), gestelde regels.
##### Artikel 59f
1. Onze Minister stelt regels met betrekking tot het verlenen van voorschotten op de vergoeding, bedoeld in [artikel 59e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=4&artikel=59e&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
2. Indien de uitvoering van deze wet door burgemeester en wethouders, of de administratie, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=1&artikel=41&z=2004-01-01&g=2004-01-01) ernstige tekortkomingen vertoont, kan Onze Minister besluiten de voorschotten lager vast te stellen dan uit de op grond van het eerste lid gestelde regels voortvloeit.
##### Artikel 59g
1. Onze Minister stelt de vergoeding, bedoeld in [artikel 59e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=V&paragraaf=4&artikel=59e&z=2004-01-01&g=2004-01-01) vast binnen een jaar na ontvangst van het verslag en daarop betrekking hebbende verklaring, bedoeld in [artikel 54, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&hoofdstuk=IV&paragraaf=4&artikel=54&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
2. Indien het verslag niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft of niet is voorzien van een daarop betrekking hebbende verklaring wordt de vergoeding ambtshalve vastgesteld.
##### Artikel 59h
De kosten, bedoeld in artikel 59e, eerste lid, worden niet vergoed:
- a. indien het onderzoek is opgedragen aan een deskundige derde die onder verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders werkzaam is;
- b. voorzover zij hoger zijn dan de door Onze Minister vast te stellen maximaal voor vergoeding in aanmerking komende kosten voor onderzoek.
#### Paragraaf 5. Voorzieningen
##### Artikel 59i
Burgemeester en wethouders brengen de kosten van voorzieningen als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a, niet zijnde uitvoeringskosten, ten laste van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand.
### Hoofdstuk VI. Rechtsbescherming
### Hoofdstuk VII. Strafbepalingen
### Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2003-09-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2003-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2003-04-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2003-02-19
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2003-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2002-08-21
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2002-07-06
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2002-07-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2002-03-07
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2002-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewez
2002-01-01
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte ge
original version Tekst op deze datum