Wet van 31 oktober 1991, houdende vereenvoudiging en uniformering van de accijnswetgeving

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 174
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
7.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Artikel 50g

Deartikelen 43, 44, tweede en derde lid, 45, 46, 48, 49 en 50 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de in artikel 50f, tweede lid, bedoelde vergunning.

Afdeling 3. Wijze van heffing en voldoening

Artikel 51

1.

De accijns wordt geheven van:

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt, in bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen en onder daarbij te stellen voorwaarden, de accijns van accijnsgoederen die zijn uitgeslagen uit een accijnsgoederenplaats in opdracht van een vergunninghouder van een andere accijnsgoederenplaats voor dezelfde soort accijnsgoederen, geheven van de vergunninghouder van die andere accijnsgoederenplaats.

3.

Indien er voor eenzelfde accijnsschuld verscheidene schuldenaren zijn, zijn zij hoofdelijk tot betaling van deze schuld gehouden.

Artikel 51a

Vervallen

Artikel 52

1.

De accijns wordt verschuldigd op het tijdstip van de uitslag tot verbruik.

2.

Onder het tijdstip van de uitslag tot verbruik wordt verstaan:

3.

In afwijking van het eerste lid wordt de accijns verschuldigd:

Artikel 52a

Vervallen

Artikel 53

1.

De in een tijdvak verschuldigd geworden accijns moet op aangifte worden voldaan.

2.

Aangifte dient te worden gedaan voor elke accijnsgoederenplaats afzonderlijk.

3.

In afwijking van het tweede lid kan bij ministeriële regeling, onder daarbij te stellen voorwaarden, worden toegestaan dat voor accijnsgoederenplaatsen waarvan de vergunningen op naam zijn gesteld van dezelfde vergunninghouder één aangifte voor die plaatsen tezamen wordt gedaan.

Artikel 53a

2.

In afwijking in zoverre van het eerste lid doet de geregistreerde geadresseerde aangifte van de in een week op de voet van artikel 52, tweede lid, onderdelen c en e, verschuldigd geworden accijns uiterlijk op de vrijdag van de week daaropvolgend. De verschuldigd geworden accijns wordt op aangifte voldaan.

Artikel 54

1.

Bij intrekking van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats worden de accijnsgoederen waarvoor die accijnsgoederenplaats als zodanig is aangewezen, die binnen die plaats voorhanden zijn op de dag met ingang waarvan de vergunning wordt ingetrokken, aangemerkt als te zijn uitgeslagen tot verbruik en wordt het tijdvak waarover de accijns verschuldigd is, aangemerkt als te zijn geëindigd op die dag.

2.

De inspecteur kan bepalen dat de termijn waarbinnen de accijns dient te worden voldaan over het tijdvak waartoe de in het eerste lid bedoelde dag behoort alsmede over het daaraan onmiddellijk voorafgaande tijdvak in afwijking van artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen minder bedraagt dan één maand.

Artikel 55

1.

De accijns wordt berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip van de uitslag tot verbruik.

2.

In de situatie, bedoeld in artikel 2, vierde lid, wordt de accijns berekend als het verschil tussen het bedrag aan accijns dat is geheven en het bedrag dat zou zijn geheven indien geen herkenningsmiddelen zouden zijn toegevoegd.

3.

Voor de berekening van de accijns, bedoeld in het tweede lid, wordt de hoeveelheid vastgesteld op de maximuminhoud van de tank of het reservoir waarin de brandstof voorhanden is of is geweest.

Afdeling 4. Zekerheid

Artikel 56

1.

De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, geregistreerde afzender en de gecertificeerde geadresseerde stellen zekerheid voor de accijns die zij verschuldigd zijn of kunnen worden in Nederland dan wel in een andere lidstaat.

2.

De geregistreerde geadresseerde, de afzender in een andere lidstaat die een zelfstandige economische activiteit verricht en de fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 50f, stellen zekerheid voor de accijns die zij verschuldigd zijn of kunnen worden.

3.

In afwijking van het eerste lid kan de inspecteur, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen, toestaan dat de vervoerder, de eigenaar van de accijnsgoederen, of de gecertificeerde afzender, zekerheid stelt in plaats van de vergunninghouder, de geregistreerde afzender en de gecertificeerde geadresseerde, bedoeld in het eerste lid. De zekerheid wordt gesteld voor het bedrag aan accijns dat wordt vertegenwoordigd door de hoeveelheid accijnsgoederen die door of namens de vervoerder of de eigenaar wordt vervoerd naar de bestemmingen, bedoeld in artikel 2a, eerste of derde lid, of naar de gecertificeerde geadresseerde.

