Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 95
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Als goederen als bedoeld in artikel 42c van de wet worden de volgende goederen aangewezen, de toebehoren en onderdelen van die goederen daaronder begrepen:

  • a. telecommunicatie- en computerapparatuur en -programmatuur;
  • b. foto-, film-, video- en geluidsapparatuur alsmede beeld- en geluiddragers zoals video- en muziekcassettes en compactdiscs en digitale videodiscs;
  • c. landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor van meer dan 48 cc cilinderinhoud of met een vermogen van meer dan 7,2 kW.

Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente

Artikel 41

1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 1990.

2.

Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.

Bijlage I

Vervallen

Artikel 40b

1.

Ingeval een lijfrenteverplichting in een situatie als bedoeld in artikel 3.133, tweede lid, onderdeel h, van de Wet inkomstenbelasting 2001 overgaat of, beoordeeld aan het einde van het kalenderjaar, is overgegaan op een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het verzekeringsbedrijf uitoefent, kan de ontvanger onder door hem te stellen voorwaarden aan de verzekeraar die op grond van artikel 44a, eerste lid, van de wet aansprakelijk is een schriftelijke verklaring doen toekomen inhoudende een onherroepelijke mededeling dat de aansprakelijkheid niet langer geldt voor de in dat artikel bedoelde inkomstenbelasting en revisierente.

2.

Indien de lijfrenteverplichting is overgegaan op een niet in een van de lidstaten van de Europese Unie, in Noorwegen, in IJsland, in Liechtenstein of in Zwitserland gevestigd pensioenfonds of lichaam geeft de ontvanger de in het eerste lid bedoelde verklaring af op schriftelijk verzoek van de verzekeraar die op grond van artikel 44a, eerste lid, van de wet aansprakelijk is, mits het pensioenfonds of lichaam zich bij overeenkomst garant stelt voor de voldoening van de in artikel 44a, eerste lid, van de wet bedoelde inkomstenbelasting en revisierente.

3.

Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien de verzekeringnemer of de gerechtigde voldoende zekerheid heeft gesteld.

Artikel 40c

1.

Ingeval een verplichting ingevolge een pensioenregeling in een situatie als bedoeld in artikel 19b, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 overgaat op een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het verzekeringsbedrijf uitoefent, kan de ontvanger onder door hem te stellen voorwaarden aan de verzekeraar die op grond van artikel 44b, eerste lid, van de wet aansprakelijk is een schriftelijke verklaring doen toekomen inhoudende een onherroepelijke mededeling dat de aansprakelijkheid niet langer geldt voor de in dat artikel bedoelde loon- en inkomstenbelasting alsmede revisierente.

2.

Indien de pensioenverplichting is overgegaan op een niet in een van de lidstaten van de Europese Unie, in Noorwegen, in IJsland, in Liechtenstein of in Zwitserland gevestigd pensioenfonds of lichaam geeft de ontvanger de in het eerste lid bedoelde verklaring af op schriftelijk verzoek van de verzekeraar die op grond van artikel 44b, eerste lid, van de wet aansprakelijk is, mits het pensioenfonds of lichaam zich bij overeenkomst garant stelt voor de voldoening van de in artikel 44b, eerste lid, van de wet bedoelde loon- en inkomstenbelasting alsmede revisierente.

3.

Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien de verzekeringnemer of de gerechtigde voldoende zekerheid heeft gesteld.

Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente

Bijlage I

Vervallen

Afdeling 2. Uitstel van betaling en kwijtschelding van inkomstenbelasting inzake pensioen- en lijfrenteaanspraken

Artikel 5b

1.

De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de inkomstenbelasting in de gevallen bedoeld in artikel 25, achttiende lid, van de wet, mits wordt ingestemd met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden en een afschrift is overgelegd van de overeenkomst waarbij de onderneming of een gedeelte van de onderneming is overgedragen aan de natuurlijk persoon die de overdrachtsprijs geheel of gedeeltelijk schuldig is gebleven. Uit deze overeenkomst moet blijken welk deel van de overdrachtsprijs schuldig is gebleven, wat de duur van de overeengekomen aflossingsperiode is en in welke termijnen de overdrachtsprijs wordt voldaan.

