Wet van 10 maart 1988, houdende maatregelen ter beperking van het tabaksgebruik, in het bijzonder ter bescherming van de niet-roker
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 4a
Producenten en importeurs van tabaksproducten merken elke geproduceerde of ingevoerde verpakkingseenheid van een tabaksproduct met een unieke identificatiemarkering als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de tabaksproductenrichtlijn en nemen daarbij de uitvoeringsverordening traceringssysteem in acht.
Bij ministeriële regeling worden eisen gesteld aan de door de producenten en importeurs aan te brengen unieke identificatiemarkering. De eisen hebben betrekking op de technische wijze waarop de unieke identificatiemarkering wordt aangebracht op de verpakkingseenheid.
De op grond van het tweede lid gestelde eisen kunnen voor verschillende producten verschillend worden vastgesteld en er kunnen verschillende tijdstippen worden vastgelegd waarop zij gaan gelden.
Artikel 4b
Het is verboden om tabaksproducten te leveren, in te voeren, uit te voeren of in de handel te brengen, indien die producten niet aan de in artikel 4a gestelde eisen voldoen.
Artikel 4c
Alle bij de handel in tabaksproducten betrokken marktdeelnemers, van de producent tot en met de laatste marktdeelnemer vóór de eerste detaillist, registreren de bewegingen, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van de tabaksproductenrichtlijn en nemen daarbij artikel 15, negende lid, van de tabaksproductenrichtlijn en de uitvoeringsverordening traceringssysteem in acht.
Alle natuurlijke personen en rechtspersonen die deel uitmaken van de leveringsketen van tabaksproducten houden een register bij als bedoeld in artikel 15, zesde lid, van de tabaksproductenrichtlijn en nemen daarbij de uitvoeringsverordening traceringssysteem in acht.
De producenten van tabaksproducten voorzien alle marktdeelnemers die betrokken zijn bij handel in tabaksproducten van de apparatuur, bedoeld in artikel 15, zevende en achtste lid, van de tabaksproductenrichtlijn.
De producenten en importeurs van tabaksproducten sluiten contracten over de opslag van gegevens met een onafhankelijke derde als bedoeld in artikel 15, achtste lid, eerste alinea, van de tabaksproductenrichtlijn. De producenten, importeurs en de onafhankelijke derde nemen daarbij de gedelegeerde verordening gegevensopslagcontracten en de uitvoeringsverordening traceringssysteem in acht.
Tabaksproducenten stellen een externe auditor voor die wordt goedgekeurd door de Europese Commissie. Tabaksproducenten en de externe auditor nemen daarbij artikel 15, achtste lid, tweede alinea, van de tabaksproductenrichtlijn in acht.
De onafhankelijke derde zorgt ervoor dat de faciliteiten voor gegevensopslag volledig toegankelijk zijn voor Onze Minister, de Europese Commissie en de externe auditor. Onze Minister kan producenten of importeurs toegang verlenen tot de opgeslagen gegevens, overeenkomstig artikel 15, achtste lid, derde alinea, van de tabaksproductenrichtlijn.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld inzake het eerste tot en met zesde lid, voor zover die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de bij of krachtens de tabaksproductenrichtlijn gestelde voorschriften.
Artikel 4d
Onze Minister wordt aangewezen als ID-uitgever, die is belast met het aanmaken en uitgeven van:
- a. unieke identificatiemarkeringen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de uitvoeringsverordening traceringssysteem, voor tabaksproducten die in Nederland in de handel worden gebracht;
- b. marktdeelnemeridentificatiecodes als bedoeld in artikel 15 van de uitvoeringsverordening traceringssysteem;
- c. faciliteitsidentificatiecodes als bedoeld in artikel 17 van de uitvoeringsverordening traceringssysteem;
- d. machine-identificatiecodes als bedoeld in artikel 19 van de uitvoeringsverordening traceringssysteem.
De tarieven die samenhangen met het verrichten van de in het vorige lid, onder a, genoemde werkzaamheden, worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Daarbij kunnen voor verschillende werkzaamheden verschillende tarieven worden vastgesteld.
Artikel 4e
Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van het bepaalde in de artikelen 9, vierde lid, 20, vierde lid, 27, derde lid en 32, vijfde lid, van de uitvoeringsverordening traceringssysteem.