4.

Het stellen van zekerheid als bedoeld in het eerste lid kan op verzoek achterwege blijven voor minerale oliën die vanuit een accijnsgoederenplaats over zee worden overgebracht. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

5.

Het stellen van zekerheid als bedoeld in het eerste lid blijft achterwege voor minerale oliën die door middel van een vaste pijpleiding worden overgebracht, tenzij de inspecteur bij een voor bezwaar vatbare beschikking naar behoren motiveert waarom toch zekerheid dient te worden gesteld.

6.

Het bedrag van de zekerheid wordt vastgesteld door de inspecteur. De vaststelling geschiedt tot een zodanig bedrag dat de te verhalen accijns voldoende verzekerd kan worden geacht.

7.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor het bepalen van de hoogte van het bedrag van de zekerheid.

8.

In de vergunning bepaalt de inspecteur zo nodig nader op welke wijze aan de bij of krachtens deze wet gestelde voorwaarden moet worden voldaan.

9.

De inspecteur kan in de vergunning nadere voorwaarden opnemen ter verzekering van een juiste toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet.

Artikel 57

1.

Het bedrag van de zekerheid kan door de inspecteur worden gewijzigd.

2.

Degene die op grond van artikel 56 zekerheid heeft gesteld kan een verzoek tot verlaging van het bedrag van de zekerheid indienen.

3.

Bij verhoging van het bedrag van de zekerheid draagt degene die zekerheid heeft gesteld zorg dat binnen een maand na de bekendmaking ervan de zekerheid is aangevuld.

Artikel 58

1.

Het vaststellen en het wijzigen van het bedrag van de zekerheid alsmede het afwijzen van een verzoek als bedoeld in artikel 57, tweede lid, geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking.

2.

Binnen acht weken na ontvangst van het verzoek geeft de inspecteur een voor bezwaar vatbare beschikking op dat verzoek, dan wel zendt hij de in het derde lid bedoelde kennisgeving.

3.

Indien de inspecteur de voor bezwaar vatbare beschikking niet binnen de in het tweede lid genoemde termijn kan geven, stelt hij belanghebbende daarvan onder opgaaf van redenen in kennis en noemt hij de termijn waarop de voor bezwaar vatbare beschikking wel zal worden gegeven.

Artikel 59

1.

De zekerheid wordt gesteld bij de ontvanger.

2.

De ontvanger beslist of de vorm van de zekerheid die degene die zekerheid moet stellen, aanbiedt, wordt aanvaard.

Artikel 60

1.

De aan het stellen, het wijzigen en het opheffen van de zekerheid verbonden kosten komen ten laste van degene die zekerheid moet stellen.

2.

Ingeval de zekerheid wordt gesteld in geld wordt daarover een rente vergoed die gelijk is aan de herfinancieringsrente, te weten de minimale biedrente die de Europese Centrale Bank hanteert voor basisherfinancieringstransacties.

3.

Voor de toepassing van het tweede lid wordt het over een kalendermaand te vergoeden rentebedrag berekend naar de rente die geldt bij de aanvang van die maand.

Afdeling 5. Voorrang

Artikel 61

1.

De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats heeft voor de accijns die is begrepen in de verkoopprijs van de door hem geleverde accijnsgoederen, zolang hij ter zake geen betaling heeft ontvangen doch niet langer dan een half jaar nadat hij die accijns verschuldigd is geworden, voorrecht op alle goederen van de koper.

2.

Het voorrecht als bedoeld in het eerste lid heeft gelijke rangorde als het voorrecht dat ’s Rijks schatkist heeft op de voet van artikel 21 van de Invorderingswet 1990.

Afdeling 4. Zekerheid

Artikel 61a

De vervoerder van accijnsgoederen is hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag aan accijns dat wordt vertegenwoordigd door de hoeveelheid accijnsgoederen die door hem wordt vervoerd vanuit een accijnsgoederenplaats of van de plaats van invoer, bedoeld in artikel 2a, derde lid, naar een andere accijnsgoederenplaats, naar een belastingentrepot, naar een geregistreerde geadresseerde in een andere lidstaat of naar een plaats waar de accijnsgoederen het grondgebied van de Unie verlaten, indien tijdens dat vervoer door hem of door zijn toedoen een onregelmatigheid heeft plaatsgevonden.

Hoofdstuk IV. Invoer

Artikel 62

Onverminderd artikel 51, eerste lid, onderdeel d, zijn ter zake van de uitslag tot verbruik, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet, met uitzondering van artikel 88 van de Gedelegeerde Verordening Douanewetboek van de Unie, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 63

1.