2.

Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 25, negentiende lid, tweede volzin, onderdelen a of b, of derde volzin, van de wet stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.

3.

Ingeval de overdrachtsprijs geheel of gedeeltelijk versneld wordt afgelost, stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis alsmede van het nog niet ontvangen deel van de overdrachtsprijs.

Hoofdstuk IAa. Mededelingsplicht bodemzaken

Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting

Afdeling 5. Gespreide betaling van inkomstenbelasting wegens beëindiging van een terbeschikkingstelling van een zaak

Afdeling 3. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake kapitaalverzekering eigen woning

Afdeling 7. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst bij staking door overlijden

Afdeling 1. Algemeen

Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen

Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente

Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid

Hoofdstuk V. Slotbepalingen

Bijlage I

Vervallen

Artikel 40d

Vervallen

Bijlage I

Vervallen

Artikel 1ca

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. betalingsvordering: vordering van de ontvanger als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet jegens een betaaldienstverlener op wie de belastingschuldige een vordering heeft of uit een reeds bestaande rechtsverhouding zal verkrijgen;
  • c. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
  • e. betaalrekening: rekening bestemd voor het betalingsverkeer en ten aanzien waarvan opdrachten tot automatische afschrijving kunnen worden gedaan;
  • g. uitvoeringsdatum: datum, waarop de overheidsvordering wordt uitgevoerd door de betaaldienstverlener, waar de belastingschuldige een rekening houdt. Deze datum wordt bepaald door de ontvanger bij het doen van de overheidsvordering;
  • h. bestedingsruimte: saldo op een rekening vermeerderd met het maximale debetsaldo op die rekening dat is toegestaan op grond van een overeenkomst inzake krediet die tussen de betaaldienstverlener en de belastingschuldige is gesloten.

Artikel 1cb

Onze Minister sluit een overeenkomst inzake de overheidsvordering met de bank waar de rekening wordt gehouden waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt. De overeenkomst bevat in ieder geval de bepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Afdeling 1a. Betalingsvordering

Artikel 1cc

De overheidsvordering wordt gedaan op een betaalrekening die op naam of mede op naam staat van de belastingschuldige.

Artikel 1cd

De beschikking, bedoeld in artikel 19, vijfde lid, van de wet, wordt elektronisch bekend gemaakt aan de betaaldienstverlener, waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt. De overheidsvordering wordt uitsluitend uitgevoerd volgens de Europese systematiek van automatische afschrijving.

Artikel 1ce

1.

De overheidsvordering bedraagt ten hoogste € 500 en wordt gedaan bij een belastingaanslag met een openstaand bedrag van ten hoogste € 1.500, voor ten hoogste tweemaal in een kalendermaand per belastingaanslag.

2.

De overheidsvordering wordt bij dezelfde belastingaanslag gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste drie kalendermaanden gedaan.

3.

De overheidsvordering kan worden gesplitst in verschillende deelvorderingen. Deze deelvorderingen worden op hetzelfde tijdstip bekend gemaakt aan de bank, bedoeld in artikel 1cb.

4.

De overheidsvordering of, indien deze is gesplitst, de deelvordering wordt uitgevoerd indien de bestedingsruimte op de betaalrekening op de uitvoeringsdatum toereikend is.

Artikel 1cf

1.

De betaaldienstverlener, waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt, is bevoegd tot terugboeking van het bedrag van de overheidsvordering of, indien deze is gesplitst, de deelvordering, indien blijkt dat de bestedingsruimte op de betaalrekening van de belastingschuldige op de uitvoeringsdatum ontoereikend is. Deze bevoegdheid vervalt na vijf werkdagen volgend op de uitvoeringsdatum.

2.

Werkdagen, in de zin van het eerste lid, zijn alle kalenderdagen, met uitzondering van de zaterdag en zondag, de Nieuwjaarsdag, de Goede Vrijdag, de tweede Paasdag, 1 mei en de beide Kerstdagen.