Artikel 4f
Onze Minister wijst de bevoegde autoriteiten, de nationale beheerders en degene die meldingen ontvangt aan, bedoeld in de artikelen 7, tweede en vijfde lid, 8, vierde lid, tweede alinea, 15, vierde lid, 17, vierde lid, 19, vierde lid, 25, eerste lid, onderdelen f, k en l, 26, zesde lid, 27 en 35, vijfde en zevende lid, van de uitvoeringsverordening traceringssysteem. De bevoegde autoriteiten en nationale beheerders nemen die uitvoeringsverordening in acht.
Artikel 4g
Onze Minister is bevoegd tot het vragen van inlichtingen en het nemen van de maatregelen, bedoeld in artikel 35, vierde, onderscheidenlijk zesde lid, van de uitvoeringsverordening traceringssysteem.
Artikel 4h
Producenten en importeurs van tabaksproducten merken alle verpakkingseenheden van tabaksproducten die in de handel worden gebracht met een onvervalsbaar veiligheidskenmerk als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de tabaksproductenrichtlijn.
Bij ministeriële regeling worden eisen gesteld aan het door producenten en importeurs aan te brengen veiligheidskenmerk. De eisen kunnen voor onderscheiden categorieën tabaksproducten verschillen en hebben betrekking op:
- a. de samenstelling van het veiligheidskenmerk;
- b. de aanbieder die de authenticatie-elementen van het veiligheidskenmerk levert;
- c. de wijze van aanbrengen van het veiligheidskenmerk op de verpakkingseenheden;
- d. andere voorschriften voor zover die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de in het uitvoeringsbesluit veiligheidskenmerk gestelde voorschriften;
- e. de wijze waarop het veiligheidskenmerk aangevraagd kan worden.
De op grond van het tweede lid gestelde eisen kunnen voor verschillende producten verschillend worden vastgesteld en er kunnen verschillende tijdstippen worden vastgelegd waarop zij gaan gelden.
Onze Minister kan voor bepaalde categorieën tabaksproducten een voor belastingdoeleinden gebruikt nationaal herkenningsteken aanwijzen als veiligheidskenmerk als bedoeld in artikel 16, eerste lid, tweede alinea, van de tabaksproductenrichtlijn.
Artikel 4i
Het is verboden om tabaksproducten te leveren, in te voeren of in de handel te brengen, indien die producten niet aan de in artikel 4h, eerste of tweede lid, gestelde eisen voldoen.
Artikel 4j
Onze Minister wijst degene die meldingen ontvangt aan, bedoeld in artikel 8, vierde en zesde lid, van het uitvoeringsbesluit veiligheidskenmerk.
Artikel 4k
Onze Minister is bevoegd tot het vragen van inlichtingen en het nemen van de maatregelen, bedoeld in artikel 8, derde, onderscheidenlijk vijfde lid, van het uitvoeringsbesluit veiligheidskenmerk.
Artikel 4l
De artikelen 4, 4a, 4c, 4d, 4e, 4f, 4g, 4h, 4j en 4k kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd in verband met aanpassingen van verwijzingen naar bindende EU-rechtshandelingen of onderdelen daarvan, voor zover de aanpassingen niet inhoudelijk van aard zijn.
§ 3. Reclame- en sponsoringbeperkingen
§ 4. Verkoopbeperkingen
§ 6. Bestuurlijke boeten
§ 7. Verdere bepalingen
Bijlage
Categorie A
Categorie A
Categorie B
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 6. Voorschriften ter uitbanning van illegale handel
§ 7. Bestuurlijke boeten
§ 8. Verdere bepalingen
Bijlage
Categorie A
Categorie C
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 13a
De toezichthouders zijn in afwijking van artikel 5:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdelen a, d en e, van de markttoezichtverordening.
Voor het uitoefenen van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het tweede lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht.
De artikelen 2 en 3 van de Algemene wet op het binnentreden zijn niet van toepassing.