Bij ministeriële regeling kunnen, onder daarbij te stellen voorwaarden, regels worden gesteld ingevolge welke de heffing van accijns van accijnsgoederen die in kleine zendingen dan wel door reizigers als bagage worden ingevoerd, geschiedt volgens daarbij vast te stellen forfaitaire tarieven.

2.

De forfaitaire tarieven zijn niet van toepassing met betrekking tot handelsgoederen.

Hoofdstuk IV. Invoer

Afdeling 5. Voorrang

Artikel 64

1.

Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van:

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:

Artikel 65

1.

Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van accijnsgoederen:

2.

Voor de toepassing van dit artikel worden onder niet-accijnsgoederen mede verstaan minerale oliën als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel d.

3.

Behoudens in bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen is degene die accijnsgoederen met vrijstelling van accijns betrekt in het bezit van een daartoe strekkende vergunning.

4.

De vergunning wordt op verzoek verleend door de inspecteur.

5.

Het verlenen, het aanpassen en het intrekken van een vergunning alsmede het afwijzen van een verzoek daartoe geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking.

6.

Binnen acht weken na ontvangst van het verzoek geeft de inspecteur een voor bezwaar vatbare beschikking op dat verzoek, dan wel zendt hij de in het zevende lid bedoelde kennisgeving.

7.

Indien de inspecteur de voor bezwaar vatbare beschikking niet binnen de in het zesde lid genoemde termijn kan geven, stelt hij belanghebbende daarvan onder opgaaf van redenen in kennis en noemt hij de termijn waarop de voor bezwaar vatbare beschikking wel zal worden gegeven.

8.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Artikel 66

1.

Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van minerale oliën die worden gebruikt:

2.

De vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, is niet van toepassing met betrekking tot minerale oliën die worden gebruikt voor pleziervaartuigen of plezierluchtvaartuigen dan wel worden gebruikt aan boord van schepen die kennelijk niet worden gebruikt om te varen.

3.

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder een pleziervaartuig of een plezierluchtvaartuig: een vaartuig respectievelijk een luchtvaartuig dat wordt gebruikt door de eigenaar daarvan of door de natuurlijke of rechtspersoon die het gebruik daarvan geniet door huur of anderszins, voor andere dan commerciële doeleinden en met name voor andere doeleinden dan voor het vervoer van personen of goederen of voor het verrichten van diensten onder bezwarende titel, dan wel ten behoeve van overheidsinstanties.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Artikel 66a

1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 66, eerste en tweede lid, wordt onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van accijnsgoederen die worden gebruikt:

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Artikel 67

Vervallen

Artikel 68

1.

Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van accijnsgoederen die worden gebruikt voor onderzoek, kwaliteitscontroles en smaaktesten buiten een accijnsgoederenplaats.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Artikel 69

1.

Onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden en beperkingen, wordt vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van accijnsgoederen, die bestemd zijn om te worden gebruikt:

2.

In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid wordt bij ministeriële regeling, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van accijnsgoederen, indien aanspraak op vrijstelling bestaat ingevolge het Koninkrijk verbindende verdragen en in al hun onderdelen verbindende besluiten van bij zodanige verdragen opgerichte volkenrechtelijke organisaties, alsmede in daarmee overeenkomende gevallen.

Afdeling 1. Vrijstellingen

Artikel 70

1.

Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt op verzoek teruggaaf van accijns verleend:

2.

De teruggaaf als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt verleend aan degene die een vergunning heeft ingevolge artikel 65, derde lid.

3.

De teruggaaf als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, wordt verleend aan degene die de levering heeft verricht.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Artikel 71

1.

Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt op verzoek teruggaaf van accijns verleend voor accijnsgoederen die:

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Artikel 71a

1.

Op verzoek wordt teruggaaf van accijns verleend, indien bij toepassing van artikel 2c, vijfde lid, of van artikel 4, derde lid, is aangetoond dat de accijns door de andere lidstaat is geheven.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Artikel 71b

Vervallen

Artikel 71c

Vervallen

Artikel 72

1.

Teruggaaf van accijns wordt verleend tot ten hoogste het bedrag dat aan accijns is voldaan.

2.

Op een verzoek om teruggaaf van accijns beslist de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen

Afdeling 1. Accijnszegels

Artikel 73

1.

Tabaksproducten moeten bij de uitslag tot verbruik zijn voorzien van het voor het desbetreffende tabaksproduct voorgeschreven accijnszegel. De accijnszegels zijn staatseigendom.

2.

Tabaksproducten die zijn bestemd voor het verbruik, bedoeld in artikel 2, tweede lid, mogen niet zijn voorzien van een accijnszegel.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen, onder daarbij te stellen voorwaarden, gevallen worden aangewezen waarin het eerste lid niet van toepassing is.