Afdeling 2. Overeenkomst overheidsvordering

Artikel 1cg

De betaaldienstverlener, waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt, vermeldt op het papieren of elektronische afschrift van de af- of terugboeking op de betaalrekening van de belastingschuldige, de door de ontvanger bij het doen van de overheidsvordering geleverde gegevens.

Artikel 1ch

De ontvanger informeert de belastingschuldige schriftelijk over de op zijn betaalrekening uitgevoerde overheidsvordering of, indien deze is gesplitst, deelvordering binnen zeven dagen nadat de termijn, genoemd in artikel 1cf, eerste lid, tweede volzin, is verstreken.

Hoofdstuk IB. Uitstel van betaling, gespreide betaling en kwijtschelding van inkomstenbelasting

Afdeling 1. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting ter zake van stakingswinst die bestemd is voor herinvestering in een andere onderneming

Afdeling 2. Uitstel van betaling en kwijtschelding van inkomstenbelasting inzake pensioen- en lijfrenteaanspraken

Afdeling 6. Gespreide betaling van inkomstenbelasting inzake staking en overbrenging van de ondernemingswoning naar het privé vermogen

Hoofdstuk IC. Uitstel van betaling van het recht van successie of van schenking bij bedrijfsopvolging

Hoofdstuk IC. Uitstel van betaling van schenk- of erfbelasting

Afdeling 8. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst behaald door overdracht onderneming aan een natuurlijke persoon die overdrachtsprijs schuldig is gebleven

Afdeling 2. Uitstel van betaling van erfbelasting ter zake van de verkrijging van de blote eigendom van een woning, bedoeld in artikel 35 g van de Succesiewet 1956

Afdeling 2. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de privé-sfeer

Afdeling 1. Algemeen

Afdeling 1. Algemeen

Afdeling 3. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de zakelijke sfeer

Afdeling 3. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de zakelijke sfeer

Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente

Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid

Hoofdstuk III. Betalingskorting, invorderingsrente, kredietrente, en vertragingsrente

Bijlage. , behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
    1. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
    1. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in artikel 253 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,

Artikel 3a

1.

De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling van de door hem verschuldigde inkomstenbelasting in gevallen als bedoeld in artikel 25, elfde lid, van de wet en tot een omvang als bij dat artikel alsmede krachtens dat artikel in de navolgende leden is bepaald.

2.

Het uitstel wordt verleend voor het bedrag aan inkomstenbelasting, bedoeld in artikel 25, elfde lid, eerste volzin, mits dat bedrag € 3.350 te boven gaat.

3.

Het uitstel houdt in dat de verschuldigde belasting kan worden voldaan in tien gelijke jaarlijkse termijnen waarvan de eerste termijn zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet vervalt en elk van de volgende termijnen telkens een jaar later.

4.

De ontvanger vermindert het bedrag waarvoor uitstel van betaling is verleend:

  • a. ingeval aandelen of winstbewijzen welke aan het uitstel ten grondslag liggen worden vervreemd in de zin van artikel 25, tiende lid, van de wet: voor zover het uitstel aan deze aandelen of winstbewijzen kan worden toegerekend;
  • b. ingeval in een kalenderjaar uit de aandelen of winstbewijzen welke aan het uitstel ten grondslag liggen reguliere voordelen als bedoeld in de Wet inkomstenbelasting 2001 worden genoten welke uitgaan boven het dubbele van de belasting die in dat jaar op de voet van het derde lid moet worden voldaan: voor de helft van hetgeen er boven uitgaat.
5.

Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in het vierde lid stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.