Artikel 13b
De toezichthouders zijn bevoegd om onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit en hoedanigheid, tabaksproducten en aanverwante producten te verkrijgen en de hieraan gerelateerde handelingen te verrichten voor zover dat voor de invulling van hun taak noodzakelijk is. Artikel 5:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
De toezichthoudende ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op waarin hij vermeldt:
- a. zijn naam of nummer en hoedanigheid;
- b. de motivering van de noodzaak tot uitoefening van de bevoegdheid;
- c. de voorschriften op de naleving waarvan wordt toegezien;
- d. het adres, waaronder indien van toepassing, het elektronische adres, waar het product is verkregen en, indien de markttoezichtverordening van toepassing is en voor zover bekend, de omschrijving van de betrokken marktdeelnemer als bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de markttoezichtverordening;
- e. de onjuiste of onvolledige gegevens die bij het verkrijgen van het product zijn verstrekt;
- f. de wijze waarop en het tijdvak waarin het product is verkregen; en
- g. hetgeen tijdens het onderzoek van het product is verricht, gebleken en overigens is voorgevallen.
Artikel 13c
Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing voor zover een toezichthoudende ambtenaar bijstand verleent aan een markttoezichtautoriteit als bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van de markttoezichtverordening uit een andere lidstaat van de Europese Unie op grond van de artikelen 22 en 23 van de markttoezichtverordening.
Artikel 13d
Ter uitvoering van de markttoezichtverordening kan Onze Minister, indien er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om een ernstig risico als bedoeld in artikel 3, onderdeel 20, van de markttoezichtverordening, gevormd door een product waarop de tabaksproductenrichtlijn van toepassing is, weg te nemen, een zelfstandige last opleggen aan:
- a. degene die daartoe in staat is, om inhoud te verwijderen van of de toegang te beperken tot een online interface als bedoeld in artikel 3, onderdeel 15, van de markttoezichtverordening, of opdracht te geven tot de duidelijke weergave van een waarschuwing aan eindgebruikers wanneer die zich toegang tot de online interface verschaffen, of;
- b. indien niet binnen de daarvoor gestelde termijn aan een last als bedoeld onder a is voldaan, een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, van de markttoezichtverordening om alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de toegang tot een online interface te beperken, onder meer door een daarvoor in aanmerking komende derde te verzoeken dergelijke maatregelen uit te voeren.
Degene tot wie een zelfstandige last als bedoeld in het eerste lid is gericht, handelt overeenkomstig die last.
Op grond van het eerste lid kan geen zelfstandige last worden opgelegd die leidt tot het blokkeren of filteren van internetverkeer.
Voor een zelfstandige last als bedoeld in het eerste lid, is voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het vierde lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht.
Onze Minister maakt de machtiging van de rechter-commissaris gelijktijdig met de zelfstandige last, bedoeld in het eerste lid, bekend.
Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen aan degene die handelt in strijd met het tweede lid.
Bijlage
Categorie A
Categorie B
Categorie D
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 13e
Onze Minister kan de inbeslagneming van de op grond van artikel 3, eerste lid, en artikel 3a verboden producten gelasten.
Onze Minister wijst de locatie voor opslag van de op grond van het eerste lid inbeslaggenomen producten aan en bepaalt tevens de voorwaarden waaronder die opslag dient te geschieden.
Onze Minister kan de vernietiging van de op grond van artikel 3, eerste lid, en artikel 3a verboden producten gelasten.
De ingevolge artikel 13 aangewezen ambtenaren zijn bevoegd tot inbeslagneming als bedoeld in het eerste lid en vernietiging als bedoeld in het derde lid.
De kosten verbonden aan de in het tweede lid bedoelde opslag en de in het derde lid bedoelde vernietiging, zijn voor rekening van de overtreder. Onze Minister kan de in de eerste volzin bedoelde kosten invorderen bij dwangbevel.
Bijlage
Categorie B
Categorie C
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 12a
Degene die waren anders dan in doorvoer buiten Nederland wil brengen, kan Onze Minister verzoeken een verklaring af te geven in verband met door landen van bestemming gestelde eisen.
Onze Minister kan omtrent de uitvoering van de afgifte van verklaringen nadere regels stellen met betrekking tot de inhoud van de verklaringen en de gronden waarop verklaringen kunnen worden geweigerd. Hierbij kunnen voor verschillende categorieën tabaksproducten en aanverwante producten verschillende regels worden gesteld.
Bijlage
Categorie C
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)