Artikel 74

Een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten kan, onverminderd het bepaalde in deartikelen 40, eerste en tweede lid, en 41, uitsluitend worden verkregen door degene die:

Artikel 75

1.

Accijnszegels kunnen worden aangevraagd bij de zegelproducent door:

De inspecteur beslist bij afwijzing van de aanvraag van accijnszegels bij voor bezwaar vatbare beschikking.

2.

Degene die accijnszegels wil aanvragen verzoekt bij de inspecteur om toestemming voor het aanvragen van accijnszegels. De inspecteur beslist op de aanvraag alsmede het intrekken van een toestemming bij voor bezwaar vatbare beschikking.

3.

Indien de fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, toestemming als bedoeld in het tweede lid wil verkrijgen ten behoeve van meerdere bedrijven, moet voor elk bedrijf afzonderlijk toestemming worden verkregen.

4.

Bij ministeriële regeling worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder de toestemming, bedoeld in het tweede lid, wordt verleend.

5.

De toestemming voor de aanvraag van accijnszegels kan door de inspecteur worden ingetrokken ingeval:

6.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden worden gesteld waaraan door degene die de accijnszegels aanvraagt moet worden voldaan.

7.

Van accijnszegels voorziene tabaksproducten worden uitgeslagen tot verbruik door degene die de accijnszegels heeft aangevraagd.

8.

In afwijking van het zevende lid kan onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen worden bepaald dat de tabaksproducten door een ander tot verbruik worden uitgeslagen.

9.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het aanvragen, het verkrijgbaar stellen, het verstrekken en het gebruik van accijnszegels.

Artikel 76

1.

Om de in artikel 75, tweede lid, bedoelde toestemming te kunnen verkrijgen stelt degene die de accijnszegels aanvraagt zekerheid voor het bedrag aan accijns dat de accijnszegels vertegenwoordigen.

2.

Het bedrag van de zekerheid wordt door de inspecteur vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. De vaststelling geschiedt tot een zodanig bedrag dat het bedrag aan accijns dat de zegels vertegenwoordigen voldoende verzekerd kan worden geacht.

3.

Indien de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats en de geregistreerde geadresseerde zekerheid hebben gesteld op de voet van artikel 56 kan die zekerheid mede dienen als zekerheid als bedoeld in het eerste lid.

4.

Met betrekking tot de zekerheid, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 57 tot en met 60 van overeenkomstige toepassing.

5.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Artikel 77

1.

Accijnszegels die zijn ontvangen door degene die de zegels heeft aangevraagd en waarvan niet is aangetoond dat zij zijn aangebracht op tabaksproducten die zijn uitgeslagen tot verbruik, worden geacht te zijn vermist.

2.

Als vermiste accijnszegels worden niet aangemerkt accijnszegels die:

3.

Vanaf het moment dat de accijnszegels door of namens degene die de accijnszegels heeft aangevraagd in ontvangst zijn genomen op het distributiepunt, is degene die de accijnszegels heeft aangevraagd aansprakelijk voor het bedrag aan accijns dat de accijnszegels vertegenwoordigen.

4.

Degene die de accijnszegels heeft aangevraagd moet het bedrag aan accijns dat de vermiste accijnszegels vertegenwoordigen betalen.

5.

Het bedrag aan accijns dat de vermiste accijnszegels vertegenwoordigen wordt door de inspecteur vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. Bij vaststelling van het bedrag aan accijns dat de vermiste accijnszegels vertegenwoordigen maakt de inspecteur het volgende onderscheid:

6.

Voor de toepassing van dit artikel en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:

7.

Op de betaling als bedoeld in het vierde lid zijn de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990 van toepassing.

8.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Artikel 78

1.

De accijnszegels worden aangebracht op de kleinhandelsverpakking van tabaksproducten.

2.

De accijnszegels voor sigaretten en rooktabak vermelden de kleinhandelsprijs, de tariefcode, de soort en het aantal stuks of de massa van het tabaksproduct waarop de zegels worden aangebracht. De accijnszegels voor sigaren vermelden de kleinhandelsprijs en de soort van het tabaksproduct waarop de zegels worden aangebracht.

3.

In afwijking van het eerste lid mogen sigaren stuksgewijs van een accijnszegel worden voorzien.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:

Artikel 79

1.

Op verzoek van degene die de zegels heeft aangevraagd kunnen accijnszegels onder ambtelijk toezicht worden vernietigd.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het retour zenden van accijnszegels en de vernietiging van accijnszegels onder ambtelijk toezicht.