Afdeling 2. Uitstel van betaling en kwijtschelding van inkomstenbelasting inzake pensioen- en lijfrenteaanspraken

Afdeling 6. Gespreide betaling van inkomstenbelasting inzake staking en overbrenging van de ondernemingswoning naar het privé vermogen

Afdeling 7. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst bij staking door overlijden

Afdeling 4. Uitstel van betaling, gespreide betaling en kwijtschelding van inkomstenbelasting inzake winst uit aanmerkelijk belang

Hoofdstuk IC. Uitstel van betaling van schenk- of erfbelasting

Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting

Afdeling 8. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst behaald door overdracht onderneming aan een natuurlijke persoon die overdrachtsprijs schuldig is gebleven

Afdeling 2. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de privé-sfeer

Afdeling 3. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de zakelijke sfeer

Afdeling 5. Beroep

Afdeling 2. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de privé-sfeer

Afdeling 3. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de zakelijke sfeer

Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente

Hoofdstuk III. Betalingskorting, invorderingsrente, kredietrente, en vertragingsrente

Hoofdstuk V. Slotbepalingen

Bijlage. , behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
    1. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
    1. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in artikel 253 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,

Afdeling 8. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst behaald door overdracht onderneming aan een natuurlijke persoon die overdrachtsprijs schuldig is gebleven

Artikel 6c

1.

De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de erfbelasting, bedoeld in artikel 25, twintigste lid, eerste volzin, van de wet, mits wordt ingestemd met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden.

2.

Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 25, twintigste lid, derde volzin, van de wet stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.

Hoofdstuk ID. Uitstel van betaling van exitheffingen

Afdeling 3. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de zakelijke sfeer

Afdeling 2. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de privé-sfeer

Afdeling 3. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de zakelijke sfeer

Afdeling 5. Beroep

Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid

Hoofdstuk III. Invorderingsrente, kredietrente, en vertragingsrente

Bijlage. , behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
    1. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
    1. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in artikel 253 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,

Artikel 6d

1.

De ontvanger verleent de belastingschuldige die een schriftelijk verzoek doet als bedoeld in artikel 25a, vierde lid, van de wet uitstel van betaling voor belastingaanslagen voor zover daarin is begrepen inkomstenbelasting als bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van de wet. Het uitstel wordt verleend onder de voorwaarde dat bij het verzoek om uitstel van betaling aan de hand van schriftelijke bescheiden het bedrag aannemelijk wordt gemaakt van de voordelen, bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van de wet.

2.

Gedurende de looptijd van het uitstel dient de belastingschuldige jaarlijks aan de hand van schriftelijke bescheiden aannemelijk te maken dat de voordelen, bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van de wet, in dat jaar niet in aanmerking zouden zijn genomen indien hij belastingplichtig in Nederland zou zijn gebleven.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing indien de belastingschuldige een verzoek doet als bedoeld in artikel 25a, derde lid, van de wet.

4.

Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 25a, tweede lid, van de wet, stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.

Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting

Afdeling 4. Kwijtschelding na staking bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening

Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid

Hoofdstuk V. Slotbepalingen

Bijlage. , behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
    1. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
    1. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in artikel 253 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,

Artikel 1cbis

Het bedrag, bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van de wet, wordt gesteld op € 2.000.

Hoofdstuk IA. Betalingsvordering en overheidsvordering

Afdeling 3. Uitvoering

Hoofdstuk IAa. Mededelingsplicht bodemzaken

Artikel 1h

Vervallen

Afdeling 1. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting ter zake van stakingswinst die bestemd is voor herinvestering in een andere onderneming

Afdeling 7. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst bij staking door overlijden

Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting

Afdeling 2. Uitstel van betaling van erfbelasting ter zake van de verkrijging van de blote eigendom van een woning, bedoeld in artikel 35 g van de Succesiewet 1956

Afdeling 5. Beroep

Afdeling 3. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de zakelijke sfeer

Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente

Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid

Hoofdstuk V. Slotbepalingen

Bijlage. , behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
    1. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
    1. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in artikel 253 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,

Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting

Afdeling 1. Algemeen

Afdeling 3. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de zakelijke sfeer

Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente

Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid

Hoofdstuk V. Slotbepalingen

Bijlage. , behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
    1. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
    1. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in artikel 253 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,

Artikel 1ci

De mededeling, bedoeld in artikel 22bis, tweede en derde lid, van de wet, geschiedt door het invullen van het daartoe langs elektronische weg ter beschikking gestelde modelformulier en het per post aan de ontvanger toezenden van het ingevulde modelformulier.

Artikel 1cj

De drempel, bedoeld in artikel 22bis, negentiende lid, van de wet, bedraagt € 10 000.