Afdeling 2. Controlebepalingen

Artikel 80

1.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, ter verzekering van de heffing van accijns, regels worden gesteld met betrekking tot:

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op accijnsgoederen die de douanestatus hebben of hebben gekregen van niet-Uniegoederen als bedoeld in artikel 5, vierentwintigste lid, van het Douanewetboek van de Unie.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Artikel 81

In de vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten kan worden toegestaan dat de vergunninghouder onder daarbij te stellen voorwaarden gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak en tabaksproducten, al dan niet voorzien van accijnszegels, tijdelijk buiten de accijnsgoederenplaats bepaalde bewerkingen of verpakkingshandelingen kan laten ondergaan zonder dat het tijdelijk buiten de accijnsgoederenplaats brengen van die producten, in afwijking van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt aangemerkt als uitslag tot verbruik.

Artikel 82

1.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, ter verzekering van de heffing van de accijns van tabaksproducten, regels worden gesteld met betrekking tot de handel in en het vervoer van ruwe tabak en van gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Artikel 83

1.

De inspecteur is bevoegd alle gedeelten van een gebouw, niet zijnde woningen, en alle grond aan onderzoek te onderwerpen.

2.

Aan onderzoek zijn mede onderworpen vervoermiddelen. Artikel 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing.

3.

In afwijking van artikel 50, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen kan de toegang tot een ingevolge het eerste en het tweede lid aan onderzoek onderworpen plaats of vervoermiddel op elk tijdstip worden gevorderd.

4.

Ten behoeve van het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, is, overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels, op vordering van de inspecteur of een door hem aangewezen ambtenaar:

5.

De in het vierde lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd een vervoermiddel, als bedoeld in het vierde lid, te brengen of te doen brengen naar een nabij gelegen plaats. De gezagvoerder of bestuurder is verplicht desgevorderd zijn voor het onderzoek en het vervoer noodzakelijke medewerking te verlenen en de ambtenaren met het vervoermiddel te vervoeren.

6.

De inspecteur kan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, gebruikmaken van de benodigde apparatuur of dieren.

Artikel 84

1.

De inspecteur of een door hem aangewezen ambtenaar die het onderzoek verricht, kan vorderen dat van goederen één of meer monsters worden verstrekt.

2.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het nemen van monsters.

Afdeling 2. Controlebepalingen

Artikel 84a

Vervallen

Artikel 84b

Vervallen

Artikel 84c

Vervallen

Afdeling a1. Kleine producenten van alcoholhoudende dranken

Artikel 85

1.

Bij algemene maatregel van bestuur kan, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, worden bepaald dat accijnsgoederen voorhanden mogen zijn in een douane-entrepot.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Artikel 86

Vervallen

Artikel 86a

Vervallen

Artikel 86b

Vervallen

Artikel 87

Vervallen

Artikel 88

Vervallen

Artikel 89

1.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter verzekering van een juiste toepassing van de wet nadere regels worden gesteld ter aanvulling van de in deze wet geregelde onderwerpen.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur.

Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen

Afdeling 2A. Wijziging van de accijns van minerale oliën

Artikel 90

1.

Het is niet toegestaan een distilleertoestel te produceren of voorhanden te hebben zonder een daartoe strekkende vergunning van de inspecteur.

2.

Onder een distilleertoestel wordt verstaan elk toestel - ook indien dit niet gereed is voor dadelijk gebruik - dat geschikt is voor het afscheiden van ethanol uit ethanolhoudende stoffen.

3.

De vergunning wordt op verzoek verleend.

4.

Het verlenen, het aanpassen en het intrekken van een vergunning alsmede het afwijzen van een verzoek daartoe geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking.

5.

Binnen acht weken na ontvangst van het verzoek geeft de inspecteur een voor bezwaar vatbare beschikking op dat verzoek, dan wel zendt hij de in het zesde lid bedoelde kennisgeving.

6.

Indien de inspecteur de voor bezwaar vatbare beschikking niet binnen de in het vijfde lid genoemde termijn kan geven, stelt hij belanghebbende daarvan onder opgaaf van redenen in kennis en noemt hij de termijn waarop de voor bezwaar vatbare beschikking wel zal worden gegeven.

7.

De vergunning voor het produceren of voorhanden hebben van een distilleertoestel kan door de inspecteur worden ingetrokken ingeval:

8.

Bij ministeriële regeling kunnen:

9.

Artikel 83 is van overeenkomstige toepassing op plaatsen waar distilleertoestellen worden geproduceerd of voorhanden zijn.

10.

Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de vergunning als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 90a

1.

Het is niet toegestaan een tabaksproductieapparaat zonder een daartoe strekkende vergunning van de inspecteur:

2.

Onder tabaksproductieapparaat wordt verstaan elke machine of toestel van GN-code 8478, als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PbEG 1987, L 256), zoals deze luidt op 1 januari 2019.

3.
4.

Bij ministeriële regeling worden:

Artikel 91

1.

Het is niet toegestaan minerale oliën die zijn voorzien van bij ministeriële regeling voorgeschreven herkenningsmiddelen buiten een accijnsgoederenplaats voorhanden te hebben samen met middelen die de afscheiding, opheffing of verandering van die herkenningsmiddelen in deze oliën kunnen bewerkstelligen of bevorderen.

2.

Het is niet toegestaan minerale oliën die zijn voorzien van bij ministeriële regeling voorgeschreven herkenningsmiddelen dan wel bestanddelen daarvan bevatten buiten een accijnsschorsingsregeling of de douaneregeling extern douanevervoer, douane-entrepot, actieve veredeling, of tijdelijke invoer, als bedoeld in artikel 210 van het Douanewetboek van de Unie is geplaatst voorhanden te hebben anders dan in:

3.

Bij ministeriële regeling kan, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, in bijzondere gevallen ontheffing worden verleend ten aanzien van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld ten aanzien van plaatsen waar minerale oliën voorzien van herkenningsmiddelen voorhanden mogen zijn.

Artikel 92

1.

Het is niet toegestaan bij ministeriële regeling voorgeschreven herkenningsmiddelen toe te voegen aan lichte olie.

2.

Het is niet toegestaan lichte olie voorhanden te hebben die is voorzien van bij ministeriële regeling voorgeschreven herkenningsmiddelen of bestanddelen van die herkenningsmiddelen bevat.

Artikel 93

1.

Het is niet toegestaan tabaksproducten die zijn voorzien van accijnszegels te brengen vanuit een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten naar een andere accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten of te plaatsen onder de douaneregeling extern douanevervoer, douane-entrepot, actieve veredeling, of tijdelijke invoer, als bedoeld in artikel 210 van het Douanewetboek van de Unie.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien:

3.

De inspecteur kan in aanvulling op het bepaalde in het tweede lid, onderdeel b, nadere voorwaarden stellen.

Artikel 94

1.

Het is degene die op grond van artikel 75 accijnszegels kan aanvragen niet toegestaan een zelfde tabaksproduct onder meer dan één kleinhandelsprijs in de handel te brengen of te doen brengen, tenzij in het merk of door een merk waaronder het is verpakt op duidelijke wijze een onderscheid is gemaakt.

2.

Bij ministeriële regeling kan, onder daarbij te stellen voorwaarden, afwijking van het eerste lid worden toegestaan.

Artikel 95

1.

Het is niet toegestaan tabaksproducten te verkopen, te koop aan te bieden of af te leveren indien de verpakking niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 78 gestelde voorwaarden of de accijnszegels niet ongeschonden op de voorgeschreven wijze zijn aangebracht.

2.

Het is niet toegestaan tabaksproducten aan anderen dan wederverkopers te verkopen, te koop aan te bieden of af te leveren voor:

3.

Onder het bepaalde in het tweede lid, onderdeel a, wordt mede begrepen het bij de verkoop aan anderen dan wederverkopers in enigerlei vorm verstrekken van geschenken, toegiften en bonnen alsmede het verlenen van medewerking aan handelingen die zijn gericht op de bevoordeling van derden.

4.

Bij ministeriële regeling kan, onder daarbij te stellen voorwaarden, afwijking van het eerste lid worden toegestaan.

Artikel 96

Het is een ieder die toestemming heeft om accijnszegels aan te vragen niet toegestaan:

Afdeling 2. Strafbepalingen

Artikel 97

Degene die opzettelijk een in artikel 5 opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven accijns. Dit is ook van toepassing op de accijnsschuld wanneer die teniet is gegaan ingevolge het van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 124, eerste lid, onderdeel e, van het Douanewetboek van de Unie.

Artikel 98

Degene die opzettelijk een accijnsgoed waarvoor vrijstelling of teruggaaf van accijns is verleend een bestemming geeft waarvoor geen vrijstelling of teruggaaf van accijns zou zijn verleend, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven accijns. Dit is ook van toepassing op de accijnsschuld wanneer die teniet is gegaan ingevolge het van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 124, eerste lid, onderdeel e, van het Douanewetboek van de Unie.

Artikel 99

1.

Degene die het in artikel 90, eerste lid, of artikel 90a, eerste lid, opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.

2.