Afdeling 6. Gespreide betaling van inkomstenbelasting inzake staking en overbrenging van de ondernemingswoning naar het privé vermogen

Afdeling 7. Uitstel van betaling van inkomstenbelasting inzake winst bij staking door overlijden

Hoofdstuk IC. Uitstel van betaling van schenk- of erfbelasting

Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting

Afdeling 1. Algemeen

Afdeling 4. Kwijtschelding na staking bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening

Afdeling 5. Beroep

Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen

Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente

Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid

Bijlage. , behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
    1. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
    1. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in artikel 253 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,

Hoofdstuk IE. Uitstel van betaling van rijksbelastingen en toeslagen in de privésfeer

Afdeling 2. Uitstel van betaling van erfbelasting ter zake van de verkrijging van de blote eigendom van een woning, bedoeld in artikel 35 g van de Succesiewet 1956

Afdeling 4. Kwijtschelding na staking bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening

Hoofdstuk III. Invorderingsrente, kredietrente, en vertragingsrente

Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid

Bijlage. , behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
    1. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
    1. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in artikel 253 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,

Artikel 40g

1.

De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de inkomstenbelasting, bedoeld in artikel 70b, eerste lid, eerste volzin, van de wet, mits voldoende zekerheid wordt gesteld en wordt ingestemd met de door de ontvanger nader te stellen voorwaarden. Het schriftelijke verzoek en de zekerheidstelling blijven achterwege in geval van emigratie van de belastingschuldige naar een andere lidstaat van de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein.

2.

De ontvanger beëindigt het uitstel indien zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet.

3.

Ingeval zich een omstandigheid als bedoeld in artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet voordoet, stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.

Artikel 40h

1.

Indien de ontvanger het op de voet van artikel 40g verleende uitstel van betaling beëindigt omdat zich een omstandigheid als bedoeld in artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet bedoelde omstandigheid voordoet, verleent hij op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige kwijtschelding van inkomstenbelasting tot een omvang als bedoeld in artikel 70ba van de wet.

2.

In afwijking van het eerste lid is voor het verlenen van kwijtschelding geen schriftelijk verzoek nodig indien de belastingschuldige op het moment dat zich een omstandigheid als bedoeld in artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet voordoet, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein woont.

Bijlage. , behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Nederlandse systematiek van automatische incasso geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
    1. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
    1. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de bank waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in artikel 253 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,

Artikel 40ca

1.

Als gevallen als bedoeld in artikel 7a, vierde lid, van de wet worden aangewezen uitbetalingen van inkomstenbelasting door de ontvanger op een bankrekening:

  • a. van een lid van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet voor zover de uitbetaling plaatsvindt in het kader van de uitvoering van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldhulpverlening van die organisatie of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van die gedragscode;
  • b. van een gemeente op grond van een schuldregelingsovereenkomst als bedoeld in onderdeel a, een overeenkomst tot budgetbeheer als bedoeld in onderdeel a of een overeenkomst met dezelfde strekking;
  • c. van een derde die: voor zover de uitbetaling plaatsvindt in het kader van de uitvoering van een schuldregelingsovereenkomst als bedoeld in onderdeel a, een overeenkomst tot budgetbeheer als bedoeld in onderdeel a of een overeenkomst met dezelfde strekking;
  • 1°. een subsidiebeschikking heeft ontvangen van een gemeente dan wel een overeenkomst heeft met een Wlz-uitvoerder voor het leveren van zorg in natura ingevolge de Wet langdurige zorg; en
  • 2°. voldoet aan de norm NEN-ISO 9001;
  • d. van een derde, die meerderjarig en handelingsbekwaam is, indien een belastingschuldige niet beschikt over een bankrekening die op zijn naam staat, deze naar het oordeel van de ontvanger niet in staat is een bankrekening op zijn naam te openen door zijn lichamelijke of geestelijke toestand, en deze om uitbetaling op een bankrekening van een derde verzoekt.
3.