Degene die het in artikel 90, eerste lid, of artikel 90a, eerste lid, opgenomen verbod overtreedt terwijl hij weet of redelijkerwijs kan weten dat het distilleertoestel, onderscheidenlijk het tabaksproductieapparaat bestemd is of zal worden bestemd om te worden gebruikt tot ontduiking van de accijns, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

Artikel 100

1.

Degene die een in de artikelen 91, eerste en tweede lid, of 92 opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.

2.

Degene die een van de in het eerste lid bedoelde verboden opzettelijk overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

Artikel 101

1.

Degene die een in deartikelen 93, eerste lid, 94, eerste lid, 95, eerste en tweede lid, of 96 opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.

2.

Degene die een van de in het eerste lid bedoelde verboden opzettelijk overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

Artikel 102

1.

Degene die tabaksproducten die in strijd met de wettelijke bepalingen niet zijn voorzien van de voorgeschreven accijnszegels uitslaat tot verbruik, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.

2.

Degene die het in het eerste lid bedoelde verbod opzettelijk overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Artikel 103

De inwerkingtreding van deze wet wordt bij wet geregeld.

Artikel 104

Deze wet kan worden aangehaald als Wet op de accijns.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 71d

1.

Op verzoek wordt teruggaaf van accijns verleend voor andere minerale oliën dan halfzware olie als bedoeld in GN-code 2710 19 21, indien die olie is afgeleverd in de brandstoftanks van en is gebruikt voor de voortstuwing van luchtvaartuigen, andere dan plezierluchtvaartuigen.

2.

De teruggaaf wordt verleend aan degene op wiens naam het luchtvaartuig is geregistreerd in het register voor burgerluchtvaartuigen, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de Wet luchtvaart. Ingeval teruggaaf wordt verzocht voor een in het buitenland geregistreerd luchtvaartuig, wordt deze verleend aan de eigenaar van dit luchtvaartuig dan wel aan degene die daartoe door deze is gemachtigd.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorwaarden en beperkingen worden gesteld ter uitvoering van de teruggaaf en kan in bij die regeling aangewezen gevallen een ander dan de in het tweede lid bedoelde persoon worden aangewezen als degene aan wie de teruggaaf wordt verleend.

Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen

Afdeling 1. Accijnszegels

Afdeling 2. Controlebepalingen

Afdeling 1. Accijnszegels

Afdeling 3. Overige bepalingen

Artikel 86

Vervallen

Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen

Afdeling 2A. Wijziging van de accijns van minerale oliën

Afdeling 2. Strafbepalingen

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2h

Vervallen

Afdeling 2. Algemene verbodsbepalingen

Hoofdstuk II. Definities van de accijnsgoederen en tarieven

Afdeling 1. Bier

Afdeling 2. Wijn

Afdeling 2a. Tussenproducten

Afdeling 3. Overige alcoholhoudende producten

Afdeling 4

Artikel 16

Vervallen

Afdeling 5

Afdeling 6. Minerale oliën

Afdeling 7. Tabaksproducten

Artikel 35a

Vervallen

Afdeling 8. Alcoholgehalte en volume

Hoofdstuk III. Uitslag tot verbruik

Afdeling 1. Accijnsgoederenplaats

Afdeling 2. Vergunning voor een accijnsgoederenplaats

Afdeling 2a. Geregistreerde geadresseerde en geregistreerde afzender

Afdeling 2b. Verkopen op afstand

Afdeling 2c. Gecertificeerde geadresseerde en gecertificeerde afzender

Afdeling 4. Zekerheid

Afdeling 6. Hoofdelijke aansprakelijkheid

Hoofdstuk IV. Invoer

Hoofdstuk V. Vrijstellingen en teruggaven

Afdeling 6. Hoofdelijke aansprakelijkheid

Artikel 67

Vervallen

Afdeling 2. Teruggaven

Artikel 69a

1.

Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt teruggaaf van accijns verleend voor minerale oliën die worden gebruikt voor de opwekking van elektriciteit in een installatie met een elektrisch vermogen van minimaal 60 kilowatt, voorzover de opgewekte elektriciteit wordt ingevoed op een Nederlands net dan wel, indien geen invoeding op een Nederlands net plaatsvindt, voorzover de opgewekte elektriciteit overeenkomstig artikel 50, derde lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag in de heffing van energiebelasting wordt betrokken.

2.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder net verstaan een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet.

3.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Hoofdstuk Va. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen

Afdeling 1. Accijnszegels

Afdeling 1. Accijnszegels

Afdeling 2. Controlebepalingen

Artikel 86

Vervallen

Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen

Afdeling 3. Overige bepalingen

Afdeling 1. Verbodsbepalingen

Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 72a

1.