Indien op grond van artikel 7a, vierde lid, van de wet de uitbetaling plaatsvindt op een andere bankrekening dan die van de belastingschuldige, vindt het gegevensverkeer met betrekking tot die uitbetaling tussen de Belastingdienst en die rekeninghouder plaats met gebruikmaking van het burgerservicenummer van de belastingschuldige.

4.

Bij toepassing van het eerste lid, onderdelen a tot en met c, wijst het aldaar bedoelde lid, de aldaar bedoelde gemeente of de aldaar bedoelde derde aan op welke bankrekening wordt uitbetaald, ten behoeve van welke belastingschuldige en voor welke uitbetaling. Voorts wordt melding gemaakt van de beëindiging van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, bedoelde overeenkomst.

Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid

Artikel 40e

Vervallen

Artikel 40f

Vervallen

Bijlage. behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
    1. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
    1. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in artikel 253 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,

Artikel 34a

De artikelen 30, 31 en 32 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de kredietrente en de vertragingsrente.

Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid

Hoofdstuk IVA. Uitbetaling aan belastingschuldige

Hoofdstuk IVA. Uitbetaling aan belastingschuldige

Bijlage. behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
    1. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
    1. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in artikel 253 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,

Hoofdstuk IE. Uitstel van betaling van rijksbelastingen en toeslagen in de privésfeer

Afdeling 3. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de zakelijke sfeer

Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen

Hoofdstuk III. Betalingskorting, invorderingsrente, kredietrente, en vertragingsrente

Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid

Bijlage. behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
    1. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
    1. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in artikel 253 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,

Artikel 40i

De ontvanger kan een op grond van artikel 70ca van de wet gegeven kwijtscheldingsbeschikking intrekken indien de gegevens die op grond van artikel 12c van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 zoals dat artikel luidde op 31 december 2019 aan de Belastingdienst zijn verstrekt, onjuist of onvolledig blijken te zijn.

Bijlage. behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
    1. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
    1. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in artikel 253 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,

Artikel 6da

1.

De ontvanger verleent de belastingschuldige die een schriftelijk verzoek doet als bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de wet een gespreide betalingsregeling voor belastingaanslagen voor zover daarin is begrepen vennootschapsbelasting als bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de wet. De betalingsregeling wordt verleend onder de voorwaarde dat bij het verzoek om de betalingsregeling aan de hand van schriftelijke bescheiden het bedrag aannemelijk wordt gemaakt van de voordelen, bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de wet.

2.

Gedurende de looptijd van de betalingsregeling dient de belastingschuldige jaarlijks aan de hand van schriftelijke bescheiden aannemelijk te maken dat de voordelen, bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de wet, in dat jaar niet in aanmerking zouden zijn genomen indien hij belastingplichtig in Nederland zou zijn gebleven.

3.

Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 25b, vierde lid, van de wet, stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.

Hoofdstuk II. Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting

Afdeling 2. Kwijtschelding van rijksbelastingen in de privé-sfeer

Afdeling 4. Kwijtschelding na staking bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening

Hoofdstuk III. Betalingskorting, invorderingsrente, kredietrente, en vertragingsrente

Hoofdstuk IV. Aansprakelijkheid

Hoofdstuk V. Slot- en overgangsbepalingen

Bijlage. behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
    1. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
    1. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in artikel 253 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,

Artikel 1cbis.1

1.

De betaaldienstverlener op wie de belastingschuldige een vordering heeft uit hoofde van een tegoed op een betaal- of spaarrekening is gehouden aan een met inachtneming van de artikelen 1cbis.2 tot en met 1cbis.4 gedane betalingsvordering te voldoen door betaling van de belastingaanslagen uit dat tegoed, indien op het tijdstip van de bekendmaking van de beschikking, bedoeld in artikel 1cbis.3:

  • a. het tegoed direct opeisbaar is; of
  • b. de ontvanger het tegoed door opzegging opeisbaar kan maken.

Artikel 1cbis.2

1.

Een betalingsvordering vanwege belastingaanslagen van een belastingschuldige, zijnde een natuurlijk persoon, strekt zich niet uit tot:

2.