Indien een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats gebruik wil maken van een verlaagd tarief voor kleine producenten van alcoholhoudende dranken in een lidstaat van bestemming, dient hij in zijn administratie een verklaring op te nemen waarin ten minste is opgenomen:

2.

Bij ministeriële regeling kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid.

Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen

Afdeling 1. Accijnszegels

Afdeling 1. Accijnszegels

Afdeling 2. Controlebepalingen

Artikel 86

Vervallen

Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen

Afdeling 1. Verbodsbepalingen

Afdeling 2. Strafbepalingen

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 76a

Vervallen

Afdeling 2. Controlebepalingen

Afdeling 3. Overige bepalingen

Artikel 86

Vervallen

Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen

Afdeling 3. Overige bepalingen

Afdeling 1. Verbodsbepalingen

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 67

Vervallen

Artikel 68a

De artikelen 21a en 21b van de Wet op de omzetbelasting 1968 zijn van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 2. Teruggaven

Hoofdstuk Va. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen

Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen

Afdeling 1. Accijnszegels

Afdeling 2. Controlebepalingen

Afdeling 2A. Wijziging van de accijns van minerale oliën

Artikel 86

Vervallen

Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen

Afdeling 2A. Wijziging van de accijns van minerale oliën

Afdeling 2. Strafbepalingen

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 66b

1.

Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van accijnsgoederen uit een accijnsgoederenplaats, gelegen op een luchthaven of op een haventerrein, die worden meegevoerd in de persoonlijke bagage van reizigers die zich door de lucht of over zee naar een derdelandsgebied of een derde land begeven.

2.

De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is mede van toepassing met betrekking tot de accijnsgoederen die aan boord van een luchtvaartuig of schip worden geleverd tijdens een vlucht of overtocht naar een derdelandsgebied of een derde land.

3.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder reiziger die zich naar een derdelandsgebied of derde land begeeft, verstaan: iedere passagier die in het bezit is van een bewijs van vervoer door de lucht of over zee, waarop als definitieve bestemming een in een derdelandsgebied of derde land gelegen luchthaven of haven is vermeld.

4.

In afwijking van artikel 74 kunnen tabaksproducten worden opgeslagen in een accijnsgoederenplaats van waaruit de in het eerste lid bedoelde uitslag tot verbruik plaatsvindt.

5.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Afdeling 2. Teruggaven

Artikel 71e

Vervallen

Artikel 71f

Vervallen

Artikel 71g

1.

Artikel 69 van de Wet belastingen op milieugrondslag is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot vloeibaar gemaakt petroleumgas, indien geen aansluiting aanwezig is voor aardgas.

2.

In afwijking van artikel 69, vijfde en zesde lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag bedraagt de teruggaaf € 108,16 per 1 000 kilogram vloeibaar gemaakt petroleumgas.

Hoofdstuk Va. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen

Hoofdstuk Va. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen

Afdeling 1. Accijnszegels

Afdeling 2A. Wijziging van de accijns van minerale oliën

Artikel 86

Vervallen

Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen

Afdeling 3. Overige bepalingen

Artikel 95a

1.

Ingeval van verhoging van de accijns van sigaretten of rooktabak is het met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand volgend op de kalendermaand van inwerkingtreding van die verhoging niet toegestaan sigaretten of rooktabak aan wederverkopers te verkopen, te koop aan te bieden of af te leveren indien de verpakking is voorzien van de vóór de ingangsdatum van de verhoging bij de uitslag tot verbruik voor het desbetreffende tabaksproduct geldende accijnszegel.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op pijptabak, zijnde rooktabak als bedoeld in artikel 32, bestemd om te worden gerookt met een pijp.

3.

Onder een wederverkoper als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een verkoopautomaat bestemd voor de verkoop van tabaksproducten. Onder afleveren als bedoeld in het eerste lid aan een verkoopautomaat bestemd voor de verkoop van tabaksproducten wordt niet verstaan het afleveren van tabaksproducten die uit een andere verkoopautomaat van dezelfde eigenaar afkomstig zijn.

4.

Onder afleveren als bedoeld in het eerste lid wordt voor een bedrijf, waarvan het distributiecentrum en de detailhandel tot dezelfde rechtspersoon behoren, mede verstaan het afleveren door het distributiecentrum aan de detailhandel.

5.

Onder afleveren als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstaan het retourneren van sigaretten of rooktabak door wederverkopers aan diegenen die daaraan voorafgaand deze tabaksproducten aan deze wederverkopers hebben verkocht of afgeleverd.

6.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Afdeling 2. Strafbepalingen

Afdeling 3. Bestuurlijke boete

Artikel 102a

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)