De betalingsvordering vanwege belastingaanslagen van een belastingschuldige, zijnde een natuurlijk persoon, die op grond van de basisregistratie personen geen adres in Nederland heeft en geen vaste woon- of verblijfplaats buiten Nederland heeft, strekt zich niet uit tot de helft van het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel c. Indien de belastingschuldige, bedoeld in de eerste zin, buiten Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft, vindt het eerste lid geen toepassing. Op verzoek van de belastingschuldige, bedoeld in de eerste en tweede zin, kan de ontvanger het eerste lid overeenkomstig toepassen op basis van de door de belastingschuldige bij het verzoek over zijn leefsituatie verstrekte gegevens.

Artikel 1cbis.3

1.

De beschikking, bedoeld in artikel 19, vijfde lid, van de wet, vermeldt welke van de bedragen, genoemd in artikel 1cbis.2, ten aanzien van de belastingschuldige van toepassing is en wordt verzonden aan de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige volgens de administratie van de Belastingdienst een betaal- of spaarrekening aanhoudt.

2.

Verzending van de beschikking geschiedt per post tenzij de betaaldienstverlener en de Belastingdienst zijn overeengekomen dat de beschikking uitsluitend elektronisch wordt verzonden. Bij elektronische verzending van de beschikking geldt het tijdstip van ontvangst van de gegevens die de betaaldienstverlener in staat stellen kennis te nemen van de inhoud van de beschikking als het tijdstip van bekendmaking van de beschikking. Bij verzending van de beschikking per post geldt het tijdstip van aanvang van de verwerking tot uitvoering van de beschikking door de betaaldienstverlener als het tijdstip van bekendmaking van de beschikking.

3.

Binnen 8 dagen na de verzending van de beschikking aan de betaaldienstverlener informeert de ontvanger de belastingschuldige schriftelijk over het feit dat een betalingsvordering is gedaan en over het ten aanzien van hem van toepassing zijnde bedrag, bedoeld in artikel 1cbis.2.

Artikel 1cbis.4

1.

Zodra 14 dagen zijn verstreken na de bekendmaking van de beschikking, bedoeld in artikel 1cbis.3, tweede lid, doet de betaaldienstverlener opgave aan de ontvanger door het afleggen van een verklaring in een door de ontvanger bij de beschikking verstrekt verklaringsformulier, dan wel in een formulier van gelijke strekking van de betaaldienstverlener. Artikel 476a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.

2.

Binnen 14 dagen na ontvangst van het ingevulde verklaringsformulier, bedoeld in het eerste lid, zendt de ontvanger aan de betaaldienstverlener een bericht over de hoogte van het te betalen bedrag en de in verband daarmee te gebruiken betalingsgegevens, een bericht over het opeisbaar maken, bedoeld in artikel 1cbis.1, eerste lid, onderdeel b, of een bericht over het intrekken van de beschikking. Een betaling door de betaaldienstverlener geschiedt binnen 14 dagen na de dagtekening van het bericht over het te betalen bedrag of, ingeval dat bedrag nog door opzegging opeisbaar moet worden gemaakt, binnen 14 dagen nadat dat bedrag feitelijk beschikbaar is om door de betaaldienstverlener te worden betaald. De verzending van een bericht aan de betaaldienstverlener door de ontvanger blijft achterwege als uit het ingevulde verklaringsformulier, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat de belastingschuldige geen vordering heeft op de betaaldienstverlener uit hoofde van een tegoed op een betaal- of spaarrekening of als het bedrag van die vordering niet meer beloopt dan het ten aanzien van de belastingschuldige van toepassing zijnde bedrag, bedoeld in artikel 1cbis.2, eerste lid, tenzij de betaaldienstverlener of de ontvanger verzending van een bericht wenselijk acht.

3.

De verzending van het verklaringsformulier en de verzending van de berichten die hiermee samenhangen geschieden op dezelfde wijze als de wijze waarop de beschikking, bedoeld in artikel 1cbis.3, eerste lid, is verzonden.

4.

De ontvanger informeert de belastingschuldige zo spoedig mogelijk schriftelijk over een wijziging van zijn belastingschuld als gevolg van een betaling door de betaaldienstverlener of over het intrekken van de beschikking.

Afdeling 4. Overheidsvordering en informatievoorziening aan belastingschuldige

Hoofdstuk IB. Uitstel van betaling, gespreide betaling en kwijtschelding van inkomstenbelasting

Afdeling 5. Gespreide betaling van inkomstenbelasting wegens beëindiging van een terbeschikkingstelling van een zaak

Hoofdstuk IC. Uitstel van betaling van schenk- of erfbelasting

Hoofdstuk ID. Uitstel van betaling van exitheffingen

Hoofdstuk IF. Uitstel van betaling bij schrijnende gevallen

Afdeling 1. Algemeen

Afdeling 6. Ontslag betalingsverplichting

Afdeling 6. Ontslag betalingsverplichting

Hoofdstuk III. Betalingskorting, invorderingsrente, kredietrente, en vertragingsrente

Hoofdstuk IVA. Uitbetaling aan belastingschuldige

Hoofdstuk IVA. Uitbetaling aan belastingschuldige

Bijlage. behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
    1. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
    1. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in artikel 253 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,

Afdeling 7. Kwijtschelding van enige andere belastingen en heffingen

Artikel 28abis

Vervallen

Hoofdstuk IVA. Uitbetaling aan belastingschuldige

Bijlage. behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de telefonische bereikbaarheid voor belastingschuldigen op een gratis nummer.
    1. De bank informeert Onze Minister over de op de rekening betrekking hebbende gegevens.
    1. De bepalingen in deze overeenkomst strekken mede ten behoeve van de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt en indien op die betaalrekening een overheidsvordering is uitgevoerd, en hebben dienovereenkomstig te gelden als een onherroepelijk derdenbeding als bedoeld in artikel 253 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Aldus overeengekomen en getekend,

te (plaats) op (datum)

Onze Minister,

voor deze:

De bank,

Artikel 6g

1.

De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de erfbelasting in gevallen als bedoeld in artikel 25, eenentwintigste lid, van de wet, mits voldoende zekerheid is gesteld en wordt ingestemd met de door de ontvanger nader te stellen voorwaarden.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij een schriftelijk verzoek van een erfgenaam ter zake van belastingaanslagen, anders dan de belastingaanslag, bedoeld in het eerste lid, die behoren tot de nalatenschap van een natuurlijk persoon.

3.

De belastingschuldige of de erfgenaam verstrekt bij zijn verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk het tweede lid, de benodigde gegevens, waaruit blijkt dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 25, eenentwintigste lid, van de wet. De ontvanger kan zo nodig om aanvullende gegevens vragen.

4.

De ontvanger kan afzien van de in het eerste lid gestelde zekerheidseis als dit voor de belastingschuldige of de erfgenaam leidt tot onevenredige gevolgen die niet in verhouding staan tot het doel van het stellen van zekerheid.

Hoofdstuk IF. Uitstel van betaling bij schrijnende gevallen

Afdeling 4. Kwijtschelding na staking bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening

Afdeling 6. Ontslag betalingsverplichting

Afdeling 8. Kwijtschelding van rijksbelastingen voor gedupeerde ouders in de kinderopvangtoeslagaffaire

Hoofdstuk IVA. Uitbetaling aan belastingschuldige

Bijlage. behorend bij artikel 1cb

Overeenkomst inzake de overheidsvordering

De ondergetekenden:

  • –. (naam), (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel te (plaats) onder nummer (nummer), verder te noemen de bank;
  • –. Onze Minister, voor wie optreedt (naam).

Zijn overeengekomen als volgt:

    1. Onze Minister opent hierbij een rekening bij de bank onder nummer (nummer) waarop de bedragen ingevorderd op grond van artikel 19, vierde lid, van de wet worden overgemaakt.
    1. De gegevens op grond waarvan overheidsvorderingen worden gedaan worden in digitale vorm en overeenkomstig de Europese systematiek van automatische afschrijving geleverd aan de bank.
    1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens, te weten het rekeningnummer en het bedrag van de overheidsvordering, die worden geleverd bij het doen van de overheidsvordering.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)